Ray Charles

Geplaatst in Artiesten

Geen enkel overzicht van de popmuziek zou volledig zijn zonder even halt te houden bij die ene soulgigant Ray Charles. ‘Soul is a way of life but it is always the hard way’, gaf hij graag toe. Zijn  haast eindeloze gevecht tegen de talloze vooroordelen over zwarten in het algemeen en zijn blindheid in het bijzonder maakten van hem een ras apart. Als geen ander beheerste hij zowel country-and-western, pop, soul, rhythm-and-blues als rock en jazz. Zelden of nooit gaf hij uiting aan zijn mening over de onderdrukking van de zwarten in Amerika. “My audiences have spent their hard-earned money to get a few minutes of entertainment. Everyone can see I’m black, so I guess I don’t have to tell anyone about it“. Toch nam hij in de jaren zestig deel aan diverse betogingen voor de zwarte burgerrechten en nam hij een niet mis te verstane elpee op als “A message from the people”. Ray Charles zong al protestsongs toen niemand dit genre echt kende, o.a. in 1961, Danger zone.

Ray Charles Robinson werd 23 september 1930 in Albany, Georgia geboren als kind van Bailey Robinson en Aretha Williams en spendeerde zijn jeugdjaren bij zijn moeder in Greenville, Florida, waar hij lid was van “The New Shiloh Baptist Choir” en waar hij zijn eerste pianolessen kreeg van Mr. Pit in “The Red Wing Café”. Hier stond ook een goedgevulde jukebox waar Ray allerlei boogiewoogiestijlen opslorpte gaande van Meade Lux Lewis tot Albert Ammons en countryblues van Tampa Red en Washboard Sam. Ook via de radio assimileerde hij veel, onder meer de zeer populaire hillbillymuziek. Als hij zeven is, wordt hij blind als gevolg van een ernstige vorm van glaucoom (een verhoogde druk binnen het oog, soms de nasleep van een al bestaande oogaandoening met verminderde gezichtsscherpte en/of blindheid als gevolg). In september 1937 laat hij zich inschrijven aan de “St. Augustine School for Deaf and Blind Children” in Orlando, Florida, en leert hier braille lezen en maakt kennis met de klassieke pianomuziek van onder meer  Chopin, Bach en Mozart die tot zijn dagelijkse kost gaan behoren.  Het is hier dat hij al snel live mag optreden, zingend en zichzelf daarbij op de piano begeleidend. Via alweer de radio leert hij het hele repertoire van Count Basie kennen en de rustigere muziek van het Nat Cole Trio en van Earl Father Hines. Artie Shaw inspireert hem tot het spelen op de klarinet als hij nog maar net tien is. Het plotse overlijden van zijn moeder in de maand mei van 1945 gooit zijn leven helemaal overhoop. Charles is dan 15. Toch wil hij koste wat het kost muzikant worden en legt zich daar de komende drie jaar volledig op toe. In en rond Jacksonville en Orlando sluit hij zich aan bij diverse groepjes om toch maar aan de kost te komen. Maart 1948 verhuist hij van Florida naar Seattle waar hij zijn eigen trio vormt, The Maxin Trio, samen met gitarist G.D. McKee en bassist Milton Garrett en wordt een vaste naam op de affiche van “The Elks Club”. Vandaar schuift hij na een tijdje op naar “The Rocking Chair”, “The Washington Social Club” en “The 908″. Hij maakt ook zijn radiodebuut bij KRSC en treedt een paar maal op voor enkele lokale televisiestations. Hij neemt zijn eerste plaat Confession Blues op in 1949 op het Down Beat-label om nadien over te stappen naar Swing Time Records waar hij onder zijn eigen naam Ray Charles twee r&b hits scoort: Baby, let me hold your hand  en Kissa me baby. Het jaar nadien wordt Swing Time Records opgedoekt en begint hun eigenaar Ahmet Ertegun met het Atlantic-label. Voor 2500 dollar koopt Atlantic Records Charles’ contract af van Swingtime en brengt meteen Rock with me baby op plaat uit. Hier bij Atlantic voelt Ray Charles zich echt thuis, want in maart 1954 mag hij zijn eerste rhythm-and-bluestoptienhit op zijn naam schrijven met  It should have been me. De drie daaropvolgende jaren lukt hem dat wel vaker met ondermeer I’ve got a woman  en Hallelujah, I love her so.

November 1957 slaagt Ray Charles in de overstap naar de populaire charts met Swanee River Rock (nummer 34 in Billboards top 100).  Het jaar daarop schittert hij tijdens het Newport Jazzfestival, vereeuwigd op een geslaagde elpee. In mei 1959 staat Ray samen met B.B. King, Ruth Brown en Jimmy Reed op de affiche van het “Herndon Stadium” in Atlanta en schrijft hij zijn eerste miljoenenhit bij mekaar What’d I say (later succesvol gecoverd door o.a. Elvis Presley, Bobby Darin en Jerry Lee Lewis).

Ik ga niet al de titels opsommen, maar tot eind 1959 zou Ray Charles in het totaal 34 elpees opnemen voor Atlantic Records. November 1959 ondertekent hij een driejarig contract bij ABC Paramount Records en debuteert  bij hen met de singel Sticks and Stones. Charles zou tot 14 november 1960 moeten wachten alvorens hij nationaal zijn eerste nummer één-pophit zou versieren en wel met een revival van Hoagy Carmichaels Georgia on my mind, een liedje dat zijn vaste chauffeur steeds zong tijdens zijn tournees. Het werd Rays tweede miljoenenhit. In 1979 zou het liedje tot officiële hymne van de staat Georgia worden uitgeroepen. Zijn ABC-debuutelpee “The Genius hits the road” geraakt tot op negen in de elpeelijsten, zijn allereerste top 10-elpee trouwens. Georgia on my mind wordt overigens Charles’ eerste hitnotering in Engeland. In 1960 wordt Charles ook gelauwerd met vier Grammy Awards, waaronder die van beste mannelijke vertolker. Mei 1961 komt er van hem een volledig instrumentale elpee uit “Genius + Soul = Jazz”, met daarop het succesvolle One Mint Julep.

Atlantic laat zijn oud materiaal niet verroesten en brengt met veel bijval de elpee “What’d I say” op de markt, goed voor een twintigste plaats. Goud wordt het nog eens voor Ray Charles in de maand november van 1961 met de zeer dansbare song Hit the road Jack, al moet hij toch even slikken als hij in de maand december van dat jaar aangeklaagd wordt wegens het in bezit zijn van narcotica.

Alsof er geen vuiltje aan de lucht is, pakt Ray Charles in januari 1962 groots uit met de singel Unchain my heart, opnieuw een loeier van een hit, die stilvalt op plaats negen van Billboards Top 100 en nog geen twee maanden later pronkt Ray Charles met zijn eigen  plaltenfirma Tangerine Records. Pas echt glunderen kan hij in de zomer van 1962 als de opvallende elpee “Modern Sounds in Country and Western Music” verschijnt, goed voor een hele dosis wisselende kritiek en drie onvergetelijke hitsingles: You don’t know me, You are my sunshine en een revival van Don Gibsons I can’t stop loving you, een absolute voltreffer die vijf weken na mekaar op één mag ronddraaien, met twee miljoen exemplaren als voorlopig eindresultaat. You don’t know me is vatbaar voor een tweede plaats en You are my sunshine straalt op zeven, met op de B-kant het al even graag gesmaakte Your cheating heart. Op dezelfde leest geschoeid, verschijnt in mei 1963 een tweede countryelpee met daaruit als single Take these chains from my heart, in Amerika een nummer acht en in Engeland een nummer vijf, tevens zijn vierde en laatste top 10-hit.

Na de country keert Ray Charles eind 1963 terug naar zijn oude liefde, bluesachtige bigbandmuziek en dat met de single Busted, nog maar eens een miljoenenhit voor mister Charles. Januari 1964 draait de film “Ballad in Blue” in de Amerikaanse bioscopen met in de hoofdrollen Ray Charles naast Dawn Addams en Tom Bell. Revivals  blijven in de golden sixties zowat het handelsmerk van Charles: That Lucky old sun, Making whoopee en Johnny Rays Cry. September 1965 is er behoorlijk veel airplay in de VS voor de elpee “Country and Western meets Rhythm and Blues”. De country hitsingels blijven in de loop van 1966 dan ook niet uit. Crying Time en Buck Owens’ Together againIntussen wordt Ray Charles opnieuw betrapt op het bezit van marihuana en heroïne, maar hij blijft voorlopig buiten bereik van het Amerikaanse gerecht, maar niet buiten de greep van de Grammy Awards, want maart 1967 is hij er opeens weer twee rijker. Nog een schot in de roos voor Ray Charles in september van dat jaar is de Quincy Jones-song In the heat of the night, uit de gelijknamige film met Rod Steiger en Sidney Poitier in de hoofdrollen. Een persoonlijke aanpak van de Beatlesklassieker Yesterday levert hem in Amerika een top 30-hitnotering op wat hij een jaar later nog eens overdoet met hun Eleanor Rigby. Vanaf het einde van de  jaren zestig tot ver in de jaren tachtig toert Ray Charles samen met zijn band en zijn backing vocalisten The Raelettes de wereld rond, optredend in een rist televisieshows. Hij houdt zich intens bezig met zijn eigen platenfirma en zijn muziekuitgeverij.

December 1971 wordt een deal gemaakt tussen Atlantic Records en ABC Paramount naar aanleiding van zijn 25-jarige loopbaan wat zich vertaalt in de elpee “A 25th Anniversary in showbusiness salute to Ray Charles”. Wat de echte hits betreft, is het wachten, maar dat wordt beloond in juli 1972 met een cover van Melanies Look what they have done to my song, Ma. Enkele maanden later bedankt  hij ABC voor de moeite, tovert zijn eigen platenmaatschappij om tot Crossover Records en brengt hierop voortaan zijn eigen platen uit, in 1973 gelijk al springplank voor zijn single Come live with me en brengt de daaropvolgende jaren enkele niet te versmaden elpees uit zoals “My kind of jazz”, ”Renaissance” (met o.a. Stevie Wonders Livin’ for the city), “Love and peace” en “Brother Ray is at it again”.

In 1980 maakt Ray Charles tussen alle drukte door graag tijd vrij voor een bescheiden rol in de film “The Blues Brothers” en de verzamelelpee ”Heart to heart-100 % hot hits” klimt in Engeland vrij gemakkelijk naar de 29ste plaats. Vanaf 1983 besluit Charles zich nog uitsluitend  muzikaal uit te leven in countrysongs en vaart van dan af onder de CBS-vlag, haast voortdurend aanmerend in Nashville met aan boord de bemanning van Columbia Records. Niet veel producties worden echte cross-overs en blijven in de typische Amerikaanse country regionen (Wish you were here tonight is zo’n voorbeeld). Het lukt hem wel nog te scoren met de elpee ”Friendship”, tien duetten met countrygrootheden als Willie Nelson en Hank Williams, plus mag hij van zich laten horen in het project We are the World.

Rays enorme bijdrage aan alle facetten van de popmuziek wordt in 1986 extra beklemtoond wanneer hij van president Reagan de speciale Kennedy Center Award-onderscheiding in ontvangst mag nemen. Het geheel wordt opgeluisterd door het koor van zijn vroegere school St. Augustine’s en door zijn blinde collega Stevie Wonder. Wanneer Billy Joël hem vraagt voor het duet Baby Grand mag Ray Charles nog eens een keer doorstappen naar de 75ste plaats van Billboards Hot One Hundred en is hij voor de rest van de jaren tachtig zoet met flitsoptredens in televisieseries als “Who’s the boss” en “Moonlighting”.

Ray Charles overleed om 11.35 u. de 10de juni 2004 in zijn huis in Beverly Hills, California aan de gevolgen van leverkanker omringd door zijn naaste familieleden. Ray was 73. Hij werd begraven op het Inglewood Park Cemetery. Zijn palmares mag gezien worden: in 1981 kreeg hij een ster op “The Hollywood Walk of Fame” en hij was een van de eersten om opgenomen te worden in “The Rock and Roll Hall of Fame”, met name in 1986. Het jaar nadien kreeg hij de “Grammy Lifetime Achievement Award” en nog eens vier jaar later kreeg hij een ereplaats in “The Rhythm and Blues Foundation”. Sinds 2004 schittert hij in “The Jazz Hall of Fame” en sinds de 7de december 2007 wordt er een plein naar hem genoemd, Ray Charles Plaza in Albany, California met als standbeeld Ray zittend aan een piano.

Twee maanden na zijn dood verscheen in 2004 het album “Genius loves company”, een duettenalbum met onder meer Willie Nelson, Van Morrison, Natalie Cole, Elton John, Bonnie Raitt en George Michael. Het album werd bekroond met maar liefst 8 Grammy Awards. Er zouden nog twee albums postuum worden uitgebracht: ”Genius and Friends” en “Ray sings, Basie swings” ( archiefopnamen van liveoptredens die hij met de band opnam in de loop van de jaren zeventig). Een aanrader voor de fans en liefhebbers van zijn muziek is de speelfilm “Ray”, voor de eerste maal vertoond in de maand oktober van 2004 waarin het leven van Ray Charles van 1930 tot 1966 wordt geschetst en en gespeeld door Jamie Foxx die daarvoor enkele maanden later een Oscar mocht ontvangen als beste acteur. Laat ons afronden met wat Billy Joel ooit over Ray Charles zei. ” This may sound like sacrilege, but I think Ray Charles was more important than Elvis Presley. I don’t know if Ray was the architect of rock & roll, but he was certainly the first guy to do a lot of things. Who the hell ever put so many styles together and made it work“.

 

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet