De Strangers

Geplaatst in Artiesten

Het verhaal van De Strangers uit de doeken doen is geen sinecure. Door de jaren heen zijn de feiten wat vertroebeld en zijn er nogal wat slordigheden in hun verhaal geslopen. Er werd ook al eens aan de bezetting gesleuteld. Daarom als aanloop alvast een kort alfabetisch overzicht: Ernest Adriaensen, vervanger van René Van Laken; Alex Boeye, medeoprichter; Pol Bollansee, die in 1984 overleed; John De Wilde; Gust Torfs, die in 1964 de groep verliet; René Van Laken en Bob Van Staeyen. In 2002 zei, naar aanleiding van de viering 50 jaar Strangers, schepen voor Haven Marc Van Peel het volgende: “De Strangers, dat is Antwerpen, met al zijn plezante en astrante (plezierige en brutale, stoute) kanten.” Naar die kanten en facetten gaan wij de komende alinea’s graag op zoek.

Het boek “De Strangers compleet”, verschenen in 2014, pretendeert de historische feiten geen geweld aan te doen, zeker niet wat de beginjaren van De Strangers betreft. Zo lezen we over hun aanloopfase: “Gust Torfs heeft al als kind een speciale voorliefde voor alles wat met muziek te maken heeft en in de jeugdbeweging, waar hij zich als tienjarige bij aansloot, leert hij mandoline spelen. Daar maakt hij kennis met de veel jongere Alex Boeye, die dat ook absoluut wil kunnen. Alex krijgt dus les van Gust en dat wordt onder andere een liedje, eigen aan de jeugdbeweging, Hoog op de gele wagen. Nadat ze elkaar enkele jaren uit het oog waren verloren, loopt Gust, die ondertussen de accordeon heeft ontdekt, Alex opnieuw tegen het lijf op het Kiel.” Tijdens ons interview zegt Alex daar spontaan over: “Onze groep heeft, zoals zovele, een voorgeschiedenis. Ik word op zekere dag als zeventienjarige door Gust Torfs aangenomen als mandolinespeler in het muziekensemble van de KWB. Gust had me dat instrument aangeleerd. Vaste accordeonist van de band is John De Wilde. Hij vormt een accordeonduo met Gust en zij laten zich tijdens hun concerten tussendoor graag horen. Ik kon ook wat gitaar spelen en dat bracht Gust op het idee een trio te vormen. Hij vond dat er tussen de sketches door ook eens gezongen mocht worden. Op zoek naar een stem om ons geluid wat donkerder te kleuren, komen we terecht bij de warme baritonstem van Pol Bollansee. Ik had hem eerder horen zingen tijdens de mis. John had tijdens ons optreden aan de zijkant wat staan toekijken en vond dat zo leuk dat hij er ook bij wou. In het begin maakte ik bezwaar, want met z’n drieën samenzingen was al niet makkelijk, laat staan met z’n vieren. We konden niet vlot noten lezen. John bleef echter aandringen en we hebben hem er na lang zeuren als vierde lid bij genomen. Gelukkig maar, want John bleek vrij snel ook over een komische noot te beschikken en dat was graag meegenomen tijdens onze optredens. Maar er was een probleem: de leiding van de KWB wilde van een dergelijke aanpak niets weten. Stiekem werd er dan maar ten huize van Gust aan de Sint-Bernardsesteenweg op het Antwerpse Kiel geoefend. We zongen liedjes in de stijl van de in die tijd zeer populaire zanggroepen The Four Aces en The Mills Brothers.”

Het ligt voor de hand dat er aan hun repertoire gesleuteld moet worden en dat er een naam gekozen moet worden. Die varieert van The Melange Brothers en De Toogplakkers over The Mixed Boys tot en met The Strangers. De legende wil dat ze op dat idee kwamen door in het Nederlandse muziekblad Tuney Tunes te bladeren en te ontdekken dat aan de top van de toenmalige Amerikaanse hitlijsten Strangers in paradise uit de musical “Kismet” stond. In de Julius De Geyterstraat op het Kiel wordt er bij Pol intens geoefend. De vier heren verkiezen op aanraden van Alex vooral in het Engels en het Nederlands te zingen. Van liedjes in het dialect is dan absoluut nog geen sprake. Een duik in hun archief leert ons dat ze liedjes zingen als Waar kunnen we nog beter zijn?, Tell me why van The Four Aces en Iene-miene-mutte.

In de maand oktober 1952 staat hun debuut tijdens een bonte avond in zaal Familiekring gepland. Er wordt intens geoefend. Ze zingen namelijk drie- en vierstemmig en dat vergt toch de nodige voorbereiding. Liedjes zoals Un petit train, De vier jaargetijden en het Duitstalige Anneliese passeren de vocale revue. Het succes blijft niet uit. Het was in die tijd nog een soort nieuwigheid dat je een zanggroep op de affiche had staan. Daar werd gretig naar uitgekeken. Ze worden meteen uitgenodigd door de KWB van Hoboken, maar meneer pastoor gaat dwarsliggen. Hij vindt dat The Strangers bij het orkest horen. De groep gaat daar niet mee akkoord en een breuk is een feit: ze gaan als kwartet verder met de achttiende januari 1953 een geslaagd optreden voor het Rode Kruis van België.

The Strangers waagden zich ook aan het Engels, waarbij gospels niet uit de weg werden gegaan. “Dat was“, aldus Alex, “een genre dat ons van in het begin aansprak. We hadden regelmatig gospel over de radio gehoord en omdat ons dat aansprak, probeerden we of ons dat lag. Het sprak ook ons publiek aan, die zwarte muziek. Dat kwam ook omdat in Antwerpen The Golden Gate Quartet regelmatig optrad. We hadden snel door dat we ook die stijl aankonden.” In het begin begeleidde alleen Alex de jongens op zijn gitaar, maar daar is vrij snel John op gitaar bij gekomen. Ze schaarden zich tijdens hun optredens rond één microfoon en dat bleek in die tijd voor het publiek voldoende. “Hoe we dat toen hebben klaargespeeld, vragen we ons nog altijd af, maar het publiek mopperde niet, dus zal het wel goed geweest zijn, zeker!” Af en toe werd er zelfs in het Frans en gedurfd in het Spaans gezongen, een liedje als Maria Cristina bijvoorbeeld.

De zevende januari 1953 treden The Strangers met veel bijval op voor de plaatselijke KWB-afdeling in een feestzaal aan de Krugerstraat in Hoboken. “Toen mensen van de naburige parochies ons gingen boeken, ging de bal aan het rollen. Verenigingen uit Hoboken, Wilrijk enzovoort kwamen naar onze optredens kijken en nodigden ons op hun beurt uit om bij hen te komen zingen. Na verloop van tijd werd een groot deel van Vlaanderen ons podium. Wat in ons voordeel speelde, was dat we geduld hadden, we wilden niet in één klap bekend worden. Stap voor stap was voor ons meer dan oké. Het was ook zo dat het ons om het plezier te doen was. Wij repeteerden bijvoorbeeld liever dan dat we optraden. We oefenden na een tijdje niet meer bij Gust thuis, maar bij Pol. Die had ontzettend lieve en gastvrije ouders. Daar hing zo’n warme sfeer, die zullen we nooit vergeten. In de living hadden ze een tafelvoetbalspel staan, en na het repeteren konden we ons daarop uitleven“, dixit Alex.

De negende januari 1958 worden The Strangers door platenfirma Decca uitgenodigd om samen met producer Jean Vanhoren een eerste plaat op te nemen. Alex neemt weer het woord: “We hadden Jean leren kennen via zangeres Lina Cora, die we regelmatig tijdens onze optredens in het Antwerpse tegenkwamen. Op haar voorspraak kwamen enkele heren van platenfirma Decca naar een van onze optredens kijken en wezen ons Jean Vanhoren als arrangeur toe.” Zij spreken meteen af een Nederlandstalige versie in te blikken van Alone, een hit in die tijd voor onder anderen Petula Clark, The Shepherd Sisters en The Kaye Sisters, dat zij als Alleen op single uitbrengen met op de B-kant, op tekst van Will Ferdy, Tipitipitipso, in Duitsland een grote hit voor Caterina Valente. In de toenmalige hitlijsten staan ze de eerste mei 1958 op de twintigste plaats. Wanneer Domenico Modugno tijdens het San Remofestival in 1959 hoge toppen scheert met Ciao ciao bambina, nemen zij er gelijk een Nederlandstalige versie van op. Nog altijd in het ABN zingend! Ook Rocco’s Marina krijgt dat jaar een vaderlandse versie alsook de Duitse schlagerhit Kriminal Tango, bij onze oosterburen een hit voor het Hazy Osterwald Sextet. Zelfs Connie Francis’ Valentino is een coverpoging waard. The Strangers zingen dit samen met Lina Cora. Ze wagen zich ook aan Itsy bitsy teenie weenie van Brian Hyland.

In de hitlijsten bleken deze singletjes geen hoogvliegers. Volmondig geven The Strangers dan ook toe: “We waren al tevreden dat we een plaat mochten opnemen. Ons mengen in de keuze deden we niet. Wat ze ons in die beginjaren ook voorschotelden, we vonden het als amateurs een onnoemelijke eer dat we die liedjes konden inzingen. Toegegeven, tekstueel zater daar nogal wat draken bij. Of wat vind je van een tekst als: ‘Blijf op me wachten, Maria, blijf toch je zeeman steeds trouw. Als ik terugkom, Maria, blijf ik bij je en word je mijn vrouw’?” Off the record geven De Strangers jaren later volmondig toe dat Decca in die periode een soort miskleun voor hen was, niet zozeer qua samenwerking, maar vooral qua repertoirekeuze. Maar de verkoop zal wel meegevallen zijn, want tien jaar lang blijven The Strangers in het Nederlands de ene single na de andere uitbrengen.

Die allereerste, in het beschaafd Nederlands gezongen singletjes, zullen we later terugvinden op de cd “De Strangers – Al ons liekes, deel 19 & extra cd”. In het bijbehorende cd-boekje lezen we: “Deze cd werd volgepropt met dertig liekes, toen nog, The Strangers in het… Algemeen Nederlands. Inderdaad, de eerste 16 singles die The Strangers toen volzongen, werden gekweeld in een proper, afgeborsteld en mooi Nederlands. Zelf beschouwen De Strangers deze liedjes als hun pre-Strangers-periode, want, zoals ze zelf ooit zongen: ‘Het was maar toen we ontdekten dat onzen haring beter braadde in het dialect, dat de echte Strangers zijn geboren’. En hoewel sommige teksten, die tussen haakjes geleverd werden door professionele tekstschrijvers van de platenfirma, en de melodieën vrij aardig klonken, was het merendeel niet datgene waarop Vlaanderen zat te wachten.”

Onder impuls van Pols vader, die tussendoor eens een liedje zong van de Antwerpse zanger Frans Lamoen (een bekend volkszanger en voortrekker van liedjes in het Antwerpse dialect), schrijft Gust op zekere dag een tekst in het Antwerpse dialect. “Gust schreef op de melodie van Aba daba honeymoon, in 1914 al op plaat gezet door Collins & Harlan, in 1960 Sinjorentram. Niet met de bedoeling daar meteen mee te scoren of het op plaat te zetten, maar we zongen dat uiteindelijk ergens eens een keertje en het publiek reageerde meteen enthousiast. Ik moet zeggen, ik was daar niet zo blij mee, ik vond dat qua kwaliteit enkele trappen naar beneden. Maar onze ambities lagen toen nog niet zo hoog. We traden vaak op in achterafzaaltjes en daar in het dialect staan kwelen, deerde ons niet zo. Maar we liepen er niet zo hoog mee op. Stilaan begon ik me ook eens aan een tekst in het Antwerps te wagen en kreeg ik de smaak te pakken. Ik heb er me dan maar stilaan bij neergelegd“, aldus Alex.

Die herinnert zich ook nog heel goed de volgende stap. “We gingen onze optredens dan ook aanpassen. In het eerste deel zongen we onze Nederlandstalige liedjes (we noemden dat ernstige liedjes) en na de pauze konden we ons lekker laten gaan in het Antwerpse dialect. Jean Vanhoren woonde zo’n optreden bij en spoorde The Strangers aan die dialectliedjes op plaat te zetten. Daar moesten we toch even goed over nadenken. We vonden dat een soort afgang, een besmeuring van ons imago. We voelden ons ergens, zonder pretentieus te willen klinken, toch een vocaal kwartet met wat standing. Uiteindelijk stond ik alleen in die mening en gingen de andere drie jongens wel akkoord. Ik had toen inderdaad de groep in de steek kunnen laten, maar ik was door de jaren heen zo verknocht geraakt aan de groep dat ik me bij die uiteindelijke dialectkeuze heb neergelegd.

Na dus een rist plaatjes in het Algemeen Nederlands wordt unaniem besloten voortaan alleen nog in het dialect te zingen. Sinjorentram wordt dat jaar op het Decca-label ook op hun allereerste ep (een plaatje met vier songs) uitgebracht met daarnaast T.V. Truut, Da’s vast de leste keer en De sukkelèr. De eerste juni 1960 staan ze op de negentiende plaats met het door Al Van Dam geschreven T.V. Truut. Die eerste producties van The Strangers zijn in de hitlijsten nochtans geen echte toppers. Een meevaller wordt wel in 1963 hun ep “Charlestonnen”, waarin zij bekende standards verwerken zoals Margie, For me and my gal en Yes Sir, that’s my baby. Zij worden daarbij in de studio begeleid door het orkest van Jean Vanhoren.

In 1964 besluit Gust Torfs (overleden juni 1997) af te haken, maar hij blijft wel actief als raadgever en tekstschrijver. De officiële uitleg is dat Gust intussen verloofd was met een weduwe met twee kinderen. Hij was ook even out geweest door ziekte en had de indruk dat het met The Strangers wat bergaf ging. Hij besloot toen meer thuis te willen zijn en meer tijd aan zijn gezin te besteden.

Gusts plaats wordt door Bob Van Staeyen ingenomen, opvallend door zijn kale hoofd, zijn warme stem en zijn uitstekende gitaarspel. “Ik was muzikaal al bezig van in het begin van de jaren vijftig en ik kende The Strangers, zij het eerder oppervlakkig. Ik had intussen zelf een groep opgericht, The Comedians, maar die werd na een vijftal jaar opgedoekt. Dan ben ik bij een orkest gaan spelen, maar dat was heel hard werken. Dus toen Alex mij kwam vragen of ik niet bij The Strangers wilde komen spelen, hoefde ik niet lang na te denken. Ik was wel tweede keus – ik moet eerlijk zijn – want ze hadden de leadzanger van André Coucke and The Skyliners op het oog, maar die toonde geen interesse“, aldus Bob. Over hem zeggen zijn collega’s: “Bob kende als geen ander de knepen van het komische vak. Hij leverde met zijn haast Britse flegma een droogkomische bijdrage aan het knotsgekke Strangers-geheel. Denk maar aan de manier waarop hij zijn beruchte cowboymoppen vertelde. Hij was daarnaast een uitstekend gitarist en in het bezit van een aangeboren gevoel voor timing en ritme. In de omgang was hij altijd joviaal en hij vond zijn grootste plezier in een huiselijke sfeer te midden van zijn vrienden… en zijn fonoplaten.

In 1964 brengen The Strangers ook hun allereerste elpee “The Strangers” op de markt, met daarop de medleys Charlestonnen 1 en 2 (die waren iets voordien succesvol op een ep’tje uitgebracht) en liedjes als t Vuilventje en Pa, springt ni van ‘t dak af. Voor het merendeel zijn hun nummers vertalingen van bekende hits zoals Aba daba honeymoon, Bye bye blackbird en Sweet Georgia Brown. In de media merken we aan de commentaren dat een rist journalisten het moeilijk hebben met hun dialectkeuze. Volgens een deel van het journaille kan dat toch veel keuriger. In Gazet van Antwerpen lezen we dat er dan weer te veel gecoverd wordt, dat ze te weinig origineel uit de hoek komen. “Vocaal zijn de nummertjes vrijwel af, maar we zijn bang dat ze op het verkeerde spoor zitten. Onzes inziens moeten The Strangers zelf eigen nummers kunnen maken over onderwerpen die actueel zijn. Bijvoorbeeld over de sluiting van de benzinestations vanaf 20.00 uur, het graven van een tweede tunnel, de luchthaven van Antwerpen enzovoort. Het publiek is nu eenmaal gediend met het over de hekel halen van dingen en toestanden waar ze nauw bij betrokken zijn.”

Ook voor hun tweede elpee “… The Strangers”, uitgebracht in 1965, wordt gretig voor covers gekozen. Non ho l’età van Gigliola Cinquetti wordt Nee, nee lot da en Speedy Gonzales van Pat Boone Eufrazie Van Doemmelen. Dat jaar staan ze de eerste augustus op de elfde plaats in de hitlijsten met ‘k Hem geblèt, een vertaling van de Waalse hit J’ai pleuré van Claudia Sylva. Dat jaar lopen de bioscopen vol voor de film “Zorba de Griek” met in de hoofdrol Anthony Quinn. Een hoogtepunt in die film is wanneer Zorba de sirtaki op het strand danst. De Griekse groep Trio Hellenique scoort er in de Benelux en Frankrijk een hit mee en The Strangers zetten het als Zorba op plaat. Tijdens ons interview vertellen ze ons dat Gust het nummer kende in de versie van de Franse zangeres Dalida. Hij had haar daarmee op televisie gezien en was meteen verkocht om er een Strangers-versie van te maken.

De vijftiende november presenteren The Strangers hun duizendste optreden. “Ik weet nog goed“, zegt Bob, “dat toen ik erbij kwam, The Strangers twijfelden aan hun succes en hun voortbestaan. Gust had de groep verlaten en we zochten een ander houvast. Maar plots was er dat succes met ‘k Hem geblèt en Zorba, en het was alsof we een tweede adem hadden gevonden, alsof we een nieuwe lont hadden gestoken en we weer de kracht hadden om er met veel goesting en geloof tegenaan te gaan.”

Vanaf 1966 noemen The Strangers zich voortaan ook De Strangers (let op de schrijfwijze). “Ons imago werd almaar Vlaamser, ook ons repertoire. Dus het stond wat vreemd onze naam nog in het Engels te afficheren. Die keuze was trouwens onvermijdelijk geworden, we zongen immers uitsluitend voor mensen van hier. Er hing zelfs even een voorstel in de lucht om voor een totaal nieuwe naam te gaan, maar daar stonden ze bij onze platenfirma Decca niet achter“, herinneren Alex en Bob zich nog.

En dan is er de elpee “15 jaar Strangers” met daarop Merci Lowie als parodie op de hit Merci chérie van Udo Jürgens en op het biljartspel. In 1966 had Jürgens daarmee in Luxemburg de elfde editie van het Eurovisiesongfestival gewonnen. Graag gehoord op die elpee zijn  En dan is er de elpee “15 jaar Strangers” met daarop Merci Lowie als parodie op de hit Merci chérie van Udo Jürgens en op het biljartspel. In 1966 had Jürgens daarmee in Luxemburg de elfde editie van het Eurovisiesongfestival gewonnen. Graag gehoord op die elpee zijn Strangerstonnen 1 en 2. Naar aanleiding van hun vijftienjarige bestaan mogen zij hun eerste volwaardige tv-show op het getouw zetten en zij maken er van dan af ook een gewoonte van ieder jaar een parodie op het winnende Eurovisielied af te leveren. Dat was vooral een idee van hun vaste producer Al Van Dam, die als een kloek over zijn kuikens waakte wanneer het over zijn troetelkinderen De Strangers ging. Zij zullen hem later vergelijken met de Britse producer George Martin, ook wel de vijfde Beatle genoemd. Voor hen zal Al de vijfde Stranger worden. Als geen ander had Al – Fons voor zijn vrienden – een neus om internationale hits zoals hij dat noemde te “verstrangeren”. In het totaal zullen De Strangers tweeëndertig covers van winnende Eurosongliedjes inblikken. Bob herinnert zich nog dat die formule een schot in de roos was: “Dat heeft jaren goed gewerkt. Onze fans stonden meteen na een nieuwe editie van het Eurovisiesongfestival al klaar om onze nieuwe plaat te kopen, want ze wisten op voorhand dat we een week later in de winkel zouden liggen met een vertaling. Daar zat aanvankelijk geen echte strategie achter. Dat was gewoon omdat Non ho l’età en Merci chérie ons als nummer aanstonden. Het succes achteraf was natuurlijk meegenomen en een aansporing om met die formule de jaren nadien door te gaan.”

Wel niet uit het oog verliezen dat een groot deel van het Vlaamse publiek De Strangers wel kon verteren, maar dat de VRT er in die tijd niet zo tuk op was om De Strangers in haar playlist op te nemen, behalve dan Radio 2-producers als Jos Ghysen bij Omroep Limburg en Jos Baudewijn bij Omroep Antwerpen. In die Eurovisiesfeer brengen De Strangers, in een productie van Al Vam Dam, in 1967 het nummer Een paljaske van ne vent uit, een vertaling door Nini Warty van de hit Puppet on a string waarmee Sandie Shaw in Wenen dat jaar blootsvoets de twaalfde editie van het Eurovisiesongfestival wint. Met behoorlijk wat bijval zetten ze dat jaar ook Als ‘k 10 miljoen had op plaat, een bewerking van If I were a rich man uit de musical “Fiddler on the roof”.

De twaalfde januari 1967 staan De Strangers te glunderen in de Arenbergschouwburg, waar ze vanwege platenfirma Decca hun eerste gouden plaat in ontvangst mogen nemen voor de verkoop van meer dan honderdduizend singles. Ceremoniemeester van dienst is Radio 2-producer Jos Baudewijn. Ondanks dat succes lees je soms wat vreemde commentaren in de pers, bijvoorbeeld in Het Nieuwsblad: “Zijn De Strangers tevreden met hun repertoire? Nee, ze bekennen het niet ronduit, maar ze hebben weinig voldoening van hun werk. Ze liggen gekluisterd aan een publiek dat enkel goedkoop lachen wil en stilvalt als de groep een serieuze noot over de balk gooit.”

Eind 1967 ligt er opnieuw een langspeler in de rekken: “De Strangers + 1″. De fans zijn er tuk op, maar de pers kan het ook nu niet laten hen op de vingers te tikken. “Ook nu weer een schitterende samenzang, maar… de teksten. Laag-bij-de-grondse teksten zoals in Miljarde… da goot.” Zelfs producer van dienst Al Van Dam moet het ontgelden. Maar zowel hij als De Strangers lachen in hun vuistje, want diezelfde week duiken ze de Top Twintig binnen. Uit handen van de voorzitter van het Rode Kruis, Frédéric Osterrieth, krijgen ze een soort erekonde omdat zij zich al vijftien jaar inzetten voor de sociale dienst van de organisatie.

In 1968 pakken De Strangers uit met het album “De Strangers in stereo” met daarop de singlehit Camp. De derde augustus had dat liedje in de Top Dertig al op één gestaan in de versie van Sir Henry and his Butlers. Hun versie scoort zeer goed tijdens hun zaaloptredens. John maakt daar zijn pronkstuk van door tijdens de lange intro vanuit de zaal richting podium te stappen, al zingend “mè e stuk in z’ne kraag!”. Camp was de B-kant van de single D’harmonie van Boemmerskonte, een vertaling van de hit Abergavenny van Marty Wilde.

De Strangers worden in de loop van de maand maart 1968 uitgebreid met een vijfde lid, René Van Laken. “Was dat nodig? Alex viel even uit door een medische ingreep. Hij was een van onze gitaristen van dienst. We hebben René dan aangetrokken omdat die én gitaar kon spelen, én kon zingen. Toen Alex weer beter was, hebben we René dan toch maar wijselijk bij de groep gehouden“, aldus Bob.

In 1971 is er het album “Goe zot”, waarop zij twee grote Franse hits van dat moment vertalen: Butterfly van Danyel Gérard wordt Boterham mé gelei en Pour un flirt van Michel Delpech V’r de poen. Op die langspeler ook onder meer Goeie morge morge en Occupé.  Op dit album pakt Alex met zijn stem uit in een nogal opvallende vertaling van Le métèque van Georges Moustaki. Alex kruipt voor de gelegenheid in de huid van een zingende Algerijn als De gastarbeider. Het liedje gaat over de eerste generatie allochtonen die in ons land op een niet zo gepaste manier worden opgevangen en vooral aan hun lot overgelaten. Aan dit lied breien we verderop een door de media niet zo gesmaakt vervolgverhaal.

In 1972 verschijnt het album “Jubilee” met daarop de opvallende medley Strangers Spirituals, helemaal in het Engels gezongen, in de stijl zoals zij die in hun beginjaren graag etaleerden. Willy Sommers’ hit Weet je nog die slow belandt hier op vinyl als Wette nog die flaa. Er is ook de hit van Mouth & McNeal How do you do dat zij brengen als Alle Na Toe… Moemoe. Les plaisirs démodés van Charles Aznavour wordt plots Lijf tege lijf. Originele nummers zijn er ook, onder andere 4 slechte cowboys en Veur ‘t ongeluk gebore.

In diezelfde stijl van De gastarbeider brengen De Strangers in 1973 De ziekekas uit, van de hand van Frank Rover en Lex Colman, met deze keer het verhaal van een Marokkaan die in ons land aanbelandt en de voordelen van de sociale voorzieningen bezingt. Wanneer De Strangers dat tijdens een uitzending van “Binnen en Buiten” op een zondagnamiddag op Eén zingen, is ‘s anderendaags het hek van de persdam. Vooral Knack-journalist Johan Anthierens is in alle staten en schrijft: “Mag ik me even omdraaien en me onpasselijk voelen om zoveel melodieuze smeerlapperij?” Het liedje staat als B-kant op de single De wârrekvraa, een bewerking van De werkmens van Ivan Heylen, die bij Decca verschijnt en waarmee ze de twaalfde januari 1974 op vijf in de Vlaamse Top Tien staan. Die single staat ook op het album “De Strangers Meerderjarig”, dat in 1973 op de markt verschijnt met daarnaast nummers als Die van de laste, Nor den boerenbuiten, Onnozel’ muggen en Nor den opera, melodisch gebaseerd op Alle Menschen werden Brüder van Ludwig van Beethoven. Dat jaar worden ze gelauwerd met “De Gouden Lolly”, een onderscheiding voor hun humoristische aanpak.

De dertiende oktober 1974 prijken De Strangers op de Nekka-affiche samen met onder meer Rob de Nijs, Gerard Cox, Wim De Craene, Jan De Wilde en Zjef Vanuytsel. “Ik vermoed“, zegt Alex zonder lang na te denken, “dat ze ons vroegen, niet om onze doordeweekse hits in het Antwerps te zingen, maar wel naar aanleiding van liedjes als De gastarbeider en De ziekekas. Volgens de organisatoren liedjes, denk ik, met iets meer inhoud. Dus daarmee misstonden we niet op dat podium.

De Strangers beleven in de loop van die jaren zeventig hun hoogtijdagen: zes weken nummer één in 1974 met Schele Vanderlinde, een vertaling van Dalida’s monsterhit Gigi l’amoroso. Ik weet nog goed“, vertelt Bob, “dat de platenfirma de toelating had gekregen het liedje van Dalida te coveren, op voorwaarde dat we het pas zes maanden na haar release zouden uitbrengen. We zagen dat niet zitten. Hoe zou onze versie nog een eerlijke kans op slagen krijgen? We verkochten er uiteindelijk meer dan vijftigduizend exemplaren van.” “Het zal je toen maar overkomen zijn dat je in die tijd op school zat en Vanderlinde heette. Zo ontvingen we op zekere dag een boze brief van een nog bozere vader uit Lier waarin die zijn beklag deed dat zijn loensende zoontje op school door onze plaat extra gepest werd“, voegt Alex daar met een glimlach aan toe.

De Strangers, en dat beamen ze unaniem, hebben tijdens hun carrière heel veel te danken gehad aan Radio 2, waar ze zowat kind aan huis waren, onder meer bij Jos Ghysen. Het was hij die Gigi als eerste draaide en het maanden na elkaar op de zaterdagochtend in zijn “Te bed of niet te bed” niet meer losliet. Schele Vanderlinde staat niet voor niets de vijfde oktober 1974 op één genoteerd in de Vlaamse Top Tien en, hiep hiep hoera, de zesentwintigste oktober op twee in de Top Dertig. “We kunnen bij benadering niet meer tellen hoe vaak we live in ‘Te bed of niet te bed’ hebben opgetreden en zeker niet hoe vaak Jos ons daarin gedraaid heeft. De dertigste juni 1990 presenteerde hij in pretpark Bellewaerde zijn allerlaatste ‘Te bed of niet te bed’. Als dank hebben Gust en ik toen een aangepaste tekst op Schele Vanderlinde geschreven en live gezongen. Waarom Jos ons een warm hart toedroeg, hebben we nooit geweten, daar werd door hem met ons nooit over gepraat. Hij had nochtans geen speciale feeling voor Antwerpen of ons dialect. Dat Jos Baudewijn, producer bij Omroep Antwerpen, ons vaak programmeerde, was nog aan te nemen. Nee, nee, we zijn Jos Ghysen voor al die jaren zeer dankbaar gebleven, aldus Bob en Alex.

Ghysen koesterde eveneens, ook al vinden we die single niet meteen terug in de Vlaamse Top Tien, de vertaling die De Strangers maakten van Una paloma blanca van The George Baker Selection, dat als Oh mijnen blauwe geschelpte een graag gehoord nummer werd. Schele Vanderlinde is voor de volledigheid terug te vinden op hun dat jaar uitgebrachte plaat “Bloemmekee” met daarop het opvallende Zot van aa, een niet onaardige versie van Les divorcés van Michel Delpech.

Hoe kwam het toch dat die periode voor De Strangers zo succesvol was? “In die tijd liep er op de VRT een tv-show“, weten Alex en Bob nog goed, “met Henk van Montfoort en we hadden een deal met hem dat we daarin elke maand een nieuw liedje zouden brengen. Dat heeft zo’n halfjaar gelopen en het inspireerde ons om een tandje bij te steken. We scoorden geen hits, maar superhits.”

In 1975 brengt Decca het album “Het jaar van De Strangers” uit met vertalingen van toppers als Kung fu fighting oftewel Chop-Shoy fighting, Una paloma blanca en Voulez-vous coucher avec moi ce soir, door hen geserveerd als ‘t Jaar van de vrouw.Gust bleef“, vult Alex aan, “ondanks zijn afscheid in 1964 duidelijk aanwezig aan boord. Hij schreef immers het merendeel van de teksten. Godzijdank hield hij dat vol, want anders had ik in m’n eentje die tekstuele last moeten dragen. Gust lag aan de basis van een groot deel van onze successen. Het was wel zo dat Al Van Dam, Gust en ik regelmatig samenkwamen en samen besloten bij pot en pint welke liedjes in aanmerking kwamen voor een vertaling. Al had dan een stapeltje platen bij zich, ik had wat voorstellen op cassette opgenomen en aan de hand daarvan selecteerden we.” Alex brengt op deze plaat een, qua tekst, wat trieste versie van The last farewell van Roger Whitakker als ‘t Sleutelkind.

In 1976 ligt hun album “25 jaar” in de rekken met onder meer het speciaal voor deze gelegenheid door Al Van Dam geschreven huldelied Vijfentwintig (Hallelujah) en Naa moette traawe oftewel Save your kisses for me, het winnende nummer van het Eurovisiesongfestival. Het was de derde keer dat het festival in Nederland werd georganiseerd, deze keer de derde april 1976 in het Congresgebouw in Den Haag. Deze eenentwintigste editie werd gewonnen door de Britse groep Brotherhood of Man. 1976 is ook het jaar dat René de groep verlaat en dat zijn plaats door Nest Adriaensen wordt ingenomen, een van de meest gesmaakte grappenmakers van de groep.

De achttiende juni 1977 staan De Strangers drie weken op één met de single Dure koffie, hun interpretatie van A million in 1, 2, 3 van Dream Express. Zij hadden daar de maand voordien mee op het podium gestaan van het Eurvisiesongfestival in Londen en waren zevende geëindigd op een deelnemersveld van achttien landen. Dat was het jaar dat Marie Myriam voor Frankrijk scoorde met L’oiseau et l’enfant.

De eenentwintigste oktober 1977 klimt de groep naar de eerste plaats van de Vlaamse Top Tien met ‘k Heb spijt da’k ik ne vent zen, cover van Sorry I’m a lady van Baccara.

In 1978 durven De Strangers het aan op hun album “Zeg maar Strangers” een cover neer te zetten van Ça plane pour moi van Plastic Bertrand, dat zij recht voor de vuist vertalen als Punk. In het boek “De Strangers compleet” lezen we daarover als duiding: “In het midden van de jaren zeventig ontwikkelde zich een nieuwe jongerentegencultuur, de punk. Punk is Engels voor schorem en dat was wat veel mensen dachten dat de aanhangers van dat genre waren. Punk kenmerkte zich door een wantrouwen tegenover alle grote ideologieën en benadrukte meer de individuele autonomie. Dit uitte zich in de mode en de muziek die punkers aanhingen. De Strangers vertolken in Punk de weerzin van de gevestigde orde tegenover de punkers.” De twintigste mei 1978 noteren we Punk op één in de Vlaamse Top Tien. Op het hoogtepunt van de discorage nemen De Strangers de medley Egmont-disco op én het winnende Eurovisieliedje van dat jaar A-ba-ni-bi van Izhar Cohen & The Alpha-Beta, dat in hun versie Ni doeke-Mieke doen, nee nee wordt. Op dit album ook een van hun vele klassiekers en een succes tijdens hun liveoptredens, De broek van grootmoemoe oftewel Ragtime Piano Joe van Joe Straker. Ze pronken daar de achtentwintigste oktober mee op één in de Vlaamse Top Tien.

Trekker voor hun elpee “Te pakke of te late” uit 1979 op het GIP-label wordt Bij de rijkswacht, een vertaling door Frank Rover in een productie van Al Van Dam van In the navy van Village People. De achtentwintigste april 1979 staan ze ermee op één in de Vlaamse Top Tien en de zesentwintigste mei op dertien in de Top Dertig. Qua danspasjes werd er voor hun optredens meestal zelf ter plekke wat verzonnen, want een choreograaf hadden ze niet in dienst. Alhoewel, ooit, maar de juiste titel zijn ze kwijt, leerde Ronald Lee White hun enkele danspasjes aan, maar daar is het nadien dan ook bij gebleven. Op die nieuwe langspeler ook een cover van Born to be alive van Patrick Hernandez, Mager mor kapot. Qua bestverkochte Strangers-albums zal “Te pakke of te late” op de zesde plaats eindigen. In de marge vermelden dat De Strangers ook die andere hit van Village People, Y.M.C.A., bewerkten, maar O.C.M.W. was een vis die niet bakte, die niet aansloeg in de hitlijsten.

September 1980 is de geboortedatum van hun single Azzek nog zou trouwe, dat u misschien beter kent in de originele versie als Can’t stop the music, op de B-kant gekoppeld aan t Strand van ‘t St. Anneke, dat jaar een hit voor de Goombay Dance Band, die het in hun song hebben over Sun of Jamaica. De zevenentwintigste september staan beide nummers op één in de Vlaamse Top Tien. Wie die liedjes liever op één plaat in zijn verzameling heeft staan, is er de elpee “Troef!” op het Dureco-label.

Nog steeds in een productie van Al Van Dam verwennen De Strangers in 1981 de fans met de langspeler “30 jaar (g)oud”. Een rondvraag bij de fans leert ons dat dit album nog altijd een van hun meest gewaardeerde blijft. Daarop een geslaagde parodie van de wereldhit Stars on 45 naar een idee van de Nederlandse producer Jaap Eggermont. De Strangers besluiten een handvol typisch Vlaamse liedjes samen te smelten tot de medley Strangers on 45 met daarin bewerkingen van Oh Jefke is getrouwd, Moeder ma’k is piepe, Marie Plancher en Mie Katoen. Zowel de elpee als de single zijn voltreffers. Op 45 toeren staan ze de zeventiende oktober van dat jaar op één in de Vlaamse Top Tien en de veertiende november op acht in de Top Dertig. Op deze langspeler ook een cover, geschreven door Frank Rover, van de toenmalige hit Shaddap you face van Joe Dolce. Agget mor fret staat de vierde april op één in de Vlaamse Top Tien genoteerd en de achttiende april op vijftien in de Top Dertig. Een jaar later mogen De Strangers van hun platenfirma goud in ontvangst nemen voor het album “30 jaar (g)oud”. Meer dan 25.000 verkochte exemplaren. Ook voor de single Strangers on 45 wordt hun goud uitgereikt. Welgeteld 50.000 singles vonden een draaitafel en een thuis.

Een hulde aan het dialect brengen De Strangers in 1982 op hun album “Astemblieft” in M’n dialect: “Da d’heel schoon beschaafd, och da d’hoorde direct, da moet deurgaan veur deftig, of iet dat ‘r op trekt. Nee, ‘k kan oe verzekere, as’t moet zijn zwart op wit, m’n dialect da’s veur mij nog m’n schoonste bezit.

Intussen waren De Strangers als product echte voltreffers geworden. Samen met Al hadden zij vrij snel beslist elk jaar sowieso één album uit te brengen. De voorbestellingen scoorden altijd hoog. Voor de platenhandelaars waren De Strangers de kers op de taart. Zij hoefden vooraf niet eens te weten wat er nu weer op hun nieuwe elpee zou staan. Het recept was bekend en het sloeg aan. Nest was daarbij het commerciële brein binnen de groep. Hij hield het reilen en zeilen nauwgezet in de gaten en hield in het oog dat zij zeker niet van hun geijkte formule afweken. Zij mochten dan rotcommercieel klinken, professioneel bleven zij in hun aanpak wel. Trots waren zij dan ook toen zij als eerste Vlaamse artiesten met een “heuse cd” op de markt kwamen, nog voor Will Tura. In 1983 verrassen ze de fans met de cd “‘n Reuze plaat”. Opgelet, daarnaast zullen de vinylen versies nog geruime tijd geperst worden. Het lag voor de hand dat daarop ook hun hit Lot oew’ eige vraa toch nooit alleen zou staan, een cover van Save your love for me van Renée & Renato. Daarmee hadden ze de zesentwintigste maart al op één gestaan in de Vlaamse Top Tien en de negende april op de vijftiende plaats in de Top Dertig. Naast dat nummer op dat album songs als ‘n Italiaanse, Zatlap, Wa gon w’eten… en De zonnebank.

Door de jaren heen wisten De Strangers zich te omringen met een trouwe schare fans van jong tot oud. “We gingen daar op een correcte manier mee om“, weet Bob aan te vullen. “Je leerde daarmee om te gaan. Als we met onze partner op de dijk liepen in Blankenberge bijvoorbeeld, dan moest je kunnen verdragen dat je bijna om de twee minuten werd aangesproken. De mensen hielden je staande voor een foto of voor een babbeltje. Ieder van ons ging daar op een menselijke manier mee om. We gingen het niet bewust opzoeken, integendeel, maar het overkwam je en je leerde daarmee om te gaan.” Alex pikt daar spontaan op in: “Fans van De Strangers zijn een ras apart. Die zijn niet te vergelijken met fans van Yasmine, Will Tura of noem maar op. Het waren niet de mooiste meisjes die aan onze voeten lagen. Ze scheurden ook de kleren niet van ons lijf. Voor ons waren die fans eerder een soort vrienden die naar ons toe kwamen. Ik voelde het ook nooit aan dat die mensen ons stoorden of lastigvielen. Er werd ons in die periode vaak voorgesteld een fanclub op te richten, maar daar zagen we het nut niet van in. We hadden er trouwens de tijd niet voor om daar nog extra energie in te steken.”

Na lang aandringen van die fans om eens een echte partyplaat uit te brengen, is er in 1984 het album “Wat ‘e feestje” met daarop een heuse bambamedley met in die Strangers-bamba verwerkt Cielito lindo, Guantanamera en uiteraard La Bamba. Op die plaat ook Dikke Lou, waarmee ze de zestiende juni op één staan in de Vlaamse Top Tien. Het is een bewerking van Diggi-loo diggi-ley, waarmee de groep Herreys de vijfde mei van dat jaar het Eurovisiesongfestival had gewonnen. Na de rijkswacht is het in dit liedje de beurt aan de post. Voormalig staatssecretaris Paula D’Hondt kan er best mee lachen. Voor weekblad Story is dit de uitgelezen kans om op zoek te gaan naar de beste postbode. De laureaat wint onder andere een etentje samen met De Strangers. Onze lachspieren worden op dit album ook geprikkeld tijdens het luisteren naar Tuttefrutten, ‘k Gon slapen en ‘t Pelse beremutske.

1984 eindigt in mineur wanneer de groep verneemt dat de zesentwintigste december Pol Bollansee is overleden aan de gevolgen van een vijfde hartaanval. Al die jaren had Pol het beste van zichzelf gegeven. Bob vertelt: “Pol had een mooie lage stem, dat was meegenomen. Maar zijn sterkste kant was dat hij nog maar net op het podium stond of de mensen begonnen te lachen. Wij moesten ons daarvoor extra inspannen, bij hem gebeurde dat spontaan. Het publiek at uit zijn hand, hij was de hartelijkheid zelf.” Na het overlijden van Pol besluiten John, Alex, Bob en Nest met hun gevieren voort te zingen. Pol is immers onvervangbaar, zijn plaats zal nadien niet worden ingenomen. Als eresaluut aan hem brengt de groep in 1985 op het Dureco-label het album “Voor Pol… en alleman” uit, met daarop het speciaal voor hem geschreven Pol: het liedje voor de vrienden. Daarnaast in hun bekende stijl onder andere Terroristen-rock, ‘n Antwârpse griet, Ah… den boogie-woogie en Wa d’n griet, origineel te herkennen als Agadou dou dou. De zeventiende november klimmen De Strangers met dit nummer in singleformaat naar de eerste plaats van de Vlaamse Top Tien.

In 1985 gaat Alex Boeye even in zijn eentje zingen. “Dat gebeurde op aandringen van onze producer Al Van Dam, die toen in het Vlaamse muziekmilieu al tot een soort icoon was gekroond. Gedurende onze hele platencarrière is hij onze producer geweest. We brachten elk jaar een elpee uit en op elke elpee stond een zogezegd ernstig nummer. Omdat gebleken was dat de mensen daar goed op reageerden, zag Van Dam het zitten om een elpee op de markt te brengen met uitsluitend deze liedjes. Zelf was ik er niet zo gelukkig mee, want ik vreesde een beetje voor de reactie van de andere Strangers.” Het eindresultaat is de elpee “Helemaal alleen op z’n eentje”, verschenen op het Dureco-label, met in het totaal dertien ernstiger liedjes: Mensen, Veur Aa, Is da d’en al?, Nen bourgeois en uiteraard De gastarbeider.

We mogen bij dit alles niet vergeten dat De Strangers ook regelmatig naar het theater trokken met een avondvullende show. In 1984 is het – na “Jubilee”, “Bloemmekee” en “Strangeritis” – de beurt aan “Strangerestaurant”. Ze omschrijven het in hun programmaboekje als een dialekkernij voor dialectuelen. Ze dienen het programma op alsof het een meergangenmenu is. De tweede november 1985 is het opnieuw prijs in de Vlaamse Top Tien. Dan schitteren ze daar op één met ‘n Antwârpse griet, u wellicht bekender in de oren klinkend als London girls van Chas & Dave. Vrijdag de dertiende december zijn De Strangers te gast op het Koninklijk Paleis in Brussel naar aanleiding van de zilveren bruiloft van koning Boudewijn en koningin Fabiola. Ze zingen daar drie liedjes, waaronder Den dopper. John durft het aan om aan het aanwezige publiek te vragen of de doppers aan de linker- en de rest aan de rechterzijde wil gaan staan. Den dopper hadden ze in 1978 al opgenomen en het was een vertaling van The Melodians’ Rivers of Babylon, nadien succesvol gecoverd door Boney M. De Strangers staan met Den dopper de eerste juli 1978 op twee in de Vlaamse Top Tien.

Om hun palmares keurig aan te vullen noteren we ‘k Zen zo gère polies, een nummer één voor hen de veertiende juni 1986, het jaar dat Sandra Kim tijdens de eenendertigste uitgave van het Eurovisiesongfestival in Noorwegen met de overwinning aan de haal gaat dankzij het nummer J’aime la vie, waarvan dit een bewerking is. Dat jaar is er eveneens hun drieëntwintigste langspeelplaat “Goe gemutst”. Ook deze keer wordt de actualiteit niet geschuwd: het milieu, de vakantie, de lotto, de VRT, de TGV, Happart enzovoort. Het lied Zuid-Afrika spreekt boekdelen, net als Ik wil ‘n stad en Politieke-lieke. Naar gewoonte worden er in de media alsook in de Wetstraat weer wenkbrauwen gefronst bij het horen van een tekst als: “Ik vind Martens zijne kop te dik en De Croo da ‘s meer ‘ne musseschrik, de Verhofstadt is ‘n voze raap, monsieur Gol ‘nen aangekleden aap. ‘t Zèn gin nette… da moet gezee en op radio valt da dan nog mee, mor ge meu ze ni zien op tv. In Dehaene zien ‘k ‘nen olifant en in Eyskens ‘ne kommunikant, Coens ‘nen uitgetreden jezuïet, Tindemans kreeg zijn gezicht veur niet.”

De vijftiende januari 1986 voert Gazet van Antwerpen De Strangers op als striphelden in “Het daverend paradijs”. De tekeningen zijn van de hand van Dirk Stallaert, de tekst werd geschreven door Patrick Vermeir. Wegens gebrek aan succes blijft het bij die ene strip, die in 1987 in albumvorm gepubliceerd wordt.

De eenentwintigste maart 1987 staan De Strangers nog maar eens op één in de Vlaamse Top Tien, deze keer met n Rettepetet, een frisse versie van Reet Petite van de Amerikaanse zanger Jackie Wilson. Die hit is ook terug te vinden op hun dat jaar uitgebrachte album “35 jaar Strangers” met als opener Dan zal de beiaard spelen uit de Rubenscantate van Peter Benoit en voorts Eieren of joeng, een vertaling van Soldiers of love, waarmee Liliane Saint-Pierre in 1987 in Brussel aan het Eurovisiesongfestival deel had genomen en elfde eindigde. In verband daarmee, de zesde juni noteren we De Strangers op twee in de Vlaamse Top Tien met Wa d’hee die nen dikke nek, dat u makkelijker kan meezingen, vermoeden we toch, als Lass die Sonne in dein Herz, waarmee de Duitse groep Wind een tweede plaats had weten te bemachtigen tijdens dat Eurovisiesongfestival in ons eigenste Brussel. Als aardigheid op deze plaat zingen De Strangers samen met Eddy Wally O, wat ‘n kus.

De vierde juli 1987 zendt de VRT de televisieshow “35 jaar Strangers” uit. Naar aanleiding van dit feestelijk gebeuren ontvangen ze een “Gouden Brabo”, een soort Antwerpse Oscar. Radio 2-coryfee Lutgart Simoens steekt naar aanleiding daarvan in haar programma “Vragen staat vrij” de loftrompet. “De Strangers zijn sinjoren in hart en nieren. Al 35 jaar overeind, daar moet je sterk voor zijn, getalenteerd én uniek. Ze zijn volks, ijzersterke muzikanten met liefde voor hun stad, hun taal en met een oog voor situaties.” Onder meer haar en Jos Ghysen horen we aan het woord in het liedje Vijfendârtig. Datzelfde jaar zijn ze te gast bij de Nederlandse Mies Bouwman in haar populaire AVRO-programma “In de hoofdrol” met deze keer Willy Vandersteen als centrale gast. Het was eigenlijk Nest die op aanraden van Al Van Dam contact had opgenomen met de AVRO en hun had aangeboden als verrassingsact op te treden omdat zij Willy vrij goed kenden. De Strangers vinden het een hele eer voor de Nederlandse televisie te mogen optreden en voelen zich niet te beroerd die avond een smoking aan te trekken.

Op vrijdag de tweeëntwintigste januari 1988 ontvangen De Strangers in restaurant Biessenhuys de “Prijs van de Humor – Henry Baillien”, vervaardigd door de Tongerse kunstenaar Raf Verjans. Zij brengen dat jaar hun tachtigste single uit, Ik blijf hem gère zien, een bewerking van Will Tura’s Hij kan niet zonder jou. “Ons 25ste” wordt de voor de hand liggende titel van hun vijfentwintigste langspeler, die zij in 1988 releasen. De teksten worden geleverd door Alex, Gust en Louis Baret. De arrangementen zijn van de hand van Luc Smets en de productie werd zoals steeds verzorgd door Al Van Dam. Proper blijve, Ik ben ‘ne zoon van ‘ne migrant, Kieke-lieke, Lot ons stoppen met die komedie enzovoort laten horen dat De Strangers ook nu hun formule trouw zijn gebleven. Op die plaat ook Den Bompa, de herkenningsmelodie, geschreven door Al Van Dam, van de gelijknamige succesvolle VTM-serie naar het verhaal van Ruud De Ridder met in de hoofdrol Luc Philips. De opnamen beginnen in 1988 en de reeks loopt vanaf februari 1989 tot en met 1994.

Aan De Strangers wordt eveneens gevraagd de titelsong te zingen voor de al net zo succesvolle VTM-reeks “Benidorm”, die te bekijken is van 1989 tot 1992. “Dat ze voor ons kozen was eerder toeval“, relativeert Bob. We wisten toen al dat onze piek in de jaren zeventig lag, ze kozen ons zeker niet vanwege ons succes of omdat we zo goed konden zingen. We wisten dat er een tijd van komen is en een tijd van gaan. We stelden het daarom des te meer op prijs dat VTM ons uitnodigde om deze klus te klaren.” Alex wil omtrent hun tanende succes dit nog kwijt: “Ik vermoed, ik weet het bijna zeker, dat onze formule van hilarische teksten op bestaande hits te zetten aan sleet onderhevig was. De stijl van de liedjes, het tempo van de hitsongs was met de tijd ook veranderd. Vroeger bleven liedjes maanden na elkaar in de hitlijsten, klonken daardoor erg vertrouwd in de oren. De jaren nadien veranderde die trend. Na een paar weken waren de meeste hits al uit het oor en het oog verdwenen. Het loonde voor ons niet meer de moeite om zo’n hitsong nog te coveren, want de aandacht daarrond was al verdwenen tegen de tijd dat wij het op plaat hadden gezet.”

Wanneer Alex in 1989 te gast is bij VTM in het programma “Klasgenoten”, schuift hij even uit door tijdens dat programma wat ondoordacht en onvoorbereid te stellen dat hij de Antwerpenaren soms dikke nekken vindt: “Eerlijk gezegd kan ik niet zo goed om met die typische Antwerpse mentaliteit, dat neerkijken op al wat van over het water komt. De Antwerpenaar die overal komt, een grote bek opzet en weer weg is als er te werken valt, dat type, daar heb ik een hekel aan.” Die reactie wordt hem niet in dank afgenomen en er zijn zelfs fans die dreigen in de toekomst geen platen meer van hen te kopen. Achteraf probeert Bob – de rest is met vakantie – dat naar de media toe recht te zetten: “Wij zijn als Strangers dankzij het Antwerpse dialect bekend en populair geworden. Ik hoop dat dit niet het einde van De Strangers wordt.” Alex repliceert even later bij zijn terugkeer dat zijn woorden uit de juiste context zijn gelicht en dat zijn uitspraak overtrokken is. “Het is nooit mijn bedoeling geweest om mensen tegen de borst te stuiten. Ik was er in het begin niet zo mee opgezet dat De Strangers in het dialect gingen zingen. Ik vond dat toen een kwaliteitsvermindering. Ik persoonlijk was liever in het Nederlands blijven zingen. Ik heb daar in het begin zwaar aan getild, maar ik heb nooit beweerd dat ik het Antwerpse dialect minderwaardig vind.” Discussie gesloten. En de fans toonden zich vergevingsgezind.

Vanaf de zevende april 1991 spelen De Strangers, naar een idee van Herman Verbaet, de hoofdrol in de dertiendelige reeks “De Strangorianen”. Die reeks wordt op gang getrokken door een vijftig minuten durende pilootfilm geschreven door Ivan Heylen. De muziek is van de hand van Al Van Dam. De Strangers kruipen voor deze gelegenheid in de huid van vier paters van de fictieve kloosterorde der Strangorianen. Wanneer hun abt overlijdt, willen ze een reis naar Rome ondernemen om het graf van de Heilige Strangorius, stichter van hun kloosterorde, te bezoeken. In elke aflevering beleven ze een nieuw avontuur, waarmee ze het geld dat nodig is voor de reis proberen te verdienen. Helaas gaat het meestal mis en verliezen ze aan het eind van de aflevering het verdiende geld. In iedere aflevering wordt er één liedje gezongen op tekst van Gust Torfs. De reeks wordt ‘s zondags uitgezonden, vlak voor de populaire “Walters Verjaardagsshow” van Walter Capiau.

De Strangers verlenen in 1991 hun medewerking aan de VRT-actie “Veilig Verkeer”, gepresenteerd door Flor Koninckx. Thema van dat jaar is “Wel jong, niet gek”. Zij nemen voor deze gelgenheid het liedje Zie d’is wa da’k kan op, gebaseerd op de hit Zeil je voor het eerst van Bart Kaëll. Onderwerp van hun liedje zijn de weekendongevallen waarbij jongeren betrokken zijn.

Al die tijd was Al Van Dam hun onafscheidelijke producer. “Al was in de omgang een aimabele man. Die kon een aardig pintje verzetten, daar kon je makkelijk mee praten en hij was verzot op lekker eten. Daarnaast was hij een degelijke muzikant voorzien van een stel goede oren. Hij wist wat zou scoren, wat de mensen graag hoorden. Op zoek naar een modernere aanpak, een meer hedendaags geluid, werden almaar vaker de arrangementen door Luc Smets geschreven (zat voordien nog bij The Pebbles en Dream Express)“, aldus Bob. Volgens Alex was het wel degelijk Al Van Dam die Luc in de ploeg bracht. “Het was zo, en dat is niet echt geweten, dat Luc op veel van onze platen meezingt. Trouwens, ook Gust bleef nog jarenlang in de studio meezingen op onze platen. Eigenlijk hoor je dus geen vier, maar zes Strangers aan het werk, waarbij Luc vaak de hoogste noten voor zijn rekening nam. We moeten ook eerlijk toegeven dat in die periode ons succes wat aan het afnemen was, dat Dureco onze samenwerking aan de kant schoof en dat Luc almaar meer in het vizier kwam qua productie. Luc heeft ons dan richting Indisc geloodst, maar we scoorden toen al niet meer de successen zoals voordien.”

De achtste mei 1992 staan De Strangers veertig jaar op de planken, tijd om een overzicht van hun carrière te schetsen. Freddy Michiels wordt de auteur van het boek “De Strangers 40 jaar”, waarin hij, gespreid over honderdnegentig bladzijden, hun verhaal in geuren en kleuren neerzet. De vijfde juni van 1992 zijn De Strangers nog eens te gast bij de VRT, deze keer voor de uitzending van de show “40 jaar Strangers”. De eerste single die zij op het Indisc-label uitbrengen, is Veel te goe is half zot oftewel Ain’t no doubt van Jimmy Nail.

Iets later begaan De Strangers een flater vanjewelste. Het Vlaams Blok behaalde op zondag de vierentwintigste november 1991 een denderende overwinning en nodigt De Strangers een jaar later uit tijdens een groot feest in Hof Ter Lo. Daar zingen ze onder meer De ziekekas, een liedje dus over een Marokkaanse gastarbeider. Die aanwezigheid wordt hun niet in dank afgenomen. Zij worden in de nasleep daarvan letterlijk afgestraft. Het merendeel van hun optredens wordt afgelast. John De Wilde wil daar dit over kwijt: “Optreden voor het Vlaams Blok kon blijkbaar niet, maar in de 41 jaar voordien hadden we voor elke partij gezongen, van de CVP tot en met de Communistische Partij. Los van het hele incident vind ik het erg onrustbarend dat je onder het mom van politieke correctheid niet meer mag denken wat je wilt. Wij zijn zeker geen racisten. Mijn dochter is gehuwd met een Indonesische jongen en ik ben trots op mijn schoonzoon.” Alex voegt daar nog aan toe: “Ik vind het nog altijd een schande dat we voor dit optreden verketterd werden door de zogenaamde democratische partijen. Het cordon sanitaire bestaat trouwens nog altijd, daarover waakt de Belgische gedachtepolitie.” De Strangers zingen dit gebeuren walsend van zich af in het nummer Allemaal gebreken, een antwoord op de vraag of ze nu racisten waren of niet. Dit lied is als een soort testament ook terug te vinden op hun afscheids-cd.

Op radio en tv zijn De Strangers van dan af persona non grata. De gevolgen deinen in 1993 nog verder uit. In een soort wanhoopspoging brengen zij dat jaar als single de liedjes Hondepoep, een vertaling van Da doo ron ron van The Crystals, en Moktamee uit.

Vanaf 1994 brengen De Strangers hun singletjes niet meer op vinyl uit, maar uitsluitend op cd. De eerste in de rij wordt Linke Giekes, beter bekend als I got you babe van Sonny & Cher. Een scherpe tekst waarmee politici met de voornaam Guy (de Giekes dus), vooral Guy Spitaels en Guy Mathot, geen weg weten en dus ook niet kunnen lachen. Na een optreden in “Tien om te Zien” wordt de verkoop na zo’n achthonderd exemplaren afgeblokt. Onder politieke druk – zo wordt tenminste beweerd door de directie – bedankt platenfirma Indisc De Strangers voor bewezen diensten en staan zij op straat. Ook de troubles rond hun optreden voor het Vlaams Blok twee jaar eerder blijft hen blijkbaar achtervolgen. Zij vinden gelukkig onderdak bij Tune Records, een van de veel mindere goden. Ondanks hun geschonden blazoen vraagt de Antwerpse rederij Flandria voor hen een reclamesingletje op te nemen. Dat worden de liedjes Oep het Scheld’ gon veire en Wij gon veire, die wij beter kennen als The Wild Rover en Sailing.

In “Gazet van Antwerpen” lezen wij dat De Strangers anno 1995 helemaal terug van weggeweest zijn. Inpikkend op de verstrengde alcoholnorm van 0,5 promille releasen zij de medley Nul komma vijf met daarin verwerkt: Ein Prosit, Daarom blazen wij en Drij pinte, da’s te veel. Sinds 1991 hebben zij geen album meer uitgebracht. Nu, vijf jaar later, durven zij het nog eens aan met de full-cd “Dansen met…”, uitgebracht op het Rainbow-label. Daarop vooral oudere nummers met aangepaste teksten, aangevuld met het gloednieuwe Ongezondheidsrock. Er staat ook een houseversie van Bij de rijkswacht op. Als opener van die cd De kwakkelbak, dat rockers onder ons nog kennen als The Hucklebuck van The Royal Showband Waterford anno 1964. Ook graag gedraaid en regelmatig gehoord ‘n Nief voituur, een quickstepversie van de Amerikaanse klassieker I can’t give you anything but love.

“Tien om te Zien” bij VTM is hen opnieuw goed gezind en zij worden er met open armen ontvangen. Hun vijfenveertigjarige bestaan wordt in 1997 gevierd met de release van de dubbelaar “De Strangers – 45 liekes” met voor het merendeel nummers die tot dan toe op het Dureco-label waren verschenen en voor deze gelegenheid door Music Net verdeeld worden. Slechts zes liedjes zijn nieuwe producties. Zij bewerken dat jaar nog eens een winnend Eurovisiesongfestivalliedje: Love shine a light van Katrina & The Waves, dat bij hen De lottomiljonair wordt. Er is ook de single O.C.M.W., waarin we meteen Y.M.C.A. van Village People herkennen. De vierde juni 1997 overlijdt, geheel onverwacht, lid van het eerste uur Gust Torfs op 68-jarige leeftijd aan een hersenbloeding. Gust is er nog bij wanneer zij iets voordien in het Metropoliscomplex in Antwerpen hun ster krijgen toegewezen. “Het is nooit bij ons opgekomen om De Strangers een halt toe te roepen toen Gust overleed. We hebben dat wel even overwogen bij het overlijden van Pol, maar hebben toen beslist om door te zetten“, aldus Bob.

Inpikkend op de verkiezingen van 1999 kunnen De Strangers het niet laten een parodie daarop neer te zetten in Politieke-lieke gebaseerd op de hit Wonderful world van Sam Cooke. Een jaar later kunnen zij ook niet weerstaan om van dé hit van dat moment Anton aus Tirol van de Oostenrijkse dj Gerhard Friedl, beter bekend als DJ Ötzi, een vertaling neer te zetten die in hun taaltje Piet Snot wordt. De Strangers promoten zichzelf her en der door te beweren dat ze niet stuk te krijgen zijn.

In 2000 brengen De Strangers met de nodige trots de verzamelaar “De Strangers Goud” op de markt, verschenen op het ARS-label. Volgens hen de enige echte. Eindelijk al hun grote hits verzameld op één album, eenentwintig liedjes in het totaal, beginnend met Schele Vanderlinde over Dikke Lou en k Hem geblèt tot en met Sinjorentram en Den Bompa. De plaat valt in de smaak, want zowel VTM als VRT besteden er de nodige en gewaardeerde aandacht aan, onder meer in het in die tijd druk bekeken “De Rode Loper”.

In de maand april van 2001 laten De Strangers, ondanks succesvolle optredens in Riemst en Sint-Amandsberg, aan de pers weten dat zij het stilaan voor bekeken houden. Het is meer dan genoeg geweest. Zij willen hun geslaagde carrière stilaan afronden. In 2002, wanneer zij hun vijftigjarige bestaan vieren, willen zij in schoonheid afscheid nemen. “Dat was geen beslissing omdat we opgebrand waren of omdat niemand ons nog kende of aansprak. De mensen wisten nog heel goed wie De Strangers waren. Iedereen begreep ons. Onze gezamenlijke beslissing werd erg goed onthaald. Zo konden we, zoals we het hadden vooropgezet, in schoonheid eindigen. Fysiek voelden we ons nog goed, er mocht wat meer van het leven worden genoten. Maar we hielden er toch enigszins rekening mee dat iemand van ons in de nabije toekomst kon wegvallen. Dus waarom het verhaal nog rekken? We huiverden ook bij het idee dat de mensen ons als een stelletje ouderen op hun retour zouden beschouwen. We stonden dus unaniem achter deze beslissing“, dixit Bob. Alex knikt: “We vonden vijftig een mooi rond getal om daarmee dan ook letterlijk af te ronden. Ik weet ook dat we mentaal aan het einde van het bobijntje zaten. Het was zo goed als op. Uiteraard liet dat een leegte na, maar ik voelde het toch aan als een soort bevrijding. We bleven al die tijd ons best doen om ons optreden zo goed mogelijk te verzorgen, om geschikte teksten te schrijven. Die druk viel van ons af. En trouwens, wie houdt vijftig jaar stand op de Vlaamse podia?

Maar De Strangers zullen na die beslissing wel nog een liedje opnemen. Naar goede gewoonte ook deze keer een vertaling van de winnaar van het Eurovisiesongfestival. Deze keer Tanel Padar en Dave Benton with 2XL, die voor Estland in het openluchtvoetbalstadion Parken in Kopenhagen deelnamen met Everybody en met een score van 198 punten als eerste eindigden. Omdat er in het koningshuis een nieuwe spruit op komst is, pikken De Strangers daarop in en wanneer prinses Elisabeth wordt geboren, brengen zij gelijktijdig de single W’hadde wille wete uit. Het liedje kun je een week lang op het internet gratis downloaden. Over een promotionele stunt gesproken. Alex laat aan zijn kompanen weten dat hij nog een liedje of twintig in zijn schuif heeft liggen en of het geen goed idee is toch nog een cd uit te brengen met nieuwe songs.

De veertiende maart 2002 stellen De Strangers in de lokalen van Brouwerij De Koninck hun allerlaatste album “Ons leste… Nief” voor met daarop zesentwintig liedjes, waarvan er negentien nagelnieuw zijn. Voormalig Radio 2-producer Jos Baudewijn mag de honneurs waarnemen. Internationale songs als Mañana van Peggy Lee en Copacabana van Barry Manilow worden in een typische Strangers-sfeer verpakt en daarnaast ook popsongs als 50 ways to leave your lover van Paul Simon en I got you babe van Sonny & Cher. In Humo lezen we daarover: “En nu is er dus ook opvolging: De Nief Strangers. Bij elkaar gebracht door een talentenjacht van de lokale tv-zender ATV. Op initiatief van Carl Huybrechts. Ik heb het altijd verschrikkelijk spijtig gevonden dat De Strangers ermee opgehouden zijn. Ook al omdat de hits van de afgelopen twintig jaar zo een eigen Antwerpse versie gekregen hebben, aldus Carl. Elke wereldhit verdient het om verbeterd te worden met een Antwerpse tekst. Allee: I got a feeling van de Black Eyed Peas. En vooral: door met die teksten bezig te zijn, herontdek je het Antwerpse taalkundige cultuurpatrimonium. Er zijn zoveel woorden die verdwijnen.”

Bij hun voormalige platenfirma Dureco komen De Strangers tot een akkoord om een rist liedjes uit te brengen waarvan een deel nooit eerder op cd is verschenen. John heeft veel moeite gedaan om dit tot een goed resultaat te leiden. Maar wat blijkt? Uiteindelijk is de cd gewoon een blauwdruk van het verzamelalbum “45 jaar Strangers”, beginnend met Danke menselief en eindigend met Kerstlieke. Alex is in alle staten. Bij hun Nederlandse firma weten zij blijkbaar ook nog altijd niet dat zij al jaren zonder de Engelse “The” door het leven stappen.

De achttiende april 2002 treden De Strangers voor de laatste maal op in het Sportpaleis en dat tijdens “De Nekka Seniorennamiddag”. Op het podium worden zij geflankeerd door Della Bosiers, Jean Walter, Connie Neefs enzovoort. De achtste mei 2002 worden zij op het stadhuis ontvangen, waar burgemeester Detiège hen benoemt tot ambassadeurs van de stad Antwerpen. En dan is het tijd voor de finale! De veertiende mei treden De Strangers samen met de Boomse Bigband op in de Antwerpse Koningin Elisabethzaal. De show is maanden op voorhand uitverkocht. Ook nu zijn zij, na vijftig jaar ervaring, nog altijd bloednerveus om op te treden. Maar dat hoort erbij. Al hun grote hits passeren voor de laatste maal de muzikale revue. Wel niet vergeten dat zij vier dagen later nog speciaal voor de actie “Kom op tegen kanker” een benefietconcert geven in Serskamp. Ten voordele van de actie “Levenslijn” worden de vierentwintigste oktober 2002 een hoop rekwisieten aan kooplustige fans verkocht, goed voor drieduizend euro. Buiten een aantal optredens voor het goede doel verdwijnen De Strangers nadien uit het zicht. Alleen voor de hommage aan Stafke Fabri, de elfde januari 2007, en de viering “Antwerpen Zingt”, de tiende augustus 2008, maken zij graag een uitzondering.

De Strangers krijgen de 21ste november in het Casino van Knokke-Heist tijdens het gala “De Eregalerij” van Radio 2 en Sabam, samen met de familie Klüger, de trofee “Onvergetelijk” voor hun lange carrière.

In 2003 schenken De Strangers een deel van hun archief aan het Felix-Archief of het Stadsarchief Antwerpen, zodat geïnteresseerde Antwerpenaren en onderzoekers het daar kunnen ontdekken. Het archief is een uniek geheel dat teruggaat tot 1952 en omvat foto’s, programmabrochures en affiches, beeldopnames van optredens, de website, briefwisseling, opnames van optredens of interviews, teksten en nota’s van de liedjes… Hun liedjes geven dan ook een aparte kijk op de geschiedenis van de stad Antwerpen.

In 2005 worden al de elpees van De Strangers op cd uitgebracht in één grote verzamelbox, strikt gelimiteerd. De box “Al ons liekes” is goed voor negentien cd’s met daarop vierhonderdvijfentwintig liedjes, aangevuld met zestig pagina’s info en anekdotes. De eenentwintigste november van dat jaar ontvangen.

Ter ere van het Bal van de Burgemeester treden De Strangers in 2006 uitzonderlijk eenmalig nog eens op, noem het maar een soort herenigingsconcert, uit sympathie voor toenmalig burgemeester Patrick Janssens.

De eerste november 2007 brengen De Strangers tot eenieders verrassing een nieuwe cd uit op het AMC-label: “Ântwârpe ‘k zien a zoe geire”, een gezongen ode aan de stad die hun zo dierbaar is. Het album is een verzamelaar van eerder uitgebrachte liedjes over ‘t Stad zoals Nor den dierentuin, De Kennedy-tunnel en Borgerie-Borgerhout-Borgerocco, aangevuld met twee nieuwe, waaronder de heuse hymne Ântwârpe ‘k zien a zoe geire, een bewerking van Land of hope and glory van Edward Elgar door Luc Smets én met het gemengd koor Kilena onder leiding van Jos Daems, opgenomen in Studio The Groove.

De vierentwintigste februari 2011 gaat in De Roma in Antwerpen de komische revue “Azzek nog zou trouwen” in première met daarin zo’n zestig liedjes van De Strangers verwerkt en gebracht door de acteurs An Vanderstighelen, Ann De Winne, Daisy Thys, Marc Fransen, Sam Verhoeven en Luc Caals, die tevens instaat voor de productie. Het verhaal: drie mannen en drie vrouwen gaan op zoek naar liefde en hun ideale partner. Met vallen en opstaan ontdekken ze de voor- en nadelen van het andere geslacht. Wie draagt de broek en wie ligt onder de sloef? Wie denkt nu eens nooit: “Azzek nog zou trouwen, dan zou ik het anders aanpakken.” Kortom, een plezante kijk op het liefdesleven.

De achtste december 2011 liggen De Strangers in de cd-rekken met het album “Serjeuze Strangers zingen serjeuze liekes”. Het is een verzameling van eenentwintig liedjes waarin de serieuze Strangers diverse emotionele facetten rond persoonlijke en maatschappelijke thema’s bezingen. Op hun website lezen we daaromtrent: “De Strangers zijn natuurlijk bekend van hun ‘plezante nummerkes’, maar ze maakten er een erezaak van om jaarlijks een ‘serjeus lieke’ te maken. Het verzamelalbum van Alex uit de jaren tachtig ‘Helemaal alleen op z’n eentje’ werd een waar collector’s item. Intussen zijn er nieuwe liedjes verschenen, wat Bis-Art op het idee bracht om een nieuw verzamelalbum uit te brengen. Eenentwintig nummers werden verzameld, waarin ernstige Strangers op meesterlijke wijze diverse emotionele facetten rond persoonlijke en maatschappelijke facetten bezingen. Van Achter de gesloten deur (huwelijksperikelen) tot De gastarbeider (het migrantenprobleem uit de jaren zeventig) en Pol (het verlies van een te vroeg gestorven kameraad).

 

Eerder dat jaar werd door fans van De Strangers in samenwerking met hen de cd “De Strangers – Stoute liekes” op de markt gebracht. Dit album herbergt alle niet politiek correcte liedjes van De Strangers, gaande van Vivan de vakbond over ‘t Ministerie, Politieke-lieke tot en met Hipipapar. De Strangers hekelden de voorbije decennia meermaals de vaderlandse politiek met tientallen parodiërende teksten op bestaande melodieën.

Tot hun grote verbazing voeren De Strangers in de zomer van 2012 de Ultratop Album Tweehonderd aan met een dubbelaar die platenfirma Universal/ARS in de reeks “Back 2 Back” uitbrengt en waarin zij voor die gelegenheid gekoppeld worden aan de groep Katastroof, die op dat moment haar vijfendertigjarige bestaan viert. De zesentwintigste april lezen we daarover in De Standaard: “Het was twee keer kijken gisteren, toen de Ultratop­albumlijst binnenliep. Op nummer drie de nieuwste plaat van dEUS, op twee de Belgische beatmaker Netsky, dé sensatie van het moment, en dan op één: De Strangers & Katastroof. De platenbaas van de twee Antwerpse groepen, ARS Entertainment, heeft een maand geleden een dubbele compilatie-cd uitgebracht. Op de ene schijf staan de grootste hits van De Strangers, op de andere die van Katastroof, met Zuipe! en Met de wijven niks as last als bekendste wapenfeiten. Bassist en grappenmaker Ernest Adriaensens valt uit de luchtStaan wij écht op nummer één? Niet te geloven! En wij duwen Netsky van de hoogste plaats? Ocharme die jongen. Wij wisten niet eens dat die verzamelplaat was uitgebracht. Ik vind het wel een beetje jammer dat ze ons in die dubbelaar hebben gestopt met Katastroof. De Strangers hebben altijd geprobeerd om beschaafd Antwerps te zingen, niets vulgairs. Dat is met Katastroof wel wat anders. Maar goed, de platenmaatschappij had duidelijk gelijk. De cd ging al 5.500 keer over de toonbank. Ik zal er wel de centen van opstrijken. Al zal ik nooit met een Rolls-Royce kunnen rijden. De Strangers vroegen ochot 40.000 frank per optreden en dat moesten we nog verdelen onder ons vieren. Vier weken na elkaar zullen zij samen de hitlijst aanvoeren.

In 2012 schrijft Dave Sinardet, politicoloog en professor aan de Vrije Universiteit van Brussel, in het artikel “Wie is de beste Antwerpenaar?”, het volgende: “Hoe weet een Antwerpenaar dat de verkiezingen in aantocht zijn? Politici beginnen ongevraagd liedjes van De Strangers te zingen. De Antwerpse politici weteen zeer goed waarvoor De Strangers symbool staan: het volkse, authentieke en uiteraard chauvinistische Antwerpen uit de goeien ouwen tijd. En tegelijk zijn ze ook méér dan dat, want hun liedje Antwârpe groeide uit tot de Antwerpse Brabançonne. Velen in ‘t Stad hebben wel iets met De Strangers. Kortom, voor heel wat mensen zijn ze gewoon Antwerpen zelf. Verbindt een politicus zich met de juiste symbolen, dan kan hij/zij de door hem/haar gewenste associaties oproepen. En zo zijn De Strangers meer dan tien jaar na hun pensionering nog steeds politiek gegeerd.”

Qua elpeeverkoop kunnen De Strangers uiteindelijk terugblikken op een mooi resultaat. Bovenaan de lijst staat nog steeds “De Strangers 13 beste” (53.700 exemplaren), op twee gevolgd door “De Strangers dertig jaar goud” (42.500 exemplaren), op drie “Zeg maar Strangers” (32.990 exemplaren), op vier “De Strangers meerderjarig” (32.648 exemplaren) en op vijf “De Strangers goe zot” (32.488 exemplaren). Tijdens hun carrière stonden De Strangers met vijfendertig singles in de hitlijsten. Hun grootste hit is en blijft Schele Vanderlinde, gevolgd door Strangers on 45, en op drie staat Zorba. Qua verkochte aantallen staat de single Bij de rijkswacht eenzaam bovenaan met 83.590 verkochte exemplaren. In het totaal verkochten zij meer dan een miljoen platen en cd’s en namen ze zo’n 408 nummers op.

In de staart van hun verhaal misschien met plezier terugdenken aan Al Van Dam, die niet alleen de trouwe producer was van De Strangers, maar hen ook met zijn orkest jarenlang heeft begeleid. Na hem was het de beurt aan de orkesten van Flor Wade en Jacky Coppejans. Vergeten wij ook niet technicus Francis de Well te vermelden, die het merendeel van hun nummers inblikte. En dan is er ook nog hun allereerste producer Achilles Palmans, die van in het begin sterk in hen geloofde, en hun arrangeur van het eerste uur Jean Vanhoren, nadien afgelost door Benny Couroyer, en Luc Smets, die vanaf de jaren negentig voor hen schitterende arrangementen schreef.

Bij uitgeverij Artus Antwerpen verschijnt in 2014 het boek “De Strangers compleet”, geschreven door Alex Boeye, Nest Adriaensen, John De Wilde en Bob Van Staeyen, onder redactie van René Van Camp. Het boek telt vierhonderd pagina’s en bevat naast hun levensverhaal meer dan vierhonderd liedjesteksten in het Antwerpse dialect.

Op zondag de negenentwintigste november 2015 geven De Strangers nog eens een uniek minioptreden in Zaal Forum in Schoten. Opvallende aanwezige is oud-VRT-baas Cas Goossens, die er namens Marnixring Voorkempen Pater Stracke mee de Jozef Simonsprijs uitreikte aan Alex, Nest, Bob en John voor hun bijdrage tot verspreiding van de Vlaamse en Antwerpse cultuur. De Jozef Simonsprijs is genoemd naar een frontsoldaat en boegbeeld van de Vlaamse beweging uit de Voorkempen (1888-1948). De in Oelegem geboren schrijver en dichter schreef veel politiek beladen teksten, met als bekendste voorbeeld “Eer Vlaanderen vergaat”, waarin hij de geestelijke onderworpenheid van het Vlaamse volk hekelt in de periode voor de Eerste Wereldoorlog. Uit de speech van Dirk Verhaert onthouden we: “Zulke felle standpunten over Vlaanderen hebben De Strangers niet ingenomen. Ze wilden in de eerste plaats volks amusement brengen in de eigen taal, maar sneden daarbij wel vaak themas aan die de mensen echt bezighielden. Daarin waren ze erg straf. Tussen hun liefst 446 liedjes zitten er enkele die je als echt Vlaams kan bestempelen. Denk maar aan de Egmont-disco, maar zeker ook aan de stevige repliek aan het adres van Jacques Brel, die Vlamingen wandluizen en collaborateurs had genoemd.”

In 2016 beslissen een aantal fans de vzw “De Strangers v’r Altaaid” op te richten, met daaraan gekoppeld een attractieve website en met als doel het erfgoed van De Strangers voor het nageslacht te bewaren. Iets later wordt het project “Ântwârpe mè De Strangers” gelanceerd, een uitgewerkte stadswandeling met de vier heren als rode draad. Oktober 2016 ligt het boek, 132 pagina’s dik, in de winkel, geschreven door René Van Camp en uitgegeven door Artus. De vzw schrijft: “Omdat De Strangers de afgelopen 65 jaar het Antwerps en bij uitbreiding het Vlaamse publiek op een ludieke manier een spiegel hebben voorgehouden, willen wij als vereniging zonder winstoogmerk de liedjes van De Strangers levend houden. Wij willen dit doel bereiken door het organiseren van allerlei activiteiten, ruilbeurzen, lezingen en dergelijke. Ook het uitbrengen van zeldzaam materiaal op cd en dvd behoort tot de mogelijkheden.” We wandelen in dit boek aan de hand van de liedjes van De Strangers door de stad. Voor de anderstaligen, in dit geval diegenen die geen Antwerps praten, werden de originele teksten naar het Algemeen Nederlands omgezet. Dat boek verscheen iets later ook samen met de cd “Ântwârpe mè De Strangers”, met daarop de zestien liedjes die in het boek voorkomen plus twee nieuwe liedjes: Oosterweel en Da komt ammol goe. De groep ging naar eigen zeggen op zoek naar wat de mensen momenteel bezighoudt en kwam zo uit bij Oosterweel. Op de B-kant Da komt ammol goe op de tonen van 50 ways to leave your lover van Paul Simon. De single werd opgenomen in Studio Rockstarrecordings in Niel. Alain Van Zeveren stond in voor de arrangementen en Peter Bulkens voor de techniek. Daarnaast als bonusnummers Biografieke lieke en Danke menselief. Met de editie van dit boek wil de vzw ook een beetje het Antwerpse dialect in ere houden. Ze weten ook wel dat de Antwerpse teksten van de heren geen natuurgetrouwe weergave zijn van het gesproken Antwerpse dialect, maar eerder een mengeling van het Nederlands en het Antwerps. Er bestaat trouwens nog geen echte gestandaardiseerde Antwerpse spelling, al heeft Filip Camerman intussen wel de aanzet gegeven. In het boek lezen we: “De huidige generatie Antwerpse jeugd kent het oude dialect niet meer. Sinds de jaren negentig communiceren zowel de ouders als de grootouders steeds minder in het Antwerps met hun kinderen en kleinkinderen. Het huidige Antwerps is daardoor opgeschoven richting standaardtaal en geëvolueerd naar een bijgeschaafd dialect waarbij de Antwerpse zinsbouw nog wel wordt gebruikt. Hier en daar zitten er nog Antwerpse vervoegingen van werkwoorden in.”

De Strangers vormen binnen de Vlaamse muziek een apart verhaal. Ze hebben dat succes niet zomaar cadeau gekregen, want de radio en televisie stonden niet altijd te springen om hen te boeken of hun platen te draaien. Je kunt De Strangers dan ook niet schetsen zonder te vermelden dat ze soms laatdunkend werden benaderd. Niet iedereen lustte hun producties. In zijn boek “Ik hou van jou, het verhaal van de Vlaamse showbizz” schrijft Manu Adriaens: “De Strangers brachten hun liedjes in het Antwerpse dialect, wat bij de toenmalige BRT niet door iedereen in dank werd afgenomen. Zo circuleerde in 1967 een nota van de radiodirectie waarin stond ‘dat de platen van De Strangers dienen gemeden te worden, wegens het slechte taalvoorbeeld dat zij de bevolking, inzonderheid onze jongeren, geven’!” De BRT krijgt lik op stuk wanneer De Strangers twee jaar later voor hun elpee “De Strangers in stereo” een persiflage neerzetten van het programma “Hier spreekt men Nederlands”, met Fons Fraeters, Joos Florquin en Annie Van Avermaet. Deze vijf minuten durende bijdragen hadden de bedoeling Vlaanderen Algemeen Beschaafd Nederlands bij te brengen. De Strangers zingen over Hier spreekt men… Antwârps. De tekst werd met de hulp van Alex geschreven door de Limburger Louis Verbeeck. “‘t Is anders dan het Nederlands van Annie, Fons en Joos, want het zijn lessen zonder hond en kosteloos.

En het was voor De Strangers al die jaren ook blijven doorbijten, want leven van hun muziek zat er niet in. Aan Vlamingen in de Wereld vertelde Alex daarover: “Alle leden van De Strangers combineerden hun muzikale carrière altijd met een fulltime job. We konden helemaal niet van onze optredens en van onze platenverkoop leven, we konden er in het beste geval onze sigaretten van betalen. Als we horen wat zogenaamde artiesten tegenwoordig verdienen, dan vallen wij achterover van het verschieten. Dat zijn bedragen waar wij alleen maar van konden dromen. Ons hoogtepunt lag in de jaren zestig en zeventig, en toen had je nog veel zogezegde bonte avonden, met een orkest, een presentator, een zangeres, een clown en met De Strangers. De organisatoren moesten toen een hele reeks medewerkers betalen. Nu zijn ze al content als ze de deejay kunnen betalen. We moesten er natuurlijk wel met vijf gezinnen van leven. De meeste mensen weten dat niet meer, maar tussen 1968 en 1975 is er altijd een vijfde Stranger geweest, René Van Laken. In 1964 verliet Gust Torfs De Strangers om familiale redenen, maar hij bleef wel nog teksten schrijven.

2017 wordt het Strangers-feestjaar bij uitstek. De achtste mei zal het vijfenzestig jaar geleden zijn dat de groep in 1952 werd opgericht. Zelf zullen de heren niet meer optreden, maar ze glunderen wanneer ze de initiatieven onthullen waarop ze speciaal geëerd zullen worden. In de maand mei hebben zij in het Felix-Pakhuis hun eigen tentoonstelling plechtig mogen openen in het gezelschap van schepen Caroline Bastiaens. Een honderdtal familieleden en fans kwamen naar de opening van de expo. De minitentoonstelling “65 jaar De Strangers” vertelt beknopt de geschiedenis van de Antwerpse groep, die wereldberoemd werd in Vlaanderen met het nummer Bij de rijkswacht. Je ziet oude foto’s en krantenartikels op de tentoonstelling, maar ook originele platen. Met behulp van QR-codes kun je via een tablet of smartphone luisteren naar De Strangers en de verhalen die ze vertellen bij de kijkboxen. De minitentoonstelling liep tot de achtentwintigste juli en was gratis te bezoeken.

De negende mei lezen we in Gazet van Antwerpen: “De krant lanceerde maandag een poll om uw drie favoriete De Strangers-liedjes te weten te komen. Na een totaalaantal van 2.450 stemmen is duidelijk dat het Antwerpse bloed zijn weg baant in de keuzes van de Gazet van Antwerpen-lezers. Antwârpe is met zijn 71% met voorsprong de onbetwiste winnaar. In zijn zog vervolledigen Schele Vanderlinde (48%) en Bij de rijkswacht (45%) de top drie.

 

Dinsdagnamiddag, de derde oktober 2017 wordt in het Sportpaleis tijdens “Houden van… Griffelrock” een speciale hulde gebracht aan De Strangers. Voice Male zal er een speciaal miniconcert van Strangers-liedjes brengen. Op zondagmiddag de tweeëntwintigste oktober organiseert Nekka vzw in samenwerking met De Roma om 15.00 uur en om 20.00 uur een ode aan 65 jaar De Strangers.

Vanaf december 2017 tot en met januari 2018 wordt een heropvoering gepland van de revue “Azzek nog zou trouwen” met daarin zestig liedjes van De Strangers verwerkt.

Wanneer Bob Van Staeyen terugkijkt op zijn leven bij De Strangers, stelt hij: “De Strangers maakten 37 jaar uit van mijn leven. Ik vind dat we ons best hebben gedaan. We waren geen geschoolde muzikanten, we deden het graag, en vergeet niet, we traden op naast onze vaste job. Ik heb wel spijt dat we in 2002 gestopt zijn, en wel vanwege de financiële voordelen. We verdienden in die tijd met De Strangers een aardig centje bij en dat viel nadien natuurlijk weg. Tijdens onze gloriejaren leefden we daar ook naar. We gingen vaker uit eten, vaker op reis, kochten eens iets extra‘s. Na De Strangers was het in het begin wat aanpassen, een beetje uitkijken.” Ook Alex pikt daar snel op in: “Er zijn er velen die denken dat we er gouden kranen aan hebben overgehouden, maar niets is minder waar. Ze mogen thuis komen kijken. Tijdens onze piekjaren verdienden we een dubbele wedde en dat was lekker meegenomen. We hebben wel nooit meegemaakt dat we, zoals dat op het einde van de jaren negentig het geval was, reuzengages konden binnenrijven. Naast het financiële aspect denk ik met weemoed wel nog eens terug aan de tijd toen we nog liedjes in het ABN zongen. Misschien hadden we in de jaren zestig op de kleinkunstkar moeten springen. Maar laten we eerlijk zijn. Hadden we voor die stijl gekozen, dan waren we nooit De Strangers geworden die we nu zijn. Dat staat als een paal boven water. Dat hadden we nooit hard kunnen maken. We hadden aan ons oeuvre misschien meer genoegdoening beleefd en overgehouden, maar uiteindelijk zijn we tevreden. Het is méér geworden dan ik in mijn stoutste dromen durfde te dromen. Vooral het feit dat we het publiek vijftig jaar hebben kunnen boeien, stemt me gelukkig. Sommige successen eindigden met een gouden plaat. Een paar hangen er tegen de muur, maar een hele rist staan nog aan de kant. Die zijn voor de kleinkinderen; dat Strangers-verhaal vertellen we hun ooit nog wel.

Laten we treffend en in de gloria hun verhaal afronden met de woorden van voormalig VRT-voetbalcommentator Rik De Saedeleer. “Voor mij zijn De Strangers Vlaams erfgoed. Als over een paar eeuwen sociologen willen weten wat de man in de straat in Vlaanderen zoal dacht over de meest verscheidene onderwerpen, dan moeten zij gewoon het complete oeuvre van De Strangers beluisteren. Want de levensechte volksfilosofieën van hen zijn verpakt in echt geestige teksten. En aangezien Antwerpen dan allang de hoofdstad van Vlaanderen is, kan het Antwerpse dialect hun ganse oeuvre enkel nog meer authenticiteit verlenen.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2017 Daisy Lane & Marc Brillouet