The Pointer Sisters

Geplaatst in Artiesten

Mochten er geen kerken en gospelkoren hebben bestaan, hoeveel zangers en zangeressen zouden we dan hebben moeten missen of zouden zelfs nooit geweten hebben dat ze konden zingen? Zo behaagde het ook de Heer de dames Ruth, Anita, Bonnie en June Pointer te zegenen met een gouden stem. Daarmee moesten ze Hem eerst van dienst zijn tijdens de vele vieringen inThe Church of God in Oakland, California waar hun vader Elton dominee was en beide ouders zich bezighielden met het koor. Hun dochters moesten koste wat het kost meezingen, liefst zo luid en opvallend mogelijk. Gospels zingen waren de heilige boodschap, maar wanneer pa en ma niet in de buurt waren, kwamen de hits van de dag aan bod.

In 1969, June is dan 15 en Bonnie 18, treden ze op als Pointer, een duo dus. Maar dat zou niet lang duren. Beide zussen vinden het zo leuk dat ze hun oudere zus Anita, dan 21, weten te overhalen haar job als secretaresse op te zeggen en samen met hen een trio te vormen. Bij de start van de jaren zeventig ontmoeten ze op zekere dag producer Dave Rubinson die meteen begeesterd is door het veelzijdige talent van de dames. Of ze nu r&b, jazz, country of pop zingen, het gaat hun allemaal even vlot af. Hij kan de dames niet meteen een grootse carrière beloven, maar wel backingwerk tijdens plaatopnamen van Chicago, Esther Phillips, Boz Scaggs, Dr. Hook, Grace Slick, Elvin Bishop en The Tubes. Ze gaan ook vaak mee op tournee. Tijdens een liveoptreden van Elvis Bishop in “The Whiskey A Go Go” in Los Angeles worden ze opgemerkt door Jerry Wexler van Atlantic Records. Hij biedt hun meteen een contract aan. Producer Wardell Quezergue wordt hun producer en samen met hen neemt hij in 1971 Don’t try to take the fifth op, maar het blijkt de verkeerde songkeuze. Om als trio niet met hun grote concurrenten The Supremes vergeleken te worden en om hun geluid nog wat meer body te geven, halen ze hun zus Ruth over zich bij hen aan te sluiten. Als het kwartet The Pointer Sisters en uitgedost in de stijl van de jaren veertig wagen ze zich nog aan één single bij Atlantic, maar wanneer ook die flopt, versiert hun manager Rubinson een contract bij Blue Thumb Records. Die overstap blijkt de goede, want met een cover van Lee Dorsey Yes we can can mogen ze een tijdje later hun eerste gouden plaat in ontvangst nemen. Ook de volgende single is een cover, deze keer van Willie Dixon Wang dang doodle. Het resultaat is niet echt je dat, dus moet er uit een ander vaatje getapt worden. Intussen hadden de dames zich ontpopt tot een fantastisch zingende closeharmonygroep. Hun nostalgische kledij was aan hun succes niet vreemd. Het gaf hun een opvallend cachet. Vooral de gayscene was dol op hen. Ze kozen ook almaar méér rockende songs. Dit alles leverde hun heel wat tv-optredens op.

In de maand september van 1974 treden ze op in “The San Francisco Opera House”, de eerste popgroep die daar voor een concert wordt toegelaten en uitgenodigd. Er wordt meteen een dubbel album van dat optreden ingeblikt. De dames hebben intussen wat het songsmeden betreft, de teugels zelf in handen genomen. In het najaar van 1974 komen The Pointer Sisters op de markt met het door Anita en Bonnie geschreven Fairytale, goed voor een 13de plaats in de Amerikaanse Top Honderd. Deze countrygetinte song zorgt ervoor dat ze de allereerste zwarte groep zijn die mag optreden tijdens “The Grand Ole Opry” in Nashville. De volgende hit die eraan komt How long is de stille voorbode van een rist gouden platen die drie jaar later zouden volgen.  How long houdt halt op de 20ste plaats! Het jaar nadien zien en horen we de dames aan het werk in de film ”Car Wash”. Ze nemen dan een aantal platen op die het behoorlijk goed doen in de r&b-charts, maar in de poplijsten zijn ze tussen 1975 en 1978 alleen maar terug te vinden met de single Going down slowly. De groep heeft ook te kampen met problemen. Zo moet er een ruzie worden opgelost met hun platenfirma en niet betaalde royalty’s en krijgt zus June met een zware depressie te kampen. Bonnie Pointer beslist aan een solocarrière te beginnen en tekent een platendeal met Motown voor wie ze een drietal behoorlijk scorende singles opneemt met als meest opvallende resultaat een 11de positie in de Top Honderd van 1979 met  Heaven must have sent you.

Intussen hebben de zussen June, Ruth en Anita in 1978 een contract ondertekend bij het door Richard Perry net opgerichte Planet-label. Ze hebben hun forties-imago afgeschud en hebben zich een modernere look aangemeten. Hun eerste single is al meteen in de hitroos. Een cover van door Bruce Springsteen geschreven Fire, een nummer 2 in de Amerikaanse Top Honderd. Het kan van danaf niet meer stuk gaan, zo lijkt het wel. De singles Automatic, Jump, I’m so excited en Neutron dance duiken stuk voor stuk op in de Amerikaanse Top Tien. In Engeland scoort Fire maar zwakjes, maar wordt de single Slowhand op méér applaus ontvangen en beloond met een 10de plaats in de Britse Top Veertig van 1981. De single Jump wordt in Engeland in 1984 hun grootste hit ooit, goed voor een 6de plaats. Nederland is de dames zeer goed gezind, want Fire krijgt de 17de februari 1979 van onze noorderburen de hoogste onderscheiding. Ook de singles Happiness, Should I do it en Jump worden stuk voor stuk toptienhits. Fire wordt ook in de Vlaamse Top Dertig bekroond met een eerste plaats en de singles Should I do it, Automatic en Jump zijn alle drie goed voor een toptiennotering.

In 1985 na een stapel gouden platen krijgen de dames te horen dat Planet Records de boeken dichtdoet. Ze moeten dringend op zoek naar een nieuwe platenfirma en worden, rekening houdend met hun grote hits, met open armen ontvangen door RCA Records, maar na de single Dare me die nog goed is voor een 11de positie in de Top Honderd van de maand juli van 1985 is het nadien voor The Pointer Sisters afgelopen. Datzelfde jaar zingen ze ook mee op de wereldhit We are the world. We vinden hen voor de allerlaatste maal in de top honderd terug met Be there uit de film “Beverly Hills Cop II” met in de hoofdrol Eddie Murphy.

The Pointer Sisters en België is een verhaal apart. In 2002 duiken ze op tijdens “The Night of the Proms”, wat hen optredens oplevert in de Benelux, Frankrijk en Duitsland. Drie jaar later nemen ze met Natalia in een productie van Steve Willaert het nummer Sisters are doing it for themselves op, een cover van een hit van The Eurythmics samen met  Aretha Franklin ( toptienhit in Engeland in 1985)  dat in de Top Dertig in België naar de tweede plaats doorstoot. In het kielzog daarvan werken ze samen met Natalia tien concerten af in het “Sportpaleis” van Antwerpen in de reeks “Natalia meets The Pointer Sisters”.

De 11de april 2006 overlijdt June Pointer aan kanker in het UCLA Center in Santa Monica, California. Anno 2017 bestaan The Pointer Sisters uit Ruth, Issa en Sadako Pointer.

 

tekst en research: Marc Brillouet

© 2013 Daisy Lane & Marc Brillouet

 

tekst en research: Marc Brillouet

© 2013 Daisy Lane & Marc Brillouet