Toots Thielemans

Geplaatst in Artiesten

We zullen hem aankondigen zoals het bij een man van zijn status past: Baron Jean-Baptiste Frédéric Isidor Thielemans, in 2001 door koning Albert II in de adelstand verheven. De man die onsterfelijk werd dankzij zijn mondharmonica. Niet alleen te horen op platen en cd’s, maar ook in de titelsong van de tv-reeksen “Sesame Street”, “Witse” en “Baantjer”. Daarnaast in tal van soundtracks: “Midnight Cowboy”, “Jean de Florette”, “Head over Heels” en “Turks Fruit”, om er een paar te noemen. Voor “Turks Fruit” trok Toots naar de studio samen met het Metropole Orkest o.l.v. Rogier van Otterloo. In menige jazzencyclopedie duikt hij op aan de zijde van onder meer Oscar Peterson, Benny Goodman, Quincy Jones en Dizzy Gillespie. Ondanks die erestatus mogen we hem un ketje de Bruxelles noemen! De man van wie Quincy Jones ooit zei: “Toots, he goes for the heart and makes you cry… We have worked together more times than I can count and he always keeps me coming back for more…” Voorts noemt Quincy hem Stink, voor Toots een fantastische bijnaam: “Quincy says my music has the aroma of a black man who needs a shower.”

Toots kwam de negenentwintigste april 1922 ter wereld in de Brusselse volkswijk de Marollen als Jean-Baptiste Victor Frédéric Isidor Thielemans, waar zijn vader Bernard, een socialist, en moeder Armance aan de Hoogstraat het café ” ‘t Trapken af” uitbaatten. Op de zondagnamiddag trad daar altijd een accordeonist op. Jeanke, die als kind al aan astma lijdt, werd meteen door die klanken gegrepen. Op een oude schoenendoos speelde hij die accordeonist na en kreeg enkele dagen later een speelgoedtrekharmonica van zijn ouders. Toen bleek dat dat instrument hem goed lag, kreeg hij vrij snel een echte kinderaccordeon, die hij tot op het einde van zijn leven zal bewaren. Op het Vossenplein werd onze kleine virtuoos snel een publiekstrekker. Hij liep lagere school in Koekelberg. Het zijn vooral Franse liedjes die hij op zijn accordeon speelt, van jazz is dan nog geen sprake: de in die tijd populaire chansons van Charles Trenet, Josephine Baker en Edith Piaf. Zijn ouders runnen intussen een winkel, “Het Boerinneke” in Molenbeek, waar ze werkkleding fabriceren. Jean en zijn zeven jaar jongere zus Mariette proberen zich daar zo goed mogelijk staande te houden.

Na het zien van een film in de bioscoop met in de hoofdrol James Cagney waarin een adembenemend stukje mondharmonicamuziek opduikt, gespeeld door Larry Adler, besluit Jean zijn accordeon wat aan de kant te zetten en voortaan van de mondharmonica zijn lievelingsinstrument te maken. Hij beluistert zo veel mogelijk platen met virtuozen op dit kleine instrument zoals Borrah Minevitch & His Harmonicats. Hij probeert liedjes als Beer Barrel Polka en St. Louis Blues na te spelen. Wat zijn vrienden opvalt, is dat hij daarbij graag improviseert. Tussen al dat musiceren door heeft Jean nog de tijd om naar school te gaan. Na zijn middelbare studies trekt hij naar de “Université Libre de Bruxelles” om daar wiskunde te studeren. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog gaat de universiteit dicht. In mei 1940 vlucht het gezin Thielemans naar Frankrijk. Jean is dan achttien. Zij gaan een tijdje in Masseret, in de buurt van Limoges wonen. Daar maakt Jean via een Engelstalige radiozender kennis met Amerikaanse jazz. Jean probeert met die voor hem nieuwe muziek mee te spelen. Eind augustus 1940 keert het gezin naar Brussel terug. Via een middenjury probeert Jean nadien voor zijn examen te slagen, maar hij heeft heel wat leeracherstand opgelopen en zijn intesesse gaat ook almaar meer richting muziek. Een leuke noot bij dit is dat Toots jaren later, in december 2001, van deze universiteit vanwege zijn wereldwijde verdienste de eretitel “doctor honoris causa”.

Jean weet nog goed dat hij pas echt door de jazzmicrobe werd bezeten, toen hij in 1942 op een grammofoon Louis Armstrong hoorde met Carry Me Back to old Virginny. In een nabijgelegen platenwinkel gaat hij op zoek naar meer van dat. Zo koopt hij onder de toonbank, want Amerikaanse muziek was door de Duitsers streng verboden, opnamen van Louis Armstrong met het in die tijd bekende kwartet The Mills Brothers. Jammer voor Jean, maar zijn entourage lust het geluid van zijn mondharmonica niet. Wanneer hij in 1943 in bed moet blijven, geveld door een longontsteking, daagt zijn vriend Gilbert Delange hem uit om zo snel mogelijk het nummer Hold Tight van Fats Waller op gitaar te leren spelen: het melodietje herkenbaar op één snaar spelen, volstaat. Binnen het kwartier lukt hem dat en die gitaar is als cadeau van dan af van hem. Zijn schoolvoorbeeld wordt de Belgische zigeunergitarist Django Reinhardt et Le Quintette du Hot Club de France (met violist Stéphane Grappelli).

Samen met andere muzikanten speelt Jean na de Tweede Wereldoorlog in Brusselse gelegenheden swingende dansmuziek. Tal van Amerikaanse artiesten komen naar Europa afgezakt om hier op te treden. Jean koopt ook almaar meer 78 toerenplaten en leert op die manier de muziek van Dizzy Gillespie en Charlie Parker kennen. Zij spelen “bebop”, vernieuwende muziek voor fijnproevers, want de doorsnee jazzliefhebber is er niet zo tuk op. Het is muzikant Herman Sandy die Toots aanraadt een vlotte roepnaam te gebruiken en dat wordt uiteindelijk voor Toots, naar de altsaxofonist Toots Mondello en trompettist Toots Camarata. Die kiest resoluut voor de jazzmuziek. In 1946 wordt Toots gitarist bij de amateurband Le Jazz Hot. Hij bespeelt dan al de elektrische gitaar. We vinden hem eenmalig  terug in het begeleidingsorkest van Bobbejaan Schoepen voor een gelegenheidsoptreden. Wanneer Bobbejaan jaren later naar Amerika trekt om daar optreden, zullen hun paden elkaar een aantal keren kruisen. Voor hun concerten in Brussel wordt Toots gevraagd door Franse sterren als Charles Trenet en Edith Piaf.

De jongste broer van Toots’ vader, Theo, woont in Miami. In 1947 is hij in Brussel op bezoek en nodigt Toots uit om een tijdje bij hem in Amerika te komen logeren. Dolblij reist hij af naar het land van de jazz. Zij reizen via Zuid-Frankrijk met het schip de MS Vulcania naar New York, vervolgens naar Washington en dan naar Theo’s thuishaven Miami, waar Toots in een jazzbar tijdens een jamsessie zijn kunnen mag etaleren. Daar aanwezig is journalist Bill Gottlieb van “The Washington Post”. Die is verbaasd dat die kleine Belg niet alleen behendig is op de gitaar, maar ook op de mondharmonica. Vooral die combinatie van beide valt hem op. Bill raadt Toots aan, wanneer hij terug in New York is, contact met hem op te nemen. Hij zorgt ervoor dat Toots kan optreden met de J.J. Johnson All Star Band in de “Three Deuces” in Manhattan. Het publiek is eerst afkerig van die Belg met zijn mondharmonicaatje, maar na enkele nummers gaat het door het dak. Na het optreden maakt Toots kennis met Billy Shaw, de toenmalige impresario van Benny Goodman, die Thielemans vraagt of hij hem vanuit België geen opnamen van hem kan opsturen. Die zijn er echter nog niet. Met enkele vrienden neemt Toots iets later in een Brusselse garage zijn arrangement op van de jazzklassieker Stardust. Hij voegt er zelfs een strijkkwartet aan toe. Die opname komt terecht bij trompettist Ray Nance, die Toots iets voordien in ons land had leren kennen na een optreden van Duke Ellington. Zij worden goede maatjes en Ray belooft Toots dat hij de plaat aan Benny Goodman zal bezorgen. Dat gebeurt in het najaar van 1948 op Goodmans kantoor aan 654 Madison Avenue in New York. Goodman is zo onder de indruk van Toots’ talent dat hij hem uitnodigt om vanaf de vijfde december van dat jaar, en dat voor een aantal concerten, mee te spelen in zijn band in het “Paramount Theater” in Manhattan. Maar Dame Fortuna is hem niet gunstig gezind, want hij krijgt geen werkvergunning en ook geen visum voor de USA. In de liefde heeft Toots meer geluk, want de negenentwintigste augustus 1949 trouwt hij met Netty De Greef. Hun liefde is oersterk. Netty weet dat hun huwelijk zal standhouden, ook al zal haar man vaak van huis zijn. Goodman neemt Toots in 1950 mee op zijn Europese tournee, te beginnen in “The London Palladium” en zo verder richting Italië, Zwitserland en Zweden. Toots mag dan deel uitmaken van Goodmans “All Star Septet”, aan de zijde van onder anderen Roy Eldridge en Zoots Sims. In Stockholm ontmoet hij de in die tijd invloedrijke altsaxofonist Charlie Parker. Wanneer Parker in de “Nalen-danshal” in Stockholm optreedt, mag Toots tijdens een onvergetelijke jamsessie meespelen.

Zweden wordt van dan af voor Toots een plek om lief te hebben en vaak naar terug te keren. De Zweden houden van Toots’ manier van spelen: zijn melancholische stijl spreekt hen aan. Zijn klankkleur lijkt sterk op diegene die  in hun folkloristische muziek ook te horen is. Zo zal Toots in die periode te horen zijn met Nalen Boogie, genoemd naar de bekende jazzclub in Stockholm..

In 1951 krijgt Toots zijn greencard in handen en mag voor een halfjaar in Amerika gaan werken. Hij gaat er samen met zijn vrouw Netty wonen op een schamel kamertje in een al even schamel hotel in de wijk Yonkers in New York. Om aan een greencard te geraken, moet hij dringend een job vinden. Hij kan er een versieren bij de Belgische Nationale Luchtvaartmaatschappij Sabena. Toots gaat daar werken op de pr-en verzendingsafdeling. Hij verdeelt onder meer reclamefolders over de vluchten naar Afrika en Amerika. Geen echt boeiende baan als je koste wat het kost jazz wilt spelen. Hij ziet geen andere uitweg, want Toots is nog niet in het bezit van zijn Union Permit van de Musicians Union, de strenge vakbond voor muzikanten. Je moet immers kunnen bewijzen dat je op dat terrein aan de bak komt. Voor Toots wordt het vaak heen en weer reizen. Telkens wanneer zijn visum vervalt, keert hij terug naar Europa om te wachten op een nieuwe greencard. Een permanent verblijf in Amerika zit er nog niet in. Pas de negentiende augustus 1957 accepteren de Verenigde Staten hem als Amerikaans staatsburger. Toots gaat dan op huisnummer 279 North Broadway, Yonkers, New York wonen. Hij heeft zijn Belgische nationaliteit opgegeven. Hij is, zoals hij het in zijn eigen woorden zegt, “een veramerikaniseerde Brusseleer”.

Toots Thielemans is van dan af regelmatig te vinden in jazzclub “Birdland” op Broadway en iets verderop in “Junior’s Tavern”. Hij begint schoorvoetend met een trio, een combinatie van harmonica, orgel en banjo, maar een succes wordt dat niet. Het is talentscout Tony Scott die Toots voorstelt aan de blinde Engels-Amerikaanse jazzpianist George Shearing. George is op zoek naar een vervanger voor zijn vaste gitarist Dick Garcia. Toots weet nog dat hij voor George zijn versie van Body and Soul speelde. Die is meteen onder de indruk. Hij belooft Toots de job als die binnen de week al de gitaarpartijen van Shearings repertoire kan spelen. Toots laat zien dat hij een rastalent is en slaagt met glans. Een week later maakt hij al deel uit van de band. Deze samenwerking, die van 1952 tot 1959 zal standhouden, wordt voor Toots een enorme leerschool. Hij neemt met Shearing tal van elpees op en leert op die manier ook de binnenkant van de hitlijsten kennen. De samenwerking met George is echter a tough one. Hij gunt Toots af en toe een solomoment, maar wanneer dat Toots te veel applaus oplevert, vervalt dat nummer bij het volgend optreden. Wanneer Toots’ vader doodziek wordt, staat George hem een bezoek aan België toe, maar dan wordt zijn plaats wel door een andere muzikant ingenomen. Toots blijft dan maar op post. Zijn vader overlijdt op zevenenvijftigjarige leeftijd. Om dat verlies te verwerken, schrijft hij Old Friend, waarvoor hij de melodie baseert op het klassieke Ave Maria. Werken met George Shearing was een hele opgave. Zo waren ze zo’n achtenveertig weken per jaar on the road. Financieel hield Toots, ook al hebben hij en zijn vrouw altijd goed kunnen cijferen, er geen bergen geld aan over, want de hotelkosten en maaltijden waren voor eigen rekening. Leden van The George Shearing Quintet vormden in die tijd, samen met muzikanten uit The Count Basie Band en het kwintet van Miles Davis, de gelegenheidsgroep Birdland All Stars, voor Toots het neusje van de muzikale zalm en zo’n beetje zijn speeltuin. Hier ontmoet hij Stan Getz, Billie Holiday, Sarah Vaughan en nog andere grootheden.

Wanneer Shearing zijn kwintet opdoekt, neemt Toots opnieuw contact op met zijn connecties in Zweden. Voortaan geraakt hij daar ruimschoots aan de bak. Hij maakt zich snel de taal eigen en treedt op in de revues van het komische duo Hasse & Tage. Hij scoort in Zweden een hit, al fluitend nog wel, met Whistle while you work, dat hij opneemt met hammondorganist Reinhold Svensson. Thielemans is daarnaast ook een graag geziene gast bij de bigband van de Duitse orkestleider Paul Kuhn, het thuisorkest van het Berlijnse radiostation Sender Freies Berlin.

Intussen had Toots al een rist soloplaten opgenomen. In 1955 op het het Columbia-label “The Sound” met daarop onder meer On the Alamo, Skylark, Sophisticated Lady en Stars fell on Alabama. Omdat Toots een aardig mondje kan fluiten, zich daarbij even behendig op de gitaar begeleidend, neemt hij voor ABC Paramount in 1964 het album “The whistler and his guitar” op, in een productie van Sid Feller. Zijn keuze valt deze keer op songs als Wives and lovers, Manhattan, Deep purple en Bluesette. Toen Toots in 1962 in de universiteit van Brussel optrad tijdens een show met jazzviolist Stéphane Grappelli, speelde hij in de kleedkamer die hij met hem deelde, een liedje dat eerder op improviseren leek dan op wat anders. Het was Stéphane die hem aanspoorde dat verder uit te werken. Uiteindelijk wordt het een jazzwalsje dat hij eerst Bleuet noemt, Frans voor korenbloem. Hij blikt het iets later in een studio in Stockholm in. De geluidstechnicus van dienst vindt dat het qua sfeer een beetje weg heeft van een musette: ” Let’s put an s between bleu and let’s call it Bluesette“. Het belandt op een single met op de B-kant Autumn Leaves en wordt zelfs in sommige landen een bescheiden hit. Ray Charles vindt de song zo goed dat hij hem van een Engelstalige tekst laat voorzien door Norman Gimbel. Zelfs Ella Fitzgerald neemt er een gezongen versie van op.

Het is de legendarische arrangeur en producer Quincy Jones die wel wat ziet in die combinatie van fluiten en gitaar en vraagt Toots zijn talent te lenen voor enkele soundtracks en begintunes van televisieprogramma’s, waaronder “The Bill Cosby Show” en “Sanford and Son”. Hij wordt wereldwijd gehoord wanneer hij de tune speelt voor de bekende Amerikaanse televisiereeks “Sesame Street”, geschreven door Joe Raposo. Qua soundtracks heeft Toots zijn stempel gedrukt door zijn opvallend harmonicaspel in “Midnight Cowboy” (1969), “The Getaway” (1972), “Turks Fruit” (1973) van de Nederlandse regisseur Paul Verhoeven, de Belgische film “Zware Jongens” (1984) en “Jean de Florette” (1986) met in de hoofdrol Yves Montand en Gérard Depardieu. Maar hoog in zijn vaandel draagt hij nog altijd zijn muzikale bijdrage aan de Zweedse animatiefilm “Dunderklumpen!” uit 1974, met animatie Beppe Wolgers en muziek van Toots. En nu we toch filmisch aan het opsommen zijn, mogen we zeker zijn herkenbaar geluid niet vergeten in de Vlaamse politieserie “Witse” en de Nederlandse misdaadreeks “Baantjer”. Op dit soort musiceren komt vanuit het jazzmilieu nogal wat kritiek, zeker wanneer Toots daarnaast ook gretig reclamespots gaat voorzien van het geluid van zijn, zoals Willem Duys het ooit noemde, broodje. Zij beschuldigen hem ervan dat hij zijn talent in de uitverkoop zet.

Keren we terug naar het einde van de jaren zestig, om precies te zijn naar 1969, wanneer Toots samen met de Braziliaanse zangeres Elis Regina de elpee “Aquarela do Brasil” opneemt. Hierop hoor je doorleefde versies van Wave, Você, Barquinho, Honeysuckle Rose en Canto de Ossanha. De bossanova had toen al zijn plaats gevonden in de jazzmiddens. Geen wonder dat iemand als Antonio Carlos Jobim een aparte plaats in zijn hart inneemt, de componist van evergreens als Desafinado, The girl from Ipanema en One note samba. Het hoeft ons dan ook niet te verwonderen dat Toots de jaren die volgen zal samenwerken met Braziliaanse sterren als Luiz Bonfa, Caetano Veloso, Astrud Gilberto en Chico Buarque. Een samenbundeling van hun kunnen kan je horen op de albums “The Brasil Project 1 & 2″, verschenen in 1992 en 1993, in een productie van Oscar Castro-Neves, die eveneens liet horen dat hij op een fantastische manier gitaar kan slepen. Hierop kunnen we genieten van onsterfelijke songs als Fruta boa, Manhã de Carnaval, Choro Bandido, Samba de uma nota so, Samba de Orfeu en O Cantador. Voor zijn bijdrage aan de Braziliaanse muziek wordt Toots in 2006 Commandeur van het Legioen van Eer van Brazilië. Hij ontvangt deze onderscheiding uit handen van muzikant Gilberto Gil, op dat moment minister van Cultuur.

Toots ging het ook soms dicht bij huis zoeken. Op het Philips-label is er in 1970 “Toots in Holland” met daarop bekende songs als Et maintenant, Midnight Cowboy, La mamma, My chérie amour en Theme from Peyton Place. Tony Vos en Gerrit den Braber zijn de producers van dienst en de Gentse dirigent Bert Paige leidt het studio-orkest. Vier jaar later blikt Toots, in een productie van de Nederlandse fluitist Chris Hinze, de elpee “Toots Thielemans, Philip Catherine and Friends” in. In 1984 neemt hij in de befaamde “ICP Studio” in Brussel het album “Your Precious Love” op. De première heeft plaats in een café op de Grote Markt van Brussel.

Een van de vele hoogtepunten in de carrière van Toots is wanneer hij in 1975 een telefoontje ontvangt van producer Phil Ramone met de vraag of hij zich snel vrij kan maken om even mee te spelen op het album “Still Crazy after All These Years” van Paul Simon. Het wordt een vluggertje, want Toots moet meteen nadien naar de luchthaven om op te treden tijdens het “Monterey Festival” . Hij mag zijn kunnen showen tijdens de opname van I do it for your love. Simon is zo onder de indruk dat hij Toots iets later mee op tournee uitnodigt en nog eens twee jaar later tijdens zijn tv-show “The Paul Simon Special”. Voor journalist Serge Simonart schetste Paul Simon in het weekblad “Humo” van de 23ste september 2016 Toots, na diens overlijden, als volgt:  ”Toots was a pleasure. Hij was altijd goedgeluimd, er zat geen gram slechtheid in hem. Hij bracht mij rust. Wij waren lange tijd min of meer buren in Montauk, op Long Island, en daar maakten we lange strandwandelingen, soms met onze vrouwen erbij. Hij was een slimme jongen. Hij lit zich niet beduvelen en koos graag de weg van de minste weerstand. Hij kende zijn waarde ook. Hij wist deksels goed dat no one could touch him. Als je wilde dat het perfect en inventief en warm klonk, was hij de man. Impeccable and soulful, een zeldzame combinatie. Het bracht hem in latere jaren een zekere innerlijke rust te weten dat hij de beste was.”

Nog zo’n hoogtepunt in de carrière van Toots is en blijft zijn bijdrage aan de plaatopname van de Amerikaanse pianist Bill Evans. In het najaar van 1978 zit hij met hem in de “Columbia Studio” in New York, daarbij geflankeerd door bassist Marc Johnson, drummer Eliot Zigmund en saxofonist Larry Schneider, voor de opname van het album “Affinity”. Producer van dienst is Helen Keane. De plaat opent met een instrumentale versie van Paul Simons I do it for your love, een suggestie van Toots. De plaat wordt begin 1979 uitgebracht op het Warner Bros-label.

Een Nederlandse productie wordt in 1980 op het CBS-label het album “Collage”, waarop Toots nauw samenwerkt met Nederlandse sterren als Thijs van Leer, Wim Overgaauw, Rogier van Otterloo, Louis van Dijk, Rita Reys en The Dutch Swing College Band. In de lente van 1983 vinden we Toots onder meer terug in de “Chelsea Sound Studio” in New York voor de opname van het album “An innocent Man” van Billy Joel, weerom een productie van Phil Ramone. Die staat erop dat Toots wordt ingehuurd om mee te spelen tijdens de opname van de song Leave a tender moment alone. Toots is iets later ook te horen en te zien in een liveopname van dat nummer tijdens een concert van Billy in Londen.

In 1981 wordt Toots Thielemans getroffen door een hersenbloeding: “Ik zou dertig optredens met de Amerikaanse jazztrompettist Dizzy Gillespie doen, maar dat ging niet door, want ik lag in het Lenox Hill Hospital in New York.” Zes maanden blijft hij uit de running. Toots at in die tijd te veel en leefde vrij onregelmatig, zoals hij ons tijdens ons interview vertelde. Hij had een veel te hoge bloeddruk: “Ik ben toen wat beter op mijn tellen gaan passen, een beetje meer van mezelf gaan houden, be myself, no more, no less…” Jaco Pastorius, de invloedrijke Amerikaanse basgitarist, belde Toots bijna elke dag tijdens zijn verblijf in het ziekenhuis en hij zorgde er ook voor dat Toots zes maanden na zijn hersenbloeding mee reisde op tournee met hem naar Japan. Na zijn herstel stelt Toots vast dat zijn linkerhand niet meer goed mee wil en besluit voortaan wat minder vaak op de gitaar te tokkelen. Ook al lezen we het in veel bronnen anders, Toots zal tot 1998 nog frequent de gitaar ter hand nemen. Nadien speelde hij nummers als nummers Waltz for Sonny en Bluesette op zijn gitaar op het einde van zijn concerten.

Na zijn hersenbloeding wordt Tootsmotoriek almaar trager. In het boek ” Toots 90″ zegt hij daarover: “Bebop spelen gaat al lang niet meer. Te veel nootjes, te snel. Vroeger kon ik heel snel spelen. I was trying to impress. Zo speel ik nu niet meer. Misschien wil ik wel, maar ik kan het niet meer. In my mind, yes! Of course.” Toch willen we daarbij aanvullen dat Toots door de jaren heen de overbodige noten gaan schrappen in zijn muziek in zijn muziek is gaan schrappen. Hij vond die daardoor rijker klinken. Bebop was in de periode van de jaren vijftig reuze om te spelen, maar daarna liet hij zijn muziek eenvoudiger klinken, die daardoor moeilijker te vertolken werd. Ook Toots’ gehoor gaat jaar na jaar achteruit, een erfenis van zijn vader: “I am like an old athlete, die de filmbeelden van weleer terugziet. Als de sportman, die toen hij twintig was de honderd meter in twaalf seconden liep. Toen hij alles kon en het halen van nieuwe records hem geen moeite kostte. Nog steeds wil die atleet die snelle tijden maken, maar dat lukt niet meer.” Zijn talent kan hij erg goed omschrijven, zoals in een interview met het toonaangevende tijdschrift “Down Beat”: “I like to believe that my strong point is projecting emotion. People cry when I play Smile, Ne me quitte pas, What a wonderful world. I am very impressed with the hot guys today, but they don’t move me all the time.”

In de maand april van 1997 verschijnt naar aanleiding van de vijfenzeventigste verjaardag van Toots de verzamelaar “The Birthday Album” met in het totaal zestien nummers, waaronder Chanson de Victor, Waltz for Debby, Take Five en Preciso aprender a so ser.

April 1998 is er de cd “Chez Toots”, opgenomen in de “Plus XXX Studio’s” in Parijs. Toots ontvangt hier bekenden als Marcel Azzola, Oscar Castro-Neves, Philip Catherine, Dianne Reeves en Johnny Mathis. Op dit album Franse klassiekers, onder meer La vie en rose, Ne me quitte pas, Les moulins de mon coeur en Le temps des cerises. Een rustige plaat is het album “Toots Thielemans & Kenny Werner”, dat in 2001 verschijnt, volgens Toots de mooiste en beste die hij ooit heeft ingeblikt. Pianist en synthesizervirtuoos Kenny hoor je samen met Toots in een eerbetoon aan Michel Legrand en Frank Sinatra en voorts covers van composities van onder meer Herbie Hancock en Chick Corea. In de zomer van 2001 krijgt Toots op vrijdag de dertiende juli een speciale Edison tijdens de openingsavond van het “North Sea Jazz Festival” in de PWA Zaal in Den Haag. Die trofee wordt hem aan het einde van zijn optreden overhandigd door acteur Maarten Spanjer.  ”Wat, waar en met wie Toots Thielemans ook speelt, zijn geluid is direct herkenbaar”, aldus de jury over de wereldberoemde Belg. “De constante hoge kwaliteit en het diverse karakter van zijn muziek rechtvaardigt deze Edison.”

Nog zo’n kers op de muzikale taart is Toots’ optreden, de zestiende maart 2008, in de befaamde “Carnegie Hall” in New York. Aan zijn zijde Herbie Hancock, Paquito D’Rivera,Eliane Elias, Joe Lovano, Oscar Castro-Neves en Kenny Werner. Songs als There Will Never Be Another You, What a Wonderful World en Waters of March passeren de revue.

De zeventiende mei 2009 is Toots een van de vele gasten aan de voet van het “Atomium” in Brussel tijdens “Het Belgavox Concert”, een evenement van de vzw Belga-Vox, die er is gekomen op initiatief van wijlen Marc Moulin, Axelle Red en haar man Filip Vanes, Baloji Stephan Galon, Jan Hautekiet en Patrick Riguelle. De vzw wil bijdragen tot het versterken van de dialoog, het respect, het saamhorigheidsgevoel en de multiculturele diversiteit in België. Onder anderen Adamo, Arno, Daan, Rocco Granata, Axelle Red, Will Tura en Toots Thielemans treden die zondagnamiddag op tijdens een gratis volksfeest in het teken van de solidariteit. Dat najaar heeft in het “Sportpaleis” van Antwerpen de feestelijke vijfentwintigste editie plaats van “Night of the Proms”. De dan 87-jarige Toots wordt uitgenodigd om het podium te delen met OMD, Katona Twins, Sharon den Adel, John Miles en Roxette.

Naar aanleiding van zijn negentigste verjaardag brengt zijn platenfirma Universal in 2012 de verzamelaar “Toots Thielemans – The Best Of” op de markt met achtentwintig van zijn bekendste opnamen, waaronder de bekende thema’s uit “Baantjer”, “Witse”, “Turks Fruit” en “Midnight Cowboy” en songs als Marina, Smile, Ben, Honeysuckle Rose en Bluesette. Voor Toots wordt dit een jaar om nooit meer te vergeten. Zijn agenda puilt uit. Hij werkt een concertreeks af langs alle hoofdsteden van de Belgische provincie, brengt een live cd uit , een dvd met daarop een samenvatting van zijn meest recente reizen en concerten , een dvd van zijn concert in de “Opera van Luik” en het boek “Toots 90″ van de hand van René Steenhorst en Peter de Backer, uitgegeven bij Borgerhoff-Lamberigts met daarin zijn uitgebreide biografie, foto’s uit zijn privécollectie en statements van zeer goede, bekende bevriende muzikanten. Hij speelde datzelfde jaar twee fenomenale concerten in het uitverkochte “Lincoln Center” in New York City.

Dat jaar zet Toots zijn negentigste verjaardag extra glans bij met zijn deelname aan “Jazz Middelheim”, dat van de twaalfde tot en met de vijftiende augustus plaatsheeft in “Park Den Brandt” in Antwerpen. Toots treedt daar op vrijdag de zeventiende op samen met toetsenist Karel Boehlee, bassist Bart De Nolf en drummer Hans van Oosterhout. Wanneer het weekblad “Knack” in de maand april van 2012 op zoek gaat naar Toots’ persoonlijke top tien van zijn eigen producties, komt als winnaar de in 1992 op het Erato-label opgenomen cd “Martial Solal / Toots Thielemans” uit de bus. In “Knack” lezen we daarover: “De soul en de sound van Thielemans passen uitstekend bij het vernuftig geaccidenteerde muzikale parcours dat Solal voor hem uitstippelde. Toots is een expert op het gebied van harmonie en hoort en volgt moeiteloos de verkenningen van de pianist.” Twee jaar later, in de zomer van 2014, wordt als hommage aan Toots tijdens “Jazz Middelheim” – hij is tevens de peter van het festival – een speciaal concert op het getouw gezet, nadat Toots kenbaar had gemaakt definitief op rust te gaan, onder de noemer “The Music of Toots Thielemans” met een rist vrienden als Eliane Elias, Philip Catherine, Bert Joris en Kenny Werner. Tot ieders verbazing verschijnt Toots die avond heel even op het podium en krijgt het publiek gelijk muisstil tijdens zijn vertolking van What a Wonderful World. De kranten delen ‘s anderendaags die vreugde, maar omschrijven Toots als erg breekbaar.

Radio 2 heeft Toots altijd een warm hart toegedragen. Vrijdag de tiende november 2000 krijgt hij tijdens een eerbetoon in het “Casino van Knokke” een plaats in de “Eregalerij” voor zijn Bluesette, samen met Marina van Rocco Granata en Eenzaam zonder jou van Will Tura. In diezelfde “Eregalerij” wordt hij op donderdag de zevende februari 2013, samen met The Scabs en Bart Kaëll, zowat zalig verklaard in het “Kursaal van Oostende” tijdens de uitreiking van de award “een leven vol muziek”.

Aan erelintjes en onderscheidingen heeft Toots geen gebrek. In 1997 krijgt hij de eretitel commandeur in de orde van Leopold II, in 2001 verheft koning Albert II Thielemans tot baron. Bij zijn titel van baron hoort een wapenspreuk: “Be yourself, no more, no less“. Voor hem werd een uitzondering gemaakt en mocht hij omwille van zijn dubbele nationaliteit. Toots is trots op die spreuk. Hij heeft immers altijd in zichzelf geloofd. Hij krijgt in 2005 een nominatie als “Grootste Belg”. In Vlaanderen eindigt hij op de twintigste plaats, in Wallonië op de vierenveertigste. In 2008 krijgt Thielemans de titel “Jazz Master” van de National Endowment for the Arts, de hoogste onderscheiding die in de USA in de jazz wordt uitgereikt. Toots is de eerste Europeaan die deze eer te beurt valt. De elfde augustus 2009 mag hij de Concertgebouw Jazz Award in ontvangst nemen. In Vorst ligt sinds 2011 de Toots Thielemansstraat. Zij grootvader was hier ooit burgemeester. Toots mag terecht terugblikken op een fenomenale carrière. Citeren we in verband daarmee Lionel Ritchie letterlijk: “When I need a harmonica player, I called Toots up on the phone and he flew over to Los Angeles. I almost felt guilty because I wished I had more for him to play. He walked into the room, pulled out his harmonica and the first take is what you hear on the record. He is unbelievable, a very special guy.

Bij zijn afscheid in maart 2014 liet zijn management weten: “Toots wil zijn publiek niet teleurstellen, waardoor alle geplande concerten worden geannuleerd. Hij wenst te genieten van de rust die hij heeft verdiend. Hij kan terugkijken op een prachtige internationale en succesvolle carrière waarin hij vele uitdagingen is aangegaan en waarbij hij steeds uitblonk door zijn muzikaliteit! Hij wenst dan ook iedereen te bedanken voor alles wat ze hem gegeven hebben.”

Of zijn leven een mooi leven was, vroegen hem de journalisten René Steenhorst en Peter De Backer: “Ach, het was misschien te veel ikke-ikke. Zo ben ik nu eenmaal, een groot ego. Toch wel. Spijt erover kan ik niet hebben, iemand daarboven heeft dat kennelijk zo bedacht. Soms ben ik weleens jaloers op iemand als gitarist John Scofield, die grote feesten organiseert voor al zijn familieleden en vrienden. Maar zo ben ik niet.” In menig interview liet Toots graag in zijn ziel lijken: “ Ik ben een dankbaar en tevreden mens, want ik heb het geluk gehad twee fantastische vrouwen naast me te hebben: mijn eerste vrouw die aan kanker is overleden en nadien Huguette. En dan mag ik mijn teergeliefde zus Mariette niet vergeten, want ook zij is een schitterende vrouw.

Maandag de 22ste augustus 2016 overleed op 94-jarige leeftijd in zijn slaap Toots Thielemans in een Brussels ziekenhuis waar hij een maand eerder was opgenomen na een val. Manneken Pis betuigde die maandag, en ook ‘s anderendaags, eer aan hem door het dragen van een Tootskostuum en natuurlijk ook een mondharmonica. De stad Brussel opende diezelfde avond in de onthaalruimte van het stadhuis voor het publiek een rouwregister. Eerder die dag werd al bekend dat de stad Brussel om zes uur ‘s avonds op de Brusselse Grote Markt als eerbetoon aan Toots muziek uit zijn rijke repertoire zou laten weerklinken. Brussels schepen van Cultuur Karine Lalieux nodigde daarbij alle Brusselaars uit om samen van zijn oeuvre te komen nagenieten. In de internationale pers wordt Toots ‘s anderendaags terecht de hemel in geprezen. The Washington Post eert de roemrijke carrière van Thielemans en noemt hem de “jazz harmonica great”. The New York Times bestempelt hem  als een van de weinige muzikanten (een eer die hij deelt met onder meer Larry Adler) die een succesvolle carrière als harmonicaspeler wist uit te bouwen. In Engeland besteedden media uitvoerig aandacht aan zijn overlijden. The Guardian duidt hem als een van ’s werelds beste harmonicaspelers en citeert producer Quincy Jones die den Toots een van de grootste muzikanten van onze tijd noemde.

Zaterdag de 27ste augustus werd Toots tijdens een intieme plechtigheid in de Sint-Niklaaskerk van Terhulpen om 11.00u. begraven. Zeshonderd genodigden woonden de dienst bij. Buiten volgden vele anderen de plechtigheid op groot scherm. Op de tonen van “Bluesette” werd de kist de kerk binnengedragen. Premier Charles Michel zei dat we Toots oprecht merci moeten zeggen voor alles wat hij gedaan heeft: voor zijn muziek, maar ook voor de bekendheid van ons land. Op de uitvaartplechtigheid liet de Amerikaanse president Barack Obama een brief voorlezen, gericht aan Toots echtgenote . “Lieve Hugette, ik was diep bedroefd toen ik het heengaan van uw man vernam. Weet dat u de komende dagen in mijn gedachten zult zijn”. Deze brief werd voorgelezen door de Amerikaanse jazzpianist en componist Kenny Werner, een intieme vriend en collega van Toots. Aansluitend op de begrafenisplechtigheid werd Toots in intieme kring begraven op het ereperk van het kerkhof van Terhulpen. Na de dienst speelden beiaardiers in heel België “Bluesette”.

De 30ste januari 2017 heeft de Koninklijke Munt van België een zilveren munstuk van 20 euro geslagen ter ere van Toots. De voorzijde toont hem met een mondharmonica in zijn hand. Zijn geboorte-en sterftejaar worden vermeld, alsook zijn naam. Op de achterkant staat onder meer de muntwaarde vermeld. Er worden 5000 exemplaren geslagen die voor de prijs van 46 euro per munt verkocht worden.

Donderdag de 2de februari 2017 wordt Toots Thielemans  postuum gehuldigd met de “Lifetime Achievement Award” op de jubileumeditie van de Music Industry Awards of MIA’s, een initiatief van de VRT en Kunstenpunt. “Toots Thielemans is de beste artiest die ons land heeft voortgebracht. Hij is een man van vele verwezenlijkingen, maar zijn grootste verdienste is dat hij van de mondharmonica een hedendaags jazzinstrument heeft gemaakt.”

tekst en research: Marc Brillouet

© 2016 Daisy Lane & Marc Brillouet