Aretha Franklin

Geplaatst in Artiesten

Als u de Amerikaanse rhythm and blueslijsten vanaf 1942 tot 1988 naast elkaar legt, komt u Aretha Franklin het vaakst tegen vlak na James Brown. Aretha reisde tussen 1960 en 1987 liefst 71 keer heen en weer richting hitparade met twintigmaal een top 1-notering. Geen wonder dat ze als geen ander een extra stempel drukte op de Amerikaanse soul.

The Queen of Soul werd 25 maart 1942 in Memphis, Tennessee, geboren als dochter van reverend C.L. Franklin in een gezin van vijf. Toen ze twee werd, week de familie uit naar Detroit en nog geen acht jaar later overleed haar moeder, gospelzangeres Barbara Siggers. Voor Aretha begon het zingen vrij vroeg in het kerkkoor van haar vader in de New Bethel Baptist Church in Detroit. Er bestaan daarvan enkele opnamen, daterend van 1956 en uitgebracht op het JVB-label. Vanaf haar veertiende reisde Aretha mee op evangelische zending door Amerika en kreeg zodoende de gospel onder de knie. Omstreeks 1960 schakelde Aretha geleidelijk aan over op de blues. Dankzij bassist Major Holly geraakt ze aan een auditie bij CBS. Het is John Hammond die haar een contract bezorgt. Ook al was CBS jarenlang niet geïnteresseerd in rock-‘n-roll en aanverwanten, toch hielpen ze Aretha in de hitlijsten met de single Today I sing the blues. Het werd geen cross-over succes, dus bleef haar impact beperkt tot de rhythm-and-bluesfanaten. Met Won’t be long lukte de overstap naar de popcharts wel en werd zij echt in de vocale verf gezet met de single Rock-a-bye your baby with a dixie melody, nummer 37 in oktober 1961.

Intussen werd ook de elpee “The electrifying Aretha Franklin” uitgebracht en trouwde ze met haar manager Ted White. In december 1962 was er een behoorlijk goed respons op de langspeler “The tender, the moving, the swinging Aretha Franklin” en een jaar later werd de elpee “Unforgettable: a tribute to Dinah Washington”, een al even behoorlijke meevaller. “Soul Sister” zou haar laatste elpee worden voor CBS, want haar echtgenoot-manager Ted White vond dat ze op het verkeerde paard had gewed en wisselde van hitzadel door te komen aandraven met een contract bij Nesuhi Erteguns en Jerry Wexlers Atlantic-label. Dat zou leiden tot een jarenlange vruchtbare samenwerking tussen Wexler en Franklin. Haar eerste sprong bij Atlantic was I never loved a man, opgenomen in Rick Halls “Fame Studio” in Muscle Shoals, Alabama. Dit nummer, geschreven door Ronny Shannon, werd Aretha’s eerste top 10-hit, goed voor goud de dertiende juni 1967. Ook de elpee ”I never loved a man the way I love you” werd verguld, een absolute bekroning voor haar zeer beloftevolle Atlantic-start. Ze bracht vijf singles uit, waarvan er vier klassevolle toppers werden. In de zomer van 1967 was ze pas echt goed op dreef met het door Otis Redding geschreven Respect in een productie van Jerry Wexler met als muzikanten o.a. Jimmy Johnson en King Curtis. Respect was ook Aretha’s eerste pophit in Engeland. Respect vestigde Aretha voorgoed als  ”The leading lady of soul”. In de in 1988 door Rolling Stone gepubliceerde Top 100 Aller Tijden prijkte Respect op zes, reeds eerder bekroond met twee Grammy Awards.

De derde miljoenenhit voor Aretha werd Ronny Shannons Baby I love you te horen ook op haar tweede Atlantic elpee ”Aretha arrives”. Alleen de singel A natural woman deed het iets minder goed dan de rest, want Chain of fools was weerom een voltreffer. Don Covay had het nummer speciaal voor Aretha geschreven. Het schrijversduo Ellie Greenwich en Geoff Barry zorgde voor de backingvocals en Joe South speelde de gitaarintro. Chain of fools werd goed bevonden om tussen de vinylplooien van de elpee “Aretha: lady of soul” terecht te komen.

Aretha Franklin wou haar eigen pen eens uitproberen en schreef samen met Ted White haar vijfde miljoenenhit Since you’ve been gone, een heel emotioneel nummer met een prachtige orkestrale begeleiding. Eenmaal de smaak te pakken, tekende Aretha ook voor  haar zesde gouden plaat Think, een eind voorbij de kaap van één miljoen in de maand juli van 1968. Voor velen nog altijd dé Aretha Franklinsingle werd I say a little prayer for you, een Bacharach-Davidnummer dat zijn hitpotentie al bewezen had in de versie van Dionne Warwick, een strook uit Aretha’s langspeler “Aretha now”Meer up-tempo, werd qua singels afgelost met de Steve Cropper-Don Covaycreatie See saw, de achtste keer dat het Aretha lukte een gouden plaat tegen haar al goed gevulde muur te krijgen. En de fans lustten steeds meer. Niet voor niks was hun slogan ‘If Aretha says it, then it’s important’. Problemen met haar echtgenoot Ted White zetten Aretha’s activiteiten echter op een lager pitje. Ze weigerde nog platen op te nemen en trad meer en meer op in de kerkgemeenschap van haar vader. In de hitlijsten was voorlopig van die problemen niets te merken, want de elpee “Aretha’s gold” steeg probleemloos tot op de achttiende plaats in  Billboard’s Album Top 100.

Begin 1970 lijkt ze over die periodieke inzinking heen te komen en trekt opnieuw de “Muscle Shoals Studio’s” in met de single  You’re all I need to het by als resultaat. De onderscheiding ‘beste rhythm- and-blueszangeres van 1970’ was voor haar een welgekomen hart onder de riem. In 1972 werd ze met een Grammy onderscheiden voor de elpee “Young, gifted and black”CBS pikte ook nog een graantje mee van haar succes door het uitbrengen in 1972 van de elpee “All time greatest hits”, een elpee die een behoorlijke concurrent vond in de Atlantic-verzamelaar “Aretha’s greatest hits”. Toch zou er sleet komen op de formule. Aretha geraakte elk creatief spoor volledig bijster. De langspelers “Sparkle” (1976), “Sweet passion” (1977) en “Almighty fire” (1978) waren gewoon leuke opnamen. We kijken dan ook niet vreemd op als we haar in februari 1979 aantreffen op de affiche van “Harrah’s Restaurant” in Lake Tahoe, Nevada. In juni van het jaar daarop is ze te  horen en te zien in de film ”The Blues Brothers” en beëindigt ze haar vijftien jaar lange samenwerking met Atlantic Records en schakelt over naar Arista en haar producer Clive Davis. Haar Arista-debuut vertaalt zich kort en bondig in de elpee “Aretha” in de maand november 1980 en een jaar later staat ze er weer helemaal met de langspeler “Love all the hurt away”, met daarop het schitterende gelijknamige duet met George Benson. In februari 1982 wint Aretha na zeven jaar nog eens een Grammy en wel voor de uitvoering van Hold on, I’m coming. De derde elpee voor Arista ”Jump to it” wordt deze keer geproduceerd door de bekende Luther Vandross. Aretha Franklin rent ook van het ene optreden naar het andere. Zo staat ze op 25 november 1982 samen met The Clash en The Grateful Dead in Montego Bay op het Jamaica World Music Festival. Het is weerom al goud wat blinkt voor Aretha Franklin, zelfs platina in de maand juli 1985 voor de elpee “Who’s zoomin’ who” in een productie van Narada Michael Walden. Trieste noot daarbij is dat haar vader wordt gewond tijdens een betoging voor de zwarte burgerrechten. Hij geraakt in een diepe coma en overlijdt 27 juli 1987. Ook de singles Freeway of love en Sisters are doing it for themselves, samen met The Eurythmics,  worden echte mastodonten. Tegen 1986 is Aretha Franklin 24 gouden platen en 14 Grammy’s rijk.

Juli 1986 gaat haar eerste tv-special “Aretha!” in de ether. Tot dan toe had ze zo’n aanbod altijd afgewezen, maar toen producer Bonnie Bones het haar vroeg, zei ze prompt ja. Het jaar daarop wordt haar duet met George Michael I knew you were waiting for me een degelijke hit en zal ze vanaf de zomer 1987 regelmatig optreden in de New Bethel Baptist Church, samen met The Franklin Sisters en Mavis Staples. In diezelfde periode brengt ze eindelijk nog eens een gospelplaat uit, gelijk maar een dubbele elpee “One Lord, one faith, one baptism”, haar eerste gospelcollectie in vijftien jaar en dat ter nagedachtenis van haar overleden vader. Maart 1988 graait ze ook nog haar dertiende en veertiende Grammy Award mee en begint ze aan de opnamen van een één uur durende documentaire “Aretha Franklin: the queen of soul”, daarin bijgestaan door o.a. Ray Charles, Eric Clapton, Whitney Houston en Smokey Robinson. De derde januari kreeg Aretha als eerste vrouw een plaats in de “Rock ‘n Roll Hall of Fame”. Twaalf jaar later werd ze beroond met de hoogste Amerikaanse kunstonderscheiding ‘The National Medal of Arts”.

Op 20 januari 2009 zong ze het lied My country, ‘t is of thee  tijdens de inauguratie van Barack Obama als 44ste president van de USA. De negende december 2010 belandde ze in het ziekenhuis waar alvleesklierkanker werd vastgesteld, maar ze geneest.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet