De Nieuwe Snaar

Geplaatst in Artiesten

De Nieuwe Snaar kan je zonder overdrijving een van de opmerkelijkste acts van de Lage Landen noemen. In zijn dertigjarige geschiedenis maakte De Nieuwe Snaar elf theatervoorstellingen, speelde ruim 3600 concerten en heeft een repertoire van om en bij tweehonderd liedjes, stunts en sketches. Op de website van Kunstenpunt lezen we: “Flamboyant en vrolijk cabaretorkest dat geldt als een monument in het Vlaamse muziektheater. De Nieuwe Snaar scoorde in hun dertigjarige bestaan een handvol radiohits, maar bouwde vooral met hun spektakelrijke liveshows en rijke muzikaliteit een groot en trouw publiek uit in Vlaanderen en Nederland.”

Ten huize van de familie De Smet klonk er vaak en veel muziek. Jan daarover: “Thuis waren ze fervente radioluisteraars. Vooral in de jaren vijftig en tot vooraan de jaren zestig wanneer thuis de televisie zijn intrede deed. We hadden het voordeel dat ons vader veel optrad in het bonteavondcircuit en daar zijn eigen sketches en liedjes bracht. Hij was collega van de in die tijd bekende, in Deurne geboren, Theo Van den Bosch en Suzy Marleen, van de debuterende Strangers, Charles Janssens enzovoort. Pa kocht nogal wat instrumenten die in huis zomaar voor het grijpen lagen en waar we ons met graagte door lieten verleiden: piano, banjo, accordeon. Pa was daarnaast clownesk genoeg om zelf instrumenten te bouwen, die hij dan in zijn acts verwerkte. Wat we van hem geleerd hebben, is dat hij wat hij ook deed tot in de puntjes afwerkte.” Op zijn achtste kweekt Jan een haat-liefdeverhouding met een groene melodica. Voordien had hij van Sint-Nicolaas al een xylofoontje en een blokfluit gekregen. Die melodica kwam goed van pas in het schoolorkestje waarvan hij deel uitmaakte. Hier maakte Jan kennis met de heimatliederen van onder meer Armand Preud’homme. Wanneer Jan later overschakelt op de accordeon, erft broer Kris die melodica en sluit zich op zijn beurt bij dat schoolorkest aan. Zij werden ook op jonge leeftijd ingeschakeld als misdienaars en waren dito verplicht mee te zingen in het jongenskoor Heikrekels, opgericht door de jonge onderpastoor Herman Van Dessel. Zo kon je hen horen kwelen tijdens eucharistievieringen en huwelijksmissen. “Heel veel tijd van onze vakanties ging op aan repeteren met dat koor, vaak tegen onze zin, want we wilden in ons bed blijven liggen tot een uur of tien, maar om negen uur stipt begonnen die repetities en dat elke voormiddag van elke vakantiedag“, aldus Kris. Achteraf had dit voor beide heren dit voordeel dat hun stem ontzettend goed getraind werd én zij kregen daar ook notie van diverse stijlen. Ze zongen zelfs een canon van Bach en een lied van Benjamin Britten. “Wij trokken elk jaar met het koor naar Wallis Zwitserland, waar we lange bergwandelingen maakten en hier en daar optraden“, herinnert Jan zich nog levendig. Van pa had hij eerder al een ukulele cadeau gekregen, een instrument dat vanaf die dag een soort fetisj wordt en dat hem zijn carrière lang zal begeleiden. Hij sleurde dat instrument vaak mee naar school om daar met een paar vrienden muziek te maken. Wanneer Jan naar de Vrije Middelbare School in Mechelen trekt, moeten de ukelele en de accordeon het afleggen tegen de gitaar. Dat stond beter om je tienernek, zag er iets meer macho uit. Broer Kris volgt in zijn kielzog. Kris maakt zijn middelbare studies af en heeft na drie jaar een diploma van maatschappelijk assistent op zak. Jan trekt op zijn beurt naar Sint-Lucas omdat het kunstonderwijs hem meer aansprak. Jan wil namelijk koste wat het kost tekenaar worden, dat stond buiten kijf. Hij voelt zich hier in zijn sas, want hij komt hier toekomstige collega’s tegen als Kris De Bruyne, Lamp en Lazarus, een groot deel van de groep Pendulum, Zjef Vanuytsel enzovoort. Tijdens de vrije momenten op school wordt er vaak over muziek gepraat en worden er platen uitgewisseld, onder meer oude bluesplaten. Kris is op dat moment eerder een stille jongen, meer het volgzame type. Hij ging niet zo graag naar school, maar was wel meer plichtsbewust. Moeder zei af en toe aan Jan dat hij beter een voorbeeld aan zijn broer zou nemen. Omdat ze het thuis niet zo breed hadden, vond Kris dat hij op school daarom ook extra zijn best moest doen. Aan Het Nieuwsblad vertelde Jan in 2007 over die situatie het volgende: “Mijn moeder Rosa komt uit de diepste armoede. Mijn vader was een gewone arbeider. Zij hebben voor zichzelf stukje bij beetje een beter leven opgebouwd. En net op het moment dat het beter ging, stierf mijn vader. Dat was een gigantische klap voor ons moeder. Mijn vader was een heel positieve mens die fluitend door het leven ging. Hij was heel getalenteerd: hij knutselde, kon goed tekenen, was een geweldige poppenspeler, schilderde en was dol op volkse kleinkunstmuziek. Ons moeder, daarentegen, had een heel angstig, terneergeslagen karakter, vanwege haar jeugd. Ze had nooit de kans gehad om meisje te zijn. Vanaf haar dertiende moest ze gaan werken. Ze had een ongelooflijk ontzag voor dokters, burgemeesters, maar het meest nog voor religieuzen. Over onze jeugd hing de donkere wolk van het strenge katholieke geloof. Na de dood van hun vader, die in 1965 overleed (Jan was toen twaalf, Kris elf en hun jongere broer Koen zes), leed hun moeder daar erg onder en liep de ganse dag letterlijk en figuurlijk helemaal in het zwart gekleed. Jan en Kris begrepen dat wel. Koen niet. Hij bleef tot zijn dertigste thuis wonen. Hij voelde zich verantwoordelijk voor hun moeder. (Koen stapte in 2005 uit het leven. Hij was 45.) Die vroege dood van pa is voor Jan de reden om op zijn zeventiende te besluiten de kostwinner te worden. De eindjes moesten immers aan elkaar worden geknoopt. “Moeder had geen bron van inkomsten. Zij is meteen na de dood van vader zelf moeten beginnen te werken. Toen zij merkte dat ik op Sint-Lucas er met mijn pet naar gooide, liet ze streng horen dat ik geen tweede kans kreeg en moest gaan werken. Alsof de hemel erop toezag, vroeg de eigenaar van de muziekwinkel waar ik mijn snaren en zo kocht of ik niet bij hem wou komen werken. Ik heb dat vijf jaar volgehouden, ook al verdiende ik daar als snotaap niet veel. Ik heb daar toen veel ervaring opgedaan. Daar kwam ik bekende klassiek geschoolde jongens tegen zoals Jos Van Immerseel en Paul Van Nevel.”

Toen vader nog leefde, schreef hij voor Jan en Kris komische sketches die ze hier en daar opvoerden, tot groot jolijt van het aanwezige publiek. Zo speelden ze met veel plezier de sketch van de nachtwaker. De jongens traden toen samen met pa op tijdens bonte namiddagen die ze in parochiezalen en dito zalen gaven. Zo leerden zij op piepjonge leeftijd voor een publiek te staan. Kris nam na een tijdje ook de ukelele ter hand, maar ontdekte snel dat snaren, gitaren en akkoorden niet zijn ding waren. Toch begint hij samen met Jan in 1969 De Werkgroep Sgraap, samen met koorlid Rob Tison. Heel eerlijk geven Jan en Kris toe: “Dat triootje was eigenlijk bedoeld om ons te amuseren en om aan een lief te geraken. Met een gitaar in de hand stap je makkelijker door vrouwenland. Ons grote voorbeeld toen was Ferre Grignard, en Kris De Bruyne, die toen het Skifflefestival in Hove had gewonnen met zijn versie van Klein Klein Kleutertje.” Kris heeft intussen zelf zijn drumstel samengesteld, bestaande uit vijf kartonnen dozen van het waspoedermerk Dixan. Jan, die vooral de accordeon ter hand nam, trok naar de plaatselijke bibliotheek om daar platen te huren, die ze dan op een Grundig-bandopnemer overtrokken. De elpee “Like a Rolling Stone” van Bob Dylan was een van hun favorieten, diens idolen Woody Guthrie en Pete Seeger en folkklassiekers als Sloop John B. Jan vult aan: “Hier bij ons werden we vooral beïnvloed door wat Wannes Van de Velde op dat moment in Vlaanderen teweegbracht, een soort revival van onze eigen volksmuziek. Bij Radio 2 pikte Omroep Brabant daar gretig op in. Walter De Buck hoorde je daar, Willem Vermandere, ‘t Kliekske, de groep Rum enzovoort. Wij zongen dan ook nog eens in de kroegen waar zij optraden.” Daarnaast zingen ze met hun trio ook liedjes van Miel Cools, Dimitri van Toren en Boudewijn de Groot. Na een tijdje verlaat Rob Tison de groep en komt Jan De Broeck in zijn plaats samen met Simon Van Roy en Stef Koekoekx. Simon en Stef spelen leuk gitaar en dat is meegenomen. Stef kan trouwens ook goed met de viool omspringen.

De eerste repetitie plannen zij bij hen thuis, op zaterdag de derde oktober 1970. Jan De Broeck mag het woord voeren, want hij schrijft ook zelf liedjes, vandaar. Kris weet nog akelig precies hoe dat verliep: “Ik voelde me een soort vijfde wiel aan de wagen. Ik speelde geen gitaar en wie geen gitaar in die tijd speelde, werd niet als een echte muzikant beschouwd. Alle muzikanten in loondienst hadden het statuut van bediende, behalve de drummers, die werden als handarbeiders beschouwd en genoten een minder gunstig statuut. Het scheelde niet veel of ik was meteen uit de groep gestapt.” Zij gaan dadelijk op zoek naar een geschikte groepsnaam. Eerst wilden zij zich De Muziekwinkel noemen, maar na wat heen-en-weergepraat komt De Meziek en Liekesgroep De Snaar uit de mouw. Zij moeten snel aan hun samenspel schaven, want De Broeck had hen ingeschreven voor een crochetwedstrijd, naar het voorbeeld van “Ontdek de Ster”, op vrijdag de dertigste oktober in Houtem in de buurt van Vilvoorde. Die dag geeft De Snaar hun eerste publieke voorstelling. Ter plaatse hebben zij pech, want die wedstrijd is niet toegankelijk voor groepen. De twee Jannen en Simon schrijven zich dan maar in als solisten, telkens begeleid door de andere drie groepsleden. Simon eindigt laatste, Jan een paar plaatsen hoger en de beste score is voor Jan De Broeck, die zich op de negenentwintigste plaats mag nestelen in een lijst van veertig deelnemers. Zij voelen zich dus zeker geen hoogvliegers en beperken de rest van 1970 tot een wekelijkse repetitie met hier en daar een optreden in een of andere parochiezaal of jeugdclub. Ook in 1971 wordt de trend voortgezet zich in de kijker te spelen om op die manier een platencontract te versieren. Optredens in onder meer Ekeren, Elewijt, Hofstade, Lier en Duffel. Er wordt ook opgetreden tijdens de Grote Meifeesten in Mechelen. Als kers op de nazomerse taart is er de twaalfde september hun optreden tijdens het Skifflefestival van Hove, een wedstrijd voor jonge groepen en solisten. Hun optreden duurt een kwartier met op het programma onder andere De vriezeman. Na enkele ongeduldige uren komt De Snaar aan de weet dat ze in de finale zitten, waar ze uitpakken met het liedje Twee vrienden. Zij gaan uiteindelijk met de vierde prijs lopen. Voor hun liedje De vriezeman krijgen ze de prijs van de minister van Cultuur als beste Nederlandtalige lied van het ganse festival. Een opsteker kan je dit gerust wel noemen.

Het is de verdienste van Radio 2 en in het bijzonder van producer Guido Cassiman van Omroep Brabant dat De Snaar in 1971 voor de omroep een optreden mogen geven, waarna hij hun adviseert tijdens het laatste weekend van september deel te nemen aan de kleinkunstwedstrijd van Hoeilaart. Ze worden geselecteerd voor de finale, waar ze aantreden met De vriezeman, Dubbele Jan en Den uil en de kat. Met glans winnen ze die wedstrijd en zijn door het dolle heen met die onverwachte einduitslag. Ze winnen niet alleen zevenduizend frank, maar ook een optreden tijdens een troubadoursavond georganiseerd door Radio 2 Omroep Brabant. Dat optreden heeft de twintigste november 1971 in Lot plaats. Ze mogen daar een halfuur lang optreden als het voorprogramma van Jules de Corte en Will Ferdy. De jongens beslissen, na grondig overleg, scheep te gaan met Theaterbureau Merlijn uit Brugge, in 1968 opgericht door Nico A. Mertens. Zo komen ze terecht in een aantrekkelijke stal met daarin onder anderen Lamp en Lazarus, Elly Nieman en Rikkert Zuiderveld, Dimitri van Toren, Jan De Wilde en Hugo Raspoet. Nico regelt meteen een optreden in het buitenland. Eind januari 1972 staat De Snaar op een podium in Alblasserdam, in de buurt van Rotterdam. Omdat de jongens het beu zijn met plaatselijke geluidsinstallaties te moeten optreden, kopen ze er zelf een. De keuze valt op een Geloso-versterker, vier houten klankzuilen, vier telescopische microstatieven en vier microfoons. Een geluidstechnicus van dienst is er niet.

De vierentwintigste april 1972 heet Radio 2 hen opnieuw welkom. Deze keer is het de beurt aan Omroep Antwerpen om De Snaar in het kasteel van Schoten joviaal te ontvangen in de persoon van producer Jos Baudewijn. Door het vele optreden wordt de groep ook door de pers opgemerkt, al kan die hun aanpak niet altijd waarderen. De groep komt tot inkeer en gaat meer en meer aan haar act schaven. Maar ze laten de moed niet zakken. Ze worden steeds vaker gevraagd om op te treden tijdens festivals en dat blijkt achteraf een goede leerschool te zijn geweest. Practice makes perfect! Op het einde van 1972 telt hun agenda zevenenzeventig optredens: van Affligem tot Lommel, van Roeselare tot Essen. Omdat zij zeker willen zijn van hun kunnen, wacht het trio tot in 1976 om hun eerste elpee uit te brengen, “Snaar”. In de studio krijgen ze behoorlijk veel steun van muzikanten als Jean Blaute, Stoy Stoffelen, Rens van der Zalm, Alfred Den Ouden en Michel Verstraeten. Zeventien tracks vullen de elpee met onder meer Vier Weverkens, Schoon Lieveken, Blokkendans, Rue du Village, Ik wil deze nacht in de straten verdwalen en Trage Mars. De plaat wordt uitgebracht op het Parsifal-label, opgericht door Nico Mertens. Die plaat kwam er vooral op vraag van het publiek, dat achteraf thuis nog eens wilde nagenieten. De grote festivals nodigen hen met graagte op hun podia uit: Dranouter, de Gentse Feesten… In 1978 zetten ze een legendarisch optreden neer tijdens het Sfinksfestival. De jongens weten nog goed dat op de eerste rij Bart Peeters zat te glunderen van genot. Op de bijval die hun tijdens dit optreden te beurt valt, kunnen ze teren tot in 1980. In 1979 gaat De Snaar op zoek naar een nieuwe uitdaging, eerder een nieuwe uitlaatklep. Terwijl in de popmuziek de punk van zich laat horen, richten zij Het Puneizencombo op, een dolkomisch gezelschap in de stijl van de Britse groep The Bonzo Dog Doo-Dah Band. Zij brengen een mix van experimentele en psychedelische pop en komische rock met The Rutles en Monty Python als hun grote voorbeelden. Dit wordt een project dat voor de heren De Smet financieel weinig opbrengt, want ze gaan de baan op met een achtkoppige bezetting. Niet alleen drums en een stel gitaren, maar ook toetsen en blazers worden aan de band toegevoegd, plus een koffer boordevol opvallende kledij. Er mag best wat show gemaakt worden, variétérock. Muzikaal wordt in deze bezetting al de basis gelegd voor de latere Nieuwe Snaar met liedjes als Suzy, Ardennen Doo-wop en Dynastie-Rap.

Maar laat u niet misleiden, ondanks die muzikale zijweg blijft De Snaar even naarstig optreden. In 1981 is er zelfs een tweede album, deze keer in eigen beheer uitgebracht, “Plaza”, waarbij ze muzikale steun krijgen van Gerard Lavigne, Bruno Menny, Michel Boulerne en Marcel Bel. De keuze valt op songs als Allegro Bestiale, De Speelman, Javigne, Twee Vrienden, Het Jaar van ‘t Kind en De Kontrolleur. In de zomer van dat jaar gaat De Snaar op tournee met de groep Radeis, een groep die het vooral van het visuele moet hebben. Zij raden Jan en Kris aan in de toekomst hetzelfde te doen, hun act beter uit te werken. Op het einde van dat jaar besluit Stef Koekoekx De Snaar te verlaten. Doordat Stef nogal druk met zijn bedrijf bezig was en zich niet altijd vrij kon maken voor optredens, moesten ze regelmatig aanbiedingen weigeren. Jan en Kris waren ook erg ambitieus en wilden stevig verder stappen. Zij gaan hun zinnen op een nieuwe groep zetten, De Nieuwe Snaar, en doeken in 1981 De Snaar op. Zij speuren naar twee nieuwe muzikanten. In eerste instantie acteur Marc Peeters, die voor het visuele aspect mag zorgen, maar dat loopt niet vlot. Hij wordt na samenspraak regisseur van de groep. Vervolgens kloppen ze ook aan bij Geert Vermeulen, die net gestopt was met zijn groep Het Stekkedozeke. Over naar Geert: “Ik had toen een folkgroepje, Het Stekkedozeke, met mijn broer en een vriend. Ik was fan van De Snaar: die mannen maakten tegendraadse folk met humor. Tamelijk rebels. Na tien jaar wilden ze iets anders en ze probeerden verschillende kandidaten uit. Ik was hun derde keuze. Jan was bijna zeven jaar ouder en heel dominant. Naar die man keek ik op, ik was zijn fan. Dat maakte het niet gemakkelijk om mezelf te vinden: ik ben van heel ver moeten komen.” Er wordt intens gerepeteerd. Geert houdt zich op dat moment wat gedeisd, maar ontpopt zich tot de meest opvallende binnen De Nieuwe Snaar tijdens hun eerste optreden, de vijftiende januari 1982, wanneer ze in zaal De Spiegel in Beveren-Waas uitpakken met hun eerste show “Fragmenten uit de geïllustreerde muziek”. Daarover Geert zelf: “Ik ben nogal technisch aangelegd, ik heb altijd gymnastiek gedaan en ik kon vioolspelen. In geen van de drie was ik echt goed, maar als ik de drie elementen combineerde, had ik er een goed gevoel bij. Zo ben ik erin gerold. Ik vond het spannend dat te ontwikkelen, vanuit mijn fantasie en mijn vroegere ervaring met poppenkast en Jans filmarchief van Spike Jones. Daaruit is iets gegroeid wat speciaal was.” In die beginfase bestaat hun repertoire nog grotendeels uit songs van De Snaar en het Puneizencombo, maar dan wel in een nieuw jasje gepresenteerd. En ze scoren, vrij snel gevolgd door optredens in Nederland, Frankrijk, Duitsland en Zwitserland. De Franse taal hadden ze vlug onder de knie, maar het Duits vergde toch iets meer inspanning. Ook in 1983 wordt er aardig rondgereisd en wordt er vaak de grens overgestoken. Met Geert wordt afgesproken dat hij zich ook intens met het decor gaat bezighouden: “Dat nam ik voor mijn rekening, ja. Ik heb nadien jarenlang de kabels gelegd en aan het scènebeeld gewerkt. En ik vond altijd dat alles proper moest zijn. Afgewerkt. Het podium van een concert oogt doorgaans rommelig, maar in een theater moet een scène proper zijn. Ik legde de lat erg hoog, in alles.

Op vraag van de VRT stelt De Nieuwe Snaar in 1984 op basis van die eerste show “Musicomicolor” samen om daarmee mee te dingen naar de Gouden Roos van Montreux. Jan De Smet daarover: “Als voorbereiding hadden we een videocaptatie gemaakt van een optreden in een cultureel centrum. Daarna hebben we met John Erbuer de band bekeken om de geschikte zaken eruit te filteren, maar daarbij stelden we ook vast dat een gewone captatie niet pakt op televisie omdat de opbouw van sommige nummers daarvoor te traag is. Daarom hebben we alle nummers ongeveer met de helft ingekort. Dan hebben we een tijdje met het idee gespeeld om op verschillende locaties te gaan filmen, maar daarvoor konden we niet over de nodige apparatuur beschikken en daarom hebben we alles in Studio 5 opgenomen met een onnatuurlijke achtergrond van tekeningen.” Zij winnen in Montreux niet alleen de Bronzen Roos, maar tevens de persprijs met als leuk gevolg dat ze gevraagd worden om op te treden in Oostenrijk, Duitsland, Frankrijk en Canada. Over dat succes vertellen Jan en Kris aan de pers: “De voornaamste reden van ons succes in het buitenland is dat we daar een nieuwe groep zijn. In België denkt men nog altijd: ja, dat is De Snaar, dat hebben we al eens gezien. Maar ons huidige programma heeft echt niks meer met folktoestanden te maken, al zijn de drie instrumenten gebleven, zij het met een nieuwe violist erbij. We spelen nu vooral in Nederland in het cabaretcircuit. In Zwitserland spelen we in de kleine theaters en ook in Duitsland is het nu serieus begonnen. Dan is er natuurlijk ook nog Frankrijk, vooral nu we op het grote Lentefestival van Bourges nogal een goede beurt hebben gemaakt.”

En ze blijven in de prijzen vallen. In 1985 winnen zij de Tasse d’Or op het theaterfestival in Cannes. In Avignon worden ze bekroond met de Prix du Off. In datzelfde Frankrijk spelen ze dat jaar de eenentwintigste november hun vijfhonderdste concert. In ons land gaat de vierentwintigste december hun nieuwe show “La-La” in première in de Beursschouwburg in Brussel. Er is dat jaar in de Parijse Olympia hun optreden als Les Snaars. Als trio nemen Jan, Kris en Geert in 1986 hun debuutplaat op, “Hartelijk Gefotografeerd”. Voor deze productie trekt De Nieuwe Snaar naar de studio in het gezelschap van producer Jean Blaute. Ze bespelen alle instrumenten zelf. Blaute hield zich tevens bezig met de klavieren en de drumprogrammatie. Voor gastmuzikanten was er geen speelruimte omdat het budget dat niet toeliet. Ze blikken tien liedjes in met daarop de vaak gedraaide en over de radio te horen De fotografie, Dynastie-Rap en Ardennen Doo-wop. De twintigste december van dat jaar staan ze met Dynastie-Rap op zes in de Vlaamse Top Tien. Het is Hugo Matthysen die hun belangrijkste tekstleverancier wordt. De Nieuwe Snaar is intussen ook gelauwerd door de VRT-televisie, die hun in 1986 de kans biedt om hun kunnen op oudejaarsavond op het scherm te etaleren in de show “Een Nieuwe Snaar in ‘t Oude Jaar”. Ze mogen ook enkele gasten uitnodigen, onder wie José Happart, Drs. P en Les Ballets Contemporains de La Belgique. In 1987 programmeert de Nederlandse zender VARA hun show “La La”, die al eerder was ingeblikt. Dit levert hun bij onze noorderburen een pak extra fans op. En dus trekken de drie heren met veel goesting noordwaarts om daar hun strapatsen aan de Hollanders op te dienen. De zesde juni 1991 zullen ze in Breda voor de laatste maal “La La” voor een livepubliek opvoeren.

Mei 1988 laat De Nieuwe Snaar “La La” los op het Duitse publiek. Zo zijn zij te horen en te zien in Wilhelmshaven en Gütersloh. De Duitse pers reageert positief met opmerkingen als “Immer wieder Lacherfolge mit originellen Einfällen nen Menü mit Chilibonen der Clownerie gewürzt“. Toch is De Nieuwe Snaar verrast wanneer ze in de maand augustus in Hamburg tijdens het Komik Klamauk Kurioses Festival de Goldene Hummel overhandigd krijgen als meest vernieuwende en originele theateract van het voorbije seizoen. Aan die prijs is 3000 DM verbonden. Dat bedrag wordt aan hun nieuwe voorstelling besteed. Die eretitel verzilveren ze iets later in het Duitse Wilhelmshaven, waar ze, om dezelfde reden, de Bronzen Knurrhahn in ontvangst mogen nemen als kers op de “La La”-taart. Zij traden daar trouwens regelmatig op in het Kulturzentrum Pumpwerk. De pret kan niet op, want deze keer gaan ze met 5000 DM aan de haal. De Franse première van “La La” is te zien op het Festival van Ris-Orangis bij Parijs. Ze treden daar op in de grote tent, de nacht na de eerste festivaldag. Voor de film “Blueberry Hill” van Robbe De Hert worden ze gevraagd om in de huid van een jarenvijftiggroepje te kruipen, terwijl ze de Franse versie zingen van De fotografie. Ze hebben er dan al een aantal tournees in Nederland, Frankrijk, Duitsland, Italië, Luxemburg en Denemarken op zitten. In dat laatste land treden zij op tijdens het bekende Festival van Roskilde. De tweede juli is het zover. Ze brengen een mix van hoogtepunten uit hun eerste en tweede show. Tijd en ruimte om hun decor op te stellen is er niet. Het is een beetje open en bloot performen. Er wordt opgetreden op een klein zijpodium in de grote festivaltent. Een paar honderd mensen scharen zich om hen heen en maken op die manier kennis met een toch wel aparte vorm van theater. Wat gretig wordt meegepikt is dat Kris, Jan en Geert, dankzij hun backstagepasjes, die avond kunnen genieten van optredens van The Jesus and Mary Chain én Leonard Cohen.

De maanden september en oktober van 1988 worden vrijgehouden om zich te concentreren op de voorbereidingen van hun nieuwe theatershow. De eenentwintigste december 1988 is het zover. Dan lanceren zij in Brussel een voltreffer, hun derde theatershow “Hackádja!”. Kris herinnert zich nog dat ze voor deze titel kozen omdat dit klanknabootsende woord goed klinkt, goed bekt en omdat nu eenmaal niet alles meteen een betekenis hoeft te hebben. Grafisch oogde het ook goed op affiches en in programmaboekjes. Eigenlijk pikten ze het idee van de band van Spike Jones, die een hilarische versie van De vlucht van de hommel opnam waarin een van de muzikanten op een bepaald moment in een niesbui uitbarst die fonetisch lijkt op iets als hackádja waarna het volledige orkest de slappe lach krijgt. Vanaf de vijfde december gaan ze vier dagen in de week de nieuwe show in de Ancienne Belgique uitwerken en instuderen. De eenentwintigste december heeft de première plaats. De AB is tot de laatste zetel uitverkocht. Om de show vooraf in de media te kunnen promoten, hebben ze vooraf in Studio Impuls twee nummers opgenomen: De Ego Boogie en De schat van de farao. In de pers wordt de show laaiend enthousiast onthaald. Hun klasse wordt alom geprezen, alsook hun combinatie van eigenheid en brede toegankelijkheid. Ook het originele decor en de functionaliteit daarvan kunnen op schriftelijke waardering rekenen. De jongens halen opgelucht adem en bereiden zich voor op een lange tournee. Eén probleem doet zich voor: het decor is te groot om in de bus te passen en dus besluiten ze een aanhangwagen te kopen. Voortaan trager rijden, is de nieuwe opdracht. Die show zal jarenlang meegaan. Ze voeren hem de veertiende mei 1994 in Genua voor de laatste keer op, in het totaal goed voor precies 409 voorstellingen.

Hun platenfirma heeft tussen al die binnen- en buitenlandse drukte door geduld moeten oefenen, want pas in 1989 is er hun tweede album, “Hackádja!”. Producer van dienst is ook deze keer Jean Blaute, die De Nieuwe Snaar laat omringen door musici van stand: gitaristen Bert Candries, Chris Peeters en Marc Van Puyenbroeck, saxofonist Johan Vandendriessche en zangeres Sofie Verbruggen, om er een paar te noemen. Ook deze keer is Hugo Matthysen tekstleverancier van dienst. Vaak gehoord over de radio en intussen uitgegroeid tot echte klassiekers zijn de liedjes De zwemmer en Liesje’s poesje. Het valt op dat er meer in de richting van de muziek wordt gestapt, ook al blijven de nonsens en de woordspelingen op deze plaat hoogtij vieren. Op de website van Radio 1 lezen we over dit album: “In de lente van 1989 kropen ze met producer Jean Blaute en een handvol andere muzikanten de studio in voor wat hun meest gewaardeerde album zou worden. Op ‘Hackádja!’ staan dertien songs: enkele van Jan, eentje van hun grote voorbeeld Drs. P, eentje van vriend Wannes Van de Velde en maar liefst negen geschreven door Hugo Matthysen. Zowat alle hebben ze de genadeloze tand des tijds overleefd. De groepsleden en hun gevolg uiteraard, maar ook het merendeel van de liedjes fluiten we met z’n allen uit het hoofd mee. De schat van de farao, Liesje’s poesje, Calypso Be, De zwemmer, noem maar op.” VTM is net van start gegaan en is maar wat blij dat De Nieuwe Snaar in “Tien Om Te Zien” wil opduiken. Op verzoek van de Ancienne Belgique, die hun tienjarige bestaan viert, steken ze een speciale show in elkaar, die ze verkopen als Les Trois Sympas en de Ritme Kings. Ze krijgen daarbij op het podium de steun van Guido Belcanto, Hugo Matthysen, Bart Peeters en Romeo Spinelli. Onder meer De Morgen kwam langs en zag dat het goed was: “Herkenning en verrassing zorgden voor het perfecte evenwicht om er een avond van te maken die iedereen in het publiek kon smaken.” Na de AB staan ze een hele week in De Kleine Komedie in Amsterdam om daar hun nieuwste album uitgebreid voor te stellen. Pech: hun platenfirma heeft vergeten de pers uit te nodigen. Ook geraken ze bij de Nederlandse televisie moeilijk aan de bak. Jammer, want er zat bij onze noorderburen voor dat album meer in.

De Nieuwe Snaar springt graag een extra zijsprongetje. Op vraag van de VRT maken ze in 1990 speciaal voor de televisieversie van “De Pré Historie” enkele liedjes. Over naar collega Guy De Pré voor tekst en uitleg. “De Nieuwe Snaar heeft eigenlijk drie liedjes geschreven voor de tv-versie van ‘De Pré Historie’. Alle medewerkers vonden het een goed idee om De Nieuwe Snaar, die toen hot waren en lekkere teksten schreven, te vragen om voor ‘De Pré Historie’ een liedje te schrijven mét bijbehorende clips voor de start van het nieuwe tv-seizoen. Voor het eerste en meest bekende nummer koos Jan De Smet voor een bewerking van het Amerikaanse sixtiesnummer Bread And Butter van The Newbeats. De andere twee songs kwamen later en kregen beduidend minder aandacht omdat het toen al niet meer nieuw was natuurlijk. Die drie versies zijn terug te vinden op de in 1994 verschenen cd ‘De Nieuwe Snaar Revue’: De Préhistorie 1, De Préhistorie 2, een vertaling van Everybody needs somebody to love van Solomon Burke, en De Préhistorie 3 een door de heren zelf geschreven nieuwe tekst op Elke zaterdag van Will Tura uit 1965. En ze blijven behagen, want om de organisatoren van de zomerfestivals te plezieren, pakken ze uit met een grotere bezetting. De Ritme Kings bestaan uit: Jean Blaute, Stoy Stoffelen, Chris Peeters, Eric Melaerts, Walter Poppeliers en Hugo Matthysen, met wie Jan De Smet het nummer Feestlied schrijft, dat in 1990 op single verschijnt, gekoppeld aan Calypso Be van Wannes Van de Velde. Ze gaan met de Ritme Kings ook toeren onder de hoofding “De Nieuwe Snaar Deluxe”. De première heeft de eerste juni 1990 in Brussel plaats. Koning Boudewijn wordt de zevende september 1990 zestig, voor de groep en hun platenfirma de gelegenheid om Dynastie-Rap wat op te frissen en als Dynastie-Rap 1990 op single in de markt te zetten. Jean Blaute staat in voor die nieuwe verpakking. Een leuke kapstok overigens om de elpee “Hartelijk Gefotografeerd” eindelijk op cd uit te brengen.

“De Nieuwe Snaar Deluxe” wordt de derde maart 1991 in Maaseik voor de laatste maal opgevoerd. Alleen al in de voorafgaande maand februari stonden er nog vierentwintig voorstellingen genoteerd. De voorstellingen mogen rekenen op een behoorlijk positieve pers. In Het Nieuwsblad lezen we bijvoorbeeld: “De Ritme Kings geven de liedjes meer body en zouden zo de drie Snaren meer ruimte moeten geven voor hun humor. Je gaat er het best naartoe als naar een concert. Dan krijg je waar voor je geld. De Nieuwe Snaar bezingt het kleine leed van de grote mens, het is een tussendoortje op niveau.” Na de tour krijgen al de muzikanten en technici een ereteken opgespeld als dank en worden ze verheven tot Erelid in de Orde van de Snaar. In de maand maart wordt er onder andere in Duitsland en Frankrijk getoerd en wordt er ernstig nagedacht over een nieuwe theatershow. In oktober 1991 mag De Nieuwe Snaar in Frankrijk uitpakken met de Franse versie van “Hackádja!”. Hun teksten worden in het Frans vertaald door de Fransman Yves Dardenne, gehuwd met een Vlaamse en daardoor perfect tweetalig. Van de cd wordt er in Studio Impuls een Franstalige versie ingezongen. Die nummers werden al in de maand april ingeblikt. De zeventiende september worden in Lille zowel de show als de cd aan de pers voorgesteld. De première heeft op de tweede, derde en vierde oktober plaats in het Théâtre Sébastopol in Lille en twee dagen later in het Théâtre Municipal in Tourcoing. De zesentwintigste oktober ronden zij af in Cahors. Een krant als La Montagne pakt vrij euforisch uit: “Les Snaars, perfectionisten als het humor en muzikale effecten betreft, ontketenen steevast de ene lachbui na de andere. Een avondje in het gezelschap van dit energieke trio is de perfecte therapie tegen neerslachtigheid. Les Snaars kunnen alles aan, het publiek kan het weten.

