Mireille Mathieu

Geplaatst in Artiesten

Er een exacte datum op kleven, kan ik niet meer, maar ik weet wel nog dat er een vroege lente in de lucht hing, die dag toen ik in 1966 voor het eerst kennismaakte met de stem van Mireille Mathieu. Toen hoorde je nog vaak Franse liedjes over de radio. Die allereerste kennismaking werd door de presentator van dienst afgekondigd als Mon Crédo, in Frankrijk toen al een grote hit voor Mireille Mathieu. De nieuwe Edith Piaf, zo vertelde hij er nog bij. Wat mij vanaf de eerste beluistering opviel, was de enorme begeleiding. Iets later las ik op de platenhoes dat ze de orkestrale steun kreeg van Paul Mauriat, een van de toonaangevende Europese orkesten van dat moment. Ik heb die single niet meteen gekocht. Ik aarzelde en tot op de dag van vandaag weet ik nog altijd niet waarom, want ik ben Mon Crédo al die jaren een van haar sterkste songs blijven vinden.

Mireille werd de 22ste juli 1946 in Avignon in het departement Vaucluse geboren als oudste dochter in een gezin van veertien kinderen: Mireille, Monique, Christiane, Marie-France, Rejane, Regis, Guy, Roger, Jean-Pierre, Remy, Simone, Philippe, Béatrice en Vincent. Haar papa Roger was daar gehuwd met een meisje uit Duinkerke, Marcelle-Sophie Poirier, die in 1944 samen met haar vader daarvandaan was gevlucht. De familie had het niet breed. Papa verdiende zo’n tweehonderd frank per week. Papa Roger zong graag, hij had een mooie tenorstem en wou er zijn beroep van maken, maar dat vond opa Mathieu maar niets. Die hoopte dat een van zijn kleinkinderen goed kon zingen. Dat werd Mireille, die op prille leeftijd al liet horen dat ze over een stel goede stembanden beschikte. Op haar vierde zong ze al met kerst tijdens de middernachtmis. Thuis stond vaak de radio aan en toen ze op zekere dag Edith Piaf hoorde zingen, was haar muzikale ziel meteen verkocht. Op de lagere school was Mireille geen primus perpetuus. Ze werd vaak letterlijk op de vingers getikt omdat ze linkshandig schreef en ze leed ook aan dyslexie. Geforceerd ging ze met haar rechterhand schrijven, maar leuk was anders. Ze voelde toen al aan dat ze niet zichzelf mocht zijn. In 1960 sloeg ze de schoolpoort achter zich dicht en ging als veertienjarige aan de slag in een fabriek in Montfavet. Zo kon ze haar familie wat financieel bijstaan en haar privézanglessen betalen, want ze was vastbesloten van zingen haar beroep te maken. Ook haar zussen Monique en Christiane kwamen bij haar in de fabriek werken, maar na een tijdje werd daar de productie stilgelegd en stonden de dames met lege handen op straat. Geen extra inkomen voor de familie Mathieu, die bijna katholieker is dan de paus zelf. Vooral oma Germaine bad dag en nacht tot de heilige Rita, de patroonheilige van de hopeloze gevallen, dat ze een handje zou toesteken.

Mireille kreeg in afwachting zangles van madame Laure Collière, die een beetje vreemd opkeek toen Mireille zich in 1962 inschreef voor de zangwedstrijd ‘On Chante dans man Quartier’. Het publiek bestond vooral uit jongeren die zich wat wilden amuseren. Die eerste keer zat het Mireille niet mee, want het was Michèle Torr die met Les cloches de Lisbonne de wedstrijd won. Het jaar daarop zong Mireille L’Hymne à l’amour, een hit van Edith Piaf, maar ook nu viel ze naast de ereprijzen. In 1964 is het bingo, want ze wint met haar versie van La Vie en Rose, ook deze keer een chanson van Edith Piaf. Als beloning voor haar overwinning mag Mireille meedoen aan de audities van de zangwedstrijd “Jeu de la Chance” voor de Franse televisie in Parijs. Ze krijgt daarvoor de volle steun en waardering van de toenmalige burgemeester van Avignon Raoul Colombe. Begeleid door een pianist zingt ze twee liedjes van Edith Piaf. Voor de rest is het afwachten. In de zomer van 1965 leert ze Johnny Stark kennen, op dat moment de manager van onder meer Yves Montand, Johnny Hallyday, Hugues Aufray, Luis Mariano en andere Franse goden. Hij mag het meemaken dat op zondag 21 november 1965 Mireille deelneemt aan de eindronde van “Jeu de la Chance”, dat een onderdeel van het populaire “Télé Dimanche” vormt, een programma van Roger Lanzac en Raymond Marcella. Het programma bereikt zomaar liefst tien miljoen kijkers en betekent een enorme publiciteit voor de deelnemers. Die avond beslist Johnny Stark dat hij zich over de carrière van Mireille zal ontfermen.

Zijn assistente Nadine Joubert loodst haar door de finale, die een nek-aan-nekrace wordt met de immens populaire Georgettes Lemaire, maar Mireille wordt winnares met haar vertolking van Hymne à l’amour.  De 20ste december tekent ze een contract met Bruno Coquatrix, manager van de Parijse muziektempel “Olympia”, en zingt daar twee dagen later drie liedjes van Edith Piaf, de enige die ze uit het blote hoofd kent. Ze treedt er op in het voorprogramma van Sacha Distel. De pers en het publiek zijn laaiend enthousiast en bombarderen haar tot de nieuwe Edith Piaf, niet tot de straatmus van Parijs zoals Piaf werd genoemd, maar tot de straatmus van Avignon. Johnny Stark had intussen niet stilgezeten en was gaan aankloppen bij platenfirma Barclay en bij een van hun bekendste producers en orkestleiders Paul Mauriat. Die ziet het eerst niet zitten om met Mireille samen te werken, maar nadat hij de reactie van het Franse publiek heeft gezien, draait hij bij. Hij belooft een liedje voor haar te schrijven en haalt André Pascal over de streep om samen met hem enkele songs te componeren. Mireille telt negentien lentes wanneer ze met Mon Crédo voor de eerste keer de Franse hitlijsten binnenstapt. Ze weegt op dat moment 45 kilo en is niet groter dan 1,55 meter. De reacties blijven niet uit. Léo Ferré vindt: “Mireille Mathieu? Ah, oui, cette petite qu’on fait pousser sur le tombeau de Piaf!”. Maurice Chevalier knipoogt: “Toi, petite, tu marches sur le trottoir réchauffé de soleil. Piaf, elle marchait du côté de l’ombre”.

Om maar aan te geven dat iedereen wel een mening over haar heeft. De Franse pers bloklettert Mireille Mathieu a une fortune dans la gorge. Er is inderdaad geld te verdienen en dat hoef je Johnny Stark geen twee keer te zeggen. In het kielzog van haar eerste optreden in de “Olympia” verschijnt de elpee “En Direct de L’Olympia” met daarop chansons geschreven door Charles Aznavour, Jacques Plante en Francis Lai. Singles daaruit zijn onder meer: Viens dans ma rue, Pourquoi mon amour en C’est ton nom. De elpee is integraal opgenomen in de studio’s van EMI samen met het orkest van Paul Mauriat. Tijdens haar liveoptredens wordt ze onder meer begeleid door de bekende Franse componist Francis Lai, bekend van de muziek die hij schreef voor de films ”Un homme et une femme” en “Love Story”.

Mathieu gaat uiteraard op tournee. Twee jaar na mekaar blijft ze onafgebroken optreden. Haar spaarrekening dikt snel aan. Ze straalt van geluk wanneer ze voor haar ouders een telefoon kan kopen zodat ze niet voortdurend bij de buren hoeven aan te kloppen. Zo fier als een gieter is ze wanneer ze voor haar vader een auto koopt en zo blij als een kind wanneer haar ouders hun intrek nemen in een grotere woning die ze voor hen gekocht heeft. Met pijn in haar hart verneemt ze tijdens een van haar optredens dat haar lievelingsoma Germaine in het ziekenhuis is overleden.

Ook het buitenland wenkt. Mireille wordt in 1967 uitgenodigd voor een optreden in “The London Palladium”. Daar maakt ze kennis met Engelbert Humperdinck en leert zijn hit The Last Waltz kennen. Ze is zo weg van het liedje dat ze het meteen in het Frans wil coveren. Het is Hubert Ithier die dit nummer van Barry Mason en Les Reed van een Franse tekst voorziet. In de maand december van dat jaar staat Mireille ermee op de eerste plaats in de Franse hitlijsten op het moment dat haar Franse collega’s zoals Stone et Charden en Richard Anthony daar ook uitstekend presteren. Vreemd genoeg wordt ze ook als Franstalige ster uitgenodigd in Amerika, waar ze mag optreden  in “The Danny Kaye Show” en “The Ed Sullivan Show”. Ze is zo’n graag geziene gaste dat ze tijdens die periode wordt voorgesteld aan Frank Sinatra, Dean Martin en Elvis Presley. Opvallend is dat Mireille, vooral in Europa, scoort op een moment dat de popmuziek almaar aan populariteit wint en het genre dat zij zingt een beetje met de nek wordt aangekeken.

Al verkoopt ze tonnen platen, ze weet dat ze het meest verdient aan haar zaaloptredens en daar geeft ze zich dan ook voor het volle pond. In de maand februari van 1968 geraakt ze betrokken in een auto-ongeval. Ze houdt er een kwetsuur aan de wervel aan over en moet drie maanden halt houden. In 1971 blikt ze een van mijn lievelingsnummers in Donne ton coeur, donne ta vie en houdt er een Frans topdriehit aan over. Noch Mathieu noch Stark zien het zitten om verder te werken met platenfirma Barclay. Dat kost hun een aardig paar duiten, maar die hebben ze ervoor over. Ze sluiten een nieuwe deal, deze keer met Philips. Mathieu weigert ook maar iets aan haar imago te veranderen, ook al heeft ze intussen heel wat kritiek moeten slikken wat haar uiterlijk betreft. ‘Trutterig, gedemodeerd en zo conservatief als wat’.  Ze legt die kritiek wijselijk naast zich neer. Trouwens, ze verneemt dat haar manager Johnny Stark het rustiger aan moet doen. Hij heeft net een hartinfarct gekregen. In ons land en bij onze noorderburen moet Mireille Mathieu het niet zozeer van haar singles dan wel van haar elpees hebben. Die vinden wat dat betreft hier wél een afzetgebied. En voor het overige wordt ze vaak op de radio gedraaid.

Ik moet even terugblikken, want in 1969 beslist Mireille speciaal voor de Duitse markt enkele schlagers in te blikken. En onze oosterburen lusten er pap van. Ze wordt gekoppeld aan het componistenduo Christian Bruhn en Georg Buschor, die haar gelijk de hit Hinter den Kulissen von Paris bezorgen. Zeventien weken blijft Mireille ermee genoteerd in de Duitse hitparade. Twee jaar later is het raak met Der Pariser Tango. Dan volgen nog succesvolle singles zoals: Tarata-Ting, Tarata-Tong, La Paloma Adé, Die Spatzen von Paris, An einem Sonntag in Avignon en Ganz Paris ist ein Theater.

Een schot in de roos in Frankrijk is in 1971 haar single Une histoire d’amour, het thema uit de film “Love Story”, muziek van Francis Lai op tekst van Catherine Desage. Terwijl zes jaar later Michel Sardo de hitlijsten inpalmt met La java de Broadway , scoort Mireille niet onaardig met Mille kolombes, een nummer van Eddy Marnay gebaseerd op de aria Casta Diva uit de opera “Norma” van Vincenzo Bellini.  In 1995 zal Dana Winner, een enorme fan van Mireille Mathieu, er een Nederlandstalige versie van inzingen Geef de kinderen de wereld. In de slipstream van dat succes brengt Mireille in 1978 het nummer Chante pour le soleil op 45 toeren uit. Het is een nummer van de hand van Claude Lemesle die voordien al hits had geleverd aan Serge Reggiani, Joe Dassin en Gérard Lenorman. Intussen heeft Mathieu in 1974 hard gewerkt aan het album ”Mireille Mathieu chante Ennio Morricone” waarmee ze aangeeft dat filmmuziek haar na aan het hart ligt. Nummers als Un jour tu reviendras, Je me souviens en La marche de Sacco et Vanzetti sieren het album dat door kenners als een van haar allerbeste wordt beschouwd. Om het echte chanson niet uit de weg te gaan neemt ze liedjes op van Serge Lama en Alice Dona, chansons zoals Le Silence, Le Strapontin en L’esclaveTeruggrijpend naar de successen van toen en inpikkend op de trend ook eens te coveren – alsof je dat een Fransman twee keer moet zeggen – neemt ze in 1978 een versie op van Blue Bayou van Roy Orbison waarvan zij wist dat het een jaar voordien een internationale hit had opgeleverd voor haar Amerikaanse collega Linda Ronstadt. Die scoorde daar in haar thuisland zelfs een top drie mee. Mathieu moet in haar thuisland bij de release opboksen tegen John Travolta die torenhoog staat met Grease en Barry Manilow met Copacabana. Dat jaar schrijft Francis Lai voor haar een lied dat het merendeel van haar fans jaren later nog altijd koestert  Je  t’aide avec ma peau.   Het staat niet in de rij van de Mathieuhits genoteerd, maar het is een nummer dat er qua kwaliteit ver boven uitsteekt.

En we schuiven op. Een jaar later is het voor haar raak met het schlagerachtige Santa Maria de la mer. Ik kies bewust voor het woord schlager, want het nummer werd haar aangereikt door de Duitse componist Christian Bruhn, in zijn thuisland al een icoon met op zijn actief hits die hij schreef voor onder meer Manuela, Roy Black en Peter Alexander. Het lied werd van een Franse tekst voorzien door Eddy Marnay. Een jaar later is het weer raak voor haar, zij het met wat minder impact, met het nummer Un enfant viendra. Ze schuwt het voorstel van haar platenfirma niet om almaar vaker haar liedjes te vertalen als geste naar haar internationale fans toe. Zo horen we haar in het Engels, het Italiaans, het Spaans, het Fins, het Japans, het Duits en ga zo maar door. Op het einde van 1980 laat Mireille van zich horen in de Franse hitlijsten met Une femme amoureuse. Ze had aan Eddy Marnay gevraagd of die een Franse tekst wou schrijven op die geweldige hit van Barbra Streisand Woman in Love, speciaal voor La Streisand geschreven door Barry en Robin Gibb. Barbra staat daar in de zomer van 1980 mee op de eerste plaats van Billboard’s Hot One Hundred en zal daar drie weken genoteerd blijven tot Kenny Rogers er gaat postvatten met Lady. Mathieu voelt zich goed thuis in dat Amerikaanse milieu en blikt ook een album in met Paul Anka en één samen met de bekende arrangeur en orkestleider Don Costa. Er volgen enkele tournees in Japan, Canada, Mexico, Duitsland én zelfs een optreden in “Carnegie Hal”l in New York. Het jaar nadien houdt ze koppig vol dat ze een Franse vertaling op plaat wil zetten van The Winner Takes It All van Abba, een van haar lievelingsliedjes, en dat wordt Bravo tu as gagné. Dat nummer breekt geen potten, maar ligt haar wel. En de fans happen graag toe. Zeker wanneer ze een niet voor de hand liggende song uitkiest die Frank Sinatra naar de top heeft gezongen New York New York, maar La Mathieu wil er haar tanden in zetten en het kan door de beugel. Het jaar nadien duikt ze samen met Patrick Duffy de studio in om het duet Together we’re strong in te zingen. De single wordt een regelrechte radiohit, ook bij ons in de Benelux. In Frankrijk staat ze er in de maand april van 1983 mee op de eerste plaats, vlak voor haar concurrenten Johnny Hallyday en Gilbert Bécaud.

In het gelauwerde tv-programma “Grand Echiquier” van Jacques Chancel zingt ze samen met Placido Domingo Tous mes rêves, een compositie van Michel Legrand op tekst van Jean Dréjac. Het is Janine Reiss van de Parijse Opera die haar tips geeft qua stemzetting. Dit staat haar zo aan dat ze met de Duitse operaster Peter Hofmann het duet Scarborough Fair vereeuwigt.

1985 wordt een jaar dat Mathieu niet vlug zal vergeten. Haar geliefde vader Robert overlijdt. Ze troost zich met de gedachte dat hij haar succesjaren van nabij heeft kunnen meemaken en dat ze hem op haar beurt heeft kunnen verwennen door goed voor hem en haar moeder te zorgen, want Mireille blijft aan haar familie verknocht. Het merendeel van 1986 heeft ze vrijgehouden om na twintig jaar nog eens een rist optredens in Parijs te verzorgen en wel in het “Palais des Congrès”. Ze staat daar een maand lang op de planken en treedt op voor meer dan 110.000 enthousiaste fans. Ze sluit daarop aan met een aantal optredens in China en het jaar daarop in Rusland, waar ze vocaal wordt bijgestaan door het befaamde Koor van het Rode Leger. In 1987 verschijnt haar autobiografie Oui, je crois die ze in samenwerking met Jacqueline Cartier heeft geschreven. Sinds 1983, om het verhaal compleet te vertellen, is Mireille Mathieu overgestapt van Philips naar Ariola. Bij deze platenfirma houdt ze het vol tot in 1987 wanneer ze een contract tekent bij de bekende Franse platenstal Carrère. Ze is content, want nu mag ze liedjes zingen die haar worden aangereikt door bekende jongens zoals Didier Barbelivien en Pascal Auriat. Met haar manager Johnny Stark in haar achterhoofd zingt Mireille als een soort hommage aan de man die haar tot een wereldster heeft gemaakt en de 24ste april 1989 overleed L’Américain van de hand van Didier Barbelivien die haar ook voorziet van chansons zoals La violence celle qui tue avec les mots, Ainsi soit-il en Aux marches des églises. Datzelfde jaar neemt ze haar versie op van de overbekende Italiaanse hit Caruso van Lucio Dalla. Speciaal voor de Spaanse markt is er het album “Embrujo”. Het overlijden van Johnny Stark is een zware streep door de rekening van Mathieu. Ze verliest niet alleen een soort tweede vader, maar ze is meteen ook al zijn contacten kwijt. Zijn rechterhand Nadine Joubert kan dat niet opvangen en zo gebeurt het dat Mireille almaar minder vaak op de Franse televisie te zien is. Daar wordt ze intussen bestempeld als een doordeweekse conservatieve trut. Ze lusten haar niet meer. Ook vinden de Fransen dat Mathieu te vaak in het buitenland optreedt. Ze kan het hart van de Fransen niet terugwinnen, ook al zingt ze in 1989 op uitnodiging van president François Mitterrand tijdens een hommage aan generaal De Gaulle.

We zaten er al jaren op te wachten, maar in 1993 is het dan eindelijk zover, Mathieu releaset een cd volledig gewijd aan liedjes van Edith Piaf “Mireille chante Piaf” goed voor méér dan honderdduizend verkochte exemplaren. Bijna drie kwartier lang zingt Mireille de grootste successen van La Môme: Sous le ciel de Paris, Mon Dieu, Padam padam, Hymne à l’amour... Twee jaar later is het de bekende componist Michel Jourdan die het merendeel van de chansons mag aanreiken, bedoeld voor haar cd “Vous lui direz…” Koppig weigert ze dit album in Frankrijk te promoten en vliegt liever naar Los Angeles om daar te concerteren en een eresaluut te brengen aan Judy Garland. Kerst 1997 is ze maar wat blij dat ze wordt uitgenodigd om in het Vaticaan tijdens de kerstviering te zingen. Het jaar nadien probeert ze de spons te vegen over de wat stroeve relatie met haar landgenoten en maakt in de “Olympia” een soort comeback door haar fans te trakteren op vijfendertig jaar hits. De negende december 1999 benoemt president Jacques Chirac haar tot Chevalier de la Légion d’honneur. Het jaar voordien is ze nog maar eens van platenstal gewisseld. Ze heeft nu onderdak gevonden bij EMI Capitol die gelijk het album “Son Grand Numéro” op de markt brengen, een dubbele verzamel-cd met in het totaal veertig hits, van Mon crédo en Les bicyclettes de  Belize over Amour défendu tot en met twee nieuwe liedjes Reste avec moi en Ne les dérangez pas. Dit album wordt internationaal een voltreffer. Op die verzamelaar staat ook Paris en colère dat ze op uitnodiging van de Parijse burgemeester Bertrand Delanoë de 25ste augustus 2004 live zingt op het plein voor de Bastille in het raam van de festiviteiten naar aanleiding van de viering van 60 jaar bevrijding van Parijs. Het jaar nadien, en de fans zijn in de wolken, komt er een driedelige cd op de markt met een compleet overzicht van al haar internationale successen en als neusje op de zalm zes nog niet eerder uitgegeven chansons. Van de 18de tot de 27ste november 2005 staat ze in de Parijse “Olympia” om daar haar veertigjarige carrière te vieren. SACEM, la société des auteurs, compositeurs et éditeurs de musique, biedt haar een robijnen plaat aan omdat er inmiddels van haar wereldwijd méér dan 122 miljoen platen werden verkocht. Toch voelt ze zich niet goed in haar vel. Ze kan haar stroeve imago niet van zich afschudden, hoe graag ze dat ook wil. Twee jaar later, in 2006, is er het album “Films &  Shows” met daarop de grootste klassiekers uit de wereld van de film en de musical. Dit betreft geen nieuw ingezongen versies, maar songs die ze al eerder had ingeblikt: Over the rainbow, Un homme et une femme, Un jour tu reviendras etc… Tegelijkertijd is er het album “Une Place dans mon Coeur” met daaraan gekoppeld een dvd met daarop een uitgebreid interview waarin Mathieu eindelijk haar hart kan luchten en tonen wie ze eigenlijk is en waarvoor ze in deze wereld zoal staat. De dvd staat bol van de anekdotes en herinneringen. De 13de januari 2007 staat ze in haar geliefde Duitsland op de planken in de tv-show “Die Krone der Volksmusik ”, waar ze de Grand Prix Krone der Volksmusik in ontvangst mag nemen. Er volgt nog eens een Duitstalig album ”In meinem Herzen” dat met een plaats in de top vijf wordt bekroond. Ze sluit daar een jaar later op aan met drieëntwintig concerten in het Duitse taalgebied. In de winter van 2008 mag ze zingen voor president Poetin en kolonel Khaddafi op het Kremlin in Moskou en iets later in Sint-Petersburg. Daar in Rusland en in Oost-Azië wordt Mathieu op handen gedragen en weet ze dat haar fans zich niet storen aan haar uiterlijk en conservatieve gedrag.

Qua prijzen en lintjes kan het niet op. Het is president Nicolas Sarkozy die haar op het Palais de l’Elysée de 26ste januari 2011 eert met de graad Officier de la Légion d’honneur. In 2012 staan er concerten in Siberië op het programma als wil ze ermee aangeven dat Rusland een speciale plaats in haar hart heeft ingenomen. Hard werken, discipline en wilskracht blijven haar staande houden. La demoiselle d’ Avignon zoals ze ook wel eens genoemd wordt, woont graag stil en teruggetrokken, omringd door haar familie. Om een voorbeeld te geven. Toen haar moeder haar tachtigste verjaardag vierde, maakte Mireille samen met haar en al haar broers en zussen een rondreis door Frankrijk. Getrouwd is ze nooit al zullen mannen haar wel niet vreemd zijn. Elke ochtend wanneer ze thuis slaapt, staat ze om halfnegen op. Ze heeft negen uur slaap nodig moet je weten. Ze woont samen met haar zus Matite, die haar overal begeleidt. Die weet dat haar zus er een militaire discipline op na houdt. Zo zal ze elke ochtend haar stem oefenen, ze slaat wat dat betreft geen dag over. Boodschappen doet ze nooit zelf. Ze gaat niet zo graag buiten, ze houdt niet van de drukte van de straat. Ze voelt zich goed in haar huis in Neuilly-sur-Seine. Al méér dan veertig jaar lang woont ze op dezelfde plek. Na al die jaren gaat ze nog steeds naar dezelfde kapper, blijft ze dezelfde naaister trouw. Roken en alcohol drinken, doet ze niet en ze zorgt ervoor dat ze mager eet. Ze eet alles als het maar gestoomd voedsel is. Ze drinkt dagelijks liters water. Ze zal nooit zonnebaden, daarom dat ze er nog zo jong uitziet. Vreemd genoeg kan ze niet koken. En een rondje lopen doet ze ook niet, laat staan zwemmen, want dat kan ze niet. En raar maar waar, maar ze kan geen noot lezen. Ze slijt haar dagen als ze thuis is door uit te rusten en kruiswoordraadsels op te lossen. Ze houdt er een rooms-katholieke levensstijl op na en is regelmatig in de kerk te vinden. Haar motto is niet voor niets Mijn werk en mijn God. Ze leest elke dag in de Bijbel met een voorkeur voor het Oude Testament. Voor elk optreden slaat ze nog altijd een kruis en geeft toe dat plankenkoorts ondanks al die jaren ervaring haar niet vreemd is. In Parijs stapt ze graag de kerk Saint-Philippe-du-Roule binnen om daar voor het beeld van de heilige Rita te bidden zoals haar moeder dat vroeger ook deed. Elk jaar laat ze in de maand augustus een mis opdragen ter nagedachtenis aan haar ouders en haar manager Johnny Stark. Ze probeert zich zo eenvoudig mogelijk te gedragen: “Je suis comme tout le monde. J’ai eu des hauts, j’ai eu des bas. Je ne suis pas one sainte, j’ai plus de défauts que des qualités, je ne voudrais pas passer pour quelqu’ un de parfait, mais j’ai mes amis, quand je les aime, je les aime.”  En ze vertelt dit met een opvallende traagheid, een restantje van toen ze haar dyslexie niet onder controle had, gekruid met haar typische accent, l’accent de Mireille!

Mathieu mag je terecht one chanteuse à voix noemen, une chanteuse sentimentale, pas une yé-yé, eentje die haar stem niet wegmoffelt, geen behoefte heeft aan fluisterliedjes, maar er graag extra decibels aan toevoegt. Je bent ervoor of ertegen, maar zingen kan ze, deze grande dame van het Franse chanson. Ze mag zich dan ook een echte zangeres noemen: ze heeft méér dan achthonderd liedjes opgenomen, maar niet één zelf geschreven. Ze treedt nog steeds op en deinst er niet voor terug een paar keer per week het vliegtuig te nemen. Haar koffers staan altijd kant-en-klaar. Ze staat erop, waar ze ook optreedt, steeds live te zingen. Aan playbacken heeft ze namelijk een broertje dood!

 

tekst en research: Marc Brillouet

© 2015 Daisy Lane & Marc Brillouet