Charlie Chaplin: de componist!

Geplaatst in Artiesten

Neen, ik heb ze niet gelezen: de dertig boeken die over James Dean werden geschreven, noch de zesenvijftig die gewijd zijn aan Marylin Monroe en zeker niet de drieëntachtig die aan het leven en het werk van Charlie Chaplin werden besteed. Ik heb sowieso nooit een boek over hem gelezen. Chaplin ken ik immers van de vele films die hij heeft opgenomen, ken ik van de film Chaplin die Richard Attenborough in 1992 over hem draaide met in de hoofdrol Robert Downey Jr., gebaseerd op het boek Chaplin his life and art van David Robinson. Toch vreemd dat je na al die jaren en die vele films moet vaststellen dat de belangstelling rond zijn oeuvre sterk is afgenomen. Door de bank houden de mensen tegenwoordig meer van Laurel en Hardy, de Dikke en de Dunne, dan van de meeste slapstickfilms van Charlie Chaplin. Onder filmliefhebbers zitten er maar weinige die dwepen met de klassiekers die Chaplin achterliet.

Charlie werd de 16de april 1889 in een haast vergeten achterbuurt in het Zuid-Londense East Lane geboren als tweede zoon van de zingende actrice Hannah Hill en de steeds zuipende bariton Charles Chaplin. Je mag zijn jeugdjaren één doffe ellende noemen al hield hij aan die muzikale ouders een feilloos gevoel voor knappe melodieën over. Op zijn tiende maakt Charlie zijn debuut in het Hippodrome Theatre in Londen. Bij Fred Karno leert hij het vak van allround comediant. Dat allround zijn zou hij later in zijn vele films letterlijk etaleren. Hij werkte het script uit, regiseerde, acteerde, produceerde én schreef zelfs de muziek die bij deze of gene film hoorde. Zelfs nu nog kijken mensen vreemd op wanneer je hun vertelt dat Charlie Chaplin een uitstekend componist was die ons een rist bekende melodieën heeft nagelaten. Dat is niet alleen te horen in films als Modern times en The Great Dictator, maar ook in prenten als Monsieur Verdoux, The Goldrush, A King in New York en A Countess from Honk Kong.

Chaplin zette altijd graag de puntjes op de i, zo graag zelfs dat hij soms tijdens de opnamen van de soundtrack zelf de dirigeerstok in de hand nam. Het vreemde is dat Chaplin helemaal niet muzikaal geschoold was. Hij had wel een ongelooflijk gevoel voor ritme, een uitstekende muzikale feeling, verpakt in een ongelooflijke liefde voor muziek. Hij dacht met pretoogjes vaak terug aan zijn kindertijd toen hij in Kennington Cross een duet hoorde tussen een clarinet en een harmonica The Honeysuckle and The Bee, een betoverende melodie die hij voor de rest van zijn leven nooit meer zou vergeten. Toen Chaplin later films ging inblikken, deed hij niets liever dan in zijn vrije tijd op de viool krassen op zoek naar nieuwe melodieën. Voor zijn allereerste lief schreef hij There’s always someone you can’t forget nadat hij al eerder Oh that Cello en The Peace Patrol bij mekaar had gepend. In de film Monsieur Verdoux uit 1947 maken we kennis met nummers als Tango Bitterness, A Paris Boulevard en Rumba.

Johann Strauss Jr. schreef het merendeel van zijn walsen, niet op een piano, maar op een harmonium die in zijn living stond. We hoeven dan ook niet verwonderd op te kijken dan toen Chaplin zijn eerste miljoenen dollars had binnengerijfd hij een pijporgel liet installeren in zijn huis in Beverly Hills. Als geen ander had hij door dat hij zijn films, toen nog stomme films, van degelijke muziek moest voorzien om de sfeer nog beter te accentueren. Hij zag er nauwlettend op toe dat in welke bioscoop ook ter wereld de juiste partituren voor handen waren, al moest hij ze gratis afleveren. Eén van Chaplin’s meesterwerken is en blijft City Lights, in 1931 gelanceerd als stomme film ook al waren geluidsfilms toen al het neusje van de zalm. Chaplin hield nog even vast aan de oude school, maar stond erop dat hij de twintig liedjes die er bijhoorden, zelf schreef met de hulp van de arrangeurs Arthur Johnston en Alfred Newman. In deze film gaat Chaplin wel even leentjebuur spelen, want hij wou koste wat het kost dat de melodie La Violetera in de soundtrack opdook, geschreven door de Spaanse componist José Padilla Sanchez en die Chaplin koesterde in de gezongen versie van Raquel Meller. Zeg dus nooit meer dat Chaplin La Violetera zelf schreef.

Chaplin was er tuk op wanneer hij zijn melodieën door een groot orkest hoorde uitvoeren. Dan was hij de koning te rijk. Dan dacht hij terug aan de tijd dat hij als kind avond aan avond optrad samen mey The Eight Lancashire Lads, een dansgroep die het klompen-en het tapdansen tot kunst hadden verheven. Hij kon daarnaast niet alleen op de piano tokkelen in die tijd, maar had zich ook de cello en de viool eigen gemaakt, zij het op amateuristisch niveau. Toegegeven, hij kreeg les van de dirigent van het orkest en stal veel met zijn ogen. Dirigent worden leek hem dan ook wel wat. Vandaar dat hij jaren later zich niet kon bedwingen om in de opnamestudio zijn eigen composities te dirigeren.

Het feit dat rond 1930 de geluidsfilm zijn intrede deed, motiveerde Chaplin in het almaar meer aandacht besteden aan de soundtrack. Geen wonder dat toen de opnametechniek was geperfectioneerd Chaplin zijn vroegere films van muziek ging voorzien. Zo voegde hij in 1942 aan The Gold Rush die hij oorspronkelijk in 1925 had gedraaid een rist opmerkelijke melodieën toevoegde die hij al veel eerder had geschreven: Will you dear in Bombay en Sing a Song. Chaplin, die geen noot op een notenbalk kon schrijven, neuriede wat hij wou horen voor aan een paar medewerker die het dan zo goed en zo kwaad als het ging op papier neerschreven, er rekening mee houdend dat het voor Chaplin nooit goed genoeg was en dat er voortdurend verbeteringen moesten worden aangebracht. Hij hield niet van overdaad in de arrangementen en dat was voortdurend ook de grootste struikelblok. In zijn autobiografie schreef Chaplin: ” Musical arrangers wanted the music to be funny. But I would explain that I wanted no competition. I wanted the music to express sentiment.”

Intussen had Chaplin vriendschap weten te sluiten met een rist bekende componisten met wie hij graag op de foto stond: Rachmaninov, Horowitz, Schoenberg, Yascha Heifetz. Stravinsky wou op een bepaald moment zelfs een film maken met Chaplin, maar diens idee daaromtrent zinde Stravinsky niet en het hele verhaal ging uiteindelijk niet door. Schoenberg wilde enkele composities schrijven waarrond Chaplin dan een verhaal mocht verzinnen, maar ook dit sprookje zou nooit verteld worden.

Om door het bos de bomen nog enigszins te blijven zien, maak ik een selectie uit het rijkelijke aanbod Chaplin melodieën en blijf even stilstaan bij zijn  populairste hits. Het meest bekend is en blijft Smile gebaseerd op een intrumentaal thema uit de in 1936 gedraaide film Modern Times waarin Chaplin de rol speelt van een arme zwerver die ondanks de Grote Depressie toch nog een wat menswaardig bestaan probeert op poten te zetten. In 1954 zouden John Turner en Geoffrey Pearsons dit thema op tekst zetten en het gezegde van ‘na regen komt zonneschijn’ nog eens benadrukken. Smile though you’re heart is aching kan je moelijk anders interpreteren. Datzelfde jaar zette Sunny Gale het op plaat, maar moest het onderspit delven in de hitlijsten, want ook Nat King Cole had er zijn stem aan geleend en die versie zou zo goed als onsterfelijk worden. In Engeland zou het op plaat worden gezet door Petula Clark. Onthou die naam, want zij en Chaplin zouden later elkaar nog eens zijdelings ontmoeten in de opnamestudio. 41 jaar later was het de beurt aan Michael Jackson, een doorgewinterde Chaplin fan, om Smile toe te voegen aan zijn album HIStory: past, present and future, book one. Het was de bedoeling om Smile op single uit te brengen, maar die exemplaren werden snel ingetrokken en zijn nu stuk voor stuk collector’s items geworden. Jackson zou het nummer trouwens ook nooit live zingen. Tijdens zijn HIStory World Tour zou hij het nummer wel vooraf laten horen als eresaluut aan Prinses Diana. Tijdens de memorial service gehouden de 7de juli 2009 in het Staples Center in Los Angeles naar aanleiding van het overlijden van Michael Jackson, was het zijn broer Jermaine die een live versie zong nadat Brook Shields tijdens haar voorafgaande speach  had verteld dat Smile één van Michael’s lievelingsmelodieën was. Voor verzamelaars is het trouwens een leuke bezigheid zoveel mogelijk versies van Smile op de kop te tikken. Je blijft wel een tijdje bezig, want van Tony Bennett en Michael Bublé, over Elvis Costello en Josh Groban tot en met Sun Ra en Stevie Wonder, hebben ooit een versie op plaat of cd gezet.

Al net zo graag gehoord is de Chaplin klassieker Eternally op tekst van Geoff Parsons en John Turner, deze keer voor de film Limelight die Chaplin in 1952 draaide. In deze film speelt Chaplin de rol van de komiek Calvero aan de zijde van Buster Keaton. Calvero wordt verliefd op een danseresje dat net als hij diepongelukkig is omdat ze geen succes scoort. Samen proberen ze er het beste van te maken en gelukkig te worden. Het liedje Eternally staat op de soundtrack vermeld als Terry’s Theme en zou pas nadien op tekst worden gezet. In Engeland werd het opgenomen door ondermeer Jimmy Young, Petula Clark, jawel zij weer, en Engelbert Humperdinck. In Amerika door sterren als Sarah Vaughan en Jerry Vale.

En dan is er natuurlijk die onsterfelijke hit This is my song. Chaplin had dat nummer speciaal geschreven voor de film A Countess from Honk Kong met de bedoeling het in de film te laten zingen door Al Jolson, niet wetend dat die brave ziel in 1950 al was overleden. Omdat niemand anders een kans maakte het nummer in te zingen, duikt het dan maar als instrumentale versie in de film op. Toevallig woonde in de buurt van Charlie Chaplin in Zwitserland Petula Clark samen met haar man en manager Claude Wolf. Tijdens een interview vertelde Petula me persoonlijk dat ze eerst dat liedje niet wilde zingen. Ze kon het zelfs niet aanhoren, maar haar man bleef aandringen en uit liefde voor hem zong ze het uiteindelijk dan toch in. Ook haar vaste arrangeur Tony Hatch zag niets in de song en weigerde de arrangementen te schrijven. Die klus werd dan maar doorgeschoven naar Ernie Freeman. De opname vond plaats in de Western Studio’s in Los Angeles onder het toeziend oog van producer Sonny Burke. Claude Wolf, de man dus van Petula, had de Engelse tekst aan Pierre Delanoë doorgespeeld en in Los Angeles werd ook die Franse versie ingeblikt als C’est ma chanson. Nu was het niet meteen de bedoeling van Clark dat nummer op single uit te brengen, maar wel als track op haar elpee Colour my world. Ondanks haar protest zette haar Engelse platenfirma Pye het toch op single met op de b-kant The Show is Over. De 18de februari 1967 staat This is my song op één in de Britse hitlijsten en werd in deze versie van La Clark een echte wereldhit met een nummer één notering in Ierland, Australië, Rhodesië, Zuid-Afrika, Nederland en België. In Amerika zat er een nummer drie in. In Frankrijk en Canada scoorde ze goud met de Franse versie! In onze babbel gaf Petula Clark wel toe dat ze in het begin niet geloofde in de commerciële kracht van This is my song, maar dat ze het wel een sterke melodie vond, al twijfel ik aan haar oprechtheid wat die uitspraak betreft.

Bekende versies zijn ook nog die van Harry Secombe, Ronnie Aldrich, The Ray Charles Singers, Ray Conniff, Percy Faith, Connie Francis, The Lettermen, Al Martino, Paul Mauriat, Frank Sinatra, Andy Williams enz… Charlie Chaplin zelf kon nog intens meegenieten van het succes van zijn buurvrouw en de vele andere vertolkers van zijn hit This is my Song en van de vele versies die er van zijn andere composities werden opgenomen. Hij overleed in 1977 in Vevey de 25ste december, op kerstdag dus, tijdens zijn slaap aan een hartstilstand. Raar maar waar, maar het jaar nadien werd op de 8ste maart zijn lijk gestolen. Er werd veel losgeld geëist, maar de dieven werden ingerekend en zijn lijk werd 11 weken later teruggevonden aan de oevers van het Meer van Genève. Na een tweede begrafenisceremonie zou hij zijn welverdiende rust krijgen.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet