Bobby Prins

Geplaatst in Artiesten

Niet alle Vlaamse artiesten hebben het decennia lang volgehouden. Sommigen kozen er zelfs voor op een bepaald moment een punt achter hun zangloopbaan te zetten, denken we maar aan Marva en Ronny Temmer. Anderen timmerden in alle stilte voort aan hun carrière, ook al bleven de grote hits uit. Dankzij een schare trouwe fans bleven ze al die tijd optreden en in de schaduw van de Vlaamse Top Tien singletjes en albums opnemen. Zo iemand is Bobby Prins. Weekend na weekend staat hij wel ergens op een Vlaams podium te zingen of in een of andere studio liedjes in te blikken. De term “vergane glorie” is aan hem zeker niet besteed!

Bobby werd als Jozef Troonbeeckx de negentiende juli 1947 in Itegem in een gezin van drie kinderen geboren. Pa was vloerder die na een dag van hard labeur als ontspanning graag ‘s avonds thuis accordeon speelde. Hij stond erop dat zijn drie zonen muziek zouden studeren, maar alleen Bobby bleek muzikaal te zijn. Op het einde van zijn lagere school in Heist-op-den-Berg gaat Bobby noten leren en probeert het bespelen van de accordeon zo goed mogelijk in de vingers te krijgen. Hij is zo bezeten door muziek en dat instrument dat hij niet meer wil voortstuderen. Op zijn dertiende heeft Bobby al een eerste prijs accordeon op zak.

Hij had intussen ook de gitaar ter hand genomen én ontdekt dat hij een aardig mondje kon zingen. Dankzij dat talent komt hij bij het orkest The Hit Boys terecht en iets later bij het in die tijd bekende begeleidingsorkest van Marcel Sterckx. Marcel was ooit in het Mechels café van zijn ouders als accordeonist begonnen. Hij ging op zijn zestiende aan het Koninklijk Conservatorium in Antwerpen muziek studeren. Op zijn twintigste begint hij met een eigen orkest en begeleidt niet alleen Vlaamse sterren zoals Will Tura, Rina Pia, Louis Neefs en Rita Deneve, maar ook buitenlandse artiesten waaronder Udo Jürgens, Freddy Breck, Hervé Vilard en Rudi Schuricke. Negenendertig jaar lang zal Marcel leerkracht notenleer blijven aan het conservatorium van Mechelen en leraar muziek aan het Scheppersinstituut. Hij geeft in die periode les aan onder meer Paul Michiels, Jan Leyers, Eric Melaerts en Robert Groslot. Bij The Hit Boys doet Bobby Prins aardig wat ervaring op.

In 1965, Bobby is dan achttien, neemt hij zijn eerste plaatje op Een gitaar en een zomernacht. Méér dan wat plaatselijk succes zit er op dat moment niet in. Maar Bobby wil méér. Hij wil met een eigen orkest optreden en richt in 1972 “The Sound Express” op. Hij trekt zijn stoute schoenen aan en gaat aankloppen bij Telstar, de platenfirma van Johnny Hoes. Zij kiezen voor het liedje Sancta Maria met op de B-kant Twee bloedrode rozen. Hierbij moeten we toch wat rechtzetten, want op de hoes staan als de auteurs Johnny Hoes en Jean Kraft vermeld als zouden zij de originele schrijvers van Sancta Maria zijn, maar dat klopt niet.  In 1962 bracht Petula Clark immers op het Vogue label de single Romeo uit begeleid door het orkest van Peter Knight. Op de B-kant staat het liedje Pardon pour notre amour dat de Franse versie blijkt te zijn van Sancta Maria en geschreven werd door Alfredo Corleto en Palmeiro onder de originele Portugese titel Perdao para dois en als eerste op plaat gezet door Cauby Peixote. Datzelfde jaar brengen Florence Passy en Dario Moreno het eveneens op single uit. Een verdere zoektocht leert ons dat een jaar eerder het liedje al op een Frans eepeetje van Luis Mariano was aanbeland. Dus pretenderen dat het origineel door Bobby Prins werd ingezongen, is niet waar. Wat wél klopt is dat Bobby met zijn versie de 27ste januari 1973 op de drieëntwintigste plaats van de Top Dertig staat. Hij zal zes jaar moeten wachten om er nog eens in op te duiken.

Dankzij die hit wordt Bobby samen met zijn orkest een veel gevraagd artiest. Met Hoes heeft hij een deal gesloten elk jaar twee singles en een elpee uit te brengen. Het lukt Bobby echter niet te beseffen dat het succes aan zijn kant staat. Jaren later dringt dat pas goed tot hem door. In een productie van Johnny Hoes en arrangeur Jean Kraft brengt Bobby in de loop van de jaren zeventig een rist singletjes op de markt zoals: Bella signorita, De kleine prins, Bianca en in 1977  Toe meisje neem de telefoon. Op zekere dag ontmoet Bobby een vroegere vriend van hem, Luc Derdin, die na een lang gesprek Bobby weet te overtuigen over te stappen naar een andere platenfirma, Monopole van Jean Lambrechts die, ook al zit Bobby op dat moment nog onder contract bij Johnny Hoes, met hem het nummer Te Jong van Noël Lambré inblikt. Johnny kan zijn eigen oren niet geloven wanneer hij weken later hoort dat zijn singletje de 29ste december 1979 op één staat in de Vlaamse Top Tien. Dat was hem zelfs met Sancta Maria niet gelukt. Voor de arrangementen van zijn hits kan Bobby rekenen op het talent van Chris Peeters en de productie van Luc Derdin. Nog tijdens het succes met zijn Vlaamse liedjes krijgt Monopole in de gaten dat alleen maar in het Nederlands zingen niet zaligmakend is.

De vrije zenders duiken links en rechts op, ontdekken een pak golden oldies en programmeren maar wat graag Engelstalige plaatjes. Inpikkend op die vraag besluiten ze met Bobby ook eens een nummer in het Engels uit te brengen en dat wordt in 1979 I fought the law waarmee de Amerikaanse zanger Bobby Fuller in 1966 al een hit had gescoord. Het is nog niet meteen je dat qua resultaat, maar met de opvolger Pretend, een cover van de Carl Mannhit, is het wél bingo. De tweeëntwintigste maart 1980 staat Bobby op 17 in de Top Dertig en scoort daarmee in die lijst zijn grootste hit ooit. Een pak van die Engelstalige hits vind je terug op de cd “The Bobby Prins Rockers of the Sixties”. Gesterkt door de overtuiging dat dit de weg is die Bobby moet blijven bewandelen, afwisselend Nederlands- en Engelstalige liedjes uitbrengen, beslissen ze het nummer Toe kom in mijn armen te releasen. De derde mei 1980 verneemt Bobby van zijn platenfirma dat hij opnieuw op één staat in de Vlaamse Top Tien. Ook de volgende single Alleen is maar alleen wordt een dikke hit. Ook in de Top Dertig zijn die twee nummers terug te vinden.

In 1981 kan Bobby met trots terugblikken op de voorbije maanden. Het succes kan niet meer stuk, zo lijkt het tenminste. Maar de realiteit is anders. Er ontstaat onenigheid binnen zijn begeleidingsgroep. Bobby beslist met pijn in zijn hart “The Sound Express” na twaalf jaar op te doeken. En daar blijft het niet bij. Bobby lag nog altijd onder contract bij Johnny Hoes. Die had al die tijd met lede ogen staan toekijken hoe Bobby onder de vleugels van Monopole de ene hit na de andere in Vlaanderen scoorde. Hoes laat het daar niet bij zitten, trekt naar de rechter en Bobby wordt in het ongelijk gesteld. Dat kost hem uiteindelijk zoveel geld dat hij in 1985 failliet wordt verklaard. Nochtans blijft hij intussen platen opnemen. Hits worden onder meer Mona Lisa, Lover Please, Mockin’ Bird Hill en Mandolins in the Moonlight en dat om de fans van zijn Engelstalige liedjes te plezieren. In de Vlaamse Top Tien vinden we hem terug met hits zoals Marinaio, Ik zal die avond nooit vergeten, Zomerzon en Maria Magdalena.

Bobby kan de druk niet meer aan, zeker niet de beslommeringen die het opdoeken van zijn orkest en het proces met Johnny Hoes met zich hebben meegebracht. Hij wordt depressief en geraakt verslaafd aan de peppillen. Bobby kan het niet meer aan live op te treden. Zijn gouden jaren blijken voorbij te zijn. Hij neemt wel nog plaatjes op zoals het door hemzelf geschreven Ik zit in een cafeetje. Hij scoort in 1985 zelfs nog twee behoorlijke hits in de Vlaamse Top Tien met achtereenvolgens Bel me op als je eenzaam bent en Als kleine kinderen. Twee jaar later vindt hij de moed om opnieuw te gaan optreden. De fans hebben hem gelukkig niet in de steek gelaten. Bobby ziet het weer helemaal zitten, maar is toch teleurgesteld als hij merkt dat hij ondanks de komst van VTM en “Tien om te Zien” geen comeback kan forceren. Ook de hitlijsten blijven buiten bereik. In 1996 krijgt hij tijdens een partijtje joggen een hartaanval en moet revalideren. Optreden zit er dan niet meer in. Maar Bobby herpakt zich. Een jaar later is er het album Terug van weggeweest!!!. Hij heeft in de Nederlandse platenfirma Vincent Producties een nieuwe bondgenoot gevonden. Op dit album covert Bobby golden oldies zoals Ask me en I’m yours van Elvis Presley, Eighteen Yellow Roses van Bobby Darin en Hurt van Timi Yuro. Er is ook de opvallende cover Ik bewonder jou van Johnny Lamers waarmee hij vooral bij de Nederlandse zenders scoort. Het ijzer smedend terwijl het heet is brengen ze de verzamelaar “Bobby Prins door de jaren heen…” uit, 32 van zijn grootste hits op een dubbelaar. In 2000 neemt hij voor platenfirma Paprika Records het album “Niets ter wereld kan ons schelen” op met niet onaardige versies van Bimba Bella, Pledging My Love, De winter was lang en A woman in love. Met producer Manfred Jongenelis blikt hij een jaar later eveneens de cd “Memories” in met daarop zestien stroken lang covers van onder meer Memories are made of this, Een huisje in Montmartre, I’ll never fall in love again en In the Misty Moonlight. De producties klinken dan wel niet meer zo afgeborsteld als bij Johnny Hoes, toch geniet Bobby met volle teugen van zijn herwonnen succes. In 2008 is Bobby, die zo te zien zijn hart aan de Nederlanders verpand heeft, toe aan het album “Een hartje van goud”. Ook nu weer een mix van Engels- en Nederlandstalige liedjes. De twintigste oktober 2005 schetst VTM in het programma “2 X anders” een portret van Bobby Prins.

Met het nummer Oh Gerda brengt Bobby in 2010 hulde aan zijn kersverse Nederlandse bruid Gerda Clé (hij trouwde met haar de 28ste augustus 2010 op de dag van haar verjaardag). Dat is  terug te vinden op zijn cd “Liefde en Romantiek”. Gerda en Bobby leerden elkaar tien jaar eerder kennen tijdens een optreden. De fans krijgen het nummer voor de eerste maal te horen tijdens zijn fanbal dat hij de 30ste oktober in de grote sporthal “De Zoerla” in Zoerle-Parwijs organiseert. Bobby treedt daar op met zijn eigen orkest. De 2de augustus 2012 wordt Bobby 65 en hij viert dat in zaal “De Rozenberg” in Oud-Heverlee samen met het showorkest Muzikantenstad van Eddy De Vos, de Popkoning, De Melando’s, Luc Van Meeuwen en Salim Seghers. Eind 2012 verschijnt bij Jesa Productions “Een album vol dromen” in een productie van Laurens van Wessel, die onder meer Frans Bauer produceert, en Jeannot Heeren. In amper drie weken tijd worden er méér dan drieduizend exemplaren van verkocht. Voorafgaand aan dat album scoort Bobby bij onze noorderburen nog een hit met de single Zo helder blauw. In 2013 pakt hij uit met de gloednieuwe show “Bobby Prins, een halve eeuw op de planken”. Aangespoord door zijn fans brengt Bobby in 2013 op het VNC Label (Vincent Producties) het album “Ik heb je zo nodig” uit, geproduceerd door Johan Hense met daarop liedjes zoals Als een meisje moeder wordt, Jouw mooie blauwe ogen, Ik heb je zo nodig en Wil je met me dansen.

Woensdag 2 april 2014 ontvangt Bobby Prins in het “CC Gasthuiskapel” in Aarschot de “Golden Lifetime Award”, de oscar van het Nederlandstalig lied, uitgereikt door de gemeente Aarschot, naar aanleiding van zijn vijftigjarige carrière. Extra leuk voor Bobby is dat dit gebeurt tijdens de tiende editie van dit evenement. De voorbije jaren ontvingen onder meer Eddy Wally, Jo Vally, Will Tura, Dana Winner en Rob De Nijs deze prijs. Om deze gebeurtenis extra in de verf te zetten, geeft Bobby op vrijdag 23 mei 2014 tijdens het “Retrofestival” in een spiegeltent in Bonewijk, Aarschot een uniek liveconcert.

 

tekst en research: Marc Brillouet

© 2014 Daisy Lane & Marc Brillouet