Ray Stevens

Geplaatst in Artiesten

Nashville is al decennialang synoniem van countrymuziek, die aan de strekkende meter uit de studio’s rolt. Daarnaast staat Nashville tegenwoordig ook voor andere genres zoals pop, rock en zelfs klassiek. Het was Ray Stevens die als eerste die sterke countrytraditie in Nashville kon doorbreken en dat met de gekste platen die men daar ooit geproduceerd en gehoord had.

Ray Stevens, geboren de 24ste januari 1939, als Harold Ray Ragsdale, groeide op in Clarkdale, Georgia, tussen countryartiesten als Kitty Wells, Lefty Frizzell en Ernest Tubb. Toen Ray tien werd verhuisde de hele familie naar Atlanta waar rhythm-and-blues hoogtij vierde met als vaandeldragers: The Clovers, Ruth Brown, LaVern Baker en The Drifters. Met in het ene oor die rhythm-and-blues en in het andere nog de naklank van country, begon Ray schoorvoetend eigen nummers neer te pennen, om op 17-jarige leeftijd professioneel te worden, net op het moment toen muziekuitgever Bill Lowery hem een platencontract aanbood bij de firma Prep, een dochtermaatschappij van Capitol Records. Zijn eerste single, het countrygetinte Silver Bracelet, ging ongemerkt aan de deejays voorbij, dus opteerde hij vlak daarop voor een wat opvallender product, nl. de noveltysong Sergeant Preston of the Yukon en dat in de stijl van de toen al bekende parodisten Stan Freberg en Spike Jones. De plaat raakte snel van de grond, tot Capitol Records een verbod kreeg opgelegd door uitgeverij King Features die de auteursrechten van de figuur Sergeant Preston in handen hadden. De plaat moest binnen de week uit de handel worden genomen! Gelukkig voor Ray Stevens ontmoet hij kort daarop Shelby Singleton, platenproducer bij Mercury Records, die hem meteen meeneemt naar Nashville. Hier wordt Ray niet alleen assistent van A and R-man Jerry Kennedy, maar hij mag dadelijk een single opnemen die gelijk zijn eerste Amerikaanse top 100 hit wordt Jeremiah Peabody’s Poly unsaturated quick dissolving fast acting  pleasant tasting green and purple pillsDeze eerste Mercurysingle reikt wel niet hoger dan plaats 35 in Billboards Top 100 van de zomer van 1961, maar tien maanden later schieten de gekke kuren van Ray Stevens ongehinderd de Top 10 binnen om halt te houden op vijf. Elf weken lang worden immers de Amerikaanse hitlijsten onafgebroken geteisterd door Ahab the Arab, opnieuw een noveltysingle in de zuiverste Ray Stevens-stijl. Na het plotse succes met Ahab the Arab, was het voor Ray Stevens even oeverloos ronddobberen in het Amerikaanse hitwater met Further more, Santa Claus is watching you en Funny man. Juni 1963 wordt, gelukkig voor hem, zonnig ingezet met een van de betere Stevens creaties Harry the hairy Ape, waarmee hij eindelijk weer enig houvast krijgt, en negen weken lang gekoesterd wordt door menig Amerikaans radiostation, met 17 als hoogste notering.

Zes jaar na mekaar blijft Ray Stevens onafgebroken de muzikale clown uithangen. Speed ball was, wat dat betreft, niet mis te verstaan en Freddie Feelgood nog minder. In 1968 bedankt Ray Stevens Mercury Records voor hun verleende diensten en hij stapt over naar Monument waar hij zijn vertrouwde, komische noot inruilt voor een serieuze. Mister Businessman, een nummer dat hij geschreven had omdat hij in een businessdeal behoorlijk bij de zakelijke neus was genomen, wordt daar een schoolvoorbeeld van. In ruil krijgt hij een 28ste plaats als verzachtende zalf op de zere wonde. Maar Ray Stevens zal niet voor lang die ernstige jongen blijven. Dat zat hem nu eenmaal niet in zijn artiestenbloed. In de bekende Leiber en Stoller-stijl volgen in 1969 Along came Jones en het in Amerika en Europa goed onthaalde verhaal van Gitarzan, waarmee hij, na Ahab the Arab, nog eens een top 10-hit in huis haalt. In de loop van 1969 wordt Ray Stevens door Roger Miller voorgesteld aan de broer van Andy Williams, Don Williams, die hem een nieuw platencontract aanbiedt bij zijn platenfirma Barnaby. Haast automatisch wordt Ray ook regelmatig opgenomen in de cast van de razend populaire NBC-televisieshow van Andy Williams. In de zomer van 1970 mag Ray Stevens zelfs de diverse facetten van zijn talent doen schitteren in het al even populaire vervangende programma “Andy Williams presents Ray Stevens”. Al in de lente van 1970 kan Stevens de vruchten plukken van zijn vele televisieoptredens, want in de maand april schiet hij zonder omwegen regelrecht naar de top van de Amerikaanse hitlijsten met het zelfgeschreven Everything is beautiful. Om het optimistisch karakter van het lied vocaal te onderstrepen, mogen de leerlingen van “The Oak Elementary School” in Nashville de intro volzingen en dat tot helemaal boven in de charts. Dat niet alles rozengeur en maneschijn zou blijven voor Ray Stevens bewezen zijn daaropvolgende singles, want die bleven ver benedenmaats bengelen tussen de staart en het middenrif van die Top 100!

Sunset strip, Bridget the Midget, grijsgedraaid op de Europese radiozenders, All my trials en A mama and a papa waren geen Stevens-uitblinkers. Gospel was intussen een beetje zijn handelsmerk geworden, zoals ook zou blijken uit zijn in 1971 verschenen elpee “Turn your radio on” met daarop voor zichzelf sprekende titels als Yes, Jesus loves me, Glory special en Why don’t you lead me to that rock.

Meteen na het lezen van een krantenartikel over ‘streakin’, dé nieuwe campusrage op de Amerikaanse universiteiten waarbij flitsend in je blootje rondlopen te midden van een stel verbaasde en verbouwereerde toeschouwers een nieuwe amusante bezigheid was geworden, besluit Ray Stevens daar al even flitsend op in te pikken.  Wanneer zijn plaat The Streak op de markt verschijnt, zijn er al zo’n 35 concurrerende singles vóór hem, maar Stevens’ versie is niet tegen te houden en eind mei 1974 staat hij, deze keer open en bloot, opnieuw op 1.

De streakers zijn nog maar net terug in de kleren of Ray Stevens pakt in 1974 uit met een parodie op het televisieprogramma ‘Midnight special’ met de single The Moonlight Special. En aan zijn creativiteit lijkt geen tegenhouden meer. 26 april 1975 verschijnt een uptempo versie van de jazzballad Misty, een evergreen van Erroll Garner, al bij al goed voor zestien weken hitnotering met 14 als hoogste stand. Ook een remake van Paul Whitemans hit uit 1925 ,Indian love call ,valt in de internationale smaak. Ray Stevens blijft maar sleutelen aan zijn wisselende succesformule en in 1977 pakt hij uit met een kakelende versie van Glenn Millers In the mood onder de deknaam Henhouse Five Plus Two. Twee jaar later zet hij Barry Manilow een satirisch hakje met I need your help Barry Manilow en dat na zijn overstap van Barnaby Records naar Warner Bros. Voortdurend geconfronteerd met zijn clownesk image, reageert een ernstige Ray Stevens in een krantenartikel nogal geprikkeld “I’m trying to be Ray Stevens. I realize that I’m very complex. But I am slowly getting a picture of myself”. Toch zal hij er, zelfs na diverse pogingen, nooit in slagen zich van zijn speels image te ontdoen. En sinds zijn nieuw platencontract bij MCA Records in 1984 is hij dan maar willens nillens noveltysongs blijven uitbrengen en dat vooral tot groot jolijt van menige Ray Stevens-fan.

De jaren negentig zet Ray Stevens in met een nieuw platencontract. Hij stapt deze keer in de boot met Curb Records die met veel succes het album “His all-time grreatest comic hits” uitbrengen. Stevens opent in 1991 in Branson, Missouri zijn eigen theater net zoals zijn collega’s Bobby Vinton en Andy Williams dat eerder al deden. Hij ziet ook een gat in de videomarkt en brengt zijn eigen producties op tape uit. “Comedy video classics” werd een millionseller. Zijn theater kostte hem bijna een burn-out. Hij gaf twee shows per dag en haast non-stop. In 1993 doet hij zijn theater van de hand. Gelukkig voor zijn fans blijft hij op de lucratieve videomarkt inspelen.  Rays contract met Curb Records voldoet niet aan zijn wensen. Hij voelt zich opnieuw goed in zijn vel wanneer hij in 1997 een nieuwe deal sluit met zijn voormalige platenstal MCA en brengt in één klap twee cd’s uit: “Hum it” en “Christmas through a different window”. In de loop van de maand april van 1999 stellen de dokters prostaatkanker vast en Ray ziet zich verplicht een rist concerten af te gelasten. Eenmaal over die kwaal heen, wil Ray de touwtjes in eigen handen nemen en richt zijn platenfirma Clyde Records op, een besluit waarop hij later terugkomt wanneer hij een nieuwe deal met Curb Records sluit. Hij brengt de vooral in countrymiddens gesmaakte cd Osama yo’mama uit. Omdat hij op nogal wat beslissingen terugkomt, keert hij in 2004 terug naar Branson en heropent daar zijn theater. Hij houdt dit drie seizoenen vol en sluit zijn theater definitief in 2006. Stevens weet maar al te goed dat zijn video’s het nog altijd goed blijven doen en blijft daarin investeren, ook opnieuw in zijn eigen platenlabel en zijn album “New Orleans Moon”, een soort hommage aan New Orleans en Louisiana.

Inpikkend op de nieuwe trends start hij in 2008 met een eigen on-line store en brengt de cd “Hurricane” op de markt. Omdat dit beregoed meevalt, lanceert hij snel nadien de cd “Ray Stevens sings Sinatra… say what?” . In 2009 serveert hij zijn fans het album ”Ray Stevens Christmas”. Politiek getinte songs liggen Ray almaar nader aan het hart. We the people was daar in 2010 al een voorbeeld van net als de tien politiek getinte liedjes die hij een jaar later aflevert. Hij laat ook weten dat hij bezig is aan een groots project onder de  vlag The  encyclopedia of musical comedy recordings, goed voor zo’n honderd liedjes.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet