The Chiffons

Geplaatst in Artiesten

Meidengroepen is geen fenomeen dat in de jaren tachtig ontstond. In de jaren vijftig waren er al dames die luidruchtig van zich lieten horen, dames als The Fontane Sisters, The Chordettes en The McGuire Sisters, en aan het begin van de jaren zestig was het hek helemaal van de dam, want toen was het plots “in” in een meidengroepje te zingen. Vooral gekleurde dames hadden het toen plots voor het zeggen in de hitlijsten: The Ronettes, The Supremes, The Shangri-Las,The Vandellas en niet het minst The Chiffons, drie boezemvriendinnen die school liepen in Upper Manhattan en The Bronx. Songschrijver Ronnie Mack wist dat deze vier dames-want even later werd ook Sylvia Peterson bij de groep ingelijfd- in hun vrije tijd graag zongen en toen hij een paar liedjes klaar had liggen, trok hij zijn stoute schoenen aan en vroeg hen op de vrouw af of ze geen zin hadden om in de studio een paar van die liedjes in te zingen. Tijdens een eerste sessie die amper één uur duurde, namen Judy Craig, Barbara Lee, Patricia Bennett en Sylvia Peterson zo veel mogelijk songs op als binnen dat korte tijdsbestek mogelijk was.

Nadien ging iedereen gewoon naar huis, de dag daarop naar school en na een paar weken waren ze Ronnie Mack zo’n beetje vergeten. Hij hen niet, want met die demo’s trok hij naar diverse platenfirma’s tot hij op zekere dag bij de firma terechtkomt van Hank Medress en Phil Margo, leden van The Tokens. Die zien wel wat in dit project. Er wordt meteen studiotijd ingehuurd en omdat er geen geld meer over was om muzikanten te reserveren, beslisten The Tokens zelf voor de begeleiding te zorgen.  He’s so fine is het eerste nummer waar naarstig aan gewerkt wordt. De intro doo lang, doo lang, doo lang moet de aandacht trekken en de rest leek achteraf kinderspel, want voor de dames er erg in hadden, stond het liedje op single en de 30ste maart 1963 op één in Billboard’s Hot One Hundred.

He’s so fine zou in 1970 nog onderwerp van discussie worden toen de uitgeverij van Ronnie Mack een proces inspande tegen George Harrison van The Beatles omdat zijn hit My sweet lord verrassend sterk op de melodielijn van He’s so fine leek. Harrison ging furieus in de tegenaanval en beweerde dat hij toen hij het liedje schreef alleen maar het begin van Oh happy day van The Edwin Hawkins Singers in zijn hoofd had. Maar al dat geruzie baatte niet. Vijf jaar later besliste judge Richard Owen dat Harrison wel degelijk een deel van zijn winst aan Ronnie Mack moest afstaan. Als grap zetten The Chiffons in 1975 My sweet lord op single die je kan terugvinden op de cd “The Chiffons greatest recordings”, in 1990 uitgebracht op het Ace Label.

Maar terug naar 1963. Na het succes met He’s so fine brachten The Chiffons een liedje uit dat Little Eva net van de hand had gewezen One fine day. Let vooral eens op de opvallende piano-intro, gespeeld door Carole King die met haar compositie The Chiffons aan een tweede gouden plaat hielp. ‘n Beetje in de stijl van hun concurrenten The Crystals, brengen The Chiffons Uptown op de markt en vervolgens When the boy’s happy, the girl’s happy too. Het vreemde is dat ze dat laatste, net als de single The block, releasen op het Rust Label onder een andere groepsnaam, namelijk The Four Pennies, maar zonder veel stof te doen opwaaien. Stilaan lijkt het erop dat The Chiffons na een jaar aan het uitbollen zijn. I have a boyfriend haalt nog net de top veertig, maar  Sailor Boy moeten we al achteraan in de Top Honderd van 1964 gaan zoeken. Maar 1966 zou voor The Chiffons weer een fantastisch jaar worden. Op zeven mei werd immers het door Doug Morris en Eliot Greenberg geschreven Sweet Talking Guy op single gelanceerd, een plaatje waarmee ze inpikten op de toen allesoverheersende Motown-Sound. In Amerika werd het een toptienhit en in Engeland twee keer een hit: op eenendertig in de Britse top veertig in 1966 en op vier in 1972. Zo omstreeks 1967 waren de hoogtijdagen van de meidengroepen in Amerika voorbij. Toch deden The Chiffons moeite om nog goede singles af te leveren zoals: Open your eyes en Teach me now, maar ja wat wil je, de beat had de hitlijsten stevig in haar greep en de muzikale smaak was stilaan ook helemaal anders gekruid.

Out of this world en Stop, look and listen waren de laatste singles waarmee The Chiffons  nog tot in de staart van de Amerikaanse Top Honderd geraakten. In 1970 had Judy Craig The Chiffons verlaten. De vijftiende mei 1992 overlijdt aan de vooravond van haar vijfenveertigste verjaardag Barbara Lee aan een hartaanval. Craig stapt daarop opnieuw in de groep en gaat met hen de baan op. Iets later houdt Sylvia Peterson het voor bekeken en wordt vervangen door Connie Harvey die het na een tijdje in haar eentje wil proberen. Wanneer Patricia Bennett besluit het rustiger aan te gaan doen, spreekt Judy Craig met haar dochter en een nichtje van haar af dat zij voortaan als The Chiffons zullen blijven zingen en optreden.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2015 Daisy Lane & Marc Brillouet