Raymond van het Groenewoud

Geplaatst in Artiesten

Zelden is er iemand slechter geworden van een teveel aan duidelijkheid. Dus eerst wat data en feiten. Raymond van het Groenewoud werd geboren in Schaarbeek, een randgemeente van Brussel, op veertien februari 1950. Tegenwoordig wordt hij alom geprezen als een van de grootste en veelzijdigste Belgische muzikanten aller tijden. Een Belg dus, voor wie daar ooit aan twijfelde. Negeer de kleine v en h in zijn naam en ook zijn tongval met krullende r en soms doorschemerende harde g. Raymond woonde in Schaarbeek, Anderlecht en een resem Vlaamse gemeenten en steden. Zijn ouders waren wél Nederlanders.” Tot daar een alinea uit het boek “Raymond van het Groenewoud – In mijn hoofd”, geschreven door Martin Heylen en in 2011 uitgegeven door De Bezige Bij, Antwerpen.

Tot zijn zevende woonde Raymond in Anderlecht. In 1957 verhuist de familie richting Amsterdam-Zuid waar hij tot in 1959 verblijft. Intussen had zijn biologische pa het echtelijk dak verlaten en was ma gaan samenwonen met haar nieuwe geliefde Arnold Duitz, een activist binnen de Belgische communistische partij. Arnold had Nederlands bloed in zijn aders, Joods bloed ook. Mama Deborah Johanna Tak was eerst gehuwd met Joseph van het Groenewoud, maar tijdens dat huwelijk had ze haar interesse al voor Arnold getoond. Van zijn stiefvader leerde Raymond op de een of andere manier veel over politiek, leerde hij onder anderen Karl Marx kennen. In een later interview zegt hij over zijn stiefvader: “Hij had geen oog voor wie ik was. Hij was een koleriek, zwaar gefrusteerde man. Zelfs als hij milder gestemd was, bleef het uitkijken. Slaan deed hij niet, nee. Hij is ten onder gegaan aan astma, die psychologisch geduid werd. Op ‘t einde kwam hij bij me klagen: dat hij zo’n domerik was geweest bij het opvoeden.” Van zijn biologische vader erfde Raymond zijn gevoel voor muziek, zeker de technische kant van met muziek omgaan, al heeft hij het theatrale dat later in zijn liedjes zal opduiken dan weer helemaal van zijn moeder geërfd. Het feit dat hij voor een klein deel in Nederland heeft gewoond, heeft er zeker niet voor gezorgd dat hij in zijn liedjes een grote bek durft op te zetten, dat wijt Raymond eerder aan de esprit van de opvoeding en de aard van het beestje zelf. Hij gaat in Amsterdam naar de montessorischool en ervaart die tijd als heel plezant.

Pa, Joseph van het Groenewoud, vluchtte rond 1946 uit Nederland om niet te hoeven dienen in het Nederlandse leger in Indonesië. Hij dook onder in ons land en heette van dan af Nico Ooms, die toen hij ging optreden met vooral Latijns-Amerikaanse muziek, liever als Nico Gomez werd aangesproken. Het gevoel hier clandestien te verblijven, heeft lang aan zijn vader geknaagd. Raymond herinnert zich nog  hoe angstig pa was wanneer er werd aangebeld en de kans erin zat dat de militaire politie voor de deur kon staan om zijn vader op te pikken. Tijdens Raymonds verblijf samen met zijn moeder en stiefvader in Nederland kreeg hij pianoles van zijn buurvrouw, mevrouw Notenboom. Vanaf zijn derde was hij trouwens al in de ban van de muziek. Hij luisterde graag naar de liedjes die hij over de radio hoorde, vooral Radio Luxemburg. Via zijn oom Simon, de jongere broer van zijn moeder, raakt hij daarnaast snel in de ban van het voetbal. Ook zijn schoolmaatjes zijn in de ban van die sport. Van opa en oma krijgt hij een voetbal waarmee hij met zijn vriendjes uit de buurt ging spelen. Zijn grootouders betekenden veel voor hem en hebben zijn verblijf in Amsterdam tot een vrolijke periode gemaakt waaraan hij met veel blijheid terugdenkt.

Maar moeder miste het leven in België en keert in 1959 naar ons land terug, naar de Ter Rivierenlaan in Deurne. Zijn stiefvader had via een goede kennis een job gekregen als medisch afgevaardigde bij de Zwitserse firma Geigy. Op school was het hier aanvankelijk voor Raymond niet zo leuk, want hij werd er als “nen Hollander” bekeken. Om zich rap te integreren, ging Raymond zich zo snel mogelijk het Antwerpse dialect eigen maken. Van voetballen was er plots geen sprake meer. Op school moest er gestudeerd worden. Thuis was hij enig kind, op een bepaald moment zonder speelkameraden en zonder het gezelschap van opa en oma. Stilaan ontdekt hij het “Rivierenhof” waar er ‘s woensdagnamiddags gevoetbald wordt en ja hoor, hij mag meespelen.

Mama staat erop dat Raymond muziek gaat studeren, het leven is immers méér dan voetballen. Hij trekt op zijn achtste naar de muziekschool Van Poppel. Notenleer gaat er bij Raymond in als zoete koek. Hij mag gelijk een instrument kiezen en dat wordt de piano. Hij weet nog goed dat hij op het einde van het eerste jaar voor het eerst voor een livepubliek kan optreden. Hij speelt met veel verve  “De Koekoekswals” terwijl de stress hem in de benen schiet. Het jaar nadien trekt hij met de tram naar de Rooseveltplaats in het centrum van Antwerpen om daar de komende jaren voort te musiceren. Zijn ouders verhuizen intussen van een klein huisje naar een groter appartement aan de Van Havrelei in Deurne. De weinige keren dat hij naar zijn vader kan, ervaart Raymond als frustrerend: hij zag hem weinig en het klikte niet zo goed met zijn stiefmoeder, een relatie waaraan Raymond nog twee half broers en twee half zussen overhoudt.

Op school was Raymond een twijfelgeval, hij wisselde goede uitslagen af met minder goede. Het PMS adviseert zijn ouders hem voor zijn middelbare studies naar het atheneum van Berchem te sturen. Hier leert Raymond wat autoriteit en machtsmisbruik inhoudt. Het zal hem tekenen voor de rest van zijn leven. Raymond zoekt zijn heil dan maar in een wereld vol dromen waarin het voetbal én zijn superheld Pele centraal staan. Op muzikaal gebied gaan vooral The Beatles zijn jonge jaren kleuren, al van toen hij hen voor de eerste keer in 1964 She loves you hoorde zingen. Nadien volgen Roll over Beethoven en I want to hold your hand. Hij weet nog goed dat hij Twist and shout van hen op single kocht en zijn moeder dat ook een tof liedje vond. Op zijn veertiende kende Raymond al de Beatleshits fonetisch uit het blote hoofd. Naast The Beatles hield Raymond ook van The Animals en The Who en playbackte hun hits via de microfoon van zijn bandopnemer. Het bijzettafeltje in de living diende als piano. Hij is veertien en bezeten door de Angelsaksische popmuziek. Nadien zal Raymond gaan dwepen met grote jongens als Lou Reed, Leonard Cohen, Chuck Berry, Bob Dylan en Otis Redding.

Qua schoolprestaties lagen de scores minder goed. Aan journalist Wilfried Hendrickx vertelde hij: ” In de lagere school ging het spelenderwijs. Maar in het middelbaar wordt er van jou verwacht dat je je grootste inspanning thuis levert. En dat lukte me niet. Ik slaagde er niet in mij te concentreren. Er was daarbuiten zoveel spannends te beleven. Vreemd genoeg ben ik me later wel voor veel gaan interesseren zoals bijvoorbeeld voor geschiedenis en aardrijkskunde. Ik was simpelweg niet rijp om leerstof binnen te krijgen. Ik was opgetrokken uit dromen“. Raymond moet het tweede en vierde jaar overzitten, hij deed er in het totaal dus acht jaar over, en haalde uiteindelijk zijn einddiploma niet. In diverse interviews daaromtrent beschrijft hij zich als “een broekschijter”‘, iemand die niet het lef had, zoals zijn idool John Lennon, om tijdig de school te verlaten en voor de muziek te kiezen. “Ik schrok mij een ongeluk toen mijn ouders zeiden:”Hier houdt het op.Wij sponseren niet verder. Zoek het zelf maar uit”. Ik was totaal niet gewapend voor het leven zoals het is.”

Uiteindelijk slaat van het Groenewoud in 1969 de schooldeuren achter zich dicht. Intussen had hij er al een eerste groepje opzitten, The Sharks, maar met hen zal hij nooit optreden. In 1967 zijn er The AB’s, The Antwerp Boys, maar meer dan één vertoning zit er niet in.  In het weekblad Humo van zeven augustus 1980 gaat hij verder: “Daarna stapte ik over naar de wat hippere groep Why Not. Die vroegen me omdat ik orgel kon spelen en geen moeite had met A whiter shade of pale. Ik kon namelijk altijd wel wat respect afdwingen door mijn muzikale kennis. Ik haalde op het conservatorium altijd tien op tien voor melodisch dictee, wat onder andere betekent dat ik een zeer goed gehoor heb, dat ik vrijwel alles meteen kan naspelen. Tja, op repetities ben je dan wel gauw “Het Mannetje”. Why Not viel na twee optredens uit elkaar en toen ben ik bij een heus balorkest piano en orgel gaan spelen, en omdat ik het zo mooi vroeg, mocht ik uiteindelijk ook Gloria van Them zingen. Als we La bamba speelden hoefde ik niet mee te doen en dat vond ik zo vervelend dat ik een paar keer een ei bakte op het podium, groot succes, natuurlijk! De manager van zangeres Tilly heeft ons toen eens gevraagd wat demo’s te maken die dan in Duitsland zouden terechtkomen. Natuurlijk is daar nooit iets van gekomen, maar die demo’s hadden mij wel aan ‘t dromen gezet. Ik begon te geloven dat er ooit wel eens iets van zou kunnen komen. Op school dacht ik alleen nog aan mijn toekomst als muzikant. Daags na zo’n bal zat ik als een gek te geeuwen in de les “beschrijvende meetkunde” en al die witte krijtlijnen op dat bord dansten voor mijn ogen. Als het mijn beurt was om naar voren te gaan wist ik in de verste verte niet waarover die leraar het had. Ik heb het atheneum dan maar, zonder spijt, verlaten en ben muzikant geworden.” Pa schiet zijn zoon, nadat die eerst nog heel even in de band van Marva had gespeeld, te hulp en nodigt hem uit bassist te worden in zijn orkest. Nico was in de jaren vijftig en zestig in ons land en vooral in Latijns-Amerika bekend geworden met elpees met een overheersende mambo, chachacha- en bossa novatouch. Hij trad op onder de naam Nico Gomez. Hij werkte daarnaast vaak als arrangeur voor Adamo, Will Tura, Ingeborg, Theo Mertens, Frédéric François en Rita Deneve. Hij stichtte samen met Gaston Bogaert de Belgisch-Cubaanse groep The Chakachas die met Zuid-Amerikaanse muziek internationaal succes afdwongen. Denken we maar aan de hits Eso es el amor en Jungle Fever.Tussendoor speelde Gomez in de BRT-orkesten van Francis Bay en Freddy Sunder. Later zal hij hier en daar aan enkele platen van zijn zoon meewerken, onder meer La Bamba, te horen op de soundtrack van “Brussels by night” van Marc Didden. Spelen in de band van zijn vader was voor Raymond een goede leerschool. Hier leerde hij ook de knepen van het arrangeren die hem later goed van pas zullen komen. Raymond zal vaak vertellen dat hij zijn vader eeuwig dankbaar blijft voor deze kans die hij hem toen geboden heeft.

