Wim De Craene

Geplaatst in Artiesten

Naar aanleiding van de uitzending op de achtste september 2014 van Belpop op Canvas, gewijd aan de carrière van Wim De Craene, lezen we in “Humo” daarover het volgende: “Op veertien september 1990 parkeerde Jean Blaute zijn fonkelende bolide nét niet tegen een Brusselse tunnelmuur toen hij op de radio hoorde dat Wim De Craene op zijn veertigste het tijdelijke met het eeuwige had verwisseld. Maar om te zeggen dat er met diens dood een rouwmantel over Vlaanderen werd gedrapeerd, is overdreven. Daarvoor had De Craene de voorgaande jaren net iets te vaak geprobeerd om zijn uitstekende reputatie de nek om te wringen, denk maar aan Breek uit jezelf of Enkel in een broekje. Aan dat overlijden wordt in die Belpop-aflevering opvallend weinig aandacht besteed. Officieel stapte De Craene met een overdosis geneesmiddelen uit het leven, maar zijn zoon Ramses verklaarde in Humo dat zijn vader volgens hem vermoord was. Al was het toen te laat om die these te onderzoeken.” Alvast boeiend genoeg om die carrière eens nader onder de loep te nemen.

Wim werd de dertigste juli 1950 geboren als Willem, Marcel De Craene te Gent in een groot katholiek gezin: hij was het vierde kind in een kroost van zeven, verdeeld over vier jongens en drie meisjes. Als kind liep hij school in Melle en was een actief lid in de plaatselijke jeugdbeweging. Hij klust tijdens zijn studies her en der wat bij als onder meer schoorsteenveger en biertapper, zodat hij zich op zijn zestiende zijn eerste gitaar kan kopen. Om zich het gitaarspel eigen te maken, schaft hij zich het “Praktisch handboekje voor gitaar en ukulele” van Nonkel Bob aan. Met een aantal akkoorden in de vingers waagt Wim zich aan het zingen van enkele luisterliedjes en neemt deel aan een plaatselijke zangwedstrijd, wat hem iets later de kans biedt op te treden in Heusden in het voorprogramma van zijn toenmalig idool, de Limburgse bard Miel Cools. Wat we ons nu niet meer kunnen voorstellen is dat Wim daar tijdens een koude februarimaand met de fiets naartoe reed.

Na zijn middelbare studies, begint Wim aan de opleiding van verpleegkundige, maar omdat het podium roept breekt hij die studies vroegtijdig af en gaat zijn zijn kansen wagen in de toneelklas van het conservatorium in Gent. Op school in het gareel lopen, was nooit aan Wim besteed, daarvoor was hij te zeer een rebel. De wil om te studeren is er wel, maar de slaagkans zo goed als nihil. Hij is achttien wanneer hij besluit zanger-gitarist te worden bij de folkgroep Ja uit Wetteren. Dit zou een verhaal van korte adem worden, want Wim was zo begeesterd door de kleinkunst die toen grote sier maakte in Vlaanderen dat hij voor die muzikale richting koos. Vooral talent uit Nederland sprak hem aan: boegbeelden als Herman van Veen, Ramses Shaffy. Tijdens een bezoek aan de “Muze” in Antwerpen geraakt hij gefascineerd door de sfeer die daar heerst en leert uit gesprekken dat hij zijn heil beter in Amsterdam kan gaan zoeken en zijn kansen gaat wagen. Daar op zijn achttiende aangekomen, zoekt hij contact met Ramses Shaffy die hem de knepen van het vak leert. Shaffy wordt zijn mentor en laat Wim optreden in zijn café chantant ” “‘t Cloppertjen” (Wim zal bij de geboorte van zijn zoon in 1974 hem Ramses noemen). Tijdens zijn optredens in Nederland kan Wim zijn eerste liedjes uitproberen en bij het publiek aftasten wat ze lusten en wat niet. Het wordt voor hem een perfecte leerschool. Op zijn negentiende leert Wim, Kamiel Pauwels kennen van het Antwerps theaterbureau “Spiraal”.  Kamiel was een soort doorgeefluik tussen kleinkunstartiesten uit Noord en Zuid. Kamiel onderkent meteen het talent van Wim en stelt hem voor aan Louis De Vries, toenmalig manager van The Pebbles. Die brengt hem in contact met mensen uit het vak. In 1970 brengt Wim onder zijn eigen naam op het MCA-label zijn  eerste single uit, de tango Recht naar de kroegen en de wijven, geschreven door François Villon en Jaap van de Merwe , met op de B-kant het door hemzelf geschreven Revolutie nr. 2.

Twee jaar later stapt Wim over naar platenfirma Decca en gaat daar samenwerken met producer Al Van Dam.  Van Dam was toen al bekend van zijn werk met De Strangers en Ivan Heylen. Technicus van dienst is Jan Vercauteren. Als eerste single is er op dit label het door Jacques van Tol en Wim bewerkte De kleine man.  Het dook in 1929 op in de revue “Lach en Vergeet” van Louis Davids. Uiteraard werd de tekst door Wim wat eigentijdser aangepast. Op de B-kant horen we Tante Emma. In 1973 is er zijn eerste album “Wim De Craene”, negen liedjes door Wim geschreven en twee door Jaap van de Merwe, De rode heuvel en ‘t Is om de poen te doen. Het openingsnummer De Boudewijn de Eerstestraat (Wim neemt hierin de rijkere klasse met graagte op de korrel) doet ons een beetje denken aan Waterloo Sunset van The Kinks. Door de bank wordt de bezetting sober gehouden: drum, piano, bas en akoestische gitaar. Op dit album hoor je heel duidelijk dat Wim nog sterk aanleunt bij de Nederlandse kleinkunst, hier en daar klinkt hij als een volleerd protestzanger.

Links en rechts hoort Wim van kennissen en collega’s dat het niet slecht zou zijn, mocht hij zich omringen met een band. Het zou zijn optreden zeker ten goede komen. Jean Blaute herinnert zich nog goed dat Wim last had van plankenkoorts. Een drankje voor het optreden kon hem wat kalmeren en gaf hem iets meer zekerheid tijdens het optreden. Zijn vriend William Van Keymeulen getuigt: “Hij was een onrustig dier, observeerde de zaal en het publiek en deed aanpassingen aan zijn speellijst op basis van zijn bevindingen. De vele malen dat ik compagnon du route was, trachtte ik dan ook de gesprekken altijd te duwen in de richting van allesbehalve van wat er komen ging. Die angst, want dat was het wel, verdween als een klik op de lichtschakelaar bij het eerste akkoord op zijn gitaar. “Mensen, schrik niet”, zei hij dan, “Ik ben het, Wim De Craene”, alsof hij een lijn trok die hij plots overschreed, een stap van de mens Wim naar de artiest De Craene.”

In 1974 loopt De Craene, Luc De Clus tegen het lijf die op dat moment in een balorkest speelt en onder meer John Larry begeleidt. Daarnaast speelt Luc ook bij de coverband Irish Coffee. Met enkele leden uit dat orkest, drummer Raf Lenssens, toetsenist Paul Lambert en bassist Ulrich Jacobs, richt Wim zijn eerste begeleidingsband op.  Wim had op dat moment schoon genoeg van die typisch Vlaamse kleinkunst en gaat samen met zijn band Nederlandstalige pop produceren, in het voetspoor van Johan Verminnen en Zjef Vanuytsel. Zes maanden lang gaan Wim en zijn kompanen intens repeteren. Hij krijgt tijdens het schrijven hier en daar wat steun van Luc De Clus. Dat resulteert in vier songs: Wat ben ik voor een mens, Lucio, Aram en Brussel dat ook de titelsong wordt van zijn nieuwe elpee die in 1975 verschijnt. De jongens hadden het plan opgevat een rockopera te schrijven naar het voorbeeld van “Tommy” van The Who, met als titel “Jan de Lichte” maar die geraakt nooit echt van de grond. Het nummer Aram was trouwens bedoeld als ouverture van die opera. Aan de opname van deze plaat is een intriest verhaal verbonden. Op een late novemberavond in 1974 keren Wim en zijn band terug van een optreden in Limburg. De auto van de muzikanten wordt aangereden door een dronken chauffeur waarbij Paul Lambert op slag wordt gedood en Raf Lenssens zwaargewond geraakt. Wim De Craene rijdt met de bestelwagen, waarin de instrumenten en het geluid-en lichtmateriaal zijn opgeborgen, achter hen aan, samen met zijn vriend William Van Keymeulen. Onderweg moeten zij bijtanken zodat ze pas een kwartier na het ongeval ter plaatse aankomen.

Omdat de plaatopname sowieso moet worden afgerond, de platenfirma zet Wim zelfs wat onder druk, moet hij dringend op zoek naar nieuwe muzikanten. De Craene stapt op zekere dag de platenwinkel van de familie Blaute in Zottegem binnen en vraagt aan hun zoon Jean recht op de man af of hij zijn nieuwe plaat niet wil producen. Blaute zegt ja en trommelt in allerijl een aantal muzikanten op, onder wie Firmin Timmermans, Nick Roland en Yvan De Souter. Die heren kenden mekaar al vrij goed, want ze speelden in de toenmalige band van Johan Verminnen. Blaute neemt ook de arrangementen van de resterende nummers voor zijn rekening. Een van de songs is de inmiddels tot een klassieker uitgegroeide Rozane, met op de keerzijde een soort hommage aan een zekere Sara. Sara is eveneens een liedje uit de onafgewerkte opera “Jan de Lichte”. Hier hoor je erg goed dat Wim zich voor zijn liedjes graag liet inspireren door mensen die hij vrij goed kende, maar dat hij hen niet altijd met hun echte naam vernoemt.. Zo schreef hij Rozane voor zijn toenmalige vriendin Chris Thys, die we later leren kennen in haar rol van de ex-vrouw van Witse. Rozane is een soort mix van klassieke kleinkunst gekoppeld aan pop. Blaute weet nog goed dat hij tijdens de opname het onderste uit de kan haalde. Wim gunde hem die vrijheid. Als je dit nummer in de context van de rest van de plaat beluistert, dan hoor je dat hier een andere producer aan de knoppen zit. De tien eerder opgenomen songs werden door Al Van Dam geproduceerd, de overige drie door Jean en dat is duidelijk te horen ook. Rozane wordt meteen op single uitgebracht, grijsgedraaid, maar niet bekroond met een hitnotering. Tijdens onze babbel, vertelt Ramses dat er volgens officiële cijfers slechts 456 exemplaren van verkocht werden. Maar de naam Wim De Craene krijgt door dit nummer een enorme positieve boost. Wim moet in een hogere versnelling schakelen, want hij rijgt het ene optreden na het andere aan elkaar.

Never change a winning horse, dacht Decca, trommelt dezelfde muzikanten en producer op en spoort hen en Wim aan zo snel mogelijk nieuwe songs te schrijven én in te blikken. In de maand juni 1975 verschijnt De Craenes wellicht meest succesvolle langspeler “Alles is nog bij het oude”, verschenen op het Omega International-label, met daarop, naast de titelsong, als uitschieter een van zijn meest geliefde nummers Tim, dat hij opdraagt aan zijn pasgeboren zoon Ramses. Die voornaam paste niet zo goed binnen de tekst en daarom gebruikte Wim dan maar de voornaam van de zoon van een van z’n beste vrienden. Dit is een song waar Blaute zijn stempel op heeft gedrukt, net als op Rozane. Blaute is jong en wil wat, zich onder meer bewijzen. Jean is na al die jaren nog zo trots op dat nummer dat hij die partituur nog altijd in zijn bezit heeft, zowat de eerste keer in zijn leven dat hij een partituur volledig had uitgeschreven vooraleer ze naar de studio trokken. Tim valt op door de lengte van de song, bijna zes minuten, reden dat het nadien ook niet op single verscheen. Het was in die jaren zeventig in dat popgroepen hun nummers meer gingen uitspinnen. De tijdsduur deed er haast niet meer toe. Tim werd op dat moment ook niet zo vaak gedraaid op de radio, pas jaren later is het een heuse klassieker geworden en goed voor een nominatie in “De Eregalerij” van Radio 2 en Sabam for Culture.  Er werd, voorafgaand aan de opname van het album, grondig geoefend in een zaaltje vlak tegenover café “De Kneut” in Wetteren. Wim was de dag voor de opname erg rusteloos, heel onzeker, ei zo na in paniek dat het hem niet zou lukken. Maar Jean weet hem op zijn gemak te stellen. En kijk, tijdens de opnamen ‘s anderendaags voelt Wim zich nummer na nummer groeien. Naar de avond toe staan er al vier nummers op band. Zij nemen op in de bekende “Studio Jet ” in Brussel en Wim schrijft samen met Jean Blaute De Gokkers. Op deze plaat covert hij erg opvallend “5 uur” van de hand van zijn mentor Ramses Shaffy. Het is een intimistische versie geworden: de stem van Wim, alleen begeleid door de piano en de bas. Een van de singles uit dit album is Portret van gisteren met op de B-kant Rozerood-oranje, waarbij het aanwezige instrumentarium alle registers mag opentrekken. Iedereen is het erover eens, dit is echte popmuziek die Wim en zijn band neerzetten. Hij wordt door velen van zijn collega’s omhelsd als de toonzetter van het toenmalige Nederlandstalig lied. Hij lijkt erin te slagen zich te verzetten tegen het etiket kleinkunstenaar dat hem van in het begin werd opgekleefd.

De periode tussen 1975 en 1977 gaat Wim met zijn band intens optreden. Niet alleen in jeugdclubs, maar ook in de theaterzalen van diverse Vlaamse culturele centra. Dit ligt hem erg goed. Hier kan hij een intieme sfeer oproepen waarin hij als zanger-gitarist centraal staat, omringd door een akoestische gitaar en een bas. Naast deze trio-aanpak, gaat Wim ook optreden met een nieuwe band. Hij komt in contact met de Duitse groep The Headband uit Keulen: pianist en arrangeur Mike Herting, gitarist Jan Reimer en drummer Man Breuer. Luc De Clus blijft van de partij en samen trekken ze in 1977 de studio in voor de opname van het album ” Wim De Craene … Is ook Nooit Weg”. In de studio wordt een extra beroep gedaan op gitarist Lieven Coppieters, toetsenist Tars Lootens en bassist Erik De Wolf. Als producer wordt de Nederlander Tim Griek ingehuurd (ooit nog muzikant bij de bekende groep Ekseption). Aan de plaat wordt meegewerkt door drie arrangeurs: Steef Verwee, Mike Herting en Tars Lootens, die ervoor zorgen dat de plaat qua klank rijkelijk varieert. De arrangementen klinken door de bank behoorlijk sober. Wim kiest deze keer voor haast uitsluitend eigen composities. De melodie van Canon is van Mike Herting en de tekst van Sylvia schreef hij samen met Jan De Vuyst. Herting is nogal tuk op jazzrock en Wim laat hem dan ook graag zijn gang gaan in de instrumental Call-Out die behoorlijk opvalt tussen de rest. Ook vrij jazzy klinkt het nummer Psilocybe Mexicana. Als je goed de oren spitst, hoor je dat Wim over mushrooms zingt en daar hoeven we geen extra uitleg bij te geven. Veel gedraaid uit deze langspeler is Mensen van achttien dat Wim vol overtuiging samen met Della Bosiers zingt. Als single wordt gekozen voor Marcellino, gekoppeld aan een remake van Stad, dat een heel andere invulling krijgt dan op zijn eerste elpee. Datzelfde jaar ontmoet hij tijdens “Zomerhit” van Radio 2, Erik Van Neygen. Hij stapt met Erik naar platenfirma Decca die op hun Omega International-label de single Spoedberichtoorspronkelijk een nummer van Tom Jans en door Erik van een Nederlandstalige tekst voorzien- uitbrengen.  Van Neygen tekent zelf voor de B-kant Ik wil je niet storen. In de studio wordt hij onder anderen bijgestaan door Jean-Marie Aerts en producer van dienst Wim De Craene.

Wim werkt ook samen met theatermaker Jan De Vuyst wat resulteert in de kindermusical “Help, ik win een miljoen”. De regie is in handen van André Vervaeke. Wim blikt samen met zangeres-actrice Mia Grijp vier liedjes in, waarvan Als je een miljoen had en Flatlied dat jaar op single worden gereleaset.  Leuk om naar te luisteren, zeker omdat Wim zich hier aan de in die tijd erg populaire disco waagt. Hier hoor je al een beetje dat Wim de typische kleinkunsttaal achter zich laat en wat losser uit de pols gaat schrijven, wat minder diepgravend. Hij ontpopt zich almaar meer tot een popartiest die veel plezier beleeft aan het schrijven en het uitvoeren van zijn liedjes.

In navolging van de in die tijd populaire Nederlandse programmareeks “Kinderen voor Kinderen” gaat de VRT van start met de productie “Vinger in de pap” waaraan Wim zijn medewerking verleent. Voor deze reeks schrijft hij liedjes als Ik heb een vinger klaar en Schoolloper.

In de vele babbels die we her en der voerden tijdens een rist Radio 2-programma’s gaf Wim grif toe dat hij de kleinkunst allang voor bekeken hield. Die liedjes kwamen hem soms de strot uit. Hij hield meer van liedjes met wat swing waarmee hij iets vlotter uit de hoek kon komen. Vooral dan wanneer hij ze kon brengen met zijn band, niet meer solerend in zijn eentje met alleen maar zijn akoestische gitaar op schoot. Die eenzaamheid op het podium had hij wel gehad. In 1980 mag er weer extra brood en een nieuw album op tafel komen. Steeds maar op zoek naar een nieuwe sound verzamelt hij deze keer bassist Alain Goutier om zich heen samen met drummer Chris De Braekeleer, gitarist Nicolas Fiszman en pianist Marc Malyster. Trouwe man van dienst is en blijft Luc De Clus. Malyster speelde een tijdlang bij de band van Zjef Vanuytsel. Wim had in de studio van Marc in Gent een aantal demootjes opgenomen en van het een kwam het ander. Dat andere was dat Malyster voor Wim de arrangementen uitschreef en bij hem thuis de fundamenten van de nieuwe nummers inblikte. Die worden nadien tijdens de maand september 1980 in de studio verder aangevuld en uitgewerkt. Wim moderniseert. Er wordt tijdens de opnamen gretig gebruikgemaakt van de computer die zijn intrede in de studio heeft gemaakt. Je zou kunnen zeggen dat daardoor zijn muziek een beetje koeler ging klinken zoals een pak van de platen die in de eighties werden opgenomen. Marc Malyster is in de “Shiva Studio” in Brussel de producer van dienst, bijgestaan door technicus Robert Van Hove. Het valt op dat op het album “Perte Totale” meer gerockt wordt dan op de vorige. Je hoort meer rockende gitaren en ook de synthesizers zijn gul aanwezig. De elpee wordt speels ingezet met St.-Tropez “samen in een busje vol naar St.-Tropez, ach wat is dat rijden zo fijn!” Naast de titelsong passeren nog zeven chansons de revue waaronder Zonder benzine, De renner en Auto & garage. De respons op de plaat is oké. De band voelt zich zo in zijn sas dat zij als Perte Totale gaan optreden. Wanneer de VRT in 1981 een preselectie op het getouw zet met het oog op deelname aan het “Eurovisiesongfestival” worden uit honderdvierendertig inzendingen, zesendertig kandidaten geselecteerd die tijdens drie voorronden met telkens twaalf kandidaten strijden voor een plaats in de finale. Naast artiesten als Jo Vally, Gene Summer, Cindy, Nancy Dee en Liliane Saint-Pierre neemt ook Perte Totale mee met het door Wim geschreven Compagnie Verliefd. De overwinning gaat uiteindelijk naar Emly Starr met Samson, van de hand van Kick Dandy en Penny Els. Zij bereikt de vierde april in Dublin de dertiende plaats. De overwinning gaat naar Engeland en naar Bucks Fizz met Making your mind up. In 1981 levert Perte Totale tien songs voor  ”Pas Op”, het eindejaarsprogramma van de Socialistische Omroep, onder meer Lege buik, Gebedje, Nooit meer oorlog en Kerelslied. Die liedjes worden een jaar later verzameld op het album “Pas Op” en uitgebracht op het Racoon-label.

Het jaar nadien zijn ze te horen in twee nummers op de VARA-plaat “Boos Blijven” waaraan ook Bram Vermeulen, Vuile Mong en de Vieze Gasten en Lavvi Ebbel hun medewerking verlenen. Perte Totale brengt Fascisme is Moord en Solidariteitslied

In 1982 zingt Wim op het Racoon-label een cover van Ik kan geen kikker van de kant afduwen van het Nederlandse Lowland Trio, geschreven door Peter Koelewijn, en staat daar de twintigste maart 1982 mee op de negende plaats van de Vlaamse Top Tien. De Craene komt nog maar eens op de proppen met een nieuwe bezetting, met deze keer in de line-up: bassist Erik De Wolf, toetsenist Peter Bauwens die hier en daar Marc Malyster vervangt en drummer Marc Van Herzele, al beslist Wim een tijd later zonder drummer door te gaan. Luc De Clus is niet zo tevreden met de nieuwe draai die Wim nog maar eens aan zijn carrière geeft. Na Ik kan geen kikker van de kant afduwen houdt hij de jarenlange samenwerking, acht jaar om precies te zijn, voor bekeken. Niet alle fans zijn tuk op die nieuwe aanpak. Dit is té veraf van die prachtige nummers van zijn eigen hand. Verminnen vertelde ons dat hij vermoedt dat dit een soort wanhoopspoging van Wim was. Hij wou meer erkenning krijgen en er was ook de nood en behoefte aan geld. De Craene wou zich losmaken van zijn oude aanhang en mikken op een jonger publiek. Maar die vinden hem te oud, duidelijk passé. Als tegenzet lanceert hij in 1982 de single Hoor waarmee hij een knipoog maakt naar de Britse new wave, maar ook dit blijkt een slag in het hitwater.

Wim vindt in 1983 de tijd rijp voor zijn zesde album ” Kraaknet”, uitgebracht op het Ariola-label. Er wordt opgenomen in de “Shiva Studio” met deze keer als producer Dirk Bogaert, die we nog kennen van zijn producties voor de groep Luna Twist. Het lijkt alsof Wim opnieuw een beroep doet op zijn kleinkunstverleden. Marc Malyster neemt samen met Wim vooraf de demoversies op, die nadien in de studio worden afgewerkt. Marc speelt op het klavier en de synthesizer en waar nodig wordt zijn spel aangevuld met blazers enz… Intussen heeft ook de computerdrum zijn plaats opgeëist. De cd zet in met een song die nadien in één adem met Wim vernoemd zal worden, Kristien. Met dat lied had hij behoorlijk goed gescoord tijdens de editie van “Eurosong ’83″. Er hadden dat jaar drie voorrondes plaats met in de tweede voorronde drie zangers: Gene Summer, Bart Kaëll en Wim De Craene. Daar zong Wim naast Kristien ook het nummer Gisteren. Wim geraakt met Kristien tot in de finale samen met onder meer Sofie, Yvette Ravell en Gene Summer. De overwinning gaat, na heel wat gevit, naar de alternatieve deelname van Pas De Deux met Rendez-Vous. Zij eindigen de drieëntwintigste april 1983 in München tijdens de achtentwintigste editie van het “Eurovisiesongfestival” op de achttiende plaats. De overwinning gaat dat jaar naar Luxemburg met Si la vie est cadeau gezongen door Corinne Hermès.

Op zijn deelname krijgt Wim links en rechts kritiek, maar hij probeert de pers diets te maken dat hij op die manier ook weleens de sprong naar het buitenland wil wagen. Tijdens de opname van de elpee “Kraaknet” liep Wim al met de idee rond er een rist theateroptredens aan te koppelen. Kristien mag daarom inzetten met wat theatereffecten, een donderslag hier en daar. In het totaal worden er tien songs opgenomen. Naast Kristien sieren nog vier andere voornamen de hoes: Rikky, Jan, Titine en Lizette. Op deze plaat één vertaling, de rest is van de hand van Wim. Kraaknet is oorspronkelijk Mes idées sales van Jacques Dutronc van diens elpee ” Guerre et pets” uit 1980, geschreven door Serge Gainsbourg. Kristien wordt de eerste single, gekoppeld aan Matilda. De vijftiende oktober 1983 staat Wim ermee op de eerste plaats in de Vlaamse Top Tien. Als tweede single is er Rikky, echte eightiespop, met als hoogste score in diezelfde Vlaamse Top Tien de vierde februari 1984, plaats vijf.  De B-kant is voorbehouden voor een cover van Ramses Shaffy, An en Jan (tot in de dood), dat Shaffy al in 1971 had toevertrouwd aan zijn elpee “Zonder bagage”. In de pers lezen we dat De Craene zich almaar meer laat horen als een soort chansonnier. Hij klinkt minder rebels en laat zijn zachtere aanpak bovendrijven. Ook de arrangementen zijn minder agressief. De opgewekte nummers worden vooral tijdens de optredens in jeugdclubs uit de kast gehaald. Dan worden vooral de hits gespeeld. In de culturele centra kan het tragere, het serieuzere werk worden aangesneden. Met “Kraaknet” gaat Wim dus op tournee. Hij kiest voor een kleine bezetting: hijzelf op de gitaar, daarbij gesteund door Marc Malyster en Peter Bauwens. De piano en de synthesizers doen wonderen en maken het mogelijk dat er met een veel kleinere band gespeeld wordt. In die tijd trekt iemand als Johan Verminnen op tournee met als enige muzikale ruggensteun Tars Lootens. Hun optredens blijven op die manier betaalbaar én lucratief.

Raar maar waar, de periode die volgt na de release van “Kraaknet” en het scoren van een paar hits, blijkt Wim almaar meer uit de belangstelling te verdwijnen. De pers en de mediamensen zijn unaniem lovend, maar Jan Publiek drukt hem niet echt aan het hart. Zijn platenfirma laat hem weten dat er amper vijfduizend exemplaren van “Kraaknet” over de toonbank zijn gegaan. We herinneren ons nog hoe Wim in die tijd een beetje hopeloos werd, ons tijdens een babbel links en rechts liet weten dat hij het dan toch maar anders ging aanpakken en verpakken. Wie hem altijd erg op handen is blijven dragen, zeker toen, is de VRT, vooral Radio 1 in het bijzonder. Samen met Linda Lepomme, Marijn Devalck en Leen Persijn neemt Wim voor de VRT in 1985 de kinderelpee “De blauwe olifant” op, geschreven door Gaston Nuyts en José Fleurackers. Wim neemt onder meer de titelsong voor zijn rekening. De VRT is erg gul voor hem en gunt hem vijftig minuten zendtijd tijdens een televisiespecial rond Wim De Craene. Hij laat al zijn bekende liedjes, van Rozane en Tim tot en met Recht naar de kroegen en de wijven, de revue passeren. Tussendoor neemt Wim rustig de tijd om met het publiek te praten. Datzelfde jaar zingt hij voor het album “Jan Puimège Hommage” het nummer Over jou.

Marc Malyster maakte ooit deel uit van The Veterans samen met Gus Roan die voordien nog deel bij The New Inspiration had gespeeld. Via Marc leert Wim, Gus kennen. Gus wordt gitarist bij De Craene en in de slipstream daarvan ook een trouwe vriend. Die samenwerking klikt zo goed dat Gus de producer wordt van wat later Wims laatste album zal blijken te zijn. Het is Gus die zelf gaat aankloppen bij platenfirma Dureco met de smeekbede nog eens een album van Wim uit te brengen. Wim was in die periode verzot op het repertoire van France Gall en daardoor ook op de man die voor haar repertoire zorgde, haar echtgenoot Michel Berger. Wim kocht ook al haar platen en werd willens nillens door die stijl beïnvloed. Hij luisterde haast elke week naar een nummer als Débranche en was daar zo kapot van dat hij dat als muzikale leest gebruikt voor Breek uit jezelf. Wim wil voor zijn volgende single geen risico nemen en gaat op zoek naar een ritme dat zeker zal aanslaan. Vandaar die blauwdrukkeuze. Het nummer is terug te vinden op de elpee “Via Dolorosa” die in 1988 verschijnt. Tien songs in het totaal. Gus pusht Wim verder in de richting van de pop: méér synthesizers en artificiële drums. Marc schrijft samen met Wim de titelsong. Die kiest ervoor de rest van de songs zelf te schrijven en het coveren deze keer aan de kant te laten. Het moet uit zijn eigen koker komen. Hij vertelde ons dat hij qua stijl een voorbeeld nam aan populaire Franse jongens die het klappen van de commerciële zweep kenden. Julien Clerc was zo iemand in die Franse jaren tachtig en niet te vergeten Michel Sardou. Tekstueel schijnt de zon niet zo in zijn toenmalige liedjes. Vrienden hadden al gemerkt dat Wim vaak zat te piekeren, in zijn geest eerder de nacht dan de dag opzocht. Ondanks het succes van Breek uit jezelf wordt het album geen hoogvlieger. Critici vinden de plaat door het overmatige gebruik van synthesizers en computerdrums té koud, té steriel.

De Craene kiest ervoor zijn groep te ontbinden en voortaan on the road te gaan met een kleine bezetting: hij met zijn stem en gitaar, begeleid door Marc Malyster op toetsen (volledig geprogrammeerde synthesizers, bas en drums incluis). Voor zo’n vijftienduizend frank per optreden kan je hen beiden in die dagen boeken. In 1988 is er de single Vrijwillig, gekoppeld aan Desperado. Radio 1 brengt het album “Neem je tijd – zestien covers” op de markt met daarop een pak vertalingen door onder anderen Kris De Bruyne, Jan De Wilde en De Nieuwe Snaar. De hoes is volledig gebaseerd op “Sergeant Pepper’s Lonely Hearts Club Band” van The Beatles. Wim covert, in een productie van Radio 1-producer Frank De Maeyer, Lied van Azima van France Gall en Onderweg naar Kerstmis van Chris Rea dat op het Ariola-label in 1989 op single verschijnt. In 1981 had Wim al eens een kerstsingle opgenomen in een gezamenlijke productie van Gus Roan en Marc Malyster Ding Dong Christmas Song. Hij zingt dit samen met Sofie, The Veterans, Venus, Ricky Gordon, Nancy Dee en Perte Totale.

In opdracht van Tele-Onthaal Limburg vzw zingt en schrijft Wim in 1988 voor het album “Helemaal vrijwillig” het nummer Vrijwillig.

1989 is het jaar dat VTM zijn entree in de wereld van de commerciële televisie maakt . “Tien om te Zien” is bij hen onder meer een schot in de roos, maar ook door hen voelt Wim zich gepasseerd. Hij brengt op het Carrere-label het nummer (Alleen= maar alleen) Leen uit. Gus Roan vertelde ons iets later dat Wim dat goedkope succes van VTM niet zinde. Bij de VRT was hij al jaren een vaste waarde. Bij VTM zag hij dat zelfs de zingende bakker uit de buurt aan bod kwam. Dat kon volgens hem niet door de beugel. Het non-talent kreeg een open doekje en dat kon De Craene moeilijk verwerken. Toch doet hij een knieval en neemt in 1990, in een productie van Yannick Fonderie, het luchtige Enkel in een broekje op. De Vlaamse Top Tien blijft echter buiten hitbereik.

De veertiende september 1990 pleegt Wim op zijn appartement op de Frère Orbanlaan in Gent zelfmoord door het innemen van een overdosis geneesmiddelen. Zijn vriend William Van Keymeulen getuigt daarover: “Persoonlijk geloof ik nog altijd niet in de zelfmoordtheorie. Ik heb Wim in zijn laatste weken nog meerdere malen ontmoet en lang gesproken en hij had nog altijd hoop in de toekomst. Maar ik weet, schijn kan bedriegen. Vast staat zeker dat hij heel hard in de knoop lag met zichzelf, hij at en sliep niet meer. Hij nam pillen om te slapen en pillen om wakker te worden. Daardoor pleegde hij een enorme roofbouw op zijn lichaam en méér dan waarschijnlijk is de combinatie van dit alles hem uiteindelijk fataal geworden.”

Wim De Craene laat een erfenis van zeven albums en twintig singles na, goed voor een honderdtal liedjes. Wim De Craene werkte hieraan samen met vijf verschillende producers en zeven verschillende arrangeurs. Ze vulden elk op hun manier hun opdracht in: Al Van Dam produceerde op een wat ouderwetse manier, een productie die in schril contrast staat met de aanpak van Gus Roan, die naast zijn werk met Wim in  de jaren tachtig tientallen gouden platen als producer en songschrijver op zijn actief schreef. Tussendoor werkte Wim samen met Jean Blaute, Mike Herting en Marc Malyster, drie arrangeurs die, elk op hun manier, de akoestische aanpak van Wim haast eigenzinnig benaderden.

In 1992 schrijft Dimitri van Toren als hommage aan Wim ” Wim De Craene…is ook nooit weg”, uitgebracht op het IMC-label in een productie van Pieter Koster. “Ik zag hem voor het eerst, ik meen in 1970, op een podium in Boechout, o ja en hoe. Hij stond daar achter de micro alsof hij versteend was en zo wijdbeens met de rug naar het publiek toe. Dat was zijn act, en dan wachtte hij tot het stil was, doodstil, en dan pas draaide hij zich langzaam om, sprak dan plechtig: een goede avond allemaal samen”, en dan met een kreet: “schrik niet, hier staat Wim De Craene!” Het liedje staat ook op zijn album “En dan weer daar”. In 1985 brengt Rocco Granata op single het liedje Verboden Spel uit waarvoor Wim de tekst had geschreven. Het staat als B-kant op de single Paradiso. Tien jaar later zet Granata op de cd “Buona Sera M’n Vlaanderen” het nummer Bij Helene, dat hij voordien ook samen met Wim had geschreven, alsook op single het door hen beiden geschreven De Jordaanlegende. Eind 2015 wordt Rocco Granata, als voormalig immigrant, intens geraakt door de vluchtelingencrisis. Om die reden brengt hij Verboden Spel ten voordele van de vluchtelingen uit. Hij wil er geen eurocent aan verdienen.

Na zijn dood werd Wim vaak gecoverd. Een greep uit het rijke aanbod: in 1992 Rozane op het album “Vlaamse Helden” van Hans de Booy, in 1997 Ik wil van je houden op de cd “Prêt à porter” van Yasmine, in 1998 op het album “Hommages II” van Mama’s Jasje Kristien, in 2001 Sabien Tiels met Tante Emma uit haar album “Optie adoratie”, een jaar later hetzelfde nummer op het album “De zotte avond” van Bart Van den Bossche, in 2005 Maarten Cox met Breek uit jezelf uit zijn debuutplaat “Terugblik” en tot slot in 2011 Familie Segers met Rikky uit hun cd “Over andere mensen”.

De zevende juli 1995 heeft tijdens “Boterhammen in het park” een huldebetoon plaats aan Wim De Craene. Het is een gratis festival dat sinds 1990 jaarlijks plaatsvindt in de kiosk van het Warandepark in Brussel, georganiseerd door de AB en er treden Vlaamse en Nederlandstalige artiesten op. Datzelfde jaar wordt Wim de drieëntwintigste september in Wetteren muzikaal gehuldigd. Dat gebeurt daar eveneens de zevende en de achtste januari 2000. Datzelfde jaar brengt Marijn Devalck de single Lied voor Wim op de markt. Hij had dat al vijf jaar eerder opgenomen. Daar hoort dit verhaal bij: “Wim en ik elkaar leerden elkaar kennen tijdens onze comebackperiode. Eind jaren tachtig schreef Wim liever commerciële liedjes om op die manier een hit te kunnen scoren, terwijl ik als freelance-acteur aan de slag ging en ook probeerde liedjes te schrijven. Wij ontmoetten elkaar tijdens de eerste uitzendingen van “Tien om te zien”. We voelden er ons geen van beiden thuis tussen Def Dames Dope, Good Shape en aanverwanten. Dat schiep een band en we vatten het plan op om samen een liedje te schrijven. Toen ik de muziek klaar had, kwam op veertien september 1990 het bericht van Wims dood. De melodie verdween in een schuif. Twee jaar later, op vakantie in Bretagne, schreef ik tijdens een slapeloze nacht er zelf de woorden bij. Eenmaal de klus geklaard, nam ik ‘s ochtends buiten de natuurfoto die nu op het hoesje van de single prijkt.”

De negende november 2004 wordt de song Kristien vereeuwigd tijdens “De Eregalerij” van Radio 2 en Sabam in het “Concertgebouw” van Brugge. Hier neemt een ontroerde zoon Ramses de honneurs waar. Diezelfde avond wordt ook Christine van Will Ferdy in de muzikale adelstand verheven en krijgt Liliane Saint-Pierre een “Ereplaats voor een Leven vol Muziek”. In 2007 zingt Andrea Croonenberghs haar versie van Rozane tijdens “Zo is er maar één” op Eén en wint daarmee in de categorie “Mooiste lied over vrouwen”. Twee jaar later brengt hiphopper Maesland tijdens datzelfde programma een opvallende versie van Tim in de categorie “Er was eens”.

Vrijdagavond de zeventiende september 2010 heeft in het Cultureel Centrum “Nova” te Wetteren de première plaats van de theatertournee gewijd aan de carrière van Wim De Craene die twintig jaar voordien overleed. Zoon Ramses verzamelt voor deze theatertour vijf zangers en zangeressen: Andrea Croonenberghs, Mira, Della Bosiers, Lander en Tom Van Landuyt. Die brengen afzonderlijk , soms in duet of allemaal samen, een zeer gevarieerd overzicht van het werk van De Craene. De theatershow tourt tot half december langs dertig culturele centra in Vlaanderen met daarin niet minder dan vijfentwintig songs die de veelzijdigheid van De Craene weerspiegelden. Datzelfde jaar verschijnt bij Universal een verzamel-cd in de reeks “Back to Back”. Wim wordt gekoppeld aan de grootste hits van Boudewijn de Groot. Met veel trots krijgt zoon Ramses eind december van dat jaar een gouden plaat overhandigd voor de verkoop van méér dan tienduizend exemplaren.

Zaterdag de vijfde september 2015 treden tijdens het kermisweekend in Wetteren een rist artiesten op op het pleintje tussen de Moerstraat en de Hoenderstraat, daar waar vroeger het legendarische bruine café “De Kneut”, later omgedoopt tot “De Zot’n Hond”, stond. De voorgevel siert trouwens de hoes van De Craenes elpee “Alles is nog bij het oude”. Een select gezelschap van voornamelijk Wetterse zangeressen, zangers én muzikanten brengt er vijfentwintig jaar na zijn overlijden een schitterende hommage aan Wim die er vele dagen sleet. Rozane, Tim, Kristien en Mensen van 18, ze passeren allemaal de revue. Onder de muzikanten de voormalige gitarist van Wim, Luc De Clus. Ook Ramses, de zoon van De Craene is aanwezig. De twaalfhonderd tickets voor het concert waren in een mum van tijd uitverkocht. Dit concert is zo’n succes dat het de achttiende en de twaalfde november opnieuw wordt uitgevoerd in Cultureel Centrum “Nova” te Wetteren.

In 2015 is er eindelijk de cd-box “Integraal” op het Universal-label waarin het gehele oeuvre van Wim op acht cd’s staat verzameld: zijn zeven integrale albums plus een extra cd met daarop uniek VRT-materiaal en onuitgegeven tracks. In het bijbehorende boekje lezen we: “Wim De Craene met zijn subtiele en ironische teksten geldt nog altijd als een van de vernieuwers van het Vlaamse luisterlied. Tal van gevestigde artiesten en nieuwkomers vernoemen hem als voorbeeld voor wat ze doen of willen doen. Bij leven voelde Wim zich onbegrepen en miskend, maar die erkenning is na zijn dood te laat in veelvoud gevolgd. Zijn platenverkoop was nooit groot, zijn muzikale zijpaden waren niet altijd even populair, maar wie een of meerdere platen bezit, blijft ze koesteren. Tot vandaag zijn er dagelijks meerdere nummers terug te horen in de speellijst van de Vlaamse radiozenders.” Het boekje wordt achteraan aangevuld met deze trefzekere woorden van zoon Ramses: “Wim De Craene was voor mij een vader, vriend en artiest, ik heb hem dan ook heel intens meegemaakt in zijn muzikale carrière vanaf het album “Wim… is ook nooit weg”. Studio-opnames, tv-optredens, repetities en zware café-uitstappen. Als vader was hij een zorgzame ouder die er altijd was. Als vriend kon ik heel wat lol trappen en als artiest was hij één uit duizend. Voor mij is hij een god waar ik enorm naar opkijk. Zijn muzikale erfenis is dan ook wel niet van de minste. Ik heb dan ook enorm mijn best gedaan om na zijn dood zijn muziek zo veel mogelijk in ere te houden. Ik ben heel fier je zoon te zijn!

De elfde juli 2015 zendt Radio 2 “De Vlaamse Top Honderd ” uit, aangevoerd door Will Tura met Eenzaam zonder jou. Daarin staat Tim van Wim De Craene op de drieëndertigste plaats genoteerd. De vijfde december 2015 vinden we Wim in de lijst “100 op 1″ van Radio 1 terug op negen met Rozane en op vijf met Tim. Ook de jongere generatie blijft Wim aanspreken. Aan Knack vertelt Max Colombie van Oscar & The Wolf dat zijn favoriete Belgische love song Rozane is. Hij vindt het een van de beste melodieën die in ons land ooit werden geschreven. Axelle Red onthult in “Plaat Préféré” bij Radio 2 dat zij Tim van Wim een dijk van een plaat vindt, een levend bewijs dat je met Nederlandstalige muziek ook een goede productie kunt neerzetten. “Het is een prachtige tekst en telkens als ik die song hoor, zeg ik: “zie je wel, ik moet ooit die Nederlandstalige plaat maken. Het is dankzij die song dat ik weet dat die er ooit zal komen!”

Donderdag de vierde februari 2016 had in het “Kursaal” van Oostende tijdens een feestelijke en muzikale avond “De Eregalerij” van Radio 2 en Sabam for Culture plaats. Vier nummers kregen die avond een plaats in De Eregalerij: I Lie And I Cheat van Won Ton Ton, Mad About You van Hooverphonic, Waarom van Jacques Raymond en Rozane van Wim De Craene, dat die avond werd gezongen door Sioen. De prijs werd door zijn zoon Ramses in ontvangst genomen.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2016 Daisy Lane & Marc Brillouet