De Kreuners

Geplaatst in Artiesten

Het “Belgisch Pop-en Rockarchief” noemt De Kreuners Vlaanderens eerste succesvolle Nederlandstalig zingende Belgische rockband. Reeds in 1973 was de toen achttienjarige Walter Grootaers, thuis omringd door vijf broers, bezeten door Amerikaanse en Britse rock. Studeren interesseerde hem niet. “Ik heb niet eens de middelbare school afgemaakt. Ik ben een van de weinige gelukkigen die nooit de stress van een studententijd hebben gekend“, antwoordt hij lakoniek op de vraag welk diploma hij tegen de muur heeft hangen. Op zijn negende trekt hij naar de muziekschool om daar slagwerk te leren, want drummer worden was zijn grote droom. Walter krijgt snel de kans om bode te worden bij Radio 2 Omroep Antwerpen en neemt die job met beide handen aan. Hij fungeert daar ook een beetje als discothecaris, voor een muziekliefhebber als hij een muzikale hemel op aarde. Walter komt in contact met platen van Zjef Vanuytsel en Miel Cools, maar hijzelf dweept met Velvet Underground, Lou Reed… Wat hier in Vlaanderen aan muziek wordt gemaakt, vinden Walter en zijn vrienden maar weke koek. Zelfs Raymond van het Groenewoud vinden zij op dat moment niet je van het, een mening die hij later stevig zal bijstellen. “Mijn rockhelden toen waren The Stones en The Kinks. In het begin waren er ook nog Elvis Costello, Boomtown Rats, The Stranglers en de opkomende newwavebands“, aldus Walter. Vrij snel lanceert hij de idee om Britse rock in onze moerstaal te zingen. Hij probeert dat  samen met gitarist Ronny Leyzen uit in de groep War (een afkorting  van het woord verwarring). Zij brachten een soort rockcabaret naar hun voorbeeld Frank Zappa. War werd uitgebreid tot de groep Rockorgaan. Een belangrijke inbreng kwam toen al van gitarist Luc Imants. “We bekeken dit op een speelse manier, vooral omdat we er geen toekomst in zagen. Het toenmalige Nederlandstalig rockgebeuren namen we niet ernstig” weet Walter nog heel goed. “Ik wou vooral een groep naar Angelsaksisch voorbeeld waarbij wel een frontman hoorde, maar dan zoals je dat zag bij The Rolling Stones en The Kinks bijvoorbeeld. Ik weigerde toen al een zanger te zijn met achter zich een begeleidende groep. Het moest klinken, als een geheel. Ik voelde me alleen maar goed als ik een zanger binnen een groep was. Wat ook een rol gespeeld heeft – daar denk ik de laatste tijd vaak aan- is dat ik uit een gezin van zes kinderen kwam. Ik had behoefte aan een gemeenschapsgevoel, de reden ook dat ik niet solo ben gegaan. Ik heb die interactie met een band sowieso nodig.”

In de maand augustus hadden Walter en zijn vrienden in Bilzen een onvergetelijke punkdag meegemaakt met optredens van Elvis Costello, The Damned en The Clash. Ze hadden hun ding gevonden.Op dat moment schrijft Humo een wedstrijd uit voor rockgroepen. Er wordt besloten zich in te schrijven. Dan werd er gezocht naar een naam. Iemand suggereerde Deus Ex, Luc Imants bedacht de naam Tapis Plain, maar na lang discussiëren werd uiteindelijk, op aangeven van Ronny en Luc, geopteerd voor De Kreuners. Met die naam kan je twee kanten uit: kreunen van de pijn, maar ook kreunen van genot. Tijdens Humo’s eerste “Rock Rally” in 1978 maken Walter en zijn kompanen als De Kreuners behoorlijk wat indruk, waarmee de basis van hun typische sound was gelegd. In 1978 traden zij voor het eerst op tijdens een van de preselecties in “Zaal Lux” te Herenthout. Op het podium gitaristen Erik Wauters en Luc Imants, bassist Herman Maes en drummer Jef Van den Broeck. Zij moesten als laatste groep optreden. Zij zongen toen onder meer De Lamp, een Nederlandstalige versie van The Hard Way van The Kinks. Zij stonden erop rock te brengen in het Nederlands, ook al waren zij opgegroeid met muziek van The Rolling Stones, Lou Reed, The Stooges, The Small Faces en David Bowie. “Wat Raymond van het Groenewoud toen bracht, beschouwden wij als Nederlandstalige kleinkunst. Wij wilden gaan voor Nederlandstalige rock“, aldus Walter Grootaers. “Op dat moment werd ons heel vaak de vraag gesteld waarom wij koste wat het kost in het Nederlands wilden zingen. Maar het was mijn ding. Ik wou bewijzen dat je net zo goed in het Nederlands als in het Engels kan rocken. Niet in het keurig Nederlands, ons lukte dat alleen in het Vlaams. We hebben een wat hoekige taal, maar als je wilt, swingt die als de pest. Trouwens, ik denk in het Vlaams, ik leef in het Vlaams, dus als ik me wil uitdrukken, graag in mijn moedertaal.” Livemuziek maken werd snel hun uithangbord. De finale had plaats in de Brusselse “Beursschouwburg”. Over hen schreef Marc Didden toen: “Hun songs staan er en zanger Walter Grootaers, die bij de schifting in Herenthout als een duivel tekeerging, heeft het.” Dat optreden werd geen makkie. Het was pas hun tweede en ze stonden stijf van de zenuwen. Het was de groep Once More die met de prijs en de eer ging lopen. Het publiek was vooral gecharmeerd door de energie die de groep uitstraalde. De Kreuners klonken behoorlijk punky met een knipoog naar The Ramones en The Buzzcocks.

En waar bleven de platen? Het publiek gelooft er in, maar De Kreuners zelf nog niet. Een aanbod van IBC, een onderafdeling van EMI, wordt van de hand gewezen. Zij willen het iets kleiner aanpakken. Walter brengt met zijn groep hun eerste single in eigen beheer uit, zoals hij het wou, in het Nederlands. Rock was de muziek van de straat en die hoorde je hier in Vlaanderen in onze taal te zingen. Veel kritiek, want de kenners vonden dit niet kunnen, Walters ambities leken hun té onrealistisch. Nummer 1 (release maart 1980 ), geschreven door Walter Grootaers en Luc Imants,  wordt in de Londense “Matrix Studio” in een productie van Jean-Marie Aerts opgenomen. Er waren op dat moment in Vlaanderen geen geschikte studio’s om die rocksound in te blikken. Trouwens, het Britse pond stond toen vrij laag. Om de huurprijs van de opnamestudio laag te houden, werd er afgesproken ‘s nachts op te nemen. Aan die opname in Londen hangt nog een verhaal vast dat Jan Van Eyken met plezier aanhaalt in zijn boek “De Dikke Van Eyken” dat in 2012 verschijnt. “In diezelfde studio’s repeteerde op dat moment de punkband The Members. Tussen de opnamen door verbroederden de twee groepen in het cafetaria en ‘s avonds maakten ze de Londense binnenstad onveilig. Maar er was ook wederzijds respect tussen De Kreuners en The Members. Toen zij in 1982 een stomende set op het dubbelfestival Torhout/Werchter speelden, werden Walter, Erik en ik uitgenodigd om samen met hen op het podium een paar nummers te spelen. Hoe dan ook: in de interviews die volgden op dat optreden verklaarden The Members meermaals dat ze De Kreuners de beste band ter wereld vonden. Een paar maanden eerder had Bruce Springsteen nog hetzelfde over The Members gezegd.

Die eerste single Nummer 1 moet toen om en nabij de zestigduizend Belgische frank hebben gekost. Ze nemen tegelijkertijd ook Nee Oh Nee op. Tijdens De Radio 2 “Zomerhit 80″ krijgen ze de prijs voor het beste groepsdebuut. Hun line-up is dan: zanger Walter Grootaers, gitaristen Erik Wauters en Luc Imants, drummer Patrick Van Herck en bassist Herman Maes. Erik heeft de plaats van Ronny ingenomen met wie het niet zo goed meer klikte. Het was vooral het gitaargeluid van Erik (deed bijwijlen denken aan U2-gitarist The Edge) dat Walter snel deed beslissen hem in de groep op te nemen. De tweede single, het Kinks-achtige Nee Oh Nee van de hand van Walter Grootaers en Erik Wauters, is eveneens een productie van Jean- Marie Aerts en verschijnt ook in eigen beheer. Een klein detail: Nick Tesco, de zanger van The Members, zingt mee als backing op Nee Oh Nee. De negenentwintigste november 1980 staan zij op de negende plaats in de Vlaamse Top Tien. De single geldt nog steeds als een echte klassieker. Een tournee met Rick Tubbax & The Taxi’s volgt. Dat klinken als bijvoorbeeld The Kinks lieten De Kreuners snel vallen. Wanneer ze tijdens een repetitie merkten dat een nummer nogal sterk leek op een buitenlands voorbeeld, belandde het snel in de vuilnisbak. De Kreuners wilden van in het begin zo identiek mogelijk klinken.

Met twee hits op zak kon het niet uitblijven of de platenfirma’s zouden dan toch reageren. Warner Bros kwam met het mooiste aanbod op de proppen. A & R- manager was toen Herman Schueremans en het is helemaal zijn verdienste dat De Kreuners bij hen onderdak vonden. “De platenwereld had op dat moment geen interesse in Nederlandstalige muziek. Wij traden regelmatig op in Zaal Lux op de Markt te Herenthout, geleid door de Maf Brothers (onder meer Gust Spruyt, Frank Horemans en Herman Rosiers) en daar liepen we Herman Schuermans tegen het lijf die daar vaak binnensprong. De Maf Brothers investeerden mee in onze eerste plaat die we gingen opnemen in de Matrix Studio in Londen. We brachten die plaat in eigen beheer uit, verdeeld door Warner Brothers en waar op dat moment Hermans Schuermans werkte en die geloofde van meet af in ons.” Herman wist de toenmalige platenbaas met harde klappen op de onderhandelingstafel bij Warner, Ted Sikkink, van hun kunnen te overtuigen, wat resulteerde in de elpee “’s Nachts kouder dan buiten”. Voor de opnamen van “‘s Nachts kouder dan buiten” is geen geld om opnieuw naar Londen te trekken en dus wordt gekozen voor de “ICP-studio” in Brussel, met ook deze keer Jean-Marie Aerts achter de knoppen. Twaalf opnamedagen waren nodig om de klus te klaren. In het totaal worden er twaalf songs ingeblikt. “Ik had aan Jean Marie Aerts, de producer, de opdracht gegeven mijn stem tijdens de mix niet vooraan te plaatsen, maar te laten opgaan in de groep, te laten klinken als één geheel. Ik nam bewust platen mee naar de studio om te laten horen dat ik niet wou dat het klonk zoals op de platen van Boudewijn de Groot, maar wel zoals die van Ray Davies en The Kinks. Zou wou ik ook dat onze eerste plaat klonk, mijn stem moest een beetje naar de achtergrond, opgaan in het geheel van de groep. Achteraf beschouwd zijn we daar misschien iets te extreem in geweest in die keuze.” Die eerste plaat werd beoordeeld als een nogal koude bedoening: harde gitaarmuziek, metaalklanken en een ruwe aanpak. Meteen reageert Walter met: “Dat was ook de bedoeling. We waren geïnspireerd door de new wave en de post punk. We behoorden tot de cool generation, maar met voldoende aandacht voor power, want we wilden in eerste instantie als een rockgroep klinken.  Wanneer iets later de synthesizer zijn intrede zal doen, besloten we meteen dat instrument als een taboe te beschouwen. Later duikt het sporadisch hier en daar op, maar met mondjesmaat, alleen maar om hier en daar in een nummer een muzikaal tapijtje te gebruiken. De synthpop die tijdens de jaren 80 hoogtij zal vieren,  heeft onze groep dan ook nooit aangesproken.

Qua succes loopt het zo’n vaart dat De Kreuners op de affiche van het dubbelfestival Torhout-Werchter prijken samen met Dire Straits, Robert Palmer en The Cure. In Torhout mag TC Matic het feest op gang trekken, in Werchter De Kreuners. Gevolg: hun album gaat méér dan dertigduizend keer over de toonbank. Goud! Een Vlaamse supergroep was geboren. Het levert hun ook tijdens “Zomerhit 81″ de prijs voor de beste Belgische elpee van het jaar op. Hun eerste album zou hun platenfirma geen windeieren leggen, het werd een onverhoopt succes. De Kreuners konden eindelijk hun prijs opdrijven zonder daarmee hun livereputatie te schaden. Uit het album ” ‘s Nachts kouder dan buiten” verschijnt in 1981 de single Zij heeft stijl. “Dat nummer schreef ik naar aanleiding vaan een modeshow die ik op televisie had gezien. Ik had geen bepaalde vrouw voor ogen, maar wou het toch ophangen aan enkele meisjes die ik toen persoonlijk kende. Het bizarre aan die song is dat ik er nooit tevreden over ben beweest. Ik weet nog goed dat ik eerst de intro had die ik snel op een cassetje opnam. Zittend aan tafel schreef ik de tekst en klaar was Kees. Het was in nog geen tien minuten klaar, een vluggertje dus. Nadien heb ik het samen met Luc afgewerkt.” Niet meteen vertaald in een hoge hitnotering, want er zit maar een dertigste plaats in de Top Dertig in. In de Vlaamse Top Tien bereiken ze de dertigste mei wel de tweede plaat. Intussen werd Jan Van Eyken de nieuwe basgitarist bij De Kreuners. Jan speelde tot dan toe bij de Zaventemse groep The Strings. Aanvullend wil Jan er dit aan toevoegen: “Ik speelde in een fantastische punkband The Strings. We waren echte rebellen die luide rockmuziek combineerden met catchy pophooks en strakke drumlijnen. Die gouden combinatie had ons niet alleen de hitsingle Chicago, maar ook een stevige fanbasis opgeleverd. De Kreuners hadden dat gemerkt en vroegen ons of we zin hadden om als vast voorprogramma te fungeren. The Strings en ik waren natuurlijk superblij met dat aanbod. Zeker toen we hoorden dat we voor, tijdens en na de shows gratis mochten drinken. Op het einde van die tournee besloot ik bij De Kreuners te gaan spelen en liep het verhaal met The Strings op de klippen.” Kan Walter dit nog wat toelichten? “Jan speelde gitaar en op een bepaald moment waren we op zoek naar een nieuwe bassist. Tijdens de auditie duikt Jan op, tot onze verbazing met een basgitaar onder de arm. Pas maanden later vertelde hij ons dat hij in nog geen twee weken tijd ons hele repertoire had beluisterd en zich de baspartijen eigen had gemaakt. Wanneer een jaar later Luc Imants de groep verlaat, wordt Jan als gitarist naar voren geschoven. We hadden meteen door dat Jan de meest muzikale van de bende was. Jan is dan ook de enige niet-autodidact, die had de knepen van het vak op een serieuze manier geleerd. Ik had van mijn achtste tot mijn dertiende noten en zo geleerd, maar veel had ik daar achteraf niet aan. Toch moet ik eerlijk bekennen dat de meeste riffs van slaggitarist Erik Wauters komen. Daardoor heeft Erik ook voor een groot deel het geluid van onze beginperiode bepaald.”

In 1982 wordt als volgende single voor een cover gekozen. Walter vertaalt Dancing with myself van Gen X, oftewel Billy Idol en Generation X, geschreven door Billy Idol en Tony James. Billy bracht het in 1980 uit op het Chrysalis-label. De eerste mei zit er voor De Kreuners  en Ik dans wel met mezelf een derde plaats in de Vlaamse Top Tien in. Tijdens de zomermaanden juni, juli en augustus van dat jaar trekken De Kreuners samen met Jean-Marie Aerts naar de “ICP Recording Studio’s” om daar het album “Er sterft een beer in de Taïga” in te blikken. Deze keer goed voor tien songs. Enkele maanden later ligt de single Cous-Cous Kreten in de winkel, geschreven door Walter en Luc Imants. Het verhaal gaat terug naar de tijd dat Walter nog discothecaris was bij Radio 2 Omroep Antwerpen. Hij kende daar een meisje van Marokkaanse afkomst dat meer binding had met de Vlaamse leefwereld dan met haar eigen cultuur. Zij had een heel strenge vader die erg vasthield aan de eeuwenoude Berbertraditie. Zij wordt tegen de zin van haar familie verliefd op een Vlaamse jongen en moet samen met hem een aantal jaren ondergedoken gaan samenwonen. Ook die Vlaamse jongen vond bij hem thuis geen steun omdat ze ook daar tegen die relatie gekant waren. De Marokkaanse moeder en haar dochters hielden in het geniep contact met haar, maar haar broers en vader werden in het ongewisse gelaten. De bruid heeft tot aan de dood van haar vader moeten wachten om eindelijk officieel te kunnen trouwen. Kortom het verhaal over immigranten en hoe moeilijk het is voor hen om zich hier aan te passen. In dit liedje hoor je de vocale inbreng van het Algerijnse meisje Sabah. De zesde november van dat jaar stijgen De Kreuners daarmee naar de tweede plaats in de Vlaamse Top Tien. De 23ste november 2002 lezen we in De Standaard over dat nummer: “Plots waren we voor iedereen links en doken er Vlaams Blokkers op bij onze concerten die het nodig vonden om op fluitjes te gaan blazen als we Couscous kreten speelden. Ze vergaten één ding: op zo’n P.A.-installatie staat een volumeknop waar je gewoon een draai aan kunt geven. Na een paar optredens, toen ze merkten dat ze er toch niet bovenuit kwamen, hebben ze het opgegeven. Mensen kwamen ons vertellen dat ze ontgoocheld waren omdat we tegen het Vlaams Blok waren. En ze hadden nochtans twee lp’s van ons. Ik heb die mensen altijd aangeboden om ze weer terug te kopen, maar dat hoefde dan weer niet. De mensen zijn niet zo fanatiek. Als je vijf minuten de tijd neemt om met hen te praten, dan merk je dat ze bereid zijn om te luisteren. Want daar gaat het nu juist om: niemand heeft ooit naar hen willen luisteren. De mondigen in onze samenleving, alle intellectuelen en pseudo-intellectuelen dus, hebben in de jaren tachtig en begin jaren negentig het laken volledig naar zich toe getrokken en de rest is in de kou blijven staan. En de grootste vergissing van allemaal is nog dat we de kiezers van het Vlaams Blok gestigmatiseerd hebben.”

