Kris De Bruyne

Geplaatst in Artiesten

Als we surfen naar de site van het Belgisch Pop en Rock Archief en daar Kris De Bruyne aanklikken, dan lezen we dat hij een van Vlaanderens meest getalenteerde singer-songwriters is. Kris is ook de allereerste singer-songwriter die voluit keihard elektrisch is gegaan. Dit werd later bevestigd door collega’s zoals o.a. Jean-Marie Aerts en Luc De Vos, waarover straks méér wordt verteld. In haar masterproef “De toe-eigening van de rockmuziek in België tijdens de jaren zestig” stelt Marieke Vangheluwe: “Begin jaren zeventig vonden rockmuziek en kleinkunst elkaar in artiesten zoals Raymond van het Groenewoud, Kris De Bruyne en Johan Verminnen. Ze brachten een nieuw genre naar voren en ze hadden, net zoals de kleinkunstenaars voor hen, het gevoel dat wat ze deden het waard was om gebracht te worden. Ook Kris De Bruyne en Johan Verminnen getuigden van zelfvertrouwen, ze wilden immers breken met de regels van de kleinkunst en daarvoor was lef nodig. Lamp, Lazerus & Kris brachten een nieuw rockgeluid, maar daar was Vlaanderen nog niet helemaal klaar voor. Ze behaalden wel een toptienhit, maar hun elpee flopte. Toen Kris later solo ging, bleek zijn muziek beter aan te slaan. Verminnens muziek was een stuk rustiger, maar toch brak ook hij met de kleinkunst, door met elektrische versterking te gaan spelen. Deze drie artiesten bleken te weten wat ze wilden en probeerden zich zo weinig mogelijk door andere factoren te laten beïnvloeden. Dat getuigde al meteen van zelfvertrouwen.

Die aparte en vooral in zijn tijd daardoor in het oog springende Kris De Bruyne werd de twintigste maart 1950 in Antwerpen als vijfde kind in een gezin van zeven geboren, afwisselend jongen, meisje, jongen, meisje, jongen, meisje, jongen… Vader, Arthur De Bruyne, geboren de veertiende maart 1912, was onderwijzer die als pure hobby geschiedenisboeken schreef, gespecialiseerd in de Eerste en de Tweede Wereldoorlog en de repressie, en tevens journalist van “De Standaard” en “Gazet van Antwerpen”. Diens vader Emiel was harmoniecomponist en dirigent in het Kruibeekse Waasland en het Hollandse Gouda. En twee andere broers van Arthur, Juul en Albert, waren pianisten, componisten en organisten. Moeder De Bruyne was ook muzikaal, zij speelde graag piano. Daarover vertelt Kris ons: “Wat onze beide ouders ons hebben doorgegeven in vrijheid aan expressie, dat was van onschatbare waarde. We werden opgevoed in een klimaat van artistieke expressie, in literatuur, plastische kunst en muziek. Zo rijpten onze emoties haast vanzelfsprekend en kregen ze vorm. We leren van mekaar, vaak zelfs zonder woorden. Als kleuter al lag ik altijd, omdat ik zo slecht de slaap kon vatten, luidop verzonnen melodieën te zingen in bed. Ik denk dat daar mijn eigen planeet van klank en melodie is ontsprongen.” Aan tafel werd ten huize van De Bruyne dan ook nooit over koetjes en kalfjes gepraat, de gesprekken moesten karakter en inhoud hebben, ook wanneer de ooms en tantes op bezoek kwamen. Vader Arthur was een erudiet talent, maar hij moest vroeg gaan werken omdat zijn vader erg ziek was en er moest brood op de plank komen voor het kroostrijke gezin. Hij had intussen in zijn Kruibeke een meisje leren kennen, dat zo verliefd op hem was dat ze acht jaar lang op hem heeft gewacht vooraleer ze in het huwelijk konden treden en haar man zijn diploma van onderwijzer op zak had. Ten huize van De Bruyne in Mortsel heerste discipline en werden de kinderen devoot en katholiek opgevoed. Er waren strenge gezinsspelregels die gevolgd moesten worden. Met negen in een klein huis, is immers geen sinecure. Wat Kris aan zijn jeugd onder meer ook heeft overgehouden, is zijn liefde voor literatuur. Hij las aan de strekkende meter: Johan Fabricius, Willem Elsschot, Klaus Mann, Simon Carmiggelt, Jeroen Brouwers, tot en met Isaac Bashevis Singer, Charles Bukowski, Jerzy Kosinsky, Konstantin Paustovski…  “Veel van mijn songteksten vonden hun inspiratie in de boeken van vernoemde heren schrijvers!”, aldus Kris.

Kris is acht wanneer hij op de muziekacademie in Mortsel, net als zijn oudere broer Koen, notenleer en piano gaat volgen. Hier leert hij de opgelegde etudes van o.a. de Oostenrijkse componist Carl Czerny en tijdgenoten in de vingers krijgen. Hij geraakt verknocht aan de piano en aan de muziek van componisten als Franz Liszt en Jean Sibelius. Thuis stond in de voorkamer naast een buffetpiano ook een Dual-platenspeler. Daarop draaide Kris zijn eerste gekochte elpees, vooral klassieke platen met muziek van Bach en Sibelius en bluesmuziek van o.a. John Lee Hooker en Jackson C. Frank. Naast de piano geraakt hij door te luisteren naar de muziek van Woody Guthrie en Robert Johnson in de ban van de gitaar. Om dus een gitaar te kunnen kopen gaat hij tijdens de zomervakantie van 1964 twee maanden werken aan de Antwerpse dokken. Hij is dan nog maar veertien. In september 1964 schaft hij zich zijn eerste gitaar aan, kostprijs : zesduizend oude Belgische frank. Niet zo voor de hand liggend voor een jongen die vanaf het derde studiejaar aan het strenge Xaveriuscollege te Borgerhout bij de jezuïeten studeert, met een spartaanse educatie die hem voor de rest van zijn leven zal tekenen. Kris zegt nog steeds dat ze toen ’de onschuld uit zijn persoon hebben gerukt en schuld in de plaats hebben gezet’. Dat, en zijn katholiek-strenge opvoeding, maakte van hem stilaan een rebel die hij in sommige van zijn songs is gebleven.

Kris wordt bij de jezuïeten in zijn voorlaatste jaar lager middelbaar wegens onbuigzaam gedrag aan de deur gezet en gaat vervolgens naar het Sint-Norbertus-college in Antwerpen. Hier houdt hij zich gedeisd, want hij heeft met zijn vader afgesproken dat wanneer hij slaagt, hij naar het Sint-Lukasinstituut in Brussel mag, op kot nog wel. Tussen 1965 en 1966 treedt Kris regelmatig op in de klas, in de jeugdclubs en later in Antwerpse bruine kroegen, o.a. in het voorprogramma van Derroll Adams, met songs van Big Bill Broonzy, John Lee Hooker, Woody Guthrie én schoorvoetend met eigen Engelstalige en Nederlandstalige songs. Kris slaagt met glans in het Sint-Norbertus en mag dus op kot en naar Sint-Lukas. Daar zit hij dan als jonge knaap, vogelvrij, en bepaalt zijn eigen leven en toekomst.

Aan het Sint–Lukas volgt hij de afdeling plastische kunsten en grafiek, niveau A2. Hij zal niveau A1 wel aanvatten, maar niet afronden, want hij heeft dan al zijn eerste gouden plaat op zak. In zijn naschoolse tijd is Kris al volop met muziek bezig. Het toeval steekt een handje toe. Hij behaalt in 1968 de tweede prijs tijdens het “Skifflefestival van Hove”. Hij zingt daar onder meer een satirische bluesversie van het kinderliedje Klein Klein Kleuterke. Hij geraakt door de eerste selectie, maar moet dan uitpakken met twee andere liedjes. Die heeft hij niet, en dankzij de steun van jurylid Wannes Van de Velde mag Kris tot en met de finale onder meer zijn Kleuterke blijven zingen. De tweede prijs houdt in dat De Bruyne op het Cardinal-label van Rocco Granata zijn eerste single mag opnemen. Tijdens de opname van Kleuterke wordt Kris op bongo’s en wastrommeldozen begeleid door Luk Marynissen, zo simpel is dat. Als B-kant wordt gekozen voor De Lustmoordenaar - gecensureerd door de radio-omroepen - dat Kris samen met Dirk Verhaegen had geschreven. Tijdens diverse gesprekken nadien in de kantine van Sint-Lukas leert Kris, Guido Van Hellemont en Wim Bulens kennen. Hij komt te weten dat ze het duo “Lamp & Lazerus” vormen en voor zij het weten is het trio “Lamp, Lazerus & Kris” een feit. Ze tekenen een platenkontract bij Vogue International en nemen een complete elpee op met als producer Roland Verlooven en geluidstechnicus Paul Leponce, die zelfs al opnamen had gemaakt van Big Bill Broonzy! In alle LL&K-songs klinkt de ironie van het moment door. Kris hanteert hier de omgangstaal die er toen in zijn studentenmilieu werd gesproken. De Peulschil en De Onverbiddelijke Zoener werden meteen tophits. Omroep Brabant verzocht LL&K om een zaterdagse wekelijkse satirische radioshow in mekaar te steken, genaamd “De Peulschil”. LL&K schreven de scenario’s en waren tevens de stemacteurs ervan. Chris Van den Durpel zal in de jaren tachtig De Peulschil nog eens gebruiken als begintune voor het BRT-tv Jeugdprogramma. Maar na drie à vier jaar toeren in Vlaanderen én in Nederland, en een succesvolle elpee, houdt Kris het in deze combinatie voor bekeken.

Want De Bruyne wil weg uit het verstikkende parochiale kleinkunstmilieu, hij wil songs schrijven ’waarin iets gebeurt’, met meer inhoud, en gaat solo, wat in 1973 op het Vogue-label uitmondt in de titelloze debuutelpee met zijn toenmalige band: Mich Verbelen, Raymond van het Groenewoud, Firmin Michiels en Eddy Verdonck en Jan De Wilde als special guest op akoestische gitaar. We tellen tien liedjes waaronder Tangebeek Bos, Lied van de Lafaard, Het Tractaat en Grote Japie. Het werd wel een plaat zoals Kris ze op dat moment wou: loeiend hard en met woeste teksten. Hij kreeg de volle laag van pers en publiek, want dit soort muziek was ’totaal ongehoord’. Zowel tekst als muziek werden de grond in geboord. Het album wordt commercieel gezien een buitengewone flop, en wordt na vier weken uit de handel gehaald en vernietigd door de platenfirma. Tegenwoordig wordt dit album algemeen erkend als de allereerste Nederlandstalige rockplaat. Jean-Marie Aerts, producer van o.a. TC Matic, De Kreuners, Arno, Jo Lemaire, Absynth Minded, Urban Dance Squad, Gorki enz… zegt nog steeds heden ten dage dat met Kris’ eigenzinnige album de elektriciteit echt is uitgevonden in ons land.

Live doet De Bruyne zijn naam echter alle eer aan zoals we de vijftiende november in “Humo” lezen: “Hij kan het. We hebben in de Beursschouwburg eindelijk een écht concert meegemaakt, met een échte groep, die échte muziek maakte. Het was hartverwarmend in één avond een streep te zien trekken onder jaren Vlaams geklungel, en door de rekening van al die meelopers, na-apers en twijfelaars die het zo nodig vinden zich via muziek weetjewel te uiten. Wat Kris De Bruyne en zijn rotgetalenteerde groep (Mich Verbelen, Firmin Michiels, Raymond van het Groenewoud en Eddy Verdonck én een levend strijkkwartet) woensdagavond lieten horen en zien, was af. Daarom deze kreet: laat het niet bij deze ene keer blijven. Ga naar Kris De Bruyne kijken als hij in je buurt optreedt.” In “De Spectator” lazen we al iets eerder: “Zoals hij reeds op het festival van Affligem liet horen, bewees Kris De Bruyne nogmaals dat hij de meest prominente zanger is van het Vlaamse popfront. Hij heeft onbewuste présence, gesteund door de sterke opbouw en de teksten van zijn liedjes, die uitstekend begeleid worden door de mensen van zijn groep.”  In het bijbehorende boekje bij de cd-box “Kris De Bruyne 40 jaar Songs” schrijft Dirk Fryns daarover: “Uit die eerste nummers al kwam Kris tevoorschijn als een erg gevoelige, kwetsbare jongen. In de praktijk wilde zijn gedrag dat wel eens tegenspreken. Als zijn karakter weer eens opspeelde of iets indruiste tegen zijn rechtvaardigheidsgevoel, kon hij niets of niemand ontziend uit de bol gaan. Hij kon opvliegend zijn, een “rebel without a cause”. Van de andere kant maakten die uitbarstingen zijn présence op het podium ook geloofwaardig bij zijn steeds talrijker wordende publiek. Het kan geen kwaad voor een oprecht artiest te zingen vanuit zijn ontevredenheid, een zekere opstandigheid, ja zelfs ongeveinsde toorn. Dood aan alles wat voos en vals is! Engagement, een woord dat je niet ijdel gebruikte.”

Wanneer Raymond van het Groenewoud de band van Johan Verminnen verlaat om toe te treden tot de band van Kris, neemt Koen daar diens plaats in. Iets later gaat hij met broer Kris samenwerken en beslissen zij in samenwerking met studio “Madeleine & Mad Music” in Brussel de tweede soloplaat van Kris in eigen beheer op te nemen. Koen, een meester-concertpianist met een conservatoriumdiploma, eerste pianist bij het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen en docent aan het conservatorium van Antwerpen, na wie Kris enorm opkijkt. Op weg naar het conservatorium wordt hij op een dag aangereden door een tram. Hij ligt enkele dagen in coma, moet een tijd lang herstellen en beslist dan plotseling – vanuit het niets – zijn werk als concertpianist en docent de rug toe te keren. Hij koopt een heus draagbaar houten kerkorgel, met voetpedalen en al, gaat zich toeleggen op jazz en koopt daarbovenop een elektrische Fender Rhodes-piano. Gelukkig voor hen komen die opnamen de directie van Philips ter ore, meer bepaald die van Paul Moens, toonaangevende talentscout, die beslist het album in hun platenstal Philips uit te brengen. In 1975 verschijnt de elpee Ook voor Jou. Dat album verkoopt uitstekend en wordt goud, vooral dankzij de drie prachtige songs Vilvoorde City, ’s Nachts als het donker is, en Amsterdam dat in 2001 en in 2003 al werd genomineerd in de “Eregalerij”. Vrijdag de negende november 2007 wordt Amsterdam in het “Casino Kursaal van Oostende” definitief in de “Eregalerij” opgenomen, die avond samen met Ring, ring I’ve got to Sing van Ferre Grignard. Peter Cnop, overbuur van Kris in de Far West, jarenlang journalist bij Humo en nadien bij Knack, is een en al lof:Koen De Bruyne heeft een te rijke muzikale verbeelding om zijn arrangementen in het kopiewerk te laten stranden. De gelijkmatige aanpak en verwerking maakt van wat ik maar de Kris De Bruynenummers zal noemen, een prachtige suite, die tot de krachtigste werken behoort die er in dit taalgebied, en ook ver daarbuiten, te horen vallen. “Ook voor Jou” is een indrukwekkende plaat, waarmee Kris De Bruyne bevestigt wat iedereen al wel in hem had vermoed.” Kris weet nog precies hoe Amsterdam tot stand kwam. “Op zekere ochtend, het moet een uur of halfzeven zijn geweest, belt Jo Muylaert bij Kris aan, neemt plaats aan de piano van Kris en speelt enkele akkoordenreeksen voor die hem de nacht voordien te binnen waren geschoten. Op basis daarvan en zo’n vijftien minuten later is de songtekst Amsterdam geboren. Daarmee was de Vlaamse muziek in één klap een monument rijker.

Van Amsterdam verschijnen er nadien een aantal covers, onder meer in 1992 door Hans de Booij, in 1997 Mama’s Jasje, en Axelle Red in 2005, e.v.a.

Philips stelt al gauw voor dat Kris begint aan een nieuwe elpee die als werktitel Ballerina’s heet. De broers Koen en Kris zijn laaiend enthousiast. Kris zingt voor Koen in zijn huisje in Grimbergen een 15-tal songs voor waaruit ze samen een selectie maken. Koen is uiteraard de producer. Ze mikken op de Philips-studio’s in Nederland voor een drietal weken. Zo gezegd, zo gedaan. De opnamesessies lopen gesmeerd, maar Koen en Kris moeten in de weekends terug naar huis omdat ze beiden hun concerten te spelen hebben. In die periode – ze zitten nu halfweg de opnamen – sterft Koen totaal onverwacht aan een hersenbloeding, vijftien maanden nadat hun broer Joost, de kunstschilder, al was gestikt door CO2-vergiftiging in zijn schildersatelier. Koen was in die tijd een erg invloedrijke en talentvolle pianist, arrangeur, sessiemuzikant en producer die op heel wat groepen uit de jaren zestig en zeventig zijn stempel heeft gedrukt: Live, Carriage Company, Paul’s Collection, Johan Verminnen, Zjef Vanuytsel, Ferre Grignard, Placebo, Johan Verminnen, Will Tura, Black Blood, Octopus, Funky Tramway en wereldtournees met Adamo, e.v.a. Kris zit in zak en as, en gaat op zoek naar een andere producer in het land, maar geen van hen durft het aan die verantwoordelijkheid van Koen over te nemen. Hij moet nog alle songs inzingen en staat er moederziel alleen voor. Zeer tegen zijn zin, de lol was er wel af. Dat inzingen, het mixen en de mastering belasten hem zwaar, de emoties zijn te groot, en hij zingt zijn songs totaal neutraal en ongeïnteresseerd. De anders zo lovende pers is deze keer snoeihard: “Ballerina’s van Kris De Bruyne is een mislukte plaat!. Kris voegt hier tijdens ons interview het volgende nog aan toe: “De platenfirma verplichtte me om die plaat af te werken, want nadat Koen overleden was, had ik er alle interesse in verloren. Het is en blijft zijn plaat. Ik was alleen maar de zanger van dienst!

Op zijn volgende elpee geproduceerd door Frans Ieven, bassist, producer, en radioman, brengt De Bruyne een eresaluut aan zijn beide broers. Hij noemt dat album Paprika, naar een van Joosts schilderijen. De song De Wrede God is een pure afscheidshommage aan broers Koen en Joost De Bruyne, de schilderkunstenaar, grafisch ontwerper en auteur. In het magazine “Billboard” van de zevende december 1979 vinden we als commentaar bij deze plaat: “Deze derde officiële elpee van Kris heeft lang op zich laten wachten. Naar gewoonte openbaart Kris zich als een autistisch, vaak sardonisch verteller van eigen en andermans leed, en met name tekstueel is hij in goeden doen. Zeer goede plaat, waar voor zijn geld.” Topsongs van dit album zijn eveneens Prachtig Nieuw Lief, Lydia d’ Ile d’ Yeu en Castelli di Cannero.

Na het overlijden van zijn beide broers is Kris er rotsvast van overtuigd dat het chronologisch nu de beurt aan hem is. Hij kan de spanning niet aan en vlucht in 1979 naar de US, Connecticut, New England! In zijn boek “In Essentie – Songs & Andere Bekentenissen” (Uitgeverij Lannoo, 2015), schrijft hij daarover: “De man met de zeis heeft me gespaard. Alles bij mekaar heb ik een kleine twee jaar in de USA doorgebracht, er gewoond, gewerkt, rondgetrokken, twaalf staten verkend. Gelukkig stond de dollar toen historisch laag, de benzine kostte haast niets en tot overmaat van plezier kwam mijn toenmalig lief Barbara me vervoegen. Om wat dollars bij te verdienen zette ik in The Fairfield County Gazette, Connecticut, een advertentie: “Young European couple is looking for domestic employment, speaking four languages”. Dat maakte daar serieus veel indruk.” Kris en Barbara worden aangenomen als housekeepers bij William Hammerstein in Bethel, Connecticut. William, die Kris “Bill” mocht noemen als zijn echtgenote er niet bij was, was de kleinzoon van het wereldvermaarde musicalcomponistenduo Rodgers & Hammerstein. En nog later, toen hij naar Wilton verhuisde waar hij de song Winter in Wilton schrijft, gaat hij werken als chauffeur voor “The Sandpiper Bookservice” in Ridgefield, Connecticut. Hij distribueert studieboeken en romans naar alle schoolbookfairs in New England, Connecticut, Maine, Vermont…

In januari 1981 keert Kris levend en gezond terug naar België terug. Hij is genezen. Maar hij wil op dat moment voorlopig niets meer met muziek te maken hebben en gaat twee jaar marketing en copyright studeren aan SRM/Stichting Reclame & Marketingonderwijs, Amsterdam. Twee jaar later richt hij het vennootschap “Acoustics NV” op, het allereerste audioproductiehuis in België. De Bruyne gaat nu opdrachtmuziek schrijven voor radio- en tv-commercials wereldwijd en muziek voor diverse soundtracks: Harry Kümel & Hugo Claus “A Day in Flanders”, bestemd voor de Kamers van Koophandel en de ambassades wereldwijd, Walt Disney Productions Benelux, Agfa Gevaert… Maar hij legt twaalf jaar later zeer tegen zijn zin de boeken neer, wegens wanbetaling door diverse klanten. Het gaat over een verlies van honderdduizenden Belgische franken.

Maar Kris gaat door, niets houdt hem tegen. In het najaar van 1984 gaat hij met zijn band opnieuw op toernee. In “Gazet van Antwerpen” lezen we: “Na jaren van Amerikaanse afwezigheid stond Kris De Bruyne dinsdag weer op een podium voor een première. En het was goed dat De Bruyne er weer stond. Hij is bij ons een van de weinigen die met een liedje een hele wereld van passie, frustratie, leven en dood kunnen scheppen”. Gelijktijdig is er de single Communication (Hart van Steen) en iets later de elpee “Kris De Bruyne Band”. Samen met Chris Peeters neemt hij de productie in handen en laat zich begeleiden door de muzikanten Jan Cuyvers, Jan Hulsens, Dirk Joris, Chris Peeters, Paul Michiels & Joanna Michel. “De Standaard” en “Het Nieuwsblad” schrijven: “De terugkeer van Van Het Groenewoud met “Habba” was een ontgoocheling. De Kreuners hebben zich dit jaar nog niet laten horen. Maar nu is er (plots) de Kris De Bruyne Band die in aanmerking komt voor de beste Nederlandstalige langspeelplaat van het jaar, en niet omdat er zo weinig concurrentie is. Er is weer hoop! ”. Massaal gedraaid is het nummer Je suis Gaga dat hij schreef samen met Chris Peeters en Abel Brantegem. Kris kan het zelf moeilijk geloven, maar de zevende december 1985 staat hij op één in de Vlaamse Top Tien. In de Ultratop is hem een veertigste plaats gegund. Tijdens ons interview benadrukt Kris dat het album “Kris De Bruyne Band” voor hem een mijlpaal is en blijft in zijn carrière, voor hem een duidelijke breuklijn met de vorige platen. Pas toen begon hij te begrijpen wat het is songs te schrijven: “Daar, bij die plaat, is mijn kunstenaarschap begonnen. Toen pas begreep ik hoe je je emoties moet structureren, hoe je realiteit kunt vermengen met fictie. Ik kreeg vanaf die plaat pas grip op mijn materiaal, daar waar het vroeger haast allemaal instinctmatig naar boven kwam.” Kris gunt zijn muzikanten alle eer. De band is zoals Wannes Van de Velde het zei : “Ne zanger is ne groep”.

Kris verrast in 1989 vriend en vijand op het Philips-label met het album “Oog in oog”. Productie: Kris zelf en twee van zijn broeder-muzikanten Jan Hulsens en Chris Peeters. In het totaal tien songs waaronder De Bodem van de Zee, Decolleté, De Vendetta en de ontroerende song Tijd om te gaan Slapen, dat werd gebruikt als muzikale slotapotheose van de acht uren-tv-reeks in regie van Frank Van Passel : “De Smaak van De Keyser”, 2008. Een jaar later op het Alpana-label volgt een Duitse versie van die elpee met “als titel Auge in Auge”. Dat levert vertalingen op als: Du, Windmühlen, Deine Augen en Alles für mich.

Samen met Chris Peeters, studiegenoot in Sint-Lukas, componeert Kris in 1990 de muziek voor de bijna drie uur durende en tweetalige documentaire “Janssen & Janssens draaien een film / Dupont & Dupond font du cinema – 25 years movie-madness from Flanders”, in regie van Robbe De Hert. Deze film geeft door middel van filmfragmenten en interviews met regisseurs als Harry Kümel, Roland Verhaevert en Guido Henderickx, acteurs waaronder Co Flower en Romain Deconinck, schrijvers-scenaristen zoals Ivo Michiels en Hugo Claus en de recensenten Maria Rosseels en Patrick Duynslaeger, een beeld van vijfentwintig jaar movie-madness in Vlaanderen. EMI Belgium bracht aansluitend een cd uit met de hoofdthema’s van de film, met een prachtige hoes van Bob De Moor.

Dat jaar is er op het RCA-label Waarheen je ook mag Lopen, de Amnesty Internationalsingle gezongen door Angie Dylan, Kris Wauters, Kris De Bruyne en Johan Verminnen. De productie is tevens in handen van Kris die samen met Wauters het nummer schrijft. De Bruyne covert dat jaar ook Bruce Springsteens Tougher than the Rest dat hij als Taaier dan de Rest vertaalt voor de cover-lp van Radio 1 “Neem je tijd”, plus Elvis Costello’s Girls Talk. Kris vertaalt die songtitel niet.

We moeten opnieuw drie jaar wachten voor Kris cd–matig nog iets van zich laat horen. Dat wordt op het Alora-label het album “Keet in de Lobby” dat hij laat producen door niemand minder dan Thé Lau! Thé twijfelde eerst omdat hij de bedoeling van Kris niet meteen begreep. Kris wou een plaat in de studio, maar net zo live klinkend als een heus concert. Met de monitors vlak voor alle muzikanten en vlak voor Kris. Overspraak? Daar zat Kris helemaal niet mee in. En Kris vond Thé daarvoor de meest geschikte man. Die ging nadien door de knieën en zorgt er samen met Kris voor dat dit een van de eerlijkste platen is geworden die Kris in al die jaren heeft afgeleverd. Het eindresultaat werd een harde elektrische plaat met twee elektrische gitaren op de voorgrond. “Dit is mijn meest agressieve plaat ooit “, zegt Kris met klem tijdens ons gesprek. Kris wilde met deze platen even komaf maken met het feit dat hij in sommige media de voorbije jaren werd neergezet als de “softe balladeer”. Met dit album wilde hij even een muzikale vuist maken. De tweede februari 1993 lezen we in “De Morgen” hierover: “Het is een voortreffelijke verzameling van een Vlaamse rocker die alleen nog een plaat maakt als hij werkelijk iets te zeggen heeft. Een voorbeeld dat tot navolging strekt.” Volgens “Het Nieuwsblad” is “Keet in de Lobby” de beste Kris De Bruyne-cd tot dan toe en in “Het Zondagsblad” lezen we dat Kris zichzelf opnieuw heeft uitgevonden. Naast de titelsong hoor je op deze plaat songs als: Winter in Wilton, Spanish Eyes, Waar ik voor Leef en Het Varken van de Hoge Venen. Als single uit dit album is er Das Leben ist so Schön (Kris de Bruyne’s Nachtmerrieblues Nr. 6).

In 1993 verschijnt op het Alora-label de dubbele verzamel-cd “Wedersamengesteld”, eenendertig van zijn tot dan toe bekendste songs, en pas dan merken velen hoeveel knappe songs Kris in de loop van al die jaren wel bij mekaar heeft geschreven en gezongen. Een jaar later is er het boek “Sire, Dit is Rock & Roll” – De 100 beste Belgische songteksten – Samengesteld door Kris De Bruyne & Stijn Meuris” (Dedalus, 1994). Met een voorwoord van beide heren. En met een prachtige cover van Ever Meulen !

In 1994 schrijft Kris in twaalf dagen tijd zestien nieuwe songs in het Ardense romantische piepkleine dorpje Mirwart, niet ver van Saint-Hubert. Alle zestien songs kwamen terecht op de gelijknamige cd “Mirwart”. De elfde mei schrijft Jacky Huys hierover in “Knack Weekend”: “Mirwart is een werkstuk waarop De Bruyne even vitaal klinkt als in de jaren zaliger en dat heeft minder met de harde rockgitaren te maken dan met de vlam binnenin. Anderen van zijn generatie slapen, zijn dood, zitten naast het zwembad of op een mansarde. Hij doet nog altijd mee.” Twaalf songs, waarvan de nummers Meisje in het Blauw, Schone Schijn en Voor je gaat moet je eerst Leren hoe je Komt op single een apart leven gegund wordt. Als hommage aan de man die als eerste in hem geloofde, schrijft Kris de Wannes Van de Velde Blues.

Op het Alora-label is er in 1995 een nieuwe versie van De Peulschil, deze keer met vrienden Kommil Foo/Raf & Mich. Ook op het Alora-label verschijnt in 1996 in een productie van alweer Chris Peeters het album “Van Mijlenver over de Grens”. In “Het Nieuwsblad” van de tweede november schrijft Jan de Vos daarover: “Op zijn recent verschenen cd grijpt Kris De Bruyne nadrukkelijk terug naar het muzikale recept waarmee hij omstreeks 1970 zijn eerste successen boekte: intimistische, akoestisch getinte liedjes met teksten over de mooie en minder mooie dingen des levens. De Bruyne in volle glorie dus!” Uiteraard is de akoestische gitaar van Kris en zijn band sterk aanwezig, maar het zijn de dobro van Fabricio Mancini en de Normandiër Gwénaelt Micault op bandoneon die de kleur van het album bepaald hebben.

Om zijn dertigjarige carrière in de bloemen te zetten, trakteert Kris zichzelf en zijn publiek in 1998 op het dubbelalbum “30 Jaar Zwervend bestaan”, een dubbel-cd waarop een deel van zijn eigen songs opnieuw wordt opgenomen, met o.a. het Frank Hellemont Strijkkwartet, Patrick Riguelle, Wigbert Van Lierde. De productie van deze dertig songs is in handen van Michel Bisceglia. De zeventiende december schrijft Dirk Steenhaut daarover in “De Morgen”: “Het lijkt een beetje vroeg: een artiest die op zijn achtenveertigste al uitgebreid begint om te kijken. Toch denkt Kris De Bruyne nog lang niet aan ophouden. Zelf spreekt hij ’t liefst over een tussentijdse balans, even stilstaan bij het verleden om daarna de toekomst nog vastberadener te lijf te kunnen gaan. “30 Jaar Zwervend bestaan” is trouwens een van de beste platen die hij ooit heeft gemaakt. Niet alleen blijkt uit het materiaal dat De Bruyne een erg getalenteerd liedjesschrijver is, die alleen in tijdgenoten als Jan De Wilde en Raymond van het Groenewoud zijn gelijke vindt, hij zingt ook beter en meer doorvoeld dan ooit. Maar er zijn nog meer tekenen van artistieke rijpheid, vooral in de teksten.” De songs Castelli di Cannero en Lydia d’île d’Yeu worden ook op single uitgebracht. Tegelijk is er ook het boek “30 Jaar Zwervend Bestaan” onder redactie van o.a. Denise Belmans, Herwig Deweerdt en uitgever Marc Vandepitte. Of zoals Jan De Wilde formuleerde: ”Dit is het liber amicorum van Kris”. Andere gastschrijvers zijn o.a. Herman Brusselmans, Eriek Verpale, Jan De Wilde, Bart Plouvier, Chris Peeters, Lamp (Guido Van Hellemont) & Lazerus (Wim Bulens), Jari De Meulemeester van de Ancienne Belgique, e.v.a.

In 2000 is er het album “Zakformaat XL No.1 ” dat Kris opneemt samen met Patrick Riguelle en Wigbert Van Lierde. Dit supertrio neemt op het CNR-label veertien songs op waaronder Nooit meer voor Altijd, Zeven zonden en Het leven is Kut, lievelingssong van Lucas Van den Eynde! Dit staat de tweeëntwintigste mei daarover in de “Financieel Economische Tijd” geschreven: “Bestaat er zoiets als een supergroep met een gezond relativeringsvermogen en een levensnoodzakelijke dosis humor? Heeft Vlaanderen een eigen Crosby, Stills & Nash en kan een gedeelde liefde en passie voor de gitaar het ego op een zijspoor schuiven? Blijkbaar wel wanneer je naar “Zakformaat XL No. 1″ luistert.”

In 2001 komt het album “Buiten de Wet” uit onder het label Culture Records, geproducet door het duo Michel Bisceglia en Mauro Pawlowski. Geen toegevingen aan de stille wetten van de radio en de commercie, maar gewoon stijfkoppig zijn eigen ding doen, is ook nu weer voor De Bruyne het uitgangspunt. In “De Morgen” schrijft Rudy Vandendaele recht uit zijn hart: Ik Lach mij Kapot is een van de mooiste Nederlandstalige songs die ik de afgelopen jaren heb gehoord: strak van compositie, melodieus, erg goed gezongen, en briljant in zijn eenvoud. Zo, dat moest er even uit. Kris De Bruyne heeft dit nummer samen met de befaamde Mauro Pawlowski geschreven. Het luidt veelbelovend zijn nieuwe cd “Buiten de Wet” in. En die belofte wordt ingelost.” Ook de nummers De Letter van de Wet, en Zo Simpel is Dat, vinden hun weg richting single. In “Knack Magazine” lezen we: “Songschrijven moet je De Bruyne natuurlijk niet meer leren. Kris is een man van de inhoud, laat anderen zich bekommeren om de vorm. Denk maar aan wat Thé Lau van The Scene deed op “Keet in de Lobby”. Op “Buiten de Wet” laat Mauro Pawlowski de nummers openbloeien. Klinkt de cd aangenaam, tekstueel is ze scherp. De Bruyne zingt over zelfmoord, god en balorigheid, maar ook over de zoete liefde.” In 2001 is er de gelijkekansenbeleid-cd “Groot Gelijk” waarop Kris te horen is met De letter van de wet. Op dat album horen we onder anderen ook Paul Michiels, Clouseau, Yasmine, Kommil Foo en Raymond van het Groenewoud aan het werk.

Twee jaar nadien start Kris aan een tournee samen met Dany Caen onder de muzikale noemer “De Schone & Het Beest”. Dany Caen, de mooiste Vlaamse vrouwelijke bluesstem ever, vooral bekend als backingzangeres bij o.a. Clouseau, Rob de Nijs, The Scabs, BJ Scott… Zij en Kris kennen elkaar al langer. Honderden uren hebben ze samengewerkt in opnamestudio’s voor cd-, theater- en spektakelproducties en voor radio- en tv-commercials. In het programmablad lezen we: “Twee in Eén” wordt een mengeling van bekende songs van Kris De Bruyne, een selectie van eigen en andere nummers van Dany Caen, en gloednieuwe, nog nooit eerder gehoorde songs. De individuele verschillen tussen De Schone & Het Beest vloeien in de loop van de avond op verraderlijke wijze in elkaar. Werkelijkheid wordt schijn, in dromen van realiteit. Of omgekeerd? Een vocaal en muzikaal huwelijk als een spiegel van de relatie bij u thuis.” Als aanloop naar die tournee is er de schitterende single Nieuwjaar in Brussel, een vertaling door Kris van de Poguessong Fairytale of New York.

In 2004 lanceert Universal de verzamelaar “Het beste van Kris De Bruyne”: elf klassiekers van Amsterdam tot en met Lieve Jacoba. Dat jaar werkt Kris ook mee aan de benefiet-cd “Te Gek”, ten voordele van de psychiatrische instelling “Sint-Annendael” te Diest. Hij schrijft en zingt samen met Mauro Pawlowski de song Al wie dit Hoort. Aan deze cd werken onder meer ook Roland, Patrick Riguelle, Guy Swinnen en Kathleen Vandenhoudt mee.

Het album “Westende Songs” wordt een jaar later gereleased op het LC Music-label en werd opgenomen in de ’Studio Toots’ van Radio 1. Het eindresultaat is een ongeveer zevenendertig minuten durende solo-cd. Producer van dienst is Jean-Marie Aerts: “Kris liet me weten dat hij de best klinkende Nederlandstalige akoestische cd aller tijden wilde maken en dan sta ik scherp”, onthulde Jean-Marie aan de Vlaamse media. Voorts vertelde hij: “Ik heb me klankgewijs laten inspireren door opnames van John Lee Hooker en Robert Johnson. De plaat klinkt meer bluesy dan heel wat bluesplaten. Alle eer daarvoor aan Kris.” “De Morgen” schrijft: “Het eerste wat aan de nieuwe cd opvalt, is de prachtige akoestische klank. Die sound vormt het perfecte contrapunt bij de prachtige liedjes die De Bruyne op zijn medemens loslaat. Hij krijgt daarbij spaarzame maar prachtige rugdekking van Patrick Riguelle, Henri Ylen en Filip Casteels. Als leuk toemaatje krijgen we ook twee bijdragen van Luc De Vos.” Ook “Knack” reageert lovend op deze release: “Met weinig middelen worden tonnen sfeer gecreëerd: geconcipieerd met zicht op zee is dit de blues en americana van aan de Vlaamse kust!” Voorts lezen we links en rechts: “Toch zijn De Bruynes liedteksten en gitaarspel niet bedolven onder overlappende geluidslagen, want de overdubs laten het sobere en eenvoudige karakter van de oorspronkelijke opnames intact. Zo wordt er voldoende ademruimte gegeven aan de zangpartijen, en komt de klemtoon automatisch op de tekstuele inhoud van de songs te liggen. Het al dan niet geslaagd zijn van een liedje hangt daardoor grotendeels af van de sterkte van de lyrics.”

2006 Groot Feest: Liesbeth List, Eva De Roovere, Lucas Van den Eynde en Kris De Bruyne gaan samen op tournee met het programma: “Kleinkunsteiland: uit liefde en respect”. Ze doen samen vijfenveertig uitverkochte culturele centra aan met Kris’ full band, in minder dan twee maanden en een half. Chef d’orchestre: Michel Bisceglia !

En de singer-songwriter blijft keihard werken. In 2007 staan er enkele speciale literaire lezingen op het programma met o.a. Jos Geysels, Karl Van den Broeck als vast panel in het reizend programma “OverLezen” waar Kris zetelt naast schrijvers als Leo Pleysier, Bernard Dewulf, Walter van den Broek, Bart Plouvier, Chika Unigwe, Gerrit Komrij en nog vele anderen.

De twaalfde januari 2008 start de eerste reeks jubileumconcerten “40 Jaar op Tournee”. Naar aanleiding daarvan wordt ook de release van de cd-box “40 jaar songs” gepland, een verzamelbox met zestig liedjes, verdeeld over vier cd’s, met op de vierde cd “specials”, nooit eerder verschenen outtakes, liveopnamen, demoversies van Hoe uit ik dan mijn Vrolijkheid, Waar ik voor Leef, Castelli di Cannero en De Aansteekster / Ik ben de Enige, de versie uit 1995 van De Peulschil en zijn allereerste single Klein Klein Kleutertje plus een allesomvattend booklet.

De tweede februari 2011 brengt Kris op het label Muziekuitgeverij, verdeeld door CNR, als vervolg op “Westende Songs” het album “La Matanza Songs” uit. De vijfde februari schrijft Bart Steenhout daarover in “De Morgen”: “Op dit album, geschreven in Spanje en Griekenland, illustreert de inmiddels zestigjarige Kris De Bruyne ten overvloede dat hij het vak nog steeds tot in de kleinste details beheerst. In Recht op Dank veegt De Bruyne met een vloeiende beweging alle verschillen tussen Vlamingen, Walen en Brusselaars van tafel middels een goeie, catchy popsong, die intussen de weg naar de radio gevonden heeft. Maar ook als de toon wat melancholischer wordt, zoals in het sobere Belle de Braque / Balle de Break kun je er niet omheen dat De Bruyne nog steeds op topniveau staat. De arrangementen zijn subtiel en uitgepuurd, meestal opgebouwd rond akoestische gitaar en vleugelpiano, maar af en toe (in het aanstekelijke I Kori Mou bijvoorbeeld) duiken er blazers op om het geheel een speelse toets mee te geven. Zowel Lies Steppe als Neeka vervullen gastrolletjes, en met Mag je Nooit Jezelf Verliezen in de Nacht heeft De Bruyne John Martyns klassieker ’May You Never’ vertaald op een manier waar de Schot (die 2 jaar geleden overleed) trots op zou zijn. De twintigste plaat van Kris De Bruyne is een van zijn allerbeste!”

In 2013 brengt Kris bij Lannoo Campus, Leuven zijn derde boek “Hoe Mooi mijn Moeder Stierf”uit, ingeleid door professor Peter De Deyn en toegelicht door professor Wim Distelmans. Daaruit deze passage: “Dit is het verhaal van het laatste anderhalve jaar van het leven van mijn moeder Gabriëlla Van Broeck. Ze had gekozen voor euthanasie en deze werd uitgevoerd op vrijdag zeventien februari 2012 om twee uur ‘s middags, vier en een halve maand voor ze negenennegentig jaar zou zijn geworden. Lichamelijk was ze in het begin niet echt ziek, in enkele vingers had ze wel wat artrose, en in haar laatste maanden viel ze geregeld krachteloos op de grond, waarna ze slechts met veel moeite en pijn weer recht kon komen. Mijn moeder wist heel goed wat ze wilde. Geestelijk was ze helder en kerngezond, zelfs tot op de laatste seconde voor haar overlijden. Maar haar leven was geleefd. Haar verdriet was onmetelijk. Haar huwelijk was een complete ontgoocheling. Daarnaast heeft ze drie zonen moeten overleven, en twee van haar drie dochters, een schoondochter en drie kleinkinderen hadden jaren voordien bijna collectief alle contact met haar verbroken. Dit alles maakte haar psychisch lijden ondraaglijk. Op haar allerlaatste levensdag kreeg ze voor de eerste keer in haar leven twee prikjes na elkaar. Ze is hand in hand met mij en mijn vrouw Lieve met een glimlach en vol vertrouwen heengegaan. Ik ben heel blij dat ik moeders euthanasie heb mogen helpen verwezenlijken onder haar niet mis te verstane leiding, gezag en toezicht. Het was indrukwekkend om te zien hoe mooi mijn moeder stierf.

Begin 2013 gaat Kris weer op tournee met enkelen van zijn zingende collega’s. “Diep in Mij” wordt een eerbetoon aan de in 2010 overleden Yasmine. Het is een overzicht van haar hele oeuvre, op een manier zoals Hilde Rens (Yasmine) het gewild zou hebben: sober, doordacht, stijlvol. Met “Diep in Mij” herleeft Yasmines repertoire in al zijn facetten. In een eigentijdse arrangementen interpreteren Clara Cleymans, Barbara Dex, Gunther  Verspecht  en Kris De Bruyne de liedjes die Yasmine uniek maakten! Veel songs zingen ze vierstemmig. De veertiende februari had in “De Roma” in Antwerpen de première plaats, en de finale van de tournee eindigt, jawel, eveneens in “De Roma”.

En dan verschijnt er nog een vierde boek van de hand van Kris. Naar aanleiding van zijn vijfenzestigste verjaardag presenteert in de maand maart van 2015 Uitgeverij Lannoo “In Essentie, songs & andere bekentenissen”. Sabam schrijft op hun website daarover: “Die songs komen van een van onze meest legendarische singer-songwriters, de man die Klein Klein Kleuterke met zijn bluesversie een cultstatus bezorgde. Nooit eerder groef Kris De Bruyne, die op 20 maart 65 kaarsjes mag uitblazen en dit jaar maar liefst 45 jaar op de planken staat, zo diep naar de roots van zijn inspiratie.  In het boek (zijn vierde publicatie intussen) vertelt hij openhartig over het ontstaan van zijn songs en brengt hij een selectie van zijn beste liedteksten. Tot nog toe staan er duizend en een concerten, tweehonderdvijftig uitgebrachte songs en zeventien albums op de teller. Zijn evergreens behoren tot het collectief geheugen: De Onverbiddelijke Zoener, Lieve Jacoba, Amsterdam, Je suis Gaga, Tijd om te gaan Slapen, Waar ik voor Leef, Vilvoorde City e.v.a. sloegen een brug tussen kleinkunst en rock. Zo verwierf de rasmuzikant “die rock zingt, maar jazz denkt” een unieke positie, tot op vandaag door jong en oud gewaardeerd.” Kris voegt daar zelf aan toe: “Pas nu, tijdens het schrijven van dit boek, begint het me te dagen wat ik allemaal bij mekaar heb geschreven. Hoe geweldig de oogst schommelt van zeer donker tot zeer lichtgevend. Al die songs bulken van ironie, of van cynisme, van sarcasme zelfs. Maar evengoed vind ik er vaak blijheid, positivisme, hoop en geluk in terug.” Of om het met de woorden van zijn collega Patrick Riguelle te zeggen: “Kris is de architect van de eenvoud die zijn stem leent aan een lied dat zegt waar het om gaat!”

Wanneer Guido Belcanto in 2015 zijn album “Cavalier seul” uitbrengt, wordt daar als single Geef me Liefde uit gelicht, een nummer dat Guido voor deze gelegenheid samen met Stijn Meuris en Kris De Bruyne zingt. De zevende februari staan zij op de vierde plaats in de Vlaamse Top 50.

Een novemberavond in 2014. “Concertzaal Trix” in Antwerpen staat volgepakt met duizend jonge en oudere enthousiaste mensen die uitkijken naar Kris De Bruynes “Radio 1-Sessie” en tv-opnamen. Kris kan je als liedschrijver en werkgever niet verdenken van enige verzuchting naar meerdere eer en glorie van hemzelf. Hij is een lid van de musicerende bende, hij is een van de jongens, ijdel en nederig tegelijkertijd. Het is mooi om te zien hoe hij de schaduw durft op te zoeken op het podium en de schijnwerpers laat schijnen op zijn vijf geweldige muzikanten: Yves Baibay op drums, Wladimir Geels op bas, Patrick Deltenre op elektrische gitaar, Gijs Hollebosch op lapsteel, resonator en akoestische gitaar, en Dominique Vantomme op vleugelpiano & hammond. Mooi ook hoe hij hen tijdens het optreden een voor een even apart neemt in een warm en geestig gesprekje. En dan neemt hijzelf weer het voortouw, de artiest die zichzelf keer op keer opnieuw uitvindt”. Alzo omschreef Mark Lefever, radioman van o.a. Studio Brussel, Klara, Radio 1 het in het booklet van de dubbel-cd, die in november 2015  onder de titel “In Levende Lijve” wordt gereleaset. Hier hebben we voor het eerst de rasperformer Kris De Bruyne op twee glinsterende cd’s altijd binnen handbereik. Naast het “Radio 1 Sessies Concert”, waarvoor Kris als special guests koos voor samenwerkingen met Kommil Foo die Arme Lolita van over het Veld zingen, Patrick Riguelle in duet met Kris in Castelli di Cannero, Neeka in duet met Kris met Ik ben de Enige, Clara Cleymans in duet met Kris met Cirkels van Goud , Mauro Pawlowski die meesterlijk gitaar speelt met Kris tijdens Nul komma Nul, Klaas De Somer, zoon van Kris, en de vaste drummer van Tourist LeMC. Tussen haakjes : Hanna, de dochter van Kris, studeert in 2015 af aan de Kunsthumaniora, Antwerpen waar ze piano en bas heeft gestudeerd. Op de bonus-cd staan zeer merkwaardige opnamen van demo’s, nieuwe songs, en een nooit eerder vrijgegeven songversie, te weten ‘s Nachts als het Donker Is, samen mét Luc De Vos.

In de loop van 2015 verschijnt onder impuls van Kris De Bruyne het complete jazz-oeuvre van betreurde broer Koen, onder meer een nieuwe release van het album “Here comes the Crazy Man” van 1974. Kers op de muzikale taart zijn de nooit eerder vrijgegeven studio-opnamen van Koens Games en Four Grand Piano Improvisations. Kris bewaarde al die tijd in zijn muziekarchieven de analoge mastertapes van bovengenoemde studio-opnamen en coördineerde samen met het Belgische platenlabel SDBAN, Gent de productie van vinyl en dubbel-cd.

Vanaf de 10de november 2017 trekt Kris nog eens met veel zin de komende maanden naar het theater, deze keer met het project “Zijn mooiste liefdesliedjes”. Kris De Bruyne, Gijs Hollebosch en Yves Meersschaert zochten uit de 280 songs van Kris naar zijn vergeten liefdesliedjes. Die liedjes waarnaar de fans na afloop van concerten bleven vragen. Deze haast verloren schat van songs was verrassender en rijker dan het trio verwachtte en inschatte. Naast vergeten parels brengen ze ook enkele hits. Gijs, Yves & Kris toveren een magische sound te voorschijn die je nog nooit hebt gehoord. Zo spelen ze onder meer op dobro & slie, accordeon, mondharmonica, piano, akoestische en elektrische gitaar en op een echte Hammond. Ze wisselen met elkaar muzikale poëzie, oor voor detail en kracht uit, met als prachtig resultaat “Zijn mooiste liefdesliedjes”: liefde en blues, amore e dolore.

Over zijn toekomst zegt Kris zelf het volgende: “Ik heb in mijn leven eenentwintig albums uitgebracht. Na “Westende Songs” en “La Matanza Songs” heb ik mezelf verplicht de trilogie te beëindigen met een album dat ik eventueel “De Eerste Songs” zal noemen”.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2015 Daisy Lane & Marc Brillouet

 

 

Kris De Bruyne

 

Als we surfen naar de site van het Belgisch Pop en Rock Archief en daar Kris De Bruyne aanklikken, dan lezen we dat hij een van Vlaanderens meest getalenteerde singer-songwriters is. Kris is ook de allereerste singer-songwriter die voluit keihard elektrisch is gegaan. Dit werd later bevestigd door collega’s zoals o.a. Jean-Marie Aerts en Luc De Vos, waarover straks méér wordt verteld. In haar masterproef “De toe-eigening van de rockmuziek in België tijdens de jaren zestig” stelt Marieke Vangheluwe: “Begin jaren zeventig vonden rockmuziek en kleinkunst elkaar in artiesten zoals Raymond van het Groenewoud, Kris De Bruyne en Johan Verminnen. Ze brachten een nieuw genre naar voren en ze hadden, net zoals de kleinkunstenaars voor hen, het gevoel dat wat ze deden het waard was om gebracht te worden. Ook Kris De Bruyne en Johan Verminnen getuigden van zelfvertrouwen, ze wilden immers breken met de regels van de kleinkunst en daarvoor was lef nodig. Lamp, Lazerus & Kris brachten een nieuw rockgeluid, maar daar was Vlaanderen nog niet helemaal klaar voor. Ze behaalden wel een toptienhit, maar hun elpee flopte. Toen Kris later solo ging, bleek zijn muziek beter aan te slaan. Verminnens muziek was een stuk rustiger, maar toch brak ook hij met de kleinkunst, door met elektrische versterking te gaan spelen. Deze drie artiesten bleken te weten wat ze wilden en probeerden zich zo weinig mogelijk door andere factoren te laten beïnvloeden. Dat getuigde al meteen van zelfvertrouwen.

 

Die aparte en vooral in zijn tijd daardoor in het oog springende Kris De Bruyne werd de twintigste maart 1950 in Antwerpen als vijfde kind in een gezin van zeven geboren, afwisselend jongen, meisje, jongen, meisje, jongen, meisje, jongen… Vader, Arthur De Bruyne, geboren de veertiende maart 1912, was onderwijzer die als pure hobby geschiedenisboeken schreef, gespecialiseerd in de Eerste en de Tweede Wereldoorlog en de repressie, en tevens journalist van “De Standaard” en “Gazet van Antwerpen”. Diens vader Emiel was harmoniecomponist en dirigent in het Kruibeekse Waasland en het Hollandse Gouda. En twee andere broers van Arthur, Juul en Albert, waren pianisten, componisten en organisten. Moeder De Bruyne was ook muzikaal, zij speelde graag piano. Daarover vertelt Kris ons: “Wat onze beide ouders ons hebben doorgegeven in vrijheid aan expressie, dat was van onschatbare waarde. We werden opgevoed in een klimaat van artistieke expressie, in literatuur, plastische kunst en muziek. Zo rijpten onze emoties haast vanzelfsprekend en kregen ze vorm. We leren van mekaar, vaak zelfs zonder woorden. Als kleuter al lag ik altijd, omdat ik zo slecht de slaap kon vatten, luidop verzonnen melodieën te zingen in bed. Ik denk dat daar mijn eigen planeet van klank en melodie is ontsprongen.” Aan tafel werd ten huize van De Bruyne dan ook nooit over koetjes en kalfjes gepraat, de gesprekken moesten karakter en inhoud hebben, ook wanneer de ooms en tantes op bezoek kwamen. Vader Arthur was een erudiet talent, maar hij moest vroeg gaan werken omdat zijn vader erg ziek was en er moest brood op de plank komen voor het kroostrijke gezin. Hij had intussen in zijn Kruibeke een meisje leren kennen, dat zo verliefd op hem was dat ze acht jaar lang op hem heeft gewacht vooraleer ze in het huwelijk konden treden en haar man zijn diploma van onderwijzer op zak had. Ten huize van De Bruyne in Mortsel heerste discipline en werden de kinderen devoot en katholiek opgevoed. Er waren strenge gezinsspelregels die gevolgd moesten worden. Met negen in een klein huis, is immers geen sinecure. Wat Kris aan zijn jeugd onder meer ook heeft overgehouden, is zijn liefde voor literatuur. Hij las aan de strekkende meter: Johan Fabricius, Willem Elsschot, Klaus Mann, Simon Carmiggelt, Jeroen Brouwers, tot en met Isaac Bashevis Singer, Charles Bukowski, Jerzy Kosinsky, Konstantin Paustovski…  “Veel van mijn songteksten vonden hun inspiratie in de boeken van vernoemde heren schrijvers!”, aldus Kris.

Kris is acht wanneer hij op de muziekacademie in Mortsel, net als zijn oudere broer Koen, notenleer en piano gaat volgen. Hier leert hij de opgelegde etudes van o.a. de Oostenrijkse componist Carl Czerny en tijdgenoten in de vingers krijgen. Hij geraakt verknocht aan de piano en aan de muziek van componisten als Franz Liszt en Jean Sibelius. Thuis stond in de voorkamer naast een buffetpiano ook een Dual-platenspeler. Daarop draaide Kris zijn eerste gekochte elpees, vooral klassieke platen met muziek van Bach en Sibelius en bluesmuziek van o.a. John Lee Hooker en Jackson C. Frank. Naast de piano geraakt hij door te luisteren naar de muziek van Woody Guthrie en Robert Johnson in de ban van de gitaar. Om dus een gitaar te kunnen kopen gaat hij tijdens de zomervakantie van 1964 twee maanden werken aan de Antwerpse dokken. Hij is dan nog maar veertien. In september 1964 schaft hij zich zijn eerste gitaar aan, kostprijs : zesduizend oude Belgische frank. Niet zo voor de hand liggend voor een jongen die vanaf het derde studiejaar aan het strenge Xaveriuscollege te Borgerhout bij de jezuïeten studeert, met een spartaanse educatie die hem voor de rest van zijn leven zal tekenen. Kris zegt nog steeds dat ze toen ’de onschuld uit zijn persoon hebben gerukt en schuld in de plaats hebben gezet’. Dat, en zijn katholiek-strenge opvoeding, maakte van hem stilaan een rebel die hij in sommige van zijn songs is gebleven.

 

Kris wordt bij de jezuïeten in zijn voorlaatste jaar lager middelbaar wegens onbuigzaam gedrag aan de deur gezet en gaat vervolgens naar het Sint-Norbertus-college in Antwerpen. Hier houdt hij zich gedeisd, want hij heeft met zijn vader afgesproken dat wanneer hij slaagt, hij naar het Sint-Lukasinstituut in Brussel mag, op kot nog wel. Tussen 1965 en 1966 treedt Kris regelmatig op in de klas, in de jeugdclubs en later in Antwerpse bruine kroegen, o.a. in het voorprogramma van Derroll Adams, met songs van Big Bill Broonzy, John Lee Hooker, Woody Guthrie én schoorvoetend met eigen Engelstalige en Nederlandstalige songs. Kris slaagt met glans in het Sint-Norbertus en mag dus op kot en naar Sint-Lukas. Daar zit hij dan als jonge knaap, vogelvrij, en bepaalt zijn eigen leven en toekomst.

 

Aan het Sint–Lukas volgt hij de afdeling plastische kunsten en grafiek, niveau A2. Hij zal niveau A1 wel aanvatten, maar niet afronden, want hij heeft dan al zijn eerste gouden plaat op zak. In zijn naschoolse tijd is Kris al volop met muziek bezig. Het toeval steekt een handje toe. Hij behaalt in 1968 de tweede prijs tijdens het “Skifflefestival van Hove”. Hij zingt daar onder meer een satirische bluesversie van het kinderliedje Klein Klein Kleuterke. Hij geraakt door de eerste selectie, maar moet dan uitpakken met twee andere liedjes. Die heeft hij niet, en dankzij de steun van jurylid Wannes Van de Velde mag Kris tot en met de finale onder meer zijn Kleuterke blijven zingen. De tweede prijs houdt in dat De Bruyne op het Cardinal-label van Rocco Granata zijn eerste single mag opnemen. Tijdens de opname van Kleuterke wordt Kris op bongo’s en wastrommeldozen begeleid door Luk Marynissen, zo simpel is dat. Als B-kant wordt gekozen voor De Lustmoordenaar - gecensureerd door de radio-omroepen - dat Kris samen met Dirk Verhaegen had geschreven. Tijdens diverse gesprekken nadien in de kantine van Sint-Lukas leert Kris, Guido Van Hellemont en Wim Bulens kennen. Hij komt te weten dat ze het duo “Lamp & Lazerus” vormen en voor zij het weten is het trio “Lamp, Lazerus & Kris” een feit. Ze tekenen een platenkontract bij Vogue International en nemen een complete elpee op met als producer Roland Verlooven en geluidstechnicus Paul Leponce, die zelfs al opnamen had gemaakt van Big Bill Broonzy! In alle LL&K-songs klinkt de ironie van het moment door. Kris hanteert hier de omgangstaal die er toen in zijn studentenmilieu werd gesproken. De Peulschil en De Onverbiddelijke Zoener werden meteen tophits. Omroep Brabant verzocht LL&K om een zaterdagse wekelijkse satirische radioshow in mekaar te steken, genaamd “De Peulschil”. LL&K schreven de scenario’s en waren tevens de stemacteurs ervan. Chris Van den Durpel zal in de jaren tachtig De Peulschil nog eens gebruiken als begintune voor het BRT-tv Jeugdprogramma. Maar na drie à vier jaar toeren in Vlaanderen én in Nederland, en een succesvolle elpee, houdt Kris het in deze combinatie voor bekeken.

Want De Bruyne wil weg uit het verstikkende parochiale kleinkunstmilieu, hij wil songs schrijven ’waarin iets gebeurt’, met meer inhoud, en gaat solo, wat in 1973 op het Vogue-label uitmondt in de titelloze debuutelpee met zijn toenmalige band: Mich Verbelen, Raymond van het Groenewoud, Firmin Michiels en Eddy Verdonck en Jan De Wilde als special guest op akoestische gitaar. We tellen tien liedjes waaronder Tangebeek Bos, Lied van de Lafaard, Het Tractaat en Grote Japie. Het werd wel een plaat zoals Kris ze op dat moment wou: loeiend hard en met woeste teksten. Hij kreeg de volle laag van pers en publiek, want dit soort muziek was ’totaal ongehoord’. Zowel tekst als muziek werden de grond in geboord. Het album wordt commercieel gezien een buitengewone flop, en wordt na vier weken uit de handel gehaald en vernietigd door de platenfirma. Tegenwoordig wordt dit album algemeen erkend als de allereerste Nederlandstalige rockplaat. Jean-Marie Aerts, producer van o.a. TC Matic, De Kreuners, Arno, Jo Lemaire, Absynth Minded, Urban Dance Squad, Gorki enz… zegt nog steeds heden ten dage dat met Kris’ eigenzinnige album de elektriciteit echt is uitgevonden in ons land.

Live doet De Bruyne zijn naam echter alle eer aan zoals we de vijftiende november in “Humo” lezen: “Hij kan het. We hebben in de Beursschouwburg eindelijk een écht concert meegemaakt, met een échte groep, die échte muziek maakte. Het was hartverwarmend in één avond een streep te zien trekken onder jaren Vlaams geklungel, en door de rekening van al die meelopers, na-apers en twijfelaars die het zo nodig vinden zich via muziek weetjewel te uiten. Wat Kris De Bruyne en zijn rotgetalenteerde groep (Mich Verbelen, Firmin Michiels, Raymond van het Groenewoud en Eddy Verdonck én een levend strijkkwartet) woensdagavond lieten horen en zien, was af. Daarom deze kreet: laat het niet bij deze ene keer blijven. Ga naar Kris De Bruyne kijken als hij in je buurt optreedt.” In “De Spectator” lazen we al iets eerder: “Zoals hij reeds op het festival van Affligem liet horen, bewees Kris De Bruyne nogmaals dat hij de meest prominente zanger is van het Vlaamse popfront. Hij heeft onbewuste présence, gesteund door de sterke opbouw en de teksten van zijn liedjes, die uitstekend begeleid worden door de mensen van zijn groep.”  In het bijbehorende boekje bij de cd-box “Kris De Bruyne 40 jaar Songs” schrijft Dirk Fryns daarover: “Uit die eerste nummers al kwam Kris tevoorschijn als een erg gevoelige, kwetsbare jongen. In de praktijk wilde zijn gedrag dat wel eens tegenspreken. Als zijn karakter weer eens opspeelde of iets indruiste tegen zijn rechtvaardigheidsgevoel, kon hij niets of niemand ontziend uit de bol gaan. Hij kon opvliegend zijn, een “rebel without a cause”. Van de andere kant maakten die uitbarstingen zijn présence op het podium ook geloofwaardig bij zijn steeds talrijker wordende publiek. Het kan geen kwaad voor een oprecht artiest te zingen vanuit zijn ontevredenheid, een zekere opstandigheid, ja zelfs ongeveinsde toorn. Dood aan alles wat voos en vals is! Engagement, een woord dat je niet ijdel gebruikte.”

Wanneer Raymond van het Groenewoud de band van Johan Verminnen verlaat om toe te treden tot de band van Kris, neemt Koen daar diens plaats in. Iets later gaat hij met broer Kris samenwerken en beslissen zij in samenwerking met studio “Madeleine & Mad Music” in Brussel de tweede soloplaat van Kris in eigen beheer op te nemen. Koen, een meester-concertpianist met een conservatoriumdiploma, eerste pianist bij het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen en docent aan het conservatorium van Antwerpen, na wie Kris enorm opkijkt. Op weg naar het conservatorium wordt hij op een dag aangereden door een tram. Hij ligt enkele dagen in coma, moet een tijd lang herstellen en beslist dan plotseling – vanuit het niets – zijn werk als concertpianist en docent de rug toe te keren. Hij koopt een heus draagbaar houten kerkorgel, met voetpedalen en al, gaat zich toeleggen op jazz en koopt daarbovenop een elektrische Fender Rhodes-piano. Gelukkig voor hen komen die opnamen de directie van Philips ter ore, meer bepaald die van Paul Moens, toonaangevende talentscout, die beslist het album in hun platenstal Philips uit te brengen. In 1975 verschijnt de elpee “Ook voor Jou”. Dat album verkoopt uitstekend en wordt goud, vooral dankzij de drie prachtige songs Vilvoorde City, ’s Nachts als het donker is, en Amsterdam dat in 2001 en in 2003 al werd genomineerd in de “Eregalerij”. Vrijdag de negende november 2007 wordt Amsterdam in het “Casino Kursaal van Oostende” definitief in de “Eregalerij” opgenomen, die avond samen met Ring, ring I’ve got to Sing van Ferre Grignard. Peter Cnop, overbuur van Kris in de Far West, jarenlang journalist bij Humo en nadien bij Knack, is een en al lof:Koen De Bruyne heeft een te rijke muzikale verbeelding om zijn arrangementen in het kopiewerk te laten stranden. De gelijkmatige aanpak en verwerking maakt van wat ik maar de Kris De Bruynenummers zal noemen, een prachtige suite, die tot de krachtigste werken behoort die er in dit taalgebied, en ook ver daarbuiten, te horen vallen. “Ook voor Jou” is een indrukwekkende plaat, waarmee Kris De Bruyne bevestigt wat iedereen al wel in hem had vermoed.” Kris weet nog precies hoe Amsterdam tot stand kwam. “Op zekere ochtend, het moet een uur of halfzeven zijn geweest, belt Jo Muylaert bij Kris aan, neemt plaats aan de piano van Kris en speelt enkele akkoordenreeksen voor die hem de nacht voordien te binnen waren geschoten. Op basis daarvan en zo’n vijftien minuten later is de songtekst Amsterdam geboren. Daarmee was de Vlaamse muziek in één klap een monument rijker. Van Amsterdam verschijnen er nadien een aantal covers, onder meer in 1992 door Hans de Booij, in 1997 Mama’s Jasje, en Axelle Red in 2005, e.v.a.

Philips stelt al gauw voor dat Kris begint aan een nieuwe elpee die als werktitel “Ballerina’s” heet. De broers Koen en Kris zijn laaiend enthousiast. Kris zingt voor Koen in zijn huisje in Grimbergen een 15-tal songs voor waaruit ze samen een selectie maken. Koen is uiteraard de producer. Ze mikken op de Philips-studio’s in Nederland voor een drietal weken. Zo gezegd, zo gedaan. De opnamesessies lopen gesmeerd, maar Koen en Kris moeten in de weekends terug naar huis omdat ze beiden hun concerten te spelen hebben. In die periode – ze zitten nu halfweg de opnamen – sterft Koen totaal onverwacht aan een hersenbloeding, vijftien maanden nadat hun broer Joost, de kunstschilder, al was gestikt door CO2-vergiftiging in zijn schildersatelier. Koen was in die tijd een erg invloedrijke en talentvolle pianist, arrangeur, sessiemuzikant en producer die op heel wat groepen uit de jaren zestig en zeventig zijn stempel heeft gedrukt: Live, Carriage Company, Paul’s Collection, Johan Verminnen, Zjef Vanuytsel, Ferre Grignard, Placebo, Johan Verminnen, Will Tura, Black Blood, Octopus, Funky Tramway en wereldtournees met Adamo, e.v.a. Kris zit in zak en as, en gaat op zoek naar een andere producer in het land, maar geen van hen durft het aan die verantwoordelijkheid van Koen over te nemen. Hij moet nog alle songs inzingen en staat er moederziel alleen voor. Zeer tegen zijn zin, de lol was er wel af. Dat inzingen, het mixen en de mastering belasten hem zwaar, de emoties zijn te groot, en hij zingt zijn songs totaal neutraal en ongeïnteresseerd. De anders zo lovende pers is deze keer snoeihard: “Ballerina’s van Kris De Bruyne is een mislukte plaat!. Kris voegt hier tijdens ons interview het volgende nog aan toe: “De platenfirma verplichtte me om die plaat af te werken, want nadat Koen overleden was, had ik er alle interesse in verloren. Het is en blijft zijn plaat. Ik was alleen maar de zanger van dienst!

Op zijn volgende elpee geproduceerd door Frans Ieven, bassist, producer, en radioman, brengt De Bruyne een eresaluut aan zijn beide broers. Hij noemt dat album “Paprika”, naar een van Joosts schilderijen. De song De Wrede God is een pure afscheidshommage aan broers Koen en Joost De Bruyne, de schilderkunstenaar, grafisch ontwerper en auteur. In het magazine “Billboard” van de zevende december 1979 vinden we als commentaar bij deze plaat: “Deze derde officiële elpee van Kris heeft lang op zich laten wachten. Naar gewoonte openbaart Kris zich als een autistisch, vaak sardonisch verteller van eigen en andermans leed, en met name tekstueel is hij in goeden doen. Zeer goede plaat, waar voor zijn geld.” Topsongs van dit album zijn eveneens Prachtig Nieuw Lief, Lydia d’ Ile d’ Yeu en Castelli di Cannero.

Na het overlijden van zijn beide broers is Kris er rotsvast van overtuigd dat het chronologisch nu de beurt aan hem is. Hij kan de spanning niet aan en vlucht in 1979 naar de US, Connecticut, New England! In zijn boek “In Essentie – Songs & Andere Bekentenissen” (Uitgeverij Lannoo, 2015), schrijft hij daarover: “De man met de zeis heeft me gespaard. Alles bij mekaar heb ik een kleine twee jaar in de USA doorgebracht, er gewoond, gewerkt, rondgetrokken, twaalf staten verkend. Gelukkig stond de dollar toen historisch laag, de benzine kostte haast niets en tot overmaat van plezier kwam mijn toenmalig lief Barbara me vervoegen. Om wat dollars bij te verdienen zette ik in The Fairfield County Gazette, Connecticut, een advertentie: “Young European couple is looking for domestic employment, speaking four languages”. Dat maakte daar serieus veel indruk.” Kris en Barbara worden aangenomen als housekeepers bij William Hammerstein in Bethel, Connecticut. William, die Kris “Bill” mocht noemen als zijn echtgenote er niet bij was, was de kleinzoon van het wereldvermaarde musicalcomponistenduo Rodgers & Hammerstein. En nog later, toen hij naar Wilton verhuisde waar hij de song Winter in Wilton schrijft, gaat hij werken als chauffeur voor “The Sandpiper Bookservice” in Ridgefield, Connecticut. Hij distribueert studieboeken en romans naar alle schoolbookfairs in New England, Connecticut, Maine, Vermont…

In januari 1981 keert Kris levend en gezond terug naar België terug. Hij is genezen. Maar hij wil op dat moment voorlopig niets meer met muziek te maken hebben en gaat twee jaar marketing en copyright studeren aan SRM/Stichting Reclame & Marketingonderwijs, Amsterdam. Twee jaar later richt hij het vennootschap “Acoustics NV” op, het allereerste audioproductiehuis in België. De Bruyne gaat nu opdrachtmuziek schrijven voor radio- en tv-commercials wereldwijd en muziek voor diverse soundtracks: Harry Kümel & Hugo Claus “A Day in Flanders”, bestemd voor de Kamers van Koophandel en de ambassades wereldwijd, Walt Disney Productions Benelux, Agfa Gevaert… Maar hij legt twaalf jaar later zeer tegen zijn zin de boeken neer, wegens wanbetaling door diverse klanten. Het gaat over een verlies van honderdduizenden Belgische franken.

Maar Kris gaat door, niets houdt hem tegen. In het najaar van 1984 gaat hij met zijn band opnieuw op toernee. In “Gazet van Antwerpen” lezen we: “Na jaren van Amerikaanse afwezigheid stond Kris De Bruyne dinsdag weer op een podium voor een première. En het was goed dat De Bruyne er weer stond. Hij is bij ons een van de weinigen die met een liedje een hele wereld van passie, frustratie, leven en dood kunnen scheppen”. Gelijktijdig is er de single Communication (Hart van Steen) en iets later de elpee “Kris De Bruyne Band”. Samen met Chris Peeters neemt hij de productie in handen en laat zich begeleiden door de muzikanten Jan Cuyvers, Jan Hulsens, Dirk Joris, Chris Peeters, Paul Michiels & Joanna Michel. “De Standaard” en “Het Nieuwsblad” schrijven: “De terugkeer van Van Het Groenewoud met “Habba” was een ontgoocheling. De Kreuners hebben zich dit jaar nog niet laten horen. Maar nu is er (plots) de Kris De Bruyne Band die in aanmerking komt voor de beste Nederlandstalige langspeelplaat van het jaar, en niet omdat er zo weinig concurrentie is. Er is weer hoop! ”. Massaal gedraaid is het nummer Je suis Gaga dat hij schreef samen met Chris Peeters en Abel Brantegem. Kris kan het zelf moeilijk geloven, maar de zevende december 1985 staat hij op één in de Vlaamse Top Tien. In de Ultratop is hem een veertigste plaats gegund. Tijdens ons interview benadrukt Kris dat het album “Kris De Bruyne Band” voor hem een mijlpaal is en blijft in zijn carrière, voor hem een duidelijke breuklijn met de vorige platen. Pas toen begon hij te begrijpen wat het is songs te schrijven: “Daar, bij die plaat, is mijn kunstenaarschap begonnen. Toen pas begreep ik hoe je je emoties moet structureren, hoe je realiteit kunt vermengen met fictie. Ik kreeg vanaf die plaat pas grip op mijn materiaal, daar waar het vroeger haast allemaal instinctmatig naar boven kwam.” Kris gunt zijn muzikanten alle eer. De band is zoals Wannes Van de Velde het zei : “Ne zanger is ne groep”.

Kris verrast in 1989 vriend en vijand op het Philips-label met het album “Oog in oog”. Productie: Kris zelf en twee van zijn broeder-muzikanten Jan Hulsens en Chris Peeters. In het totaal tien songs waaronder De Bodem van de Zee, Decolleté, De Vendetta en de ontroerende song Tijd om te gaan Slapen, dat werd gebruikt als muzikale slotapotheose van de acht uren-tv-reeks in regie van Frank Van Passel : “De Smaak van De Keyser”, 2008. Een jaar later op het Alpana-label volgt een Duitse versie van die elpee met “als titel Auge in Auge”. Dat levert vertalingen op als: Du, Windmühlen, Deine Augen en Alles für mich.

Samen met Chris Peeters, studiegenoot in Sint-Lukas, componeert Kris in 1990 de muziek voor de bijna drie uur durende en tweetalige documentaire “Janssen & Janssens draaien een film / Dupont & Dupond font du cinema – 25 years movie-madness from Flanders”, in regie van Robbe De Hert. Deze film geeft door middel van filmfragmenten en interviews met regisseurs als Harry Kümel, Roland Verhaevert en Guido Henderickx, acteurs waaronder Co Flower en Romain Deconinck, schrijvers-scenaristen zoals Ivo Michiels en Hugo Claus en de recensenten Maria Rosseels en Patrick Duynslaeger, een beeld van vijfentwintig jaar movie-madness in Vlaanderen. EMI Belgium bracht aansluitend een cd uit met de hoofdthema’s van de film, met een prachtige hoes van Bob De Moor.

Dat jaar is er op het RCA-label Waarheen je ook mag Lopen, de Amnesty Internationalsingle gezongen door Angie Dylan, Kris Wauters, Kris De Bruyne en Johan Verminnen. De productie is tevens in handen van Kris die samen met Wauters het nummer schrijft. De Bruyne covert dat jaar ook Bruce Springsteens Tougher than the Rest dat hij als Taaier dan de Rest vertaalt voor de cover-lp van Radio 1 “Neem je tijd”, plus Elvis Costello’s Girls Talk. Kris vertaalt die songtitel niet.

We moeten opnieuw drie jaar wachten voor Kris cd–matig nog iets van zich laat horen. Dat wordt op het Alora-label het album “Keet in de Lobby” dat hij laat producen door niemand minder dan Thé Lau! Thé twijfelde eerst omdat hij de bedoeling van Kris niet meteen begreep. Kris wou een plaat in de studio, maar net zo live klinkend als een heus concert. Met de monitors vlak voor alle muzikanten en vlak voor Kris. Overspraak? Daar zat Kris helemaal niet mee in. En Kris vond Thé daarvoor de meest geschikte man. Die ging nadien door de knieën en zorgt er samen met Kris voor dat dit een van de eerlijkste platen is geworden die Kris in al die jaren heeft afgeleverd. Het eindresultaat werd een harde elektrische plaat met twee elektrische gitaren op de voorgrond. “Dit is mijn meest agressieve plaat ooit “, zegt Kris met klem tijdens ons gesprek. Kris wilde met deze platen even komaf maken met het feit dat hij in sommige media de voorbije jaren werd neergezet als de “softe balladeer”. Met dit album wilde hij even een muzikale vuist maken. De tweede februari 1993 lezen we in “De Morgen” hierover: “Het is een voortreffelijke verzameling van een Vlaamse rocker die alleen nog een plaat maakt als hij werkelijk iets te zeggen heeft. Een voorbeeld dat tot navolging strekt.” Volgens “Het Nieuwsblad” is “Keet in de Lobby” de beste Kris De Bruyne-cd tot dan toe en in “Het Zondagsblad” lezen we dat Kris zichzelf opnieuw heeft uitgevonden. Naast de titelsong hoor je op deze plaat songs als: Winter in Wilton, Spanish Eyes, Waar ik voor Leef en Het Varken van de Hoge Venen. Als single uit dit album is er Das Leben ist so Schön (Kris de Bruyne’s Nachtmerrieblues Nr. 6).

 

In 1993 verschijnt op het Alora-label de dubbele verzamel-cd “Wedersamengesteld”, eenendertig van zijn tot dan toe bekendste songs, en pas dan merken velen hoeveel knappe songs Kris in de loop van al die jaren wel bij mekaar heeft geschreven en gezongen. Een jaar later is er het boek “Sire, Dit is Rock & Roll” – De 100 beste Belgische songteksten – Samengesteld door Kris De Bruyne & Stijn Meuris” (Dedalus, 1994). Met een voorwoord van beide heren. En met een prachtige cover van Ever Meulen !

 

In 1994 schrijft Kris in twaalf dagen tijd zestien nieuwe songs in het Ardense romantische piepkleine dorpje Mirwart, niet ver van Saint-Hubert. Alle zestien songs kwamen terecht op de gelijknamige cd “Mirwart”. De elfde mei schrijft Jacky Huys hierover in “Knack Weekend”: “Mirwart is een werkstuk waarop De Bruyne even vitaal klinkt als in de jaren zaliger en dat heeft minder met de harde rockgitaren te maken dan met de vlam binnenin. Anderen van zijn generatie slapen, zijn dood, zitten naast het zwembad of op een mansarde. Hij doet nog altijd mee.” Twaalf songs, waarvan de nummers Meisje in het Blauw, Schone Schijn en Voor je gaat moet je eerst Leren hoe je Komt op single een apart leven gegund wordt. Als hommage aan de man die als eerste in hem geloofde, schrijft Kris de Wannes Van de Velde Blues.

Op het Alora-label is er in 1995 een nieuwe versie van De Peulschil, deze keer met vrienden Kommil Foo/Raf & Mich. Ook op het Alora-label verschijnt in 1996 in een productie van alweer Chris Peeters het album “Van Mijlenver over de Grens”. In “Het Nieuwsblad” van de tweede november schrijft Jan de Vos daarover: “Op zijn recent verschenen cd grijpt Kris De Bruyne nadrukkelijk terug naar het muzikale recept waarmee hij omstreeks 1970 zijn eerste successen boekte: intimistische, akoestisch getinte liedjes met teksten over de mooie en minder mooie dingen des levens. De Bruyne in volle glorie dus!” Uiteraard is de akoestische gitaar van Kris en zijn band sterk aanwezig, maar het zijn de dobro van Fabricio Mancini en de Normandiër Gwénaelt Micault op bandoneon die de kleur van het album bepaald hebben.

Om zijn dertigjarige carrière in de bloemen te zetten, trakteert Kris zichzelf en zijn publiek in 1998 op het dubbelalbum “30 Jaar Zwervend bestaan”, een dubbel-cd waarop een deel van zijn eigen songs opnieuw wordt opgenomen, met o.a. het Frank Hellemont Strijkkwartet, Patrick Riguelle, Wigbert Van Lierde. De productie van deze dertig songs is in handen van Michel Bisceglia. De zeventiende december schrijft Dirk Steenhaut daarover in “De Morgen”: “Het lijkt een beetje vroeg: een artiest die op zijn achtenveertigste al uitgebreid begint om te kijken. Toch denkt Kris De Bruyne nog lang niet aan ophouden. Zelf spreekt hij ’t liefst over een tussentijdse balans, even stilstaan bij het verleden om daarna de toekomst nog vastberadener te lijf te kunnen gaan. “30 Jaar Zwervend bestaan” is trouwens een van de beste platen die hij ooit heeft gemaakt. Niet alleen blijkt uit het materiaal dat De Bruyne een erg getalenteerd liedjesschrijver is, die alleen in tijdgenoten als Jan De Wilde en Raymond van het Groenewoud zijn gelijke vindt, hij zingt ook beter en meer doorvoeld dan ooit. Maar er zijn nog meer tekenen van artistieke rijpheid, vooral in de teksten.” De songs Castelli di Cannero en Lydia d’île d’Yeu worden ook op single uitgebracht. Tegelijk is er ook het boek “30 Jaar Zwervend Bestaan” onder redactie van o.a. Denise Belmans, Herwig Deweerdt en uitgever Marc Vandepitte. Of zoals Jan De Wilde formuleerde: ”Dit is het liber amicorum van Kris”. Andere gastschrijvers zijn o.a. Herman Brusselmans, Eriek Verpale, Jan De Wilde, Bart Plouvier, Chris Peeters, Lamp (Guido Van Hellemont) & Lazerus (Wim Bulens), Jari De Meulemeester van de Ancienne Belgique, e.v.a.

In 2000 is er het album “Zakformaat XL No.1 ” dat Kris opneemt samen met Patrick Riguelle en Wigbert Van Lierde. Dit supertrio neemt op het CNR-label veertien songs op waaronder Nooit meer voor Altijd, Zeven zonden en Het leven is Kut, lievelingssong van Lucas Van den Eynde! Dit staat de tweeëntwintigste mei daarover in de “Financieel Economische Tijd” geschreven: “Bestaat er zoiets als een supergroep met een gezond relativeringsvermogen en een levensnoodzakelijke dosis humor? Heeft Vlaanderen een eigen Crosby, Stills & Nash en kan een gedeelde liefde en passie voor de gitaar het ego op een zijspoor schuiven? Blijkbaar wel wanneer je naar “Zakformaat XL No. 1″ luistert.”

In 2001 komt het album “Buiten de Wet” uit onder het label Culture Records, geproducet door het duo Michel Bisceglia en Mauro Pawlowski. Geen toegevingen aan de stille wetten van de radio en de commercie, maar gewoon stijfkoppig zijn eigen ding doen, is ook nu weer voor De Bruyne het uitgangspunt. In “De Morgen” schrijft Rudy Vandendaele recht uit zijn hart: “Ik Lach mij Kapot is een van de mooiste Nederlandstalige songs die ik de afgelopen jaren heb gehoord: strak van compositie, melodieus, erg goed gezongen, en briljant in zijn eenvoud. Zo, dat moest er even uit. Kris De Bruyne heeft dit nummer samen met de befaamde Mauro Pawlowski geschreven. Het luidt veelbelovend zijn nieuwe cd “Buiten de Wet” in. En die belofte wordt ingelost.” Ook de nummers De Letter van de Wet, en Zo Simpel is Dat, vinden hun weg richting single. In “Knack Magazine” lezen we: “Songschrijven moet je De Bruyne natuurlijk niet meer leren. Kris is een man van de inhoud, laat anderen zich bekommeren om de vorm. Denk maar aan wat Thé Lau van The Scene deed op “Keet in de Lobby”. Op “Buiten de Wet” laat Mauro Pawlowski de nummers openbloeien. Klinkt de cd aangenaam, tekstueel is ze scherp. De Bruyne zingt over zelfmoord, god en balorigheid, maar ook over de zoete liefde.” In 2001 is er de gelijkekansenbeleid-cd “Groot Gelijk” waarop Kris te horen is met De letter van de wet. Op dat album horen we onder anderen ook Paul Michiels, Clouseau, Yasmine, Kommil Foo en Raymond van het Groenewoud aan het werk.

Twee jaar nadien start Kris aan een tournee samen met Dany Caen onder de muzikale noemer “De Schone & Het Beest”. Dany Caen, de mooiste Vlaamse vrouwelijke bluesstem ever, vooral bekend als backingzangeres bij o.a. Clouseau, Rob de Nijs, The Scabs, BJ Scott… Zij en Kris kennen elkaar al langer. Honderden uren hebben ze samengewerkt in opnamestudio’s voor cd-, theater- en spektakelproducties en voor radio- en tv-commercials. In het programmablad lezen we: Twee in Eén” wordt een mengeling van bekende songs van Kris De Bruyne, een selectie van eigen en andere nummers van Dany Caen, en gloednieuwe, nog nooit eerder gehoorde songs. De individuele verschillen tussen De Schone & Het Beest vloeien in de loop van de avond op verraderlijke wijze in elkaar. Werkelijkheid wordt schijn, in dromen van realiteit. Of omgekeerd? Een vocaal en muzikaal huwelijk als een spiegel van de relatie bij u thuis.” Als aanloop naar die tournee is er de schitterende single Nieuwjaar in Brussel, een vertaling door Kris van de Poguessong Fairytale of New York.n samen op

In 2004 lanceert Universal de verzamelaar “Het beste van Kris De Bruyne”: elf klassiekers van Amsterdam tot en met Lieve Jacoba. Dat jaar werkt Kris ook mee aan de benefiet-cd “Te Gek”, ten voordele van de psychiatrische instelling “Sint-Annendael” te Diest. Hij schrijft en zingt samen met Mauro Pawlowski de song Al wie dit Hoort. Aan deze cd werken onder meer ook Roland, Patrick Riguelle, Guy Swinnen en Kathleen Vandenhoudt mee.

Het album “Westende Songs” wordt een jaar later gereleased op het LC Music-label en werd opgenomen in de ’Studio Toots’ van Radio 1. Het eindresultaat is een ongeveer zevenendertig minuten durende solo-cd. Producer van dienst is Jean-Marie Aerts: “Kris liet me weten dat hij de best klinkende Nederlandstalige akoestische cd aller tijden wilde maken en dan sta ik scherp”, onthulde Jean-Marie aan de Vlaamse media. Voorts vertelde hij: “Ik heb me klankgewijs laten inspireren door opnames van John Lee Hooker en Robert Johnson. De plaat klinkt meer bluesy dan heel wat bluesplaten. Alle eer daarvoor aan Kris.” “De Morgen” schrijft: “Het eerste wat aan de nieuwe cd opvalt, is de prachtige akoestische klank. Die sound vormt het perfecte contrapunt bij de prachtige liedjes die De Bruyne op zijn medemens loslaat. Hij krijgt daarbij spaarzame maar prachtige rugdekking van Patrick Riguelle, Henri Ylen en Filip Casteels. Als leuk toemaatje krijgen we ook twee bijdragen van Luc De Vos.” Ook “Knack” reageert lovend op deze release: “Met weinig middelen worden tonnen sfeer gecreëerd: geconcipieerd met zicht op zee is dit de blues en americana van aan de Vlaamse kust!” Voorts lezen we links en rechts: “Toch zijn De Bruynes liedteksten en gitaarspel niet bedolven onder overlappende geluidslagen, want de overdubs laten het sobere en eenvoudige karakter van de oorspronkelijke opnames intact. Zo wordt er voldoende ademruimte gegeven aan de zangpartijen, en komt de klemtoon automatisch op de tekstuele inhoud van de songs te liggen. Het al dan niet geslaagd zijn van een liedje hangt daardoor grotendeels af van de sterkte van de lyrics.”

2006 Groot Feest: Liesbeth List, Eva De Roovere, Lucas Van den Eynde en Kris De Bruyne gaan samen op tournee met het programma: “Kleinkunsteiland: uit liefde en respect”. Ze doen samen vijfenveertig uitverkochte culturele centra aan met Kris’ full band, in minder dan twee maanden en een half. Chef d’orchestre: Michel Bisceglia !

En de singer-songwriter blijft keihard werken. In 2007 staan er enkele speciale literaire lezingen op het programma met o.a. Jos Geysels, Karl Van den Broeck als vast panel in het reizend programma “OverLezen” waar Kris zetelt naast schrijvers als Leo Pleysier, Bernard Dewulf, Walter van den Broek, Bart Plouvier, Chika Unigwe, Gerrit Komrij en nog vele anderen.

De twaalfde januari 2008 start de eerste reeks jubileumconcerten “40 Jaar op Tournee”. Naar aanleiding daarvan wordt ook de release van de cd-box “40 jaar songs” gepland, een verzamelbox met zestig liedjes, verdeeld over vier cd’s, met op de vierde cd “specials”, nooit eerder verschenen outtakes, liveopnamen, demoversies van Hoe uit ik dan mijn Vrolijkheid, Waar ik voor Leef, Castelli di Cannero en De Aansteekster / Ik ben de Enige, de versie uit 1995 van De Peulschil en zijn allereerste single Klein Klein Kleutertje plus een allesomvattend booklet.

De tweede februari 2011 brengt Kris op het label Muziekuitgeverij, verdeeld door CNR, als vervolg op “Westende Songs” het album “La Matanza Songs” uit. De vijfde februari schrijft Bart Steenhout daarover in “De Morgen”: “Op dit album, geschreven in Spanje en Griekenland, illustreert de inmiddels zestigjarige Kris De Bruyne ten overvloede dat hij het vak nog steeds tot in de kleinste details beheerst. In Recht op Dank veegt De Bruyne met een vloeiende beweging alle verschillen tussen Vlamingen, Walen en Brusselaars van tafel middels een goeie, catchy popsong, die intussen de weg naar de radio gevonden heeft. Maar ook als de toon wat melancholischer wordt, zoals in het sobere Belle de Braque / Balle de Break kun je er niet omheen dat De Bruyne nog steeds op topniveau staat. De arrangementen zijn subtiel en uitgepuurd, meestal opgebouwd rond akoestische gitaar en vleugelpiano, maar af en toe (in het aanstekelijke I Kori Mou bijvoorbeeld) duiken er blazers op om het geheel een speelse toets mee te geven. Zowel Lies Steppe als Neeka vervullen gastrolletjes, en met Mag je Nooit Jezelf Verliezen in de Nacht heeft De Bruyne John Martyns klassieker ’May You Never’ vertaald op een manier waar de Schot (die 2 jaar geleden overleed) trots op zou zijn. De twintigste plaat van Kris De Bruyne is een van zijn allerbeste!”

In 2013 brengt Kris bij Lannoo Campus, Leuven zijn derde boek “Hoe Mooi mijn Moeder Stierf”uit, ingeleid door professor Peter De Deyn en toegelicht door professor Wim Distelmans. Daaruit deze passage: “Dit is het verhaal van het laatste anderhalve jaar van het leven van mijn moeder Gabriëlla Van Broeck. Ze had gekozen voor euthanasie en deze werd uitgevoerd op vrijdag zeventien februari 2012 om twee uur ‘s middags, vier en een halve maand voor ze negenennegentig jaar zou zijn geworden. Lichamelijk was ze in het begin niet echt ziek, in enkele vingers had ze wel wat artrose, en in haar laatste maanden viel ze geregeld krachteloos op de grond, waarna ze slechts met veel moeite en pijn weer recht kon komen. Mijn moeder wist heel goed wat ze wilde. Geestelijk was ze helder en kerngezond, zelfs tot op de laatste seconde voor haar overlijden. Maar haar leven was geleefd. Haar verdriet was onmetelijk. Haar huwelijk was een complete ontgoocheling. Daarnaast heeft ze drie zonen moeten overleven, en twee van haar drie dochters, een schoondochter en drie kleinkinderen hadden jaren voordien bijna collectief alle contact met haar verbroken. Dit alles maakte haar psychisch lijden ondraaglijk. Op haar allerlaatste levensdag kreeg ze voor de eerste keer in haar leven twee prikjes na elkaar. Ze is hand in hand met mij en mijn vrouw Lieve met een glimlach en vol vertrouwen heengegaan. Ik ben heel blij dat ik moeders euthanasie heb mogen helpen verwezenlijken onder haar niet mis te verstane leiding, gezag en toezicht. Het was indrukwekkend om te zien hoe mooi mijn moeder stierf.

Begin 2013 gaat Kris weer op tournee met enkelen van zijn zingende collega’s. “Diep in Mij” wordt een eerbetoon aan de in 2010 overleden Yasmine. Het is een overzicht van haar hele oeuvre, op een manier zoals Hilde Rens (Yasmine) het gewild zou hebben: sober, doordacht, stijlvol. Met “Diep in Mij” herleeft Yasmines repertoire in al zijn facetten. In een eigentijdse arrangementen interpreteren Clara Cleymans, Barbara Dex, Gunther  Verspecht  en Kris De Bruyne de liedjes die Yasmine uniek maakten! Veel songs zingen ze vierstemmig. De veertiende februari had in “De Roma” in Antwerpen de première plaats, en de finale van de tournee eindigt, jawel, eveneens in “De Roma”.

En dan verschijnt er nog een vierde boek van de hand van Kris. Naar aanleiding van zijn vijfenzestigste verjaardag presenteert in de maand maart van 2015 Uitgeverij Lannoo “In Essentie, songs & andere bekentenissen”. Sabam schrijft op hun website daarover: “Die songs komen van een van onze meest legendarische singer-songwriters, de man die Klein Klein Kleuterke met zijn bluesversie een cultstatus bezorgde. Nooit eerder groef Kris De Bruyne, die op 20 maart 65 kaarsjes mag uitblazen en dit jaar maar liefst 45 jaar op de planken staat, zo diep naar de roots van zijn inspiratie.  In het boek (zijn vierde publicatie intussen) vertelt hij openhartig over het ontstaan van zijn songs en brengt hij een selectie van zijn beste liedteksten. Tot nog toe staan er duizend en een concerten, tweehonderdvijftig uitgebrachte songs en zeventien albums op de teller. Zijn evergreens behoren tot het collectief geheugen: De Onverbiddelijke Zoener, Lieve Jacoba, Amsterdam, Je suis Gaga, Tijd om te gaan Slapen, Waar ik voor Leef, Vilvoorde City e.v.a. sloegen een brug tussen kleinkunst en rock. Zo verwierf de rasmuzikant “die rock zingt, maar jazz denkt” een unieke positie, tot op vandaag door jong en oud gewaardeerd.” Kris voegt daar zelf aan toe: “Pas nu, tijdens het schrijven van dit boek, begint het me te dagen wat ik allemaal bij mekaar heb geschreven. Hoe geweldig de oogst schommelt van zeer donker tot zeer lichtgevend. Al die songs bulken van ironie, of van cynisme, van sarcasme zelfs. Maar evengoed vind ik er vaak blijheid, positivisme, hoop en geluk in terug.” Of om het met de woorden van zijn collega Patrick Riguelle te zeggen: “Kris is de architect van de eenvoud die zijn stem leent aan een lied dat zegt waar het om gaat!”

Wanneer Guido Belcanto in 2015 zijn album “Cavalier seul” uitbrengt, wordt daar als single Geef me Liefde uit gelicht, een nummer dat Guido voor deze gelegenheid samen met Stijn Meuris en Kris De Bruyne zingt. De zevende februari staan zij op de vierde plaats in de Vlaamse Top 50.

Een novemberavond in 2014. “Concertzaal Trix” in Antwerpen staat volgepakt met duizend jonge en oudere enthousiaste mensen die uitkijken naar Kris De Bruynes “Radio 1-Sessie” en tv-opnamen. Kris kan je als liedschrijver en werkgever niet verdenken van enige verzuchting naar meerdere eer en glorie van hemzelf. Hij is een lid van de musicerende bende, hij is een van de jongens, ijdel en nederig tegelijkertijd. Het is mooi om te zien hoe hij de schaduw durft op te zoeken op het podium en de schijnwerpers laat schijnen op zijn vijf geweldige muzikanten: Yves Baibay op drums, Wladimir Geels op bas, Patrick Deltenre op elektrische gitaar, Gijs Hollebosch op lapsteel, resonator en akoestische gitaar, en Dominique Vantomme op vleugelpiano & hammond. Mooi ook hoe hij hen tijdens het optreden een voor een even apart neemt in een warm en geestig gesprekje. En dan neemt hijzelf weer het voortouw, de artiest die zichzelf keer op keer opnieuw uitvindt”. Alzo omschreef Mark Lefever, radioman van o.a. Studio Brussel, Klara, Radio 1 het in het booklet van de dubbel-cd, die in november 2015  onder de titel “In Levende Lijve” wordt gereleaset. Hier hebben we voor het eerst de rasperformer Kris De Bruyne op twee glinsterende cd’s altijd binnen handbereik. Naast het “Radio 1 Sessies Concert”, waarvoor Kris als special guests koos voor samenwerkingen met Kommil Foo die Arme Lolita van over het Veld zingen, Patrick Riguelle in duet met Kris in Castelli di Cannero, Neeka in duet met Kris met Ik ben de Enige, Clara Cleymans in duet met Kris met Cirkels van Goud , Mauro Pawlowski die meesterlijk gitaar speelt met Kris tijdens Nul komma Nul, Klaas De Somer, zoon van Kris, en de vaste drummer van Tourist LeMC. Tussen haakjes : Hanna, de dochter van Kris, studeert in 2015 af aan de Kunsthumaniora, Antwerpen waar ze piano en bas heeft gestudeerd. Op de bonus-cd staan zeer merkwaardige opnamen van demo’s, nieuwe songs, en een nooit eerder vrijgegeven songversie, te weten ‘s Nachts als het Donker Is, samen mét Luc De Vos.

In de loop van 2015 verschijnt onder impuls van Kris De Bruyne het complete jazz-oeuvre van betreurde broer Koen, onder meer een nieuwe release van het album “Here comes the Crazy Man” van 1974. Kers op de muzikale taart zijn de nooit eerder vrijgegeven studio-opnamen van Koens Games en Four Grand Piano Improvisations. Kris bewaarde al die tijd in zijn muziekarchieven de analoge mastertapes van bovengenoemde studio-opnamen en coördineerde samen met het Belgische platenlabel SDBAN, Gent de productie van vinyl en dubbel-cd.

 

Vanaf de 10de november 2017 trekt Kris nog eens met veel zin de komende maanden naar het theater, deze keer met het project “Zijn mooiste liefdesliedjes”. Kris De Bruyne, Gijs Hollebosch en Yves Meersschaert zochten uit de 280 songs van Kris naar zijn vergeten liefdesliedjes. Die liedjes waarnaar de fans na afloop van concerten bleven vragen. Deze haast verloren schat van songs was verrassender en rijker dan het trio verwachtte en inschatte. Naast vergeten parels brengen ze ook enkele hits. Gijs, Yves & Kris toveren een magische sound te voorschijn die je nog nooit hebt gehoord. Zo spelen ze onder meer op dobro & slie, accordeon, mondharmonica, piano, akoestische en elektrische gitaar en op een echte Hammond. Ze wisselen met elkaar muzikale poëzie, oor voor detail en kracht uit, met als prachtig resultaat “Zijn mooiste liefdesliedjes”: liefde en blues, amore e dolore.

 

Over zijn toekomst zegt Kris zelf het volgende: “Ik heb in mijn leven eenentwintig albums uitgebracht. Na “Westende Songs” en “La Matanza Songs” heb ik mezelf verplicht de trilogie te beëindigen met een album dat ik eventueel “De Eerste Songs” zal noemen”.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2015 Daisy Lane & Marc Brillouet

 

 

Kris De Bruyne

 

Als we surfen naar de site van het Belgisch Pop en Rock Archief en daar Kris De Bruyne aanklikken, dan lezen we dat hij een van Vlaanderens meest getalenteerde singer-songwriters is. Kris is ook de allereerste singer-songwriter die voluit keihard elektrisch is gegaan. Dit werd later bevestigd door collega’s zoals o.a. Jean-Marie Aerts en Luc De Vos, waarover straks méér wordt verteld. In haar masterproef “De toe-eigening van de rockmuziek in België tijdens de jaren zestig” stelt Marieke Vangheluwe: “Begin jaren zeventig vonden rockmuziek en kleinkunst elkaar in artiesten zoals Raymond van het Groenewoud, Kris De Bruyne en Johan Verminnen. Ze brachten een nieuw genre naar voren en ze hadden, net zoals de kleinkunstenaars voor hen, het gevoel dat wat ze deden het waard was om gebracht te worden. Ook Kris De Bruyne en Johan Verminnen getuigden van zelfvertrouwen, ze wilden immers breken met de regels van de kleinkunst en daarvoor was lef nodig. Lamp, Lazerus & Kris brachten een nieuw rockgeluid, maar daar was Vlaanderen nog niet helemaal klaar voor. Ze behaalden wel een toptienhit, maar hun elpee flopte. Toen Kris later solo ging, bleek zijn muziek beter aan te slaan. Verminnens muziek was een stuk rustiger, maar toch brak ook hij met de kleinkunst, door met elektrische versterking te gaan spelen. Deze drie artiesten bleken te weten wat ze wilden en probeerden zich zo weinig mogelijk door andere factoren te laten beïnvloeden. Dat getuigde al meteen van zelfvertrouwen.

 

Die aparte en vooral in zijn tijd daardoor in het oog springende Kris De Bruyne werd de twintigste maart 1950 in Antwerpen als vijfde kind in een gezin van zeven geboren, afwisselend jongen, meisje, jongen, meisje, jongen, meisje, jongen… Vader, Arthur De Bruyne, geboren de veertiende maart 1912, was onderwijzer die als pure hobby geschiedenisboeken schreef, gespecialiseerd in de Eerste en de Tweede Wereldoorlog en de repressie, en tevens journalist van “De Standaard” en “Gazet van Antwerpen”. Diens vader Emiel was harmoniecomponist en dirigent in het Kruibeekse Waasland en het Hollandse Gouda. En twee andere broers van Arthur, Juul en Albert, waren pianisten, componisten en organisten. Moeder De Bruyne was ook muzikaal, zij speelde graag piano. Daarover vertelt Kris ons: “Wat onze beide ouders ons hebben doorgegeven in vrijheid aan expressie, dat was van onschatbare waarde. We werden opgevoed in een klimaat van artistieke expressie, in literatuur, plastische kunst en muziek. Zo rijpten onze emoties haast vanzelfsprekend en kregen ze vorm. We leren van mekaar, vaak zelfs zonder woorden. Als kleuter al lag ik altijd, omdat ik zo slecht de slaap kon vatten, luidop verzonnen melodieën te zingen in bed. Ik denk dat daar mijn eigen planeet van klank en melodie is ontsprongen.” Aan tafel werd ten huize van De Bruyne dan ook nooit over koetjes en kalfjes gepraat, de gesprekken moesten karakter en inhoud hebben, ook wanneer de ooms en tantes op bezoek kwamen. Vader Arthur was een erudiet talent, maar hij moest vroeg gaan werken omdat zijn vader erg ziek was en er moest brood op de plank komen voor het kroostrijke gezin. Hij had intussen in zijn Kruibeke een meisje leren kennen, dat zo verliefd op hem was dat ze acht jaar lang op hem heeft gewacht vooraleer ze in het huwelijk konden treden en haar man zijn diploma van onderwijzer op zak had. Ten huize van De Bruyne in Mortsel heerste discipline en werden de kinderen devoot en katholiek opgevoed. Er waren strenge gezinsspelregels die gevolgd moesten worden. Met negen in een klein huis, is immers geen sinecure. Wat Kris aan zijn jeugd onder meer ook heeft overgehouden, is zijn liefde voor literatuur. Hij las aan de strekkende meter: Johan Fabricius, Willem Elsschot, Klaus Mann, Simon Carmiggelt, Jeroen Brouwers, tot en met Isaac Bashevis Singer, Charles Bukowski, Jerzy Kosinsky, Konstantin Paustovski…  “Veel van mijn songteksten vonden hun inspiratie in de boeken van vernoemde heren schrijvers!”, aldus Kris.

Kris is acht wanneer hij op de muziekacademie in Mortsel, net als zijn oudere broer Koen, notenleer en piano gaat volgen. Hier leert hij de opgelegde etudes van o.a. de Oostenrijkse componist Carl Czerny en tijdgenoten in de vingers krijgen. Hij geraakt verknocht aan de piano en aan de muziek van componisten als Franz Liszt en Jean Sibelius. Thuis stond in de voorkamer naast een buffetpiano ook een Dual-platenspeler. Daarop draaide Kris zijn eerste gekochte elpees, vooral klassieke platen met muziek van Bach en Sibelius en bluesmuziek van o.a. John Lee Hooker en Jackson C. Frank. Naast de piano geraakt hij door te luisteren naar de muziek van Woody Guthrie en Robert Johnson in de ban van de gitaar. Om dus een gitaar te kunnen kopen gaat hij tijdens de zomervakantie van 1964 twee maanden werken aan de Antwerpse dokken. Hij is dan nog maar veertien. In september 1964 schaft hij zich zijn eerste gitaar aan, kostprijs : zesduizend oude Belgische frank. Niet zo voor de hand liggend voor een jongen die vanaf het derde studiejaar aan het strenge Xaveriuscollege te Borgerhout bij de jezuïeten studeert, met een spartaanse educatie die hem voor de rest van zijn leven zal tekenen. Kris zegt nog steeds dat ze toen ’de onschuld uit zijn persoon hebben gerukt en schuld in de plaats hebben gezet’. Dat, en zijn katholiek-strenge opvoeding, maakte van hem stilaan een rebel die hij in sommige van zijn songs is gebleven.

 

Kris wordt bij de jezuïeten in zijn voorlaatste jaar lager middelbaar wegens onbuigzaam gedrag aan de deur gezet en gaat vervolgens naar het Sint-Norbertus-college in Antwerpen. Hier houdt hij zich gedeisd, want hij heeft met zijn vader afgesproken dat wanneer hij slaagt, hij naar het Sint-Lukasinstituut in Brussel mag, op kot nog wel. Tussen 1965 en 1966 treedt Kris regelmatig op in de klas, in de jeugdclubs en later in Antwerpse bruine kroegen, o.a. in het voorprogramma van Derroll Adams, met songs van Big Bill Broonzy, John Lee Hooker, Woody Guthrie én schoorvoetend met eigen Engelstalige en Nederlandstalige songs. Kris slaagt met glans in het Sint-Norbertus en mag dus op kot en naar Sint-Lukas. Daar zit hij dan als jonge knaap, vogelvrij, en bepaalt zijn eigen leven en toekomst.

 

Aan het Sint–Lukas volgt hij de afdeling plastische kunsten en grafiek, niveau A2. Hij zal niveau A1 wel aanvatten, maar niet afronden, want hij heeft dan al zijn eerste gouden plaat op zak. In zijn naschoolse tijd is Kris al volop met muziek bezig. Het toeval steekt een handje toe. Hij behaalt in 1968 de tweede prijs tijdens het “Skifflefestival van Hove”. Hij zingt daar onder meer een satirische bluesversie van het kinderliedje Klein Klein Kleuterke. Hij geraakt door de eerste selectie, maar moet dan uitpakken met twee andere liedjes. Die heeft hij niet, en dankzij de steun van jurylid Wannes Van de Velde mag Kris tot en met de finale onder meer zijn Kleuterke blijven zingen. De tweede prijs houdt in dat De Bruyne op het Cardinal-label van Rocco Granata zijn eerste single mag opnemen. Tijdens de opname van Kleuterke wordt Kris op bongo’s en wastrommeldozen begeleid door Luk Marynissen, zo simpel is dat. Als B-kant wordt gekozen voor De Lustmoordenaar - gecensureerd door de radio-omroepen - dat Kris samen met Dirk Verhaegen had geschreven. Tijdens diverse gesprekken nadien in de kantine van Sint-Lukas leert Kris, Guido Van Hellemont en Wim Bulens kennen. Hij komt te weten dat ze het duo “Lamp & Lazerus” vormen en voor zij het weten is het trio “Lamp, Lazerus & Kris” een feit. Ze tekenen een platenkontract bij Vogue International en nemen een complete elpee op met als producer Roland Verlooven en geluidstechnicus Paul Leponce, die zelfs al opnamen had gemaakt van Big Bill Broonzy! In alle LL&K-songs klinkt de ironie van het moment door. Kris hanteert hier de omgangstaal die er toen in zijn studentenmilieu werd gesproken. De Peulschil en De Onverbiddelijke Zoener werden meteen tophits. Omroep Brabant verzocht LL&K om een zaterdagse wekelijkse satirische radioshow in mekaar te steken, genaamd “De Peulschil”. LL&K schreven de scenario’s en waren tevens de stemacteurs ervan. Chris Van den Durpel zal in de jaren tachtig De Peulschil nog eens gebruiken als begintune voor het BRT-tv Jeugdprogramma. Maar na drie à vier jaar toeren in Vlaanderen én in Nederland, en een succesvolle elpee, houdt Kris het in deze combinatie voor bekeken.

Want De Bruyne wil weg uit het verstikkende parochiale kleinkunstmilieu, hij wil songs schrijven ’waarin iets gebeurt’, met meer inhoud, en gaat solo, wat in 1973 op het Vogue-label uitmondt in de titelloze debuutelpee met zijn toenmalige band: Mich Verbelen, Raymond van het Groenewoud, Firmin Michiels en Eddy Verdonck en Jan De Wilde als special guest op akoestische gitaar. We tellen tien liedjes waaronder Tangebeek Bos, Lied van de Lafaard, Het Tractaat en Grote Japie. Het werd wel een plaat zoals Kris ze op dat moment wou: loeiend hard en met woeste teksten. Hij kreeg de volle laag van pers en publiek, want dit soort muziek was ’totaal ongehoord’. Zowel tekst als muziek werden de grond in geboord. Het album wordt commercieel gezien een buitengewone flop, en wordt na vier weken uit de handel gehaald en vernietigd door de platenfirma. Tegenwoordig wordt dit album algemeen erkend als de allereerste Nederlandstalige rockplaat. Jean-Marie Aerts, producer van o.a. TC Matic, De Kreuners, Arno, Jo Lemaire, Absynth Minded, Urban Dance Squad, Gorki enz… zegt nog steeds heden ten dage dat met Kris’ eigenzinnige album de elektriciteit echt is uitgevonden in ons land.

Live doet De Bruyne zijn naam echter alle eer aan zoals we de vijftiende november in “Humo” lezen: “Hij kan het. We hebben in de Beursschouwburg eindelijk een écht concert meegemaakt, met een échte groep, die échte muziek maakte. Het was hartverwarmend in één avond een streep te zien trekken onder jaren Vlaams geklungel, en door de rekening van al die meelopers, na-apers en twijfelaars die het zo nodig vinden zich via muziek weetjewel te uiten. Wat Kris De Bruyne en zijn rotgetalenteerde groep (Mich Verbelen, Firmin Michiels, Raymond van het Groenewoud en Eddy Verdonck én een levend strijkkwartet) woensdagavond lieten horen en zien, was af. Daarom deze kreet: laat het niet bij deze ene keer blijven. Ga naar Kris De Bruyne kijken als hij in je buurt optreedt.” In “De Spectator” lazen we al iets eerder: “Zoals hij reeds op het festival van Affligem liet horen, bewees Kris De Bruyne nogmaals dat hij de meest prominente zanger is van het Vlaamse popfront. Hij heeft onbewuste présence, gesteund door de sterke opbouw en de teksten van zijn liedjes, die uitstekend begeleid worden door de mensen van zijn groep.”  In het bijbehorende boekje bij de cd-box “Kris De Bruyne 40 jaar Songs” schrijft Dirk Fryns daarover: “Uit die eerste nummers al kwam Kris tevoorschijn als een erg gevoelige, kwetsbare jongen. In de praktijk wilde zijn gedrag dat wel eens tegenspreken. Als zijn karakter weer eens opspeelde of iets indruiste tegen zijn rechtvaardigheidsgevoel, kon hij niets of niemand ontziend uit de bol gaan. Hij kon opvliegend zijn, een “rebel without a cause”. Van de andere kant maakten die uitbarstingen zijn présence op het podium ook geloofwaardig bij zijn steeds talrijker wordende publiek. Het kan geen kwaad voor een oprecht artiest te zingen vanuit zijn ontevredenheid, een zekere opstandigheid, ja zelfs ongeveinsde toorn. Dood aan alles wat voos en vals is! Engagement, een woord dat je niet ijdel gebruikte.”

Wanneer Raymond van het Groenewoud de band van Johan Verminnen verlaat om toe te treden tot de band van Kris, neemt Koen daar diens plaats in. Iets later gaat hij met broer Kris samenwerken en beslissen zij in samenwerking met studio “Madeleine & Mad Music” in Brussel de tweede soloplaat van Kris in eigen beheer op te nemen. Koen, een meester-concertpianist met een conservatoriumdiploma, eerste pianist bij het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen en docent aan het conservatorium van Antwerpen, na wie Kris enorm opkijkt. Op weg naar het conservatorium wordt hij op een dag aangereden door een tram. Hij ligt enkele dagen in coma, moet een tijd lang herstellen en beslist dan plotseling – vanuit het niets – zijn werk als concertpianist en docent de rug toe te keren. Hij koopt een heus draagbaar houten kerkorgel, met voetpedalen en al, gaat zich toeleggen op jazz en koopt daarbovenop een elektrische Fender Rhodes-piano. Gelukkig voor hen komen die opnamen de directie van Philips ter ore, meer bepaald die van Paul Moens, toonaangevende talentscout, die beslist het album in hun platenstal Philips uit te brengen. In 1975 verschijnt de elpee “Ook voor Jou”. Dat album verkoopt uitstekend en wordt goud, vooral dankzij de drie prachtige songs Vilvoorde City, ’s Nachts als het donker is, en Amsterdam dat in 2001 en in 2003 al werd genomineerd in de “Eregalerij”. Vrijdag de negende november 2007 wordt Amsterdam in het “Casino Kursaal van Oostende” definitief in de “Eregalerij” opgenomen, die avond samen met Ring, ring I’ve got to Sing van Ferre Grignard. Peter Cnop, overbuur van Kris in de Far West, jarenlang journalist bij Humo en nadien bij Knack, is een en al lof:Koen De Bruyne heeft een te rijke muzikale verbeelding om zijn arrangementen in het kopiewerk te laten stranden. De gelijkmatige aanpak en verwerking maakt van wat ik maar de Kris De Bruynenummers zal noemen, een prachtige suite, die tot de krachtigste werken behoort die er in dit taalgebied, en ook ver daarbuiten, te horen vallen. “Ook voor Jou” is een indrukwekkende plaat, waarmee Kris De Bruyne bevestigt wat iedereen al wel in hem had vermoed.” Kris weet nog precies hoe Amsterdam tot stand kwam. “Op zekere ochtend, het moet een uur of halfzeven zijn geweest, belt Jo Muylaert bij Kris aan, neemt plaats aan de piano van Kris en speelt enkele akkoordenreeksen voor die hem de nacht voordien te binnen waren geschoten. Op basis daarvan en zo’n vijftien minuten later is de songtekst Amsterdam geboren. Daarmee was de Vlaamse muziek in één klap een monument rijker. Van Amsterdam verschijnen er nadien een aantal covers, onder meer in 1992 door Hans de Booij, in 1997 Mama’s Jasje, en Axelle Red in 2005, e.v.a.

Philips stelt al gauw voor dat Kris begint aan een nieuwe elpee die als werktitel “Ballerina’s” heet. De broers Koen en Kris zijn laaiend enthousiast. Kris zingt voor Koen in zijn huisje in Grimbergen een 15-tal songs voor waaruit ze samen een selectie maken. Koen is uiteraard de producer. Ze mikken op de Philips-studio’s in Nederland voor een drietal weken. Zo gezegd, zo gedaan. De opnamesessies lopen gesmeerd, maar Koen en Kris moeten in de weekends terug naar huis omdat ze beiden hun concerten te spelen hebben. In die periode – ze zitten nu halfweg de opnamen – sterft Koen totaal onverwacht aan een hersenbloeding, vijftien maanden nadat hun broer Joost, de kunstschilder, al was gestikt door CO2-vergiftiging in zijn schildersatelier. Koen was in die tijd een erg invloedrijke en talentvolle pianist, arrangeur, sessiemuzikant en producer die op heel wat groepen uit de jaren zestig en zeventig zijn stempel heeft gedrukt: Live, Carriage Company, Paul’s Collection, Johan Verminnen, Zjef Vanuytsel, Ferre Grignard, Placebo, Johan Verminnen, Will Tura, Black Blood, Octopus, Funky Tramway en wereldtournees met Adamo, e.v.a. Kris zit in zak en as, en gaat op zoek naar een andere producer in het land, maar geen van hen durft het aan die verantwoordelijkheid van Koen over te nemen. Hij moet nog alle songs inzingen en staat er moederziel alleen voor. Zeer tegen zijn zin, de lol was er wel af. Dat inzingen, het mixen en de mastering belasten hem zwaar, de emoties zijn te groot, en hij zingt zijn songs totaal neutraal en ongeïnteresseerd. De anders zo lovende pers is deze keer snoeihard: “Ballerina’s van Kris De Bruyne is een mislukte plaat!. Kris voegt hier tijdens ons interview het volgende nog aan toe: “De platenfirma verplichtte me om die plaat af te werken, want nadat Koen overleden was, had ik er alle interesse in verloren. Het is en blijft zijn plaat. Ik was alleen maar de zanger van dienst!

Op zijn volgende elpee geproduceerd door Frans Ieven, bassist, producer, en radioman, brengt De Bruyne een eresaluut aan zijn beide broers. Hij noemt dat album “Paprika”, naar een van Joosts schilderijen. De song De Wrede God is een pure afscheidshommage aan broers Koen en Joost De Bruyne, de schilderkunstenaar, grafisch ontwerper en auteur. In het magazine “Billboard” van de zevende december 1979 vinden we als commentaar bij deze plaat: “Deze derde officiële elpee van Kris heeft lang op zich laten wachten. Naar gewoonte openbaart Kris zich als een autistisch, vaak sardonisch verteller van eigen en andermans leed, en met name tekstueel is hij in goeden doen. Zeer goede plaat, waar voor zijn geld.” Topsongs van dit album zijn eveneens Prachtig Nieuw Lief, Lydia d’ Ile d’ Yeu en Castelli di Cannero.

Na het overlijden van zijn beide broers is Kris er rotsvast van overtuigd dat het chronologisch nu de beurt aan hem is. Hij kan de spanning niet aan en vlucht in 1979 naar de US, Connecticut, New England! In zijn boek “In Essentie – Songs & Andere Bekentenissen” (Uitgeverij Lannoo, 2015), schrijft hij daarover: “De man met de zeis heeft me gespaard. Alles bij mekaar heb ik een kleine twee jaar in de USA doorgebracht, er gewoond, gewerkt, rondgetrokken, twaalf staten verkend. Gelukkig stond de dollar toen historisch laag, de benzine kostte haast niets en tot overmaat van plezier kwam mijn toenmalig lief Barbara me vervoegen. Om wat dollars bij te verdienen zette ik in The Fairfield County Gazette, Connecticut, een advertentie: “Young European couple is looking for domestic employment, speaking four languages”. Dat maakte daar serieus veel indruk.” Kris en Barbara worden aangenomen als housekeepers bij William Hammerstein in Bethel, Connecticut. William, die Kris “Bill” mocht noemen als zijn echtgenote er niet bij was, was de kleinzoon van het wereldvermaarde musicalcomponistenduo Rodgers & Hammerstein. En nog later, toen hij naar Wilton verhuisde waar hij de song Winter in Wilton schrijft, gaat hij werken als chauffeur voor “The Sandpiper Bookservice” in Ridgefield, Connecticut. Hij distribueert studieboeken en romans naar alle schoolbookfairs in New England, Connecticut, Maine, Vermont…

In januari 1981 keert Kris levend en gezond terug naar België terug. Hij is genezen. Maar hij wil op dat moment voorlopig niets meer met muziek te maken hebben en gaat twee jaar marketing en copyright studeren aan SRM/Stichting Reclame & Marketingonderwijs, Amsterdam. Twee jaar later richt hij het vennootschap “Acoustics NV” op, het allereerste audioproductiehuis in België. De Bruyne gaat nu opdrachtmuziek schrijven voor radio- en tv-commercials wereldwijd en muziek voor diverse soundtracks: Harry Kümel & Hugo Claus “A Day in Flanders”, bestemd voor de Kamers van Koophandel en de ambassades wereldwijd, Walt Disney Productions Benelux, Agfa Gevaert… Maar hij legt twaalf jaar later zeer tegen zijn zin de boeken neer, wegens wanbetaling door diverse klanten. Het gaat over een verlies van honderdduizenden Belgische franken.

Maar Kris gaat door, niets houdt hem tegen. In het najaar van 1984 gaat hij met zijn band opnieuw op toernee. In “Gazet van Antwerpen” lezen we: “Na jaren van Amerikaanse afwezigheid stond Kris De Bruyne dinsdag weer op een podium voor een première. En het was goed dat De Bruyne er weer stond. Hij is bij ons een van de weinigen die met een liedje een hele wereld van passie, frustratie, leven en dood kunnen scheppen”. Gelijktijdig is er de single Communication (Hart van Steen) en iets later de elpee “Kris De Bruyne Band”. Samen met Chris Peeters neemt hij de productie in handen en laat zich begeleiden door de muzikanten Jan Cuyvers, Jan Hulsens, Dirk Joris, Chris Peeters, Paul Michiels & Joanna Michel. “De Standaard” en “Het Nieuwsblad” schrijven: “De terugkeer van Van Het Groenewoud met “Habba” was een ontgoocheling. De Kreuners hebben zich dit jaar nog niet laten horen. Maar nu is er (plots) de Kris De Bruyne Band die in aanmerking komt voor de beste Nederlandstalige langspeelplaat van het jaar, en niet omdat er zo weinig concurrentie is. Er is weer hoop! ”. Massaal gedraaid is het nummer Je suis Gaga dat hij schreef samen met Chris Peeters en Abel Brantegem. Kris kan het zelf moeilijk geloven, maar de zevende december 1985 staat hij op één in de Vlaamse Top Tien. In de Ultratop is hem een veertigste plaats gegund. Tijdens ons interview benadrukt Kris dat het album “Kris De Bruyne Band” voor hem een mijlpaal is en blijft in zijn carrière, voor hem een duidelijke breuklijn met de vorige platen. Pas toen begon hij te begrijpen wat het is songs te schrijven: “Daar, bij die plaat, is mijn kunstenaarschap begonnen. Toen pas begreep ik hoe je je emoties moet structureren, hoe je realiteit kunt vermengen met fictie. Ik kreeg vanaf die plaat pas grip op mijn materiaal, daar waar het vroeger haast allemaal instinctmatig naar boven kwam.” Kris gunt zijn muzikanten alle eer. De band is zoals Wannes Van de Velde het zei : “Ne zanger is ne groep”.

Kris verrast in 1989 vriend en vijand op het Philips-label met het album “Oog in oog”. Productie: Kris zelf en twee van zijn broeder-muzikanten Jan Hulsens en Chris Peeters. In het totaal tien songs waaronder De Bodem van de Zee, Decolleté, De Vendetta en de ontroerende song Tijd om te gaan Slapen, dat werd gebruikt als muzikale slotapotheose van de acht uren-tv-reeks in regie van Frank Van Passel : “De Smaak van De Keyser”, 2008. Een jaar later op het Alpana-label volgt een Duitse versie van die elpee met “als titel Auge in Auge”. Dat levert vertalingen op als: Du, Windmühlen, Deine Augen en Alles für mich.

Samen met Chris Peeters, studiegenoot in Sint-Lukas, componeert Kris in 1990 de muziek voor de bijna drie uur durende en tweetalige documentaire “Janssen & Janssens draaien een film / Dupont & Dupond font du cinema – 25 years movie-madness from Flanders”, in regie van Robbe De Hert. Deze film geeft door middel van filmfragmenten en interviews met regisseurs als Harry Kümel, Roland Verhaevert en Guido Henderickx, acteurs waaronder Co Flower en Romain Deconinck, schrijvers-scenaristen zoals Ivo Michiels en Hugo Claus en de recensenten Maria Rosseels en Patrick Duynslaeger, een beeld van vijfentwintig jaar movie-madness in Vlaanderen. EMI Belgium bracht aansluitend een cd uit met de hoofdthema’s van de film, met een prachtige hoes van Bob De Moor.

Dat jaar is er op het RCA-label Waarheen je ook mag Lopen, de Amnesty Internationalsingle gezongen door Angie Dylan, Kris Wauters, Kris De Bruyne en Johan Verminnen. De productie is tevens in handen van Kris die samen met Wauters het nummer schrijft. De Bruyne covert dat jaar ook Bruce Springsteens Tougher than the Rest dat hij als Taaier dan de Rest vertaalt voor de cover-lp van Radio 1 “Neem je tijd”, plus Elvis Costello’s Girls Talk. Kris vertaalt die songtitel niet.

We moeten opnieuw drie jaar wachten voor Kris cd–matig nog iets van zich laat horen. Dat wordt op het Alora-label het album “Keet in de Lobby” dat hij laat producen door niemand minder dan Thé Lau! Thé twijfelde eerst omdat hij de bedoeling van Kris niet meteen begreep. Kris wou een plaat in de studio, maar net zo live klinkend als een heus concert. Met de monitors vlak voor alle muzikanten en vlak voor Kris. Overspraak? Daar zat Kris helemaal niet mee in. En Kris vond Thé daarvoor de meest geschikte man. Die ging nadien door de knieën en zorgt er samen met Kris voor dat dit een van de eerlijkste platen is geworden die Kris in al die jaren heeft afgeleverd. Het eindresultaat werd een harde elektrische plaat met twee elektrische gitaren op de voorgrond. “Dit is mijn meest agressieve plaat ooit “, zegt Kris met klem tijdens ons gesprek. Kris wilde met deze platen even komaf maken met het feit dat hij in sommige media de voorbije jaren werd neergezet als de “softe balladeer”. Met dit album wilde hij even een muzikale vuist maken. De tweede februari 1993 lezen we in “De Morgen” hierover: “Het is een voortreffelijke verzameling van een Vlaamse rocker die alleen nog een plaat maakt als hij werkelijk iets te zeggen heeft. Een voorbeeld dat tot navolging strekt.” Volgens “Het Nieuwsblad” is “Keet in de Lobby” de beste Kris De Bruyne-cd tot dan toe en in “Het Zondagsblad” lezen we dat Kris zichzelf opnieuw heeft uitgevonden. Naast de titelsong hoor je op deze plaat songs als: Winter in Wilton, Spanish Eyes, Waar ik voor Leef en Het Varken van de Hoge Venen. Als single uit dit album is er Das Leben ist so Schön (Kris de Bruyne’s Nachtmerrieblues Nr. 6).

 

In 1993 verschijnt op het Alora-label de dubbele verzamel-cd “Wedersamengesteld”, eenendertig van zijn tot dan toe bekendste songs, en pas dan merken velen hoeveel knappe songs Kris in de loop van al die jaren wel bij mekaar heeft geschreven en gezongen. Een jaar later is er het boek “Sire, Dit is Rock & Roll” – De 100 beste Belgische songteksten – Samengesteld door Kris De Bruyne & Stijn Meuris” (Dedalus, 1994). Met een voorwoord van beide heren. En met een prachtige cover van Ever Meulen !

 

In 1994 schrijft Kris in twaalf dagen tijd zestien nieuwe songs in het Ardense romantische piepkleine dorpje Mirwart, niet ver van Saint-Hubert. Alle zestien songs kwamen terecht op de gelijknamige cd “Mirwart”. De elfde mei schrijft Jacky Huys hierover in “Knack Weekend”: “Mirwart is een werkstuk waarop De Bruyne even vitaal klinkt als in de jaren zaliger en dat heeft minder met de harde rockgitaren te maken dan met de vlam binnenin. Anderen van zijn generatie slapen, zijn dood, zitten naast het zwembad of op een mansarde. Hij doet nog altijd mee.” Twaalf songs, waarvan de nummers Meisje in het Blauw, Schone Schijn en Voor je gaat moet je eerst Leren hoe je Komt op single een apart leven gegund wordt. Als hommage aan de man die als eerste in hem geloofde, schrijft Kris de Wannes Van de Velde Blues.

Op het Alora-label is er in 1995 een nieuwe versie van De Peulschil, deze keer met vrienden Kommil Foo/Raf & Mich. Ook op het Alora-label verschijnt in 1996 in een productie van alweer Chris Peeters het album “Van Mijlenver over de Grens”. In “Het Nieuwsblad” van de tweede november schrijft Jan de Vos daarover: “Op zijn recent verschenen cd grijpt Kris De Bruyne nadrukkelijk terug naar het muzikale recept waarmee hij omstreeks 1970 zijn eerste successen boekte: intimistische, akoestisch getinte liedjes met teksten over de mooie en minder mooie dingen des levens. De Bruyne in volle glorie dus!” Uiteraard is de akoestische gitaar van Kris en zijn band sterk aanwezig, maar het zijn de dobro van Fabricio Mancini en de Normandiër Gwénaelt Micault op bandoneon die de kleur van het album bepaald hebben.

Om zijn dertigjarige carrière in de bloemen te zetten, trakteert Kris zichzelf en zijn publiek in 1998 op het dubbelalbum “30 Jaar Zwervend bestaan”, een dubbel-cd waarop een deel van zijn eigen songs opnieuw wordt opgenomen, met o.a. het Frank Hellemont Strijkkwartet, Patrick Riguelle, Wigbert Van Lierde. De productie van deze dertig songs is in handen van Michel Bisceglia. De zeventiende december schrijft Dirk Steenhaut daarover in “De Morgen”: “Het lijkt een beetje vroeg: een artiest die op zijn achtenveertigste al uitgebreid begint om te kijken. Toch denkt Kris De Bruyne nog lang niet aan ophouden. Zelf spreekt hij ’t liefst over een tussentijdse balans, even stilstaan bij het verleden om daarna de toekomst nog vastberadener te lijf te kunnen gaan. “30 Jaar Zwervend bestaan” is trouwens een van de beste platen die hij ooit heeft gemaakt. Niet alleen blijkt uit het materiaal dat De Bruyne een erg getalenteerd liedjesschrijver is, die alleen in tijdgenoten als Jan De Wilde en Raymond van het Groenewoud zijn gelijke vindt, hij zingt ook beter en meer doorvoeld dan ooit. Maar er zijn nog meer tekenen van artistieke rijpheid, vooral in de teksten.” De songs Castelli di Cannero en Lydia d’île d’Yeu worden ook op single uitgebracht. Tegelijk is er ook het boek “30 Jaar Zwervend Bestaan” onder redactie van o.a. Denise Belmans, Herwig Deweerdt en uitgever Marc Vandepitte. Of zoals Jan De Wilde formuleerde: ”Dit is het liber amicorum van Kris”. Andere gastschrijvers zijn o.a. Herman Brusselmans, Eriek Verpale, Jan De Wilde, Bart Plouvier, Chris Peeters, Lamp (Guido Van Hellemont) & Lazerus (Wim Bulens), Jari De Meulemeester van de Ancienne Belgique, e.v.a.

In 2000 is er het album “Zakformaat XL No.1 ” dat Kris opneemt samen met Patrick Riguelle en Wigbert Van Lierde. Dit supertrio neemt op het CNR-label veertien songs op waaronder Nooit meer voor Altijd, Zeven zonden en Het leven is Kut, lievelingssong van Lucas Van den Eynde! Dit staat de tweeëntwintigste mei daarover in de “Financieel Economische Tijd” geschreven: “Bestaat er zoiets als een supergroep met een gezond relativeringsvermogen en een levensnoodzakelijke dosis humor? Heeft Vlaanderen een eigen Crosby, Stills & Nash en kan een gedeelde liefde en passie voor de gitaar het ego op een zijspoor schuiven? Blijkbaar wel wanneer je naar “Zakformaat XL No. 1″ luistert.”

In 2001 komt het album “Buiten de Wet” uit onder het label Culture Records, geproducet door het duo Michel Bisceglia en Mauro Pawlowski. Geen toegevingen aan de stille wetten van de radio en de commercie, maar gewoon stijfkoppig zijn eigen ding doen, is ook nu weer voor De Bruyne het uitgangspunt. In “De Morgen” schrijft Rudy Vandendaele recht uit zijn hart: “Ik Lach mij Kapot is een van de mooiste Nederlandstalige songs die ik de afgelopen jaren heb gehoord: strak van compositie, melodieus, erg goed gezongen, en briljant in zijn eenvoud. Zo, dat moest er even uit. Kris De Bruyne heeft dit nummer samen met de befaamde Mauro Pawlowski geschreven. Het luidt veelbelovend zijn nieuwe cd “Buiten de Wet” in. En die belofte wordt ingelost.” Ook de nummers De Letter van de Wet, en Zo Simpel is Dat, vinden hun weg richting single. In “Knack Magazine” lezen we: “Songschrijven moet je De Bruyne natuurlijk niet meer leren. Kris is een man van de inhoud, laat anderen zich bekommeren om de vorm. Denk maar aan wat Thé Lau van The Scene deed op “Keet in de Lobby”. Op “Buiten de Wet” laat Mauro Pawlowski de nummers openbloeien. Klinkt de cd aangenaam, tekstueel is ze scherp. De Bruyne zingt over zelfmoord, god en balorigheid, maar ook over de zoete liefde.” In 2001 is er de gelijkekansenbeleid-cd “Groot Gelijk” waarop Kris te horen is met De letter van de wet. Op dat album horen we onder anderen ook Paul Michiels, Clouseau, Yasmine, Kommil Foo en Raymond van het Groenewoud aan het werk.

Twee jaar nadien start Kris aan een tournee samen met Dany Caen onder de muzikale noemer “De Schone & Het Beest”. Dany Caen, de mooiste Vlaamse vrouwelijke bluesstem ever, vooral bekend als backingzangeres bij o.a. Clouseau, Rob de Nijs, The Scabs, BJ Scott… Zij en Kris kennen elkaar al langer. Honderden uren hebben ze samengewerkt in opnamestudio’s voor cd-, theater- en spektakelproducties en voor radio- en tv-commercials. In het programmablad lezen we: Twee in Eén” wordt een mengeling van bekende songs van Kris De Bruyne, een selectie van eigen en andere nummers van Dany Caen, en gloednieuwe, nog nooit eerder gehoorde songs. De individuele verschillen tussen De Schone & Het Beest vloeien in de loop van de avond op verraderlijke wijze in elkaar. Werkelijkheid wordt schijn, in dromen van realiteit. Of omgekeerd? Een vocaal en muzikaal huwelijk als een spiegel van de relatie bij u thuis.” Als aanloop naar die tournee is er de schitterende single Nieuwjaar in Brussel, een vertaling door Kris van de Poguessong Fairytale of New York.n samen op

In 2004 lanceert Universal de verzamelaar “Het beste van Kris De Bruyne”: elf klassiekers van Amsterdam tot en met Lieve Jacoba. Dat jaar werkt Kris ook mee aan de benefiet-cd “Te Gek”, ten voordele van de psychiatrische instelling “Sint-Annendael” te Diest. Hij schrijft en zingt samen met Mauro Pawlowski de song Al wie dit Hoort. Aan deze cd werken onder meer ook Roland, Patrick Riguelle, Guy Swinnen en Kathleen Vandenhoudt mee.

Het album “Westende Songs” wordt een jaar later gereleased op het LC Music-label en werd opgenomen in de ’Studio Toots’ van Radio 1. Het eindresultaat is een ongeveer zevenendertig minuten durende solo-cd. Producer van dienst is Jean-Marie Aerts: “Kris liet me weten dat hij de best klinkende Nederlandstalige akoestische cd aller tijden wilde maken en dan sta ik scherp”, onthulde Jean-Marie aan de Vlaamse media. Voorts vertelde hij: “Ik heb me klankgewijs laten inspireren door opnames van John Lee Hooker en Robert Johnson. De plaat klinkt meer bluesy dan heel wat bluesplaten. Alle eer daarvoor aan Kris.” “De Morgen” schrijft: “Het eerste wat aan de nieuwe cd opvalt, is de prachtige akoestische klank. Die sound vormt het perfecte contrapunt bij de prachtige liedjes die De Bruyne op zijn medemens loslaat. Hij krijgt daarbij spaarzame maar prachtige rugdekking van Patrick Riguelle, Henri Ylen en Filip Casteels. Als leuk toemaatje krijgen we ook twee bijdragen van Luc De Vos.” Ook “Knack” reageert lovend op deze release: “Met weinig middelen worden tonnen sfeer gecreëerd: geconcipieerd met zicht op zee is dit de blues en americana van aan de Vlaamse kust!” Voorts lezen we links en rechts: “Toch zijn De Bruynes liedteksten en gitaarspel niet bedolven onder overlappende geluidslagen, want de overdubs laten het sobere en eenvoudige karakter van de oorspronkelijke opnames intact. Zo wordt er voldoende ademruimte gegeven aan de zangpartijen, en komt de klemtoon automatisch op de tekstuele inhoud van de songs te liggen. Het al dan niet geslaagd zijn van een liedje hangt daardoor grotendeels af van de sterkte van de lyrics.”

2006 Groot Feest: Liesbeth List, Eva De Roovere, Lucas Van den Eynde en Kris De Bruyne gaan samen op tournee met het programma: “Kleinkunsteiland: uit liefde en respect”. Ze doen samen vijfenveertig uitverkochte culturele centra aan met Kris’ full band, in minder dan twee maanden en een half. Chef d’orchestre: Michel Bisceglia !

En de singer-songwriter blijft keihard werken. In 2007 staan er enkele speciale literaire lezingen op het programma met o.a. Jos Geysels, Karl Van den Broeck als vast panel in het reizend programma “OverLezen” waar Kris zetelt naast schrijvers als Leo Pleysier, Bernard Dewulf, Walter van den Broek, Bart Plouvier, Chika Unigwe, Gerrit Komrij en nog vele anderen.

De twaalfde januari 2008 start de eerste reeks jubileumconcerten “40 Jaar op Tournee”. Naar aanleiding daarvan wordt ook de release van de cd-box “40 jaar songs” gepland, een verzamelbox met zestig liedjes, verdeeld over vier cd’s, met op de vierde cd “specials”, nooit eerder verschenen outtakes, liveopnamen, demoversies van Hoe uit ik dan mijn Vrolijkheid, Waar ik voor Leef, Castelli di Cannero en De Aansteekster / Ik ben de Enige, de versie uit 1995 van De Peulschil en zijn allereerste single Klein Klein Kleutertje plus een allesomvattend booklet.

De tweede februari 2011 brengt Kris op het label Muziekuitgeverij, verdeeld door CNR, als vervolg op “Westende Songs” het album “La Matanza Songs” uit. De vijfde februari schrijft Bart Steenhout daarover in “De Morgen”: “Op dit album, geschreven in Spanje en Griekenland, illustreert de inmiddels zestigjarige Kris De Bruyne ten overvloede dat hij het vak nog steeds tot in de kleinste details beheerst. In Recht op Dank veegt De Bruyne met een vloeiende beweging alle verschillen tussen Vlamingen, Walen en Brusselaars van tafel middels een goeie, catchy popsong, die intussen de weg naar de radio gevonden heeft. Maar ook als de toon wat melancholischer wordt, zoals in het sobere Belle de Braque / Balle de Break kun je er niet omheen dat De Bruyne nog steeds op topniveau staat. De arrangementen zijn subtiel en uitgepuurd, meestal opgebouwd rond akoestische gitaar en vleugelpiano, maar af en toe (in het aanstekelijke I Kori Mou bijvoorbeeld) duiken er blazers op om het geheel een speelse toets mee te geven. Zowel Lies Steppe als Neeka vervullen gastrolletjes, en met Mag je Nooit Jezelf Verliezen in de Nacht heeft De Bruyne John Martyns klassieker ’May You Never’ vertaald op een manier waar de Schot (die 2 jaar geleden overleed) trots op zou zijn. De twintigste plaat van Kris De Bruyne is een van zijn allerbeste!”

In 2013 brengt Kris bij Lannoo Campus, Leuven zijn derde boek “Hoe Mooi mijn Moeder Stierf”uit, ingeleid door professor Peter De Deyn en toegelicht door professor Wim Distelmans. Daaruit deze passage: “Dit is het verhaal van het laatste anderhalve jaar van het leven van mijn moeder Gabriëlla Van Broeck. Ze had gekozen voor euthanasie en deze werd uitgevoerd op vrijdag zeventien februari 2012 om twee uur ‘s middags, vier en een halve maand voor ze negenennegentig jaar zou zijn geworden. Lichamelijk was ze in het begin niet echt ziek, in enkele vingers had ze wel wat artrose, en in haar laatste maanden viel ze geregeld krachteloos op de grond, waarna ze slechts met veel moeite en pijn weer recht kon komen. Mijn moeder wist heel goed wat ze wilde. Geestelijk was ze helder en kerngezond, zelfs tot op de laatste seconde voor haar overlijden. Maar haar leven was geleefd. Haar verdriet was onmetelijk. Haar huwelijk was een complete ontgoocheling. Daarnaast heeft ze drie zonen moeten overleven, en twee van haar drie dochters, een schoondochter en drie kleinkinderen hadden jaren voordien bijna collectief alle contact met haar verbroken. Dit alles maakte haar psychisch lijden ondraaglijk. Op haar allerlaatste levensdag kreeg ze voor de eerste keer in haar leven twee prikjes na elkaar. Ze is hand in hand met mij en mijn vrouw Lieve met een glimlach en vol vertrouwen heengegaan. Ik ben heel blij dat ik moeders euthanasie heb mogen helpen verwezenlijken onder haar niet mis te verstane leiding, gezag en toezicht. Het was indrukwekkend om te zien hoe mooi mijn moeder stierf.

Begin 2013 gaat Kris weer op tournee met enkelen van zijn zingende collega’s. “Diep in Mij” wordt een eerbetoon aan de in 2010 overleden Yasmine. Het is een overzicht van haar hele oeuvre, op een manier zoals Hilde Rens (Yasmine) het gewild zou hebben: sober, doordacht, stijlvol. Met “Diep in Mij” herleeft Yasmines repertoire in al zijn facetten. In een eigentijdse arrangementen interpreteren Clara Cleymans, Barbara Dex, Gunther  Verspecht  en Kris De Bruyne de liedjes die Yasmine uniek maakten! Veel songs zingen ze vierstemmig. De veertiende februari had in “De Roma” in Antwerpen de première plaats, en de finale van de tournee eindigt, jawel, eveneens in “De Roma”.

En dan verschijnt er nog een vierde boek van de hand van Kris. Naar aanleiding van zijn vijfenzestigste verjaardag presenteert in de maand maart van 2015 Uitgeverij Lannoo “In Essentie, songs & andere bekentenissen”. Sabam schrijft op hun website daarover: “Die songs komen van een van onze meest legendarische singer-songwriters, de man die Klein Klein Kleuterke met zijn bluesversie een cultstatus bezorgde. Nooit eerder groef Kris De Bruyne, die op 20 maart 65 kaarsjes mag uitblazen en dit jaar maar liefst 45 jaar op de planken staat, zo diep naar de roots van zijn inspiratie.  In het boek (zijn vierde publicatie intussen) vertelt hij openhartig over het ontstaan van zijn songs en brengt hij een selectie van zijn beste liedteksten. Tot nog toe staan er duizend en een concerten, tweehonderdvijftig uitgebrachte songs en zeventien albums op de teller. Zijn evergreens behoren tot het collectief geheugen: De Onverbiddelijke Zoener, Lieve Jacoba, Amsterdam, Je suis Gaga, Tijd om te gaan Slapen, Waar ik voor Leef, Vilvoorde City e.v.a. sloegen een brug tussen kleinkunst en rock. Zo verwierf de rasmuzikant “die rock zingt, maar jazz denkt” een unieke positie, tot op vandaag door jong en oud gewaardeerd.” Kris voegt daar zelf aan toe: “Pas nu, tijdens het schrijven van dit boek, begint het me te dagen wat ik allemaal bij mekaar heb geschreven. Hoe geweldig de oogst schommelt van zeer donker tot zeer lichtgevend. Al die songs bulken van ironie, of van cynisme, van sarcasme zelfs. Maar evengoed vind ik er vaak blijheid, positivisme, hoop en geluk in terug.” Of om het met de woorden van zijn collega Patrick Riguelle te zeggen: “Kris is de architect van de eenvoud die zijn stem leent aan een lied dat zegt waar het om gaat!”

Wanneer Guido Belcanto in 2015 zijn album “Cavalier seul” uitbrengt, wordt daar als single Geef me Liefde uit gelicht, een nummer dat Guido voor deze gelegenheid samen met Stijn Meuris en Kris De Bruyne zingt. De zevende februari staan zij op de vierde plaats in de Vlaamse Top 50.

Een novemberavond in 2014. “Concertzaal Trix” in Antwerpen staat volgepakt met duizend jonge en oudere enthousiaste mensen die uitkijken naar Kris De Bruynes “Radio 1-Sessie” en tv-opnamen. Kris kan je als liedschrijver en werkgever niet verdenken van enige verzuchting naar meerdere eer en glorie van hemzelf. Hij is een lid van de musicerende bende, hij is een van de jongens, ijdel en nederig tegelijkertijd. Het is mooi om te zien hoe hij de schaduw durft op te zoeken op het podium en de schijnwerpers laat schijnen op zijn vijf geweldige muzikanten: Yves Baibay op drums, Wladimir Geels op bas, Patrick Deltenre op elektrische gitaar, Gijs Hollebosch op lapsteel, resonator en akoestische gitaar, en Dominique Vantomme op vleugelpiano & hammond. Mooi ook hoe hij hen tijdens het optreden een voor een even apart neemt in een warm en geestig gesprekje. En dan neemt hijzelf weer het voortouw, de artiest die zichzelf keer op keer opnieuw uitvindt”. Alzo omschreef Mark Lefever, radioman van o.a. Studio Brussel, Klara, Radio 1 het in het booklet van de dubbel-cd, die in november 2015  onder de titel “In Levende Lijve” wordt gereleaset. Hier hebben we voor het eerst de rasperformer Kris De Bruyne op twee glinsterende cd’s altijd binnen handbereik. Naast het “Radio 1 Sessies Concert”, waarvoor Kris als special guests koos voor samenwerkingen met Kommil Foo die Arme Lolita van over het Veld zingen, Patrick Riguelle in duet met Kris in Castelli di Cannero, Neeka in duet met Kris met Ik ben de Enige, Clara Cleymans in duet met Kris met Cirkels van Goud , Mauro Pawlowski die meesterlijk gitaar speelt met Kris tijdens Nul komma Nul, Klaas De Somer, zoon van Kris, en de vaste drummer van Tourist LeMC. Tussen haakjes : Hanna, de dochter van Kris, studeert in 2015 af aan de Kunsthumaniora, Antwerpen waar ze piano en bas heeft gestudeerd. Op de bonus-cd staan zeer merkwaardige opnamen van demo’s, nieuwe songs, en een nooit eerder vrijgegeven songversie, te weten ‘s Nachts als het Donker Is, samen mét Luc De Vos.

In de loop van 2015 verschijnt onder impuls van Kris De Bruyne het complete jazz-oeuvre van betreurde broer Koen, onder meer een nieuwe release van het album “Here comes the Crazy Man” van 1974. Kers op de muzikale taart zijn de nooit eerder vrijgegeven studio-opnamen van Koens Games en Four Grand Piano Improvisations. Kris bewaarde al die tijd in zijn muziekarchieven de analoge mastertapes van bovengenoemde studio-opnamen en coördineerde samen met het Belgische platenlabel SDBAN, Gent de productie van vinyl en dubbel-cd.

 

Vanaf de 10de november 2017 trekt Kris nog eens met veel zin de komende maanden naar het theater, deze keer met het project “Zijn mooiste liefdesliedjes”. Kris De Bruyne, Gijs Hollebosch en Yves Meersschaert zochten uit de 280 songs van Kris naar zijn vergeten liefdesliedjes. Die liedjes waarnaar de fans na afloop van concerten bleven vragen. Deze haast verloren schat van songs was verrassender en rijker dan het trio verwachtte en inschatte. Naast vergeten parels brengen ze ook enkele hits. Gijs, Yves & Kris toveren een magische sound te voorschijn die je nog nooit hebt gehoord. Zo spelen ze onder meer op dobro & slie, accordeon, mondharmonica, piano, akoestische en elektrische gitaar en op een echte Hammond. Ze wisselen met elkaar muzikale poëzie, oor voor detail en kracht uit, met als prachtig resultaat “Zijn mooiste liefdesliedjes”: liefde en blues, amore e dolore.

 

Over zijn toekomst zegt Kris zelf het volgende: “Ik heb in mijn leven eenentwintig albums uitgebracht. Na “Westende Songs” en “La Matanza Songs” heb ik mezelf verplicht de trilogie te beëindigen met een album dat ik eventueel “De Eerste Songs” zal noemen”.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2015 Daisy Lane & Marc Brillouet