Connie Francis

Geplaatst in Artiesten

Connie Francis mogen we zonder meer de absolute nummer 1-zangeres van de late jaren vijftig en de vroege jaren zestig noemen met een totaal van zestien Amerikaanse toptienhits. Van kindsbeen af bleek dat ze heel getalenteerd was. Haar tante Marie moedigde haar aan te zingen en één van haar leraressen, Ida Charles, was aangenaam verrast door Connies zangtalent.Nog geen elf jaar jong maakte ze als accordeoniste al deel uit van Marie Moser’s Starlets , een groep musicerende kinderen die optraden in o.a. Paul Whitemans televisieshow. Haar vader had maar één droom, dat ze ,als ze groot was, aan het hoofd zou staan van een eigen accordeonschool. In  1951 slaagde ze met glans tijdens  een auditie voor George Scheck’s Startime Kids,een nogal populaire zaterdagnamiddagtelevisieshow. Diezelfde George Scheck zou later  haar manager worden.

Maar laten wij beginnen bij het begin. 12 december 1938 werd Connie in Newark ,New Jersey geboren als Concetta Rosa Maria Franconero .Haar studies vlotten behoorlijk. Als leerling aan de Newark Arts High school nam ze deel aan de toen bekende Arthur Godfrey Talent Scout show. Het was Mister Godfrey die op de idee kwam dat Connie haar familienaam zou veranderen in Francis. Connie profileerde zich hier als een bekwame zangeres die vooral door haar vader op de voet werd gevolgd. Hij controleerde heel haar doen en laten en bemoeide zich nogal graag met haar repertoirekeuze. Toen Connie dertien werd had ze al een platencontract op zak. MGM bleek  wel wat in haar te zien ,maar qua songkeuze werd iedere keer op het verkeerde paard gewed. Na acht singles had ze nog geen enkele hit weten binnen te rijven . Geen wonder dat MGM haar aan de deur wilde zetten. Connie had de moed allang opgegeven en had zich al laten inschrijven aan de universiteit van New York . Gelukkig kwam voor haar negende en tevens laatste kans papa Franconero op de idee de song  Who’s sorry now op te nemen, een liedje in 1923 geschreven door Bert Kalmar, Harry Ruby en Ted Snyder. Het verhaal wil dat ze in amper een kwartier dit liedje inblikte. Het werd zowel in Amerika als in Engeland een nummer één en de start van een heel succesvolle zangcarrière. Connie had hierbij veel te danken aan Dick Clark,die haar een duwtje in de rug gaf in zijn populaire tv-show “American Bandstand”. Hij had haar niet voor niets aangekondigd als ‘ Here is a new girl singer that is heading straight for the number one spot’.

Connie zag er heel eigentijds uit: een lief uiterlijk ,nogal hups en hip uitgedost. Ze had altijd problemen met haar gewicht, ze vond altijd dat ze er te lijvig uitzag en ze deed niets anders dan uren voor de spiegel staan omdat ze continu twijfelde over haar uiterlijk. Haar vader en haar moeder hielden eerder van een klassieke outfit en begrepen niet zo goed dat haar dochter op televisie vlotter wilde overkomen . In een mum van tijd werd Connie Francis de queen van de sodapop, licht verteerbare hitsongs, waarmee ze op een bepaald moment de enige vrouwelijke concurrent werd van haar collega’s Fabian, Frankie Avalon en Bobby Rydell .

Na de minder imponerende single  I’m sorry I made you cry kwam Connie verrassend op de proppen met een liedje dat ze cadeau had gekregen van Neil Sedaka die dat voor haar had geschreven samen met Howard Greenfield. Voor MGM het signaal dat ze voortaan ballads met uptempo liedjes moesten afwisselen en die strategie hielden ze ook jaren na mekaar in ere.

Op de inhoud van de liedjes werd ook nauwlettend toegezien: herkenbare doordeweekse tienerproblemen door Connie gezongen met volle overgave. Op tijd en stond dus een lach en een traan. Enorm in de smaak viel My happiness, ook weer een keuze uit de oude doos ,want dit liedje was al eerder een hit in 1948 . Lipstick on your collar werd een klapper in de zomer van 1959 en het najaar werd ingeluid met Among my souvenirs ( een liedje uit 1928).

Soms sloeg Connie tekstueel de bal compleet de verkeerde richting uit. In  Robot man zingt ze over de ontrouw van de doorsnee man en wordt  vrouwen aangeraden voortaan verliefd te worden op een robot. Inspiratie zo goed als zoek dus!

