Burt Bacharach en Hal David

Geplaatst in Artiesten

Populaire muziek is nooit het exclusieve terrein van de jeugd geweest. Vóór, tijdens en na de rock-’n-roll genoten pa en ma van Tony Bennett, Frank Sinatra, Perry Como en Eddie Fisher, de lievelingen van honkvaste huismoeders en onverbeterlijke romantici. Rock-’n-roll was synoniem van tienermuziek en de oudere generatie moest het stellen met de elpees van Frank Sinatra of Broadway-musicals. Maar de fiftiesrevolutie bleef niet duren. Eind jaren vijftig, begin jaren zestig waren de ruwe kanten van de rock gladgepolijst en lagen de tieneridolen beter in de brede markt dan ze ooit gedroomd hadden: Bobby Vinton zong de sterren van de romantische hemel, net als Frankie Avalon, Brenda Lee, Connie Francis, Bobby Rydell en Ricky Nelson. Nadien kwamen The Beatles en de eer van de tienermuziek was gered. Toch vertelden de hitlijsten in het begin van de golden sixties een heel ander verhaal. Moon River van Henry Mancini was erg gegeerd, alsook Herb Alperts Lonely Bull. Terwijl een deel van Amerika’s muziekbusiness zich wapende om de aanval van de Britse beatgroepen zonder al te veel deuken op te vangen, had een ander deel ontdekt dat de naoorlogse generatie zat te hunkeren naar zoetgevooisde klanken. Vrij snel was Uncle Sam een commercieel genre rijker: easy listening.

De grootmeester van dit genre werd Burt Bacharach, een componist die gerust naast Cole Porter of Richard Rodgers mag staan, tevens een briljant arrangeur en producer uit Californië, die zijn sporen al verdiend had met het schrijven van hitnummers in de bekende Tin Pan Alley-stijl.

Burt Bacharach werd de twaalfde mei 1928 geboren in Kansas City, Missouri. Ook al was zijn vader een drukbezet journalist, van het geschreven woord moest Burt Bacharach niet veel hebben. Hem boeide de muziek. Dat lag hem ook beter, vandaar dat hij steeds op zoek was naar goede tekstschrijvers, o.a. Mack Davis, Bob Hilliard, Jack Wolf en de bekende Hal David. Het grootste deel van zijn jeugd bracht Burt in New York door waar hij al zijn vrije tijd in zijn muziekstudie stak, maar toen hij twaalf was, gaf hij er de brui aan en speelde liever voetbal met zijn schoolkameraden. Hij had echter buiten zijn vader gerekend, want die dwong hem met strenge hand zijn piano-oefeningen tot de laatste noot uit te spelen. Tijdens zijn middelbare studies was Burt niet weg te slaan uit Manhattan waar hij de bebopjazz op de voet volgde via talloze optredens van Dizzy Gillespie en Charlie Parker, twee musici die hem behoorlijk hebben beïnvloed. Na de middelbare school liet Bacharach zich achtereenvolgens inschrijven aan The Mc Gill University in Montreal, Canada, The New School for Social Research in New York en The Mannes School of Music in New York. Hij kreeg les van o.m. Bohuslav Martinu en Darius Milhaud. Na zijn legerdienst begon Bacharach zich vanaf 1952 voltijds met muziek bezig te houden. Hij arrangeerde voor diverse platenmaatschappijen. Zo werkte hij onder meer samen met Vic Damone, Steve Lawrence en The Ames Brothers. Hij toerde ook drie jaar lang als pianist rond samen met Marlene Dietrich, vooral dan in het nachtclubcircuit.

Al vrij vroeg was Burt Bacharach begonnen met het schrijven van eigen songs en in 1955 wordt hij officieel lid van ASCAP (de Amerikaanse auteursorganisatie). Iets later ontmoet hij Hal David met wie hij de ene hit na de andere zal schrijven. Ze zouden dezelfde gouden combinatie worden als Leiber en Stoller en Doc Pomus en Mort Shuman. In 1957 scoorde hij zijn eerste grote hit toen Perry Como zijn Magic moments opnam. Ook Gene Pitney deed het niet slecht met de songs van Burt Bacharach, want zowel The man who shot Liberty Valance als Only love can break a heart werden met goud bekroond. En onthou ook Bobby Vintons Blue on blue en Wives and lovers van Jack Jones, om er  een paar te noemen.

Bacharach volgde met argusogen de carrière van Leonard Bernstein die zowel de ernstige muziek kon bezigen als de jazz en de pop. In die beginperiode was Bacharach een soort George Gershwin in wording. In 1962 wordt hij arrangeur bij de New Yorkse Scepter/Wand-platenmaatschappij, een gespecialiseerde firma in up-to-date rhythm-and-blues met artiesten als Chuck Jackson, die Bacharachs Any day now op plaat zette. Na opnamen met The Shirelles werd gospelzangeres Dionne Warwick het vocale paradepaardje van Burt Bacharach en Hal David. Haar eerste opname was Anyone who had a heart, een gouden hit in 1963. Dionne was het meest geschikte vocale verlengstuk van Bacharachs composities. Ze zong precies zoals hij het wilde horen klinken. Als zij zong, kon hij het best zijn eigen persoonlijkheid uiten, de andere vertolkers moest hij meer naar de mond schrijven. Warwick zong jazztechnisch perfect. Ze interpreteerde niet de tekst, maar wel de melodie en dat gaf haar zangstijl een haast koel, emotieloos cachet. Dionne Warwick was voor het talent van Burt Bacharach, wat Ella Fitzgerald in de jaren veertig had betekend voor componist Harold Arlen. Belangrijk bij Dionne Warwick was dat ze de eerste zwarte zangeres in de sixties was die een kleurloos volwassen publiek aansprak. Ze zou geleidelijk aan de vocale brug vormen van de zwarte soul van The Supremes naar het gesofistikeerde, zachte Philly-geluid van de jaren zeventig (het soulgeluid uit Philadelphia opgebouwd rond het schrijverstalent van Gamble en Huff).

Burts grootste verdienste lag in zijn vernieuwende aanpak. Hij schreef arrangementen die moeilijk los te koppelen waren van het lied zelf. Je kan geen enkele Bacharach-song coveren zonder ook de originele arrangementen te benutten. Bij dit alles mogen we zeker niet het belang van Hal Davids teksten vergeten te onderstrepen. Kwalitatief bereikten die steeds een hoge verbale standaard, nog echt in die degelijke Broadway/Hollywood-traditie, op z’n Rodgers en Hart en George en Ira Gershwin. Een prachtvoorbeeld van Hal Davids vakmanschap is bijvoorbeeld de tekst in Do you know the way to San Jose?:  weeks turn into years, how quick they pass, and all the stars that never were are parking cars and pumping gas.

Hoe je het ook draait of keert, Bacharach en David gaven de Amerikaanse middenklassers hún muziek. Zij bevoorraadden speciaal die muziekliefhebbers die de platenfirma’s na de hoogtijdagen van de rock-’n-roll in de kou hadden laten staan. Wat The Beatles voor de pop hebben betekend, waren Bacharach en David voor de easy listening.

In 1964 kreeg Burt internationaal de erkenning die hij verdiende door de soundtrack voor de film “What’s new Pussycat” te leveren met in de hoofdrol  Angie Dickinson, de vriendin van regisseur Charlie Feldman. Enkele maanden later werd Angie mevrouw Bacharach. De titelsong zou ook de definitieve springplank worden voor Tom Jones die er een gouden single voor kreeg. Bacharach zelf verdiende op die manier zijn eerste Academy Awardnominatie. Hij werd pas echt bekroond met een Oscar in 1969 voor het nummer Raindrops keep fallin’ on my head uit de film “Butch Cassidy and the Sundance Kid”. Voordien had Bacharach al een paar keer in de bioscoop mogen glunderen onder meer voor zijn onderscheiden filmmelodie Alfie (1967) en The look of love (1968). Intussen lag de Dionne Warwickmachine niet stil: Walk on by, What the World needs now, I say a little prayer, There’s always something there to remind me enz.

Na zijn diverse Oscarnominaties regende het filmaanbiedingen voor Burt Bacharach, maar hij wimpelde ze allemaal af omdat hij absoluut werk wilde maken van zijn eerste Broadwaymusical” Promises, promises” naar het toneelstuk” The Apartment” van Neil Simon. De première had plaats op drieëntwintig november 1968 om in 1971 nog steeds als een van de populaire producties op de Broadway-affiche te pronken. Eén hitsong daaruit blijft na al die jaren nog steeds overeind I’ll never fall in love again. Het commercieel  succes van de musical weerspiegelde zich niet in een fortuinlijke perskritiek. Critici boorden Bacharachs creatie de grond in en lieten hem en Hal David met een behoorlijke kater achter. Ook de tweede musical “Lost Horizon” bleef beperkt tot een wulpse poging die zoveel spanning tussen Burt en Hal teweegbracht dat ze in 1973 noodgedwongen uit elkaar gingen. Eén ding was hiermee alvast bewezen: Burt Bacharach hoorde niet thuis op Broadway, maar wel in de platenstudio. Op elpeegebied ging het Bacharach intussen wél voor de wind met uitschieters als “Reach out” (1968) en “Close to you” (1971). Toch moest Burt in 1971 door een dal. Niet alleen Hal David stapte op, maar ook zijn echtgenote Angie Dickinson en Dionne Warwick die eens een andere muzikale invalshoek wilde proberen. De elpeemisser “Living together” uit 1973 was de druppel die de emmer deed overlopen. Geen enkele van zijn nieuwe songs zouden in de komende jaren een hit worden ook al verschenen er nog elpees als “Futures” (1977) en “Woman” (1979).

Begin tachtig verscheen aan Burt Bacharach de reddende engel in de persoon van Carole Bayer Sager met wie hij in 1982 huwde. Voor Christopher Cross hadden ze het jaar voordien samen de nummer 1 Arthur’s theme geschreven. Nadien volgden nog kanjers als Making love voor Roberta Flack en Heartlight voor Neil Diamond. In 1982 was er That’s what friends are for gezongen door Rod Stewart voor de film “Nightshift”, een nummer dat ze vier jaar later doorspeelden aan Dionne Warwick die het op single uitbracht samen met Stevie Wonder, Elton John en Gladys Knight. Een klassieker werd intussen ook het nummer On my own, onvergetelijk gezongen door Patti LaBelle samen met Michael McDonald. Voortdurend waren zijn oudere nummers in opgepoetste versies te horen: A house is not a home opnieuw opgenomen door Luther Vandross, Any day now in de countryversie van Ronnie Milsap en There’s always something there to remind me door Naked Eyes.

Memorabel genoeg om te onthouden is het album”Painted from memory” dat Bacharach samen met Elvis Costello in 1996 afleverde. Bij onze noorderburen was het Trijntje Oosterhuis die zich tien jaar later in de kijker zong samen met het Metropool-orkest toen ze de cd “The look of love” uitbracht, boordevol Bacharach-songs, wat ze nadien nog eens herhaalde met een tweede volume. Het jaar voordien had Burt zijn soloalbum “At this time” voorgesteld met daarop songs waarin hij een paar politieke thema’s durfde aan te halen. Bij dit alles kreeg hij de steun van onder meer Dr. Dre, Elvis Costello en Rufus Wainwright. De zevende januari 2007 geraakte bekend dat zijn dochter Niki die hij aan zijn huwelijk met Angie Dickinson had overgehouden, zelfmoord had gepleegd. Ze leed aan het syndroom van Asperger, een latente vorm van autisme. De vierentwintigste oktober 2008 concerteerde Burt Bacharach samen met The BBC Concert Orchestra tijdens “The BBC Electric Proms” in “The Roundhouse” in Londen. Het concert was een terugblik op zijn meer dan zestigjarige carrière als songwriter. Tijdens de negenenvijftigste editie van het befaamde “San Remo Songfestival” zagen we aan het begin van 2009 Burt aan de piano zitten terwijl hij Karima Ammar begeleidde in het door hemzelf  geschreven Come in ogni ora. De negenentwintigste maart 2011 lag het album “When Ronan met Burt” in de etalage met daarop bewerkingen van bekende Bacharach songs gezongen door de Ierse vedette Ronan Keating, frontman van de popgroep Boyzone.

Hal David overleed op 91-jarige leeftijd, de eerste september 2012.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet