The Drifters

Geplaatst in Artiesten

Optredend in kaki legeruniformen en met een stel hits op hun actief waren Clyde McPhatter en zijn groep The Drifters rond het midden van de jaren vijftig een van de meest gevraagde rhythm-and-bluesgroepen.

Van 1950 tot 1953 was Clyde leadzanger van The Dominoes geweest. In 1952 haalden ze hun eerste hit op het droge met het nummer Have mercy baby,wat Clyde niet zou beletten een jaar later op te stappen en te gaan optreden samen met The Drifters. Ze zouden in twee jaar tijd zeven hits afleveren.

Clyde McPhatter werd de 15de november 1932 in Durham, Noord-Carolina als zoon van dominee George McPhatter geboren. Samen met zijn drie broers en drie zussen zongen ze in het kerkkoor van hun vader die natuurlijk hoopte dat de muzikale ambitie van zijn kinderen tot dat koor beperkt zou blijven. Die wens was misschien waarheid geworden, was de familie midden de jaren veertig niet naar New York uitgeweken. Het was vooral Clyde die hier in deze metropool een vocale uitlaatklep zocht. Hij sloot zich aan bij The Mount Lebanon Singers in Harlem waar hij bevriend geraakte met David Baldwin en Charlie White, beiden sleutelfiguren nadien in de story van The Dominoes en The Drifters.

Begin 1950 was arrangeur Billy Ward op zoek naar een rhythm-and-bluesformatie. Vrij snel kreeg hij Clyde McPhatter in het oog die hij meteen tot leadzanger promoveerde, geruggensteund door de tweede tenor Charlie White, de bariton William Joseph Lamont en de bas Bill Brown. De veertiende november 1950 namen ze als The Dominoes hun eerste single op Sixty minute man op het Federal-label. Het was meteen raak. De twee daaropvolgende jaren zou Clyde onafgebroken met The Dominoes optreden tot hij er tijdens een concert in Providence, Rhode Island schoon genoeg van kreeg en in zijn eentje terug naar New York keerde.

Het mag toeval lijken, maar Ahmet Ertegun, baas van het toen nog bescheiden Atlantic-label, wou Clyde graag onder contract. Mei 1953 was het zover. Clyde en zijn kersverse groep The Drifters waren een feit. In die eerste bezetting namen ze de song Lucille op, maar noch Clyde, noch Ahmet was tevreden. Er werd een nieuwe bezetting bij mekaar gezocht en deze keer was het wel oké met als resultaat een paar hits in de rhythm-and-bluescharts waaronder  The way I fell en Honey love. Ook al moest Clyde onder de wapens, hij mocht tussendoor toch blijven optreden. Hij was nu eenmaal de ster van The Drifters en dus keek niemand vreemd op toen hij de 24ste oktober 1954 voor de laatste maal met hen zou optreden om van dan af in zijn eentje voort te zingen!

Clyde werd eerst vervangen door David Baughan, maar dat was een moeilijke jongen, vrij snel ingeruild voor Johnny Moore van The Hornets. Hij zorgde meteen voor twee geslaagde opnamen Your promise to be mine en Adorable. Toch zou Johnny twee jaar later de groep verlaten en vervangen worden door Bobby Hendricks. Ook qua producers werd er gewisseld. Ahmet Ertegun en Jerry Wexler speelden de fakkel door aan Jerry Leiber en Mike Stoller die al voortreffelijk werk hadden geleverd aan Elvis Presley en The Coasters. Maar eerst moesten qua bezetting de nodige puntjes op de i worden gezet. Omdat manager George Treadwell een contract had gesloten met “The Apollo Theater” moest de knoop worden doorgehakt. Hij doekte de bestaande formatie op, haalde de leden van The Crowns in huis, vroeg Ben E King om leadzanger te worden en klaar was Kees. In de loop van de maand maart 1959 stappen ze “The Coastal Studio” in New York binnen en gaan samen met Leiber en Stoller aan het werk. Die hadden meteen door dat The Drifters qua geluid in niets meer klonken als een rhythm-and-bluesgroep, maar meer als een popgroep, dus werd ook het repertoire aangepast. Ze kwamen op de proppen met het ijzersterke There goes my baby geschreven door Ben E King onder zijn echte naam Benjamin Nelson. Wat ons opvalt aan die opname is het gebruik van één cello en vier violen. Niet dat dit echt nieuw klonk, want The Platters hadden zich al door strijkers laten begeleiden, maar zij waren dan ook de enigen. Omdat There goes my baby zo goed aansloeg, werd als opvolger gekozen voor Dance with me.

Al genoten The Drifters veel bijval, toch hield Ben E King het in de lente van 1959 voor bekeken. Hij zou een jaar later definitief worden vervangen door Johnny Williams. Nu mochten Leiber en Stoller goed songs kunnen smeden, toch waren ballads niet hun sterkste troef en daar hadden The Drifters net nood aan. Dus werden de heren Doc Pomus en Mort Shuman binnengehaald, ook al een tweetal dat The King aan menige hit had geholpen. True love, true love was al een gooi naar het succes, wat iets later werd bevestigd met de klassieker This magic moment.

In New York was op het einde van de jaren 50 de Zuid-Amerikaanse muziek erg in trek en dat vooral dankzij de latinoklanken van orkesten als Tito Puente en Perez Prado. Pomus en Shuman hadden dat snel door en kruidden daarom hun songs maar al te graag met zuiderse ingrediënten zoals we kunnen horen in liedjes als I count the tears en Save the last dance for me. Pomus en Shuman mochten dus blijven, wat The Drifters niet belette om bijvoorbeeld te gaan aankloppen bij Barry Mann en Cynthia Weil. Geen domme zet, want dit resulteerde in hits als Some kind of wonderful,  Up on the roof en On Broadway. Wie ook een graantje van het succes mocht meepikken, waren Burt Bacharach en Hal David die uitpakten met songs als Please stay en Mexican divorce.

Maar denk niet dat deze hits alle plooien hadden gladgestreken. Er werd nog maar eens een nieuwe leadzanger gezocht. Deze keer viel Rudy Lewis die eer te beurt. Maar ook deze keer mocht het niet meezitten, want de dag dat The Drifters Under the boardwalk zouden inblikken, kregen ze te horen dat Rudy net was overleden op zijn kamer in het “Theresa Hotel”. De dag nadien, de 21ste mei 1964, wordt de song toch ingeblikt met de inderhaast opnieuw opgetrommelde Johnny Moore. Toeval of niet, Under the boardwalk zou hun laatste grote Amerikaanse topvijfhit worden, al mogen we singles als I’ve got sand in my shoes en Saturday night at the movies niet zomaar aan de kant schuiven.

Na de dood van manager George Treadwell in 1965 neemt zijn vrouw die job over en sluit enkele jaren later voor The Drifters een platendeal met het Britse label Bell Records. Alweer een goede zet, want die deal helpt hen aan hits  Down on the beach tonight, You’re more than a number in my little red book en dé zomerhit van 1974 Kissin’ in the back row of the movies. Ondanks hun niet af-latende wissels van contracten, zangers, platenlabels en producers, was het The Drifters voor de zoveelste keer toch maar weer gelukt!

 

tekst en research: Marc Brillouet

© 2015 Daisy Lane & Marc Brillouet