Sam Cooke

Geplaatst in Artiesten

Sam Cooke werd 22 januari 1931 geboren in Clarksdale, Mississippi, als zoon van Anna Mae en Charles Cook in een gezin van acht kinderen (de ‘e’ werd later door Specialty-producer Robert Blackwell aan de familienaam toegevoegd omdat de naam op die manier commerciëler oogde en klonk).

Nadat de familie was uitgeweken naar Chicago, werd zijn vader predikant in de Church of Christ Holiness en het was hier dat Sam zijn eerste noten mocht zingen. Toen hij negen werd, vormde hij samen met een van zijn broers en twee van zijn zussen het zanggroepje ‘The Singing Children’. Op de Wendell Phillips High School wordt zijn talent ontdekt door R.B. Robinson, bariton bij de Soul Stirrers. Sam wordt meteen ingelijfd bij de Highway QC’s, een groep die de Soul Stirrers van nieuwe zangers moest voorzien. Sam Cooke had al veel geleerd van de plaatopnamen van de Soul Stirrers, vooral van de zangtechniek van hun tenor R.H. Harris. 28 juli 1950 zingt R.H. voor de laatste keer samen met de Soul Stirrers en zijn plaats wordt begin 1951 ingenomen door Sam Cooke. 1 maart van dat jaar zingt Sam voor de eerste keer mee tijdens een opnamesessie in Hollywood (de groep bestaat dan uit: Sam Cooke, Silas Roy Crain, Jesse J. Farley, T.L. Bruster, Paul Foster en R.B. Robinson). De meest opmerkelijke opname die we hiervan onthouden is hun versie van Jesus gave me water, een a-capellaversie van deze gospelklassieker. Het zangwerk was zo perfect dat instrumentale begeleiding gewoon overbodig zou klinken. Ook I’m gonna build on that shore is een parel in zijn vocale soort. Tegen 1953 is T.L. Bruster vervangen door Alex Bradford en zijn de Soul Stirrers weer enkele gouden opnamen rijker zoals He’s my friend till the end en Jesus I’ll never forget it. Gedurende zes jaar treden de Soul Stirrers op in Amerika, bouwend aan een fenomenale gospelact.

Sams manager Bill Cook probeerde hem er stilaan van te overtuigen ook wereldlijke muziek te brengen, ‘the devil’s music’. Na enkele succesvolle Soul Stirrers-elpees was Sam Cooke doodsbang om via die solo-zijsprong het image van de groep te schaden, maar onder begeleiding van Bumps Blackwell wagen ze het er toch op. Onder de schuilnaam Dale Cook worden midden ’56 de nummers Lovable en Forever gereleaset. De vaste gospelaanhang, die Sams stem meteen herkent, voelt zich bekocht door dit naamspelletje en Specialty Records ziet zich dan ook verplicht de volgende single uit te brengen onder zijn echte naam, Sam Cooke. I’ll come running back to you doet het niet onaardig, maar Specialty-baas Art Rupe is boos omdat producer Bumps Blackwell haast uitsluitend blanke muzikanten heeft gebruikt. Met het geld dat hij verdiend heeft met de Little Richard-opnamen koopt hij Sam Cooke weg bij Specialty en brengt hem onder bij Bob Keens platenlabel, waar de single You send me in één klap een hit wordt, vooral na zijn optreden in” The Ed Sullivan Show. Drie weken lang blijft You send me op één met een totale verkoop van 2,5 miljoen exemplaren.

Arthur Rupe, niet zo tevreden over het verdwijnen van Sam Cooke, brengt gelijktijdig op het Specialty-label nog enkele resterende singles uit en dat met behoorlijk wat succes: That’s all I need to know, I need you now en Happy in love. Daarmee was de Specialty-koek op en de baan vrij voor Keen Records om het ijzer te smeden nu het gloeiend heet was. Onthouden we vooral meevallers als Win your love for me, Everybody likes to chachacha en vooral Only sixteen, deze laatste voor Sam een top 30-hit en voor Craig Douglas in Engeland een nummer 1.

November 1959 duikt RCA op, wetend dat Cookes contract bij Keen Records bijna is afgelopen. Ze bieden Sam honderdduizend dollar aan en Cooke tekent zonder aarzelen. Hij wordt gekoppeld aan de producers Hugo Peretti en Luigi Creatore en maakt zijn RCA-debuut met Teenage Sonata.

Intussen brengt Keen Records nog Wonderful World uit, goed voor een twaalfde plaats (later nog hits in coverversies van Herman’s Hermits, Art Garfunkel en Johnny Nash), maar het gospelgetinte Chain Gang levert RCA en Sam Cooke een nummer 2-hit op, tevens Sams tweede miljoenenhit. Sad Mood moet de sliert hits voortzetten en Cooke genoeg geld opleveren om een eigen platenlabel te beginnen, Sar Records, goed voor enkele singlehits van The Simms Twins en The Valentinos. In september 1961 wordt de single Cupid uitgebracht. Voor Sam een top 20-hit, maar later nog lucratiever in de versies van Johnny Nash, The Detroit Spinners en Tony Orlando and Dawn.

Zijn derde miljoenenhit versiert Sam Cooke met het door hemzelf geschreven Twistin’ the night away, daarmee inpikkend op de in die tijd populaire twistrage. De eerste Sam Cooke-elpee die in Amerika enige voet krijgt in de Elpee Top 100 is de langspeler “Twistin’ the night away”. 1962 is goed voor vier toppers: Somebody have mercy, Nothing can change this love, Havin’ a party en Bring it on home to me met backing vocals van Lou Rawls. Ook de hierop aansluitende elpee “The best of Sam Cooke” krijgt behoorlijke respons. Januari 1963 wordt ingezet met een cover van Little Richards Send me some loving halt houdend op 13. Het is even wachten tot in april vooraleer zich nog eens een echte top 10-hit aankondigt, deze keer Another Saturday Night. Nog zo’n voltreffer wordt Cookes versie van Willie Dixons Little red rooster, samen met Billy Preston op het orgel en Ray Charles aan de piano. 24 juni 1964 staat Sam Cooke gedurende twee weken in de New Yorkse Copacabana nachtclub (in november van dat jaar worden hoogtepunten hiervan uitgebracht op de elpee “Sam Cooke at the Copa”) en in september van dat jaar is hij samen met The Righteous Brothers en The Everly Brothers te gast in de eerste aflevering van de populaire show “Shindig” bij ABC Television. Intussen is Sam Cooke zich, samen met J.W. Alexander, intensiever gaan bezighouden met hun eigen platenlabel Sar Records. Ze hebben de Cooke-catalogus van het failliete Keen Records afgekocht voor tweeduizend dollar en meteen doorverkocht aan RCA voor vijftienduizend dollar. Er wordt ook gelijk een zusterfirma opgericht, het Derby-label met artiesten als Billy Preston, Mel Carter en Johnnie Taylor.

Op de avond van de tiende december 1964 wordt Sam Cooke tijdens een diner in het Italiaanse “Martoni’s Restaurant” na het eten in de bar voorgesteld aan de 22-jarige Elisa Boyer. Om één uur ‘s nachts verlaten zij samen de bar en rijden in Sams fonkelnieuwe Ferrari naar “P. J.’s Nightclub”. Daar krijgen ze het aan de stok met een man die Elisa lastigvalt. Zij vraagt Sam om haar naar huis te brengen, maar hij rijdt richting Santa Monica om aan te belanden in het “Hacienda Motel” gelegen langs de  South Figueroa Street in Los Angeles. Sams huwelijk was zwaar onder druk komen te staan nadat het jaar voordien hun anderhalf jaar oude zoon was verdronken. Achteraf beweert Elisa dat Sam haar langs de achterkant van het motel naar binnen sleurde en haar de kleren van haar lijf scheurde. Eenmaal binnen loopt Sam naar de badkamer terwijl Elisa van de gelegenheid gebruikmaakt het hazenpad te kiezen. Zij grist haar en zijn kleren bij mekaar en loopt naar het kantoor van de manager. Zij klopt op de deur, maar geen reactie. Eenmaal buiten het motel waar ze zich eerst aankleedt, belt Elisa de politie vanuit een telefooncel. Sam Cooke is intussen razend omdat Elisa zijn kleren heeft meegenomen en rent naar het kantoor van manager Bertha Franklin. Hij forceert de deur en grijpt haar bij haar pols met de vraag of zij weet waar Elisa is. Zij weegt een pak kilo’s meer dan Sam, weet zich los te wringen en grijpt haar revolver die op haar televisietoestel ligt en schiet in een paniekreactie drie keer na mekaar. Een kogel treft Cooke in het hoofd. Hij zou nog overeind zijn gekropen, waarop Bertha hem met een bezemstok op zijn hoofd sloeg, de genadeklap zo bleek achteraf. Om zes uur in de ochtend verneemt Sams vrouw dat haar man is overleden. Later verklaart Bertha in de rechtbank dat Sam, Elisa Boyer wilde verkrachten en dat deze gevlucht was om de politie te verwittigen. Na bloedonderzoek van Cooke bleek dat hij die avond te veel had gedronken (minstens vijf martini’s), dat zijn geld niet was gestolen, maar dat zijn creditcards ontbraken. Het hele verhaal wordt geklasseerd als wettige zelfverdediging. 18 december wordt “Mister Soul” onder enorme belangstelling van zijn fans en collega’s begraven op A.R. Leak Funeral Home. Wat zich die avond in dat hotel precies heeft afgespeeld, is nog steeds een raadsel. Er wordt aangenomen dat Elisa Sams geld en kleding had gestolen en dat een woedende Sam verhaal probeerde te halen bij de motelmanager die zich op haar beurt bedreigd voelde en hem uit zelfverdediging neerschoot. Vreemd is dat toen Sam zich inschreef in het motel, Elisa de kans had ervandoor te gaan, maar dat niet deed. Ook vreemd is dat Sam zich inschreef onder zijn officiële naam.  Een maand later wordt Elisa in Hollywood betrapt op prostitutie. Er wordt aangenomen dat nadat Cooke haar betaald had in het motel zij ervandoor is gegaan en zijn kleren heeft meegenomen zodat hij haar niet kon achtervolgen. We lezen regelmatig de stelling als zouden Elisa en Bertha als een soort tandem hebben samengewerkt.  Bertha Franklin zou na het voorval in elk geval doodsbedreigingen hebben ontvangen en haar motel hebben moeten sluiten. Ze eiste van de familie Cooke via een advocaat een enorme vergoeding, maar ving bot.  Er wordt in de marge ook beweerd dat Sam er door de maffia in zou zijn geluisd omwille van een drugsdeal, anderen beweren dat het een racistisch complot was omdat de ster van Sam Cooke té rijzend was aan het begin van de jaren zestig waar de zwarten nog om hun burgerrechten dienden te strijden. In zijn entourage hoorde je de bewering: “he was just getting too big for his britches for a suntanned man.” En dan is er nog de bewering dat Sams vrouw, Barbara Cooke, dit complot zou hebben gesmeed om Sam af te straffen voor zijn ontrouw, terwijl zij zelf op het moment van de moord een scheve schaats reed met een ober in een of andere bar.

A Change is Gonna come wordt ondanks de plotse dood van Cooke een bescheiden hit, maar belandt jaren later op de twaalfde plaats in de lijst van “500 greatest songs of all time” samengesteld door het blad Rolling Stone. De vrouw van Cooke hertrouwt iets later met Sams vriend Bobby Womack. Sams dochter Linda zal in het huwelijk treden met Bobby’s broer, Cecil Womack en zullen als Womack & Womack in de jaren tachtig en  negentig een aantal hits scoren. Hun grootste succes Teardrops nemen ze in 1988 op.

Postuum wordt de tweeëntwintigste december 1964 de single Shake uitgebracht met op de B-kant de zelfgeschreven ballad A change is gonna come. In de herfst van dat jaar staat Sam ermee op de zevende plaats in Billboard’s Hot One Hundred. A Change is Gonna Come is in het repertoire van Cooke een opvallende song. Het was de eerste keer dat Sam een sociaal probleem te berde bracht, namelijk de onderdrukking van zijn zwarte medemens. Het is de eerste keer dat Cooke zich in een song afzet tegen het nog altijd heersende racisme. Hij uit zich hieromtrent op een expliciete manier. Dat was riskant omdat hij er na hard werken als zwarte zanger in geslaagd was een overstap te maken naar een blanke afzetmarkt. Cooke was geraakt door Bob Dylans Blowin’ in the wind, maar vond dat dit lied door een zwarte gezongen had moeten worden. Toen Cooke in de herfst van 1963 samen met zijn band de toegang was geweigerd tot een “Holiday Inn” hotel in Shreveport, Louisiana, was voor hem de maat vol. Cooke weigerde het hotel te verlaten en werd opgepikt door de politie samen met enkele leden van zijn orkest en naar de gevangenis gebracht. Een maand of twee later schreef hij uit protest A Change is Gonna Come. Normaal was Cooke in de studio een pietje-precies wat de opname betreft, maar voor deze sessie had hij het volste vertrouwen in zijn vaste medewerker René Hall. René nam de arrangementen volledig voor zijn rekening en maakte er haast een symfonisch werkje van met een zeventien strijkers, timpani en hoorns. Maart 1964 verschijnt A change is gonna come in een productie van Hugo & Luigi  op het album ” Ain’t that Good News”. Cooke zou het de maanden nadien slechts eenmaal live zingen tijdens een van zijn concerten, maar de burgerrechtenbeweging pikte de song meteen op als een soort anthem. Wat het nummer nog een aparte touch geeft, is dat het vaststond de single de tweeëntwintigste december te releasen, twaalf dagen dus voor zijn onvoorziene dood. In 2008 zal Barack Obama A change is gonna come gebruiken tijdens zijn verkiezingscampagne en zal hij verkozen worden tot eerste zwarte president van Amerika.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2015 Daisy Lane & Marc Brillouet