Het jaar daarop staan De Kreuners de 16de april op vier in diezelfde lijst, maar dan met de opvolger Layla, een liedje opgedragen aan Walters dochter uit zijn toenmalige huwelijk met Tina Coucke. ” Er sterft een beer in de Taïga” wordt door de pers als een volwassen plaat omschreven, eentje die hun muzikale status van dat moment nog verstevigt. Op het album laat Walter ook iets van zijn verdriet horen na het op de klippen lopen van zijn zevenjarig huwelijk. Beest uit dat album  is in dat opzicht geen mis te verstaan nummer. “Je bent een beest. Je maakt me bang. Je boorde me de grond in omdat je van me hield. Noem het de zachte moord. Ik zat allang geknield. Je moest en zou me krijgen, want je bent een beest.” Niet dat de Top Dertig tilt slaat, want daar is voor die Vlaamse rock blijkbaar nog geen plaats. Pas tien jaar later zal het tij keren. Toch wordt ook hun tweede album goud. Vele muziekkenners zijn het er roerend over eens dat deze plaat nog altijd hun beste werk bevat. Er is op dat moment volop sprake van een Kreunersmania. Opvallend is dat ondanks hun uitsluitend Nederlandstalig repertoire De Kreuners ook welkom zijn in Wallonië en Frankrijk. Zij spelen in Parijs en op het festival “Le Printemps de Bourges” in Zuid-Frankrijk. “Les Kreunères sont arrivés” was voor de groep in die dagen dan ook een gesmaakte kreet. Die slogan klonk ook in volle zalen in Louvain-la-Neuve, in Charleroi tot in Parijs. In het Waalse onderwijs werden hun teksten gebruikt tijdens de les Nederlands. Achteraf geeft Walter wel eerlijk toe dat hun Franse avontuur niet heeft opgeleverd wat zij ervan verwacht hadden. “Maar we hebben ons daar wel kostelijk geamuseerd!” Ook stonden er optredens in Zweden en Zwitserland op het programma. Aan een Engelstalig album zoals Clouseau er twee inblikten, hebben ze zich nooit gewaagd, al was er enige belangstelling van Virgin Canada. Grootaers reisde zelfs naar Toronto om daar met de toenmalige producer van Bryan Adams de zangpartijen op te nemen, maar hun platenfirma in België ging uiteindelijk niet akkoord en dus werd dat avontuur afgeblazen. In Keulen brachten De Kreuners enkele dagen door in de studio samen met producer Cony Plank, bekend als producer van onder meer Ultravox en enkele Duitse bands.

Nederland omarmde De Kreuners niet zoals ze eerst verwacht hadden. Het was single na single vechten tegen de bierkaai en het succes van Doe Maar. Geen Hollander die behoefte had aan een Vlaamse groep die in hun eigen taal zong. Wel hadden zij een grote aanhang in Amsterdam. Ooit speelden ze daar vijf dagen na elkaar in diverse clubs in de binnenstad. Het ging daar gezellig aan toe, iets te gezellig soms. Walter herinnert zich nog een optreden waar iedereen stond te blowen in een dichte mist van cannabis. Dat optreden bleef maar aanmodderen omdat Walter zich haast geen enkele songtekst meer herinnerde. Gelukkig bleek de organisator achteraf dolenthousiast en werd er een nieuw contract ondertekend voor een volgend optreden. Zingen en spelen in bakvolle biertenten zat er ook in. Daar wou men, naast hun hits, rockende covers horen, en dat zagen Walter en zijn trawanten niet zo zitten. Later zou ook blijken dat hun platenfirma in Nederland geen poot had uitgestoken om hun mogelijke succes te verzilveren. Daarover vertelt Walter in het boek “Wit-Lof from Belgium” aan Gust De Coster en Geert De Bruycker: “De Nederlandstalige afdeling van onze platenfirma Warner heeft ons gewoon in de ijskast gestopt. Die Hollanders hadden zelf net geïnvesteerd in enkele artiesten en wilden daar eerst de nodige return van zien. Het zou nochtans gelukt zijn, want onze optredens in Nederland hadden succes. De mensen kwamen ons na het concert vragen waar ze nou eigenlijk onze elpees konden kopen.”

Hier bij ons daarentegen palmden De Kreuners intussen ook de pop-polls van 1983 in zonder moeite. Snel goud werd het in september 1983 uitgebrachte album “Natuurlijk zijn er geen Alpen in de Pyreneeën”, wat je enigszins mag vertalen als “Geen spijkers op laag water zoeken”.  Jean Marie Aerts was intussen bij TC Matic het mooie weer gaan uitmaken, dus werd naar een nieuwe producer uitgekeken en dat werd Sylvain Vanholme, in een vorig leven lid van The Wallace Collection en nadien van Two Man Sound. Sommigen beweren dat door de inbreng van Sylvain een aantal nummers qua muzikale bezetting een beetje overdone is, al beweert Walter dat het voor een groot deel ook lag aan het te snel beginnen aan een nieuwe elpee. “We hadden langer moeten repeteren en de muzikale ideeën beter moeten uitwerken“, geeft hij toe. Het eindresultaat zijn tien songs. In de bezetting merken we, naast de vaste crew, toetsenist Werner Pensaert op. Slechts één song wordt op single uitgebracht, het door Walter en Erik geschreven Kom terug, ik mis je. De achtentwintigste januari staan ze ermee op acht in de Vlaamse Top Tien. De fans genieten van het album als van een portie zoete koek. “Kreun-o-bic-tour” is de titel van een serie optredens georganiseerd door het Cultureel Jongeren Paspoort. Maar liefst 35.000 fans laten horen dat ze van De Kreuners  nooit genoeg kunnen krijgen. Die fans hebben inmiddels de nummers Het regent meer dan vroeger en Kom terug ik mis je tot heuse Kreunersklassiekers gekroond. Zij zorgen dat het album binnen de kortste keren de gouden status bereikt. “Rond die periode trok ik naar Canada waar ik een gesprek had met de bekende producer Stan Meissner. We hadden een rist songs in het Engels vertaald en die man zag het wel zitten om met ons samen te werken. Nu zaten we hier vast bij platenfirma Warner en ginder was er interesse van de concurrerende firma Virgin. Warner Belgium ging meteen dwarsliggen.” Met hangende pootjes keert Walter naar Vlaanderen terug, al ging dat verdriet snel over en hadden De Kreuners achteraf gezien geen spijt dat die deal nooit is doorgegaan.  Er zit ook goud in petto voor het daaropvolgende album, het haast voor de hand liggende “Weekends in België”, uitgebracht in 1984. De Kreuners vertellen in de slipstream van dit succes dat de plaat, ondanks die geweldige meevaller- de plaat wordt uiteindelijk met platina bekroond- niet wordt bijgeperst, want ze lassen een sabbatjaar in. Zij hebben acht jaar onafgebroken opgetreden en snakken naar rust.

De pers is niet altijd unaniem laaiend enthousiast over De Kreuners, zeker niet de conservatieve. Zo waarschuwt journalist Louis De Lentdecker in “De Standaard” in het midden van de jaren 80: “Moeders houdt uw dochters binnen, want De Kreuners spelen binnenkort in uw dorp“, en dat als reactie op de Kreunershype die op dat moment uit zijn voegen barstte. Maar de jongens trokken zich daar heerlijk niets van aan en speelden de pannen van het dak. Walter daarover: “Wij vonden De Lentdecker, God hebbe zijn ziel, want de brave man is dood, een kwal. Hoe vileiner hij over ons schreef, hoe leuker wij het vonden, want dat was een teken dat we goed bezig waren. Eric Van Rompuy bestempelde ons als volksvreemde cultuur. We lagen in een deuk toen we dat lazen. Later is hij nog minister van Cultuur geworden, Eric Van Rompuy, een barbaar nota bene. We tilden niet zwaar aan dat soort domme uitspraken, maar het geeft aan hoe ze ons probeerden te marginaliseren. ”

We schuiven twee jaar op in de tijd en komen terecht bij de release in 1986 van het album “Dans der Onschuld”. De Kreuners zijn intussen van platenfirma veranderd en brengen op het Polygram/Mercury-label hun plaat uit voor het merendeel geproduceerd door Jean Blaute en een aantal nummers door Jean-Marie Aerts. In de studio wordt Walter omringd door bassist Marc Van Puyenbroeck, drummer Marc Bonne, gitaristen Jan Van Eyken en Erik Wauters en zangeres Fay Lovsky. Drie nummers uit dit album belanden op single: Jongens hebben geluk, het stevig rockende Voor Wat het Waard Is en Deserteren. Alleen deze laatste belandt in de Vlaamse Top Tien: de tiende mei 1986 op plaats negen. “Dans der onschuld’” is hun meest intimistische album dat ze ooit inblikten. Wij onthouden dan ook de sfeervolle ballads Dans der onschuld en Chihuahua. Polygram was ondertussen hun platenfirma geworden en die bleken niet goed hun huiswerk te hebben gemaakt. De verhoopte verkoopcijfers werden niet gehaald. Het leek alsof De Kreuners ineens passé waren. Hun werd zo haast aangepraat er stilaan mee op te houden. Ook binnen de groep rommelt het almaar vaker en regelmatig wordt aan de bezetting gesleuteld wat het samenspel zeker niet in de hand werkt. De jaren 80 waren voor de Belgische rock ook geen gemakkelijke periode. De muzikale smaak werd koeler. Het publiek ging minder bewegen. De Kreuners moesten het hebben van een zeer levendig publiek. Nu lieten groepen als The Smiths en The Sisters of Mercy meer van zich horen. Muziek maken werd plots een bloedernstige bedoening. Die sfeer kenden De Kreuners niet. “En we hebben het geweten” vertelt Walter ons. ” Plots gingen alle deuren voor ons dicht en zag je steeds dezelfde groepen tijdens diverse festivals op het podium optreden. Onze hoogtijdagen waren zo goed als voorbij.”

Een soort tweede hitadem en vooral veel energie vindt de groep als ze drummer Ben Crabbé in huis halen. Ben werd 12de november 1962 te Tienen geboren en begon als drummer bij de Leuvense groep The Singles, maar die hielden het niet zo lang vol. Nadien ging hij bij diverse groepjes drummen, onder meer Big Pill. Tijdens de preselecties van het “Eurovisiesongfestival” in 1983 speelde hij op het podium bij Pas de Deux. In mei 1987 komt hij bij De Kreuners terecht, maar kwantitatief zaten ze toen op een dieptepunt, ze waren nog erg weinig met muziek bezig. Naast bij Romeo Spinelli drumde Ben in zijn vrije tijd – omdat De Kreuners zo weinig optraden – ook bij Elisa Waut. Zijn  eigen groep Rusty Thomas Band slokte veel tijd op, nadien omgedoopt tot Ben Crabbé and the Floorshow. “Toen Ben bij ons naar de auditie kwam”, aldus Walter Grootaers, “vertelde hij ons dat hij een enorme fan van De Kreuners was en zeker al zo’n tachtig optredens van hen had bijgewoond. Hij kende alle versies uit het hoofd. Dat varieerde van de singleversie over de langspeelversie tot en met de liveversie. Iemand met een ongelooflijk muzikaal geheugen dus. Een nummer groeit nu eenmaal je op tournee gaat en Ben kon dus meteen op die ritmische kar springen.” Ben kan dit alleen maar beamen: “Ik was eerst gevraagd om eenmalig mee te spelen als vervanger en inderdaad vroeg ik toen zij gezellig samen wilden oefenen of het de lp- of de singleversie moest zijn. Ik vond dat normaal, ah ja ik was voorbereid, maar zij lagen in een deuk. Zij wisten daar blijkbaar niks van Ik was dus altijd fan geweest van hun muziek én de plezierige attitude van de band en ineens klikte dat wonderwel. Na een paar vervangingen ben ik in ‘86 vast ingelijfd en we waren vertrokken.” Over zijn kunde als drummer wil Ben dit nog kwijt: “Ik hoor bij de top in tweede klasse. Ik kan behoorlijk drummen, maar zeker niet fantastisch. Maar dat heeft ook geen belang. Het gaat erom wie de beste drummer is voor welke groep. Ik zou bijvoorbeeld geen goede drummer zijn voor Toto. Dat technische niveau is te hoog voor mij. Anderzijds, een drummer van een hoog technisch niveau moet natuurlijk wel nog goede nummers mogen spelen.” Bens geheugen was binnen de korste keren een soort gespreksonderwerp binnen De Kreuners. Jan Van Eyken daarover: “Mijn cognitieve functies vallen in het niet wanneer ik ze vergelijk met die van mijn goede vriend Ben. Zijn hoofd is namelijk een bodemloze feitenput. Elk woord of weetje dat hij tijdens zijn drukke leven tegenkomt, slaat hij meteen op in een van de vele archiefkasten van zijn brein. Het straffe is dat hij diezelfde weetjes ook weer moeiteloos tevoorschijn tovert.” Naast zijn gedrum bij diverse bands was Ben in 1983 kind aan huis geworden en vooral gebleven bij de VRT. Dat jaar ging hij bij Studio Brussel van start met het programma “Bingo”. Vanaf 1987 werd de televisie zijn vaste werkstek en werd hij wereldberoemd in Vlaanderen toen hij vanaf de 5de september 1994 “Blokken”ging presenteren.

1990 wordt een zeer druk jaar voor De Kreuners, want ze traden zomaar liefst honderdzestig keer op. Naast Ben werd intussen ook bassist Berre Bergen met open armen ontvangen. Berre oftewel Robert werd de 24ste november 1962 te Diest geboren. Hij had bij De Kreuners al enkele keren bassist Marc Van Puyenbroeck vervangen die bij Soulsister ging spelen. Berre leerde het vak van uitmuntend bassist bij The Scabs en was binnen De Kreuners de jongste muzikant, ook de knapste en dus een aantrekkelijke waarde binnen de groep. Hij werd de lieveling van de jonge meisjes en zo boorden De Kreuners een ook jonger publiek aan. “Met Berre en Ben erbij klonk onze ritmesectie plots veel strakker. Berre kwam uit het rockmilieu en hij vulde samen met Ben bijzonder goed de tweede en derde aan. Vocaal zaten we plots op rozen. Het was voor mij plots heel aangenaam samen met hen naar de juiste stemverdeling te gaan zoeken.” “Voor mij was Berre niet alleen een heel getalenteerde muzikant. Hij was ook een echte vriend”, zegt Jan Van Eyken. “Ik heb Berre eigenlijk losgeweekt bij The Scabs, zo ergens tussen 1988 en 1990. Hij had toen al bij The Scabs een en ander op zijn actief met nummers als Matchbox Car.” “Dat klopt“, vult Walter Grootaers aan. “Wij waren op zoek naar een bassist voor De Kreuners en Berre is auditie komen doen. Dat klikte binnen de tien minuten. Zijn komst gaf onze groep een serieuze boost. Hij was een meester in het uitwerken van een idee door daar dingen van hemzelf aan toe te voegen. Berre had een belangrijke inbreng bij het schrijven van nummers, vooral wat tweestemmige samenzang betreft. Berre was een kei in het bedenken van degelijke zangpartijen. Communiceren was nu niet zijn sterkste punt, hij was een stille jongen, maar met een groot hart.” Die vocale match is ook Ben Crabbé bijgebleven: “Tja, wij zochten en vonden soms de haast perfecte stemmencombinatie omdat de stemmen van mij en Berre wonderwel samengingen. Hij klonk wat scherper, ik wat dieper, maar we blendden. Soms zijn we daar goed in geslaagd en dan denk ik meteen aan een song als Zo Jong en de uitgebreide mix van onze stemmen in Ik wil je. Den Berre en ik op ons best.” In het boek “De Dikke Van Eyken” lezen we dat tegen die tijd Mauro Pawlowski een grote fan van De Kreuners was geworden. Mauro zou iets later bekend worden als muzikant bij K’s Choice, Channel Zero en dEUS. Hij reed op zekere dag met zijn fiets naar de sporthal van Heusden-Zolder om daar een soundcheck van De Kreuners vanop afstand mee te maken. Via een openstaand dakvenster kon hij kijken naar de opgestelde instrumenten. Toen hij zag dat een bloedmooi meisje achteraf met Jan in de backstage verdween, stond Mauro’s besluit vast. Hij zou koste wat het kost gitarist worden én mooie meiden versieren.

In 1989 nemen De Kreuners een nieuwe versie op van Cous-cous kreten, deze keer samen met bekende  Vlamingen en politici met als doel de vereniging Koloriek te helpen en hun standpunt tegen het almaar stijgende racisme nog maar eens te onderstrepen. Gelukkig duikt er op het einde van de jaren 80 VTM op en het programma “Tien om te Zien” waarin er, naast schlagers, ook plaats was voor Nederlandstalige rock. Nederlandse rockgroepen als Tröckener Kecks en The Scene kwamen daarin zelfs aan bod. Er wordt een nieuwe elpee ingeblikt “Hier en Nu”, opgenomen in de studio’s “Impuls” en “Jet”. “Vraag me niet hoe het kwam, maar de vlam sloeg in de pan. We kregen er weer zin in en dat loonde en vertaalde zich in een méér dan geslaagde plaat” reageert Walter spontaan tijdens onze babbel. Producer van dienst is Jean Blaute. De bezetting klinkt ook anders dan op de vorige plaat: bas en zang Berre Bergen, drums Ben Crabbé met hier en daar steun van drummer Walter Mets, gitaristen Erik Wauters en Jan Van Eyken, toetsenist Jean Blaute, saxofonist Henri Eylen en zang Walter Grootaers. Platenfirma van dienst is deze keer EMI en die gaan er stevig tegenaan. De plaat zelf puilt uit van de hitgevoelige songs. De release valt samen met het duizendste Kreuners-concert. Uiteindelijk worden er méér dan honderdduizend exemplaren (vier keer platina) van verkocht. Intussen hadden ze ook geleerd de Top Dertig in te palmen. Een echte radiohit wordt Verliefd op Chris Lomme door Erik en Walter geschreven. “Bijna was het “Ik ben verliefd op Marieke” geworden, daarmee verwijzend naar de rol die Chris speelde in het legendarische VRT-programma Schipper naast Mathilde (liep van 1955 tot 1963)“, weet Walter nog met grote zekerheid. “Tijdens een verloren moment werd daar met De Kreuners onderling over gepraat die tijdens enkele heruitzendingen met die soap hadden kennisgemaakt. Ik weet nog goed dat ik toen met zijn ouders in Duitsland woonde en af en toe naar mijn grootouders in Lier kwam, waar we dan bij de buurman naar die heruitzendingen gingen kijken, want die man had een televisietoestel. Ik kickte toen al op Marieke, want ik vond dat een schoon meisje en met dat beeld in ons achterhoofd heb ik die song geschreven. Jaren later hebben we Chris Lomme en ik samen op de tonen van dat liedje op het podium gedanst en heeft ze mij als dank eens stevig geknuffeld.” De 5de augustus 1989 staat de single op vier genoteerd in de Vlaamse Top Tien. Ook nu blijft de Top Dertig buiten hitbereik. Een dijk van een hit halen ze echter op het droge wanneer ze beslissen Ik wil je in de singlemarkt te zetten. De 17de maart 1990 staan ze trots op één in de Vlaamse Top Tien. De 12de mei zit er eveneens een nummer één in de Top Dertig in. Er wordt in voorbestelling meteen goud gescoord met de verzamelaar “Het Beste van De Kreuners”. “Aan “Ik wil je” hebben we lang liggen sleutelen” volgens Walter. “Het nummer bestaat uit diverse lagen, ook qua opbouw van stemmen, en om die juist te krijgen was geen sinecure. Aan de basis van het nummer ligt Jan Van Eyken, maar ik kreeg dat refrein maar niet in de juiste vorm gegoten. Dat heeft me weken en bloed en tranen gekost om dat tot mijn tevredenheid af te ronden. Ik baseerde mijn tekst eerst op de melodie die naderhand als tweede stem werd gebruikt. Maar we hadden door dat die de song niet kon dragen. Dan hebben we voortgeborduurd op de stuwende melodie die Jan op zijn gitaar speelt en zijn we op de sloganeske toer gegaan, zodat het refrein een scanderende touch meekreeg. Pas nadien zijn we de strofen gaan afwerken.

De Kreuners blijken met hun Nederlandstalige rock voor organisatoren een alternatief voor de doorsnee Vlaamse artiesten. Door een wat misplaatste uitspraak van Walter omtrent “Tien om te zien”, groeit deze uitschuiver uit tot een heuse rel en een soort VTM-boycot met een behoorlijk lange nasleep. VTM kon niet achterblijven en moest sowieso Ik wil je in hun etalage plaatsen, lees “Tien om te Zien”. De wrevel met VTM-producer Jos Van Oosterwijck wordt bijgelegd. Wat in hun stoutste dromen tot dan toe nooit was opgedoken Ik wil je gaat vijftigduizend keer over de toonbank. De single wordt door Radio 2 gekroond tot “Zomerhit 1990″. Ik wil je zal de jaren nadien door Swoop, Guus Meeuwis, Sasha & Davy en nog vele anderen gecoverd worden. Nog eens vier maanden later geraakt Zo jong de 7de juli 1990 tot op twee in de Vlaamse top Tien en de 11de augustus tot op 12 van de Top Dertig. “Ook dit was een vluggertje. We zaten in de studio de laatste hand te leggen aan ons nieuwe album en de platenfirma drong aan op een nummer dat het zeker zou doen, iets wat het publiek meteen zou aanspreken. Berre had nog een idee in zijn achterhoofd, grijpt naar zijn akoestische gitaar en zingt iets in de stijl van so long om op die manier toch enkele klanken te hebben om het al wat zingbaar te maken. Jan komt er gelijk bij zitten en ik, die op die so long wil inpikken, trek me even terug in een aparte ruimte en schrijf daar in een mum van tijd de tekst bij mekaar.” De twintigste oktober van dat jaar noteren we de single Maak me wakker op 3 in de Vlaamse Top Tien en de 17de november op 18 in de Top Dertig. Die maand prijken De Kreuners ook op de affiche van het “Diamond Awards Festival” in het Sportpaleis van Antwerpen, naast grote namen als Duran Duran, Kylie Minogue, Kim Wilde, Roch Voisine en Milli Vanilli. Volgens Ben Crabbé is Ik wil je voor De Kreuners wat Kom van dat dak af is voor Peter Koelewijn. Ik wil je werd in Nederland door tal van groepen gecoverd.

Er wordt in 1991 opnieuw goud gescoord en dat al in voorbestelling met de verzamelaar “Het Beste van De Kreuners”. Marc Brabant, rockjournalist en ooit producer bij Radio 1, schrijft dat jaar “Het boek”. Hierin schetst hij gedetailleerd de dan dertienjarige geschiedenis van Vlaanderens eerste echte supergroep. De successen, de teleurstellingen, de drank en de vrouwen, de ups en de downs. “De Kreuners lieten altijd uw oren tuiten”, zo lezen we op de achterflap.

In 1992 is er het album “Knagend vuur”. Ook deze keer wordt er opgenomen in de “ICP Studio’s”. Vocale steun wordt er geleverd door Mich Van Hautem, Patrick Riguelle en Danny Caen. Tien liedjes in het totaal geproduceerd door Jean Blaute. Manager Alain Grootaers houdt een oogje in het zeil. Liever alleen krijgt een tweede leven op single, maar in sterk contrast met de vorige, blijft de Top Tien uit het zicht. Dit nummer en Vanavond en vannacht zijn nochtans songs die de echte fans blijven koesteren, wat niet wegneemt dat het album door de bank een donkere indruk nalaat. De harde kern koestert, naast de vermelde singles, van in het begin songs als Help me door de nacht en De hemel nooit beloofd. In de Vlaamse Top Tien vinden we de single In de zin van mijn leven de eerste februari op vier terug.

Tot eind 1993 wordt er getourd en dan beslissen De Kreuners nog maar eens een jaartje te rusten. Voor Walter het moment om met de steun van The Gonnabee’z (onder meer drummer Jan Cuyvers, bassist Marc Rosso en toetsenist Pieter Van Bogaert), een solo-cd op te nemen met daarop een song als De Hoola Hoola Boys, oorspronkelijk van  Warren Zevon, Als ik ‘s nachts door Veerle rijd van Noordkaap, Van een andere soort van Steve Earle en Ik weet ik heb je pijn gedaan van Jan De Bruyn. De productie is in handen van Jan Cuyvers en Marc Rosso. De opnamen hebben plaats tijdens de maanden april en mei in “Studio Impuls” te Herent. Grootaers stelt het album aan de verzamelde pers voor op het racecircuit van Terlaemen.

In 1995  pakken De Kreuners op het EMI-label uit met de oerdegelijke rockplaat “De Kreuners”, hun stevigste ooit. Qua noteringen niet meteen een regelrechte hoogvlieger, want in de Ultratop Album 200 zit er niet meer in dan een 31ste plaats. De productie is ook deze keer in handen van Jean Blaute die met de band nog maar eens naar de “ICP Studio’s” in Brussel trekt. De Kreuners tekenen gezamenlijk voor zowat alle songs met uitzondering van Wat komen moet dat komt, oorspronkelijk van The Headboys. Drie singles zullen volgen, maar zonder hitresultaat: Er komt een tijd, Vergeet het maar en Wat komen moet dat komt. In de pers lezen we dat de plaat erg koppig klinkt, De Kreuners blijven eigenwijs hun ding doen, desnoods tegen de gangbare stromingen in.  ”Blijkbaar lees ik te weinig als het over ons gaat, want dat is me toen volledig ontgaan” aldus een wat verraste Walter. “Het is wel zo dat we bikkelhard koppig waren en dat we altijd ons ding zijn blijven doen. Geen enkele trend had vat op ons. De pers wou ons, zeker aan het begin van de jaren negentig, in een vakje stoppen. Toen spraken we binnen de band nog maar eens af daar niet aan mee te doen, ons daartegen te verzetten. We zijn net het tegenovergestelde gaan doen en ons blijven afzetten tegen die hokjesmentaliteit. Natuurlijk waren we van dan af wereldvreemd voor de samenstellers van Studio Brussel en de journalisten van “De Morgen”. Op onze manier ontgroeiden wij die mentaliteit. Wij zeiden onderling: “Als Humo en het zogenaamd betere journaille ons neerhaalt, so fucking what! We hadden toen de onmetelijke arrogantie te pretenderen dat we hen niet nodig hadden: de pers heeft ons nodig, wij hen niet. En het rare is, daar sta ik zoveel jaren later, nog steed achter, want als je de pers nodig hebt, dan ga je sowieso toegevingen doen, dan ga je bij hen proberen in hun smaak te vallen. Wij gaven aan niets toe en bleven inderdaad koppig ons eigen ding doen.” Die korte titel van het album “De Kreuners” was een statement. “We wilden niet terugdenken aan wat voorbij was.  We hadden die heerlijke hoogtijdagen(jaren), de beginnende jaren negentig, net achter de rug. Elk jaar zo’n honderdvijftig concerten gespeeld. Daar wilde vooral ik een streep onder trekken en niet meer in functie van uitsluitend die optredens en dat succes gaan werken. We kwamen overeen af te stappen van het constante touren. We gingen alleen nog spelen als we daar goesting in hadden. We wilden ervoor zorgen dat er geen sleet op kwam, dat ons verhaal niet te snel verteld was. We wisten dat we van dan af van De Kreuners niet meer konden leven, want we deelden alles door vijf.  We besloten daarom daarnaast ook ons eigen ding te gaan doen. Het gekke is dat de jaren die zouden volgen, met onder meer onze concerten in het Sportpaleis, de boel pas echt zou losbarsten.”

Live gaan De Kreuners er dus zoals afgesproken een tijdje beheerst, maar nog altijd stevig tegenaan, met telkens tijdens de zomermaanden van 1995 en 1996 zo’n veertigtal concerten. Het jaar 1997 houden De Kreuners vrij om hun feestjaar voor te bereiden, want het jaar daarop staan ze twintig jaar op de planken, tijd voor de dubbelaar”De Kreuners Pure Pop”, een concentraat van achtentwintig songs. Vrijdag de 24ste april 1998 treden De Kreuners ‘s avonds op in “Flanders Expo Gent” tijdens “Nekka Nacht”. Zij delen daar het podium en de affiche met onder meer Freek de Jonge, Mama’s Jasje, Günther Neefs, Dirk Blanchart, Jo Lemaire en Rob de Nijs. De zomer van 1998 wordt onafgebroken gespeeld op zowat alle festivals, een feest voor de liefhebbers van stevige meezingbare rock. Het publiek blijkt er maar niet genoeg van te krijgen. Qua successen bleef het stil op het hitfront: “We zagen er de noodzaak niet meer van in om hitgevoelige songs uit te brengen”, repliceert Walter gevat. “Ik heb nog steeds de pretentie dat wanneer we ons met de band gedurende 2 weken zouden afsluiten, we na die periode met een full-cd zouden terugkomen plus één of  twee hits.  Eigenlijk zijn we, als ik eerlijk mag zijn, nooit met het scoren van hits bezig geweest. Stonden ze hoog genoteerd, des te beter, maar het was geen must. Wij focusten ons nooit op singleverkoop, we moesten het hebben van het succes van onze albums. Na onze tweede single en bij de lancering van onze eerste elpee, voelden we al waar in de toekomst het accent zou liggen. ”

In een interview voor “De Standaard” laat Walter in 2002 aan journalist Koen Sonck bijna het achterste van zijn tong zien: “Ik heb periodes gekend waarin ik de controle over mijn leven, vooral mijn privéleven dan, dreigde te verliezen. Gek genoeg waren het altijd periodes waarin het met De Kreuners heel goed ging. Ik heb het daar met Erik Wauters vaak over gehad. Als De Kreuners goed draaiden, lag ons hele privéleven ondersteboven en als het minder goed ging met de groep, dan ging het privé weer veel beter. Je zou kunnen zeggen dat het de tol van het succes was, te veel optredens, mensen verwaarloosd, enzovoort. Maar zo simpel was het niet. Ze zeggen weleens: als je opkomt, dan vergeet je alles. Dat klopt niet. Ik kon hoogstens tijdens een paar nummers mijn persoonlijke problemen vergeten, daarna sloop het toch weer in mijn hoofd. En dan denk je weleens aan stoppen, vooral in het begin, want je kunt er niet van leven en je bent een stuk van je privéleven kwijt. Jong zijn, muziek maken en gelukkig zijn: dat is blijkbaar een onmogelijke combinatie. Je hebt nog niet de maturiteit om alles te kunnen relativeren. Toen we begonnen, was ik 22, ik had een dochter van drie en ik was gescheiden. Tja, als je dan een slag van de hamer krijgt, dan krabbel je maar moeilijk recht. Maar uiteindelijk kruipt het bloed toch waar het niet gaan kan. Een paar maanden later merk je dat je weer nummers aan het schrijven bent en weer zin krijgt om op het podium te kruipen.”

Voor De Kreuners wordt het almaar moeilijker hun agenda’s op mekaar af te stemmen. Ben Crabbé is een populaire tv-vedette geworden en daar moet Walter Grootaers niet voor onderdoen. Begonnen als presentator bij VT4 en nadien razend populair bij VTM en Kanaal 2 (“Wie wordt miljonair”,”Big brother”, “Fear factor “). Daarom wordt er in 2001 op kleine schaal getourd. Zij lassen nog maar eens een sabbatjaar in om zich voor het volle pond te concentreren op 2003 om dan groots uit te pakken met “25 jaar Kreuners”. De eerste januari is er op het EMI-label al de verzamelaar “25 jaar Het beste van De Kreuners”, een overzicht aan de hand van twintig van hun bekendste nummers. De 25ste en 27ste april mogen ze het beste van zich laten horen tijdens “Nekka Nacht 2003″. In een interview geeft Grootaers toe dat rockveteranen door de bank niet al te goed omgaan met hun leeftijd, het ouder worden dus: “Dat klopt. Ik lach nog altijd met The Rolling Stones als ik hen bezig zie, maar toch blijf ik een grote fan van hen. Zelf laten we binnen de groep dat ouder worden gewoon gebeuren. We zijn nu eenmaal wie we zijn. We hebben lang getwijfeld of De Kreuners jazz moesten gaan spelen met speciale akkoorden en zo, maar ik kan dat genre vocaal niet aan. Dus blijven we maar gewoon Nederlandstalige rock spelen. Blues, daar hebben we ook nog aan gedacht“, zegt Walter grimlachend, “omdat dat goed past bij ouwe mannen.” Op het podium tijdens “Nekka Nacht 2003″ in het “Sportpaleis” in Antwerpen, naast De Kreuners, Thé Lau, Gorki, De Mens, Urban Trad, Bram Vermeulen, Armand, De Flandriens, Jo Lemaire en Scala die een hulde brengen aan De Kreuners. Zij stellen daar ook hun nieuwste album voor “1978″ oftewel “Een negen zeven acht” voor, ingeblikt in de “ICP Studio” in Brussel onder aanvoering van producer Jean Blaute en goed voor twaalf nieuwe liedjes. De nummers Ja, Lust slaapt nooit en Meisje Meisje belanden na een tijdje op single. Alleen deze laatste geraakt in de Vlaamse Top Tien en wel de twaalfde april tot op de 3de plaats. In de VRT Top Dertig staat de single de negentiende april op plaats 27. Het album zelf geraakt de zeventiende mei op de dertiende plaats in de Ultratop 200 albums. Een uitgebreide tournee brengt De Kreuners op zowat elk Vlaams podium. Voor de fans is het weer smullen. Via een speciale actie lanceert “Het Laatste Nieuws” in 2003 de bondige cd “Het beste van De Kreuners”, goed voor dertien van hun meest geliefde hits. Het kan dat jaar niet op, want ze zijn ook aanwezig bij “The Night of The Proms” tijdens de editie in Antwerpen wordt aan hen hulde gebracht  door onder anderen John Miles, Toto, INXS en En Vogue. De Kreuners treden als verrassingsact op, net als Clouseau en Natalia.

In 2004 en 2005 staan de XXL-concerten in het “Sportpaleis” van Antwerpen op het getouw. “De Kreuners XXL 2004″, het concert op 6 maart in het Antwerpse Sportpaleis, was snel volledig uitverkocht. Walter Grootaers voelde zich positief getoucheerd toen de pers het had over tijdloze nummers: “Je bent daar zelf nooit op die manier mee bezig. Wel met de klassiekers van anderen, zoals van The Rolling Stones en Bob Dylan. Stuk voor stuk tijdloze nummers. Plots begint de pers dat ook van onze nummers te zeggen en spreken jongeren ons daarop aan. Hoe geweldig ze onze nummers wel vinden. Als jongens van Soulwax ons daarop attenderen, sta je daar toch even van te kijken. Tijdens die edities van XXL kregen we daar voor de eerste keer een duidelijke kijk op. Zestien- tot achttienjarigen die uit volle borst met onze liedjes staan mee te zingen die al hits waren nog voor hun geboorte. Pas dan besef je pas goed hoe fantastisch dat is. Dat geeft een heel apart gevoel, alleen kan je niet duiden waarom. Maar dat laten we met graagte aan anderen over om die klus te klaren.

Vanwege het succes besloten De Kreuners en PSE om de 5de maart 2005 opnieuw een Kreuners XXL-concert te organiseren. Het leek als vanouds. Backstage hielden de heren het vrij rustig.  ”Er werd in de coulissen nooit overdreven gefeest, behalve na het laatste concert van een tournee. Je kon je dat doodgewoon niet permitteren. Als je je na een optreden laat gaan, haal je het optreden van de dag nadien niet. Zo simpel is dat. Op het podium dreven wij op energie en waren we na zo’n optreden blij dat we wat konden uitblazen. Dan praatten we ook wat na omdat we nooit echt tevreden waren. En dat is nooit veranderd.”, aldus Grootaers. In de herfst van dat jaar verschijnt voor de allereerste keer een dvd van De Kreuners op de markt. “De Kreuners live 2005″ is een weergave van hun Sportpaleisoptreden. Je voelt als het ware de kolkende chemie tussen de groep en het publiek. Zestienduizend toeschouwers en de pioniers van de Vlaamse rock, filmisch gebundeld in een uniek document. De puzzel past perfect in mekaar: tijdloze muziek, een prachtige lichtshow, een opvallend decor, een uitbundige sfeer en… twee jaar later een hulde in het “Casino Kursaal” van Oostende als kroon op het werk. Geoefend hadden de jongens genoeg tijdens hun erg gewaardeerde theatershow. Het werd een rondrit langs de Vlaamse theaters en schouwburgen waar de toevallige theaterbezoeker nu eens de kans kreeg De Kreuners aan het werk te zien tijdens hun bekende en gekende klassiekers én een paar muzikale verrassingen. We konden hen op een bepaald moment zelfs akoestisch aan het werk horen. Voor De Kreuners een aparte ervaring, want een zittend publiek is toch wat anders dan een meehossende massa.

De 31ste maart en de 1ste april 2006 worden De Kreuners door Felice uigtenodigd deel te nemen aan de zevende editie van “Het Swingpaleis live on Stage” in het Sportpaleis van Antwerpen. Naast onder meer Kate Ryan, Udo en Gene Thomas treden die avond ook Ultravox, Midge Ure en Alphaville op.

Hun meest recente prestatie is de Nederlandtalige versie van Down under, de wereldhit van de groep Men at Work uit 1982. Het is het themalied voor “Outback Luke”, het tv-programma dat Lien Van de Kelder vanaf de 8ste oktober 2007 op Vijftv presenteerde. De Kreuners waren maar wat enhousiast toen Radio 2 hen samen met Sabam uitnodigde om op vrijdag de 9de november in het “Casino Kursaal” van Oostende hun een livetime achievement award te overhandigen voor een leven vol muziek. “We hebben niet de gewoonte om achteruit te kijken, maar voor de Eregalerij staan we toch even stil bij onze geschiedenis. Je moet trouwens niet denken dat we er nu een punt achter zetten. Beschouw het maar als een start voor de volgende dertig jaar. 2008 wordt een druk feestjaar voor ons. We vieren ons dertigjarig bestaan met een zomertour. Van eind april tot half september spelen we vooral op de grootste festivals. En dan zijn er ook de nieuwe nummers “, aldus Walter Grootaers. “Dat was ook zo, dat zat in ons hoofd en dat meenden we op dat moment oprecht. Alleen heeft de toekomst daar anders over beslist en heb ik de jongens proberen te overtuigen om er dan toch maar vroeger mee op te houden.” In 2007 beslisten De Kreuners al Berre Bergen om gezondheidsredenen te vervangen. Zijn plaats wordt ingenomen door bassist Axl Peleman, bekend van zijn eigen bands Ashbury Faith en Camden. Over zijn komst wil Walter dit snel kwijt: “Na het vertrek van Berre was het even hard zoeken naar de juiste bassist. Die vonden we wel pas twee jaar later in de persoon van Axl. Na tien seconden meespelen met de band  hadden we gelijk door dat dit de juiste man op de juiste plaats was. De band was met zijn steun compleet.

Over het ooit afscheid nemen en het opdoeken van De Kreuners werd tussendoor hier en daar eens gepraat. In 2008 zeiden ze daarover in een babbel met P-Magazine: “We denken er weleens aan om ermee door te gaan tot we sterven. Maar let op, we hebben er ooit een punt achter willen zetten. In de periode van 1988 tot en met 1989 gaven een we een vijftiental afscheidsoptredens. Maar na het laatste concerthebben we besloten om er toch maar mee door te gaan. Niet lang nadien waren we al opnieuw nummers aan het schrijven. En sindsdien is ophouden nooit meer ter sprake gekomen.” Maar daar denken ze in 2008 niet aan, integendeel, er mag weer feestgevierd worden. Dat jaar verschijnt op het EMI-label de driedelige cd “30 jaar De Kreuners”: een cd met al hun grote hits, plus het album “Weekends in België”, eindelijk op cd én “De kelder-tapes” met daarop onder meer Vader Moeder Appelspijs dat in 1996 al eens op single verscheen, Verlegen met Frank Vander linden, het muzikale grapje Wij zijn De Kreuners, ooit opgenomen in de thuisstudio van Jan Van Eyken, Uit de bocht met Herman Brusselmans enz. In amper vier weken tijd wordt het album met goud bekroond. De 26ste maart reikt minister-president Kris Peeters, De Kreuners tijdens een concert in Haasrode een Vlaams ereteken uit met de woorden: “De Kreuners zijn voor Vlaanderen wat The Chieftains en The Dubliners voor Ierland zijn. Zij belichamen over vele generaties de echte ziel van de dynamische, grappige, ontroerende  en levende Vlaamse aard.” Eind april wijdt Humo een uitgebreid artikel aan hen: “De Kreuners behoren tot het Vlaams cultureel erfgoed. Hun gimmicks zijn inmiddels even voorspelbaar als doeltreffend: nonkel Walter hanteert nog altijd zijn microfoonstandaard als gitaar, Ben Crabbé gooit drumstokjes in het publiek, Erik Wauters is ‘Keith uit de Kempen’ en Jan Van Eyken voelt zich tijdens een gitaarsolo niet te beroerd voor een klapke met een roadie. Relatief nieuw is Axl Peleman, sinds twee jaar de vervanger van Berre Bergen op bas.” De 17de juli laten ze zich lekker gaan tijdens “Beleuvenissen” op de Oude Markt in Leuven. Dit concert wordt op VTM uitgezonden. De 17de en de 31ste oktober 2008 staan Walter en de zijnen in de “Lotto Arena” te Antwerpen voor twee keer “De Kreuners 30 jaar”. Op het podium: Walter Grootaers, Erik Wauters, Jan Van Eyken, Ben Crabbé en Axl Peleman. Journalist Bert Hertogs schreef daarover: “Overdonderd. Dat waren we na ruim drie uur De Kreuners. Dertig liedjes, voor elk jaar een. Dat de groep ontzettend groeide tijdens hun zomeroptredens, wisten we al. We zagen hen namelijk meer dan een puike prestatie neerzetten in Hemiksem tijdens het “Casa Blanca Festival” en tijdens “Maanrock” in Mechelen. Maar wat ze nu presteerden, was misschien wel het strafste dat we ooit te zien kregen. Straffer nog dan de twee edities van “De Kreuners XXL” in het Sportpaleis. Faut le faire!

In de maand november kunnen we op Canvas in een aflevering van “Belpop” genieten van een Kreunersspecial. In de context daarvan doopt Radio 2 de 17de oktober tot officiële Kreunersdag, met een ganse dag de beste Kreunerssongs met daarnaast vele interviews, weetjes en een heuse Kreunersquiz.

In de slipstream van “Dertig Jaar Kreuners” volgden tal van interviews. Toen journalist Johan Heyerick aan Ben Crabbé vroeg welk concert hem het meest is bijgebleven, antwoordde hij: “Ik zou er niet één uitpikken, maar eerder een periode. In 1989 speelden we op Marktrock, net na Clouseau die toen pas waren doorgebroken. De volgende dag stond in alle kranten tot wat voor hysterische taferelen dat optreden had geleid. Wel, ik verzeker je dat we Clouseau die avond naar huis hebben gespeeld. Maar in de kranten stond daar geen woord over. Een jaar later draaide Paul Jambers zijn beruchte reportage over Clouseaumania opgenomen tijdens een concert in Zwevegem.  Wat Jambers toen niet heeft getoond, is dat wij die avond na Clouseau optraden en dat het bij ons nog straffer was. Dat wij vaak niet naar waarde werden geschat door de media, heb ik altijd een beetje vreemd gevonden. Jean Blaute heeft het ooit perfect verwoord: ” Iedereen is tegen De Kreuners, behalve mensen.” Jammer genoeg moet ik hem grotendeels gelijk geven. We worden vaak onderschat.

De 24ste april 2010 noteren we De Kreuners in de VRT Top Dertig op de vijftiende plaats met het door Jan Van Eyken geschreven Das wat ik zeggen wou, in de Vlaamse Top Tien de zevenentwintigste februari al goed voor een zevende stek. Dit nummer vinden we terug op het op 15 maart uitgebrachte album “Jonge Honden” dat de 27ste maart op twaalf staat in de Ultratop 200 albums. Ook de nummers America, geschreven door Rick Tubbax, Jan Van Eyken en Frank Vander linden en Mag ik je voelen van de hand van Jan en Rick uit dit album belanden op singleformaat, maar zonder in de buurt van de Vlaamse Top Tien te geraken. De 8ste mei doen De Kreuners de “Grenslandhallen” in Hasselt aan met hun tournee “Veel lawaai” waarmee ze on the road zijn. Tijdens deze tournee maken Walter Grootaers en zijn gevolg alleszins gebruik van het podium om hun nieuwe album ‘Jonge honden’ te promoten.

De 23ste maart 2012 publiceert Jan Van Eyken bij uitgeverij Borgerhoff en Lamberigts het boek ” De Dikke Van Eyken”. In de persmap lezen we: “Samen met De Kreuners speelde hij vierendertig jaar lang voor tienduizenden fans. Bovendien behoort een hoop van zijn songs tot het erfgoed van de Vlaamse rock. Jan is niet alleen een muzikaal talent, hij is ook een straffe verteller. In dit boek diept hij de strafste anekdotes uit zijn jaren on the road met De Kreuners op, samen met hopen how-to’s, lijstjes, bizarre weetjes en toogpraat-tips voor elke rock-’n rollliefhebber.”

Na vierendertig jaar gooien De Kreuners de handdoek in de ring“, staat er de vierentwintigste maart in “Het Belang van Limburg”. Diezelfde krant bloklettert “Liever vijf jaar te vroeg stoppen dan twee weken te laat“, aldus Walter Grootaers die van al die jaren volop genoten heeft: “Ik wil ze op een rij zien staan, de andere mannen van zevenenvijftig die hebben moge meemaken waarvan ik heb genoten. Met vijanden kan je niet in een groep spelen. Maar je hoeft ook niets elkaars beste vrienden te zijn. Wat ook een grote rol speelde in mijn beslissing was het feit dat mijn vrouw een drukke baan heeft als CEO van Endemol die onder meer instaan voor de productie van The Voice. De optredens met De Kreuners an sich waren niet dominant in de beslissing ermee op te houden, maar alles wat er daarnaast nog bij komt kijken en ik wou vooral meer tijd hebben om met mijn kinderen bezig te zijn, hen te zien opgroeien en mijn vaderlijke duit in het zakje te doen.”

Zaterdag de 23ste juni 2012 heeft “TW Classic” in Werchter plaats met naast De Kreuners op de affiche Kaiser Chiefs, The Scabs, Lenny Kravitz en Sting. Het heeft de heren behaagd er dan toch mee op te houden. Op de vrijdagen zeven en veertien en op de zaterdag vijftien december 2012, telkens om halfnegen ‘s avonds, nemen De Kreuners in het Antwerpse Sportpaleis definitief afscheid van hun fans. Niet voor niets krijgt dat concert de titel mee “De Laatste Kreun”. “Jongens, jongens, deed dat veel pijn” weet Walter nog heel goed. “Bijna 35 jaar van ons leven hadden we daarin gestoken en weloverwogen werd daar dan een punt achter gezet. We hadden samen veel lol beleefd, maar privé hebben we daar ook door geleden. We zijn diep gegaan en dat leverde prachtige songs op, zonder die diepgang hadden we die nooit kunnen schrijven. Naarmate we ouder werden droegen we elk onze goed gevulde rugzak mee. Persoonlijk ben ik een heel gevoelig iemand die niet snel zijn verleden uitgomt. Al het positieve en al het negatieve heb ik heel diep beleefd. Dat eindpunt in onze carrière werd op een waanzinnig hoogtepunt gezet. Ik heb nadien een uur nodig gehad vooraleer ik uit mijn kleedkamer wilde en durfde te komen.” In “Het Laatste Nieuws” lazen we de achtste december daarover: “In een uitverkocht Antwerps Sportpaleis hebben De Kreuners gisterenavond de aftrap gegeven van een reeks van drie allerlaatste concerten. Bijna 20.000 trouwe fans juichten Walter Grootaers en co toe tijdens hits als Layla en Ik Dans Wel Met Mezelf. Voor het concert van volgende week vrijdag zijn er nog een duizendtal tickets beschikbaar, het allerlaatste concert de dag nadien is hopeloos uitverkocht. Voorprogramma De Mens bracht het Sportpaleispubliek gisterenavond al aardig in de juiste stemming, maar toen De Kreuners het podium beklommen brak het feest pas echt los. Na 34 jaar zijn de fans de band duidelijk nog niet beu, maar Grootaers wil naar eigen zeggen nog kunnen stoppen op een hoogtepunt. Special guest van dienst was gisterenavond Koen Wauters die twee nummers, één van Clouseau, een van De Kreuners zelf, kwam meezingen. De attractie van de avond bleek echter het verzamelen van een honderdtal vrouwelijke fans op het podium, die even mee mochten feesten met hun eeuwige idolen. Naast Ik Wil Je scoorden De Kreuners in Vlaanderen nog verschillende hits zoals Layla, Zij Heeft Stijl, Nee Oh Nee en Verliefd Op Chris Lomme. Materiaal genoeg om uit te kiezen voor een laatste concertreeks en daarom zal de groep op elk van de drie avonden in het Sportpaleis een enigszins andere setlist brengen.

“De Laatste Kreun” is ook de titel van de driedelige cd die op het EMI-label wordt uitgebracht, een overzicht van al hun hits en klassiekers, in het totaal goed voor een selectie van eenenvijftig nummers, beginnend met Ik wil je en eindigend met Kverlang. De 19de januari 2013 staat de cd op de derde plaats in de Ultratop 200 albums. Het jaar voordien hadden ze daarin de eenendertigste maart al op negentien gestaan met de liveplaat “”Live in Zwortegem” met daarop liveregistraties van hits als Cous-Cous kreten, Zo Jong, Maak me wakker en Zij heeft stijl.

De 7de februari 2016 overleed Berre Bergen. Hij werd 53 jaar en stierf in het bijzijn van zijn familie in een ziekenhuis in Herentals aan een jarenlang aanslepend longemfyseem. Berre was gehuwd met Larissa Ceulemans, voormalig lid van de groep Def Dames Dope. “Voor mij“, zegt Walter, “was Berre een fijne man om mee samen te werken, maar erg gesloten, zeer introvert. Ik blijf hem onthouden als een keiharde werker die als er gerepeteerd moest worden, er ook stond en eenmaal in de studio de perfectie wou nastreven. Hij had geen enkel probleem wanneer de producer erop stond een nummer een aantal keren over te doen. Het was ook bijna altijd Berre die met ideeën aankwam wanneer een tweede stem aan bod moest komen. Dat kleurde vaak heel goed met die van Ben. Ik heb twee Berres  gekend: die van de periode voor zijn vrouw Larissa en die samen met haar. Dankzij haar kwam zijn zachtere kant meer naar boven, hij sloot zich naar ons toe minder af wat vaak uitmondde in heel plezante gesprekken. Ik had er dan ook geen enkel probleem mee wanneer hij op een bepaald moment zijn eigen ding wilde gaan doen en zijn periode bij De Kreuners voor bekeken hield.”

Of De Kreuners eraan denken nog eens samen op te treden? “Zelf terugdenken aan de tijd met De Kreuners doe ik weinig, maar we worden er wel vaak mee geconfronteerd“, reageert Walter overtuigd en krachtig. “Mijn eigen kinderen beginnen nu pas in te schatten wat een impact De Kreuners in Vlaanderen hadden en wat we teweegbrachten. Heel veel mensen, vooral organisatoren, porren ons voorzichtig aan of we niet opnieuw zouden willen beginnen. Ooit was ik een soort singer-songwriter, maar nu nog mijn ei dringend kwijt willen, is niet aan de orde. Ik deed het trouwens nooit alleen dat schrijven, we schreven als groep vaak samen, deelden constant ook onze ideeën, steeds vertrekkend van de muziek, zelden of nooit van de tekst. Ik moet toegeven dat ik die interactie met Jan, Erik en de rest van de jongens soms wel mis, vooral dat creatieve proces, maar meteen duidelijke plannen om opnieuw on the road te gaan, zijn er niet en zitten momenteel ook niet in de pijplijn.” Ben Crabbé klinkt een beetje ontgoocheld als we naar een reünie polsen. “Ik persoonlijk heb nooit gevonden dat we moesten stoppen. Golden Earring was daarin altijd mijn voorbeeld: geplande speelmaanden en dan rust en vervolgens een nieuw initiatief enz… Voor mij mocht dat Kreunersverhaal nog jaren zijn blijven voortduren, maar Walter had niet zoveel zin meer meer en dat moet je respecteren. Wij hebben Sergio als vervanger nog overwogen, maar dat is niet doorgegaan. De Kreuners hebben 27 jaar lang mijn leven mee bepaald, dus ik heb geen seconde spijt van onze inzet en ben erg blij met de duizenden concerten, echt hé, en de ongelofelijk goede sfeer die er bijna altijd was.”

En wat met de gouden platen en de vele awards van De Kreuners, beste Walter? “Die hangen aan geen enkele muur, die staan thuis beneden in een doos in de kelder. Ik heb geen plakboeken met artikels of foto’s en zo. Voor mij gold, en dat is nog steeds zo, zeker in mijn huidige politieke loopbaan als schepen, een wijze uitspraak van Confucius, een filosoof uit het oude China, “Het verleden is als door een donker bos wandelen met een lantaarn op je rug.”Als je alleen maar met je verleden bezig bent, loop je overal tegenaan.  Dus die memorabilia van De Kreuners zijn aan mij niet zo besteed. Wel koester ik mijn platencollectie en de vele boeken die ik door de jaren heen over muziek heb verzameld. Gelukkig voor mijn kinderen heeft mijn oudste dochter Layla het nodige bijeengehouden en kunnen zij er nu volop van nagenieten.”

tekst en research: Marc Brillouet

© 2016 Daisy Lane &Marc Brillouet