Percy Faith

Geplaatst in Artiesten

Canada mag dan apetrots zijn op een aan zijn bekendste exportproducten, als ik haar zo mag noemen, Céline Dion, ze waren dat decennia geleden net zo zeer op Percy Faith, een van de bekendste orkestleiders van de twintigste eeuw. Door de bank kennen de meesten van ons hem via grootste hit Theme From a Summer Place, maar die man had veel meer in zijn mars. Een wat uitgebreider verslag dringt zich meteen op!

Om maar gelijk met de deur in huis te vallen, Percy werd de 7de april 1908 in een joods gezin van acht kinderen in het Canadese Toronto geboren als zoon van Abraham Faith en Minnie Rottenberg. Papa moest hard werken om zijn gezin te onderhouden en had niet veel tijd om zich met zijn kinderen bezig te houden. Gelukkig voor Percy had hij een oom die vioolspeelde en hem dat maar wat graag wilde aanleren. Percy is dan nog maar zeven. Iets later schakelt hij over op de piano omdat dat instrument hem uiteindelijk beter blijkt te liggen. Hij schrijft zich in aan The Canadian Academy gelegen aan Spadina Road. Papa Faith hoopt nog altijd dat zijn zoon architectuur zal studeren. Op zijn elfde speelt Percy in de bioscoop van Iola Flicker in Toronto waar hij stille films aan de piano begeleidt (de geluidsfilm zou pas in 1927 in de bioscopen opduiken). Hij zou dit een hele tijd volhouden ook al volgde hij intussen een klassieke piano-opleiding aan “The Toronto Conservatory Of Music” met Frank Welsman als een van zijn belangrijkste professoren. Die is zo fier als een gieter wanneer Percy op zekere dag zijn eerste echte concert mag geven in de prestigieuze “Massey Hall”.

Het staat van meet af aan als een paal boven water dat Percy naam en faam zal maken als concertpianist, maar een noodlottig ongeval beslist daar anders over. Op zekere dag vat de jurk van zijn driejarige zus Gertrude, die op dat moment met lucifers aan het spelen is, vuur. In een paniekreactie blust Percy de brand met zijn blote handen. Hij houdt er ernstige brandwonden aan over. Negen maanden aan een stuk kan hij niet meer spelen. Hij is achttien als hij te horen krijgt dat hij maar beter een ander instrument kan kiezen om aan de kost te geraken. Hij heeft daardoor ook niet meer de moed om zijn studies aan het conservatorium af te maken. Hij vindt troost bij zijn geliefde Mary Palange met wie hij in 1928 in het huwelijk treedt. Zij zouden een koppel blijven tot aan zijn dood in 1976. Faith komt aan de bak als arrangeur en orkestleider en treedt op in diverse hotels en theaters. Het geluk lacht hem toe wanneer hem een job als dirigent-arrangeur wordt aangeboden bij  The Canadian Broadcasting Corporation. Hier kan Faith zich naar hartenlust uitleven in een van de grootste radiostudio’s die Canada op dat moment rijk is. Van in het begin, we zijn dan aanbeland in 1931, weet Faith hoe hij zijn publiek moet begeesteren. Hij gaat bekende klassiekers bewerken voor een breed publiek. Hij durft klassieke melodieën van wat swing te voorzien zodat ze er bij Jan met de pet vlotter in gaan. Percy Faith heeft het vak zo goed in de vingers dat hij bedolven wordt onder het werk. Hij schrijft het thema voor een van de eerste radioprogramma’s waarvoor hij muziek mag produceren “Canada on Parade”. Intussen maakt Faith deel uit van het duo Faith and Hope dat hij samen met Joe Allabough vormt. Hun liedjes worden uitgezonden door het radiostation CKCL en zijn een mix van comedy en muziek. Faith heeft daarnaast ook door dat jazz een belangrijk genre is geworden, alleen probeert hij het een beetje te verzachten, het mag voor hem wat sentimenteler klinken. Faiths woorden zijn nog maar net koud of Amerika wordt overspoeld door bigbands en crooners. In 1933 mag Percy Faith op antenne met het programma “Streamline”: op zijn achtentwintigste mag hij als vaste arrangeur en dirigent bij CBC de muziek die ze spelen wat stroomlijnen. “We jazzed the classics and classicized the current pop music” verklaarde hij iets later aan een journalist. Sommigen omschreven zijn muziek als symfonische swing. Hij stond er daarom ook op dat de helft van zijn orkest uit strijkers bestond, dat gaf een symfonische klankkleur aan het geheel. De rest vulde hij aan met koperblazers en een zangkoor. Na hem zouden grote jongens zoals Morton Gould en André Kostelanetz zijn voorbeeld volgen. Ook zij dweepten met die symfonische verpakking. Percy Faith was noodgedwongen verplicht op zoek te gaan naar nieuwe muzikale invalshoeken, want zijn budget was beperkt. Dat werd almaar kleiner. Hij moest roeien met de riemen die hij had. Om wat op instrumenten te besparen liet hij enkele zingende dames die partijen invullen, ze vocaliseerden wat, zongen wat klinkers bij mekaar om een speciaal en nieuw geluid te creëren. Ray Conniff zou hier later beter en meer gebruik van maken in zijn typische Conniff-sound.  Faith was er na verloop van tijd in geslaagd een damestrio samen te stellen dat voor amper vijf dollar per programma wilde meezingen. Dat scheelde een slok op een borrel en dus maakte hij gretig en dankbaar gebruik van hun hums, oohs en aahs. Na een tijdje sluiten zich een paar vrienden aan en wordt het trio een sextet dat Faith combineert met enkele fluitspelers en een vibrafonist. Om vaak in de opnamestudio in Bathurst Street in het centrum van Toronto te kunnen oefenen en op te nemen, huurt Faith een huis in Burnside Drive. Zo kan hij te voet naar zijn werk. De studio’s waren toen niet zoals ze er nu uitzien. In die tijd werkt Faith veel samen met technicus Howard Cable die zijn werk boeiend vindt omdat ze elke dag iets anders moeten verzinnen om de klank op de juiste manier op band te krijgen. Qua bezetting kan Faith een beroep doen op de beste muzikanten die er te vinden zijn: Albert Pratz, die later eerste violist zal worden bij The Toronto Symphony Orchestra, violist Hyman Goodman en de bekende trompettist Robert Farnon. In 1940 schittert Faith met zijn orkest in het programma Music By Faith”. In Noord-Amerika wordt het programma opgepikt en uitgezonden door The Mutual Broadcasting System. Critici vergelijken Faith met Paul Whiteman, in die tijd erg gesmaakt in Noord-Amerika. In het totaal heeft Faith wekelijks zo’n dertig nummers nodig om zijn programma te vullen. Hij moest die stuk voor stuk arrangeren en uitschrijven voor een orkest méér dan 40 muzikanten sterk. Het gezin Faith is inmiddels uitgebreid met dochter Marilyn en iets later met zoon Peter. Dus wordt er verhuisd naar een grotere woning in Westover Hill Road. Faith werkt non-stop. Wanneer hij vrienden thuis op bezoek heeft, zien ze hoe hij zich terugtrekt met pen en papier op schoot om in zijn zetel de nodige arrangementen en ideeën klaar te krijgen. Week na week wordt zijn programma ”Music By Faith” populairder in Noord-Amerika. Het kan niet uitblijven of ze zullen hem vanuit New York vragen tot ginder te komen afzakken. Faith twijfelt. Hij heeft nu nog wat tijd om zich wat met zijn hobby bezig te houden: vissen. Vooral orkestleider Paul Whiteman heeft zijn oog op Percy Faith laten vallen. Whiteman wil graag met pensioen en hij wil zijn plaats ruilen met Percy. Maar die is achterdochtig. Hij heeft trouwens net zijn orkest op punt gesteld: twee contrabassen, drie cello’s, achttien violen, zes trompetten en trombones, een tuba, vier saxofoons, twee klarinetten, een fluit, een fagot, een piccolo, percussie, harp en nog een kleine ritmesectie.

De 20ste juli 1940 staat op één in de Amerikaanse top honderd in Amerika  I’ll never smile again door het orkest Tommy Dorsey met zangwerk van de dan nog zo goed als onbekende Frank Sinatra. Wat niemand wist en nu misschien ook nog maar weinigen is dat het nummer geschreven is door de Canadese zangeres Ruth Lowe, een persoonlijke vriendin van Percy Faith. Zij laat hem als eerste het liedje horen. Hij maakt er met zijn orkest een demoversie van dat in handen komt van Carmen Mastren, de vaste gitarist in de band van Tommy Dorsey, die het op zijn beurt aan de maestro doorspeelt. Op die manier ontdekt men almaar meer dat Faith een steengoed arrangeur is en zo wordt de vraag naar hem steeds groter. In de loop van 1940 wordt door de top van CBC beslist – en dat wegens bezuiniging- de radioshow “Music By Faith” op te doeken. En daar zit Faith dan zonder een vast inkomen. Opnieuw overweegt Faith de aanbiedingen die hij de voorbije maanden hheeft ontvangen. Tijdens een repetitie voor het programma “Carnation Contented Hour”, een programma van NBC Network in Chicago, krijgt dirigent Josef Pasternak een hartaanval en overlijdt. Faith pakt bliksemsnel zijn koffers en reist naar Chicago. Hij staat daar garant voor vier programma’s en verdient daarmee een smak geld. NBC biedt hem meteen een fulltimejob aan die Faith met beide handen aanneemt. Jammer voor hem, maar hij moet de klok zo’n dertig jaar terugdraaien. De directie van NBC gaat niet akkoord met zijn moderne aanpak en wil dat hij wat ouderwetser klinkt en aan het werk gaat. Faith mag zich bezighouden met het bewerken van Weense walsen en klassieke stukken zoals de Hongaarse dans nr. 1 van Johannes Brahms. Faith gaat gretig op zoek naar een woning voor zijn familie en nestelt zich met hen in Wilmette in het noorden van Chicago. In 1946 verhuist “The Carnation Contented Hour” naar New York en gaat de familie in Great Neck, Long Island wonen. Ook al is Faith dol op bebop en jazz toch moet hij zich almaar meer profileren als een commercieel arrangeur. In 1947 gaat hij voor CBS ”The Pause That Refreshes” produceren. Ook nu blijft Faith zijn publiek trouw. Hij weet maar al te goed dat jazz voor een minderheid bestemd is en hij schikt zich ernaar.

Intussen heeft Percy Faith zich niet alleen toegelegd op het produceren van radioprogramma’s, maar ook van platen. Hij neemt niet uitsluitend voor grote labels zoals Decca en Mercury op, maar ook voor kleinere plantenlabels zoals Varsity, Rondo-lette, Design en Allegro. In 1950 wordt hij aangesteld als directeur van de afdeling populaire muziek bij platenfirma CBS oftewel Columbia Broadcasting in New York. Het is zijn taak zich bezig te houden met nieuw talent, hen te coachen, nieuw materiaal uit te zoeken en in sommige gevallen hen in de studio te begeleiden met groot orkest. Tony Bennett is een van die nieuwe talenten. Hij krijgt van CBS een jaar de tijd om zich te bewijzen, maar veel levert dat niet op. Faith heeft meteen door dat Bennett de verkeerde songs opneemt. Bennett zingt ook te luid en te hoog, hij kiest liedjes die zijn stem niet liggen. Op zekere dag komt Faith op de proppen met het nummer Because Of You, in 1940 al geschreven door Arthur Hammerstein en Dudley Wilkinson. Faith gaat ook samenwerken met Rosemary Clooney en stelt haar Come On- A My House voor, een nummer één in de zomer van 1951. Half As Much wordt het jaar nadien ook een nummer één, opgenomen samen met de band van Percy Faith. Er zouden nog een hele rist platen volgen. In 1950 schrijft hij samen met Carl Sigman het nummer My Heart Cries For You dat Guy Mitchell opneemt met het orkest van Mitch Miller en dat een regelrechte hit wordt. Percy Faith zal nadien ook vaak samenwerken met Johnny Mathis met wie hij in 1958 de succesvolle albums “Merry Christmas” en “Warm” opneemt.

Maar Faith slaagt er daarnaast ook in zichzelf in de kijker te spelen. De 26ste april 1952 staat hij op  één in Amerika’s Top Honderd met Delicado met Stan Freeman als solist op het klavecimbel. Een jaar later is het raak met Song From Moulin Rouge met de stem van Felicia Sanders. De opnametechnieken worden almaar verbeterd. Er kan worden opgenomen in high fidelity. Daardoor klinken de strijkers een stuk briljanter en meer aantrekkelijk. Op radio wordt er uitgezonden in FM wat een veel betere klank produceert. In 1953 brengt Percy Faith met de nodige trots het album “Percy Faith Plays Romantic Music” op de markt en zet daarmee de toon voor zijn verdere elpees. Hij heeft ook een zwak voor latinoritmes dat hij etaleert op de elpees “Viva” en “Malagueña The Music of Cuba”. In 1958  steekt Percy Faith nog een tandje bij, want dan worden de eerste stereoplaten gereleaset.

Faith houdt er een streng werkritme op na om aan de vraag te kunnen voldoen.  Zo staat hij erop elke dinsdagochtend om tien  uur in de kantoren van CBS te arriveren en daar aan zijn partituren te werken tot woensdagochtend twee uur. Hij wordt niet voor niets een van de hardwerkenste muzikanten in de Amerikaanse showbizz genoemd. In 1955 had Doris Day al een beroep gedaan op het talent van Percy Faith om de soundtrack te verzorgen voor haar film “Love Me or Leave Me”. In 1959 neemt regisseur Delmer Daves een filmversie op van de novelle “A Summer Place” van Sloan Wilson. Voor de cast doet hij een beroep op de in die tijd populaire tieneridolen Troy Donahue en Sandra Dee en daarnaast ook op Richard Egan en Dorothy McGuire. De 18de november 1959 gaat de film in première. Hij wordt behoorlijk populair, maar moet ondanks die bekendheid veel kritiek slikken. Het is vooral het muzikale thema dat de film geliefd zal maken. Het was Max Steiner die voor de onnavolgbare muziek zorgde. Het zou kunnen dat je nog nooit van Maximilian Raoul Walter Steiner hebt gehoord, de in Wenen geboren Oostenrijkse componist die in de winter van 1914 naar Amerika emigreerde en daar een van de bekendste filmcomponisten ooit zou worden. Hij zou ook vaak onderscheiden worden, bekroond met een Oscar voor de muziek die hij schreef voor de films ”The Informer”, “Now Voyager” en “Since you went away”. Voor de muziek die hij schreef voor de filmklassieker “Gone with the wind kreeg” hij vreemd genoeg géén Oscar. In het totaal zou Max Steiner 26 keer genomineerd worden voor een Academy Award. In 1971 overlijdt hij in Hollywood, maar zal in  1995 postuum worden opgenomen in The Songwriters Hall of Fame. Hij krijgt voor zijn bijdrage aan de Amerikaanse film een ster op de Walk of Fame, gelegen aan de 1551 Vine Street in Hollywood.

Percy Faith pikt het thema uit “A Summer Place” op en scoort er een hit mee. De 11de januari 1960 brengt CBS Theme from A Summer Place op single uit en de 22ste februari staat het nummer al op één nadat Mark Dinning en zijn Teen Angel aan de kant was geschoven.  Negen weken lang zal Faith op die eerste plek standhouden tot Elvis Presley sterk komt opzetten met Stuck on you en de 25ste april 1960 de eerste plaats van hem zal overnemen. Ik moet wel vermelden dat Theme from A Summer Place al in september van 1959 een eerste keer op single was uitgebracht, maar toen door de pers en de programmamakers wat aan de kant was geschoven. Bij een tweede poging is het dus wel raak. Het jaar daarop ontvangt Percy Faith een Grammy Award for Record of the Year. In Engeland geraakt Theme from A Summer Place tot op de tweede plaats in de top veertig, met name de vierde maart 1960. In Nederland horen ze het in Keulen donderen en gaat die single aan de Top Veertig voorbij. Pas in 1974 zou Percy Faith enige deining veroorzaken in de Nederlandse hitlijsten met het nummer Crunchy Granola Suite, maar verder dan de tipparade geraakte die single niet. Ook in de Belgische hitlijsten is noch van Theme from A Summer Place noch van Percy Faith ook maar enig spoor terug te vinden. Mack Discant schrijft in 1965 een tekst bij A Theme from a Summer Place dat datzelfde jaar op plaat wordt uitgebracht door The Lettermen. Een jaar later verwijzen Jan and Dean in hun nummer Like a Summer Rain naar deze song.

CBS ruikt geld en succes. In de slipstream van het succes van Theme From A Summer Place verschijnt in 1960 het album ”Bouqet” dat zich op de zevende plaats in de album top tweehonderd nestelt. Enkele maanden later is het raak met het album Jealousy en nog een paar maanden later met “Camelot”. CBS weet Faith ervan te overtuigen minstens één langspeler per jaar af te leveren. Soms worden het er zelfs drie.

Ook al houden zijn collega’s in die tijd niet zo van rock-’n’ roll en verwijten veel oudere zangers de jongeren dat ze de muziek hebben verkracht, toch houdt Faith zijn vinger aan de pols en voelt maar al te goed aan dat hij de jongeren niet aan de kant kan schuiven, wil hij nog aan de bak komen. In 1963 neemt hij het album Themes for Young Lovers op met daarop bewerkingen van liedjes uit de top veertig, songs zoals: I Will Follow You, The End Of The World, Rhythm Of The Rain en Our Day Will Come. Het album wordt goud. Iets later verschijnt More Themes For Young Lovers op de markt.

In 1960 is de familie Faith naar Los Angeles verhuisd zodat Percy zich meer en beter kan toeleggen op het schrijven en bewerken van soundtracks. Hij woont nu binnen loopafstand richting Hollywood. Maar Faith voelt zich met dit werk niet zo in zijn sas. Die hele Hollywoodscene ligt hem niet. Hij heeft zich een zekere coolness aangekweekt die een vlotte samenwerking in de weg staat. Hij doet gewoon zijn ding, dat wat ze van hem verlangen en voor de rest houdt hij zich koest. In het totaal zal hij elf soundtracks schrijven waaronder “The Oscar” en “Tammy Tell Me True”, maar geen enkele is ons bijgebleven en volgens kenners maar goed ook. Nochtans komt een van de liedjes waar hij het meest trots op is uit de film “The Oscar”, met name Maybe September. Dit liedje bezorgt hem méér voldoening dan Theme From A Summer Place -volgens hem zeker niet de beste plaat die hij ooit inblikte, integendeel. Vergeten we ook niet het thema dat hij schreef voor de succesvolle NBC-tv-reeks “The Virginian”. Met een knipoog naar Hollywood neemt Faith in 1967 het album ”The Academy Award Winner and Other Great Movie Themes” op, maar die elpee wordt geen hoogvlieger net zo min als ”For Those In Love”.

Percy Faith is intussen tot “The King Of Mood Music” gekroond. De Top Tien blijft echter buiten bereik. Hij haalt zelfs met zijn elpees de top vijftig niet meer. Er is nog een achtentachtigste plaats weggelegd voor het album “Leaving On a Jet Plane” dat in 1970 wordt uitgebracht. De overige  albums geraken amper met de hakken over de sloot. Zelfs de elpees “The Beatles Album” en ”Black Magic Woman” waar veel van verwacht wordt, doen het niet goed.

De 9de februari 1976 sterft Percy Faith op 68-jarige leeftijd aan longkanker. Hij rookte zo graag zijn sigaretje. Hij is al doodziek wanneer hij dat jaar de laatste hand legt aan wat zijn afscheidsalbum zou worden “Disco Party” met daarop Summer Place’76. Hiermee pikt hij in op de discorage die toen zowat alles inpalmde wat naar muziek klonk. Hij moest er toen al mee leren leven dat zijn collega’s die zich bezighielden met ernstige muziek het hem zeer kwalijk hadden genomen dat hij de muziek van George Gershwin had herschreven voor een breed publiek. Zijn platen worden ook vaker geklasseerd onder de hoofding elevator music, regelrechte muzak, maar dat lijkt me van het goede iets te veel. Ik zou die puristen willen aanraden eerst nog eens goed naar een van zijn betere albums te luisteren. Ze zullen hun mening dan wel herzien. Wel is iedereen het erover eens dat zijn opname van Theme From A Summer Place een mijlpaal is in de wereld van de easylisteningmuziek en dat moet voor hem een hele troost wezen. Na zijn dood verschenen nog enkele albums die door de fans op veel applaus worden onthaald: Sixteen Most Requested Songs in 1978, Christmas Melodies in 1984 en The Ultimate Collection in 2002. De voorbije jaren bracht het label Collectables Records het merendeel van Faiths elpees op cd uit.

Percy Faith ligt begraven op The Hillside Memorial Park Cemetery in Culver City, California. Zijn vrouw Mary overleed de 27ste november 1997.

 

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet