Sergio

Geplaatst in Artiesten

Op Wikipedia wordt hij omschreven als een Vlaamse zanger en televisiepersoonlijkheid, op zijn eigen website sergio.be verwelkomt hij ons als de grootste Vlaamse entertainer. Een grote bek opzetten en niet verlegen om zichzelf duidelijk te laten horen, is Sergio nog altijd niet verleerd. Hij haalde de voorbije jaren vaker de pers met opmerkelijke uitspraken en beloftes dan met zingen en entertainen, wat hij de jaren voordien wel uitstekend deed. In 2010 tijdens zijn deelname aan “Expeditie Robinson” omschreven zijn collega-deelnemers hem als een cafébaas die liever lui dan moe was. Het jaar voordien, de negende april, had Sergio in Lommel zijn café The Kings geopend met de belofte dat hij een concept had uitgewerkt met de bedoeling om enkele weken later met datzelfde concept in Diest en nadien nog op andere locaties een aantal cafés te openen. Veel zaakvoerders fronsten toen al de wenkbrauwen. Tijdens “Expeditie Robinson” zorgden de deelnemers ervoor dat de exit van Sergio snel beklonken was. Bij de start van 2012 blokletterden de kranten dat Sergio twintig kilo wilde gaan afvallen in Benidorm. Hij wilde naar het Spaanse dorpje Villajoyosa in de buurt van Benidorm trekken om daar tijdens een periode van vier maanden twintig kilo af te slanken. Hij vatte het plan op er aan cardiofitness te doen en uit de buurt van de frituren te blijven. Geen probleem, want die zijn daar mondjesmaat te vinden. Twee maanden later lezen we in diezelfde kranten dat “een dagelijks frietje eten volgens Sergio niet zo ongezond kan zijn”. Hij laat weten dat zijn manier van feesten, eten en drinken indruist tegen alle gezondheidsadviezen, maar dokters en diëtisten maken ons daaromtrent veel wijs, aldus onze bourgondiër. Hij zal het ons allemaal uitleggen in zijn biografie waaraan hij druk bezig is en waarin hij geen blad voor de mond zal nemen. Ook niet over zijn eigen leven, waarin hij vaak geluk heeft gehad. Het eerste jaar dat hij met de auto reed, kreeg hij zeven ongevallen. Twee keer kroop hij daarbij door het oog van de naald. Vijf maanden later laat hij ons in het najaar van 2012 weten dat die autobiografie er niet komt. In Spanje heeft hij zich bedacht omdat de details die hij kwijt wil té intiem zijn en hij geen mensen wil kwetsen. Hij neemt die feiten liever mee in zijn graf, al gunnen we hem nog een lang leven, zeker sinds hij eind 2012 besloten heeft zijn zangcarrière nieuw leven in te blazen.

Sergio werd als Serge Quisquater de vijfde juli in 1965 geboren. ADHD had toen nog geen naam, maar een rustige jongen kon je hem moeilijk noemen. Thuis was het niet zo makkelijk voor zijn ouders om hem op te voeden. Mama had een kapsalon en papa runde een interieurbedrijf dat hij op latere leeftijd aan Sergio’s broer overlaat. Sindsdien verdelen zij hun tijd tussen Spanje, Tenerife of hier dicht bij huis. Sergio heeft nog twee broers (drie en zes jaar jonger dan hij) en een aangenomen broer. In de jaren tachtig was zijn moeder voorzitster van de organisatie “Hulp aan Roemenië”, die zich vanuit België inzette voor het Roemeense volk ten tijde van de Ceaușescurevolutie. Zij ging daar op regelmatige basis weeshuizen bezoeken en die kinderen kwamen op vakantie in ons land. De achtjarige Christian was zo iemand die af en toe bij hen inwoonde en omdat het telkens intriest was om hem terug te sturen, besloten zijn ouders om hem definitief te adopteren. Dat klikte van in het begin en nu nog steeds zijn ze onder elkaar onafscheidelijk.

Sergio opvoeden was geen makkie, want dat werkte bij hem als een rode lap op een stier. Tot zijn vijftiende was hij een kind zoals een ander, maar van dan af interesseerde de school hem niet meer. De straat werd deels zijn biotoop, de straat werd zijn tweede thuis. De hele tijd bij je vrienden vertoeven, Sergio deed niets liever. Alles wat niet mocht, was nou net leuk om wél te doen. Zijn ouders hadden ook geen tijd om zich veel met de kinderen bezig te houden. Trouwens, zijn jongere broers werden grotendeels door de grootouders en een tante opgevoed. Nu kijkt hij daar met gemengde gevoelens op terug. Zijn schoolpad verliep erg hobbelig. Na een tijdje geraakte hijzelf het noorden kwijt. Hij begon aan de kleuterklas in Linden om tot en met het vierde studiejaar aan de lagere school aldaar te blijven. Nadien verhuist hij samen met zijn boezemvriend naar het Kleine RMS in de Vaartstraat in Leuven. Nadien stapt hij over naar het Klein Atheneum in de Naamsestraat in Leuven, waar hij de eerste twee jaar de afdeling Latijn volgt. Maar dit is niet zijn ding. Hij verhuist vervolgens naar de sportschool aan de Vildersstraat in Hasselt, waar hij als intern wordt ingeschreven. Na anderhalf jaar moet hij wegens slecht gedrag de school vroegtijdig verlaten en keert hij terug naar Leuven, waar hij zich inschrijft aan het Lyceum in de Parkstraat. Hier volgt hij de afdeling handel. Hij slaagt niet en moet voor de derde keer het derde jaar overzitten. Intussen is hij naar de sociaal-technische afdeling overgestapt.

Quisquater voelt op een bepaald moment almaar meer dat hij tot bepaalde kringen niet wordt toegelaten, dat men op hem neerkijkt als iemand die tot de basse classe behoorde. Een jongen die zich ei zo na op het terrein van de marginaliteit beweegt. Zijn vrienden zijn door de bank ook ouder dan hij. Het zijn niet meteen moeders braafsten. Buiten de lijntjes kleuren, geeft hun een adrenalinestoot. Voor hij het weet, belandt Sergio in een andere sociale klasse. In het magazine “Hallo” zei hij de twaalfde april 2014 daarover: “Dat is iets wat ik tot de dag van vandaag met me meesleep. Waar ik ook kom, vinden ze me aanvankelijk een vriendelijke jongen, maar het duurt niet lang voor ik iets zeg of doe wat de andere aanwezigen choqueert. Mijn gedrag past zelden in het voorziene kader, dat krijg ik er nooit meer uit. Ik voel dat veel mensen daarop afknappen. Ik trek me dat aan. Ik zal niet zeggen dat ik met een minderwaardigheidscomplex kamp, maar dat wordt me soms wel opgedrongen. Dat voel je aan kleine dingen wanneer ze mij niet uitnodigen op ons feestje, omdat zij schrik hebben dat ik zat word en er dan niets meer met mij is aan te vangen. Leuk is dat niet. Ik ga geen namen noemen, maar ik heb al meegemaakt dat ik niet werd uitgenodigd voor een reüniefeestje van een tv-programma waaraan ik had meegewerkt.”

Sergio’s vader hoopte dat zijn zoon wel zou kalmeren wanneer hij zijn dienstplicht moest vervullen, maar in de kazerne in Lombardsijde kennen zij hem nog altijd als een lastige rekruut. Hij kreeg daar een opleiding artillerie. Temmen lukte niet, want vanaf de eerste dag ging Sergio al dwarsliggen en mocht hij het eerste weekend in de kazerne doorbrengen. Omdat hij niet echt van hout pijlen wist te maken, gaat Sergio na zijn legerdienst met de financiële steun van pa een taverne uitbaten in Linden. Dat is aanvankelijk een rustige zaak voor rustige mensen, zoals zijn vader dat ook wil, maar dat zint Sergio niet. Hij begint er muziek te draaien en binnen de kortste keren wordt taverne Brazil een soort discotheek. Hij is drieëntwintig wanneer hij zijn eerste plaatje Quando quando uitbrengt, ooit een hit voor Tony Renis en Engelbert Humperdinck, met op de B-kant een cover van Don’t go down to Reno, een hit voor Tony Christie. Hij neemt vervolgens voor het Rainbowlabel het nummer Lady I love you op. Het zijn geen singletjes die potten breken. Het mag vreemd lijken, maar ondanks zijn ruwe bolster dweept Sergio met crooners zoals Tom Jones en Engelbert Humperdinck, een zangstijl die hem wel ligt. Zijn muzikale smaak is trouwens gevormd door zijn vader, die dolgraag naar crooners en Paul Anka luisterde. Als kind koos hij daar niet voor, maar hij pikte het thuis op, ook al heeft hij eerder een rockhart. Dat maakt dat hij zich in vele muzikale genres thuis voelt. Of hij nu met dEUS zou moeten samenzingen of met Laura Lynn, dat maakt hem geen zier uit. Ooit heeft hij zangles genoten in de Rue des Bouchers in Brussel bij dezelfde zanglerares als Dani Klein, maar na zes maanden had Sergio er schoon genoeg van en ging zich een eigen stijl aankweken.

Wanneer in 1989 VTM van start gaat, lijkt het Sergio wel wat om op te treden in “Tien Om Te Zien”, wat hem lukt met zijn derde single In de sterren staat geschreven, een chanson van Julien Clerc en Etienne Roda-Gil waarvoor Serge zelf de Nederlandstalige tekst schrijft. De single wordt getipt voor de Vlaamse Top Tien, maar het is toch nog even wachten. Het lukt ook niet met de single Nooit meer, geschreven door Rudolf van der Molen en Louis Jans, met op de B-kant een liedje van Burt Blanca op een tekst van Johan Verminnen Jij bent alles wat ik hebben wou, de vierde single waarmee Sergio ook al aan zijn vierde platenfirma toe is. Na Indisc wil CBS met hem wel een gokje wagen, maar het blijft een verhaal van gokken en weinig winnen.

De muzikale zon begint te schijnen wanneer Sergio op het einde van 1994 de in Tienen geboren zangeres Sandy Boets opnieuw ontmoet. Hij kende haar al van toen zij als achtjarige optrad tijdens de soundmixshow met liedjes van Whitney Houston. Toen al viel hem op wat voor een goede stem zij had. Zij kwam ook wel eens langs in de Brazil. Daar weet Sergio Sandy te overhalen om haar zangtalent in betere banen te leiden. Hij besluit haar manager te worden. Hij wil haar eerst als soliste lanceren, maar op aanraden van hun liedjesleverancier Marc Paelinck, die vindt dat Sandy als vijftienjarige daar nog te jong en niet matuur genoeg voor is, wordt besloten dat Sergio en Sandy een duo zullen vormen en daarmee is Taste of Joy geboren. Dat wordt beslist tijdens een uitgebreid diner in een restaurant in Mol. Marc Paelinck en Ronald Buersens zullen het songmateriaal aanreiken. Er wordt semisoft van wal gestoken met het nummer You’re my baby, dat op veel airplay kan rekenen. Een volgende stap is de single You’ve got to try, die met een dansante aanpak echter niet goed genoeg is voor een notering in de BRT Top Dertig. Ook de opvolger Together forever, een niet onaardige ballad, geraakt niet tot in onze nationale hitlijst. Het is ook de titel van hun eerste langspeler, die de vijfentwintigste september 1995 in de Stadsschouwburg van Leuven wordt voorgesteld. Tijdens hun optreden worden Sergio en Sandy door zes muzikanten en vier professionele dansers omringd. Op basis hiervan worden zij geselecteerd om deel te nemen aan het “Golden Stage Festival” in Roemenië, waar zij derde eindigen op een deelnemersveld van zesentwintig landen. Van dan af wordt Taste of Joy in Roemenië een graag gezien tweetal. Omdat in Canada een groep huist die ook Taste of Joy heet, wordt vanaf 1996 beslist als Touch of Joy verder te gaan en leveren Marc Paelinck en Ronald Buersens hits af zoals Don’t give it up en Keep on moving. Sergio mag telkens meetekenen als coauteur. Een tweede plaats in de Ultratop 50 wordt bereikt met de single Enjoy, goed voor goud, net als het gelijknamige album met daarop de hitsingle Please don’t go, bekroond met de Radio 2 “Zomerhittrofee” als beste productie van 1997. Niet dat Marc en Ronald plots betere nummers schrijven, de mixing wordt steviger en moderner aangepakt. Het jaar nadien is er het al even succesvolle album “Dance to the rhythm” met daarop de hits Feel all right, Give me freedom en I’m on fire. Als een soort hese Tom Jones weet Sergio zich met veel power door de nummers heen te zingen met Sandy als vocale balans. Hier en daar steken geruchten de kop op als zou de groep ermee willen ophouden. Dat valt extra op wanneer Sergio in 2000 solo op de proppen komt met het nummer Allez allez allez, speciaal voor hem geschreven door Marc Vanhie en Kris Wauters in het raam van de deelname van de Belgische voetbalploeg aan “Euro 2000″. Een liedje met ballen, mogen we wel stellen. De achtste april van dat jaar klimt Sergio ermee naar de derde plaats in de Vlaamse Top Tien. Als Touch of Joy drukken zij de geruchten over een eventuele split de kop in met hun album “Don’t say it’s over” met daarop de megahits I can’t let you go en Fox on the run, een cover van een oude hit van The Sweet. Met toestemming van hun platenfirma mogen zij op dit album elk ook hun soleerkunst etaleren: Sandy in het nummer Bizarre en Sergio onder meer in de Neil Diamondcover Hello again. In 2001 is er hun verzamelalbum “The Greatest Hits”. Datzelfde jaar wordt hem door de carnavalsvereniging De Koekerellen van Hasselt de onderscheiding “Orde van de Humor Zonder Grenzen” uitgereikt. Om dat Touch of Joyverhaal keurig af te ronden, ook nog vertellen dat er tussen 2000 en 2003 een soort pauze wordt ingelast waarin zowel Sergio als Sandy solo aan de weg timmeren om in 2003 in schoonheid afscheid te nemen met de single Be ready, geschreven door Piet Van Den Heuvel, Lex De Groot en Roel De Ruijter, uitgebracht op het ARS-label, verdeeld door Universal en goed voor een zevenentwintigste plaats in de Ultratop 50.

Sergio heeft al een tijdje door dat hij niet alleen graag zingt, maar ook graag presenteert en entertaint. Tijdens een optreden in de Carré in Willebroek voor “De Muziekdoos”, een programma van Eén, wordt hij aangesproken door toenmalig VRT-producer amusement Joannes Thuy. Voordien had Sergio voor Ketnet het jongerenprogramma “Tripties” gepresenteerd, een uitzending waarin hij jongeren reistips meegaf, bedoeld voor uitstapjes in Belgische steden en regio’s, én in 1999 het Eén-programma “Vliegende Start”, waarin hij, bijgestaan door Phaedra Hoste, koppels voor een week op reis stuurde en dat zeven afleveringen lang. In 2000 mag hij zich als presentator uitleven in het programma “Kaviaar met pruimen”. Hierin mag Sergio zich als een wat onbeschaafde jongen in de beschaafde wereld inleven, in de beau monde, op bezoek in exclusieve hotels en mondaine kuuroorden. Iets later mag hij schitteren in het tv-programma “Het Rapport Quisquater”, waarin Sergio op een eigenzinnige manier terugblikt op het grote en kleine nieuws van de voorbije week.

Omdat hij het zingen niet kan laten en geen uitdaging hem te groot is, schrijft Sergio zich in 2002 in voor “Eurosong”. Van de 351 ingezonden nummers worden er 28 geselecteerd. Tijdens vier voorronden wagen telkens zeven artiesten hun kans. Zo horen wij Wuyts & Schepens, Kim Kay, Wim Leys en Iris hun beste beentje voorzetten, maar het is uiteindelijk Sergio@The Ladies die ons land mogen vertegenwoordigen in Tallinn, de hoofdstad van Estland, waar vierentwintig landen deelnemen. Sergio eindigt er met het liedje Sister op de dertiende plaats. Gewonnen wordt er door Letland met I wanna, gezongen door Marie N. The Ladies bestaan uit drie Nederlandse zangeressen: Ibernice MacBean, Ingrid Simons en Jody Pijper. In ons land wordt Sister voor Sergio een dikke hit met een derde plaats in de Ultratop 50 als hoogste notering. Hij laat zich in Vlaanderen ook begeleiden door zijn stevige liveband The Big Bang. Wij kunnen hen onder andere meemaken tijdens “Marktrock” in Leuven iets later in 2003. Sergio neemt het jaar voordien in de Galaxy Studio in Mol samen met producer Marc Paelinck het album “Road to freedom” op, waarvan de titelsong ook nog een behoorlijke hit wordt. Tijdens de opname van dat album laat Sergio zich onder meer begeleiden door het meisjeskoor Scala. Als voetnoot aanhalen dat Sandy – je weet wel, die andere helft van Touch of Joy – in 2004 naar het “Eurovisiesongfestival” mag als Xandee met het nummer 1 life, ook geschreven door Marc en Dirk Paelinck, die daarmee een tweede Eurokans krijgen. Xandee stoot in Istanboel wel door naar de finale, maar eindigt daar samen met Ierland op een gedeelde voorlaatste plaats. Oekraïne wint met Ruslana en het nummer Wild dances.

In 2002 blikt Sergio samen met Walter Grootaers het Big Brotherlied Ontdek jezelf in, bestemd voor het derde seizoen van “Big Brother”. Intussen was Sergio door burgemeester Vranckx van Lubbeek vereerd met de titel ereburger van zijn gemeente. De veertiende oktober 2006 staat hij op de planken van het Cultureel Centrum in Hasselt tijdens “Night of the Classics” met zijn muzikaal project “I’m the King”, waarin hij zich kan uitleven in nummers van Tom Jones, Frank Sinatra en Neil Diamond. Hij voelt zich iets eerder, de vijfde mei van dat jaar, al erg goed in zijn sas wanneer hij tijdens het Eén-programma ” Zo is er maar één” Zij gelooft in mij van zijn idool André Hazes mag zingen. Paul Michiels wint die aflevering met zijn versie van De roos van Ann Christy. De tweede februari 2007 zien we Sergio opnieuw in dat programma opduiken, deze keer met zijn versie van Vindegij mijn gat, oorspronkelijk een nummer van The Clement Peerens Explosition.

Vanaf 2004 tot 2007 presenteert Sergio het populaire spel “Fata Morgana” voor Eén, een spel waarin hij samen met een BV een rist uitdagingen afwerkt. In 2007 beslist hij over te stappen naar VTM. Hij presenteert voor hen de Vlaamse variant van het Nederlandse spelprogramma “Stenders Late Vermaak”, “De Foute Quiz”. Twee teams van Vlaamse BV’s nemen het tegen elkaar op in diverse rondes. Er wordt met de vaste teamleaders Ronny Mosuse en Kürt Rogiers gespeeld. Leuke combinaties passeren op die manier de VTM-revue: Jo Vally en Deborah Ostrega, Luc De Vos en Tiany Kiriloff, Bart De Pauw en Koen Wauters, Dina Tersago en Tom Waes, Rick de Leeuw en Benny Neyman… In 2007 is er ook het programma “Ranking the Stars”, ook al een Nederlands succes, waarin Sergio tien dames op de rooster mag leggen. Zo genieten we van enkele intieme details van Kelly Pfaff en Tanja Dexters en wordt actrice Sandrine André de winnares met wie Sergio in 2006 een aflevering had gewonnen van het programma “Just The Two Of Us” en waarin hij met haar Never tear us apart zingt, bekend in de versie van Natalie Imbruglia en Tom Jones. Van september tot en met december 2007 presenteert hij aan de zijde van Francesca Vanthielen “Sterren Op Het IJs”, waarin Vlaamse sterren het opnemen tegen Nederlandse, zoals Dean tegen Greet Rouffaer en Dirk Tieleman tegen Leen Demaré.

Als zanger laat Sergio zich in 2007 horen met het nummer Ik laat je los, geschreven door Vincent Pierins en Patrick Hamilton, waarmee hij tot op de zevende plaats van de Vlaamse Top Tien geraakt. Hij meldt aan de pers dat hij zich in de toekomst graag wil profileren als de Vlaamse André Hazes. In 2008 schrijft hij samen met Vincent Pierins en Patrick Hamilton het liedje Your guiding star, waarmee E.F.R., Escape From Reality, een project rond Wouter De Clerck, op aanraden van Sergio deelneemt aan “Eurosong”, dat door Ishtar gewonnen wordt met het nummer O julissi, waarmee zij echter tijdens het Eurovisiesongfestival in de Servische hoofdstad Belgrado niet verder geraken dan de halve finale. Het festival wordt dat jaar gewonnen door Rusland met Believe, gezongen door Dima Bilan.

Zoals eerder al vermeld, neemt Sergio in het voorjaar van 2009 in Lommel het café”Cambrinus” over en tovert het om tot “The Kings”. Sergio is dan drieënveertig. Zijn exclusiviteitscontract bij VTM is afgelopen en wordt niet verlengd. Jaren later geeft hij in een interview met Het Belang van Limburg toe dat het een foute beslissing was om de VRT achter zich te laten. “Ik heb met die overstap een enorme fout gemaakt, want nogal wat mensen die toen bij VTM aan het roer stonden, hebben het spel niet correct gespeeld. Tot op de dag van vandaag krijg ik verwijten omdat ik dat zo openlijk zeg, maar zij weten goed dat ik maar één honderdste van de volledige waarheid vertel. Het enige wat ik heb gedaan, was voor mezelf opkomen in een periode dat de beslissingsmakers van VTM me simpelweg lieten uitdoven. Ik kon geen kant op, want ik was contractueel aan hen gebonden. Men heeft me tot op het einde in het ongewisse gelaten.” Sergio is ontgoocheld dat hij niet meer aan de bak komt in televisieland en gaat zijn tijd in zijn café stoppen, althans dat is aanvankelijk de bedoeling. Hij straalt weer even wanneer hij in 2010 door de organisatoren van “Rimpelrock” wordt gevraagd om in de voetsporen van Felice ,die jammer genoeg de negende oktober 2009 was overleden, de presentatie van het festival voor zijn rekening te nemen. Hij is door het dolle heen wanneer hij verneemt dat, naast Laura Lynn, Frans Bauer en Robin Gibb, Engelbert Humperdinck top of the bill is, met wie hij op zijn twintigste nog een keertje is gaan stappen omdat zijn toenmalige manager op dat moment Humperdincks roadmanager was.

Het zingen verliest Sergio noch uit het oog noch uit het oor. Op Showbizzsite.be lezen wij de negende januari 2013 dat Sergio nieuwe plannen smeedt. Hij ging samen met zijn vrouw en Bart Herman en diens partner regelmatig op reis. Dan werd er druk bijgepraat en uit een van die gesprekken distilleerde Bart dat Sergio en zijn echtgenote hun zoon erg misten, die op dat moment in Amerika studeerde. Zonder dat Sergio het wist, giet Bart deze gevoelens in een liedje, dat hij in demoversie aan Sergio laat horen, die er zo door geraakt is dat hij beslist het meteen op plaat te zetten. Als producer wordt John Terra verkozen omdat Sergio hem niet alleen een vakman vindt, maar ook een van de betere zangers in Vlaanderen. Met Je eigen leven staat Sergio de derde maart 2013 op de tweede plaats in de Vlaamse Top Tien. Enkele maanden later verrast hij ons met de opvolger Ik kan niet zonder jou, geschreven door John Terra samen met Jan De Vuyst en uitgebracht op het label Globe Entertainment van Ilia Beyers, in wiens artiestenstal Sergio dan ook huist. De tiende augustus 2013 bereikt hij daarmee de vijfde plek in de Vlaamse Top Tien. Medio 2014 beslist Sergio om zijn café The Kings in Lommel, dat hij eerder van de hand wilde doen, nieuw leven in te blazen. Een overnemer is er niet komen opduiken, dus neemt hij het heft opnieuw in eigen handen. Het is het enige overgebleven danscafé in Lommel en hij hoopt er genoeg volk te lokken. “Ambiance maken” wordt het hoofddoel van zijn opzet. Ten huize van Quisquater wordt het dus weer wikken en wegen om de kerk in het midden te houden. Zijn vrouw Sofie, met wie hij in 1990 in het huwelijk trad, baat twee parfumwinkels uit: één in Scherpenheuvel en één in Leuven. Overdag is zij van huis weg en Sergio vaak ‘s avonds. Hij weet als geen ander dat zij veel offers heeft moeten brengen om met hem samen te leven. In al die jaren dat zij samen zijn, hebben zij moeilijke periodes gekend die zij samen overwonnen hebben, grotendeels te danken aan de onvoorwaardelijke liefde van Sofie.

Aan een televisiecarrière denkt Sergio niet meer. Hij heeft veel geld verdiend, maar hij heeft het iets te gemakkelijk laten rollen, hij had spaarzamer moeten zijn. Qua gevoelens heeft zijn carrière tot nu toe zijn sporen nagelaten: de ene dag voelt hij zich happy, de andere dag wat neerslachtig. Maar hij wil niet té negatief over zichzelf praten. Wij moeten wat hij zegt met een korreltje zout nemen, vooral als hij over zichzelf praat. En misschien mag het wat dat betreft een tikkeltje anders: “Ik probeer me soms wel naar mijn leeftijd te gedragen, maar ik vrees dat ik altijd wel een klein kind zal blijven.”

Zo gelukkig als een kind is hij wanneer hij met trots kan vertellen dat hij op zondag de veertiende september 2014 voor de eerste keer in zijn carrière een nummer één scoort en dat met Alleen bij jou, geschreven door Bart Herman in een productie van John Terra. Hij staat helemaal bovenaan in de allereerste aflevering van “De Vlaamse Ultratop 50″, die Radio 2 van dan af uitzendt op zondagnamiddag van 16.00 u. tot 18.00 u., gepresenteerd door Christoff. Sergio voelt zich enigszins gevleid wanneer hij door Studio 100 gevraagd wordt om de rol van Vreselijke Sven voor zijn rekening te nemen in de musical “Wickie de Viking” samen met onder meer de twaalfjarige Remi De Smet en Dirk Bosschaert. De voorstellingen hebben vanaf de vijfde april tot en met de derde mei 2015 plaats in de  ”Plopsa Theaterzaal” in Adinkerke, het “Ethias Theater” in Hasselt en de “Stadsschouwburg” in Antwerpen. Eind februari stopt Sergio definitief met het uitbaten van zijn café “The Kings” in Lommel en steekt al zijn energie in het afwerken van zijn Nederlandstalige album, dat hij in de loop van dat jaar op de markt wil brengen.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2015 Daisy Lane & Marc Brillouet