Ingeborg

Geplaatst in Artiesten

Bij VTM lag Ingeborg jarenlang goed in de markt, de laatste jaren vertoeft zij liever in esoterische sferen dan op een podium of in een of andere hitlijst. Zij kan terugblikken op een rijkgevulde carrière en koestert nog altijd een aantal dromen. In interviews geeft zij grif toe dat zij politiek groengekleurd is, dat zij zich vaak perfect gelukkig voelt, dat we hier in dit leven staan om iets te leren over liefde, dat zij een perfecte mix is van haar beide ouders, dat zij het beschouwende van haar vader heeft en het expressieve van haar moeder, dat Jezus, Saint Germain, Maria en Boeddha haar spirituele helden zijn, dat zij Raymond van het Groenewoud zo menselijk echt vindt, dat zij haar zoon Robin eerlijkheid, openheid en eigenwaarde wil meegeven. Leuk om te weten, maar laten we beginnen bij het begin!

Ingeborg werd de vijftiende oktober 1966 als Ingeborg Thérèse Marguerite Sergeant in Menen geboren. Zij heeft een zes jaar oudere zus en drie broers. Mama was verpleegkundige die haar heil in Congo wou gaan zoeken, maar zij kwam onderweg de liefde van haar leven tegen en borg die droom dan maar op. In haar vrije tijd zong mama ontzettend graag, maar ging daar door omstandigheden nooit in verder, wat zij toch wel ergens jammer vond. “Mijn moeder is ooit auditie willen gaan doen bij het toenmalige N.I.R. en dat tijdens haar verpleegstersopleiding, maar de directrice van het internaat gaf mijn moeder geen toelating om daaraan deel te nemen. Daar heeft ze haar leven lang spijt van gehad“, aldus Ingeborg. “Wanneer ze tijdens familiefeesten zong, merkte je bij ons moeder altijd een sfeer van weemoed. Je zag zo dat ze dat graag deed.” Moeder zong dan Emmène-moi danser ce soir en Dag vreemde man, met misschien de notie in haar achterhoofd dat zij het als zangeres nooit had kunnen waarmaken. Maar ja, met vijf kinderen en een drukke zaak had ze duidelijk andere dingen aan haar hoofd.

Samen met haar man richtte moeder Sergeant een zaak op, gespecialiseerd in binnenhuisinrichting. Muzikaal passeerden thuis sterren als Elvis Presley en Frank Sinatra weleens de revue, net zoals de succesjes van de dag. Ingeborg groeide ook op met het gezelschap van Radio 2 op de achtergrond en de klassieker “Vragen staat vrij” op de zondagavond met tijdens het luisteren al wat weemoed in de schoenen, want ‘s anderendaags moest zij weer naar school. Weggerukt van huis, zo voelde dat aan, want zij zat dus op internaat. In Watervliet loopt zij tot het vierde leerjaar lagere school om nadien naar het Sint-Jozefsinstituut in Brugge te trekken. Op haar vijftiende wil zij naar de toneelschool, maar dat kon in die tijd nog niet en dus trekt zij naar de Katelijnestraat in Brugge om daar aan de Academie voor Schone Kunsten plastische kunsten te gaan volgen. “Ik was op school geen hoogvlieger, maar wel een harde werker om toch maar bij de middelmaat te horen. Ik voelde toen al aan dat die algemene vakken niet echt mijn ding waren. Dat kwam pas later tijdens mijn opleiding aan het Herman Teirlinck Instituut. Dat mijn uiterste best doen heeft me veel parten gespeeld. Ik heb onderweg, als ik nu terugkijk, te weinig genoten van het leven. Ik was te zeer bekommerd om het resultaat en dat zette een rem op het genieten. Mijn ouders verplichtten me niet daartoe, ik deed het echt voor mezelf en uit een soort eergevoel. Mijn broers daarentegen konden veel beter genieten van het leven dan ik.”

Aan de kunstacademie leert zij naar het leven te kijken, vooral aandachtig naar de wereld om haar heen. “Dit was voor mij, zeker na die periode in het strenge internaat, een verademing. Ik had daar nochtans zelf voor gekozen omdat ik in de winkel vaak was afgeleid, ik kon daar door de drukte om me heen niet studeren. Op de academie viel er iets van me af. Ik voelde me vrijer en leerde daar anders kijken naar de dingen en het leven. Ik keek kunstzinniger naar de wereld, naar mijn omgeving. Zelfs de schaduwen op de muren om me heen vielen me op. Dat was zo zalig dat je daar op die school in getraind werd. Je leerde er anders met licht om te gaan bijvoorbeeld, er vooral anders naar te kijken.

Ingeborg genoot er intens van dat zij kon tekenen en schilderen. “Vreemd, maar tegenwoordig doe ik dat niet meer. De leraars van toen aan de academie voelden blijkbaar snel aan dat tekenen en schilderen niet echt mijn ding was en dat mijn hart verlangde naar het theater. Gelukkig hielden ze daar rekening mee in hun beoordeling en wisten zij dat mijn opleiding daar maar een soort passage was naar mijn uiteindelijk doel. Gek, want intussen is er een opleiding drama bij gekomen die er in mijn tijd niet was.” Die liefde en die drang naar het Herman Teirlinck Instituut was er al lang: “Telkens als ik die bekende passage in de film “Singin’ in the rain” met Gene Kelly zag, wist ik het zeker: de wereld van het theater en vooral de musical moest ook mijn wereld worden. Het feit dat mensen in die film, ondanks die regen, konden dansen en zingen, dat raakte me als kind al. Die betovering van musical heeft me van in het begin gefascineerd. De combinatie van het zingen en de dansante verpakking sprak me erg aan. Het merken dat er meer tussen hemel en aarde gebeurde dan ik tot dan toe ervaren had, was voor mij een openbaring.” Bij Ingeborg was er toen nog geen sprake van spiritualiteit, maar het weten dat je de hemel op aarde kan creëren, was je van het, dat het leven veel meer is dan alleen maar eten, werken en slapen. Zij kon dat toen nog niet zo precies benoemen als nu, maar ze voelde het wel zo aan. “Ik kribbelde toen al gevoelens en indrukken neer op papier. Ik vond een tijd geleden nog een dagboek terug van toen ik dertien was en daar schreef ik vooral over de dingen die ik daarnet opsomde. Pas op Herman Teirlinck ben ik echt beginnen te schrijven en daar ontdekte ik dat wat ik van binnenuit schrijf, vanuit mijn diepste ik, voor mij ook de mooiste teksten oplevert.”

In 1984 is het dan zover, zij mag op haar achttiende naar het Hoger Instituut voor Dramatische Kunsten in Antwerpen, beter bekend als het Herman Teirlinck Instituut, waar zij in 1988 met grootste onderscheiding afstudeert. Mama was zo enthousiast en ondersteunend dat zij met haar zus en Ingeborg naar de auditie trok en zo fier als een gieter was dat haar dochter werd toegelaten. “We moesten vooraf getest worden en ze straalde van geluk dat ik geselecteerd werd, want ze had de uren voordien mensen zien passeren die om de beurt waren afgevallen. Op het einde van de dag kwam ik naar buiten en zette een triest gezicht op. Moeder in paniek met in haar achterhoofd het voorstel dat ik dan maar psychologie moest gaan studeren. Maar wanneer ik haar vertelde dat ik erbij was, klonk er een duidelijke bevrijdende yes. Vanaf dan heeft mijn moeder heel sterk met me meegeleefd. Mijn vader vertrouwde erop dat het allemaal wel in een goede plooi zou vallen.” Haar selectie schrijft Ingeborg nog altijd toe aan een dosis geluk. “Zeker dat. Ik heb altijd het gevoel dat ik vanuit het universum goed begeleid ben, mijn leven lang. Dat er een soort engelbewaarder met me meeliep. Alleen kon ik dat toen nog niet zo benoemen, ik was daar toen helemaal niet mee bezig. Daar zat trouwens ook een dosis overtuiging in. Ik had al mijn hobby’s zoals pianospelen, ballet enzovoort daarop afgestemd. Ik stapte ook niet binnen bij die jury met een dosis pretentie. Ik straalde wel veel goesting uit om toegelaten te worden, dat dit mijn ding was, mijn biotoop. Dat enthousiasme moet bij hen in het oog zijn gesprongen. En dat dan nog eens aangevuld met een dosis bijval, geluk.”

Dat eerste jaar was wel degelijk afzien. “In het begin had ik zoiets van: joepie, ik ben er, maar het werd heel snel erg confronterend. Ik zat plots op kot in een grote stad waar ik niet durfde te ademen, want ik kwam vanuit het groen. Ik hield daar letterlijk op straat mijn adem in. Ik moest plots keurig praten, want de Antwerpenaars verstonden geen West-Vlaams. En dan was er die moordende druk dat je na een eerste evaluatie in december toch nog overboord kon vallen en vervolgens ook nog eens in juni. Dus dat hele eerste jaar was figuurlijk nagelbijten. En plots werd ik ook geconfronteerd met al mijn beperkingen. In het begin voelde ik me erg tekortschieten. De directeur zei toen ook tegen me dat hij zag dat ik een lange weg moest afleggen, dat ik van ver kwam. Vooral omdat er een rist Nederlanders bij mij in de klas zaten en die kwamen veel meer ongeremd over. Ik merkte ook aan mijn bewegingen hoe beperkt mijn lichaam kon zijn. Op een bepaald moment dacht ik dat ik in een gekkenhuis was aanbeland. Als we ons bijvoorbeeld moesten inbeelden dat we wolken of sterren waren en dat dan moesten uitbeelden. Toen heb ik snel geleerd dat het veel makkelijker is in een situatie te duiken, dan toeschouwer te blijven en je dat allemaal aan te trekken. Ik moet wel eerlijk bekennen dat me dat pas achteraf heel duidelijk is geworden. Ik ben daar dus letterlijk gekneed en verlost geworden.

Hier werd Ingeborg dus als eenvoudige deerne, afkomstig uit een al even eenvoudig dorp in West-Vlaanderen, naar alle hoeken van de toneelkamer gestuurd. Gelukkig voelde zij zich goed begeleid door iets of iemand van hierboven die het positief met haar voorhad. Toen al was dit een gevoel dat haar niet losliet en waar zij zich pas vele jaren later intens op zou gaan toeleggen. Die stress van dat eerste jaar werd in het tweede jaar gecompenseerd door er met wat meer gemak en plezier aan te beginnen. Ingeborg koos toen definitief voor de richting kleinkunst. “In het eerste jaar zat ik nog in de richting toneel. In dat tweede jaar ging het er gemoedelijker en vrijer aan toe. Ik vond daar snel een gelijkgestemde ziel. Ik ben toen veel opgetrokken met Myriam Bronzwaar. (Zij is voor het bredere publiek bekend van haar rollen in “Big & Betsy“, “Droge voeding, kassa 4“, “Spoed” en haar hoofdrol van 2007 tot 2016 als Julia Van Capelle in “Thuis“. De rol in “Thuis” gaf ze op vanwege een te gevulde kalender in haar theatercarrière.) Myriam was zo’n beetje mijn hartsvriendin. Het hielp ook dat ik met Michael Pas en Stef Bos in een fijne groep was terechtgekomen. Er groeide op die manier meer vertrouwen. Vooral het gevoel dat je van de druk af bent of je mag blijven of niet, werkte enorm positief op me in.”

In 1988 studeert Ingeborg af. “Het voordeel was dat je tijdens dat vierde jaar al aan vier projecten tegelijk mocht werken. Ik heb toen iets op het getouw gezet samen met Daan Van den Durpel en Raymond van het Groenewoud. Gaston Berghmans nodigde ons uit om iets uit te werken. De Zwarte Komedie bezorgde mij een jaarcontract. Ik genoot van dat brede aanbod. Ik wou toen absoluut niet bij een vast gezelschap verzanden. Ik zag veel goede talenten afstuderen, waar je na een tijdje niets meer van hoorde. Niet dat ze niet goed bezig waren, maar té beperkt tot een nichegroep. Ik had meer zoiets van: gaan voor het volle pond en dat over heel de breedte, lengte en hoogte.” Ingeborg slaagde erin zich van dat wat teruggetrokken meisje in het begin te ontpoppen tot een theaterbeest. “Het is een soort truc, maar het is ook een kwestie van een stuk potentieel in jezelf te ontdekken, wat je dan probeert te uiten.”

Tijdens het laatste trimester van haar opleiding trok Ingeborg samen met Myriam Bronzwaar en pianist Rudi Genbrugge, achter de rug van de directie om, naar het “Leids Cabaretfestival” in Leiden, waar zij met hun voorstelling “Zwiep en Brons” de eerste prijs wegkaapten. “Zonder dat onze directie dat wist, zijn we daar tijdens het laatste trimester naartoe getrokken. We mochten namelijk nog geen optredens doen voor een levend publiek. Wij wonnen daar, maar een blinde kandidaat werd tweede en trok sowieso alle media aandacht naar zich toe. Misschien beter voor ons dat het daarop is uitgedraaid, want op die manier konden we zachtjes die wereld binnenrollen. Toch wel een fantastische ervaring hoe twee Vlaamse meiden, begeleid door een pianist, dat festival wonnen. We zongen en brachten daar op onze manier humor. Twee vrouwen die dat lukt, was in Nederland al even opvallend als bij ons. We hadden het tijdens onze korte voorstelling over oppervlakkigheden, dat we een hekel hadden aan blonde vrouwen, hoe we als vrouwen heel lang konden twijfelen welke mannen op de eerste rij we nu de leukste vonden enzovoort. Aan alles eigenlijk wat zich toen in ons leven afspeelde, gaven we uiting. We balden dat samen tot twintig minuten. Toen de directeur ons achteraf op het matje riep om ons te berispen, kon hij toch zijn trots niet onder stoelen of banken steken.”

De Zwarte Komedie wilde verder met hen in zee gaan. “De directeur had ons bezig gezien en wou met ons verder als het duo Zwiep en Brons, maar dat is er niet van gekomen omdat er andere dingen opdoken. Ik ben hem nog altijd dankbaar dat hij mijn contract vervroegd wilde opzeggen. Rudi en Myriam zijn toen met hun tweetjes verdergegaan. Ik vond het in het begin bij hen wel fijn, want we hadden enige zekerheid door die deal. We waren bezig en kregen voldoende artistieke vrijheid. Dus al bij al een korte, maar deugddoende periode.”

In 1988 komt Raymond van het Groenewoud, die als leraar aan Herman Teirlinck Ingeborg goed kende, langs met de vraag of zij niet wil deelnemen aan de Baccarabeker in het Casino van Middelkerke. “Omdat ik West-Vlaming ben in hart en nieren, zag ik het meteen zitten om deel uit te maken van die ploeg. Ik hoor Raymond nog zeggen dat er ook een Brabants groepje meedeed, later bleek dat Clouseau te zijn, en dan nog een leraar uit West-Vlaanderen, Phil Graveyard, alias Philippe Van de Kerckhove. Met die Clouseaukeuze ging ik helemaal niet akkoord. Hoe haalde Raymond het in zijn hoofd om Brabanders in een West-Vlaamse ploeg te zetten? Maar van bij de eerste ontmoeting klikte dat heel goed.”

West-Vlaanderen wordt de winnende ploeg met voor Ingeborg daarbovenop de personalityprijs. “Wat een zegening die prijs. Ik had alle krachten in me opgespaard om me voor het volle pond te geven. Op het podium gaf ik me helemaal, dat kwam vanuit mijn diepste ik. Dat voelde ik later ook tijdens mijn theatershows. Die voorstellingen lagen me na aan het hart. Daar en dan gaf ik me volledig.” Ingeborg had die overwinning onder meer te danken aan een prachtig liedje dat zij samen met Stef Bos had geschreven: Te weinig kracht. Dat nummer verschijnt iets later samen met Niemand op haar eerste single, uitgebracht op het HKM-label, het platenlabel van muziekuitgever Hans Kusters, die ook de heren Clouseau onderdak had verschaft. Producer van dienst in de studio is Roland Verlooven en de zevenentwintigste augustus staat de single op zes in de Vlaamse Top Tien. “Ik blijf dat nog altijd een van de mooiste liedjes vinden die ik ooit heb gezongen en waarmee ik na al die jaren nog erg gelukkig ben. Het gaat over een vrouw die alleen in een park zit, maar dat niet fijn vindt. Haar leven gaat in die eenzaamheid voorbij, zonder dat ze opvalt. Voor mij is dat een hele tijd een lijflied geweest. Ik wou namelijk niet een vrouw zijn die ongemerkt passeert. In de tekst staat dan wel dat als je opgemerkt wilt worden, je over lijken moet gaan en zo, maar meteen had ik zoiets van dat ik dat niet wil. Ik was daarom steeds alert en stelde me voortdurend vragen als: ben ik goed bezig, verkoop ik mijn ziel niet, blijf ik trouw aan mijn drijvende kracht? Ik heb daardoor tijdens mijn carrière soms in de knoei gelegen met mezelf. De dingen die ik namelijk naar buiten bracht, klonken soms anders dan wat ik vanbinnen voelde en wat naar buiten wou.” Tijdens dat festival zingt Ingeborg ook Verlangen, dat haar tweede single wordt en waarbij zij de vocale steun van Clouseau, lees Koen Wauters, krijgt. Ook dit liedje werd door Stef Bos geschreven en geproduceerd door Roland Verlooven. De eerste oktober 1988 staat Ingeborg ermee op zes in de Vlaamse Top Tien.

Tijdens die Baccarabeker ontmoet Ingeborg voor het eerst Roland Keyaert, die later haar man zal worden, maar daar was toen nog helemaal geen sprake van. Roland: “Dat was een rare ontmoeting. Ik begeleidde Clouseau als medewerker van Hans Kusters bij HKM. En toen zat daar een jong meisje waarop Bob Savenberg van Clouseau me al wees, vooral op de grote dosis talent die ze in zich had. Ingeborg weet nog goed dat ik de hele tijd met mijn rug naar haar gekeerd zat. Ik meldde Hans Kusters snel dat we haar onder contract moesten nemen, want dat Ingeborg nogal wat te bieden had. Mij sprak meteen het pure in haar aan. Het soort echtheid dat ik ook bij Clouseau terugvond. Hen had ik op een jaarmarkt in Sint-Genesius-Rode voor het eerst gehoord en dat was ook meteen bingo. Dat charisma van Koen vond ik ook bij Ingeborg terug. Jaren later stelde ik hetzelfde vast bij Marco Borsato. De animo die hij in zijn performance stopt, daar draait het om. De liedjes van Ingeborg waren ook ijzersterk. Ook die raakten me van bij de eerste noten, de eerste woorden. Bij een liedje als Toiletje bijvoorbeeld raakte me dadelijk haar humor, haar speelsheid, terwijl je bij Verlangen, ondanks haar frêle persoontje, een sterke vrouw zag optreden.”

De VRT had snel door dat Ingeborg wel wat in haar mars had en nodigde haar in 1989 uit om deel te nemen aan “Eurosong” met in de finale onder meer Jimmy Frey, Expo, Danny Caen, Bart Van den Bossche, Angie Dylan en Boogie Boy. Clouseau eindigde toen tweede met een liedje dat iets later een gigantische hit zou worden, Anne, en Ingeborg werd eerste met het door Stef Bos geschreven Door de wind. “Gelukkig waren Clouseau en ik vrienden“, weet Ingeborg nog goed. “Zij gunden mij m’n succes en ik dat van hen, want Anne werd iets later een dijk van een hit. Voor mij hadden zij gerust mogen en kunnen gaan. Maar ik mocht dus ons land vertegenwoordigen en dat stemde me ergens heel gelukkig.” De Nederbelg Stef Bos was toen de partner van Ingeborg. “Het eerste halfjaar hadden we tijdens onze opleiding niet wat je kan noemen een close contact. Ik vond Nederlanders nogal luidruchtig en bewaarde als gevoelige ziel graag wat afstand. Ik nam een afwachtende houding aan, tot er toenadering van de overkant kwam. Ik ontdekte dat Stef een bepaalde rust kon uitstralen. En zo zijn we stilaan naar elkaar toe gegroeid. Sowieso een vruchtbare relatie qua productie van liedjes en zo. Stef kon dag en nacht bezig zijn met schrijven en dat werkte erg inspirerend voor mij. Hij leerde me het belang kennen van de juiste verwoording, de juiste woordkeuze. Of hij zette er muziekjes bij of ik schreef een melodietje bij zijn teksten.”

Over Door de wind wil Stef dit kwijt: “Ik heb het nummer niet voor het Eurovisiesongfestival geschreven, maar gewoon vanuit het gevoel“, vertelde hij in “De zevende dag”. Over de kansen van het liedje op het eigenlijke festival sprak hij zich liever niet uit. “Ik ben niet zo goed in kansen inschatten. Het is een politiek programma en de statistieken moeten dat maar uitwijzen.” Ook Ingeborg zelf keek de kat liever uit de boom. Ze was nooit eerder in Lausanne geweest en beloofde vooral rustig te blijven en op haar ademhaling te letten. De zesde mei trekt zij dus in het gezelschap van Stef Bos naar Zwitserland om daar tijdens de vierendertigste editie van het Eurovisiesongfestival de Belgische driekleur te verdedigen. “Terwijl ik de avond zelf in de coulissen stond te wachten, was Turkije aan de beurt“, vertelde ze in 2010 in “De Madammen” op Radio 2. “Dat land bracht een lawaaierige, onrustige act. Tegelijk spoot iemand haarlak op mijn schoenzolen om te vermijden dat ik op het podium zou uitglijden. Ik vreesde dat de dampen op mijn stem zouden slaan. Ik was ontzettend zenuwachtig en erg blij dat Stef op een bepaald moment opdook om de tweede stem te zingen.” Het orkest werd geleid door jazzmusicus en dirigent van dienst Freddy Sunder. Halfweg het nummer dook Stef op het podium op om de iconische klanken “toop toop, too di doo doo di doo da” door de microfoon te jagen. Ingeborg wil koste wat het kost nog dit detail kwijt: “Tijdens de pauze kieperde iemand van de Luxemburgse ploeg een drankje over mijn kleed en ik had geen reserve bij. Toen wist ik meteen dat ik niet meer op het podium hoefde. Ik moest nog in een zetel gaan zitten zodat men met een haardroger kon proberen die vlekken weg te werken. Maar ik voelde sterk aan dat mijn verhaal daar was uitgezongen. Er ging wel even een rilling door me heen toen ik aan het thuisfront dacht en mij de vraag stelde of ze me in Vlaanderen na dit avontuur nog graag zouden zien en horen.” Ingeborg eindigt negentiende. Winnaar wordt de groep Riva voor Joegoslavië met Rock Me. Bij ons wordt Door de wind, in een productie van Roland Verlooven, op single uitgebracht en staat de tweeëntwintigste april in de Vlaamse Top Tien op één. “Ik heb het lied nadien een hele tijd niet meer gezongen“, vertrouwde Ingeborg “De Madammen” voorts toe. “Onlangs heb ik het opnieuw opgepikt. Nu breng ik het iets brozer en eenvoudiger. Met minder violen en meer raakbaarheid. De tekst vind ik nog steeds erg rijk aan beeld. Vooral het zinnetje “Je moest es weten”. Stef schreef het nummer toen zijn moeder ziek was. Ze is intussen overleden. Vooral de tweede strofe is me na al die jaren bijgebleven. Raar maar waar, als mensen mij op straat passeren, is er hier en daar nog eens iemand die het liedje begint te zingen, duidelijk in mijn richting kijkend. Het Eurovisiesongfestival zelf heeft een enorme impact op mijn carrière gehad. Niemand kende Ingeborg voorheen. Nadien gingen alle deuren open en kreeg ik duizenden kansen. Een deelname raad ik daarom iedereen die niks te verliezen heeft dan ook aan. Maar ook mensen die wel iets te verliezen hebben. Het Eurovisiesongfestival is een ontmoetingsplek voor muzikanten en creatievelingen van over de hele wereld. Het is één groot feest, een geweldig geschenk.

De achtste april had Clouseau in de Vlaamse Top Tien met Anne al op één staan glunderen. Tijdens Radio 2 “Zomerhit” van 1989 krijgt Ingeborg de trofee “Beste Debuut” overhandigd. Omdat theater maken haar in het bloed zit, trekt zij in de maand september van dat jaar naar de culturele centra met het programma “Schimmen” met daarin zowel liedjes als aangepaste bindteksten. Dat jaar krijgt zij van VTM, die iets eerder van start waren gegaan, gelijk een “Gouden Oog” uitgereikt als populairste Vlaamse zangeres van dat moment. Het publiek weet echter niet goed in welk hokje haar te plaatsen en dat begint voor de onnodige verwarring te zorgen. Wie en wat is Ingeborg eigenlijk: een actrice, een zangeres…? “Dat is dus mijn zwakte, waar sommigen denken dat het mijn sterkte is. Ik doe al die diverse dingen zo graag. Je omgeving raakt soms de kluts kwijt. In welk hokje past ze nu, wat doet ze nu het liefst? Voor mezelf ben ik een lichtwezen in een menselijk lichaam.”

In de Vlaamse Top Tien duikt Ingeborg de veertiende oktober 1989 op met het door Bos geschreven Zomer, gekoppeld aan Ik wil geluk, goed voor een zesde plaats. “Toen dat liedje uitkwam, zei Armand Pien, de toenmalige weerman van de VRT, dat ik de echte weervrouw zou worden. Hij grapte daarover omdat mijn vorige single over wind en regen ging. Ook al zong ik over de zomer die voorbij is, ik had bij dat liedje van meet af aan een lentegevoel. Ik blijf dat na al die jaren nog steeds een positief nummer vinden.”

Dat nummer is de aanloop naar haar eerste album “Voor één seconde” met daarop niet alleen haar eerste hits, maar ook liedjes als Eeuwen geleden, Toiletje, Alles gaat voorbij. Je kan het net zo goed een Stef Bosplaat noemen, want hij schreef de elf liedjes bij elkaar, hier en daar in samenwerking met Ingeborg en Jan Van Looy. Jan Van Looy was leraar piano, verbonden aan het Herman Teirlinck Instituut. Hans Kusters, dat moeten we toch vertellen, had tijdens de Baccarabeker Clouseau al onder contract en zag daar meteen, na er door Roland Keyaert op geattendeerd te zijn geworden, dat Ingeborg zat talent had. Hans bood ook gelijk Stef Bos een platencontract aan. Toen Hans nog bij Philips werkte, had hij een goed contact met hun platenproducer Roland Verlooven en zodoende vroeg hij Roland om die eerste platen van Clouseau, Stef Bos en Ingeborg te produceren. Wanneer Hans het een tijdje later niet meer zo ziet zitten om zijn producties aan de man te brengen, gaat Roland Keyaert als promotor de baan op.

De VRT laat Ingeborg in 1989 schitteren in een serie over de popwereld “Zapp”, met snel daarop VTM die haar lanceert in het kinderprogramma “Schuif Af”, wat vanaf de eerste uitzending haar ding blijkt te zijn. Die eerlijkheid, die openheid, eigen aan kinderen, ligt haar persoonlijk zeer na aan het hart. Zij kan een deel van haar naïeve kant tonen, het mag en kan immers binnen deze context. “Er zit inderdaad een dosis naïviteit, goedgelovigheid, speelsheid in me, een beetje idealisme ook, dat geef ik grif toe. En dat vind ik ook super, want als ik kinderen interviewde, zei er bijvoorbeeld een jongetje dat hij basketter wou worden, maar dat zijn mama dat afkeurde omdat hij daar later niet van zou kunnen leven, waarop ik snel inpikte dat ik spelers kende die daar zelfs rijk van zijn geworden. Die vonk stimuleren bij zo’n kind, dat moeten we blijven doen, want als ons kind gelukkig is, dan wordt dat later ook een gelukkige en tevreden volwassene“, aldus Ingeborg, die dit programma samen met Arthur Reijnders met veel overgave zal blijven presenteren tot in 2005, wanneer zij vervangen worden door Britt Van Der Borght en Sam Gooris. In 1990 kaapte zij voor dit programma in één klap al een “Gouden Oog” weg.

De negentiende mei 1990 staat Ingeborg op vier in de Vlaamse Top Tien met Ga niet weg, geschreven door haarzelf samen met Stef Bos en de producer van het nummer Roland Verlooven. “Ja, we hadden zoiets van: moeten we de andere kant van Ingeborg niet eens tonen? Niet altijd dat meisje etaleren dat deels met haar hoofd in de wolken leeft. Dus graag de wat meer nuchtere kant van mij. Ik heb dat altijd met veel plezier gezongen. Soms stond ik ‘s nachts op een stel bierkratten te zingen. Het meisje dat aan het Eurovisiesongfestival had deelgenomen, was voor veel organisatoren best leuk. Ik stond daar dan met een repertoire dat door de bank uit stille liedjes bestond en zo’n liedje met wat meer ballen was zeer welkom om wat interactief met het publiek om te springen. Ik moet er wel bij vertellen dat dit liedje niet meteen mijn grootste voorkeur wegdraagt“, dixit Ingeborg.

Een dik jaar later, de vijftiende juni 1991, is er de single Als dat gebeurt. Deze keer roept Ingeborg de hulp in van Stef én die van Bob Savenberg. Een goede gok, want ze klimt naar de tweede plaats in de Vlaamse Top Tien. Tijdens onze babbel wil Ingeborg daar dit aan toevoegen: “Dat liedje ligt zeer na aan mijn hart, vooral de akoestische versie daarvan die ik nadien in de zalen zong. Ik schreef de tekst zelf en dus meen ik ook elk woord dat ik zing. Ik heb soms het gevoel dat de wereld echt op mijn schouders rust, dat gevoel van zwaarmoedigheid. Mensen die me goed kennen, zijn daar intussen vertrouwd mee. Ik heb me door de jaren heen getraind om aan die zwaarmoedigheid niet toe te geven. Vooral als ik stilviel, als ik even niets omhanden had, werd ik bij momenten heel ongelukkig. Intussen weet ik beter en heb ik ontdekt dat stilvallen heel veilig is en dat je daarover ongelukkig voelen, niet per se hoeft.”

Waarom staat de vijfentwintigste januari 1992 op vier genoteerd in de Vlaamse Top Tien. Het is meteen ook haar laatste grote hit. “Een mooi liedje van Mark Lambin“, reageert Ingeborg spontaan. “Toen ik het de eerste keer hoorde, kreeg ik het koud. Die rillingen waren voor mij het signaal dat het goed zat. Ik ben dat mijn carrière lang ook blijven volgen, die eerste ervaring met een liedje.” Fans omschrijven de song als oerdegelijk met een mooie, uit het leven gegrepen tekst. “Waarom moet je iemand pijn doen als je van iemand anders houdt? Je kan niet alles voor de schijn doen, want wat je ook doet, ‘t is altijd fout. Waarom ga je iemand haten omdat die iemand, iemand anders heeft? Waarom wil je niet meer praten met iemand die niet meer leeft zoals jij leeft?Waarom staat ook op haar tweede album “Dertien daarom droom”, in 1992 uitgebracht op het HKM-label en verdeeld door CNR Records. In de studio’s Studio 88 en Bullet Sound Studio wordt Ingeborg tijdens de opnamen begeleid door muzikanten als Jan Van Looy, Tjeerd van Zanen, Bert Candries, Patrick Mortier, Mark Stoop, met in het achtergrondkoortje onder anderen Chris Van Tongelen, die we jaren later zullen tegenkomen in de groep De Romeo’s. De titel geeft het al aan, dertien liedjes in het totaal. Meteen valt op dat Stef als hofleverancier zo goed als uit het zicht is verdwenen, behalve bij het liedje Grijns, dat nog deels van zijn hand is. Werd daarmee ook een punt achter hun relatie gezet, want Ingeborg en Stef woonden al een tijdje samen? Ingeborg krijgt tijdens het schrijven de nummers steun van onder meer Jan Van Looy, Mark Lambin, Herman Pieter de Boer, Koen Sergeant en Roland Keyaert. Verrassend leuk is het door Herman Pieter de Boer, Jan Van Looy en Ingeborg geschreven Zalen vol muziek, waarmee het album wordt ingezet. “Dat was plots in mijn repertoire een liedje met een heel andere sfeer. Toen zat dat, ook met het oog op mijn theaterprogramma, heel juist. Achteraf is het meer iets geworden van een soort verzoening met mijn verleden.” De productie van die song wordt verzorgd door Ton Scherpenzeel, die vindt dat het best een beetje ruiger mag klinken. Het publiek beloont de single de vijfde mei voorzichtig met een tiende plaats in de Vlaamse Top Tien. De radio reageert echter enthousiast. Iets later zijn er uit dit album nog de singles Zondag en Ik val. Voor beide nummers schrijft Ingeborg samen met Jan Van Looy. Ik val is de zesde februari 1993 net goed genoeg voor een negende plaats in de Vlaamse Top Tien.

De derde januari 1994 worden Ingeborg en haar manager Roland Keyaert de ouders van hun zoon Robin. Op haar website lezen we dat ze zich almaar meer interesseert voor meditatie, yoga en voor zelfontwikkeling en het hogere bewustzijn. Drie jaar later trouwen zij, de twaalfde april 1997. Insiders wisten al lang dat er liefde in de lucht hing en de vlam tussen Roland en Ingeborg was overgeslagen. Hans Kusters vertelde ons dat hij de laatste was die het doorhad. Maar zijn entourage zag het meteen, al hebben Roland en Ingeborg het een hele tijd stilgehouden en was het in het begin meer een liefde die zich achter dan voor de schermen afspeelde. Het huwelijk werd in Oostende voltrokken en vervolgens richting Cyprus voor de wittebroodsweken.

Ondanks de zorgen voor haar zoon wil Ingeborg niet thuisblijven en trekt zij in 1994 naar het theater met de productie “2 uur vanaf nu”, in het gezelschap van pianist Jan Van Looy en gitarist Juan Masondo. Haar man is intussen ook haar manager geworden.

In 1995 lanceert Ingeborg haar derde album “Hartrock”, deze keer in een productie van Bob Savenberg (van Clouseau en de latere manager van Natalia) en Jan Van Looy. Plaats van opname is Studio Ace in Aartselaar. In het bijbehorende boekje schrijft Ingeborg: “Dank aan alle vrouwen en mannen die een stukje liefde, tijd en energie in dit project investeerden. Dit album werd deels gemaakt voor wat zielenrust, maar in de eerste plaats voor degene die dit leest, die het hoort. Persoonlijke bedankingen volgen!” In de studio wordt er vlot gemusiceerd door onder anderen Eric Melaerts, Yannick Fonderie, Evert Verhees en Roberto Giada. In het achtergrondkoor horen we de stemmen van Koen Sergeant, Dani Caen en Kris Wauters. De productieploeg klokt af op vijftien liedjes. Op dit album staat onder meer Doorgaan, geschreven door Johan Debacker en de vijftiende oktober 1994 terug te vinden op de tiende plaats in de Vlaamse Top Tien. Geen hitnotering waard, maar des te vaker gedraaid op de radio en intussen al lang een Ingeborgklassieker, Ping pong, geschreven door het vijfluik Bob Savenberg, Jan Van Looy, Ingeborg, Angelo Bisceglia en Flor Van Leugenhaeghe. In het kielzog verschijnen in 1995 nog de singles Melancholie en Als je doodgaat. In de Vlaamse Top Tien is dit laatste geen echte uitschieter, want de eerste april 1995 noteren we de singleversie daarin op de tiende plaats. Tekstueel is dit een liedje om eerder wat te laten bezinken: “Als je doodgaat, neem me dan met je mee. Het leven is zo zinloos zonder jou. Als je doodgaat, neem me dan met je mee. Met wie maak ik anders ruzie, met wie deel ik anders alles? Neem me mee.” Ingeborg zelf is over dit liedje erg tevreden: “Dit is voor mij nu eens een schoolvoorbeeld van een tijdloos nummer. Dit noem ik een echt liefdeslied. Mijn publiek in Nederland had het na een optreden vaak over een “luguber” liedje, terwijl ik eerder wil zeggen dat liefde eeuwig is en dat doodgaan niet leuk is. Het is een getuigenis van het géén afscheid willen nemen. Ik moet er voor de volledigheid wel aan toevoegen dat ik het na al die jaren nu wel beter weet. Er is namelijk geen afscheid. Liefde is en blijft eeuwig.”

1995 is de startdatum van een tv-programma dat onlosmakelijk met Ingeborg verbonden blijft en haar ook na al die jaren blijft achtervolgen, het VTM-programma “Blind Date”. “Ik presenteerde op dat moment alleen maar “Schuif Af” en Guido Depraetere en Mike Verdrengh wilden me in primetime tijdens de zomermaanden “Blind Date” laten proberen. Ik dacht er bij dat voorstel niet zo bij na, want ik stond zeer ambitieus te snakken naar een programma tijdens de betere uitzenduren. Het maakte dus niet echt uit waarmee, ik wist ook niet zo goed waaraan ik begon. Ik heb nergens tijdens dat aanbod getwijfeld. Ik had ook geen ervaring met een dergelijk format. Maar mocht ik toen getwijfeld hebben, was er nadien ook nooit een programma geweest als “All You Need Is Love” en “Volgende keer beter”. Dus, ondanks wat er nadien ook over “Blind Date” in de pers verscheen, vind ik mijn keuze en beslissing van toen erg juist. Ik heb nooit een afkeer tegenover dat programma gevoeld, net zomin als jaren voordien met het Eurovisiesongfestival. Daar, zoals sommige artiesten dat wel doen, laatdunkend op neerkijken, past niet bij mij. Ik heb dat nooit veroordeeld als een soort kermisattractie. “Blind Date” bekeek ik als een leuke plek waar mensen elkaar ontmoetten en nadien met elkaar op reis trokken. Ik heb dat altijd gecombineerd met “Schuif Af”, waarin ik mijn creativiteit geweldig kwijt kon. Daarnaast ging ik ‘s avonds ook nog eens zingen in de culturele centra. Dus die combinatie van die diverse facetten maakte dat ik mij in dit alles volledig en compleet kon uitleven.” Roland Keyaert vult aan dat hij vindt dat het een van de moeilijkste programma’s was om te presenteren, want je moet mensen opvangen die geen ervaring hebben met het medium televisie en die ook niet meteen de vlotste praters zijn. Daarom in dezen van hem een pluim aan het adres van zijn vrouw.

Ingeborg zal “Blind Date” vanaf juni 1995 tot en met september 2004 presenteren. Zij weet ook wel dat zij hiermee geen hoogstaande televisie aflevert, maar het feit dat zij met de man in de straat mag werken, spreekt haar als uitdaging enorm aan, al vond zij achteraf dat de laatste drie seizoenen er net te veel aan waren. Ingeborg twijfelde er immers aan of de formule nog wel juist zat en vooral de invulling ervan. “Blind Date” leverde Ingeborg zowel in 1995, 1996 als 1997 een “Gouden Oog” op.

De liefde blijft centraal staan in haar VTM-programma’s. In 1995 “All You Need Is Love” en in 1996 “Trouwshow”. Samen met Arthur Reijnders presenteert zij datzelfde jaar “Sketch-Up”. Twee jaar later is er de wekelijkse zomerse talkshow “Volgende keer beter”, live vanuit Oostende, daarin bijgestaan door journalist Jacky Huys. Na de nodige dosis gesmeek, mag Ingeborg in maart 1999 eindelijk van start gaan met “Wondere Wereld”, waarin zij haar liefde voor esoterie en alternatieve therapieën mag etaleren. “Ik heb er inderdaad om gesmeekt, zo van: “Mag ik a.u.b. dit programma maken?” In het totaal goed voor dertien afleveringen, één seizoen lang dus. We bereikten daarmee een half miljoen kijkers en naar de normen van toen was dat wat aan de lage kant. Dat was niet voldoende voor een zaterdagavond, al vond ik dat het programma daar op die dag en dat moment misstond. Ik ben nog altijd ongelooflijk dankbaar dat ik dat product in de markt heb mogen zetten. Vooral de ontmoetingen met al die mensen. Nu weet ik dat we er qua timing iets te vroeg mee waren. We deden daar toen pionierswerk. Veel kijkers waren er nog niet aan toe. Roland vond trouwens dat ik beter een jaar of drie gewacht had. Maar het overkomt me wel vaker dat ik de markt te goed aanvoel en beter iets sneller op de rem moet gaan staan dan mijn idee dadelijk te lanceren. Anno 2015 had dit bijvoorbeeld bij Vitaya beter gescoord, zeker weten.” Ingeborg ontdekt in “Wondere Wereld” samen met de kijker de wereld van alternatieve leef-, denk- en geneeswijzen en van paranormale mensen en fenomenen. Daarover lezen we in een gesprek met Ingeborg in De Standaard: “We willen met open vizier, zonder vooringenomenheid, maar met een gezonde dosis nieuwsgierigheid, verwondering en scepsis die wereld ontdekken en ervaren“, stelt Ingeborg. Ervaren is trouwens een van de sleutelwoorden van het nieuwe programma. Elke week gaat Ingeborg zelf op stap. De camera volgt haar, terwijl ze bijvoorbeeld een zweethutritueel ondergaat, en registreert haar emoties, haar vragen en haar eerste reacties. Ook wordt er in elke aflevering een ongelovige thomas op pad gestuurd, iemand die helemaal niet gelooft in die wondere wereld, maar wel bereid is om een van die alternatieve methoden te ondergaan. Ook de kijker wordt erbij betrokken. Ingeborg, al dan niet begeleid door een deskundige, nodigt de kijker uit om aan een experiment deel te nemen. Of wat dacht je van een onderzoek van het gelaat (rond, vierkantig, rechthoekig of driehoekig) om te achterhalen welk type je bent (water, aarde, vuur en lucht) en welke karaktertrekken daarmee verbonden zijn.”

Een wat geslaagde keuze blijkt het programma “De keuze van de kijker”, waarin per aflevering drie originele concepten door de makers worden toegelicht mét commentaar door de jury. De kijkers mogen bepalen welk concept door mag naar de volgende ronde. In De Standaard lezen we daarover: “In dit programma worden twaalf concepten van evenveel tv-makers getoond. Ingeborg, die dit project bedacht heeft, interviewt de makers of presentatoren, waarna er een fragment of een compilatie van zeven minuten wordt getoond. Daarop geeft een driekoppige jury, bestaande uit Paul Jambers, Jan Verheyen en de columniste Hilde Sabbe, commentaar. Op het einde krijgen de makers nog eens een minuut om hun programma te verkopen. Daarna mag de kijker via de telefoon of via sms zijn keuze maken en een uurtje later wordt de uitslag van deze stemming bekendgemaakt.”

Intussen hadden we bij de radio zoiets van “Oei, onze zangeres is verdwenen“, wat Ingeborg, zonder lang te hoeven nadenken, beaamt. “Dat was ook zo. Daar had de geboorte van onze zoon ook iets mee te maken. ‘s Avonds wou ik alleen nog maar thuis zijn. Ik hield het optreden en zingen even voor bekeken. Ik had, zeker wat het zingen betreft, een time-out nodig.” Roland keek als manager aan de zijlijn rustig toe, maar ging zijn vrouw zeker niet pushen. “Een manager is slechts voor een paar procenten belangrijk in de carrière van een artiest,” aldus Roland, “maar ik ga mijn aanwezigheid en nut zeker niet als onbelangrijk omschrijven. Ik waakte met zorg over haar veelzijdigheid die haar soms in de ogen van anderen, bijvoorbeeld in die van VTM, minder makkelijk inzetbaar maakte. Raar maar waar, Ingeborg wordt alleen maar rustig als zij met haar ogen dicht zit, mediteert. Ik kan me geen autorit, op weg naar een volgend optreden herinneren dat ze niet aan het schrijven of aan het lezen was. Op een bepaald moment heb ik haar er wel op gewezen om al die facetten van haar talent op een geschikte manier te combineren. Ik heb haar ook op het financiële aspect gewezen, want wat je verdient met het ene, kan je weer besteden aan iets anders waar je je voor wilt inzetten.”

In 2000 neemt Ingeborg samen met Helmut Lotti, Koen Wauters en Toots Thielemans het Levenslied Wondere reis op, dat negen weken na elkaar boven aan de Vlaamse Top Tien zal prijken. Beresterk scoort Ingeborg twee jaar later met Zo dichtbij, ten voordele van Levenslijn-Kinderfonds. Het is een vertaling van de hit Hello World van Belle Perez, die dat nummer met Pat Renier en Jim Soulier had geschreven. Ingeborg schreef zelf de vertaling. Ze is apetrots wanneer zij de zestiende maart 2002 op één staat in de Vlaamse Top Tien. De productie is deze keer in handen van Eric Melaerts.

Vanaf de dertigste november 2004 presenteert Ingeborg het programma “Bluf”, waarin telkens vijf Vlamingen vijf sterke verhalen vertellen. Slechts één verhaal is waar en goed voor vijfduizend euro. De waarheid voor Ingeborg is echter dat VTM het jaar nadien beslist niet meer te werken met langlopende contracten. Na zestien jaar trouwe dienst wordt Ingeborg bedankt voor bewezen diensten en samen met Gerty Christoffels de laan uit gestuurd. VTM-woordvoerder Mark Vanlombeek anticipeerde: “We stappen af van langdurige contracten. Alleen als een tv-figuur heel concrete programmaplannen heeft waar de zender zich in kan vinden, wordt er nog een contract gesloten. Ingeborgs laatste presentatie voor VTM wordt in het voorjaar van 2006 het programma “Ik wil je iets vertellen”, waarin telkens drie mensen via hun verhaal herenigd worden.

Intussen is spiritualiteit de nieuwe dada van Ingeborg geworden. Zij wil zich nog enkel bezighouden met haar zoektocht naar het bewustzijn. Een antwoord zoeken op de vraag: “Wat wil een mens hier op aarde tijdens zijn leven verwezenlijken?” Zij komt in contact met Roland Verschaeve, de man achter het Light Body Institute in de Sint-Jansstraat in Brugge, een school voor yoga en zelfontwikkeling. Op het einde van de zomer van 2002 was Ingeborg al begonnen met de organisatie van spirituele reizen naar een meditatiecentrum op Ibiza. “Dit heeft wel niets met relaxerende massages en nagelverzorging en zo te maken“, reageert Ingeborg al lachend. Het is een school voor zelfontwikkeling en yoga. Een mens bestaat uit vele lagen en je pelt die af tot je bij je eigen kern komt. Die kern is licht en licht staat voor energie en beweging. Je ontdekt vooral dat je niet bent wie je denkt dat je bent. Je gaat via meditatie meer leren ervaren, vooral jezelf ervaren en ontdekken. Je ontdekt namelijk niet alleen je goede, maar ook je schaduwkanten. Ikzelf was, toen ik eraan begon, op zoek naar een soort kwaliteit in mezelf die ik voordien niet kende, ondanks het geld en het succes dat ik had, inclusief een lieve man en een toffe zoon. Ik was iets te veel met die uiterlijke wereld bezig, uiterlijk vertoon. Ik ging te weinig bij mezelf naar binnen. Ik was die balans kwijt.” Ingeborg volgde voorafgaandelijk onder meer een opleiding in Wales in dru-yoga. Deze vorm van yoga stelt iedereen in staat om lichaam, hart en geest met elkaar in evenwicht te brengen en daarmee te ervaren wat het betekent om echt gezond te zijn.

In 2004 start Ingeborg met les te geven in zelfontwikkeling en yoga. Zij wordt in het centrum Light Body Institute werkzaam als docente. Omdat via de pers de belangstelling rond Ingeborg opnieuw hot is, etaleert Hans Kusters haar in de reeks Diamond Collection op zijn HKM-label nog eens in haar volle vocale doen op de verzamelaar “Ingeborg”. In het totaal zeventien songs, beginnend met Ping pong en eindigend met De rust gevonden. Een behoorlijk toepasselijke song, die laatste, van de hand van Ingeborg en Koen Sergeant. “En al tikt de klok elke seconde van het uur zo snel voorbij, ik geniet van elk moment, want als je even rondkijkt en merkt: tijd is geld, dus nooit genoeg. Ik vond de rust heel dicht bij jou vanmorgen vroeg. En toch is dit geen verloren tijd. Ik heb m’n rust gevonden. Ik loop mezelf al lang genoeg voorbij. Ik heb de rust en alle tijd.

De negenentwintigste januari 2005 is er op het Do-label de door Ingeborg zelf geschreven single Become Silent, waarmee zij mensen wil inspireren en raken. Een jaar later brengt zij van de hand van Susan Kulas, die zich liet inspireren door Franciscus van Assisi, het lied Miracle Unfolds uit, dat zij samen met het Brugs koor Fioretti heeft ingezongen. Datzelfde jaar is er bij de Standaard Uitgeverij het boek “Wie ben je eigenlijk”, dat zij samen met haar meditatieleraar Roland Verschaeve heeft geschreven.

Ingeborg wil gelukkig nog eens opnieuw het theater in, deze keer met het programma “Laat mij zingen”. Er is de door haarzelf geschreven single Brussel, gekoppeld aan Hier in het licht, die zij na lang aandringen van Hans Kusters van platenfirma HKM opneemt. In haar nieuwe theatershow keert zij terug naar haar eerste liefde, een liefde die nooit uit haar hart is verdwenen. Zij wil in deze show het publiek met haar stem en haar liedjes beroeren en meenemen naar haar wereld waar zij de essentie van het bestaan vond. Mensen laten ervaren wat diepe vrede en overgave kan zijn. Het wordt een intiem, authentiek programma, ontdaan van alles wat ook maar enigszins overbodig kan zijn. De 20ste oktober 2007 brengt Ingeborg het album “Voor na het afscheid” uit. Vier nummers die bij het afscheid troost kunnen brengen: Hier in het licht, Er is nog zoveel niet gezegd, Ubi Caritas en Now I walk in beauty. In het bijbehorende boekje deze uitspraak van William Shakespeare: “Geef verdriet woorden. Het verdriet dat niet spreekt, fluistert in het overbelaste hart en vraagt het te breken.” Vanaf de twintigste oktober 2007 trekt zij ermee door Vlaanderen, met in haar kielzog vier muzikanten. De zeventiende september verscheen nog het nummer Laat me zingen op single, met zowel tekst als muziek van de hand van Ingeborg.

In de maand november van 2007 is er op het HKM-label het album “Laat me zingen over de liefde”, dertien liedjes door Ingeborg van tekst en muziek voorzien, in een productie van haarzelf in samenwerking met Patrick Hamilton. Patrick begeleidt Ingeborg in de studio op de toetsen, daar onder anderen in bijgestaan door Marc Pijpops, Herman Cambré, Vincent Pierins, Eric Melaerts en vocaal door Dani Caen en Diane Senders. In haar voorwoord geeft Ingeborg aan waar dit album voor staat: “De teksten en de muziek werden geschreven in een periode waar de liefde veel aandacht vroeg in mijn leven. Door het uit te zingen en de emoties errond echt toe te laten en te ervaren, werd me meer dan eens duidelijk dat liefde geen stormvlaag is die, nadat deze voorbijraasde, je weemoedig en gebroken achterlaat. Ik weet nu door het allemaal te leven en toe te laten dat liefde geen verwachting is, geen gehechtheid of een bedwelmende roes. Liefde is een uitdrukking van ons wezen. Net zoals muziek dat kan zijn. Op een dag laten we de liefde zelf getuigen door bewustzijn, helderheid, sensitiviteit en pure gelukzaligheid. Voor nu… Shanti, shanti of vrede zonder meer en dan weer stil worden, dat wens ik ons toe.” Haar liefde voor het spirituele komt overduidelijk naar voren in de nummers Moolamantra Shanti en Moolamantra Consciousness. Dit zijn in het oor springende songs die Ingeborg van een totaal andere kant laten horen. The new Ingeborg has arrived. Je voelt zo aan dat zij volledig in de ban is van haar grote liefde voor spiritualiteit. Adviserend schrijft zij trouwens bij deze nummers in het bijbehorende boekje: “Sluit misschien even je ogen en ga ergens ontspannen zitten of liggen. Visualiseer de mooiste toekomst voor jou en al je geliefden. Merk eens dat het gevoel dat je zoekt in die verre toekomst er NU al is. Adem die vrede, die liefde en dat diepe vertrouwen in je cellen en geniet.”

In 2008 presenteert Ingeborg een intiemere versie van haar theaterprogramma, deze keer alleen begeleid door pianist Patrick Hamilton en dit om vooral de soberheid tot zijn recht te laten komen. Zij brengt een selectie uit haar repertoire van vroeger en nu. Zelfs het Eurosonglied Door de wind komt weer heel even tot leven. Door het overgrote succes besluit Ingeborg er in 2009 een vervolg aan te breien door in zowat alle Vlaamse provincies op te treden.

Bij de start van 2008 wordt Ingeborg meter en Kurt Defrancq peter van de boomplantenactie ten voordele van “Kom op tegen kanker”. Begin september 2007 lazen we reeds in de pers: “Ingeborg zal exclusief programma’s maken en presenteren voor de nieuwe zender Vitaliteit, de digitale afgeleide van lifestylezender Vitaya. Vitaliteit en de bijbehorende programma’s worden op dinsdag elf december officieel voorgesteld aan de pers, alsook de nieuwe programma’s van Vitaya.” Ingeborg had nochtans beslist om geen televisie meer te maken, maar kon zich als yogadocente en meditatiebegeleidster meteen vinden in de opzet van Vitaliteit. “Ik heb niet nagedacht, alles in me zei ja. Ik krijg carte blanche om de dingen te doen waar ik zo vol van ben.” In haar programma “Hoe moet het nu verder?”, waarmee zij de zevenentwintigste februari 2008 van start ging, trok Ingeborg op zoek naar mensen met een angst- of minderwaardigheidsgevoel, mensen die niet meer goed wisten hoe het verder moest. Een psycholoog bracht een eerste duiding en Ingeborg analyseerde de situatie vanuit haar kennis van zelfontwikkeling en zelfbewustzijn. Ingeborg bleef hier actief tot de eenendertigste maart 2012, wanneer Vitaliteit van het scherm verdwijnt.

De zesde september 2008 start Ingeborg met haar eigen centrum “De Evolutie”, gelegen langs de Bisschopsdreef 17 in Sint-Kruis, Brugge, waar zij cursussen yoga en zelfontwikkeling organiseert, alsook workshops. De 14de november 2009 lanceert Ingeborg het album “Beyond Religion”, opgebouwd rond een project van de Japanse professor Masaru Emoto en gebaseerd op zes wereldgodsdiensten. Voor elk van die wereldgodsdiensten heeft Ingeborg samen met Patrick Hamilton en haar zoon Robin Keyaert muziek gecomponeerd die de essentie in eenheid samenbrengt bij die aspecten die alle godsdiensten overstijgen: vrede, liefde, gelukzaligheid, vertrouwen. Deze muziek werd eerder al getest op haar helende waarde in het laboratorium van dokter Masaru Emoto. We worden uitgenodigd om ons af te stemmen op alle wereldgodsdiensten en dat aspect te vinden wat ons samenbrengt in het hart van elke ziel. We horen liederen als Shalom shalom, Lakshmi Mantra en Ubi caritas. Ingeborg krijgt vocale steun van Diane Senders en het Fioretti Koor onder leiding van Hilde Neutens. Op de rug van het album lezen we: “My ultimate goal and destiny lies in areas of creativity and applying them to help people find inspiration and joy in living. With this music I want to express God’s love and compassion to all souls on this planet. My keynote is a brotherhood of man.” Stilaan praat Ingeborg in de pers almaar vaker over het feit dat ze hooggevoelig is. Een hoogsensitief persoon of hsp is een term uit de psychologie die staat voor highly sensitive person oftewel zeer gevoelig persoon. Ingeborg geeft aan dat hoogsensitiviteit vaak verkeerd wordt geïnterpreteerd als een stoornis, terwijl het een normaal verschijnsel is. Ingeborg wil deze personen een luisterend oor bieden én een klankbord voor hen zijn.

In 2009 verschijnt ook haar boek “Het antwoord”, waarin zij tijdens een zoektocht antwoorden probeert te vinden op vragen over eenzaamheid, ontrouw in een relatie, schuldgevoelens en rouw na een overlijden. Het boek is een wegwijzer naar geluk, geïnspireerd door ontmoetingen die Ingeborg de laatste jaren had met verschillende mensen. De thema’s waarover het in dit boek gaat, zijn ervaringen waar we allemaal vroeg of laat mee te maken hebben. Ingeborg geeft helder en praktisch advies. Per levensthema krijg je niet alleen concrete tips, maar ook een ruimere visie op de verhalen. Ingeborg nodigt je uit om in een andere beleving van het verhaal te stappen en zo antwoorden te vinden. “Bedenk echter“, zo beklemt Ingeborg, “dat het antwoord steeds in jou al aanwezig is.”

Vanaf de tiende december 2011 zond The Walt Disney Company via Telenet het programma “Disney Poëzie” uit op zowel Disney Junior als Disney Channel. In dit nieuwe programma werden korte gedichten voorgelezen door Maaike Cafmeyer, Chris Van Tongelen, Tine Van den Wyngaert en Ingeborg. Voor Ingeborg kwam dit aanbod als een geschenk uit de hemel, waardoor ze zich plots weer piepjong voelde. “Het moment dat Disney me vroeg om mee te doen met “Disney Poëzie” dacht ik: eindelijk! Bij woorden als betovering, schoonheid, puurheid en magie denk ik meteen aan Disney. Alle films lopen goed af en dat is een belangrijke voorwaarde voor een levenskwaliteit. Deze boodschap geef ik zelf ook graag door. Disney zit in mijn cellen, want vanaf dag drie in mijn leven werd ik al door mijn ouders Mickey Mouse genoemd. Door dromen, durven en doen is alles bereikbaar in het leven en hierdoor zijn al mijn dromen die ik als kind had dan ook uitgekomen.

Dit even terzijde, maar in een verloren moment vertelt Ingeborg weleens over haar zusje dat na de geboorte snel overleed. In augustus 1965 stierf haar zus, die eveneens Ingeborg heette. Een jaar later werd Ingeborg dan geboren en haar ouders besloten haar dezelfde voornaam te geven. Zij werd daarmee het meisje dat in het gezin de wonden moest helen, het meisje dat ‘s avonds altijd haar gebedje bad waarin zij sterk geloofde omdat zij aanvoelde dat het werkte.

Ingeborg trekt in 2011 nog eens naar buiten, deze keer met de show “Het beste van mezelf – Ingeborg zingt 20 jaar”. Zij wordt daarbij op piano begeleid door Patrick Hamilton en op gitaar door haar zoon Robin Keyaert. Zo was ze vrijdag de achttiende november te zien en te horen in het cultuurcentrum Scharpoord in Knokke-Heist. In de maand mei van 2012 wordt het album “Het beste van mezelf – Ingeborg zingt 20 jaar” uitgebracht. De promotekst klinkt als volgt: “Een cd om te genieten van leuke, relativerende liedjes in nieuwe versies als Ping pong, Verlangen tot succesnummers als Waarom, Door de wind, Als je doodgaat en Als dat gebeurt. Liedjes die door de jaren heen alleen maar sterker geworden zijn, omdat sommige wijn nu eenmaal beter wordt als hij de tijd krijgt om te rijpen. Ingeborg zingt de sterren van het dak.

In de maand mei van 2016 laat Ingeborg plots van zich spreken wanneer ze, tot groot jolijt van velen, plots opduikt in het programma “Van Gils en Gasten” op Eén, waar ze in dolle vreugde uitbarst wanneer Laura Tesoro als allerlaatste wordt afgeroepen voor de finale van het Eurovisiesongfestival. De heisa rond haar vreugdekreet en dito sprong begreep ze achteraf niet zo goed, want ze uitte toch maar gewoon haar oprechte vreugde. Op internet werd het na haar weerzien op Eén een drukte vanjewelste, want haast iedereen wou haar meteen terug op het scherm. “Geef die vrouw opnieuw een eigen tv-programma“, zo schreeuwde de inhoud. Aan journalist Paul Cobbaert van De Zondag vertelde ze daarover: “Die reacties vind ik fijn, dat stop ik niet weg. Ik heb over een programma op tv weleens met Luk Alloo gebrainstormd. Ik zou zeker nog iets kunnen doen voor televisie. Het is geen hongergevoel, want ik mis het niet, maar vanuit de idee iets aan te bieden, lijkt het me wat. Er zijn nog zoveel waardevolle dingen in dit leven die het nieuws niet halen en tv is een krachtig medium. Ik zou zeker nog iets kunnen doen voor televisie, maar nu nog niet. Als ik zo’n jaar of vijfenvijftig ben.” Op de vraag of ze nog met muziek bezig is, antwoordt ze: “Ik ben bezig met een nieuw muzikaal project, en toen ik met gitarist Tom liedjes aan het maken was, voelde ik weer hoe moeiteloos dat gaat. Muziek leunt zo dicht aan bij wie ik ben. En toch, vreemd genoeg, zet ik dat aspect af en toe on hold. Ik ben blij dat het nu weer een mooie plek krijgt in mijn leven. We gaan maandelijks samen zingen met al wie dat wil en dat moet uitmonden in een nieuwe cd. Het zullen liedjes worden met een sterke tekst, liedjes die iets te zeggen hebben.”

De vierde oktober 2016 wordt Ingeborg door Jonas Van Geel uitgenodigd in diens VTM-programma “Jonas & Van Geel”. Zij is namelijk zijn jeugdidool. Vlaanderen kon merken dat Ingeborg nog niets van haar talent heeft verloren. Zij nam tijdens de uitzending samen met Bartje en Arthur de kijkers nog één keer mee naar het zolderkamertje van “Schuif Af”.

De zevende februari 2017 verschijnt de film “Lego Batman” in de bioscoop. Ingeborg leende hiervoor haar stem. Ze speelt namelijk de rol van Sam, de gids van het Schimmenrijk. De Vlaamse stemmencast bestaat voorts uit onder meer Lieven Van Gils, Alex Agnew, Tine Embrechts, Cathérine Moerkerke en Hilde De Baerdemaeker.

Om Ingeborg duidelijk te schetsen zoals zij zich anno 2017 voelt, citeren we deze tekst die we terugvinden op de website van haar levenswerk “De Evolutie”: “Mijn leven heeft een kwaliteit die ik iedereen toewens. Ik geloof in de maakbaarheid van de mens en dat iedereen een expert is in zijn of haar unieke benadering van thema’s, die onderweg in het leven op de voorgrond komen.”

Dat Ingeborg heel wat pijlen op haar boog heeft weten, maar met dit bericht verraste de VRT-persdienst ons de 29 ste juni 2017 toch een beetje. Ingeborg heeft al jaren geen eigen programma meer gepresenteerd, maar toch gaat zij opnieuw een tijdje voor televisie werken. De voormalige tv-presentatrice en zangeres wordt ingeschakeld voor het interne coachingsprogramma van de VRT-nieuwsdienst, dat alle medewerkers de mogelijkheid geeft om bijkomende opleidingen te volgen. Bedoeling zou zijn dat Ingeborg hun gaat leren hoe ze rustig kunnen overkomen op het scherm. Die combinatie van jarenlang tv-werk en ervaring als docente meditatie, maakt van haar dus een ideale coach voor mensen die voor een nieuwsdienst werken.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2017 Daisy Lane & Marc Brillouet