Salim Seghers

Geplaatst in Artiesten

Aan het begin van de jaren zeventig kende Vlaanderen de plotse opkomst van een drietal zangers die zich een plaatsje in de schaduw van Will Tura wisten te zingen: Willy Sommers, Paul Severs en Salim Seghers. Het was toen een beetje ellebogenwerk om een eerste plaats in de Vlaamse hitlijsten te bemachtigen. Salim heeft in elk geval nooit spijt gehad dat hij een groot deel van zijn leven aan de muziek heeft gewijd.

Salim werd als Jos Aerts de achtste augustus 1948 in Wijchmaal in een gezin van zeven kinderen geboren: drie meisjes en vier jongens. Moeder had de handen niet alleen vol met het verzorgen van de kinderen, maar ook met het onderhoud van de moestuin en de beesten. Pa was mijnwerker. Van in de wieg bleek Jos een zorgenkind. Zijn gezondheid was niet je dat en die eerste jaren had hij veel aandacht nodig. Gelukkig zong moeder een pak van die zorgen weg terwijl in de achtergrond pa accordeon en mondharmonica speelde, ook al kon hij geen noot lezen. Na verloop van tijd konden zijn vier zonen elk een instrument bespelen.

In Wijchmaal liep Jos de lagere school, zij het met veel tegenzin, waar hij jaren later zelf als onderwijzer les zal geven. Toch was Jos in de lagere school een voorbeeldige leerling met vooral hoge punten voor de artistieke vakken én catechese. Hij is veertien als hij naar het college in Peer overstapt waar hij de wetenschappelijke richting zal volgen.  Recht tegenover de school gaat hij in zijn vrije tijd bij juf Lenders gitaarles volgen. Er kan geen orkestje in zijn dorp of in de nabije buurt optreden of Jos trekt daar naartoe om met zijn ogen en oren wat van hun kunnen mee te pikken. Het was toen al zijn grootste droom om een tweede Will Tura te worden. Hij deed er alles aan om toch maar een optreden van zijn idool te kunnen meemaken. Juffrouw Lenders had een eigen orkestje dat we gemakkelijkheidshalve maar ‘De Juffrouw Lenders Groep” zullen noemen. Pa betaalde de gitaar en Jos moest ervoor zorgen dat hij aan geld geraakte om zijn lessen te bekostigen. Hij trok daarom tijdens de weekends naar het buurtcafé waar hij op de kegelbaan de kegels ging rechtzetten, want kegelen (wat wij tegenwoordig bowling noemen) was toen erg in trek. De winnaar gaf de jongens dan een kleine fooi. Met dat orkestje van juffrouw Lenders traden zij op in rusthuizen en voor jeugdverenigingen. Twee jaar na mekaar was Jos de gitarist van dienst tot op zekere dag hun vaste zanger ziek wordt en zij geen andere keuze hebben dan Jos als leadzanger aan te duiden. Dat valt geweldig mee. Jos brengt onder meer In de Stille Kempen van de Limburgse componist Armand Preud’homme. Meteen heeft hij de zangmicrobe te pakken en die heeft hem sindsdien nooit meer losgelaten. Iets later vormt hij samen met zijn broer en vriend Jef een trio. Jos op de gitaar, broer lief op de drums en Jef op de accordeon. Vier jaar lang treden zij in hun regio op als Joke and The Squires (Jos en zijn Schildknapen). In het begin zingen zij zowat alle hits van Will Tura, maar na een tijdje wordt hun repertoire uitgebreid met de hits van het moment, de successen van het begin van de jaren zestig. Met het geld dat zij met die optredens verdienen, kopen zij betere instrumenten en een vrij dure geluidsinstallatie. Jos herinnert zich dat hun echokamer veertigduizend frank kostte en dat zij daar een half jaar lang voor moesten sparen.

Vrij snel komt er een eerste plaatje. Jos had twee liedjes klaar waarmee hij eerst naar Will Tura stapt die hier en daar wat corrigeert en bijstuurt. Jos stapt vervolgens naar Joke Martens in Tongeren die zijn eerste plaatopname regelt. Voor vijftienduizend frank mag hij zijn eerste single opnemen Jij bent voor mij en Zovele jaren, een loonpersing, goed voor driehonderd plaatjes die in de plaatselijke jukeboxen terechtkomen. Elke dag na schooltijd neemt Jos de fiets en bezoekt de cafés in de omtrek tot zijn voorraad singletjes op is. Soms lukt het zelfs dat een of andere klant in het café ook een plaatje koopt en zo heeft hij binnen de kortste keren zijn eerste voorraad aan de man gebracht. Jos voelt wél dat het resultaat veel beter kan. Hij blijft oefenen en ernaar streven beter te zingen. Intussen worden er nog een aantal singeltjes uitgebracht: Geld geluk en liefde, in 1970 Zeg me dan niet nee en het jaar nadien De Zwerver.  Daarnaast gaat Jos ook voortstuderen mt als doel een hoger diploma, want dat is pa’s grootste wens.  Zijn toenmalig vriendinnetje Rita wil onderwijzeres worden en dus wil Jos dat ook. Hij gaat in Bokrijk studeren en behaalt daar ook zijn diploma. Op zekere dag komt hij meneer Leon Lambrechts tegen. Leon was net met het label Passe-Partout begonnen, maar neemt iets later het label Monopole in Heist- Op-Den-Berg over dat Luc Verbist in 1969 had opgestart. Leon beperkt zich uitsluitend tot het releasen van Vlaams materiaal. Jos krijgt van hem een contract van drie jaar aangeboden. In een Brusselse achtsporenstudio mag Jos het door hem zelf geschreven Tranen voor jou opnemen dat hij iets eerder al had ingeblikt, zij het summier begeleid door Joke Martens. De invalshoek voor de inhoud van dit liedje is het verhaal van een zieke buurman die na een bezoek aan de dokter in tranen uitbarst omdat hij het niet meer ziet zitten en toch de moed niet wil verliezen.  Dat raakt Jos zo diep dat hij dit kwijt moet in een liedje. Zoals het merendeel van zijn nummers, schrijft hij dit thuis in de leefkamer op de gitaar, staande voor de grote spiegel, want zo kan hij zich beter inbeelden dat hij voor een live-publiek optreedt.

Zijn producer Leon vindt de melodie van Tranen voor jou oké, maar wil dat Jos met wat inbreng van hem de tekst herwerkt én dat er een nieuwe begeleiding wordt opgenomen. Er worden arrangementen geschreven door Martin De Haeck die later nog voor Dana Winner en Sanne zal schrijven, er komt een groot orkest aan te pas, tweeënvijftig muzikanten sterk, met een pak strijkers en zo belandt dat nummer uiteindelijk als Verlaat me nooit op plaat. Zij blikken ook het liedje Mariane in – Jos had dat speciaal voor zijn jeugdliefde Rita geschreven- en dat vindt Jos het meest geschikt als A-kant. Maar hij krijgt geen gelijk. Iedereen, ook bij de radio, gaat voor Verlaat me nooit. Nu is de naam Joke, zoals Jos tot dan toe als artiest werd genoemd, niet meteen een naam om als meisjesidool aan de bak te komen. Op aanraden van Leon Lambrechts wordt dat Salim Seghers. Leon had tijdens de vakantie een weeskindje uit Algerije op bezoek en dat heette Salim. Op dat moment is Paul Severs de coming man en Severs en Seghers leunen wat bij mekaar aan én klaar is kees! Jos is niet gelukkig met die naamkeuze, laat staan pa en ma. Maar eenmaal Verlaat me nooit een grote hit is, leggen ze er zich bij neer.

Elf weken na mekaar staat Verlaat me nooit op 1 in de Vlaamse Top Tien. In mei 1971 staat Salim voor de eerste maal bovenaan en een maand later heeft hij zijn diploma van onderwijzer op zak. Het eerste jaar is er geen plaats vacant. Hij komt wel aan de bak als opvoeder, gelukkig maar, want zo kan hij schipperen met zijn uren en zijn tijd beter verdelen tussen zijn job en zijn zangcarrière. Na een jaar kan Jos als onderwijzer in Wijchmaal aan de slag en dan wordt het puzzelen om beide jobs met mekaar te verenigen. Jos durft niet voluit voor zanger te gaan, want pa houdt steeds waarschuwend de vinger in de hoogte dat zijn zoon met beide voeten op de grond moet blijven staan en vooral geen domme dingen doen. Die zangcarrière kan snel voorbij zijn!

Het blijft echter niet bij die ene plaat. Drie jaar na mekaar zit Salim, dankzij die grote hit, op muzikale rozen al zijn de volgende singles geen echte Salimplaten. Leon vindt dat hijzelf beter liedjes kan schrijven dan Salim.  Vaarwel wordt in 1972 de volgende keuze, maar geraakt niet in de Top Tien. Leon ziet meteen zijn misstap in en neemt met Salim tien nummers op die hij opnieuw zelf mag schrijven: Mooie uren mooie dromen, Woorden zijn geen daden, Mea Culpa. Jos heeft de smaak van de echte hits weer te pakken. In Vlaanderen duiken echter almaar meer zangers met de zogenaamd betere teksten op, mannen zoals: Johan Verminnen, Erik Van Neygen en Raymond Van het Groenewoud, om er een paar te noemen. In 1975, na de singles Mea Culpa en Ave Maria, voelt Jos dat hij is leeggeschreven. Hij weet dat hij geen vooruitgang meer boekt, dat hij blijft hangen. Hij probeert vanuit zijn ervaring als onderwijzer shows speciaal voor kinderen bedoeld op gang te trekken, maar hij ondervindt vrij snel dat dat een ander paar mouwen is dan schlagers zingen. Gelukkig voor hem komt hij de Marokkaanse arts en kruidendokter Johnny Larbie Khetouta tegen. Salim heeft op dat moment veel last van zenuwen aan de maag en op advies van zijn moeder komt Salim in contact met die geneesheer. Die schrijft in zijn vrije tijd, ook al is hij nog niet vlot Nederlandstalig, toneelstukken en blijkt ook perfect te kunnen verwoorden wat Salim qua gevoelens in zijn liedjes wil laten horen. Johnny hanteert een andere woordkeuze en zo klinken de liedjes van Salim tekstueel plots anders dan voordien. In de Franse hitlijsten gaat Johnny kijken en luisteren hoe de Fransen hun gevoelens verwoorden en hoe zij hun chansons arrangeren. Hij en Salim zullen samen een viertal elpees afwerken. Eén van hun eerste liedjes wordt in 1975 Beloof niet te veel dat je als een soort comeback mag  beschouwen. Salim zal met dat nummer drie weken na mekaar de Vlaamse Top Tien aanvoeren. Dat liedje wordt ook de titel van de elpee die een jaar later gereleaset wordt met daarop ook de volgende single Jij en ik.

In 1976 laat Salim, Monopole achter zich en vindt onderdak bij de grote platenfirma CBS. Hier wordt op een ander niveau gewerkt. Hij krijgt meteen een eigen arrangeur en een behoorlijk budget aangereikt. Salim brengt hier singles uit als In je mooie blauwe ogen, Als ik je vind en in 1977 In de stilte van de nacht dat hij samen met Roland Verlooven schrijft, die intussen zijn producer is geworden. In 1978 neemt hij samen met hem het album “Limburg mie landj” op als een soort blauwdruk van de Limburgse troubadoer Jo Erens. Meteen wordt het nummer Loeënde klokken op vijfenveertig toeren uitgebracht met iets later het door Roland onder diens pseudoniem Armath geschreven Het gebeurde op een zondagavond. Roland heeft er intussen voor gezorgd dat Salim een platencontract bij EMI krijgt die zijn producties op hun sublabel Bestsellers uitbrengt. Een jaar later schrijft Roland Verlooven voor Salim Heb jij geen drie minuten tijd voor mij en in 1980 Mientje van Meeuwen. Voor de fans is het qua stijl even wennen, maar zij haken niet af.

We noteren 1985 wanneer Salim gaat samenwerken met de bekende producer Roger Baeten. Roger had in een vorig leven nog de “Ontdek de Ster” wedstrijd bij de VRT gewonnen en een Vlaamse klassieker neergezet met het nummer Blijf je bij mij. Roger staat op het moment dat hij Salim ontmoet opnieuw in de belangstelling, deze keer als B.Rodgers en zit erg hoog in de BRT Top Dertig genesteld met het door hemzelf geschreven I feel so good. Roger heeft hier en daar al laten aanvoelen dat hij liever als producer in het zadel zit, ook al blijft hij als B.Rodgers nog een paar hits scoren met onder meer  de singles Tonight en Love You My Love. Roger is op het moment dat hij Salim ontmoet al druk in de weer met de carrière van Pascal Laurent en Danny Fabry. Met hem als liedjesleverancier en producer viert Salim zijn derde comeback. In 1985 is er de single Hey wil je mijn meisje zijn, uitgebracht op het Monopole label. De tekst is van Salim en de muziek van Roger.

De zevende december van dat jaar staat Salim helemaal bovenaan de Vlaamse Top Tien met Het kleine cafeetje. Met veel zon en energie trekt hij in 1986 naar Marrakech waar hij aan een jeugdfestival, gesteund door koning Hassan, deelneemt. Uit elk Europees land mogen twee artiesten deelnemen. John Larbi heeft goede connecties met de Marokkaanse ambassade en zorgt ervoor dat Salim naar ginder mag met een paar Franstalige liedjes. Een daarvan is het speciaal door hen beiden voor die gelegenheid geschreven Les Lions de L’Atlas, noem hen maar de Rode Duivels van Marokko. Salim wordt daar aangekondigd alsof hij een van hen is en scoort enorm veel bijval omdat hij in het liedje ook op hun nationale trots inspeelt. In de slipstream daarvan mag Salim in Rabat acht tv-optredens verzorgen en haalt met dat feit bij ons zelfs het nieuws. Seghers scoort met Les Lions de l’Atlas een Marokkaanse hit, maar heeft geen zin daar een tijdje te gaan wonen en zodoende zijn succes te verzilveren. Geen denken aan, het is hier dat de lamp brandt. Vijf maanden later is het op het Monopole -label raak met het door Roger Baeten geschreven ‘n Kille zomer en in het najaar van 1986 staat Salim opnieuw op één, nu met Marie Helena.

In samenwerking met Roger volgen nog successen als: Zomer in Venetië, Sara, Manolito, De radio speelt ons liefdeslied, Blijf deze nacht en in 1990, VTM is dan al een handje komen bijsteken met “Tien Om Te Zien”, de topper Koningin van de nacht. Nu Salim bij EMI is ondergebracht, mogen de producties net als bij CBS, wat geld kosten. Hij trekt met Roger naar de “Galaxy Studio” in Mol met hier achter de knoppen Wilfried Vanbaelen die naam zal maken, niet alleen als producer van Dana Winner, maar ook als haar echtgenoot. Omdat Salim het werk met zijn fulltime job als onderwijzer echt niet meer kan combineren, besluit hij in 1989 parttime les te geven. Zijn moeder overlijdt iets later, extreem gesteld de enige vrouw in zijn leven, want zich definitief hechten aan een partner hoeft voor Salim niet. Met het overlijden van zijn moeder verliest hij sowieso zijn grootste fan!

Omdat sprookjes, ook die van Salim niet, nooit erg lang blijven duren, stapt hij in 1993 van EMI over naar Assekrem waar hij weer een andere invalshoek vindt: een nieuwe producer, andere tekstsschijvers. Op tekst van Marc Van Caelenberg schrijft Salim het nummer De zomer is voorbij dat op het einde van dat jaar nipt buiten de Top Tien terechtkomt. Iets beter lukt het met Doe het voor haar, voor hem, voor mij geschreven door Nelly Byl.

Salim merkt dat hij als zanger niet meer echt op hits hoeft te  jagen en ontpopt zich meer en meer als liedjesleverancier voor zijn concurrent-collega’s. Zo schrijft hij voor Luc Steeno onder andere Waarom voel ik nog steeds en Voor Jou. In 1996 staat Salim vijfentwintig jaar op de planken en dat viert hij met een speciaal concert in het “Casino van Middelkerke”. Het jaar nadien weet hij  zowat iedereen te verrassen met een vertaling van Aïcha, de monsterhit van Khaled, op tekst van Johnny Larbi. Salim krijgt de smaak opnieuw te pakken. Zijn deal met Assekrem zit erop, hij zeilt verder op het  Rainbow label en lanceert in 2004 het album “Geniet van je leven” waarvoor hij gaat samenwerken met Walter Verbruggen, Paul Vermeulen, Daniël Ditmar en Arnold Van Damme. Het leven is zo kort wordt de single daaruit, maar hoog scoort die plaat niet. Eind juni 2005 besluit Jos na vijfenderig jaar dienst als onderwijzer met pensioen te gaan. Datzelfde jaar staat hij samen met The Supremes, Tony Christie, Rob de Nijs, Will Tura en Frans Bauer te stralen op het podium van “Rimpelrock” in Kiewit-Hasselt.

Als vanouds houdt hij eraan elk jaar samen met zijn trouwe fans op reis te gaan. In 2011 trekt hij tijdens de herfstvakantie voor de vijfentwintigste maal naar Lloret del Mar. Dat jaar gaan er zo’n 1700 fans mee om deze speciale trip te vieren met aan boord Kelly Pfaff, Sam Gooris, Sergio en Luc Caals. Naar aanleiding van deze vijfentwintigste fanreis brengt Salim een Spaans getinte mini cd uit met daarop, naast een medley met zijn bekendste hits, ook nummers zoals Oma in Spanje, Ga mee naar Spanje en In Lloret del Mar. Hij wordt dat jaar door de burgemeester van dit Spaans vakantie-oord op het stadhuis ontvangen. Naar aanleiding van zijn feestconcert “40 jaar Salim Seghers” in het Poorthuis in Peer op zaterdag 3 december 2012 verschijnt een nieuw album met uitsluitend eigen composities: Je bent nu zeventien, Hey Will Tura, Ik heb je zo gemist enz…Hij zingt ook een duet met Bandit, die net als hij een enorme fan van Will Tura is. Nog steeds is Salim niet gehuwd en het lijkt erop dat dat voor de rest van zijn leven zo wel zal blijven. Salim, de eeuwige vrijgezel.

In 2012 neemt Seghers het nummer Samen iets apart op, een liedje geschreven door Cliff Vrancken en Patrick Renier en geraakt daarmee tot op de vijfde plaats van de Vlaamse Top Tien. Het was sinds 1994 dat hij daarin nog eens genoteerd stond. Hij stapt over naar platenfirma Damaro en brengt met het oog op de zomer van 2013 Die tijd is nu voorbij  uit, een vertaling van Non illuderti mai van Orietta Berti dat in de jaren zestig een hit was voor de Britse groep The Tremeloes als My little lady. In de maand mei van 2014 is er het door hemzelf geschreven Mijn dag kan niet meer stuk en drie maand later een vertaling van zijn hand van de hit uit 1981 van de Saragossa Band Agadou dou dou in een frisse productie van Jean-Pierre Kerkhofs, opgenomen in de “Artsound Studio”. En dan is er in 2014 op het DAM label het album  “Mijn Mooiste Liedjes” met, naast zijn recente singles, ook wat oudere nummers en als hekkensluiter het onafscheidelijke Verlaat me nooit.

Begin 2015 verrast Salim niet alleen zijn trouwe fans, maar ook zijn collega’s door te kiezen voor een eigen vertaling van Just when I needed you most van de Amerikaanse singer-songwriter Randy VanWarmer, die er in 1979 een internationale hit mee scoorde. Seghers zet deze haast vergeten single in de markt als Net toen ik jou nodig had. De vierde mei 2015 verschijnt het door hemzelf geschreven Ik heb je zo gemist op het Damaro label. Vanaf vrijdag de dertiende februari 2015 schrijft Salim een gans jaar lang elke vrijdag de column “Het Belang van uw gemeente” in het Belang van Limburg. De eerste mei van dat jaar lanceert hij zijn nieuwste single, het door hemzelf geschreven Ik heb je zo gemist.

De drieëntwintigste juli 2015 lanceert Salim Seghers zijn nieuwste single. Het is deze keer een hommage aan zijn groot idool Will Tura, die dat jaar 75 wordt. Salim koppelt zijn talent aan dat van Bandit, die jarenlang met Tura op het podium heeft gestaan. Hij nam ooit het album “The Tura Song Book” op. Bandit en Salim schreven samen de Engelse – en Nederlandstalige tekst en melodie van Hey Will, een opvallend duet in de Vlaamse hitlijsten.

Druk in de weer voor de viering van zijn 45-jarige carrière brengt Salim de 12de september 2016 een nieuwe single op de markt als aanloop naar deze festiviteiten. Hij was altijd al tuk op het liedje Give a little love waarmee Albert Hammond en Albert West in 1986 een dikke hit scoorden. Het is een nummer dat Salim goed ligt en waarvoor hijzelf de Nederlandstalige tekst schreef Met een beetje liefde. Eerder dat jaar stond jij de 30ste april op stek 25 genoteerd in de Vlaamse Top 50 met het door hemzelf geschreven Mijn hartendiefje.

De 25ste maart 2017 brengt Salim op het Damaro-label het nummer Ik wil weer gelukkig zijn, een vertaling door Jos Van Meer van de Italiaanse hit Nessuno mi puo giudicare van Caterina Caselli.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2018 Daisy Lane & Marc Brillouet