The Champs

Geplaatst in Artiesten

In 1958 stortregende het als het ware rockgroepjes, niet alleen vocale, maar ook instrumentale: Link Wray and his Ray Men, The Royaltones, The Rock-a-Teens, Johnny and his Hurricanes en The Champs .

The Champs waren geen bestaande rockgroep. Het waren studiomuzikanten bij mekaar getrommeld door Joe Johnson, mede-eigenaar van Challenge Records. Die had een begeleidingsgroep nodig tijdens plaatopnamen met  The Kuf-Linx (de zanggroep van John Jennings die in 1958 een Top 100-hit hadden met de single  So tough ( Challenge 1013 ). Joe deed een beroep op gitaristen Buddy Bruce,  Dave Burgess, pianist en saxofonist Danny Flores (ook wel Chuck Rio genoemd), bassist Cliff Hills en drummer Gene Alden. De studiotijd die voor The Kunf-Linx was geboekt, werd niet volledig benut. Joe Johnson stelde voor een aantal instrumentaaltjes in te blikken, drie in het totaal en alle geschreven door Dave Burgess. Dave werd de 13de december 1934 in Beverly Hills geboren. Hij nam eerst wat plaatjes op voor het Okeh-label en iets later voor Tampa Records. Naast muziek maken kwam Dave ook aan de bak als deejay en als songwriter. Op die manier kwam hij bij Challenge Records terecht die hem vrij snel als sessiemuzikant inhuurden.

Een van die nummertjes die tijdens die resterende opnametijd werd ingeblikt, was Tequila.  In een mum van tijd leerde Danny Flores de anderen het melodietje aan, zocht de juiste riff en binnen de tien minuten stond het nummertje op band. Niemand was erin ge¨nteresseerd. De meeste bandleden bleven zelfs niet na om het resultaat te horen en het liedje werd dan ook geklasseerd als ‘throwaway’. Gelukkig waren er enkele medewerkers bij Challenge Records die wel wat hitkansen  in Tequila zagen. Er werd besloten het nummer toch op single uit te brengen, als B-kantje van ‘Train to nowehere, maar er moest eerst een groepsnaam gezocht worden. Nu, de eigenaar van Challenge Records was niemand minder dan country-artiest Gene Autry. Die man was tuk op paarden en zijn lievelingspaard heette Champion. The Champs waren geboren. Eind december 1957 werden promo-exemplaren naar zowat alle Amerikaanse deejays gezonden en begin maart 1958 stond Tequila op nummer 1. Tequila bleef 19 weken na mekaar in de Top 100 genoteerd. Wereldwijd werden er 6 miljoen exemplaren van verkocht en in 1958 werd de single onderscheiden met een Grammy Award voor beste rhythm-and-blues plaat van dat jaar.

Uiteraard kwamen er vrij snel aanvragen binnen voor liveoptredens. Cliff Hills en Buddy Bruce hadden daar geen zin in en werden vervangen door Dale Norris en Joe Burnas. Niemand van deze heren, behalve Danny Flores , had enige live-ervaring. Het werd dus een rommelige set en dat zinde Danny niet. Kort nadien verliet hij de groep en werd de ene wissel na de andere doorgevoerd.

In april 1958 werd een tweede single uitgebracht El rancho rock opnieuw een tex – mexmelodietje gebaseerd op een Mexicaanse traditional. In nog geen twee maanden tijd werden er een half miljoen exemplaren van verkocht. Ook de daaropvolgende single Chariot rock werd een behoorlijke meevaller. Nadien werd het even wachten, maar met Too much tequila  werd opnieuw gescoord en kon de groep weer een tijdje in het hitzadel blijven met een pak concertoptredens als gevolg.

In 1962 waren the Champs weer vaak te horen, deze keer met Limbo Rock, een instrumentale versie, die het beregoed bleef doen tot Chubby Checker er een vocale versie van op de mark bracht. Tussendoor doken er bij The Champs ook muzikanten op die later bekende popmuzikanten zouden worden. Denken we maar aan Glen Campbell (gitaar) en het tweetal Jim Seals (saxofoon) en Dash Crofts (drums). Beiden zouden bij The Champs blijven tot aan de split in 1964 om het nadien als het duo Seals and Crofts waar te maken.

Om het Tequila-verhaal volledig te maken, even vermelden dat in 1958 saxofonist Eddie Platt samen met zijn orkest een versie opnam en die versie bereikte dat jaar de Top 20, gereleaset op het Epic-label nr. 9899.

 

tekst en research: Marc Brillouet