The Vogues

Geplaatst in Artiesten

Het zou kunnen dat wanneer u de film “Goodmorning, Vietnam” nog eens bekijkt en u met wat meer aandacht naar de bijhorende muziek luistert, u vreemd opkijkt wanneer u het liedje Five o’ clock world van The Vogues te horen krijgt. Terecht, want het is en blijft een nummer dat u niet meteen thuis kan brengen, want die single heeft nooit het Europese vasteland bereikt en The Vogues hebben in onze contreien nooit een hitlijst van nabij gezien. En toch waren zij in Amerika in de loop van de jaren zestig in het totaal goed voor 4 top 10-hits, 14 Top 100-hits. Ze waren een beetje een vreemde eend in de muzikale bijt, een groep die zelfs de ergste Britse beataanval wist te trotseren .

The Vogues begonnen als doowopgroep en turnden zich via gematigde garagerock haast onbegrijpelijk om tot een soort pluchensalonmuzikanten.Turtle Creek in Pennsylvania was hun bakermat.Het was hier dat leadzanger Bill Burkette, bariton Don Miller, eerste tenor Hugh Geyer en tweede tenor Chuck Blasko, vier geschoolde muzikanten, in 1958 schoorvoetend met wat doowopopnamen begonnen op het Dot en Cascade platenlabel, maar die resulteerden in zo goed als niets. Hun manager Elmer Willett kwam op de idee eens bij Cameo Parkway te gaan aankloppen, een label dat al hits had bezorgd aan Dee Dee Sharp, Bobby Rydell, The Dovells en Chubby Checker. Ondanks hun enthousiasme was het resultaat hier vrij pover, tot ze terechtkwamen bij het veel kleinere Blue Star-label. Hier wisten ze in 1965 door te breken met You’re the one, een nummer geschreven door Petula Clark samen met haar toenmalige manager en producer Tony Hatch. Tot ieders verbazing schoot deze single pijlrecht door naar de 4de plaats in Billboard’s Hot One Hundred. De vocale kant daargelaten horen we in de begeleiding op deze plaat nog duidelijk dat ze op dat moment nog niet volledig afstand van hun garagerockverleden hadden genomen. Het was hun wel gelukt over te stappen naar het Co and Ce label van de heren Herb Cohen en Nick Cenci, die op die manier de single ook internationaal een kans gaven.

Geïnspireerd door The Reflections-hit Poor man’s son brachten The Vogues net voor de release van hun eerste elpee “Meet the Vogues”, het nummer Five o’ clock world op single uit, een song waarin The Vogues op een niet mis te verstane manier de werkomstandigheden in Pittsburgh op de korrel nemen.

Protestsongs waren in het Amerika van de jaren zestig schering en inslag en The Vogues werden opnieuw beloond met een 4de plaats in de Top 100. Ook de daaropvolgende singlerelease werd op een bestaande song geïnspireerd On Broadway van The Drifters. Deze singel schoof naar de 21ste plaats van de Top Honderd en de opvolger  The land of milk and honey hield halt op plaats 29. In 1966 pakten ze uit met een cover van  Please Mr.Sun, in 1952 al een succes voor crooner Johnnie Ray .

Het was voor de meeste artiesten in de Amerikaanse charts vechten tegen de beatkaai om tijdens die golden sixties aan de bak te komen. Alleen groepen als The Monkees en The Count Five wisten weerwerk te leveren. Daarom dat het zo opvallend is dat een groep als The Vogues met hun ballads toch de aandacht van het platenkopend publiek kon opeisen. Dat ging nog vlotter toen ze in 1968 een deal sloten met het Reprise-label (een label begin jaren 60 opgericht door Frank Sinatra en iets later aan Warner Records verkocht) . The Vogues kregen hier Dick Glasser als producer aangeduid. Hun debuutsingle Turn around ,look at me , een compositie van Jerry Capehart , werd met een 7de plaats bekroond, opnieuw een gouden hit voor The Vogues en dat tussen het popgeweld van Iron Butterfly, Cream en Steppenwolf.

Met deze single hadden The Vogues eindelijk hun vocale draai gevonden. De daarop aansluitende singles zouden alle uitstekende covers van bekende standards worden. Hun vierde en ook tevens laatste toptienhit is daar een mooi voorbeeld van. My special angel werd al eerder een hit voor Bobby Helms (1957). Till, ‘n hit in 1957 voor pianist Roger Williams, werd in de gezongen versie van The Vogues een schitterende meevaller ( plaats 27 in 1968) en Earth Angel en Moments to remember bleven ook binnen het bereik van de top 50. De single Green fields werd hun laatste Reprise-release. Nadien werd naar Bell Records overgestapt waar de single An American Family het niet onaardig deed. De groep moest het van dan af vooral van hun liveoptredens hebben en zo kwamen ze stilaan in het typische Amerikaanse nachtclubcircuit terecht. Vervolgens is het de beurt aan het 20th Century-label met van 1973 tot en met 1974 de singles My prayer, Wonderful Summer en As Time Goes By.

In de jaren 80 wordt de groepsnaam (de orginele Vogues hebben opgehouden te bestaan) doorverkocht aan een promotor die op zoek gaat naar een gloednieuwe bezetting. Maar na een tijdje blijkt dat er diverse groepen onder de naam The Vogues concerteren. In 2000 koopt zanger Stan Elich de groepsnaam en mag met zijn groep als zodanig optreden. Intussen was lid van het eerste uur Chuck Blasko, met toelating van de rechter, in een 14-tal staten blijven optreden en met succes. Oorspronkelijk lid Hugh Geyer had zich opnieuw bij de groep aangesloten, maar stapt in 2006 over naar de formatie die Elich had opgericht. We ronden hier het verhaal af, want de onderlinge twisten en groepswisselingen zouden ons te ver voeren. In 2010 brengen The Vogues met daarin Hugh Geyer nog het livealbum ” The Vogues Sings The Hits Live ” uit op het Desert Trax Music label.

De originele line-up van The Vogues wordt in 2001 gelauwerd en opgenomen in “The Vocal Group Hall of Fame”.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet