Leo Sayer

Geplaatst in Artiesten

Het zal je maar overkomen. Als een van de meest belovende poptalenten van de jaren zeventig worden bestempeld, een paar wereldhits scoren, als een komeet naar de top van het firmament schieten om iets later aan lagerwal te geraken door slecht management en financieel geknoei. Dit is het verhaal van Leo Sayer!

Sayer werd als Gerard Hugh Sayer de 21ste mei 1948 in Shoreham-by-Sea in de buurt van Sussex in Engeland geboren. Van zijn opa leerde hij de mondharmonica bespelen. Toch zou hij zich gaan specialiseren in het kunstschilderen. Om aan de kost te komen wordt hij illustrator van tijdschriften. Zijn vrije tijd spendeert hij aan het schrijven van poëzie. Toch voelt hij aan dat hij muziek wil maken. Hij sluit zich aan bij de groep Terraplane en ontdekt dat hij naast het bespelen van de mondharmonica ook aardig kan zingen. Hij luisterde in die tijd graag naar de platen van zijn idolen, vooral Amerikaanse zangers, zoals: Buddy Holly, Bo Diddley, Chuck Berry, The Everly Brothers en natuurlijk Elvis Presley.

Op zijn negentiende gaat Gerard samen met een vriend op een woonboot wonen. Hij had er net een zenuwinzinking op zitten. Zijn werk zat hem niet mee. Hij blijft schrijven en komt aan de kost als fabrieksarbeider. Hij wisselt intussen van groep en sluit zich aan bij Patches. Hij reageert op een advertentie van een zekere David Courtney met wie hij samen liedjes gaat schrijven. Courtney was toenmalig medewerker van Adam Faith en een onderlegd muzikant. Hij speelde drums in de band van Faith. Het lukt Adam Faith voor de groep Patches een contract te versieren bij Warner Brothers Records, maar dat levert geen resultaat op. De groep wordt opgedoekt en Faith gaat zich met de loopbaan van Sayer bezighouden. Het is Adams vrouw die Gerard de naam Leo geeft omdat ze vindt dat zijn opvallende krullenbol op de manen van een leeuw gelijkt.

Leo en David spreken onderling af dat Leo de teksten schrijft en David de melodie. Leo had intussen vriendschap gesloten met Roger Daltrey van The Who die op dat moment- we zijn intussen in 1973 aanbeland- aan een soloalbum bezig was. Roger was zo onder de indruk van de liedjes van Leo en David dat hij besluit zijn eerste elpee met hun songs te vullen. Ze mogen ook de productie voor hun rekening nemen. Uit dit album komt Roger’s eerste solohit Giving it all away. De 14de april 1973 staat Roger op de vijfde plaats in de Britse Top Veertig. Het zou zijn grootste solohit worden.

Leo ziet het zo goed zitten dat hij besluit zelf een plaat op te nemen. Zijn debuutalbums wordt “Silverbird”. Hij profileert zich op de hoes als een echte pierrot: een idee van Adam Faith omdat hij weet dat Leo zich op het podium uit als een extravert iemand, maar in werkelijkheid erg introvert leeft. Het beeld van de pierrot ontlenen ze aan de Franse film ”Les enfants du paradis” van Marcel Carné uit 1945. Leo Sayer als de trieste clown, die er alles aan doet om zijn publiek aan het lachen te brengen. Zo gaat Sayer ook op tournee door Europa en scoort zijn eerste hit met The show must go on. Van dit nummer wordt een cover opgenomen door de band Three Dog Night, goed voor een derde plaats in de Amerikaanse Top Honderd. Three Dog Night maakte geen letterlijke blauwdruk van Sayers hit, maar paste het aan aan de Amerikaanse normen van die tijd. Sayer had het daar even moeilijk mee, want ze hadden ook aan zijn tekst gesleuteld. Zij zongen “There’s no business like showbusiness. We must let the show go on” terwijl hij het had over “I won’t let the show go on, I hate show business”. Het optreden van Leo Sayer in Amerika liep met een sisser af. Ze hielden ook niet van zijn clownesk uiterlijk. Op het einde van zijn tournee verdween zijn pierrotoutfit dan ook voorgoed in de vuilmand.

Terug in Engeland werken hij en David aan de volgende elpee “Just a boy” met daaruit als eerste single One man band. De single wordt de 15de juni 1974 getrakteerd op een zesde plaats in de Top Veertig. De daaropvolgende Long tall glasses is goed voor de vierde plaats. Een paar maanden later wordt het nummer ook in Amerika uitgebracht waarvoor er in de Top Honderd een negende plaats in zit. Op dat moment weet Leo nog niet dat er voor hem in de States tweemaal een nummer één aan zit te komen. In zijn thuisland Engeland zal hem dat maar één keer lukken. Long tall glasses was gebaseerd op een herinnering. Leo keek vaak met zijn vader naar films van Charlie Chaplin onder meer naar “The Gold Rush” waarin op een bepaald moment Charlie zijn eigen schoenen opeet. Leo dacht tijdens het schrijven ook terug aan de eerste keer dat hij naar Amerika trok en hoe dat afliep. Hij werd toen gefeliciteerd omdat hij zo goed liedjes kon schrijven. Sommigen zeiden ook: ” You can dance” waarop hij dan reageerde met ” You know I can’t dance”. Details misschien, maar wel goed voor de tekst van een wereldhit.

Er volgt een tweede reis naar Amerika met deze keer lovende kritieken. Leo voelt zich erg gelukkig. Noch hij noch David hoefden onder druk te schrijven, zoals nadien wel het geval werd. Ze hoefden niet meteen klaar te staan met een nieuwe hit. Het was toen nog even genieten van het prille succes. Eenmaal terug thuis werd Leo verrast door het besluit van David. Die wil zelf aan een solocarrière beginnen. Gedaan met de samenwerking en het samen liedjes schrijven. Leo gaat op zoek naar een nieuwe partner en vindt die in de persoon van Frank Farrell, voormalig bassist van Supertramp. Die samenwerking resulteert in het album ”Another Year”. Dat album is geen openbaring, geraakt snel in het vergeetboek, behalve de single Moonlighting, goed voor een Britse toptweehit in de zomer van 1975.

Adam Faith voelt dat zijn zorgenkind wat support nodig heeft. Hij gaat op zoek naar een nieuwe producer en komt terecht bij Richard Perry, toen al goed voor hits als: You’re so vain van Carly Simon, Stoney End voor Barbra Streisand en Photograp voor Ringo Starr. Tijdens hun eerste ontmoeting toont Leo vol trots een aantal zelfgeschreven liedjes aan Richard, maar die legt ze koel naast zich neer. Een harde noot voor Leo om te kraken. Plots moest Leo liedjes van anderen gaan zingen omdat Perry hem niet als een singer- songwriter wilde zien, maar louter als een performer. Richard en Leo komen in 1976 op de proppen met het album “Endless Flight”, veel meer uptempo dan de vorige drie elpees. Samen met Vini Poncia, de producer van Melissa Manchester, had Leo You made me feel like dancing geschreven. Voor de opname waren ze naar “Studio 55″ in Los Angeles getrokken met Richard Perry dus achter de knoppen. Ze namen er integraal de elpee ”Endless Flight” op, de titelsong trouwens een nummer van Andrew Gold. Er werd ook gekozen voor onder meer Reflections, een cover van Diana Ross.

You make me feel like dancing werd in Engeland bekroond met een tweede plaats in de top veertig. In Amerika stootte Leo Sayer de 15de januari 1977 met zijn single Marilyn McCoo en Billy Davis Jr. met You don’t have to be a star van de eerste plaats. Bayer zou slechts één week op één blijven staan, want het was niemand minder dan Stevie Wonder die boven aan kwam postvatten met I Wish. De 14de mei 1977 is het opnieuw de beurt aan Leo Sayer om in Billboard’s Hot One Hundred op één te staan prijken, deze keer met When I need you. Het zijn The Eagles met Hotel California die moeten wijken. Ook deze keer slaagt Leo er maar één week in om bovenaan de Top Honderd te schitteren en ook deze keer is het Stevie Wonder die het daar van hem overneemt, zij het nu met Sir Duke.

When I need you is een nummer geschreven door Albert Hammond samen met Carol Bayer Sager. Het was tijdens zijn hoogtijdagen dat Leo Sayer in een interview voor het weekblad Billboard ruiterlijk toegaf dat hij net zo belangrijk wou zijn als Bob Dylan. Toch waren het anderen die hem aan een hit hielpen. Albert Hammond had de melodie van When I need you al klaar, maar zat nog verlegen om een degelijke tekst en belde daarom Carol Bayer Sager op. Hij sprak af op haar appartement en speelde haar drie liedjes voor. Eén liedje sprak haar speciaal aan en wel dat ene waarin Albert het heeft over de artiest die hijzelf ook was, die door het succes veel van huis weg is en zijn geliefde moet missen. Er werd een eerste versie van When I need you ingeblikt, maar die vond Perry niet geschikt. Hij gaat op zoek naar een nieuwe ritmesectie en neemt het nummer opnieuw op. Het is een zeer eenvoudig liedje, dat was het ook voor Albert en Carol om het te schrijven. Ze verwachtten er beiden niet al te veel van. Wie schetst hun verbazing wanneer ze te horen krijgen dat het nummer op één staat in de Amerikaanse charts. Ook in Engeland wordt het een nummer één.

In Nederland had Leo Sayer al op één gestaan met Long tall glasses, maar het zou bij die ene nummer één blijven, want You make me feel like dancing eindigde op de 15de plaats en When I need you op de derde. Long tall glasses is in de Belgische hitlijsten van 1974  terug te vinden op de derde plaats. You make me feel like dancing hield halt op de 21ste stek en When I need you werd bekroond met een tweede plaats.

Ook al stond Leo Sayer zowat op het hoogtepunt van zijn carrière, toch was hij niet tevreden met zijn samenwerking met producer Richard Perry. Die man hield er nochtans aan op de ingeslagen weg verder te stappen. Thunder in my heart werd het vervolgverhaal. Sayer vond dat hij de teugels te zeer moest lossen. In hart en nieren voelde hij zich nog steeds een singer-songwriter, maar Perry pushte hem te zeer in de richting van een zanger. Hij wou er niet aan denken een soort tieneridool te worden. Hij voelde zich zo’n beetje de zanger van lieve liedjes en deuntjes geworden. Thunder in my heart ligt Leo Sayer al wat beter. Er zat een stevige dosis rhythm-and-blues in verwerkt. De single wordt in de States een topveertighit net zoals de volgende single Easy to love. Perry zorgde ervoor dat Sayer niet onder één hoedje te vangen was, hij gunde hem allerlei muzikale stijlen. Het enige minpunt was dat zijn manager Adam Faith hem haast geen aandacht meer schonk. De promotie begon te haperen en dat was echt niet de fout van zijn platenfirma Warner Brothers. Zijn management gaf hem geen ruggensteun meer. Leo voelde dat er méér in zijn platen had gezeten, mochten ze hem beter hebben gesteund. Het was ook een kwestie van geld. Zijn manager had schrik dat hij bij een volgend succes méér geld zou eisen en daar hadden ze geen zin in.

Op zekere dag ziet Leo Sayer op tv een reclamespot voor het album “The Greatest Hits of Bobby Vee” waarin hij een fragment hoort van het nummer More than I can say, een hit voor Bobby in 1961. Hij aarzelt geen moment, trekt naar de studio en is blij te horen dat zijn versie de 27ste september 1980 op de tweede plaats in de Amerikaanse Top 100 staat. Ook in Engeland is er voor hem in de top veertig een tweede plaats weggelegd. In Nederland belonen ze hem met een zesde plaats en in België met een vijfde. In de loop van de jaren 80 spendeert Leo veel tijd aan het componeren van nieuwe songs waarvan hij een groot deel opneemt, maar die nog altijd onaangeroerd in de kluis liggen. In Amerika is zijn platencontract inmiddels afgelopen en wordt, vreemd genoeg, niet vernieuwd.

In 1990 is hij te horen in het nummer I am a mirror op het album “Freudiaan” van Alan Parsons en Eric Woolfson. Totaal onverwacht staat hij de 12de februari 2006 opnieuw in de Britse charts met een remix van Thunder in my heart. Het was 24 jaar geleden dat hij nog eens in contact was geweest met de Britse top veertig. De 6de maart van dat jaar verschijnt zijn verzamelalbum “Leo Sayer: at his very best”.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet