Tony Bennett

Geplaatst in Artiesten

Hij en hij alleen mag en kan het op zijn actief schrijven: dat hij de oudste zanger ooit is die op 85-jarige leeftijd met een album op de eerste plaats in de Billboard’s album charts stond. In 2006 had hij al een Grammy gekregen voor zijn album Duets en zes jaar later kreeg hij er zelfs twee, deze keer voor de opvolger Duets II. Zijn naam: Tony Bennett!

Anthony Benedetto komt uit een gezin van drie kinderen, zoon van Anna Suraci en John Benedetto. Johns vader, Giovanni, was een rasechte Italiaan geboren in Podargoni in de Italiaanse provincie Reggio di Calabria. Op het einde van de 19de eeuw kwam er een ware invasie van Italianen op gang richting Amerika. De ganse familie Benedetto ging op zoek naar the big American dream. John had geen sterke gezondheid, kon nergens aan de slag, zodat mama voor het geld moest zorgen. Zeggen dat Anthony samen met zijn broer John Jr. en zijn zus Mary in armoede opgroeiden, is zeker niet overdreven. Anthony, geboren de 3de augustus 1926, was nog maar tien toen zijn vader overleed. Amerika kreunt onder de depressie. Gelukkig is er de naaste familie om een handje en een tandje bij te steken. Toen pa nog leefde, leerde hij zijn kinderen van kunst en literatuur te houden. Muziek was er ook: Eddie Cantor, Joe Venuti, Enrico Caruso, Louis Armstrong, Bing Crosby, Judy Garland, Al Jolson… De familie Bennett woonde in Queens, New York. Op zekere dag organiseert burgemeester Fiorello La Guardia een feest naar aanleiding van de inhuldiging van The Triborough Bridge en Anthony mag zingen. Die brug verbindt drie van de vijf boroughs, woongemeenschappen, in New York: Manhattan, Queens en The Bronx. Dede 11 de juli 1936 wordt de brug voor het verkeer opengesteld. Omdat ze thuis nogal krap bij kas zitten, gaat Anthony op zijn dertiende in Italiaanse restaurants in Queens opdienen en zingen. Daarnaast is hij dol op tekenen en dus verdeelt hij zijn tijd over zijn twee passies. Omdat hij zo handig is met het ontwerpen en schetsen van figuurtjes schrijfthij zich in aan de High School of Industrial Art in New York. Hier kan hij ook muziek studeren. Maar thuis gaat het er financieel almaar meer op achteruit en op zijn zestiende haakt Anthony qua studies definitief af. Omdat hij niet meteen als professioneel zanger aan de bak kan, gaat hij werken bij The Associated Press in Manhattan en probeert zo veel mogelijk bij te klussen. Het zingen laat hem niet los. Hij wint hier en daar een zangwedstrijd en treedt met veel succes en enige regelmaat op in de Paramus, een nightclub in het naburige New Jersey. Wanneer de Tweede Wereldoorlog stilaan ten einde loopt, moet Anthony onder de wapens. Hij volgt een opleiding in Fort Dix en Fort Robinson. Hij maakt deel uit van the 255th Infantary Regiment of the 63rd Infantry Division. Hij trekt met hen daadwerkelijk naar het slagveld en belandt op die manier in Frankrijk en Duitsland. Hij ervaart het hele gebeuren als een helse operatie en ontsnapt meerdere keren ei zo na aan de dood. Op het einde van de oorlog maakt hij ook nog de bevrijding van het naziconcentratiekamp in Landsberg mee.

Tony blijft nog een tijdje in Duitsland en treedt daar op als Joe Bari samen met The Army Special Services Band. De naam Bari leent hij van een landstreek in Italië (een populaire zanger uit die streek wordt later Nicola di Bari). In 1946 wordt hij uit het leger ontslagen, keert naar New York terug en gaat daar aan The American Theatre Wing zangles volgen. De regering vond dat jonge soldaten die tijdens de oorlog hun kans hadden gemist om een degelijke schoolopleiding te volgen, nu een tweede kans moeten krijgen. Ze mogen zelf hun school uitkiezen, de regering staat in voor de onkosten. The American Theatre Wing was in 1939 in Manhattan opgericht door de dames Rachel Crothers en Antoinette Perry. Na de Tweede Wereldoorlog richten ze zich vooral op de opvang van oorlogsveteranen om hun wat ontspanning te bezorgen en bieden soldaten de kans zich in de theaterwereld in te werken. Bennett leert hier zelfs opera-aria’s zingen en die kunst van de belcantostijl bezorgt hem een uitstekende ademhalingstechniek die hem later nog goed van pas zal komen.  Bennett gaat op zoek naar een platenfirma die met hem in zee wil en komt terecht bij het kleine Leslie Records-label dat een aantal singles uitbrengt, maar zelfs geen hond die er oren naar heeft. In 1949 wordt hij door de bekende musicalzangeres Pearl Bailey gevraagd op te treden in Greenwich Village in een show samen met Bob Hope. Hope is meteen weg van het talent van Anthony en vraagt of hij niet samen met hem op tournee wil op voorwaarde dat hij zijn naam verandert in Tony Bennett. Tijdens hun optredens zingt Tony ondermeer de song Boulevard of Broken Dreams, een lied uit 1933 van de hand van Al Dubin en Harry Warren en het jaar nadien bekend geworden wanneer het in de film “Moulin Rouge” opduikt. Tony maakt er een demoversie van die ter ore komt van Mitch Miller van Columbia Records en een platencontract ligt binnen handbereik. Miller, die het klappen van de zweep kent, smeekt Bennett de zangstijl van Frank Sinatra s.v.p. niet te kopiëren. Sinatra had het net aan de stok gekregen met Miller omdat die volgens The Voice hem dwaze liedjes liet zingen zoals Mama will bark geschreven door Dick Manning en als duet gezongen samen met Dagmar. Voor de echte Sinatra-fans is dit de slechtste plaat die Sinatra ooit heeft ingeblikt en voor Ol’ Blue Eyes was daarmee de kous af en ruilt hij Columbia Records tegen Capitol Records. Miller is dus maar wat blij dat hij Tony Bennett in zijn platenstal krijgt.

Miller had een goede neus voor geschikte songs, goede arrangeurs en vooral goede orkesten. Hij linkt Tony Bennett meteen aan Percy Faith en laat een bewerking maken van het nummer Because of You dat al in 1940 was neergepend door Arthur Hammerstein en Dudley Wilkinson. De 4de april 1951 zit Tony Bennett samen met het orkest van Percy Faith in de CBS Studio in 30th Street in New York, de 23ste juni staat Tony Bennett met de single op één in de Amerikaanse top tien. In diezelfde stijl brengen ze een bewerking op single uit van een oude countryhit van Hank Williams Cold Cold Heart. De 28ste juli 1951 staat het nummer boven aan de Amerikaanse charts. Bennett had zich geen betere start van zijn carrière durven te dromen. Nadien mag hij even uitblazen al scoren de singles Blue Velvet en Here in my Heart niet onaardig. Het valt op dat Bennett met zijn stijl ook een jonger publiek aanspreekt net zoals Sinatra dat voordien deed. Ondanks vele vrouwelijke fans stapt Bennett de 12de februari 1952 in het huwelijk met Patricia Beech die hij na een optreden in een nightclub in Cleveland tegen het lijf was gelopen. Ze krijgen de jaren nadien twee zonen: Danny en Daegal. Onthou die namen, want ze worden een sterke steun in pa’s carrière decennia later.

Bennett, goed op dreef bij Columbia Records, neemt in 1953 een swingende versie op van Rags to Riches dat de Presley-fans in een veel latere versie van hun idool kennen. De song is  geschreven door Richard Adler en Jerry Ross, verantwoordelijk voor hits als Hernando’s Hideaway en Whatever Lola Wants. In het najaar van 1953 staat Bennett met Rags to Riches op één in de Amerikaanse charts. Met de volgende single herhaalt hij die stunt op enkele centimeters na. Hij strandt op twee in de maand december van 1953 met Stranger in Paradise weggeplukt uit de op dat moment razend populaire musical “Kismet”. Bennett zal in de loop van zijn carrière vaker muzikale hoogtepunten uit diverse musicals inblikken. In Engeland wordt zijn versie van Stranger in Paradise ook een hit en daarmee zet hij vaste voet aan de grond in Europa. Van de singles die volgen bereiken er een aantal nog de Top 10 onder meer There’ll Be No Teardrops Tonight en Cinnamon Sinner.

In 1955 duikt de rock ‘n ‘ roll in de hitlijsten op, maar die concurrentie deert Bennett niet. In 1957, wanneer Elvis Presley en zijn kompanen de top tien inpalmen, scoort Tony een hit met In The Middle Of An Island. De 5de augustus wordt het nummer op single uitgebracht en bereikt iets later de negende plaats in Billboard’s Hot One Hundred. Voor de volledigheid en om je nu al te verwittigen, meteen ook de laatste toptiennotering voor de rest van zijn carrière. Vanaf 1957 gaat Bennett samenwerken met pianist Ralph Sharon die hem adviseert niet langer te dwepen met zeemzoeterige ballads, maar eerder uit te kijken naar goede jazzstandards. Datzelfde jaar blikken ze het album ”The Beat of My Heart” in en krijgen daarbij de instrumentale support van Herbie Mann, Nat Adderley, Chico Hamilton en Art Blakey.  Als eerste zal Tony Bennett een jaar later ook samenzingen met het jazzorkest van Count Basie op de elpee “Basie Swings, Bennett Sings” wat ze een jaar later nog eens overdoen op het album ”In Person!”dat ze tussen de 22ste en 30ste december 1958 in New York inblikken met daarop geweldige songs zoals Just in Time en Firefly in een productie van Mitch Miller.

In navolging van Sinatra ontpopt Bennett zich als een zanger die zich het best thuis voelt op de podia van bekende nightclubs al trekt hij in de zomer van 1962 richting Carnegie Hall samen met onder meer The Ralph Sharon Trio, Kenny Burrell en Al Cohn voor een erg gesmaakt concert met daarin zomaar liefst 44 songs verwerkt. Vooral de nummers The Best Is Yet To Come en I’ve Got The World On A String laten horen dat Tony Bennett niet voor niets in Frank Sinatra een van zijn grootste fans heeft gevonden. The Voice is namelijk tuk op de stemmen van Bennett en die van zijn collega Vic Damone, ook al een jongen met Italiaanse roots.

Ook al geraakt de single niet in de Amerikaanse top tien toch zou Tony Bennett in 1962 zijn meest bekende song opnemen I Left My Heart in San Francisco. Je zal ver moeten zoeken om een muziekliefhebber tegen te komen die niet met deze evergreen vertrouwd is. Deze klassieker werd al in 1954 door George Cory op tekst van Douglas Cross geschreven. Oorspronkelijk was deze fantastische song door Cory en Cross voor Claramae Turner, een Amerikaanse operazangeres, een contra-alt, geschreven, die dit liedje wel zong, maar nooit op plaat heeft gezet. Zij was verbonden aan de New York City Opera. Eenmaal dook ze op in een film, dat was in 1956 in “Carousel” van Rodgers en Hammerstein. Claramae Turner zong I left my heart in San Francisco vaak tijdens haar concerten als bisnummer, maar haar versie werd dus  nooit op plaat vereeuwigd, die eer was voor Tony Bennett weggelegd. Het was Bennetts jarenlange begeleider Ralph Sharon die hem  op I left my heart in San Francisco attendeerde. Hij was namelijk bevriend met de componisten Cory en Cross en tijdens een optreden in het Fairmont Hotel in San Francisco spoorde hij Bennett aan deze song aan zijn repertoire toe te voegen en op te nemen. Die opname werd een bescheiden hit in 1962, geraakte tot op de negentiende plaats in Billboard’s Hot One Hundred. Tony kreeg zowel een Grammy Award voor beste song alsook voor beste zanger van 1962. Toen in 2001 een lijst werd opgesteld met daarin de belangrijkste songs van de voorbije 20ste eeuw mocht I left my heart in San Francisco zich op een drieëntwintigste plaats nestelen. De stad San Francisco heeft intussen de song tot een soort tweede hymne gebombardeerd samen met de titelsong uit de film San Francisco van 1932. Tony Bennett beweerde in The Tonight Show with Jay Leno in 2006 dat hij het liedje voor de allereerste keer in The Tonight Show starring Johnny Carson in 1962 zong toen die met die tv-show voor de eerste maal op uitzending ging. Cross en Cory gaven jaren later toe dat ze in het begin problemen hadden met de titel. Eerst heette het liedje When I return to San Francisco, nadien werd het When I come home tot het uiteindelijk I left my heart in San Francisco werd.

Meteen na dit succes pakt Bennett uit met naar mijn mening een van zijn beste platen I Wanna Be Around dat ook de titel wordt van zijn nieuwe elpee. De single klimt tot op de veertiende plaats in Billboard’s Hot One Hundred in de maand januari van 1964, het album zelf tot in de top vijf van de Amerikaanse album Top tweehonderd. Qua repertoire heeft Bennett ook enkele Franse chansons ontdekt van onder meer Henri Salvador, Sacha Distel en Gilbert Bécaud die hij gelijk laat vertalen wat aangeeft dat Bennett steeds op zoek is naar geschikte songs. Een hoogvlieger op die plaat is na al die jaren, naast de titelsong, nog altijd het nummer The Good Life gebleven.Naarmate de sixties vorderen, wordt het voor Bennett almaar moeilijker om nog met singles op te vallen in de hitlijsten. Intussen zijn The Beatles met in hun kielzog de beatboom gearriveerd. Toch neemt hij een aantal nummers op die we zeker niet uit het oog mogen verliezen: Who Can I Turn To, Fly me To The Moon en If I Ruled The World uit de Broadwaymusical “Picknick” dat ik naast deze uitvoering van Tony ook koester in de versie van The Righteous Brothers.

In 1965 stopt de samenwerking tussen Tony Bennett en zijn vaste pianist en muziekadviseur Ralph Sharon. Columbia gaat een andere politiek voeren. Ze hebben hun bekendste sterren aangemaand, en dan denk ik onder meer aan Barbra Streisand en Lena Horne, om hun repertoire iets meer poppy te kleuren. Het is onder druk van platenbaas Clive Davis dat Bennett zich laat overhalen het album ”Tony Sings the Great Hits of Today” op te nemen. Tony houdt niet zo van het woord hits, hij dweept meer met klassiekers, songs die de tijd hebben doorstaan, doorbloeiers en ook nieuwe songs die zeer degelijk zijn geschreven. Hij wil zijn publiek het beste serveren wat er qua songmateriaal op de markt is. De reacties op het album zijn zo slecht dat Bennett in een depressie belandt. Bennett moet ook nog verwerken dat zijn vrouw Patricia hem in de steek laat. Bennett heeft zijn oog laten vallen op actrice Sandra Grant. Ze zullen de 29ste december 1971 in alle stilte huwen en in Los Angeles gaan wonen en krijgen twee dochters Joanna en Antonia.

Omdat Bennett het niet meer ziet zitten om nog langer de bemoeizucht van zijn platenfirma te slikken, richt hij een eigen maatschappij op Improv. Hij laat zich deskundig omringen door pianist Bill Evans met wie hij de elpees “The Tony Bennett/Bill Evans Album” en “Together Again” opneemt. Het enige dat niet meezit, is dat Bennett geen firma vindt die zijn platen wil verdelen en alzo gaan zijn plannen met Improv naar de haaien. In 1977  is dat liedje uitgezongen. Buiten een paar concerten in Las Vegas schiet er voor Bennett haast niks meer over: geen manager, geen platenfirma en geen huwelijk, want ook Sandra ziet geen samenzijn meer zitten. Bennett geraakt aan lagerwal, aan de drugs en de alcohol. Ten einde raad zoekt hij contact met zijn zonen Dae en Danny uit zijn eerste huwelijk. Danny, zelf een muzikant, besluit zijn vader te helpen. Danny heeft een goede neus voor zaken en dat wil hij combineren met het muzikale talent van zijn vader. Pa heeft geen rode duit meer, dus hij heeft geen andere keuze dan zijn zoon als manager aan te duiden én als zakenpartner. Het eerste wat zijn zoon doet is pa’s uitgaven krimpen en terug in New York gaan wonen. Hij besluit op zoek te gaan naar kleine theaters om daar met pa op te treden zodat die zich opnieuw in de picture kan zingen. Tony zoekt opnieuw contact met zijn vroegere pianist Ralp Sharon. Qua hits moet Tony Bennett inmiddels een heel eind terug over zijn schouders kijken en terugdenken aan de laatste singles die hij had uitgebracht zoals: The Shadow of Your Smile, Georgia Rose en For Once in My Life, stuk voor stuk releases uit de tweede helft van de jaren zestig. Na jaren zonder platencontract te hebben gezeten, keert Tony in 1986 terug naar Columbia Records die opnieuw in hem geloven met als resultaat de plaat ”The Art of Excellence”. Het is zijn zoon Danny die de productie voor zijn rekening neemt. Op dit album staan onder meer I Got Lost in Her Arms en het beeldschone How Do You Keep The Music Playing. Danny wil dat zijn vader ook een jonger publiek aanspreekt. Hij vindt dat het medium televisie hem daarbij een handje kan helpen en gaat op zoek naar een show die ook de jongeren aanspreekt en komt zo terecht bij “Late Night with David Letterman”. Wanneer pa ook een plaatsje krijgt in “The Simpsons” en “The Muppets Tonight” is de aftrap gegeven.  Geschikte albums worden daarbij niet uit het oog en het oor verloren. Conceptalbums krijgen daarbij de voorkeur. Als hommage aan zijn collega Frank Sinatra brengt Bennett in 1992 de cd “Perfectly Frank” in een productie van Andre Fisher op de markt en een jaar later “Steppin’ Out” in een productie van David Kahne met een knipoog naar Fred Astaire. Beide albums leveren hem  de Grammy Best Traditional Pop Vocal Performance op en worden elk met goud bekroond. Danny koppelt zijn vader tijdens The MTV Video Music Awards show aan The Red Hot Chili Peppers.

De overbrugging tussen jong en oud is daarmee een feit. In 1994 volgt haast logischerwijze de show MTV Unplugged en Tony vraagt aan Elvis Costello en k.d. Lang of ze hem daarbij niet willen assisteren. Dit alles verschijnt op het album MTV Unplugged: Tony Bennett goed voor de platina status en de Grammy Best Traditional Pop Vocal Performance of The Year, alweer. Zijn bankrekening is intussen weer het bekijken waard, goed voor zo’n slordige 20 miljoen dollar en dan is pa Bennett nog maar 73 en nog lang niet aan rusten toe. Per jaar werkt hij zo’n tweehonderd concerten af.

Om komaf te maken met de vele verhalen die over hem de ronde doen, waar of niet waar, publiceert hij in 1998 het boek “The Good Life: The Autobiography of Tony Bennett”. De jaren nadien blijft hij de Grammy’s opstapelen, onder meer in 2000 voor het album “Bennett Sings Ellington: Hot & Cool”, in 2003 voor “Playing with My Friends: Bennett Sings the Blues”, in 2006 voor “The Art of Romance” en in 2007 voor “Duets: An American Classic”.. Hij bereikt daarmee de hoogste plaats ooit in de Amerikaanse album top tweehonderd. Het album is een cadeau voor zijn tachtigste verjaardag. Er wordt samengezongen met Barbra Streisand, Paul McCartney, James Taylor, Elton John en Billy Joel onder het toeziend oog van producer Phil Ramone. Vijf jaar later is het opnieuw raak en krijgt hij opnieuw een Grammy voor het album ”Duets II” met deze keer het jongere geschut zoals: Norah Jones, Amy Winehouse, Michael Bublé, Lady Gaga en Mariah Carey. Met méér dan zeventig albums op zijn actief en méér dan vijftig miljoen verkochte exemplaren behoort Tony Bennett tot de absolute wereldtop. Met inmiddels een ster op The Hollywood Walk of Fame en een ereplaats in The Big Band and Jazz Hall of Fame mag Tony Bennett in 2002 The Lifetime Achievement Award from The American Society of Composers, Authors and Publishers in ontvangst nemen. Goede doelen steunt hij aan de lopende band. Ik ga ze niet opsommen, maar niet voor niets wordt hij soms gekscherend Tony Benefit genoemd. Ook zijn zoon Dae steunt hij door dik en dun. Pa heeft ervoor gezorgd dat zoonlief de plak mag zwaaien in hun studio Bennett Studios in Englewood, New Jersey terwijl zoon Danny zijn honkvaste manager blijft. Dochter Antonia Bennett timmert intussen aan een carrière als jazzzangeres. Antonia studeerde aan het befaamde Berklee College of Music in Boston en dweept met Billie Holiday en Rickie Lee Jones.

In 2014 neemt Bennett samen met Lady Gaga het album “Cheek to Cheek” op, nadat ze met de single The Lady is A Tramp veel lof hadden gescoord. De 12de februari 2012 wint Bennett zijn 15de en 16de Grammy tijdens de 54ste uitreiking van deze felbegeerde muziekprijzen.

Waar de kinderen intussen ook trots op zijn, is het talent van pa als kunstschilder. Hij signeert zijn kunstwerken als Anthony Benedetto of kortweg Benedetto. Hij is door de jaren heen les blijven volgen waar en wanneer het maar enigszins kan en kon en kent de belangrijkste musea als zijn broekzak. Wereldwijd hebben zijn schilderijen menige galerie gesierd. In opdracht van de Verenigde Naties schilderde hij twee kunstwerken. In The National Arts Club in Gramercy Park in New York hangt zijn schilderij Boy on a Sailboat permanent te bewonderen alsook zijn Central Park in het Smithsonian American Art Museum in Washington DC. Mocht je nader kennis willen maken met zijn schilderijen dan is er sinds 2007 het boek “Tony Bennett in the Studio: A Life of Art & Music”. En onthou wat Tony Bennett zo vaak in menig interview heeft gezegd en dat geldt zowel voor zijn schilderijen als voor zijn songs:” If something’s good, it lasts forever”.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet