Ronnie Self

Geplaatst in Artiesten

Als je rock and roll zong dan was het toegestaan om af en toe je stem hees te zingen. Niet dat je schreeuwlelijk mocht staan zingen, want aan punk waren we in de fifties nog niet toe, maar je mocht toch bijwijlen je strot openzetten.  Little Richard kon daar aardig wat van en vooral Esquerita liet horen hoe je boven je orkest kon uitstijgen. Eddie Cochran zette een messcherpe versie neer van Jeannie, Jeannie, Jeannie en Ronnie Self liet zich van zijn beste kant horen in Bop -A- Lena.

Self werd de 5de juli 1938 in Tin Town, Missouri als eerste geboren in een gezin van vijf kinderen. Tegenwoordig zouden we zeggen dat hij aan ADHD leed. Er was geen huis met hem te houden, altijd hyperactief en ook vaak agressief. Al op vrij jonge leeftijd was hij een echte rebel betrokken bij diverse vechtpartijen en vandalisme. Hij vond wel wat afleiding wanneer hij muziek kon maken en liedjes schrijven. Hij wou zijn ouders financieel vooruit helpen, maar aan de andere kant werd de kloof tussen hen almaar groter. Het boterde zelden tussen hen. Hij probeert dan maar zijn liedjes te slijten aan onder meer Radio KWTO, organisator van de show ” Ozark Jubilee”. Het merendeel van zijn liedjes klonken country, echt doorbreken deden ze niet. Hij besluit dan maar zijn liedjes zelf in te zingen en krijgt een contract bij ABC Records met als eerste resultaat de single Pretty Bad Blues met op de B-kant Three Hearts Later. Als tweede single wordt Sweet love, gekoppeld aan Alone, naar voren geschoven, maar die nummers blijven uiteindelijk onaangeroerd op de plank liggen. Toch slaagt Ronnie erin een nieuw contract te versieren, deze keer bij Columbia Records. Om eerlijk te zijn, had hij die deals te danken aan muziekuitgever Dub Albritten die hem al eerder aan dat contract bij ABC Records had geholpen. In het voorjaar van 1957 gaat hij mee op tournee met countrysterren als Carl Smith, Gordon Terry en Red Sovine in “The Philip Morris Caravan”, een rondreizende show waarin  Self zich vooral als rockabillyzanger profileert. De 10de februari 1957 ondertekent hij zijn contract bij Columbia en neemt er het nummer Big Fool op met onder meer pianist Floyd Cramer als begeleider. Self had intussen een liedje ontdekt, geschreven door Webb Pierce en Mel Tillis, en wou dat koste wat het kost op plaat zetten.

Met het nummer Bop- A – Lena onder de arm trekt hij de 16de december 1957 naar de “Bradley Studio” in Nashville. Technicus van dienst Don Law schrikt zich een hoedje wanneer hij de schreeuwluide stem van Ronnie te horen krijgt. Self wordt tijdens die opnamesessie begeleid door gitaristen John T.Hill en Ray Edenton, drummer Buddy Harman, bassist Ike Inman en pianist Marvin Hughes. Na de opname blijven ze half versuft achter. Nog nooit eerder hadden ze zo’n rockgeweld achter de microfoon horen tekeergaan. Self zette daarmee een van de meest rauwe en puurste rockabillysongs ooit op plaat. Hij mag nadien lekker live tekeergaan in “Dick Clark’s American Bandstand” en “The Grand Ole Opry”. Hij rockt alsof zijn leven ervan afhangt. De 3de oktober 1958 staat Bop – A – Lena op de 63ste plaats in Billboard’s Hot One Hundred. Na dit succes bezorgt Dub Albritten hem een driejarig contract bij Decca Records.

Albritten is ook manager van de succesvolle zangeres Brenda Lee die eveneens onderdak bij Decca heeft gevonden. Albritten weet dat Ronnie Self een paar rustige nummers heeft geschreven, ruikt geldt en eigent zich 20% van de auteursrechten toe van twee songs die Self heeft geschreven en die Brenda gaat opnemen.  De 21ste december 1959 staat Brenda op de vierde plaats van de Amerikaanse popcharts met Selfs  Sweet nothing’s. Vijf maanden later doet ze het nog beter, want met het eveneens door Ronnie geschreven I’m sorry bereikt ze de hoogste plaats in de Amerikaanse Top Honderd. Ook al was de productie in handen van Owen Bradley, toch beweren getuigen dat Self, Brenda’s manier van zingen tijdens de opname enorm beïnvloedde. De Deccadeal levert Self geen hits op. Er wordt dan maar overgestapt naar het Kapp-label die in de Sam Phillips studio in Nashville met Self nummers opnemen als Houdini en Bless my broken heart, maar ook deze keer gaan ze in de massa verloren. Intussen was gebleken dat bij Self regelmatig de stoppen doorsloegen. Hij kon nauwelijks zijn geld beheren. Wanneer hij van BMI royalty’s had ontvangen, kon je er donder op zeggen dat hij een paar uur later er alle geld door had gejaagd. Samenwerken met hem werd vooral onhoudbaar toen in 1971 Dub Albritten  overleed. HIj was voor Ronnie al die tijd een tweede vaderfiguur geweest. Hij kon hem wat in het gareel houden, maar na diens overlijden werd het te gek voor woorden. Bij AMY Records had hij voordien in 1968 nog songs opgenomen als High on life en The road keeps winding met Dale Hawkins als producer. Gene Vincent zou nog een cover opnemen van High on life op zijn album “The day the world turned blue”. Op het onbekende Scratch-label zou een jaar later Ronnies Long distance kiss en Ain’t I daddy verschijnen. Datzelfde jaar kreeg Jake Hess een Grammy For Best Sacred Performance voor het door Self geschreven religieuze lied Ain’t that beautiful singing.

Samen met Si Simon richt Ronnie Self in Springfield Tablerock Music op, op basis van een 50/50 deal. Self zorgt voor de muziek en Si voor de nodige centen. Dallas Frazier neemt voor hen Home in my hand op. Twee jaar zou de samenwerking duren. Self zag almaar meer in dat hij verslaafd was aan drank, gecombineerd met het gebruik van pillen. Hij kon zijn verplichtingen niet meer nakomen. In 1978 verlaat zijn vrouw Dorothy hem definitief. Zij kon het niet meer aanzien hoe een rijk getalenteerd man als Ronnie zichzelf de dieperik in hielp.

In de maand juni 1981 neemt Ronnie zijn allerlaatste song op Waitin’ for my gin to hit me. Intussen is hij in hetzelfde appartementsgebouw als dat van zijn broer gaan wonen. Die probeert hem wat in het oog te houden, maar dat lukt niet echt. De 28ste augustus 1981 wordt Ronnie dood aangetroffen. Hij laat ons een erfenis na van vierhonderd liedjes, waarvan het merendeel van een degelijke kwaliteit. Misschien bleef hij al die tijd als performer te dicht bij de country aanleunen om als rocker echt door te breken en het niveau van een Elvis te bereiken. Carl Perkins was trouwens zijn carrière lang in hetzelfde bedje ziek.

 

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet