Soulsister

Geplaatst in Artiesten

In de loop van 2016 was het feest ten huize van Soulsister. Het was precies dertig jaar geleden dat ze met hun debuutsingle You get to me op de proppen kwamen. Naar aanleiding daarvan plande Soulsister een jubileumtournee “30 jaar – 30 hits – 30 concerten” langs de Vlaamse schouwburgen en culturele centra, en dat in het gezelschap van Hervé Martens en Patrick Dorcean. De eerste oktober 2016 werd het startschot gegeven in “CC Zwaneberg” te Heist-op-den-Berg. Nadien trokken ze onder meer naar “Het Depot” te Leuven, “Het Kursaal” van Oostende en het “Cultureel Centrum” van Hasselt, om de drieëntwintigste december van dat jaar af te ronden in “De Roma” te Borgerhout. De achttiende juni verscheen naar aanleiding van hun jubileum een remix van The way to your heart van de hand van producer-dj Robert Falcon die, toen de hit uitkwam, niet eens geboren was, maar het nummer in de platencollectie van zijn vader vond en besloot deze megahit van Soulsister nieuw leven in te blazen. Hoogdringend tijd om het verhaal van Jan Leyers en Paul Michiels grondig uit de doeken te doen. Als aanloop naar het verhaal van Soulsister, in het kort de carrière van beide heren wat duiden.

Jan Leyers werd de zestiende mei 1958 te Wilrijk geboren. Hij behaalde in 1977 zijn kandidaatsdiploma in de filosofie aan de Universiteit van Antwerpen. In 1980 studeerde hij af als licentiaat filosofie aan de Rijksuniversiteit van Gent. In 1978 richtte hij samen met Hugo Matthysen, Bart Peeters en Marc Kruithof de groep Beri-Beri op. In 1984 ontmoet hij Paul Michiels en twee jaar later wordt Soulsister een feit. Daarnaast bouwde Jan door de jaren heen aan zijn solocarrière en scoorde hij met songs als Only your love will doDon’t make me miss you en The long road. Hij ging ook platen produceren voor onder anderen Clouseau en The Radios. Hij schreef daarnaast filmmuziek voor onder meer “Blueberry Hill” en de musical “Apocalypso”. We leerden Jan ook kennen als een gewaardeerd tv-presentator van programma’s als “Nachtwacht”, “De weg naar Mekka”, “De weg naar het Avondland” en “Zomergasten”, dat hij voor de VPRO presenteerde. Zijn meest recente tv-reeks is “Allah in Europa”, dat de 15de maart 2018 bij uitgeverij Das Mag in boekvorm verscheen.

Leyers begon te musiceren toen hij op zijn tiende de gitaar van zijn vader ontdekte. “Mijn vader speelde gitaar op een vrij eenvoudige manier, hij kende een akkoord of drie, maar hij kon ons daar een avond lang mee entertainen“, herinnert Jan zich nog. “Op tv zag ik op zekere dag Pete Seeger druk in de weer met dat instrument, intussen ‘We shall overcome’ en ‘Guantanamera’ zingen, en ik was gelijk verkocht. Wat me ook stimuleerde was een optreden dat ik bijwoonde toen ik tijdens een Flandria-boottocht een duo zag optreden, bestaande uit een accordeonist en een gitarist die op een elektrische gitaar speelde. Ik voelde me op dat moment net als apostel Paulus die van zijn paard werd gebliksemd. Die gitaar bleef door mijn hoofd spoken. Ik weet nog goed dat ik jarenlang in Antwerpen na schooltijd naar de muziekwinkels trok om me daar in de etalages te vergapen aan de schoonheid en aantrekkelijkheid van gitaren. Pas op mijn vijftiende had ik genoeg geld gespaard om me mijn eerste gitaar aan te schaffen.” In Antwerpen volgde Jan de afdeling Latijn-Grieks aan het jezuïetencollege. Hij voelde zich de koning te rijk toen ze daar tijdens hun opleiding muzikale vorming kregen; dat zat in het lespakket, notenleer incluis. “Mijn neef en ik, ik was toen een jaar of vijftien, trokken op zekere dag naar de muziekacademie om daar te gaan bijstuderen, maar dat trok ons niet aan. We waren te speels, zetten daar de boel op stelten en werden na een maand of drie vriendelijk verzocht het pand te verlaten en een andere hobby te kiezen.” Met zijn neef op gitaar en zijn broer op drums richtte Jan op zijn vijftiende al zijn eerste groepje op, Appalooza. Hun eerste optreden was voor de missienaaikring te Niel. Daar speelden ze de hits van de dag, maar ook hier en daar een eigen nummer. Bij Marcel Bossu gaat Jan in zijn vrije tijd gitaarles volgen, waar hij volgens eigen zeggen nadien veel aan gehad heeft. Hij is een jaar of achttien wanneer hij Marc Kruithof leert kennen, die goed bevriend was met Hugo Matthysen en Bart Peeters. In 1977 richten ze samen de eerdergenoemde groep Beri-Beri op. “We hebben die formatie jarenlang in stand gehouden, zijn erg vaak gaan optreden en voor mij was dat de beste leerschool die er bestond. We speelden allerlei stijlen: een soort balorkest, maar dan met een moderne, heel eigentijdse stijl.” Maar voor we verdergaan, moeten we duiden dat Jan sowieso muzikant wou worden na zijn middelbare studies, maar daarvoor kiezen was toen geen sinecure. Je kon toen het beroep muzikant niet voor zeker nemen, niet concreet invullen, dus trok Jan naar de universiteit. Hij koos wél voor een richting met het kleinste aantal lesuren per week en dat werd uiteindelijk de richting filosofie. Nog liever dat dan meteen te gaan werken.

Met Beri-Beri wilde Jan graag platen opnemen, maar het kwam er nooit van. Het was Bart Peeters die Jan erop wees dat hij eens contact moest zoeken met Paul Michiels omdat Bart aanvoelde dat het tussen hen wel zou klikken. Bart kende Paul goed omdat ze soms samen in de LSP-Band speelden.

Paul Michiels werd de vijftiende juni 1948 te Heist-op-den-Berg geboren. In 1964 richtte hij de groep Les Jeunes op met daarin gitarist en backing vocalist Carlo Wouters, basgitarist en backing vocalist Paul Yskout en drummer Jeff van der Heyden. Waarom Les Jeunes? Wel, Paul mikte ook op de Brusselse rand, onder meer Vilvoorde, Overijse, Halle, Schaarbeek enz. waar toen nog veel Frans werd gesproken. Het vreemde was dat ze, ondanks die naam, hoofdzakelijk Engelstalige liedjes speelden, de hits van The Beatles, The Rolling Stones, The Beach Boys, The Monkees … Ze schuimden in die tijd zowat alle kermissen en balzalen af. De groep hield stand tot in 1967. Dat jaar moet Paul zijn dienstplicht vervullen. Iets voordien trekt hij er nog even op uit. De 14de december 2016 lezen we daarover in “De Morgen”: ”Voor ik naar het leger moest, ben ik met mijn spaarcentjes naar Londen getrokken. Met het vliegtuig. Ik logeerde niet zo ver van de studio waar The Beatles Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band aan het opnemen waren. Ik was een echte Londense mod, die altijd piekfijn gekleed ging. Ik droeg zelfs een cape toen ik ronddwaalde in Carnaby Street en King’s Road. Ik voelde me een popster en wist: ik moet vertrekken, ik moet naar Amerika. Ik heb op het punt gestaan de boot naar Amerika te nemen, en heb er tot op de dag van vandaag spijt van dat ik niet durfde.”

In 1974 vinden we Paul als zanger terug bij de groep Octopus (oorspronkelijk opgericht in Diest als The Bats) met daarin onder anderen Robert Vlaeyen en Gerard Opdebeeck. Zij scoorden een aantal hits, waaronder I’m so in love with youCry en South of the border. Na Octopus brak voor Paul niet zo’n leuke periode aan. Aan journaliste Nele De Meyer van “De Morgen” vertelde Paul dat hij in een soort dip was beland.”Die jaren waren voor mij de minst interessante jaren, ja. Als ik die kon verzamelen en terugkrijgen, was ik nu iets jonger geweest (lacht). Ik zat vast in die periode, het ging me muzikaal niet zo goed af. Kwam daarbij de opkomst van de punk, dat ontmoedigde me helemaal. Ineens begon de jeugd wild in het rond te springen op de muziek van de Sex Pistols en nagels door hun neus te trekken. Ik had een hippiebaard en droeg bloemetjeshemden en cowboysjaaltjes. Hier sta ik dan met mijn liedjes, dacht ik.“Nadien gaat Paul in zijn eentje verder onder de naam P.P. Michiels en zet met het door hemzelf geschreven Females een klassieker neer. In 1984 ontmoet hij dus Jan Leyers en samen besluiten ze de groep Soulsister op te richten. Na hun split gaat Paul in zijn eentje verder en duikt regelmatig in de hitlijsten op met singles als Let me be turned to stone en Forever young. Hij leverde de jaren nadien ook felgesmaakte albums af zoals “Magic in the house”, “It’s a gas” en “A singer’s heart”. In 2006 ontving Paul tijdens “De Eregalerij” van Radio 2 en Sabam in het “Casino-Kursaal” van Oostende de award “Een leven vol muziek”. In 2016 doet Paul mee aan het tweede seizoen van “Liefde voor muziek” en covert daar onder meer 1000 keer van Dana Winner, Apassionata van Belle Perez en Let’s dance van David Bowie. De pers reageert: “Michiels haalt de rockgod in zich naar boven!”

Maar terug naar ons uitgangspunt, terug naar de dag dat Jan Leyers, anno 1984 moet dat geweest zijn, naar café “Het Pleintje” te Heist-op-den Berg trok (café van Pauls grootmoeder), waar Paul optrad. “Ik voelde een soort klik, alleen viel het me op dat Paul met zijn groep erg lange nummers speelde. Te veel Frank Zappa-achtig. Heel gecompliceerd. Ik vond dat Paul een echte popstem had, genre Steve Winwood en Joe Cocker, en dat sprak me wel aan. Ik zag in Paul meteen iemand met wie ik wou optreden, hij vocaal op de voorgrond. Na het optreden ging ik hem in de kleedkamers opzoeken, maar dat liep met een sisser af. Ik stelde namelijk voor om samen iets te proberen, waarop Paul me van onder tot boven bekeek als was ik een soort alien. Uit die blik kon ik afleiden dat hij mijn voorstel meteen afwees.” Paul pikt mijmerend in: “Ik was in die tijd aan het experimenteren en vond niet meteen mijn draai. Ik had na ‘Females’ nog een aantal dingen geschreven, maar het lukte niet echt. Ik hielp wat mee in het café. Daar stond een podium en als er groepen langskwamen, zong ik regelmatig met hen mee. En zo passeerde daar op zekere dag Jan Leyers. Ik zie hem nog voor me. Hij droeg een soort opa-jas en een brilmontuur à la Buddy Holly. Hij kwam iets te zelfverzekerd op me af met de vraag of we niet samen een groep konden beginnen. Dat vond ik op dat moment van het goede te veel.”

Een paar weken later ontmoet Jan Paul opnieuw tijdens een benefietconcert in Herentals. De organisator Bart Buls had aan Bart Peeters gevraagd of die daar niet wilde optreden, geflankeerd door enkele muzikanten. Het moest voor dat concert een soort gelegenheidsgroep worden. Jan stelt aan Paul voor samen Cathy’s clown van The Everly Brothers te zingen en na een paar maten voelen ze beiden gelijk aan dat het klikt. Zowel Jan als Paul zijn ervan overtuigd dat ze hier iets mee moeten doen, dat ze beiden samen verder moeten. Aan Gust De Coster vertelde Paul in diens boek “Wit-Lof from Belgium” over zijn ontmoeting met Jan het volgende: “Jan bleek dus uiteindelijk de langverwachte te zijn. Ik stond alleen op de wereld, wachtend op de komst van iemand met straffe songs en een dito stem. In het begin hield ik de boot af omdat hij er zo raar uitzag. Ik dacht: weer zo’n ventje. Maar iemand die te vertrouwen was, zei me dat Jan dat ook was. Vandaar dus toch! We zijn iets later gaan repeteren, ik heb zelfs nog een tijdje in Beri-Beri meegespeeld, want Marc Kruithof had afgehaakt, die ging in Amerika voortstuderen. Jan en ik begonnen in die periode al samen liedjes te schrijven. We hebben trouwens ook nog een tijdje meegezongen en gespeeld bij De Radio’s van Bart Peeters.

Het geluk komt nadien voor hen bij een ongeluk. In Herent was studio “Impuls” afgebrand en intussen opnieuw ingericht. De nieuwe studio moest worden uitgetest en technicus Werner Pensaert vraagt aan Jan of hij samen met Paul niet enkele liedjes wil komen inzingen – gratis uiteraard – om op die manier de mogelijkheden van de studio en de apparatuur wat uit te testen. “Ik had“, aldus Jan, “een liedje geschreven ‘You get to me’, Paul wou ‘Downtown’ inzingen plus een nummer dat hijzelf had geschreven. Ik stuur nadien die demo’s naar Guy Brulez van platenfirma EMI, die ons iets later op zijn kantoor uitnodigt. De nummers zag hij wel zitten, maar niet ons uiterlijk. Ons imago sprak hem niet aan. Veel woorden hebben we daar nadien niet aan verspild. Ik weet wél nog dat EMI veel geld aan de hoes van onze eerste single heeft besteed om er toch maar voor te zorgen dat we iets charisma uitstraalden.

En dan is het zover. Jan en Paul mogen in 1986 als The Soul Sisters hun eerste single opnemen, You get to me,met op de B-kant Stagefright dat Jan samen met Paul had geschreven. Zij nemen samen ook de productie voor hun rekening, daarbij geruggensteund door technicus Paul Rispens. Het nummer wordt geen hit, maar de heren mogen in de gespecialiseerde pers rekenen op positieve reacties en de single wordt meteen ook door alle radiozenders opgepikt. In de slipstream daarvan volgen in het najaar van 1986 optredens aan de strekkende meter. Nadien zijn er tussen 1987 en 1988 nog de singles Talk about it en Like a mountain, maar die veroorzaken geen waterschade in de hitlijsten. Integendeel, ze kabbelen rustig richting de plaat waarmee ze in 1988 gigantisch zouden doorbreken: The way to your heart. Dat nummer staat op de eerste studio-elpee van Soulsister. Ze brengen deze in 1988 uit onder de titel “It takes two”. Werner Pensaert staat letterlijk en figuurlijk aan de knoppen. Paul en Jan krijgen tijdens de opnamen de muzikale steun van onder anderen drummer Jan Cuyvers, basgitarist Marc Van Puyenbroeck, toetsenist Paul Poelmans en saxofonist Billy Overloop. Voor de backings zorgt Beverly Jo Scott. In het totaal twaalf songs. Gust De Coster was in die tijd vol lof over dat album: “Die plaat bevestigde de kwaliteiten van Zuster Soul: sterke melodieuze pop, knap gespeeld, zuiver geproduceerd en gelardeerd met prachtig meerstemmig werk, iets dat onmogelijk gedacht werd in ons land. Soulsister klonk vertrouwd in de oren –altijd meegenomen – maar had toch net dat tikkeltje anders, de gave om de juiste delicatessen uit de popgeschiedenis te plukken en er een originele fruitschaal mee samen te stellen.” Er wordt door Jan en Paul getwijfeld welke song de nieuwe single zal worden, maar voor EMI is er geen twijfel mogelijk: dat moet en zal The way to your heart worden. Als groepsnaam wordt gekozen voor Soulsister.

Over dat nummer weet Paul nog veel details te vertellen. “Jan woonde toen in de Heuvelstraat in Boechout op de bovenste verdieping van een herenhuis. Drie huizen verder woonde Jan Decleir en die stapte regelmatig bij ons binnen wanneer we boven op zolder aan het oefenen waren. Decleir wilde ons niet storen en deed altijd alsof hij er niet was, hij stelde zich wat verlegen op in de uiterste hoek van de kamer. Hij heeft eigenlijk de wording van ‘The way to your heart’ tot stand zien komen. Wanneer het nummer later een succes is geworden, pakte Decleir er op café graag mee uit dat hij erbij was toen Jan en ik dat nummer aan het schrijven en aan het instuderen waren.” Jan en Paul weten beiden nog goed dat aan de basis van het nummer hun liefde voor de Motown Sound lag. Dat geluid was in de jaren zestig baanbrekend geweest voor de zwarte muziek en artiesten als Diana Ross, The Four Tops, Marvin Gaye, Stevie Wonder enzovoort. “Ik zat“, vertelt Jan enthousiast, “in de auto tussen Boechout en Hove. Ik heb dat dan samen met Paul aan de piano verder uitgewerkt. Hij kwam zo’n drie keer in de week naar me thuis om daar aan nummers te schrijven. Ik had heel snel het begin, maar de rest, zeker het refrein, dat was zwoegen, en dan de derde strofe. De inspiratie wou maar niet komen. Met de steun van een ritmebox hebben we een demo opgenomen. En ik moet eerlijk zeggen, die klonk niet onaardig. Dat zat al vrij goed.” De band die hen in die periode begeleidde, zag het nummer eerst niet zitten, ze geloofden er niet in. De vrouw van Jan zag het ook al niet zitten, ze vond het nummer maar ouderwetse brol. “We hebben de plaat dan toch opgenomen“,weten Jan en Paul nog, “en een videoclip ingeblikt. Het zijn de Walen die het als eersten hebben opgepikt. We gaven een promotieoptreden in Luik voor de RTBF. En van dan af ging het snel. De weken nadien dook het nummer in zowat alle programma’s op, ook in Vlaanderen. We hadden snel een gouden plaat te pakken.” Uitgebracht op het Parlophone-label staat The way to your heart de eenendertigste december 1988 op de derde plaats in de Ultratop. Detail: de single werd zonder B-kant uitgebracht. De plaat kostte in de handel dan ook de helft van de normale prijs. Je betaalde toen vijfenveertig oude Belgische franken in plaats van negentig. In de zomer van 1989 krijgt Soulsister voor The way to your heart in Blankenberge tijdens “Zomerhit” van Radio 2 de trofee van Beste Belgische Productie.

Ook internationaal sloeg de plaat enorm aan. “Als ik ‘s morgens opstond, kreeg ik telefoon uit Italië, tegen de middag uit Frankrijk en tegen de avond uit Finland. Het album kwam uit in oktober, samen met de single, en in het buitenland in de maand januari van 1989. We speelden op de openingsshow bij de start van VTM en meteen nadien zijn we doorgereden naar München. We vonden dat geweldig. Ik heb die agenda van 1989 bewaard en als ik die bekijk, dan geloof ik mijn eigen ogen niet. De ene dag zaten we in Praag, dan vertrokken we meteen nadien richting Bari en ga zo maar verder. Ik overdrijf niet, maar ik denk dat ik dat jaar geen vijf dagen thuis ben geweest.” Terwijl Jan dit vertelt, geniet hij duidelijk nog na. In Nederland belandt The way to your heart in de Top 40 op de zevende plaats. Qua verkoopcijfers blijven Jan en Paul vrij nuchter en schatten dat er van de single wereldwijd zo’n zevenhonderdduizend exemplaren werden verkocht. Het werd een topdriehit in Duitsland, een hit in Zwitserland, Oostenrijk, Spanje en zelfs in Chili. Het geld kwam vlot binnen en daar heeft Paul tijdens onze babbel meteen dit antwoord voor klaar: “Als je geld verdient, moet je een goede bankier en boekhouder hebben die je tips geven hoe daarmee om te springen. Ik weet nog goed dat ik er toen een huis mee heb gebouwd. Het was plezant om te merken dat na een periode van veel en vaak wikken en wegen, lang oefenen en zoeken naar de juiste song, die er ook plotseling was. Als dat dan nog eens met geld wordt beloond, is dat meer dan welkom.”

Het lag voor de hand dat dat succes ook vertaald werd in optredens in het buitenland. Aan journalist Sander Carollo vertelde Jan daarover: “Dat gevoel was fantastisch, tegelijk betaal je ook leergeld. We wisten niet meteen hoe we dat moesten aanpakken. Er zijn ook ongelofelijke, rare dingen gebeurd. In Frankrijk stond ’The way to your heart’al twaalf weken op nummer één in de airplaychart, we waren al twaalf weken de meest gedraaide plaat in dat land. Maar die single lag in geen enkele winkel. Ik wil uit die periode vooral de fun onthouden, dat wat zich niet in biostats laat vatten. De fun zat hem niet in een gouden plaat, maar in een nachtelijke busrit van Parijs naar Bordeaux, toen we in het midden van de nacht zonder benzine vielenNiet te beschrijven.”

Ook in Amerika hebben ze oren naar The way to your heart. In 1989 treden Jan en Paul op tijdens de jaarlijkse conventie van hun platenfirma EMI International. Daar ontmoetten ze Michael Lang, die iets later ook hun manager zal worden. Lang had zijn sporen voordien al verdiend als organisator van Woodstock en was tevens manager van Joe Cocker. Die ontmoeting bleef niet onopgemerkt. “Op zekere dag kregen we telefoon uit Amerika. We waren net aan het optreden in Roeselare samen met Clouseau toen we het nieuws ontvingen dat ze onze single gingen uitbrengen. Een jaar na België hebben ze het daar de drieëntwintigste september 1989 uitgebracht op het EMI-label. We geraakten er tot op de eenenveertigste plaats in Billboard’s Hot One Hundred. Tijdens de maand november zijn we naar de States gevlogen voor promo: interviews op radio en televisie. Dat was best vermoeiend, want we regen zo tien dagen aan elkaar, zonder veel adempauze. Wat we achteraf overdreven vonden, was dat we in de pers lazen dat we Amerika wilden veroveren. Maar dat klopt niet, dat succes was leuk meegenomen, maar daar zat geen masterplan achter. Trouwens, ‘The way to your heart’ was zo’n overrompelend succes in Europa dat we daar een tournee door de States niet eens mee hadden kunnen combineren“, dixit Soulsister. Het verhaal wil dat ze als The Soul Sisters naar Amerika trokken, maar toen ze daar als mannen als The Soul Sisters werden aangesproken, besloten ze voortaan toch maar de naam Soulsister te gebruiken. Trouwens, in Amerika bestond er al een vrouwelijk duo dat Soulsisters heette.

De eerste juli 1989 is er de single Like a mountain, een nummer dat Jan en Paul nog in de schuif hadden liggen en dat ook op het album “It takes two” was beland. De achtste juli geraken ze er in ons land mee tot op de eenentwintigste plaats in de Ultratop. In Nederland wordt op die single erg goed gereageerd, ook al halen ze de Top 40 niet. Vooral dj Krijn Torringa draaide het nummer grijs. Soulsister trok dan ook vaak richting noorderburen om daar op televisie te verschijnen in een programma als “Nederland Muziekland.”Paul vult aan: “We hadden Like a mountain voor The way to your heart geschreven. In Nederland was het op single trouwens ook de hit waarmee we eerst scoorden. Ik weet nog goed dat we daar in een programma van Martijn Krabbé te gast waren en dat we een saxofonist misten die we in beeld moesten brengen. We hebben toen maar aan acteur Lucas Van den Eynde gevraagd of hij niet even wou doen alsof.”

Intussen hadden Jan en Paul niet stilgestaan qua nieuwe nummers schrijven. Dat moest wel, want EMI drong aan op een nieuw album en dat werd in de maand oktober van 1990 in de markt gezet als “Heat”. Qua muzikale steun in de “Wisseloord Studio” werd er op geen muzikant gekeken, zo’n negentien in het totaal: Eric Melaerts, Evert Verhees, Philip Kolb, zelfs Steve Winwood mag zich even laten horen op z’n hammondorgel. Eindresultaat: twaalf sterke songs, wat ook zou blijken uit de goed scorende singles daaruit, die gretig op zoek gingen naar de hitlijsten. “Ons eerste album“, aldus Jan, “was eerder een zoeken, een aftasten van een paar genres. Bij ‘Heat’ voelden we alles beter aan. We wisten snel wie waar de lead moest zingen, welke stijl bij wie paste. Als ik het nu nog beluister,” zegt Jan, “dan weet ik dat ‘Heat’ een duidelijke weergave is, de meest duidelijke denk ik, waar Soulsister voor stond. In Amerika waren we trouwens tussendoor aan het schrijven voor ons tweede album en ik weet nog goed dat we daar op het idee kwamen van onze single ‘Through before we started’. Dat nummer kende een traag groeiproces. We speelden het al een tijdje live vooraleer we het in 1990 definitief op plaat hebben gezet.”

Er wordt door manager Michael Lang beslist de naam Leyers, Michiels & Soulsister te gebruiken. “Lang had bij EMI een groot budget kunnen lospeuteren“, weet Paul nog goed. “Plots mochten we in de ‘Wisseloord Studio’ in Nederland onze tenten opslaan. Ik meen me te herinneren dat we toen over een budget van ruim tweehonderdduizend euro beschikten. Aan die plaat is zo nauwgezet gesleuteld dat je, figuurlijk gezegd, met een loep kan gaan zoeken of je geen foutje vindt. Die plaat klinkt gaaf, loepzuiver. Achteraf vonden de critici de plaat té goed, té af. Ze noemden het een marmeren album, zo perfect klinkt het.”

Through before we started duikt de twintigste oktober 1990 de Ultratop binnen om daar de achtste december in schoonheid op de derde plaats te eindigen. Een hogere score dus dan The way to your heart. Eveneens uit “Heat” is de single Well well well, de negentiende januari 1991 op single gezet en de zestiende februari terug te vinden op plaats negen in de Ultratop. Van dit nummer herinneren Paul en Jan zich nog dat ze aan de piano zaten en vanaf nul begonnen. Geen van beiden had een muzikaal idee om mee te starten. Het was echt prullen en prutsen om iets fatsoenlijks op papier te krijgen. Maar uiteindelijk is het dan toch gelukt, want zo werkt het nu eenmaal. De ene keer vlot het, de andere keer niet. Paul had zo zijn mening over hoe het nummer gezongen moest worden, hoe de bridge moest klinken. “Die samenwerking toen was enorm. Als we samenzaten, schreven we iets. Of Jan had een idee, of ik bracht iets aan. We gingen op zo’n moment nooit van elkaar weg zonder dat we samen iets geschreven hadden. We moesten in die tijd veel op weg om op te treden en ook veel promotie te voeren. We tokkelden vaak op een gitaar of op een piano als die beschikbaar was.

Eveneens een negende plaats zit er in voor de opvolger Company, uitgebracht de elfde mei van dat jaar. Op de B-kant staat Who needs trouble? En je gelooft het of niet, maar met Facing love staan Jan en Paul de eenendertigste augustus 1991 eveneens op de negende plek in de Ultratop. “Jan liet me ‘Facing love’ voor de eerste keer horen in het Hilton Hotel in Brussel tijdens de uitreiking van Humo’s Pop Poll“,weet Paul nogaan te vullen. “Er stond een piano en Jan liet het me daar voor de eerste keer horen. Hij wou iets schrijven in het tempo en de sfeer van ‘The way to your heart’. Maar daar moet je niet naar op zoek gaan, dat lukt of dat lukt nietIn mijn oren klinkt het nummer daardoor een beetje geforceerd, de melodie klinkt niet simpel genoeg. Het komt gefabriceerd over. Uit ervaring weet ik dat je niet op zoek kan gaan naar een goede melodie; die is er plots, als iets dat onverwachts op je hoofd terechtkomt.Het blijft een knap nummer, maar té gemaakt, het publiek heeft daar niet echt ja op geantwoord.” En alsof het niet op kan, wordt uit het album “Heat” op het einde van 1991 ook het nummer She’s gone op single uitgebracht, goed voor een negentiende plaats in de Ultratop van de maand november.

Het derde album van Soulsister wordt “Simple rule”, in 1993 eveneens uitgebracht onder de naam Leyers, Michiels & Soulsister. Jan vindt het niet hun sterkste album. “We kozen ervoor de stem van Paul vooraan te zetten. Je zou net zo goed kunnen zeggen dat het een soloplaat van Paul is geworden. Paul die erg van soul houdt, Ray Charles en aanverwanten. Mijn voorkeur gaat meer uit naar popsongs. Ik hou meer van Elvis Costello en The Kinks en zo. Op ‘Heat’ vielen die diverse voorkeuren mooi samen, voor ‘Simple rule’ kozen we meer de weg van de soulmuziek. Vandaar dat die plaat me iets minder na aan het hart ligt.” Paul gaat daarmee niet akkoord. “Ik link die plaat aan het feit dat we de kans kregen om in New York en Los Angeles te gaan schrijven. In Los Angeles schreven we ‘Changes’ en in New York ‘Locks and keys’. We konden daar samenwerken met producer David Werner en geweldige muzikanten als drummer Graham Ward. Ik vergeet die sessie nooit meer, alleen al daarom blijf ik het een geweldige plaat vinden. Vooral het nummer ‘Broken’, waarmee we nadien een vette hit scoorden. Dat schreven Jan en ik samen op onze hotelkamer in New York. We zaten daar in het gezelschap van Jules Shear, met wie we net ‘Locks and keys’ hadden geschreven. Achteraf wou hij nog mee delen in de auteursrechten van ‘Broken’, maar die ballon ging niet op, want hij zat gewoon naast ons wat te luistervinken. Die schrijverseer viel wel David Werner te beurt. Ik herinner me ook nog goed dat we de clip voor ‘Broken’ in Londen hebben opgenomen.”Broken wordt de drieëntwintigste januari 1993 op single uitgebracht en prijkt de zevenentwintigste februari op de vijfde stek in de Ultratop. Jan wil aan dit verhaal nog snel toevoegen waarom ze met David Werner songs gingen schrijven. “Ik voelde aan dat het samen schrijven met Paul niet meer zo vlotte als tijdens ons album ‘Heat’. In de loop van 1989 was Michael Lang onze manager geworden. ‘Ik ken iemand in L.A.,’ zei hij, ‘kom eens samen met Paul naar hier en tast eens af of dat kan werken.’ We werden aan David voorgesteld en het was even wennen omdat we die man niet zo goed kenden. Maar als je als muzikant met iemand die je wat vreemd is toch kan jammen, dan moet dat met samen songs schrijven ook lukken. Je moet alleen opletten dat die ander je niet afremt, integendeel, dat hij je aanspoort tot het schrijven van een goede song. Pas op, je moet tegen een stootje kunnen, want de ander moet kunnen en durven zeggen dat hij jouw idee niet zo goed vindt. Met David werkte dat. ‘Broken’ en ‘Changes’ zijn beide een voorbeeld dat het schrijven met ons gedrieën ook werkte. Het zijn beide ijzersterke songs geworden en ze staan nog steeds als een huis. Nog even dit als ik mag. Telkens als ik ‘Broken’ hoor, moet ik onverwijld aan de winter denken, want toen we dat nummer schreven, was het ontzettend koud. Zo koud, dat we tijdens het schrijven op onze hotelkamer regelmatig een slok whisky dronken om ons warm te houden.”

“Simple rule” droeg niet de waardering van “Humo” weg. Lees even mee. “Leyers, Michiels & Soulsister halen graag muurtjes naar beneden: tussen pop en soul, tussen gestroomlijnde rhythm-and-blues en nog gestroomlijnder AOR. In het verleden leidde die ijver hen naar mooie singles als ‘Downtown’en ’The way to your heart’, maar sinds de heren aan de hitparade hebben geroken, zijn ze het spoor een beetje bijster. ’Simple rule’, hun derde gooi naar meervoudig platina, bevat elf stukken digitaal geregistreerde, in aftershave-geuren gedoopte manchetknopenmuziek. ’Broken’, ’Simple rule’, ’Locks and keys’, stuk voor stuk evenwichtig samengesteld uit meticuleus gechronometreerde standaard-gitaarloopjes, standaard-drumslagen, standaard-stembuigingen (eentonig, hè, maar zij zijn begonnen!) en wapperende synthesizer-gordijnen, zijn pijnloos het ene oor binnenglijdende, peristaltisch door de hersenbanen kronkelende en het ander oor soepel weer uitglippende, double-breasted popdeunen.

Vanaf Changes worden de singles en albums van Jan en Paul uitgebracht onder de naam Soulsister. “Aan de tekst van ‘Changes’ heeft David echt gesleuteld tot het goed zat. Ik hou niet zo van oppervlakkige teksten, snel wat woorden bij elkaar zetten. Voor mij moet het goed zitten. David had datzelfde gevoel. We hebben bij manier van spreken nog aan de tekst gewerkt tot Paul achter de microfoon klaarstond om het definitief in te zingen“, dixit Jan. Changes vinden we de veertiende november 1992 terug op de tiende plaats in de Ultratop. Een klein detail misschien: in 1994 zal Tom Jones een versie opnemen van Changes. De song wordt door Jan en David geproduceerd. Jan en Paul nemen ook de backings voor hun rekening. Tom Jones brengt die song datzelfde jaar uit op zijn elpee “The lead and how to swing it”, gereleaset op Interscope Records.

Ook Paul herinnert zich nog een aantal details over hoe Changes tot stand kwam. “We hadden de taxi genomen tot in de wijk waar David Werner woonde. Dat was in de maand november, op een late namiddag. We hebben, toen we uit de taxi waren gestapt, nog een halfuur lopen zoeken. Het was net alsof we in een film rondliepen, zo’n scène van twee mannen die wat rondlopen in Los Angeles. Na een tijdje bellen we aan bij Werner, die we nooit eerder ontmoet hadden, en vrij snel begonnen we te schrijven. Ik weet nog goed dat we geen piano bij de hand hadden. Voor ‘Changes’ sloeg ik het akkoord re-sol op m’n gitaar aan, ik neuriede daar iets op en ineens waren we vertrokken. Voor het refrein reikte David een paar woorden aan. De benedenbuur van Werner had een toestel om op te nemen, met daarin een ritmebox verwerkt. Daarmee hebben we de demo ingeblikt. Gewoon een gitaar, die ritmebox en onze zangstemmen. Ik zou zo graag die demo in m’n bezit willen hebben. Heel pover, maar toen al hoorde je dat het een sterk nummer is. Persoonlijk blijf ik het trouwens een van de meest indrukwekkende songs vinden die we ooit geschreven hebben. Ik wil niet pretentieus klinken, maar ik denk dat Marvin Gaye dit ook graag had opgenomen, al zijn we natuurlijk tevreden dat het Tom Jones was die ons die eer gunde.” Uit het album “Simple rule” worden ook nog de titelsong, Ain’t that simple en So long ago op single gereleaset, maar echte hits zitten er niet in.

De tweeëntwintigste mei 1993 geeft Soulsister een druk bijgewoond concert in “De Warande” te Turnhout. Zij worden door een uitgebreide band begeleid en dat mag ook wel, want dit concert wordt ingeblikt en dat jaar uitgebracht op het EMI-label onder de titel “Live savings”. Vijftien songs in het totaal. Er wordt ingezet met All I’ve got en geëindigd met hun recente hit Broken. Jan Leyers neemt eveneens de productie in handen.

In 1993 mag Soulsister in het voorprogramma van Sting optreden tijdens zijn concerten in Duitsland. “Dat was fantastisch om te doen“, weet Jan nog goed. “Sting gunde ons een open doekje. Wij mochten beschikken over al de faciliteiten, zowel qua licht als qua klank. Onze technicus mocht zonder problemen zelf de mix van ons optreden maken, daar kwam de technicus van Sting zich niet mee bemoeien.” Paul was in de wolken dat hij met Sting op tournee mocht. “Ik was een enorme bewonderaar van Sting. Als mens ging hij heel gewoon met je om. Backstage in Dortmund hebben we elkaar voor het eerst ontmoet. Hij vertelde mij dat hij persoonlijk had beslist dat wij in zijn voorprogramma mochten optreden nadat hij onze platen had beluisterd. Ons album ‘Simple rule’had hem kunnen overtuigen. Het is door de band zo dat je als supporting act moet betalen, wij hoefden dat niet en dat zegt toch veel over hem. We hebben een vijftal weken samen met hem getoerd: Duitsland, Frankrijk en Zwitserland. We zaten elke dag met hem in de catering rond de tafel. Onze set duurde iedere keer zo’n veertig minuten. Het is en blijft een gebeuren dat ik voor de rest van mijn leven niet snel zal vergeten.”

Het volgende album dat Soulsister in de markt zet, is “Swinging like big dogs”. Dertien songs in een productie van Joey Balin. Het was ook hij die de titel bedacht. Het is een uitdrukking die ze in New York bezigen wanneer ze willen aanduiden dat iets de pan uit swingt. Voor de opnamen trekt Soulsister naar de “Olympic Studio’s” in Londen. De cd stapt de eerste april 1995 de Ultratop Album 200 binnen en staat daar de derde juni op de veertiende plaats geparkeerd. De eerste single daaruit wordt Wild love affair,geschreven door Jan samen met Dave Meaney en Dittmar Becker. De plaat werd al in oktober 1994 uitgebracht en staat de vijfde november op de vijftiende plaats in de Ultratop. Als volgende single wordt gekozen voor Tell me what it takes, de achttiende februari 1995 genoteerd op de tweede plaats in de Ultratop en daarmee het meest geliefde nummer uit dit album. Als derde single is er nog I need some time, een song die we de tweeëntwintigste april 1995 in de Ultratop op stek 43 terugvinden. Tijdens onze babbel aarzelt Jan heel even, maar hij wil dit toch in verband met die plaat kwijt: “Na de opname had ik het gevoel dat het verhaal van Soulsister was verteld. Muzikaal hadden we niets meer toe te voegen aan onze story. De vonk sloeg niet meer over. Ook al doen die verhalen nog steeds de ronde, dit had niets te maken met de relatie tussen Paul en mij. Kijk, ik zag onze samenwerking als een boom die zijn vruchten had voortgebracht. Die boom was uitgebloeid. Je hoeft daar echt niet méér achter te zoeken. Ik vond dat het hoog tijd was om wat anders te doen.” Anno 2005 wil Paul daar tijdens onze babbel dit over kwijt. “Ik had voor mezelf al afgehaakt. Ik voelde me meer de zanger van het orkest, onze muzikale smaken kwamen niet meer overeen zoals in het begin. Jan schreef almaar vaker in zijn eentje of met anderen. Ik vond dat niet zo fijn, maar zoek daar niet méér achter dan wat het is. Het gebeurde almaar vaker dat Jan de liedjes aanreikte en ik ze inzong. Ik werd minder met het creëren van de songs betrokken. Op die manier is Soulsister stilaan doodgebloed. Maar ja, wat wil je, we hadden dan ook tien jaar intens samengewerkt en twee frontmannen bij elkaar, dat blijft niet duren.” Tot aan hun reünie in 2008 zullen Jan en Paul over die fase in hun carrière nooit echt praten. Na die tijdelijke break werden ze trouwens nog vaak gevraagd om op te treden, maar dat zagen beide heren voorlopig niet zitten.

Stilaan geraakt de rek er dus uit en in 1995 is het zover. In 1997 verschijnt op het EMI-label “The way to your heart – The very best of” en kondigen Jan en Paul officieel aan dat ze achter hun Soulsister-verhaal definitief een punt zetten. De vierde oktober duikt het album de Ultratop Album 200 binnen en is, ondanks het opdoeken van de groep, de achttiende oktober goed voor een tweede plaats. Achttien ijzersterke nummers sieren dit album en zijn daarmee goed voor de eeuwigheid, zo blijkt.

In 1999 wordt er door EMI beslist nog maar eens een verzamelaar van Soulsister in de markt te zetten, deze keer “Soulsister – Try not to cry – The singles collection”. De zesde oktober van dat jaar vinden we het album terug op de tweeëntwintigste plaats in de Ultratop Album 200. Uit dat album wordt het nummer Try not to cry, geschreven door Jan Leyers en Michael Garvin, diezelfde maand op single uitgebracht. In de Ultratop wordt hier bescheiden op gereageerd.

In 2000 ontmoeten Jan en Paul elkaar om enkele songs in te blikken voor de film “Team Spirit” van Jan Verheyen naar een scenario van Bart De Pauw en Mischa Alexander en met in de hoofdrollen onder meer Axel Daeseleire, Dimitri Leue, Tania Kloek en Michael Pas. Paul covert voor deze gelegenheid Forever young van de groep Alphaville. Paul daarover: “Jan belde me op zekere dag op. Hij was namelijk bezig met het schrijven van de soundtrack van de film. Hij vroeg me of ik samen met hem dat nummer wilde opnemen en zonder al te lang na te denken, heb ik ja gezegd. Met veel goesting, want aan ons Soulsister-verhaal had ik voor alle duidelijkheid geen rancunes overgehouden. De originele versie uit 1984 van Alphaville, een Duitse synthpopband, stond me niet aan. Die is veel te hoog gezongen en dan nog eens in slecht Engels. Ik heb het nummer volledig naar mijn kant getrokken, we hebben het in mijn toonaard gezet. Ik vind dat we het nummer omhoog hebben gekrikt.” In 2001 wordt Forever young op het CNR-label uitgebracht en de vijftiende september van dat jaar staat Paul Michiels op twee in de Ultratop. Daarnaast zingt Paul voor de film nog Shine your light on me.Jan neemt het liedje Only your love will do op. Met dat nummer staat hij de vijfentwintigste november 2000 op twee in de Ultratop.

In 2007 beslissen Jan en Paul het Soulsister-verhaal opnieuw op te pikken. Het idee van de reünie ontstond tijdens een opname van “Zomer 2006″, de talkshow van Jan Leyers. Paul was er te gast en na het programma speelden beiden voor de gezelligheid backstage een paar nummers samen. Naar aanleiding van die hernieuwde belangstelling rond hen brengen ze op het EMI-label de cd-verzamelaar “Platinum collection” uit. De tweeëntwintigste maart klimt dat album naar de zevenenveertigste plaats in de Ultratop Album 200.Als aanloop naar een nieuwe cd wordt eind november 2007 de single Back in a minute uitgebracht. Jan en Paul schreven deze song samen met Michael Garvin. De hitlijsten blijven uit het zicht.

De eerste maart 2008 zet Soulsister het reünieconcert “Soulsister Live@Sportpaleis” in Antwerpen op het getouw. Door de enorme belangstelling worden daar snel de zesde en achtste maart aan toegevoegd. Om zich met het oog op die concerten wat in te spelen, stond Soulsister van de negentiende oktober tot en met de elfde november 2007 op het podium van “Night of the Proms” in Antwerpen.  In december trekken ze voor 20 concerten met het ganse team richting Duitsland.

Er verschijnt dus zoals eerder aangekondigd het nieuwe album “Closer”, goed voor elf nieuwe songs in een productie van Jan samen met Jeroen Swinnen. Op de website van “Jongeren Planeet” lezen we daarover: “Jan Leyers en Paul Michiels hebben elkaar weer gevonden. En dat resulteerde niet alleen in enkele uitverkochte Sportpaleisconcerten. Ook nieuw werk werd gecomponeerd, en nu is de tijd rijp om die op een nieuw album te verzamelen, ‘Closer’. Om hieraan de nodige aandacht te geven, had Soulsister zich op dinsdagavond naast de A12 genesteld, op de parking van dancing de ‘Carré’ in Willebroek, om een fileconcert te geven. De filechauffeurs lieten zich de verrassing welgevallen en raampjes werden overal naar beneden gedraaid om van de muziek te genieten. In een mum van tijd stond ook de parking vol met mensen die de file even ontvluchtten om ten volle van het optreden te genieten. Dit optreden bestond uit een mix van nieuwe nummers, gecombineerd met de grote hits van weleer. Wie het album in huis wil halen, moet nog even geduld hebben. Het is pas vanaf 14 november in de winkel te vinden. Lezers van Het Laatste Nieuwskunnen het al eerder in hun bezit krijgen. Op zaterdag 18 oktober is het voor slechts 2 euro extra bij de krant te vinden!

Stevig gescoord wordt er in de Ultratop met How many waterfalls, want daarmee staat Soulsister de negende augustus 2008 op vijf genoteerd, een nummer eveneens van de hand van Jan, Paul en Michael. En dan is er ook nog uit het album “Closer” de single Old school lovin’, maar zonder veel reacties in de hitlijsten uit te lokken.

In 2009 staat Soulsister opnieuw in het “Sportpaleis” geprogrammeerd, maar het draait anders uit, dat verhaal gaat niet door. In “Gazet van Antwerpen” lezen we: “De tweede editie van Soulsister Livezal op vrijdag 6 maart 2009 te zien zijn in de Antwerpse Lotto Arena. Normaal gezien zou het concert op zaterdag 7 maart in het Sportpaleisplaatshebben. Omdat op 5 maart daar nog een optreden van Metallica plaatsheeft, zou het volgens de directie van hetSportpaleismoeilijk worden om de show van Jan Leyers en Paul Michiels nog degelijk voor te bereiden. De organisatie besliste dan ook om het concert van Soulsister te verplaatsen naar de Lotto Arena. Terwijl de maximumcapaciteit van het Sportpaleis13.000 mensen is, geraken in de Lotto Arenamaar 7.500 mensen binnen. Die zullen allemaal sterk betrokken worden bij de show van Leyers en Michiels. Soulsister kiest immers voor een centraal podium. De groep staat erop dat de toehoorders in de watten worden gelegd. De verste zitplaats zal amper 22 meter van het podium verwijderd zijn, laten Jan en Paul nog weten.

Mag er tussen al die drukte door nog eens verzameld worden? EMI aarzelt niet en brengt in de reeks “Alle 40 goed” in 2010 nog maar eens een compilatie op de markt met daarop de grootste en bekendste hits van Soulsister. De dubbelaar opent met Broken en eindigt met Downtown. Ik neem aan dat de fans dit met graagte in huis halen, maar in de charts blijven de reacties uit. Een jaar later is er de cd “Live” met daarop vijftien liveversies gaande van The way to your heart over Changes en Like amountain tot en met Simple rule en Fallen. Als extraatje op het album is er Last call in een productie van Jeroen Swinnen en Jan Leyers, die het nummer samen met David Werner schreef. Last call was begin februari 2011 al op single uitgebracht. In 2011 worden de albums “Heat” en “It takes two” opnieuw uitgebracht als “Soulsister – 2 for 1″.

En Soulsister blijft maar in de cd-rekken opduiken. Zo is er in de maand mei 2012 de zoveelste verzamelaar, deze keer “Soulsister – Best of”: drie cd’s, in het totaal goed voor 56 songs, waarvan 17 liveversies zijn.

De veertiende augustus van 2015 zet Soulsister in één klap “Marktrock” in Leuven in vuur en vlam met een eenmalig optreden. In “De Morgen” lezen we daarover: “Ondanks het feit dat Soulsister al meer dan een jaar niet meer op een podium stond en zich ook in 2015 beperkt tot één concert, heeft de band van Paul Michiels en Jan Leyers op de eerste dag van Marktrock Leuvenweer als vanouds een swingend concert gegeven. Leyers’ dochter Billie opende met haar groep het festival, waarop ook nog De Fixkes en Slongs Dievanongs optraden. De Oude Markt liep tijdens Soulsister met circa 6.000 bezoekers halfvol. Soulsister putte uit een rijk gamma hits die de groep sinds haar ontstaan in de tweede helft van de jaren 80 opbouwde, zoals Like a mountainen Locks and keys. Vooral op het einde zat de sfeer er goed in met Tell me what it takesen de grootste hit The way to your heart‘,die door het publiek luidkeels werd meegezongen. De bisnummers werden vervolgens in de gietende regen afgewerkt.

In het najaar van 2016 plant Soulsister naar aanleiding van zijn dertigjarig bestaan een concerttournee. “30 jaar – 30 hits – 30 concerten” en dat in het gezelschap van Hervé Martens en Patrick Dorcean. De eerste oktober 2016 wordt het startschot gegeven in “CC Zwaneberg” te Heist-op-den-Berg. Op de vraag hoe groot hun honger naar het podium nog is, antwoordden ze aan journalist Steven Verhamme: “Het is een honger die nog steeds niet te stillen is. We gaan bovendien de nummers die we hebben geselecteerd niet allemaal voluit spelen. En dat kan verrassend zijn. Dus van sommige gaan we bijvoorbeeld enkel een refrein en een strofe spelen. Dat wordt heel speciaal. We kijken er echt naar uit. Of we lievelingsnummers hebben? Dat is als kiezen tussen je kinderen. Die hebben allemaal hun eigenheid en karakter. Dat is ook de kracht van de show. Er is geen enkel nummer dat we beu zijn. Aan elk nummer is er wel iets dat het fris houdt. Als je dan toch titels wilt: BrokenLocks and keysWell well well. Dat laatste hebben we niet meer gespeeld sinds 1995. De songs waarin we onze stemmen echt kunnen laten blenden, een beetje zoals The Everly Brothers, daar kijken we het meest naar uit. Sommige songs kan je in een jazzversie spelen. Daaruit blijkt dat het goede composities zijn. Geef ons dus maar ‘Blame you’ of ’Call it love’.

Op Showbizzsite.be lezen we de negende oktober 2016 over een van hun concerten: “Dit najaar is het precies 30 jaar geleden dat Soulsister uitpakte met de debuutsingle ‘You get to me’. Voor Paul Michiels en Jan Leyers een mooie aanleiding voor een tournee door Vlaanderen. Naar aanleiding van het feestjaar zouden ze 30 optredens geven – dat zijn er ondertussen al een paar meer geworden, wegens de massale vraag naar tickets – met hun 30 grootste hits. Het voorbije weekend trapte Soulsister de nieuwe tournee af met twee uitverkochte concerten in het ‘Cultureel Centrum’ van Heist-op-den-Berg. Wij stuurden onze reporter naar het muziekfeestje, uitgerekend in het dorp waar de voormalige cafébaas en melkboer Paul Michiels van afkomstig is. Voor Polle Pap was het op papier een thuismatch die hij niet kon verliezen.In de geschiedenis van de Belgische popmuziek heeft Soulsister al lang zijn plaats verworven. Paul Michiels en Jan Leyers hebben uziek gemaakt om te koesteren. Net daarom hopen we dat er ook heel wat jongeren de moeite willen doen om te komen kijken. Er staan twee klasbakken op het podium die hun veelzijdigheid etaleren in de verschillende instrumenten die ze bespelen. Het is begrijpelijk dat de mensen uit Heist hun gewezen cafébaas en melkboer Polle Pap nog altijd op handen dragen. Het bijzondere aan Soulsister zijn de stemmen van Jan en Paul die perfect met elkaar blenden. Tel daarbij hun uitgesproken persoonlijkheid en veelzijdigheid en dan weet je dat je te maken hebt met twee grote talenten. Afsluiten doen we kort en krachtig: ’30 jaar Soulsister’, je moet het gezien hebben. Voor snelle beslissers zijn er nog een handvol kaartjes beschikbaar voor de concerten in o.a. Brugge, Oostende en Hasselt. Snel zijn is de boodschap.” Die tournee blijkt zo’n succes dat er in 2017 een vervolg aan gebreid wordt. “De mensen die nu komen kijken, konden vorig jaar niet binnen, zo simpel is het. Dat is de enige reden. We zijn natuurlijk doodcontent om de tour te verlengen. We hebben deze zomer meer dan twintig concerten gespeeld in grote formatie. Nu ronden we het jaar af in de culturele centra in kleine bezetting. Onze theatertour is meer intiem. We veranderen de structuur van de liedjes af en toe en dat maakt het interessant. Tussen elke song vertellen we ook het verhaal hoe de liedjes zijn ontstaan“, aldus Soulsister. Soulsister brengt voor deze gelegenheid zijn nummers in een andere vorm. Zo hebben ze bijvoorbeeld van “Blame you” een jazzy versie gemaakt als een soort hommage aan Toots Thielemans. Zij maken er ook een soort talkshow van en op die manier vernemen we onder meer dat Paul ooit als drummer begonnen is.

Zondag de zevenentwintigste augustus 2017 staat Soulsister op het podium van “Maanrock” te Mechelen samen met onder meer André Brasseur en Stan Van Samang.

De 12de juni 2018 verschijnt bij uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts de autobiografie van Paul Michiels ” Onvoltooid tegenwoordig”. Daarin vertelt hij van pagina 67 tot en met 96 het Soulsister-verhaal. “Jan en ik waren zo verschillend, maar dat was ideaal!“.

Of de heren nog plannen hebben voor de nabije toekomst? Paul: “Ik maak een nieuw album tegen de lente van 2018. Dan komt ook mijn biografie uit. Ik word volgend jaar zeventig en dan wordt er verwacht dat ik een beschouwing breng van mijn leven. Ik ga trouwens meer dan honderd jaar oud worden. Mijn nieuwe cd wordt een stevige plaat, want ik ben een rockzanger, die toevallig ook van pop en jazz houdt. Het wordt een melodieuze plaat.” Jan:Er komt een vervolg op mijn Nederlandstalige cd ‘Helder’. In het voorjaar neem ik die op en in het najaar ga ik ermee op tournee. Ik weet nog niet of het een ep wordt dan wel een volledige plaat, maar in elk geval nieuw Nederlandstalig werk.

 

tekst en research: Marc Brillouet

© 2018 Daisy Lane & Marc Brillouet