Roy Orbison

Geplaatst in Artiesten

Op Roy Orbisons muziek kan u moeilijk een tijdslabel kleven, noch een typisch genre. Ook al kwam hij uit Texas en nam hij het merendeel van zijn platen op in Nashville, toch kan u niet beweren dat zijn platen countrygetint zijn. Hij kon als geen ander in drie minuten een verhaal op plaat zetten, de climax incluis. Dat, samen met zijn unieke stem, maakte van Orbison een fenomeen, ook al liep zijn carrière niet altijd over rozen, integendeel.

Roy Orbison werd de drieëntwintigste april 1936 in Vernon, Texas geboren, maar groeide op in Wink. Hier hoorde hij niet alleen de hele dag het lawaai van pompende olieboortorens, maar ook het onvervalste geluid van hillbilly en de western swing van de talloze plaatselijke orkestjes, hier en daar nog aangedikt met Mexicaanse muziek. De platen van Lefty Frizzell spraken hem het meest aan. Zelf had hij geen hoge dunk van zijn stem, maar hij vond ze toch opvallend genoeg om ze te laten horen. Over zijn uiterlijk was hij helemaal niet tevreden. Net als zijn tijdgenoot Elvis Presley verfde hij zijn haren inktzwart en moesten sterke kijkglazen zijn omgeving binnen de zichtbare perken houden. Niemand fronste de wenkbrauwen toen Roy vrij snel zijn eigen groep oprichtte, The Wink Westerners. In het spoor van zijn vader studeerde hij geologie om op die manier in de oliebranche geld te verdienen, maar de muziek liet hem niet los. Aan de West Texas State University deelde hij de schoolbanken met Pat Boone, maar daar hield dan ook elke vergelijking op.

Intussen had Roy, James Morrow, Jack Kennelly en Billy Pat Ellis leren kennen die toen al een eigen groepje hadden, The Teen Kings. Nadat gitarist Johnny Wilson de groep was komen versterken, namen ze hun eerste plaat op in Norman Petty’s studio in Clovis, New Mexico. Tryin’ to get to you, uitgebracht in 1955 op Jewel Records, werd evenwel een regelrechte miskleun. Tijdens een televisieoptreden ontmoetten ze Johnny Cash, die hen suggereerde contact op te nemen met Sam Phillips van Sun Records, maar daar kreeg Roy geen gehoor. Pas wanneer Cecil Holifield aan Sam het nummer  Ooby Dooby  laat horen, door Orbison al bij Norman Petty op plaat gezet, reageert Phillips positief (dit nummer kreeg Orbison cadeau van Wade Moore en Dick Penner). Begin april 1956 werd Ooby Dooby opnieuw opgenomen, deze keer in Sam Phillips’ “Sun Studio” in Memphis en iets verderop in de zomer van ’56 haalt Orbison de negenenvijftigste plaats van Billboards top 100. Ze krijgen Presleys eerste manager, Bob Neal, als hun baas aangewezen en gaan met nog twee andere Sun-toppers de baan op, Johnny Cash en Carl Perkins.

Toch zou zich die Sun-rockabillystijl niet echt verzoenen met Orbisons hoge falsetto en na enkele valse singelpogingen trekt hij ontgoocheld richting Nashville waar hij zich volop met componeren bezig gaat houden. Het zat Orbison behoorlijk hoog dat zijn bij Sun opgenomen demo Claudette (geschreven voor zijn vrouw) nooit door Phillips was uitgebracht. Gelukkig zag muziekuitgeverij Acuff-Rose wel wat in dit nummer en schoof het door naar The Everly Brothers, die het als B-kant uitbrachten van All I have to do is dream , en in de loop van 1958 mocht Orbison al delen in een hoge miljoenenverkoop. Met het verdiende geld kocht Orbison zich vrij bij Sun, en Wesley Rose bracht hem veilig onder bij RCA. Hij zou hier niet lang safe zitten, want behalve de singel Almost 18 was de rest van de vinyloogst graatmager.

Bij RCA had Orbison bassist Bob Moore leren kennen, die aandelen had bij Monument Records in Washington D.C. Zodra Moore erachter kwam dat RCA niet meer in Orbison geïnteresseerd was, tipte hij de eigenaar van Monument, Fred Foster, die er op zijn beurt geen gras over liet groeien en Roy bliksemsnel aan zijn eigen stal toevoegde. Foster had een zwak voor Roys stem en had ook snel door dat hij goede songs kon schrijven. Zeker toen dat talent gecombineerd werd met het vakmanschap van Joe Melson (leider van de groep The Cavaliers uit Midland). Roy en Joe luisterden de hele dag naar de radio om zo veel mogelijk ideeën op te doen, die ze dan wel op papier uitwerkten. Maar echte voltreffers kon je ze moeilijk noemen, behalve het nummer Uptown, dat ze in één sessie opnamen samen met Blue Avenue en Pretty one. Hoe vreemd het voor de Nashville-stijl van die tijd ook mocht klinken, Roy wou er absoluut violen bij. Anita Kerr schreef de arrangementen en in februari 1960 vond Uptown schoorvoetend de ingang van de Top Honderd.

Orbison had al geruime tijd het nummer Only the lonely klaarliggen, dat hij al eens eerder aan Elvis Presley en The Everly Brothers had voorgelegd, maar die bedankten vriendelijk. Joe Melson kon er wel mee overweg, voegde er de intro van een ander nummer van hen Come back to me my love aan toe en hun eerste miljoenenhit was binnen. Het zou dé formule worden voor al de daaropvolgende singels. Blue angel was te zeer een blauwdruk van Only the lonely om in het oor te springen en ook I’m hurtin’ lag te zeer in de lijn van Roys doorbraakhit. Met Running scared werd wel goed gegokt (qua ritme geïnspireerd op Ravels Bolero). Er werd nog even getwijfeld om Love hurts als singel uit te brengen, maar een enquête onder het luisterpubliek van deejay Howard Miller wees Running scared aan als terechte keuze, met een eerste plaats als beloning. De gebruikelijke manier van opnemen begin jaren zestig was een sessie van vier nummers in een tijdspanne van drie uur, maar die beperkende gewoonte schoof Fred Foster geïrriteerd aan de kant. Het resultaat hoort u dan ook op platen als Crying en Candy man waarop degelijk productiewerk werd geleverd. Oorspronkelijk hadden Orbison en Melson Crying geschreven voor Don Gibson, maar ze vonden het blijkbaar zonde het niet zelf op plaat te zetten, ook al was het in die dagen ongewoon een rustige singel af te lossen met nog eens een ballad. Hoe graag Roy Orbison ook platen opnam en nummers schreef, hij had een broertje dood aan optreden. Niet voor niets stond hij onbeweeglijk, gekleed in het zwart, zichzelf verbergend achter een stel donkergekleurde brillenglazen. Het verhaal wil dat Orbison tijdens een vlucht naar Alabama zijn bril in het vliegtuig had laten liggen en niets anders bij de hand had dan zijn zonnebril. Omdat hij onmiddellijk voor een tournee moest doorvliegen naar Engeland,  zat er niets anders op dan die bril op de neus te zetten en sindsdien is het zijn handelsmerk geworden en voor de rest van zijn loopbaan ook gebleven. Voor Orbison duurde het jaren vooraleer hij zichzelf kon overtuigen van de kracht van zijn composities en de impact van zijn succes. En geleidelijk was die lijst hits aangegroeid tot een graag gehoord repertoire. Dream Baby werd zijn vierde miljoenenhit en in maart 1963 kwam daar In dreams nog eens bij, een nummer zeven in Amerika en een nummer zes in Engeland, waar hij op 18 mei 1963 begon aan een tournee samen met The Beatles en Gerry and the Pacemakers. Zijn elpees “Lonely and blue” en “Crying” sloegen in Engeland in als een muzikale bom. Een dubbele hitsingle levert hem in oktober 1963 in Amerika een vijfde en een negenentwintigste plaats op. Wie kent immers niet het al eerder door Presley opgenomen Mean woman blues, met op de keerzijde het schitterende Blue Bayou.

Terwijl Roy nog in Engeland verbleef, gleed Willie Nelson even langs bij Fred Foster met zijn kerstnummer Pretty paper.  Aangezien Orbison in Engeland nog verplichtingen had tot 1 december, moest hij die plaat ook daar opnemen. Bill Justis schreef de arrangementen en zo snel men kon, werd de demoversie aan Orbison bezorgd. Eind december 1963 was het in Amerika een top 20-hit.

Toch zouden voor Roy de mooiste hits nog moeten komen, ook al was inmiddels zijn samenwerking met Joe Melson afgesprongen. Hij hoefde niet lang in zijn eentje te schrijven, want behoorlijk snel kreeg hij het gezelschap van zijn Texaanse vriend Bill Dees, die hij had leren kennen toen Dees nog speelde bij de groep The Five Bops. Borne on the wind was hun eerste gezamenlijk product, afgelost door de haast onsterfelijke Orbison-ballad It’s over. In Amerika moest Orbison zich tevredenstellen met een negende plaats, maar in Engeland werd het glansrijk nummer één. Het was sinds augustus 1963 geleden dat een Amerikaanse plaat nog eens op één stond, You’re the devil in disguise van Elvis Presley.

In de zomer van 1964 belandt in datzelfde Engeland Roys langspeler “Exciting sounds of Roy Orbison”, een compilatie van zijn allervroegste Sun-opnamen, in de elpee-top 20. Oh pretty woman zou de kroon worden op de samenwerking tussen Bill Dees en Roy Orbison. Voor de juiste beat kwamen er twee drummers aan te pas, Paul Garrison en Buddy Harman, en het opvallende gitaarspel van Jerry Kennedy. In scherp contrast met deze Orbison-kanjer (drie weken na mekaar een Amerikaanse nummer één), werd de daaropvolgende singele Goodnight een gigantische flop (slechts 200.000 verkochte exemplaren).

De dertigste 1965 liep Roys contract bij Monument ten einde en het was platenfirma MGM die hem voor één miljoen dollar in huis mocht halen, inclusief de belofte dat Roy Orbison in enkele films mocht optreden. Ride away was de eerste singel in MGM-beheer met meteen daarop aansluitend de lp “There is only one Roy Orbison”. De uptempo single Breakin’ up is breakin’ my heart prijkte in de maand februari 1966 op 31 en twee maanden later haalde Twinkle toes de Top Vijftig. Veel kon Roy Orbison van dit succes niet genieten, want op  zes juni 1966 werd zijn vrouw in Gallatin (in de buurt van Bristol, Tennessee) op haar motorfiets door een vrachtwagen aangereden. Een uur later was ze dood. Om  over zijn verdriet heen te komen, stortte Roy Orbison zich onafgebroken op zijn werk. In Engeland werd Lana een dikke hit en de aan zijn vrouw opgedragen ballad  Too soon to know klom zelfs tot op drie, maar in Amerika zelf geraakte deze slow niet verder dan de achtenzestigste plaats. De voorlopig laatste elpee die in Amerika nog de Top Honderd haalde, was de in september 1966 uitgebrachte verzamelaar “The very best of Roy Orbison”. De musical-western “The fastest guitar alive” werd zijn enige film van betekenis, want producties als ”King of the quickies” mogen we gerust vergeten. Samen met producer Mike Curb neemt Roy Orbison de song So Young op, te horen in de film “Zabriskie Point”. Jammer genoeg blijft het bij die eenmalige samenwerking, want Curb had Roys carrière in nieuwe banen kunnen leiden. De relatie tussen MGM en Roy Orbison was geen schitterend huwelijk. Cry softly lonely one zou zijn voorlopig laatste Amerikaanse hit worden. Wel werkte hij intussen opnieuw samen met Joe Melson, maar toenmalige muzikale genres als flowerpower en psychedelic rock deden hem de das om.

Orbison trekt zich terug in zijn ranch in Saundersville, dicht bij Hendersonville, Tennessee. Terwijl hij in september 1968 optreedt in Bournemouth (Engeland), breekt er brand uit in zijn ranch en komen twee van zijn drie zonen, Roy Jr. en Tony, daarbij om het leven. Gelukkig is er zijn Duitse vriendin Barbara Wellhonen, die hem over dat onmenselijk verdriet heen kan helpen. Maart 1969 trouwen ze en het zou Barbara worden die stilaan de carrièretouwtjes in handen zal krijgen, ook al was Wesley Rose nog steeds Roys persoonlijke manager. Toch had Wesley elke kijk op Orbisons mogelijkheden verloren. Hij kon de snel wisselende muzikale trends van de sixties niet bijbenen. Om de zes maanden moest er een elpee op de toonbank liggen en elke drie maanden een nieuwe single. De kwaliteit was zo goed als zoek, maar nog niet de kwantiteit. Omdat er door dat productietempo altijd wel materiaal te kort was, bleef Wesley Rose maar putten uit de backcatalogus van uitgeverij Acuff-Rose en bleef hij op de proppen komen met Don Gibson- en Hank Williamsnummers. Kwam daarbij nog dat het tussen Orbison en MGM ook allang niet meer boterde. In 1973 scheidden ze en dat met de vocale moed in de laarzen, want in nog geen zeven jaar tijd was Roys populariteit gedaald tot bijna onder nul. Er werd op één-jaarbasis een contract afgesloten met Mercury Records, een tevergeefse voorzet,  en Orbison trapt ook al naast de hitbal als hij opnieuw in het team van Monument terechtkomt. Orbison had al een tijdlang geen nummers meer geschreven, dus werd voor de elpee “Regeneration” uit 1976 onder meer gegokt op nummers van o.a. Tony Joe White, I’m a Southern man. De stress van een druk werkschema en vooral het persoonlijk leed dat hem had getroffen, begonnen hun tol te eisen. Januari 1978 werd Roy wegens hartklachten opgenomen in het ziekenhuis in Nashville, Tennessee, waar een openhartoperatie noodzakelijk bleek. Datzelfde jaar sluit Roy Orbison nog maar eens een platencontract af, deze keer bij Elektra-Asylum, en het is een van hun vocale trekpaarden, Linda Ronstadt, die Roy opnieuw in de kijker zingt met de geslaagde cover van diens Blue Bayou (10 miljoen verkochte exemplaren), maar Elektra kon Roys verwachtingen niet inlossen.

Nochtans slaagt hij er in de maand juli van 1980 in, na een afwezigheid van dertien jaar, een geweldige comeback te maken in de hitlijsten met het singleduet That lovin’ you feelin’ again, samen met Emmylou Harris gezongen voor de film “Roadie”. De vijfentwintigste februari 1981 ontvangt hij hiervoor zelfs een Grammy Award ‘1980’s best country performance of a duo’. Nog een film brengt een van zijn oude successen opnieuw onder de aandacht van een breed en ook jong publiek, en dan bedoel ik David Lynch’ “Blue Velvet”, waarin Roys  In dreams een nogal aparte aandacht krijgt.

Van dan af kan het voor Roy niet meer stuk. 21 januari 1987 wordt hij opgenomen in de “Rock and Roll Hall of Fame”, waar hij voor de aardigheid optreedt samen met Bruce Springsteen in een opvallende uitvoering van Oh pretty woman. In juli 1987 maakt Roy Orbison deel uit van het Virgin-platenlabel, die de elpee “In dreams: the greatest hits” uitbrengt (nieuw ingezongen versies van zijn meest bekende hits). Daar waar de elpee ”Class of ’55″, samen met Jerry Lee Lewis, Johnny Cash en Carl Perkins, faalde, werd de langspeler “The Traveling Wilburys” wél een groot succes. Hierop hoor je Roy Orbison aan het werk met Tom Petty, George Harrison, Bob Dylan en Jeff Lynne. Intussen  was de door Virgin uitgebrachte video ”A black and white night” een regelrechte verrassing geworden, een uniek document ook, met spetterende muzikale inbreng van o.a. Tom Waits, Bruce Springsteen, Roy Orbison en Elvis Costello in Roys grootste hits uit de sixties. De pret kon blijkbaar niet op, want Orbison mocht van Virgin een hele elpee opnemen met gloednieuwe nummers, gerealiseerd door diverse producers als Mike Campbell, Jeff Lynne, T Bone Burnett, Bono en zijn vrouw Barbara Orbison, die toen al bijna twee jaar zijn vaste manager was. November 1988 was de elpee “Mystery girl” klaar en vertrok Roy naar Europa voor enkele tv-optredens, vooral met het oog op de promotie van zijn singel You got it. De vierde december staat hij al terug in Amerika op de planken om in Cleveland, Ohio, zijn allerlaatste optreden te geven. Twee dagen later is  hij op bezoek bij zijn moeder in Hendersonville, Tennessee, waar hij ’s namiddags klaagt over een ondraaglijke pijn in de borststreek. ’s Avonds om elf uur wordt hij bewusteloos aangetroffen in de badkamer en in allerijl naar het plaatselijk ziekenhuis getransporteerd. Nog geen uur later wordt de strijd opgegeven. Roy Orbison is dood. ‘All artists go through a period when they turn on success, or success turns on them’. Het waren niet voor niets zijn laatste woorden.

Drieëntwintig jaar na het overlijden van haar man sterft de zesde december 2011 Barbara Orbison op 61-jarige leeftijd aan de gevolgen van pancreaskanker. Zij liggen samen begraven op het “Westwood Village Memorial Park Cemetery” in Los Angeles. Zij leven beiden voort in hun zonen Roy Kelton en Alexander en Wesley K uit Orbisons eerste huwelijk met Claudette.

De twintigste mei 2014 werd Roys laatste album “Mystery Girl” opnieuw uitgebracht in een luxe-editie met daarop zestien songs, onder meer aangevuld met het nummer The way is love die zijn drie zonen terugvonden in Roys archief dat zij nu beheren. De originele vocals staan op een demootje dat dateert van 1986 en dat Roy in zijn eentje op een cassetterecorder had opgenomen. Hij schreef het nummer samen met Bill Dees. Zij besloten het nummer op te poetsen in samenwerking met producer John Carter Cash.  Je hoort Roys unieke stem en zijn drie zonen  (The Orbison Brothers oftewel Roys Boys) begeleiden hem op gitaar en drums, voor hen een uniek gebeuren, want tijdens Roys leven hebben zij nooit met hem samengespeeld. Bij de luxe-editie van “Mystery Girl” zit ook een bonus-dvd.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2015 Daisy Lane & Marc Brillouet