Ann Christy

Geplaatst in Artiesten

De carrière van Ann Christy liep niet van een leien dak. Daar heeft ze deels zelf voor gekozen. Ze sloeg  immers niet de gemakkelijkste weg in, integendeel, ze wou zich niet zomaar koste wat het kost overgeven aan de commercie. Haar koppigheid, of beter gezegd haar vastberadenheid, hebben haar een unieke plaats in de Vlaamse showbizz opgeleverd. De pers die haar vroeger wel eens de grond durfde in te boren, tilt haar nu hoger dan ze in de loop van haar carrière ooit heeft meegemaakt. “Over de doden niets dan goeds” is op haar zeker van toepassing.

Ann werd de 22ste september 1945 als Christiane Leenaerts in de kraamkliniek in de Antwerpse Vinkenstraat geboren. Papa was scheepselektricien, mama Hélène huisvrouw en nicht van de bekende Vlaamse schrijver Jef Geeraerts. Vijf jaar later, de 28ste januari 1951, mag de familie Leenaerts de geboorte van Jeanine aankondigen. Een derde dochter, Yvonne, wordt de 22ste juni 1952 geboren. Daarmee is de stamboom niet compleet, want de 6de november 1962 wordt broertje Walter geboren, Ann is dan al zeventien. Toen al had Ann geleerd zich in haar eentje bezig te houden. Zij was immers vijf jaar ouder dan zus Jeanine die erg goed opschoot met haar zusje Yvonne. Papa Jean wil dat zijn dochters snit en naad volgen. Christiane zal als eerste die beroepsafdeling kiezen. Naar de muziekschool gaan, vindt pa overbodig. Christiane moet eerst studeren en haar opleiding afronden. Telkens Christiane wat afleiding nodig heeft, gaat ze bij haar grootmoeder spelen. Die ziet niets liever dan dat Christiane zich verkleedt en toneel speelt. “Hier liggen de wortels van mijn carrière” zou Ann Christy later aan de pers vertellen. Zij voelt zich ook goed bij bompa, haar grootvader langs vaderszijde. In 1961 rondt Christiane haar opleiding snit en naad af en komt ze aan de kost als verkoopster in schoenwinkel Brevitt op de Keyserlei in Antwerpen. Zij blijft hier in dienst tot in 1965. Zaakvoerster Aline Laga ontdekt dat Christiane mooi kan zingen en stimuleert haar om in haar vrije tijd aan crochetwedstrijden mee te doen. In 1965 zingt ze in hotel Eden in Blankenberge Poupée de cire, poupée de son van France Gall. De Franse taal ligt haar nog niet zo goed.

Iets later komt ze terecht bij de Antwerpse groep The Adams opgericht door Adam Hoptman, een jongen van Poolse afkomst. De overige leden zijn naast drummer Marc Hoyois, Marc Royers en Teddy Grundland. De groep vindt dat Christiane een artiestennaam moet kiezen. Zij splitst haar voornaam in twee, keert de volgorde om en noemt zich voortaan Ann Christy. In het orkest speelt drummer Marc Hoyois , van huis uit Franstalig. Ann en Marc worden op slag verliefd. Er wordt van dan af door haar veel Frans gesproken. Die taal zal vooral in het begin van haar carrière een grote rol gaan spelen. Ann ontmoet op zekere dag muziekuitgever en platenproducer Jean Meeusen. In de Brussele studio Madeleine neemt hij met Ann een vertaling op van een Duitse hit van Manuela Kussen onder regenbogen met op de B-kant Twee schaduwbeelden met in het achtergrondkoor Fred Bekky en Bob Baelemans van The Pebbles.  De single zelf blijft onopgemerkt. Als tweede plaat worden twee Franse chansons ingeblikt Alors dis-moi en Mon coeur est fou. Ann houdt er niet van dat zij door de  pers als een kruising tussen Dionne Warwick, Sandie Shaw en Timmy Yuro beschouwd wordt. Zij vindt dat zij een eigen stemgeluid heeft, zij klinkt als Ann Christy en niemand anders.

Intussen heeft Ann, Milo De Coster ontmoet, toen al manager van Liliane Saint – Pierre, maar die samenwerking is van korte duur. Beiden gaan de baan op in een en dezelfde show. Als stunt laat Milo, Liliane haar haar groen verven en dat van Ann blauw. Ann ergert zich, om even bij die kleur te blijven, blauw. In 1966 houdt ze het bij De Coster voor bekeken. Zij gaat op zoek naar een nieuwe manager en dat wordt Robert Bylois, ontdekker van Salvatore Adamo. Die ziet in Ann een soort Piafachtige zangeres. Bij hem  voelt Ann zich veel beter thuis. In de maand november van 1966 mag ze twee weken lang in het voorprogramma van Adamo in de Ancienne Belgique in Brussel optreden. Uiteraard wordt er verkozen in het Frans te zingen wat op het einde van de jaren zestig singles oplevert als  Le garçon que j’aimais (hiermee wint ze de “Camera d’argent”),  L’amour nous a quitté  en  Parce qu’une fleur. Ann weet de Walen met haar stem en haar liedjes te charmeren, zo goed zelfs dat men in Wallonië denkt dat ze iemand van hen is terwijl wij Vlamingen menen dat ze een Waalse zangeres is. Ann zingt graag in Wallonië omdat ze daar gerespecteert wordt. Het publiek luistert aandachtig, wat je van de Vlamingen niet kan beweren. In juni 1967 is Ann te horen in “Le parapluie des vedettes”, een populair festival in Hoei, naast artiesten zoals: André Brasseur, Françoise Hardy, Udo Jürgens en Johnny Halliday. Adamo is zo tuk op haar stem dat ze de 25ste november 1968 aan zijn zijde in het Nouveau Théâtre in Luxemburg mag staan.

Ann, die om geen uitspraak verlegen zit , vertelt aan een reporter dat  “een zanger of zangeres in wezen een prostitué is die om liefde schreeuwt ”. Zij voelt zich op het podium goed thuis in de speciale, vaak onthullende kleren  die modeontwerpster Ann Salens voor haar creeërt. Qua repertoirekeuze ligt het zoch goed in haar vel voelen iets moeilijker. Ann was in Wallonië ook bekend geworden dankzij het programma “Villes-Vacances” van de RTB waar de populaire presentator Jean-Claude Menessier haar regelmatig uitnodigt. In Vlaanderen is het  wachten tot in 1968 wanneer ze aan de Knokke-Cup deelneemt. Van de 12de tot de 18de juli is ze daar samen met zes teams van  zes Europese landen te gast: Nederland, Frankrijk, België, Duitsland, Frankrijk en Italië. Coach van de Belgische ploeg is Anton Peters. In het team krijgt Ann het gezelschap van Nicole Josy, Lily Castel, Hugo Dellas en Jacques Raymond. In de finale neemt het Belgische team het op tegen het Duitse. Met veel overtuiging zingt Ann Le garçon que j’aimais en The Saga of Bill Bailey. België gaat met de overwinning én de beker lopen. Tijdens de finale van “Caméra d’argent” in Luik wordt Ann eindwinnares en sleept tevens de Sabamprijs in de wacht. Hugo Dellas wordt tweede.

In 1969 gaat Ann in Frankrijk met Roger Whittaker en Pierre Perret op tournee. Voor EMI neemt zij onder leiding van producer Jeff De Boeck de singles L’amour nous a quitté en Parce qu’une fleur op. Ann ontdekt ook het belang van het Eurovisiesongfestival. Zij neemt in 1970 immers deel aan de Waalse selectie met Le temps, le vent en eindigde daarmee in de halve finale. Het is Jean Vallée die wint en met Viens l’oublier naar Amsterdam mag. Winnares dat jaar wordt Dana met All kinds of everything. Ann breekt het jaar nadien in Vlaanderen door met het nummer  Dag vreemde man dat in 1969 al geschreven was door Willy Crombé op een tekst van Mary Boduin, maar niemand had er oren naar. Ann zag het liedje wel zitten en neemt er in 1971 mee deel aan “Canzonissima”, de selectie voor het songfestival met in het totaal tien deelnemers en negen voorronden. Zij deelt het podium met onder meer Kalinka, Johnny White en Johan Stollz. Ann zingt in de loop van die preselectie drie liedjes: De kinderen rond mijn huis, Een zilveren kooi en in de finale Dag vreemde man. Mary had een knappe tekst geschreven zoals alleen zij dat kan: je boek, je krant, je sigaar. Je warme sloffen naast ons bed. En je pleziertjes eens per week. De pijn wanneer je me ontweek”.  Nicole en Hugo winnen met Goeie morgen, morgen en Ann wordt met Dag vreemde man tweede. Daarmee heeft Vlaanderen haar definitief ontdekt en sluit Ann een warme vriendschap met Mary Boduin die ook nog eens vlak in haar buurt blijkt te wonen. Hun contact is niet frequent, maar wel intens. Mary beschouwt Ann de jaren dat ze met elkaar omgingen als haar oudere zus, ook al was Ann een aantal jaren jonger. Mary merkte later op dat ze veel te druk bezig met alles en nog wat was om vaker met Ann om te gaan en meer voor haar te schrijven. Zij hadden ook snel door dat ze beiden nogal droefgeestig van aard waren en mekaar qua gemoedsstemming eerder naar omlaag dan naar omhoog trokken.

Na haar deelname aan Canzonissima in 1971 duikt Ann op in haast alle festivals die georganiseerd worden, onder meer het prestigieuze Yamaha-festival in Tokyo tot en met zangwedstrijden in Sopot (Polen) en Bratislava (het toenmalige Tsjechoslowakije). Zij staat zelfs met Charles Aznavour en Catherina Valente op het podium om tijdens een intercontinentaal festival in Caracas (Venezuela) de Europese kleuren te verdedigen. In 1972 zingt Ann Liever dan de zonneschijn tijdens het Festival van Athene. Het werd geschreven door Paul Quintens en Phil Van Cauwenbergh. Zij herinneren zich nog goed dat Ann een uitstekende zangeres was, maar met iets te weinig lef en charisma om tijdens zo’n festival rijkelijk in de punten te vallen. Zij bleef het zangeresje dat ons steeds aan Edith Piaf deed denken. Of dat in de jaren zeventig nog scoorde, valt te betwijfelen. In 1973 vinden we Ann op het festivalpodium in Split terug. Zij eindigt vijfde. Hier en daar hoor je sommigen opmerken dat zij daar niet altijd op haar plaats is, hoe goed zij vocaal ook uit de verf komt. Misschien ligt haar niveau te hoog en wordt er niet altijd gewaardeerd wat ze op het podium neerzet.

In 1975 is het weer raak voor Ann Christy tijdens “Eurosong” dat “Canzonissima” vervangt als selectiewedstrijd voor het Eurovisiesongfestival. De BRT heeft maar liefst zeventig liedjes geselecteerd die, gespreid over zeven halve finales, op televisie geëtaleerd worden. Daarom dat er met de selecties al in november 1974 begonnen werd, in een presentatie van Luc Appermont. Uiteindelijk schieten er tien finalisten over onder wie Luc Bral, Magenta, Connie Neefs en The Lollipops. Ann Christy wint met Gelukkig zijn, opnieuw een liedje van Mary Boduin die deze keer niet alleen de tekst, maar ook de muziek voor haar rekening neemt.  Mary werkte toen voor een reclamebureau. Ze hadden een melodietje nodig voor een commercial voor Levi Jeans. Thuis in haar werkkamer bedenkt Mary de melodie en verzint er gelijk een Engelse tekst bij. Zij speelt dat in op haar bandopnemer, zichzelf daarbij begeleidend op de piano en de dwarsfluit. Mary weet dat Ann zich voor Eurosong heeft ingeschreven en laat haar eerder toevallig dat demootje horen met dus dat nieuwe liedje. Ann is er meteen weg van. Mary moet eerst aan haar baas Jim McCredie vragen of die geen bezwaar heeft dat ze het liedje aan Ann geeft en de rest van het verhaal is ei zo na vaderlandse geschiedenis geworden. Het was nochtans niet zo gemakkelijk voor Mary om voor Ann te schrijven die al vaak aan de pers had laten weten dat ze zich niet thuis voelde op kermisbals en ook niet tot het kamp van de kleinkunstenaars wilde behoren. Zij viel er tussenin. De 22ste maart 1975 schittert Ann op het podium van St. Eriks Mässan Alvsjoe in Stochholm tijdens de 20ste editie van het Eurovisiesongfestival gepresenteerd door Karin Flack. In het totaal nemen 19 landen deel. Ann eindigt op de vijftiende plaats. Die uitslag komt zwaar aan bij haar. Zij had zoveel van dit festival verwacht. Mary weet nog dat Ann op tenminste een vijfde plaats had gerekend. Zij wou hier haar internationale doorbaak forceren.  Grote overwinnaar wordt Nederland met Ding-a-dong gezongen door de groep Teach In. Ann had aanvankelijk ook haar twijfels over Gelukkig zijn, zij vond het ‘iets té deftig’ klinken voor die tijd, jaren waarin songs meer glitter en glamour moesten hebben om op te vallen. De BRT verplichtte haar de eerste strofe en refrein in het Nederlands te zingen en de rest in het Engels. Ann vindt dat niet kunnen, maar gehoorzaamt, zij het zeer tegen haar zin. Wat velen in die tijd niet wisten, is dat Gelukkig zijn over een lesbische liefde gaat, in dit geval tussen die van Mary en haar toenmalige vriendin. Zich outen was toen nog “not done”, dus dan maar de schijn hoog houden. Gelukkig zijn geraakt in de Vlaamse Top Tien snel op de eerste plaats en zal daar zes weken na mekaar blijven glinsteren. Er wordt ook een Franse L’histoire du bonheur en een Duitse versie Wenn keiner mehr zu dir steht opgenomen. Er wordt eveneens een versie volledig in het Engels ingezongen Could it be happiness onder meer terug te vinden op het album “Ann Christy in English” dat in 1998 op het AMC Label werd uitgebracht.

Na het succes van Gelukkig zijn wordt onder aanvoering van producer Roland Klüger de gelijknamige elpee opgenomen.  Hierop zijn de hits Blablabla en  Blij bij jou te zijn terug te vinden. Het regent optredens. Organisatoren willen Christy op hun affiche. Zij moet ook op veel bals optreden. Ook daar geeft Ann zich helemaal, zij is achteraf compleet op wanneer zij naar de kleedkamer trekt. Zij is telkens erg gestresseerd als zij live moet zingen.  Zij wordt ook erg onzeker wanneer de geluidsinstallatie te wensen overlaat of wanneer het orkest niet je dat is.  Ann was een perfectioniste voor wie het almaar beter kon. Als iets fout liep, nam ze vaak de schuld op zich. Vaak was zo’n balpubliek ook helemaal niet in haar geïnteresseerd en dat wou Ann dan niet aan haar hart laten komen. Zij gaf dan het beste van zichzelf om die mensen toch maar van haar talent en de schoonheid van haar liedjes te overtuigen. Steeds op zoek naar die waardering en bevestiging. Op het thuisfront wordt voor haar zoon Benjamin door haar zus Yvette gezorgd. Dat was voor Ann een hele geruststelling. Op haar zus kan ze vertrouwen. Het buitenland lonkt. Ann trekt naar Engeland om daar opnamen in Londen te bespreken. Maar haar entourage gaat dwarsliggen. Ann braaf naar Vlaanderen terug.

Zij trouwt de vierde augustus 1973 met de drummer van de band, haar grote liefde Marc Hoyois. Het feest heeft plaats in “‘t Seyenhof” in Itegem. De negende januari 1974 wordt hun huwelijk gezegend met de geboorte van zoon Benjamin. Zij gaan in de Dageraadstraat in Elsene wonen. Datzelfde jaar brengt Roland Klüger op zijn platenlabel RKM twee nummers van Ann in het Nederlands uit: Waarom schrijft hij niet? en Hij. De verkoop valt tegen. Toch wordt Ann in “Humo’s Pop Poll” opnieuw verkozen tot zangeres van het jaar. Zij zou trouwens van 1974 tot en met 1978 elk jaar die prijs in de wacht slepen. Qua optredens heeft Ann het niet gemakkelijk. Gelukkig zorgt Marc financieel voor enige stabiliteit. Ann staat inmiddels tien jaar op de planken en vindt dat zij eigenlijk nergens thuishoort. Zij geeft toe dat zij zich te snel laat intimideren, dat zij zich nog vaak in een hoekje laat duwen. Ook de stress voor elk optreden heeft ze nog niet onder controle en dat stoort haar. Zij mist ook een professionele entourage en aanpak  in Vlaanderen, het blijft hier vaak bij amateuristisch geknoei.

Privé heeft Ann het niet zo gemakkelijk. Zij wil die situaties in haar liedjes verwoorden en speelt die thema’s door aan haar tekstschrijvers:  Ik mis hem zo in 1975, Ann is dan net dertig,   geschreven door Nelly Byl op muziek van Tony Romeo met arrangementen van Ralph Benatar en John Sluszny in een productie van Roland Klüger en  In rook vergaan, een hit van Abba My love, My Life in 1976 vertaald door Penny Els. De inhoud liegt er telkens niet om! Aan Story vertelt Ann een jaar later dat zij, ondanks al de teleurstellingen in haar leven, blijft vechten. Zij wil haar teleurstellingen in haar liedjes blijven verwoorden. Zij wil dwarsfluit leren en mime om zich op die manier op het podium beter uit te drukken. Zij houdt er rekening mee dat zij met haar plannen en teksten op tegenstand zal stuiten, maar dat sterkt haar in haar voornemen. Op dat moment heeft ze het zwaar door het plotse overlijden van pianist Koen De Bruyne die enkele maanden voordien op 32-jarige leeftijd was overleden. Koen was een van de weinige vrienden die Ann kende, zij leefde erg gesloten, ver van de glitter en de glamour van de showbiss verwijderd. Twee jaar later vertelt zij in het blad Familie dat zij veel te gevoelig is, snel geraakt. Zij wijt dat deels aan haar sterrenbeeld Maagd. Wanneer Ann drieëndertig wordt, laat zij weten dat ze van de speelse liedjes af wil. Zij wil van haar songs meer een soort open biecht maken. De liedjes mogen voor haar part dromeriger klinken, liefst minder realistisch. Het wordt eerder een soort escapisme waar ze naar snakt, een weglopen uit de werkelijkheid. Privé is Ann een gesloten type, veel vrienden heeft zij niet. Zij is erg veel met zichzelf bezig. Ook altijd beleefd, vredelievend zelfs. Small talk is aan haar niet besteed, bij haar moet elk gesprek inhoud hebben. Zij wikt haar woorden voortdurend uit angst iemand te kwetsen, dit maakt haar soms minder spontaan. Wanneer zij boos wordt, huilt ze, uit onmacht. Schreeuwen deed ze zelden of nooit.

Speciaal voor Ann Christy heeft Gerrit den Braber in 1976 voor haar  Ik neem vandaag de trein geschreven. Oorspronkelijk heet het nummer What I’ve got in mind, geschreven door Jack Clement en dat jaar door de Amerikaanse countryzangeres Billy Joe Spears op plaat gezet. Ann hield er niet van, zij vond de tekst té mager qua inhoud. Het wordt wel in Vlaanderen in 1976 een hit in de BRT top dertig. En zo gebeurde het zo vaak: een groot deel van haar hits lagen haar niet na aan haar hart, maar het publiek was er weg van. In 1977 mag Ann eindelijk in een musical schitteren, een vervulling van een grote droom! Zij treedt als Helena op in “Midzomernacht ‘ 77″, een productie van het Mechels Miniatuur Theater in een bewerking van “Midzomernachtsdroom” van William Shakespeare. De muziek is van de hand van Pieter Verlinden op teksten van zijn vrouw Rita Van Dievel. Wie ook in die musical meezingt is Marijn Devalck die op dat moment erg goed en close met Ann kan opschieten. Hij weet nog goed dat Ann snel doorhad dat het theater niet haar ding was, daar lag haar roeping niet. Aan het Zondagsblad geeft zij toe dat dit in haar carrière de zoveelste ontgoocheling was. Volgens haar had in die productie veel meer gezeten. Eind jaren 70 , begin jaren 80 gaat de verkoop van Vlaamse singles gestaag naar beneden. Ook de platenmaatschappij van Ann Christy gelooft er niet meer in, ook niet meer in haar. Die paar Vlaamse artiesten die toen nog scoren, zingen een heel ander genre.Toch stapt Ann stijfkoppig verder. Zo staat ze erop het door de Canadees Dan Hill geschreven Hold on op te nemen. Toevallig belandt deze single bij de Tros die het meteen tot paradeplaat bombardeert. Geen hit echter bij onze noorderburen, want de distributie  was niet op een eventueel succes voorbereid.

Al hebben Roland Klüger en Mary Boduin kosten noch moeite gespaard om van de elpee “Bravo” een waardige opvolger van het album “Gelukkig zijn” te maken, toch flopt die langspeler compleet. Liedjes zoals  Op safari zonder jou en  Mijn oma kunnen het mislukken van de verkoop niet doen kantelen. Roland ziet Ann niet als een single- of elpee-artieste, maar wel als een zangeres die het live moet waarmaken. Ook voelt hij snel aan dat Ann haar eigenheid wil bewaren. Zij was in die tijd de complete tegenpool van Marva die wél luisterde naar het advies van haar producers. Ann werd ook tijdens haar leven niet zo vaak op de radio gedraaid. Pas later is die hele hype ontstaan en is men met haar gaan dwepen op een manier dat het soms erg overdreven overkwam, alsof sommige radiomakers achteraf iets hadden recht te zetten. Op een bepaald moment wil Ann voluit voor het chanson gaan, maar daar was Vlaanderen niet rijp voor. Roland Klüger wijt dan ook een deel van haar zoektocht aan een overgrote dosis twijfel. En niemand kon haar overtuigen van het tegendeel. In 1978 keert Roland Klüger met groot nieuws terug van een Amerikaanse zakenreis. Hij heeft de toelating op zak dat iemand van zijn firma twee liedjes van Bob Dylan mag inzingen. Jean Blaute is producer van dienst. Het wordt voor Ann Christy een Dylansingle met op de A-kant Walk Out in the Rain en op de B-kant If I Don’t Be There by Morning. Jean Blaute beschouwt dit nog altijd als één van zijn betere producties en eentje om in te kaderen. Na deze productie stopt de samenwerking met Roland Klüger en stapt Ann over naar Henri Heymans de baas van IBC  (International Bestseller Company), een sublabel van EMI.

Het tij keert wanneer Ann De roos opneemt, een vertaling van The Rose van Bette Midler door Johan Verminnen. Meteen nadat ze de film van regisseur Mark Rydell gezien had, wou ze het nummer op plaat zetten. Het is Johan Verminnen die de originele tekst van Amanda McBroom mag vertalen. Jean Blaute is opnieuw producer van dienst. Hij overtuigt haar het heel sober te brengen. De roos wordt tegen alle verwachtingen in een gigantische radiohit. Ann lijkt in 1980 terug van weggeweest. Met het orkest The Roots geeft zij een recital in het Casino van Middelkerke. Zij treedt daar op voor een bomvolle zaal en kan achteraf haar geluk niet op. Een jaar later doet ze op dezelfde datum dat concert met The Roots in het Casino van Middelkerke nog eens over. De boekingen voor optredens lopen intussen weer vlotjes binnen. Zij begint aan een tournee in diverse culturele centra. Zij lanceert na het liedje Als je wil, zal ik blijven dat in 1979 op single was verschenen, het jaar daarop het discogetinte Made For Love gezongen in het Engels. In 1981 wordt er slechts één single gereleaset Jij en ik in een productie van Charles Dumolin van het duo Lester en Denwood. Ann ziet almaar meer in dat de liedjes die ze brengt anders klinken dan de rest, de mensen wellicht minder aanspreken dan de doordeweekse hits van haar collega’s.  Zij gaat op het einde van dat jaar op zoek naar een nieuwe platenfirma. Vrijdag de 16de april 1982 begint ze aan een reeks van vier concerten met de première in het “Cultureel Centrum van Berchem”. Nadien volgen nog Waregem, Sint-Niklaas en Machelen. Enkele maanden later belandt zij in het ziekenhuis. Zij merkt dat zij vaginaal vaak bloed verliest. De gynaecoloog stelt een tumor op de baarmoeder vast. Voor zij aan de behandeling begint, neemt ze met Fred Bekky nog snel enkele nummers op: Ik leef voor jou, Zal ik je ooit nog zien? en Waarom? De achtste juli wordt Ann geopereerd. Zowel de baarmoeder als de eierstokken worden verwijderd. Door een gebrek aan voldoende optreden en inkomsten kan zij haar sociale bijdragen niet betalen en ook geen aanspraak meer maken op de sociale zekerheid. Zij dient alle medische kosten zelf te betalen. De 22ste september 1983 wordt Ann achtendertig. Op het einde van die maand belandt zij door een fibrose opnieuw in het ziekenhuis. Om haar financieel bij te staan, organiseren haar collega’s de 23ste december 1983 in “‘t Seyenhof” van Joe Harris de benefietavond “Een lied voor Ann”. Er wordt gezongen door Joe Harris, John Terra, Sofie, Johan Verminnen, Lia Linda, Mieke enz… Die avond brengt 180.000 frank in het laatje. Maar man Marc heeft de dokters moeten beloven dat hij haar niet vertelt dat zij kanker heeft, dan zou zij te snel de moed verliezen.   Zij blijft vechten in de hoop dat ze zal genezen. IJdele hoop zo blijkt.

Ann sterft op dinsdagavond de zevende augustus 1984 in het UZ van Jette. Zij is achtendertig. Zij wordt op maandagvoormiddag de dertiende augustus in de Sint-Martinuskerk van Meise begraven, gevolgd door de crematie in Ukkel en  de asverstrooiing op het gemeentekerkhof van Meise. De zesde oktober staat Ann op één in de Vlaamse Top Tien met Waarom? geproduceerd door Fred Bekky. Noteren we dat Ann in 2008 in de “1000 Klassiekers” bij Radio 2 met De roos, Queen en hun Bohemian Rhapsody van de eerste plaats verstoot. Ook “De Top 80 van de jaren 80″ zal zij bij Radio 2 meermaals met dat nummer aanvoeren. Van Ann zullen na haar overlijden een rist albums verschijnen, waaronder voor de fans een aantal hebbedingetjes: “Ik deed alsof het mij niet raakte” met het mooie Zal ik je ooit nog zien met The Roots en een akoestische versie van Dag vreemde man. Eveneens in 2006 is er op het V2 Records label de verzamelaar “Het beste-met onuitgegeven nummers”. Datzelfde label brengt in 2008 het album ” Zo was er maar één uit” met daarop een reeks live–opnamen en  de anderstalige Won’t you come home Bill Bailey en La musique à papa. Een jaar later is er de cd “Uniek” waarvan we vooral onthouden Could it be happiness en Walk out in the rain en als kers op de taart in 2010 “Back to Back”, Ann Christy gekoppeld aan haar eveneens overleden collega Yasmine.

In 1985 trouwt haar man Marc Hoyois met Liliane Saint-Pierre. Hij zal de vierde juli 2010 op 64-jarige leeftijd overlijden aan de gevolgen van prostaatkanker.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2014 Daisy Lane & Marc Brillouet