Mama’s Jasje

Geplaatst in Artiesten

In 2017 was het precies vijfentwintig jaar geleden dat een van Vlaanderens bekendste groepen werd opgericht, Mama’s Jasje. Met meer dan 1,4 miljoen verkochte platen staat de groep in de top honderd van bestverkochte Belgische artiesten. In 1990 scoorden ze met hun eerste nummer Zo ver weg meteen een grote hit en er zouden er nog vele volgen. Een paar jaar werd het wat stiller rond Mama’s Jasje wegens een dispuut met hun platenfirma. Anno 2018 staat Peter Van Laet alleen op het podium als Mama’s Jasje met eventueel een extra gitarist, maar hij levert ook concerten van 75 minuten af samen met een vierkoppige liveband en een voltallig strijkorkest. Een apart en opvallend verhaal dat sowieso om extra tekst en uitleg vraagt.

Peter Van Laet mogen we gerust de biologische vader van Mama’s Jasje noemen. Peter werd de derde juni 1967 in Halle geboren. Hij moet een jaar of zestien geweest zijn toen hij voor het eerst echt met muziek bezig was. Zijn broer speelde thuis in de garage samen met een paar vrienden punk. “Het gebeurde weleens dat ik op de gitaar meespeelde en af en toe meezong. Mijn idolen in die tijd waren Human League, The Cure, Iron Maiden, Motörhead enzovoort. Toen was alles wat ik graag hoorde Angelsaksisch getint. Iets later heb ik Frank Boeijen ontdekt. Door het luisteren naar zijn platen heb ik stilaan beslist voortaan in het Nederlands te zingen“, aldus Peter. Qua studeren was hij niet wat je een schoolvoorbeeld kan noemen. “Ik trok naar het college in Halle, maar daar konden de leraren mijn aanwezigheid niet zo op prijs stellen. Ik zette de boel graag op stelten. Op het einde van het derde middelbaar raadden de leraars mijn ouders aan mij naar het beroepsonderwijs te sturen. Ze vonden dat ik een vak moest leren; dat zou me beter liggen. Ik ben dan zelf tijdens een aantal opendeurdagen op zoek gegaan en heb uiteindelijk voor de stiel van bakker gekozen. Ik trok naar het COOVI aan de Emile Grysonlaan in Anderlecht, waar ik in de secundaire graad, beroepsafdeling, de opleiding banketbakkerij-chocoladebewerking heb gevolgd. Tijdens een extra jaar heb ik me gespecialiseerd in het werken met chocolade, marsepein en suiker.”

In Sint-Pieters-Leeuw ging Peter in het weekend, of als hij eens een dagje vrij had, op stap. Dan werd er met graagte een pintje gedronken. Het is op die manier dat hij gitarist Ben Destrycker leert kennen (geboren 25 januari 1967 te Halle), drummer Steven De Cort (geboren 19 oktober 1966 te Halle) en bassist Herman Van Molle (geboren 15 maart 1969 te Etterbeek). Ieder van hen speelde op zijn beurt hier en daar al in een groepje. Peter herinnert zich nog goed: “In onze buurt had je in die tijd heel veel groepjes en het was niet ongewoon dat die groepjes een kort leven beschoren was. Er werd om de haverklap gesplit. En al pratend en pintjes drinkend, besloten we met ons vieren een nieuwe groep op te richten. We hadden nog geen duidelijk profiel voor ogen, we wisten nog niet goed welke muzikale kant we uit wilden. We speelden vooral in cafés in de buurt. Covers stonden vooraan in ons repertoire. Schoorvoetend schreven we in het begin wat Engelstalige liedjes. Met de nodige voorzichtigheid heb ik dan een eerste Nederlandstalig liedje geschreven, en zo stapten we geleidelijk aan in de richting van wat Mama’s Jasje zou worden.”

De naam Mama’s Jasje ontstond eerder toevallig. Peter: “In Dworp werd er elk jaar rond de Miss Dworpverkiezing een free podium op het getouw gezet en daar wilden we weleens aan meedoen. Maar om je in te schrijven, had je een artiestennaam nodig. Daar stonden we dan, naamloos. Nu was het zo dat onze drummer Steven voor de fun en om op te vallen vaak de jas van zijn moeder droeg en dan zei hij dikwijls: ‘Vanavond ga ik weer op stap met mama’s jasje.’ Het was onze bassist Herman die voorstelde onze groep dan ook Mama’s Jasje te noemen. Omdat we niet veel tijd hadden om iets anders te verzinnen, gingen we akkoord, met het voornemen nadien een andere naam te bedenken. Maar het bekte goed en het publiek lustte die naam wel. Mama’s Jasje klonk als een brede noemer waaronder veel genres konden schuilgaan.

Eerlijk is eerlijk, in die beginperiode was Ben Destrycker de drijvende kracht achter de groep, hij schreef in die tijd enorm veel nummers en Steven De Cort was op zijn beurt de organisator. Peter schreef soms weleens samen met Ben of eens iets in zijn eentje, maar het leeuwendeel van hun repertoire stond toen op naam van Ben. “In het begin ging het er nogal amateuristisch aan toe. We namen enkele liedjes in demoversie op en verkochten die dan op cassettes tijdens onze optredens aan onze allereerste fans. We dachten er niet eens aan om zo’n cassette naar een of andere platenfirma te sturen“, aldus Peter.

In 1990 verschijnt op het RCA-label in een productie van Roland Verlooven hun allereerste single Ik kan het niet meer aan, geschreven door Ben samen met Peter. Een hitnotering zit er op dat moment nog niet in. Datzelfde jaar schrijven Peter, Ben, Steven en Herman samen de volgende single Morgen zal het anders zijn, maar ook deze keer blijven de hitlijsten buiten bereik.

In 1990 wordt Mama’s Jasje door Elisa Waut als coach van de West-Vlaamse ploeg uitgenodigd om in het Casino van Middelkerke deel te nemen aan de Baccarabeker samen met Marie-Anne Coppens en Philippe Wimme. Het was de Brabantse ploeg met daarin B.J. Scott, Eleonor Bernair en Samantha Gilles die met de overwinning aan de haal ging. Ze sleepten ook de personality- en persprijs in de wacht. “We hadden net twee plaatjes opgenomen, hadden ergens met een klein artikel in een of andere krant gestaan en toch werden we gevraagd. Ook de andere deelnemers in onze ploeg hadden geen naambekendheid. We zongen toen Morgen zal het anders zijn en Ik kan het niet meer aan. Op de een of andere manier moet dat optreden voor ons een soort springplank zijn geweest, maar veel daarvan is niet in mijn geheugen blijven hangen. We hadden in die periode een vriend die voor advocaat studeerde die onze allereerste manager was.”

