The Fireballs

Geplaatst in Artiesten

Eind jaren 50 maakte de tex-mex-muziek nogal opgang, groepen die een mengeling brachten van opvallende gitaren en Latijns-Amerikaanse ritmen. Tex-mex was hot met artiesten als The Champs, Buddy Knox, Ritchie Valens en niet te vergeten The Fireballs.

The Fireballs, zo genoemd naar de Jerry Lee Lewis-hit Great balls of fire, bestonden uit 5 muzikale studenten van de hogeschool in Raton, New Mexico: leadgitarist George Tomsco, ritmegitarist Dan Trammell, drummer Eric Budd, bassist Stan Lark en zanger Chuck Tharp. The  Fireballs speelden hoofdzakelijk instrumentale nummertjes, waarbij af en toe een beroep werd gedaan op Chuc’s zangkwaliteiten. In 1958 wisten ze een contract te versieren bij platenfirma Kapp en een eerste single Torquay, een top 40-hit in de nazomer van 1959.

Na 1 single hielden the Fireballs het bij Kapp  voor bekeken en gingen ze hun kans wagen bij het splinternieuwe Top Rank. Besloten werd hun gitaargeluid vrij sober te houden en dat in tegenstelling tot het meer volle geluid van the Ventures (op dat moment hun grootste concurrenten ). Je kan the Fireballs het best vergelijken met The Champs, die kozen ook meer voor rechttoe-rechtaanproducties, zeker niet overladen. Als opnamelocatie belandden the Fireballs in de studio van Norman Petty in Clovis, New Mexico, bakermat van de legendarische hits van Buddy Holly. Bulldog werd de geslaagde opvolger van Torquay met in het kielzog daarvan de single Vaquero. The Fireballs wilden hun muzikale aanpak vrijwaren van te veel bemoeienissen door de platenfirma’s. Vandaar dat ze hun samenwerking met Top Rank opbliezen en op zoek gingen naar het veel kleinere Lucky-label, maar die gok bleek een miskleun. Dan maar aankloppen bij Warwick. Die waren dringend op zoek naar een nieuwe groep nadat Johnny and his Hurricanes hen de rug hadden toegekeerd. Hun eerste release voor dit label, een remake van Buddy Holly’s True love ways, flopte, maar de derde poging ,Quite a party werd wel een hit .Ook dan duiken er weer problemen op en geraken ze even de koers kwijt. Er worden singletjes opgenomen voor 7 Arts en Hamilton om dan een thuis te vinden bij Dot (de platenfirma waar Pat Boone en Billy Vaughn al jaren schitterden).

Intussen werd er ook wat aan de line-up gesleuteld: Eric Budd werd door Doug Roberts vervangen en Chuck Tharp had zijn stembanden aan de wilgen gehangen. Geen nood, Norman Petty had meteen een vervanger klaar, Jimmy Gilmer, en dat bleek een gouden combinatie . September 1961 schoten Jimmy Gilmer and The Fireballs naar de eerste plaats van de Amerikaanse Top 100 met het beklijvende Sugar shack  (Dot 16487). Ook de opvolgers Daisy petal pickin’ en  Ain’t gonna tell anybody deden het niet onaardig. We zijn dan 1964 en aan de opmars van de Britse beatgroepen is zelfs in Amerika geen halt toe te roepen. Jimmy Gilmer and The Fireballs worden compleet van de kaart geveegd.

Vergeten we niet dat intussen producer Norman Petty The Fireballs met een nieuwe opdracht had opgezadeld. Na de dood van Buddy Holly had Norman Petty nog een pak onafgewerkte demo’s op de plank liggen en hij dacht er goed aan te doen die demo’s door The Fireballs instrumentaal te laten opvullen (overdubbing), een beslissing die vooral door de Buddy Holly-fans niet in dank werd afgenomen. Norman probeerde zich wit te wassen door vol te houden dat die overdubbing de enige manier was om de nummers een commerciële kans te geven. Daarnaast schakelde Norman Petty The Fireballs ook in als begeleiders tijdens plaatopnamen van Carolyn Hester en Arthur Alexander.

Ondanks dat fors overwicht van die nieuwe Britse popgroepen kenden The Fireballs, geheel onverwacht, in 1968 een comeback met de single Bottle of wine, uitgebracht op het Atco-label ( 6491). Deze keer was het niet Jimmy Gilmer die mocht zingen, maar was het de groep zelf die het zangwerk voor zijn rekening nam. Er zouden nog een aantal singletjes volgen: Goin’ away, Come on, react’ en Long green (eerder al door The Kingsmen uitgebracht als B-kant van  The Jolly green giant), maar vanaf dan houden The Fireballs het voor bekeken en verdwijnen ze voorgoed uit de charts.

De laatste jaren treden The Fireballs weer vaak op, zij het in een totaal gewijzigde versie: zanger, gitarist George Tomsco, bassist Stan Lark, gitarist en toetsenman Ron Cardenas en drummer Daniel Aguilar. Hun muziek hoor je nog regelmatig over de radio en hun oude hits duiken hier en daar op in soundtracks van bekende films: “Forrest Gump”, “The real blonde”en “From dusk till dawn”.

De 17de maart 2006 overleed Chuck Tharp, de originele zanger van The Fireballs.

 

 

tekst en research: Marc Brillouet