Na een tijdje bij pa gespeeld te hebben, gaat Raymond zijn eigen weg. Tijdens een opname samen met zijn vader in de studio van Jean Klüger, tipt deze hem dat hij misschien eens moet gaan aankloppen bij Johan Verminnen met wie Jean op dat moment samenwerkt. Johan was op zoek naar een goede muzikant en Jean wist dat Raymond wel wat in de vingers had. Hij gaat bij Johan aan de slag als pianist, gitarist en arrangeur. Hij is erg blij dat hij hier kon spelen en houdt ook van het stemgeluid van Johan. Die samenwerking botst echter vrij snel, want hier stonden twee sterke ego’s tegenover elkaar. Raymond voelt snel aan dat hij beter andere oorden kan gaan opzoeken. De nieuwe bassist van de band, Frans Ieven, loodst hem bij de VRT binnen en stelt hem voor aan toenmalig producer Jan Geysen die hem muziekjes laat schrijven voor het op dat moment populaire satirische programma “Dagboek” waaraan ook Paul Jacobs en Piet Piryns meewerkten. Raymond blijft hier een jaar lang aan de slag en zal in het totaal zo’n vijftig liedjes schrijven. In 1971 mag Raymond als verjaardagscadeau van zijn vader twee liedjes opnemen waaronder Will drama. Muzikanten van dienst zijn Freddy Rottier op drums, Ivan Desouter op bas en Raymond zelf aan de piano en het orgel. Will drama was een eendimensionale hekeling van het Will Turasyndroom, aldus Raymond. Hij had het moeilijk met het succes dat die Vlaamse zangers scoorden. Over het resultaat van zijn eerste opnamesessie was Raymond niet zo tevreden. Die liedjes zijn dan ook nooit op plaat verschenen.

In 1972 richt Raymond de groep Louisette op met in de line-up Bernard Vanderhaegen, de zanger van de Wemmelse groep ‘t Goeleve, die op zijn beurt basgitarist Jean Van Dooren bij de groep introduceert samen met drummer Eddy Verdonck van de groep Mad Curry en Erik Van Neygen. Raymond leert met veel geduld Erik de elektrische gitaar onder de knie te krijgen. Hij spoort hem ook aan de liedjes die hij tot dan toe in het Engels heeft geschreven, te vertalen in het Nederlands. Erik op zijn beurt leert Raymond dat het niet altijd verstandig is te pas en te onpas met je eigen mening te komen aandraven. Het heeft Raymond, zo vertelt hij ons, een stuk kalmer gemaakt. En die weg is hij sindsdien blijven volgen. Jouw mening doet nauwelijks terzake.  Op het Omega-label brengen zij in 1972 Maria, Maria ik hou van jou uit. Die opname is het tweede verjaardagscadeau van papa Nico voor zijn zoon. Pa neemt de productie voor zijn rekening en deze keer is het bingo. Wat Erik nooit zal vergeten, is dat Raymond hem de kans biedt het B-kantje Jij kunt beter gaan voor zijn rekening te nemen. De single blijkt té vernieuwend voor die tijd en slaat niet aan, commercieel gezien dus een regelrechte flop. Waar zij ook optreden, Louisette wordt vooral gezien als een vreemde eend in de muzikale bijt. Er worden amper drieduizend exemplaren van verkocht. In 1973 komt de volgende single Daddeemelee in de winkels terecht met op de B-kant 15 maart. Daddeemelee draagt Raymond op aan Eva Mentens, de mevrouw die hem als eerste in het liefdesleven zal inwijden. 15 maart is een liedje door Van Neygen geschreven en Erik vindt het nog altijd een mooie vriendschappelijke geste van Raymond dat zijn liedje op de B-kant belandde. Jammer, maar dit plaatje wordt een nog grotere flop dan hun eerste. De echte muziekliefhebber vindt de teksten niet je dat en de kwaliteit van de opname laat te wensen over. Ook de opvolger Zij houdt van vrijen doet het in 1974, ondanks enkele positieve recensies in de vakpers, niet goed. Intussen heeft Jean-Marie Aerts de plaats van Erik ingenomen. De muzikale smaak van Raymond en Erik verschillen te veel. Raymond dweept op dat moment met David Bowie en Roxy Music, terwijl Erik verzot is op Amerikaanse folk en country. Raymond komt ook almaar meer aan de bak als gegeerd sessiemuzikant die we in die tijd horen op platen van Kris De Bruyne en Zjef Vanuytsel.

Roland Klüger is blij verrast wanneer Raymond hem op zekere dag het liedje Mijnheer de postbode laat horen en gaat meteen akkoord om met Raymond een eerste solo-elpee op te nemen. “Je moest eens weten hoe gelukkig ik was” heet die eerste langspeler met daarop twaalf liedjes opgenomen in de “Morgan Studio’s” in Brussel en in 1973 uitgebracht op het RKM Label (Roland Klüger Music). Bekende jongens duiken in de studio op om Raymond te begeleiden: Bruno Castellucci, Jean-Marie Aerts en Mich Verbelen. De elpee wordt geen succes, al staan er sterke songs op als Bleke Lena, Middenstandsblues en Waar ik niet tegen kan. Mentaal zit het Raymond echter niet mee. Hij geraakt in een dipje en probeert te overleven door arrangementen te schrijven voor onder meer Cynthia Clay en Barry & Eileen (kennen we van de hit If you go). Pa zorgt dat hij hier en daar wat kan meespelen tijdens studiosessies. Hij gaat ook even meespelen bij de band van Kris De Bruyne.

In 1974 richt Raymond samen met Mich Verbelen, Stoy Stoffelen en Jean-Marie Aerts de  groep Bien Servi op. Na een poos wordt Jean-Marie vervangen door Jean Blaute en gaan de heren door het leven als The Millionaires. Er volgt in 1975, deze keer op het Philips-label, de langspeler “Ik doe niet mee”, goed voor twaalf liedjes waaronder als uitschieters Bierfeesten (als ik dit maar heb), De eerste minister en Ik wil de grootste zijn.  In de marge even vermelden dat Raymond Bierfeesten ooit aan Ann Christy heeft voorgesteld om op te nemen, maar zij is zo eerlijk hem te vertellen dat zij hem zo’n parel niet wil ontnemen en dat hij het beter zelf moet opnemen. Producer van dienst is de op dat moment populaire en gegeerde Nederlandse hitleverancier Hans Van Hemert. Die had in de jaren zestig samengewerkt met bekende popgroepen als Zen en The Motions en bezorgde nadien hits aan Mouth & MacNeal, D.C. Lewis, Liesbeth List en Ramses Shaffy. “Ik doe niet mee” werd wel geen plaat waaraan Raymond veel plezier beleefde. Van Hemert duldde niet veel inspraak. Raymond was en is nog steeds niet zo tuk op de arrangementen die Van Hemert schreef. Eén liedje op die plaat springt speciaal in het oor Janneman Robinson waarin Raymonds liefde voor Winnie the Pooh klinkt, hoofdpersonage uit de boeken van Alan Alexander Milne. Hij zal in interviews toegeven dat die fantasiewereld voor hem tijdens zijn jeugdjaren een openbaring was. Vooral de manier waarop de figuren door het boek heen leven, boeien hem, met een aparte voorliefde voor Konijn en Uil, en hoe dankzij die figuurtjes de gewichtigdoenerij en snoeverij van sommigen te kakken wordt gezet, iets wat hij later in zijn teksten ook met graagte zal doen. Raymond was zo’n jaar of zeven toen zijn moeder hem die verhaaltjes al voorlas, die hij later zelf op zijn beurt ging lezen om ze dan weer op zijn beurt aan zijn kinderen voor te lezen.

In 1976 gaat Raymond zijn vroegere kompaan Erik Van Neygen steunen wanneer die hem vraagt zijn eerste, titelloze elpee te producen, verschenen op het Parsifal-label, waarop twaalf liedjes met onder meer Eriks versie van Bleke Lena en voorts Vandaag, Vergeet, Voor haar en Alleen jou aan mijn zij. Dat jaar zien we Raymond ook driftig aan het werk tijdens de Gentse Feesten waar hij het publiek aan zich weet te binden met nummers als Gelukkig zijn en Bierfeesten.

Een jaar later wordt het album “Nooit meer drinken” gereleaset in een productie van Jean Blaute en met de muzikale steun van onder anderen Chris Joris, Mich Verbelen, Stoy Stoffelen, Berrie Jacobs en André Heyvaerts. Raymond heeft intussen een platendeal weten te versieren bij platenfirma EMI die hij voor een groot deel van zijn carrière trouw zal blijven. Aan tien liedjes heeft Raymond op deze elpee genoeg om zijn talent te etaleren. Liedjes als Zjoske schone meid (geschreven voor zijn toenmalige vrouw Joske Ceupens met wie hij drie jaar getrouwd blijft), Danielle, opgedragen aan zijn toenmalige nieuwe lief, Crazy pub, Winterochtend en het intussen tot een klassieker gebombardeerde Meisjes. Speciaal voor dit album werden er voor Meisjes nieuwe arrangementen geschreven. Vrij snel begint die single aan een bescheiden opmars in Vlaanderen. De twintigste augustus 1977 staat Raymond op twee in de Vlaamse Top Tien. Vreemd genoeg blijft de Top Dertig buiten bereik. De single laat voorgoed zijn sporen na en zorgt ervoor dat de naam van het Groenewoud niet meer weg te denken is uit de Vlaamse muziekwereld. Er bestaat ook een Franse versie van. Vreemd genoeg heeft hij het dan over Merde met op de B-kant Paroles en pratique. Net zoals Brussel aan de schoenzolen van Johan Verminnen kleeft, zo blijft Meisjes het eeuwigklevende stukje kauwgom voor Raymond. Voor velen is Meisjes de uiting van een  tijdgeest, een tijd waarin iedereen dacht dat alles kon, dat de wereld kon veranderd worden. In Meisjes klinkt Raymond ook op zijn best, vooral in een zin als “zeg dat Raymond van het Groenewoud het gezegd heeft“. Dit lied bewijst ook dat op het einde van de jaren zeventig het Vlaamse chanson meer maturiteit heeft verworven, meer body heeft gekregen. Nog zo’n uitschieter op die plaat is Italianen, zeker niet racistisch bedoeld, maar eerder een parodie op de typische belcantogetinte Italiaanse liedjes met, als het eventjes kan, hier en daar een mandoline op de achtergrond. Tijdens een opnamesessie waarvoor Raymond als muzikant was uitgenodigd door producer Roland Verlooven, daagde die de vooral jongere aanwezige muzikanten wat uit door te beweren dat de beste melodieën vooral door Italianen waren en worden geschreven. Als schoolvoorbeeld noemde hij O sole mio dat in de jaren zestig tot een grote hit werd gezongen door Elvis Presley als It’s now or never. Omdat Raymond nog een nummer nodig had voor zijn nieuwe elpee, besloot hij op een namiddag eens een echt melodieus liedje te schrijven. Met die opmerking van Roland in zijn achterhoofd werd het “Italianen hebben zin voor melodie, Hare Krishna, Traviata, Napoli!” En vervolgens scharrelde Raymond, zoals hij in ons interview vertelde, alle bestaande clichés over Italianen bij mekaar, en de rest was kinderspel. Diezelfde Roland Verlooven vertelde ons op zijn beurt tijdens een gezellig etentje in Keerbergen dat Raymond een van zijn grootste idolen is: “Van het Groenewoud schrijft in een paar zinnen waarvoor ik als componist honderd liedjes nodig heb!”

In 1978 brengen Raymond en De Millionaires het gelegenheidsprogramma “Omdat ik Vlaming ben”. Dat jaar is er vrij snel een opvolger voor de succesvolle plaat “Nooit meer drinken” en dat wordt, opnieuw in een productie van Jean Blaute, “Kamiel in Belgie”, een liveplaat met de volledige steun van De Millionaires. Geen extra bezetting met een pak aanvullende muzikanten, neen, een rechttoe rechtaan registratie van een rist bekende liedjes waaronder Gelukkig zijn en Maria, Maria, ik hou van jou en het amusante Vlaanderen boven. Dat liedje had Raymond opgenomen voor een tv-programma. Maar dat er smalend over koning Boudewijn werd gezongen, kon volgens toenmalig VRT-producer Bob Boon niet door de beugel en het lied werd gelijk afgevoerd. In Vlaanderen boven exposeert Raymond niet zijn onvoorwaardelijke liefde voor Vlaanderen, maar is het eerder een ironische liefdesverklaring. Op een bepaald moment zingt hij zelfs “Vlaanderen buiten!”, als lanceert hij hier een anti-Vlaamse slogan, maar de daaropvolgende zin “waar de vogeltjes fluiten” laat duidelijk horen dat hij de Vlaamse natuur liefheeft als geen ander. Vlaanderen boven staat niet alleen op het livealbum “Kamiel in België” (uitgebracht – zij het wat tegen de zin van Raymond in, want hij vindt niet gauw dat een liveplaat geslaagd kan zijn – op dringend verzoek van zijn platenfirma), maar verschijnt eveneens op single waarmee hij de vijftiende juli 1978 op één piekt in de Vlaamse Top Tien. Hij schreef dit liedje, gezien door de ogen van een Nederlander, zijn milieu dus. Het is een opsomming van wat Vlaanderen hem op dat moment biedt: “Waar er mossel met friet is, waar er kip aan het spit is, waar de kerk in ’t midden staat, waar de purperen hei bloeit en het geld in het zwart vloeit, waar men nauwelijks Nederlands praat, waar een diploma geen zin heeft en de koning geen kind heeft, waar de schuimwijnkoningin defileert, waar het volk goedlachs is en een vuist zonder kracht is.” In de BRT Top Dertig zit er de negentwintigste juni als hoogste notering een achtentwintigste plaats in. Kamiel, want het kind moet een naam hebben, is de naam van een fictieve hond die in het leven van Raymond opduikt op het moment dat hij het beu is om traditionele liedjes te schrijven. Hij wou vooral niet té voor de hand liggende dingen neerpennen. Kamiel is dan ook geboren in een hoekje van Raymonds absurditeit. De vijfde juni 2002 neemt Raymond ter gelegenheid van de zevenhonderdste verjaardag van “De Guldensporenslag” een bewerkte versie van Vlaanderen boven op waaraan twaalf bekende Vlaamse zangers en zangeressen meewerken, onder anderen Wll Tura, Sergio, Belle Perez, Bart Peeters en Sarah. De diverse hitlijsten blijven deze keer buiten bereik. In 1978 worden De Millionaires, De Centimeters. In die bezetting schitteren ze op het podium van Torhout-Werchter naast halfgoden als The Runaways, Gruppo Sportivo, Talking Heads, Dr. Feelgood, Nick Lowe en Dave Edmunds.

Zij laten voor de eerste keer op vinyl iets van zich horen in 1979 op de plaat “Ethisch reveil” waarvoor ook deze keer Jean Blaute de productie op zich neemt. Wij tellen negen liedjes waaronder Aalst (stad mijner dromen), Markies de Sade, Jaloers en Trek het je niet aan. De term ethisch reveil staat eigenlijk voor het streven naar herstel van de christelijke ethiek, een bewoording in Nederland geïntroduceerd door de toenmalige minister van Justitie Dries van Agt. Humo van de elfde september van dat jaar is vol lof over deze plaat. “Ja ik weet het: te veel lof is als look in een brakke maag: hij stinkt. Maar er is dan ook nooit een lp van eigen kweek geweest, die zo geklonken heeft, die zo uitblinkt door inventieve arrangementen, sterke nummers, magistrale muzikale techniek als deze “Ethisch reveil”. Raymond speelt Reeds!“. Aldus de journalist van dienst, die zonder blikken of blozen van het Groenewoud tot de Vlaamse Lou Reed kroont. De drieëntwintigste juni staat Trek het je niet aan op twee in de Vlaamse Top Tien, geschreven, als trouwe Bob Marleyfan, in een rocksteadyritme (maakte in 1966 in Jamaica nogal opgang), op het moment dat hij in Erembodegem (Oost-Vlaanderen) woont. Hij voelde de ongezonde druk van zijn platenfirma om nog maar eens een rist succesvolle songs neer te pennen. In zijn omgeving kende hij een mevrouw die veel werd afgesnauwd, zich continu op haar kop liet zitten en met haar voor ogen schrijft hij Trek het je niet aan. Op die plaat ook een ode aan Nonkel Frans. Raymond daarover in een babbel met Humo: “Mijn Nonkel Frans is een man die ik ontzettend graag hoor praten en die altijd van alles op de hoogte is, kwam op een dag met nog maar eens zo’n sterk verhaal aan over “Hoe daar in Engeland toch weer iets gebeurde, die vier gasten, de Beatles, dat zou toch iets fameus gaan worden”, en hij wapperde met “De Standaard”, waar de Beatles op pagina één stonden, wat, zeker in die tijd, op zich al een wonder was. Ik heb die foto urenlang bekeken en ik had het zitten, voorgoed. Zonder ooit een noot van de Beatles gehoord te hebben. Later heb ik een eepee gekocht met aan één kant I’ll get you en Roll over Beethoven en aan de andere It won’t be long en I wanna hold your hand. Van Roll over Beethoven was ik ziek, zo goed vond ik dat. Daarna kocht ik de single Twist and shout en Boys. Twist and Shout vond ik het beste wat ik ooit gehoord had.” In hun zomeragenda staat Torhout-Werchter weer genoteerd met deze keer op de affiche The Bintangs, Kevin Coyne, Tom Robinson Band, Talking Heads, Dire Straits en Rory Gallagher. Raymond is nooit vergeten dat er backstage een bikkelharde strijd werd gevoerd voor een ereplaats op het podium. Hij en de Centimeters waren intussen wereldberoemd in Vlaanderen en hadden dat ook aan de organisator, Herman Schueremans, laten weten, die daar eerst mee akkoord ging tot de dag zelf wanneer enkele “Amerikaanse pipo’s” (Raymonds eigenste woorden) lieten weten dat hun poulains voorrang moesten krijgen. Raymond wou eerst rechtsomkeer maken, maar zag in dat hij dat niet hard kon maken en heeft dat feit dan maar diplomatisch opgelost. Fans gaan in dat geval altijd voor.

Is het om onze oosterburen te plezieren, geen mens die het weet, maar in 1980 verschijnt er een Duitstalige elpee van Raymond Groenewoud und die Centimeters. Tien liedjes waaronder Sie ist fort, Mutter, Kieler Dealer en Mädchen. Veel hebben we er toen in de media niet over gelezen. Het feit dat het bij die ene release is gebleven, zegt méér dan genoeg. Raymond is de Duitse taal niet machtig, studeert het dan maar keurig fonetisch in, en gaat met die beperkte kennis van de Duitse taal op promotietournee in Duitsland. Dat is toch het plan, maar hij vindt dat “a bridge too far” en daarmee is het project op voorhand al een doodgeboren kind.

1980 wordt een jaar om met een gouden pen in zijn dagboek te noteren. Bij een zonnig weer en in een presentatie van John Peel en Guy Mortier sieren Raymond en De Centimeters het podium van “Pinkpop” in Geleen. Hij steelt daar de show voor de ogen van andere goden als The Jam, J. Geils Band, The Specials, Joe Jackson Band en Garland Jeffreys. Als geen ander weet Raymond als een volleerd showman het publiek te bespelen, vijftigduizend man sterk. Vooral zijn hartverscheurende versie van Je veux de l’amour dreunt na al die jaren nog na. Met de meezinger Maria, Maria, ik hou van jou zet hij het publiek helemaal naar zijn hand. Je veux de l’amour is oorspronkelijk een lied van de Canadese zanger Robert Charlebois. Hij weet niet meer precies of hij het voor de eerste keer op televisie zag bij Marc Didden thuis of privé, maar Raymond wilde er sowieso een extra dimensie aan toevoegen, een tandje bij schakelen, er iets meer punch aan geven dan Charlebois in de originele versie doet. Kwa thema en melodie blijft Raymond erg dicht bij het oorspronkelijke. Het lied gaat over een zanger die terugblikt op zowel de hoogte- als de dieptepunten in zijn carrière. Die zanger is maar naar één ding op zoek in zijn leven: liefde. De wanhoop overstijgt bij momenten én de tekst én de melodie, klinkt uiteindelijk als één grote schreeuw, die we al iets eerder hoorden in Meisjes. Puristen merken op dat hij die dag tijdens het zingen van Meisjes vooral op zijn moeder stond te roepen, al houdt zo’n opmerking hem niet bezig. Hij schrijft dat op het conto van wie hem wil ontleden, maar zelf gaat hij nooit op zoek naar de dieperliggende achtergrond van het hoe en het waarom van een liedje of zijn manier van staan te zingen. Op single staat Je veux de l’amour de achtentwintigste juni 1980 op één in de Vlaamse Top Tien. In de BRT Top Dertig vinden we de single de zestiende augustus op de tiende stek terug. De negentiende juli prijkt Raymond in de Nederlandse Top Veertig op achttien. Pas elf jaar later zal hij helemaal bovenaan staan, maar dat verhaal is voor later. Met het oog op het succes van Je veux de l’amour verschijnt in Nederland op het Odeon-label het album “Leven en liefdes” met op de A-kant zes live-uitvoeringen van zijn bekendste hits tot dan toe, waaronder Meisjes en Vlaanderen boven en op de B-kant zes studio-opnamen met onder meer Mama moet komen, Brussels by night en uiteraard Je veux de l’amour.

Raymond was, omdat toch even tussendoor te aan te stippen, een man van “wonen” op vele plaatsen, als kind al, heen en weer reizen tussen pa en ma en zijn stiefvader. Al lachend merkt hij tijdens onze babbel op dat hij zijn leven lang vaak zo diep in gedachten zit verzonken, dat hij dikwijls niet eens weet waar hij verblijft!

In 1981 neemt Raymond het zuiderse en zeer dansante Chachacha op. In de jaren tachtig werd de chachacha beschouwd als een van de favoriete dansjes van pa en ma, want in de jaren vijftig was dit samen met de mambo en de rock je van hét. Volgens het dansboekje is de chachacha een Cubaanse dans, gecreëerd door de Cubaanse orkestleider Enrico Jorin. Met Chachacha, in een productie van Jean Blaute en begeleid door De Centimeters, wou Raymond zijn eigen muziek en succes wat relativeren en deed dat door op een verzoenende manier de latinomuziek van zijn vader, Nico Gomez, feilloos in een dansbare melodie te gieten. Op zijn beurt mag pa bij zijn zoon komen meespelen tijdens de opname van één van diens grootste hits. Van al de tot nu toe uitgebrachte singles van Raymond scoorde Chachacha het hoogst. Op de B-kant staat Het verschil met mijn vriend Jan. In de BRT Top Dertig staat Chachacha de twaalfde december 1981 op vijf en in de Vlaamse Top Tien de eenendertigste oktober op één. Vader Gomez zet het in 1982 samen met The Copacabanas op zijn album “Latin Dance Hits” dat bij de firma Music for Pleasure verscheen. De eenentwintigste november 2002 wordt Chachacha tijdens een muzikaal festijn in het “Casino van Knokke” toegevoegd aan de “Eregalerij” van Radio 2 en Sabam. Ook gelauwerd die avond: Zo mooi, zo blond en zo alleen van Jimmy Frey en Zeven anjers, zeven rozen van Willy Sommers.

Dat luid meezingen met zijn hits, vooral in Nederland, dat soms meebrullen door een behoorlijk beschonken menigte, doet Raymond besluiten voorlopig niet meer live op te treden. Hij moet aan zijn werknemers, De Centimeters dus, laten weten dat de heren voortaan muzikaal vreemd mogen gaan. Naar aanleiding daarvan vertelt hij tijdens onze babbel dat hij wel vaker last heeft van zijn moody gedrag, wat hij tegelijkertijd als een zegen beschouwt. Door die spanning tussen zijn ups-and-downs gebeurt er veel meer, is hij veel creatiever in zijn artistieke bestaan. Die stemmingswisselingen zorgen ervoor dat hij een sabbatperiode inlast. Hij kan een poosje mee met dingen die nu eenmaal horen bij het populair -zijn en optreden voor een grote massa, maar na een tijdje heeft hij van die hele heisa en drukdoenerij schoon genoeg en heeft dan dringend nood aan een periode van rust waarin hij van dat alles wat afstand kan nemen. Voor een tijdje dan toch! Raymond heeft zin in een paar zijsprongen waaronder de productie van de plaat “Waar de lampen in de klinken blinken”, de debuutplaat op het EMI-label van Kamargurka en de Vlaamse Primitieven. Acht keer pure parodie en dat lust Raymond op dat moment wel. Een jaar later kloppen The Employees bij hem aan en gebruikt hij zijn kunsten als producer tijdens de cover van Play with fire van The Rolling Stones met op de B-kant Rich and famous, verschenen op het Antler-label. De bekende Nederlandse gitarist Harry Sacksioni vraagt Raymond of hij geen zin heeft in een paar akoestische optredens waarop hij graag ingaat en levert de nummers Hoogste tijd en Willoos voor Harry’s nieuwe plaat “Nachtjournaal”. Raymond zingt op de plaat mee met zijn eigen nummers en kruipt zelfs virtuoos achter de piano. Heeft het wat met de geboorte te maken van zijn zoon Jasper of gewoon omdat hij er zin in heeft, maar in 1983 gaat Raymond in op de uitnodiging van Radio 2 Omroep Brabant om twee liedjes te schrijven voor het album “Er komt geluid uit het behang”, naar het gelijknamige kinderprogramma. Die liedjes zijn Een slechte film en In de gracht.

In de maand september van 1983 heeft tijdens het filmfestival van San Sebastian de wereldpremière plaats van de film “Brussels by Night” van regisseur Marc Didden. Het is een soort stadsfilm die zich hoofdzakelijk in het Brusselse nachtleven afspeelt en in schril contrast staat met de op dat moment in Vlaanderen populaire plattelandsdrama’s van eigen makelij. Met deze film weet Marc Didden als regisseur door te breken samen met zijn regieassistent Dominique Deruddere. De titel van de film ontleent Marc Didden aan de gelijknamige song van Raymond van het Groenewoud die dat in 1979 al samen met De Centimeters voor het album “Etisch reveil” had ingeblikt. Voor alle duidelijkheid, Didden heeft zijn film niet aan de inhoud van het liedje Brussels by night opgehangen. Voor de soundtrack schrijft Raymond een rist nieuwe nummers waaronder Sandy, Schijten, Het gras is nat en Hallo…soms ben ik verlegen. Tijdens het “Festival van San Sebastian” kaapt de film de “prijs van beste debuut” weg en de zilveren trofee “Spaanse Federatie van Ciné-Clubs”. Een jaar later volgt de onderscheiding “outstanding film of the year” tijdens het “Filmfestival van Londen”.

Van de veertiende november tot en met de vijfde december 1984 vinden we Raymond aan het werk in de “Wisseloord Studio’s” in Nederland in het gezelschap van producer Hennie Vrienten naar een voorstel van Jo Govaert, toenmalig manager bij EMI België. Raymond heeft op dat moment vrede met die keuze omdat hij zich vooral met de content van de plaat wil bezighouden. Dat resulteert uiteindelijk in het album “Habba!” dat in 1985 wordt uitgebracht.  Qua backing vocals krijgt hij zelfs de steun van de diva’s Fay Lovsky en Mathilde Santing. Tien liedjes met onder meer een ode aan de Fietsbel en Ludo Coeck, verder het klankrijke Habba habba hoek hoek en het wat gewaagde Haile Selasie, maar dat het gewaagd was, had Raymond in het begin niet meteen door. Op de dag dat hij het schreef, had hij alleen maar een soort woordenspielerei voor ogen, meer niet. Bij de consequenties daarvan stond hij niet stil. Omdat hij een reggaeritme in gedachten had, kwam hij bij Selasie terecht. Haile was ooit keizer van Ethiopië en wat Raymond goed onthouden had, door de rastafaribeweging beschouwd als de reïncarnatie van Jezus. Bob Marley schreef ooit als eerbetoon aan hem Iron Lio Zion. De tekst “Eigenlijk heette Haile Selassie Albert Vandenbossche, maar was dat wel een goeie naam voor een rastaman, vooral met vibraasjens, eigenlijk was hij op vakantie in Ethiopië waar men hem totaal niet correct voor een keizer nam“, geeft meteen al aan dat Raymond het nogal speels bedoelde, maar zo werd het op dat moment niet door iedereen gehoord en beoordeeld. Het hoeft ons niet te verwonderen dat de plaat een mix is van pop en reggae en als je aan reggaeliedjes denkt, gezongen in je moerstaal, dan denk je onverwijld aan Hennie Vrienten en Doe Maar. Dat was dan ook de kritiek die snel volgde, dat het té zeer Doe Maar-achtig klonk. Twistpunt tijdens de opame was trouwens dat Vrienten de muzikanten van Raymond niet sterk genoeg vond en op zoek ging naar muzikanten van zijn keuze. Om elkaar niet op de spreekwoordelijke pik te trappen, werd er dan maar fiftyfity geselecteerd en dat vindt Raymond achteraf bekeken nog steeds een keuze van noch vlees noch vis, wat op die plaat ook te horen is. Vaak geprogrammeerd op de radio, en intussen een van Raymonds vele hits, is Stapelgek op jou.  De tweede november 1985 staat hij met deze single op twee in de Vlaamse Top Tien. Raymond schreef dit nummer samen met Kries Roose die ook voor Clouseau, Jan de Wilde en Get Ready zal schrijven. De eerste oktober van dat jaar krijgt hij van Sabam de “Hit-Trofee 1984″.

In 1986 wordt Raymond nog maar eens vader, deze keer van Leander. Hij is ook muzikaal erg productief, want hij lanceert in een productie van Hans De Backer het album “Ontevreden”, een plaat vol muzikale uitersten, gaande van het ingetogen en lang uitgesponnen Wat een fijne dag tot het Tin Pan Alley-achtige instrumentale Puppet Chou en in een soort bubblegumklinkende stijl geschreven Dommer kan het niet. The Archies hadden hier zeker een lekkere kluif aan. De studio wordt bevolkt door zo’n zeventien muzikanten die af en toe hun leuke inbreng mogen laten horen. De symfonische aanpak die hij voor de nabije toekomst in zijn hoofd heeft, is hier al hoorbaar, er mag in de studio al wat gestreken worden tijdens Wachten op de wagen in de nacht. Het lied dat ons het meest is bijgebleven, is Sire, rock en roll. “Sire, ik hou van rock en roll, sire, ik kan er niets aan doen, m’n ogen tranen, m’n hart schiet vol, ik hou écht van rock en roll“. In de hitlijsten wordt er niet op gereageerd, maar het is tijdens liveoptredens wel een blijver.

In 1987 besteedt Raymond tijd aan het schrijven van muziek voor de film “Crazy love” van Dominique Deruddere, gebaseerd op het werk van Charles Bukowski. De film is een zoektocht naar liefde. In de hoofdrollen zien we onder anderen Josse De Pauw, Geert Hunaerts en Michael Pas. Het scenario is van de hand van Dominique Deruddere en Marc Didden. Zij bedachten, met goedkeuring van Bukowski, een groot deel van het verhaal zelf. De film kreeg onder meer de “Joseph Plateauprijs” voor beste Belgische film en beste originele muziek. De negende september van dat jaar staat van het Groenewoud op twee in de Vlaamse Top Tien met het zeer dansante Calypso ce soir dat hij speciaal laat kruiden door de producer van dienst Lou Deprijck, die voordien met Two Man Sound al had laten horen hoe Latijns-Amerikaanse muziek hoort te klinken, door Raymond voor de gelegenheid vertolkt met een stevige knipoog naar pa Nico Gomez.

Je zou hem er niet misschien niet verwachten, maar in 1988 vinden we Raymond terug in het “Casino van Middelkerke” tijdens de “Baccarabeker” als coach van de West-Vlaamse ploeg die dan ook nog eens met de overwinning gaat lopen dankzij het talent van Ingeborg, Phil Graveyard en Clouseau. Koen weet nog goed dat Raymond op een dag kwam luisteren in hun toenmalige repetitiekot, de garage van hun geluidsman Pascal Braeckman in Halle. Raymond had een paar partituren bij zich met enkele songs die hij wilde voorstellen. Grote paniek, niemand kon notenlezen, maar ook niemand wou voor de ogen van Raymond afgaan. Een moment voor Clouseau om nooit te vergeten. Op hun repertoire stond verder onder andere Alleen met jou en Verlangen dat in duet met Ingeborg werd gezongen. Voor de rest zongen ze ook mee met enkele reggaeliedjes begeleid door Phil Graveyard. Kris herinnert zich dan weer dat het er in het begin slordig aan toe ging, maar toen de ze kordaatheid hadden opgemerkt waarmee John Terra zijn Limburgse team door de halve finale loodste, herpakten zij zich en gingen zelfs om twee uur ‘s nachts enkele danspasjes instuderen en een a-capellaversie in van Ze zit inoefenen. Ingeborg werd op haar beurt bekroond met de personalityprijs. Dat jaar schittert Raymond aan de zijde van Jan Decleir en Bea Van der Maat in de theaterproductie “De brand in Brel”. Jacques Brel was tien jaar voordien, de negende oktober, overleden. In “Humo’s Pop Poll” staat hij in 1988 op één. Ten voordele van het Rode Kruis neemt Raymond in 1988 in een productie van Johan Kerckhof het nummer M’n goeie ouwe Rode Kruis op. “Ik heb vertrouwen in dit huis waar men van medeleven bruist, een toevlucht voor een vreemde luis, m’n goeie ouwe Rode Kruis“. De dertiende augustus stond hij nog op drie in de Vlaamse Top Tien met Intimiteit uit het album “Intiem” opgenomen in “Studio Jet” in Brussel.  Raymond schreef Intimiteit bewust om een deel van zijn publiek te behagen dat zijn spielereien graag lust en niet zozeer zijn rockende repertoire. Raymond merkt tijdens onze babbel op dat hij weet dat zijn ernstige aanhang het jammer vindt dat hij dit doet. Omdat het zo makkelijk in hem opwelt, het zo vlot klinkt en melodisch vergelijkt hij het met zijn mozartiaanse kant, zonder zich op het niveau van deze klassieke componist te willen tillen. Hier en daar heeft hij op zijn manier Eine kleine Nachtmusik geschreven. Hij heeft, vindt hijzelf, met Mozart gemeen dat de muziek die hij schrijft wel oké is, maar op tijd en stond ook met halfgare creaties op de proppen mag komen. Intimiteit schreef Raymond op weg van de Kempen naar Brugge na een vrij luidruchtig optreden samen met Roland Van Campenhout. Het optreden suisde nog na in zijn oren, toen als een soort geschenk uit de hemel, met tekst en al, het liedje in hem opborrelde. Hij is speciaal langs de kant gaan staan om het op te schrijven en het nadien thuis verder af te werken. Op die vrij rustige plaat “Intiem”, ook liedjes als Zo graag dicht bij jou, het opvallende De lotgevallen van Engelbert Humperdinck en het door Kamagurka geschreven Weg met Boudewijn (Leve Fabiola). Ook vaak gedraaid uit dat album is Omdat ik van je hou dat op single de achttiende maart 1989 op tien belandt in de Vlaamse Top Tien. Het nummer werd geïnspireerd door een toenmalig lief van Raymond dat tuk was op Latijns-Amerikaanse muziek. Puur voor de lol schreef hij, vooral om zichzelf uit te dagen, een liedje in Mexicaanse stijl. De melodie kwam vrij vlot en voor de tekst ging hij bewust op zoek naar romantische woorden omdat de melodie er nu eenmaal om vroeg en omdat hij er bewust geen weerhaken aan wou toevoegen, kortom het niet stukmaken zoals hij dat normaal wel deed. Omdat ik van je hou is een van de meest gecoverde liedjes van Raymond, want nadien zal het op cd worden gezet door onder meer Mama’s Jasje, Free Souffriau en Guido Belcanto. Het album werd met een niet overdreven budget ingeblikt. Het was vooral dankzij de goodwill van heel wat van Raymonds collega’s dat de setlist behoorlijk omvangrijk oogt. Nog een uitschieter op die plaat is Hallelujah, ze is van mij, origineel van de hand van Ray Charles. Die zette het in 1957 als Hallelujah I love her so op plaat voor zijn debuutelpee op het Atlantic-label, in een productie van de legendarische producer Jerry Wexler. Raymond kent het ook in de versie van The Animals. In een wat verloren moment lukte het hem behoorlijk snel er een Nederlandstalige tekst bij te schrijven. Is het ook zo dat in zijn eigen liefdesrelatie zijn lief exclusief van hem is? Raymond geeft eerlijk toe dat daarbinnen geen plaats is voor een derde persoon. Hij schept graag een band waarin het belangrijk is dat zij met hun tweetjes zijn. Dat verknocht-zijn aan mekaar consumeert hij al jaren als bijzonder hevig, met als nadeel dat het na een tijdje kan opgebrand zijn, wat hij aan den lijve meermaals ondervonden heeft.

Omdat het kind een naam moet hebben, doopt hij zijn vaste begeleidingsgroep bestaande uit Rik Aerts, Walter Mets, Kries Roos en Hans De Backer, De Vlaamse Mustafa’s. Vanwaar die naam? Hij had tijdens de Gentse Feesten de Britse groep 3 Mustaphas 3 gezien. Begin 1990 is er de verzamelaar “Meisjes”. Nog voor de cd in de winkel ligt meteen goed voor goud, méér dan vijftienduizend exemplaren vooraf besteld. Vlaanderen boven staat verzameld op dat album samen met onder andere de titelsong, Bleke Lena, Stapelgek op jou, Chachacha en het vaak over de radio te horen Ik ben de man. Die macho staat de eerste september van dat jaar op acht in de Vlaamse Top Tien. Omdat het hem na aan het hart ligt, schrijft hij nog maar eens de muziek voor een film, deze keer voor “Sailors don’t cry” van Marc Didden met in de hoofdrollen Hilde Van Mieghem, Josse De Pauw en Johan Leysen. De titelsong schrijft Raymond samen met Elisa Waut met wie hij het nummer samen inzingt en dat in singleversie op het Ariola -label verschijnt.

Voor het album “Neem je tijd”, naar het gelijknamige programma van Radio 1, covert en vertaalt Raymond in 1990  I want you van Elvis Costello als Ik wil je en Ces gens-là van Jacques Brel als Dat slag volk. Roland Van Campenhout vraagt hem of hij niet wil meewerken aan diens album “The last tribe” waarvoor Raymond onder andere mee de arrangementen schrijft. Als vanouds vliegt hij er live weer in. Hij pakt in dat jaar ijzersterk uit met Liefde voor muziek. In de bioscoop had hij tien jaar eerder samen met zijn moeder de film “The Blues Brothers” gezien in een regie van John Landis met in de hoofdrollen Dan Aykroyd en John Belushi en was hem vooral die scène bijgebleven waarin James Brown als dominee een gospelceremonie leidt. Hem trof meteen hoe dat helemaal anders klonk en oogde dan die stroeve erediensten bij ons. Volgens Raymond mag er bij ons in de kerk wat meer passie en soul aan bod komen. Liefde voor muziek was al een hit tijdens zijn liveoptredens. Voor Raymond is dit nummer rock-’n-roll, pure ADHD, heerlijke waanzin. Alleen kon hij het in de studio niet laten klinken zoals hij wou. Waar vind je überhaupt een gospelkoor dat keurig in het Nederlands kan zingen? Maar na veel plak- en knipwerk in de montagecel en de backingstem van Sofie als extra steun, is die gospel toch geslaagd te noemen op plaat geraakt. De zestiende februari 1991 staat het nummer op één in de Vlaamse Top Tien en de zesde april op één in de Top Dertig. Ook in Nederland is het goed raak met deze single, daar mag hij de achttiende augustus op één in de Top Veertig prijken.

“Sensatie” is de titel van het in “Studio Jet” opgenomen album dat van het Groenewoud in 1992 neerzet. Naast De Vlaamse Mustafa’s doet hij tijdens de opnamen een beroep op onder anderen Hugo Mathysen, Peter Despiegelaere, Wilfrido Delvalle, Bart Quartier en Evert Verhees. Zestien liedjes sieren de plaat die inzet met Mustafa omdat Raymond in een mustafaperiode verkeerde. Na al die jaren kan hijzelf nog altijd niet goed uit aan de inhoud van die song en vanuit technisch oogpunt bekeken, is hij helemaal niet trots op dat lied. Het wordt misschien duidelijker als je weet dat De Vlaamse Mustafa’s in die tijd met Mustafa hun optredens begonnen en er een verdoken soundcheck in zit, want het nummer is instrument per instrument opgebouwd. Leuk meegenomen voor de geluidsman om het geluid tijdens de uitvoering nauwkeurig af te stellen. Er wordt op deze plaat ook lekker op los gerockt, onder andere in Razernij (met dank aan Lou Reed) en Total Loss en daarnaast ingetogen gespeeld en gezongen in liedjes als Eerlijkheid, Sensatie en Je zou eens moeten weten. Tekstueel mag Raymond zich nog eens laten gaan in het nonsensicale Torremolinos. Behoorlijk platgedraaid, mogen we zeggen, is Warme dagen. Raymond koestert nog steeds de dagen waarin het leven geen problemen schijnt te bieden. Dat waren vroeger vooral de vakanties die de wat saaie schooldagen onderbraken en waarin je er alleen maar kommerloos moest voor zorgen dat je luchtbed was opgeblazen en dan richting het zuiden met daar een zwoele avond op een zuiders terras. Die single releases worden niet in echte hits omgezet. Voor Warme dagen zit er de twintigste juni 1992 in de Vlaamse Top Tien een zesde plaats in, in de Ultratop een bescheiden veertigste. Wanneer Clouseau in 1992 uitpakt met hun album “Doorgaan” zijn ze apetrots te kunnen melden dat Raymond twee songs voor hen heeft geschreven, Verlangen en Vanavond ga ik uit. Sinds de “Baccarabeker” kende Raymond Koen en Kris vrij goed. Wat Raymond achteraf bekeken beter niet had gedaan, was vooraf aan Koen vragen waar zijn muzikale voorkeur naar uitging. In het geval van Koen is dat meestal Amerikaans getinte hardrock. Met die kennis begon Raymond spontaan aan het schrijven van Vanavond ga ik uit. Hij is zo eerlijk om nu toe te geven dat het niet het perfecte lied is om door Koen gezongen te worden. Verlangen had Raymond nog in de kast liggen om zelf op te nemen, maar hij stond het met graagte aan Clouseau af.

Samen met Harry Sacksioni en Frank Boeijen, die net beslist heeft solo verder te gaan, plannen ze een aantal concerten in Nederland en België. Boeijen hapt graag toe, want hij ziet in hun gezelschap een Laaglandse versie van Crosby, Stills & Nash. Dit “supertrio”, zoals ze zichzelf durven te noemen, doet in februari en maart 1993 ruim twintig uitverkochte theaters aan. Om wellicht aan de vraag van de fans tegemoet te komen, brengt EMI de verzamelaar “De rug van het doosje” uit met daarop de oeroude versie van Maria, Maria ik hou van jou, liedjes die hij voor “Neem je tijd” van Radio 1 had geschreven en ingeblikt, enz. Dit album maakt deel uit van een verzamelbox met daarin negen eerder verschenen platen, eindelijk dus op cd! Omdat vreemdelingenhaat in het dagboek van Raymond niet voorkomt, verwoordt hij zijn stellingname tegen racisme in het lied L’étranger c’est mon ami waarvan hij een exemplaar aan de koninklijke commissaris van migrantenbeleid, Paula D’Hondt overhandigt. Datzelfde jaar worden de Mustafa’s bedankt voor hun bewezen diensten.

Van het Groenewoud wil al een tijdje bewijzen dat rock en klassieke strijkers erg goed bij elkaar passen, als je maar de juiste arrangementen schrijft. Voor hem zijn dat op dat moment leuke uitstapjes om de zogeheten monotonie te doorbreken. Hij prijst zich een gelukkig mens die zowat alles gedaan heeft wat je op muzikaal vlak kunt presteren: in cafés zingen, in het theater, op Pinkpop, Torhout-Werchter én dus nu ook met een stel strijkers achter zich. Door de jaren heen heeft hij geleerd dat allemaal aan te kunnen en daar is hij nog steeds trots op. De twaalfde november 1993 begint hij aan een rist concerten onder de titel “De minister van ruimtelijke ordening” met als begeleiders Cesar Janssens op drums, Vincent Pierins op bas, Tom Daniels op synthesizer en Bertus Borgers op sax. Deze heren verzamelt Raymond als De Straffe Mannen.. Hij wou het op dat moment qua begeleiding een beetje intiemer na al die drukte en heisa die het succes, vooral in Nederland, van zijn hit Liefde voor muziek met zich had meegebracht. Live waren die haast tumultueuze toestanden niet meer te harden. De verpakking, de aanpak moest dringend kleiner, het moest weer te vatten zijn. Raymond mag dankzij deze bezetting eindelijk nog eens optreden voor een luisterend publiek. Hoogtepunten van die tournee horen we op het album “De minister van ruimtelijke ordening” met een symfonische Raymond tijdens Alles is ijdelheid en Het ruisen van de wind. Deze invalshoek is zo’n succes dat er ook een tournee in Nederland volgt. Met De Straffe Mannen wordt er niet alleen symfonisch opgetreden, maar ook stevig gerockt, wat op menig Vlaams podium in die tijd een lucratieve zet blijkt te zijn. Van het Groenewoud kan de cinema niet uit zijn hoofd zetten en dat hoeft ook niet, want hij schrijft de soundtrack voor “Walhalla” van regisseur Eddy Terstall, een thriller die de achtste juni 1995 in première gaat. Er verschijnt ook een cd met daarop veertien liedjes uit die prent waaronder Walhalla, Het walsje van Marie, Somers voetbalt, Varkenskop en Miss Tanga. Raymond start dat jaar ook met een nieuwe theatervoorstelling “De minister van Landsverdediging”. De derde oktober 1996 gaat de film “Laagland” van regisseur Yolanda Entius in première. Voor deze film, met in de hoofdrollen onder anderen Tom Jansen, Lineke Rijxman en Marcel Musters, schrijft Raymond onder andere zijn meesterwerk Twee meisjes. Zelfs hij vindt de structuur een beetje bizar, al voelt hij wel aan dat niet iedereen het had kunnen schrijven, het is echt iets van hem. HIj vertelde ons tijdens ons interview dat hij het op een rustige, zonnige namiddag schreef tijdens een vakantie aan het Lago Maggiore. Hij was toen verliefd op een stewardess, Nana, en ging, als hij wat tijd had, dicht in haar buurt in Milaan logeren. Zo trokken ze er op zeker moment op uit, richting Lago Maggiore, waar hij op het strand indommelde en na zijn siësta met een melodietje in zijn hoofd zat. Hij had geen dictafoon bij de hand en bleef het liedje in zijn hoofd herhalen tot hij uren later terug op zijn hotelkamer belandde.

Twee meisjes steekt in zijn oeuvre boven alles uit en werd niet zomaar zijn zoveelste hit. Gelukkig maar, want daarvoor klinkt het te kostbaar. Van 2007 tot 2011 staat Twee meisjes telkens op één in de lijst “100 op 1″ dat Radio 1 uitzendt, op de voet gevolgd door Ne me quitte pas van Jacques Brel, die het in 2012 op die eerste plaats van Raymond eventjes overneemt. In 2013 voert Raymond de lijst weer aan, deze keer op de hielen gezeten door Als ze lacht van Yevgueni om in 2014 de duimen te moeten leggen voor Mia van Gorki die dan de top mag aanvoeren. In zijn boek “Belpop – de eerste vijftig jaar” schrijft Jan Delvaux: “Twee meisjes toont dat de eigen taal bijna altijd wint op het terrein van de echte dingen des levens. De teksten die iedereen kent en/of belangrijk vindt, zijn in het Nederlands. Zeer velen hebben een Nederlandstalig nummer tussen hun favorieten aller tijden.” Jan Hautekiet vult die uitspraak van Jan aan met: “Het is weinig artiesten gegeven om in hun latere periode nog iets toe te voegen aan hun oeuvre wat de rest in die schaduw kan stellen“. Vergeten we niet dat Raymond zesenveertig is wanneer hij Twee meisjes schrijft. Het nummer staat ook te pronken op zijn album “Ik ben god niet” dat de achtste februari 1996 verschijnt, opgenomen in de vertrouwde “Studio Jet”. Producer van dienst is Johan Kerckhof. De begeleiding is bewust klein gehouden wat de sfeer extra in de hand speelt en de cd een livesfeer meegeeft. Ik ben god niet schrijft Raymond omdat hem iets dwarszat in zijn toenmalige relatie. Hij werd daarin te veel opgeëist, hij had daarnaast ook nog zijn carrière die hij moest invullen en waaraan hij tijd moest besteden. Die bespiegelingen schrijft hij neer als volgt: “Dit zal je wel verbazen, ik kan niet alles aan, ik ben nogal eenvoudig uit mijn lood te slaan, ik veeg niet elk obstakel fluitend van de baan, wie had dit ooit gedacht, zoveel bescheidenheid, ik heb niet overal voor alles tijd.” Of Raymond iets met God heeft? Wel iets met de schepping als zodanig en hij heeft geen enkele moeite die god te noemen. Moeder Natuur kan net zo goed. De line-up in de studio wordt weer gevormd door de vier basismuzikanten en naargelang de bruisende ideeën het vragen, wordt er een hammondorgel B3 of een Wurlitzerpiano aan toegevoegd. Op het album staat ook het funky Niet huilen en het bijna elf minuten durende Wie zingt er dit lied. Dat jaar krijgt hij van het Vlaamse weekblad Panorama een “Gouden Prosper” voor zijn gehele oeuvre. Op TV2 wordt de negentiende februari “Je moest eens weten hoe gelukkig ik ben” uitgezonden, een documentaire over het fenomeen van het Groenewoud. Naast zijn tournee als minister van landsverdediging waarmee hij zowel door Vlaanderen als Nederland trekt, ook nog in 1997, maakt hij tijd vrij om samen met zijn collega Fernando Lameirinhas (Jess & James) diverse culturele centra te passeren met hun voorstelling “Vlaamse soul en eigentijdse fado”. Raymond zorgt voor de Vlaamse kruiding en Fernando voor de Portugese saudade.

Blijkbaar krijgen de fans er nooit genoeg van en weet Raymond steeds een nieuw publiek aan te boren dat in zijn repertoire geïnteresseerd blijft, want in 1997 brengt zijn platenfirma EMI de verzamelaar “Liefde voor muziek” op de markt met daarop zesendertig tracks, beginnend met de titelsong en eindigend met Zanger zonder meer. Voor Marc Didden is de eer weggelegd om bij elk liedje een anekdote of het ware verhaal te schrijven. In de Album Top Honderd geraakt hij de negenentwintigste november 1997 echter niet hoger dan de dertigste plaats.

Een trapje hoger staat hij wanneer hij samen met het Steylaerts-kwartet door Vlaanderen trekt met zijn tournee “De minister van cultuur”. De strijkersarrangementen werden door Raymond keurig zelf uitgeschreven én bedacht. De dertigste april mag hij ‘s avonds ceremoniemeester spelen tijdens “Nekka Nacht ’99″ in het Sportpaleis van Antwerpen. Hij deelt daar het podium met The Clement Peerens Explosition, Boudewijn de Groot, De Mens, Willem Vermandere, Stef Bos, Geert Hautekiet, Johan Verminnen en Dirk Denoyelle. Zij coveren met veel zin voor fantasie tal van zijn bekendste liedjes. Jean Blaute produceert Raymonds nieuwste album “Tot morgen”, opgenomen tijdens de maanden juni en juli 1998 in “Studio Synsound” te Laken. Technicus van dienst is Dan Lacksman. Jean-Marie Aerts doet nog eens mee samen met onder meer Jan De Smet, Karel Steylaerts, Ronny Mosuse en zijn zoon Leander van het Groenewoud. De plaat zet in met de opvallende zin “Elke morgen dat ik mijn ogen open, zou het zonder zorgen moeten zijn!“. De reacties op het album  zijn verdeeld, zeker als het lied Harde Porno de revue passeert.: “Ja en nee, is dat niet prachtig? Eerst van voor en dan van achter, naar de bron, is dat niet machtig? Kijk eens aan, ik word weer drachtig. Hier zit ik met m’n fluit in m’n vuist, voor de tv, we gaan samen uit, in opwinding, fluit in m’n vuist, voor de tv, we gaan samen uit.” Raymond beaamt nog maar eens tijdens onze babbel dat hij iets tegendraads heeft, maar niet te allen tijde, want dit lied vindt hij terecht geschreven. Hij wordt er nog altijd niet goed van als hij menig BV in Vlaanderen de kop ziet draaien wanneer hun de vraag wordt gesteld of ze ook naar porno kijken. Dat hypocriete gedoe daarrond, die gespeelde afstandelijkheid naar het onderwerp toe, die ontkenning daaromtrent, noopte hem dit nummer te schrijven. In dit liedje bekent hij kleur: ” Ja, ik kijk als BV ook wel eens naar porno!” Zonder het te willen, komt hij in zijn songs soms uit de hoek als een moralist. Hij herkent daarin duidelijk zijn moeder, die had ook altijd zoiets van haar mening te moeten uiten. Dus duidelijk genetisch bepaald, al hoeven we er in het geval van Harde Porno niet méér achter te zoeken dan dat het maar een liedje is.  In zijn gewone omgang met mensen zal Raymond zich nooit zo scherp uiten, dan gaat hij omzichtiger te werk. Hij wil dan zijn entourage zo weinig mogelijk lastigvallen met zijn mening. Harde porno is trouwens een dubbeltje op zijn kant. Tijdens feestelijke liveoptredens is het een schot in de roos, maar in culturele middens waar hij zich wat hoort te gedragen, is het haast uit den boze.  Uit het album “Tot morgen” verschijnen Een beetje tederheid (cover van Try a little tenderness), Foei foei foei, In mijn hoofd en Bij jou te zijn op single. Van het Groenewoud is het inmiddels gewoon geraakt dat de hitlijsten door de bank een eind uit de buurt blijven.

Een beetje bruinen lukt hem vrij aardig wanneer hij in de zomer van 1999 met De Straffe Mannen, nog straffer gemaakt door de aanwezigheid van Jean Blaute op toetsen en Thomas Vanelslander op gitaar, de zonnige podia op stapt. Die combinatie is niet vol te houden, want Jean Blaute heeft de handen vol met onder andere zijn platenlabel “Needrecords” en Bert Embrechts neemt de plaats in van bassist Vincent Pierins. Wanneer de dertiende november prins Filip en Mathilde d’Udekem d’Acoz hun verlovingsfeest organiseren, speelt Raymond samen met De Straffe Mannen als openingsdans op hun feest een cover van Eric Claptons Wonderful tonight. Naar aanleiding van Raymonds vijftigste verjaardag verschijnt in 2000 een overzicht van zijn songteksten in het boek “Je veux de l’amour”. In zijn voorwoord uit zijn Nederlandse collega Boudewijn de Groot zijn waardering voor Raymond. Die zegt op zijn beurt daarover in een interview met Het Belang van Limburg: “Hem neem ik au sérieux in zijn waardigheid en soberheid. Om dan te moeten lezen dat hij zich zo kan laten gaan in zijn appreciatie voor mijn werk, daar ben ik van gepakt. Daar heb ik meer aan dan aan het feit dat een collega een lied van mij zingt.” Bij dat boek zit ook een cd met daarop elf liedjes waaronder Mijnheer de postbode, Het gras is nat, Vrouwen en Wijd en zijd. Het boek, dat tweehonderdzesenvijftig pagina’s telt, werd uitgegeven bij Nijgh & Van Ditmar. In 2000 levert Raymond de muziek voor de film “Iedereen beroemd” van Dominique Deruddere, die de twaalfde april in première gaat met in de hoofdrollen Eva Van der Gucht, Josse De Pauw en Werner De Smedt. Raymond zingt onder meer Lucky Manuelo, Asjeblief en Ik neem je mee. De film zal het jaar nadien een Oscarnominatie krijgen als “Beste niet-Engelstalige film”.

Tijdens de maand april 2001 vinden we Raymond met zijn begeleiders op het “Nasionale Kunstefees” in het Zuid-Afrikaanse Oudtshoorn. Om zijn niet-zittende gat voldoende bewegingsvrijheid te gunnen, trekt hij met het oog op een nieuwe release afwisselend naar “Studio du Manoir” in het Franse Léon en “Studio Caraïbes” in Brussel om daar zijn nieuwste album “Een jongen uit Schaarbeek” in te blikken met de productionele steun van Christine Verschorren. Raymond had al met haar samengewerkt voor de soundtrack “Iedereen Beroemd”. Je kunt dit album gerust een zelfportrettering noemen. De productie blijkt een positieve match, want samenwerken met een vrouw werkt Raymonds haantjesgedrag in de hand en hij geeft dan ook van bij de eerste noot het beste van zichzelf. Of de liedjes met haar wat te maken hebben, laten we in het midden: Je t’aime, Zo zot van haar, Ik ben blij en Ik hou van haar, spreken tot de verbeelding. Een parel om te koesteren is en blijft de titelsong Een jongen uit Schaarbeek dat heel frêle wordt neergezet door Pol Depoorter op akoestische gitaar, Karel Ingelaere op viool, Yves Cortvrint op altviool en Karel Steylaerts op cello. Het wordt haast engelachtig gezongen door Sarah Bettens met Raymond op de accordeon en de piano. “Een jongen uit Schaarbeek” is ook de titel van de theatertournee waarmee Raymond en zijn groep tot en met 2003 on the road gaan. In het weekblad Knack schrijft Eddy Hendrix hierover ” In Een Jongen uit Schaarbeek spreekt méér dan ooit Raymonds dualiteit: de nar die ontevredenheid spuwt, de getormenteerde ziel die zichzelf uitlacht. Tristesse en melancholie gaan zowel tekstueel als muzikaal voortdurend hand in hand. Schokkerige en cabareteske nummers wisselt hij af met levensliederen met een afwijkend chromosoom. Raymond is de man die je laat geloven dat het leven walgelijk zwaar en tegelijk vederlicht is.”

Waar hij de tijd vandaan heeft gehaald, weten we niet, maar in 2002 wordt zijn derde zoon Luca geboren. Over de respectievelijke moeders van zijn kroost komen we nooit veel te weten, maar daarover straks iets meer. Zijn kersverse zoon Luca zal hij op dat moment niet veel zien, want hij mag meteen zijn koffers pakken richting Maleisië, Thailand en Singapore. Hij gaat daar een pak Vlamingen die ginds verblijven, proberen Vlaanderen boven aan te leren.

Raymond heeft publiek nodig. Hij moet regelmatig op tournee en richting het theater. Geen titel is hem daarbij te gek of te vreemd om die tournee in een vorm te gieten. Deze keer heet de dekkende vlag “Schweinhund”. De negentiende januari 2004 lezen we daarover in De Standaard: “Schweinhund is een geheven middelvinger aan de wereld, maar tegelijk een smeekbede om contact. Het is een evocatie van dag en nacht, van ontbinding en samenkomen. Het gaat over wat hem drijft. Zoals hij in het beginlied zingt: ,,Het komt nooit goed, en juist daarom: doorgaan!” Eenentwintig en tweeëntwintig mei 2004 staat van het Groenewoud samen met zijn publiek te genieten van zijn optredens in de “Arenbergschouwburg”. We lezen in hun programmablad: “Omdat er maar één is, met een schatkist van 400 tijdlozeliedjes. Er is er maar één zoveel tegelijk en hij laat geen register ongeopend. Laat u beroeren door zijn heldere kijk en enig geluid. Raymond maakt elke avond een andere mix, ontstaan in de opwelling van het moment. Deel in z’n blijdschap, z’n wanhoop en z’n liefde. Raymond van het Groenewoud: zang en gitaar, Cesar Janssens op drums, Bert Embrechts, bas en Thomas Vanelslander, gitaar”.

Of van het Groenewoud wat met Sinatra heeft? Als je het ver gaat zoeken wel, want The Voice nam ooit My way op, geschreven door Paul Anka op een melodie van Claude François en dat was het nummer Comme d’habitude dat Raymond in 2004 op plaat zet als Zoals gewoonlijk, in een arrangement van Peter Vermeersch. Dat nummer is tegelijk ook de opener van zijn cd “Ballades” die de vierentwintigste oktober 2004 in de winkels ligt. Het is de zoveelste “best of” met deze keer een selectie van zijn mooiste trage nummers plus vier eerder onuitgegeven opnamen. Bij de achttien liedjes geeft Raymond in de bijsluiter telkens zijn persoonlijk commentaar.

Dinsdag veertien februari 2005 krijgt van het Groenewoud in de “Ancienne Belgique” in Brussel een “Zamu Award” aangeboden. Hij wordt die avond voor zijn volledige carrière in de bloemetjes gezet en krijgt uit handen van Johan Verminnen en Brussels minister Guy Van Hengel een Lifetime Achievement Award. Hij was daar eerder al in de prijzen gevallen tijdens de Zamu Awards ’94, ’98 en ’99 in de categorieën auteur/componist en zanger Nederlandstalig. Of het door die Lifetime Achievement Award komt of niet, maar op zijn volgende album wil Raymond als “Mr. Raymond” worden aangesproken. De productie is deze keer in handen van Peter Vermeersch met technische bijstand van Michel Andina. “Studio Jet” is de vertrouwde plek waar er tijdens de zomermaanden juni en juli wordt opgenomen. Er worden twee versies van dit album op de markt gebracht: eentje met vijftien liedjes en eentje met een bonus-cd, speciaal voor de fans, met acht liedjes extra. Van het Groenewoud slaat tweemaal de ogen ten hemel en dat in Het nummer van God en Jezus was sexy. Het titelnummer Mr. Raymond staat de negenentwintigste oktober 2005 op negen in de Vlaamse Top Tien. Het album zelf vinden we de vijfde november terug op de vijfentwintigste plaats in de Album Top Honderd. Op dit album vinden we ook het nummer Schweinhund terug.

De zevenentwintigste februari 2008 lezen we in De Standaard: “Het Vlaams parlement heeft woensdag een gouden erepenning uitgereikt aan Will Tura, Raymond van het Groenewoud, Dirk Brossé en Tom Barman. Deze vier artiesten werden gelauwerd omdat ze zich verdienstelijk hebben gemaakt in de hedendaagse muziek. Het Vlaams parlement reikte eerder al gouden erepenningen uit voor economie, beeldende kunst, wetenschap, literatuur en sport. Ditmaal koos het Vlaams parlement voor het thema “hedendaagse muziek”. “Meer dan welke cultuurvorm ook, treft muziek de mensen recht in het hart”, zei Vlaams parlementsvoorzitter Marleen Vanderpoorten in haar toespraak. Raymond Van het Groenewoud zit al 38 jaar in het vak. Hij brak door in 1977 met Meisjes en bouwde intussen een groot en zeer gevarieerd repertoire op.”. Dat jaar is er het feestelijk album “Feest! Live”, liveopnames (de derde live-cd in zijn carrière) die de twaalfde januari en de twaalfde maart 2008 waren ingeblikt tijdens optredens in “CC De Herbakker” te Eeklo en “PC Arenberg” in Antwerpen. Als earcatcher is er de versie van Je veux de l’amour samen met Jan Decleir en staan er op het album drie liedjes die nooit eerder op cd zijn verschenen: Hoe zie ik eruit, Geweldig en Kip aan ‘t spit. Dit album wordt via intekening in een luxe verpakking de vierentwintigste mei exclusief in “De Morgen” aangeboden. Diezelfde tracks verschijnen ook in de winkels op de cd “Live zoals het is”, in het totaal elf liedjes en Komaan met dat lijf als bonustrack dat de tiende mei op zeven in de Vlaamse Top Tien genoteerd staat.

Qua auteursrechten moet het lekker aantikken, want in 2011 verschijnt op het EMI-label de driedelige verzamelaar “Omdat ik van je hou”, samengesteld door de Nederlandse muziekkenner Vic van de Reijt. Zestig schone liedjes in het totaal, beginnend met Maria, Maria ik hou van jou en eindigend met Het gaat om ons. De verzameling is ingedeeld in: cd 1 “Meisjes”, cd 2 “Twee meisjes” en cd 3 “Ik hou van Hollanders”. Voor verzamelaars is het leuk dat je bij elk liedje terugvindt op welke plaat het voor de eerste keer opdook. Vic schrijft in zijn voorwoord: “Zestig jaar is Raymond geworden, op veertien februari 2010. Deze driedubbele cd met zestig hoogtepunten uit zijn oeuvre is zijn verjaardagscadeau. En, omdat hij van ons houdt, deelt hij dit cadeau met zijn hard core-fans (die eigenlijk alles al hebben), met zijn vrienden en alle overige muziekliefhebbers in België en Nederland (ook al kennen die meestal maar één verzoeknummer)“.

Aan Martin Heylen vertelt hij openhartig in diens boek “Raymond van het Groenewoud-In mijn hoofd” dat in 2011 verschijnt, dat hij in zijn leven drie keer getrouwd is. Zeven keer is hij begonnen aan een relatie die hij au sérieux nam. De grote en blijkbaar standhoudende liefde in zijn leven is zijn relatie met voormalig VRT-journaliste Sigrid Spruyt met wie hij al een heel tijdje omging voordat hun relatie in 2004 in de rioolpers uitlekte. Zij zijn beiden BV’s, maar zij konden hun relatie tot dan toe goed onder de radar houden. Om eventuele roddels en misverstanden uit de weg te ruimen, maakt Raymond dat jaar tijdens het tv-programma “De laatste show” op Eén hun relatie officieel bekend. De zesde april 2009 treden zij tijdens een plechtigheid op het stadhuis in Brugge in het huwelijk. Eind november 2010 verlaat Sigrid definitief de VRT om al haar tijd in het gezelschap van haar man door te brengen. Uitgerekend dat jaar ontvangt van het Groenewoud samen met Willy Sommers van Radio 2 en Sabam tijdens het gala van “De Eregalerij” in het Casino Kursaal van Oostende een award voor “een leven vol muziek”.

De eenendertigste oktober 2011 mogen we weer een nieuwe release in ontvangst nemen. Dan is er het album “De laatste rit”, al zullen we die titel maar niet te letterlijk nemen. Opvallend is meteen de hoes, een houtskooltekening ontworpen door de Belgische kunstenaar Rinus Van De Velde. We worden op tien nummers getrakteerd. In de loop van de maanden mei en juni werd er opgenomen in “Motormusic Studio” te Mechelen. Zijn platenfirma EMI laat weten: “Niemand minder dan Admiral Freebee is achter de knoppen gekropen voor Raymonds laatste worp. De invloed van de Antwerpse bard is al duidelijk te horen in de prima single Goeiemorgen Ouwe Rotkop. De triomfantelijke gitaarintro refereert aan het betere werk van Tom Van Laere, maar Raymond zet de song wel helemaal naar zijn hand en mag zo weer een klassieker aan zijn reeds indrukwekkende oeuvre toevoegen.” Raymonds zoon Leander mag hier en daar muzikaal bijspringen. De plaat zet in met Aan de meet waarop Raymond voortreffelijk aan de piano wordt begeleid door Bart Van Caenegem. Hier mijmert hij op zijn breekbaarst over de dood, muzikaal enkel ondersteund door een piano. Ook Kind Van Het Weekend ontroert. Het nummer is geschreven voor zijn jongste zoon van negen, uit een vorige relatie, en beschrijft de onmacht van de gescheiden vader. In de pers niets dan lovende kritieken, want dit album behoort voor velen tot zowat het beste dat hij ooit heeft ingeblikt. Goeiemorgen ouwe rotkop klimt de zeventiende december 2011 naar de twaalfde plaats in de Radio 2 Top Dertig. De eenendertigste december komen we de single op zeven tegen in de Radio 2 Vlaamse Top Tien. Uit datzelfde album verschijnt ook Jouw liefde op single, maar zonder te scoren.

Begin 2013 lanceert EMI nog maar eens een livealbum van Raymond, “Live in de AB” met in het totaal dertien liveregistraties van bekende nummers zoals Aan de meet, Chachacha, Brussels by night, Maanlicht en Kind van het weekend. Dat concert werd daar de zeventiende april 2012 ingeblikt. De rotsvaste ritmesectie bestaat uit drummer Cesar Janssens en bassist Mich Verbelen (ooit nog bij De Centimeters, nadien lang uit beeld), even vaste klanten zijn toetsenist Pieter Van Bogaert en zoon-duivel-doet-al Leander, maar ongewoon is toch Frank Vander linden op gitaar (Bruno De Groote, de vaste RvhG-gitarist, kon die ene avond in de AB toevallig niet). Trompettist Carlo Nardozza schittert in Brussels by night en het achtergrondkoortje bestaat uit Naïma Joris (vroeger bij Isbells), Loesje Maieu (van Blackie & the Oohoos) en Isolde Lasoen, Flip Kowlier en Senne Guns! In de lijst met Belgische albums vinden we “Live in de AB” in de maand januari 2013 op plek negentien, in de Album Top Tweehonderd blijkt plek eenenvijftig de hoogst haalbare score.

De 65-jarige van het Groenewoud, actief op rust, staat de zevende mei 2015 in volle glorie op het podium van de AB in Brussel. Journalist Dirk Steenhout schreef daarover: “Tot onze grote verbazing trad Van het Groenewoud dit keer niet op in de grote zaal van de AB, die hij zonder moeite had kunnen uitverkopen, maar wel in de veel kleinere Club. Een bewuste keuze, zo bleek, want back to basics leidt doorgaans tot meer speelplezier en zo kwam de artiest dus terecht op een plek waar hij het publiek, haast letterlijk, kon ruiken. Raymond en zijn vierkoppige band, waarin we, behalve zijn zoon Leander (op gitaar, toetsen en percussie), ook oudgedienden als bassist Mich Verbelen en drummer César Janssens aantroffen, toonden zich zeer in hun sas. De zanger kwam zelfs regelmatig op de proppen met grappige, zelfrelativerende terzijdes, zowel tijdens als tussen zijn nummers.

Begin 2015 worden we verrast met de maxisingle Schandalig content, met voorts Coumba, van de hand van Rudy Gomis, en nieuwe akoestische versies van Omdat ik van je hou en Maanlicht. De veertiende februari staat Schandalig content op vijf in de Vlaamse Top 50. De eenentwintigste maart komen we het nummer op zestien tegen in de Radio 2 Top Dertig.

Zondag 26 juli 2015 mag Raymond opnieuw “De Gentse Feesten” afsluiten. We zouden beter schrijven, maandag 27 juli, want hij kruipt pas als hekkensluiter om halftwee in de ochtend op het podium. De duizenden aanwezigen liepen er na tien dagen feesten, afgepeigerd en uitgeregend bij. Maar van het Groenewoud heeft er volop zin in en neemt pas een eerste break na drie uur musiceren en ambiëren. Raymond was het na vorige actes de présences in Gent aan zichzelf verplicht er de beuk in te gooien en er een soort marathonoptreden van te maken. Na vijf uur het beste van zichzelf te hebben gegeven, zet hij om kwart voor zeven zijn laatste nummer. Als hommage aan zijn Gentse copain Luc De Vos jaagt de deejay van dienst Mia door de boxen. Het publiek wordt er zowaar muisstil van. Vreemd dat er deze keer nog zo’n marathonconcert in zat, want in 2005 lazen we in De Standaard dat het dat jaar de laatste keer was dat van het Groenewoud zo’n lange set als afsluiter had gespeeld. Hij vond zijn optreden toen “je van hét”, iets wat je niet meer hoort over te doen uit angst dat het geen meevaller zal worden. Maar je merkt het, met Raymond weet je maar nooit!

In Humo van dinsdag de elfde augustus 2015 laat hij ons weten dat het tussen hem en Sigrid nog altijd grote liefde is: “De komst van Sigrid heeft mij enorm veel deugd gedaan, dat kan ik alleen maar bevestigen. Ik vind haar een bijzondere vrouw, een bijzonder mens. Ze kwam net op het juiste ogenblik. Ik ben door haar verwend. Haar zich naar mij toeplooien, heeft er vooral mee te maken dat ze wil dat het eeuwige kind Raymond het naar zijn zin heeft. Ik weet het: de feministen steigeren, maar ik lach erom. Sigrid kan perfect zonder mij. Als ze zich naar mij toeplooit, doet ze dat vanuit haar natuurlijke superioriteit. Dat is pas klasse. Haar gulheid ook: ze geeft voortdurend.”

In de loop van de maand september 2015 verscheen via platenfirma Warner een nieuwe radioversie van Omdat ik van je jou. In een e-mail liet Raymond ons daarover het volgende weten:”Omdat ik van je hou is, waar ik ook ga en speel, een klassiek en beklijvend nummer, voor veel jong en oud, en favoriet in de lijn van Twee meisjes, Gelukkig zijn en Ik zal jouw man zijn. Ongelukkig genoeg heb ik het in 1988 opgenomen met mijn nonchalante balmuzikantbenadering, kortom, banaal arrangement, banale produktie. Begin van deze eeuw heeft de in Amsterdam wonende Portugees Fernando Lameirinhas er een fantastische draai aan gegeven, zodat de mogelijkheden van het lied ineens tenvolle werden benut. Van de nieuwe versie hebben we ooit, tussen de soep en de patatten, een opname gemaakt in de “Motormusic Studio” in Mechelen. Juist omdat er geen druk was, denk ik, is er een tijdloze opname van gekomen. Zelden of nooit was ik zo content van een zangpartij. Nadat ik dat twee jaar lang aan het beseffen was, heb ik er nog een accordeonpartij aan toegevoegd, of liever, Gwen Cresens, “Koning van de Accordeon”, heeft dat gedaan. Ook nog wat fijn stemmenwerk afgerond, met onder meer de hulp van zoon Leander. Nu ik vind dat het lied nu pas z’n volle recht wordt gedaan, lijkt het me echt wel de moeite om het voor te stellen aan de mensen van de radio. Naar m’n bescheiden mening is het van een universele en tijdloze schoonheid. Voor minder gaan we niet. “

Eind 2015 doekt Raymond zijn orkest op en besluit vanaf 2016 solo te gaan. “Mama, kijk, zonder handen, zonder andere muzikanten”. Op verzoek van velen: Raymond geheel alleen, aan zijn piano, de liedschrijver, de dromer in de theatershow “Kreten en gefluister”. De veertiende januari 2016, heeft in “De Roma” te Borgerhout de première plaats. Menig cultureel centrum bloklettert: “Grijp nu de kans om een icoon uit de Belpop-geschiedenis met een arsenaal aan klassiekers in de vingers van heel dichtbij mee te maken“. In “De Standaard” lezen we ‘s anderendaags: “Raymond lijkt er met de jaren alleen maar gevatter en grappiger op te worden, want  hij freewheelde er de hele avond op los. Met zijn songs én zijn bindteksten kreeg hij de Roma aan het lachen, zingen en zelfs huilen. Meer dan eens speelden de gestripte versies van de liedjes daarin een doorslaggevende rol. De sobere begeleiding op gitaar of piano maakte dat de teksten veel directer binnenkwamen“.

De vijftiende januari 2016 ligt het album “De Jeugd, Vertegenwoordigd” naar aanleiding van het tienjarig bestaan van de groep De Jeugd van Tegenwoordig, de Nederlandse rapformatie die in 2005 doorbrak met Watskeburt?, waarop verschillende Nederlandse en Belgische artiesten tien liedjes van De Jeugd Van Tegenwoordig coveren, waaronder Trigger Finger, Daan, Guus Meeuwis, Frank Boeijen en Raymond Van Het Groenewoud die zich op zijn geheel eigen wijze aan Deze Blanke Jongen Komt Zo Hard waagt.

Radio 1 organiseerde in de maand oktober van 2016 samen met het Nederlandse Radio 5 en de Taalunie “De Lage Landenlijst”. Deze gemeenschappelijke muzieklijst met de beste nummers uit Vlaanderen en Nederland is een primeur in de radiogeschiedenis. Sinds maandag 3 oktober konden luisteraars uit Vlaanderen en Nederland hun stem uitbrengen op een suggestielijst van 100 nummers. Op zaterdag 15 oktober presenteerde Jan Hautekiet samen met Hans Schiffers van Radio 5 van 9.00 u. tot 18.00 u. de radiouitzending  vanuit Baarle-Nassau, pal op de grens van Vlaanderen en Nederland.  De luisteraars van Radio 1 en de Nederlandse zender NPO Radio 5 verkozen “Pastorale” van Ramses Shaffy en Liesbeth List tot het mooiste nummer van “De Lage Landen”. “Twee meisjes” van Raymond van het Groenewoud bereikte de vierde plaats.

Raymond is in de wolken! De 19 april 2017 laat hij aan de media weten dat er een musical in de maak is, gebaseerd op zijn grootste hits. Deze musical  “Meiskes en jongens” in een regie van Sébastien De Smet en gebaseerd op een ouder stuk van theatermaker Arne Sierens, zal in het najaar van 2018 in première gaan. Raymond mag voor het merendeel op zijn lauweren rusten. “Ik hoef niet veel te werken”, vertelt hij aan de pers,” ik heb wel beloofd dat ik speciaal voor deze musical één nieuw nummer zal schrijven.” Wordt sowieso vervolgd.

Op 18 mei 2017 is het exact veertig jaar geleden dat Raymond van het Groenewoud zijn single “Meisjes” uitbracht. Om deze mijlpaal te vieren verschijnt op 19 mei 2017 Raymond’s nieuwe album “Allermooist Op Aard” met daarop nieuw geschreven werk, enkele opgefriste en herwerkte parels én een heel bijzondere en hedendaagse versie van “Meisjes”, ondertussen een van de bekendste Nederlandstalige nummers aller tijden. In die tijd bracht het heel wat ophef teweeg en werd het dé grote doorbraak voor Raymond in Vlaanderen.  Om deze mijlpaal te vieren, nam Raymond een heel bijzondere en hedendaagse versie op van “Meisjes”.  Elf hedendaagse, straffe en goed zingende meiden vormen samen een vrouwenkoor dat de nieuwe versie van de alom bekende meezinger van klank voorziet: Slongs Dievanongs, Tine Reymer, Lara Chedraoui, Hannelore Bedert, Lady Linn, Sofie, Monique X (Grazzhoppa), Chantal Kashala, Sandrine Van Handenhoven , Naima Joris en Loesje Maieu.

Om veertig jaar “Meisjes” en de release van het album “Allermooist Op Aard” te vieren, geeft Raymond op 18 mei 2017 in zaal “De Roma” in Antwerpen de aftrap van de clubtoer “40 jaar Meisjes” die tot eind juni 2017 door Vlaanderen zal lopen tot. Op dat album nieuw geschreven werk, enkele opgefriste en herwerkte parels én die bijzondere versie van “Meisjes”. Het album werd in de maand januari in Motormusic in Mechelen ingeblikt. Raymond kreeg daarbij de steun van een rist collega’s. Zo zingt hij onder meer samen met Stef Bos “Bostella”, met Koen Wauters “Zij houdt van vrijen”, met Jan Decleir “Geen ontkomen aan” en met Charlotte Schoeters “Vrede zal heersen”.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2016 Daisy Lane & Marc Brillouet