Mama’s Jasje laat na die eerste singletjes de moed niet zakken, en kijk, met hun derde single, deze keer op het Parlophone-label, is het wél raak. Nu is Paul Despiegelaere de producer van dienst. Ben Destrycker levert zowel de tekst als de muziek voor Mama’s Jasjes eerste hit Zo ver weg, waarmee ze de zestiende november 1991 op de eerste plaats in de Vlaamse Top Tien staan. Er zit ook een nummer één in, in de in die tijd razend populaire Tien Om Te Zien-hitlijst. Van de single alleen al gingen er dertigduizend exemplaren over de toonbank. Zo ver weg zal nadien gecoverd worden door Guus Meeuwis & Vagant, Evi Goffin en door Get Ready! als So faraway. “Dat was voor ons de eerste keer dat we ons als een soort vedetten voelden. Er ging geen week voorbij of we hadden wel ergens een tv-optreden. Het was niet altijd even gemakkelijk, want we hadden ieder nog een job. Ik werkte bijvoorbeeld toen nog in een patisserie. Het was vermoeiend, want we traden almaar vaker op en van slapen kwam niet veel meer in huis. Kwam daarbij dat we ons door het succes ook eens graag lieten gaan, er werd hier en daar weleens doorgezakt“, dixit Peter. Hij herinnert zich ook nog goed dat hij tijdens de repetities regelmatig met Ben in de clinch ging. Ben was zo’n beetje een muggenzifter, iemand die vaak diep nadacht, het kon altijd beter. Hij was ook steeds in de weer met zijn gitaar om nieuwe liedjes te schrijven. In de slipstream van Zo ver weg verschijnt er, deze keer in een productie van Jean Blaute, God in Frankrijk. Het verhoopte succes blijft echter uit. Peter kijkt terug. “God in Frankrijk is het enige nummer dat Jean voor ons produceerde. We blikten dat nummer in Studio Impuls langs de Wittevrouwestraat te Herent in. Die studio was in die tijd zowat je van het. Het fijne was dat, ook al waren we geen goede muzikanten, we alles zelf mochten inspelen. We werden dus niet aan de kant gezet om plaats te ruimen voor professionele studiomuzikanten. Dat hield wel in dat onze opnamen langer duurden dan normaal. We deden vaak in de studio een aantal nummers nog eens over omdat ons samenspel bijvoorbeeld niet zo goed klonk of omdat wij ter plaatse nog wat extra moesten oefenen en ons inspelen. Om het geheel wat professioneler te laten klinken, heeft Jean Blaute, zelf een uitstekend muzikant, wat ondersteunend meegespeeld. Maar Jean vond wel dat we als één groep moesten klinken. We hebben in die periode veel bijgeleerd, dankzij onder meer enkele nuttige tips van hem.”

In de herfst van 1991 had keyboardspeler Marc Ghyssels (geboren de achtste juni 1968 in Asse) zich bij de groep aangesloten. Peter weet nog goed dat ze in die periode enkele audities op het getouw hadden gezet. “We werden stilaan bekender, onze populariteit begon te stijgen. In eerste instantie wilden we er een extra gitarist bij. We oefenden toen in Wambeek (een dorp in de provincie Vlaams-Brabant). Ook al was Marc een toetsenist, toch kwam hij zijn kans wagen en waren we zo onder de indruk van zijn kennis en kunde, dat we hem meteen in de groep hebben opgenomen.”

In 1991 wordt er een platendeal gesloten met Play That Beat!, in 1988 opgericht door Théo Linder en Marc Debouvier, tevens gangmakers voor Get Ready!. Het is ook het jaar dat in de maand oktober het eerste album van Mama’s Jasje verschijnt: “Paradijs op aarde”, met daarop elf songs, waaronder het titelnummer en uiteraard ook hun eerste singles. Het album wordt in Studio Impuls geproducet door Paul Despiegelaere, met uitzondering van Morgen zal het anders zijn en God in Frankrijk. Technici van dienst zijn onder anderen Peter Bulkens en Wouter Van Belle. Paul Michiels zorgt voor de extra vocale ondersteuning. Het merendeel van de nummers is voor rekening van Ben Destrycker. Het album wordt een succes, maar de jongens blijven met beide voeten op de grond. “We dachten dat we succes niet cool mochten vinden, we voelden ons meer een rock-’n-rollgroep. We deden alsof een gouden en/of platina plaat ons niet deerde, maar stiekem hingen we dat exemplaar thuis toch maar mooi aan de muur en zijn we die prijzen blijven koesteren“, aldus de groep.

De negenentwintigste februari 1992 staat Mama’s Jasje in de Vlaamse Top Tien op drie met Doe het licht maar uit. In de Ultratop klimmen ze iets later naar de elfde stek. Peter had die melodie al een tijdje in z’n hoofd zitten. “Ik neuriede dat vaak tijdens m’n werk en mijn baas vond dat wel tof klinken, al klinkt het verhaal eerder droevig. Het gaat over een man die elke dag op café zit en z’n leven beu is. Het licht mag na hem best uitgaan wanneer hij als laatste klant naar huis gaat.”

Tussen Peter en Ben was het nooit touwtrekken om wie de volgende single mocht leveren. Ze waren sportief en fair genoeg om, zeker wat de singles betreft, telkens het beste nummer naar voren te schuiven, al bleef het leeuwenaandeel voor rekening van Ben. “Daar waar Ben er tien schreef, schreef ik er eentje. Hij was een echte crack op dat gebied“, vult Peter aan.

In 1992 werkt Mama’s Jasje mee aan het project “Elvis Belgisch”, uitgebracht op het EMI-label. Het was vijftien jaar geleden dat Presley in Memphis overleed. Op dit album covers door onder anderen Clouseau, The Polak Sisters, Helmut Lotti, P.P. Michiels, Elisa Waut, The Radios en The Dinky Toys. Mama’s Jasje kiest voor een vertaling van Always on my mind (eerder al op single gezet door Brenda Lee), dat in hun versie Zonder verhaal wordt. Peter en Ben sleutelden lang aan de tekst. Eerst wilden ze zo dicht mogelijk bij het origineel blijven, maar dat lukte niet, en dus kozen ze voor een totaal andere invalshoek. “Aan de allerlaatste bladenvan een mooi maar kort verhaal,waarin ze niet te scheiden waren, blijkt het einde nu fataal, want zijn boodschap wordt haar meegedeeldterwijl het huwelijkslied al speelt.” Zonder verhaal staat de vijfde september 1992 op de eerste plaats in de Vlaamse Top Tien. Volgens Peter was het telkens wennen wanneer ze een hit scoorden. “Ik weet nog goed“, zegt hij, “dat ik bijvoorbeeld twijfelde aan onze eerste single, maar na een tijdje had ik door dat je op mensen van de platenfirma ook eens moet kunnen vertrouwen, zoals in ons geval op Marc en Théo van Play That Beat!. Die hadden het qua keuzes vaak bij het rechte eind.”

Bij al dat succes, waarin Peter almaar meer de frontman van de band werd – en dat niet alleen door zijn stem, maar ook door zijn niet onaardige snoet – bleef Mama’s Jasje in eerste instantie een hechte groep. Ze gingen met elkaar om als de beste kameraden die, naast de optredens en repetities, elkaar op een speelse manier bleven ontmoeten in hun stamkroeg. Die manier van met elkaar omgaan is ook de reden dat zij als groep goed overkwamen en dat zij het met elkaar een behoorlijke tijd hebben uitgehouden. Zo is er in 1992 op het Play That Beat!-label hun tweede album “Letters en Lawaai”, met daarop veertien songs. De titel was een bewuste keuze van Ben, die op die manier hun succes wat wilde relativeren. Uiteindelijk zijn liedjes en zo’n album niet meer dan een hoop letters en wat lawaai. Ook deze keer neemt producer Paul Despiegelaere de honneurs waar. Uit dit album worden drie singles geselecteerd: Teken van levenRegenboog en Land van 1000 dromen. Voor Teken van leven zit er de vijfde december 1992 een tweede plaats in de Vlaamse Top Tien in. Ben schreef dit nummer met in zijn achterhoofd een ex-vriendinnetje van wie hij hoopte dat ze nog iets van zich zou laten horen, dat ze nog een teken van leven zou geven. Het nummer zal trouwens nadien gecoverd worden door De Kast als Een teken van levenRegenboog moet het de dertiende maart 1993 met een zesde plaats in die Vlaamse Top Tien stellen.

Het was stilaan de gewoonte geworden dat wanneer er nieuwe nummers moesten worden opgenomen, Ben eerst bij Peter langsliep of omgekeerd. “We gingen dan meteen op zoek“, aldus Peter, “naar de juiste toonaard van het nummer, of het mij wel lag, want als ik in een nummer mijn draai niet kon vinden, begon ik er ook niet aan. Ik kon het me permitteren tegen Ben in alle oprechtheid te zeggen wanneer ik een nummer niet zag zitten, hij heeft me dat nooit kwalijk genomen. Soms paste hij het nummer aan mijn wensen aan of soms ook niet, en dan werd die song ook niet in ons repertoire opgenomenBen was trouwens binnen de groep een dominante figuur, maar ik had dat op dat moment wel nodig.”

In 1993 besluit Mama’s Jasje zijn geluid en de bezetting van de groep wat aan te passen. “Wij voelden dat we na een tijdje beter met ons vieren voort konden. Marc, onze toetsenist, bracht eigenlijk het minst van allen ideeën aan. We besloten ook vanaf onze derde plaat iets meer voor gitaren te kiezen en kwamen tot de vaststelling dat we daarbij geen piano en synthesizer meer nodig hadden.” In de maand november van dat jaar verschijnt hun derde album “Testament van een jaargetijde”. Als extra hulp wordt er een beroep gedaan op onder meer de muzikanten Stephan Kraemer, Patrick De Witte en Patrick Riguelle. De hulp van Kris Wauters wordt ingeroepen om de backing vocals voor zijn rekening te nemen. Het album is goed voor twee singles: Alleen liefde en Kon dit nu maar blijvenAlleen liefde, geschreven door Ben Destrycker, staat de achttiende december op de zesde plaats in de Vlaamse Top Tien. “Alleen liefde is sterker dan duizend, alleen liefde overwint de nacht, alleen liefde geeft me kracht en passie die mijn hart verzacht, alleen liefde is het leven dat ons wacht.” Tijdens de opname van dat nummer krijgen ze in de studio de vocale ruggensteun van de Gentse Oratoriumvereniging. Kon dit nu maar blijven wordt minder goed onthaald en komt niet in de buurt van de Vlaamse Top Tien. Voor dit derde album wordt als producer opnieuw voor Paul Despiegelaere gekozen, vroeger frontman bij de populaire popgroep The Machines. “Het pluspunt van Paul was zijn discipline. Vergeet niet dat wij aan de basis cafévrienden waren die op een bepaald moment besloten een groepje op te richten. Paul was als zanger van The Machines een man naar wie je in ons milieu opkeek. Hij had alles al meegemaakt, hij kende als geen ander het klappen van de zweep. Onze mond viel vaak open wanneer hij in de studio weer met een nieuw idee aankwam. Op onze derde plaat is vooral zijn keuze van de gitaren te horen. Let maar eens op die Beatles-sound die her en der opduikt. Paul bereidde ook elke opname grondig voor en stond erop dat dan ook alles volgens het boekje verliep. Slordigheden waren aan hem niet besteed, die liet hij trouwens niet toe. Hij had vooraf de klank van het eindproduct al in zijn hoofd.”

Ben Destrycker was het vaak optreden op een bepaald moment meer dan beu. Optreden voor bomvolle zalen lag hem niet meer. Mama’s Jasje was volgens zijn idee té populair geworden. Zo speelde hij liever in een gezellig café dan op grote festivals. Peter daarover: “We voelden al in de studio tijdens de opnamen van ons derde album dat de rek er wat uit was, de inzet was aan het uitdoven. Ben wou de plaat nog wel afwerken, maar dan ook niet meer dan dat. Hij ging wel nog mee promotie voeren voor de single Alleen liefde. Ben en ik trokken toen met ons tweetjes naar de media.” En nadien gaat het snel, want eind december 1993 besluiten Ben, Herman en Steven ermee te kappen en wordt de eerste bezetting van Mama’s Jasje opgedoekt.

En dan volgt er even een niet zo fijne periode, want Peter wil zijn schouders onder Mama’s Jasje blijven zetten, alleen vindt Ben niet dat Peter de naam Mama’s Jasje kan blijven gebruiken. Maar Peter houdt vol, komt tot een akkoord en kan voort met de groep waaraan hij zijn hart heeft verpand. Hij komt op zekere dag terecht bij enkele muzikanten die voordien nog in het groepje The Extended zaten met daarin Johan Schokkaert (geboren 13 mei 1969 te Reet), Jean-Pierre Van Kerckhove (geboren 2 september 1973 te Sint-Niklaas) en Gunther Van Campenhout (geboren 24 juni 1972 te Sint-Gillis-Waas). Gunther daarover: “Wij speelden in het Nederlandstalige pop-rockcircuit. Clouseau en Mama’s Jasje waren daarbij onze helden. We hebben in die tijd twee singletjes uitgebracht, die het qua verkoop niet zo goed deden, maar we traden wel regelmatig op, onder andere als voorprogramma tijdens concerten van Mama’s Jasje. Na de optredens bleven we dan samen weleens hangen. Omdat Thomas, de leadzanger van The Extended, het op zeker moment voor bekeken hield, stapten wij haast automatisch over richting Peter en was Mama’s Jasje in één klap opnieuw vier man sterk en kon de groep een nieuwe start nemen.

Gunther herinnert zich ook nog levendig dat het in het begin aanpassen geblazen was: “In de vorige bezetting stonden Ben en Peter vooraan. Met ons erbij kreeg je een andere klank, een compleet andere bezetting, en dat was te horen ook. Het werd oefenen geblazen om hun hits in onze vingers en onze stemmen te krijgen. We hadden op een bepaald moment zelfs de indruk dat we meer repeteerden dan dat we optraden. Vergeet niet, in die tijd was Mama’s Jasje samen met Clouseau de populairste band in Vlaanderen. We hadden een reputatie te verdedigen.” Maar het werd ook tijd, want de platenfirma drong erop aan dat er een nieuwe single op de markt kwam, en dat werd plots heel studentikoze muziek. Peter voegt daar snel aan toe dat het Gunthers idee was. “Het was tijdens ons optreden op Marktrock in Leuven. Er waren problemen met de geluidsinstallatie. Alleen een paar microfoons werkten nog. Gunther kende nog een liedje uit zijn hoofd dat bij de jeugdbewegingen in het Waasland weleens werd gezongen: Onzen bok is dood. Tijdens de rest van ons optreden bleef het publiek dat refrein van Onzen bok is dood scanderen. Een paar dagen later zijn we tijdens een van onze repetities rond dat nummer samen wat beginnen te jammen en hebben we nadien in café Obelisk in Boom samen een tekst geschreven, een paar losse flodders, met aan de basis veel leute en plezier. Marc Debouvier van platenfirma Play That Beat! zag het nummer meteen zitten en binnen de kortste keren lag het in de winkel.” De derde december 1994 staat Onzen bok is dood op vier in de Vlaamse Top Tien. Volgens Peter Van Laet een beetje tegen wil en dank. “Onzen bok is dood was een nummer waarop in de studio een rist studenten kwamen meezingen om de juiste sfeer erin te krijgen. Geen wonder dat die single in elk Leuvens café volop gedraaid werd. Maar dat was niet het gedroomde circuit dat we voor ogen hadden. En vreemd genoeg is het een nummer waar ik het nog altijd moeilijk mee heb dat het een van onze grote hits is geworden.” In 2013 zullen De Pitaboys Onzen bok is dood nog eens overdoen

Een paar maanden later wordt er gecoverd en brengt Mama’s Jasje een versie op de markt van Wunderbar van de groep Tenpole Tudor (die hadden daar bij ons in de winter van 1981 al een grote hit mee gescoord). Daarmee staat Mama’s Jasje de eerste april 1995 op de tweede plaats in de Vlaamse Top Tien en op elf in de Ultratop. Mama’s Jasje werd binnen de kortste keren een groep die je op elke studentenfuif kon uitnodigen, het was een heel andere uitgave dan de eerste. Gunther en Peter geven grif toe dat ze inpikten op het succes van het moment. “Als zoiets marcheert, moet je erop inhaken. De singles belandden snel in de winkel en binnen de kortste keren behaalden we goud. Het was onze manager Marc die met de tip aankwam Wunderbar te coveren. Hij wou ons graag een stijl aanmeten zoals die van de Engelse groep Slade. Het mocht er wat ruiger aan toegaan. We droegen in die tijd ook een soort carnavaleske kleding. We sprongen nogal in het oog. Oké, deze manier van optreden stond haaks op die van de eerste versie van Mama’s Jasje, maar een mens heeft nu eenmaal vele gezichten, en dit was er een van.

Raar maar waar, zeker omdat Mama’s Jasje plots weer talk of the town was, besliste Peter vanaf de maand oktober 1995 een tijdje solo te gaan. “Hoe het kwam weet ik niet, maar de maanden voordien had ik zo’n vijftien songs bij elkaar geschreven. Die liedjes pasten helemaal niet in het toenmalige repertoire van onze groep, maar ik wou koste wat het kost met die liedjes iets doen. De teksten waren ook iets depressiever van aard en kwamen dicht bij wie ik eigenlijk ben. Het mag voor mij wat ernstiger.” Gunther vult aan: “Daar hoefde niets over te worden afgesproken. We traden veel op tijdens studentenfeesten. Zo creatief waren we als groep nu ook niet bezig. Peter had op dat moment net een aantal songs klaar die helemaal niet bij onze stijl pasten. Hij is dan een album gaan opnemen zonder dat daar binnen de groep over gepraat werd of dat we daar boos op reageerden. Dat moet gewoon kunnen. Peter had even nood om enkele dingen van zich af te schrijven en even zijn eigen ding te gaan doen. So what?

In 1996 zet de VRT “De Gouden Zeemeermin” op het getouw om via die weg een kandidaat te selecteren voor het Eurovisiesongfestival. Er werden vier preselecties georganiseerd met in het totaal veertig kandidaten. Peter geraakt met het nummer Er is iets tot op de vierde plaats in de finale, die dat jaar gewonnen wordt door Lisa del Bo met Liefde is een kaartspelEr is iets werd geschreven door Peter samen met Marc Vanhie en Walter Mannaerts en wordt in een productie van Roland Verlooven de dertiende april op het Play That Beat!-label uitgebracht. Peter geraakt ermee tot op de achtste plaats in de Vlaamse Top Tien. De vijftiende juni van dat jaar is er Peters soloalbum “Hartslag” met in het totaal twaalf songs, waaronder ook de volgende singles Ik hou mijn adem even in en  Zij. De productie is ook nu in handen van Roland Verlooven. Het album zelf klimt de vierentwintigste augustus naar de zevenentwintigste plaats in de Ultratop Album 200.

En dan blijft het een tijdje stil rond Mama’s Jasje, een behoorlijke tijd zelfs, want pas in 1997 zoeken ze opnieuw de schijnwerpers op – het is te zeggen, Peter en Gunther, want de rest heeft afgehaakt. Peter: “Dat leek me logisch. Jean-Pierre en Johan staken meer tijd in hun vaste job dan in de groep. Ze zagen het professioneel ook niet zo zitten als Gunther en ik, en dan hebben we maar besloten met ons beiden verder te gaan.”

En plots breken voor hen gouden tijden aan, de hoogtijdagen van Mama’s Jasje. Peter vat het kort samen: “Het was onze producer Roland Verlooven. Die kwam op zekere dag met het liedje Als de dag van toen naar me toe en vond dat ik dat sowieso moest coveren. Ik moet eerlijk toegeven dat ik de originele versie van de Duitse zanger Reinhard Mey maar niks vond. Die had dat in 1975 opgenomen als Wie vor Jahr und Tag en iets later in een vertaling van Karel Hille ook in het Nederlands ingezongen. Daarmee stond Mey de vijfentwintigste oktober 1975 op twee in de Nederlandse Top 40. Ik beken dat ik toen even heb moeten nadenken over dat voorstel, maar ben dan toch geplooid. Roland was voor mij een crack in zijn vak en ik vond niet dat ik de pretentie mocht hebben zijn kennis in twijfel te trekken.” Gunther vult aan:Het succes van dat nummer is niet alleen de kracht van het lied, maar vooral de productie van Roland, die precies wist welke kant hij met deze nieuwe bezetting van Mama’s Jasje uit moest.” De eenendertigste mei 1997 staat Als de dag van toen op de eerste plaats in de Vlaamse Top Tien en zal daar weken na elkaar blijven postvatten. Radio 2 vindt het nummer zo oké dat het de achtste augustus in Blankenberge gekroond zal worden tot “Zomerhit”. Peter zingt het nog altijd even graag, ook nu nog, zovele jaren later. “Ik zing het nog tijdens elk optreden, niet zozeer om me daarmee zelf een plezier te doen, maar omdat ik voel dat ik dat het publiek verplicht ben.” Gunther: “Peter belde me op begin april, twee dagen later gingen we foto’s maken voor de hoes en iets later zat ik samen met Peter op een kruk voor ons eerste optreden. We hebben dat de ganse zomer van 1997 volgehouden. Als ik nu terugblik, moet ik toegeven dat het een toffe periode was. Plots gebeurde er van alles en was Mama’s Jasje graag gehoord en waren we een graag geziene gast tijdens diverse feesten en festivals. Wij werden overal goed ontvangen. Ik weet nog goed dat ik tijdens die zomer tien kilo was aangedikt. We aten bijna elke dag mosselen met friet.” Van Als de dag van toen bestaan twee versies. Naast de studio-opname ook een die werd opgenomen tijdens een uitzending van “Tien om te Zien”, waarop Gunther en Peter samen te horen zijn terwijl ze live met de muziekband meezingen. Het refrein wordt door het publiek integraal meegezongen. Die versie werd eveneens op single uitgebracht en liep opnieuw als een trein.

Als de dag van toen slaat zo aan, dat er besloten wordt een volledig album te vullen met liedjes die in de Lage Landen hun kwaliteit méér dan bewezen hadden. De zevenentwintigste september 1997 ligt het album “Hommages” in de winkel, staat meteen op één in de Ultratop Album 200 en houdt het daar vijf weken na elkaar vol, in het totaal goed voor 44 weken notering. Tijdens de opnamen kregen Peter en Gunther in de studio muzikale steun van gitarist Eric Melaerts, bassist Evert Verhees, toetsenist Alain Van Zeveren, bassist Vincent Pierins en drummer Walter Mets. Op het album zelf staan onder meer covers van Christine van Will Ferdy, Amsterdam van Kris De Bruyne, Houten kop van Zjef Vanuytsel en Kalverliefde van Robert Long, dertien liedjes in het totaal. Uit deze cd wordt als volgende single Laat me alleen geselecteerd, oorspronkelijk Pazza idea van de Italiaanse zangeres Patty Pravo op een Nederlandse tekst van Gerrit den Braber waarmee Rita Hovink in Nederland in 1976 al een hit had gescoord. Het was een idee van Marc Debouvier, want het nummer was eerst niet voorzien om in te blikken, maar omdat Als de dag van toen zo aansloeg, werd snel besloten Laat me alleen aan de lijst toe te voegen. Mama’s Jasje staat er de achttiende oktober 1997 mee op de eerste plaats in de Vlaamse Top Tien. “De kracht van ‘Hommages’ zit hem in de juiste selectie die we vooraf gemaakt hebben. Het zijn stuk voor stuk liedjes die eerder hun kracht al bewezen hadden. Het waren toen al klassiekers. We waren een van de eerste groepen die zo’n soort hommage als formule gingen gebruiken, en dan nog in een nieuwer en frisser jasje gestoken“, aldus Gunther.

Wat niet meteen duidelijk was voor men met de opnamen begon, was hoe men het precies ging aanpakken. “Eigenlijk“, voegt Peter er meteen aan toe, “was ‘Hommages’ de voortzetting van mijn soloproject. Dus ik zou het in mijn eentje doen, maar tijdens de opnamen werd duidelijk dat we het toch beter als een plaat van Mama’s Jasje in de markt zouden zetten. Bij mijn soloplaat ‘Hartslag’ was immers gebleken dat de naam Peter Van Laet niet zo aansloeg, maar de naam Mama’s Jasje wel, en het zou zonde zijn dat op dat moment niet uit te spelen. Roland Verlooven ging meteen akkoord, want die bekeek het vanuit commercieel standpunt, en met Gunther erbij zou het allemaal promotioneel op televisie en zo veel beter overkomen en konden we het ook beter in de markt zetten.” Als kers op de taart valt Mama’s Jasje tijdens de uitreiking van de ZAMU Awards tweemaal in de prijzen: de single-award voor Als de dag van toen en ook de airplay-award.

Mama’s Jasje werd almaar vaker gevraagd tijdens grote evenementen zoals Marktrock, de Gentse Feesten, in de AB enzovoort. Voor hen was het een soort must geworden om zo veel mogelijk live op te treden. Voor die gelegenheden zochten ze hun steun bij diverse muzikanten die hen kwamen begeleiden. Tijdens de kleinere optredens werd er willens nillens met de muziekband meegezongen. Dat zijn nog altijd beelden die op hun netvlies zijn blijven staan. Van hun optreden in Marktrock bijvoorbeeld werden er tijdens “Het Journaal” beelden uitgezonden en zag je op de Grote Markt van Leuven zo’n tienduizend mensen enthousiast met hun liedjes meezingen.

Door het immense succes van “Hommages” liet een vervolg niet lang op zich wachten. Peter: “Het lag logischerwijze voor de hand dat we er een vervolg aan zouden breien. Het eerste album had zo gigantisch veel verkocht, dat het zonde zou zijn geweest het bij dat ene volume te laten.” De veertiende november 1998 duikt “Hommages II” de Ultratop Album 200 binnen en de twintigste februari 1999 staat de plaat daarin op de tweede plaats. In het totaal deze keer twaalf liedjes, beginnend met Vriendschap van Het Goede Doel en eindigend met Vlakke land van Jacques Brel. Als single is er uit die cd Gelukkig zijn van Ann Christy, waarmee Mama’s Jasje de vijftiende augustus van dat jaar op de derde plaats eindigt in de Vlaamse Top Tien. Een plaats lager in diezelfde hitlijst is de zevende november weggelegd voor Terug naar de kust, dat we met z’n allen nog goed kennen in de originele versie van Maggie MacNeal, die daar in 1976 in Nederland een dikke hit mee scoorde. Voor de correctheid aanvullen dat Paul Despiegelaere voor de productie van dit nummer tekent. Hij zal voor “Hommages II” nog twee andere nummers produceren: Suzanne van Herman van Veen en Vreemde vogels van de Vlaamse zangeres Claire. Een leuk detail is dat Peter en Gunther in de studio in de achtergrond de vocale steun krijgen van collega’s Yvan Brunetti, Kris Wauters, Fred Bekky en Mieke Aerts. Voor Gunther is en blijft Vriendschap op dit album zijn favoriete nummer. “Het is me al die tijd bijgebleven omdat we het in ons liverepertoire hadden opgenomen. Echt waar, ik kende het nummer niet tot het moment dat wij naar de studio trokken om het in te zingen. Ik vind niet alleen het nummer op zich erg sterk, het lag mij meteen van bij de eerste noot na aan het hart, maar ook onze versie blijf ik erg goed vinden.” Van “Hommages II” wordt iets later, in 1999, de platina editie uitgebracht. Twee cd’s met vijf exclusieve tracks: Verdronken vlinderStandbeeld, Rosanne10 jaar en Linda. Goed bekeken door de platenfirma, want deze speciale editie willen de fans maar al te graag in hun collectie.

Stefaan Fernande schrijft in 1999 tekst en muziek voor het Gordellied van dat jaar en Mama’s Jasje mag het inzingen en op single uitbrengen.

Oktober 1999 ligt er opnieuw een soloplaat van Peter Van Laet in de aanbieding, deze keer in het Frans gezongen. “Autrement” wordt uitgebracht op het Play That Beat!-label en verdeeld door Virgin. Op deze plaat vertalingen, maar ook nieuwe nummers: Cette fois-ciPetite soeurOn se donne... Er wordt een beroep gedaan op de schrijvers Philippe Russo en Christian Vié. Christian schreef nummers voor onder anderen Patricia Kaas, Pierre Bachelet en Gloria Estefan. Vié staat tevens in voor de productie van het album.

Het volgende album van Mama’s Jasje wordt “Popmodel” in 2000 opgenomen en verschijnt de vijftiende april 2000 op het Play That Beat!-label. De tweeëntwintigste april vinden we het album terug op de twaalfde plaats in de Ultratop Album 200. Ook deze keer twaalf liedjes. Het album zet in met Samen door het vuur en eindigt met Keer op keer. Als eerste single uit deze cd is er Wie ben jij? op tekst van Peter Van Laet, gebaseerd op een Engelstalig nummer van de Britse componist Jim Lea. “Zeg me wie ben jij, hier zowaar naast mij? Kan het zijn dat je naast me staat?Zeg me hoe en waar vonden wij elkaar? Kan het zijn dat je echt bestaat?

“Popmodel” was weer een idee van hun platenfirma, die een rist demo’s had verzameld en die gewoonweg stuk voor stuk aan Gunther en Peter had voorgelegd. Gunther: “We kwamen op zekere dag daarvoor samen, hebben samen de liedjes gekozen en zijn dan naar de studio getrokken. We hebben daar eerst een paar songs uitgetest, zoekend naar de juiste bezetting, de juiste sound. We hebben op basis van wat we voor ogen hadden opnieuw gekozen voor Paul Despiegelaere als producer, na onze intense samenwerking met Roland Verlooven. Roland had een andere manier van werken, van aanpak. Voor ‘Popmodel’ wilden we een ander geluid, en we kenden Paul al van de eerste drie albums van Mama’s Jasje. Hij voelde goed aan welke kant we met dit album uit wilden. Je kan bijna zeggen dat we met ‘Popmodel’ terugkeerden in de tijd, naar de beginperiode van Mama’s Jasje.” Peter is het daar volmondig mee eens: “Het was een bewuste keuze om na dat immense succes met de Hommages-cd’s terug te keren naar de roots van Mama’s Jasje, de beginjaren. We hebben die plaat in de Brusselse ICP-Studio opgenomen met twee Britse muzikanten: Trevor Holliday, de bassist van Slade, en de gitarist Bernie Marsden van Whitesnake. Dus het ging daar bij momenten heavy aan toe. Zij bepaalden voor een deel het geluid van ‘Popmodel’.” Met de single Wie ben jij? staat Mama’s Jasje de vierde maart op de derde plek in de Vlaamse Top Tien. Vervolgens wordt als tweede single gekozen voor een song geschreven door Koen De Beir samen met Heidi Verhoeven Reis door niemandsland, maar die single geraakt de zevenentwintigste mei niet hoger dan de tiende plaats in de Vlaamse Top Tien.

In 2000 is er op het Mercury-label het album “Louis Neefs – 20 jaar later”. Neefs overleed de vijfentwintigste december 1980 tijdens een auto-ongeval. Aan dit album werken onder anderen mee: Bart Peeters, Stef Bos, Connie Neefs, Helmut Lotti en ook Mama’s Jasje. Peter zingt  Zondagmiddag Lilian, geschreven door Kris Kristofferson als Sunday mornin’ comin’ down en in 1979 door Louis op plaat gezet. Voor Peter behoort deze productie nog altijd tot de hoogtepunten uit zijn carrière.

VTM pakt in het najaar van 2001 uit met de tweede reeks van het immens populaire programma “Big Brother”. Speciaal voor dit nieuwe seizoen neemt Peter Van Laet samen met Walter Grootaers het nummer Gedachten zijn vrij op, geschreven door Walter samen met Berre Bergen. De twintigste oktober 2001 staat de single op één in de Vlaamse Top Tien.

In 2002 laat Gunther Van Campenhout weten dat hij de groep wil verlaten. “Dat voelde ik gewoon zo aan. Ik hoefde dat niet te verdedigen. Daar werd niet over gepraat, maar we hadden gedurende anderhalf jaar niets nieuws meer opgenomen. Er hing op dat moment ook niets in de lucht. Ik was in die periode met mijn partner Claudia Decaluwé (voormalig lid van Sha-Na) enkele demo’s aan het inblikken die zij voor haar solocarrière kon gebruiken. We hebben toen opgenomen met het oog op een eventuele deelname aan Eurosong, en toen we die opname beluisterd hadden, bleek het een commerciële zet dat als duo te doen. We kozen voor de artiestennaam Spark. Ik kon me de reactie van de mensen al voorstellen, zo van: ‘Wat zou dat geven, zo’n muzikaal huwelijk tussen Sha-Na en Mama’s Jasje?’ Toen we achteraf zeer goed bleken te scoren tijdens de finale van Eurosong moest ik een keuze maken. Je kan immers geen twee verschillende maskers gaan opzetten. Peter en ik zijn zonder rancune een tijdje zonder elkaar verdergegaan, mensen hoeven daar niets achter te zoeken.” Peter wil er dit aan toevoegen: “Ik voelde dat aankomen. Gunther en Claudia waren zeer close. Ik zag dat Gunther er veel energie in stak en ik was trouwens op dat moment hier en daar ook met andere dingen bezig. Er was dus ruimte om hun dat te gunnen.” Spark sluit een platendeal met het Polydor-label en brengt in de maand april van 2002 het nummer Someday uit in een productie van Marty Townsend (werkte ook samen met Barbara Dex en Blue Blot) en Michael Schack (schreef nummers voor onder meer Melanie en Janis Ian). Met Someday doet Spark in 2002 mee aan de voorronden van Eurosong. Zij geraken in de finale tot op de tweede plaats. Ze moeten, jammer genoeg voor hen, Sergio & The Ladies laten voorgaan met Sister. België zal in de “Saku Suurhal” in de Estische hoofdstad Tallinn op de dertiende plaats eindigen, samen met Bosnië-Herzegovina en Slovenië. Spark brengt in de loop van 2002 en 2003 nog enkele singles: WhimpThis dayI like it, dat tevens de titelsong is van hun album dat de twaalfde mei in de markt wordt gezet, en vervolgens Give me a hand en Love is a battlefield.

Door het vertrek van Gunther moet Peter op zoek naar een nieuwe compagnon de route. Hij trekt zijn stoute schoenen aan en gaat aankloppen bij zijn broer Jan. “Ik zag het niet zo zitten om alleen op een podium te gaan staan“, aldus Peter, “en ik wist ook niet meteen wie ik zou vragen. Ik dacht in eerste instantie aan vrienden-muzikanten. Mijn broer zat niet meteen in m’n hoofd omdat die toen met erg alternatieve muziek bezig was. Maar Marc van Play That Beat! stelde mijn broer voor omdat hij wist dat die muzikant was en hij zag die combinatie wel zitten. Ik dacht dat mijn broer dat nooit zou doen. Maar naeen telefoontje en tien minuten bedenktijd heeft hij toch toegezegd. Samen met onze vaste drummer Gert Meert heb ik dan het nummer Ik mis je zo geschreven. Gert had thuis een demostudiootje en daar hebben we samen aan een rist nummers gewerkt. Ik heb nu eenmaal een zwak voor ballades en Ik mis je zo is daar een mooi voorbeeld van.” En kijk, die nieuwe samenstelling van Mama’s Jasje slaat beter aan dan eerst gedacht en verwacht. De vierentwintigste augustus 2002 staat Ik mis je zo op de vierde plaats in de Vlaamse Top Tien.

In 2002 is er op het Virgin-label de verzamelaar “Als de dag van toen – Het beste van Mama’s Jasje”. Achttien hits op een dubbele verzamelaar, die de drieëntwintigste november van dat jaar op de tweede plaats in de Ultratop Album 200 belandt. Het is tevens een van hun bestverkochte platen, goed voor zo’n dertigduizend exemplaren. De platina plaat die ze daarvoor in ruil kregen, hangt nog steeds bij Peter thuis aan de wand. “Bij de start van Mama’s Jasje vonden we het niet echt cool uit te pakken met gouden en platina exemplaren, zoals ik al eerder vertelde, maar naarmate ik ouder werd en de waarde van Mama’s Jasje beter kon inschatten, ben ik die speciale exemplaren almaar meer gaan koesteren!

In 2003 is er in een productie van Hans Francken op het Virgin-label het nieuwe album ” Zwart op wit”. Peter en zijn broer Jan Van Laet zetten twaalf liedjes op dit album. Er wordt opgenomen in de ICP-Studio in Brussel en in Studio Galaxy te Mol. Bekende namen tijdens die opnamesessies: Steve Willaert, Yannic Fonderie, Kevin Mulligan, Evert Verhees en Walter Mets. Het album wordt eind november 2003 in de markt gezet en staat de zesde december op de drieëndertigste plaats in de Ultratop Album 200. Een hogere ranking zit er niet in. Uit dit album worden nochtans zes nummers op single uitgebracht. De negentiende juli was er als aanloop Het is over, een vertaling door Peter van Det innersta rummet van Date. Daarmee bereiken ze de zesentwintigste juli 2003 de derde plaats in de Vlaamse Top Tien. Ook de volgende single is een cover. Voor jou alleen linken we immers aan Still the same van Slade, dat in de versie van Mama’s Jasje de achtste november 2003 op vier in de Vlaamse Top Tien staat. De illusie van Sander Schaap en Niels Thomassen bereikt de zevende februari 2004 de negende plaats in diezelfde hitlijst. Vier plaatsen hoger is de vierentwintigste april weggelegd voor het nummer Verloren zaak, geschreven door Ad Cominotto samen met Jan Van Laet. En dan is er nog de titelsong Zwart op wit, geschreven door Peter Van Laet en Gert Meert. Gescoord wordt er deze keer niet. Een opvallende song op dit album is en blijft Bondgenoot, geschreven door Paskal Jakobsen en Han Kooreneef en opgenomen door Mama’s Jasje met de populaire Nederlandse zanger Guus Meeuwis. “Ik had Guus een tijdje voordien al eens ontmoet en we hadden afgesproken samen eens iets te schrijven. Die samenwerking is op café geëindigd, want het bleek niet zo te vlotten om samen iets op papier te krijgen. Omdat we beiden levensgenieters zijn, hebben we in plaats van daaraan door te werken een restaurant en een cafeetje opgezocht en hebben we nadien gekozen voor een demo die ik kende van de hand van Han Kooreneef, en dat is dan Bondgenoot geworden.” Vreemd genoeg liggen de hitlijsten voor dit liedje niet binnen bereik. Ook het album an sich wordt geen topper. “Dat viel inderdaad tegen“, geeft Peter toe. “Ik weet niet meteen waaraan dat te wijten was, want persoonlijk vind ik het nog altijd een goede plaat. Zeker de nummers Het is over en Voor jou alleen vind ik nog altijd prachtige uitschieters. Liedjes, dat weet ik nog goed, die we uit een stapel buitenlandse demo’s hadden geselecteerd.”

De vijfentwintigste januari 2003 staat Mama’s Jasje op het Virgin-label op één in de Vlaamse Top Tien met de door Hans Van Eijck geschreven ballade Het tij zal keren. Deze song was in die periode het intronummer van de populaire tv-reeks “Wittekerke”, een Vlaamse soapserie die van 1993 tot 2008 op VTM te zien was, goed voor 1067 afleveringen. Tussen de tweede april 2013 en de zestiende november 2017 werd “Wittekerke” op VTM heruitgezonden.

In 2004 bestaat Mama’s Jasje vijftien jaar en daaraan koppelen ze een theatertour. “We hebben voor die gelegenheid niet de oude bezetting opgetrommeld. Ik heb toen trouwens Gunther uitgenodigd, maar die kon zich in die periode niet vrijmaken. Ik heb dan een rist muzikanten opgetrommeld, met wie ik nadien vaker ben gaan samenwerken. We traden een eerste keer met deze formule op in zaal Capitole in Gent. We speelden daar alle grote hits van de beginjaren tot 2004, met zelfs een klein fragment uit Onzen bok is dood. Plus speelden we uiteraard een aantal nummers uit ons recente album ‘Zwart op wit’. En vervolgens trokken we naar een sliert Vlaamse theaters om ons daar kostelijk te amuseren, en het publiek genoot er blijkbaar ook van.”

“Viva Tura” is de titel van het album dat door Universal in de maand augustus van 2005 wordt gereleaset met daarop een aantal covers van grote hits van Will door onder meer Clouseau, Natalia en Marco Borsato gezongen. Ook aan Mama’s Jasje wordt de kans geboden Tura te coveren en zij kiezen voor Nu sta ik daar. Zij trekken daarvoor naar de studio samen met producer Eric Melaerts. Het album “Viva Tura” staat de twintigste augustus op vijf in de Ultratop Album 200. Iets eerder liep Peter met het idee rond een cover neer te zetten van de hit Beestjes, waarmee Ronnie en de Ronnies in Nederland ooit hoog scoorden. Het liedje werd geschreven door niemand minder dan Peter Koelewijn en stond de drieëntwintigste mei 1967 op de dertiende plaats in de Nederlandse Top 40. Peter had hoge verwachtingen, maar die werden niet ingelost. De tweede juli 2005 geraken ze in de Vlaamse Top Tien niet verder dan de zevende plaats. “Ik liep al lang met dat idee rond“,beaamt Peter.Ik was er heilig van overtuigd dat als iemand dat zou coveren, het een grote hit zou worden, maar ik zat er volledig naast. Ik heb het bewust zelf geproduceerd zodat het niet te plat of te carnavalesk zou klinken, maar blijkbaar sloeg de vonk naar het publiek niet over en is het bij een bescheiden notering gebleven.

Ondanks de vele meevallers en het succes beslist Jan in 2005 zijn avontuur met Mama’s Jasje af te ronden. Hij wil voortaan zijn aandacht toespitsen op zijn groep Chupalibre (in de maand mei van 2010 brengen ze het album “De grote kick” uit). Er volgt voor Mama’s Jasje een soort sabbatjaar. Peter waagt in zijn eentje een muzikale uitstap richting Vlaamse theaters met het project “Helden van Van Laet”. Hij was voordien wat gaan grasduinen in zijn eigen cd- en platencollectie en pakt uit met een nogal eigenzinnig repertoire met bewerkingen van internationale hits. Peter blijft ook nu trouw aan zijn belofte in het Nederlands te zingen en vertaalt kleppers van onder meer Tom Waits, Bruce Springsteen, Eric Clapton, Billy Joel, Paul Weller en zelfs Gilbert Bécaud. Hij zet in de theaters telkens een semiakoestische set neer.

Na een afwezigheid van vijf jaar sluit Gunther Van Campenhout zich in 2007 weer bij Mama’s Jasje aan. Er is meteen werk aan de winkel, want zij zingen de twaalfde januari in het Eén-programma “Zo is er maar één” hun versie vanIrene van De Mens. Het thema van die avond was “Liedjes over vrouwen”.

Ze gaan meteen nadien samen met de gitaar op schoot plannen smeden rond een nieuw album en een nieuw repertoire. Dat resulteert de negentiende mei op het Universal-label in de cd “Hommages III”. Deze keer geen selectie van klassiekers uit de Lage Landen, maar wel vertalingen van internationale hits zoals Stuck in the middle with you van Stealers Wheel, Mississippi van Pussycat, It never rains in southern California van Albert Hammond en Be my day van The Cats. Dertien liedjes in het totaal, vertaald door Peter Van Laet. De productie en arrangementen zijn in handen van Mon ‘S Jegers. Er wordt opgenomen in de DLM Studio te Geel. “Hommages III” staat de dertigste juni op de twaalfde plaats in de Ultratop Album 200. Samen met Voice Male zingen ze voor de gelegenheid Niets zonder jou, een vertaling van If you can’t give me love van Suzi Quatro waarmee ze de twaalfde mei op de vijfde plaats in de Vlaamse Top Tien postvatten. In die hitlijst is echter geen succes weggelegd voor de opvolger Laat je hart slaan, een vertaling van Let your love flow van The Bellamy Brothers.

De zevenentwintigste november 2007 stelt Mama’s Jasje in de personeelscafetaria van het UZ te Leuven de single Niet alleen voor. Zij hebben dit ingezongen samen met Tonya en Claudia Decaluwé. De opbrengst gaat deels naar de Cliniclowns en deels naar mUZtival, een muziekfestival voor en door de patiëntjes van het kinderziekenhuis UZ Leuven.

Hun deelname aan “Zo is er maar één” op Eén bleek in de smaak te zijn gevallen, want het jaar nadien zingen ze de vijftiende februari 2008, in de tweede ronde die aandacht besteedt aan liedjes die gaan over “Lijf en Lust”, hun versie van Bleke Lena van Raymond van het Groenewoud.

2009 is het jaar dat Mama’s Jasje twintig jaar bestaat, en dat willen ze niet ongemerkt laten voorbijgaan. Peter en Gunther gaan met het management rond de tafel zitten en brengen op het Mostiko-label, verdeeld door CNR, het album “Morgen zal het anders zijn” uit. In het bijgevoegde cd-boekje leggen ze het opzet van deze plaat uit. “We besloten een selectie uit onze eerste drie albums in een nieuw jasje te verpakken en zijn zeer opgetogen over het resultaat. Een album dat bruist van nostalgie. Een stap terug naar onze eerste muzikale pasjes, maar met een meer volwassen kijk. Gegroeid, en als extraatje twee nieuwe songs die reeds een knipoog geven naar de toekomst. We hopen in deze muzikale toekomst jullie nog veel te plezieren met alles wat we de volgende twintig jaar zullen opnemen. Geniet van dit album. We hebben er alleszins van genoten het te kunnen opnemen (en ook een heel klein beetje voor onszelf). Bedankt iedereen die ons in de afgelopen twintig jaar gesteund heeft en vooral jullie om dit album te kopen.” Er wordt weer opgenomen in de DLM Studio te Geel met als producer Mon ‘S Jegers. Ze staan er allemaal op, zij het deze keer gezongen door Gunther en Peter, de bekende hits van toen, van Paradijs op aarde over Teken van leven en Alleen liefde tot en met Doe het licht maar uit en ma. De nieuwe versie van Regenboog 2009 komt eind mei op single uit en staat de zestiende mei op één in de Vlaamse Top Tien. Op de B-kant staat de karaokemix, tof voor de fans om uit volle borst mee te zingen.

In 2011 verschijnt op het EMI-label in de reeks “Alle veertig goed” een verzamelaar van Mama’s Jasje met daarop een behoorlijk overzicht van hun bekendste nummers, beginnend in 1990 met Morgen zal het anders zijn tot en met Regenboog 2009. Tussendoor ook plaats voor de solosingles van Peter Van Laet uit 1996.

Er wordt Mama’s Jasje in de loop van 2009 gevraagd nog eens het Gordellied in te blikken. Dat is deze keer Zoveel te doen, geschreven door Bart Herman samen met Wim Claes, die ook de productie voor zijn rekening neemt. Voor de aardigheid wordt er niet alleen een versie door Mama’s Jasje opgenomen, maar ook nog drie andere door Bart Peeters, Nicole & Hugo en Wim Soutaer.

In de maand juli 2009 werd aangekondigd dat de band van naam zou veranderen. Mama’s Jasje zou Mama’s Jacket worden. Aan de pers vertelden ze dat ze samen met hun management en platenfirma besloten hadden voortaan in het Engels te zingen. Nadien bleek dat de groep daarmee een statement wilde neerzetten omdat ze vonden dat de Vlaamse artiesten niet voldoende aan de bak kwamen. Tevens bleek het ook om een promotiestunt te gaan, op het getouw gezet door de nieuwe digitale zender Anne, een Vlaamse commerciële televisiezender die zich vanaf de zomer van 2009 toespitste op Vlaamse muziek. In 2016 werd het einde van de zender aangekondigd.

Na een tijdje blijkt het niet meer zo te vlotten tussen Peter en Gunther. Een financieel dispuut blijkt aan de grondslag van de beslissing te liggen dat Gunther het definitief voor bekeken houdt. Gunther zal later in Stekene de politiek ingaan als schepen van Jeugd, Communicatie en Cultuur. Hun wegen scheiden zich, en we citeren Gunther in dezen letterlijk, definitief. Peter blijft niet bij de pakken zitten en kondigt tot verbazing van zowat iedereen aan dat hij voortaan samen met Jan Schepens zal optreden onder de naam Mama’s Jasje. Jan is een bekend acteur, vooral geprezen door zijn optredens in diverse musicals. In de loop van de maand februari duiken ze meteen de studio in met het oog op een nieuw album. Ze werken samen met producer Danny Wuyts om enkele demo’s op te nemen. Het album moet een voortzetting worden van de reeks “Hommages”. Als eerste hoorbare resultaat is er de eerste april 2011 het nummer Zet een kaars voor je raam, dat we kennen in de oerversie van Rob de Nijs op tekst van Lennaert Nijgh. Rob had dat op zijn beurt geleend van David McWilliams die dat in 1967 al op plaat had gezet als Can I get there by candlelight. Wellicht tot hun eigen verbazing blijft de Vlaamse Top Tien buiten bereik. Achteraf blijkt dat er ook een conflict is ontstaan tussen Mama’s Jasje en hun platenfirma. Het beloofde album wordt uitgesteld. Jan kan blijkbaar de spanning daaromtrent niet meer aan en beslist begin 2012 met pijn in het hart de samenwerking met Peter te beëindigen. Ze gaan als vrienden uit elkaar en houden goede herinneringen over aan hun optredens van het voorbije jaar.

De zeventiende juni 2014 bloklettert De Standaard ”641.000 euro schadevergoeding voor zanger van Mama’s Jasje”. Peter Van Laet krijgt een schadevergoeding van 537.000 euro en een bijkomende vergoeding van 77.000 euro van zijn voormalige platenfirma CNR. Volgens Van Laets advocaat was die firma er duidelijk op uit om de carrière van Peter te beschadigen. Nadat CNR in 2011 niet geïnteresseerd bleek in een nieuw album van Mama’s Jasje, probeerde Van Laet het album te slijten aan Universal. Toen die firma een eerste single uitbracht, trok CNR naar de rechter en werd de verkoop van de single stopgezet. CNR weigerde tevens opnieuw het album uit te brengen. Peter wil achteraf alles in een telefonisch gesprek een beetje relativeren en in de juiste context plaatsen. Die eerdergenoemde som werd nooit uitbetaald. Peter had namelijk intussen samen met de platenfirma een minnelijke schikking getroffen. Het juiste bedrag blijft op verzoek van Peter tot nader order een goed bewaard geheim.

Peter gaat zich in die periode wat bezinnen, zoekt een job en kijkt de kat voorzichtig en afwachtend uit de boom. De eerste februari 2016 ligt er een nieuwe single klaar van Peter Van Laet en de Wolven: Dat ik wakker word, geschreven door Peter samen met Bert Verschueren in een productie van Pedro Van Der Eecken. Peter wordt onder meer begeleid door het strijkkwartet Meret, dat aan het geheel een ingetogen cachet geeft. Het nummer valt in de hitlijsten echter nergens te bespeuren, maar daar wordt in eerste instantie niet om getreurd. De derde februari 2016 lezen we daarover op Showbizzsite.be: “Een nieuwe cover-cd onder de naam Mama’s Jasje zou zeker een snellere weg geweest zijn”, volgens Peter. “Maar mensen die de nieuwe liedjes hoorden, zegden meteen: ‘Dit is niet Mama’s Jasje.’ Ze hebben gelijk, deze liedjes gaan naar mijn roots. Het zijn doorleefde liedjes die ik twintig jaar geleden nog niet met hetzelfde gevoel had kunnen zingen, liedjes met eenvoudige maar geloofwaardige teksten. Volgend jaar word ik vijftig. Dat hoor je aan mijn stem. Mijn liedjes gaan recht naar het hart. Als muziekfan weet ik zelf hoe een precies geformuleerd zinnetje je kan raken. Deze liedjes, en het feit dat mijn eigen naam erboven staat, maken me trots. Het voelt als een nieuwe start. Ik weet van recente concerten dat jong en oud de vroegere hits nog kennen, zelfs al dateren die voor velen van voor hun geboortedatum. Ik ben er gerust in: straks optreden met een combinatie van de nieuwe liedjes en de oude hits, dat gaat geweldige concerten geven.Van Peter Van Laet en de Wolven verschijnt in de maand februari 2016 het door Peter samen met Bert geschreven Steel niet, de dertiende februari goed voor een zestiende plaats in de Vlaamse Top 50.

Privé gaat het Peter voor de wind. Hij huwt de zevende mei 2016 met Anne Spiessens.

In een aflevering van het programma “Het Huis” op Eén, uitgezonden in de loop van de maand januari van 2017, vertelt Philippe Geubels aan programmamaker Eric Goens dat hij een grote fan is van Vlaamse liedjes. Hij groeide op in die wereld, want zijn vader was manager van een aantal Vlaamse sterren. Hij ging vroeger vaak kijken naar “Tien om te Zien”. Hij houdt nog steeds van Vlaamse muziek en blijkt ook nog eens een grote fan van Mama’s Jasje te zijn, die hij persoonlijk beter vindt dan The Beatles. In die uitzending brengt hij samen met zijn kameraad en pianist Jef Neve, die in de loop van het programma als verrassingsgast passeerde, een opmerkelijke en hilarische versie van Zo ver weg. Peter Van Laet weet niet wat hij hoort en is door die waarderende uitspraak van Philippe aangenaam verrast. De elfde juli 2017 reageert hij daarop in Story als volgt: “Ik treed nog altijd op onder de naam Mama’s Jasje, maar het was toch al zeven jaar geleden dat we nog nieuw materiaal hadden uitgebracht. De vraag ernaar werd steeds groter, de mensen zijn Mama’s Jasje duidelijk nog niet vergeten. Als zo’n bekende figuur als Philippe Geubels in een druk bekeken programma als ‘Het Huis’ zegt dat hij Mama’s Jasje beter vindt dan The Beatles, dan heeft dat uiteraard een impact. Die extra aandacht zorgde ervoor dat de boekingen vlotter binnenliepen en dus vond ik het hoog tijd om ook nieuwe liedjes uit te brengen. De eerste, Valt het op, is net uit en tegen eind dit jaar hoop ik dat ons album klaar is. We keren terug naar de roots van Mama’s Jasje en gaan voor het betere Nederlandstalige lied dat voor iedereen verstaanbaar is met teksten over de dingen des levens, zoals liefde en ontgoocheling. Ik zal nu gewoon alleen optreden met mijn band, een tweede man is echt niet meer nodig. Ik ben en blijf voor het publiek het boegbeeld van Mama’s Jasje, maar misschien moet ik voor mijn nieuwe album wel een duet opnemen met Philippe Geubels. Hij is niet de beste zanger, maar zingt wel vanuit zijn hart. Onlangs heb ik wel nog op zijn verjaardagsfeest gezongen.” Begin juli 2017 verschijnt Valt het op op single en de achtste juli staat het op de twintigste plaats in de Vlaamse Top 50. Het is wel even wennen, want op de hoes staat Peter in zijn eentje afgebeeld.

Op de website van Mama’s Jasje lezen we anno 2017: “Mama’s Jasje Live Tour”. Omringd door vier muzikanten en het strijkkwartet Meret brengt Peter Van Laet een straffe liveset met het beste van Mama’s Jasje, aangevuld met enkele nieuwe verrassende nummers.Beleef de nostalgie en ontdek de nieuwkomers. Allen daarheen dus!

Begin 2018 vernemen we via Peter dat Mama’s Jasje de laatste hand legt aan een nieuw album. Peter liet vooraf weten dat hij nu al erg trots is op zijn versie van Magie van Philippe Robrecht en Laat me van Ramses Shaffy.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2018 Daisy Lane & Marc Brillouet