Intussen werd aan de Duffelse kunstenaar Luc Deleu gevraagd het decor voor hun nieuwe voorstelling te ontwerpen. Dat decor zal hun qua inspiratie een enorme boost geven. De nieuwe show krijgt ook stilaan een naam, “William”. De vijfentwintigste november trekken de drie heren naar Studio Zeezicht in Spaarnwoude, waar ze onder leiding van Henny Vrienten een nieuwe single inblikken. De platenfirma drong daar sterk op aan. Jean Blaute is té druk bezig met Hugo en De Bomen om voor hen tijd vrij te maken. Er wordt het Afrikaans getinte Bwana Kitoko opgenomen, het verhaal van de onafhankelijkheid van Belgisch-Congo aan de hand van twee reizen van koning Boudewijn in 1955 en 1960. Fay Lovsky verleent haar gewaardeerde medewerking. Op de B-kant van de single belandt de a-capellaversie van William Vanderlinden.

De vierentwintigste december 1991 pakt De Nieuwe Snaar in Strombeek-Bever uit met de première van de theatervoorstelling “William”, de vijfde op rij. Pas de week voorafgaand aan die première heeft de show de juiste vorm gekregen, het blijft sleutelen tot het laatste moment. Try-outs waren er al de achttiende december in Tilburg en de dag nadien in ‘s-Hertogenbosch. De drieëntwintigste december is er voor alle zekerheid nog een generale repetitie. Ze beginnen er ‘s ochtends om negen uur aan, om pas ‘s avonds rond elf uur af te ronden. Het loont, want de dag na de première lezen we bijvoorbeeld in De Morgen: “De Nieuwe Snaar houden hun reputatie hoog met deze nieuwe productie. De opbouw en het decor is typisch Belgisch, het heeft iets surrealistisch. Kijk uit een andere hoek tegen de wereld aan en je ziet hem totaal anders. Wat achter de bomen verstopt zit, zie je wel. Wat duidelijk is, zie je niet meer. Het eerste idee dat je krijgt, is altijd het logische. Dan komt het erop aan de antilogica te gaan zoeken, zo luidt hun filosofie.” De show staat bol van de hommages: aan Canned Heat, Inspector Clouseau, Slim Gaillard, René Magritte… Stevige elektrische rock wordt afgewisseld met stille momenten en een heuse countryachtige tranentrekker.

Alvorens Vlaanderen met “William” te veroveren, gaat De Nieuwe Snaar begin 1992 de remmen een maand lang wat losgooien in Nederland. Tijdens die maand wordt er tweeëntwintig keer bij onze noorderburen opgetreden. In de loop van de maand april houden ze hun adem wat in, om nadien een vervolg aan hun Hackádja!’s in Frankrijk en Duitsland te breien. In de Escovi Studio’s in Brussel wordt in een regie van John Erbuer “Hackádja!” voor het nageslacht op dvd vereeuwigd. Er wordt ook een Franse versie ingeblikt. Telkens wordt er gebruikgemaakt van de geluidsband van de cd-opnames. Het eindresultaat mag er best wezen. Voor een hulde-cd aan de King Elvis Presley, die vijftien jaar eerder overleed, neemt De Nieuwe Snaar op vraag van EMI en het maandblad Panorama in een productie van Eric Melaerts het nummer Rock-A-Hula Baby op uit Presleys film “Blue Hawaii”. Die versie zal iets later als extra track op hun nieuwe cd verkrijgbaar zijn.

Om wat te bruinen, trekt De Nieuwe Snaar in de maand juli richting Italië, waar ze een vijftal voorstellingen geven van “Hackádja!”. De bindteksten zijn in het Italiaans, de liedjes in het Frans. De ganse maand augustus rusten ze verdiend op hun lauweren. Verbonden aan de nieuwe theatertournee verschijnt in de maand september hun derde album “William”, voorgesteld in De Kleine Komedie in Amsterdam. De Belgische pers wordt met een busrit verwend. Het album, voor het merendeel opgenomen tijdens de maand juni 1992 in Studio Impuls in Herent, staat bol van de songs, twintig in het totaal, ook rijk gevarieerd qua thema’s: Mr. Ghost in een vertaling van van Wannes Van de Velde, Clouseau, William Vanderlinden, Slim Gaillard, Krokodil, Bo Diddley, René Magritte, Bwana Kitoko. In de studio wordt er door het productieteam onder leiding van Jean Blaute op geen muzikant meer of minder gekeken, zo’n negentien in het totaal. Daaronder opvallende namen als Patrick Riguelle, Stoy Stoffelen, Fay Lovsky, Kevin Mulligan en Mich Verbelen. Ook al gaan hun albums vlot over de toonbank, een notering in de Ultratop Album 200 zit er ook deze keer niet in. Twee songs daaruit verschijnen op single: Bwana Kitoko en Ik heb vannacht... Na de persconferentie lezen we in De Standaard: “De Nieuwe Snaar scheppen hoop in tijden van verkleutering.” Naar aanleiding van het twintigjarige bestaan van De Warande in Turnhout de eenendertigste oktober werkt De Nieuwe Snaar een speciale show uit.

In 1993 wordt er in Vlaanderen volop getoerd van januari tot begin april met “William”. De drieëntwintigste maart 1993 overhandigt minister van Cultuur Hugo Weckx hun de geloofsbrief waarin ze worden aangesteld als cultureel ambassadeur (in het totaal wordt hun die eretitel driemaal toegewezen). De formule luidt als volgt: “Overwegende dat cultureel waardevolle organisaties en projecten, die over een sterke internationale reputatie beschikken en zich duidelijk als Vlaamse initiatieven manifesteren, kunnen bijdragen tot het versterken van de internationale politieke, culturele en economische uitstraling van Vlaanderen, overwegende dat het hierna genoemde initiatief aan de bovengenoemde criteria voldoet, hebben we besloten De Nieuwe Snaar aan te stellen als cultureel ambassadeur van Vlaanderen.” Dat lukt makkelijk, want met “Hackádja!” trekken ze enkele weken later richting Frankrijk en meteen nadien richting Zwitserland, waar ze ook enkele schoolvoorstellingen in het Frans en het Duits geven. Eind mei staan ze vijf dagen in een theater in Mainz geprogrammeerd enzovoort.

Met het oog op hun Spaanse tournee vertaalt Dirk Van Esbroeck hun teksten in het Spaans en mogen ze bij hem thuis Spaanse les gaan volgen. Vooraleer Spanje aan de beurt is, toeren ze in de maand juli een week langs Italiaanse festivals en theaters, onder meer in Bologna. Maandag de zevenentwintigste september vertrekt De Nieuwe Snaar vanuit Zaventem naar Barcelona voor een verblijf tot de eerste november om zes dagen per week op te treden in het Teatre Condal, gelegen aan de Via Paralelo. De persmap liegt er niet om: “Los Snars, los musicomicos mas famosos de Europa.” Zij worden omschreven als een mengeling van Mel Brooks en Grock, een soort Jacques Tati meets Buster Keaton, ze zijn met z’n drieën zoals de gebroeders Marx, muzikanten zoals Chico en Harpo. Geen enkel voorwerp kan hun weerstaan of ontsnapt aan hun aandacht. Ze spelen elke soort melodie, van de grote muziek over charanga tot rock en ze hebben geen genade. Ze moeten nu nog lachen wanneer ze eraan terugdenken hoe ze bijna stoethaspelend de teksten uit het hoofd gingen leren en eraan moesten wennen dat Liesjes poesje, El conejito de Lily werd en De zwemmer, El nadador. De show die ze hier brachten was de Spaanse versie van “Musicomic”. Ze zullen hem in het totaal dertig keer opvoeren. “Een volle zaal“, beamen Jan en Kris, “hebben we nooit gehaald. De vijfhonderd zitjes hebben we niet altijd gevuld gekregen. De organisator liet ons dan ook weten dat ze geen verlies hebben geleden, maar ook geen grote winst hebben gemaakt.” Eenmaal terug thuis wordt tijdens de maanden oktober en november volop getoerd met “William”. Ze animeren daarnaast de eigenaars van kleinere zalen met een soort best-of-optredens.

De achtentwintigste december van dat jaar zendt de VRT een reportage over het Spaanse avontuur uit onder de titel “Cuarteto Triangular”. Met de Spaanse voorstelling kapen de heren het Diploma d’Aplaudiment van het seizoen 1993 weg, uitgereikt door El Premi Sebastià Gasch de Music-hall i Arts Parateatrals. Manager Léon Lamal spoort hen tussendoor aan een show uit te werken, waarmee ze in 1994 hun vijfentwintigjarige bestaan in de verf kunnen zetten, een terugblik, die ze maar één seizoen zullen opvoeren en enkel in de grotere culturele centra. In de maand februari 1994 wordt “William” voor de laatste keer opgevoerd in Nederland, onder andere vijf optredens in De Kleine Komedie in Amsterdam. Op het einde van het jaar zal “William” nog een aantal keer in Vlaanderen uit de kast worden gehaald. In de lente worden ze in het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen voor de tweede keer tot cultureel ambassadeur benoemd. Dat zal wel lukken, want in mei spelen ze bijvoorbeeld twee weken in het Teatro della Tosse in Genova. Tijdens de maanden mei en juni wordt er veel gebrainstormd en gaan ze in samenspraak met hun platenfirma EMI werken aan een uitgebreide verzamel-cd. Hun nieuwe voorstelling “De Nieuwe Snaar Revue” moet sowieso dolle pret worden. Er worden gasten uitgenodigd zoals het Trio Grande (3 a-capelladames), sitdowncomedian Earl Okin (speelde ooit in een voorprogramma van Wings) en illusionist Gili. Het Trio Grande is ook te horen op het nieuwe album. In Studio Impuls in Herent wordt onder andere Mocking Bird Hill ingeblikt, met een knipoog naar Les Paul & Mary Ford. De dames Grande mogen hier alvast laten horen wat ze kunnen. Om dat trio de nodige ervaring te gunnen, mogen de dames hier en daar mee op tournee. De maand augustus wordt voorbehouden om aan de nieuwe show te sleutelen en te prutsen. Er moet koste wat het kost vuurwerk aan te pas komen. Samen met regisseur Marc Peeters wordt alles tot één mooi geheel gekneed tijdens hun vele repetities in het cultureel centrum van Jezus-Eik. In “De Warande te Turhnout heeft de eerste november de première plaats. In De Standaard lezen we: “Deze revue is een spetterende vertoning die in Vlaanderen zijn gelijke niet kent. De drie Snaren vinden in de drie hupse dametjes van het Trio Grande hun vocale en visuele alter ego’s. Ze lijken wel voor elkaar geschapen. De Nieuwe Snaar houdt het fris, vermijdt het boertige en zoekt het in het eenvoudige, wat nog altijd het beste werkt.” Voorafgaand aan de show lanceerde EMI in de maand oktober al hun album “De Nieuwe Snaar Revue”, goed voor zesentwintig songs, waaronder als toetje Le chat du Pharaon, Die schöne Müllerin en El nadador. Acht liedjes verschenen niet eerder op cd. In het bijbehorende boekje schrijft Tom Lanoye: “De Nieuwe Snaar is de klinkklaar fine fleur van klankkleur dijenklets vakmanschap! Drievuldigheid van repertoire vol slipgevaar, hilarisch hemelschaar van kunst met k, maar zonder saai noch navelstaar… Wat wil men meer? Wat is meer waar? Dan een avond met De Nieuwe Snaar.” De heren maken in het bijbehorende boekje ook van de gelegenheid gebruik om hun technici te bedanken, die hen in alle omstandigheden zo goed mogelijk bijstaan, want zij zorgen er telkens voor dat hun optredens ook geluids- en beeldtechnisch een succes zijn. Op het einde van het jaar staan er in het totaal 1500 optredens op de Nieuwe Snaar-teller. Zij noteren dat getal tijdens een voorstelling in Saint-Cyprien in Frankrijk.

Ook al waren ze het in het begin niet van plan, toch trekt De Nieuwe Snaar de vierde januari 1995 met de “Revue” richting Nederland om daar op vraag van directeur Joost Nuissl vijf optredens te geven in De Kleine Komedie in Amsterdam. De Nederlandse pers reageert positief: “De heren leveren verrukkelijk amusement af, gebracht door een razendsnelle geoliede showmachine. Het publiek kon er niet genoeg van krijgen. Gezien de reacties zou het niet denkbeeldig zijn dat het volgende jubileum in Carré gevierd wordt.” Eind januari keren zij naar Vlaanderen terug. De “Revue” wordt ook hier gulzig opgevoerd en verteerd. Opnieuw worden ze aangesteld als ambassadeurs van Vlaanderen. Een deel van het budget wordt besteed aan de opname van een Duitstalige cd tijdens de maand juni, bedoeld als visitekaartje voor de Duitse markt. Wannes Van de Velde vertaalt samen met zijn van origine Duitse vrouw, die ook bij de opnamen in de studio van Bert Candries in Wezemaal aanwezig is als taalcoach. Zij brengen de cd uit op het onafhankelijke Myron-label, opgericht door Léon Lamal samen met Dirk Van Esbroeck en in eerste instantie bedoeld om de Argentijnse muziek die Dirk samen met Alfredo Marcucci en het Sexteto Tango al Sur inblikt, uit te brengen. Eind juli begint De Nieuwe Snaar aan een grootse promocampagne in Duitsland. Ze trekken onder meer naar München voor een tv-opname voor het ZDF. De twintigste augustus staat een tv-optreden in Mainz op het programma. In ons land toeren ze in 1995 met de kleinschalige best-of-tournee onder de titel “Als eieren zo groot”, goed voor een dertigtal voorstellingen vanaf eind september tot en met half november. Er wordt inmiddels gebroed op een nieuwe show. Kris daarover: “Ikzelf had mijn schroom overwonnen om andere blaasinstrumenten te leren bespelen na de aankoop van een tweedehandse basklarinet. Een nieuwe klankkleur kon aan het palet worden toegevoegd, maar dat was natuurlijk niet voldoende voor een nieuwe show. We gingen ons in 1996 zeker niet vervelen.

En vervelen doen ze zich niet, want de eerste april 1996 trekken ze voor de eerste maal naar Zuid-Afrika. Ze spelen hier op het tweede Klein Karoo Nasionale Kunstefees in Oudtshoorn. Op dit festival staan cabaret, lichte en klassieke muziek, dans, theater en literatuur centraal. Ook Stef Bos, Tom Lanoye en Herman van Veen staan op de affiche. Eenmaal terug werken zij tot half mei het laatste luik van de “Revue”-tour af. Tijdens hun vrije tijd en in de pauze van die tour wisselen ze onderling al wilde ideeën uit voor de nieuwe voorstelling die op het einde van het jaar in première moet gaan. Muziek spelen op niet-alledaagse instrumenten zal sowieso centraal staan. Zij willen ook een ode brengen aan een aantal van hun muzikale helden: Spike Jones, Julie London, Wannes Van de Velde… In een ruimte die Geert ter beschikking stelt in een voormalige elektronicazaak in Bouwel, kunnen zij beginnen met de voorbereidingen. Er wordt ondanks de drukte toch nog tijd vrijgehouden om onze oosterburen nog eens te verblijden met hun komst: Wiesbaden, Bonn en Hamm. Een tegenvaller is wel de Auslandssteuer, een bijkomende taks op buitenlandse groepen, waardoor zij in één klap 35% duurder worden (kwestie van hun eigen Duitse groepen  te beschermen). Half mei wordt in ons land definitief een punt gezet achter de “Revue”, schluss damit. Plaats van afronding het Cultuurcentrum Zwanenberg in Heist-op-den-Berg. Vanaf de maand juni wordt dagelijks gerepeteerd om van hun nieuwe show een topper te maken. De laatste week van augustus nemen ze in de studio een nieuwe single op, Limburglimbo en De hoezen van Julie. Jan De Smet is namelijk tot over zijn oren verliefd op de legendarische Amerikaanse zangeres Julie London en heeft intussen al haar elpees verzameld, waarop ze hem meerdere verleidelijke blikken gunt. In Ontmoetingscentrum ‘t Waaigat in Zwijndrecht mag tijdens de laatste week van september, een maand voor de première, gerepeteerd worden. Zij voorzien twee try-outs voor ” Famineurzeven”. Vervolgens wordt er geoefend in De Bosuil in Jezus-Eik en het Fenikshof in Grimbergen. Karel Vereertbrugghen wordt ingeschakeld om de bindteksten aan te reiken. Vooraleer met de première wordt uitgepakt, wordt alles opgesteld in het cultureel centrum van Strombeek-Bever, waar zij vanaf de twintigste oktober drie dagen de kans krijgen alles te finetunen. Er wordt groots gedacht en gepland, met in het totaal vier premièredagen, die eindigen op zondag de zevenentwintigste oktober. Volgens Gazet van Antwerpen zit alles snor: “‘Famineurzeven’ is helemaal gebaseerd op het concept van een bonte avond. Muziek, dans, variété en acrobatiek worden samengesmolten tot één geheel. Ook het decor wijst meteen in die richting: een podium dat zo uit een Vlaamse parochiezaal zou kunnen komen, uitgevoerd in de atoomstijl van tekenaars als Ever Meulen en Yves Chaland. Leek het er tijdens het vorige programma ‘Revue’ op dat De Nieuwe Snaar door haar inspiratie zat, dan leveren ze nu het bewijs van het tegendeel. ‘Fm7′ is theater pur sang, met violist Geert Vermeulen in de hoofdrol. Er valt flink wat te beleven.”

De dertigste maart 1997 trekt De Nieuwe Snaar voor een tweede keer naar Oudtshoorn in Zuid-Afrika. Na een tussenpauze van een jaar vernemen ze, eenmaal terug in Vlaanderen, dat ze weer voor een jaar tot cultureel ambassadeur benoemd zijn. Vanaf eind juni trekken ze naar The Groove in Schelle, want er mag en moet een nieuw album komen. Het album wordt als een dubbelaar opgevat: een deel betreft liveopnamen en een ander deel studiomateriaal. Ook nu weer is Jean Blaute de producer van dienst. Opvallend op “Famineurzeven” is de laatste strook In de soep, een gezongen autobiografie: “Als een afgezaagd refrein, zo hebben we jaren rondgereden in een ouwe bus, het was daar zo gezellig, ja het was daar reuzeknus. Maar dikwijls hadden we panne en dat was een hele klus, want niemand hier was opgeleid tot busmechanicus…” Lekker vaak gedraaid op de radio sindsdien is het nummer De Limburglimbo. Het idee is van Earl Okin, die telkens als zij tijdens hun optredens het bord “De Limburgers heten u welkom” passeerden, aan een rituele dans uit Trinidad moest denken. “Van Kuttekoven tot Ternaaien, van Munsterbilzen tot in Peer, staan de Limburgers te draaien en doen de limbo nog een keer.” Ook nu weer bedienen de drie heren zich van de meest uiteenlopende instrumenten en geluidmakende attributen: slijpschijf, zingende zaag, elektrische mandoline, belletjes, lyra, basklarinet, ukelele, tenorgitaar, cavaquinho, banjolele, accordeon, Engelse hoorn, kortom te veel om op te sommen. Het wordt uiteindelijk een album waarvan de eerste twaalf liedjes de veertiende februari werden ingeblikt tijdens een liveoptreden in “De Kleine Komedie” in Amsterdam. Die locatie blijkt in de maand september ook de geschikte plek om het album aan de verzamelde pers voor te stellen. Iets later stelt De Nieuwe Snaar het album ook in de “Ancienne Belgique” in Brussel voor tijdens een uitverkochte show. De jongens kunnen hun zeg kwijt in Knack Weekend, waarin ze aan Jacky Huys vertellen: “Het tempo gaat steeds maar sneller. We hebben laatst een van onze optredens uit ’81 bekeken en daar zaten weliswaar goeie dingen in, maar we dachten, kan dat hier niet eens een beetje vooruitgaan, terwijl er toen toch behoorlijk werd gereageerd. Wij profileren ons vandaag trouwens steeds minder als een humoristische en steeds meer als een muzikale groep. Onze programma’s zijn opgebouwd als een totaalbelevenis.”

1998 wordt ingezet met de verlenging van het tweede seizoen van “Famineurzeven”. Tijdens de maanden januari en februari wordt Vlaanderen druk bezocht. De maand maart is voorbehouden voor het Nederlandse publiek, om tijdens de maanden april en mei opnieuw de Vlamingen op te vrijen. Zij produceren ook een Franstalige versie van “Famineurzeven”, waarmee zij drie weken zuidwaarts trekken. Ook deze keer werden de Franse teksten vertaald door Yves Dardenne. Van de twaalfde tot de zestiende mei speelt De Nieuwe Snaar in Clermont-Ferrand in Centraal-Frankrijk. Vervolgens zijn Nantes en Ile de Ré aan de beurt. Dan wordt het tijd stilaan aan hun nieuwe voorstelling te denken, waarmee zij eind 1999 on the road gaan. Geert is intussen gaan samenwerken met Walter Poppeliers voor de kindervoorstelling “Muzet Superet”. Waarom hem niet bij de groep betrekken? Voor het najaar van 1998 staan er vooral kleinere theaters op het programma, waar “Famineurzeven” wordt opgevoerd, goed voor zo’n drie voorstellingen per week in Vlaanderen en Nederland. Eind september nodigen zij Walter uit om met hem voor de nieuwe voorstelling muzikaal het een en het ander uit te proberen. Walter staat erop dat zij met partituren gaan werken, hij schrijft namelijk alle arrangementen uit en dat is De Nieuwe Snaar niet gewoon. Maar ze wagen het erop. Er wordt besloten met nog méér vreemde klanken te werken. Geert nodigt hen uit om bij hem thuis in Bouwel met de repetities te beginnen en de nieuwe voorstelling stilaan uit te werken. Tweemaal per week blijkt een haalbare kaart. De titel ligt meteen vast, voor de hand liggend zelfs sinds de komst van Walter, “De Vierde Maat”. Daarmee is De Nieuwe Snaar aan hun achtste productie toe.

Tijdens de weekends wordt er de eerste maanden van 1999 hier en daar in Nederland en Vlaanderen nog opgetreden met de staart, laten we maar zeggen, van de “Famineurzeven”-tour. Begin februari staan er zelfs vier voorstellingen in de Elzas op het programma. Zij ronden eind februari in Vlaamse schoonheid af met zes uitverkochte voorstellingen in de Arenbergschouwburg van Antwerpen. Definitief wordt er van deze show afscheid genomen begin juni tijdens een allerlaatste voorstelling in het Nederlandse Delft. Vanaf dan worden alle creatieve zeilen bijgezet om van de nieuwe voorstelling een soort “je van het” te maken. Kris is in de wolken, want hij heeft voor de nieuwe show in Amsterdam een oude Ludwig-drumkit uit 1967 op de kop kunnen tikken. Ze willen niets aan het toeval overlaten. Begin juli trekken ze naar Studio The Groove in Schelle voor de eerste opnamen van de nieuwe cd. De nummers blijken heel fragiel te klinken: Donker en het door Hugo Matthysen van een knappe tekst voorziene Dweil. “De sfeer in de studio“, vertelt Kris, “was om te snijden. De werkdruk lag erg hoog. Er was het voortdurend bezig zijn met de nieuwe show, de optredens tussendoor, de nieuwe songs. Jean wilde het onderste uit de creatieve kan. Hij had maar schrik dat er te weinig respons van onze kant kwam. Hij vreesde zelfs dat het verhaal van De Nieuwe Snaar na dit zo goed als uitverteld was.” De tiende en elfde september hebben de eerste try-outs plaats, voor een beperkt publiek weliswaar, dat achteraf voldoende respons geeft. Vlak voor de start van een nieuw millennium, het gezegende jaar 2000, heeft de première in Strombeek-Bever plaats. In De Standaard lezen we: “Méér dan in de vroegere voorstellingen hekelt De Nieuwe Snaar de schijn van de moderne wereld. Wat het kwartet niet prekerig maakt, integendeel. De spitse grappen en vlotte liedjes, en nu ook enige acrobatie, vormen samen een spektakel met een aparte identiteit. Centraal op het podium staat een grote installatie, die in alles de fascinatie van onze cultuur met symmetrie weerspiegelt. Het lage volume en de keuze voor akoestische instrumenten zijn statements. De groep pleit voor waardigheid, ambacht, een open cultuur en intelligentie.” “De Vierde Maat” is een drukke voorstelling geworden waarin zomaar liefst tweeëndertig instrumenten worden ingezet. Het publiek krijgt dus waar voor zijn geld. In De Morgen schrijft Dirk Steenhaut: “De heren beheersen zowat alle muziekjes, van rumba tot chachacha en van country tot gamelan, komen gevat én ontroerend uit de hoek, goochelen met woordspelingen en dubbele bodems en zijn ouderwets sarcastisch in een liedje als Dweil. Leuk.” “De Vierde Maat” mogen we, sinds de komst van Walter Poppeliers, letterlijk nemen, goed voor extra zangwerk en vuurwerk op de gitaar, contrabas en marimbula. In een vorig leven was Walter muzikant bij de Holzbein Brothers, trok op tournee met Catherine Delasalle en de Jiddische zangeres Zahava Seewald, speelde met de groep Psamim en met Wannes Van de Velde en met  Guido Belcanto. Poppeliers is geen vreemde voor De Nieuwe Snaar, want op hun vraag speelde hij voordien al mee op de albums “Hackádja!” en “Famineurzeven”. Met “De Vierde Maat” wordt er tot begin november in Vlaanderen opgetreden. Nadien is het de beurt aan Nederland. Vlak voor de kerstdagen spelen ze vier keer in de Turnhoutse Warande.

De productie van de nieuwe cd is deze keer in handen van Wim De Wilde. Er wordt tijdens de maand mei 2000 opgenomen bij Motormusic in Koningshooikt. Wim werkt anders dan Jean Blaute. Hij sleutelt meer aan de nummers, werkt met sampling en puzzelt graag met opgenomen fragmenten tot het als één geheel klinkt. Wim krijgt van de groep carte blanche om aan een nieuw geluid te werken. Hij durft een arrangement anders aan te pakken dan de groep eerst in gedachten had. In de maand oktober wordt de cd gereleaset, goed voor dertien nummers, waaronder De eerste woorden, De ouwe zanger, Houten man, De heilige Miss België en Bandboy. De groep schrijft het merendeel van de songs, met uitzondering van Dweil en Houten man, dat voor een deel van de hand is van Hugo Matthysen. Dweil is lekker genieten van een kakmadam, met iets té veel pretentie, die eindigt als poetsvrouw. De cd boeit door de afwisseling: liedjes die variëren van spitsvondige teksten tot opvallende arrangementen, afwisselend verpakt in dan eens een mambo en een calypso, dan weer Vlaamse country en zelfs futurofolk, al worden ze hier en daar in de pers op de vingers getikt dat het bijwijlen als een soort déjà entendu klinkt. Journalist Harry de Bock is het er nochtans met veel van zijn collega’s over eens: “‘De Vierde Maat’ is een cd om weer van te smullen.” Met de voorstelling van “De Vierde Maat” in Enschede, de tweeëntwintigste december, wordt het jaar in schoonheid afgerond. Een noot die we nog even uit de marge meepikken: de zeventiende september 2000 werd hun 2500ste optreden in Mol gevierd. Zij zijn intussen ook een Zamu-Award als “Beste Live-Act” rijk.

De vijfde mei 2001 noteren wij een opvallend optreden van De Nieuwe Snaar in Rochefort tijdens het Festival International du Rire. In de persmap staat er: “Le vendredi 5 mai, le public découvrira «L’Institut», ces clowns, jongleurs, acteurs et comédiens américains, anglais et français dans un spectacle dénommé Bingo Circo-Comédie. Ce soir-là, il y aura également sur scène Richard Taxy et Paul Adam, Patrick Adler, Marc Jolivet et Serge Llado, Jean Roucas, Serge Llado, André Valardy et De Nieuwe Snaar, un inénarrable trio de musiciens-comédiens, clôtureront, le samedi 6 mai, le neuvième Festival International du Rire de Rochefort.

De eerste drie maanden van 2002 worden besteed aan het allerlaatste deel van de “Vierde Maat”-tour. De eerste drie weken van het nieuwe jaar staat Nederland op de agenda en het laatste weekend van maart wordt afgerond met drie voorstellingen in de Stadsschouwburg van Brugge. 2002 is een speciaal jaar voor de groep, want de vijftiende januari vieren ze het feit dat ze twintig jaar op de planken staan. Op vrijdag de negentiende april 2002 vindt in het Antwerpse Sportpaleis de negende editie van de NEKKA-NACHT plaats. Aan de pers laat de organisatie weten: “Met De Nieuwe Snaar als centrale gast, al kunnen we in dit geval misschien beter spreken van blikvanger, belooft NEKKA-NACHT 2002 zeker opnieuw een niet te missen concert te worden. Reeds jaren stonden ze op het verlanglijstje van de organisatoren en nu, voor hun twintigjarige bestaan, zijn ze bereid gevonden tijd vrij te maken om een speciaal en uniek programma samen te stellen voor NEKKA. In het Sportpaleis optreden, doe je niet elke dag. Zeker voor een groep als De Nieuwe Snaar, die een patent heeft op zowel muzikale als visuele hoogstandjes, is dit een uitdaging die ze voluit aangaan. Reeds maanden werken de vier heren aan een programma dat meer dan ooit garant staat voor spektakel. Het Sportpaleis zal voor de gelegenheid de magische sfeer van een circustent krijgen.” In het eerste deel staan een aantal oudere nummers op het menu, alleen of in combinatie met de genodigden. Het tweede deel bestaat voor het hoofdaandeel uit een bondig exposé van “De Vierde Maat”. Na deze onvergetelijke nacht gaat hun aandacht uit naar hun nieuwe show. De pers begint al ongeduldig aan hun mouw te trekken. Op de vraag hoever het er al mee staat, antwoordt Jan haast laconiek: “Nergens. En toch hebben al verschillende theaterdirecteurs hem in vertrouwen aangekocht. Dat zorgt uiteraard voor een zekere spanning. Het enige wat vaststaat is dat er eind december een première is. Misschien gaan we wel een totaal andere richting uit met wat meer ernstige nummers.” Tijdens de maand mei worden er vijf dagen uitgetrokken om onafgebroken te repeteren. Als regisseur hebben zij Lucas Van Den Eynde aangetrokken. “Hij laat ons vooral onze gang gaan en stuurt subtiel bij daar waar hij het nodig vindt“, aldus Kris De Smet. Eind juni wordt iedereen opgetrommeld om te evalueren. Ondanks de warmte wordt er tijdens de maand juli naarstig voortgeploeterd en -gesleuteld. De show zal worden opgevat als een roadmovie. In de maand september slaan zij hun tenten op in Overijse om er de laatste hand te leggen aan hun nieuwe voorstelling. In Het Nieuwsblad lezen we vooraf al een babbel met de groep: “De voorstelling is een reis langs de dingen die ons bezighouden. We laten voor het eerst een grote dosis melancholie toe. In tegenstelling tot vroeger laten we de dingen in hun waarde en relativeren alles niet meer dood. Er zijn bijna geen bindteksten meer, want we laten de liedjes alles vertellen. De improvisatie leggen we doelbewust aan banden om de vaart erin te houden.”

En die voorstelling komt er. De zevenentwintigste september 2002 gaat De Nieuwe Snaar van start met de première van hun negende theatershow “De Omloop der Lage Landen” in de Ancienne Belgique in hartje Brussel. Van hieruit hebben zij toch iets meer impact op de media, ook iets meer uitstraling dan tot dan toe in Strombeek-Bever. In Het Belang van Limburg noteert Raymond De Condé: “Het programma heeft eerst iets van een dolle roadmovie die door de muziekgeschiedenis dendert. In het tweede deel keert het terug naar de roots van het viertal met een Vlaamse wielerkoers als rode draad en een speaker met een nasaal stemgeluid. Naast muzikale acrobatie zijn er uiteraard ook acrobatische hoogstandjes. Zo blijft Geert Vermeulen bijna tien minuten met zijn magneetschoenen aan het plafond hangen. Heel wat nummers hebben Zuid-Amerikaanse ritmes en de jongens brengen een drietal hommages aan hun muzikale helden: Georges Brassens, Buddy Holly en Bob Dylan. De jongens hebben er een halfjaar van ‘s morgens tot ‘s nachts aan gewerkt. Het resultaat is bewonderenswaardig.”

Plaats voor een aardigheidje tussendoor is er altijd. Clouseau en De Nieuwe Snaar nemen in 2002 de single Samen op, naar Let’s Stick Together van Bryan Ferry, vertaald door Piet Van den Heuvel. Op zaterdag de achtentwintigste september, de vijftiende Dag van de Klant, kreeg je dat cd’tje gratis aangeboden en het paste bij de slogan van de UNIZO-campagne die toen net van start ging, “Samen maken we er een hit van”. Aan Gazet van Antwerpen vertelde Koen Wauters: “Ik ben al lang fan van De Nieuwe Snaar. Het was geestig om samen met hen een nummer op te nemen. We hebben niet gelijktijdig in de studio gestaan, wegens te drukke agenda’s. De videoclip hebben we opgenomen in het repetitiekot van De Nieuwe Snaar.” Op de cd, een muziek-cd én cd-rom, staat de originele versie, de videoclip en de karaokeversie van Samen. De single werd niet te koop aangeboden en is intussen een soort collector’s item geworden. Je kon hem enkel op de Dag van de Klant in je favoriete winkel krijgen.

Op het einde van het eerste seizoen van “De Omloop” nemen de heren van De Nieuwe Snaar in 2003 een moeilijke beslissing. Er komt een einde aan de samenwerking met Léon Lamal. Na veel heen-en-weergepraat wordt besloten de samenwerking te laten uitdoven, dit om het komende seizoen niet in de war te laten lopen. In de toekomst zal De Nieuwe Snaar samenwerken met het bureau van Kris Eelen, Garifuna in Kasterlee. Omdat er niet meer met Léon wordt samengewerkt, kan het nieuwe album ook niet op diens label verschijnen en brengt De Nieuwe Snaar het voor de eerste keer echt in eigen beheer uit. Zij willen sowieso een single uitbrengen en dat wordt In de hemel is geen Dylan, gekoppeld aan Het mooiste orkest van de wereld, een medley van een aantal instrumentale nummers uit de voorstelling. Radio 1 draait het singletje haast grijs en voert de heren vaak op via diverse interviews in hun programma’s. Ze spelen In de hemel is geen Dylan de tweeëntwintigste maart tijdens de Pop Poll de Luxe-avond van Humo, een teken dat de song in die korte tijd is uitgegroeid tot een Nieuwe Snaar-klassieker.

De cd “De Omloop” ligt in 2004 in de winkel. Voor de opname keerden de vier heren naar hun ouwe, trouwe vriend en producer Jean Blaute terug. Op dat album, opgenomen in de maand juni van 2003 in Studio The Groove in Schelle, staan dan ook songs als Denkend aan Buddy Holly’s bril en In de hemel is geen Dylan, dit laatste op een tekst van Frank Vander Linden. Voor de fijnproevers geven de heren in het bijbehorende boekje tot in het kleinste detail de gegevens weer van het instrumentarium dat aan bod komt: een mini-Moog, een Suzuki Pro Master-mondharmonica, een Yamaha Hip Gig, een Fender Relic Telecaster-gitaar uit 1952, een Windsor Curved-sopraansax enzovoort. Voor hen is en blijft het muziek spelen en spelen met muziek. Journalist Peter Van Dyck bekroont dit album in Knack met vier sterren: “De Nieuwe Snaar mag als een bende grapjurken bekendstaan, het zijn in de eerste plaats toch rasmuzikanten. Ze spelen in de letterlijke zin van het woord. Als een spons slorpten ze door de jaren rootsmuziek in alle soorten op en als een zingend geschiedenisboek dragen ze op ‘De Omloop’ hun wereldse en gelijk oer-Vlaamse erfgoed uit. Met het ouder worden, sneuvelen de inhoudelijke taboes. De groep heeft niet langer schroom om over de liefde te schrijven en persoonlijke ervaringen in poëzie te gieten. Jan De Smet blijft het gezicht, maar de inbreng van de anderen wordt van langsom belangrijker. De groep benadert de perfectie. Nog nooit heeft De Nieuwe Snaar zo warm geklonken. In het Nederlandstalige gebied staat dit viertal op eenzame hoogte.

De organisatoren van Marktrock Leuven hebben lang op hen moeten wachten, maar vrijdag de dertiende augustus 2004 is het zover. Het programma voor het hoofdpodium bestaat die dag achtereenvolgens uit: Spring, Natalia, Belle Perez, Xander (ex-Volumia!), De Nieuwe Snaar, Bart Peeters en De Kreuners. Een dag later treden hier ook nog Praga Khan, Novastar, El Tattoo del Tigre, Junkie XL, Zornik en Leki op en op zondag Axelle Red, Hooverphonic, The Rasmus, Flip Kowlier en Sioen. Hoogtijdagen voor wie van Vlaamse groepen houdt.

In 2005 lassen Jan, Geert, Walter en Kris een sabbatjaar in. Her en der vangen we op: “Het sabbatjaar staat duidelijk niet voor een rustig verdwijnen in de anonimiteit: een hele reeks nieuwe voorstellingen van de individuele leden wijst veeleer op een herbronning. Opvallend is dat zowel ‘Liefs’ van de Snaar-leden Geert Vermeulen en Walter Poppeliers als ‘Woody’ van Jan De Smet zich richten tot een jong publiek. ‘Corneel’ van Jan De Smet en zijn gelegenheidskompaan Arne Van Dongen is dan weer een literair-muzikaal programma rond de gelijknamige column in het weekblad Humo.” EMI besluit dan maar wat na te snoepen van hun samenwerking met de groep en brengt in de cd-reeks “Essential” twintig songs van De Nieuwe Snaar verzameld uit: van Ardennen Doo-wop tot en met De duivelse dans.

Van de dertiende tot de dertigste juni 2006 houdt De Nieuwe Snaar tijd vrij om in Studio The Groove in Schelle hun nieuwe album “Helden” op te nemen onder aanvoering, hoe kan het ook anders, van Jean Blaute. Jean schaart zich al musicerend in de studio rond Jan, Kris, Geert, Walter, Stoy Stoffelen, Tompie Van Saet en Tom Vanstiphout. Vijftien nummers worden er ingeblikt. De jongens gaan niet vreemd en schrijven alle songs zelf, met links en rechts verbale steun van Stijn Vranken. In het totaal komen zesendertig verschillende instrumenten aan bod om alzo een degelijk instrumentaal tapijt uit te rollen voor liedjes als Plaats in de annalen, Den Bono, Duiven op til, Het heelal en de titelsong Helden. “Ik ben op zoek in de velden, naar de helden van vandaag, ze zijn zonderling en zeldzaam en er is een grote vraag. Want die zogenaamde helden, die helden van vandaag, die laten zich nog amper gelden en hun taak is nogal vaag.” Uiteraard ging eerder aan de release een gelijknamige tournee vooraf. Daar begonnen de jongens, ondanks hun sabbatical year, al in 2005 aan te werken, want rust roest en anders moet je er nadien te snel in vliegen om alles tijdig klaar te krijgen voor het nieuwe seizoen. Hans-Maarten Post van Het Nieuwsblad trok net voor de première van de veertiende januari 2006 naar hun repetitiekot met de vragen of “Helden” over Eddy Merckx of Bob Dylan gaat, over muzikale of niet-muzikale helden of over het vereren van helden. Jan De Smet had zijn antwoord meteen klaar: “Allemaal fout! Over al die dingen gaat het níét. ‘Helden’ gaat over een drang die in de mens zit om zichzelf te overstijgen. Eender hoe. Het idee dat bij elk van ons leeft, in het diepst van onze gedachten, om onze eigen held te zijn. Al wordt het nooit met die woorden gezegd in de voorstelling. Het is niet echt een duidelijke voorstelling. Het is geen theater, ook geen muziektheater. We zijn vier muzikanten die op hun eigen werkplek samen met iets bezig zijn. Toen het allemaal bij elkaar kwam, met decor en kostuums, dachten we: als het maar niet te koel en te afstandelijk wordt. Maar de menselijke warmte die wij erin brengen, maakt het verschil. We gaan ook diep in onze eigen ziel en dat is nieuw. We hebben dat altijd langs allerlei slinkse wegen ontweken. Nu hebben we eindelijk de durf gehad om onszelf kwetsbaar op te stellen. En afgaand op de try-outs bezorgen we de zaal daar best wel kippenvel mee“, waaraan Geert toevoegt: “Het publiek zegt nu ook eens oh of ah, in plaats van alleen maar te lachen, en dat vind ik heel plezant.” Van die voorstelling verschijnt iets later een dvd. In De Standaard van de vierde november 2006 lezen we daarover: “De jongste, nog lopende productie van De Nieuwe Snaar wijkt een beetje af van wat het kwartet normaal doet. Er zit méér stilte in, méér getuigenis ook en minder routine. Moedig is het woord dat we daarvoor gebruiken, maar de broertjes De Smet & co moesten toch wennen aan de nieuwe theatrale vorm. Deze dvd is vijf maanden na het begin van de tournee opgenomen, waardoor het geheel al vlot loopt. Maar vooral brengt zo’n opname je veel dichter bij de acteurs-zangers. Je ziet de blikken beter, voelt de songs beter aan, kunt de acrobatie van nabij bewonderen. Dat is geen klein verschil, want De Nieuwe Snaar is een doodeerlijk gezelschap dat de kunst van het vertellen hoog in het vaandel draagt, ambachtelijkheid propageert en na al die jaren nog zenuwachtig wordt als er iets nieuws geprobeerd wordt. De heren stellen zich geregeld heel kwetsbaar op, zoals wanneer Jan De Smet a capella over zijn vader zingt. Wie genoeg heeft aan de muziek, kan ook gewoon de cd kopen.” In de maand november 2007 verschijnt als een soort hommage aan Urbanus de cd “Urbanus Vobiscum”. Speciaal voor deze cd neemt De Nieuwe Snaar een cover op van De wereld is om zeep. Aan dit album werken onder meer ook Bart Peeters, Stijn Meuris, Axelle Red, Clouseau en Will Tura mee.

In de staart van 2008 zijn Jan, Kris, Geert en Walter al druk in de weer voor wat hun elfde show moet worden, “Foor 11″. Deze keer beweegt de groep zich achter de schermen van een wereld die draait rond drukte, opzichtigheid, kleur, luide muziek en bombastische verlichting. Er wordt geoefend in Het Gevolg in Turnhout. Op zondag de vierde januari verlaten ze het pand en trekken richting Ancienne Belgique. Op de tweede, derde en vierde januari 2009 speelden ze wel nog enkele keren nieuwe voorstelling in Het Gevolg. In een persmap lezen we “dat het deze keer gaat over de B-kant van het leven: ver weg van de spots en glitter en glamour. Op het podium verschijnen er vier eigenzinnige figuren die elk op hun manier de marge van het bestaan, hun bestaan, ons bestaan, zullen bezingen, bevragen en misschien zelfs verfoeien. Een kleurrijk instrumentarium, confronterende beelden, straffe verhalen, krachtige liederen, onverwachte situaties en statements en zoveel méér zot geweld om het publiek via humor en ontroering, via slapstick en melancholie nog eens stevig onder handen te nemen!” Op zaterdag de dertiende januari 2008 heeft de première plaats. Jan had aan de pers vooraf al gemeld dat de groep uit ervaring weet dat de eerste officiële voorstelling niet sowieso de beste is. “We zijn dan hyperzenuwachtig: zowel de technici als het publiek en zeker wijzelf. Maar de alertheid is dan wel enorm. Eigenlijk speel ik persoonlijk liever de vijftigste dan de eerste voorstelling. Je moet het vergelijken met voor de eerste keer nieuwe schoenen aantrekken.” Aan Gazet van Antwerpen vertellen Jan en Walter dat de voorstelling vooral over schoonheid gaat: “De voorstelling is inderdaad een zoektocht naar schoonheid, in schril contrast met de lelijkheid van onszelf en onze gedachten. Traagheid is een vorm van schoonheid en tevens een tegenstroom. Dat hebben we onthouden van ons aller leermeester Wannes Van de Velde. Die bepaalde zelf zijn ritme en liet zich geen druk opleggen.”

De Standaard print dat “Foor 11″ muzikaal tot het sterkste behoort dat De Nieuwe Snaar al heeft neergezet en De Morgen heeft het over een niet te missen voorstelling voor elke gevoelige ziel. Qua cd-opname trekt de groep in de maanden juni en juli 2009 naar de Alea Studio in Gent. De productie is in handen van Pieter-Jan De Smet en Erwin Libbrecht. Een negental muzikanten komt een extra handje toesteken en vooral een mondje meeblazen. Passeren de liedjesrevue: De King, De nieuwe anonimiteit, Rommel, Marialied en De Laatste Ronde. Frank Vander Linden schrijft mee aan het nummer Geen vrouwen in de groep: “Geen vrouwen in de groep, ik mag het u wel vertellen, ik zit al lang in dit beroep. Geen vrouwen in de groep, want ‘t is makkelijk te voorspellen, alles draait dan in de soep.” Achteraf geeft Jan toe dat over “Foor 11″ een soort donkere sluier hing: “Er waren privéproblemen en dat voelde je. We wilden op deze manier geen afscheid nemen van ons publiek dat ons al jaren trouw was blijven volgen. Hier moest koste wat het kost een vervolg aan gebreid worden, zeker omdat we toen al wisten dat we er stilaan een definitief punt achter gingen zetten.” De eerste oktober van dat jaar trekt De Nieuwe Snaar naar Nederland, om precies te zijn geven ze de aftrap in Leiden en niet in Amsterdam zoals gewoonlijk.

In januari 2010 plant De Nieuwe Snaar een belangrijke meeting. Er zal beslist worden over de toekomst van de groep. Kris schrijft daarover: “De vergadering, waarop wij vieren en Kris Eelen aanwezig zijn, verloopt bijzonder stroef, maar we komen uiteindelijk tot een eensgezind besluit. We zullen nog één voorstelling maken, die een compilatie zal zijn van de beste stukken van de voorbije dertig jaar. We zullen een eigenzinnige keuze maken van de liedjes en acts die we in eerste instantie zelf de moeite waard vinden. Met deze show zullen we zeker twee seizoenen op tournee gaan. De première wordt in januari 2012 gepland. Na de laatste uitvoering van deze ultieme show zal het doek definitief over De Nieuwe Snaar vallen. Dit nieuws zal pas worden bekendgemaakt bij de aankondiging van de nieuwe tournee. Het hoge woord is eruit, de teerling is geworden en we weten waar we aan toe zijn.”

Omdat er nog steeds vraag is naar de bekendste nummers van De Nieuwe Snaar, brengt EMI in de cd-reeks “Alle 40 Goed” de zevenentwintigste september 2010 veertig van hun bekendste en meest geliefde nummers op een dubbele verzamelaar uit. Tijdens de zesentwintigste editie van het Festival van Dranouter staat De Nieuwe Snaar in 2013 nog eens op de affiche. Ze sieren dit keer het podium samen met Agnes Obel, Arno, Daan, Black Box Revelation, De Dolfijntjes, Amatorski, Bent Van Looy en Wouter Deprez.

In 2011 wil Kris De Smet koste wat het kost zijn ei kwijt. Het moest er ooit van komen, het enige echte verhaal van De Nieuwe Snaar moet gevat worden in één boek, een kanjer van 622 pagina’s, onder de titel “Het verhaal van De Nieuwe Snaar”, uitgegeven bij Manteau in Antwerpen. Het boek zal nadien meermaals herdrukt worden. Knack reageert enthousiast: “Een hoogstpersoonlijke wereld vol kleur, muziek en zottigheid“. Het Nieuwsblad heeft het over “muzikaal vakmanschap“. Voor Kris leek dat schrijven op een bepaald moment haast onbegonnen werk: “Dat het niet gemakkelijk zou zijn, wist ik op voorhand, maar dat het zo’n beslag op mijn leven zou leggen, kon ik niet bevroeden. Er waren dagen dat alles bijna automatisch uit mijn hoofd op het beeldscherm verscheen en er waren dagen dat ik met moeite een pagina geschreven kreeg waar ik tevreden over was. Ik heb mezelf de discipline opgelegd om elke dag te schrijven. Gelukkig kon ik daar voldoende uren per dag voor uittrekken, omdat De Nieuwe Snaar het grootste deel van dat jaar geen voorstellingen deed. Maar ik ben blij dat de klus geklaard is. Er is een oosterse wijsheid die zegt dat een man in zijn leven drie dingen moet verwezenlijken: een zoon krijgen, een boom planten en een boek schrijven. Ik heb een zoon en ook twee dochters, ik heb meerdere bomen geplant en nu heb ik een boek. Wat er verder zal gebeuren, weet ik niet. Misschien moet ik wel op zoek naar andere oosterse wijsheden die me een nieuwe opdracht geven.” Wanneer De Nieuwe Snaar er in 2014 mee ophoudt, zal Kris op basis van dit boek lezingen gaan geven, die als volgt gepromoot worden: “Tijdens deze lezing dist Kris sappige verhalen en anekdotes op uit het rijke toerleven van De Nieuwe Snaar. Bovendien illustreert hij alles met beelden en acts uit het onuitputtelijke repertoire dat in al die jaren werd opgebouwd. Hebt u een vraag die u al heel lang wil stellen aan een gepokte en gemazelde Snaar, of wilt u een verzoeknummer aanvragen, dan krijgt u die mogelijkheid er gratis bovenop!” Met die lezingen trekt Kris anno 2017 nog altijd door Vlaanderen.

Maar goed, terug naar 2012, want dan gaat De Nieuwe Snaar nog een laatste keer op tournee met de toepasselijke show “Koñec’”, Tsjechisch voor einde. De officiële aftrap wordt in de Ancienne Belgique in Brussel gegeven. Kris De Smet: “Geheel in de traditie van De Nieuwe Snaar zijn de repetities niet van een leien dakje gelopen. Spannende momenten en conflicten wisselden elkaar af, met uitbarstingen van plezier en creativiteit en periodes van twijfel en moedeloosheid. Er was natuurlijk de bezorgdheid dat deze laatste show een hoogtepunt moest worden. Er waren de verscheurende keuzes tussen de favoriete liedjes en visuele acts van de verschillende muzikanten en er moest een consistent geheel gemaakt worden van al die losse elementen die in de loop van de jaren waren ontstaan. Bovendien waren er een aantal nummers die we sowieso moesten brengen, omdat je nu eenmaal een aantal verwachtingen van het publiek moet inlossen als je een afscheidsvoorstelling maakt. Het heeft ons vier maanden gekost om de show te monteren. Regisseur Marc Peeters heeft in de loop van de trip moeten afhaken en in zijn plaats heeft Randall Casaer alles in goede banen geleid tot aan de première.” De show wordt de negende december 2011 in zaal De Foyer in Lier voor een levend publiek uitgeprobeerd. De teksten waren nog niet af, de volgorde van de liedjes nog niet bepaald en het decor ontbrak, maar wat de groep tevredenstelde was de tevredenheid van het publiek zelf. Hun opmerkingen waren positief en bemoedigend. In De Morgen schrijft Bart Steenhaut na het bijwonen van een voorstelling: “Het was even schrikken toen De Nieuwe Snaar in het voorjaar van 2011 aankondigde dat de volgende tournee meteen ook de laatste zou worden. Het gezelschap rond Jan De Smet trok de voorbije decennia keer op keer volle zalen, en was door zijn eclectische mengeling van slapstick, theater en muziek uitgegroeid tot een monument in België en Nederland. Frontman Jan De Smet liet in die periode optekenen dat het de jongste paar tournees almaar moeilijker werd om nieuwe invalshoeken te vinden en elkaar te blijven verrassen. De groep, die in het buitenland wel eens de Vlaamse evenknie van The Marx Brothers werd genoemd, werkt momenteel een serie afscheidsconcerten af waarin de hoogtepunten uit hun rijkgevulde repertoire netjes gegroepeerd worden.” Het Nieuwsblad schrijft: “De Nieuwe Snaar is zonder meer een van de meest opmerkelijke acts die rondlopen in de Lage Landen. In haar dertigjarige geschiedenis maakte De Nieuwe Snaar elf volwaardige theatervoorstellingen, speelde ruim 3600 concerten in binnen- en nabije en verre buitenlanden en heeft een repertoire van om en bij tweehonderd liedjes, stunts en sketches. Van verstilde emotie tot vrolijke chaos.” Van deze voorstelling verschijnt na zo’n tweehonderd voorstellingen een erg gesmaakte dvd. “Een mooi verzorgde registratie van de integrale liveshow (méér dan twee uur) met als extra’s interviews met de groepsleden en een paar verrassingen. ‘Koñec’ is een staalkaart die de veelzijdigheid en het vakmanschap toont die vier uiteenlopende figuren in de loop van meer dan dertig jaar hebben opgebouwd, een uniek document om te koesteren.

 

De Nieuwe Snaar houdt er dus in 2014 definitief mee op. Na méér dan vijfduizend optredens spelen ze op vrijdagavond de vijfentwintigste april 2014 in het Sportpaleis in Antwerpen tijdens Nekka-Nacht hun allerlaatste voorstelling onder de vlag “De Nieuwe Snaar – De Ereronde”. Elke fan wil die avond present zijn om Jan, Kris, Geert en Walter uit te wuiven en hen te bedanken voor al die mooie jaren en al die geweldige optredens. “De Ereronde” wordt een verrassingsreis door alle muzikale en theatrale aspecten van deze populaire groep: met extra muzikale optredens, met dans, gegoochel met illusie, circus en acrobatie, spectaculaire verschijningen en veel humor. Het publiek ziet De Nieuwe Snaar zoals het hen nog nooit zag en nooit meer zal zien. Het hoort voor de laatste keer De zwemmer, Dylan, Calypso Be, De postbode en zovele andere zaligheden. Voor elk ingrediënt dat in de voorstelling ingebouwd is, werd een specifieke artiest uitgezocht die haast iedereen verbaasde en verraste. Bekende artiesten, artiesten die uniek zijn in hun genre, groepen en individuen waarmee De Nieuwe Snaar een band heeft. In totaal passeerden méér dan tweehonderd jonge en oude artiesten de revue. Het podium was voor de gelegenheid in drie stukken opgedeeld. Op de website van Jongeren Planeet lezen we als aanvullende info: “Naast bekende artiesten als Stefaan Degand, Gili, Wim Opbrouck, Urbanus, Jean Blaute, Kris Wauters en Circus Ronaldo was er veel ruimte voor onbekend talent: acrobatisch turnen, dansende kinderen en de jeugdafdeling van de Balense wielrennersclub. Presentator Jan Becaus loofde hen en wist te vermelden dat het verhaal van De Nieuwe Snaar zeker gene kattenpis is. Ook de kinderen van De Nieuwe Snaar, aangekondigd als Het Snaargebroed, deden een act met lichtgevende ballen en als begeleidingsband van een acrobatieact. Dit was genieten van de eerste tot de laatste minuut, waarbij hoogtepunten van de voorbije tweeëndertig jaar samengeperst werden in een drie uur durende show. Geert Vermeulen mocht hierbij nog een laatste keer de muzikale paljas uithangen in zijn betonmolen, ondersteboven hangend met zijn magneetschoenen, acrobatie in de lakens, op skilatten enzovoort. Walter, Geert, Kris en Jan maakten als slot ook de titel ‘De Ereronde’ letterlijk waar, en werden op een karretje het Sportpaleis rondgereden terwijl ze als bisnummer een akoestische versie van De fotografie brachten, die zo mooi klonk dat ze bij velen een gevoelige snaar raakten en het afscheid nog moeilijker maakte. Als troost zijn er nu enkel nog de cd’s en dvd’s van hun vorige shows in afwachting tot VRT deze Nekka Nacht op televisie brengt om het nog eens opnieuw te beleven.”

Geert Vermeulen over dat definitieve afscheid: “Wat De Nieuwe Snaar draaiende hield, was dat er altijd veel publiek in de zaal zat. Alles wat erbij kwam kijken, de moeilijke karakters, het creëren, de verplaatsingen, was ondergeschikt aan het plezier daar op de scène te staan. Als je dat dertig jaar volhoudt met dezelfde mensen, mag je tevreden zijn. Of het nu goed of slecht was, maakt me niet eens veel uit. Het is vooral genieten… Wat dat afscheid betreft, hebben we alles goed afgewogen, hoor. Je zou denken dat we na dertig jaar optreden in zoveel centra een vorm van respect verdienen, maar het tegendeel bleek. Je hebt nu huizen die zeggen dat we niet meer passen in hun visie, terwijl we daar zo veel gestaan hebben en de zaak telkens uitverkocht hebben. Zet ons een week in de Arenbergschouwburg en de zaal zit elke avond vol. Maar we passen niet meer in dat beleid. Het publiek heeft wel altijd respect getoond. Na elke voorstelling hoorden we dat.”

We zijn nooit met een welomlijnd idee aan een show van De Nieuwe Snaar begonnen”, aldus Jan De Smet. “Initieel vertrekken we van het idee: the sky is the limit. Uiteraard zijn er budgettaire beperkingen, omdat we ervoor gekozen hebben zelfbedruipend te zijn en nooit een beroep te doen op subsidies. Eigenlijk is de enige richtlijn bij het werken aan een nieuwe show: het moet anders worden dan de vorige voorstellingen. Uiteraard wordt dat steeds moeilijker. Dat is ook de reden waarom we besloten hebben om in schoonheid te eindigen met een best of. Wat ik zeker anders wil aanpakken wanneer het verhaal van De Nieuwe Snaar is afgelopen, is het toeren. Ik heb geen zin meer in reeksen van driehonderd voorstellingen. Het is tijd voor kortere projecten, met zo veel mogelijk verschillende muzikanten. De laatste jaren heb ik vaak voor kinderen gewerkt, maar vroeg of laat ga ik zeker ook iets voor 60-plussers doen. Even erg afwijkend van het commerciële aanbod als mijn kindervoorstellingen. Het mag niet in nostalgie blijven steken. Ik wil ouderen behandelen zoals ik zelf behandeld wil worden.”

Om dat afscheid extra in te kleuren, verschijnt op het Warner-label de verzamelaar “De Nieuwe Snaar – Best of”. In het totaal zestig liedjes, gespreid over drie cd’s. De zeventiende mei 2014 staat het album op plaats 85 in de Ultratop Album 200 en op plaats 32 in de Ultratop Belgische Album 40.

 

tekst en research: Marc Brillouet

© 2017 Daisy Lane & Marc Brillouet