The Righteous Brothers

Geplaatst in Artiesten

“Dirty dancing”, de Saturday night fever van de jaren 80 en de film “Ghost”, brachten The Righteous Brothers tijdens het laatste decennium van de 20ste eeuw opnieuw in de hitlijsten. The Righteous Brothers vormden in de sixties een uniek duo: de schrille hoge stem van Bobby Hatfield in contrast met de lage soulstem van Bill Medley. Bill werd de 19de september 1940 in Santa Ana, Californië geboren en Bobby Hatfield de 10de augustus 1940 in Beaver Dam, Wisconsin. Zij gaven beiden een nieuwe dimensie aan de term blue eyed soul (blanken die zingen als zwarten) .

Voor ze elkaar ontmoetten, zong Bill Medley nog bij The Paramours en Bobby Hatfield bij The Variations. Een wederzijdse vriend, John Wimber, stelde hen aan mekaar voor. Samen met de drummer van The Paramours richtten ze een nieuwe versie van The Paramours op. In het begin zongen Bill en Bobby afwisselend solo, maar meer en meer ontdekten ze dat het samenzingen hen wel goed lag.  Ze waren verrukt dat hun optredens zo goed in de smaak vielen ook al beschikten ze maar over een beperkt repertoire. Naar het schijnt kende elk van hen zeven liedjes en moesten ze een ganse avond putten uit een aanbod van 14 songs. Ze beperkten zich niet alleen tot love ballads,maar zongen ook graag rock -’n-roll en bluesnummers in de stijl van Don en Dewey. Geld werd er ook al verdiend: 50 dollar per optreden . Voor elk van hen 15 dollar en de rest, twintig dollar, werd onder de 5 orkestleden verdeeld.  Bill, die nooit muziek heeft gestudeerd, hield zich al geruime tijd bezig met het schrijven van songs en zou hun eerste succes leveren. Dat nummer, Little Latin Lupe Lu , zongen ze voor het eerst tijdens hun optredens in “The Rendez Vous Ballroom” in Balboa waar ze avond na avond voor een uitzinnig publiek optraden. Een lokale platenfirma nam het liedje als single op, die vrij snel nadien door een aantal dj’s werd opgepikt, onder meer door KRLA in Los Angeles, en van dan af ging de hitbal aan het rollen.

De sound van Little Latin Lupe Lu bezorgde The Righteous Brothers in het begin nogal wat problemen omdat organisatoren die hen voor een of ander optreden hadden geboekt, een zwart duo verwachtten . Schets hun verbazing als ze twee slanke, blanke heren het podium zagen opstappen. Platenfirma Moonglow slaagde erin Bill en Bobby onder contract te krijgen en op dat label verschenen nog twee bescheiden hits: Kokomo (een cover van het Don en Dewe- succes) en My babe.

In 1964 treden The Righteous Brothers op in “The Cow Palace” in San Francisco samen met The Ronettes, in die tijd geproducet door Phil Spector. Phil is zo onder de indruk van Bill en Bobby dat hij zonder lang aarzelen het contract van Moonglow overneemt en de broers in zijn eigen Philly-stal onderbrengt. Op verzoek van Spector schrijven Barry Mann en Cynthia Weil You’ve lost that lovin’ feelin (naar eigen zeggen geïnspireerd door Baby I need your lovin’ van The Four Tops). De originele demoversie werd ingezongen door Phil Spector en Barry Mann, twee hoge zangstemmen, waardoor Bill en Bobby dit nummer eerder geschikt vonden voor The Everly Brothers. Het was dus aan The Righteous Brothers de juiste toonhoogte te zoeken. Eenmaal dat gevonden tegen de achtergrond van Phils wall of sound, wisten ze dat het een boom zou veroorzaken. De definitieve versie werd bij de derde keer inzingen goed bevonden, nadat Spector voordien de begeleiding 13 keer had gedubd. De single werd op 6 februari 1965 bekroond met een eerste plaats in de Amerikaanse Top 100. In de door BMI (de Amerikaanse Sabam) opgestelde lijst met de meest gedraaide nummers door de Amerikaanse radio- en televisiestations staat You’ve lost that lovin’ feelin’ op nummer 1. Eind 1999 zou het liedje meer dan 8 miljoen keer in de ether zijn geweest.

The Righteous Brothers waren intussen graag geziene gasten tijdens diverse shows. Ook live behoorden ze bij de besten. Zo stonden ze in Amerika als openingsact op het podium tijdens de tournees van The Beatles en The Rolling Stones. Ze zouden ook de eerste rock-‘n-rollact worden die in “The Sands” in Las Vegas door Frank Sinatra werd uitgenodigd om samen met hem en Sammy Davis Junior en Dean Martin op te treden. You’ve lost that lovin’ feelin’ klonk zo perfect dat latere producties dat niveau nooit meer zouden halen . Just once in my life klom nog tot 9 ,maar de single Hung on you kreeg erg weinig respons. Tot de dj’s de B-kant in het oor kregen.

Phil Spector en Bill hadden een speciale deal qua productie. Al de A-kanten zouden door Phil geproducet worden, Bill zou de B-kanten en de elpees voor zijn rekening nemen . Zo’n nummer was het B-kantje van  Hung on you ,  Unchained melody. Nadat dit een monsterhit was geworden, eiste Phil de productie op, maar het nummer werd wel degelijk door Bill Medley afgewerkt. Unchained melody was in 1955 al een hit geweest voor Al Hibbler . Het liedje zelf kwam uit de film “Unchained” met in de hoofdrol de Amerikaanse voetballegende Elroy ‘Crazylegs’ Hirsch. 17 juli 1965 geraakte Unchained melody tot op de 4de plaats van Billboard’s Hot One Hundred.

Phil Spector was op zijn tenen getrapt omdat de dj’s voor Unchained melody hadden gekozen.Een beetje koppig besloot hij voortaan alleen nog standards en evergreens door Bill en Bob te laten inzingen. Met White cliffs of Dover lukte dat niet, maar Ebb tide zat weer recht in de hitroos (top 5-hit).

Na  Ebb tide liet het platenkopend publiek het echter afweten en zagen The Righteous Brothers en Spector het samen niet meer zitten. Phil verkoopt hen voor 1 miljoen dollar aan MGM Records die hen onderbrengen bij het Verve-label en hier mag Bill Medley opnieuw producen. Ze kiezen voor een song van Cynthia Weil en Barry Mann Soul and inspiration, in april 1966 goed voor een nummer 1. Dit zou echter de laatste grote hit voor The Righteous Brothers worden, want Stranded in the middle of no place wordt een absoluut dieptepunt. Privé botert het ook al niet meer zo goed tussen beide heren en tijdens hun plaatopnamen wordt er almaar meer gediscussieerd wie nu weer de solopartij voor zijn rekening mag nemen. In 1968 gaat ieder zijn eigen weg. Bobby Hatfield neemt enkele solonummers op en Bill Medley blijft samenwerken met Cynthia Weil en Barry Mann, wat muzikaal vertaald wordt in soulbeladen nummers als Brown eyed woman en Peace brother peace.

In 1974 vinden beide heren elkaar opnieuw en scoren ze hunop twee na grootste hit Rock and roll heaven, een eerbetoon aan inmiddels overleden rocksterren als Janis Joplin en Otis Redding. Hun samenwerking met producers Dennis Lambert en Brian Potter is helaas van vrij korte duur .

Al die tijd had Bobby het voorgevoel dat Unchained melody nog eens een hit zou worden. Hij moest wel wachten tot 1990 toen het liedje in de film “Ghost” opdook. Het werd zo’n gigantisch succes dat er zelfs meer singles van verkocht werden dan toen het een eerste keer een hit werd. Bill Medley had al drie jaar eerder van het hernieuwde succes mogen proeven, zij het dan als solozanger, want hij werd gevraagd om samen met Jennifer Warnes het liefdesthema te zingen in de film “Dirty dancing” met Patrick Swayze in de hoofdrol. I’ve had the time of my life werd voor Bill in de maand september van 1987 een absolute nummer 1.

Na het succes van Unchained melody werden Bill en Bobby door platenfirma Curb aangezocht om al hun oude successen opnieuw in te zingen, wat ook gebeurde en met veel bijval , want het album werd met een Grammy onderscheiden.

De 5de november 2003 overleed Bobby Hatfield.

Begin 2016 kondigde Billy aan dat hij opnieuw ging optredens als The Righteous Brothers. De plaats van Bobby werd ongenomen door Bucky Heard. Zij  traden in “The Harrah’s Showroom” in Las Vegas 40 maal op. Nadien volgde een album waarvoor ze al hun grote hits opnieuw inzongen.

tekst en research : Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet