Stef Bos

Geplaatst in Artiesten

Stef Bos heeft een eigen plaats veroverd in de Nederlandstalige muziek. Hij neemt muzikale foto’s van uitzichten en inzichten. Hij gebruikt in zijn songs de kleuren van weemoed, ironie en lichtheid. Hij zoekt op de grens van de poëzie naar een schijnbare eenvoud.” Met deze tekst heet zijn redactie ons welkom op zijn website. Zijn biografie begint daar heel summier met: “In de beginne was er het cabaret.” En vervolgens in vogelvlucht zijn jeugd- en zijn studiejaren. Voor ons een aanleiding om Stef tussen zijn vele optredens door eens grondig aan de tand te voelen. Alleen is dat makkelijker gezegd dan gedaan, want die man heeft geen zittend gat, is drukbezet en niet altijd juist te lokaliseren. In een interview met “Libelle” zei hij daar in 2004 het volgende over: “Ik weet zelf niet meer waar ik het meest thuis ben. Het is voor mij qua gevoel hetzelfde. Als ik in het vliegtuig richting Zuid-Afrika zit, is het alsof ik naar Groningen rij. Op een gegeven moment gaat een land onder je huid zitten. Dat heb ik met België ook gehad: toen ik twintig jaar geleden naar Antwerpen trok, was ik verliefd op die stad als op een vrouw. Ik voelde: ik moet daar geweest zijn, misschien om het calvinistische, noordelijke, dat ook in me zit, een beetje los te maken. Op dat moment projecteer je je eigen verlangens op iets wat je niet kent. En net als je voelt: misschien heb ik het wel gehad, begint de liefde. Naar Zuid-Afrika trok ik voor het eerst tien jaar geleden, en het schakelpunt kwam er een paar jaar terug. Ik was er een keer of dertig geweest en vroeg me af: heb ik het nu niet gezien? Toen begon het pas. Ik begon de taal te spreken, in die taal te denken. Heel lang heb ik het gevoel gehad dat ik het leven ginder miste als ik hier was, en omgekeerd. Nu is het voor mij één geheel geworden. Ik zat vorige week in Kaapstad, en ik weet dat ik daar vroeg of laat ook voor langere tijd wil wonen.” In een ander interview wou hij over zijn verhuizing naar Vlaanderen het volgende kwijt: “De reden dat ik deels in België woon, is waarschijnlijk dezelfde als waarom ik naar Afrika ben gegaan: om me los te weken van waar ik vandaan kom. Om er na vele jaren uiteindelijk achter te komen dat je daar natuurlijk nooit echt los van komt. Bovendien voelde ik me in Nederland geïntimideerd, ik moest gewoon weg om mezelf te ontwikkelen. Toch zal ik in België altijd een buitenstaander blijven. Soms heb ik heimwee naar het Nederlandse Albert Heijngevoel: de openheid van de mensen, dat je mag zeggen wat je denkt. In België moet je de mensen eerst decoderen. Ik verlang soms terug naar Nederland, maar ik besef dat ik daar nooit weer echt zal kunnen aarden. Misschien dat ik daarom letterlijk op de grens woon.”

Stef werd de twaalfde juli 1961 in het Nederlandse Veenendaal geboren. Zijn vader Albertus Willem Bos was in het dagelijkse leven juwelier. Meteen na diens humaniora moest hij tijdens de oorlog onderduiken en kon zijn studies niet voortzetten, al had hij dolgraag theologie gestudeerd. Dankzij opa Bos, die textielvertegenwoordiger was, kwam papa eerst in een kledingbedrijf in Zwolle terecht, maar begon een tijdje later samen met zijn broer een juwelierszaak die erg goed liep omdat papa niet alleen een bekwaam vakman was, maar in eerste instantie een zeer betrouwbaar en consequent persoon. Het gezin Bos telt drie kinderen: Stef heeft een broer die tien jaar ouder is en een zus die drie jaar ouder is. Moeder Nel kreeg daarnaast nog drie miskramen te verwerken. Tijdens een interview voor “De Standaard” in 2012 naar aanleiding van het verschijnen van het boek “Door de ogen van mijn vader”, dat Stef Bos over zijn papa schreef, wilde die wel even het volgende over zijn zoon kwijt: “Op zijn zestiende wilde Stef naar de vakschool om goudsmid te worden en de zaak van mij over te nemen. Maar er was toen een heftig schandaal aan de gang in die school over het gebruik van heroïne. Ik vond dat hij daar beter mee wachtte.” Stefs oudere broer ging akkoord met die overname, op voorwaarde dat Stef hem dan één derde van de waarde zou uitbetalen. Daarop haakte Stef af en trok naar de havo (hoger algemeen voortgezet onderwijs) in Ede. Hier kwam hij terecht in een streng christelijke school waartegen hij zich ging verzetten. Stef trok zich toen al regelmatig terug op zijn kamer om daar iets te schrijven. Hij had intussen de verzen van Erich Kästner ontdekt, die spraken hem wel aan. Hij begon ook de werken van Kurt Tucholsky en Erich Mühsam te lezen. Vader Bos herinnert zich Stef als een jongen die graag zijn eigen gang ging. Een jongen die veel zat te lezen en naar muziek luisterde. Moeder Nel was een vrouw boordevol fantasie, dat moet Stef van haar geërfd hebben. Zij beschouwde vaak de winkel als een soort forum om de klanten het naar hun zin te maken. Toen hij begon op te treden, was zij er graag bij. Op haar sterfbed in 1998 moest zijn vader haar beloven die traditie voort te zetten, wat hij ook deed, tot hij het fysiek niet meer kon. Aanvankelijk dachten Stefs ouders dat hij in het theater zou belanden, maar Stef begon almaar meer liedjes te schrijven en uitgever Hans Kusters vond dat hij die dan maar gelijk zelf op plaat moest uitbrengen. In de winkel van Stefs vader komt op zekere dag de schrijver Hans Andreus langs en laat daar een kinderboek achter, “Mijnheer Pompelmoes”. Dat boek zou de aanzet betekenen tot het schrijverschap van Stef.

Stef is achttien wanneer hij in 1979 naar Utrecht gaat om daar voor leraar verder te studeren. Hier blijft hij graag ‘s nachts op om dan te schrijven, te tikken eigenlijk, op een oude Adler-tikmachine. Hier waant hij zich voor het eerst een echte dichter. Hij gedroeg zich ook een beetje pretentieus. Hij stuurde naar verscheidene uitgevers een verzameling versjes. “Te kreupel om te lopen“, zegt Stef daar jaren later over. Daarnaast geraakt hij geboeid door het fenomeen cabaret. Op school leert hij Chiel van Berkel kennen en richt samen met hem het duo Kaliber op. Toen viel het hem al op dat hij het was die altijd moest zingen. Zij nemen in de “TH Aula” te Delft in 1982 deel aan het cabaretfestival “Cameretten”, waar zij in de finale tweede eindigen en de prijs van het publiek in de wacht slepen. In 1984, wanneer Stef zijn lerarenopleiding heeft afgerond, verhuist Stef, met Chiel voorop, vanuit Utrecht naar Antwerpen om daar aan het “Hoger Instituut voor Dramatische Kunst” (Studio Herman Teirlinck) te gaan studeren. Stef krijgt hier les van onder meer Jean Blaute, Denise De Weerdt, Raymond van het Groenewoud en Johan Verminnen. Die leert hem de chansons van Brel, Brassens en Ferré kennen. Van Raymond onthoudt hij: “Ge moet zingen, wie dat ge zijt” en “Ge moet uw eigen stem vinden.” Dat viel Stef wel erg op, want hij was vooral op een romantische manier bezig met liedjes schrijven, bezig met te zijn wie hij dacht te moeten zijn om anderen, vooral meisjes, te imponeren. Die zoektocht en dat imponeren begon allemaal met dat ene liedje Is dit nu later. Bos studeert in 1988 af aan de afdeling kleinkunst. Met Chiel was Stef intussen een nieuw duo begonnen, Idioten Blozen Niet, dat in 1988 tweede wordt tijdens het “Amsterdams Kleinkunst Festival”.Vanaf 1988 tot en met 1990 gaat Stef acteren bij de toneelgroep “Oud Huis Stekelbees” in Gent. Daarmee staat Stef voor het eerst echt in de schijnwerpers. “Ik vond het niet zo makkelijk in het begin. Er zit een publiek voor je dat naar je kijkt. Ik begon me pas een beetje op mijn gemak te voelen, toen ik een tijd later begon te zingen en op te treden en te doen alsof ik thuis was, dat de mensen gewoon langskwamen om te kijken. Ik kom uit een gezin waar het niet vanzelfsprekend was dat je op een podium ging staan. Ik ben heel lang onzeker geweest of ik wel iets te vertellen had. Ik ben naar Antwerpen gegaan om de toneelschool te doen. Na verloop van tijd zag ik in dat het optreden an sich relatief is. Het is maar een heel klein onderdeel van het wereldgebeuren. Dat is een aangenaam uitgangspunt. Er zijn al zoveel dingen voor jou gebeurd en er zullen er nog zoveel na jou komen. Toen dat in mijn hoofd zat, ben ik me pas echt met muziek gaan bezighouden.”

In 1989 gaat Stef een tijdje samenwerken met Radio 2 als lid van “De ochtendploeg”, een licht satirisch programma tussen 6 en 8 uur. In die ploeg zaten ook nog Bart Van den Bossche en producer Erik Strieleman. Elke zondagavond werd in café “De Witte Arend” in Antwerpen de actualiteit besproken en de basis voor het programma gelegd. Op de achtergrond klonk steevast klassieke muziek. Voor Stef een belangrijke periode in de aanloop naar zijn carrière. Gert Verhulst en Hans Bourlon van Studio 100 vragen Stef in die periode of hij niet de titelsong wil schrijven van “Samson en Gert”. Een jawoord is vlug gegeven en in een en dezelfde moeite wordt Stef de rol aangeboden van Joop Mengelmoes, de Hollandse buurman van Samson en Gert. Hij mag het personage naar zijn hand zetten. Stef houdt deze deelname vol tot in 1992 om zich van dan af volledig met zijn carrière bezig te houden. Hij schreef wel een aantal liedjes voor Samson en Gert, waaronder Het Samsonlied, Er zit meer in een liedje en Samen delen.

Stef gaat ook voor anderen schrijven, onder meer voor zijn vriendinnetje Ingeborg, die hij tijdens zijn kleinkunstopleiding in Antwerpen had leren kennen. Ingeborg zingt tijdens de “Baccarabeker” in 1988, waar zij deel uitmaakt van de West-Vlaamse ploeg samen met Phil Graveyard en Clouseau, Te Weinig Kracht, dat Stef speciaal voor haar had geschreven. Dat liedje verschijnt iets later samen met het nummer Niemand op haar eerste single uitgebracht op het HKM-label, het platenlabel van muziekuitgever Hans Kusters, die ook de heren Clouseau en iets later Stef Bos onderdak verleent. Tijdens dat festival zingt Ingeborg ook Verlangen, eveneens geschreven door Stef en dat haar tweede single wordt, waarbij zij de vocale steun van Clouseau, lees Koen Wauters, krijgt. De VRT had meteen door dat Ingeborg wel wat in haar mars heeft en nodigt haar in 1989 uit om deel te nemen aan “Eurosong”, met in de finale onder meer Jimmy Frey, Expo, Dany Caen, Bart Van den Bossche, Angie Dylan en Boogie Boy. Clouseau eindigt tweede met het liedje dat iets later een gigantische hit zou worden, Anne, en Ingeborg wordt eerste met het door Stef Bos geschreven Door de wind. De zesde mei trekt Ingeborg in het gezelschap van Stef, die de tweede stem mag zingen, naar Lausanne in Zwitserland om daar tijdens de vierendertigste editie van het Eurovisiesongfestival de Belgische driekleur te verdedigen. Zij eindigt daar negentiende. Winnaar wordt de groep Riva voor Joegoslavië met Rock Me. Bij ons wordt Door de wind in een productie van Roland Verlooven op single uitgebracht en in de Vlaamse Top Tien de tweeëntwintigste april een nummer één. In 1990 lanceert Ingeborg haar eerste album met daarop niet alleen haar eerste hits, maar ook liedjes als Eeuwen geleden, Toiletje, Alles gaat voorbij en haar volgende single Zomer, waaraan zij een blij lentegevoel overhield, ook al speelt het liedje in op het naderende einde van de zomer. Ook deze keer tekst en muziek van Stef Bos in een productie van Roland Verlooven gekoppeld aan het nummer Ik wil geluk, eveneens van de hand van Stef.

Door zijn samenwerking met Ingeborg had Stef dus inmiddels Hans Kusters leren kennen, onder meer eigenaar van het HKM-label, die hem snel een contract aanbiedt bij zijn uitgeverij en platenfirma. In de maand november van 1990 ligt de eerste langspeler van Stef in de winkel. Producer van “Is dit nu later” is Roland Verlooven. Stef herinnert zich nog duidelijk dat dit de eerste tekst was die hij schreef waarin hij zich losmaakte van het cabaret en een meer persoonlijke weg insloeg. Een weg die de hoofdlijn zou worden van wat hij op papier zette. In de “Studio Impuls” te Herent wordt Stef bijgestaan door onder meer de muzikanten Marc Bonne, Yannick Fonderie, Eric Melaerts en Patrick Mortier. Dertien liedjes staan er op het album, waarvan Stef We doen het zelf samen met Roland Keyaert schreef. Het volgens velen meest opvallende nummer Papa staat de dertiende april 1991 op single op acht in de Vlaamse Top Tien. Tijdens een van onze vele babbels vertelde Stef me daarover het volgende: “Papa is het sterkste voorbeeld van het persoonlijke. Kijk, ik leef maar één keer en ik kan niet anders dan schrijven wat in m’n kop zit. Ik ben geen liedjessmid die een leuk thema vindt en daar een plezant liedje over kan schrijven. Bij mij wordt een liedje geboren. Dat schreef ik op ‘n zondagmiddag toen ik met mijn vader in een en dezelfde kamer zat en ik in de gaten kreeg hoe hij naar zijn handen zat te kijken. Hij haalde wat vuil onder zijn nagels vandaan. De manier waarop hij dat deed en zo zat te staren naar zijn handen, dat doe ik ook precies zo. Op dat moment werd ik er op de een of andere manier door aangegrepen en zo ontstond een soort liefdeslied voor een vader, want zo’n lied moet dan wel over méér gaan dan alleen maar “mijn vader”. Zowel mijn vader als ik hadden moeite om emoties te bespreken en dit nummer gebruikte ik om hem duidelijk te maken dat ik van hem houd, dit vooral ook vanwege de kanker waartegen mijn vader toen vocht. Toen ik het schreef, woonde ik al acht jaar in Vlaanderen en had enorm veel opgestoken van Johan Verminnen en Raymond van het Groenewoud, door wie ik in een muzikaal bad was terechtgekomen.” Papa is inmiddels een regelrechte Bosklassieker geworden. Vooraleer Stef het ging zingen en op plaat zetten, liet hij het op een dag op een cassettebandje aan zijn vader horen. Die voegde er na het beluisteren alleen maar aan toe: “Nou jongen, we zijn het niet in alles met elkaar eens, maar je hebt het beschreven zoals het is.” We zouden het haast uit het oog verliezen, maar met Papa staat Stef de tweede maart 1991 eveneens op acht in de Nederlandse Top Veertig. Op de vraag of hij Papa na al die jaren nog niet moe is om nog maar eens te zingen, antwoordt Stef gevat: “Helemaal niet. Sinds ik zelf vader ben geworden, verandert het licht dat op dat nummer schijnt. Het is een vreemde gewaarwording als een lied boven jezelf uitstijgt. Wat in dit geval gebeurd is. Het is een lied geworden dat voor anderen een betekenis heeft waardoor het niet meer alleen van mij is. Dat voel ik ook als ik het zing. Het is het lied dat mij heeft meegenomen op de reis die ik tot nu toe heb gemaakt. Het is ongetwijfeld het lied dat ik het meest heb gezongen. Want het verandert nog steeds door de lichtinval van de tijd. Ik zing het haast telkens totaal anders als ik het live breng. Toen mijn vader overleed, speelde ik het lied met gewoon andere akkoorden. Soms durf ik weleens een zin in de tekst te veranderen: “we komen elkaar na de dood nooit meer tegen” wordt dan “we komen elkaar na de dood misschien niet meer tegen”. Ik ben helemaal niet gelovig, maar het is op mijn leeftijd oninteressant om te zeggen wat de waarheid is.” In 2013 zal Antje Monteiro als antwoord de single Mama releasen. De vader van Stef overleed de elfde juni 2014 op 91-jarige leeftijd in het verzorgingshuis in Veenendaal, waar hij de laatste jaren verbleef.

Voor zijn eerste album “Is dit nu later” krijgt Stef in de maand mei van 1991 een Edison in de categorie “Nederlands populair”. Over dit album schrijft Stef in zijn boek “Alles wat was” het volgende: “Met dit album veranderde mijn leven van de ene dag op de andere. De anonimiteit die ik voor het schrijven zo aangenaam vond, het struinen door de stad, het observeren van mensen, het was gedaan. Nu werd ik geobserveerd. Hoorde hoe mijn naam achter mijn rug werd gefluisterd. Het streelde het ego van de zanger, maar de schrijver voelde er zich ongemakkelijk bij. De zanger zocht het spotlicht, de schrijver had de anonimiteit nodig.” Datzelfde jaar wordt hem in de maand februari door de stichting Conamus de Zilveren Harp toegewezen. Jaarlijks worden in die maand tijdens het “Harpen Gala” de Gouden Harp, Zilveren Harp en de Buma Exportprijs uitgereikt. De Zilveren Harp is een aanmoedigingsprijs voor beginnende artiesten.

Door het succes van Papa wordt het album “Is dit nu later” met dubbel platina bekroond. Dat vraagt dadelijk om een opvolger en dat wordt “Tussen de liefde en de leegte”, opgenomen in “Bullet Sound Studio 1″ te Nederhorst den Berg tussen de dertiende en de eenendertigste juli 1992. Stef voegt ter verduidelijking aan de titel van zijn album toe: “Ik ben altijd onderweg, ik leef onrustig en onzeker, tussen de liefde en de leegte.” De arrangementen van de plaat zijn in handen van de bekende Nederlandse muzikant Hans Hollestelle. Voor de productie tekent niemand minder dan Boudewijn de Groot, die het zelfs leuk vindt op de plaat hier en daar voor het achtergrondkoortje te zorgen. Een hele rist Nederlandse muzikanten mogen de studio bevolken. Een nummer dat opvalt is De Figuranten. Met Jan Van Rompaey had Stef afgesproken voor het programma “Zeker Weten” op de VRT-televisie een jaarlang de actualiteit te volgen en waar nodig er een lied over te schrijven. De oorlog in Joegoslavië en de Amerikaanse aanval in Irak zijn het vertrekpunt voor dit lied. De aanwezigheid van generaal Schwarzkopf met zijn beelddemonstraties van geleide raketaanvallen en de vluchtelingenstroom op de Balkan deden Stef in zijn pen kruipen. “Tussen de liefde en de leegte” levert hem opnieuw twee radiohits op, Jij bent voor mij en De radio, geschreven in opdracht van de VRT en ook graag geschreven omdat Stef van het mysterie van alleen maar een stem houdt: het voedt namelijk de verbeelding. Opvallend is dat beide nummers niet in de Vlaamse Top Tien opduiken. In 1993 ontvangt Stef voor zijn intussen met een platina exemplaar bekroonde album “Tussen de liefde en de leegte” de prestigieuze “Pall Mall Exportprijs”, een jaarlijkse Nederlandse prijs voor in het oog springend jong talent in de sector kunst en cultuur. De prijs bestond sinds 1978 en werd mogelijk gemaakt door SNS REAAL Fonds. Wegens de tabakswet werd de naam van de prijs gewijzigd. De oude naam was de Pall Mall Exportprijs, dit werd eerst de British American Tobacco Prijs. De latere naam, de Eerste Prijs, werd vanaf 2006 gebruikt tot 2010, het laatste jaar dat de prijs werd uitgereikt. De prijs had tot doel de ontwikkeling van jonge artiesten te bevorderen. De winnaar kreeg 15.000 euro en een replica van een beeld van Yvonne Kracht.

De vierde mei 1991 scoort Stef zijn enige nummereenhit in de Vlaamse Top Tien. Hij had iets voordien Breek de stilte samen met Bob Savenberg van Clouseau opgenomen. Bob schreef dit liedje samen met Stef op verzoek van Bobs zus Mieke, om met deze plaat haar autistische kind en de duizenden andere kinderen in Vlaanderen en Nederland te helpen. De opbrengst van deze plaat ging integraal naar de “Vlaamse Vereniging Autisme” en de “Nederlandse Vereniging Autisme”. Breek de stilte wordt tijdens de zomer van 1991 door Radio 2 tot “Zomerhit ’91″ gekroond. Papa ontvangt diezelfde avond de prijs van beste Nederlandstalige plaat. Van VTM mag Stef Bos dat jaar een “Gouden Oog” in ontvangst nemen als populairste zanger. In Vlaanderen laat hij het publiek met zijn talent kennismaken tijdens zijn eerste theatershows.

Omdat hij zoveel talent in zich heeft en graag links en rechts dat talent toetst aan diverse activiteiten, vertaalt en bewerkt hij in opdracht van het “Ballet van Vlaanderen” de musical “De man van La Mancha”. Stef schrijft alle Nederlandstalige teksten van de musical. Hij ging maar wat graag op dat voorstel in omdat zijn idool Ramses Shaffy de hoofdrol zou vertolken. De elfde oktober 1993 heeft de première plaats. Ramses zet een magistrale versie neer. Datzelfde jaar wordt Shaffy in Amsterdam door de zangers en acteurs in Amsterdam gevierd. Voor deze gelegenheid schrijft Stef De Kracht van de Onmacht.

In 1994 is er het nieuwe album “Vuur”. Intussen was Stef op zoek gegaan naar zijn herkomst, had hij zich ook wat ondergedompeld in andere culturen. Hij had een jaar eerder op een avond in Antwerpen op het terras van café “De Faam” de Zuid-Afrikaanse zanger Johannes Kerkorrel ontmoet. Iemand die, zo bleek uit hun gesprek, de confrontatie zocht met zijn eigen cultuur ten tijde van de apartheid. In Zuid-Afrika leerde Stef hun traditionele muziek kennen, vermengd met religieuze elementen. Een neerslag van dit alles horen we terug in veertien liedjes, waarvan De Hemel en Pepermunt speciaal geschreven werden voor het NCRV-programma “Baas boven Bos”. Voor zijn derde album “Vuur” neemt Stef de productie zelf in handen en selecteert als muzikanten de basgitaristen Evert Verhees en Flor Van Leugenhaeghe, toetsenist Marc De Boeck, gitarist Francis Wildemeersch en percussionisten Walter Metz en Eric Rits. Het album zal drie singles opleveren: Hilton Barcelona (Stef was daarnaartoe gereisd op uitnodiging van zijn muziekuitgever Hans Kusters, waar zij in het Hilton Hotel logeerden), Pepermunt en Awuwa, wat zoveel betekent als Zij wil dansen. Na hun gesprek in dat Antwerpse café hadden Stef en Johannes besloten een poging te ondernemen om het Nederlands en het Afrikaans samen te brengen in een lied, nadat dat jaren onmogelijk was, gezien de culturele boycot die er bestond. Stef schrijft dit nummer samen met Johannes (echte naam Ralph John Rabie) en Didi Kriel tijdens een vijfdaags verblijf in Johannesburg. De zeventiende juli 1993 prijkt Awuwa op de negende plaats in de Vlaamse Top Tien. Tijdens onze babbel geeft Stef toe dat hij Zuid-Afrika heeft leren kennen dankzij Johannes, die voor hem in dat continent een fenomenale gids is geweest en die hem in dat gebied de diverse culturen en complexiteit heeft leren kennen. “Als je zo’n land leert kennen via iemand die met een open vizier leeft en kijkt, dan kun je niet anders dan er verliefd op worden. Zonder Johannes Kerkorrel zou mijn leven er anders hebben uitgezien. Ik heb door hem leren inzien dat ik de onrust en onvoorspelbaarheid van Afrika nodig heb om mezelf te dwingen voorbij de grenzen te bewegen, mezelf in vraag te stellen. In Nederland en Vlaanderen kan ik dan weer op tijd en stond tot rust komen in die cocon van de goede geregelde orde.” Om nog even met dat Afrikaverhaal door te gaan. Hier leert Bos de in Sophiatown geboren zangeres Thandi Klaasen kennen. Op het HKM-label zal van haar in 1996 het album “Together as one” verschijnen, waaraan Stef samen met Johannes Kerkorrel zijn medewerking verleent. We horen Stef op dit album samen met Thandi onder meer in het aanstekelijke Two of a kind, dat de negentiende juli op single verschijnt. Nog even dit vermelden: van 1990 tot 2001 las Johannes wekelijks zijn column voor in het Radio 1-programma “Het einde van de wereld”. De twaalfde november 2002 overlijdt Johannes op 42-jarige leeftijd in Johannesburg.

In de maand oktober van 1995 is er het album “Schaduw van de nacht”. De keuze van Stefs muzikale evolutie sinds zijn eerste plaat was intussen duidelijk hoorbaar en leidde regelmatig tot een stevig gesprek met zijn platenbaas Hans Kusters, die voorzag dat het publiek van het eerste uur zou afhaken, dat ze van Stef zouden vervreemden. Hans kreeg gelijk, maar Stef kon niet anders dan nieuwe grenzen aftasten om het op die manier voor zichzelf interessant te houden. Nog steeds is Stef Hans dankbaar dat hij zijn eigen weg mocht gaan. Tijdens de zomer van 1995 kampeert Stef in de Nederlandse “Bullet Sound Studio” in Nederhorst den Berg en in de “Crescendo Studio” in Genk. Geflankeerd wordt hij daar door onder anderen gitarist Francis Wildemeersch, bassist Lené te Voortwis, bassist Bert Embrechts en accordeonist Marc De Boeck. Het merendeel van de liedjes schrijft Stef zelf. Het was geen gemakkelijke klus, want het schrijven van de teksten nam meer tijd in beslag dan voordien. Er was namelijk kritiek op zijn teksten opgedoken en Stef las die in een positieve zin, hij trok zich die aan en dat vertaalde zich in beter afgewerkte poëzie. Zijn albums worden van dan af beter in Nederland gesmaakt dan in Vlaanderen, waar uiteindelijk alles voor hem begonnen was. In die tijd werd het Engels ook almaar dominanter in de hitlijsten en was er voor het Nederlandstalige werk van Bos almaar minder plaats en aandacht. Door zijn ontdekking van Zuid-Afrika ging er voor Stef intussen een nieuwe wereld open. Zijn leefwereld werd ruimer. Hij ging Zuid-Afrika almaar meer als zijn derde thuisland beschouwen. In het liedje Zondag in Soweto zingt hij daar bijvoorbeeld over. Hij had dit liedje geschreven tijdens zijn verblijf in Zuid-Afrika toen hij aan het project met Thandi Klaasen werkte. Voor deze song was Stef op zoek naar een traditioneel zwart kerkkoor en kwam op een zondag in een kleine kerk van zinkplaten in Soweto terecht. Daar zong het Zion kerkkoor, met wie hij in de “Valley Studio” in Johannesburg Zondag in Soweto opneemt. Het album “Schaduw in de nacht” is voor Stef samen met zijn eersteling “Is dit nu later” de belangrijkste cd in zijn ontwikkeling tot op dat moment. De nummers Vrouwen aan de macht en Schaduw in de nacht worden de maanden nadien als singles uitgebracht. “Schaduw in de nacht” is ook de titel van de theatertournee waarmee Stef en zijn band van 1995 tot en met 1996 on the road gaan.

In 1995 is er de single Twee mannen zo stil, een duet dat Stef opneemt samen met zijn vriend Frank Boeijen. Stef lag in 1984 ziek in bed, luisterde naar de radio en hoorde Frank het nummer Zwart Wit zingen. Hij was er meteen door geraakt, niet alleen door het ritme, maar ook door zijn manier van zingen en vooral door de tekst, want ze hebben beiden een broertje dood aan racisme, populisme en materialisme. Door de jaren heen leerden ze mekaar beter kennen en waarderen. Ze groeiden beiden uit tot chansonniers van de Lage Landen. “Bij Stef“, zegt Frank, “kan ik thuiskomen, we zijn geestverwanten!” Van Boeijen leerde Stef door de jaren heen hoe je je zakelijk moet opstellen, niet alleen artiest zijn, maar ook zakenman. Twee mannen zo stil kwam tot stand na een optreden in Brugge waarna ze naar een restaurant trekken, waar Stef achter de piano plaatsneemt. De woorden van het nummer waren in Franks hoofd blijven hangen na de begrafenis van een vriend. Stef had zomaar ineens de noten erbij. In het gastenboek van het restaurant schreven ze de tekst verder uit en zetten er een punt achter toen de rijkswacht kwam vragen of het niet wat stiller kon. Geluidsoverlast, kan je nagaan.

Jacques Brel is iemand waar Stef enorm naar opkijkt. Hij treedt samen met Johan Verminnen, begeleid door pianist Michel Bisceglia, de dertiende en veertiende januari 1997 in de “Ancienne Belgique” en de elfde maart 1997 in het “Cultureel Centrum De Werf” te Aalst op tijdens de alom geprezen voorstelling “In het licht van de schaduw”, een hommage aan Jacques Brel naar aanleiding van diens overlijden twintig jaar geleden.

De achttiende oktober 1997 ligt het dubbelalbum “De onderstroom” in de winkels. De productie is deze keer in handen van Stef Bos en Bert Embrechts. Stef geeft toe dat wanneer hij hier in de Lage Landen geen verplichtingen had, hij op zoek ging naar een andere horizon. Niet alleen het uitzicht verandert dan, maar ook het inzicht. Het logische gevolg is dat deze nieuwe verzameling liedjes die sporen daarvan dragen. Samen met bassist Bert Embrechts ontstond de idee om een reis te maken van Kaapstad naar Johannesburg en onderweg liedjes te schrijven en die op te nemen met lokale muzikanten zoals Faith Kekana, Lucas Maree, Stella Khumalo, Louis Mhlanga, Wings Segana, Ray Phiri en anderen. Zijn vriendschap met Johannes Kerkorrel was in dezen erg belangrijk. Johannes zou een hechte vriendschap met Stef aanknopen en hem de liefde voor het Afrikaans bijbrengen. Over die periode zei Stef nadien het volgende: “Vanaf die ontmoeting met Johannes Kerkorrel was ik verkocht aan Zuid-Afrika en de schoonheid van het land. In die begindagen maakte ik met name veel muziek samen met zwarte muzikanten. We deelden een bezieling en leerden van elkaar. De muziek was spiritueel, zonder voor entertainment bedoeld te zijn. We maakten muziek vanuit onze buik, ik heb zoveel van ze geleerd. Dit resulteerde in de cd “De onderstroom”. Op deze cd hebben we talen vermengd. Juist doordat we elkaars moedertalen niet spraken, merkten we dat het bij muziek niet zozeer gaat om wat je zegt, maar hoe je het zegt. Van daaruit ben ik later verder gegaan, steeds culturele grenzen overgegaan, met name zwarte culturen. Op dat moment had ik eigenlijk nog helemaal geen oog voor die ene taal die zo dicht bij mijn eigen taal ligt, het Afrikaans. Ik hoorde het om me heen, begreep er veel van, maar deed er niets mee. Langzaamaan begon ik het te integreren in mijn eigen muziek.” Op het einde van de lange reis werd het eerste deel van deze cd in de maand april in dat jaar 1997 in de “Valley Studio” in Johannesburg ingeblikt. Uit de mond van de band klonk het haast unaniem in die studio: “We have to celebrate our differences!” Tijdens de opnamen leerde Stef van de Afrikaanse muzikanten dat je nooit iets mag forceren. Als je lang genoeg de tijd laat, zoekt de melodie en de tekst zijn eigen bedding naar zee. Daar heeft Stef stilaan leren loslaten. Go with the flow. Het album werd uiteindelijk opgedeeld in twee: “De onderstroom 1″ en “De onderstroom 2″, in het totaal goed voor vierentwintig nieuwe liedjes. Deel twee van dit album werd in Antwerpen opgenomen en gemixt. Er werd bij Stef thuis gewerkt tijdens die ontzettend hete zomer, in het hart van de stad, op zijn zolder. In de Ultratop 200 Albums staat de cd de vijfentwintigste oktober op de veertiende plaats. De dag zal komen en De tovenaar verschijnen op single. “De onderstroom” is ook de titel van zijn nieuwe theatershow waarmee hij op stap gaat.

In de maand april 1998 brengt Stef zijn liedjesteksten gebundeld uit onder de titel “Meer dan papa”. Live optreden is naast het schrijven van liedjes zijn grootste genot. Daar kan hij zijn oeuvre het best etaleren. Het hoeft ons dan ook niet te verbazen dat hij een rist hoogtepunten van die optredens in 1998 verzamelt op de dubbelaar “Stad en land”, een overzicht van hoogtepunten van de voorbije zes jaar. In het totaal zeventien liedjes die proberen een indruk te geven van de verschillende tournees en het karakter van elke tour. Er staan voor de aardigheid ook enkele nooit eerder opgenomen nummers op zoals Fake, Door de wind en Sophiatown. Er werd eerst getwijfeld of de bindteksten tijdens de nummers op de cd te horen zouden zijn of niet, maar omdat ze niet zo tot hun recht komen op deze plaat omdat de juiste sfeer ontbreekt, werden ze weggelaten.

Ook al is Stef vaak op reis en schrijft hij onderweg het merendeel van zijn liedjes, toch hebben de songs op het album “Zien”, dat in 1999 in de winkel ligt, met het thuisfront te maken. Afrikaanse klanken blijven hier achterwege. Bos kiest meer voor de sfeer van het chanson en dat is duidelijk te horen ook. Er wordt opgenomen in “Studio The Groove”. Stef omringt zich met een hele rist muzikanten, een tiental. In Reizen door de nacht is in de achtergrond Johan Verminnen te horen. Stef schrijft zijn liedjes almaar meer en vaker samen met anderen, met onder meer Bert Embrechts, Francis Wildemeersch, Gert Meert en Antony Boast. Met de meesten is hij vaak onderweg en dan leent de tijd zich regelmatig om samen liedjes te schrijven. Een absoluut hoogtepunt op dit album is de Bosklassieker Rue de Mouftard: “En ik laat je zien waar ik wou wonen, in de Rue de Mouftard, met de vrouw van mijn dromen, ik was negentien jaar, met de pretentie van een dichter die nog niets geschreven heeft en die alleen in zijn verbeelding tot de bodem heeft geleefd.” Op dit album laat Stef horen dat Jacques Brel hem na aan het hart ligt. Stef schrijft een Nederlandse tekst bij een van de bekendste liedjes van Brel, Jef. Voor het album in de rekken lag, was er de gelijknamige theatertour, goed voor negentig optredens. Tijdens die concerten doken vele nieuwe liedjes op, die uiteindelijk op dit album werden verzameld, vijftien in het totaal. Tijdens de vele repetities en de tour zelf kregen ze stilaan de vorm zoals ze op het album te horen zijn. Het nummer Ik heb gedronken werd gezamenlijk door de ganse band van dienst geschreven. Het wordt een manier van samenwerken die op de volgende albums almaar meer voorrang krijgt, teamwork. Die manier van werken, dat samenspelen heeft Stef sindsdien als zanger-liedjesschrijver een tweede leven gegeven.

In de maand november 2000, met het oog op cadeautjestijd, wordt Bos verzameld op de dubbelaar “Het beste van Stef Bos”, uitgebracht op het HKM-label en verdeeld door CNR. Het album is opgedeeld in tweeën: cd 1 “Noord” met daarop bekende liedjes als Papa, Breek de stilte en De radio, en cd 2 “Zuid” met daarop Afrikaanse nummers als Awuwa, Didi Mala en Johannesburg. De platenfirma had er wellicht meer van verwacht, maar de zestiende december houdt het album halt op de vijftigste plaats van de Ultratop 200 Albums. Stef zegt over deze cd: “Dit is een verzameling die een idee geeft van de weg die ik aflegde sinds ik eind jaren tachtig besloot dat ik vooral liedjes wilde maken, want ik voelde dat ik niet voor acteur of cabaretier in de wieg gelegd was. Elk liedje op deze plaat is een keten van associaties die ergens begint, een banaal nietszeggend voorval kan al voldoende zijn. Zoals een vader die op een zondagmiddag zwijgend zijn eigen handen bekijkt en opeens zie je jezelf terug. Elk lied heeft zo zijn oorsprong, maar moet die oorsprong ontstijgen om zichzelf te worden, zoals een mens. Pas dan kan een lied misschien iets teweegbrengen. Ik heb geleerd met vallen en opstaan en ik leer nog steeds. Aanvankelijk was alles direct wat ik schreef, daarna ging ik meer op onderzoek. Zo leerde ik dat je ook soms gewoon kunt beschrijven wat je ziet. Wie schrijft moet een vreemdeling willen zijn, een observator van zichzelf, de anderen en de wereld. Wie schrijft moet afstand kunnen nemen op zijn tijd van zijn tijd.”

Diezelfde maand november 2000 verschijnt de cd “Louis Neefs 20 jaar later”. Hierop zet Stef een niet onaardige versie neer van Neefs’ Martine. Dat album is een heuse meevaller en geraakt de zesde januari 2000 tot op vier van de Ultratop 200 Albums. Bos duikt de negentiende december ook op tijdens het herdenkingsconcert dat ter ere van Louis Neefs in het “Sportpaleis” op het getouw wordt gezet. In het totaal komen er die dinsdagavond twaalfduizend Neefsgetrouwen opdagen.

Daar waar Stef op het album “Zien” de Afrikaanse aanpak en verpakking wat achterwege liet, pakt hij op het volgende album “Van Mpumalanga tot die Kaap” weer lekker exotisch uit. Deze cd is het muzikale resultaat van de vele reizen die Stef door dit continent heeft gemaakt. Het is ook het eerste Bosalbum dat in 2001 zowel in België, Nederland als in Zuid-Afrika tegelijk werd uitgebracht. Er duiken, naast de vaste bende, ook enkele Afrikaanse muzikanten in de studio op, met name de gitaristen Louis Mhlanga en Tu Nokwe. Van de hand van Frank Boeijen is er het liedje Ingabilé. Een aantal tracks zijn liveregistraties die tijdens de zomer werden opgenomen, onder andere Zondag in Soweto, dat in het openluchttheater “KLeine Libertas” in Stellenbosch werd opgenomen, net als de nummers Witsand en De rivier. In het bijbehorende boekje schrijft Stef: “Het Afrikaans is een taal die betovert, het kan de werkelijkheid meer waarde geven. Het is een jonge taal die nog niet verzuurd is door taalunies en taalrechters. Ze hebben het wel geprobeerd tijdens de apartheid, maar de taal ging zijn eigen gang. Je moet de Capies maar horen en je weet dat deze taal leeft op straat en met zich laat spelen.” Zijn confrontatie met hun muziek was een soort shock, want daar sta je dan haast in je eentje als blanke. “Mijn eerste kennismaking met hun zwarte muziek”, zegt Stef, “was een openbaring van ongedwongenheid. Muziek is daar onderdeel van het dagelijkse leven, iedereen zingt, bijvoorbeeld te voet onderweg om de afstand naar de bestemming kleiner te maken dan hij is. Zo zijn deze liedjes ontstaan: geschreven met mijn ogen, reizend van noord naar zuid, van Mpumalanga tot die Kaap, door dit eindeloze land, vol tegenstellingen, waarvan ik steeds meer hou.”

Omstreeks 2001, wanneer Stef de veertig passeert, duikt hij meer en meer in het taoïsme, een Chinese filosofische en religieuze stroming. Het taoïsme gaat over hoe te handelen in het leven. Vanuit zijn protestantse opvoeding dacht hij tot dan toe te zeer in termen van goed en kwaad. Hij kwam tot de ontdekking dat ware woorden niet mooi zijn en mooie woorden niet waar. Die vaststelling maakte zijn hoofd vrij en bracht hem de nodige ontspanning. Hij leerde ook dat het in het leven gaat om de weg die je aflegt. “We maken allemaal een reis door het leven en nemen foto’s onderweg. Als zanger zijn jouw foto’s jouw liedjes. Een mens hoort zich te ontwikkelen in zijn eigen tempo. Sommigen leveren hun meesterwerk af als ze dertig zijn, anderen op hun zestigste.”

Stef wil ook meer op eigen benen staan en besluit in 2001 zijn samenwerking met Hans Kusters te beëindigen en start met een eigen platenlabel, Niemandsland. Hij bouwt ook zijn eigen studio om daar zijn eigen demo’s op te nemen. Vrienden die graag musiceren zijn hier altijd welkom. Commerciële doeleinden primeren in dezen niet voor Stef, al zal onder anderen Tine Reymer hier een van haar cd’s inblikken.

De negentiende mei 2003 is er het album” Donker en licht”. Sommige liedjes uit deze cd kwamen al tot leven tijdens zijn “Nu”-tournee in de periode van 2000 tot en met 2001 én in de daaropvolgende tournee “Niemandsland”, waarmee Stef vanaf 2002 van start ging. Liedjes als Kazazi en Liria ontstonden in Albanië, waar hij tweemaal naartoe trok. Stef reisde naar ginder samen met opticien Paul Luyf, die zich daar bezighoudt met de stichting “Oogproject Albanië”. De opbrengst van deze liedjes ging ook naar die stichting. Dit album werd geboren in een haast depressieve periode voor Stef. “Alle nummers op deze cd schreef ik drie jaar geleden. Ik voelde me toen als een kip zonder kop. In mijn naaste omgeving waren er kort na elkaar enkele dierbaren overleden: een vriendin, mijn moeder, een bevriende collega. Daar was ik niet goed van. Ik was echt knock-out. Ik kon wel functioneren en op een podium mijn nummers spelen, maar ik voelde diep in mij toch een leegte. Alsof er een zware steen op mijn maag lag. Nochtans ben ik van nature vrij optimistisch: dat heb ik van mijn moeder geërfd. Ik kon het echter allemaal niet meer opbrengen en kon geen richting in mijn leven meer bepalen. Bij elk overlijden moet je gewoon door een rouwproces. Je moet niet denken dat je na drie weken weer de vrolijke jongen kan uithangen. Zo werkt dat niet. Als je iemand verliest, blokkeer je even en moet je daar langzaam en in je eigen tempo overheen proberen te geraken. Bij mij heeft het anderhalf jaar geduurd voor ik dat besefte. Dood en verdriet hebben een plek in mijn leven gekregen. Nadien kroop ik recht en sindsdien dans ik weer. Die moeilijke periode is voorbij en ik voel me veel lichter. De laatste drie nummers van mijn nieuwe cd Verstild in steen, Van voor af aan en Ik mis jou gaan over dood en verval en schreef ik vrij vlot. Zij vormen als het ware een drieluik. Maar het duurde maanden voor ik het emotioneel aankon om ze ook echt te zingen op een podium.” Opvallend en oprecht op dit album is het liedje Niemandsland: “Maar ik verlang naar de toekomst, ik verlang naar een opstand, ik verlang naar bezieling, ik verlang naar de weerstand en naar de liefde die het waar kan maken, die het hart kan raken, die de muur kan slechten, die mijn hart kan raken.” Binnen de context van dit lied wou Stef toen aan de media het volgende kwijt: “Ik heb mijn plaats leren kennen, ook op het vlak van de liefde. Ik kon vroeger heel makkelijk verliefd worden en duizend kussen beschrijven in duizend smaken. Maar ik ben ook een individualist die op tijd en stond niet gestoord wil worden omdat hij wil schrijven. Schrijven blijft voor mij het heiligste van het heilige. Blijkbaar kan ik die twee werelden niet verenigen: schrijven en de ideale partner zijn. Ik ben al een tijdje niet meer verliefd geweest en dat is een goed teken. Ik leef eerlijker. Als je verliefd bent, wil je zoveel waarmaken. Maar je snijdt in je eigen vingers. Met een verliefde kop beloof je vaak heel veel, maar wat kan je nakomen? Ik heb met vier vrouwen een langdurige relatie gehad. En toen was ik telkens monogaam. Met alle vier heb ik nu nog steeds een tamelijk goed contact. Er zijn gelukkig geen vrouwen die ik haat. Ik ben blij dat ik in de liefde niet verbitterd hoef te zijn.”

2003 is een zeer productief jaar, want de vijfentwintigste oktober wordt het album “Jy vir my” gereleaset, met daarop livefragmenten van de tournee van een jaar eerder toen Stef met zijn band gedurende vier maanden door Zuid-Afrika trok en optredens gaf in de theaters van de universiteiten van Pretoria en Stellenbosch. Daarnaast trad hij ook op in Bloemfontein, Kimberley, Potchefstroom en Upington. Die optredens werden op een tweesporenbandopnemer vastgelegd waarvan voor dit album daaruit een selectie werd gemaakt, waaronder een aantal liedjes die Stef enkele maanden voordien in Zuid-Afrika had geschreven. Liedjes uit dit album die Stef na aan het hart liggen zijn: Waar slaap my liefde (een gedicht van Ingrid Jonker, waarop Stef tijdens zijn verblijf in Witsand op zijn gitaar de muziek schreef), Wagtyd (opnieuw een gedicht van Ingrid Jonker), Pelgrimsrus (geschreven op de dag dat een van zijn vrienden overleed) en Hillbrow (Stefs lievelingsliedje van Johannes Kerkorrel).

De twaalfde november 2005 staat Stef Bos in de Ultratop 200 Albums met “Ruimtevaarder”, uitgebracht op het Niemandsland-label. Die cd werd de zestiende september aan de pers voorgesteld. De liedjes ontstonden tijdens de voorgaande twee tournees: de solotour “Dichtbij” (2004) en de bandtour “Licht” (2004-2005). De eerste try-out van de theatertour werd gespeeld op de dag dat Theo van Gogh werd vermoord. Het zette Stef aan tot het schrijven van Het midden, een soort gesproken proloog. Een rustige, koele vertolking, waarbij de diepte en warmte van Stefs troubadourstem volledig ten dienste staan van de betekenis van de tekst: “Ik volg geen richting, ik volg geen weg, ik volg geen licht, ik volg geen ster, ik volg geen leider, ik volg geen vlag, volg alleen nog steeds mijn hart.” In de maand oktober van 2004 verschijnt bij Lannoo de bundel “Gebroken zinnen”, een bloemlezing bestaande uit gedichten, gedachten en die gecombineerd worden met illustraties in diverse (verf)technieken van de Zuid-Afrikaanse kunstenares Marriana Booyens. Het motto geeft eigenlijk het thema aan, opgedragen aan degenen die bestaan en degenen die bestonden.

Het liedje Het midden is ook het nummer waarmee het album “Ruimtevaarder” wordt ingezet. Het album wordt in de maanden mei en juli 2005 opgenomen in “Studio The Groove” te Schelle met aan de knoppen producer Peter Bulkens. Stef laat zich begeleiden door de gitaristen Martin de Wagter en Francis Wildemeersch, toetsenist Jan van Looy en bassist Roberto Mercurio. Hij wordt vocaal bijgestaan door Wes Lee en Stella Khumalo. Stef Bos tekent voor alle liedjes, behalve voor Wals der verliefden, die door Jan van Looy werd aangereikt. De elfde oktober is er bij uitgeverij “Lannoo” het boek “Alles wat was”, een verzameling liedteksten zoals het hoort van het allereerste begin tot en met de liedjes van de cd “Ruimtevaarder”. Op méér dan vierhonderd bladzijden staan alle liedteksten die Stef voor zichzelf en voor anderen schreef in die periode plús het persoonlijke commentaar van Stef Bos in cursiefjes erbij, inclusief foto’s, brieven, rekeningen enzovoort van verschillende mensen met wie hij heeft samengewerkt. Zo leren we dat hij onder meer Alle mooie vrouwen zijn zo lelijk schreef en dat het uiteindelijk bij Margriet Hermans terechtkwam. “Op een avond spraken we af bij Wouter Van Belle, in die tijd nog studiotechnicus. Tegen dat het licht werd hadden we bij hem thuis een demo opgenomen, Alle mooie vrouwen zijn zo lelijk, ik kreeg die zin en dat deuntje maar niet uit m’n hoofd. Toen Roland Verlooven, toenmalig producer van Margriet Hermans, bij toeval die demo hoorde, werd het bewerkt voor een vrouwelijke benadering en zong zij in 1990 Alle mooi mannen zijn zo lelijk.” Als extra achter in het boek vindt u de cd “Onvoltooid verleden” met solo-opnames van elf liedjes die voor het grootste gedeelte niet eerder werden opgenomen.

De twintigste augustus 2006 verschijnt bij uitgeverij “Niemandsland” het boek “Ja”. “Op het moment van schrijven ben ik niet bezig met het feit of zoiets voor een boek is bestemd, het moet er gewoon uit. Pas later, als ik door al die schetsen ga, bepaal ik waar ik verder aan zal werken. Begin dit jaar, toen de plannen van het boek concreter werden, wist ik ook dat ik het graag met één schilder vorm zou willen geven: Eric de Bruijn. Ik had Eric leren kennen via kameraad Frank Boeijen en was zeer gecharmeerd van zijn werk. Het werd een zeer aangename samenwerking.”

Vanaf de zevenentwintigste januari 2007 trekt Stef Bos op tournee met de show “Storm”, waarvoor hij de aftrap geeft in de “Ancienne Belgique” in Brussel. Daarover schrijft Joost Van Liefferinge het volgende: “Hoe optimistisch je ook bent over de relatie tussen Nederlanders en Vlamingen, het zijn meestal geen al te beste combinaties. Soms moet je echter inzien dat beide streken elkaar met liefde omarmen en veel met elkaar gemeen hebben. Een man die moeite noch kosten spaart om deze twee culturen nog dichter bij elkaar te brengen, is Stef Bos. Zijn nieuwste theatertour “Storm” combineert poëzie met muziek. Hoe het komt, weten we niet, want kenners kan je ons niet noemen. Maar de Stef Boshype leeft méér dan ooit in Vlaanderen. Wat we uit onze geschiedenisboeken wel hebben geleerd, is dat hij al lang hot is, de eerste theatertour van Stef Bos in de jaren negentig sloeg namelijk helemaal niet aan bij onze noorderburen, de Nederlanders vonden het te slap. Stef kwam zo bij de Vlamingen terecht, en wij vielen letterlijk al snel bij bosjes. Sindsdien is de bekendheid er niet minder op geworden en is Stef Bos eigenlijk nooit meer weggegaan uit ons hart.” Dat jaar is er ook de dvd “Rooi aarde, swart bloed”. Deze in Zuid-Afrika verschenen dvd bevat liveopnames van het concert in de Universiteit van Pretoria met als speciale gasten Amanda Strydom, Faith Kekana, Stella Khumalo en Wess-Lee. Als bonusmateriaal is er een intiem gesprek waarin Stef Bos het onder meer heeft over zijn liefde voor de Afrikaanse taal en een aantal muziekvideo’s: Het Avondland (met Koos Kombuis), Die taal van my hart (met Amanda Strydom), Pelgrimsrus (met UP Symfonieorkest), Zondag in Soweto (met Sibongile Khumalo) en Jy vir my. In 2007 is er ook het album “Anaïna” van de in Nederland wonende zanger Fernando Lameirinhas. Op deze cd staat het prachtige Hier. Op een zondagochtend ontmoet Stef tijdens een radioprogramma in Hilversum de in Portugal geboren Fernando. Het klikte meteen tussen hen en er werd besloten een liedje te schrijven. Dat gebeurde op een middag bij Stef thuis. Fernando met een gitaar en Stef met een klein Indiaas orgeltje op schoot. Het liedje werd opgebouwd rond die ene zin “Ik woon niet waar ik geboren ben“.

Niet verlegen om een aparte aanpak van zijn songmateriaal pakt Stef Bos in 2008 uit met een aantal demo-cd’s. Het eerste deel uit de demoserie verschijnt in de maand januari met de eerste versies van de nieuwe liedjes die tijdens de voorbije en nog lopende tournee ten gehore werden gebracht. De cd wordt verpakt in een kartonnen hoesje. Alle instrumenten op deze cd worden gespeeld door Stef Bos, Roberto Mercurio en René van Mierlo. “Elk lied heeft zijn eerste versie. Die versies ontstaan in mijn geval doorgaans thuis, waar na een dag werken en denken en zingen en schrijven het eerste idee wordt opgenomen op multitrack zonder al te veel technisch gedoe. De ziel van het liedje wordt gezocht met her en der een verdwaalde noot die misschien in de studio zou sneuvelen, maar ook met een onbevangenheid die je in een opnamestudio doorgaans niet vindt.” In maart wordt “Demo’s deel twee” aangeboden. “Een tweede verzameling van nieuwe liedjes in hun oerversie, meestal opgenomen op de dag dat de muziek ontstond en de tekst verder werd uitgewerkt. De versies werden thuis geschreven en vastgelegd tussen juli en november 2007 en zijn later in de repetitie en tourfase dikwijls van vorm veranderd. Zo gaan liedjes hun weg van de oorsprong naar een bestemming.” In december 2008 is het de beurt aan “Demo’s deel 3″. “Ook nu werd de eerste versie thuis opgenomen en gemixt. Het wordt langzaamaan een fijne traditie voor mij, aangezien ik op deze manier ook materiaal dat misschien nooit een officiële cd zal halen, toch het licht kan laten zien. Of een lied als Sneeuw, dat exclusief geschreven is voor de vzw Sint-Annendael, die de psychiatrie via de muziek uit de stilte wil halen. De opbrengst van dit lied op deze cd gaat dan ook naar hen“, aldus Stef Bos.

De tiende oktober 2008 verschijnt bij “Lannoo” het boek “Stillewe”, gemaakt in samenwerking met de Zuid-Afrikaanse beeldend kunstenares Varenka Paschke. Het boek werd geboren gedurende een reis die zij samen maakten door Latijns-Amerika. Een reis die eindigde in Mexico tijdens de “Dia de Muertos”, een feest waarin de doden de eerste avond bij de levenden thuis op bezoek komen. De tweede avond gaan de levenden bij de doden op bezoek en vieren feest op de kerkhoven. Tijdens het feest neemt de dood alle gedaantes van het leven aan. Het macabere wordt menselijk, de hardheid zacht, de kilte wordt warm en de zwaarte wordt licht. Die samenwerking tussen Stef en Varenka werd méér. In “Het Laatste Nieuws” lezen we de achtentwintigste april 2009: “Zanger Stef Bos is tijdens een intieme plechtigheid in Zuid-Afrika in het huwelijksbootje gestapt met de veertien jaar jongere Zuid-Afrikaanse kunstenares Varenka Paschke, die ook de illustraties van zijn boek “Stillewe” maakte. Paschke is de kleindochter van de in 2006 overleden ex-premier en -president van Zuid-Afrika, Pieter Willem Botha. Dat meldt “Dag Allemaal”. Het nieuws van zijn huwelijk lekte uit omdat Stef zich schriftelijk excuseerde bij de toeschouwers die een ticket hadden gekocht voor zijn voorstellingen in Eindhoven en Hengelo. Beide voorstellingen werden verplaatst voor de huwelijksplechtigheid. Bos schreef toen in zijn boodschap: “Door een positieve noodtoestand in mijn privéleven heb ik voor het eerst in vijftien jaar twee voorstellingen verplaatst. Mijn excuses daarvoor. Maar positieve dingen in je privéleven mag je nooit uitstellen.”” Toen Stef haar ontmoette, was hij doodsbang dat hij zichzelf zou verliezen: “Voordat ik met haar samenleefde, koos ik situaties waar ik gemakkelijk uit weg kon. Maar dat is de kern van iemand graag zien: je helemaal overgeven in het volle besef dat je haar niet wil kwijt geraken. Dat is ook zo in de muziek. Als je je durft over te geven, schrijf je de mooiste en eerlijkste liedjes.” Met Varenka heeft Stef inmiddels twee kinderen: zoon Kolja en dochter Lorelai.

Op vraag van de NCRV schrijft Stef in 2009 twaalf liedjes over twaalf Bijbelse figuren. Hij gaat akkoord met deze opdracht, op voorwaarde dat hij los van het geloof, kerk en dogma’s kan schrijven, waardoor ze in een ander licht komen te staan en het mensen van deze tijd worden. De cd kadert binnen het crossmediale project “In een ander licht”, naar aanleiding van het 85-jarig bestaan van de NCRV in samenwerking met het Metropole Orkest o.l.v. Jules Buckley. Aan dit album, dat van de zevende tot en met de elfde september 2009 in Hilversum werd ingeblikt, werd eveneens meegewerkt door Fernando Lameirinhas, Frank Boeijen en JackoBond, die te horen zijn in liedjes als Lied van Prediker, Lied van Noach en Lied van Maria Magdalena. Heeft Stef dan sowieso iets met religie? “Ik kom uit een blijmoedige kerk. Synodaal, licht gereformeerd. We hadden in onze gemeenschap dominees die preekten over de liefde. Of tegen de neutronenbom. Wij waren thuis ook niet van die EO-gangers. Het evangeliseren heeft bij ons nooit centraal gestaan. Het ging om de bezieling, niet om de dogma’s. Toen ik wegbleef uit de kerk en de familie daar tijdens de koffievisite vragen over stelde, zei mijn vader: “Zolang die jongen maar achter een idee staat waarmee hij verder kan in dit leven, heb ik er geen problemen mee.” Ik denk dat de opstelling van mijn ouders ervoor heeft gezorgd dat ik nooit de behoefte heb gehad om mijn achtergrond te verloochenen. Bovendien zijn er uit het christelijk geloof ook mooie dingen ontstaan. Waarom zou ik daar afstand van moeten nemen? Je kunt toch wel van voetbal houden zonder lid te zijn van een club? Zo is de Bijbel voor mij niet meer dan een boek. Een prachtig boek, maar ik begrijp niet waarom er aan de Psalmen nog niet bijvoorbeeld De Steen van Bram Vermeulen is toegevoegd. De Bijbel zou veel meer een boek van en voor mensen moeten zijn.” Na al die jaren heeft Stef nog steeds de bijbel bewaard die hij van zijn vader kreeg met daarin als opdracht: “De liefde is ongeveinsd. Weest afkerig van het kwade en gehecht aan het goede. Weest elkander in broederliefde genegen.” De Bijbel is en blijft voor Stef een onderdeel van zijn opvoeding en vorming. De cd verschijnt in een hardcover en de illustraties zijn van de hand van zijn echtgenote Varenka Paschke. Volgens Ultratop staat het album in Nederland op het einde van de maand oktober op de vierentwintigste plaats.

Tussen zijn vorige tournee en 2010 schrijft Stef zo’n vijftig liedjes bij mekaar die hij allemaal op cd wil uitbrengen. Een beetje als reactie op zijn voorstellingen, waarin hij een soort overzicht bracht van bekende nummers. Verandering daarin is welkom. Zijn platenfirma wil qua releases wat afremmen, maar dat ziet Stef niet zo zitten. Er mag wat vaart achter het produceren en uitbrengen van zijn nieuwe cd’s zitten. De achttiende maart 2010 is er het album “Kloofstraat”. Voor Stef is deze cd een soort van eindpunt, of zoals hijzelf zegt, een handtekening. Het maken van een plaat in het Afrikaans was een droom die hij al lang koesterde. Geboren in Nederland, een tijdlang in Vlaanderen gewoond en uiteindelijk in Zuid-Afrika aanbeland, in Kaapstad om precies te zijn. “Zuid-Afrika heeft sinds de jaren negentig zo’n grote rol in mijn leven gespeeld. Ik ben inmiddels met een Zuid-Afrikaanse vrouw getrouwd, mijn zoon is half Zuid-Afrikaans, we spreken dan ook Afrikaans thuis. Bovendien vind ik de Afrikaanse taal fenomenaal. Met name hoe dit in de gekleurde gemeenschappen wordt gesproken. De Edisonnominatie in Nederland voor mijn Afrikaanse cd was haast heel speciaal, omdat veel Nederlanders nog moeite hebben om de Afrikaanse taal los van apartheid te zien. Dat mijn Afrikaanse muziek zo gewaardeerd wordt in Nederland, betekent dan extra veel voor me. Ik vind Afrikaans een intrigerende taal. Sowieso is het voor mij, als Nederlander in Vlaanderen en Zuid-Afrika, erg bijzonder om te zien in hoeveel verschijningsvormen mijn taal zich openbaart.” Het album “Kloofstraat” werd in het najaar van 2009 in Nederland en Zuid-Afrika opgenomen met muzikale medewerking van Ton Snijders (toetsen), Martin de Wagter (drums), Roberto Mercurio (bas), René van Mierlo (gitaren), Emil Szarkowicz (viool/klarinet), Angelo Verploegen (trompet) en Frido ter Beek (saxen). In Zuid-Afrika voegden Melissa van der Spuy (toetsen), Dave Ridgway (bas), Kevin Gibson (drums) en de Februarie Susters (koor) hun bijdragen toe. Het artwork is van de hand van zijn vrouw Varenka Paschke. Ze maakte een aantal toepasselijke en ongekunstelde pentekeningen die de muziek perfect aanvullen. Een pluspunt is dat bij elk nummer, twaalf in het totaal, een stukje geschreven staat over het hoe en waarom het is geschreven in de gedachten van Stef. Zo is Kloofstraat een straat in Kaapstad, is Komatipoort een grensovergang tussen Mozambique en Zuid-Afrika en heeft Stef dat nummer daar ter plekke geschreven enzovoort. We merken dat Stef intussen meer een chansonnier is geworden dan een zanger. Het gaat bij hem meer om datgene wat hij te vertellen heeft, waarbij het musiceren en het zingen meer een vorm is geworden die hij daarvoor nodig heeft. De zesde februari krijgt Stef Bos in Pretoria, Zuid-Afrika, een prijs voor zijn bijdrage aan de Afrikaanse taal en muziek. Hij is daarmee de eerste buitenlandse singer-songwriter die deze eer te beurt valt. Die prijs en het album “Kloofstraat” sluiten mooi aan op de “Cape Connection-tour”, waarin Stef Bos onder meer de Nederlandse podia zal delen met onder anderen Fernando Lameirinhas, Louis Mhlanga en Régis Gizavo.

De zevende oktober 2010 is er in de cd-reeks “Demo’s”, deel 4. Deze cd bevat de eerste opnamen van de songs die in het voorjaar van 2009 geschreven zijn voor het project “In een ander licht”. De composities werden grotendeels met de band geschreven in het voorjaar van 2009 bij Stef thuis. Er is aan gewerkt met het idee dat het met een groot orkest geregistreerd zou worden. Veel van de muzikale ideeën van deze eerste opnames zijn dan ook herkenbaar in de versies die later met het Metropole Orkest zijn vastgelegd. Anderzijds staan deze oerversies volledig op zichzelf, soms zelfs in een totaal andere stijl en melodie. Daarbij zien enkele stukken die niet werkten met het orkest nu gelukkig het licht. Het gebeurt niet veel dat je met vijf mensen tegelijkertijd muziek componeert zonder dat de boel blokkeert.

De vijftiende april wordt de cd-reeks “Demo’s” aangevuld met het vijfde deel. Nieuw materiaal in de prille vorm verzameld op de drempel van vroeger en later. Onuitgebrachte stukken die Bos tegenkwam en die hij wilde laten horen. Stukken die soms ontstaan zijn door tv-projecten zoals dat met Ali B (Dingen gedaan) of interpretaties in samenwerking met de AVRO en het Metropole Orkest (De Steen van Bram Vermeulen en Lente me van Toon Hermans). Verder ontstond er ook nieuw werk in de aanloop naar de solo’s die Stef Bos speelde in Zuid-Afrika begin 2011 (Maan kyk na die wêreld en Moenie huil nie) en waren er nog onuitgebrachte stukken van de laatste twee voorstellingen die het licht wilden zien (Film zonder verhaal, Kracht van de onmacht en Força da mudança).

In 2011 laat Stef zijn begeleidingsband aan de kant en gaat een tijdje solo optreden. Muziek van de voorbije twintig jaar, herleid tot de essentie. Eén man, één stem en één piano. Stef slorpt je volledig op in zijn wereld. Deze keer heeft hij genoeg aan zijn piano, de kruk waarop hij zit én zijn liedjes. Tussen die liedjes door wordt er weinig gepraat, zijn de bindteksten haast zoek. Stef maakt deze keer wel ruimte om een verhaal te vertellen waar hij af en toe in de huid kruipt van een stand-upcomedian. Bijvoorbeeld over de olympische prestatie van zijn vrouw bij de geboorte van zijn zoontje of over de hernia die zijn eigen moeder overhield aan het feit dat Bos zelf ter wereld kwam met een grote vierkante kop.

De achtste oktober 2011 is er het nieuwe studioalbum “Minder meer”. Bos zingt nog eens in zijn moerstaal. Het album groeide vanaf 2009 op de diverse podia van Nederland en België. Op die podia werd vaak nieuw werk gespeeld. De band zelf bracht, vooral aan de muziek, veel in. Voor dit album trekken ze naar Nederland en wordt er gemasterd in de befaamde “Wisseloord Studio”. Qua begeleiding doet Stef een beroep op drummer Martin de Wagter, bassist Roberto Mercurio, gitarist René van Mierlo, toetsenist Ton Snijders en blazers Angelo Verploegen en Frido ter Beek. De meeste liedjes worden in één take opgenomen, zonder er nadien veel aan toe te voegen. Dat komt de zogeheten livesfeer alleen maar ten goede. Stef wil op deze manier een eerlijke en transparante kleur aan de cd toevoegen. Het liedje Minder meer, dat Stef samen met Roberto Mercurio schreef, wordt de eerste single. Het album zelf staat de negenentwintigste oktober op de zevenendertigste plaats in de Ultratop 200 Albums.

De zesentwintigste september 2014 presenteert Stef met de nodige trots wat hij noemt “zijn absoluut muzikaal hoogtepunt” tot nu toe. Hij heeft voor de cd “Mooie waanzinnige wereld” bewust gekozen om samen met de hele band te schrijven, vooral wat de melodie betreft. In de bijbehorende tekst schrijft Stef: “Voor de band ook de meest goddelijke manier om met muziek bezig te zijn.” Bos zelf geeft de nodige impuls door een tekst en een verhaal dat hij wil vertellen. Dan elkaar de ruimte geven om alle muzikale ideeën te spuien en op die manier gebeuren er in de studio ongelooflijke dingen als je dat allemaal samenvoegt. Niet voor niets is “Mooie waanzinnige wereld” voor Stef zijn allereerste echte bandplaat. Dit album komt tot stand in “Niemandsland Studio” met de muzikanten René van Mierlo, Steven Cornillie, Lené te Voortwis en Martin de Wagter. “Mooie waanzinnige wereld” vinden we de twintigste oktober terug op plaats veertig in de Ultratop 200 Albums. Met zijn “Mooie waanzinnige wereld” gaat Bos op tournee. Hij geeft de tweede oktober 2014 de aftrap in “Centrum Ysara” te Nieuwpoort. We maken hem de zevenentwintigste januari 2015 mee in het “Cultureel Centrum” van Hasselt en twee dagen later in “De Roma” in Antwerpen, en hij rondt de veertiende februari af in “CC Westrand” te Dilbeek. In het tijdschrift “Maxazine” schrijft journalist Norman van den Wildenberg over deze show: “In ongeveer 25 jaar tijd is Stef Bos uitgegroeid tot een van Nederlands beste, maar ook meest verrassende chansonniers. In zijn nieuwste show neemt Bos ons mee in een wereld waarin we blind zijn voor het onzichtbare. Niet eens metaforisch bedoeld, want met het onzichtbare bedoelt Bos dat we ons te weinig focussen op het mooie om ons heen. Verblind door wellicht de gemakzucht en de rijkdom van het Westen, weigeren we ons vaak te concentreren en te genieten van het kleine. Zoals een optreden in Eindhoven. “Mooie waanzinnige wereld” begint voor de fans van Bos wellicht wat tegendraads. Waar de deels in België, deels in Zuid-Afrika wonende Nederlander drie landen als zijn thuisland kan beschouwen, vangt de voorstelling aan met het Duitse volkslied. Wellicht een verwijzing naar het waanzinnige, wellicht om de toeschouwers op het verkeerde spoor te brengen, komt Bos met zijn mannen het toneel opgelopen in dit lied. Bos heeft het grote podium in Eindhoven voor één avond verbouwd tot een intiem ogend kroegpodiumpje en zo begint en eindigt hij de avond. In “Mooie waanzinnige wereld” verhaalt Stef de liedjes van zijn nieuwste gelijknamige album. Verdeeld over verschillende hoofdstukken en onderbroken door een dicht, een uitleg, een verhaal. En dat in al zijn eenvoud. Bos steekt de draak met zijn eigen liedjes en betrekt veelvuldig zijn kinderen bij het verhaal.” De eerste single uit het album is Beter mens, een lied dat eigenlijk geschreven is als een liefdeslied, over hoe iemand je op een andere manier naar de werkelijkheid kan laten kijken en bewust maken van de schoonheid van bepaalde dingen om je heen. Met de single Geloven staat Stef de vierentwintigste januari 2015 op twaalf in de Vlaamse Top 50. De veertiende februari komen we het nummer op de eenentwintigste plaats in de Radio 2 Top 30 tegen.

De drieëntwintigste januari 2015 is er het album “Kaalvoet”, opgenomen in onder meer “Shifty Studio” in Johannesburg en “Warrelwind” in Kaapstad. Veertien liedjes geschreven door Stef zelf, behalve Onder in my whiskeyglas, dat van de hand van K. Kombuis is en dat Stef in 2000 al op plaat had gezet. Op dit album mag Stef zich nog maar eens heerlijk in het Afrikaans uitleven. Hij geeft ruiterlijk toe dat hij schrijft in het Afrikaans zoals een Vlaamse Nederlander gebekt is. Dat lezen we trouwens ook in de bijbehorende tekst bij dit album: “Hierdie versameling songs is gebore oppad deur die land, oppad deur die taal, oppad deur my kop en oppad deur die tyd. Dis ‘n liefdesverklaring aan Afrikaans wat vir my soos ‘n spieël is vir my moedertaal. Dis ‘n liefdesverklaring aan ‘n land met baie probleme, baie verskillende kulture en baie moontlikhede. Ek sal altyd skryf en praat en sing soos ‘n Vlaamse Nederlander. In my lirieke kyk ek na die land met die verwysingsraamwerk van ‘n ou uit die Lae Lande. Ek is ‘n buitestaander wat binne wil kom. ‘n Kaaskop wat ‘n hawe gevind het in die suide. Kaalvoet. Het album duikt hier mondjesmaat in de winkels op. De liedjes klinken qua begeleiding ook anders dan we van Stef gewoon zijn.

Bos is onstuitbaar productief op cd-gebied, want de achtste januari 2016 lanceert hij het album “Een sprong in de tijd”. Met dit album wil Bos zijn vijfentwintigjarige loopbaan vieren: met de blik vooruit en de voeten plat op de aarde van het nu. Zijn eerste hit Papa bleek het vertrekpunt te zijn voor een avontuurlijke weg waarbij Stef voortdurend een punt voorbij de horizon zocht. Van al die reizen in en buiten zijn hoofd deed hij in vele theatervoorstellingen verslag middels zo’n vierhonderd liedjes die klinken als een reisverhaal van een kleine mens in een grote wereld. Hij noemt “Een sprong in de tijd”, een verzameling muzikale foto’s in een wonderlijk avontuur met zijn band. Het valt op dat de liedjes door de bank teamwork zijn geworden. Hoe gevarieerd ook, ze klinken uiteindelijk als een geheel. Sinds 1984 vertoeft hij deels in Vlaanderen en schrijft zijn liefde voor dat land neer in Ik zie u graag. “Land van chaos en van schoonheid, land van bier en achterbaksheid, land van lang vervlogen tijden, land van vechters op kasseien, van frieten en bouletten, land van leven achter luiken, land van mensen die iets zeggen, met de kunst van het ontwijken, ik zie u graag.” Samen met dit nieuwe album verschijnt ook het boek “Mijn onmacht woont in woorden”. Het boek telt driehonderdvierentachtig pagina’s verpakt in een harde kaft met zwart linnen rug, gevuld met heel veel van Stefs liedteksten en gedichten van de afgelopen vijfentwintig jaar, door Bos zelf aan elkaar geschreven. Een boek waarin taal de rode draad is, of dat nu Nederlands, Vlaams of Afrikaans is. Hij is iemand die de verschillen viert. Hij kijkt terug naar wanneer en hoe zijn liefde voor taal ontstond, en neemt ons mee op de weg waarlangs duidelijk werd dat het beschrijven van wat hij dacht en voelde een noodzaak werd. Weg van de spotlights en terug naar de kern. Duidelijk is dat hij tijdens zijn studie kleinkunst aan de toneelschool diverse disciplines onderzocht, maar het schrijven de kern bleef. Op zijn reis ontdekte hij ook wat hij zeker niet wou. We lezen wie zijn inspiratiebronnen waren, en hoe hij het Franse chanson ontdekte, waarbij vooral de verbinding tussen tekst en persoonlijkheid hem, meer nog dan de muziek, intrigeerde. Dat de geschiedenis ook steeds een grote rol bleef spelen. En hoe hij met vallen en opstaan een lange weg aflegde voor hij wist wat hij echt wilde, en hoe teksten onderweg konden veranderen, en een tweede leven kregen. Op zijn album “Een sprong in het duister” laten de liedjes horen hoe breed Stef zich in die voorbije vijfentwintig jaar heeft ontwikkeld. Hij zoekt veelal de luwte van het theater om tot wasdom te komen en manifesteert zich minder daarbuiten. Hij werkt, zegt hijzelf, aan een repertoire als is het een fotoboek van een reis door de tijd. De liedjes worden opgenomen in “Studio Niemandsland” in Wachtebeke met als muzikanten gitarist René van Mierlo, toetsenist Steven Cornillie, bassist Lené te Voortwis en drummer Martin de Wagter, kortom twee Vlamingen en twee Nederlanders. Op de hoes staan deze vier heren samen met Stef keurig vermeld als makers van de twaalf liedjes die dit album sieren. De drieëntwintigste januari 2016 staat “Een sprong in de tijd” op de vijftiende plaats in de Ultratop 200 Albums. Vogelvlucht wordt de singlekeuze en piekt de negende januari op tien in de Vlaamse Top 50 en de dertigste januari op eenentwintig in de Radio 2 Top 30.

Stef blijft zoals steeds on the move. Vanaf de vijftiende januari 2016 gaat hij met “Een sprong in de tijd” op tournee: een hele poos door Nederland, om vanaf de veertiende april tot en met de eerste juni het publiek in Vlaanderen na aan zijn hart te drukken. Als hij voor enkele maanden in het noorden op tournee gaat, verblijft hij voor een poosje zonder zijn gezin en komen ze hem onderweg vergezellen. Het is meestal een periode van druk heen-en- weergereis. Tijdens de tournee “Een sprong in de tijd” blikt Bos terug en vooruit met een verzameling songs die zijn geschreven en/of uitgebracht tussen 1991 en 2016. Hij reist met het publiek in een teletijdmachine heen en weer van toen naar nu en verder. Over deze voorstelling schrijft de Nederlandse journalist Marnix Langeveld het volgende: “Wat vooral heel knap is, is dat Stef Bos ook in het vrije woord de aandacht van het publiek weet te grijpen. Bos is niet de eerste muzikant die een tour door het land aangrijpt om terug te blikken op een lange carrière. Maar hij is wel een van de weinigen die het aandurven om ook echt te kijken en te delen wat ze zien. Geen strak getrokken rimpel of ingehouden buik, maar juist trots op de imperfectie: de groeven en littekens die het leven hebben aangebracht. Of zoals Bos het verwoordt: “Er moet een hoek af.” Voor dat kijken en delen neemt hij ruim de tijd, waarmee hij zijn belofte aan de zaal dat het ‘een stichtelijke avond’ zou worden, waarmaakt. “Ik was weemoedig, maar ik had geen verleden. Nu heb ik een verleden, en ik ben nog nooit zo licht geweest.” Zijn aanpak roept op tot melancholie en mildheid. De muziek is bij tijd en wijle hypnotiserend. Toch wordt hij er zeker geen zacht ei van. Sterker nog: ook de oude rocker in hem lijkt te zijn opgestaan. Met de combinatie van ijzersterke teksten die rechtstreeks tot de ziel spreken en unieke muziekstijlen, is hij de Nederlandse Herbert Grönemeyer.”

Ook al is Stef iemand die open en bloot toegeeft dat hij het liefst van al thuis zit te schrijven en niet zo graag in het voetlicht staat, toch voelt hij zich de laatste jaren almaar beter thuis op een podium. Hij voelt dat nooit aan als werken of een verplichting. “Het is altijd een prettig avontuur om een liedje zo waarachtig mogelijk te brengen, maar ook de hang naar erkenning speelt bij het optreden een belangrijke rol. Diep vanbinnen blijf ik een jongetje dat indruk wil maken op het leukste meisje van de klas. Daarbij komt ook nog dat ik mensen graag wil vertellen wat ik heb meegemaakt, hopend dat ik daarmee iemand een plezier doe. En wat zo ongelooflijk fijn is, dat is dat je je op een podium nooit alleen voelt.

Van januari tot juni 2017 gaat Stef samen met zijn band weer toeren met de voorstelling “Wereldwijd”, ontstaan In een kleine werkkamer in Kaapstad aan de piano. Het is de broedplaats van een voorstelling die geboren is in Zuid-Afrika en vervolgens vanaf februari 2017 noordwaarts zal vliegen naar de Lage Landen. Vanaf zijn derde cd “Vuur” ontstond veel van zijn repertoire reizend door Europa en Afrika.
Dat repertoire en de reisdagboeken die hij onderweg volschreef vormen de basis voor een voorstelling die heen en weer beweegt tussen de binnen en de buitenwereld.
Het vreemde als een spiegel om jezelf te leren kennen. “Met alle informatiebronnen die tot onze beschikking staan hebben we de neiging de wereld kleiner te maken. Ik ook. Zo klein dat ik niet meer praat met degenen die naast me staat maar eerder op het scherm van mijn telefoon zit te kijken.Wat dat betreft, was het een bewuste zet om deze voorstelling te maken, ook om mezelf weer wakker te schudden uit mijn kleine wereld want grenzen zijn er om bij tijd en wijle gepasseerd te worden”, aldus Stef Bos. Zo zijn ze de 24ste januari live mee te maken in Kaapstad, de 1ste februari in het Nederlandse Veenendaal en de 16de februari in het Belgische Mol.

In een gesprek met schrijver-muzikant Tijn Touber vat Stef zijn toekomst als volgt samen: “Ik wil graag blijven vernieuwen, creëren, al weet ik dat er altijd wel iemand achter mij staat om het neer te schieten. Maar als ik stop met creëren, verval ik in een soort cynisme: wat heeft het allemaal voor zin? Dat is fnuikend. Als je echt wilt leven, moet je wel optimistisch zijn. Dat is niet altijd gemakkelijk, maar door de jaren heen ben ik verschrikkelijk veel mensen op mijn pad tegengekomen die op dezelfde manier denken. Alleen hebben zij soms een minder grote mond en schreeuwen het wat minder hard van de daken.”

tekst en research Marc Brillouet

© 2016 Daisy Lane & Marc Brillouet