Ook Europa was intussen van Connie Francis gaan houden. Everybody’s somebody’s fool, haar eerste nummer 1, was hier erg geliefd, net als My heart has a mind of its own, ook al goed voor de hoogste notering in de hitlijsten, alsook haar derde nummer 1  Don’t break the heart that loves you, een nummer geschreven door Benny Davis en Ted Murray ( nummer 1 in 1962) .

Het jaar voordien was Connie Francis begonnen aan een filmcarrière. Zo schitterde ze onder meer in ‘Where the boys are” en de titelsong was meteen ook goed voor haar zoveelste gouden plaat. Het mag ons niet ontgaan dat Connie de enige artiest was op dat moment  die in een periode van twee jaar met tien opeenvolgende singles goud scoorde, elk goed voor meer dan één miljoen verkochte exemplaren.

Op aanraden nog maar eens van papa Franconero ging Connie zich ook verdiepen in het aanbod internationale evergreens en kwam op die manier terecht bij haar Italiaanse roots. Ze nam tal van Italiaanse elpees op en ook elpees met Joodse liedjes.

Critici prezen haar vocale aanpak wat resulteerde in optredens in dure muziektempels zoals “The Copacabana”, “Carnegie Hall” en “The London Palladium”. Ook Duitsland werd voor haar een lucratieve afzetmarkt met de ene Duitstalige hit na de andere waarbij we vooral Barcarole in der Nacht en  Paradiso onthouden .

Ondanks haar massale producties, werd het op een bepaald moment iets meer kwantiteit dan kwaliteit. Het publiek haakte op een bepaald moment af. Haar laatste, echte grote topper was de meezinger, meegiller eigenlijk, Vacation (1962). In Amerika moesten haar singles het stellen met almaar minder gunstige resultaten. I was such a fool geraakte buiten adem op 29 en I’m gonna be warm this winter stokte op 18. Haar elpees kwamen ook al niet meer voor in de album top tien, maar Connie bleef langspelers uitbrengen alsof er niets aan de hand was: “Modern Italians hits”, “Follow the boys”, ” Great American waltzes” en ga zo nog maar een tijdje door. Toch niet vergeten dat Francis in het totaal zo’n zeventig elpees opnam waarvan drie soundtracks, elpees met dansmuziek, country en western, Broadway hits enz…

“When the boy meets the girls” wordt haar laatste film en haar single The wedding cake uit 1969  haar allerlaatste tophonderdhit . Connie weet dit echter te compenseren met succesvolle optredens in nightclubs en cabarets en voor de Amerikaanse legertroepen in Vietnam.

Van tegenslagen wordt ze niet gespaard. Na een optreden in 1974 wordt ze de achtste november van dat jaar verkracht in het “Howard Johnson’s Motel”. Het zal zes jaar duren voor ze over die nare ervaring heen geraakt. In de herfst van 1978 viert ze haar comeback in   “Dick Clark’s Live Wednesday show”. Wat niemand opmerkte was dat ze deze keer full playback zong. In maart 1981 slaat het noodlot opnieuw toe. Haar lievelingsbroer wordt  in zijn huis in New Jersey vermoord aangetroffen. Connie glijdt van de ene depressie in de andere, maar drie jaar later vindt ze de moed alles van zich af te schrijven in haar biografie  ”Who’s sorry now”.

Voor Connie Francis was dus niet alles rozengeur en maneschijn. Geen fraaie reeks vriendjes, geen onschuldige vuurrode lippenstift zoals ze ons deed vermoeden in haar nogal vrij onschuldige liefdesliedjes. Haar finale klinkt uiteindelijk heel wat minder glorieus. Toch bleef ze vooral dankzij de steun van Dick Clark haar fans plezieren met optredens en cd’s.

Zo verscheen in 1996 het album ” Connie Francis, live at Trump’s castle”. In haar vrije tijd houdt ze zich vooral bezig met scrabble , schrijven, het lezen van poëzie en winkelen. Fier is ze vooral over het heruitbrengen van al haar elpees op cd met een voorkeur voor de cd “Swinging Connie Francis” met daarop jazz songs uit de jaren dertig. Een vlugge optelsom leert ons dat in Europa alleen al zo’n honderdzestig cd’s van Connie leverbaar zijn.

 

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet