Jacques Raymond

Geplaatst in Artiesten

Het lijkt alsof het type crooner, zangers in de stijl van Dean Martin en Frank Sinatra, aan Vlaanderen voorbij is gegaan, tenzij je iets aandachtiger gaat luisteren en zoeken. Dan passeren heren als Jean Walter, Maurice Dean, Tony Sandler, Günther Neefs, Garry Hagger en Jacques Raymond de revue, waarbij meteen opvalt dat zij iets meer aandacht en erkenning verdienen dan tot nu toe het geval is geweest.

Jacques werd als Jozef Remon de dertiende oktober 1937 in Temse geboren.  Jacques was enig kind in huis en werd met veel liefde door zijn ouders omringd, al zag mama er op toe dat zoonlief strak in het gareel liep. Zij hield de teugels stevig in handen.  Van zijn vader heeft hij zijn grote liefde voor de muziek geërfd. Pa was een zeer begaafd accordeonist. Elke dag moest Jacques van zijn vader een uur op de accordeon oefenen terwijl hij liever met zijn vriendjes wou gaan spelen. Maar zijn vader hield voet bij stuk en daar is Jacques hem na al die jaren nog ontzettend dankbaar voor. Later, wanneer Jacques aan zijn carrière begint, is hij één van de weinige Vlaamse artiesten die vlot noten kon lezen. Pa had ook een accordeonclub en daar leerde Jacques vlot muziek én in groep spelen.

Thuis werd er niet veel over studeren gepraat. Wanneer Jacques naar de middelbare school trekt, houdt hij het al na één jaar voor bekeken en gaat bij zijn vader op de scheepswerf in Temse werken. Pa is daar meestergast. Dat houdt Jacques een tweetal jaren vol om iets later zijn dienstplicht te vervullen. Het is in het leger, tussen zijn kompanen, dat hij ontdekt dat hij goed kan zingen. Wanneer er gefeest wordt, is Jacques van de partij om in het Belgisch leger zijn eerste liedjes aan de man te brengen. Na zijn legerdienst wil Jacques zanger worden en sluit zich aan bij de big band van Willy Franck in Sint-Niklaas. Hier voelt Jacques zich thuis. Hier mag hij het repertoire van Frank Sinatra en Perry Como zingen naast de Nederlandstalige hits van toen en zelfs een Spaanse klassieker als Historia de un amor. Aangespoord door Willy Franck en vooral door zijn lievelingstante uit Sint-Truiden die vaak in Temse op bezoek komt, schrijft Jacques zich in voor de editie van de “Ontdek de Ster Wedstrijd” in Antwerpen. De VRT ging daarin op zoek naar nieuw talent van diverse pluimage tijdens een televisieshow uitgezonden vanop het “Radio en Televisiesalon” in Antwerpen. De editie van 1959 had plaats van de dertiende tot de eenentwintigste april in zaal “Roxy” in Antwerpen. Als laureaten werden uiteindelijk Roger Heynen, Clem Van Duyn, Adolf Michiels en Jacques Raymond gehuldigd. Let wel, tijdens de “Ontdek de Ster Wedstrijd” ging men niet alleen op zoek naar zangers, maar ook naar goochelaars, moppentappers en declamatoren. Voorafgaand aan die wedstrijd moet Jacques samen met een pianist een selectieproef afleggen bij de VRT. De jury zelf  krijgt hij niet te zien, die zit in een zaaltje ernaast en beoordeelt louter op het gehoor. Tijdens die voorselectie zingt Jacques vreemd genoeg het Spaanse Historia de un amor, al gaat zijn hart meer uit naar het Engelstalige werk. Nadat Jacques geslaagd was, stelt Willy Franck hem voor een ander nummer te kiezen en dat wordt Begin the Beguine van Cole Porter.

Na zijn overwinning krijgt Jacques vanuit diverse hoeken een platencontract aangeboden, maar voorzichtig en timide als hij is, gaat hij daar niet op in. Hij voelt zich nog niet klaar om aan het grote avontuur te beginnen. Hij wil zijn stem en vooral zijn  uitspraak bijschaven. Twee jaar lang houdt Jacques de boot af en studeert intussen ook nog wat muziek om toch maar zo goed mogelijk voorbereid aan zijn zangcarrière te beginnen. Jacques zegt in 1960 ja wanneer platenfirma Barclay bij hem komt aankloppen. De eerste single is Heel veel liefs en tot ziens waarmee hij in de zomer van 1960 op de tweede plaats in de Vlaamse Top Tien belandt. Veel airplay krijgt hij het jaar nadien met een Italiaans liedje van Pino Calvi, in Italië een gevierd zanger die ooit deelnam aan het liedjesfestival in San Remo en tevens een gelauwerd filmcomponist, vertaald door Nelly Byl als Mijn kleine Piccolina en dat op een eepeetje is terug te vinden samen met de liedjes Ja ‘t is waar en Permettete signorina. Dan kabbelt het een tijdje rustig voort met singletjes als Geef mij een kusje en Voor jou en mij waarmee hij in de maand juni van 1961 tot op de zesde plaats in de Vlaamse Top Tien doorstoot. Minder resultaat scoort hij met De eenzame zwerver, Teenagerliefde en Verliefd. Intussen blijft Jacques veel lof oogsten als zanger, iemand die mooi en juist kan zingen, vlot kan noten lezen en met wie het aangenaam is om samen te werken. Toch steekt het Jacques tegen dat hij geen inbreng heeft in de liedjes die hij moet opnemen. Hij is eerder een crooner die niet tot zijn recht komt in die typische Vlaamse liedjes. Omdat Jacques vlot kan noten lezen, krijgt hij tijdens de festivals en televisie-opnamen waaraan hij meewerkt vaak de meer moeilijke nummers voorgeschoteld en daardoor ook de minder toegankelijke, de minder commerciële en blijven de echte hits voor hem uit. Hij is niet assertief genoeg om die keuzes van de hand te wijzen en laat betijen. Stiekem is Jacques natuurlijk trots dat hij die nummers aankan  en daardoor door de profs in het vak erg gewaardeerd wordt. Geen wonder dat we hem in 1963 opmerken in het deelnemersveld van “Canzonissima”, de toegangspoort tot het Eurovisiesongfestival. Er worden negen voorronden op het getouw gezet, met telkens twaalf kandidaten. Uiteindelijk wordt de strijd beslecht tussen Chris Ellis, Bob Benny, Enny Denita, Lize Marke, Lieve Olga, Rina Pia, Staf Wesenbeek, Will Ferdy, Freddy Sunder, Jo Leemans en Jacques Raymond. Rina Pia eindigt derde met Er speelt een orgel, Lize Marke tweede met Luister naar de wind en Jacques Raymond eerste met Waarom, een liedje op tekst van Wim Brabants en muziek van Hans Flower. De drieëntwintigste maart 1963 staat Jacques in Londen op het podium van het “Eurovisiesongfestival” om daar de Belgische driekleur te verdedigen. In het totaal nemen zestien landen deel. Denemarken wint met Dansevise door het duo Grethe en Jörgen Ingmann. Jacques eindigt op de tiende plaats. Waarom vindt Jacques nog altijd niet het meest toegankelijke dat hij ooit gezongen heeft, maar hij voelde zich achteraf wel trots omdat hij tijdens die achtste editie het podium mocht delen met sterren als Françoise Hardy, Nana Mouskouri, Alain Barrière en Esther Ofarim.

Eenmaal terug thuis staat de telefoon niet stil. Optredens aan de lopende band, ook in Nederland en vooral Duitsland. Waarom wordt vlot gedraaid op de radio, maar geraakt niet in de Vlaamse Top Tien. Qua singles maken wij nadien kennis met de liedjes Ik blijf op je wachten en De lichtjes van de Schelde. Jacques wil internationaal doorbreken.

Platenproducer Louis Van Rymenant komt op de idee hem in het Engels te laten zingen en opteert voor een naam die internationaal klinkt, Ray Mondo. Probleem is dat hij als Jacques Raymond onder contract ligt bij Philips. Er moet dus sowieso voor een andere naam gekozen worden. Maanden lang blijven de mensen en de media geloven dat Ray Mondo een Amerikaanse zanger is met een voortreffelijke stem. Zeker wanneer het nummer You’re so sympatico op single verschijnt, geschreven door Fred Coots en Lester O’Keefe en op het Cardinal Records label van Rocco Granata uitgebracht. De eerste januari van 1965 staat Jacques, volgens Het Belgisch Hitboek en Ultra Top, met die single op de achtste plaats in de Top Dertig. Hij had daarin twee jaar eerder al onder de naam Ray Mondo op de twintigste plaats genoteerd gestaan met de single Gloria. In 1965 zingt hij zich als Ray Mondo opnieuw in de kijker, deze keer met een song van Clarence Lucas Song of songs, volgens velen één van de mooiste nummers die hij ooit heeft ingeblikt. Er is ook de single That train die hij samen met het orkest van Tony Vess inblikt. In 1965 is er de elpee “Ray Mondo” met in het totaal twaalf liedjes waaronder zijn bekendste Engelstalige singles alsook Ich liebe dich, Just to be with you again, If I loved you en Gloria in Excelsis Deo. Na een geslaagde tournee in de Skandinavische landen, lukt het hem in Duitsland te gaan optreden in diverse televisieshows, onder andere “Am Klavier in Studio Vier”, een populaire televisieshow van 1966 tot en met 1967 door het ZDF uitgezonden met daarin als vaste gasten de orkesten van Paul Kühn en Max Greger,  en “Zu gast bei Max Greger”. Jacques nam met dat orkest ook enkele specials op waaronder een programma volledig gewijd aan het repertoire van Glenn Miller en een met uitsluitend Franse klassiekers. Als Ray Mondo brengt hij nog de single Hey there uit, gekoppeld aan een cover van de hit I will, in 1966 Jezebel met op de B-kant Your face, het jaar nadien It must be her van Gilbert Bécaud en om af te ronden Some day. In 1967 is het Ray Mondoverhaal uitverteld. Dat schisofreen spelletje tussen Jacques en Ray leidde alleen maar tot misverstanden wanneer hij in het buitenland voor een optreden werd geboekt. Intussen weet natuurlijk vriend en vijand dat Ray Mondo, Jacques Raymond heet, en verdwijnt hij uit het zicht van de hitlijsten. Nederlandstalig is hij intussen als Jacques Raymond blijven opnemen en zijn de singletjes Lusteloos, Slotakkoord, Klokkenmelodie, Oh Donna Clara, Je liegt en Juke Box twist de revue gepasseerd.

Ondertussen was Jacques Raymond wat liedjesfestivals betreft zowat een vaste waarde bij de VRT geworden. In 1968 staat hij samen met Lily Castel, Hugo Dellas, Nicole Josy en Ann Christy in het “Casino van Knokke” om deel te nemen aan de “Europabeker voor Zangvoordracht”,  een internationale zangwedstrijd waaraan gerenommeerde artiesten of artiesten in wording deelnemen. Dat jaar kunnen wij genieten van Marty Wilde, Wayne Fontana, Pino Donaggio, Jacques Germain enz… Het is de Belgische ploeg die met de eer en de bloemen aan de haal gaat.  Jacques schittert er met zijn  vertolking van Songs of love. De eerste maart 1969 staat Jacques nog eens in de Vlaamse Top Tien, dit keer met Sylvie, goed voor een zesde plaats. Hij is helemaal terug van weggeweest wanneer hij de vierde juli j 1970 op vier geparkeerd staat met het zuiderse El Sol, door hemzelf geschreven samen met Rudy De Witt en Rocco Granata, met op de B-kant Dans de baci-boem. De eerste augustus bereikt Jacques daarmee de drieëntwintigste plaats in de Top Dertig (bron Ultra Top en Het Belgisch Hitboek). Jacques heeft blijkbaar de juiste sfeer en keuze te pakken, want de eerste januari 1971 staat hij op drie, deze keer met het op het Pimslabel uitgebrachte Nina, geschreven door Bill Parkinson, een up-tempo quickstep met een wat bombastische tekst, gekoppeld aan het nummer Hannibal. In de Top dertig staat hij de dertiende februari met die single op plaats zeventien.

Door een (on)gelukkig toeval zien wij Jacques Raymond in 1971 opnieuw opduiken op het podium van het “Eurovisiesongfestival”, deze keer aan de zijde van Lily Castel en dat ter vervanging van Nicole en Hugo, maar daar hoort enige uitleg bij. Willy Van der Steen van Cardinal Records, waar Nicole en Hugo in 1971 een platendeal mee hadden gesloten, beslist voor hen een liedje in te zetten dat hij niet meteen van bij de start  van “Canzonissima” wil aanvoeren. De derde oktober 1970 is op tv “Canzonissima” gestart met elf kandidaten waaronder Kalinka, Johnny White en Johan Stollz. Deze strategie blijkt een gouden zet, want uiteindelijk, ook al zijn Ann  Christy en Johnny White sterke tegenkandidaten, winnen Nicole en Hugo met Goede morgen, morgen. Zij weten nog precies dat zij bij Paul Quintens thuis werden ontvangen en dat hij hun het nummer op de piano voorspeelde. Zij voelden meteen aan dat dit hét lied zou worden en  niet zij alleen. Louis Neefs was er ook meteen weg van, hij had trouwens Nicole en Hugo aangepord dit lied zeker niet links te laten liggen omdat hij het zelf één van de betere composities van Paul Quintens en Phil Van Cauwenbergh vond. De  derde april 1971 heeft de zestiende editie van het “Eurosongfestival” in het “Gaiety Theatre” in Dublin (Ierland) plaats, gepresenteerd door Bernadette Ni Gallchoir. Alsof de duivel ermee gemoeid is, wordt Nicole net voor hun vertrek ziek. Zij krijgt geelzucht en moet verstek laten gaan. Haar vader wil nog dat Hugo in zijn eentje  naar Dublin gaat en dat Nicole nakomt, maar de dokter vindt dit onverantwoord en weigert op die wens in te gaan! Uiteindelijk besluit de VRT Jacques Raymond en Lily Castel naar Ierland te sturen. Jacques vindt achteraf dat hij een beetje onder dwang werd gezet en geen andere keuze had dan ja te zeggen. Hij moest ook wat tegen zijn zin onder leiding van Anton Peters de choreografie van Nicole en Hugo instuderen. Moeite voor niets, want toen ze in Dublin aan de beurt waren, bleek de beschikbare podiumruimte  veel te klein en bleef hun choreografie beperkt tot een paar houterige bewegingen. Al bij al deden Lily en Jacques hun uiterste best. Zij eindigden met achtenzestig punten veertiende op een totaal van achttien deelnemers. Monaco wint met Sévérine en Un banc, un arbre, une rue.

Omdat Jacques in diverse talen kan zingen en vlot noten leest, wordt hij graag gevraagd door onze oosterburen. Begin jaren zeventig  loopt bij de ARD het populaire “Opas Hitparade” waarin Jacques in zo maar liefst tweeënvijftig afleveringen optreedt. Daarin worden liedjes opgediept uit de jaren dertig tot en met zestig. Het programma duurt slechts een half uur en wordt in de vroege vooravond regionaal uitgezonden tussen zes en zeven uur. Daarnaast werkt hij ook mee aan de reeks “Hitjournal”, geschoeid op dezelfde leest als “Opas Hitparade”, maar dan grootser aangepakt en met hier en daar ook internationale sterren.  Goede herinneringen bewaart Jacques vooral aan zijn optredens met onder andere Graham Bonney en Howard Carpendale, al moet hij er zich bij neerleggen dat de Duitse artiesten een hogere gage krijgen. Wegens persoonlijke omstandigheden kan Jacques zijn droom niet verwezenlijken in Duitsland te gaan wonen en daar een carrière uit te bouwen, maar op die persoonlijke troubles wil hij, ook na lang aandringen, niet verder ingaan.  Toch neemt hij in de loop van zijn verblijf in Duitsland acht singles op waaronder Träume ohne Tränen, Keine Freunde, Es ist so leicht dir treu zu sein, Ein kleiner Flirt en Ich sehe die Liebe in deinen Augen. Hij houdt aan zijn Duits avontuur uit die tijd tevens twee langspeelplaten over: “Tanztreff” uit 1977 en twee jaar later “Ich soll Sie vergessen”. Het is hard werken voor Jacques, want in de loop van de week zit hij vaak in Duitsland en in het weekend werkt hij hier zijn agenda af. Jacques is geen platenvedette, hij moet het steeds hebben van zijn live-optredens.

In 1972 neemt hij deel aan het  “Zangfestival van het Scheldelied” en wint met het door hemzelf geschreven Scheldestroom waarvoor hij de “Grote Prijs van de Stad Antwerpen” in ontvangst mag nemen. Hij staat ook op het palmares van de “Gouden Sirene”, een tornooi dat van 1969 tot en met 1976 in het “Casino van Middelkerke” wordt georganiseerd, bedoeld om het Belgische lied in ere te houden. Ieder jaar heeft er een Nederlandstalige en een Franstalige reeks plaats. In 1975 wint Vivi met Klatergoud, geschreven door Gerd Frank en Raymond Resmann, krijgt Will Ferdy de persprijs en gaat de prijs van het publiek naar Jacques Raymond voor zijn vertolking van het nummer Isabelle.

Intussen heeft zijn platenfirma ontdekt dat Jacques een pak meer singles verkoopt wanneer hij in het Engels zingt dan in het Nederlands. Geen wonder dat wanneer hij op televisie een aflevering van de Amerikaanse reeks “Love Boat” bekijkt, hij geraakt wordt door de kentune, gezongen door de Amerikaanse crooner Jack Jones. Jacques ziet wel wat in dit nummer, maar het is iets te kort om op single uit te brengen en dus gaat hij het bewerken. Hij stapt ermee naar zijn platenfirma, maar die ziet dat niet zitten en dus brengt Jacques het nummer in eigen beheer uit.  Eind januari 1982 staat hij met een softe discoversie van Love Boat in de Top Dertig. Omdat de reacties unaniem lovend zijn, brengt hij enkele maanden later een bewerking uit van Smile geschreven door Charlie Chaplin en scoort daarmee zelfs nog iets beter in die bewuste Top Dertig.  Hij blijft ook regelmatig in Duitsland optreden en wordt vanaf 1981 zowat de huiszanger van de big band van de Saarländischer Rundfunk. Hier beleeft hij de tijd van zijn  leven, want hij mag optreden aan de zijde van sterren als Peter Alexander, Mireille Mathieu, Freddy Quinn, Catherina Valente en haar broer Sylvio Francesco, Nana Mouskouri, Rex Gildo enz… Ook de Engelse diva Shirley Bassey heeft hem ontdekt en vraagt hem tot tweemaal toe op te treden in haar voorprogramma, een voorstel dat Jacques in dank aanvaardt.

Omdat zingen en live-optreden hem na aan het hart liggen, richt Jacques zijn eigen orkest op, het “J.R. Septet”. Wanneer Jan Theys voor Radio 1 zijn populair programma “De Tijd van Toen” presenteert, vraagt hij Jacques regelmatig om daarin zijn stem te laten horen. Intussen heeft hij ook kennis gemaakt met de Vlaamse zangeres Ingriani, in 1952 als Ingrid Van der Weken in Vrasene geboren. Zij nam deel aan het “Festival van het Nederlandstalige lied” en “Het Zangfestival van het Scheldelied” telkens met liedjes door Jacques geschreven. In 1974 scoort Ingriani een hit in de Vlaamse Top Tien met Tenerife, al worden de singles Mijn hart is een tuin in 1972 en Lady in 1975 nog beter onthaald. Na een tijdje gaan Jacques en Ingriani samen optreden. Het klikt zo goed tussen hen dat zij verliefd worden en in 1995 besluiten te trouwen. Van dan af zijn zij op het podium zo goed als onafscheidelijk. In 2004 staan zij samen op de affiche van “Houden Van” in het Antwerpse Sportpaleis waar zij de affiche delen met Liesbeth List, Willeke Alberti, Miek en Roel, De Vaganten, Johan Stollz en Bart van den Bossche en zijn zij iets later te zien in een gastrol in de soap “Familie” bij VTM. Hun samenzang is te horen op de albums “Samen” uit 2007 en “Op de Vlaamse Toer” met daarop veertien liedjes.

In 1996 wordt Jacques door de VRT gevraagd om de jury van “De Gouden Zeemeermin” voor te zitten met de bedoeling tijdens enkele live-uitzendingen vanuit het “Casino Kursaal van Knokke” een geschikte kandidaat te selecteren om deel te nemen aan het “Eurovisiesongfestival”. Er zijn vier preselecties, goed voor veertig kandidaten én een finale waarin Splinter tweede eindigt met Ik laat je nooit meer gaan en Lisa del Bo wint met Liefde is een kaartspel geschreven door John Terra.

De eerste februari 1997 viert Jacques zijn vijfendertigjarige carrière, uiteraard in het gezelschap van zijn echtgenote Ingriani en tal van muzikale collega’s. Hij leert Marc De Coen kennen die op de idee komt een aantal crooners uit de jaren vijftig en zestig bij mekaar te zetten, wellicht geïnspireerd door het succes van De Drie Tenoren (Carreras,Dominog en Pavarotti). Hij organiseert in  1999 een tournee met het trio “De Gouden Tenoren” bestaande uit Bob Benny, Jean Walter en Jacques Raymond. Om die tournee op gang te trekken, verschijnt er een single met daarop een medley van hun bekendste hits. In 2001 wordt Bob Benny vervangen door Johnny White. Drie jaar lang zullen zij met deze formule volle zalen lokken. In 1999 worden Jacques’ bekendste nummers verzameld op de cd “Het beste van Jacques Raymond” wat in 2002 nog eens wordt herhaald op het album “Jacques Raymond” in de reeks Diamond Collection.

In 2012 beslist Jacques om stilaan afscheid te nemen van zijn publiek. Hij plant tot en met 2014, het jaar dat hij vijfenzeventig wordt, een afscheidstournee onder de titel “Het Laatste Rondje”. Samen met zijn vrouw Ingriani, die veertien jaar jonger is dan hij, brengt hij een overzicht van zijn internationale carrière, daarbij geruggesteund door hun vaste begeleider Jean-Pierre Van Roye en de komische animator Jean Monnet. Van deze show brengt Jacques op vraag ook een kleinere versie samen met Ingriani en Jean-Pierre Van Roye. Tussendoor vertelt hij pittige anekdotes uit zijn vijfenvijftigjarige loopbaan. Zo treedt hij in 2013 onder andere op in het “CC De Ploter” in Ternat, in het “Cultureel Centrum” van Kuurne, in “Het Kusttheater” in Blankenberge en het “CC Den Tap” in Lendelede. Eind 2014 valt definitief het doek over een meer dan rijkgevulde carrière.

Donderdagavond de vierde februari 2016 wordt Waarom van Jacques Raymond tijdens een wervelende show in het Kursaal van Oostende opgenomen in “De Eregalerij” van Radio 2 en Sabam, een liedje op tekst van Wim Brabants en muziek van Hans Flower. De drieëntwintigste maart 1963 zong Jacques dit in het “BBC Television Centre” in Londen tijdens de achtste editie van het “Eurovisiesongfestival”. Waarom vindt Jacques nog altijd niet het meest toegankelijke dat hij ooit gezongen heeft, maar het is wel een liedje dat hem na al die jaren nog na aan het hart ligt. Waarom, dat reeds tijdens de eerste editie van “De Eregalerij” in 2000 werd genomineerd, werd in Oostende gezongen door het duo Mathieu en Guillaume.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2016 Daisy Lane & Marc Brillouet