Jelle Cleymans

Geplaatst in Artiesten

Het zal je maar overkomen dat je tegen Clara Cleymans mijn zus mag zeggen, tegen actrice Karin Jacobs, bekend van haar rol als Karen in “Wittekerke” en Paula in “Stille Waters”,  mijn moeder en tegen musicus Jan Cleymans mijn vader. Jelle komt uit een gul nest. Zowel papa als mama Cleymans waren enig kind en erfden de gewoonte vrijgevig met cadeautjes om te springen, geen grootse dingen, maar wel klein en fijn. In dit nest werd Jelle de achtste augustus 1985 geboren. Voordien waren zowel de ouders van papa als van mama al gescheiden, dus die warmte heeft hij wel van meet af aan moeten missen, al heeft dat gemis nooit echt sporen nagelaten, ook niet toen hij negentien werd en zijn ouders besloten dat hun relatie er op zat en elk zijn eigen weg ging.

Pa was gek van jazz en probeerde die liefde zoveel mogelijk aan zijn kinderen door te spelen vooral wanneer zij in de auto zaten, muziek van saxofonisten zoals Joshua Redman en The Brecker Brothers. Mama bleef trouw aan Radio 3, de latere Klarazender. Jelle zelf dweepte in zijn kindertijd met Bart Peeters. Hij sloeg haast geen enkele aflevering van “De Droomfabriek” over en was een trouwe fan toen Bart samen met The Radios de baan op ging, al begreep Jelle niet altijd wat zij in het Engels stonden te zingen. Het klonk in elk geval erg leuk. Als kind was hij ook gebiologeerd door alles wat met Kuifje te maken had en verzamelde zowat alles wat betaalbaar binnen zijn bereik lag, tot een dekbed toe. Zijn allereerste plaat die hij zelf kocht was toen hij twaalf was, een verzamelaar van de Britse popgroep Wet Wet Wet. Maar bij de aankoop van platen voerde jazz de boventoon met voorop funky namen als Maceo Parker, Horace Silver en Art Blakey. Een wat vreemde keuze voor een puber wiens vrienden in die tijd naar Studio Brussel en aanverwante zenders luisterden. Al die tijd leidde hij met zijn zus Clara een vredig bestaan. Af en toe werd er al eens gekibbeld, maar door de bank waren zij rustige, zeer brave kinderen. Toen Jelle zestien werd, heeft zijn moeder hem eigenhandig richting kroeg geleid zodat hij daar met zijn vrienden eens een pint zou gaan pakken, anders blééf hij thuis zitten. Clara trok naar het Lemmensinstituut waar zij als intern verbleef, dus haar onstuimige jaren heeft zij zeker niet samen met broer Jelle gedeeld. Op zijn negentiende gingen hun ouders dus uit elkaar, maar voor Jelle achteraf bekeken zeker geen triest moment. Hij voelde zich opgelucht dat zij uit elkaar gingen, hun wederzijdse behoeften lagen te ver uit mekaar en het bracht rust in huis. Mama maakte graag verre reizen, voor papa was een trip naar Spanje al een hele onderneming. Om maar één verschil aan te duiden. Intussen hebben zij beiden een nieuwe partner die hun veel beter ligt en voelen zijn ouders zich erg gelukkig en gaan nog steeds warm om met hun kinderen. Na die scheiding schreeuwde Jelle het wel van de daken dat eeuwige liefde en trouw niet bestond en ook nooit zal bestaan, al roept hij dat nu, zeker onder zachte dwang van zijn huidig lief, met de nodige nuances en zou het kunnen dat de eeuwige liefde er ook voor hem wel eens zou kunnen inzitten.

Omdat muziek Jelles ding is, gaat hij als kleuter naar “De Kleine Beer”, een school die zich duidelijk profileert op het domein van muzikale vorming in de Molenstraat in Antwerpen en komt daar drie jaar na elkaar terecht onder de veilige vleugels van juffrouw Sonia, die hij na al die jaren nog regelmatig ontmoet. Toen al merkte juf Sonia op dat Jelle goed kon zingen. Op zijn achtste stelt de arts bij Jelle een erge vorm van psoriasis vast, een chronische auto-immuunziekte met een versnelde deling van de hoorncellen in de opperhuid als gevolg, kortom schilfertjes en rode vlekken van kop tot teen. Als kind krijgt Jelle onder meer af te rekenen met een duidelijk zichtbare rode vlek op zijn aangezicht, iets dat zijn schoolkameraadjes als vies bestempelen, maar waarmee hij leert leven. Hij houdt er gelukkig geen complex aan over. Wel weet hij dat hij zich voor de rest van zijn leven met zalfjes zal moeten behelpen en dagelijkse medicatie. Regisseurs in Vlaanderen weten intussen ook dat zij aan Jelle niet hoeven te vragen of hij in ontbloot bovenlijf of in adamskostuum op de set wil verschijnen, want dan zal hij vriendelijk bedanken voor die rol.

Na zijn kleuterjaren trekt Jelle naar de “Silo Musica” in de Lange Ridderstraat in Antwerpen, een basisschool die vooral de klemtoon op muzikale vorming legt met daarbij veel zorg voor de totale persoonlijkheid van het kind in functie van zijn aanleg en interesse, met daarnaast ook aandacht voor vakken als taal en wiskunde. Hier leert Jelle vanaf het eerste leerjaar notenleer, vanaf het derde leerjaar moet iedereen blokfluit spelen. Ritmiek en leren correct zingen staat ook wekelijks op het programma. Vanaf het vijfde leerjaar mocht je als je dat wou aanvullend naar de muziekschool met dit voordeel dat de muziekschool naar jou toekwam, in de lokalen van de Silo Musica zelf, na de gewone lesuren. Het leuke hieraan was volgens Jelle dat zij muziekstukken instudeerden waarmee zij nadien uitpakten tijdens schoolconcerten die de kerst- en paasvakantie vooraf gingen en die georganiseerd werden op locaties zoals de handelsbeurs of in een of andere kerk. Vooral het samen musiceren, was leuk en ook dat de oudere leerlingen hun virtuositeit mochten etaleren. In het geval van Jelle was dat op de klarinet.

Intussen was de familie Cleymans verhuisd van Antwerpen naar de gemeente Walem in de buurt van Mechelen en moest Jelle voor zijn middelbare studies willens nillens een andere school kiezen. Gekozen wordt er voor het lyceum in de Caputsteenstraat in Mechelen waar op dat moment cultuur in het schoolprogramma niet voorop staat, voor Jelle een harde noot om te kraken en het is meteen aanpassen geblazen. Hij is gelukkig een goede leerling en kiest voor de richting latijn-moderne talen en zal zes jaar later zijn diploma met veel verve behalen. In het begin viel de tucht hem zwaar, maar achteraf bekeken is hij blij dat hij die leerschool met succes heeft mogen ervaren.  Hier leert hij van meet af aan met kritiek omgaan, in de pas lopen en orde op zaken stellen, iets dat voor hem als sloddervos zijnde een hele opgave bleek te zijn. Op het einde van zijn middelbare studies is Jelle compleet in de ban van het vak geschiedenis. Zijn leraar geschiedenis van toen wil hem in die richting duwen, maar het succes ligt bij de overgang van het vijfde naar het zesde al op de loer en Jelle moet voor een totaal andere richting kiezen, die van de showbizz en het amusement. Maar dat verhaal gaan we stap voor stap vertellen.

Acteren zit er voor hem al vroeg in. Deels omdat mama als actrice die theaterwereld goed kent, veel connecties heeft en het handig is om de zoon van… te vragen. Die jongen is namelijk heel aai- en kneedbaar, leert snel en voelt aan wat acteren is. Zo zien wij hem in de rol van de kleine Pieter in de soap “De Kotmadam”, mag hij de rosse spelen in “Lilli en Marleen” en flankeert hij Gaston Bergmans in één van zijn shows. Het gaat Jelle makkelijk af. Het wordt al wat ernstiger wanneer hij in 1997, hij is dan twaalf, gevraagd wordt om de rol van Gavroche te spelen in de Vlaamse versie van de schitterende musical “Les Misérables” aan de zijde van zijn zus Clara en met Hans Peter Janssens in de hoofdrol. Hier voelt Jelle dat hij voor de musical gemaakt is, dit genre ligt hem, hoe jong hij ook is. Hier mag hij niet alleen zingen, maar ook acteren en af en toe een beetje dansen, al zal hij daar nooit in uitblinken. Iets later is hij te horen in het programma “Voeten Vegen” bij Radio 1 en vraagt Rob Vanoudenhoven hem voor een aflevering van de “XII werken van Vanoudenhoven”. Iedereen krijgt het na een tijdje door dat Jelle voor vele karren te spannen is. In 1999 vraagt regisseur Filip Van Neyghem hem voor de rol van Steef in de verfilming van het boek “Blinker en de bakfietsbioscoop” van Marc De Bel. Jelle mag acteren aan de zijde van onder meer Warre Borgmans, Chris Lomme en Nathalie Meskens.

Het hek is pas echt van de dam wanneer hij in 2002 door Studio 100 wordt benaderd om mee te werken aan “Spring”, een jeugdserie uitgezonden op Ketnet. Die reeks gaat over een groep jongeren die in en rond dansschool Spring verblijven en die zichzelf en de wereld ontdekken. In de zomer van 2002 wordt met de opnames begonnen. Jelle speelt zes seizoenen lang de rol van Evert Van Bellum met voorts in die cast onder andere Herman Boets, Annemarie Picard, Kobe Van Herwegen en Timo Descamps. Bij de kinderen wordt deze reeks meteen een groot succes, zo groot dat de bedenkers Danny Verbiest, Hans Bourlon en Gert Verhulst beslissen de band Spring op te richten, platen te gaan opnemen en on tour te gaan. Alleen worden voor deze aanpak andere mensen gekozen: Jelle is muzikaal genoeg en mag blijven, geflankeerd door Anneleen Liègeois, Cara Van der Auwera en Dami Corlazzoli. Hans en Gert schrijven de teksten en Johan Vanden Eede levert de muziek. Hun eerste single Spring staat de dertiende maart 2003 acht weken na mekaar op één in de Ultra Top Vijftig en wordt met platina bekroond. De daaropvolgende single Jong staat de vijfde juni op één en is iets later goed voor goud. In het totaal zal Spring drie albums uitbrengen: “Spring”, “Vrije Val” en “Open je hart”. De ervaring die Jelle hier opdoet, is met geen euro’s  te betalen, al krijgt hij het op zijn  heupen wanneer Gert in 2004 besluit Spring in te zetten tijdens de preselecties van Eurosong. 360 artiesten schrijven zich in, 28 worden er geselecteerd. Die worden verdeeld over vier voorronden met daarin telkens zeven artiesten. Spring belandt in de derde voorronde met het liedje Jan Zonder Vrees en eindigen derde. Hun voorronde wordt gewonnen door Roxane met Television Game. Jelle zag die deelname van in het begin niet zitten. Voor Gert was het pure fun en voor Jelle pure ernst. Hij wilde niet geloven dat een groep die zich profileerde als een band voor jonge tieners thuishoorde op het podium van het Eurovosiesongfestival. Gelukkig slagen zij niet in de voorronde, waarmee het songfestivalverhaal van Jelle niet verteld is, want in 2005 en 2006 zal hij samen met Ilse Van Hoecke instaan voor de presentatie van “Eurokids”, iets waar hij nu met tegenzin op terugkijkt. Hij vindt zich nog steeds geen presentator, eerder een sidekick die liever achter de schermen commentaar levert over wat er reilt en zeilt dan zelf in de spots te staan.  Maar op Ketnet scoort Jelle groots: in 2004 en 2005 wordt hij door de jonge kijkers tijdens de uitreiking van de “Kids Awards” verkozen tot “Spetter” van het jaar.

Omdat hij graag zowat alle genres zingt en muziek niet al teveel in hokjes wil indelen, zingt hij in 2005 zijn eigen versie van Viva el amor die te horen is op de cd “Viva Tura”, de tweede augustus gereleaset naar aanleiding van Tura’s 65ste verjaardag.

Cleymans voelt zich behoorlijk in zijn sas wanneer hij in 2006 tijdens de mei-aflevering van “Zo is er maar Eén” op Eén zijn versie mag neerzetten van Welterusten meneer de president, een klassieker van Boudewijn de Groot. Het coveren van Nederlandstalige klassiekers zit hem dan al in het bloed. Gebeten door dit succes doet hij dat een jaar later nog eens over, zij het deze keer met Papa van Stef Bos.  Zijn uitvoering wordt diezelfde avond tot mooiste versie gekozen in de categorie “Over Mannen”. Datzelfde jaar mag Jelle plots een streepje volwassener worden, want hem wordt de rol aangeboden van Bert Gorissen in de bioscoopversie van “Windkracht 10, Koksijde Rescue”. Hier moet hij een tandje bijsteken, want hij mag opdraven aan de zijde van kleppers als Kevin Janssens, Veerle Baetens, Koen de Bouw en Warre Borgmans.  In de bioscoop wordt deze filmversie een absolute hoogvlieger dankzij de aanwezigheid van méér dan tweehonderdduizend bezoekers.

Zijn geluk kan niet meer stuk wanneer hij van de negentiende mei tot de zeventiende juni 2007 de hoofdrol krijgt voorgeschoteld in de musical “Kuifje-De Zonnetempel”. Eindelijk mag hij in de huid kruipen van zijn idool en zet, omdat hij Kuifje tot in de kleinste details aanvoelt, een méér dan geloofwaardige interpretatie neer die hem iets later de musicalprijs van beste mannelijke vertolker zal opleveren. Die wordt in samenwerking met Radio 2 de 24ste september uitgereikt in de “Zuiderkroon” in Antwerpen. Ook regisseur Frank Van Laecke valt in de prijzen. De muziek is van de hand van Dirk Brossé en het script van de Nederlandse cabaretier Seith Gaaikema. In het totaal zullen méér dan tweehonderdvijftigduizend bezoekers de kassa passeren.

De wind zit Jelle méér dan voordelig in de zeilen. Bij de aanvang van 2008 speelt hij op zeker wanneer hij ja zegt tegen het aanbod de rol van Jens te vertolken in de Eén soap “Thuis”. Hij weet dat hij hier niet echt zal doorgroeien als acteur, maar hij kan stilaan het Ketnetjuk van zich afschudden samen met zijn Studio 100-imago en werken naar een meer volwassen publiek toe, want in zijn achterhoofd bruist de idee om eindelijk zijn eerste solo album in te blikken, muzikaal eindelijk zijn eigen ding te doen. Omdat hij over geen eendagsijs wil lopen, trekt hij voorzichtig met zijn moeder naar het theater. Die schrijft al een tijdje gedichten waarvan Jelle een deel op muziek zet. Kindergedichten die uitmonden in de boeken en theaterproducties  ”Op een surfplank naar de maan” en “Foetsie” en die op het platenlabel van het Davidsfonds eveneens op cd te verkrijgen zijn.

Toch knoopt Jelle zijn relatie met Studio 100 opnieuw aan omdat hij vriendelijk en beleefd, zonder rancune dus na zijn eerder afhaken, gevraagd wordt voor de rol van Jan de Meeter in de musicalversie van “Daens” op tekst van Allard Blom, muziek van Dirk Brossé en in een regie van Frank Van Laecke. De zware kanonnen worden bovengehaald met in de cast grote namen als Lucas Van den Eynde in de rol van priester Daens, Jo de Meyere als bisschop Stillemans en Annie Mie Gils als Nora Scholiers. De vierde oktober 2008 gaat de première van start in het voormalige postgebouw van Antwerpen X. Pas de achtste februari 2009 heeft de laatste voorstelling plaats. Dit maakt dat met zo’n tweehonderdduizend bezoekers “Daens” op de tweede plaats eindigt na de Vlaamse musicalversies van “Les Misérables” en “The Phantom of The Opera”.

Intussen blijft Jelle knutselen en frutselen aan wat zijn eerste volwaardige cd moet worden, maar hij wil vooraf nog wat extra ervaring opdoen in het theater vooraleer hij met zijn eigen liedjes naar het publiek durft te stappen. Jelle gaat in het voorjaar van 2010 door Vlaanderen toeren met de theatershow “Kleinkunsteiland”, een productie van Aja, met eveneens aan boord Lucas Van den Eynde, Jackobond en Maggie McNeal. Twee mannen en twee vrouwen brengen een totaalprogramma met daarin een waaier van muzikale en tekstuele pareltjes, kortom humor als kleinkunst, met liedjes van Toon Hermans, De Nieuwe Snaar, Kommilfoo en Wim Sonneveld. Het publiek lust er pap van!

Jelle is van zovele markten thuis dat hij de 23ste april de affiche siert van “Houden Van/Griffelrock”. Samen met hem staan die dag Micha Marah, Liliane Saint-Pierre, Peter Schaap, Bart Kaëll, Nicole en Hugo, Vader Abraham en Luc Appermont op het podium van het Sportpaleis in Antwerpen. Die show is zo’n succes dat er een extra voorstelling in de voormiddag wordt ingelast.

Jelle is artistiek zo goed op dreef dat hij het aandurft zijn eerste eigen album te lanceren en dat wordt voor hem een datum om nooit meer te vergeten, de zeventiende september 2010. Wij mogen gelijk in zijn privéwereld kijken, want als titel kiest hij voor het recht voor de raapse “Naakt doe ik de afwas”. Niet alleen zijn zus Clara vertelt zonder blikken of blozen dat zij er geen moeite mee heeft in haar blootje te acteren, al beperkt Jelle zijn naaktheid  tot de kuise, huiselijke kring. Met de single Naakt doe ik de afwas, waarvoor Jelle graag in zijn pen is gekropen, scoort hij de negentiende juni 2010 een derde plaats in de Vlaamse Top Tien. In de VRT Top Dertig zit er een elfde plaats in. Hoe graag hij ook covert tijdens zijn vele live optredens des te meer  hij erop staat voor dit album alles in zijn eentje te schrijven, zowel de tekst als de muziek. Hij gaat opnemen in de Sandlane Recording Facilities, een moderne studio in het Nederlandse Rijen. Muzikale steun krijgt hij in deze van toetsenist Florejan Verschueren, gitarist David Middelhoff, drummer Joost Kroon en saxofonist en klarinettist Jan “Papa” Cleymans. Manager van dienst Wim Schuer kijkt vanaf de zijlijn toe en ziet dat het goed is. In zijn voorwoord dat bij het plaatje hoort, schrijft Jelle fier: “Dit is de droom die je wil dromen ‘s nachts. Dit is mijn plaatje!” Ook al zit hun driejarige relatie er op, toch draagt Jelle deze cd op aan zijn voormalige vriendin Katrien De Bruyn. Op dit album hoor je overduidelijk dat Bart Peeters en zelfs Robert Long, zij deze laatste vaag in de verte, aanwezig zijn en hun sporen hebben nagelaten. Jelle geeft grif toe dat hij duidelijk nog op zoek is naar een eigen stijl, maar dat hij koppig heeft doorgezet om een album neer te zetten waar hij honderd procent achterstaat. Hij brengt het uit op zijn eigen label Mannen op de Maan zodat hij aan geen enkele firma toegevingen hoeft te doen, niet bewust naar een hitje hoeft toe te schrijven. “Al koopt geen kat het, ik ben blij dat ik dit plaatje heb kunnen afleveren” beweert hij met de nodige overtuiging. Omdat Jelle zijn liedjes aan de man wil brengen, koppelt hij aan dit album gelijk een theatertournee. De zeventiende september 2010 heeft in het Cultureel Centrum “‘t Aambeeld” in Aartselaar de première plaats. In de pers lezen wij de dag nadien: “Jelle swingt. Jelle popt. Jelle rockt. Jelle is ingetogen. “Als een soort hulde aan zijn vader die hem niet alleen op de plaat, maar ook live begeleidt, draagt hij die avond het liedje Papa, ik lijk steeds meer op jou op. Intussen wordt op de radio zijn singeltje Naakt doe ik de afwas met graagte gedraaid. Hij vertelt die première-avond aan zijn publiek ook dat hij vijf jaar lang aan het album heeft geschreven en vooral veel heeft geschrapt. Voortdurend twijfelend of hij wel de goede drive en groove te pakken had. Die avond bewijst hij in elk geval van wel!

Van de zevende april tot de vijftiende mei 2011 duikt Jelle opnieuw het theater in, deze keer met de musicalversie van “Tien kleine negertjes” gebaseerd op de gelijknamige thriller van Agatha Christie in een regie van Bruno Van Heystraeten. Plaats van actie “Het Fakkeltheater” in Antwerpen met aan zijn zijde: Jan Schepens, Door Van Boeckel en An Vanderstighelen. Van de vijftiende tot en met de dertigste december van dat jaar mag hij deel uitmaken van een uniek gebeuren. Hij staat samen met zijn zus Clara en met zijn moeder Karin Jacobs op de planken van de “Stadsschouwburg van Antwerpen” te glunderen in de musical “Fiddler on the Roof”. Lucas Van den Eynde mag schitteren in de rol van Tevje.

Zijn relatie met Studio 100 blaast hij nog maar eens nieuw leven in wanneer hij de eerste april 2012 opduikt in de musical “Robin Hood” en dat geflankeerd door onder meer Free Souffriau, Koen Crucke, Walter Baele en Patrick Onzia. Schitterende decors, mooie kostuums en prachtige muziek maken er een heuse familiehappening van. Afgetrapt wordt er in de “Stadsschouwburg van Antwerpen” om nadien op te treden in het “Kursaal van Oostende” en de “Grenslandhallen” in Hasselt. Samen met zijn zogeheten bloedbroeder Jonas Van Geel, met wie hij jaren eerder de covergroep Mannen op de Baan had opgericht, beslist hij die formule op te poetsen, hun repertoire aan te passen en op stap te gaan als Cleymans en Van Geel. Met veel schwung brengen zij covers aan de man die in heel Vlaanderen gesmaakt worden. Hun eigenzinnige interpretaties van onsterfelijke Nederlandstalige hits zet de zaal meteen in lichterlaaie. Klassiekers van Clouseau, Frank Boeijen, Borsato, Rob de Nijs en Raymond van het Groenewoud passeren in deze de feestelijke revue, aangevuld met spitsvondige interacties door de heren Jelle en Jonas. Zij beloven in hun bijgaande folder dat het dak er sowieso af gaat!

De achtste februari 2013 wordt Jelles tweede kind geboren, zijn album “Welk oog en hoeveel tranen?”, een gevleugelde uitspraak van actrice Ann Petersen als reactie op de vraag van een regisseur of zij in een volgende scene niet kan huilen. Deze keer draagt Jelle het album op aan zijn moeder Karin Jacobs. Hij schrijft: “De mooiste verhalen zijn diegene die zweven tussen waarheid en fictie. Verhalen die door het enthousiasme van hun vertellers zo werden aangedikt, dat niemand de oorspronkelijke versie nog kent. Verhalen die hun leven leiden zoals een boekhouder dat in een tarzanvel zou doen. Dit geldt ook voor de anekdote rond wijlen Ann Petersen. Niemand die nog weet hoe het precies is gegaan en toch blijft iedereen het vertellen. Ik hou daarvan”. Ook deze keer schrijft Jelle alle teksten en bijhorende muziek, behalve het liedje Toyota Camry dat hij van Paolo Conte leent. Nu wordt er opgenomen in AudioWorkx Recording Studio in Hoogeloon. David Middelhoff mag voor de arrangementen zorgen. Als muzikanten draven op: PieterJan Cramer van den Bogaart, Joost Kesselaar, Carlo Mertens, Nico Schepers, Martijn Bosman, Frank Deruyter en uiteraard Jan “Papa” Cleymans. Tijdens de editie van “Radio 2 Zomerhit” 2013 krijgt hij de award van “Beste Nederlandstalig lied” van dat jaar voor de single Welk oog en hoeveel tranen?, een bluesy ballad waarin Jelle flirt met de Nederlandstalige schlager, de grootmeester André Hazes waardig. Jelle stond met de singleversie de tweede maart 2013 niet voor niets op één in de Vlaamse Top Tien. In de VRT Top Dertig geraakt hij de drieëntwintigste maart tot op de negentiende plek. In 2014 trekt hij van Vlezenbeek over Malle tot in Kontich met de akoestische versie van zijn erg gesmaakte theatershow “Welk oog en hoeveel tranen?” en blijft soaplievend Vlaanderen hondstrouw dagelijks charmeren in zijn onafscheidelijke soap “Thuis”.

Naar aanleiding van de herdenking van “De Groote Oorlog” in 2014 zetten Studio 100 en Telenet de spektakelmusical “14-18″ op het getouw in een regie van Frank Van Laecke op muziek van Dirk Brossé. De hoofdrollen zijn weggelegd voor onder meer Free Souffriau, Jo De Meyere, Mike Verdrengh én Jelle Cleymans. De première heeft plaats op 20 april in de “Nekkerhal” in Mechelen. De cast mag zich uitleven op een speelvak van 18.000 vierkante meter. Deze productie mag rekenen op een enorme belangstelling! In het totaal hebben er 173 voorstellingen plaats.

In de loop van de maand juni 2015 brengt Jelle het door hemzelf geschreven nummer Kevin Janssens niet op single uit. De twintigste juni staat hij daarmee op zestien genoteerd in de Vlaamse Top 50.

Van vrijdag eenentwintig augustus tot en met zondag vijf september treedt Jelle Cleymans in de “Festivalhal Donkmeer” te Berlare op aan de zijde van Hans Peter Janssens en Peter Van de Velde in “The Story of Sacco & Vanzetti”, een aangrijpende musical over twee Italianen die naar Amerika emigreren in de hoop op een beter leven. Maar hun droom blijkt een luchtbel en eindigt op dramatische wijze. Een waargebeurd verhaal dat leidde tot wereldwijde protesten. De muziek is van de hand van Dirk Brossé naar een secenario van Allard Blom in een regie van Frank Van Laecke. De makers willen met deze musical duidelijk de gevoelens en emoties in beeld brengen. Het verhaal is een smeltkroes van allerlei thema’s zoals verrechtsing, manipulatie, onrecht, macht, doodstraf, idealisme. Thema’s die tot op de dag van vandaag in onze maatschappij zeer actueel zijn. In het totaal staan van deze musical twaalf opvoeringen gepland.

De achtste augustus 2015 wordt Jelle dertig. Tijd om zich wat te bezinnen, eens om te kijken. Hij schrijft een rist liedjes die hij inblikt in de “AudioWorkx Studio” te Hoogeloon en de “Markenbinnenstudio’s” te Retie. De tiende oktober zet hij zijn derde album “Napoleon XXIII” in de markt. Napoleon XXIII is een twijfelaar. Nochtans is hij vastberaden geboren. Volgens zijn moeder zelfs met een helm op zijn kop. De twijfel moet er dus geruisloos ingeslopen zijn. En het wordt erger. Hoe meer toeren rond de zon, hoe meer vragen hij zich stelt. Heeft het leven hem al goed bediend? En bediende hij het leven wel genoeg? Wat moet een mens in godsnaam met “sleur”? En waarom schrijft die dekselse Jozefien nu niet terug? Maar hij sust zich met de gedachte dat vragen stellen gezond is en alleszins niet schadelijk voor de bloeddruk. Of toch? Twijfel. De titels spreken voor zich: Verlaat me nooit, Die zus van mij, Hoedster voor mijn hart Jelle heeft iets met bloot, want na Naakt doe ik de afwas, is er deze keer het onthullende Naakt ben je mooier dan je moeder. “Napoleon XXIII” is ook de titel van de tournee waarmee hij naar het theater trekt, daarbij begeleid door pianist Alano Gruarin, gitarist Patrick Steenaerts, bassist Peter Verhaegen, drummer Philippe Kerkhofs en saxofonist Jan “papa” Cleymans.

Triest nieuws voor de fans van Thuis op Eén. De tiende november 2015 laat Jelle uitgebreid aan de pers weten dat hij stopt met zijn rol als Jens van Frens. Hij stapt na acht jaar uit de serie: “Ik had het gevoel dat ik te hard bezig was met gewoon mijn job te doen. Op zich is daar niks mis mee, maar soms mag het ook iets meer zijn.” Jelle was drieëntwintig toen hij ermee begon. “Intussen ben ik een totaal ander iemand. Ik had almaar meer de indruk dat ik steeds minder kon bijleren op de set. Opstappen is dan een logische beslissing“. Jelle vertelt ons ook dat hij dolgraag een Vlaamse versie wil neerzetten van de Nederlandse talkshow “De Wereld Draait Door”. “Ik heb de juiste aanpak kant en klaar in mijn hoofd zitten, maar die hou ik nog even voor mezelf!

Met het oog op onze Vlaamse feestdag op 11 juli 2017 schreef Jelle Cleymans voor Radio 2 en “Vlaanderen Feest” een vrolijk, aanstekelijk lied met de voor de hand liggende titel Vlaanderen feest in een productie van Wouter Berlaen.   “Ik vond het erg fijn om te doen. Het was mijn bedoeling om een meezinger te schrijven waarin Vlaanderen in al zijn facetten aan bod komt”, aldus Jelle. En daar hoort ook een clip bij waarvoor Cleymans naar enkele bekende plaatsen in Vlaanderen, zoals Antwerpen, Knokke en De Muur van Geraardsbergen trok. Enthousiaste omstaanders die zin hadden om mee te dansen en te zingen, duiken op in deze aanstekelijke clip. Vanaf donderdag de 15de juni was het nummer digitaal verkrijgbaar en te beluisteren op radio2.be

Vanaf de 28ste september tot eind december 2017 trekt Jelle Cleymans naar het theater met “Zing-vecht-huil-bid-lach-werk en bewonder”, een hommage aan Ramses Shaffy. Hij wordt daarbij vocaal omringd door Bert Verbeke, Riet Muylaerts en Della Bosiers en instrumentaal begeleid door een trio onder leiding van Dirk Schruers die tevens de jazzy arrangementen schreef, die het geheel een aparte touch meegeven en de teksten extra tot hun recht doen komen.  De avond is één lange gezongen biografie, want Shaffy schreef heel wat liedjes over zijn eigen leven. Normaal zou ook Liesbeth List optreden, maar zij werd in laatste instantie (wegens dementie) door Della Bosiers vervangen. Uiteraard passeren de klassiekers Shaffy, Laat me, We zullen doorgaan en de Pastorale de revue.

De 27ste december 2017 wijdde Lieven Van Gils een ganse uitzending van “Van Gils & gasten” aan 20 jaar Ketnet met onder meer als gasten Samson en Gert, ex-wrapster Ilse Van Hoecke en de toenmalige lievelingsband van Steven Van Herreweghe, Spring, met daarin Damian Corlazzoli, Cara Van der Auwera en Jelle Cleymans. De 29ste en 30ste november en de 4de en 5de december vierde Ketnet zijn 20-jarig bestaan tijdens Throwback Thursday in het Sportpaleis van Antwerpen waar onder andere Spring eenmalig optrad.

Van 3 tot en met 15 april 2018 is Jelle te zien in de musical “Zoo of life” in een regie van Luc Stevens. De musical is een organisatie van de zoo van Antwerpen. In de persmap lezen we: “Laat je onderdompelen in dit ontroerende, passievolle en magische musicalspektakel voor en door de fans van de zoo. Spectaculaire decors, prachtige kostuums en een liveorkest in de nieuwe Koningin Elizabethzaal. Je wil het niet missen. Het zal je hart verwarmen.” Naast Jelle kan je ook genieten van de stemmen en het acteertalent van onder anderen Janine Bisschops, Sandrine, Barbara Dex, Peter Thyssen en Nele Goossens. De muziek werd geschreven door Sam Gevers.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2017 Daisy Lane & Marc Brillouet