Erik Van Neygen

Geplaatst in Artiesten

Zij hebben het altijd moeilijk met Van Neygen gehad, de journalisten, want waar moet je die man klasseren, in welk hokje hoort die nu thuis? In 1982 schreef Marc Mijlemans in Humo: ” Erik Van Neygen is geen tieneridool, geen rockfiguur, geen variété-artiest. Gewoon een zanger, slaat dat ergens op? Het zal wel moeten, vrees ik!” In die zin liep hij toen zowat parallel met Ann Christy die er ook niet in slaagde onder één vlag te varen waardoor zij tijdens haar leven niet kon genieten van het succes dat zij verdiende. Toeval of niet, in 1982 traden Ann Christy en Erik Van Neygen samen op tijdens een concerttournee waarmee zij heel wat culturele centra in Vlaanderen aandeden. Toen Manu Adriaens voor uitgeverij Globe zijn boek “De complete kleinkunstgeschiedenis” schreef, dook daar de naam van Van Neygen al in op, alsook in het boek “Ik hou van jou, het verhaal van de Vlaamse showbizz” dat Manu enkele jaren later voor Standaard Uitgeverij schreef. Om maar aan te geven dat Erik zich in vele muzikale huisjes thuisvoelt. In menig interview heeft Erik vaak aangegeven dat hij alleen maar muziek maakt die hij in de eerste plaats zelf graag hoort, hij houdt niet van één bepaald genre en hij wil zeker niet in een eng keurslijf gestopt worden. Tijdens zijn  jeugdjaren hield hij niet alleen van pop en country, maar net zo goed van Vlaamse zangers. Hij trok zelf met veel plezier naar optredens van Will Tura, wat zijn tienervrienden weigerden te begrijpen. Een optreden van Tura in 1971 in zaal “Select” in Schepdaal is Erik altijd bijgebleven. De manier waarop Tura zich toen omringde: met een degelijk orkest, met een professionele geluids- en lichtinstallatie. Dat liet zo’n indruk op Erik na dat hij jaren later, in 1990,  de toenmalige hit van Tura Aan mijn darling van een eigen versie voorzag. Klasseer Erik dus zeker niet onder de unieke noemer “brenger van het betere lied”, want als hij ergens een bloedhekel aan heeft dan zeker aan die term.

Erik wordt de eerste mei 1951 in Anderlecht geboren. Thuis is het een vrij drukke bedoening: twaalf kinderen in het totaal waarvan Erik de vierde telg van het gezin uitmaakt. Het gezin bestaat uit acht jongens en vier meisjes. Papa Van Neygen was in Dilbeek een plichtsgetrouwe onderwijzer die echt voor zijn vak leefde. Mama had de handen vol met haar gezin. Thuis werd er elke zaterdagavond aandachtig geluisterd naar het in die tijd populaire radiocabaretprogramma “Met Kop en Staart” met daarin onder andere Renaat Grassin alias ‘t Ketje en Will Ferdy. Thuis stond er ook een pick-up waarop papa, vreemd genoeg, naar hartenlust platen draaide van De Zangeres zonder Naam en Johnny Hoes. Erik luisterde op zijn transistorradio het liefst naar de hits van het moment: Elvis Presley, Paul Anka, Cliff Richard enz… Zijn oudere broer Etienne studeerde in Leuven en kwam op zekere dag thuis met het verhaal dat hij een ongelooflijk optreden had meegemaakt van “Het Kleinkunsteiland” waar artiesten passeerden als Miel Cools, Kor Van der Goten, Louis Verbeeck, Jos Ghysen enz… Een verzamelelpee met hen was voor Erik de aanzet om zich meer voor dit genre te interesseren.

Naar de kleuterklas ging Erik in Dilbeek, naar de Sint-Annaschool om precies te zijn. Zijn lager onderwijs volgde hij aan de Gemeentelijke Jongensschool, eveneens in Dilbeek, waar hij in het vierde en vijfde leerjaar zijn vader als onderwijzer kreeg. Uit die tijd herinnert hij zich nog dat zij op vakantie naar zee gingen en dat hij achteraan in de auto droomde dat hij Elvis was. Hij hield niet meteen van Elvis als rocker, maar wel als zanger van prachtige ballads zoals Are you lonesome tonight en It’s now or never. Dat was ook de tijd dat Eriks broer Etienne klassieke gitaarles volgde. Erik mocht tussendoor ook eens op dat instrument tokkelen. Hij is twaalf wanneer hij bij Madame Martin in Dilbeek privé klassieke gitaar gaat volgen. De populaire akkoorden leert hij in zijn eentje. Hij trekt op dat moment naar het Sint-Pieterscollege in Jette waar hij de afdeling Latijn-Grieks aansnijdt met in diezelfde klas Johan Verminnen. De meeste jongens kwamen uit een goed afgeschermd burgerlijk milieu. Daar wilde Johan niets van weten, hij was eerder een linkse rakker uit een arbeidersmilieu en dat sprak Erik wel aan.  Erik weet nog goed dat hij en Johan vanaf de eerste dag over muziek praatten. De eerste spreekbeurt trouwens die Erik gaf, was er eentje over kleinkunst en dat vond Johan geweldig. Van huis uit dweepte Johan, dankzij zijn oudere broers, met de kleppers van het Franse chanson. Naarmate de jaren vorderden, kwam daar voor hen beiden de interesse bij voor de folk en de blues. Toen Erik in de loop van de jaren zestig ging dwepen met de Amerikaanse countryrock moest Johan twee keer slikken. Country was in zijn oren en ogen iets té rechts. Dat genre paste niet in zijn wereldbeeld. Erik keek erg op naar Johan die zowat de leider in de klas was, een echte provo. In een Amerikaanse stock had Johan zich een legervest aangeschaft waarin hij graag paradeerde en hij durfde het aan zich als eerste op school in een jeans te hijsen. Johan genoot van het leven, maakte graag plezier en nam het studeren niet zo ernstig. Een jaartje overzitten was hem dus niet vreemd. Zij blijven op dezelfde school, alleen stapt Erik onderweg over naar de afdeling Latijn-Wetenschappen. Verminnen richt onderweg het groepje Klaverke op samen met Luc Verhaeghen en Luk Van der Straeten. Het kon bijna niet anders of die vriendschap tussen Johan en Erik, hij was toen een jaar of zestien, moest ook resulteren in een groep en dat werd Motten Drizzle (motregen) met naast Erik en Johan een tijdje later  Leon Lamal. Als The Beatles zich zo mogen noemen, dacht Johan, dan is Motten Drizzle, motregen, ook toegelaten. Muzikaal waren het in de loop van de jaren zestig de hoogtijdagen van Ferre Grignard en Donovan. Ring Ring I’ve got to sing van de Ferre was voor hen op dat moment een schoolvoorbeeld hoe zij wilden klinken. Daarnaast zongen zij ook eigen liedjes in het Nederlands zoals het door Johan geschreven Stad van staal en beton. Erik genoot in die tijd met veel plezier van de muziek die gemaakt werd tijdens het “Folk & Jazzfestival” in Ninove. Hier maakte hij voor het eerst kennis met Miek en Roel die in die tijd begeleid werden door gitarist Roland Van Campenhout. Die gedroegen zich zo’n beetje als echte hippies badend in een psychedelisch sfeertje en dat zinde Erik en Johan wel. Roland had toen ook een eigen bluesgroep waarin hij muzikaal oosterse elementen aanbracht naar het voorbeeld van The Beatles die in India hun licht waren gaan opsteken. Motten Drizzle wordt helemaal in de sfeer van de late jaren zestig gehuld. Erik weet nog dat zijn moeder van de kleurrijke voering van een van haar jassen voor hem een felgekleurd hemd naaide. De muziek die zij speelden was vooral skiffle. Johan nam binnen de groep de taak van zanger voor zijn rekening en Erik, de knapste van de groep, zorgde voor de vrouwelijke aanhang. Er werd vooral lokaal opgetreden, in Wemmel en Dilbeek. Meisjesscholen waren erg in trek en vormden een dankbaar publiek.  Mechelen was op dat moment al het buitenland voor hen. Van Motten Drizzle bestaan geen plaatopnamen, het was gewoon een groepje dat veel leute en plezier uitstraalde, daar was het de bandleden in eerste instantie om te doen. Na de poësis, de vijfde klas van de klassieke humaniora, zal Johan afhaken. Zij zijn hem in het Sint-Pieterscollege liever kwijt dan rijk. Hij trekt naar Studio Herman Teirlinck waar zijn broer lesgeeft, maar de directeur stuurt hem wandelen. Johan neemt vervolgens deel aan het toegangsexamen aan het Conservatorium in Brussel en slaagt. Hij zal daar in eerste instantie dictie en voordracht volgen.

Na zijn middelbare studies trekt Erik naar Sint-Thomas in Brussel waar hij van 1969 tot 1972 de opleiding regent Nederlands-Engels-Duits volgt. Omdat muziek Van Neygen dan al zeer na aan het hart ligt en daar de meeste aandacht naar uitgaat, doet Erik er een jaartje langer over dan gepland. Meteen na het behalen van zijn diploma gaat hij aan de slag in het onderwijs, eerst als interimaris voor de klas, maar de meeste jaren op het secretariaat van het “Sint-Janshof Buso” aan de Sint-Jansstraat in Mechelen, het buitengewoon onderwijs. Dat was makkelijker te combineren met zijn carrière als zanger. Hij hield dit achttien jaar vol tot in 1990 wanneer hij met Veel te mooi hoge ogen zal gooien.

Erik is erg tuk op countrymuziek zoals wij al vermeldden en vindt tijdens zijn regentaatsopleiding een goede maat in zijn klasgenoot Serge Demol die in 1966 begonnen was bij de coverband Buddy & The Shamrocks en met hen de single Paris For Me had opgenomen met op de B-kant What Kinda Man. Naast studeren schiet er nog wat tijd over om de vrienden van Serge te ontmoeten en omdat Erik als enige fingerpicking – gitaar en bottleneck kan spelen, wordt hij gevraagd zich bij hun groep Pendulum aan te sluiten. Die band bestond naast Serge uit Firmin Michiels, die later bij Kris De Bruyne zal spelen, en Louis Van Oost, contrabassist, later vervangen door Mich Verbelen, die nog later bij Raymond Van het Groenewoud zou spelen. De overige bandleden zijn steelgitarist Arthur Huysveld en drummer Ton Derriks, later vervangen door Mike De Smedt.  Arthur was erbij gekomen nadat hij een artikel over hen had gelezen in “Het Laatste Nieuws” geschreven door Jari Demeulemeester. Arthur vond dat hij als steelgitarist sowieso in Pendulum moest gaan spelen.  Bij Pendulum voelt Erik zich thuis omdat hij in deze periode ook zijn eerste liedjes begint te schrijven. Pendulum krijgt snel een heel eigen geluid en een platendeal bij Philips waar Bart van der Laar hun producer wordt. In 1970, zij treden dan al vaak op, nemen zij het nummer It’s a Beautiful Day op geschreven door Serge in de stijl van de Amerikaanse bands The Byrds, The Band  en The Flying Burrito Brothers. In een repetitielokaal kwam It’s a beautiful day geleidelijk aan tot stand. Serge was ook een hevige fan van The Everly Brothers en droomde ervan een liedje op te nemen met twee zangstemmen die perfect op elkaar waren afgestemd. Serge nam de hoge stem voor zijn rekening terwijl Erik met zijn warme lage stem voor het vocale contrast zorgde. Op een bepaalde dag krijgen zij van het in die tijd populaire programma Echo de vraag of zij geen reportage mochten maken over hen. Zij krijgen de gelegenheid een demobandje op te nemen van hun nummer It’s a beautiful day in de RKM studio’s van Roland Klüger waar op dat moment promoman Bart Van der Laar passeert. Die is zo in de ban van die song dat hij hun voorstelt er een degelijke versie van in te blikken. In de studio Madeleine in Brussel wordt de definitieve versie opgenomen, vrij nieuw voor de tijd qua bezetting: twee akoestische gitaren, een bas en een steelgitaar met voorop de solostem van Serge aangevuld met de tweede stem van Erik. Enkele weken later staat It’s a Beautiful Day op single met op de ommekant For You, geschreven door Erik.  Fan van het eerste uur was Johan Verminnen die het een prachtig nummer blijft vinden, ook een geschikte radiohit. In zijn boek “Wit-lof from Belgium” omschrijft Gust De Coster It’s a Beautiful Day zelfs als één van de mooiste singles uit de Belgische popgeschiedenis. Het singletje werd inderdaad grijsgedraaid zodat het de derde juli 1971 tot op de tweeëntwintigste plaats van de BRT top dertig geraakte. De opvolger Early Morning Rain gekoppeld aan Cajun Music bleek in 1971 jammer genoeg geen geslaagd vervolgverhaal. De hoge verwachtingen konden niet worden ingelost en  de groep werd nadien vrij snel ontbonden. In 1974 kwam Serge nog op de proppen met een nieuwe line-up van Pendulum met ondermeer Jelle Nachtergaele en de Brit John Colston. A Song For You met op de B-kant Here We Go Again werd de wereld ingestuurd, maar zonder veel respons! Later zou Serge ook nog de groep Transit oprichten met wie hij in 1977 het album “First Ride” afleverde.

Na  Pendulum komt Erik in 1972 terecht bij de groep Louisette die Raymond van het Groenewoud had opgericht met voorts in de line-up Bernard Vanderhaegen, de zanger van de Wemmelse groep ‘t Goeleve, die op zijn beurt basgitarist Jean Van Dooren bij de groep binnenhaalt samen met drummer Eddy Verdonck van de groep Mad Curry. Raymond speelde voordien piano bij de band van Johan Verminnen en bas in de groep van zijn vader Nico Gomez, maar wil zijn eigen koers varen. Raymond leert met veel geduld Erik de elektrische gitaar onder de knie te krijgen. Hij spoort Erik ook aan de liedjes die hij tot dan toe in het Engels heeft geschreven te vertalen in het Nederlands. Op het Omega label brengen zij in 1972 het nummer Maria, Maria ik hou van jou uit. Die opname was een verjaardagscadeau van  papa Nico Gomezvoor zijn zoon. Pa neemt de productie voor zijn rekening. Wat Erik nooit zal vergeten is dat Raymond hem de kans biedt het B-kantje Jij kunt beter gaan voor zijn rekening te nemen. Die single is heel vernieuwend, té vernieuwend eigenlijk voor die tijd en slaat niet aan, commercieel gezien een regelrechte flop. Waar zij ook optreden, Louisette wordt vooral gezien als een vreemde eend in de muzikale bijt.  Er worden amper drieduizend exemplaren van hun eerste single verkocht. In 1973 komt de single Daddeeemelee van Louisette in de winkels terecht met op de B-kant 15 maart. Dat laatste is een liedje geschreven door Erik zelf en hij vindt het nog altijd een mooie vriendschappelijke geste van Raymond dat zijn liedje op de B-kant belandde. Jammer, maar dit plaatje wordt een nog grotere flop dan hun eerste. De echte muziekliefhebber vindt de teksten niet je dat en de kwaliteit van de opnamen laat te wensen over. Ook de opvolger Zij houdt van vrijen doet het in 1974 ondanks enkele positieve recensies in de vakpers niet goed. Intussen heeft Jean-Marie Aerts de plaats van Erik ingenomen. De muzikale smaak van Raymond en Erik verschilde te veel. Raymond dweept op dat moment met David Bowie en Roxy Music, terwijl Erik droomt van folk en country. Raymond komt ook almaar meer aan de bak als gegeerd sessiemuzikant die we in die tijd horen op de platen van Kris de Bruyne en Zjef Vanuytsel.

Erik Van Neygen kiest ervoor solo te gaan. Hij sluit een platendeal met de Brugse firma Parsifal Record Company, net opgericht door Gilda Behaeghel en Nico Mertens. Parsifal was toen al een bekend theaterbureau dat ook regelmatig Pendulum boekte voor optredens. Op het Parsifal label zou trouwens Urbanus met veel succes zijn eerste elpee uitbrengen. Erik mag van hen het door hemzelf geschreven Heel Alleen op single uitbrengen, gekoppeld aan Ik weet niet. Erik financierde deze opname zelf en vroeg Raymond om beide nummers te producen. Op de hoes zien wij een lang behaarde en besnorde Erik Van Neygen de fans recht in de ogen kijken. De muzikanten van dienst werden door Raymond bij elkaar gezocht. In de zalen treedt Erik graag met zijn gitaar akoestisch op, daarbij op fluit begeleid door zijn broer Jos, op gitaar door Mich Van Sever, die later naam zal maken als instrumentenbouwer, en op piano door Vincent Rouffaer, zoon van de in die tijd bekende acteur Senne Rouffaer. In 1976 volgt er op het Parsifal label het eerste album “Erik Van Neygen”  in een productie van Raymond van het Groenewoud die als muzikanten onder andere Marc Alleyns, Rens Van der Zalm, Stoy Stoffelen, Jean-Marie Aerts en Mich Verbelen aantrekt. Op deze langspeler liedjes als Vandaag, ‘t Is echt wel goed, Jacky, Vergeet en Voor haar. In het kielzog van die plaat staat Erik in 1975, begeleid door onder andere Mich Verbelen, Stoy Stoffelen en  Jean-Marie Aerts, op het podium van “Nekka-Nacht”. Hij zingt er een vertaling van Midnight Cowboy dat op een fluitconcert wordt onthaald, onterecht lezen wij ‘s anderendaags in De Standaard. Achteraf vernam Erik dat de onvrede van het publiek te wijten was aan de gebrekkige geluidsinstallatie, die ontoereikend was om een band, volledig bestaand uit akoestische instrumenten, te versterken. Voorts op de affiche: Johan Verminnen, Herman Van Veen, Kris De Bruyne en de op dat moment in Geel wonende Nederlandse fluitist Thijs Van Leer. In 1975 trouwt Erik met Suzanne. Zij is een hevige fan van Erik. Zij onmoetten elkaar tijdens een optreden. Twee dochters zullen hun huwelijk verrijken: Liesje en Laura. Liesje zal er later voor zorgen dat Erik als opa twee kleindochters rijk wordt. Dit huwelijk zal standhouden tot Erik in 1989 Sanne ontmoet en er na een tijdje voor kiest met Sanne verder door het leven te stappen.

In 1977 produceert John het liedje Als ik wegging, een Nederlandstalige bewerking van Erik van de countrysong I wonder what she’ll think about me leaving van de Amerikaanse countrylegende Merle Haggard. Het liedje slaat niet aan in de Vlaamse Top Tien, maar daar maalt Erik niet om. Het nummer wordt wel genomineerd voor “Zomerhit” van Radio 2. Daar leert Erik collega Wim De Craene kennen, die hem voorstelt zijn volgende plaat te produceren. Hij stapt met Erik naar platenfirma Decca die op hun Omega International Label de single Spoedbericht, oorspronkelijk een nummer van Tom Jans en door Erik van een Nederlandstalige tekst voorzien, uitbrengen.  Van Neygen tekent zelf voor de B-kant Ik wil je niet storen. In de studio wordt hij onder andere bijgestaan door Jean-Marie Aerts en dus producer van dienst Wim De Craene. De arrangementen zijn van de Waalse muzikant-producer John Sluszny, zoon van de bekende klassieke concertpianist Naum Sluszny die in de jaren vijftig nog deel uitmaakte van de jury van de “Koningin Elizabethwedstrijd” voor piano. John werkt in die tijd veel voor de firma van de familie Klüger. Jean was dan wel waarnemend producer, John zat vaak aan de knopjes. Hij stond als producer garant voor heel wat opnamen van Marva en Will Tura. John Sluszny blijft Eriks vaste producer en arrangeur voor vele jaren.

Bij de programmamakers wordt Erik Van Neygen intussen al aangeduid als de zanger van het zogeheten betere lied, ook al had en heeft hij nog steeds een enorme hekel aan die term. Wel aanstippen dat een notering in de Vlaamse Top Tien nog altijd buiten bereik blijft. Maar niet voor lang, want in 1979 brengt Erik met veel bijval de single Stille Brieven uit. Hij was op dat moment op zoek naar een liedje dat tegelijkertijd ook de titelsong van zijn elpee zou worden. Die plaat moest een pakkende titel hebben. Na veel wikken en wegen wordt dat Stille brieven. Pas dan is Erik eerst de tekst en daarna  de melodie gaan schrijven.  Die past helemaal in de stijl van de toenmalige Mexicaans getinte Amerikaanse country songs van o.a. Linda Ronstadt en Jimmy Buffett. Erik is altijd op zoek geweest naar mooie melodieën, iets dat hem snel de bijnaam “de Benny Neyman van Vlaanderen” opleverde. Toen hij Stille Brieven schreef, werkte Erik nog op het secretariaat van zijn school en had volgens eigen zeggen nogal wat tijd om weg te dromen. Stille brieven sloeg in die tijd tekstueel meteen aan bij het Vlaams publiek dat daardoor ongemerkt aan het fantaseren werd gezet én hij was erg geliefd door de moeders van Raymond Van het Groenewoud en Jean Blaute die van dan af zowat zijn grootste fans werden. De dertiende oktober 1979 geraakt Stille Brieven tot op de zevende plaats in de Top Tien en wordt door de VRT zo goed als grijsgedraaid. Hij staat op dat moment op stal bij platenfirma Racoon, opgericht door André Van Miert, broer van Karel Van Miert, waar Erik zich behaaglijk thuis voelt. Erik had André tijdens een optreden waar André instond voor het geluid wat beter leren kennen. André voelt meteen aan welke muzikale richting Erik uit wil. In een productie van hem neemt Van Neygen in 1980 het felgesmaakte Als je trein vertrekt op, geschreven door Erik met arrangementen van John Sluszny en als muzikale steun in de studio de strijkersgroep onder leiding van Albert Spéguel. Er is dat jaar ook het album “Alles Gaat Door” met daarop liedjes als Bijna Beroemd, Naar Amerika en De Hemel Is Ver, met de wondermooie strijkers van laatstgenoemde. Dit lied wordt trekker van het album Alles gaat door“. Erik werkt op dat moment met manager Valère Pieraerts en bijna terzelfder tijd krijgt hij zijn eerste grote platencontract aangeboden. De hele ploeg van Ariola gelooft rotsvast in Erik Van Neygen. Zij beslissen de vorige albums opnieuw uit te brengen en sparen kosten noch moeite voor de opnames van het album “Hotel Stil Verdriet. Naast de titelsong, waarvan de tekst geschreven werd door rockjournalist Marc Didden, vallen vooral Voor vader en Verre vrienden op. Een vierde plaats in de Vlaamse Top Tien kaapt Van Neygen weg in de zomer van 1981 wanneer hij het nummer Telkens weer uitbrengt, een song van Doc Pomus op tekst van Willy Smets. Erik zal nog een tweede elpee opnemen voor Ariola: Nooit meer alleen. Uit die plaat wordt als single onder andere het nummer Sarah gelicht, een vertaling door Erik samen met Willy Smets van een Italiaans liedje van Toto Cutugno. In 1983 zingt Erik het door hem eerder opgenomen De hemel is ver  in duet met Ann Christy in het tv-programma met Marva. Hij weet nog goed dat wanneer hij dit zong het liedje vereiste dat zij elkaar diep in de ogen keken en dat dat voor hem moeilijk was omdat hij voor Ann geen gevoelens koesterde. Later wanneer hij met zijn grote liefde Sanne duetten zal zingen, vindt hij dat zalig om te doen. Ik stip hier al aan dat Erik in 2004 zijn bijdrage zal leveren aan een reeks hommageconcerten die in de maand september op het getouw worden gezet om de twintigste verjaardag van het overlijden van Ann Christy te herdenken.

Wegens muzikale meningsverschillen stapt Erik in 1984 weer over naar het RACOON label en brengt de elpee Met kloppend hart uit. Wij steken een positieve duim op wanneer Van Neygen in 1984 de klassieker Trains and Boats and Planes van de heren Burt Bacharach en Hal David covert als Havens en stations. Een wat eigenzinnige keuze die ervoor zorgt dat Erik niet onder één vlag vaart, maar graag voor muzikale veelzijdigheid gaat. Erik is een grote fan van Claude François en kende het liedje eigenlijk in de Franse coverversie van Clo Clo Quand un bateau passe. Samen met John Terra schrijft Erik Liefde en vriendschap. Het album  Met kloppend hart wordt verdeeld door Philips. Wij horen Terra de backingvocals voor zijn rekening nemen. Het album wordt door Radio 2 tijdens Zomerhit ’85  bekroond als beste Nederlandstalige elpee.

Vanaf 1985 zoekt Erik onderdak bij platenfirma Assekrem en begint hij samen te werken met Jeroen Le Compte, zoon van de op dat moment beruchte Knokse arts Herman Le Compte. Samen met Jeroen schrijft Erik in 1985 een van zijn mooiste nummers Praten in je slaap. In de studio blijft Erik dwepen met zijn vaste begeleidingskern: Bruno Castellucci, Annemie Nuyens, Jef Coolen enz… De volgende single wordt Ik wil jou die wij ook terugvinden op het album “Desperado in de stad” dat in 1986 wordt gereleaset. Producers van dienst zijn Erik Van Neygen en Erik De Blende. Datzelfde jaar viert Erik zijn  tienjarige solocarrière met een liedjesrecital in het “Mechels Miniatuur Theater”.

Heel anders klinkt Erik Van Neygen wanneer hij scheep gaat met producer Theo Breuls voor zijn album “Op weg naar huis”. Breuls was jarenlang vaste producer bij Telstar, het platenlabel en studio van de Nederlandse schlagerkoning Johnny Hoes. Dat hoor je opvallend aan de eerste single die uit dat album wordt gelicht Ogen zeggen méér dan woorden, een liedje door Erik samen met Willy Smets geschreven werd. De single wordt vaak gedraaid wat resulteert in een achtste plaats in de Vlaamse Top Tien in de zomer van 1987. Het nummer Luister eens naar ons werd opgenomen samen met het Knapenkoor Groenendaal. Twee andere nummers uit dat album Vanavond schrijf ik jou een brief en De herinnering blijft doen het ook goed bij de fans en de programmasamenstellers. Diegenen die Van Neygen alleen onthouden hebben van zijn eerste langspelers fronsen bedenkelijk de wenkbrauwen. Dit is een Van Neygen die niet vies is van frisse, opgewekte en schlagergetinte Vlaamse liedjes. Voor velen wordt dat even wennen. Niet voor Erik zelf, want die is van vele muzikale markten thuis. Hij gaat in 1988 zelfs een liedje produceren voor zangeres Marleen die voordien met Pierre Kartner had samengewerkt. Marleen staat op dat moment ook bij Assekrem op stal. Erik produceert en schrijft voor haar Neem m’n tranen met je mee.

Een keerpunt én een mijlpaal in het leven van Erik Van Neygen, zowel privé als carrièrematig, wordt de vierde november  1989 wanneer hij tijdens het fanbal van Eric Flanders, die net een hit had gescoord met Zo moet mijn meisje zijn, in het dorp Puurs in de provincie Antwerpen een optreden meemaakt van de zestienjarige Sandra Denotté, beter bekend onder haar artiestennaam Sanne. Zij zingt onder meer Blue bayou van Linda Ronstadt en Stand by your man van Tammy Wynette. Erik moet die avond na haar optreden. Sanne kende hem toen al als de zanger van de betere liedjes. Hij volgt haar performance vanuit de coulissen en is meteen gecharmeerd door haar stem. Sanne weet nog goed dat zij Erik in de kleedkamer terugzag waar hij voor de spiegel met een groene kam zijn golvende haren in de juiste plooi probeerde te leggen en haar met zijn  mooie ogen warm aankeek. Een afspraak maken doen zij die avond niet. Een tijd  later ontmoeten zij elkaar opnieuw wanneer Sanne in het koortje van Helmut Lotti mag optreden tijdens een opname van “Tien om te Zien” in Denderleeuw.  Erik vraagt aan Sanne of zij hem niet een cassette kan sturen met enkele liedjes die zij heeft ingezongen. Dat worden onder andere Een vriend van Margriet Hermans en een liedje van Micha Marah. Na het beluisteren, neemt Erik meteen contact op met Sanne, want hij droomt er al jaren van een duet op te nemen met een goede zangeres, maar de geschikte stem daarvoor heeft hij tot dan toe niet gevonden. Erik nodigt Sanne bij hem thuis uit en samen beluisteren zij enkele nummers en bespreken een eventuele samenwerking die er ook heel vlug komt, want Erik had tijdens een vakantie in Joegoslavië Dome Moj van Meri Cetinic opgepikt, in 1989 de inzending voor het liedjesfestival in Split, zeg maar de “Baccarabeker” van de Balkan. Meri is een zeer populaire zangeres, in Split geboren, nu gelegen in het huidige Kroatië. Samen met Willy Smets had Erik de tekst  voor Veel te mooi klaargestoomd. Erik zingt Sanne het liedje eerst voor en meteen na hem mag zij inpikken. Er wordt vrij snel beslist dat zij gaan samenwerken en Veel te mooi als duet gaan inzingen in de studio. Veel te mooi wordt meteen opgepikt door het publiek. Acht weken lang voeren Erik en Sanne de Vlaamse Top Tien aan, negen weken na mekaar op één in de hitlijst van “Tien om te Zien”, een week op één in VTM’s “Super Top Vijftig” en goed voor méér dan zeventigduizend verkochte exemplaren. Niet alleen muzikaal, maar ook mentaal kunnen Erik en Sanne het goed met elkaar vinden. Zij groeien snel naar elkaar toe en worden verliefd. Voor Erik geen gemakkelijke periode, want hij wil zijn huwelijk niet zomaar overboordgooien. Maar echte liefde overwint alles en daarop vormen zij geen uitzondering. Voor de roddelpers vormen zij hét ideale koppel. Wanneer zij hun eerste hits in 1990 scoren, is Erik negenendertig en Sanne achttien. Het cliché een oude bok lust wel een groen blaadje duikt meermaals op in de media. Wat hun beiden overkomt, schrijft Erik nadien neer in liedjes als Nooit meer bang en Schim in dit huis. Marc Van Caelenberg verwoordt hun gevoelens mooi in de nummers Ademloos en Huis aan het water die hij voor hen schrijft. Het zijn liedjes die Erik tot de mooiste uit zijn repertoire rekent.

In de nasleep van het succes van Veel te mooi neemt Erik Het spijt me op, een vertaling van het liedje Oprosti, in 1990 in Joegoslavië een hit voor Doris Dragovic. Oprosti betekent ook letterlijk Het spijt me. Erik en Sanne zouden van Dragovic nog enkele liedjes vertalen waaronder Dans met mij door de nacht en Zeg het aan niemand. De dertiende oktober 1990 staat Erik met Het spijt me op één in de Vlaamse Top Tien wat hij samen met Sanne twee maanden later nog eens overdoet met Aan mijn darling dat wij in Vlaanderen voordien al kenden in de originele versie van Will Tura.

De gouden combinatie Erik en Sanne belet Erik niet om af en toe solo verder te gaan. Hij wordt vanaf dan ook manager en vaste producer van Sanne.  In 1990 brengt hij op het Assekremlabel de plaat Het huis aan het water uit met daarop de felgesmaakte single Ademloos geschreven door het door Erik ontdekte talent Marc Van Caelenberg, die vanaf dat moment zowat de vaste tekstleverancier van Erik en Sanne wordt en nadien doen andere artiesten ook een beroep op hem. Theo Breuls mag voor de arrangementen tekenen. Na deze platen nemen Erik en Sanne  in alle vriendschap afscheid van Assekrem en stappen over naar BMG/RCA. Erik bezorgt Sanne daar een fantastisch artiestencontract. Haar eerste soloalbum wordt platina. Alles wat het koppel verder aanraakt verandert in goud of platina.  Algauw komt er het duettenalbum “Mee met de zon”. Duetten en sololiedjes wisselen elkaar af. Theo Breuls blijft arrangeur. Er wordt opgenomen in Studio Spell in Weert met als muzikanten onder andere: Theo Breuls, Eric Melaerts en Jerôme Munafo. Naast de bestaande fanclub van Erik  ”Vriendenkring Erik Van Neygen” in Drongen, komt er nu ook een fanclub van Sanne. Als single wordt er meteen getipt op Geen Zorgen, vertaling van de hit Dream Lover van Bobby Darin. In 1991 wordt er nog eens lekker gescoord wanneer zij het duet Alles gaat voorbij opnemen dat in 1970 in Duitsland al een succes was geweest voor Jürgen Renfordt Alles geht vorbei. De veertiende december staan Erik en Sanne op vier in de Vlaamse Top Tien. Het jaar daarop stijgen zij eveneens naar vier, deze keer met Wat je diep treft, opnieuw een nummer van Eriks idool Will Tura. Tura had in 1970 al eens raak geschoten met dit nummer. Ook graag gehoord is het duet Verdronken Vlinder, een cover van die bekende klassieker van Boudewijn De Groot op tekst van Lennaert Nijgh, voor Erik en Sanne in de Vlaamse hitlijsten goed voor een vijfde plaats.

Erik houdt niet alleen van muziek, maar ook van kunst, vooral schilderkunst boeit hem enorm. Met de nodige trots opent hij in 1993 zijn kunstgalerij gelegen in Hamme Zogge. De jaren voordien was Erik op zekere dag in Sint-Martens-Latem in contact gekomen met galerij-eigenaar Oscar De Vos die hem het werk van Martin Wallaert leert kennen. Dat ene aangekochte schilderij werd al vlug een collectie van vijftig die Erik niet allemaal in eigen huis kon etaleren. Dus werd er overgestapt naar een galerij zoals Erik ooit in de jaren tachtig in Amsterdam had bezocht waar werk van Herman Brood hing tentoongesteld. In het weekend kon je in de galerij van Erik  van vrijdag tot en met zondag telkens terecht van 14.00 u. tot 17.00 u. Vijftien jaar lang zal Erik deze galerij blijven uitbaten. Tijdens deze periode maakt Sanne haar studie voor onderwijzeres af en behaalt met glans haar einddiploma om nadien ook voor de klas te gaan staan. In haar bio kan je lezen hoe zij dit beroep met hart en ziel uitoefent en hoe het voor haar vaak een strijd is om te moeten kiezen tussen een zangcarrière en die als lerares.

Om hun relatie extra glans te geven, geven Erik en Sanne elkaar het jawoord op achtentwintig oktober 1996. Hun liefde was het jaar voordien, de vijfentwintigste oktober, bekroond met de geboorte van hun dochter Maartje. Als kroon op dit alles scoren zij in 1997 nog eens lekker met De laatste bolero, twee jaar voordien in Duitsland als Der letzte Bolero een stevige hit voor Die Flippers. Een schlager, dat wel, al slagen Erik en Sanne erin het net een niveau hoger te tillen. Datzelfde jaar pakt platenfirma Mercury/Polygram in hun reeks “Master Serie” uit met de verzamelaar “Erik Van Neygen 1979-1984″, een overzicht vanaf de hit Stille Brieven tot en met Havens en Stations.

Voor hun album “Onderweg” kloppen Erik en Sanne aan bij een stel nieuwe muzikanten: Rik Aerts, Rens Van der Zalm, Thierry Crommen, Paul De Poorter en het strijkkwartet van Mark Steylaerts. Opgenomen wordt er in de maand april 1999 in de “Arts Sound Studio” in Helchteren. Op deze plaat een schitterende versie van Ticket to Heaven van Dire Straits door Erik vertaald als Ticket naar Eden. Er worden ook enkele liedjes afgeleverd door Mark Vanhie die wij nog kennen als boegbeeld van de popgroep The Bet. Méér dan behoorijk gedraaid bij Radio 2 is het folkgetinte duetje De Wilford van Marc Hauman waarvoor er ook eens in het dialect gezongen mag worden. Twee jaar verder is er het album “Vroeger en later”, een verzamelaar uitgebracht door hun vroegere platenfirma Assekrem. Ook een verzameling, maar dan van hun duetten, wordt het album “Wijsjes, walsen en bolero’s oftewel 15 jaar alle hits” eveneens op het Assekremlabel. Naar aanleiding van die 15 jaar wordt er de tiende september 2005 op de Grote Markt in Sint-Niklaas uitbundig gevierd in het gezelschap van Miek & Roel, Roland, Liesbeth List en Bart Herman. Om stevig door te kunnen stappen noteren wij in 2006 de duetten Koopvanalles en k Heb je lief om twee jaar later aan te belanden bij het album “Parfum Tzigane”. Getroffen door de muziek van de film ”Gadjo Dilo” dromen Erik en Sanne ervan om een plaat te maken in de gipsysfeer. Vooral na het samen schrijven van het nummer Kleine Maartje waarbij Erik onmiddellijk een arrangement met echte zigeunermuzikanten in zijn hoofd hoort. Via het Roemeens huis in Brussel komen ze dan terecht bij Raluca Patuleanu, die hen het kruim van de in België verblijvende Hongaarse en Roemeense zigeunermuzikanten leert kennen. Erik, die de productie doet, laat zich assisteren door de getalenteerde Wigbert Van Lierde en trekt met de ganse bende, zes muzikanten sterk, naar studio Motormusic in Koningshooikt.  Voor Erik wordt dit zowat zijn levenswerk. Alles moet wijken voor dit project. Zijn zigeunermuzikanten kunnen een fantastische sfeer neerzetten – als ze er zin in hebben – maar niet allen zijn ze klassiek opgeleid en dus moet er ontelbare uren gerepeteerd worden om de nummers feilloos op plaat en op het podium te kunnen neerzetten. Deze periode vergt erg veel van hem en die stress zal hem nadien nog nadelig parten spelen. Het valt op dat Sanne intussen de pen ter hand heeft genomen en samen met haar man naarstig nummers heeft geschreven voor deze toch wel aparte plaat. Oh Maria wordt als lokkertje in de markt gezet. De respons op het album is méér dan behoorlijk al is het toch wel even wennen na al die speelse liedjes en lichtvoetige liedjes van voordien. Toch keren zij de rug niet naar hun vorig repertoire, integendeel. Erik lust van huis uit graag een portie degelijke schlagers en is in de wolken, want hij mag tijdens het Schlagerfestival op 3, 4 en 5 april 2009 in de “Ethias Arena” van Hasselt de affiche delen met zijn idool Will Tura met voorts op de affiche Laura Lynn, Willy Sommers, Christoff en De Romeo’s.

Erik en Sanne waren intussen scheep gegaan met Patrick Vandewattijne, een tijdlang manager geweest van Laura Lynn. Die zorgt ervoor dat zij nauw gaan samenwerken met producer Phil Sterman. Er wordt opgenomen in de Cook Studio met muzikanten als Eric Melaerts, Jean Blaute, Vincent Pierins en Frank De Ruyter. Patrick houdt eraan als single uit te pakken met een cover van Nachts kommt die Erinnerung van de Duitse schlagerzanger Helmut Frey. s Nachts komt de herinnering wordt als voorbode van het  album  ”Vertrouwen” in de markt gezet. Patrick verzint meteen een nieuw genre om zijn poulains in de kijker te plaatsen “de kleinkunstschlager”. Dat project komt ergens wat ongelegen, omdat Erik volop bezig was met “Parfum Tzigane”. Erik smijt zich met volle goesting in deze tweestrijd: aan de ene kant zijn zigeunerproject boordevol eigen liedjes en aan de andere kant de gepolijste schlagers. Zo heeft hij het graag, van meerdere walletjes kunnen snoepen. Maar deze dynamiek heeft ook een keerzijde. Het ongeluk loert dan al om de hoek. Erik en Sanne vertrekken met hun dochter eind juni 2009 voor tien dagen met vakantie richting Zuid-Frankrijk. De tiende juli komen zij ‘s avonds laat terug thuis aan. ‘s Anderendaags hebben zij een optreden in het Cultureel Centrum van Zoutleeuw. Erik wil dat koste wat het kost nog voorbereiden, zijn e-mails doornemen enz… Om half acht ‘s ochtends voelt hij een onhoudbare pijn in zijn hoofd. Hij wil dat wegwuiven, maar Sanne neemt het ernstig en zorgt dat hij op de spoedafdeling aanbelandt waar de dokters een hersenbloeding vaststellen meteen nadien gevolgd door een beroerte. Erik is hoogdringend aan rust toe. Ontspanningstherapie moet ervoor zorgen dat hij snel weer beter wordt.  Op dat moment beslissen Erik en Sanne het na de zomer qua optredens rustiger aan te doen. Ondanks al die tegenslagen ligt de vijftiende september hun nieuw album “Vertrouwen” in de winkel als extraatje bij het weekblad “Story”, die zelf voorstelden de kosten voor de hele productie te dragen. Dat was een uniek aanbod waar Erik en Sanne heel blij mee waren en dat ze niet aan zich wilden laten voorbijgaan zeker ook omdat de grote hits van voordien een beetje achterwege waren gebleven. Voor een meerprijs van € 6,90 krijgen de Storylezers het gloednieuwe album van E&S. Meer dan 10 000 lezers schaffen zich het album aan. Nadien komt het ook nog aan full price in de winkels. Erik en Sanne zijn weer hot en in het Stadhuis van Sint-Niklaas krijgen ze een gouden album uitgereikt. Naast originele nummers, geschreven door Erik en Sanne zelf, staan er op dit album ook Nederlandstalige bewerkingen van Duitse liedjes, onder andere Ich zeige dir mein Paradies van Andrea Jürgens, Ein Leben lang van Helmut Frey, Zwei weisse Pferde van Nic en de titelsong Vertrouwen, een vertaling van Vertrauen van de Kastelruther Spatzen.

Wat niemand verwacht, gebeurt toch. In de zomer van 2010 wordt Erik getroffen door een tweede hersenbloeding. Tijdens een optreden in Gits krijgt Erik weer te kampen met hevige pijn in het hoofd. Hij zet het optreden gewoon voort en vertrekt diezelfde avond nog op vakantie richting Zuid-Frankrijk. Daar zit er niets anders op dan tien dagen in bed te blijven liggen. Terug thuis stellen de dokters op een scan vast dat er zich een tweede bloeding heeft voorgedaan, op een andere plaats dan de eerste keer, ditmaal ten gevolge van een gesprongen cavernoom. Met de eerder gestelde mogelijke diagnose RCVS , reversible cerebral vasospasm syndrome, met als belangrijkste symptoom een onhoudbare,  kloppende pijn, wordt nu geen rekening meer gehouden. Erik moet elke vorm van spanning vermijden.

In 2011 wil Sanne hem – na al deze ellende – een onvergetelijk verjaardagscadeau bezorgen voor zijn 60ste verjaardag. In het geheim contacteert ze alle muzikanten van Pendulum, Raymond Van het Groenewoud en Johan Verminnen voor een eenmalige reünie. Het wordt een schitterend concert. Een paar dagen later wordt Erik geopereerd aan 2 hernia’s in de nek in de hoop daarmee een deel van de pijn te kunnen wegnemen. Hoewel perfect uitgevoerd brengt deze operatie geen soelaas. De komende maanden werken Erik en Sanne de uitgestelde concertreeks af met groot succes. Overal uitverkochte zalen! Maar de stress en de inspanningen die deze concerten onvermijdelijk met zich meebrengen wegen zwaar.

In de maand september van 2011 beslissen hij en Sanne om op 30 september 2012 hun laatste concert te geven. Ze denken eraan om ook nog een allerlaatste single als afscheid op te nemen. Maar in de maand november 2011 krijgen ze de unieke kans aangeboden in Amerika te gaan opnemen en die kans wil Erik met beide handen aanpakken. Zij gaan opnemen in de “Cedar Creek Recording Studio” in Austin, Texas met als producer Carrie Rodriguez. Weg zijn de schlagers, er wordt duidelijk gekozen voor countrygetinte songs zoals Jas met duizend kleuren van Dolly Parton, Jouw naam van Chip Taylor en De wind in het riet van Graham Parsons. Ook Sanne en Erik reiken liedjes aan samen met Willy Smets en Marc Van Caelenberg. Er wordt zelfs een nieuwe versie van Veel te mooi ingeblikt. Erik en Sanne worden in de studio omringd door gerenommeerde sessiemuzikanten zoals Luke Jacobs, Brannen Temple, Joel Guzman en violiste Carrie Rodriguez. Zij is in hoofdzaak een singer-songwriter, dochter van countryster David Rodriguez die het klappen van de zweep kent. Wie Jouw naam beluistert, hoort dat Erik heel dicht in de buurt komt van een liedje als Stille Brieven. Hij beseft dat de cirkel rond is. Hij heeft het dan ook niet echt moeilijk om samen met de release van het album “De fantastische expeditie”  dat de twaalfde juni 2012 aan de pers wordt voorgesteld, duidelijk te stellen dat zij er stilaan mee gaan ophouden. Ook Sanne staat volledig achter die beslissing.  Enkele maanden na de release van het album delen  Erik en Sanne op hun site met de nodige trots aan hun fans mee dat het album méér dan tienduizend keer aan de man werd gebracht.

Zondag de dertigste september 2012 geven Sanne en Erik in “De Roma” in Borgerhout hun laatste optreden. De zaal zit nokvol. Erik laat zich omringen door een aantal bekenden waaronder Miek en Roel, die hun een gouden plaat uitreikten voor meer dan 10 000 verkochte exemplaren van “De Fantastische expeditie”, en soliste Carrie Rodriguez samen met gitarist Luke Jacobs. Ook dochter Maartje mag heel even laten horen dat zij voor een groot deel de stem van haar mama heeft geërfd. De dag nadien ziet Erik heel even het zwarte gat voor zich opdoemen, maar herpakt zich snel, duikt in zijn hobby als kunstliefhebber en gaat zich ernstig bezighouden met de carrière van zijn dochter die in 2013 op hun eigen ENS (Erik en Sanne) label, opgericht in 2004, verdeeld door CNR, haar album “Eerste dauw” aflevert. Erik heeft de productie volledig in handen genomen. Opgenomen wordt er in de studio van Phil Sterman. Het eerdere My Songbird geregistreerd in de “Cedar Creek Recording Studio” in Austin wordt eveneens aan het album toegevoegd. Erik mag dan zelf niet meer optreden, schrijven doet hij nog steeds en dat samen met Sanne. Zij leveren beiden het merendeel van de nummers. Erik heeft ook ENS Music opgericht zodat hij voortaan het management van Maartje onder volledige controle heeft. De grootste droom die hij nog  koestert is dat Maartje het in de muziekwereld zal waarmaken en dat Sanne op haar beslissing terugkomt en opnieuw zal optreden, al is het in duet met hun dochter. En mocht het enigszins kunnen dat hij zelf nog eens mag en kan optreden, want hoop doet nu eenmaal leven!

En ja hoor, hij keert terug naar het podium. Op 14 maart 2015 is het precies 25 jaar geleden dat Erik en Sanne hun doorbraakhit ” Veel te mooi” opnamen. Voor Erik mag dit niet zomaar ongemerkt voorbijgaan. 28 en 30 april staan hij en Sanne op het podium van het Sportpaleis in Antwerpen tijdens “Houden van… Griffelrock” met vijfentwintig liedjes die we met z’n allen kennen en voor een groot deel kunnen meezingen: Het huis dat tussen rozen stond, Land van ons twee, Aan mijn darling, Ticket naar Eden en natuurlijk Veel te mooi. Erik en Sanne nodigen ook een aantal collega’s uit waaronder: John Terra, Heintje, Jo Vally, presentator Luc Appermont en natuurlijk hun dochter Maartje Van Neygen.

 

tekst en research: Marc Brillouet

© 2014 Daisy Lane & Marc Brillouet