The Surfaris

Geplaatst in Artiesten

The Surfaris werden eigenlijk sterren op de golven van de surf- en de hot rod-muziek. Leadzanger en bassist Pat Connolly, leadgitarist Jim Fuller, ritmegitarist Bob Berryhill, drummer Ron Wilson en saxofonist-gitarist Jim Pash waren doodgewone Californische schoolvrienden die haast ongemerkt in het voetspoor schoven van de surfgrage Beach Boys.

Op school maakten ze meer muziek dan ze studeerden en zetten ze hun beste beentje voor tijdens diverse schoolparty’s, maar ze wilden o zo graag een eigen plaatopname. Ze trokken hun stoute surfschoenen aan en stapten in 1963 richting Pal Recording Studio’s in Cucamonga om hun eerste single Surfer Joe op te nemen, een nummer geschreven en gezongen door Ron Wilson. Eenmaal dit nummer op band moest er hoogdringend voor een B-kant gezorgd worden. Gelukkig had hun manager Dale Smallin en producer Paul Buff een ruwe schets klaarliggen van Stiletto, een uptempo gitaarnummer dat links en rechts wat werd bijgewerkt en op de band terecht kwam als Wipe Out, ingeleid door de opvallende falsetto van Dale Smallin.

D.F.S. bracht de singel uit, maar de plaat werd snel nationaal opgevist door Dot Records die het onder het nummer 16479 in heel Amerika uitbracht en dat in april 1963. Geen enkele deejay draaide de A-kant, maar flipte liever om naar het stormachtige Wipe Out, dat al even stormachtig de tweede plaats van de Top 100 inpalmde. Zonder lang nadenken zetten The Surfaris na dit succes een nog grotere stap, deze keer richting Decca Records, waarvoor ze ook dadelijk twee nieuwe nummers opnamen: Point Panic, met op de zwarte rugzijde het voor de hand liggende Waikiki Run. Decca wou het surfwater rustig voort laten koken en nodigde veteraan Charles Bud Dant uit om een elpee met de jongens op te nemen “The Surfaris Play”. Decca stond erop dat de groep een nieuwe versie opnam van zowel Wipe Out als Surfer Joe. Uit die elpee werd in Engeland in 1963 het nummer Baja vrijgegeven, een coverversie van een hit van hun collega’s The Astronauts.

Net voor ze op tournee trokken naar Nieuw Zeeland en Australië brachten The Surfaris in november 1963 het oppeppende Scatter Shield op de markt. Hun tournee werd geadverteerd als “Surfside ’64″en op de affiche prijkten ook The Beach Boys en de Australische Joy Boys. Na hun tournee leenden ze ook even een nummer van die Joy Boys Murphy the Surphie en zetten het in maart 1964 zonder veel omhaal op de jukebox. Van Bobby Darin en Terry Melcher krijgen ze enkele maanden nadien Boss Barracuda voorgeschoteld, iets later gebruikt als soundtrack voor de film “The Lively Set”. Voor hun single Hot Rod High van oktober 1964 wordt de vocale hulp ingeroepen van producer Gary Usher om zo hun zouterige surfstemmen wat meer glans te geven. De B-kant Karen wordt ook ingezongen met steun van Gary Usher plus die van Chuck Richard. Het wordt in Japan een top 3-hit.

Inpikkend op die gelukstreffer toeren ze door het land van de rijzende zon en terug in eigen land is Gary Usher intussen aangesteld als hoofdproducer bij Decca en hij heeft duidelijk nieuwe plannen voor de groep. Gary was, op zanger Ron Wilson na, niet tevreden over de povere instrumentale inbreng van de rest en vult de groep in de studio aan met Chuck Richard en Joe Kelly die al eerder surfplaten hadden uitgebracht onder de naam The Hondells en ook The Super Stocks. Er werden een behoorlijk aantal surfopnamen gemaakt, maar tegen de tijd dat Catch a little ride with me als single werd verkocht, stapten Pat Connolly, Jim Fuller en Bobby Berryhill ontgoocheld uit de groep. Zonder lang aarzelen wordt Ken Forssi binnengehaald en zijn The Surfaris opgefrist en klaar voor de West Coast Sound.

Folkrock wordt hun nieuwe muzikale verpakking, zoals de single Hey Joe where are you going, hun laatste Decca-productie onder het nummer 31954 (1966). Forssi krijgt het snel op zijn heupen bij The Surfaris en neemt al hun bestaande materiaal opnieuw op met zijn groep Arthur Lee’s Love. Forssi’s plaats wordt bij The Surfaris ingenomen door Jack Oldham. Steve Johnson wordt de nieuwe ritmegitarist, Jim Pash schuift een bank vooruit en wordt leadgitarist en Ron Wilson blijft achter de drums voor zijn allerlaatste Surfaris-opname Show Biz (1966). Voor popkenners is het interessant te weten dat dit een productie is van de later bekend geworden J.J. Cale. In 1967 is Jim Pash de enig overblijvende originele Surfari en verschijnen hun finale noten op de single Search, gekoppeld aan Sam Cookes Shake. Producer Dick Martinek lukt het echter niet er een opvallend slot van te maken. Ron Wilson zou wel in 1971 nog eens in de hitlijsten terechtkomen, maar dan als lid van de groep Joy of Cooking, een Californisch countryrockkwintet met de single Brownsville, uitgebracht op het Brownsville-label nummer 3075. In 1973 zijn het Jim Pash en Bob Berryhill die The Surfaris nog eens bij mekaar brengen en dat voor The Surf Revival Concert in het “Hollywood Palladium”.

De 7de mei 1989 overleed net voor zijn 44ste verjaardag drummer Ron Wilson. Tegenwoordig treden The Surfaris nog altijd op, hetzij een beetje gesplit. Aan de ene kant heb je Bob Berryhill’s Surfaris en aan de andere kant Jim Fuller’s Surfaris. Ze genieten zowel in Amerika als in Europa nog altijd veel bijval.

 

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet