The Marcels

Geplaatst in Artiesten

Eind jaren 50, begin jaren 60 was het eerder een uitzondering dat een zanggroep bestond uit zowel blanke als zwarte leden. Er waren uitzonderingen op de regel zoals Johnny Maestro and The Crests, The Rivieras en The Marcels. Dit vijftal uit Pittsburg was al zo vaak van bezetting veranderd dat de heren zelf niet meer wisten wie welke partij zong. Op zekere dag kwam hun manager Jules Krisper nog maar eens een nieuwe wijziging melden, deze keer zou de groep worden aangevuld met de bariton Dick Knauss en algauw bleek dit een gouden keuze te zijn.

Dicks stem klonk voortreffelijk en hij deelde dezelfde muzikale ideeën als Jules Krisper. Ze besloten nog maar eens een gokje te wagen en samen met baszanger Fred Johnson, de tenoren Ronald Mundy en Gene Bricker en leadzanger Cornelius Harp trokken de heren naar de Colpix Studio van Stu Phillips. Stu was niet meteen verliefd op hun repertoirekeuze, maar hij wou hun toch een eerlijke kans geven. Stu stond er wel op dat ze Blue moon zouden inblikken omdat hij nogal een zwak had voor die beresterke compositie van Rodgers en Hart. Aanvankelijk bleven  the Marcels nee knikken, maar na wat aandringen werd het nummer ingeoefend en na een uurtje hadden ze het onder de knie. Het moest en zou een noveltyaanpak krijgen met speciale aandacht voor de basstem van Fred Johnson die de opvallende intro voor zijn rekening nam (intro was gebaseerd op de hit Zoom van the Cadillacs). Het werd dringen qua kostbare tijd, want er bleven amper 10 minuten studiotijd over om het liedje in te zingen, maar dat bleek ruim voldoende om van Blue moon een Amerikaanse golden oldie te maken. 3 april 1961 prijkt het nummer op 1 in de Amerikaanse Top 100

Blue moon was een compositie uit de jaren dertig van de hand van het succesvolle musicalduo Richard Rodgers en Lorenz  Hart. Lorenz schreef driemaal een nieuwe tekst voor dat nummer. In 1933 heette het nog Make me a star, toen in de versie van Jean Harlow . Iets later werd het The bad in every man, te horen in de MGM-film “Manhattan melodrama” en nog wat later gaf Jack Robbins opdracht om de tekst nog eens  aan te passen en toen werd het definitief Blue moon. The Marcels richtten in hun versie van Blue moon de spots opnieuw op de baspartij. Die was bij de doowopgroepen een beetje in onmin geraakt nadat ze vooral de tenor vooraan hadden geplaatst. Hun boom-la-di-boom werd een zeer gewaardeerde intro.

Het succes zorgde ervoor dat The Marcels mochten optreden in de film “Twist around the clock” naast o.a. Dion di Mucci en Chubby Checker.Nadat ze een minder geslaagde versie van Summertime hadden ingezongen, een nummer uit de folkopera “Porgy and Bess” van George Gershwin  (in 1936 een hit voor Billie Holiday) werd dat commerciële boom-la-di-boom-trucje nog eens overgedaan  in de  hitsingle Heartaches (een top 20-hit in 1931 voor Guy Lombardo and his orchestra en in 1947 voor de band van Ted Weems). Deze poging was goed voor een zevende plaats in de Amerikaanse Top 100 van de maand februari 1961. Daarmee is echter het hele hitverhaal van The Marcels al verteld,want nadien ging het  bergafwaarts met hun succes. You are my sunshine werd al minder enthousiast onthaald. Het publiek kreeg snel genoeg van hun doorzichtige aanpak. De wanhoop zo goed als nabij werd nog maar eens naar de noodrem gegrepen: een nieuwe line-up , waarbij de twee blanke zangers Dick Knaus en Gene Bricker opstapten en vervangen werden door Allen Johnson en Walt Maddox. In deze gewijzigde bezetting werd  My melancholy baby ( in 1915 voor de eerste maal een hit voor Walter Van Brunt) een soort vocale revanche, maar daar bleef het dan ook bij. De opvolger I wanna be a leader zou de laatste release worden op het Colpix-label.

How deep is the ocean werd een hernieuwde poging ,deze keer op het Kyra-label, maar als blijkt dat ze die single aan de straatstenen niet kwijt geraken en zelfs pogingen op diverse labels zoals Queen Bee, St Clair, Rocky en Monogram zonder resultaat blijven, nemen ze de verstandige beslissing  er het bijltje bij neer te leggen. In 1963 neemt Johnny Cymbal als een soort hulde aan de wat aparte zangstijl van The Marcels ( je mag het ook als een parodie interpreteren) het nummer Mister Bass Man op (Kapp 503) .Johnny krijgt daarvoor de vocale steun van Ronnie Bright, de man die de baspartijen voor zijn rekening neemt bij de doowopgroep The Valentines.

Zeven jaar later komen de vijf oorspronkelijke leden van The Marcels nog eens samen om op te treden tijdens Ralph Nader’s Rock-‘n-roll revival shows en in 1980 kent hun grootste hit Blue moon opnieuw succes dankzij de soundtrack voor de film “An American Werewolf in London” van regisseur John Landis.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet