Raymond van het Groenewoud

Zelden is er iemand slechter geworden van een teveel aan duidelijkheid. Dus eerst wat data en feiten. Raymond van het Groenewoud werd geboren in Schaarbeek, een randgemeente van Brussel, op veertien februari 1950. Tegenwoordig wordt hij alom geprezen als een van de grootste en veelzijdigste Belgische muzikanten aller tijden. Een Belg dus, voor wie daar ooit aan twijfelde. Negeer de kleine v en h in zijn naam en ook zijn tongval met krullende r en soms doorschemerende harde g. Raymond woonde in Schaarbeek, Anderlecht en een resem Vlaamse gemeenten en steden. Zijn ouders waren wél Nederlanders.” Tot daar een alinea uit het boek “Raymond van het Groenewoud – In mijn hoofd”, geschreven door Martin Heylen en in 2011 uitgegeven door De Bezige Bij, Antwerpen.

Tot zijn zevende woonde Raymond in Anderlecht. In 1957 verhuist de familie richting Amsterdam-Zuid waar hij tot in 1959 verblijft. Intussen had zijn biologische pa het echtelijk dak verlaten en was ma gaan samenwonen met haar nieuwe geliefde Arnold Duitz, een activist binnen de Belgische communistische partij. Arnold had Nederlands bloed in zijn aders, Joods bloed ook. Mama Deborah Johanna Tak was eerst gehuwd met Joseph van het Groenewoud, maar tijdens dat huwelijk had ze haar interesse al voor Arnold getoond. Van zijn stiefvader leerde Raymond op de een of andere manier veel over politiek, leerde hij onder anderen Karl Marx kennen. In een later interview zegt hij over zijn stiefvader: “Hij had geen oog voor wie ik was. Hij was een koleriek, zwaar gefrusteerde man. Zelfs als hij milder gestemd was, bleef het uitkijken. Slaan deed hij niet, nee. Hij is ten onder gegaan aan astma, die psychologisch geduid werd. Op ‘t einde kwam hij bij me klagen: dat hij zo’n domerik was geweest bij het opvoeden.” Van zijn biologische vader erfde Raymond zijn gevoel voor muziek, zeker de technische kant van met muziek omgaan, al heeft hij het theatrale dat later in zijn liedjes zal opduiken dan weer helemaal van zijn moeder geërfd. Het feit dat hij voor een klein deel in Nederland heeft gewoond, heeft er zeker niet voor gezorgd dat hij in zijn liedjes een grote bek durft op te zetten, dat wijt Raymond eerder aan de esprit van de opvoeding en de aard van het beestje zelf. Hij gaat in Amsterdam naar de montessorischool en ervaart die tijd als heel plezant.

Pa, Joseph van het Groenewoud, vluchtte rond 1946 uit Nederland om niet te hoeven dienen in het Nederlandse leger in Indonesië. Hij dook onder in ons land en heette van dan af Nico Ooms, die toen hij ging optreden met vooral Latijns-Amerikaanse muziek, liever als Nico Gomez werd aangesproken. Het gevoel hier clandestien te verblijven, heeft lang aan zijn vader geknaagd. Raymond herinnert zich nog  hoe angstig pa was wanneer er werd aangebeld en de kans erin zat dat de militaire politie voor de deur kon staan om zijn vader op te pikken. Tijdens Raymonds verblijf samen met zijn moeder en stiefvader in Nederland kreeg hij pianoles van zijn buurvrouw, mevrouw Notenboom. Vanaf zijn derde was hij trouwens al in de ban van de muziek. Hij luisterde graag naar de liedjes die hij over de radio hoorde, vooral Radio Luxemburg. Via zijn oom Simon, de jongere broer van zijn moeder, raakt hij daarnaast snel in de ban van het voetbal. Ook zijn schoolmaatjes zijn in de ban van die sport. Van opa en oma krijgt hij een voetbal waarmee hij met zijn vriendjes uit de buurt ging spelen. Zijn grootouders betekenden veel voor hem en hebben zijn verblijf in Amsterdam tot een vrolijke periode gemaakt waaraan hij met veel blijheid terugdenkt.

Maar moeder miste het leven in België en keert in 1959 naar ons land terug, naar de Ter Rivierenlaan in Deurne. Zijn stiefvader had via een goede kennis een job gekregen als medisch afgevaardigde bij de Zwitserse firma Geigy. Op school was het hier aanvankelijk voor Raymond niet zo leuk, want hij werd er als “nen Hollander” bekeken. Om zich rap te integreren, ging Raymond zich zo snel mogelijk het Antwerpse dialect eigen maken. Van voetballen was er plots geen sprake meer. Op school moest er gestudeerd worden. Thuis was hij enig kind, op een bepaald moment zonder speelkameraden en zonder het gezelschap van opa en oma. Stilaan ontdekt hij het “Rivierenhof” waar er ‘s woensdagnamiddags gevoetbald wordt en ja hoor, hij mag meespelen.

Mama staat erop dat Raymond muziek gaat studeren, het leven is immers méér dan voetballen. Hij trekt op zijn achtste naar de muziekschool Van Poppel. Notenleer gaat er bij Raymond in als zoete koek. Hij mag gelijk een instrument kiezen en dat wordt de piano. Hij weet nog goed dat hij op het einde van het eerste jaar voor het eerst voor een livepubliek kan optreden. Hij speelt met veel verve  “De Koekoekswals” terwijl de stress hem in de benen schiet. Het jaar nadien trekt hij met de tram naar de Rooseveltplaats in het centrum van Antwerpen om daar de komende jaren voort te musiceren. Zijn ouders verhuizen intussen van een klein huisje naar een groter appartement aan de Van Havrelei in Deurne. De weinige keren dat hij naar zijn vader kan, ervaart Raymond als frustrerend: hij zag hem weinig en het klikte niet zo goed met zijn stiefmoeder, een relatie waaraan Raymond nog twee half broers en twee half zussen overhoudt.

Op school was Raymond een twijfelgeval, hij wisselde goede uitslagen af met minder goede. Het PMS adviseert zijn ouders hem voor zijn middelbare studies naar het atheneum van Berchem te sturen. Hier leert Raymond wat autoriteit en machtsmisbruik inhoudt. Het zal hem tekenen voor de rest van zijn leven. Raymond zoekt zijn heil dan maar in een wereld vol dromen waarin het voetbal én zijn superheld Pele centraal staan. Op muzikaal gebied gaan vooral The Beatles zijn jonge jaren kleuren, al van toen hij hen voor de eerste keer in 1964 She loves you hoorde zingen. Nadien volgen Roll over Beethoven en I want to hold your hand. Hij weet nog goed dat hij Twist and shout van hen op single kocht en zijn moeder dat ook een tof liedje vond. Op zijn veertiende kende Raymond al de Beatleshits fonetisch uit het blote hoofd. Naast The Beatles hield Raymond ook van The Animals en The Who en playbackte hun hits via de microfoon van zijn bandopnemer. Het bijzettafeltje in de living diende als piano. Hij is veertien en bezeten door de Angelsaksische popmuziek. Nadien zal Raymond gaan dwepen met grote jongens als Lou Reed, Leonard Cohen, Chuck Berry, Bob Dylan en Otis Redding.

Qua schoolprestaties lagen de scores minder goed. Aan journalist Wilfried Hendrickx vertelde hij: ” In de lagere school ging het spelenderwijs. Maar in het middelbaar wordt er van jou verwacht dat je je grootste inspanning thuis levert. En dat lukte me niet. Ik slaagde er niet in mij te concentreren. Er was daarbuiten zoveel spannends te beleven. Vreemd genoeg ben ik me later wel voor veel gaan interesseren zoals bijvoorbeeld voor geschiedenis en aardrijkskunde. Ik was simpelweg niet rijp om leerstof binnen te krijgen. Ik was opgetrokken uit dromen“. Raymond moet het tweede en vierde jaar overzitten, hij deed er in het totaal dus acht jaar over, en haalde uiteindelijk zijn einddiploma niet. In diverse interviews daaromtrent beschrijft hij zich als “een broekschijter”‘, iemand die niet het lef had, zoals zijn idool John Lennon, om tijdig de school te verlaten en voor de muziek te kiezen. “Ik schrok mij een ongeluk toen mijn ouders zeiden:”Hier houdt het op.Wij sponseren niet verder. Zoek het zelf maar uit”. Ik was totaal niet gewapend voor het leven zoals het is.”

Uiteindelijk slaat van het Groenewoud in 1969 de schooldeuren achter zich dicht. Intussen had hij er al een eerste groepje opzitten, The Sharks, maar met hen zal hij nooit optreden. In 1967 zijn er The AB’s, The Antwerp Boys, maar meer dan één vertoning zit er niet in.  In het weekblad Humo van zeven augustus 1980 gaat hij verder: “Daarna stapte ik over naar de wat hippere groep Why Not. Die vroegen me omdat ik orgel kon spelen en geen moeite had met A whiter shade of pale. Ik kon namelijk altijd wel wat respect afdwingen door mijn muzikale kennis. Ik haalde op het conservatorium altijd tien op tien voor melodisch dictee, wat onder andere betekent dat ik een zeer goed gehoor heb, dat ik vrijwel alles meteen kan naspelen. Tja, op repetities ben je dan wel gauw “Het Mannetje”. Why Not viel na twee optredens uit elkaar en toen ben ik bij een heus balorkest piano en orgel gaan spelen, en omdat ik het zo mooi vroeg, mocht ik uiteindelijk ook Gloria van Them zingen. Als we La bamba speelden hoefde ik niet mee te doen en dat vond ik zo vervelend dat ik een paar keer een ei bakte op het podium, groot succes, natuurlijk! De manager van zangeres Tilly heeft ons toen eens gevraagd wat demo’s te maken die dan in Duitsland zouden terechtkomen. Natuurlijk is daar nooit iets van gekomen, maar die demo’s hadden mij wel aan ‘t dromen gezet. Ik begon te geloven dat er ooit wel eens iets van zou kunnen komen. Op school dacht ik alleen nog aan mijn toekomst als muzikant. Daags na zo’n bal zat ik als een gek te geeuwen in de les “beschrijvende meetkunde” en al die witte krijtlijnen op dat bord dansten voor mijn ogen. Als het mijn beurt was om naar voren te gaan wist ik in de verste verte niet waarover die leraar het had. Ik heb het atheneum dan maar, zonder spijt, verlaten en ben muzikant geworden.” Pa schiet zijn zoon, nadat die eerst nog heel even in de band van Marva had gespeeld, te hulp en nodigt hem uit bassist te worden in zijn orkest. Nico was in de jaren vijftig en zestig in ons land en vooral in Latijns-Amerika bekend geworden met elpees met een overheersende mambo, chachacha- en bossa novatouch. Hij trad op onder de naam Nico Gomez. Hij werkte daarnaast vaak als arrangeur voor Adamo, Will Tura, Ingeborg, Theo Mertens, Frédéric François en Rita Deneve. Hij stichtte samen met Gaston Bogaert de Belgisch-Cubaanse groep The Chakachas die met Zuid-Amerikaanse muziek internationaal succes afdwongen. Denken we maar aan de hits Eso es el amor en Jungle Fever.Tussendoor speelde Gomez in de BRT-orkesten van Francis Bay en Freddy Sunder. Later zal hij hier en daar aan enkele platen van zijn zoon meewerken, onder meer La Bamba, te horen op de soundtrack van “Brussels by night” van Marc Didden. Spelen in de band van zijn vader was voor Raymond een goede leerschool. Hier leerde hij ook de knepen van het arrangeren die hem later goed van pas zullen komen. Raymond zal vaak vertellen dat hij zijn vader eeuwig dankbaar blijft voor deze kans die hij hem toen geboden heeft.

Na een tijdje bij pa gespeeld te hebben, gaat Raymond zijn eigen weg. Tijdens een opname samen met zijn vader in de studio van Jean Klüger, tipt deze hem dat hij misschien eens moet gaan aankloppen bij Johan Verminnen met wie Jean op dat moment samenwerkt. Johan was op zoek naar een goede muzikant en Jean wist dat Raymond wel wat in de vingers had. Hij gaat bij Johan aan de slag als pianist, gitarist en arrangeur. Hij is erg blij dat hij hier kon spelen en houdt ook van het stemgeluid van Johan. Die samenwerking botst echter vrij snel, want hier stonden twee sterke ego’s tegenover elkaar. Raymond voelt snel aan dat hij beter andere oorden kan gaan opzoeken. De nieuwe bassist van de band, Frans Ieven, loodst hem bij de VRT binnen en stelt hem voor aan toenmalig producer Jan Geysen die hem muziekjes laat schrijven voor het op dat moment populaire satirische programma “Dagboek” waaraan ook Paul Jacobs en Piet Piryns meewerkten. Raymond blijft hier een jaar lang aan de slag en zal in het totaal zo’n vijftig liedjes schrijven. In 1971 mag Raymond als verjaardagscadeau van zijn vader twee liedjes opnemen waaronder Will drama. Muzikanten van dienst zijn Freddy Rottier op drums, Ivan Desouter op bas en Raymond zelf aan de piano en het orgel. Will drama was een eendimensionale hekeling van het Will Turasyndroom, aldus Raymond. Hij had het moeilijk met het succes dat die Vlaamse zangers scoorden. Over het resultaat van zijn eerste opnamesessie was Raymond niet zo tevreden. Die liedjes zijn dan ook nooit op plaat verschenen.

In 1972 richt Raymond de groep Louisette op met in de line-up Bernard Vanderhaegen, de zanger van de Wemmelse groep ‘t Goeleve, die op zijn beurt basgitarist Jean Van Dooren bij de groep introduceert samen met drummer Eddy Verdonck van de groep Mad Curry en Erik Van Neygen. Raymond leert met veel geduld Erik de elektrische gitaar onder de knie te krijgen. Hij spoort hem ook aan de liedjes die hij tot dan toe in het Engels heeft geschreven, te vertalen in het Nederlands. Erik op zijn beurt leert Raymond dat het niet altijd verstandig is te pas en te onpas met je eigen mening te komen aandraven. Het heeft Raymond, zo vertelt hij ons, een stuk kalmer gemaakt. En die weg is hij sindsdien blijven volgen. Jouw mening doet nauwelijks terzake.  Op het Omega-label brengen zij in 1972 Maria, Maria ik hou van jou uit. Die opname is het tweede verjaardagscadeau van papa Nico voor zijn zoon. Pa neemt de productie voor zijn rekening en deze keer is het bingo. Wat Erik nooit zal vergeten, is dat Raymond hem de kans biedt het B-kantje Jij kunt beter gaan voor zijn rekening te nemen. De single blijkt té vernieuwend voor die tijd en slaat niet aan, commercieel gezien dus een regelrechte flop. Waar zij ook optreden, Louisette wordt vooral gezien als een vreemde eend in de muzikale bijt. Er worden amper drieduizend exemplaren van verkocht. In 1973 komt de volgende single Daddeemelee in de winkels terecht met op de B-kant 15 maart. Daddeemelee draagt Raymond op aan Eva Mentens, de mevrouw die hem als eerste in het liefdesleven zal inwijden. 15 maart is een liedje door Van Neygen geschreven en Erik vindt het nog altijd een mooie vriendschappelijke geste van Raymond dat zijn liedje op de B-kant belandde. Jammer, maar dit plaatje wordt een nog grotere flop dan hun eerste. De echte muziekliefhebber vindt de teksten niet je dat en de kwaliteit van de opname laat te wensen over. Ook de opvolger Zij houdt van vrijen doet het in 1974, ondanks enkele positieve recensies in de vakpers, niet goed. Intussen heeft Jean-Marie Aerts de plaats van Erik ingenomen. De muzikale smaak van Raymond en Erik verschillen te veel. Raymond dweept op dat moment met David Bowie en Roxy Music, terwijl Erik verzot is op Amerikaanse folk en country. Raymond komt ook almaar meer aan de bak als gegeerd sessiemuzikant die we in die tijd horen op platen van Kris De Bruyne en Zjef Vanuytsel.

Roland Klüger is blij verrast wanneer Raymond hem op zekere dag het liedje Mijnheer de postbode laat horen en gaat meteen akkoord om met Raymond een eerste solo-elpee op te nemen. “Je moest eens weten hoe gelukkig ik was” heet die eerste langspeler met daarop twaalf liedjes opgenomen in de “Morgan Studio’s” in Brussel en in 1973 uitgebracht op het RKM Label (Roland Klüger Music). Bekende jongens duiken in de studio op om Raymond te begeleiden: Bruno Castellucci, Jean-Marie Aerts en Mich Verbelen. De elpee wordt geen succes, al staan er sterke songs op als Bleke Lena, Middenstandsblues en Waar ik niet tegen kan. Mentaal zit het Raymond echter niet mee. Hij geraakt in een dipje en probeert te overleven door arrangementen te schrijven voor onder meer Cynthia Clay en Barry & Eileen (kennen we van de hit If you go). Pa zorgt dat hij hier en daar wat kan meespelen tijdens studiosessies. Hij gaat ook even meespelen bij de band van Kris De Bruyne.

In 1974 richt Raymond samen met Mich Verbelen, Stoy Stoffelen en Jean-Marie Aerts de  groep Bien Servi op. Na een poos wordt Jean-Marie vervangen door Jean Blaute en gaan de heren door het leven als The Millionaires. Er volgt in 1975, deze keer op het Philips-label, de langspeler “Ik doe niet mee”, goed voor twaalf liedjes waaronder als uitschieters Bierfeesten (als ik dit maar heb), De eerste minister en Ik wil de grootste zijn.  In de marge even vermelden dat Raymond Bierfeesten ooit aan Ann Christy heeft voorgesteld om op te nemen, maar zij is zo eerlijk hem te vertellen dat zij hem zo’n parel niet wil ontnemen en dat hij het beter zelf moet opnemen. Producer van dienst is de op dat moment populaire en gegeerde Nederlandse hitleverancier Hans Van Hemert. Die had in de jaren zestig samengewerkt met bekende popgroepen als Zen en The Motions en bezorgde nadien hits aan Mouth & MacNeal, D.C. Lewis, Liesbeth List en Ramses Shaffy. “Ik doe niet mee” werd wel geen plaat waaraan Raymond veel plezier beleefde. Van Hemert duldde niet veel inspraak. Raymond was en is nog steeds niet zo tuk op de arrangementen die Van Hemert schreef. Eén liedje op die plaat springt speciaal in het oor Janneman Robinson waarin Raymonds liefde voor Winnie the Pooh klinkt, hoofdpersonage uit de boeken van Alan Alexander Milne. Hij zal in interviews toegeven dat die fantasiewereld voor hem tijdens zijn jeugdjaren een openbaring was. Vooral de manier waarop de figuren door het boek heen leven, boeien hem, met een aparte voorliefde voor Konijn en Uil, en hoe dankzij die figuurtjes de gewichtigdoenerij en snoeverij van sommigen te kakken wordt gezet, iets wat hij later in zijn teksten ook met graagte zal doen. Raymond was zo’n jaar of zeven toen zijn moeder hem die verhaaltjes al voorlas, die hij later zelf op zijn beurt ging lezen om ze dan weer op zijn beurt aan zijn kinderen voor te lezen.

In 1976 gaat Raymond zijn vroegere kompaan Erik Van Neygen steunen wanneer die hem vraagt zijn eerste, titelloze elpee te producen, verschenen op het Parsifal-label, waarop twaalf liedjes met onder meer Eriks versie van Bleke Lena en voorts Vandaag, Vergeet, Voor haar en Alleen jou aan mijn zij. Dat jaar zien we Raymond ook driftig aan het werk tijdens de Gentse Feesten waar hij het publiek aan zich weet te binden met nummers als Gelukkig zijn en Bierfeesten.

Een jaar later wordt het album “Nooit meer drinken” gereleaset in een productie van Jean Blaute en met de muzikale steun van onder anderen Chris Joris, Mich Verbelen, Stoy Stoffelen, Berrie Jacobs en André Heyvaerts. Raymond heeft intussen een platendeal weten te versieren bij platenfirma EMI die hij voor een groot deel van zijn carrière trouw zal blijven. Aan tien liedjes heeft Raymond op deze elpee genoeg om zijn talent te etaleren. Liedjes als Zjoske schone meid (geschreven voor zijn toenmalige vrouw Joske Ceupens met wie hij drie jaar getrouwd blijft), Danielle, opgedragen aan zijn toenmalige nieuwe lief, Crazy pub, Winterochtend en het intussen tot een klassieker gebombardeerde Meisjes. Speciaal voor dit album werden er voor Meisjes nieuwe arrangementen geschreven. Vrij snel begint die single aan een bescheiden opmars in Vlaanderen. De twintigste augustus 1977 staat Raymond op twee in de Vlaamse Top Tien. Vreemd genoeg blijft de Top Dertig buiten bereik. De single laat voorgoed zijn sporen na en zorgt ervoor dat de naam van het Groenewoud niet meer weg te denken is uit de Vlaamse muziekwereld. Er bestaat ook een Franse versie van. Vreemd genoeg heeft hij het dan over Merde met op de B-kant Paroles en pratique. Net zoals Brussel aan de schoenzolen van Johan Verminnen kleeft, zo blijft Meisjes het eeuwigklevende stukje kauwgom voor Raymond. Voor velen is Meisjes de uiting van een  tijdgeest, een tijd waarin iedereen dacht dat alles kon, dat de wereld kon veranderd worden. In Meisjes klinkt Raymond ook op zijn best, vooral in een zin als “zeg dat Raymond van het Groenewoud het gezegd heeft“. Dit lied bewijst ook dat op het einde van de jaren zeventig het Vlaamse chanson meer maturiteit heeft verworven, meer body heeft gekregen. Nog zo’n uitschieter op die plaat is Italianen, zeker niet racistisch bedoeld, maar eerder een parodie op de typische belcantogetinte Italiaanse liedjes met, als het eventjes kan, hier en daar een mandoline op de achtergrond. Tijdens een opnamesessie waarvoor Raymond als muzikant was uitgenodigd door producer Roland Verlooven, daagde die de vooral jongere aanwezige muzikanten wat uit door te beweren dat de beste melodieën vooral door Italianen waren en worden geschreven. Als schoolvoorbeeld noemde hij O sole mio dat in de jaren zestig tot een grote hit werd gezongen door Elvis Presley als It’s now or never. Omdat Raymond nog een nummer nodig had voor zijn nieuwe elpee, besloot hij op een namiddag eens een echt melodieus liedje te schrijven. Met die opmerking van Roland in zijn achterhoofd werd het “Italianen hebben zin voor melodie, Hare Krishna, Traviata, Napoli!” En vervolgens scharrelde Raymond, zoals hij in ons interview vertelde, alle bestaande clichés over Italianen bij mekaar, en de rest was kinderspel. Diezelfde Roland Verlooven vertelde ons op zijn beurt tijdens een gezellig etentje in Keerbergen dat Raymond een van zijn grootste idolen is: “Van het Groenewoud schrijft in een paar zinnen waarvoor ik als componist honderd liedjes nodig heb!”

In 1978 brengen Raymond en De Millionaires het gelegenheidsprogramma “Omdat ik Vlaming ben”. Dat jaar is er vrij snel een opvolger voor de succesvolle plaat “Nooit meer drinken” en dat wordt, opnieuw in een productie van Jean Blaute, “Kamiel in Belgie”, een liveplaat met de volledige steun van De Millionaires. Geen extra bezetting met een pak aanvullende muzikanten, neen, een rechttoe rechtaan registratie van een rist bekende liedjes waaronder Gelukkig zijn en Maria, Maria, ik hou van jou en het amusante Vlaanderen boven. Dat liedje had Raymond opgenomen voor een tv-programma. Maar dat er smalend over koning Boudewijn werd gezongen, kon volgens toenmalig VRT-producer Bob Boon niet door de beugel en het lied werd gelijk afgevoerd. In Vlaanderen boven exposeert Raymond niet zijn onvoorwaardelijke liefde voor Vlaanderen, maar is het eerder een ironische liefdesverklaring. Op een bepaald moment zingt hij zelfs “Vlaanderen buiten!”, als lanceert hij hier een anti-Vlaamse slogan, maar de daaropvolgende zin “waar de vogeltjes fluiten” laat duidelijk horen dat hij de Vlaamse natuur liefheeft als geen ander. Vlaanderen boven staat niet alleen op het livealbum “Kamiel in België” (uitgebracht – zij het wat tegen de zin van Raymond in, want hij vindt niet gauw dat een liveplaat geslaagd kan zijn – op dringend verzoek van zijn platenfirma), maar verschijnt eveneens op single waarmee hij de vijftiende juli 1978 op één piekt in de Vlaamse Top Tien. Hij schreef dit liedje, gezien door de ogen van een Nederlander, zijn milieu dus. Het is een opsomming van wat Vlaanderen hem op dat moment biedt: “Waar er mossel met friet is, waar er kip aan het spit is, waar de kerk in ’t midden staat, waar de purperen hei bloeit en het geld in het zwart vloeit, waar men nauwelijks Nederlands praat, waar een diploma geen zin heeft en de koning geen kind heeft, waar de schuimwijnkoningin defileert, waar het volk goedlachs is en een vuist zonder kracht is.” In de BRT Top Dertig zit er de negentwintigste juni als hoogste notering een achtentwintigste plaats in. Kamiel, want het kind moet een naam hebben, is de naam van een fictieve hond die in het leven van Raymond opduikt op het moment dat hij het beu is om traditionele liedjes te schrijven. Hij wou vooral niet té voor de hand liggende dingen neerpennen. Kamiel is dan ook geboren in een hoekje van Raymonds absurditeit. De vijfde juni 2002 neemt Raymond ter gelegenheid van de zevenhonderdste verjaardag van “De Guldensporenslag” een bewerkte versie van Vlaanderen boven op waaraan twaalf bekende Vlaamse zangers en zangeressen meewerken, onder anderen Wll Tura, Sergio, Belle Perez, Bart Peeters en Sarah. De diverse hitlijsten blijven deze keer buiten bereik. In 1978 worden De Millionaires, De Centimeters. In die bezetting schitteren ze op het podium van Torhout-Werchter naast halfgoden als The Runaways, Gruppo Sportivo, Talking Heads, Dr. Feelgood, Nick Lowe en Dave Edmunds.

Zij laten voor de eerste keer op vinyl iets van zich horen in 1979 op de plaat “Ethisch reveil” waarvoor ook deze keer Jean Blaute de productie op zich neemt. Wij tellen negen liedjes waaronder Aalst (stad mijner dromen), Markies de Sade, Jaloers en Trek het je niet aan. De term ethisch reveil staat eigenlijk voor het streven naar herstel van de christelijke ethiek, een bewoording in Nederland geïntroduceerd door de toenmalige minister van Justitie Dries van Agt. Humo van de elfde september van dat jaar is vol lof over deze plaat. “Ja ik weet het: te veel lof is als look in een brakke maag: hij stinkt. Maar er is dan ook nooit een lp van eigen kweek geweest, die zo geklonken heeft, die zo uitblinkt door inventieve arrangementen, sterke nummers, magistrale muzikale techniek als deze “Ethisch reveil”. Raymond speelt Reeds!“. Aldus de journalist van dienst, die zonder blikken of blozen van het Groenewoud tot de Vlaamse Lou Reed kroont. De drieëntwintigste juni staat Trek het je niet aan op twee in de Vlaamse Top Tien, geschreven, als trouwe Bob Marleyfan, in een rocksteadyritme (maakte in 1966 in Jamaica nogal opgang), op het moment dat hij in Erembodegem (Oost-Vlaanderen) woont. Hij voelde de ongezonde druk van zijn platenfirma om nog maar eens een rist succesvolle songs neer te pennen. In zijn omgeving kende hij een mevrouw die veel werd afgesnauwd, zich continu op haar kop liet zitten en met haar voor ogen schrijft hij Trek het je niet aan. Op die plaat ook een ode aan Nonkel Frans. Raymond daarover in een babbel met Humo: “Mijn Nonkel Frans is een man die ik ontzettend graag hoor praten en die altijd van alles op de hoogte is, kwam op een dag met nog maar eens zo’n sterk verhaal aan over “Hoe daar in Engeland toch weer iets gebeurde, die vier gasten, de Beatles, dat zou toch iets fameus gaan worden”, en hij wapperde met “De Standaard”, waar de Beatles op pagina één stonden, wat, zeker in die tijd, op zich al een wonder was. Ik heb die foto urenlang bekeken en ik had het zitten, voorgoed. Zonder ooit een noot van de Beatles gehoord te hebben. Later heb ik een eepee gekocht met aan één kant I’ll get you en Roll over Beethoven en aan de andere It won’t be long en I wanna hold your hand. Van Roll over Beethoven was ik ziek, zo goed vond ik dat. Daarna kocht ik de single Twist and shout en Boys. Twist and Shout vond ik het beste wat ik ooit gehoord had.” In hun zomeragenda staat Torhout-Werchter weer genoteerd met deze keer op de affiche The Bintangs, Kevin Coyne, Tom Robinson Band, Talking Heads, Dire Straits en Rory Gallagher. Raymond is nooit vergeten dat er backstage een bikkelharde strijd werd gevoerd voor een ereplaats op het podium. Hij en de Centimeters waren intussen wereldberoemd in Vlaanderen en hadden dat ook aan de organisator, Herman Schueremans, laten weten, die daar eerst mee akkoord ging tot de dag zelf wanneer enkele “Amerikaanse pipo’s” (Raymonds eigenste woorden) lieten weten dat hun poulains voorrang moesten krijgen. Raymond wou eerst rechtsomkeer maken, maar zag in dat hij dat niet hard kon maken en heeft dat feit dan maar diplomatisch opgelost. Fans gaan in dat geval altijd voor.

Is het om onze oosterburen te plezieren, geen mens die het weet, maar in 1980 verschijnt er een Duitstalige elpee van Raymond Groenewoud und die Centimeters. Tien liedjes waaronder Sie ist fort, Mutter, Kieler Dealer en Mädchen. Veel hebben we er toen in de media niet over gelezen. Het feit dat het bij die ene release is gebleven, zegt méér dan genoeg. Raymond is de Duitse taal niet machtig, studeert het dan maar keurig fonetisch in, en gaat met die beperkte kennis van de Duitse taal op promotietournee in Duitsland. Dat is toch het plan, maar hij vindt dat “a bridge too far” en daarmee is het project op voorhand al een doodgeboren kind.

1980 wordt een jaar om met een gouden pen in zijn dagboek te noteren. Bij een zonnig weer en in een presentatie van John Peel en Guy Mortier sieren Raymond en De Centimeters het podium van “Pinkpop” in Geleen. Hij steelt daar de show voor de ogen van andere goden als The Jam, J. Geils Band, The Specials, Joe Jackson Band en Garland Jeffreys. Als geen ander weet Raymond als een volleerd showman het publiek te bespelen, vijftigduizend man sterk. Vooral zijn hartverscheurende versie van Je veux de l’amour dreunt na al die jaren nog na. Met de meezinger Maria, Maria, ik hou van jou zet hij het publiek helemaal naar zijn hand. Je veux de l’amour is oorspronkelijk een lied van de Canadese zanger Robert Charlebois. Hij weet niet meer precies of hij het voor de eerste keer op televisie zag bij Marc Didden thuis of privé, maar Raymond wilde er sowieso een extra dimensie aan toevoegen, een tandje bij schakelen, er iets meer punch aan geven dan Charlebois in de originele versie doet. Kwa thema en melodie blijft Raymond erg dicht bij het oorspronkelijke. Het lied gaat over een zanger die terugblikt op zowel de hoogte- als de dieptepunten in zijn carrière. Die zanger is maar naar één ding op zoek in zijn leven: liefde. De wanhoop overstijgt bij momenten én de tekst én de melodie, klinkt uiteindelijk als één grote schreeuw, die we al iets eerder hoorden in Meisjes. Puristen merken op dat hij die dag tijdens het zingen van Meisjes vooral op zijn moeder stond te roepen, al houdt zo’n opmerking hem niet bezig. Hij schrijft dat op het conto van wie hem wil ontleden, maar zelf gaat hij nooit op zoek naar de dieperliggende achtergrond van het hoe en het waarom van een liedje of zijn manier van staan te zingen. Op single staat Je veux de l’amour de achtentwintigste juni 1980 op één in de Vlaamse Top Tien. In de BRT Top Dertig vinden we de single de zestiende augustus op de tiende stek terug. De negentiende juli prijkt Raymond in de Nederlandse Top Veertig op achttien. Pas elf jaar later zal hij helemaal bovenaan staan, maar dat verhaal is voor later. Met het oog op het succes van Je veux de l’amour verschijnt in Nederland op het Odeon-label het album “Leven en liefdes” met op de A-kant zes live-uitvoeringen van zijn bekendste hits tot dan toe, waaronder Meisjes en Vlaanderen boven en op de B-kant zes studio-opnamen met onder meer Mama moet komen, Brussels by night en uiteraard Je veux de l’amour.

Raymond was, omdat toch even tussendoor te aan te stippen, een man van “wonen” op vele plaatsen, als kind al, heen en weer reizen tussen pa en ma en zijn stiefvader. Al lachend merkt hij tijdens onze babbel op dat hij zijn leven lang vaak zo diep in gedachten zit verzonken, dat hij dikwijls niet eens weet waar hij verblijft!

In 1981 neemt Raymond het zuiderse en zeer dansante Chachacha op. In de jaren tachtig werd de chachacha beschouwd als een van de favoriete dansjes van pa en ma, want in de jaren vijftig was dit samen met de mambo en de rock je van hét. Volgens het dansboekje is de chachacha een Cubaanse dans, gecreëerd door de Cubaanse orkestleider Enrico Jorin. Met Chachacha, in een productie van Jean Blaute en begeleid door De Centimeters, wou Raymond zijn eigen muziek en succes wat relativeren en deed dat door op een verzoenende manier de latinomuziek van zijn vader, Nico Gomez, feilloos in een dansbare melodie te gieten. Op zijn beurt mag pa bij zijn zoon komen meespelen tijdens de opname van één van diens grootste hits. Van al de tot nu toe uitgebrachte singles van Raymond scoorde Chachacha het hoogst. Op de B-kant staat Het verschil met mijn vriend Jan. In de BRT Top Dertig staat Chachacha de twaalfde december 1981 op vijf en in de Vlaamse Top Tien de eenendertigste oktober op één. Vader Gomez zet het in 1982 samen met The Copacabanas op zijn album “Latin Dance Hits” dat bij de firma Music for Pleasure verscheen. De eenentwintigste november 2002 wordt Chachacha tijdens een muzikaal festijn in het “Casino van Knokke” toegevoegd aan de “Eregalerij” van Radio 2 en Sabam. Ook gelauwerd die avond: Zo mooi, zo blond en zo alleen van Jimmy Frey en Zeven anjers, zeven rozen van Willy Sommers.

Dat luid meezingen met zijn hits, vooral in Nederland, dat soms meebrullen door een behoorlijk beschonken menigte, doet Raymond besluiten voorlopig niet meer live op te treden. Hij moet aan zijn werknemers, De Centimeters dus, laten weten dat de heren voortaan muzikaal vreemd mogen gaan. Naar aanleiding daarvan vertelt hij tijdens onze babbel dat hij wel vaker last heeft van zijn moody gedrag, wat hij tegelijkertijd als een zegen beschouwt. Door die spanning tussen zijn ups-and-downs gebeurt er veel meer, is hij veel creatiever in zijn artistieke bestaan. Die stemmingswisselingen zorgen ervoor dat hij een sabbatperiode inlast. Hij kan een poosje mee met dingen die nu eenmaal horen bij het populair -zijn en optreden voor een grote massa, maar na een tijdje heeft hij van die hele heisa en drukdoenerij schoon genoeg en heeft dan dringend nood aan een periode van rust waarin hij van dat alles wat afstand kan nemen. Voor een tijdje dan toch! Raymond heeft zin in een paar zijsprongen waaronder de productie van de plaat “Waar de lampen in de klinken blinken”, de debuutplaat op het EMI-label van Kamargurka en de Vlaamse Primitieven. Acht keer pure parodie en dat lust Raymond op dat moment wel. Een jaar later kloppen The Employees bij hem aan en gebruikt hij zijn kunsten als producer tijdens de cover van Play with fire van The Rolling Stones met op de B-kant Rich and famous, verschenen op het Antler-label. De bekende Nederlandse gitarist Harry Sacksioni vraagt Raymond of hij geen zin heeft in een paar akoestische optredens waarop hij graag ingaat en levert de nummers Hoogste tijd en Willoos voor Harry’s nieuwe plaat “Nachtjournaal”. Raymond zingt op de plaat mee met zijn eigen nummers en kruipt zelfs virtuoos achter de piano. Heeft het wat met de geboorte te maken van zijn zoon Jasper of gewoon omdat hij er zin in heeft, maar in 1983 gaat Raymond in op de uitnodiging van Radio 2 Omroep Brabant om twee liedjes te schrijven voor het album “Er komt geluid uit het behang”, naar het gelijknamige kinderprogramma. Die liedjes zijn Een slechte film en In de gracht.

In de maand september van 1983 heeft tijdens het filmfestival van San Sebastian de wereldpremière plaats van de film “Brussels by Night” van regisseur Marc Didden. Het is een soort stadsfilm die zich hoofdzakelijk in het Brusselse nachtleven afspeelt en in schril contrast staat met de op dat moment in Vlaanderen populaire plattelandsdrama’s van eigen makelij. Met deze film weet Marc Didden als regisseur door te breken samen met zijn regieassistent Dominique Deruddere. De titel van de film ontleent Marc Didden aan de gelijknamige song van Raymond van het Groenewoud die dat in 1979 al samen met De Centimeters voor het album “Etisch reveil” had ingeblikt. Voor alle duidelijkheid, Didden heeft zijn film niet aan de inhoud van het liedje Brussels by night opgehangen. Voor de soundtrack schrijft Raymond een rist nieuwe nummers waaronder Sandy, Schijten, Het gras is nat en Hallo…soms ben ik verlegen. Tijdens het “Festival van San Sebastian” kaapt de film de “prijs van beste debuut” weg en de zilveren trofee “Spaanse Federatie van Ciné-Clubs”. Een jaar later volgt de onderscheiding “outstanding film of the year” tijdens het “Filmfestival van Londen”.

Van de veertiende november tot en met de vijfde december 1984 vinden we Raymond aan het werk in de “Wisseloord Studio’s” in Nederland in het gezelschap van producer Hennie Vrienten naar een voorstel van Jo Govaert, toenmalig manager bij EMI België. Raymond heeft op dat moment vrede met die keuze omdat hij zich vooral met de content van de plaat wil bezighouden. Dat resulteert uiteindelijk in het album “Habba!” dat in 1985 wordt uitgebracht.  Qua backing vocals krijgt hij zelfs de steun van de diva’s Fay Lovsky en Mathilde Santing. Tien liedjes met onder meer een ode aan de Fietsbel en Ludo Coeck, verder het klankrijke Habba habba hoek hoek en het wat gewaagde Haile Selasie, maar dat het gewaagd was, had Raymond in het begin niet meteen door. Op de dag dat hij het schreef, had hij alleen maar een soort woordenspielerei voor ogen, meer niet. Bij de consequenties daarvan stond hij niet stil. Omdat hij een reggaeritme in gedachten had, kwam hij bij Selasie terecht. Haile was ooit keizer van Ethiopië en wat Raymond goed onthouden had, door de rastafaribeweging beschouwd als de reïncarnatie van Jezus. Bob Marley schreef ooit als eerbetoon aan hem Iron Lio Zion. De tekst “Eigenlijk heette Haile Selassie Albert Vandenbossche, maar was dat wel een goeie naam voor een rastaman, vooral met vibraasjens, eigenlijk was hij op vakantie in Ethiopië waar men hem totaal niet correct voor een keizer nam“, geeft meteen al aan dat Raymond het nogal speels bedoelde, maar zo werd het op dat moment niet door iedereen gehoord en beoordeeld. Het hoeft ons niet te verwonderen dat de plaat een mix is van pop en reggae en als je aan reggaeliedjes denkt, gezongen in je moerstaal, dan denk je onverwijld aan Hennie Vrienten en Doe Maar. Dat was dan ook de kritiek die snel volgde, dat het té zeer Doe Maar-achtig klonk. Twistpunt tijdens de opame was trouwens dat Vrienten de muzikanten van Raymond niet sterk genoeg vond en op zoek ging naar muzikanten van zijn keuze. Om elkaar niet op de spreekwoordelijke pik te trappen, werd er dan maar fiftyfity geselecteerd en dat vindt Raymond achteraf bekeken nog steeds een keuze van noch vlees noch vis, wat op die plaat ook te horen is. Vaak geprogrammeerd op de radio, en intussen een van Raymonds vele hits, is Stapelgek op jou.  De tweede november 1985 staat hij met deze single op twee in de Vlaamse Top Tien. Raymond schreef dit nummer samen met Kries Roose die ook voor Clouseau, Jan de Wilde en Get Ready zal schrijven. De eerste oktober van dat jaar krijgt hij van Sabam de “Hit-Trofee 1984″.

In 1986 wordt Raymond nog maar eens vader, deze keer van Leander. Hij is ook muzikaal erg productief, want hij lanceert in een productie van Hans De Backer het album “Ontevreden”, een plaat vol muzikale uitersten, gaande van het ingetogen en lang uitgesponnen Wat een fijne dag tot het Tin Pan Alley-achtige instrumentale Puppet Chou en in een soort bubblegumklinkende stijl geschreven Dommer kan het niet. The Archies hadden hier zeker een lekkere kluif aan. De studio wordt bevolkt door zo’n zeventien muzikanten die af en toe hun leuke inbreng mogen laten horen. De symfonische aanpak die hij voor de nabije toekomst in zijn hoofd heeft, is hier al hoorbaar, er mag in de studio al wat gestreken worden tijdens Wachten op de wagen in de nacht. Het lied dat ons het meest is bijgebleven, is Sire, rock en roll. “Sire, ik hou van rock en roll, sire, ik kan er niets aan doen, m’n ogen tranen, m’n hart schiet vol, ik hou écht van rock en roll“. In de hitlijsten wordt er niet op gereageerd, maar het is tijdens liveoptredens wel een blijver.

In 1987 besteedt Raymond tijd aan het schrijven van muziek voor de film “Crazy love” van Dominique Deruddere, gebaseerd op het werk van Charles Bukowski. De film is een zoektocht naar liefde. In de hoofdrollen zien we onder anderen Josse De Pauw, Geert Hunaerts en Michael Pas. Het scenario is van de hand van Dominique Deruddere en Marc Didden. Zij bedachten, met goedkeuring van Bukowski, een groot deel van het verhaal zelf. De film kreeg onder meer de “Joseph Plateauprijs” voor beste Belgische film en beste originele muziek. De negende september van dat jaar staat van het Groenewoud op twee in de Vlaamse Top Tien met het zeer dansante Calypso ce soir dat hij speciaal laat kruiden door de producer van dienst Lou Deprijck, die voordien met Two Man Sound al had laten horen hoe Latijns-Amerikaanse muziek hoort te klinken, door Raymond voor de gelegenheid vertolkt met een stevige knipoog naar pa Nico Gomez.

Je zou hem er niet misschien niet verwachten, maar in 1988 vinden we Raymond terug in het “Casino van Middelkerke” tijdens de “Baccarabeker” als coach van de West-Vlaamse ploeg die dan ook nog eens met de overwinning gaat lopen dankzij het talent van Ingeborg, Phil Graveyard en Clouseau. Koen weet nog goed dat Raymond op een dag kwam luisteren in hun toenmalige repetitiekot, de garage van hun geluidsman Pascal Braeckman in Halle. Raymond had een paar partituren bij zich met enkele songs die hij wilde voorstellen. Grote paniek, niemand kon notenlezen, maar ook niemand wou voor de ogen van Raymond afgaan. Een moment voor Clouseau om nooit te vergeten. Op hun repertoire stond verder onder andere Alleen met jou en Verlangen dat in duet met Ingeborg werd gezongen. Voor de rest zongen ze ook mee met enkele reggaeliedjes begeleid door Phil Graveyard. Kris herinnert zich dan weer dat het er in het begin slordig aan toe ging, maar toen de ze kordaatheid hadden opgemerkt waarmee John Terra zijn Limburgse team door de halve finale loodste, herpakten zij zich en gingen zelfs om twee uur ‘s nachts enkele danspasjes instuderen en een a-capellaversie in van Ze zit inoefenen. Ingeborg werd op haar beurt bekroond met de personalityprijs. Dat jaar schittert Raymond aan de zijde van Jan Decleir en Bea Van der Maat in de theaterproductie “De brand in Brel”. Jacques Brel was tien jaar voordien, de negende oktober, overleden. In “Humo’s Pop Poll” staat hij in 1988 op één. Ten voordele van het Rode Kruis neemt Raymond in 1988 in een productie van Johan Kerckhof het nummer M’n goeie ouwe Rode Kruis op. “Ik heb vertrouwen in dit huis waar men van medeleven bruist, een toevlucht voor een vreemde luis, m’n goeie ouwe Rode Kruis“. De dertiende augustus stond hij nog op drie in de Vlaamse Top Tien met Intimiteit uit het album “Intiem” opgenomen in “Studio Jet” in Brussel.  Raymond schreef Intimiteit bewust om een deel van zijn publiek te behagen dat zijn spielereien graag lust en niet zozeer zijn rockende repertoire. Raymond merkt tijdens onze babbel op dat hij weet dat zijn ernstige aanhang het jammer vindt dat hij dit doet. Omdat het zo makkelijk in hem opwelt, het zo vlot klinkt en melodisch vergelijkt hij het met zijn mozartiaanse kant, zonder zich op het niveau van deze klassieke componist te willen tillen. Hier en daar heeft hij op zijn manier Eine kleine Nachtmusik geschreven. Hij heeft, vindt hijzelf, met Mozart gemeen dat de muziek die hij schrijft wel oké is, maar op tijd en stond ook met halfgare creaties op de proppen mag komen. Intimiteit schreef Raymond op weg van de Kempen naar Brugge na een vrij luidruchtig optreden samen met Roland Van Campenhout. Het optreden suisde nog na in zijn oren, toen als een soort geschenk uit de hemel, met tekst en al, het liedje in hem opborrelde. Hij is speciaal langs de kant gaan staan om het op te schrijven en het nadien thuis verder af te werken. Op die vrij rustige plaat “Intiem”, ook liedjes als Zo graag dicht bij jou, het opvallende De lotgevallen van Engelbert Humperdinck en het door Kamagurka geschreven Weg met Boudewijn (Leve Fabiola). Ook vaak gedraaid uit dat album is Omdat ik van je hou dat op single de achttiende maart 1989 op tien belandt in de Vlaamse Top Tien. Het nummer werd geïnspireerd door een toenmalig lief van Raymond dat tuk was op Latijns-Amerikaanse muziek. Puur voor de lol schreef hij, vooral om zichzelf uit te dagen, een liedje in Mexicaanse stijl. De melodie kwam vrij vlot en voor de tekst ging hij bewust op zoek naar romantische woorden omdat de melodie er nu eenmaal om vroeg en omdat hij er bewust geen weerhaken aan wou toevoegen, kortom het niet stukmaken zoals hij dat normaal wel deed. Omdat ik van je hou is een van de meest gecoverde liedjes van Raymond, want nadien zal het op cd worden gezet door onder meer Mama’s Jasje, Free Souffriau en Guido Belcanto. Het album werd met een niet overdreven budget ingeblikt. Het was vooral dankzij de goodwill van heel wat van Raymonds collega’s dat de setlist behoorlijk omvangrijk oogt. Nog een uitschieter op die plaat is Hallelujah, ze is van mij, origineel van de hand van Ray Charles. Die zette het in 1957 als Hallelujah I love her so op plaat voor zijn debuutelpee op het Atlantic-label, in een productie van de legendarische producer Jerry Wexler. Raymond kent het ook in de versie van The Animals. In een wat verloren moment lukte het hem behoorlijk snel er een Nederlandstalige tekst bij te schrijven. Is het ook zo dat in zijn eigen liefdesrelatie zijn lief exclusief van hem is? Raymond geeft eerlijk toe dat daarbinnen geen plaats is voor een derde persoon. Hij schept graag een band waarin het belangrijk is dat zij met hun tweetjes zijn. Dat verknocht-zijn aan mekaar consumeert hij al jaren als bijzonder hevig, met als nadeel dat het na een tijdje kan opgebrand zijn, wat hij aan den lijve meermaals ondervonden heeft.

Omdat het kind een naam moet hebben, doopt hij zijn vaste begeleidingsgroep bestaande uit Rik Aerts, Walter Mets, Kries Roos en Hans De Backer, De Vlaamse Mustafa’s. Vanwaar die naam? Hij had tijdens de Gentse Feesten de Britse groep 3 Mustaphas 3 gezien. Begin 1990 is er de verzamelaar “Meisjes”. Nog voor de cd in de winkel ligt meteen goed voor goud, méér dan vijftienduizend exemplaren vooraf besteld. Vlaanderen boven staat verzameld op dat album samen met onder andere de titelsong, Bleke Lena, Stapelgek op jou, Chachacha en het vaak over de radio te horen Ik ben de man. Die macho staat de eerste september van dat jaar op acht in de Vlaamse Top Tien. Omdat het hem na aan het hart ligt, schrijft hij nog maar eens de muziek voor een film, deze keer voor “Sailors don’t cry” van Marc Didden met in de hoofdrollen Hilde Van Mieghem, Josse De Pauw en Johan Leysen. De titelsong schrijft Raymond samen met Elisa Waut met wie hij het nummer samen inzingt en dat in singleversie op het Ariola -label verschijnt.

Voor het album “Neem je tijd”, naar het gelijknamige programma van Radio 1, covert en vertaalt Raymond in 1990  I want you van Elvis Costello als Ik wil je en Ces gens-là van Jacques Brel als Dat slag volk. Roland Van Campenhout vraagt hem of hij niet wil meewerken aan diens album “The last tribe” waarvoor Raymond onder andere mee de arrangementen schrijft. Als vanouds vliegt hij er live weer in. Hij pakt in dat jaar ijzersterk uit met Liefde voor muziek. In de bioscoop had hij tien jaar eerder samen met zijn moeder de film “The Blues Brothers” gezien in een regie van John Landis met in de hoofdrollen Dan Aykroyd en John Belushi en was hem vooral die scène bijgebleven waarin James Brown als dominee een gospelceremonie leidt. Hem trof meteen hoe dat helemaal anders klonk en oogde dan die stroeve erediensten bij ons. Volgens Raymond mag er bij ons in de kerk wat meer passie en soul aan bod komen. Liefde voor muziek was al een hit tijdens zijn liveoptredens. Voor Raymond is dit nummer rock-’n-roll, pure ADHD, heerlijke waanzin. Alleen kon hij het in de studio niet laten klinken zoals hij wou. Waar vind je überhaupt een gospelkoor dat keurig in het Nederlands kan zingen? Maar na veel plak- en knipwerk in de montagecel en de backingstem van Sofie als extra steun, is die gospel toch geslaagd te noemen op plaat geraakt. De zestiende februari 1991 staat het nummer op één in de Vlaamse Top Tien en de zesde april op één in de Top Dertig. Ook in Nederland is het goed raak met deze single, daar mag hij de achttiende augustus op één in de Top Veertig prijken.

“Sensatie” is de titel van het in “Studio Jet” opgenomen album dat van het Groenewoud in 1992 neerzet. Naast De Vlaamse Mustafa’s doet hij tijdens de opnamen een beroep op onder anderen Hugo Mathysen, Peter Despiegelaere, Wilfrido Delvalle, Bart Quartier en Evert Verhees. Zestien liedjes sieren de plaat die inzet met Mustafa omdat Raymond in een mustafaperiode verkeerde. Na al die jaren kan hijzelf nog altijd niet goed uit aan de inhoud van die song en vanuit technisch oogpunt bekeken, is hij helemaal niet trots op dat lied. Het wordt misschien duidelijker als je weet dat De Vlaamse Mustafa’s in die tijd met Mustafa hun optredens begonnen en er een verdoken soundcheck in zit, want het nummer is instrument per instrument opgebouwd. Leuk meegenomen voor de geluidsman om het geluid tijdens de uitvoering nauwkeurig af te stellen. Er wordt op deze plaat ook lekker op los gerockt, onder andere in Razernij (met dank aan Lou Reed) en Total Loss en daarnaast ingetogen gespeeld en gezongen in liedjes als Eerlijkheid, Sensatie en Je zou eens moeten weten. Tekstueel mag Raymond zich nog eens laten gaan in het nonsensicale Torremolinos. Behoorlijk platgedraaid, mogen we zeggen, is Warme dagen. Raymond koestert nog steeds de dagen waarin het leven geen problemen schijnt te bieden. Dat waren vroeger vooral de vakanties die de wat saaie schooldagen onderbraken en waarin je er alleen maar kommerloos moest voor zorgen dat je luchtbed was opgeblazen en dan richting het zuiden met daar een zwoele avond op een zuiders terras. Die single releases worden niet in echte hits omgezet. Voor Warme dagen zit er de twintigste juni 1992 in de Vlaamse Top Tien een zesde plaats in, in de Ultratop een bescheiden veertigste. Wanneer Clouseau in 1992 uitpakt met hun album “Doorgaan” zijn ze apetrots te kunnen melden dat Raymond twee songs voor hen heeft geschreven, Verlangen en Vanavond ga ik uit. Sinds de “Baccarabeker” kende Raymond Koen en Kris vrij goed. Wat Raymond achteraf bekeken beter niet had gedaan, was vooraf aan Koen vragen waar zijn muzikale voorkeur naar uitging. In het geval van Koen is dat meestal Amerikaans getinte hardrock. Met die kennis begon Raymond spontaan aan het schrijven van Vanavond ga ik uit. Hij is zo eerlijk om nu toe te geven dat het niet het perfecte lied is om door Koen gezongen te worden. Verlangen had Raymond nog in de kast liggen om zelf op te nemen, maar hij stond het met graagte aan Clouseau af.

Samen met Harry Sacksioni en Frank Boeijen, die net beslist heeft solo verder te gaan, plannen ze een aantal concerten in Nederland en België. Boeijen hapt graag toe, want hij ziet in hun gezelschap een Laaglandse versie van Crosby, Stills & Nash. Dit “supertrio”, zoals ze zichzelf durven te noemen, doet in februari en maart 1993 ruim twintig uitverkochte theaters aan. Om wellicht aan de vraag van de fans tegemoet te komen, brengt EMI de verzamelaar “De rug van het doosje” uit met daarop de oeroude versie van Maria, Maria ik hou van jou, liedjes die hij voor “Neem je tijd” van Radio 1 had geschreven en ingeblikt, enz. Dit album maakt deel uit van een verzamelbox met daarin negen eerder verschenen platen, eindelijk dus op cd! Omdat vreemdelingenhaat in het dagboek van Raymond niet voorkomt, verwoordt hij zijn stellingname tegen racisme in het lied L’étranger c’est mon ami waarvan hij een exemplaar aan de koninklijke commissaris van migrantenbeleid, Paula D’Hondt overhandigt. Datzelfde jaar worden de Mustafa’s bedankt voor hun bewezen diensten.

Van het Groenewoud wil al een tijdje bewijzen dat rock en klassieke strijkers erg goed bij elkaar passen, als je maar de juiste arrangementen schrijft. Voor hem zijn dat op dat moment leuke uitstapjes om de zogeheten monotonie te doorbreken. Hij prijst zich een gelukkig mens die zowat alles gedaan heeft wat je op muzikaal vlak kunt presteren: in cafés zingen, in het theater, op Pinkpop, Torhout-Werchter én dus nu ook met een stel strijkers achter zich. Door de jaren heen heeft hij geleerd dat allemaal aan te kunnen en daar is hij nog steeds trots op. De twaalfde november 1993 begint hij aan een rist concerten onder de titel “De minister van ruimtelijke ordening” met als begeleiders Cesar Janssens op drums, Vincent Pierins op bas, Tom Daniels op synthesizer en Bertus Borgers op sax. Deze heren verzamelt Raymond als De Straffe Mannen.. Hij wou het op dat moment qua begeleiding een beetje intiemer na al die drukte en heisa die het succes, vooral in Nederland, van zijn hit Liefde voor muziek met zich had meegebracht. Live waren die haast tumultueuze toestanden niet meer te harden. De verpakking, de aanpak moest dringend kleiner, het moest weer te vatten zijn. Raymond mag dankzij deze bezetting eindelijk nog eens optreden voor een luisterend publiek. Hoogtepunten van die tournee horen we op het album “De minister van ruimtelijke ordening” met een symfonische Raymond tijdens Alles is ijdelheid en Het ruisen van de wind. Deze invalshoek is zo’n succes dat er ook een tournee in Nederland volgt. Met De Straffe Mannen wordt er niet alleen symfonisch opgetreden, maar ook stevig gerockt, wat op menig Vlaams podium in die tijd een lucratieve zet blijkt te zijn. Van het Groenewoud kan de cinema niet uit zijn hoofd zetten en dat hoeft ook niet, want hij schrijft de soundtrack voor “Walhalla” van regisseur Eddy Terstall, een thriller die de achtste juni 1995 in première gaat. Er verschijnt ook een cd met daarop veertien liedjes uit die prent waaronder Walhalla, Het walsje van Marie, Somers voetbalt, Varkenskop en Miss Tanga. Raymond start dat jaar ook met een nieuwe theatervoorstelling “De minister van Landsverdediging”. De derde oktober 1996 gaat de film “Laagland” van regisseur Yolanda Entius in première. Voor deze film, met in de hoofdrollen onder anderen Tom Jansen, Lineke Rijxman en Marcel Musters, schrijft Raymond onder andere zijn meesterwerk Twee meisjes. Zelfs hij vindt de structuur een beetje bizar, al voelt hij wel aan dat niet iedereen het had kunnen schrijven, het is echt iets van hem. HIj vertelde ons tijdens ons interview dat hij het op een rustige, zonnige namiddag schreef tijdens een vakantie aan het Lago Maggiore. Hij was toen verliefd op een stewardess, Nana, en ging, als hij wat tijd had, dicht in haar buurt in Milaan logeren. Zo trokken ze er op zeker moment op uit, richting Lago Maggiore, waar hij op het strand indommelde en na zijn siësta met een melodietje in zijn hoofd zat. Hij had geen dictafoon bij de hand en bleef het liedje in zijn hoofd herhalen tot hij uren later terug op zijn hotelkamer belandde.

Twee meisjes steekt in zijn oeuvre boven alles uit en werd niet zomaar zijn zoveelste hit. Gelukkig maar, want daarvoor klinkt het te kostbaar. Van 2007 tot 2011 staat Twee meisjes telkens op één in de lijst “100 op 1″ dat Radio 1 uitzendt, op de voet gevolgd door Ne me quitte pas van Jacques Brel, die het in 2012 op die eerste plaats van Raymond eventjes overneemt. In 2013 voert Raymond de lijst weer aan, deze keer op de hielen gezeten door Als ze lacht van Yevgueni om in 2014 de duimen te moeten leggen voor Mia van Gorki die dan de top mag aanvoeren. In zijn boek “Belpop – de eerste vijftig jaar” schrijft Jan Delvaux: “Twee meisjes toont dat de eigen taal bijna altijd wint op het terrein van de echte dingen des levens. De teksten die iedereen kent en/of belangrijk vindt, zijn in het Nederlands. Zeer velen hebben een Nederlandstalig nummer tussen hun favorieten aller tijden.” Jan Hautekiet vult die uitspraak van Jan aan met: “Het is weinig artiesten gegeven om in hun latere periode nog iets toe te voegen aan hun oeuvre wat de rest in die schaduw kan stellen“. Vergeten we niet dat Raymond zesenveertig is wanneer hij Twee meisjes schrijft. Het nummer staat ook te pronken op zijn album “Ik ben god niet” dat de achtste februari 1996 verschijnt, opgenomen in de vertrouwde “Studio Jet”. Producer van dienst is Johan Kerckhof. De begeleiding is bewust klein gehouden wat de sfeer extra in de hand speelt en de cd een livesfeer meegeeft. Ik ben god niet schrijft Raymond omdat hem iets dwarszat in zijn toenmalige relatie. Hij werd daarin te veel opgeëist, hij had daarnaast ook nog zijn carrière die hij moest invullen en waaraan hij tijd moest besteden. Die bespiegelingen schrijft hij neer als volgt: “Dit zal je wel verbazen, ik kan niet alles aan, ik ben nogal eenvoudig uit mijn lood te slaan, ik veeg niet elk obstakel fluitend van de baan, wie had dit ooit gedacht, zoveel bescheidenheid, ik heb niet overal voor alles tijd.” Of Raymond iets met God heeft? Wel iets met de schepping als zodanig en hij heeft geen enkele moeite die god te noemen. Moeder Natuur kan net zo goed. De line-up in de studio wordt weer gevormd door de vier basismuzikanten en naargelang de bruisende ideeën het vragen, wordt er een hammondorgel B3 of een Wurlitzerpiano aan toegevoegd. Op het album staat ook het funky Niet huilen en het bijna elf minuten durende Wie zingt er dit lied. Dat jaar krijgt hij van het Vlaamse weekblad Panorama een “Gouden Prosper” voor zijn gehele oeuvre. Op TV2 wordt de negentiende februari “Je moest eens weten hoe gelukkig ik ben” uitgezonden, een documentaire over het fenomeen van het Groenewoud. Naast zijn tournee als minister van landsverdediging waarmee hij zowel door Vlaanderen als Nederland trekt, ook nog in 1997, maakt hij tijd vrij om samen met zijn collega Fernando Lameirinhas (Jess & James) diverse culturele centra te passeren met hun voorstelling “Vlaamse soul en eigentijdse fado”. Raymond zorgt voor de Vlaamse kruiding en Fernando voor de Portugese saudade.

Blijkbaar krijgen de fans er nooit genoeg van en weet Raymond steeds een nieuw publiek aan te boren dat in zijn repertoire geïnteresseerd blijft, want in 1997 brengt zijn platenfirma EMI de verzamelaar “Liefde voor muziek” op de markt met daarop zesendertig tracks, beginnend met de titelsong en eindigend met Zanger zonder meer. Voor Marc Didden is de eer weggelegd om bij elk liedje een anekdote of het ware verhaal te schrijven. In de Album Top Honderd geraakt hij de negenentwintigste november 1997 echter niet hoger dan de dertigste plaats.

Een trapje hoger staat hij wanneer hij samen met het Steylaerts-kwartet door Vlaanderen trekt met zijn tournee “De minister van cultuur”. De strijkersarrangementen werden door Raymond keurig zelf uitgeschreven én bedacht. De dertigste april mag hij ‘s avonds ceremoniemeester spelen tijdens “Nekka Nacht ’99″ in het Sportpaleis van Antwerpen. Hij deelt daar het podium met The Clement Peerens Explosition, Boudewijn de Groot, De Mens, Willem Vermandere, Stef Bos, Geert Hautekiet, Johan Verminnen en Dirk Denoyelle. Zij coveren met veel zin voor fantasie tal van zijn bekendste liedjes. Jean Blaute produceert Raymonds nieuwste album “Tot morgen”, opgenomen tijdens de maanden juni en juli 1998 in “Studio Synsound” te Laken. Technicus van dienst is Dan Lacksman. Jean-Marie Aerts doet nog eens mee samen met onder meer Jan De Smet, Karel Steylaerts, Ronny Mosuse en zijn zoon Leander van het Groenewoud. De plaat zet in met de opvallende zin “Elke morgen dat ik mijn ogen open, zou het zonder zorgen moeten zijn!“. De reacties op het album  zijn verdeeld, zeker als het lied Harde Porno de revue passeert.: “Ja en nee, is dat niet prachtig? Eerst van voor en dan van achter, naar de bron, is dat niet machtig? Kijk eens aan, ik word weer drachtig. Hier zit ik met m’n fluit in m’n vuist, voor de tv, we gaan samen uit, in opwinding, fluit in m’n vuist, voor de tv, we gaan samen uit.” Raymond beaamt nog maar eens tijdens onze babbel dat hij iets tegendraads heeft, maar niet te allen tijde, want dit lied vindt hij terecht geschreven. Hij wordt er nog altijd niet goed van als hij menig BV in Vlaanderen de kop ziet draaien wanneer hun de vraag wordt gesteld of ze ook naar porno kijken. Dat hypocriete gedoe daarrond, die gespeelde afstandelijkheid naar het onderwerp toe, die ontkenning daaromtrent, noopte hem dit nummer te schrijven. In dit liedje bekent hij kleur: ” Ja, ik kijk als BV ook wel eens naar porno!” Zonder het te willen, komt hij in zijn songs soms uit de hoek als een moralist. Hij herkent daarin duidelijk zijn moeder, die had ook altijd zoiets van haar mening te moeten uiten. Dus duidelijk genetisch bepaald, al hoeven we er in het geval van Harde Porno niet méér achter te zoeken dan dat het maar een liedje is.  In zijn gewone omgang met mensen zal Raymond zich nooit zo scherp uiten, dan gaat hij omzichtiger te werk. Hij wil dan zijn entourage zo weinig mogelijk lastigvallen met zijn mening. Harde porno is trouwens een dubbeltje op zijn kant. Tijdens feestelijke liveoptredens is het een schot in de roos, maar in culturele middens waar hij zich wat hoort te gedragen, is het haast uit den boze.  Uit het album “Tot morgen” verschijnen Een beetje tederheid (cover van Try a little tenderness), Foei foei foei, In mijn hoofd en Bij jou te zijn op single. Van het Groenewoud is het inmiddels gewoon geraakt dat de hitlijsten door de bank een eind uit de buurt blijven.

Een beetje bruinen lukt hem vrij aardig wanneer hij in de zomer van 1999 met De Straffe Mannen, nog straffer gemaakt door de aanwezigheid van Jean Blaute op toetsen en Thomas Vanelslander op gitaar, de zonnige podia op stapt. Die combinatie is niet vol te houden, want Jean Blaute heeft de handen vol met onder andere zijn platenlabel “Needrecords” en Bert Embrechts neemt de plaats in van bassist Vincent Pierins. Wanneer de dertiende november prins Filip en Mathilde d’Udekem d’Acoz hun verlovingsfeest organiseren, speelt Raymond samen met De Straffe Mannen als openingsdans op hun feest een cover van Eric Claptons Wonderful tonight. Naar aanleiding van Raymonds vijftigste verjaardag verschijnt in 2000 een overzicht van zijn songteksten in het boek “Je veux de l’amour”. In zijn voorwoord uit zijn Nederlandse collega Boudewijn de Groot zijn waardering voor Raymond. Die zegt op zijn beurt daarover in een interview met Het Belang van Limburg: “Hem neem ik au sérieux in zijn waardigheid en soberheid. Om dan te moeten lezen dat hij zich zo kan laten gaan in zijn appreciatie voor mijn werk, daar ben ik van gepakt. Daar heb ik meer aan dan aan het feit dat een collega een lied van mij zingt.” Bij dat boek zit ook een cd met daarop elf liedjes waaronder Mijnheer de postbode, Het gras is nat, Vrouwen en Wijd en zijd. Het boek, dat tweehonderdzesenvijftig pagina’s telt, werd uitgegeven bij Nijgh & Van Ditmar. In 2000 levert Raymond de muziek voor de film “Iedereen beroemd” van Dominique Deruddere, die de twaalfde april in première gaat met in de hoofdrollen Eva Van der Gucht, Josse De Pauw en Werner De Smedt. Raymond zingt onder meer Lucky Manuelo, Asjeblief en Ik neem je mee. De film zal het jaar nadien een Oscarnominatie krijgen als “Beste niet-Engelstalige film”.

Tijdens de maand april 2001 vinden we Raymond met zijn begeleiders op het “Nasionale Kunstefees” in het Zuid-Afrikaanse Oudtshoorn. Om zijn niet-zittende gat voldoende bewegingsvrijheid te gunnen, trekt hij met het oog op een nieuwe release afwisselend naar “Studio du Manoir” in het Franse Léon en “Studio Caraïbes” in Brussel om daar zijn nieuwste album “Een jongen uit Schaarbeek” in te blikken met de productionele steun van Christine Verschorren. Raymond had al met haar samengewerkt voor de soundtrack “Iedereen Beroemd”. Je kunt dit album gerust een zelfportrettering noemen. De productie blijkt een positieve match, want samenwerken met een vrouw werkt Raymonds haantjesgedrag in de hand en hij geeft dan ook van bij de eerste noot het beste van zichzelf. Of de liedjes met haar wat te maken hebben, laten we in het midden: Je t’aime, Zo zot van haar, Ik ben blij en Ik hou van haar, spreken tot de verbeelding. Een parel om te koesteren is en blijft de titelsong Een jongen uit Schaarbeek dat heel frêle wordt neergezet door Pol Depoorter op akoestische gitaar, Karel Ingelaere op viool, Yves Cortvrint op altviool en Karel Steylaerts op cello. Het wordt haast engelachtig gezongen door Sarah Bettens met Raymond op de accordeon en de piano. “Een jongen uit Schaarbeek” is ook de titel van de theatertournee waarmee Raymond en zijn groep tot en met 2003 on the road gaan. In het weekblad Knack schrijft Eddy Hendrix hierover ” In Een Jongen uit Schaarbeek spreekt méér dan ooit Raymonds dualiteit: de nar die ontevredenheid spuwt, de getormenteerde ziel die zichzelf uitlacht. Tristesse en melancholie gaan zowel tekstueel als muzikaal voortdurend hand in hand. Schokkerige en cabareteske nummers wisselt hij af met levensliederen met een afwijkend chromosoom. Raymond is de man die je laat geloven dat het leven walgelijk zwaar en tegelijk vederlicht is.”

Waar hij de tijd vandaan heeft gehaald, weten we niet, maar in 2002 wordt zijn derde zoon Luca geboren. Over de respectievelijke moeders van zijn kroost komen we nooit veel te weten, maar daarover straks iets meer. Zijn kersverse zoon Luca zal hij op dat moment niet veel zien, want hij mag meteen zijn koffers pakken richting Maleisië, Thailand en Singapore. Hij gaat daar een pak Vlamingen die ginds verblijven, proberen Vlaanderen boven aan te leren.

Raymond heeft publiek nodig. Hij moet regelmatig op tournee en richting het theater. Geen titel is hem daarbij te gek of te vreemd om die tournee in een vorm te gieten. Deze keer heet de dekkende vlag “Schweinhund”. De negentiende januari 2004 lezen we daarover in De Standaard: “Schweinhund is een geheven middelvinger aan de wereld, maar tegelijk een smeekbede om contact. Het is een evocatie van dag en nacht, van ontbinding en samenkomen. Het gaat over wat hem drijft. Zoals hij in het beginlied zingt: ,,Het komt nooit goed, en juist daarom: doorgaan!” Eenentwintig en tweeëntwintig mei 2004 staat van het Groenewoud samen met zijn publiek te genieten van zijn optredens in de “Arenbergschouwburg”. We lezen in hun programmablad: “Omdat er maar één is, met een schatkist van 400 tijdlozeliedjes. Er is er maar één zoveel tegelijk en hij laat geen register ongeopend. Laat u beroeren door zijn heldere kijk en enig geluid. Raymond maakt elke avond een andere mix, ontstaan in de opwelling van het moment. Deel in z’n blijdschap, z’n wanhoop en z’n liefde. Raymond van het Groenewoud: zang en gitaar, Cesar Janssens op drums, Bert Embrechts, bas en Thomas Vanelslander, gitaar”.

Of van het Groenewoud wat met Sinatra heeft? Als je het ver gaat zoeken wel, want The Voice nam ooit My way op, geschreven door Paul Anka op een melodie van Claude François en dat was het nummer Comme d’habitude dat Raymond in 2004 op plaat zet als Zoals gewoonlijk, in een arrangement van Peter Vermeersch. Dat nummer is tegelijk ook de opener van zijn cd “Ballades” die de vierentwintigste oktober 2004 in de winkels ligt. Het is de zoveelste “best of” met deze keer een selectie van zijn mooiste trage nummers plus vier eerder onuitgegeven opnamen. Bij de achttien liedjes geeft Raymond in de bijsluiter telkens zijn persoonlijk commentaar.

Dinsdag veertien februari 2005 krijgt van het Groenewoud in de “Ancienne Belgique” in Brussel een “Zamu Award” aangeboden. Hij wordt die avond voor zijn volledige carrière in de bloemetjes gezet en krijgt uit handen van Johan Verminnen en Brussels minister Guy Van Hengel een Lifetime Achievement Award. Hij was daar eerder al in de prijzen gevallen tijdens de Zamu Awards ’94, ’98 en ’99 in de categorieën auteur/componist en zanger Nederlandstalig. Of het door die Lifetime Achievement Award komt of niet, maar op zijn volgende album wil Raymond als “Mr. Raymond” worden aangesproken. De productie is deze keer in handen van Peter Vermeersch met technische bijstand van Michel Andina. “Studio Jet” is de vertrouwde plek waar er tijdens de zomermaanden juni en juli wordt opgenomen. Er worden twee versies van dit album op de markt gebracht: eentje met vijftien liedjes en eentje met een bonus-cd, speciaal voor de fans, met acht liedjes extra. Van het Groenewoud slaat tweemaal de ogen ten hemel en dat in Het nummer van God en Jezus was sexy. Het titelnummer Mr. Raymond staat de negenentwintigste oktober 2005 op negen in de Vlaamse Top Tien. Het album zelf vinden we de vijfde november terug op de vijfentwintigste plaats in de Album Top Honderd. Op dit album vinden we ook het nummer Schweinhund terug.

De zevenentwintigste februari 2008 lezen we in De Standaard: “Het Vlaams parlement heeft woensdag een gouden erepenning uitgereikt aan Will Tura, Raymond van het Groenewoud, Dirk Brossé en Tom Barman. Deze vier artiesten werden gelauwerd omdat ze zich verdienstelijk hebben gemaakt in de hedendaagse muziek. Het Vlaams parlement reikte eerder al gouden erepenningen uit voor economie, beeldende kunst, wetenschap, literatuur en sport. Ditmaal koos het Vlaams parlement voor het thema “hedendaagse muziek”. “Meer dan welke cultuurvorm ook, treft muziek de mensen recht in het hart”, zei Vlaams parlementsvoorzitter Marleen Vanderpoorten in haar toespraak. Raymond Van het Groenewoud zit al 38 jaar in het vak. Hij brak door in 1977 met Meisjes en bouwde intussen een groot en zeer gevarieerd repertoire op.”. Dat jaar is er het feestelijk album “Feest! Live”, liveopnames (de derde live-cd in zijn carrière) die de twaalfde januari en de twaalfde maart 2008 waren ingeblikt tijdens optredens in “CC De Herbakker” te Eeklo en “PC Arenberg” in Antwerpen. Als earcatcher is er de versie van Je veux de l’amour samen met Jan Decleir en staan er op het album drie liedjes die nooit eerder op cd zijn verschenen: Hoe zie ik eruit, Geweldig en Kip aan ‘t spit. Dit album wordt via intekening in een luxe verpakking de vierentwintigste mei exclusief in “De Morgen” aangeboden. Diezelfde tracks verschijnen ook in de winkels op de cd “Live zoals het is”, in het totaal elf liedjes en Komaan met dat lijf als bonustrack dat de tiende mei op zeven in de Vlaamse Top Tien genoteerd staat.

Qua auteursrechten moet het lekker aantikken, want in 2011 verschijnt op het EMI-label de driedelige verzamelaar “Omdat ik van je hou”, samengesteld door de Nederlandse muziekkenner Vic van de Reijt. Zestig schone liedjes in het totaal, beginnend met Maria, Maria ik hou van jou en eindigend met Het gaat om ons. De verzameling is ingedeeld in: cd 1 “Meisjes”, cd 2 “Twee meisjes” en cd 3 “Ik hou van Hollanders”. Voor verzamelaars is het leuk dat je bij elk liedje terugvindt op welke plaat het voor de eerste keer opdook. Vic schrijft in zijn voorwoord: “Zestig jaar is Raymond geworden, op veertien februari 2010. Deze driedubbele cd met zestig hoogtepunten uit zijn oeuvre is zijn verjaardagscadeau. En, omdat hij van ons houdt, deelt hij dit cadeau met zijn hard core-fans (die eigenlijk alles al hebben), met zijn vrienden en alle overige muziekliefhebbers in België en Nederland (ook al kennen die meestal maar één verzoeknummer)“.

Aan Martin Heylen vertelt hij openhartig in diens boek “Raymond van het Groenewoud-In mijn hoofd” dat in 2011 verschijnt, dat hij in zijn leven drie keer getrouwd is. Zeven keer is hij begonnen aan een relatie die hij au sérieux nam. De grote en blijkbaar standhoudende liefde in zijn leven is zijn relatie met voormalig VRT-journaliste Sigrid Spruyt met wie hij al een heel tijdje omging voordat hun relatie in 2004 in de rioolpers uitlekte. Zij zijn beiden BV’s, maar zij konden hun relatie tot dan toe goed onder de radar houden. Om eventuele roddels en misverstanden uit de weg te ruimen, maakt Raymond dat jaar tijdens het tv-programma “De laatste show” op Eén hun relatie officieel bekend. De zesde april 2009 treden zij tijdens een plechtigheid op het stadhuis in Brugge in het huwelijk. Eind november 2010 verlaat Sigrid definitief de VRT om al haar tijd in het gezelschap van haar man door te brengen. Uitgerekend dat jaar ontvangt van het Groenewoud samen met Willy Sommers van Radio 2 en Sabam tijdens het gala van “De Eregalerij” in het Casino Kursaal van Oostende een award voor “een leven vol muziek”.

De eenendertigste oktober 2011 mogen we weer een nieuwe release in ontvangst nemen. Dan is er het album “De laatste rit”, al zullen we die titel maar niet te letterlijk nemen. Opvallend is meteen de hoes, een houtskooltekening ontworpen door de Belgische kunstenaar Rinus Van De Velde. We worden op tien nummers getrakteerd. In de loop van de maanden mei en juni werd er opgenomen in “Motormusic Studio” te Mechelen. Zijn platenfirma EMI laat weten: “Niemand minder dan Admiral Freebee is achter de knoppen gekropen voor Raymonds laatste worp. De invloed van de Antwerpse bard is al duidelijk te horen in de prima single Goeiemorgen Ouwe Rotkop. De triomfantelijke gitaarintro refereert aan het betere werk van Tom Van Laere, maar Raymond zet de song wel helemaal naar zijn hand en mag zo weer een klassieker aan zijn reeds indrukwekkende oeuvre toevoegen.” Raymonds zoon Leander mag hier en daar muzikaal bijspringen. De plaat zet in met Aan de meet waarop Raymond voortreffelijk aan de piano wordt begeleid door Bart Van Caenegem. Hier mijmert hij op zijn breekbaarst over de dood, muzikaal enkel ondersteund door een piano. Ook Kind Van Het Weekend ontroert. Het nummer is geschreven voor zijn jongste zoon van negen, uit een vorige relatie, en beschrijft de onmacht van de gescheiden vader. In de pers niets dan lovende kritieken, want dit album behoort voor velen tot zowat het beste dat hij ooit heeft ingeblikt. Goeiemorgen ouwe rotkop klimt de zeventiende december 2011 naar de twaalfde plaats in de Radio 2 Top Dertig. De eenendertigste december komen we de single op zeven tegen in de Radio 2 Vlaamse Top Tien. Uit datzelfde album verschijnt ook Jouw liefde op single, maar zonder te scoren.

Begin 2013 lanceert EMI nog maar eens een livealbum van Raymond, “Live in de AB” met in het totaal dertien liveregistraties van bekende nummers zoals Aan de meet, Chachacha, Brussels by night, Maanlicht en Kind van het weekend. Dat concert werd daar de zeventiende april 2012 ingeblikt. De rotsvaste ritmesectie bestaat uit drummer Cesar Janssens en bassist Mich Verbelen (ooit nog bij De Centimeters, nadien lang uit beeld), even vaste klanten zijn toetsenist Pieter Van Bogaert en zoon-duivel-doet-al Leander, maar ongewoon is toch Frank Vander linden op gitaar (Bruno De Groote, de vaste RvhG-gitarist, kon die ene avond in de AB toevallig niet). Trompettist Carlo Nardozza schittert in Brussels by night en het achtergrondkoortje bestaat uit Naïma Joris (vroeger bij Isbells), Loesje Maieu (van Blackie & the Oohoos) en Isolde Lasoen, Flip Kowlier en Senne Guns! In de lijst met Belgische albums vinden we “Live in de AB” in de maand januari 2013 op plek negentien, in de Album Top Tweehonderd blijkt plek eenenvijftig de hoogst haalbare score.

De 65-jarige van het Groenewoud, actief op rust, staat de zevende mei 2015 in volle glorie op het podium van de AB in Brussel. Journalist Dirk Steenhout schreef daarover: “Tot onze grote verbazing trad Van het Groenewoud dit keer niet op in de grote zaal van de AB, die hij zonder moeite had kunnen uitverkopen, maar wel in de veel kleinere Club. Een bewuste keuze, zo bleek, want back to basics leidt doorgaans tot meer speelplezier en zo kwam de artiest dus terecht op een plek waar hij het publiek, haast letterlijk, kon ruiken. Raymond en zijn vierkoppige band, waarin we, behalve zijn zoon Leander (op gitaar, toetsen en percussie), ook oudgedienden als bassist Mich Verbelen en drummer César Janssens aantroffen, toonden zich zeer in hun sas. De zanger kwam zelfs regelmatig op de proppen met grappige, zelfrelativerende terzijdes, zowel tijdens als tussen zijn nummers.

Begin 2015 worden we verrast met de maxisingle Schandalig content, met voorts Coumba, van de hand van Rudy Gomis, en nieuwe akoestische versies van Omdat ik van je hou en Maanlicht. De veertiende februari staat Schandalig content op vijf in de Vlaamse Top 50. De eenentwintigste maart komen we het nummer op zestien tegen in de Radio 2 Top Dertig.

Zondag 26 juli 2015 mag Raymond opnieuw “De Gentse Feesten” afsluiten. We zouden beter schrijven, maandag 27 juli, want hij kruipt pas als hekkensluiter om halftwee in de ochtend op het podium. De duizenden aanwezigen liepen er na tien dagen feesten, afgepeigerd en uitgeregend bij. Maar van het Groenewoud heeft er volop zin in en neemt pas een eerste break na drie uur musiceren en ambiëren. Raymond was het na vorige actes de présences in Gent aan zichzelf verplicht er de beuk in te gooien en er een soort marathonoptreden van te maken. Na vijf uur het beste van zichzelf te hebben gegeven, zet hij om kwart voor zeven zijn laatste nummer. Als hommage aan zijn Gentse copain Luc De Vos jaagt de deejay van dienst Mia door de boxen. Het publiek wordt er zowaar muisstil van. Vreemd dat er deze keer nog zo’n marathonconcert in zat, want in 2005 lazen we in De Standaard dat het dat jaar de laatste keer was dat van het Groenewoud zo’n lange set als afsluiter had gespeeld. Hij vond zijn optreden toen “je van hét”, iets wat je niet meer hoort over te doen uit angst dat het geen meevaller zal worden. Maar je merkt het, met Raymond weet je maar nooit!

In Humo van dinsdag de elfde augustus 2015 laat hij ons weten dat het tussen hem en Sigrid nog altijd grote liefde is: “De komst van Sigrid heeft mij enorm veel deugd gedaan, dat kan ik alleen maar bevestigen. Ik vind haar een bijzondere vrouw, een bijzonder mens. Ze kwam net op het juiste ogenblik. Ik ben door haar verwend. Haar zich naar mij toeplooien, heeft er vooral mee te maken dat ze wil dat het eeuwige kind Raymond het naar zijn zin heeft. Ik weet het: de feministen steigeren, maar ik lach erom. Sigrid kan perfect zonder mij. Als ze zich naar mij toeplooit, doet ze dat vanuit haar natuurlijke superioriteit. Dat is pas klasse. Haar gulheid ook: ze geeft voortdurend.”

In de loop van de maand september 2015 verscheen via platenfirma Warner een nieuwe radioversie van Omdat ik van je jou. In een e-mail liet Raymond ons daarover het volgende weten:”Omdat ik van je hou is, waar ik ook ga en speel, een klassiek en beklijvend nummer, voor veel jong en oud, en favoriet in de lijn van Twee meisjes, Gelukkig zijn en Ik zal jouw man zijn. Ongelukkig genoeg heb ik het in 1988 opgenomen met mijn nonchalante balmuzikantbenadering, kortom, banaal arrangement, banale produktie. Begin van deze eeuw heeft de in Amsterdam wonende Portugees Fernando Lameirinhas er een fantastische draai aan gegeven, zodat de mogelijkheden van het lied ineens tenvolle werden benut. Van de nieuwe versie hebben we ooit, tussen de soep en de patatten, een opname gemaakt in de “Motormusic Studio” in Mechelen. Juist omdat er geen druk was, denk ik, is er een tijdloze opname van gekomen. Zelden of nooit was ik zo content van een zangpartij. Nadat ik dat twee jaar lang aan het beseffen was, heb ik er nog een accordeonpartij aan toegevoegd, of liever, Gwen Cresens, “Koning van de Accordeon”, heeft dat gedaan. Ook nog wat fijn stemmenwerk afgerond, met onder meer de hulp van zoon Leander. Nu ik vind dat het lied nu pas z’n volle recht wordt gedaan, lijkt het me echt wel de moeite om het voor te stellen aan de mensen van de radio. Naar m’n bescheiden mening is het van een universele en tijdloze schoonheid. Voor minder gaan we niet. “

Eind 2015 doekt Raymond zijn orkest op en besluit vanaf 2016 solo te gaan. “Mama, kijk, zonder handen, zonder andere muzikanten”. Op verzoek van velen: Raymond geheel alleen, aan zijn piano, de liedschrijver, de dromer in de theatershow “Kreten en gefluister”. De veertiende januari 2016, heeft in “De Roma” te Borgerhout de première plaats. Menig cultureel centrum bloklettert: “Grijp nu de kans om een icoon uit de Belpop-geschiedenis met een arsenaal aan klassiekers in de vingers van heel dichtbij mee te maken“. In “De Standaard” lezen we ‘s anderendaags: “Raymond lijkt er met de jaren alleen maar gevatter en grappiger op te worden, want  hij freewheelde er de hele avond op los. Met zijn songs én zijn bindteksten kreeg hij de Roma aan het lachen, zingen en zelfs huilen. Meer dan eens speelden de gestripte versies van de liedjes daarin een doorslaggevende rol. De sobere begeleiding op gitaar of piano maakte dat de teksten veel directer binnenkwamen“.

De vijftiende januari 2016 ligt het album “De Jeugd, Vertegenwoordigd” naar aanleiding van het tienjarig bestaan van de groep De Jeugd van Tegenwoordig, de Nederlandse rapformatie die in 2005 doorbrak met Watskeburt?, waarop verschillende Nederlandse en Belgische artiesten tien liedjes van De Jeugd Van Tegenwoordig coveren, waaronder Trigger Finger, Daan, Guus Meeuwis, Frank Boeijen en Raymond Van Het Groenewoud die zich op zijn geheel eigen wijze aan Deze Blanke Jongen Komt Zo Hard waagt.

Radio 1 organiseerde in de maand oktober van 2016 samen met het Nederlandse Radio 5 en de Taalunie “De Lage Landenlijst”. Deze gemeenschappelijke muzieklijst met de beste nummers uit Vlaanderen en Nederland is een primeur in de radiogeschiedenis. Sinds maandag 3 oktober konden luisteraars uit Vlaanderen en Nederland hun stem uitbrengen op een suggestielijst van 100 nummers. Op zaterdag 15 oktober presenteerde Jan Hautekiet samen met Hans Schiffers van Radio 5 van 9.00 u. tot 18.00 u. de radiouitzending  vanuit Baarle-Nassau, pal op de grens van Vlaanderen en Nederland.  De luisteraars van Radio 1 en de Nederlandse zender NPO Radio 5 verkozen “Pastorale” van Ramses Shaffy en Liesbeth List tot het mooiste nummer van “De Lage Landen”. “Twee meisjes” van Raymond van het Groenewoud bereikte de vierde plaats.

Raymond is in de wolken! De 19 april 2017 laat hij aan de media weten dat er een musical in de maak is, gebaseerd op zijn grootste hits. Deze musical  “Meiskes en jongens” in een regie van Sébastien De Smet en gebaseerd op een ouder stuk van theatermaker Arne Sierens, zal in het najaar van 2018 in première gaan. Raymond mag voor het merendeel op zijn lauweren rusten. “Ik hoef niet veel te werken”, vertelt hij aan de pers,” ik heb wel beloofd dat ik speciaal voor deze musical één nieuw nummer zal schrijven.” Wordt sowieso vervolgd.

Op 18 mei 2017 is het exact veertig jaar geleden dat Raymond van het Groenewoud zijn single “Meisjes” uitbracht. Om deze mijlpaal te vieren verschijnt op 19 mei 2017 Raymond’s nieuwe album “Allermooist Op Aard” met daarop nieuw geschreven werk, enkele opgefriste en herwerkte parels én een heel bijzondere en hedendaagse versie van “Meisjes”, ondertussen een van de bekendste Nederlandstalige nummers aller tijden. In die tijd bracht het heel wat ophef teweeg en werd het dé grote doorbraak voor Raymond in Vlaanderen.  Om deze mijlpaal te vieren, nam Raymond een heel bijzondere en hedendaagse versie op van “Meisjes”.  Elf hedendaagse, straffe en goed zingende meiden vormen samen een vrouwenkoor dat de nieuwe versie van de alom bekende meezinger van klank voorziet: Slongs Dievanongs, Tine Reymer, Lara Chedraoui, Hannelore Bedert, Lady Linn, Sofie, Monique X (Grazzhoppa), Chantal Kashala, Sandrine Van Handenhoven , Naima Joris en Loesje Maieu.

Om veertig jaar “Meisjes” en de release van het album “Allermooist Op Aard” te vieren, geeft Raymond op 18 mei 2017 in zaal “De Roma” in Antwerpen de aftrap van de clubtoer “40 jaar Meisjes” die tot eind juni 2017 door Vlaanderen zal lopen tot. Op dat album nieuw geschreven werk, enkele opgefriste en herwerkte parels én die bijzondere versie van “Meisjes”. Het album werd in de maand januari in Motormusic in Mechelen ingeblikt. Raymond kreeg daarbij de steun van een rist collega’s. Zo zingt hij onder meer samen met Stef Bos “Bostella”, met Koen Wauters “Zij houdt van vrijen”, met Jan Decleir “Geen ontkomen aan” en met Charlotte Schoeters “Vrede zal heersen”.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2016 Daisy Lane & Marc Brillouet

Wim Soutaer

De zesentwintigste april 2014 vierde Wim Soutaer tijdens een eenmalig concert in het Cultuurcentrum “De Plomblom” in Ninove zijn tienjarige carrière. Hij kreeg daarbij de steun van The Soulbrothers waarvan hij al een tijdje deel uitmaakt, samen met Charles Van Domburg (frontman The Magical Flying Thunderbirds) en Vincent Goeminne (frontman Plane Vanilla en The Dinky Toys), begeleid door Bram Raeymaekers, Bert Gielen en Gilles Dandelooy. “Het is vooral op vraag van mijn fans dat dit concert er kwam. Ik treed tegenwoordig vooral op samen met The Soulbrothers – ons repertoire bestaat hoofdzakelijk uit covers – maar de fans wilden mijn eigen liedjes nog eens horen. Tijdens mijn concert bracht ik uitsluitend een selectie uit mijn drie soloalbums, alleen maar Nederlandstalige liedjes.” Met die liedjes begon het voor Wim dus in 2004. Tijd om terug te blikken!

Wim werd de zevenentwintigste juni 1974 te Halle geboren in een gezin van drie kinderen. Eerder werden zijn zussen Kathy en Sanne geboren. Het huwelijk tussen Jean-Claude, zelfstandige, en Jacqueline Grinaert, televerkoper bij Puratos, is geen lang leven beschoren, want wanneer Wim zeven wordt, scheiden zijn ouders. Wim kent nochtans een zorgeloze jeugd. Thuis klinkt er vaak muziek. Er worden platen van onder meer The Platters, The Bee Gees, Neil Diamond en Billy Joel gekocht. Hij gaat naar de kleuter- en een deel van de lagere school in Huizingen. Vanaf het derde leerjaar tot aan zijn middelbare studies vinden wij hem terug op de schoolbanken in het atheneum te Halle. De middelbare school volgt hij vanaf het eerste tot en met het vijfde jaar in het “Sint-Niklaasinsituut” in Anderlecht (de grootste katholieke Nederlandstalige school in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) en voor het laatste jaar van de middelbare afdeling keert hij terug naar het atheneum aan de A. Demaeghtlaan in Halle. Studeren is niet echt zijn ding, maar hij sport graag en komt in diverse schoolploegen terecht. Om zijn ouders te plezieren gaat hij voortstuderen. Aan de V.U.B. het eerste jaar rechten, dan het eerste jaar psychologie, vervolgens één jaar interieurvormgeving, maar hij heeft er geen zin in. Dan maar op zoek naar werk en dat wordt een verhaal van twaalf stielen en dertien ongelukken. Via de avondschool volgt hij de cursussen kok en privédetective. Hij kan aan de slag bij de brandwacht van Volkswagen in Vorst, wordt vertegenwoordiger van een firma die jeans levert aan onder meer Carrefour, hij probeert het ook als technicus bij Vinçotte, een firma gespecialiseerd in het meten van uitlaatgassen en trekt voor één jaar naar de politieschool, maar moet afhaken omdat zijn vakantiedagen op zijn en hij koste wat het kost wil deelnemen aan “Idool”.

Dat geeft ons de kans om even terug te blikken op de muzikale ambities van Wim toen hij op zijn zevende al meezong met de liedjes die hij kende van de film “Ciske de Rat”. Hij zong graag, maar had zeker niet de intentie of ambitie om ooit zanger te worden. Hij volgt twee jaar lang ‘s avonds notenleer en leert tussendoor wat gitaar spelen. Tijdens zijn middelbare studies in Anderlecht, Wim is dan zestien, richt hij met enkele schoolmakkers State of Mind op. Hun eerste optreden is een schoolvoorstelling tijdens een actie ten voordele van Burundi.  Diezelfde middag wordt er snel in het muzieklokaal nog geoefend en iets later mogen ze het publiek entertainen samen met nog een paar andere acts. De drummer van dienst is muzikaal onderlegd en de anderen hebben na een jaartje gitaarspelen in de vingers. Zij brengen, naast eigen songs, hits van Pearl Jam, Pantera, Nirvana en Metallica, kortom hardcore rock. De groep houdt zich vijf jaar staande. Samen met drummer Mich vormt Wim nadien, aangevuld met de gitaristen Anton en David en bassist Koen, de groep Bodhi. Hun grote voorbeelden zijn Stereophonics, Foo Fighters en Faith No More. Wim heeft dan de schooldeuren achter zich dichtgetrokken en heeft samen met drummer Michaël Vanboterdael, zijn volledige naam, in 2000 Rick’s Café in Lot geopend. Daar oefenen ze vaak met de groep Bodhi en treden daar ook regelmatig op. Zij nemen deel aan “Rockvonk” en bereiken de halve finale. In een poging om te scoren tijdens “Humo’s Rock Rally” stranden zij in de kwartfinale. Zeven jaar lang blijft Bodhi zich laten gelden. Intussen had Wim via avondschool wat piano en notenleer gestudeerd, maar niet langer dan ‘n jaar.  Voor de fun komt Bodhi tegenwoordig nog eens samen om hier en daar op te treden. Het café wordt in 2003 opgedoekt wanneer Wim na zijn deelname aan “Idool” besluit als zanger verder door het leven te stappen.

In 2000, Wim is dan zesentwintig, neemt hij met enkele vrienden uit Lot die hem begeleiden, deel aan de “Soundmixshow” van VTM. Hij zingt op dat moment vooral het repertoire van zijn idolen Billy Joel en Elton John. Hij bereikt uiteindelijk de finale waar hij vierde wordt met een cover van Easy van Faith No More. Sonny O’Brien wint die editie met haar versie van Because you loved me van Céline Dion.

De eenendertigste augustus 2002 treedt Wim in het huwelijk met verpleegster Axelle Reunes dat vijf jaar later, de zevenentwintigste maart 2007, gezegend wordt met de geboorte van dochter Emma. Wim voelt zich zelfverzekerd genoeg om in 2003 zijn kans te wagen tijdens de eerste editie van “Idool” dat door VTM zal worden uitgezonden. Hij schrijft zichzelf in via internet. Hij trekt voor een eerste keer naar de auditie in Gent. Daar staan meer dan duizend kandidaten te wachten. Wim moet die avond nog optreden en besluit op zijn stappen terug te keren. Maar hij had zich ingeschreven via internet en via die weg krijgt hij opnieuw een uitnodiging voor een volgende preselectie enkele dagen later. Ook hier is het weer wachten en aanschuiven. Wim zingt daar een nummertje van Billy Joel, maar geraakt niet door de auditie. Twee dagen later wordt hij gebeld met de melding dat de jury de video met hem herbekeken heeft en dat zij besloten hebben hem toch te selecteren. Alles is nieuw voor Wim en ook voor VTM, want het is de eerste editie van “Idool”. Hij mag dus door naar de volgende selectie en daar wachten honderd geselecteerde kandidaten in de “Capitool” in Gent. Hij zingt Uptown  Girl van Billy Joel en Faith van George Michael en mag door naar de feitelijke wedstrijd. “Idool” wordt in het najaar van 2002 door de presentatoren Kris en Koen Wauters gelanceerd. De jury bestaat uit: Jan Leyers, Bart Brusseleers van platenfirma BMG, Jean Blaute en Nina De Man. Uiteindelijk blijven er vijf groepen van telkens tien kandidaten over, die het in de halve finales live tegen elkaar moeten opnemen. Per keer vallen er twee kandidaten af, zodat uiteindelijk tien mogelijke winnaars de finale bereiken. De eer is aan de kijker om de negende mei 2003 tijdens een live-uitzending uit te maken wie met de beker mag gaan lopen. Het wordt kiezen uit Stéphanie Lambrechts, Tabitha Cycon, Caroline Vyncke, Cindy Huysentruit, Tom Olaerts, Chris D Morton, Brahim Attaeb, Wim Soutaer, Natalia Druyts en Peter Evrard die met de overwinning naar huis gaat. Nadien zal Peter nog deelnemen aan “World Idol” waar hij derde wordt, maar het echt waarmaken in Vlaanderen lukt hem niet. Die eer gaat vooral naar Natalia die nadien de ene hit na de andere zal scoren. Op weg naar de finale zingt Wim onder meer Honesty van Billy Joel en geraakt zo tot in de finale waar hij derde wordt (29,4 % van de stemmen).

Wim Soutaer is in de wolken dat hij eindelijk een zangcarrière kan opstarten en mag meteen een platencontract op zak steken. Toch drong het, achteraf beschouwd, niet echt tot hem door, want er werd de weken nadien veel in zijn plaats beschikt. Hij is maar wat blij dat hij al een eerste keer te horen is op de verzamelaar “Greatest moments- Idool 2003″. Op dit album zingt hij Afscheid dat vijf jaar eerder al een hit was geweest voor de Nederlandse groep Volumia, geschreven door Xander de Buisonjé. Jan Leyers raadt Wim aan voortaan in het Nederlands te zingen, omdat deze taal zijn stem erg goed ligt.

Wim beslist in zee te gaan met Bob Savenberg (ex-drummer Clouseau) als manager. Bob zal ook mee aan de wieg staan van het fenomenale succes van Natalia. De eerste single op het Ariola/BMG-label wordt Allemaal, geschreven door Edwin Schimscheimer, Walter Mannaerts en Wim zelf in een productie van Ronald Vanhuffel, die ook de platen voor Volumia produceerde, en Peter Bulkens. Het nummer was oorspronkelijk gebaseerd op een promospot die “Dag Allemaal” had laten schrijven. Wim is niet tevreden over de tekst en dringt aan zelf een poging te mogen wagen. Zijn probeersel wordt goedgekeurd. De negentiende juli staat hij ermee op één in de Vlaamse Top Tien. Tijdens de laatste aflevering dat seizoen van “Tien om te Zien” mag Wim een gouden plaat in ontvangst nemen. Hij is zo fier als een gieter wanneer hij ook nog eens merkt dat hij helemaal tot boven in de BRT Top Dertig geraakt en drie weken aan de top blijft staan van de Ultratop 50 singles. Van Radio 2 mag hij tijdens “Zomerhit 2003″ de trofee van ” Het beste lied” in ontvangst nemen.

Ariola wil voortmaken en het ijzer smeden als het heet is. Zij gaan op zoek naar een rist geschikte nummers en eind oktober 2003 ligt Wims eerste album in de rekken “Een nieuw begin”. Voor de productie worden Peter Bulkens en Ronald Vanhuffel aangetrokken. Er wordt opgenomen in “The Groove” in Schelle. Muzikanten van dienst zijn onder anderen: drummer Herman Cambré, basgitarist Vincent Pierins, gitarist Eric Melaerts, organist Bert Gielen, akoestische gitaar Ronald Vanhuffel enz… De kersverse fans krijgen dertien liedjes voorgeschoteld. Elf nummers werden samen met Xander de Buisonjé geschreven. Tijdens “Idool” had Wim Afscheid van Volumia gezongen en omdat hem dat zo goed lag, werd er besloten met hun frontman Xander samen te werken. Ik hoor bij jou, geschreven door Wim samen met Roland en Xander die tijdens de opname ook op de piano tokkelt, wordt de tweede single. De negenentwintigste november vinden we Wim daarmee terug op de tiende plaats in de Top Dertig. Wim kan niet wegstoppen dat zijn stijl erg aanleunt bij die van Clouseau. Zijn stem gelijkt wat op die van Koen. Hij bereikt de vijftiende november van dat jaar de derde plaats in de Vlaamse Top Tien. Intussen heeft hij vernomen dat zijn eerste single Allemaal de platina status heeft bereikt.  Het album “Een nieuw begin” wordt eerst met goud, vervolgens met platina bekroond. Vlaanderen is een nieuwe ster rijker! Uit dat album volgt nog Voor altijd op single, waarmee hij de achtentwintigste januari 2004 de negentiende plaats in de Top Dertig bereikt.

Om hun samenwerking te bekronen, geven Xander en Wim de zevende april 2004 samen een uitzonderlijk concert in de “Arenbergschouwburg” in Antwerpen. De song Wat zou je doen van de hand van Xander geschreven samen met Vincent Pierins wordt de volgende single uit zijn eerste cd. Negen weken lang zal Wim ermee in de Vlaamse Top Tien staan met op de vijftiende mei 2004 de tweede plaats als hoogste notering. In de Top Dertig zit er de vijfde juni een drieëntwintigste plaats in.

De zestiende augustus 2004 pakt Ariola uit met het tweede album van Wim  “Twee”. Er wordt wijselijk niet van productie- en schrijversteam gewisseld. Wim trekt met de ploeg naar Frankrijk waar Xander een buitenverblijf heeft en daar worden de meeste nummers bij mekaar geschreven. Wim mag zich uitleven in songs als: Goud, Alles wat ik wil, Geluk en Verloren liefde. Als voorloper op het album wordt Kom bij mij gekozen. Voor Wim zit er niet meer in dan een achtste plaats in de Vlaamse Top Tien. Zonder woorden doet het beter, want de vijfentwintigste september prijkt Wim ermee op de vijfde plaats in de Vlaamse hitlijsten en iets later op twintig in de Top Dertig. Wims concertagenda staat inmiddels propvol. Zelfs de casino’s aan de Vlaamse kust zijn zijn territorium geworden. Begin september mag Wim uit handen van platenbaas Bart Brusseleers van Ariola/BMG een gouden exemplaar ontvangen. De fans en de media laten weten dat Wim op dit album gekozen heeft voor een duidelijker profiel, verder weg uit de schaduw van Clouseau. Ik heb je lief is het vervolgverhaal qua singles. Qua clip reist Wim naar Miami om daar leuke beelden te schieten voor de bijbehorende videoclip. Hij gaat ginder zelfs optreden in een Belgische club. Van die reis wordt een muziekspecial gemaakt “Wim Soutaer in Miami” en de derde december door VTM uitgezonden. Achteraf wordt er van deze special ook een anderhalf uur durende dvd op de markt gebracht. Toch wordt die aanpak niet omgezet in een hoge notering. Met deze ballade stoot Wim niet verder door dan de achtste plaats in de Vlaamse Top Tien. Met de laatste single uit dit tweede album Kijk eens om je heen wordt er, ook al zit er méér power in dan in de vorige, niet beter gescoord. Wel duikt het nummer de negentiende maart 2005 op de eenentwintigste plaats op in de Top Dertig.

De elfde februari 2005 heeft in het Cultureel Centrum “De Meent” in Alsemberg de première plaats van Wims nieuwe tournee door Vlaanderen. Hij stelt ook zijn nieuwe zevenkoppige band voor. Wanneer Will Tura de tweede augustus 2005, 65 jaar wordt, verschijnt er als verrassing het album “Viva Tura”. Wim wordt gevraagd of hij geen cover wil maken van Tura’s Iedereen heeft iemand nodig, een nummer dat Will al in 1978 had opgenomen. Diezelfde zomer staat Soutaer de dertiende augustus op de affiche van “Marktrock” op de Oude Markt in Leuven. Hij mag daar de aftrap geven!

Iets later scheiden de wegen van Wim Soutaer en zijn manager Bob Savenberg. Hij vaart verder met aan het roer een goede vriend van Bob, Niels William. Die heeft na zijn K3-avontuur, Vlaanderen voor een tijdje verlaten en is de Zuid-Afrikaanse zon gaan opzoeken. Hij heeft daar het talent van de populaire zanger Kurt Darren ontdekt. Hij laat Wim een cover  inblikken van diens Hemel op Tafelberg. Wim maakt er Die zomer gaat nooit voorbij van en staat daar de vierentwintigste juni mee op de vijfde plaats in de Vlaamse Top Tien. De vijftiende juli 2006 wordt de zestiende plaats in de Top Dertig bereikt. De zevenentwintigste augustus prijkt Wim op de deelnemerslijst van “Dancing on ice”. Hij zet zich week na week samen met zijn professionele danspartner Joëlle Bastiaans keihard in om een mooi ogende presentatie neer te zetten. Hij is dan ook erg ontgoocheld wanneer hij als vijfde deze wedstrijd moet verlaten. Dat programma wordt simultaan uitgezonden via VTM en RTL4 aan mekaar gepraat door Francesca Vanthielen en Martijn Krabbé. De uiteindelijke finale die de vijftiende oktober plaatsheeft, wordt gewonnen door Staf Coppens samen met Monique van der Velden. Tijdens de uitzending mag Wim gedurende twee minuten zijn grootste hit Allemaal zingen, terwijl schaatser Kevin Van der Perren er een oogstrelende choreografie on ice heeft bij verzonnen. Dit slaat erg aan, ook in Nederland. Daar hoopt Wim, ook al omdat hij zijn nummers samen met Xander had geschreven, door te breken, maar zijn platenfirma wil daar niets van weten en brengt zijn album in Nederland niet uit.

De elfde januari 2007 ziet het er even niet goed uit voor Wim. Hij wordt geveld door een herseninfarct en meteen opgenomen in het ziekenhuis. Zo staat het in de pers vermeld, maar eigenlijk was het een dubbelwandige ader die gescheurd was. Wim was iets voordien tijdens “Dancing on ice” op zijn hoofd gevallen en enkele weken later ook nog eens tijdens zijn skivakantie. Hij zat gewoon thuis in de zetel toen het gebeurde. Gelukkig was zijn toenmalige vrouw Axelle, die verpleegster is, bij hem en die aarzelde niet de 100 in te schakelen. Na enkele weken rust, is Wim weer de oude en gaat opnieuw optreden. De zeventiende februari 2007 staat Wim op zeven in de Vlaamse Top Tien met De wereld draait door geschreven door Ellert Driessen die ook nummers schreef voor Marco Borsato. Het was een idee van Niels William om Ellert in te schakelen. In de Top Dertig moet Wim tevreden zijn met een zesentwintigste plaats. Hij huist intussen bij platenfirma ARS/Universal. De wereld draait door is niet meer te vergelijken met de liedjes die Soutaer in het begin van zijn carrière zong. Een maand later worden Wim en zijn vrouw Axelle de trotse ouders van hun eerste kindje, dochtertje Emma. Ellert Driessen schrijft ook de volgende single, het uptempo Ze kent me geproduceerd door David Poltrock. De zevende juli staat hij ermee op de derde plaats in de Vlaamse Top Tien, de achtentwintigste juli op zeven in de Top Dertig. De negende februari 2008 scoort Wim nog eens lekker in die Top Tien, deze keer met een cover van de Nederlandse hit 1000 manieren van Bastiaan Ragas. In “La Riva” in Antwerpen wordt de videoclip opgenomen. Het nummer doet het ook goed in de Top Dertig, daar bekroond met een zevende plek. Hij gaat die maand ook van start met de tournee “Een avond met Wim Soutaer” waarvan een deel van de opbrengst naar enkele goede doelen gaat. Dat coveren gaat hem blijkbaar goed af, want hij scoort vier maanden later opnieuw een hit in de Vlaamse Top Tien en wel met Slaap je hier vannacht van Axel Devries, ook deze keer goed voor een tweede plaats. In de Top Dertig terug te vinden op plaats zestien. Met dit nummer zingt hij zich ook in de kijker bij Radio 2 en mag  ”Zomerhit 2008″ de trofee van “Het beste lied” in ontvangst nemen. Wat niemand meer had verwacht gebeurt toch. De drieëntwintigste augustus 2008 staat Wim nog eens op één in de Vlaamse hitlijsten. Hij schrijft de Nederlandse tekst bij All Summer Long van Kid Rock dat hij vertaalt als Heel de zomer lang en dat hij in duet opneemt samen met Willy Sommers. In de Top Dertig houden ze halt op de achttiende plaats. Dat nummer is ook de opener van zijn nieuwe album “Dichterbij” dat in de loop van de maand september wordt gereleaset met in het totaal vijftien liedjes waaronder ook de soloversie van Heel de zomer lang. Ellert Driessen schrijft het merendeel van de liedjes en neemt ook het gros van de productie voor zijn rekening. Achteraf bekeken had Wim toch wat meer verwacht van die samenwerking, hij had vooral zelf meer willen inbrengen.

In de loop van de maand februari 2009 gaat Wim qua management en boekingen scheep met Ilia Beijers en vindt onderdak bij het bedrijf “Piet Roelen Entertainment”. In de maand mei van dat jaar vernemen we in de pers dat na acht jaar huwelijk er definitief een einde is gekomen aan de relatie tussen Wim en Axelle. Zij hadden die al een poosje geleden on hold gezet toen Wim toegaf dat hij een verhouding had met een showbizzcollega, maar na een tijdje probeerden hij en zijn vrouw het opnieuw. Tevergeefs, zo bleek! Hij woont momenteel samen met Kim Ghyselinck in Erpe-Mere. Voor Radio 2 blikt hij datzelfde jaar het Gordellied Zoveel te doen in. Naast die versie van Wim worden er nog drie andere opgenomen, respectievelijk door Nicole & Hugo, Bart Peeters en Mama’s Jasje. Met Bart Grinaert neemt hij in de maand oktober van 2009 als Dave Lambert & Housetrap featuring Liam South het door henzelf geschreven Music for Peace op.

In 2010 wordt Wim peter van de Rode Kruiscampagne “Bloed geven voor het leven”. Gedurende de zomer van dat jaar schittert hij van de zeventiende juli tot de zesde september in de revue in het “Witte Paard” in Blankenberge aan de zijde van onder meer Katrina van Katrina and the Waves, Katy Satyn en Dimitri Verhoeven. Er is ook zijn nieuwste single (Ik wil vanavond met je) Dansen. Het is de vertaling van Esclavo de sus besos van David Bisbal uitgebracht op het Piet Roelen-label en verdeeld door CNR. Er zit echter niet meer dan een achtste plaats in de Vlaamse Top Tien van de maand september in. In de Top Dertig maakt hij dat enigszins goed met een vijftiende plaats. Er wordt niet gescoord wanneer Wim in de maand april van 2011 op het Dragon Room-label het nummer Verleden tijd uitbrengt, geschreven door hemzelf samen met Bart Grinaert, die ook de productie voor zijn rekening neemt. Die song vinden wij terug op de verzamelaar “Radio 2 Zomerhit 2011″ samen met One Two Three van Hooverphonic, De keizer van de nacht van Eva De Roovere en Viva De Romeo’s van De Romeo’s. Voor dit album zit er een veertiende plaats in de Album Top Vijftig in. Ook wordt er niet gescoord wanneer Wim in de maand juni 2012 op de proppen komt met het door Ellert Driessen geschreven en geproduceerde Jij en ik.

Wim trekt op een bepaald moment door Vlaanderen samen met Charles Van Domburg  (bekend van The Magical Flying Thunderbirds) en Vincent Goeminne (bekend van Plane Vanilla en The Dinky Toys) als The Soulbrothers en hun show “Back to the future”. Muzikaal worden ze bijgestaan door Bram Raeymaekers op drums en Gilles Dandelooy en Bert Gielen op toetsen. Zij prijzen zich aan als muzikale topklasse met een stomende set waarbij iedereen gegarandeerd uit zijn dak gaat. Hun show is een mix van pop, disco, funk, schlagers, dance, r&b en hier en daar zelfs wat drum-’n- bass. Grote bekenden als Martin Solveig, David Guetta, Duck Sauce en Black Eyed Peas zijn hun zeker niet vreemd. Ook de hits van Kings of Leon en Robbie Williams passeren de revue. Interactie met het publiek en een stevige dosis humor zorgen voor een onvergetelijk event.

In 2013 is het tien jaar geleden dat Wim doorbrak dankzij “Idool”. Om zijn jubileum te vieren, lanceert hij de zevenentwintigste september een nieuw project, Dakota. “Nu ik tien jaar als artiest bezig ben, had ik veel zin om nog een keertje terug te grijpen naar hetgeen ik deed vooraleer ik Nederlandstalig zong, namelijk Engelstalige pop-rock. Mijn eerste single Perfect Holiday is klaar en ik breng het uit onder de naam Dakota. Ik heb bewust gekozen voor een andere naam, anders wordt het te verwarrend voor mijn fans. Ik zie wel wat het wordt. Misschien kan ik nu wel een poosje in het Engels mijn ding doen. Ook een combinatie met het Nederlands zie ik zitten. Dakota is nieuw en bovendien klinkt het vers. Maar het publiek mag beslissen. Ik weet helemaal niet of er vanuit hun hoek de nodige appreciatie komt voor deze muziek. Geloof me, dit is de stijl die ik zelf graag hoor en doe.”

De zesentwintigste april 2014 viert Wim in Ninove zijn tienjarige carrière. Hij belooft daar aan zijn fans dat hij naast The Soulbrothers opnieuw veel aandacht zal besteden aan zijn solocarrière. De zeventiende januari 2015 zet platenfirma Dragon Room een nieuwe single in de markt. Het wordt Ik hou van ‘t leven, een vertaling van de hit Can’t take my eyes off you, oorspronkelijk opgenomen door de Amerikaanse zanger Frankie Valli en in 1982 een hit voor de Amerikaanse discogroep Boys Town Gang.  De vierde juli piekt hij op vierentwintig in de Vlaamse Top 50 met de door hemzelf geschreven ballade Niets zonder jou, in een productie van Bert Gielen. In menig interview laat Wim weten dat hij in de toekomst meer en meer zijn eigen nummers zal schrijven en minder nummers van anderen zal inblikken.

De veertiende juni 2016  viert de wereld “Bloeddonordag”. Het Rode Kruis wil langs die weg zijn donoren bedanken en stelt voor de gelegenheid een nieuwe wervingsvideo voor. Acht BV’s: Wim Soutaer, Hilde De Baerdemaeker, William Boeva, Marleen Merckx, Roos Van Acker, Vital Borkelmans, Gella Vandecaveye en Jef De Smedt, gaan daarin op zoek naar gelijkgestemde zielen en stellen het nieuwe bloedlied voor.

Wims eerste grote hit Allemaal uit 2003 krijgt anno 2017 een facelift. De 27ste februari van dat jaar verschijnt er een cover door Alpha Party (Andreas De Zutter & Vincent De Craene) en de enige échte Dj F.R.A.N.K. De nieuwe versie werd door Wim Soutaer volledig zelf opnieuw ingezongen. Allemaal heeft anno 2017 een flinke hedendaagse upgrade gekregen, zonder afbreuk te doen aan het origineel, waardoor de originele schrijvers Edwin Schimscheimer en Walter Mannaerts volledig akkoord gingen met deze nieuwe versie.

De 6de mei 2017 geeft Wim een groots concert in de “Wieze Oktoberhallen” te Lebbeke. Die avond zingt Soutaer zijn meest bekende liedjes én een rist gloednieuwe. Als smaakmaker lanceert hij de 3de april de single Nummer 1, een cover van de Duitse hit Nummer Einz van de groep Stereoact. Het nummer, in een productie van Ben Gielen, werd geschreven door onder anderen Daniel en Christoph Cronauer. De Nederlandstalige tekst is van de hand van Soutaer zelf.  De bijbehorende videoclip werd door Gill Quisquater geproduceerd, de zoon van Sergio.  Nummer 1 is alvast de  opwarmer voor Wims nieuwe album, zijn eerste in negen jaar tijd, dat nog dit jaar gereleased zal worden.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2016 Marc Brillouet & Daisy Lane

 

 

 

 

 

Isabelle A

Op Lotti’s album “The Crooners” had hij oog en oor voor een paar collega’s, onder meer Isabelle A, die met hem een aangepaste versie van de Cole Portersong True love zingt, dat we oorspronkelijk met z’n allen kennen in de onsterfelijke versie van Bing Crosby en Grace Kelly, die het samen zingen in “High Society”, een film uit 1956 in een regie van Charles Walters en met daarin eveneens in een glansrol Frank Sinatra.

Negentien jaar later, om precies te zijn de vijfentwintigste mei 1975, werd in de Gentse volksbuurt de Muide in het arbeidersgezin Adam Isabelle geboren. Isabelle herinnert zich nog goed dat zij er vaak nors bij liep, zij keek altijd kwaad. Haar mama wees haar daar vaak op. Een auto hadden zij niet. Zij gingen overal te voet naartoe, Isabelle vaak aan de hand van haar vader, met wie zij een erg goede band had. Zij waren thuis behoorlijk verwend. Papa was gezegend met vier dochters, dus aan vrouwelijke aandacht geen tekort. Isabelle had alles wat haar hartje verlangde. Maar haar ouders waren niet rijk, zij waren arbeiders: papa was dakwerker en mama poetsvrouw. Zij zouden jaren later scheiden. Vooral met haar moeder bleef Isabelle nadien contact houden omdat zij niet graag had dat mama alleen thuis zat. De familie Adam woonde in een migrantenbuurt. Isabelle kwam goed overeen met een Marokkaans meisje dat daar woonde. Thuis klonk de hele dag muziek. Pa en ma kochten vaak plaatjes. Hun keuze was heel gevarieerd: Claude François, Boy George, Madonna, Sandra Kim. Als de liedjes maar hitgevoelig waren. Vooral Isabelle had er oren naar. Zo goed zelfs, dat zij het merendeel van die liedjes feilloos kon nazingen. Geen wonder dat zij op haar twaalfde meedoet aan een soundmixshow in Zele. Wij schrijven februari 1987. Zij wint en wordt daar aangesproken door producer Marc Van Beveren, die wel wat ziet zitten in een singletje met haar. Dat wordt het kerstliedje De troika, uitgebracht op Colour Record. Tegelijkertijd neemt Isabelle tijdens de maand november van dat jaar deel aan de finale van “De Nationale Soundmixshow”, georganiseerd door Joepie/Dag Allemaal en gepresenteerd door Walter Capiau. Ook nu wint Isabelle, deze keer met On my own van Nikka Costa. De toenmalige BRT vraagt haar om het kinderprogramma “TV Tam Tam” te presenteren, een programma dat zich richt tot kinderen van zeven tot en met vijftien jaar. Zij interviewt daarin jongeren over diverse thema’s. Telkens wordt aan dat thema een nieuw liedje gekoppeld. Die liedjes vind je terug op het album “Liedjes uit Tv Tam Tam”, dat op het Colour Recordlabel in 1989 wordt uitgebracht. Daarop nummers zoals Vooruit met de geit, Winnen en verliezen, Liever iemand dan niemand en Alarm in de darm. De songs worden geschreven door Jan De Vuyst, Peter Gillis en Peter Gistelinck. Vergeten we niet dat Isabelle dan pas veertien jaar is. Intussen is Van Beveren ook haar manager geworden en maakt hij van haar tv-bekendheid dankbaar gebruik om haar als tienerzangeresje en als Isabelle A te lanceren, daarbij denkend aan het immense succes van Sandra Kim van enkele jaren voordien. Als eerste nummer wordt gekozen voor het liedje Alleen, geschreven door Luk Smets, Lieven Coppieters en Jan De Vuyst, maar dat singletje slaat niet aan. Te jong met op de B-kant Friends together lukt ook niet.

Maar Jan heeft een beter idee, klopt aan bij Peter Gillis en Peter Bauwens en komt op de proppen met Hé, lekker beest, dat meteen een hit wordt én de doorbraak voor Isabelle forceert. De single is na een tijdje goed voor platina. In 1990 staat Hé, lekker beest twee weken boven aan de Vlaamse Top Tien en blijft weken na elkaar op één staan schitteren in “Tien om te Zien” bij VTM. Isabelle besluit haar middelbare studies af te sluiten en tekent een leercontract als haarkapster. Zij is vijftien wanneer zij smoorverliefd wordt op een jongen die daar ook een opleiding volgt. Maar die blijkt un homme à femmes te zijn, een soort playboy op wie meerdere meisjes hun oog hebben laten vallen. Zij besluit hun relatie tot een mooie vriendschap te beperken, zo verstandig is zij wel. Door haar opleiding heeft Isabelle meer vrije tijd om op te treden. Intussen wordt afgesproken dat Marc Van Beveren haar carrière op de voet zal volgen en haar zal begeleiden. Voor Hé, lekker beest krijgt Isabelle de “Hittentit-trofee”, een Gentse onderscheiding, én een “Gouden BeRTje” in de categorie erotiek, wat erop wijst dat zij fysiek meer dan zomaar in het oog springt.

Er wordt meteen uitgekeken naar een opvolger en dat wordt het liedje Ik weet wat ik wil, geschreven door Marina Verbrugghe samen met Peter Bauwens en Peter Gillis, dat in de maand maart van 1991 in de Vlaamse Top Tien de plak mag zwaaien. Dan volgt Blank of zwart, geschreven door Jan De Vuyst, Peter Bauwens en Peter Gillis. De Afrikaanse tekst die in het liedje opduikt, wordt gezongen door Eduard Buadee. Ik weet wat ik wil is in 1991 een leuke zomerhit voor Isabelle. Datzelfde jaar verschijnen al die liedjes op de elpee/cd “Isabelle A”, uitgebracht op het Colour Recordlabel en verdeeld door CNR Records. De plaat wordt door Ronald Vanhuffel, Peter Gillis en Peter Bauwens geproduceerd. Het is Eric Melaerts die het merendeel van de arrangementen schrijft en ook de gitaarpartijen voor zijn rekening neemt. Opgenomen wordt er in Studio Top in Gent tussen de eerste december 1990 en de dertigste april 1991. Het album is binnen de kortste keren goed voor platina. Datzelfde jaar begint Isabelle A met de opname van de volgende cd “Zeventien” met ook deze keer arrangementen van Eric Melaerts en liedjes geschreven door Peter Gillis, Peter Bauwens, Jan De Vuyst en Ingrid De Vos. Als muzikanten wordt een beroep gedaan op onder meer bassist Bert Candries, drummer Michael Schack, enkele violisten en Peter Bauwens, die de piano en het orgel bespeelt. De productie is in handen van Peter Gillis en Peter Bauwens. In het totaal elf liedjes, waarvan de nummers Ik heb je nodig en Zeventien het als single erg goed doen. Beide gaan er in het voorjaar van 1995 twee keer met een eerste plaats in de Vlaamse Top Tien vandoor. Er wordt uit dat album ook gekozen voor het liedje Weet je nog als single, maar hoger dan een zesde plaats zit er niet in.

In 1992 wordt Isabelle A door Radio 2 aangezocht om het Gordellied in te zingen en een jaar later neemt zij met Koen Wauters het nummer Gelukkig zijn op, een cover van de Ann Christyhit, in het raam van de actie “Kom op tegen Kanker”. Zij snijdt 1993 aan met een nieuw album, opnieuw in een productie van Peter Bauwens en Peter Gillis, “Jij doet mij leven!” De beide Peters leveren de hits in samenwerking met Jan De Vuyst. Er wordt opnieuw opgenomen in Studio Top in Gent en het album wordt deze keer verdeeld door Indisc. In het achtergrondkoortje duiken bekende namen op: Patrick Riguelle, Piet Van den Heuvel en Ingrid Simons. Het liedje Wondermooi wordt als single uitgebracht, goed voor een tweede plaats in de Vlaamse Top Tien. De volgende singletjes daaruit Jij mag altijd op mij rekenen en Sarah doen het iets minder, net als het nummer Helemaal alleen, dat ook uit dit album wordt gelicht. Het is wél zo dat Jij mag altijd op mij rekenen vaak over de radio te horen is. Het hoeft ons dan ook niet te verwonderen dat het liedje wordt bekroond met de prijs voor “Beste Belgische Productie” tijdens “Zomerhit” in 1993. Voor het stripfiguurtje Babydoll leent zij maar al te graag haar stem op vraag van de tekenaars Antoine Bomon en Ginette Cooman.

Tijdens de uitreiking van de Zamu Awards in 1994 ontvangt Isabelle A een prijs in de categorie “Zang Nederlandstalig”. Thuis bij een nieuwe platenfirma, BMG Ariola Belgium, lanceert Isabelle in 1994 de cd “Isabelle A”. Er wordt opgenomen tussen de eerste februari en de dertigste juni in de vertrouwde Studio Top in Gent, waar de eigenaars Peter Gillis en Peter Bauwens ook instaan voor het merendeel van de songs met ook deze keer tekstuele bijstand van Jan De Vuyst én Poppa Doq. Als uitvoerend producer tekent nog steeds Marc Van Beveren, maar tussen hem en Isabelle botert het al een tijdje niet meer. Zowel zijzelf als haar ouders blijven zich afvragen waar al het geld dat met de platen en optredens verdiend wordt, naartoe gaat. Isabelle is die situatie grondig beu, zo beu zelfs dat zij regelmatig tijdens de opnamen van de plaat uit boosheid en frustratie de studio plots verlaat. Zij laat haar ouders ook weten dat zij liever alleen gaat wonen. Het mag hilarisch klinken, maar uitgerekend op dat moment wordt als single voor het nummer Ik laat je nooit meer gaan gekozen.

Omdat Isabelle ook wel eens wat anders wil en graag creatief is, waagt zij zich aan een zijsprong door het danceproject Interactiv op het getouw te zetten samen met Theresa Platteau en Prince Far Out. Op het BMG Ariolalabel brengen zij in 1994 de single Slam uit. Iets later wordt de naam verlengd tot Interactiv Force om geen verwarring te creëren met een groep met dezelfde naam. De veertiende mei van dat jaar staat Isabelle met Interactiv op de achtste plaats in de BRT Top Dertig. De voorbije jaren is zij er maar twee keer in geslaagd daarin als Isabelle A met twee singles in de top tien te geraken: in 1990 tot op de vierde plaats met Hé, lekker beest en in 1991 tot op zes met Ik weet wat ik wil. In 1995 zingt zij het liedje De hemel vol sterren, bestemd voor het album “Spelers en Drinkers”, dat wordt uitgebracht naar aanleiding van de vijfentwintigjarige carrière van Johan Verminnen. Zij zingt ook de titelsong van de TV1-soap “Thuis”. Door de breuk met Marc Van Beveren verdwijnt Isabelle A voor een hele tijd uit het gezichtsveld van de hitlijsten. Er mogen tot nader order geen platen meer worden opgenomen en uitgebracht. Zij zet nochtans in de herfst van 1996 het liedje Eén voor één gaan lichten uit op cd, maar dat nummer over verdwenen en vermoorde meisjes verschijnt niet in de handel. Datzelfde jaar wordt zij door TV1 gevraagd om onder aanvoering van Felice op te duiken in het vrouwenteam van het succesvolle “Swingpaleis”, waarin zij het opnemen tegen een vijfkoppig mannenteam. Isabelle A voelt zich hier heel goed thuis en beleeft, ondanks de strubbelingen met haar manager, mooie momenten. Zij wordt in de roddelbladen letterlijk halfnaakt in haar aantrekkelijk blootje gezet aan de zijde van Willy Sommers wanneer zij met hem een relatie begint. Willy is drieëntwintig jaar ouder dan zij. Vlaanderen moet even slikken. Nu zij erop terugkijkt, geeft zij toe dat zij toen op zoek was naar iemand die haar begreep en vooral steunde. Een oudere man dus, een vaderfiguur. Eind 1997 komt aan hun verhouding een einde. Intussen is Isabelle A verliefd geworden op Raf Van Brussel, die zij in het team van “Het Swingpaleis” beter heeft leren kennen. Raf vraagt haar om op te treden in het voorprogramma van zijn op dat moment bekende groep Sunny Side Up. Ook deze relatie duurt niet lang. Na een tijdje wordt niet alleen Sunny Side Up opgedoekt, dat voorzichtig scoorde met hits zoals She makes me happy en Up into the sky, maar is ook het sprookje uitgezongen.

Inmiddels zijn de troubles tussen Marc Van Beveren en Isabelle A wat opgehelderd. Het wordt voor haar een zware financiële dobber, want zij moet een pak geld ophoesten, maar mag wel opnieuw platen opnemen. In 1998 is er het album “Hemels” in een productie van Miguel Wiels en Peter Gillis. Naast vaste tekstleverancier Jan De Vuyst duiken nieuwe namen op: Evert Verhees, Miguel Wiels, Alain Vande Putte en Lieven Coppieters. Eric Melaerts mag weer arrangeren en naar goede gewoonte op de gitaren tokkelen. Isabelle A wil laten horen dat zij meer volwassen is geworden en anders wil klinken. De singles Hemels en Dansen voor jou laten dat duidelijk horen. Zij moet wel vaststellen dat zij de hoogste plaatsen in de Vlaamse Top Tien mag vergeten. Zij heeft intussen besloten een nieuwe manager aan te trekken, ondanks haar wantrouwen na haar samenwerking met Marc Van Beveren. Zij gaat schuilen onder de vleugels van Valère Pieraerts, manager van onder meer Clouseau, Vanessa Chinitor, Get Ready en Sam Gooris. Haar singles worden vooral radiohits, gretig opgepikt door Radio 2 en vooral Radio Donna, waar zij kind aan huis lijkt te zijn. Om voldoende geld te verdienen om zo haar schulden af te lossen, gaat zij veel bijklussen. Zo duikt zij op in de tv-programma’s “Lalala live” van Bart Peeters en “De Notenclub”. Dit laatste is een succesvol programma op TV1 dat in 1998 van start gaat met de pianisten Danny Wuyts en Miguel Wiels, gepresenteerd door Kurt Van Eeghem en vervolgens door Anja Daems.

Een jaar later neemt zij op vraag van de VRT met haar groep Natural High, bestaande uit de zangeressen Viola en Nathalie, deel aan de selecties van “Eurosong”. Met hun song Finally belanden zij op de voorlaatste plaats in de finale. Zij houdt aan dit avontuur een bittere nasmaak over. Isabelle blijft dit na al die jaren nog steeds als een dieptepunt in haar carrière beschouwen. Haar platenmaatschappij dwong haar tot die deelname. Zij voelde zich op dat moment erg gestresseerd en werd door de jury nogal hard aangepakt. De groep Natural High stond nog niet op punt en dat heeft de genadeslag gegeven. Isabelle blijft echter niet bij de pakken zitten. In 2000 ligt de single Wish van Miguel Wiels featuring Isabelle A in de winkel. Miguel schreef dit nummer samen met Peter Gillis en Alain Vande Putte. Ook deze keer blijft het verwachte succes uit. De single geraakt niet hoger dan de zevenentwintigste plaats in de Ultratop Dertig. Isabelle beslist in een soort paniekreactie voortaan in het Engels te zingen en noemt zich Isabelle Adam. Zij is het grondig beu als “dat meisje van Hé, lekker beest” voort te gaan. Zij wil ook door de jongeren graag gezien en gehoord worden. Isabelle brengt in een productie van Hans Francken het nummer Calling out your name, geschreven door Liz Winstanley en Oskar Paul, op single uit. Ook deze productie wordt geen hit. Voor de reeks cd’s die in de slipstream van het succes van “Het Swingpaleis” worden uitgebracht, neemt zij voor het zesde volume samen met Raf Van Brussel, William Reven en Sandy als The Magic Stars het nummer A brand new day op, een cover van deze bekende song uit de musical “The Wiz”. Intussen heeft zij een platencontract getekend bij Magic en zet voor hen in 2003 Baby baby op plaat. Zij hoopt dat het liedje aanslaat en dat zij weer veel kan optreden, maar de resultaten blijven benedenmaats. Datzelfde jaar probeert zij samen met K-Styles een hit te versieren met het nummer My guy, maar dat lukt ook niet echt. Zij komt even op adem wanneer zij in 2005 samen met Will Tura, Mama’s Jasje en Voice Male het Gordellied Reik elkaar de hand mag zingen.

Op het moment dat zij de wanhoop nabij is, duiken Evert Verhees en Jan De Vuyst op met Ik heb hem zo lief. Als Isabelle A en weer zingend in het Nederlands, duikt zij daarmee bij de start van 2006 opnieuw in de Vlaamse Top Tien op. Zeven weken na elkaar blijft zij daar op de eerste plaats staan glunderen. Isabelle A is back in town, zo lijkt het! In de maand september van dat jaar presenteert zij ons een cover van de Franse hit Même si tu revenais van Claude François, dat zij in een productie van Hans Francken als Zelfs al kwam je terug op plaat zet. In de Ultratop belandt zij daarmee de zestiende september op de zesentwintigste plaats. Tijdens het tv-programma “Zo is er maar Eén”, gepresenteerd door Yasmine, brengt Isabelle een bewerking van de Vlaamse klassieker Lieve kleine piranha van Gorki. Voor de actie “Levenslijn” van VTM neemt zij in 2006 samen met Sandrine, Wouter, Udo, Barbara Dex en Reborn het nummer Iedereen wereldkampioen op, een vertaling van Tell me what it takes van Soulsister in een productie van Eric Melaerts en uitgebracht op het ARS-label.

Piet Roelen komt bij haar aankloppen met de vraag of zij niet wil meezingen met Helmut voor zijn cd “The Crooners”. Het wordt een dubbelalbum met twaalf originele liedjes door Helmut zelfgeschreven en twaalf covers van onder meer Caterina, That’s amore, Moon River en True love, dat Isabelle A in duet met Helmut zingt. Het jaar daarop, in 2007, zingt Isabelle tijdens het succesvolle “Zo is er maar Eén” op Eén haar versie van Ik ga dood aan jou van Bart Herman. De zeventiende maart van dat jaar gaat bij VTM het muziek-spelprogramma “De Foute Quiz” van start, gepresenteerd door Sergio. Het programma is opgebouwd rond twee teams, tijdens het eerste seizoen aangevoerd door Evi Hanssen en Isabelle A. Wanneer in het najaar van 2007 de hommage-cd “Braveau Clouseau” op de markt verschijnt, horen we daarop Isabelle samen met Gorki en hun versie van de Clouseauhit En dans. Het album is goed voor goud! Die samenwerking met Gorki smaakt naar meer. Isabelle trekt haar stoute schoenen aan en verrast in de maand mei van 2008 vriend en vijand met het album “De macht der gewoonte”. In de studio’s Pink Flamingo in Sint-Niklaas en de ICP Studio in Brussel neemt zij onder de leiding van producer Alex Callier (Hooverphonic) twaalf liedjes op, geschreven door onder anderen Sarah Bettens, Luc De Vos, Stijn Meuris, Tom Pintens, Mauro Pawlowski en Alex Callier zelf. Zij stelt de eenendertigste mei in de AB in Brussel haar album aan de media voor. Iets later staat zij te glunderen op het podium van “Marktrock” in Leuven. Voor de fans van het allereerste uur wordt deze alternatieve Isabelle A even wennen. Het liedje Onder de sprei van Stijn Meuris wordt een veel gedraaid nummer uit die cd. Uit het album “De macht der gewoonte” worden nadien ook de nummers Karavaan en Hou je nog van mij als singles uitgebracht. Voor Hou je nog van mij maakt regisseur Guy Goossens (regisseur van de film “Frits & Freddy”) een clip waarin hij Isabelle tijdens enkele bed- en badscènes voorzichtig naakt laat verleiden.

Het liedje Onder de sprei ligt haar na aan het hart omdat zij hierin haar emoties kan blootleggen. Meer dan eens heeft zij zich door de liefde laten gidsen, de liefde die haar ook meer dan eens blind maakte. Vergeten we niet dat zij ooit smoor was op Armando, de broer van Marco Borsato. Tijdens een feestje van Radio Donna werden zij snel verliefd op elkaar en door de media meteen tot droomkoppel gebombardeerd. Vergeten wij ook niet haar relatie met tv-presentator Philippe Quatennens. Daarnaast wordt zij vaak door emoties zoals boosheid, angst, verdriet en geluk gedreven. Zij denkt daarbij aan haar ouders en vooral aan haar vader, die haar als kind vaak vertroetelde. Zij was een echt papa’s-kindje dat veel liefde en aandacht nodig had en ook kreeg. Zij vormden met z’n allen een echt knuffelgezin. Toen zij vanaf haar elfde in snelheid werd gepakt door haar zangcarrière, dreef het gezin en dat geluk uit elkaar omdat zij nog zelden thuis was. Zij werd volop geleefd door haar succes. Tijd voor vriendinnen had zij niet meer. Isabelle ging gebukt onder een enorme druk, maar haar manager leerde haar dat zij het ijzer moest smeden wanneer het heet is. Zij voelde zich een soort wonderkind, specialer dan de rest. Zij vertrouwde haar manager in die tijd blindelings. Toen zij en haar ouders vaststelden dat haar succes niet aan haar bankrekening was te merken, moesten zij besluiten dat zij na al die jaren bedrogen was. Dat was voor haar een zeer harde noot om te kraken. Marc had haar enorm opgelicht. Er werd nooit een contract ondertekend, maar daar stelde niemand zich in het begin vragen bij. Hij ging er zonder blikken of blozen met alles vandoor. Er komen advocaten aan te pas, maar over het ware gebeuren en de stand van zaken wil Isabelle niets lossen, wat het verhaal erg verdacht maakt. Wij zullen er wel nooit het fijne van te weten komen, alleen dat het Isabelle veel geld heeft gekost, want zij moest de jaren daarop heel wat schulden aflossen. In ons interview vertelde ze mij dat die gebeurtenis voor altijd het grootste verdriet in haar leven zal blijven. Zij heeft hier wel uit geleerd dat zij voortaan liever alles zelf regelt, de touwtjes zelf in handen houdt. Aan dit alles heeft zij overgehouden dat zij soms nog door echte downs overmand wordt. Zij is en blijft na dat alles ook erg wantrouwig. Zij is al vrij schuchter van nature, maakt niet zo gemakkelijk contact met buitenstaanders, klapt nogal snel dicht. Alleen wanneer zij op een podium staat, valt die schuchterheid weg. Maar het gaat almaar beter, zij staat almaar sterker in haar schoenen en heeft haar verlegenheid naar het achterplan geschoven. Van zichzelf vindt zij dat zij enorm sterk staat, dat zij veel kan incasseren. Koppigheid is haar slechtste karaktereigenschap. Zij gaat dolgraag naar de bioscoop met een voorliefde voor romantische films en voor acteur Eddy Murphy, omdat zij zo heerlijk met hem kan lachen.

Begin 2008 leert Isabelle A de Antwerpse muzikant Hans Forceville kennen, die tot dan toe bij groepen als Sweet Coffee en La Gazz speelde en samenwerkte met de dj’s Carl Cox en Marco Bailey. Hans is ook eigenaar van de productiestudio Hanson. Hij en Isabelle vormen sinds die ontmoeting een vast koppel en mogen in de maand september van dat jaar aankondigen dat zij de trotse ouders zijn van hun zoon Storm. (Uit een vorige relatie heeft Hans reeds twee kinderen.)

Sinds 2012 maakt Isabelle deel uit van de cover-partyband The Expendables, bestaande uit de Belgische topmuzikanten zanger-gitarist Filip Bollaert, toetsenist Pedro Gordts, drummer Joost Van den Broeck en bassist Carlo Van Belleghem. Voordien werd de eer om als frontzangeres te fungeren door Sofie Van Moll waargenomen. Isabelle brengt tijdens de show “Isabelle A Gets Expendable” een mix van covers van recente hits, klassieke meezingers en dansnummers, waarbij de klemtoon vooral op “ambiance” wordt gelegd. Hits van Lady Gaga, Christina Aguilera, The Black Eyed Peas en INXS passeren met veel animo de revue. In Story lazen wij in de maand november van 2013 dat Isabelle A naar het voorbeeld van De Romeo’s van plan is een meidengroep op te starten samen met ex-”Familie”-actrice Anneke van Hooff en ex-Lasgozangeres Evi Goffin. Uitgangspunt van dit opzet: de muziek die zij brengen, moet heel dansbaar zijn. Zij willen vooral ambiance brengen en hun publiek entertainen. Met voorkeur voor vrouwenmedleys waarmee zij hun publiek aan het dansen kunnen brengen. Nieuwe nummers worden met evenveel plezier aan hun repertoire toegevoegd. In de volgende editie van Story lazen wij dat als groepsnaam voor “De Grietjes” werd gekozen. Wij kwamen meteen aan de weet dat de drie grieten zich als gewone vrouwen in de vocale strijd willen gooien en niet als babes. Wanneer in de zomer van 2014 Goffin zich zwanger meldt, wordt haar plaats tijdelijk ingenomen door Silvy De Bie. Een paar maanden eerder, de tweeëntwintigste maart, stonden de dames nog op twee genoteerd in de Vlaamse Top Tien met Sprong in ‘t maanlicht, geschreven door Alain Vande Putte, Peter Gillis en Patrick Rydman. Samen met Guy Balbaert en Joris Devos schrijft Isabelle de opvolger Ons verhaal, waarmee De Grietjes de elfde oktober op vier genoteerd staan in de Vlaamse Top Vijftig.

In 2016 staat Isabelle A 25 jaar op het podium. De zesde juni zegt ze daarover in “Het Nieuwsblad”: “Ik ben best tevreden met hoe het gelopen is, maar ik droom wel nog van een theatertour waar de mensen nog eens komen luisteren naar al die mooie Isabelle A-hits. Zo krijgt mijn carière toch nog een happy end. Ik heb in mijn schuif ook nog een massa demo’s liggen met heel toffe nummers in mijn typische stijl. Het zou leuk zijn om daar nog eens iets mee te doen, maar hits scoren hoeft niet meer. Dat brengt toch niets meer op.” Isabelle A was een tijdje gestopt met live-on-tape optredens, maar is sinds kort weer te boeken. Vooral op vraag van enkele schlagerfestivals hier en daar treedt zij weer op samen met een verrassingsact.

De editie “Liefde voor muziek” van 2017 heeft voor Isabelle A geen windeieren gelegd. Na de uitzending van maandag de 24ste april, met daarin aandacht voor covers van een aantal van haar bekendste liedjes door onder meer Natalia, Clouseau, Lady Linn en Josje Huisman, blokletterden de kranten: “Isabelle A maakt nog voor de zomer haar comeback!” En dat wordt schakelen naar een zesde versnelling, want haar platenfirma Universal wil over een paar maanden haar nieuwe album releasen. Uitkijken sowieso, want de voorbije tien jaar verscheen er geen nieuw songmateriaal van haar. Daarop uiteraard ook de nummers die Isabelle A in “Liefde voor Muziek”bracht. Dinsdag de 25ste april domineerden haar liedjes al de Top Tien van iTunes met als meest in het oorspringend haar eigen cover van “Une belle histoire” van Michel Fugain, “Een mooi verhaal”, naast haar vertolkingen van “Eyo” en “I’ve only just begun”.

Dinsdag de 20ste juni 2017 verschijnt Isabelles A’s nieuwe single Glad IJs op het CNR-label, een vertrouwde samenwerking voor haar met tekstschrijver Jan De Vuyst. Deze single nam Isabelle op samen met de muzikanten uit het programma “Liefde voor muziek”, in een productie van Jeroen Swinnen en dat als aanloop naar haar nieuwe album dat de 7de juli wordt gereleased.

Woensdag de 5de juli 2017 stelt Isabelle A, na bijna negen jaar, haar nieuwe studio-album voor “Zo zal het zijn”. De titel zegt waar het op staat: “Ik trok naar de studio om daar samen met producer Jeroen Swinnen helemaal mijn ding te doen. Hij wist op voorhand welke richting ik wou inslaan“, aldus een enthousiaste Isabelle. Haar album ademt de sfeer van het Franse chanson, te horen in liedjes als De Liefde, Mijn beste vriend en ik en Als ik nee zeg, dat Sarah Bettens speciaal voor haar schreef. Drie liedjes die ze in “Liefde voor muziek”zong, staan ook op de nieuwe cd, alleen heeft Isabelle ze opnieuw ingezongen, deze keer met iets minder stress in de keel. “Ik ben erg trots op mijn plaat en geef me zelf een score van bijna een 9 op 10. ik ben ook blij dat de spanning wat is weggeëbt, nu ik weet dat er nog een album zal komen. Ik droom al luidop van een tour in de culturele centra waar mijn liedjes heel goed tot hun recht zullen komen. Ook de oudere, al zou ik die wel in een intiemer kleedje willen stoppen.”

 

tekst en research: Marc Brillouet

© 2016 Daisy Lane & Marc Brillouet

 

Rocco Granata

“Dertig jaar geleden wou ik stoppen met m’n carrière”, dat vertelde Rocco Granata in september nog aan de verzamelde pers naar aanleiding van zijn zeventigste verjaardag. “Persconferenties geven, promotie voeren, optreden, ik ben het zo beu als koude pap, maar ergens doe ik het nog zo graag!” En als klap op de vuurpijl stelde hij ook nog eens zijn nieuwste cd “Ricominciamo” voor. 2008 is voor Rocco een waar feestjaar. Hij is niet alleen zeventig geworden, maar zijn onafscheidelijke Marina viert haar vijftigste verjaardag en hij is veertig jaar met zijn Rosie getrouwd.

Rocco, afgeleid van de naam Rochus, Granata is een rasechte Italiaan, geboren de zestiende augustus 1938 in Figline Vegliaturo, een dorpje in Calabrië in Zuid-Italië. Hij gaat nog wel eens terug naar dat dorp, waar hij dan ‘s nachts in zijn eentje gaat wandelen en herinneringen ophalen, want overdag lukt dat niet, dan wil iedereen dat hij een kopje koffie komt drinken of een hapje mee-eten. In dat dorp woonde een kunstsmid die drie smederijen had en een dochter, en die werd verliefd op een van de kunstsmeden die daar werkte, papa Granata. Hun gezin werd met één dochter en één zoon gezegend. Die zoon Rocco werd streng opgevoed. Zijn ouders duldden niet dat hij op straat rondslenterde met zijn vrienden en stuurden hem daarom naar zijn peter, die kleermaker was. Hij leerde daar knoopsgaten maken en knopen aannaaien. Maar dat boeide hem niet, hij was liever met muziek bezig. Rocco is zeven jaar wanneer hij van de dirigent van de plaatselijke fanfare muziekles krijgt, zijn moeder betaalt dat. Maar lang houdt hij het daar niet uit, want hij is een snelle leerling. Genieten van een optreden door de plaatselijke fanfare is voor Rocco op dat moment jé van hét. Als ze na een concert in het café wat gaan uitblazen, mag hij hun instrumenten vasthouden en betasten. Hij herinnert zich nog hoe in zijn dorp zich op zekere dag mevrouw Maria Cristina als eerste een radio aanschafte, meteen na de oorlog was dat, in 1945. Bij haar thuis muziek meepikken was het liefste wat Rocco deed. Aan het einde van de jaren veertig trekken heel wat Italiaanse mannen naar het buitenland omdat ze gehoord hebben dat ze daar meer geld kunnen verdienen dan in hun thuisland. Sommigen verhuizen naar Venezuela en Brazilië, anderen naar Canada en Argentinië en een hele rist gaan zich in Belgio vestigen. Als Rocco zijn lagere school bijna heeft afgerond, hij is dan negen, besluit zijn vader in ons land te komen werken omdat hij hier veel meer kan verdienen. Drie keer zoveel. Papa Granata had het plan opgevat om in ons land een jaar keihard te werken en met dat geld in hun Italiaans dorp zelf een smederij op te starten. Maar dat ene jaar worden er twee, de eenzaamheid wordt te groot en vader besluit de hele familie te laten overkomen. Rocco ging er niet mee akkoord dat papa naar België trok. Hij blijft een tijdlang behoorlijk boos op zijn vader. Hij uit dat pas veel later in het liedje Paisellu miu. Vooral het gemis van zijn vader speelt hem parten. En plots liggen er tickets op tafel en vraagt papa Granata of de hele familie niet voorgoed naar ons land komt afzakken. Rocco vindt het erg dat hij zijn vrienden ginder moet achterlaten en in een vreemde wereld terechtkomt waar hij niet eens de taal verstaat. De familie Granata gaat in de Kwikstaartstraat in Waterschei wonen. Hier worden ze spaghettivreters genoemd, het woord racisme moet nog worden uitgevonden. Ze passen zich aan en Rocco gaat in zijn gemeente naar de lagere school. Het eerste Nederlandse woord dat hij daar leert, was voetballen, iets wat hij graag doet. In de kerk van Waterschei wordt hij misdienaar, waardoor hij door de leraren graag gezien is. Een brave jongen dus! Wat verderop, in Genk, volgt Rocco muziekles. Opvallend is dat papa zijn zoon een accordeon koopt, maar hij staat erop dat zijn zoon nooit muzikant wordt, professioneel toch niet.

Tot zijn vijftiende loopt Rocco school, plots wil hij niet meer voortstuderen. Papa wil niet dat zijn zoon mijnwerker wordt. Vespa’s zijn op dat moment erg in de mode, daar voelt Rocco wel een band mee. Op zekere dag stopt hij aan een garage in de buurt van het Casino van Beringen en daar mag hij meteen als leerjongen aan de slag. Het is meegenomen dat de eigenaar dol is op muziek. Hij is een Joegoslaaf die in zijn vrije tijd ook muziek speelt, al ziet hij met tegenzin dat Rocco voor, na en ook tijdens zijn werk iets té vaak met muziek bezig is. Drie jaar houdt Rocco het vol in die garage. Zijn leercontract is dan afgelopen en de maat voor de baas meer dan vol. Dat constant met muziek bezig zijn, kan niet meer door de beugel. En die beugel vult zich stilaan met geld, ook al verdient Rocco in die garage amper negentien frank per uur. Geen geld om te verbrassen, maar zoals dat toen de gewoonte was, om thuis keurig aan pa af te geven, die gelijk bij de bank een rekening voor Rocco opent. Vooral links en rechts in diverse cafés muziek spelen doet zijn spaarrekening aangroeien. Dat bracht in die tijd zo’n 250 frank per avond op. Pa komt wel eens luisteren, maar zeggen of het goed of slecht klinkt, geraakt niet over zijn lippen. Om live muziek te maken, had je een beroepskaart nodig en die werd Rocco als allochtoon geweigerd. Op risico van betrapt te worden, blijft hij toch stijfkoppig voortspelen. Pas wanneer hij zijn eerste hit scoort, krijgt hij die beroepskaart. Voor Rocco is die eerste weigering iets wat hem tot de dag van vandaag hoog zit, dat hij als buitenlander minderwaardig werd behandeld.

Op zekere dag komt een Duitse muzikant uit de buurt, Horst Schröder, Rocco vragen of hij niet in zijn kwartet wil meespelen. Hij moet op zijn accordeon hun toenmalige zangeres begeleiden in, hou je vast, operetteliederen uit “Im weissen Rössl”. Naast Rocco speelt nog een Vlaamse jongen uit de buurt en een Hongaar op bas. Het is het moment dat hij beetje bij beetje zijn eerste liedjes begint te schrijven: thuis bij mama aan een kleine tafel met als grote droom ooit een bekend operacomponist te worden. Zijn eerste belangrijke stap in de muziekwereld zet hij als hij zich inschrijft voor het liedjesfestival “La Rondinella d’Oro” (De Gouden Zwaluw) in Luik, waar hij het door hem zelfgeschreven È primavera zingt. Rocco eindigt op een gedeelde eerste plaats samen met een lokale zanger die koste wat het kost in de prijzen moest vallen. Die avond speelt Rocco voor een uitgelaten publiek al de basis van wat enkele dagen later Marina zal worden. Toen al bood zich iemand aan die veel geld op tafel wilde leggen om dat liedje in zijn uitgeverij te krijgen, maar Rocco weigert. De inspiratie voor Marina kreeg Rocco toen hij met zijn orkest in een café in Molenstede in de buurt van Diest speelde, waar de kusjesdans vaak op het menu stond. Hij liep niet zo hoog op met die gewoonte, het kwam hem zelfs de strot uit. Op zekere avond is het weer prijs. Het publiek blijft maar aandringen. In samenspraak met zijn drummer zet Rocco een liedje in dat meer op een improvisatie lijkt dan op wat anders. De maat is 2/4, daar kun je immers ook op stappen, net als op zo’n doordeweekse kusjesdans. Alleen moet hij nu nog een tekst verzinnen. Tegen de muur van dat café hangt een poster van het sigarettenmerk “Marina” en daarmee is de titel van een wereldhit in wording geboren. Let wel dat het vooral nog behelpen is, want Marina zal tekstueel pas later in de studio tijdens de opname van het nummer in de juiste vorm worden gegoten.

Marina droeg Rocco dus niet op aan zijn eerste lief, want die heette Wilma, hij was toen nog maar zeventien. Ook niet aan het eerste meisje dat hij zoende, want die was van Winterslag en heette Elza. Maar voor een vaste relatie had Rocco toen nog geen tijd. Rocco’s liedjes genieten veel bijval tijdens zijn optredens. De mensen vragen almaar vaker of die liedjes niet op plaat staan. Gelukkig heeft Rocco net een contract voor drie maanden getekend bij Jules Nijs, verdeler van jukeboxen en uitbater van dancing De Witte Molen in Aarschot, die via zijn firma een opname kan versieren in de Decca Studio’s in Jette met Achilles Palmans als producer. In twee uur tijd worden samen met het International Quartet twee nummers ingeblikt: Manuela en Marina. De opname van Marina verloopt heel chaotisch, want Rocco heeft zijn tekst nog niet klaar. Tijdens de opname vult hij gaandeweg woorden aan, tot groot ongenoegen van de producer, die dit puur tijdverlies vindt. Een studio kostte toen negenhonderd frank per uur. Maar wonder boven wonder zijn twee uur later beide songs ingeblikt. Manuela wordt de A-kant, maar al snel is duidelijk dat het publiek voor het B-kantje kiest en wordt Marina als hit gepromoot. In het begin moet Rocco zelf met zijn single van café tot café gaan leuren. Er worden driehonderd exemplaren geperst, maar die zijn snel uitverkocht. Rocco klopt bij diverse cafés aan om Marina in de jukebox te krijgen en die manier van promoten loont uiteindelijk. Marina wordt een groot succes en door de familie Van Hooghte in hun uitgeverij ondergebracht. Rocco moet wel een deel van de uitgave aan hen afstaan, iets wat hij nog altijd de grootste fout vindt die hij ooit begaan heeft, maar je kon toen niet anders. Maar in het begin van de jaren zeventig wordt Jos Van Hooghte ziek, zijn uitgeverij komt in de aanbieding en zo kan Rocco de uitgavenrechten van Marina terugkopen.

In de zomer van 1959 staat Marina in ons land op één. Intussen had ook de Nederlandse zanger Willy Alberti het nummer opgenomen en was het via een piloot van KLM tot in Amerika geraakt, waar het in zijn versie op de markt komt. In de maand november van 1959 staat Alberti in de Amerikaanse hitlijsten op de tweeënveertigste plaats. Dat originele singletje is inmiddels twaalf euro waard. Dankzij Jos Van Hooghte, die ook een uitgeverij in Amerika bezit, kan ook de singleversie van Rocco in de States worden gereleaset op het in die tijd bekende Laurielabel en zo bereikt hij in de maand november 1959 de twaalfde plaats in de Cash Box Top 100 en de eenendertigste in Billboard’s Hot One Hundred. Rocco’s singleversie kun je momenteel in Amerika voor zo’n veertien dollar op de kop tikken, tenminste als je de oorspronkelijke versie op het Laurielabel nr. 3041 vindt. In diverse landen krijgt Marina nadien het label evergreen opgekleefd. In zijn memoires over president John Fitzgerald Kennedy schrijft de kok van het Witte Huis dat de president Marina regelmatig floot als hij goedgeluimd was en in de biografie van wielrenner Fausto Coppi lezen we dat op de dag dat hij werd begraven, over de Italiaanse radio de hele dag treurmuziek te beluisteren was én Coppi’s lievelingsliedje Marina.

Ook tijdens de allereerste editie van “De Eregalerij”, een organisatie van Radio 2 en Sabam, gaat het wereldsucces van Marina niet aan het oor van de jury voorbij en wordt deze evergreen voorgoed vereeuwigd, op vrijdag de tiende november 2000 in het Casino van Knokke. Rocco staat die avond glunderend op het podium samen met nog twee andere grote kleppers uit de Vlaamse muziekwereld. Will Tura, die die avond in de prijzen valt met Eenzaam zonder jou, en Toots Thielemans met Bluesette. Diezelfde avond kregen Bobbejaan Schoepen en La Esterella een ereplaats voor “een leven vol muziek”.

Snel na zijn succes in de States kreeg Rocco een miljoenencontract aangeboden om voor onder meer Alan Freed te gaan werken. Zo mag hij in de befaamde Carnegie Hall in New York op het podium staan met Connie Francis in het voorprogramma en zit hij in de show van Tab Hunter en Tommy Sands. Maar de managers hebben nogal wat problemen met de artiest Granata. Die jongen moet dringend een keurig pak en een glamoureuze act worden aangemeten. Hij moet een snelcursus Engels volgen en een stoomcursus podiumtechniek. Hij verdwijnt in een smokingpak, leert statig het podium op lopen, keurig het applaus in ontvangst nemen, al even keurig buigen…, maar dat en al die contractuele verplichtingen voelt Rocco als een keurslijf aan. Ed Sullivan belooft hem dat als hij voor Kerstmis in de top drie belandt, hij een plaats krijgt in zijn razend populaire tv-show, maar zo ver geraakt hij niet en dus krijgt hij ook niet de vijfduizend dollar die Sullivan hem beloofd had. En dus keert Rocco maar al te graag naar Vlaanderen terug.

Hier is het hek helemaal van de dam. Rocco incasseert per optreden met zijn kwartet vijfentwintigduizend frank. De eerste storting van Sabam komt binnen, goed voor twee miljoen frank, een fenomenaal bedrag in die tijd, dat papa Granata meteen op Rocco’s bankrekening stort. Bij zijn terugkeer wacht hem ook een aantrekkelijk contract uit Duitsland. Daar worden in 1960 van Marina alleen al 1.050.264 exemplaren van Rocco’s versie verkocht en nog eens een half miljoen van de Duitse versie van Will Brandes. In 1960 wordt er een Marinafilm opgenomen met naast Rocco bekende sterren zoals Rex Gildo, Silvio Francesco en de operettester Renate Holm. Deze film wordt de start van een hele rist successen bij onze oosterburen met onder meer liedjes als Du schwarzer Zigeuner, Melancholie (gebaseerd op het Wiegenlied van Johannes Brahms) en Tango d’amore. Uitschieter is Buona notte bambino, een top 3-hit in 1963. Oorspronkelijk heeft Rocco dit nummertje in het Italiaans geschreven, maar de Duitse versie wordt een grote meevaller, niet alleen in Duitsland, maar ook bij ons in Vlaanderen en in Nederland.

Vergeten we niet dat na het succes van Marina er uiteraard snel nog een aantal singles in het Italiaans worden uitgebracht zoals Oh oh Rosi, Julia en Carolina, dai. Met dat laatste staat hij in 1961 op het podium van het vermaarde liedjesfestival van San Remo, waar Rocco als finalist op de achtste plaats eindigt. Winnaar is Al di là, gezongen door Luciano Tajoli. Twee jaar later is Rocco al dat rondreizen meer dan zat. Ook het samenwerken met platenbazen en zo zint hem niet meer. Hij verdraagt geen baas boven hem. Hij start een eigen muziekuitgeverij “Granata Music” én een eigen platenfirma “Cardinal Records” omdat hij zag dat er in ons land veel artiesten rondliepen zonder een vast platencontract en hijzelf ook niet echt iemand vond die in zijn muziek geïnteresseerd was. Op een bepaald moment heeft hij veertig mensen in dienst. Ondanks het feit dat hij een Italiaan is die niet perfect onze taal spreekt, richt hij zich vrij snel op het betere Vlaamse lied met in zijn platenstal artiesten als De Elegasten, Will Ferdy en Marva, voor wie hij de meeste hits schrijft. Op zekere dag wordt hij getipt door platenhandelaar Govaerts in Hasselt dat er in hun stad een geweldige kleinkunstzanger rondloopt, maar een die aan geen platencontract kan geraken. In een kleine studio in Hasselt worden vijftien liedjes ingeblikt en de eerste kleinkunstelpee van Miel Cools met onder meer Boer Bavo wordt een schot in de roos. Goed bevriend wordt Rocco met Louis Neefs, voor wie hij liedjes gaat schrijven, onder meer Wat een leven. Op een bepaald moment adviseert Louis Rocco een impresariaat op te richten waar hun eigen artiesten geboekt kunnen worden. In 1965 starten ze met SBO, Show Business Office. Twee jaar later blijken ze geen licentie te hebben voor een dergelijke opdracht en wordt die firma ontbonden. In 1965 krijgen ze een tip van de vader van Jean Blaute, die in Zottegem een platenwinkel uitbaat, dat hij een jonge gast kent die talent zat heeft. Die jongen blijkt Marijn Devalck te zijn. Op dat moment is Adamo erg populair en Marijn wil het in het Frans proberen. Rocco gaat akkoord en verzint de artiestennaam Marino Falco. Hij scoort met liedjes als Je n’ai plus mon papa, Ma première cigarette en Laisse-moi seul. En dan is er het succes en de samenwerking met Marva. In 1967 neemt ze deel aan “Canzonissima” met Een eiland in groen en blauw, een liedje van Rocco op tekst van Phil Van Cauwenbergh, genomineerd in 2000 in “De Eregalerij”, net als Het liedje van de zee, ook een melodie van Rocco, deze keer op tekst van Will Ferdy. Bij Cardinal Records scoren voorts De Elegasten met Wat heb je vandaag op school geleerd, Kris De Bruyne met Klein klein kleuterke, Leen Persijn met Sinds ik jou ken en Jacques Raymond, die als Ray Mondo het internationaal probeert waar te maken met een song als Youre so sympatico. In de marge mogen we niet vergeten te vermelden dat het Rocco is die veel later, we zijn dan al in 1991 aanbeland, het talent onderkent van Sarah Bettens, die hij als eerste een kans gunt, die ze ook met beide handen aangrijpt. Rocco heeft haar mee gelanceerd. Nog dagelijks krijgt hij vele demo’s toegestuurd, maar vriendelijk wijst hij ze alle van de hand. Echt talent is dun gezaaid, zo weet hij als geen ander, en investeren in talent doe je niet zomaar.

De vijftiende augustus 1965 treedt Rocco tijdens een privéfeestje bij een gegoede familie op waar de dochter des huizes als gastvrouw mag aantreden. Dat knap meisje blijkt de dochter van een geneesheer te zijn die in Leuven Germaanse talen studeert. Rocco is meteen verliefd, maar er komt pas een vervolg aan die lovestory wanneer hij haar een jaar later in Leuven opnieuw ontmoet. Samen met haar vriendin zijn ze toen iets gaan drinken. Opnieuw gaat er een jaar voorbij tot ze hem op zekere dag belt met de vraag of hij al getrouwd is en of hij niet eens langs wil komen. De zeventiende oktober 1968 trouwen ze. Rocco is net dertig geworden. Twee jaar later wordt hun zoon geboren en nadien zijn dochter Jessica (zij was ooit betrokken bij de Switelbrand in Antwerpen). Zij zou psychologie studeren en op het kantoor van haar vader gaan werken.

Maar terug naar de carrière van Rocco. Ondanks zijn internationale successen is hij ons land niet vergeten. Hij heeft inmiddels door dat hij met Nederlandstalige liedjes beter op de Vlaamse markt kon inspelen. In 1961 had hij al bijval gescoord met zijn versie van Het Noordzeestrand, een oude hit van Jan Verbraeken, maar begin jaren zeventig heeft hij, nadat zijn succes in Duitsland was gaan tanen, pas écht de Vlaamse smaak te pakken. De negentiende september 1970 horen we Rocco in de Vlaamse Top Tien op één met het door hemzelf geschreven Sarah, waarmee hij enkele weken later op drie staat in de BRT Top Dertig. In die tijd was hij de Nederlandse tekstschrijver Marius Johannes McPhail tegen het lijf gelopen, met wie hij drie hits op rij schrijft. Eerst is er zoals steeds de melodie en dan de tekst: Lieve Heer heb medelij, Jessica, opgedragen aan  zijn dochter en vervolgens Zomersproetjes. Jessica staat de twaalfde februari 1972 op drie geparkeerd in de BRT Top Dertig. De maand voordien, de achttiende december 1971, staat Granata met dit liedje op één in de Vlaamse Top Tien. Zomersproetjes staat begin december in de Top Dertig 1972 op zeven, de drieëntwintigste september al op één in de Vlaamse Top Tien. Voor Lieve Heer heb medelij is er de zestiende juni 1973  een zestiende plaats weggelegd in de BRT Top Dertig en de maand voordien een derde in de Vlaamse Top Tien. Het zijn niet stuk voor stuk liedjes waar Rocco nu nog echt fier over is, ook niet over de meeste liedjes die die periode voorafgingen, maar hij moest nu eenmaal commercieel blijven en dat viel hem soms wat zwaar, want zijn hart lag toen al bij het chanson en de jazz. Na die Vlaamse successen wil Rocco opnieuw internationaal gaan, wat hem uitstekend lukt met de elpee “Twenty fantastic Italian songs”. Rocco is back on the road. Ook de instrumentale elpee “Paradiso” wordt een meevaller en bewijst dat Rocco het vooral van de kracht van zijn eenvoudige melodieën moet hebben, liedjes die je dadelijk raken, ook die zonder woorden.

Precies dertig jaar na zijn eerste wereldsucces met Marina scoort Rocco in 1989 opnieuw een nummer één met dezelfde song, maar dan in een newbeatversie. Hij klopt daarvoor aan bij zijn buurman Serge Ramaekers, de man achter het Europese succes van Confetti’s. Het is nog steeds dezelfde zanger die je hoort, dezelfde accordeon, maar het ritme is aangepast en opnieuw goed voor een wereldhit. Om te beginnen in ons land. De vierentwintigste juni staat Rocco op één in de BRT Top Dertig. Van Duitsland en Oostenrijk, over Mexico, Chili en Argentinië tot in Italië toe, waar de single negen weken lang op één genoteerd staat. Dit succes spoort Rocco aan de cd “That’s amore” in te blikken, een album dat zowel in Brazilië als in Rusland verkrijgbaar is.

In 1998 krijgt Rocco behoorlijk wat media-aandacht voor zijn speciale kerstshow waarmee hij in de Ancienne Belgique op de planken staat. In maart 2000 mag Rocco een Zamu Lifetime Achievement Award in ontvangst nemen voor zijn hele carrière, een eer die hij deelt met onder meer Toots Thielemans, Adamo, Arno en Bobbejaan Schoepen. Die carrière heeft hem door de jaren heen geen windeieren gelegd, maar daarover zwijgt Rocco het liefst in alle talen. Alleen Ludwig Verduyn slaagt er in 2003 in zijn boek “Showbizz in Vlaanderen” in om een tipje van de financiële sluier op te lichten. In de top 20 van rijkste artiesten, met Piet Roelen op kop, staat Rocco op de zeventiende plaats met een geschat vermogen van 1,329 miljoen euro dankzij Cardinal Records en Granata Music Editions. Hij heeft volgens Verduyn ook belangrijke investeringen in vastgoed, onder meer via de vennootschappen Granimmo en Tomychri. Zijn geld heeft hij al die jaren goed belegd, net zoals papa hem dat van in het begin had geleerd. Zuinig zijn, want je weet maar nooit!

Intussen zijn we in 2005 aanbeland. Rocco heeft zo’n jaar of twee aan zijn achtenzestigste album “Paisellu miu” gesleuteld, een cd die hij altijd al had willen opnemen. Hij werkt samen met die andere Italiaan Michel Bisceglia, volgens Rocco een van de beste arrangeurs in ons land, een genie en een muzikant in hart en nieren. Een zaligheid om mee te musiceren. Met tweeënveertig muzikanten trekt Rocco naar Studio Crescendo van zijn Italiaanse vriend Pino Guarraci. De cirkel is rond. Hier zitten drie zonen van Italiaanse mijnwerkers gezellig samen hun ding te doen. Dat inspireert! Er wordt ook een beroep gedaan op enkele solisten die al lang hun sporen hebben verdiend: Custódio Castelo, Jo Lemaire en Toots Thielemans. Over het prijskaartje dat daaraan vasthangt, wil Rocco niets loslaten. Op dit album presenteert Rocco zich als een doorgewinterd chansonnier die zingt zoals hij gebekt is, in het dialect van zijn geboortestreek Calabrië.

Niet zo voor de hand liggend vindt Rocco dat hij de laatste jaren almaar vaker met zijn succes geconfronteerd wordt. Hij weet immers maar al te goed dat het vroeger anders was, alsof hij buiten de schijnwerpers stond. Zijn prestaties werden vaak doodgezwegen. Maar hij is geen man die verbitterd achteromkijkt. “Misschien is het dat wel wat me jong houdt”, zegt hij. Optreden doet hij nog graag, heel graag. Zo gaat hij weer op tournee door Vlaanderen met een programma waarin hij Braziliaanse ritmes combineert met zijn oude hits. “Zolang er niet te veel versterkers aan te pas komen, als het maar eerlijk kan, zachtjes. Niet alleen de begeleiding moet zacht zijn, ik moet mijn liedjes bijna kunnen fluisteren”, want een chanteur à voix is Granata nooit geweest, ook al is elke Italiaan zo’n beetje als een belcantozanger in de wieg gelegd.

“Ik kan niet zo tegen luide muziek”, vertelde Rocco ons. “Op kousenvoeten wil ik wel nog musiceren, nog zo lang mogelijk, want ik heb plannen zat.” Rocco heeft als zanger altijd zwart willen klinken. Ooit zei Toots Thielemans van hem dat hij de Italiaanse blues in zich heeft en dat flatteerde Rocco. Jazz is momenteel een genre dat zijn voorkeur wegdraagt. “Ik hecht me nochtans te zeer aan de traditionele opbouw van een lied: een intro, een couplet, een refrein, een middenstuk en dan afronden. Maar improviseren kan ik wel, al zal ik nooit een echte jazzman wezen.” Maar zingt hij zelf niet in Buona notte bambino “Alles was man will, kann man nicht haben”. Alhoewel, in 2008 ging nog een wens van hem in vervulling, namelijk de release van het album “Ricominciamo”, voor velen hét ultieme Granata-album. Hier klinkt Rocco zoals hij echt is, minder commercieel dan vroeger. Dit album klinkt relaxed omdat Rocco niets meer hoeft te bewijzen, hij kan eindelijk zijn ding doen met die mensen om hem heen die na aan z’n muzikantenhart liggen. Of hij nu weer de baan op wil om dit album aan te prijzen? Liever niet, want daar heeft hij een broertje dood aan: aan promotie voeren, naar recepties gaan. Soms wil Rocco niemand zien. Hij is ook geen terrasjesmens. Hij houdt liever van de eenzaamheid. Lintjes en andere onderscheidingen hoeft hij ook niet. Aan hem is geen adellijke titel besteed: ridders en baronnen zijn een ander soort mensen dan hij. “Als de mensen mijn muziek maar graag horen, ben ik méér dan tevreden.”

Maar laten we eerlijk wezen, de award die Rocco in het Casino van Oostende kreeg voor “een leven vol muziek” heeft hij meer dan verdiend. Misschien een beetje laat, als we eerlijk mogen zijn. Misschien, zo mijmert hij, ben ik altijd een té populaire jongen geweest. Ik heb altijd en voor iedereen tijd willen maken, want we zijn toch maar gewone mensen! In een interview met De Standaard zei hij wat die bekendheid betreft: Er is maar één grote artiest. We noemen hem God, Boeddha of Allah, maar eigenlijk kennen we hem niet.

De zestiende augustus 2008 werd Rocco zeventig. Of hij zich oud voelt? In zijn hoofd wel. Hij kan al lang niet meer alles doen wat hij wil. Hij zou nog willen leren schilderen, nog beter jazz leren spelen, beter worden dan hij in het golf spelen is, want dat kan hij naar het schijnt als een echte pro. Op zijn graf wil hij geschreven zien: Ik heb niet alles kunnen doen wat ik wou, maar stop hem dan niet eerst in een kist, want sinds hij in een lift heeft vastgezeten, heeft hij last van claustrofobie. Dolgraag zou hij nog professor etymologie willen worden omdat de oorsprong van woorden hem zo fascineert. Dieper ingaan op het leven, dat boeit hem ook erg, iets meepikken van de levensfilosofie van de jezuïeten, al zou hij in scherp contrast daarmee willen dat hij niet meer hoefde te denken, dat zijn hersenen hem, al was het maar voor even, met rust lieten. Maar wel met mooie gedachten als herinnering zoals aan dat moment waarop hij zijn eerste plaat in ontvangst mocht nemen en zijn naam op het etiket zag staan, de ontmoeting met zijn vrouw, zijn zoontje en dochter geboren zien worden.

In 2010 ondergaat Rocco in het Onze-Lieve-Vrouweziekenhuis in Aalst een hartoperatie nadat artsen bij hem enkele lekkende hartkleppen hebben ontdekt. Hij herstelt volledig en trakteert zichzelf op het album “Rocco con Buscemi” met daarop eigenzinnige versies van La vita è bella, Oh oh Rosie en Mambo Italiano. Buscemi is het pseudoniem van de Belgische dj Dirk Swartenbroekx die in diverse stijlen, zoals lounge, house, jazz, afrobeat en drum-’n-bass, knappe albums aflevert. “Rocco con Buscemi” wordt voor Rocco zelf een soort muzikale kers op de taart. Het liedje O Sarracino uit dit album wordt zelfs een hit. In de Radio 2 Top Dertig vinden we het de zesde augustus 2011 terug op de vijfde plaats. Hij verneemt van regisseur Stijn Coninx dat hij volop bezig is met de voorbereidingen van een film waarvoor het leven van Rocco Granata de basis vormt, het verhaal van een migrant die er als geen ander in geslaagd is van zijn leven een sprookje te maken. Het wordt daarnaast ook een universeel verhaal over wat mensen allemaal doen om respect, liefde en warmte te vinden. Voor deze verfilming werd in 2008 al scenariosteun toegezegd door het Vlaams Audiovisueel Fonds. Vier jaar later gingen de opnamen van start. Een deel van de film wordt in Calabrië opgenomen en daarnaast ook scènes in Beringen en op enkele andere locaties in Limburg. De rol van Rocco wordt vertolkt door Matteo Simoni en die van Rocco’s vriendinnetje door Evelien Bosmans. Daarnaast zien wij ook Luigi Lo Cascio, Donatella Finocchiaro, Chris Van den Durpel en Warre Borgmans. De muziek is van de hand van Michel Bisceglia. Stijn Coninx schreef het scenario samen met Rik D’hiet. Op het filmfestival van Montréal gaat “Marina”, in een productie van Peter Bouckaert en Eyeworks in coproductie met de gebroeders Dardenne en het Italiaanse Orisa, de tweeëntwintigste augustus 2013 in première, waar “Marina” is geselecteerd als onderdeel van het prestigieuze “World Greats”-programma in officiële selectie. Twee maanden later is de film in de Belgische bioscopen te zien.

Tijdens de opname van “Rocco con Buscemi” leert Rocco Enrique Noviello kennen, een Argentijnse straatmuzikant die hij eerder in de straten van Antwerpen had horen spelen. Enrique was in 2002 al vanuit Argentinië in Antwerpen neergestreken en had de groep El Juntacadáveres opgericht, waarmee hij in het Antwerpse de triphoptango had gelanceerd. Enrique is daarnaast ook erg goed onderlegd in la murga, een zeer populaire muziekstijl in Argentinië en Uruguay, vaak gehoord tijdens het carnaval. Samen met Noviello neemt Rocco in 2013 het album “Argentina” op, een mix van Italiaanse liedjes gekruid met suave nu-bossanovamuziek. Tijdens de opnamen van het album “Argentina” kreeg Rocco de muzikale steun van Los Auténticos Decadentes, de bekendste murgaband in Argentinië. Het nummer El Murguero uit dit album wordt een onverwachte radiohit.

In 2014 wordt vanaf de eerste augustus in de Genkse Vennestraat 197 “Rocc-O-rama” ingericht, een pop-upexpo over Rocco Granata. Die tentoonstelling heeft plaats in de voormalige discobar waar Rocco zijn eerste vijfentwintig singletjes verkocht. Er staat onder meer een oude jukebox, een creatieve tijdslijn van Rocco’s leven in een schitterend decor waar de bezoeker met een levensgrote afbeelding van Rocco op de foto kan. Vrijdag de veertiende november 2014 geeft Rocco in C-Mine Cultuurcentrum in Genk de aftrap van zijn definitieve afscheidstournee. Een laatste keer zal hij de Vlaamse concertzalen in vuur en vlam zetten. Hij zal daarvoor uit zijn onmetelijk oeuvre zijn bekendste liedjes kiezen, aangevuld met pakkende beelden die naar zijn geliefde geboortestreek verwijzen. Hij zal tevens fragmenten brengen uit zijn album “Rocco con Buscemi”. Hij wordt tijdens deze tournee begeleid door een orkest onder leiding van Michel Bisceglia.

Voor de rest van zijn verhaal gunnen wij Rocco Granata nog veel succes en tijd voor zijn vele liefdes: zijn liefde voor Verdi en Puccini, voor treinen en stations, voor Italiaanse koffie, zijn liefde voor de schilders van de Latemse school, voor kamillethee, voor Francis Ford Coppola, voor Portugal en Lissabon in het bijzonder, voor Italiaanse auto’s, basilicum, pasta en rode wijn en vooral zijn liefde voor … rust en stilte!

 

tekst en research: Marc Brillouet

© 2013 Daisy Lane & Marc Bri

De Kreuners

Het “Belgisch Pop-en Rockarchief” noemt De Kreuners Vlaanderens eerste succesvolle Nederlandstalig zingende Belgische rockband. Reeds in 1973 was de toen achttienjarige Walter Grootaers, thuis omringd door vijf broers, bezeten door Amerikaanse en Britse rock. Studeren interesseerde hem niet. “Ik heb niet eens de middelbare school afgemaakt. Ik ben een van de weinige gelukkigen die nooit de stress van een studententijd hebben gekend“, antwoordt hij lakoniek op de vraag welk diploma hij tegen de muur heeft hangen. Op zijn negende trekt hij naar de muziekschool om daar slagwerk te leren, want drummer worden was zijn grote droom. Walter krijgt snel de kans om bode te worden bij Radio 2 Omroep Antwerpen en neemt die job met beide handen aan. Hij fungeert daar ook een beetje als discothecaris, voor een muziekliefhebber als hij een muzikale hemel op aarde. Walter komt in contact met platen van Zjef Vanuytsel en Miel Cools, maar hijzelf dweept met Velvet Underground, Lou Reed… Wat hier in Vlaanderen aan muziek wordt gemaakt, vinden Walter en zijn vrienden maar weke koek. Zelfs Raymond van het Groenewoud vinden zij op dat moment niet je van het, een mening die hij later stevig zal bijstellen. “Mijn rockhelden toen waren The Stones en The Kinks. In het begin waren er ook nog Elvis Costello, Boomtown Rats, The Stranglers en de opkomende newwavebands“, aldus Walter. Vrij snel lanceert hij de idee om Britse rock in onze moerstaal te zingen. Hij probeert dat  samen met gitarist Ronny Leyzen uit in de groep War (een afkorting  van het woord verwarring). Zij brachten een soort rockcabaret naar hun voorbeeld Frank Zappa. War werd uitgebreid tot de groep Rockorgaan. Een belangrijke inbreng kwam toen al van gitarist Luc Imants. “We bekeken dit op een speelse manier, vooral omdat we er geen toekomst in zagen. Het toenmalige Nederlandstalig rockgebeuren namen we niet ernstig” weet Walter nog heel goed. “Ik wou vooral een groep naar Angelsaksisch voorbeeld waarbij wel een frontman hoorde, maar dan zoals je dat zag bij The Rolling Stones en The Kinks bijvoorbeeld. Ik weigerde toen al een zanger te zijn met achter zich een begeleidende groep. Het moest klinken, als een geheel. Ik voelde me alleen maar goed als ik een zanger binnen een groep was. Wat ook een rol gespeeld heeft – daar denk ik de laatste tijd vaak aan- is dat ik uit een gezin van zes kinderen kwam. Ik had behoefte aan een gemeenschapsgevoel, de reden ook dat ik niet solo ben gegaan. Ik heb die interactie met een band sowieso nodig.”

In de maand augustus hadden Walter en zijn vrienden in Bilzen een onvergetelijke punkdag meegemaakt met optredens van Elvis Costello, The Damned en The Clash. Ze hadden hun ding gevonden.Op dat moment schrijft Humo een wedstrijd uit voor rockgroepen. Er wordt besloten zich in te schrijven. Dan werd er gezocht naar een naam. Iemand suggereerde Deus Ex, Luc Imants bedacht de naam Tapis Plain, maar na lang discussiëren werd uiteindelijk, op aangeven van Ronny en Luc, geopteerd voor De Kreuners. Met die naam kan je twee kanten uit: kreunen van de pijn, maar ook kreunen van genot. Tijdens Humo’s eerste “Rock Rally” in 1978 maken Walter en zijn kompanen als De Kreuners behoorlijk wat indruk, waarmee de basis van hun typische sound was gelegd. In 1978 traden zij voor het eerst op tijdens een van de preselecties in “Zaal Lux” te Herenthout. Op het podium gitaristen Erik Wauters en Luc Imants, bassist Herman Maes en drummer Jef Van den Broeck. Zij moesten als laatste groep optreden. Zij zongen toen onder meer De Lamp, een Nederlandstalige versie van The Hard Way van The Kinks. Zij stonden erop rock te brengen in het Nederlands, ook al waren zij opgegroeid met muziek van The Rolling Stones, Lou Reed, The Stooges, The Small Faces en David Bowie. “Wat Raymond van het Groenewoud toen bracht, beschouwden wij als Nederlandstalige kleinkunst. Wij wilden gaan voor Nederlandstalige rock“, aldus Walter Grootaers. “Op dat moment werd ons heel vaak de vraag gesteld waarom wij koste wat het kost in het Nederlands wilden zingen. Maar het was mijn ding. Ik wou bewijzen dat je net zo goed in het Nederlands als in het Engels kan rocken. Niet in het keurig Nederlands, ons lukte dat alleen in het Vlaams. We hebben een wat hoekige taal, maar als je wilt, swingt die als de pest. Trouwens, ik denk in het Vlaams, ik leef in het Vlaams, dus als ik me wil uitdrukken, graag in mijn moedertaal.” Livemuziek maken werd snel hun uithangbord. De finale had plaats in de Brusselse “Beursschouwburg”. Over hen schreef Marc Didden toen: “Hun songs staan er en zanger Walter Grootaers, die bij de schifting in Herenthout als een duivel tekeerging, heeft het.” Dat optreden werd geen makkie. Het was pas hun tweede en ze stonden stijf van de zenuwen. Het was de groep Once More die met de prijs en de eer ging lopen. Het publiek was vooral gecharmeerd door de energie die de groep uitstraalde. De Kreuners klonken behoorlijk punky met een knipoog naar The Ramones en The Buzzcocks.

En waar bleven de platen? Het publiek gelooft er in, maar De Kreuners zelf nog niet. Een aanbod van IBC, een onderafdeling van EMI, wordt van de hand gewezen. Zij willen het iets kleiner aanpakken. Walter brengt met zijn groep hun eerste single in eigen beheer uit, zoals hij het wou, in het Nederlands. Rock was de muziek van de straat en die hoorde je hier in Vlaanderen in onze taal te zingen. Veel kritiek, want de kenners vonden dit niet kunnen, Walters ambities leken hun té onrealistisch. Nummer 1 (release maart 1980 ), geschreven door Walter Grootaers en Luc Imants,  wordt in de Londense “Matrix Studio” in een productie van Jean-Marie Aerts opgenomen. Er waren op dat moment in Vlaanderen geen geschikte studio’s om die rocksound in te blikken. Trouwens, het Britse pond stond toen vrij laag. Om de huurprijs van de opnamestudio laag te houden, werd er afgesproken ‘s nachts op te nemen. Aan die opname in Londen hangt nog een verhaal vast dat Jan Van Eyken met plezier aanhaalt in zijn boek “De Dikke Van Eyken” dat in 2012 verschijnt. “In diezelfde studio’s repeteerde op dat moment de punkband The Members. Tussen de opnamen door verbroederden de twee groepen in het cafetaria en ‘s avonds maakten ze de Londense binnenstad onveilig. Maar er was ook wederzijds respect tussen De Kreuners en The Members. Toen zij in 1982 een stomende set op het dubbelfestival Torhout/Werchter speelden, werden Walter, Erik en ik uitgenodigd om samen met hen op het podium een paar nummers te spelen. Hoe dan ook: in de interviews die volgden op dat optreden verklaarden The Members meermaals dat ze De Kreuners de beste band ter wereld vonden. Een paar maanden eerder had Bruce Springsteen nog hetzelfde over The Members gezegd.

Die eerste single Nummer 1 moet toen om en nabij de zestigduizend Belgische frank hebben gekost. Ze nemen tegelijkertijd ook Nee Oh Nee op. Tijdens De Radio 2 “Zomerhit 80″ krijgen ze de prijs voor het beste groepsdebuut. Hun line-up is dan: zanger Walter Grootaers, gitaristen Erik Wauters en Luc Imants, drummer Patrick Van Herck en bassist Herman Maes. Erik heeft de plaats van Ronny ingenomen met wie het niet zo goed meer klikte. Het was vooral het gitaargeluid van Erik (deed bijwijlen denken aan U2-gitarist The Edge) dat Walter snel deed beslissen hem in de groep op te nemen. De tweede single, het Kinks-achtige Nee Oh Nee van de hand van Walter Grootaers en Erik Wauters, is eveneens een productie van Jean- Marie Aerts en verschijnt ook in eigen beheer. Een klein detail: Nick Tesco, de zanger van The Members, zingt mee als backing op Nee Oh Nee. De negenentwintigste november 1980 staan zij op de negende plaats in de Vlaamse Top Tien. De single geldt nog steeds als een echte klassieker. Een tournee met Rick Tubbax & The Taxi’s volgt. Dat klinken als bijvoorbeeld The Kinks lieten De Kreuners snel vallen. Wanneer ze tijdens een repetitie merkten dat een nummer nogal sterk leek op een buitenlands voorbeeld, belandde het snel in de vuilnisbak. De Kreuners wilden van in het begin zo identiek mogelijk klinken.

Met twee hits op zak kon het niet uitblijven of de platenfirma’s zouden dan toch reageren. Warner Bros kwam met het mooiste aanbod op de proppen. A & R- manager was toen Herman Schueremans en het is helemaal zijn verdienste dat De Kreuners bij hen onderdak vonden. “De platenwereld had op dat moment geen interesse in Nederlandstalige muziek. Wij traden regelmatig op in Zaal Lux op de Markt te Herenthout, geleid door de Maf Brothers (onder meer Gust Spruyt, Frank Horemans en Herman Rosiers) en daar liepen we Herman Schuermans tegen het lijf die daar vaak binnensprong. De Maf Brothers investeerden mee in onze eerste plaat die we gingen opnemen in de Matrix Studio in Londen. We brachten die plaat in eigen beheer uit, verdeeld door Warner Brothers en waar op dat moment Hermans Schuermans werkte en die geloofde van meet af in ons.” Herman wist de toenmalige platenbaas met harde klappen op de onderhandelingstafel bij Warner, Ted Sikkink, van hun kunnen te overtuigen, wat resulteerde in de elpee “’s Nachts kouder dan buiten”. Voor de opnamen van “‘s Nachts kouder dan buiten” is geen geld om opnieuw naar Londen te trekken en dus wordt gekozen voor de “ICP-studio” in Brussel, met ook deze keer Jean-Marie Aerts achter de knoppen. Twaalf opnamedagen waren nodig om de klus te klaren. In het totaal worden er twaalf songs ingeblikt. “Ik had aan Jean Marie Aerts, de producer, de opdracht gegeven mijn stem tijdens de mix niet vooraan te plaatsen, maar te laten opgaan in de groep, te laten klinken als één geheel. Ik nam bewust platen mee naar de studio om te laten horen dat ik niet wou dat het klonk zoals op de platen van Boudewijn de Groot, maar wel zoals die van Ray Davies en The Kinks. Zou wou ik ook dat onze eerste plaat klonk, mijn stem moest een beetje naar de achtergrond, opgaan in het geheel van de groep. Achteraf beschouwd zijn we daar misschien iets te extreem in geweest in die keuze.” Die eerste plaat werd beoordeeld als een nogal koude bedoening: harde gitaarmuziek, metaalklanken en een ruwe aanpak. Meteen reageert Walter met: “Dat was ook de bedoeling. We waren geïnspireerd door de new wave en de post punk. We behoorden tot de cool generation, maar met voldoende aandacht voor power, want we wilden in eerste instantie als een rockgroep klinken.  Wanneer iets later de synthesizer zijn intrede zal doen, besloten we meteen dat instrument als een taboe te beschouwen. Later duikt het sporadisch hier en daar op, maar met mondjesmaat, alleen maar om hier en daar in een nummer een muzikaal tapijtje te gebruiken. De synthpop die tijdens de jaren 80 hoogtij zal vieren,  heeft onze groep dan ook nooit aangesproken.

Qua succes loopt het zo’n vaart dat De Kreuners op de affiche van het dubbelfestival Torhout-Werchter prijken samen met Dire Straits, Robert Palmer en The Cure. In Torhout mag TC Matic het feest op gang trekken, in Werchter De Kreuners. Gevolg: hun album gaat méér dan dertigduizend keer over de toonbank. Goud! Een Vlaamse supergroep was geboren. Het levert hun ook tijdens “Zomerhit 81″ de prijs voor de beste Belgische elpee van het jaar op. Hun eerste album zou hun platenfirma geen windeieren leggen, het werd een onverhoopt succes. De Kreuners konden eindelijk hun prijs opdrijven zonder daarmee hun livereputatie te schaden. Uit het album ” ‘s Nachts kouder dan buiten” verschijnt in 1981 de single Zij heeft stijl. “Dat nummer schreef ik naar aanleiding vaan een modeshow die ik op televisie had gezien. Ik had geen bepaalde vrouw voor ogen, maar wou het toch ophangen aan enkele meisjes die ik toen persoonlijk kende. Het bizarre aan die song is dat ik er nooit tevreden over ben beweest. Ik weet nog goed dat ik eerst de intro had die ik snel op een cassetje opnam. Zittend aan tafel schreef ik de tekst en klaar was Kees. Het was in nog geen tien minuten klaar, een vluggertje dus. Nadien heb ik het samen met Luc afgewerkt.” Niet meteen vertaald in een hoge hitnotering, want er zit maar een dertigste plaats in de Top Dertig in. In de Vlaamse Top Tien bereiken ze de dertigste mei wel de tweede plaat. Intussen werd Jan Van Eyken de nieuwe basgitarist bij De Kreuners. Jan speelde tot dan toe bij de Zaventemse groep The Strings. Aanvullend wil Jan er dit aan toevoegen: “Ik speelde in een fantastische punkband The Strings. We waren echte rebellen die luide rockmuziek combineerden met catchy pophooks en strakke drumlijnen. Die gouden combinatie had ons niet alleen de hitsingle Chicago, maar ook een stevige fanbasis opgeleverd. De Kreuners hadden dat gemerkt en vroegen ons of we zin hadden om als vast voorprogramma te fungeren. The Strings en ik waren natuurlijk superblij met dat aanbod. Zeker toen we hoorden dat we voor, tijdens en na de shows gratis mochten drinken. Op het einde van die tournee besloot ik bij De Kreuners te gaan spelen en liep het verhaal met The Strings op de klippen.” Kan Walter dit nog wat toelichten? “Jan speelde gitaar en op een bepaald moment waren we op zoek naar een nieuwe bassist. Tijdens de auditie duikt Jan op, tot onze verbazing met een basgitaar onder de arm. Pas maanden later vertelde hij ons dat hij in nog geen twee weken tijd ons hele repertoire had beluisterd en zich de baspartijen eigen had gemaakt. Wanneer een jaar later Luc Imants de groep verlaat, wordt Jan als gitarist naar voren geschoven. We hadden meteen door dat Jan de meest muzikale van de bende was. Jan is dan ook de enige niet-autodidact, die had de knepen van het vak op een serieuze manier geleerd. Ik had van mijn achtste tot mijn dertiende noten en zo geleerd, maar veel had ik daar achteraf niet aan. Toch moet ik eerlijk bekennen dat de meeste riffs van slaggitarist Erik Wauters komen. Daardoor heeft Erik ook voor een groot deel het geluid van onze beginperiode bepaald.”

In 1982 wordt als volgende single voor een cover gekozen. Walter vertaalt Dancing with myself van Gen X, oftewel Billy Idol en Generation X, geschreven door Billy Idol en Tony James. Billy bracht het in 1980 uit op het Chrysalis-label. De eerste mei zit er voor De Kreuners  en Ik dans wel met mezelf een derde plaats in de Vlaamse Top Tien in. Tijdens de zomermaanden juni, juli en augustus van dat jaar trekken De Kreuners samen met Jean-Marie Aerts naar de “ICP Recording Studio’s” om daar het album “Er sterft een beer in de Taïga” in te blikken. Deze keer goed voor tien songs. Enkele maanden later ligt de single Cous-Cous Kreten in de winkel, geschreven door Walter en Luc Imants. Het verhaal gaat terug naar de tijd dat Walter nog discothecaris was bij Radio 2 Omroep Antwerpen. Hij kende daar een meisje van Marokkaanse afkomst dat meer binding had met de Vlaamse leefwereld dan met haar eigen cultuur. Zij had een heel strenge vader die erg vasthield aan de eeuwenoude Berbertraditie. Zij wordt tegen de zin van haar familie verliefd op een Vlaamse jongen en moet samen met hem een aantal jaren ondergedoken gaan samenwonen. Ook die Vlaamse jongen vond bij hem thuis geen steun omdat ze ook daar tegen die relatie gekant waren. De Marokkaanse moeder en haar dochters hielden in het geniep contact met haar, maar haar broers en vader werden in het ongewisse gelaten. De bruid heeft tot aan de dood van haar vader moeten wachten om eindelijk officieel te kunnen trouwen. Kortom het verhaal over immigranten en hoe moeilijk het is voor hen om zich hier aan te passen. In dit liedje hoor je de vocale inbreng van het Algerijnse meisje Sabah. De zesde november van dat jaar stijgen De Kreuners daarmee naar de tweede plaats in de Vlaamse Top Tien. De 23ste november 2002 lezen we in De Standaard over dat nummer: “Plots waren we voor iedereen links en doken er Vlaams Blokkers op bij onze concerten die het nodig vonden om op fluitjes te gaan blazen als we Couscous kreten speelden. Ze vergaten één ding: op zo’n P.A.-installatie staat een volumeknop waar je gewoon een draai aan kunt geven. Na een paar optredens, toen ze merkten dat ze er toch niet bovenuit kwamen, hebben ze het opgegeven. Mensen kwamen ons vertellen dat ze ontgoocheld waren omdat we tegen het Vlaams Blok waren. En ze hadden nochtans twee lp’s van ons. Ik heb die mensen altijd aangeboden om ze weer terug te kopen, maar dat hoefde dan weer niet. De mensen zijn niet zo fanatiek. Als je vijf minuten de tijd neemt om met hen te praten, dan merk je dat ze bereid zijn om te luisteren. Want daar gaat het nu juist om: niemand heeft ooit naar hen willen luisteren. De mondigen in onze samenleving, alle intellectuelen en pseudo-intellectuelen dus, hebben in de jaren tachtig en begin jaren negentig het laken volledig naar zich toe getrokken en de rest is in de kou blijven staan. En de grootste vergissing van allemaal is nog dat we de kiezers van het Vlaams Blok gestigmatiseerd hebben.”

Het jaar daarop staan De Kreuners de 16de april op vier in diezelfde lijst, maar dan met de opvolger Layla, een liedje opgedragen aan Walters dochter uit zijn toenmalige huwelijk met Tina Coucke. ” Er sterft een beer in de Taïga” wordt door de pers als een volwassen plaat omschreven, eentje die hun muzikale status van dat moment nog verstevigt. Op het album laat Walter ook iets van zijn verdriet horen na het op de klippen lopen van zijn zevenjarig huwelijk. Beest uit dat album  is in dat opzicht geen mis te verstaan nummer. “Je bent een beest. Je maakt me bang. Je boorde me de grond in omdat je van me hield. Noem het de zachte moord. Ik zat allang geknield. Je moest en zou me krijgen, want je bent een beest.” Niet dat de Top Dertig tilt slaat, want daar is voor die Vlaamse rock blijkbaar nog geen plaats. Pas tien jaar later zal het tij keren. Toch wordt ook hun tweede album goud. Vele muziekkenners zijn het er roerend over eens dat deze plaat nog altijd hun beste werk bevat. Er is op dat moment volop sprake van een Kreunersmania. Opvallend is dat ondanks hun uitsluitend Nederlandstalig repertoire De Kreuners ook welkom zijn in Wallonië en Frankrijk. Zij spelen in Parijs en op het festival “Le Printemps de Bourges” in Zuid-Frankrijk. “Les Kreunères sont arrivés” was voor de groep in die dagen dan ook een gesmaakte kreet. Die slogan klonk ook in volle zalen in Louvain-la-Neuve, in Charleroi tot in Parijs. In het Waalse onderwijs werden hun teksten gebruikt tijdens de les Nederlands. Achteraf geeft Walter wel eerlijk toe dat hun Franse avontuur niet heeft opgeleverd wat zij ervan verwacht hadden. “Maar we hebben ons daar wel kostelijk geamuseerd!” Ook stonden er optredens in Zweden en Zwitserland op het programma. Aan een Engelstalig album zoals Clouseau er twee inblikten, hebben ze zich nooit gewaagd, al was er enige belangstelling van Virgin Canada. Grootaers reisde zelfs naar Toronto om daar met de toenmalige producer van Bryan Adams de zangpartijen op te nemen, maar hun platenfirma in België ging uiteindelijk niet akkoord en dus werd dat avontuur afgeblazen. In Keulen brachten De Kreuners enkele dagen door in de studio samen met producer Cony Plank, bekend als producer van onder meer Ultravox en enkele Duitse bands.

Nederland omarmde De Kreuners niet zoals ze eerst verwacht hadden. Het was single na single vechten tegen de bierkaai en het succes van Doe Maar. Geen Hollander die behoefte had aan een Vlaamse groep die in hun eigen taal zong. Wel hadden zij een grote aanhang in Amsterdam. Ooit speelden ze daar vijf dagen na elkaar in diverse clubs in de binnenstad. Het ging daar gezellig aan toe, iets te gezellig soms. Walter herinnert zich nog een optreden waar iedereen stond te blowen in een dichte mist van cannabis. Dat optreden bleef maar aanmodderen omdat Walter zich haast geen enkele songtekst meer herinnerde. Gelukkig bleek de organisator achteraf dolenthousiast en werd er een nieuw contract ondertekend voor een volgend optreden. Zingen en spelen in bakvolle biertenten zat er ook in. Daar wou men, naast hun hits, rockende covers horen, en dat zagen Walter en zijn trawanten niet zo zitten. Later zou ook blijken dat hun platenfirma in Nederland geen poot had uitgestoken om hun mogelijke succes te verzilveren. Daarover vertelt Walter in het boek “Wit-Lof from Belgium” aan Gust De Coster en Geert De Bruycker: “De Nederlandstalige afdeling van onze platenfirma Warner heeft ons gewoon in de ijskast gestopt. Die Hollanders hadden zelf net geïnvesteerd in enkele artiesten en wilden daar eerst de nodige return van zien. Het zou nochtans gelukt zijn, want onze optredens in Nederland hadden succes. De mensen kwamen ons na het concert vragen waar ze nou eigenlijk onze elpees konden kopen.”

Hier bij ons daarentegen palmden De Kreuners intussen ook de pop-polls van 1983 in zonder moeite. Snel goud werd het in september 1983 uitgebrachte album “Natuurlijk zijn er geen Alpen in de Pyreneeën”, wat je enigszins mag vertalen als “Geen spijkers op laag water zoeken”.  Jean Marie Aerts was intussen bij TC Matic het mooie weer gaan uitmaken, dus werd naar een nieuwe producer uitgekeken en dat werd Sylvain Vanholme, in een vorig leven lid van The Wallace Collection en nadien van Two Man Sound. Sommigen beweren dat door de inbreng van Sylvain een aantal nummers qua muzikale bezetting een beetje overdone is, al beweert Walter dat het voor een groot deel ook lag aan het te snel beginnen aan een nieuwe elpee. “We hadden langer moeten repeteren en de muzikale ideeën beter moeten uitwerken“, geeft hij toe. Het eindresultaat zijn tien songs. In de bezetting merken we, naast de vaste crew, toetsenist Werner Pensaert op. Slechts één song wordt op single uitgebracht, het door Walter en Erik geschreven Kom terug, ik mis je. De achtentwintigste januari staan ze ermee op acht in de Vlaamse Top Tien. De fans genieten van het album als van een portie zoete koek. “Kreun-o-bic-tour” is de titel van een serie optredens georganiseerd door het Cultureel Jongeren Paspoort. Maar liefst 35.000 fans laten horen dat ze van De Kreuners  nooit genoeg kunnen krijgen. Die fans hebben inmiddels de nummers Het regent meer dan vroeger en Kom terug ik mis je tot heuse Kreunersklassiekers gekroond. Zij zorgen dat het album binnen de kortste keren de gouden status bereikt. “Rond die periode trok ik naar Canada waar ik een gesprek had met de bekende producer Stan Meissner. We hadden een rist songs in het Engels vertaald en die man zag het wel zitten om met ons samen te werken. Nu zaten we hier vast bij platenfirma Warner en ginder was er interesse van de concurrerende firma Virgin. Warner Belgium ging meteen dwarsliggen.” Met hangende pootjes keert Walter naar Vlaanderen terug, al ging dat verdriet snel over en hadden De Kreuners achteraf gezien geen spijt dat die deal nooit is doorgegaan.  Er zit ook goud in petto voor het daaropvolgende album, het haast voor de hand liggende “Weekends in België”, uitgebracht in 1984. De Kreuners vertellen in de slipstream van dit succes dat de plaat, ondanks die geweldige meevaller- de plaat wordt uiteindelijk met platina bekroond- niet wordt bijgeperst, want ze lassen een sabbatjaar in. Zij hebben acht jaar onafgebroken opgetreden en snakken naar rust.

De pers is niet altijd unaniem laaiend enthousiast over De Kreuners, zeker niet de conservatieve. Zo waarschuwt journalist Louis De Lentdecker in “De Standaard” in het midden van de jaren 80: “Moeders houdt uw dochters binnen, want De Kreuners spelen binnenkort in uw dorp“, en dat als reactie op de Kreunershype die op dat moment uit zijn voegen barstte. Maar de jongens trokken zich daar heerlijk niets van aan en speelden de pannen van het dak. Walter daarover: “Wij vonden De Lentdecker, God hebbe zijn ziel, want de brave man is dood, een kwal. Hoe vileiner hij over ons schreef, hoe leuker wij het vonden, want dat was een teken dat we goed bezig waren. Eric Van Rompuy bestempelde ons als volksvreemde cultuur. We lagen in een deuk toen we dat lazen. Later is hij nog minister van Cultuur geworden, Eric Van Rompuy, een barbaar nota bene. We tilden niet zwaar aan dat soort domme uitspraken, maar het geeft aan hoe ze ons probeerden te marginaliseren. ”

We schuiven twee jaar op in de tijd en komen terecht bij de release in 1986 van het album “Dans der Onschuld”. De Kreuners zijn intussen van platenfirma veranderd en brengen op het Polygram/Mercury-label hun plaat uit voor het merendeel geproduceerd door Jean Blaute en een aantal nummers door Jean-Marie Aerts. In de studio wordt Walter omringd door bassist Marc Van Puyenbroeck, drummer Marc Bonne, gitaristen Jan Van Eyken en Erik Wauters en zangeres Fay Lovsky. Drie nummers uit dit album belanden op single: Jongens hebben geluk, het stevig rockende Voor Wat het Waard Is en Deserteren. Alleen deze laatste belandt in de Vlaamse Top Tien: de tiende mei 1986 op plaats negen. “Dans der onschuld’” is hun meest intimistische album dat ze ooit inblikten. Wij onthouden dan ook de sfeervolle ballads Dans der onschuld en Chihuahua. Polygram was ondertussen hun platenfirma geworden en die bleken niet goed hun huiswerk te hebben gemaakt. De verhoopte verkoopcijfers werden niet gehaald. Het leek alsof De Kreuners ineens passé waren. Hun werd zo haast aangepraat er stilaan mee op te houden. Ook binnen de groep rommelt het almaar vaker en regelmatig wordt aan de bezetting gesleuteld wat het samenspel zeker niet in de hand werkt. De jaren 80 waren voor de Belgische rock ook geen gemakkelijke periode. De muzikale smaak werd koeler. Het publiek ging minder bewegen. De Kreuners moesten het hebben van een zeer levendig publiek. Nu lieten groepen als The Smiths en The Sisters of Mercy meer van zich horen. Muziek maken werd plots een bloedernstige bedoening. Die sfeer kenden De Kreuners niet. “En we hebben het geweten” vertelt Walter ons. ” Plots gingen alle deuren voor ons dicht en zag je steeds dezelfde groepen tijdens diverse festivals op het podium optreden. Onze hoogtijdagen waren zo goed als voorbij.”

Een soort tweede hitadem en vooral veel energie vindt de groep als ze drummer Ben Crabbé in huis halen. Ben werd 12de november 1962 te Tienen geboren en begon als drummer bij de Leuvense groep The Singles, maar die hielden het niet zo lang vol. Nadien ging hij bij diverse groepjes drummen, onder meer Big Pill. Tijdens de preselecties van het “Eurovisiesongfestival” in 1983 speelde hij op het podium bij Pas de Deux. In mei 1987 komt hij bij De Kreuners terecht, maar kwantitatief zaten ze toen op een dieptepunt, ze waren nog erg weinig met muziek bezig. Naast bij Romeo Spinelli drumde Ben in zijn vrije tijd – omdat De Kreuners zo weinig optraden – ook bij Elisa Waut. Zijn  eigen groep Rusty Thomas Band slokte veel tijd op, nadien omgedoopt tot Ben Crabbé and the Floorshow. “Toen Ben bij ons naar de auditie kwam”, aldus Walter Grootaers, “vertelde hij ons dat hij een enorme fan van De Kreuners was en zeker al zo’n tachtig optredens van hen had bijgewoond. Hij kende alle versies uit het hoofd. Dat varieerde van de singleversie over de langspeelversie tot en met de liveversie. Iemand met een ongelooflijk muzikaal geheugen dus. Een nummer groeit nu eenmaal je op tournee gaat en Ben kon dus meteen op die ritmische kar springen.” Ben kan dit alleen maar beamen: “Ik was eerst gevraagd om eenmalig mee te spelen als vervanger en inderdaad vroeg ik toen zij gezellig samen wilden oefenen of het de lp- of de singleversie moest zijn. Ik vond dat normaal, ah ja ik was voorbereid, maar zij lagen in een deuk. Zij wisten daar blijkbaar niks van Ik was dus altijd fan geweest van hun muziek én de plezierige attitude van de band en ineens klikte dat wonderwel. Na een paar vervangingen ben ik in ‘86 vast ingelijfd en we waren vertrokken.” Over zijn kunde als drummer wil Ben dit nog kwijt: “Ik hoor bij de top in tweede klasse. Ik kan behoorlijk drummen, maar zeker niet fantastisch. Maar dat heeft ook geen belang. Het gaat erom wie de beste drummer is voor welke groep. Ik zou bijvoorbeeld geen goede drummer zijn voor Toto. Dat technische niveau is te hoog voor mij. Anderzijds, een drummer van een hoog technisch niveau moet natuurlijk wel nog goede nummers mogen spelen.” Bens geheugen was binnen de korste keren een soort gespreksonderwerp binnen De Kreuners. Jan Van Eyken daarover: “Mijn cognitieve functies vallen in het niet wanneer ik ze vergelijk met die van mijn goede vriend Ben. Zijn hoofd is namelijk een bodemloze feitenput. Elk woord of weetje dat hij tijdens zijn drukke leven tegenkomt, slaat hij meteen op in een van de vele archiefkasten van zijn brein. Het straffe is dat hij diezelfde weetjes ook weer moeiteloos tevoorschijn tovert.” Naast zijn gedrum bij diverse bands was Ben in 1983 kind aan huis geworden en vooral gebleven bij de VRT. Dat jaar ging hij bij Studio Brussel van start met het programma “Bingo”. Vanaf 1987 werd de televisie zijn vaste werkstek en werd hij wereldberoemd in Vlaanderen toen hij vanaf de 5de september 1994 “Blokken”ging presenteren.

1990 wordt een zeer druk jaar voor De Kreuners, want ze traden zomaar liefst honderdzestig keer op. Naast Ben werd intussen ook bassist Berre Bergen met open armen ontvangen. Berre oftewel Robert werd de 24ste november 1962 te Diest geboren. Hij had bij De Kreuners al enkele keren bassist Marc Van Puyenbroeck vervangen die bij Soulsister ging spelen. Berre leerde het vak van uitmuntend bassist bij The Scabs en was binnen De Kreuners de jongste muzikant, ook de knapste en dus een aantrekkelijke waarde binnen de groep. Hij werd de lieveling van de jonge meisjes en zo boorden De Kreuners een ook jonger publiek aan. “Met Berre en Ben erbij klonk onze ritmesectie plots veel strakker. Berre kwam uit het rockmilieu en hij vulde samen met Ben bijzonder goed de tweede en derde aan. Vocaal zaten we plots op rozen. Het was voor mij plots heel aangenaam samen met hen naar de juiste stemverdeling te gaan zoeken.” “Voor mij was Berre niet alleen een heel getalenteerde muzikant. Hij was ook een echte vriend”, zegt Jan Van Eyken. “Ik heb Berre eigenlijk losgeweekt bij The Scabs, zo ergens tussen 1988 en 1990. Hij had toen al bij The Scabs een en ander op zijn actief met nummers als Matchbox Car.” “Dat klopt“, vult Walter Grootaers aan. “Wij waren op zoek naar een bassist voor De Kreuners en Berre is auditie komen doen. Dat klikte binnen de tien minuten. Zijn komst gaf onze groep een serieuze boost. Hij was een meester in het uitwerken van een idee door daar dingen van hemzelf aan toe te voegen. Berre had een belangrijke inbreng bij het schrijven van nummers, vooral wat tweestemmige samenzang betreft. Berre was een kei in het bedenken van degelijke zangpartijen. Communiceren was nu niet zijn sterkste punt, hij was een stille jongen, maar met een groot hart.” Die vocale match is ook Ben Crabbé bijgebleven: “Tja, wij zochten en vonden soms de haast perfecte stemmencombinatie omdat de stemmen van mij en Berre wonderwel samengingen. Hij klonk wat scherper, ik wat dieper, maar we blendden. Soms zijn we daar goed in geslaagd en dan denk ik meteen aan een song als Zo Jong en de uitgebreide mix van onze stemmen in Ik wil je. Den Berre en ik op ons best.” In het boek “De Dikke Van Eyken” lezen we dat tegen die tijd Mauro Pawlowski een grote fan van De Kreuners was geworden. Mauro zou iets later bekend worden als muzikant bij K’s Choice, Channel Zero en dEUS. Hij reed op zekere dag met zijn fiets naar de sporthal van Heusden-Zolder om daar een soundcheck van De Kreuners vanop afstand mee te maken. Via een openstaand dakvenster kon hij kijken naar de opgestelde instrumenten. Toen hij zag dat een bloedmooi meisje achteraf met Jan in de backstage verdween, stond Mauro’s besluit vast. Hij zou koste wat het kost gitarist worden én mooie meiden versieren.

In 1989 nemen De Kreuners een nieuwe versie op van Cous-cous kreten, deze keer samen met bekende  Vlamingen en politici met als doel de vereniging Koloriek te helpen en hun standpunt tegen het almaar stijgende racisme nog maar eens te onderstrepen. Gelukkig duikt er op het einde van de jaren 80 VTM op en het programma “Tien om te Zien” waarin er, naast schlagers, ook plaats was voor Nederlandstalige rock. Nederlandse rockgroepen als Tröckener Kecks en The Scene kwamen daarin zelfs aan bod. Er wordt een nieuwe elpee ingeblikt “Hier en Nu”, opgenomen in de studio’s “Impuls” en “Jet”. “Vraag me niet hoe het kwam, maar de vlam sloeg in de pan. We kregen er weer zin in en dat loonde en vertaalde zich in een méér dan geslaagde plaat” reageert Walter spontaan tijdens onze babbel. Producer van dienst is Jean Blaute. De bezetting klinkt ook anders dan op de vorige plaat: bas en zang Berre Bergen, drums Ben Crabbé met hier en daar steun van drummer Walter Mets, gitaristen Erik Wauters en Jan Van Eyken, toetsenist Jean Blaute, saxofonist Henri Eylen en zang Walter Grootaers. Platenfirma van dienst is deze keer EMI en die gaan er stevig tegenaan. De plaat zelf puilt uit van de hitgevoelige songs. De release valt samen met het duizendste Kreuners-concert. Uiteindelijk worden er méér dan honderdduizend exemplaren (vier keer platina) van verkocht. Intussen hadden ze ook geleerd de Top Dertig in te palmen. Een echte radiohit wordt Verliefd op Chris Lomme door Erik en Walter geschreven. “Bijna was het “Ik ben verliefd op Marieke” geworden, daarmee verwijzend naar de rol die Chris speelde in het legendarische VRT-programma Schipper naast Mathilde (liep van 1955 tot 1963)“, weet Walter nog met grote zekerheid. “Tijdens een verloren moment werd daar met De Kreuners onderling over gepraat die tijdens enkele heruitzendingen met die soap hadden kennisgemaakt. Ik weet nog goed dat ik toen met zijn ouders in Duitsland woonde en af en toe naar mijn grootouders in Lier kwam, waar we dan bij de buurman naar die heruitzendingen gingen kijken, want die man had een televisietoestel. Ik kickte toen al op Marieke, want ik vond dat een schoon meisje en met dat beeld in ons achterhoofd heb ik die song geschreven. Jaren later hebben we Chris Lomme en ik samen op de tonen van dat liedje op het podium gedanst en heeft ze mij als dank eens stevig geknuffeld.” De 5de augustus 1989 staat de single op vier genoteerd in de Vlaamse Top Tien. Ook nu blijft de Top Dertig buiten hitbereik. Een dijk van een hit halen ze echter op het droge wanneer ze beslissen Ik wil je in de singlemarkt te zetten. De 17de maart 1990 staan ze trots op één in de Vlaamse Top Tien. De 12de mei zit er eveneens een nummer één in de Top Dertig in. Er wordt in voorbestelling meteen goud gescoord met de verzamelaar “Het Beste van De Kreuners”. “Aan “Ik wil je” hebben we lang liggen sleutelen” volgens Walter. “Het nummer bestaat uit diverse lagen, ook qua opbouw van stemmen, en om die juist te krijgen was geen sinecure. Aan de basis van het nummer ligt Jan Van Eyken, maar ik kreeg dat refrein maar niet in de juiste vorm gegoten. Dat heeft me weken en bloed en tranen gekost om dat tot mijn tevredenheid af te ronden. Ik baseerde mijn tekst eerst op de melodie die naderhand als tweede stem werd gebruikt. Maar we hadden door dat die de song niet kon dragen. Dan hebben we voortgeborduurd op de stuwende melodie die Jan op zijn gitaar speelt en zijn we op de sloganeske toer gegaan, zodat het refrein een scanderende touch meekreeg. Pas nadien zijn we de strofen gaan afwerken.

De Kreuners blijken met hun Nederlandstalige rock voor organisatoren een alternatief voor de doorsnee Vlaamse artiesten. Door een wat misplaatste uitspraak van Walter omtrent “Tien om te zien”, groeit deze uitschuiver uit tot een heuse rel en een soort VTM-boycot met een behoorlijk lange nasleep. VTM kon niet achterblijven en moest sowieso Ik wil je in hun etalage plaatsen, lees “Tien om te Zien”. De wrevel met VTM-producer Jos Van Oosterwijck wordt bijgelegd. Wat in hun stoutste dromen tot dan toe nooit was opgedoken Ik wil je gaat vijftigduizend keer over de toonbank. De single wordt door Radio 2 gekroond tot “Zomerhit 1990″. Ik wil je zal de jaren nadien door Swoop, Guus Meeuwis, Sasha & Davy en nog vele anderen gecoverd worden. Nog eens vier maanden later geraakt Zo jong de 7de juli 1990 tot op twee in de Vlaamse top Tien en de 11de augustus tot op 12 van de Top Dertig. “Ook dit was een vluggertje. We zaten in de studio de laatste hand te leggen aan ons nieuwe album en de platenfirma drong aan op een nummer dat het zeker zou doen, iets wat het publiek meteen zou aanspreken. Berre had nog een idee in zijn achterhoofd, grijpt naar zijn akoestische gitaar en zingt iets in de stijl van so long om op die manier toch enkele klanken te hebben om het al wat zingbaar te maken. Jan komt er gelijk bij zitten en ik, die op die so long wil inpikken, trek me even terug in een aparte ruimte en schrijf daar in een mum van tijd de tekst bij mekaar.” De twintigste oktober van dat jaar noteren we de single Maak me wakker op 3 in de Vlaamse Top Tien en de 17de november op 18 in de Top Dertig. Die maand prijken De Kreuners ook op de affiche van het “Diamond Awards Festival” in het Sportpaleis van Antwerpen, naast grote namen als Duran Duran, Kylie Minogue, Kim Wilde, Roch Voisine en Milli Vanilli. Volgens Ben Crabbé is Ik wil je voor De Kreuners wat Kom van dat dak af is voor Peter Koelewijn. Ik wil je werd in Nederland door tal van groepen gecoverd.

Er wordt in 1991 opnieuw goud gescoord en dat al in voorbestelling met de verzamelaar “Het Beste van De Kreuners”. Marc Brabant, rockjournalist en ooit producer bij Radio 1, schrijft dat jaar “Het boek”. Hierin schetst hij gedetailleerd de dan dertienjarige geschiedenis van Vlaanderens eerste echte supergroep. De successen, de teleurstellingen, de drank en de vrouwen, de ups en de downs. “De Kreuners lieten altijd uw oren tuiten”, zo lezen we op de achterflap.

In 1992 is er het album “Knagend vuur”. Ook deze keer wordt er opgenomen in de “ICP Studio’s”. Vocale steun wordt er geleverd door Mich Van Hautem, Patrick Riguelle en Danny Caen. Tien liedjes in het totaal geproduceerd door Jean Blaute. Manager Alain Grootaers houdt een oogje in het zeil. Liever alleen krijgt een tweede leven op single, maar in sterk contrast met de vorige, blijft de Top Tien uit het zicht. Dit nummer en Vanavond en vannacht zijn nochtans songs die de echte fans blijven koesteren, wat niet wegneemt dat het album door de bank een donkere indruk nalaat. De harde kern koestert, naast de vermelde singles, van in het begin songs als Help me door de nacht en De hemel nooit beloofd. In de Vlaamse Top Tien vinden we de single In de zin van mijn leven de eerste februari op vier terug.

Tot eind 1993 wordt er getourd en dan beslissen De Kreuners nog maar eens een jaartje te rusten. Voor Walter het moment om met de steun van The Gonnabee’z (onder meer drummer Jan Cuyvers, bassist Marc Rosso en toetsenist Pieter Van Bogaert), een solo-cd op te nemen met daarop een song als De Hoola Hoola Boys, oorspronkelijk van  Warren Zevon, Als ik ‘s nachts door Veerle rijd van Noordkaap, Van een andere soort van Steve Earle en Ik weet ik heb je pijn gedaan van Jan De Bruyn. De productie is in handen van Jan Cuyvers en Marc Rosso. De opnamen hebben plaats tijdens de maanden april en mei in “Studio Impuls” te Herent. Grootaers stelt het album aan de verzamelde pers voor op het racecircuit van Terlaemen.

In 1995  pakken De Kreuners op het EMI-label uit met de oerdegelijke rockplaat “De Kreuners”, hun stevigste ooit. Qua noteringen niet meteen een regelrechte hoogvlieger, want in de Ultratop Album 200 zit er niet meer in dan een 31ste plaats. De productie is ook deze keer in handen van Jean Blaute die met de band nog maar eens naar de “ICP Studio’s” in Brussel trekt. De Kreuners tekenen gezamenlijk voor zowat alle songs met uitzondering van Wat komen moet dat komt, oorspronkelijk van The Headboys. Drie singles zullen volgen, maar zonder hitresultaat: Er komt een tijd, Vergeet het maar en Wat komen moet dat komt. In de pers lezen we dat de plaat erg koppig klinkt, De Kreuners blijven eigenwijs hun ding doen, desnoods tegen de gangbare stromingen in.  ”Blijkbaar lees ik te weinig als het over ons gaat, want dat is me toen volledig ontgaan” aldus een wat verraste Walter. “Het is wel zo dat we bikkelhard koppig waren en dat we altijd ons ding zijn blijven doen. Geen enkele trend had vat op ons. De pers wou ons, zeker aan het begin van de jaren negentig, in een vakje stoppen. Toen spraken we binnen de band nog maar eens af daar niet aan mee te doen, ons daartegen te verzetten. We zijn net het tegenovergestelde gaan doen en ons blijven afzetten tegen die hokjesmentaliteit. Natuurlijk waren we van dan af wereldvreemd voor de samenstellers van Studio Brussel en de journalisten van “De Morgen”. Op onze manier ontgroeiden wij die mentaliteit. Wij zeiden onderling: “Als Humo en het zogenaamd betere journaille ons neerhaalt, so fucking what! We hadden toen de onmetelijke arrogantie te pretenderen dat we hen niet nodig hadden: de pers heeft ons nodig, wij hen niet. En het rare is, daar sta ik zoveel jaren later, nog steed achter, want als je de pers nodig hebt, dan ga je sowieso toegevingen doen, dan ga je bij hen proberen in hun smaak te vallen. Wij gaven aan niets toe en bleven inderdaad koppig ons eigen ding doen.” Die korte titel van het album “De Kreuners” was een statement. “We wilden niet terugdenken aan wat voorbij was.  We hadden die heerlijke hoogtijdagen(jaren), de beginnende jaren negentig, net achter de rug. Elk jaar zo’n honderdvijftig concerten gespeeld. Daar wilde vooral ik een streep onder trekken en niet meer in functie van uitsluitend die optredens en dat succes gaan werken. We kwamen overeen af te stappen van het constante touren. We gingen alleen nog spelen als we daar goesting in hadden. We wilden ervoor zorgen dat er geen sleet op kwam, dat ons verhaal niet te snel verteld was. We wisten dat we van dan af van De Kreuners niet meer konden leven, want we deelden alles door vijf.  We besloten daarom daarnaast ook ons eigen ding te gaan doen. Het gekke is dat de jaren die zouden volgen, met onder meer onze concerten in het Sportpaleis, de boel pas echt zou losbarsten.”

Live gaan De Kreuners er dus zoals afgesproken een tijdje beheerst, maar nog altijd stevig tegenaan, met telkens tijdens de zomermaanden van 1995 en 1996 zo’n veertigtal concerten. Het jaar 1997 houden De Kreuners vrij om hun feestjaar voor te bereiden, want het jaar daarop staan ze twintig jaar op de planken, tijd voor de dubbelaar”De Kreuners Pure Pop”, een concentraat van achtentwintig songs. Vrijdag de 24ste april 1998 treden De Kreuners ‘s avonds op in “Flanders Expo Gent” tijdens “Nekka Nacht”. Zij delen daar het podium en de affiche met onder meer Freek de Jonge, Mama’s Jasje, Günther Neefs, Dirk Blanchart, Jo Lemaire en Rob de Nijs. De zomer van 1998 wordt onafgebroken gespeeld op zowat alle festivals, een feest voor de liefhebbers van stevige meezingbare rock. Het publiek blijkt er maar niet genoeg van te krijgen. Qua successen bleef het stil op het hitfront: “We zagen er de noodzaak niet meer van in om hitgevoelige songs uit te brengen”, repliceert Walter gevat. “Ik heb nog steeds de pretentie dat wanneer we ons met de band gedurende 2 weken zouden afsluiten, we na die periode met een full-cd zouden terugkomen plus één of  twee hits.  Eigenlijk zijn we, als ik eerlijk mag zijn, nooit met het scoren van hits bezig geweest. Stonden ze hoog genoteerd, des te beter, maar het was geen must. Wij focusten ons nooit op singleverkoop, we moesten het hebben van het succes van onze albums. Na onze tweede single en bij de lancering van onze eerste elpee, voelden we al waar in de toekomst het accent zou liggen. ”

In een interview voor “De Standaard” laat Walter in 2002 aan journalist Koen Sonck bijna het achterste van zijn tong zien: “Ik heb periodes gekend waarin ik de controle over mijn leven, vooral mijn privéleven dan, dreigde te verliezen. Gek genoeg waren het altijd periodes waarin het met De Kreuners heel goed ging. Ik heb het daar met Erik Wauters vaak over gehad. Als De Kreuners goed draaiden, lag ons hele privéleven ondersteboven en als het minder goed ging met de groep, dan ging het privé weer veel beter. Je zou kunnen zeggen dat het de tol van het succes was, te veel optredens, mensen verwaarloosd, enzovoort. Maar zo simpel was het niet. Ze zeggen weleens: als je opkomt, dan vergeet je alles. Dat klopt niet. Ik kon hoogstens tijdens een paar nummers mijn persoonlijke problemen vergeten, daarna sloop het toch weer in mijn hoofd. En dan denk je weleens aan stoppen, vooral in het begin, want je kunt er niet van leven en je bent een stuk van je privéleven kwijt. Jong zijn, muziek maken en gelukkig zijn: dat is blijkbaar een onmogelijke combinatie. Je hebt nog niet de maturiteit om alles te kunnen relativeren. Toen we begonnen, was ik 22, ik had een dochter van drie en ik was gescheiden. Tja, als je dan een slag van de hamer krijgt, dan krabbel je maar moeilijk recht. Maar uiteindelijk kruipt het bloed toch waar het niet gaan kan. Een paar maanden later merk je dat je weer nummers aan het schrijven bent en weer zin krijgt om op het podium te kruipen.”

Voor De Kreuners wordt het almaar moeilijker hun agenda’s op mekaar af te stemmen. Ben Crabbé is een populaire tv-vedette geworden en daar moet Walter Grootaers niet voor onderdoen. Begonnen als presentator bij VT4 en nadien razend populair bij VTM en Kanaal 2 (“Wie wordt miljonair”,”Big brother”, “Fear factor “). Daarom wordt er in 2001 op kleine schaal getourd. Zij lassen nog maar eens een sabbatjaar in om zich voor het volle pond te concentreren op 2003 om dan groots uit te pakken met “25 jaar Kreuners”. De eerste januari is er op het EMI-label al de verzamelaar “25 jaar Het beste van De Kreuners”, een overzicht aan de hand van twintig van hun bekendste nummers. De 25ste en 27ste april mogen ze het beste van zich laten horen tijdens “Nekka Nacht 2003″. In een interview geeft Grootaers toe dat rockveteranen door de bank niet al te goed omgaan met hun leeftijd, het ouder worden dus: “Dat klopt. Ik lach nog altijd met The Rolling Stones als ik hen bezig zie, maar toch blijf ik een grote fan van hen. Zelf laten we binnen de groep dat ouder worden gewoon gebeuren. We zijn nu eenmaal wie we zijn. We hebben lang getwijfeld of De Kreuners jazz moesten gaan spelen met speciale akkoorden en zo, maar ik kan dat genre vocaal niet aan. Dus blijven we maar gewoon Nederlandstalige rock spelen. Blues, daar hebben we ook nog aan gedacht“, zegt Walter grimlachend, “omdat dat goed past bij ouwe mannen.” Op het podium tijdens “Nekka Nacht 2003″ in het “Sportpaleis” in Antwerpen, naast De Kreuners, Thé Lau, Gorki, De Mens, Urban Trad, Bram Vermeulen, Armand, De Flandriens, Jo Lemaire en Scala die een hulde brengen aan De Kreuners. Zij stellen daar ook hun nieuwste album voor “1978″ oftewel “Een negen zeven acht” voor, ingeblikt in de “ICP Studio” in Brussel onder aanvoering van producer Jean Blaute en goed voor twaalf nieuwe liedjes. De nummers Ja, Lust slaapt nooit en Meisje Meisje belanden na een tijdje op single. Alleen deze laatste geraakt in de Vlaamse Top Tien en wel de twaalfde april tot op de 3de plaats. In de VRT Top Dertig staat de single de negentiende april op plaats 27. Het album zelf geraakt de zeventiende mei op de dertiende plaats in de Ultratop 200 albums. Een uitgebreide tournee brengt De Kreuners op zowat elk Vlaams podium. Voor de fans is het weer smullen. Via een speciale actie lanceert “Het Laatste Nieuws” in 2003 de bondige cd “Het beste van De Kreuners”, goed voor dertien van hun meest geliefde hits. Het kan dat jaar niet op, want ze zijn ook aanwezig bij “The Night of The Proms” tijdens de editie in Antwerpen wordt aan hen hulde gebracht  door onder anderen John Miles, Toto, INXS en En Vogue. De Kreuners treden als verrassingsact op, net als Clouseau en Natalia.

In 2004 en 2005 staan de XXL-concerten in het “Sportpaleis” van Antwerpen op het getouw. “De Kreuners XXL 2004″, het concert op 6 maart in het Antwerpse Sportpaleis, was snel volledig uitverkocht. Walter Grootaers voelde zich positief getoucheerd toen de pers het had over tijdloze nummers: “Je bent daar zelf nooit op die manier mee bezig. Wel met de klassiekers van anderen, zoals van The Rolling Stones en Bob Dylan. Stuk voor stuk tijdloze nummers. Plots begint de pers dat ook van onze nummers te zeggen en spreken jongeren ons daarop aan. Hoe geweldig ze onze nummers wel vinden. Als jongens van Soulwax ons daarop attenderen, sta je daar toch even van te kijken. Tijdens die edities van XXL kregen we daar voor de eerste keer een duidelijke kijk op. Zestien- tot achttienjarigen die uit volle borst met onze liedjes staan mee te zingen die al hits waren nog voor hun geboorte. Pas dan besef je pas goed hoe fantastisch dat is. Dat geeft een heel apart gevoel, alleen kan je niet duiden waarom. Maar dat laten we met graagte aan anderen over om die klus te klaren.

Vanwege het succes besloten De Kreuners en PSE om de 5de maart 2005 opnieuw een Kreuners XXL-concert te organiseren. Het leek als vanouds. Backstage hielden de heren het vrij rustig.  ”Er werd in de coulissen nooit overdreven gefeest, behalve na het laatste concert van een tournee. Je kon je dat doodgewoon niet permitteren. Als je je na een optreden laat gaan, haal je het optreden van de dag nadien niet. Zo simpel is dat. Op het podium dreven wij op energie en waren we na zo’n optreden blij dat we wat konden uitblazen. Dan praatten we ook wat na omdat we nooit echt tevreden waren. En dat is nooit veranderd.”, aldus Grootaers. In de herfst van dat jaar verschijnt voor de allereerste keer een dvd van De Kreuners op de markt. “De Kreuners live 2005″ is een weergave van hun Sportpaleisoptreden. Je voelt als het ware de kolkende chemie tussen de groep en het publiek. Zestienduizend toeschouwers en de pioniers van de Vlaamse rock, filmisch gebundeld in een uniek document. De puzzel past perfect in mekaar: tijdloze muziek, een prachtige lichtshow, een opvallend decor, een uitbundige sfeer en… twee jaar later een hulde in het “Casino Kursaal” van Oostende als kroon op het werk. Geoefend hadden de jongens genoeg tijdens hun erg gewaardeerde theatershow. Het werd een rondrit langs de Vlaamse theaters en schouwburgen waar de toevallige theaterbezoeker nu eens de kans kreeg De Kreuners aan het werk te zien tijdens hun bekende en gekende klassiekers én een paar muzikale verrassingen. We konden hen op een bepaald moment zelfs akoestisch aan het werk horen. Voor De Kreuners een aparte ervaring, want een zittend publiek is toch wat anders dan een meehossende massa.

De 31ste maart en de 1ste april 2006 worden De Kreuners door Felice uigtenodigd deel te nemen aan de zevende editie van “Het Swingpaleis live on Stage” in het Sportpaleis van Antwerpen. Naast onder meer Kate Ryan, Udo en Gene Thomas treden die avond ook Ultravox, Midge Ure en Alphaville op.

Hun meest recente prestatie is de Nederlandtalige versie van Down under, de wereldhit van de groep Men at Work uit 1982. Het is het themalied voor “Outback Luke”, het tv-programma dat Lien Van de Kelder vanaf de 8ste oktober 2007 op Vijftv presenteerde. De Kreuners waren maar wat enhousiast toen Radio 2 hen samen met Sabam uitnodigde om op vrijdag de 9de november in het “Casino Kursaal” van Oostende hun een livetime achievement award te overhandigen voor een leven vol muziek. “We hebben niet de gewoonte om achteruit te kijken, maar voor de Eregalerij staan we toch even stil bij onze geschiedenis. Je moet trouwens niet denken dat we er nu een punt achter zetten. Beschouw het maar als een start voor de volgende dertig jaar. 2008 wordt een druk feestjaar voor ons. We vieren ons dertigjarig bestaan met een zomertour. Van eind april tot half september spelen we vooral op de grootste festivals. En dan zijn er ook de nieuwe nummers “, aldus Walter Grootaers. “Dat was ook zo, dat zat in ons hoofd en dat meenden we op dat moment oprecht. Alleen heeft de toekomst daar anders over beslist en heb ik de jongens proberen te overtuigen om er dan toch maar vroeger mee op te houden.” In 2007 beslisten De Kreuners al Berre Bergen om gezondheidsredenen te vervangen. Zijn plaats wordt ingenomen door bassist Axl Peleman, bekend van zijn eigen bands Ashbury Faith en Camden. Over zijn komst wil Walter dit snel kwijt: “Na het vertrek van Berre was het even hard zoeken naar de juiste bassist. Die vonden we wel pas twee jaar later in de persoon van Axl. Na tien seconden meespelen met de band  hadden we gelijk door dat dit de juiste man op de juiste plaats was. De band was met zijn steun compleet.

Over het ooit afscheid nemen en het opdoeken van De Kreuners werd tussendoor hier en daar eens gepraat. In 2008 zeiden ze daarover in een babbel met P-Magazine: “We denken er weleens aan om ermee door te gaan tot we sterven. Maar let op, we hebben er ooit een punt achter willen zetten. In de periode van 1988 tot en met 1989 gaven een we een vijftiental afscheidsoptredens. Maar na het laatste concerthebben we besloten om er toch maar mee door te gaan. Niet lang nadien waren we al opnieuw nummers aan het schrijven. En sindsdien is ophouden nooit meer ter sprake gekomen.” Maar daar denken ze in 2008 niet aan, integendeel, er mag weer feestgevierd worden. Dat jaar verschijnt op het EMI-label de driedelige cd “30 jaar De Kreuners”: een cd met al hun grote hits, plus het album “Weekends in België”, eindelijk op cd én “De kelder-tapes” met daarop onder meer Vader Moeder Appelspijs dat in 1996 al eens op single verscheen, Verlegen met Frank Vander linden, het muzikale grapje Wij zijn De Kreuners, ooit opgenomen in de thuisstudio van Jan Van Eyken, Uit de bocht met Herman Brusselmans enz. In amper vier weken tijd wordt het album met goud bekroond. De 26ste maart reikt minister-president Kris Peeters, De Kreuners tijdens een concert in Haasrode een Vlaams ereteken uit met de woorden: “De Kreuners zijn voor Vlaanderen wat The Chieftains en The Dubliners voor Ierland zijn. Zij belichamen over vele generaties de echte ziel van de dynamische, grappige, ontroerende  en levende Vlaamse aard.” Eind april wijdt Humo een uitgebreid artikel aan hen: “De Kreuners behoren tot het Vlaams cultureel erfgoed. Hun gimmicks zijn inmiddels even voorspelbaar als doeltreffend: nonkel Walter hanteert nog altijd zijn microfoonstandaard als gitaar, Ben Crabbé gooit drumstokjes in het publiek, Erik Wauters is ‘Keith uit de Kempen’ en Jan Van Eyken voelt zich tijdens een gitaarsolo niet te beroerd voor een klapke met een roadie. Relatief nieuw is Axl Peleman, sinds twee jaar de vervanger van Berre Bergen op bas.” De 17de juli laten ze zich lekker gaan tijdens “Beleuvenissen” op de Oude Markt in Leuven. Dit concert wordt op VTM uitgezonden. De 17de en de 31ste oktober 2008 staan Walter en de zijnen in de “Lotto Arena” te Antwerpen voor twee keer “De Kreuners 30 jaar”. Op het podium: Walter Grootaers, Erik Wauters, Jan Van Eyken, Ben Crabbé en Axl Peleman. Journalist Bert Hertogs schreef daarover: “Overdonderd. Dat waren we na ruim drie uur De Kreuners. Dertig liedjes, voor elk jaar een. Dat de groep ontzettend groeide tijdens hun zomeroptredens, wisten we al. We zagen hen namelijk meer dan een puike prestatie neerzetten in Hemiksem tijdens het “Casa Blanca Festival” en tijdens “Maanrock” in Mechelen. Maar wat ze nu presteerden, was misschien wel het strafste dat we ooit te zien kregen. Straffer nog dan de twee edities van “De Kreuners XXL” in het Sportpaleis. Faut le faire!

In de maand november kunnen we op Canvas in een aflevering van “Belpop” genieten van een Kreunersspecial. In de context daarvan doopt Radio 2 de 17de oktober tot officiële Kreunersdag, met een ganse dag de beste Kreunerssongs met daarnaast vele interviews, weetjes en een heuse Kreunersquiz.

In de slipstream van “Dertig Jaar Kreuners” volgden tal van interviews. Toen journalist Johan Heyerick aan Ben Crabbé vroeg welk concert hem het meest is bijgebleven, antwoordde hij: “Ik zou er niet één uitpikken, maar eerder een periode. In 1989 speelden we op Marktrock, net na Clouseau die toen pas waren doorgebroken. De volgende dag stond in alle kranten tot wat voor hysterische taferelen dat optreden had geleid. Wel, ik verzeker je dat we Clouseau die avond naar huis hebben gespeeld. Maar in de kranten stond daar geen woord over. Een jaar later draaide Paul Jambers zijn beruchte reportage over Clouseaumania opgenomen tijdens een concert in Zwevegem.  Wat Jambers toen niet heeft getoond, is dat wij die avond na Clouseau optraden en dat het bij ons nog straffer was. Dat wij vaak niet naar waarde werden geschat door de media, heb ik altijd een beetje vreemd gevonden. Jean Blaute heeft het ooit perfect verwoord: ” Iedereen is tegen De Kreuners, behalve mensen.” Jammer genoeg moet ik hem grotendeels gelijk geven. We worden vaak onderschat.

De 24ste april 2010 noteren we De Kreuners in de VRT Top Dertig op de vijftiende plaats met het door Jan Van Eyken geschreven Das wat ik zeggen wou, in de Vlaamse Top Tien de zevenentwintigste februari al goed voor een zevende stek. Dit nummer vinden we terug op het op 15 maart uitgebrachte album “Jonge Honden” dat de 27ste maart op twaalf staat in de Ultratop 200 albums. Ook de nummers America, geschreven door Rick Tubbax, Jan Van Eyken en Frank Vander linden en Mag ik je voelen van de hand van Jan en Rick uit dit album belanden op singleformaat, maar zonder in de buurt van de Vlaamse Top Tien te geraken. De 8ste mei doen De Kreuners de “Grenslandhallen” in Hasselt aan met hun tournee “Veel lawaai” waarmee ze on the road zijn. Tijdens deze tournee maken Walter Grootaers en zijn gevolg alleszins gebruik van het podium om hun nieuwe album ‘Jonge honden’ te promoten.

De 23ste maart 2012 publiceert Jan Van Eyken bij uitgeverij Borgerhoff en Lamberigts het boek ” De Dikke Van Eyken”. In de persmap lezen we: “Samen met De Kreuners speelde hij vierendertig jaar lang voor tienduizenden fans. Bovendien behoort een hoop van zijn songs tot het erfgoed van de Vlaamse rock. Jan is niet alleen een muzikaal talent, hij is ook een straffe verteller. In dit boek diept hij de strafste anekdotes uit zijn jaren on the road met De Kreuners op, samen met hopen how-to’s, lijstjes, bizarre weetjes en toogpraat-tips voor elke rock-’n rollliefhebber.”

Na vierendertig jaar gooien De Kreuners de handdoek in de ring“, staat er de vierentwintigste maart in “Het Belang van Limburg”. Diezelfde krant bloklettert “Liever vijf jaar te vroeg stoppen dan twee weken te laat“, aldus Walter Grootaers die van al die jaren volop genoten heeft: “Ik wil ze op een rij zien staan, de andere mannen van zevenenvijftig die hebben moge meemaken waarvan ik heb genoten. Met vijanden kan je niet in een groep spelen. Maar je hoeft ook niets elkaars beste vrienden te zijn. Wat ook een grote rol speelde in mijn beslissing was het feit dat mijn vrouw een drukke baan heeft als CEO van Endemol die onder meer instaan voor de productie van The Voice. De optredens met De Kreuners an sich waren niet dominant in de beslissing ermee op te houden, maar alles wat er daarnaast nog bij komt kijken en ik wou vooral meer tijd hebben om met mijn kinderen bezig te zijn, hen te zien opgroeien en mijn vaderlijke duit in het zakje te doen.”

Zaterdag de 23ste juni 2012 heeft “TW Classic” in Werchter plaats met naast De Kreuners op de affiche Kaiser Chiefs, The Scabs, Lenny Kravitz en Sting. Het heeft de heren behaagd er dan toch mee op te houden. Op de vrijdagen zeven en veertien en op de zaterdag vijftien december 2012, telkens om halfnegen ‘s avonds, nemen De Kreuners in het Antwerpse Sportpaleis definitief afscheid van hun fans. Niet voor niets krijgt dat concert de titel mee “De Laatste Kreun”. “Jongens, jongens, deed dat veel pijn” weet Walter nog heel goed. “Bijna 35 jaar van ons leven hadden we daarin gestoken en weloverwogen werd daar dan een punt achter gezet. We hadden samen veel lol beleefd, maar privé hebben we daar ook door geleden. We zijn diep gegaan en dat leverde prachtige songs op, zonder die diepgang hadden we die nooit kunnen schrijven. Naarmate we ouder werden droegen we elk onze goed gevulde rugzak mee. Persoonlijk ben ik een heel gevoelig iemand die niet snel zijn verleden uitgomt. Al het positieve en al het negatieve heb ik heel diep beleefd. Dat eindpunt in onze carrière werd op een waanzinnig hoogtepunt gezet. Ik heb nadien een uur nodig gehad vooraleer ik uit mijn kleedkamer wilde en durfde te komen.” In “Het Laatste Nieuws” lazen we de achtste december daarover: “In een uitverkocht Antwerps Sportpaleis hebben De Kreuners gisterenavond de aftrap gegeven van een reeks van drie allerlaatste concerten. Bijna 20.000 trouwe fans juichten Walter Grootaers en co toe tijdens hits als Layla en Ik Dans Wel Met Mezelf. Voor het concert van volgende week vrijdag zijn er nog een duizendtal tickets beschikbaar, het allerlaatste concert de dag nadien is hopeloos uitverkocht. Voorprogramma De Mens bracht het Sportpaleispubliek gisterenavond al aardig in de juiste stemming, maar toen De Kreuners het podium beklommen brak het feest pas echt los. Na 34 jaar zijn de fans de band duidelijk nog niet beu, maar Grootaers wil naar eigen zeggen nog kunnen stoppen op een hoogtepunt. Special guest van dienst was gisterenavond Koen Wauters die twee nummers, één van Clouseau, een van De Kreuners zelf, kwam meezingen. De attractie van de avond bleek echter het verzamelen van een honderdtal vrouwelijke fans op het podium, die even mee mochten feesten met hun eeuwige idolen. Naast Ik Wil Je scoorden De Kreuners in Vlaanderen nog verschillende hits zoals Layla, Zij Heeft Stijl, Nee Oh Nee en Verliefd Op Chris Lomme. Materiaal genoeg om uit te kiezen voor een laatste concertreeks en daarom zal de groep op elk van de drie avonden in het Sportpaleis een enigszins andere setlist brengen.

“De Laatste Kreun” is ook de titel van de driedelige cd die op het EMI-label wordt uitgebracht, een overzicht van al hun hits en klassiekers, in het totaal goed voor een selectie van eenenvijftig nummers, beginnend met Ik wil je en eindigend met Kverlang. De 19de januari 2013 staat de cd op de derde plaats in de Ultratop 200 albums. Het jaar voordien hadden ze daarin de eenendertigste maart al op negentien gestaan met de liveplaat “”Live in Zwortegem” met daarop liveregistraties van hits als Cous-Cous kreten, Zo Jong, Maak me wakker en Zij heeft stijl.

De 7de februari 2016 overleed Berre Bergen. Hij werd 53 jaar en stierf in het bijzijn van zijn familie in een ziekenhuis in Herentals aan een jarenlang aanslepend longemfyseem. Berre was gehuwd met Larissa Ceulemans, voormalig lid van de groep Def Dames Dope. “Voor mij“, zegt Walter, “was Berre een fijne man om mee samen te werken, maar erg gesloten, zeer introvert. Ik blijf hem onthouden als een keiharde werker die als er gerepeteerd moest worden, er ook stond en eenmaal in de studio de perfectie wou nastreven. Hij had geen enkel probleem wanneer de producer erop stond een nummer een aantal keren over te doen. Het was ook bijna altijd Berre die met ideeën aankwam wanneer een tweede stem aan bod moest komen. Dat kleurde vaak heel goed met die van Ben. Ik heb twee Berres  gekend: die van de periode voor zijn vrouw Larissa en die samen met haar. Dankzij haar kwam zijn zachtere kant meer naar boven, hij sloot zich naar ons toe minder af wat vaak uitmondde in heel plezante gesprekken. Ik had er dan ook geen enkel probleem mee wanneer hij op een bepaald moment zijn eigen ding wilde gaan doen en zijn periode bij De Kreuners voor bekeken hield.”

Of De Kreuners eraan denken nog eens samen op te treden? “Zelf terugdenken aan de tijd met De Kreuners doe ik weinig, maar we worden er wel vaak mee geconfronteerd“, reageert Walter overtuigd en krachtig. “Mijn eigen kinderen beginnen nu pas in te schatten wat een impact De Kreuners in Vlaanderen hadden en wat we teweegbrachten. Heel veel mensen, vooral organisatoren, porren ons voorzichtig aan of we niet opnieuw zouden willen beginnen. Ooit was ik een soort singer-songwriter, maar nu nog mijn ei dringend kwijt willen, is niet aan de orde. Ik deed het trouwens nooit alleen dat schrijven, we schreven als groep vaak samen, deelden constant ook onze ideeën, steeds vertrekkend van de muziek, zelden of nooit van de tekst. Ik moet toegeven dat ik die interactie met Jan, Erik en de rest van de jongens soms wel mis, vooral dat creatieve proces, maar meteen duidelijke plannen om opnieuw on the road te gaan, zijn er niet en zitten momenteel ook niet in de pijplijn.” Ben Crabbé klinkt een beetje ontgoocheld als we naar een reünie polsen. “Ik persoonlijk heb nooit gevonden dat we moesten stoppen. Golden Earring was daarin altijd mijn voorbeeld: geplande speelmaanden en dan rust en vervolgens een nieuw initiatief enz… Voor mij mocht dat Kreunersverhaal nog jaren zijn blijven voortduren, maar Walter had niet zoveel zin meer meer en dat moet je respecteren. Wij hebben Sergio als vervanger nog overwogen, maar dat is niet doorgegaan. De Kreuners hebben 27 jaar lang mijn leven mee bepaald, dus ik heb geen seconde spijt van onze inzet en ben erg blij met de duizenden concerten, echt hé, en de ongelofelijk goede sfeer die er bijna altijd was.”

En wat met de gouden platen en de vele awards van De Kreuners, beste Walter? “Die hangen aan geen enkele muur, die staan thuis beneden in een doos in de kelder. Ik heb geen plakboeken met artikels of foto’s en zo. Voor mij gold, en dat is nog steeds zo, zeker in mijn huidige politieke loopbaan als schepen, een wijze uitspraak van Confucius, een filosoof uit het oude China, “Het verleden is als door een donker bos wandelen met een lantaarn op je rug.”Als je alleen maar met je verleden bezig bent, loop je overal tegenaan.  Dus die memorabilia van De Kreuners zijn aan mij niet zo besteed. Wel koester ik mijn platencollectie en de vele boeken die ik door de jaren heen over muziek heb verzameld. Gelukkig voor mijn kinderen heeft mijn oudste dochter Layla het nodige bijeengehouden en kunnen zij er nu volop van nagenieten.”

tekst en research: Marc Brillouet

© 2016 Daisy Lane &Marc Brillouet

 

 

 

Philippe Robrecht

In zijn boek “Ik hou van jou, het verhaal van de Vlaamse showbizz” omschrijft Manu Adriaens duidelijk de bedoeling van Philippe Robrecht. “Bart Van den Bossche, Philippe Robrecht en Bart Herman traden dan wel af en toe op in ‘Tien om te Zien’, maar timmerden toch vooral aan een carrière op lange termijn.” Tegen deze achtergrond horen wij het verhaal van Philippe dan ook te vertellen. Of hij in zijn opzet geslaagd is, zal de komende alinea’s blijken.

Philippe werd de tweede januari 1966 als Philippe Robberecht in Zele geboren als jongste kind in een gezin van drie. Hij heeft nog twee oudere zussen. Philippe komt niet uit een muzikaal gezin. Vader, gediplomeerd ingenieur, had het druk met zijn beroep als verzekeringsmakelaar. “Ik kom niet, zoals sommigen, uit een muzikaal nest. Pa speelde tijdens zijn jeugdjaren in de plaatselijke harmonie, maar had verder geen muzikale ambities. Thuis werd er ook niet over muziek of zo gepraat. De radio stond wel aan en af en toe werd er al eens een plaat gekocht. Maar ik had geen fanatieke oudere zussen die me hun idolen of zo hebben leren kennen of hun favoriete liedjes. Ik hoor vaak van mijn collega’s dat ze van thuis uit via een oudere broer of zus veel over muziek hebben opgestoken. Maar in mijn geval was dat niet zo. Ik herinner me wel dat ik thuis regelmatig op de pick-up het nummer In the Summertime van Mungo Jerry hoorde. Mijn moeder had dat op een zondag ergens gekocht. Maar als ik er nu op terugkijk, was de aankoop van vinyl beperkt tot mondjesmaat“, aldus Philippe Robrecht.

Philippe liep school in Zele. “Ik ben daar gebleven tot mijn ouders naar Lokeren zijn verhuisd. Mijn zussen woonden toen al niet meer bij ons in. Ik was dus het enige kind dat meeverhuisde en heb daar in Lokeren dan ook alles meegemaakt. Dat was mijn biotoop. Ik liep daar school, ik had daar mijn vrienden, ik speelde daar in de buurt voetbal enzovoort.” In Lokeren komt Philippe voor zijn hogere middelbare studies terecht in de afdeling Latijn-wetenschappen aan het Sint-Lodewijkscollege. “Ik moet zeggen dat het op het vlak van studeren meeviel. Zeker tot en met de lagere graad zette ik me erg in, ik werkte er hard voor. Dat had als gevolg dat ik daar in de hogere graad wat voordeel uit kon puren, ik hoefde nooit te panikeren wat mijn punten betrof. Geen herexamens of zo, ik heb die weg zonder veel hindernissen kunnen afleggen.

Na mijn middelbare studies was de eerste reflex die ik had mij met muziek bezighouden. In die tijd waren newwavegroepen drukdoende. Die muzikanten hadden hun eigen studio’s, waren van opleiding vaak ingenieur en dat zag ik ook wel zitten. Industrieel ingenieur worden was mijn eerste doel. Maar binnen enkele maanden had ik door dat die cijfers en die cursussen niet mijn ding waren. Eigenlijk had ik dat al moeten weten na mijn opleiding Latijn-wetenschappen. Ik moet eerlijk toegeven dat ik toen op mijn zeventiende qua studiekeuze een naïeve keuze heb gemaakt. Ik ben even gaan zitten, heb diep nagedacht en ben toen een algemene pedagogische opleiding gaan volgen, met name die van onderwijzer. Ik heb mijn diploma vlot behaald en ben dadelijk in het bijzonder onderwijs beland. Niet toevallig, maar ik heb daar bewust voor gekozen. Vooral kinderen met gedragsmoeilijkheden en in het bijzonder autistische kinderen houden me sindsdien jaar en dag bezig. Die kinderen voorthelpen, daar haal ik mijn allergrootste voldoening uit.” Niettegenstaande zijn zangcarrière is Philippe deze roeping al die tijd trouw gebleven. “Ik ben erg blij dat ik, ondanks mijn zangcarrière, binnen dat domein van het onderwijs mijn draai heb gevonden, dat ik daar een groot deel van m’n ei kwijt kan. En dat ik me vooral op dat terrein heb kunnen bekwamen. Ik ben immers niet het soort leraar dat kickt op een hoog klasgemiddelde. Ik voel me eerder gelukkig wanneer ik leerlingen met problemen over de schreef kan trekken en achteraf kan zeggen dat ik mijn steentje daartoe heb bijgedragen. Die begeleiding is meebepalend voor de verdere toekomst van die jonge mensen en voor mij persoonlijk een voedingsbodem voor mijn graad van voldoening.

De basis voor zijn zangcarrière werd al op zijn twaalfde gelegd en zeker twee jaar later, toen hij zijn eerste gitaar kocht en zijn eerste eigen liedjes tokkelde. Maar de juiste piste om door te stoten naar het conservatorium om daar een degelijke muzikale opleiding te genieten, ontbrak compleet. Achteraf heeft Philippe daar geen spijt van, want hij houdt nog steeds zielsveel van de combinatie van het lesgeven en muziek maken, naast zijn dagelijks bestaan met zijn gezin en zijn job. “Ik heb ooit mensen volledig zien gaan voor die muziek, een bewuste keuze weliswaar, maar zij moesten krampachtige stunts uithalen om toch maar te overleven. Ik ben blij met de keuze die ik toen gemaakt heb. Op een ontspannen manier met mijn gezin omgaan. Af en toe op reis gaan en op een geheel vrijblijvende manier muziek spelen.”

Op jonge leeftijd speelt hij bij de groep Selfservice. “Met hen speelden we stokoude sixtiescovers. De roots van zovele muzikanten. Bijna simultaan begonnen we met het groepje Guilt. Totaal andere koek, want hier speelden wij uitsluitend eigen werk en waren we fier dat wij in het voorprogramma van onder anderen Johan Verminnen en 2 Belgen mochten optreden. De affiches waarop onze naam als zestienjarigen prijkt, koester ik nog steeds. Zo traden we tweemaal op tijdens de ‘Lokerse Feesten’.” De groep valt wat later uiteen omdat enkele leden willen voortstuderen. Dus gaat Philippe op eigen houtje verder. “Een deel van de leden ging niet voor het volle pond voor de muziek. Bij mij was dat wel het geval. Zij gingen bijvoorbeeld andere oorden opzoeken en voortstuderen. Ik ging me meer bezighouden met het inblikken van liedjes, me interesseren voor de technische kant van dat inblikken enzovoort.” Philippe begint thuis op zijn achttiende aan het uitbouwen van een geluidsstudio waar hij naast microfoons en mengpanelen ook een synthesizer installeert en op die manier tijdens zijn opleiding van onderwijzer toch kan blijven liedjes schrijven en musiceren. Hij gaat ook stilaan met zijn gitaar optreden. Dan zingt hij eigen interpretaties en bewerkingen van bekende songs van Tom Waits, Sting, Nick Cave en Billy Joel. Songs geschreven door echte singer-songwriters. “Ik nam die liedjes en probeerde daar een eigen touch aan te geven. Ik kneedde ze een beetje naar mijn eigen goesting. Waar het enigszins kon, ging ik mezelf ook aan de piano begeleiden. Ik liet me daarbij inspireren door pianist-zanger Norbert Detaeye (trad vaak op met The Jeggpap New Orleans Jazz Band), al zal de gitaar door de jaren heen almaar meer mijn voorkeur wegdragen.

Philippe trekt van huis weg en gaat in een piepklein huisje aan de Durme, een zijrivier van de Schelde, in Lokeren wonen. Hij woont daar alleen met om zich heen het gezelschap van enkele schapen, een bokje, een hond en een stel kakelende kippen.

Dat huisje werkte zeer inspirerend. Philippe wil dolgraag een plaat opnemen en merkt aan de hand van zijn demo’s dat hij in 1991 genoeg materiaal heeft voor een ganse cd. De plaatselijke visboer heeft weet van Philippes plannen en tipt op zekere dag manager Roland Beirnaert, die meteen in hem gelooft en hem motiveert met zijn liedjes naar buiten te treden. Met zijn digitale cassette stappen zij naar BMG/RCA en die happen toe. Zij beloven Philippe een budget van anderhalf miljoen oude Belgische frank, een budget waar tegenwoordig een beginnend artiest alleen maar van kan dromen. Er wordt in 1992 beslist in de “Galaxy Studio” in Mol op te nemen, onder het toeziend oog van Wilfried Van Baelen. Als eerste single wordt gekozen voor Aan de overkant. “Ik schreef dat in mijn huisje aan de Durme. Piepklein, vijf meter bij vier. Twee verdiepingen, niet hoger. Ik had een hond in m’n buurt en buiten schaapjes, geiten, een bok, wat kippen en een kalkoen. De rode draad in het nummer is dat het gras aan de overkant altijd groener is. Ik was zo creatief dat ik meteen een hele rist liedjes kon voorleggen, gelijk goed voor een volledig album.” Philippe laat zich tijdens de opnamen begeleiden door zijn eigen groep: drummer Dany De Coninck, bassist Patrick Bonne, gitarist Stef Huybrechts, saxofonist en extra toetsenist Dirk De Schoenmaker en toetsenist Frank Tomme. Producer Wilfried Van Baelen vindt dat zij voor een vijftal nummers zeker violen moeten inzetten. Niet alleen Magie, maar de ganse cd klinkt erg à la Alan Parsons zoals die in die tijd samen met zijn Alan Parsons Project klonk. Philippe wil die sfeer zo dicht mogelijk benaderen en met het budget waarover hij beschikt, moet dat wel lukken. Zonder blikken of blozen trekken zij naar Londen om daar samen met The London Symphony Orchestra de strijkerspartijen op te nemen. “Er waren een aantal nummers die dat aankonden, die extra ruggensteun. Die verdroegen dat ze door die orkestrale begeleiding breder gingen klinken. Die knipoog richting Alan Parsons was daar zeker op zijn plaats en werd ook door Wilfried goed aangevoeld. Joris Van den Hauwe heeft toen schitterend werk geleverd. De vioolpartijen prachtig uitgeschreven zodat het orkest de partituur gewoon moest inspelen. Sommigen trokken niet eens hun jas uit bij manier van spreken. Die klus daar in Londen was snel en vakkundig geklaard.” Als extra muzikanten wordt voor de opname van het album “Magie” ook een beroep gedaan op onder meer trompettist Jef Coolen, trombonist Leo Nuyts en percussionist Chris Lembrechts. Omdat Philippe niet meteen gedoodverfd wil worden als een Vlaamse hitleverancier, schrijft hij bewust het nummer Zonder jou, dat als tweede single wordt gereleaset, maar zonder enige respons in de Vlaamse Top Tien. “Ik wou een nummer met ballen zoals dat heet. Ik meen nog goed te weten dat ik dat op mijn gitaar componeerde. Het la- en het re-akkoord speelden qua basis een grote rol toen ik het nummer schreef. Ook de frasering daarrond maakte dat ik snel doorhad welke kant ik met die song uit moest. Ik voelde meteen aan de ik geen diepgravende tekst hoorde te schrijven, minder diep dan toch dan sommige andere op die plaat. Ik zat toen wel al met de angst fout geprofileerd te worden. Ik wilde niet doorgaan voor een soort doordeweekse Vlaamse zanger. Ik wou me etaleren als iemand die samen met zijn ploeg authentiek werk afleverde. Toewerken naar een album, dat ook zo inblikken en dat dan ook live gaan spelen.”

Robrecht schrijft een streepje Vlaamse muziekgeschiedenis door in 1993 de titelsong van zijn album Magie op single uit te brengen. Deze song draagt niet de meisjesnaam zoals sommigen onterecht denken, maar gaat over de betovering, de magie waarin je verkeert wanneer je verliefd op iemand bent. “Ik schreef dat in mijn voormalig kolenhok waar ik intussen een studiootje op poten had gezet, gezeten aan mijn Rhodes-piano. De beat, het steeds terugkerende ritme, de akkoorden die door elkaar lopen, had ik van in het begin al in mijn hoofd en het krijgt in de song zelf overduidelijk de bovenhand. Ik wist van meet af aan ook dat de bridge en het refrein extra power nodig hadden en dat de drums een vooraanstaande rol zouden spelen.” De dertiende maart 1993 staat Philippe met dit nummer op drie in de Vlaamse Top Tien, de vierentwintigste april op achttien in de Top 30. Hij heeft daarmee de nodige verwachtingen ingelost en ook zijn eigen toekomst wat voorspeld. Ook “Tien om te Zien” ontdekt hem en gunt hem een derde plaats in hun wekelijkse erelijst. Als klap op de vuurpijl krijgt hij dat jaar de trofee van beste solodebuut tijdens Radio 2 “Zomerhit”. De programmamakers hebben intussen Magie gretig gedraaid en hun oor laten vallen op Vurige tongen, waarmee Philippe de twaalfde juni 1993 op de tweede plaats in de Vlaamse Top Tien belandt. In de Top 30 is het nummer goed voor plek zestien. “Ik merkte in het dagelijkse leven dat er om me heen veel werd gepraat, ook in mijn schoolomgeving. Zodra iemand de rug had gekeerd, werd er over hem of haar gepraat, niet altijd in de positieve zin.

Waar hij voor gevreesd had, gebeurt. Hij wordt voor een hitleverancier aangezien en dat is nou net datgene wat hij niet nastreeft. “Toen mij her en der die eer te beurt viel van prijzen in ontvangst te mogen nemen, ging ik angstvallig waken over mijn muzikale toekomst. Hoe raar dat ook mag klinken. Daarin was ik anders dan de doorsneerest. Sommigen noemen dat koppig zijn, maar ik bestempel dat liever als vastberaden. Mijn manier van verwerken is altijd hetzelfde gebleven, is nooit veranderd. Ik was toen een soort hype die in diverse situaties belandde. Zo’n Radio 2-trofee stemde me wel blij, ik was op dat moment ook fier en heb die prijs ook veilig opgeborgen, maar ik bleef zeker niet stilstaan. Ze moesten me wel niet vragen voor handtekeningensessies, een fanclub oprichten. Dat was niet mijn kopje thee.” Van het album “Magie” gaan er achttienduizend exemplaren over de toonbank.

Samen met zijn liveband, waar hij ontzettend trots op is, gaat hij in het najaar van 1993 op tournee tijdens “De Magische Theatertour”. “Dat was voor ons vanaf nul beginnen. We moesten het metier al spelend leren. Het is niet omdat je door een hit op een bepaald moment als een soort monument wordt bekeken, dat het live spelen je zomaar vlot afgaat. Ik had toen al voor ogen dat ik een 100% livecarrière wou opbouwen.” Zijn groep was zo hecht en zo goed op elkaar ingespeeld dat ze de sound van het album erg goed konden benaderen. “Dat was van in het begin ons opzet. Live moesten we kunnen neerzetten en waarmaken wat op ons album te horen was. Ik zeg het met de nodige trots: we hebben dat dan ook nadien altijd kunnen waarmaken.” In 1993 trad Philippe zo’n vijftig keer op voor televisie. Hij slaagt er tevens in de goegemeente diets te maken dat hij dus geen doordeweekse Vlaamse zanger is. Opdracht geslaagd! Samen met zijn groep werkte hij, net zoals The Beatles en The Rolling Stones dat deden, naar een album toe, onderweg songs schrijvend om die dan op het gepaste moment in de studio in te blikken. Daar kon Philippe intens van genieten. “Dat populair zijn in die tijd ging, zoals ik daarnet al aangaf, zo goed als aan mij voorbij. Maar die onvergetelijke momenten zoals daar in Londen bijvoorbeeld of het inzingen nadien in de studio, van die momenten kan ik nu nog nagenieten. Het feit alleen al samen te werken met op-en-top beroepsmuzikanten of mensen die het vak door en door kenden, daar kon ik best van genieten. Daar deed een mens het voor.”

Robrecht meet zich nadien snel een heel eigen imago aan en blijft bewust uit de schijnwerpers van de gemakkelijke populariteit. “Ik wou verder evolueren als muzikant, vertolker, zanger. Ik wist toen al dat ik stap voor stap verder zou evolueren. Verder richting anders klinkende songs, anders klinkende albums. Ik ging niet zomaar de dagen, maanden en jaren nadien Magie en Vurige tongen als een soort bandwerk etaleren. Ze kwamen aan bod als het moment daar was, als het binnen dat optreden paste. In die beginperiode toen ze in de hitlijsten stonden uiteraard vaker dan nadien.”

In 1994 is er het album “Hoopvol”, dat met de nodige centen ook deze keer in de “Galaxy Studio” in Mol wordt opgenomen met opnieuw aan het roer Wilfried Van Baelen. “Ik moet eerlijk bekennen dat er, na het succes van het album ‘Magie’, van BMG niet al te veel druk was dat succes te herhalen, of ik heb dat toch niet zo gevoeld. ‘Hoopvol’ was geen verzameling van een aantal liedjes, maar eerder een conceptalbum, over een wereldstad, een clochard, over Columbus die de indianen uitroeide, over oorlog en vrede. Dus dagelijkse thema’s met veel minder klemtoon op de liefde. Ik vond dit een sterk album, wat anderen er ook van mogen denken. Wat ik achteraf eerlijk moet bekennen, is dat het succes van een album grotendeels afhangt van het succes van die ene broodnodige hitsingle. Ik was zo naïef te denken dat ik een volwaardig albumartiest kon zijn. Zovele jaren later denk ik dat dat nog altijd kan, maar niet in Vlaanderen. Persoonlijk vind ik nochtans dat het nummer Hoopvol iets bijzonders met zich meedraagt, terwijl mensen me vertelden dat ze het een prachtig album vonden, behalve dan het nummer Hoopvol. Zo zie je maar. Ook het nummer Kijk me niet aan koester ik nog altijd. Ik passeerde in Brussel op een brug in de buurt van het Klein Kasteeltje een zwarte man in een veel te grote sjofele jas. Die blik in zijn ogen en het me een beetje schuldig voelen naar die hulpeloze man toe, heeft de inhoud van dat lied bepaald.”

Naast de vaste groep spelen op het album “Hoopvol” onder anderen hoboïst Joris Van den Hauwe, hoornisten Rik Vercruysse en Katrien Vintioen en tubaspeler Franky De Leersnijder mee. Als single wordt er gekozen voor Fatsoen, waarin Philippe zijn terughoudendheid verwoordt wanneer hij op school zijn oog op een meisje laat vallen en haar niet meteen durft aan te spreken omdat zijn fatsoen in de weg zit. De zesentwintigste maart staat het nummer op drie in de Vlaamse Top Tien en de zestiende april op plek 40 in de Top 30.

In de loop van 1994 zit zijn samenwerking met zijn manager Roland Beirnaert erop. Intussen heeft Philippe ingezien dat hij het niet kan waarmaken uitsluitend een albumartiest te zijn. Vlaanderen is daar blijkbaar te klein voor. Er hoort op tijd en stond een hitsingle te worden afgeleverd om talk of the town te blijven en gevraagd te worden hier en daar op te treden in enkele radio- en tv-progamma’s. Op zoek naar hitsingles worden de nummers ‘k Heb nu geen zin en Ben je vergeten op single uitgebracht. Maar echt scoren doen ze niet. Ook de single Oorlog en vrede blijkt snel een slag in het water te zijn.

Na twee albums weigert Philippe nog verder te werken met BMG/RCA. De directie is niet geïnteresseerd in wat Philippe live on stage brengt, zeker niet het repertoire dat hij daar wil neerzetten, en dus haakt Philippe af. “Ik weet nog dat de directie geen oren had naar mijn liveprestaties. Dat liet hen siberisch. Dat deed voor mij meteen de deur dicht en ik zag er het nut dan ook niet van in dat gesprek langer te rekken dan nodig.” Meteen klopt Koen Van Bockstal bij hem aan de deur, toenmalig verantwoordelijke bij MCA. “Ik werd bij hun firma de eerste Nederlandstalige artiest. Die beloofde ons eerst zes albums, dan twee en uiteindelijk… niets meer. De directie in Londen staat niet achter zijn voorstel. Hij mocht het contract niet tekenen en was plots niet meer geïnteresseerd in Vlaams talent. Pas op, ik stond daar toen met de opnamen voor ons volgende album ‘Vertrouwen’, waar we al druk mee bezig waren en waar BMG een njet voor had gegeven, en dan dat avontuur met MCA. Het prijskaartje bedroeg toen ook al meer dan een miljoen frank. We zaten al in zo’n vergevorderd stadium dat we niet op onze stappen konden terugkeren.

Philippe trok voor zijn album “Vertrouwen” niet naar de “Galaxy Studio”, maar naar “Studio Crescendo” in Genk met als hoofdtechnicus Pino Guarraci, een blinde Italiaanse pianist. Pino kan er prat op gaan platenproducties te hebben afgeleverd voor Voice Male en Jo Lemaire. Philippe vult aan: “Wij hadden die studio eerder toevallig leren kennen. We kregen van de VRT een opdracht die we snel moesten klaren en zij hadden die studio in Genk geboekt. Zodoende leerden wij Pino kennen. Die samenwerking klikte en smaakte meteen naar nog.” De productie zelf houdt Philippe deze keer echter in eigen hand. Hij krijgt tijdens de opnamen steun van de muzikanten Patrick Mortier, Ronny en Robert Mosuse, Dany Caen en Patrick Riguelle. Met die opnamebanden onder de arm trekt Philippe, ondanks die eerdere tegenslagen, vol goede moed naar de platenfirma’s Polydor en EMI, maar hij houdt halt bij Dureco omdat hij valt voor het warme onthaal en begrip van de toenmalige manager Arthur Praet. “Ik ging bij mijn keuze echt voor de man in kwestie, niet zozeer voor de platenfirma. Hij was een warme, zeer gedreven en muzikale man. Die keuze beklaag ik me nog steeds niet en onze contacten zijn na al die jaren nog altijd even hartelijk.”

Philippe moet wel snel vaststellen dat de promotie die BMG/RCA voor hem voerde niet meer herhaald zal worden. “Het viel me toen op dat we geen hits meer scoorden. De radio draaide ons wel, maar er werd geen intense promo meer gevoerd zoals ten tijde van BMG. Dat raderwerk viel wel stil“, aldus Philippe, die kwaliteit wil blijven afleveren. Radiomakers waren en zijn het er nog altijd over eens dat je zijn platen zonder blikken of blozen kunt programmeren. Hoor m’n lied is in 1995 de eerste single die het daglicht mag zien. Maar zoals wij al eerder vermeldden, geraakt geen enkele single van hem nog in de Vlaamse Top Tien, al rouwt Philippe daar niet om. Airplay krijgt hij nog steeds genoeg. Met Zeg het maar wordt nog eens geprobeerd de singlemarkt in te palmen, maar het blijft bij een vergeefse poging. Hij krijgt in 1995 tijdens een huldeconcert, vijf jaar na het overlijden van Wim De Craene, in Wetteren de “Wim De Craene-Prijs” overhandigd. Hij gaat ook weer op stap, deze keer met zijn theatervoorstelling “Op Visite”. Van 1996 tot en met 1997 gaat hij de boer op met zijn show “De stoet van verlangens” met de steun van de Nederlandse groep De Dopegezinde Gemeente, Vera Coomans en Guido Belcanto.

Met het oog op een nieuw album gaat hij zijn nieuwe liedjes eerst uittesten tijdens zijn tournee “Storm”, die uitmondt in het gelijknamige album dat in de maand mei 1997 in de winkels ligt. Philippe trekt voor de opname naar de Dureco-studio in het Nederlandse Weert. Hij wordt daar omringd door een twaalftal muzikanten. De productie is deze keer in handen van Gert-Jan Blom en het wordt verdeeld op het Dureco-label, op aanraden van zijn toenmalige kapitein van de ploeg Arthur Praet. “Dat was“, volgens Philippe, “nu net het leuke aan die samenwerking met Arthur. Die man ontlastte me van veel. Hij koos de medewerkers, gaf ook tips qua muzikanten en dat werkte positief. Hij was een soort coach voor mij. Bij het album ‘Storm’ gingen we dan ook een heel andere kant uit dan bij het album ‘Magie’. In plaats van in een hypermoderne studio te gaan opnemen, trokken we voor een veel kortere periode intens naar een wat oudere, maar meer authentieke. We werkten daar met oudere microfoons. We namen in amper vijf dagen tijd een volledige cd op. Oké, de Dureco-studio in Weert had een degelijke reputatie opgebouwd. We werkten daar met de juiste drive, we voelden alles en elkaar perfect aan. Het voordeel was dat we toen al met de tournee ‘Storm’ on the road waren. We speelden zo’n achttien voorstellingen na elkaar en daardoor hadden de liedjes zich al meester van ons gemaakt toen we in de studio aankwamen. En dat hoor je. Niet voor niets noem ik in het bijbehorende boekje bij de cd Arthur Praet de kapitein met naast hem Gert-Jan als gids.” Twaalf nieuwe liedjes sieren deze cd met muzikale steun van onder meer Gert Meert, Peter Buytaert, Gert-Jan Blom, Marcel Cuypers, Menno Daams en Sjoerd Dijkhuizen. De livesfeer en het professionele samenspel krijgen dus de bovenhand. Alles zat al een tijdje lekker in de vingers, want voorafgaand aan de opnamen vonden er achttien voorstellingen plaats. De muzikanten speelden zo goed als alles uit hun blote hoofd en die directheid hoor je ook op de plaat. Philippe klinkt donker, maar schrijft en zingt wél de liedjes die hem na aan het hart liggen, waarvan het schitterende Storm, dat een van zijn mooiste songs ooit blijft, en Bas bij R.E.M. op single verschijnen. Storm schoot Philippe op een nacht in zijn bed plots door het hoofd. Het was zo’n schitterende inval dat hij niet anders kon dan opstaan en het nummer in één ruk neerschrijven. “Het probleem met mensen die schrijven is dat ze ‘s nachts hun hersens niet on hold kunnen zetten. Je wordt plots wakker met turbulentie in je hoofd. Bij Storm overkwam me dat ook. Ik ben naar beneden gegaan en schreef bijna smekend: ‘Verlos me van de storm, ik hou het niet meer uit, laat de zee bedaren, ik zit vast in de kajuit.’” Opvallend op dat album zijn ook de integere ballads De onschuld, Feest en Donker.Donker is een soort nummer dat je schrijft wanneer je emotioneel kwetsbaarder bent dan anders. Ik kijk in dit liedje vooruit op mijn eigen liefdesleven, mijn eigen emotionele wereld. Ik kijk even vooruit om dan een flashback in te lassen. Het is een soort reis die ik maak waarin mijn eigen gevoelens centraal staan. Dat maakt het intenser… ‘We maken weinig tijd voor romantiek, die drempel hebben wij niet overschreden, al hielden we van wijn en klassiek, we hebben nooit aan de haard gezeten. We hebben beiden veel te hard gewerkt, de jaren zijn daardoor voorbijgevlogen. Ik heb van ouder worden niets gemerkt, we hebben onze leeftijd niet gelogen.’”

Wanneer het Koninklijk Ballet van Vlaanderen in 1998, twintig jaar na het overlijden van Jacques Brel, uitpakt met het theaterstuk “Brel Blues”, wordt Philippe een van hun uithangborden, samen met Jo Lemaire. In dit stuk van de hand van Elliot Tiber en André Ernotte duiken er negentien Brelchansons op. Het levert Philippe in de pers onnodige kritiek op. “Een weg bewandelen die niet meteen de zijne is”, wordt bijvoorbeeld in De Morgen een beetje laatdunkend becommentarieerd. Philippe wuift dit weg: “Ik leg dat naast me neer. In Nederland, waar men de cast niet eens kende, speelden we voor bomvolle zalen. We kregen staande ovaties. Ik ga me dan zeker niet storen aan een journalist die niet kan verdragen dat… Kijk, ik wil mijn zin hieromtrent niet eens afmaken.”

Datzelfde jaar gaat Robrecht in op een uitnodiging van NCRV Radio om samen met het Metropool Orkest vorm te geven aan een Brelproject waaraan ook Liesbeth List meedoet en met wie Philippe een duet mag zingen. Omdat Robrecht almaar vaker met Frank Boeijen wordt vergeleken, van wie Philippe vooral in de jaren tachtig een fan was, beslist platenfirma BMG/Ariola in 1998 in de reeks “Face to Face” Frank op één album te koppelen aan Philippe. Het wordt een overzicht van hun tot dan toe grootste hits en het album wordt een lekker meegenomen succes. Frank bracht al jaren in de Lage Landen een genre dat niet druk gebezigd werd en Philippe vond dat er ook in Vlaanderen ruimte was voor Nederlandstalige poprock. Clouseau liet hier en daar nog wat ruimte onbenut en hij probeerde dat op zijn manier in te vullen. “Frank is een respectabele artiest, een man die me boeide omdat we iemand van zijn allooi hier bij ons in Vlaanderen niet hadden. Hij was voor mij een soort schoolvoorbeeld. Ik begreep niet goed waarom er in ons land niet iemand was opgestaan die in die richting was geëvolueerd. Tot een duet met ons beiden is het niet gekomen, maar we werden wel ongevraagd door de platenfirma gekoppeld op dat album ‘Face to Face’. Het bewijst nog maar eens hoe de commerciële geest van die heren in elkaar zit en hoe een soort faire afspraak onbesproken en onbenut werd gelaten.”

Samen met Jo Lemaire is Robrecht in 1999 te horen tijdens enkele Piaf-voorstellingen in de AB. Datzelfde jaar is er zijn vijfde cd “Dwarsligger”, hem qua titel op het lijf geschreven. En kijk, Robrecht is opnieuw onderdak gaan zoeken bij platenfirma BMG. “Het waren de jongens van Kommil Foo, Raf en Mich Walschaerts, die me erop wezen dat de nieuwe baas bij BMG in stilte een fan van me was. Bleek die man ook nog in mijn buurt te wonen. Die man hield zich wat op afstand, gezien mijn eerdere minzame relatie met zijn firma. Ik ben dan maar op hem afgestapt. We komen tot een akkoord, maar wat blijkt? Na een maand verlaat die man het pand en kom ik bij wat mindere goden terecht.” Philippe trekt in de maand juni van dat jaar nog maar eens naar de “Crescendo Studio” in Genk met Pino Guarraci aan de knoppen en staat zelf in voor de productie, waarvoor hij een beroep doet op de muzikanten Peter Buytaert, Nico Manssens, Marc De Boeck en Koen Hellemond. De arrangementen worden uitgewerkt door Michelino Bisceglia. Als bonustracks staat Philippe erop liveversies neer te zetten van Emma, Storm, Fatsoen en Magie, ook een beetje op vraag van het Davidsfonds, dat dit album in zijn catalogus wil opnemen. De titelsong belandt als enige keuze op single. Enigszins hitgevoelig is het nummer Laatste lied. Geen toevallige keuze qua titel, want dit wordt wel degelijk het laatste liedje dat hij als Philippe Robrecht zal schrijven. Met de nodige energie en decibels gaat hij er nog eens stevig tegenaan in Begin van ‘t einde en Neem me mee, al gaat onze persoonlijke voorkeur uit naar het jazzy getinte Onderweg. Er volgt haast voor de hand liggend de theatershow “Dwarsligger”. Vanaf oktober 1999 tot en met de maand mei 2000 gaat Philippe samen met Vera Coomans de baan op in de productie “Gezongen romans”. Tijdens de zomer laat hij duidelijk horen, zoals hij dus met Laatste lied aangaf, dat hij als Philippe Robrecht geen zin meer heeft om zijn eigen songs te brengen. Hij gaat zich verbergen achter een rist nevenprojecten. Zo is hij in 2001 te horen in de theatershow “Ode”, een hommage aan verdwenen stemmen, waaraan ook Wigbert, dirk Blanchart, Kathleen Vandenhoudt, Sabien Tiels, William Reven en Tony Gyselinck meewerken. In zijn eigen studio houdt hij zich bezig met producties voor de groepen Triolone, met daarin zijn muzikale vrienden Peter Verhelst, Steven Van Looy en Nico Manssens, Hydra en Oeda. Hij richt uit lieverlee, gezien zijn avontuur met diverse platenfirma’s in het verleden, ook zijn eigen label op, Jamala (genoemd naar zijn dochters Janne, Marie en Lauranse). “Ik wist dat ik met die keuze mijn eigen koers te varen, de slagkracht en impact van die grote platenfirma’s moest missen, maar ik had er dat voor over. Ik wou niet meer meedoen aan die beslissingen en soms betweterij van die platenbonzen. Bij de media kende ik intussen mensen genoeg bij wie ik mijn producties zelf kon gaan afgeven. En we zien dan wel wat het wordt“, aldus een vastberaden Philippe Robrecht. Hij neemt in zijn “Robert Universal Studio” in Zele, waarnaar hij al een tijdje geleden is teruggekeerd, zijn album “Robrecht” op. Er wordt nog maar eens met klem gevraagd hem niet meer als Philippe Robrecht aan te kondigen; die persoon behoort voor hem tot een ver verleden. “Ik had het gevoel dat er in mijn carrière een breekpunt was aangebroken. Bewust staat er op het album ‘Dwarsligger’ de song Laatste lied. Ik wou de frustraties van me afschrijven dat de kansen via de media op dat moment zeer mager waren. Je werkt samen met een team anderhalf jaar aan een project waarvan je denkt dat de luisteraar er wat aan zal hebben. En dan ben ik achteraf boos dat je niet eens een echte kans krijgt om het aan je publiek voor te stellen. Niet eens de melding dat er een nieuw album van mij op de markt is… ‘Dit is m’n laatste lied, me bekeren doe je niet. Ik keer terug naar wie ik ben geweest. Dit is m’n laatste lied, me beklagen doe ik niet, de nieuwe helden staan voor je klaar.’” Robrecht laat zich wél nog omringen door zijn ouwe getrouwen: Nico Manssens, Steven Van Looy, Peter Buytaert en Bert Van Laethem. Als gasten treden ook Dirk De Caluwé op dwarsfluit en Leen Plaetinck als zangeres op, met wie hij het nummer Zonde der dans schrijft, dat tevens op single wordt uitgebracht. Voor de rest tekent hij voor al de songs, behalve het nummer Dagboek, dat hij samen met dirk Blanchart heeft geschreven. Het is een nogal folkgetint album waarbij opvalt dat de radio vooral het nummer Vogelvrij oppikt. Philippe zingt hier dan wel op dit album in het Nederlands, maar wat weinigen weten is dat hij eigenlijk pure folkrock wou brengen en dan nog wel in het Engels gezongen. Hij had trouwens een gans album in zijn hoofd zitten, uitgeschreven in die taal. Het nummer Vleugels bijvoorbeeld op het album “Robrecht” schreef hij eigenlijk onder de titel Wings, maar op weg met die liedjes naar een uitgever beseft Philippe maar al te goed dat hij dit niet moet doen. Die uitgever beaamt trouwens meteen wat Philippe al had vermoed. Hij blijft voortaan zijn moedertaal trouw. Een kleine noot bij het liedje Vleugels. Philippe schreef de basis daarvoor op een vroege ochtend in een houten hotel op een rustige plaats in Frankrijk en werkte het nadien verder uit tijdens een reis naar Senegal samen met Radio 2.

Om bij dit alles het theater niet uit het oog te verliezen, gaat Robrecht deze keer in zijn eentje op stap met als enig gezelschap zijn gitaar tijdens de voorstelling “Ankers”. Hij brengt de muzikale ankerpunten uit zijn carrière in een haast naakte versie. Het wordt een mix van eigen songs, aangevuld met vocale hoogtepunten van Wim De Craene, Louis Neefs en Zjef Vanuytsel, overgoten met Engelstalig werk van Elton John, David Bowie, Randy Newman en U2. Hij brengt al die songs puur en onversneden.

Op het einde van die tournee last hij in 2004 een rustpauze in, een zes maanden durende sabbat waarin hij wat bijtankt, ook een hoop spanning loslaat. “Het kwam niet mijn strot uit, maar fysiek en mentaal zat ik er even door. Ik wou loskomen van alles, loslaten zoals dat heet. Geen burn-out of zo, want schrijven lukte me nog vrij goed. Ik had ook nog een aantal nevenprojectjes lopen, had heel wat optredens afgewerkt. Een mens moet af en toe op adem komen en naar adem happen en dit was zo’n moment. Ik zat en zit nooit stil. Er kwam ook nog eens mijn eigen studio bij. Het was even op. Ik wou tijd vrijmaken om te sporten, te ontspannen met vrienden en dierbaren. Weekends werden plots echte weekends. Ik kwam tot het besef wat heropladen is en dat op zich deed veel deugd. Je moet dat niet uitstellen en dan zes maanden de riem afleggen. Je moet dat voortaan in je agenda inlassen.”

Intussen had Philippe samen met zijn kompaan De Wiene de groep Ballathum opgericht, waarin zij hun gezamenlijke liefde voor de Ierse muziek etaleren. Aanvullend worden zij op fiddle bijgestaan door Jo Temmermans. Ierse traditionals worden met veel verve en animo aan de man gebracht. De voorbije jaren was Philippe regelmatig naar Ierland afgereisd om daar het nodige materiaal op te snorren, songs van The Pogues, Christy Moore, The Dubliners en zovele anderen. Zij ontwijken de ambiance niet en zwepen hun publiek op om vooral mee te zingen en als het kan mee te stampen. Het livebeest Robrecht komt eindelijk aan zijn trekken. Na een tijdje en een dosis succes wordt de groepsnaam verlengd tot Ballathum XL. Omdat hij ook tuk is op bekende uptempo songs, ontleend aan de popmuziek, start Philippe met de groep The Roberta’s. Zij brengen hits van ZZ Top, The Police, Simple Minds, R.E.M., David Bowie, Talking Heads enzovoort. De klemtoon wordt niet zozeer op een onberispelijke uitvoering gelegd dan wel op geweldige sfeer. Muzikanten van dienst zijn, naast Philippe Robrecht, Peter Buytaert en Nico Manssens, die zichzelf de markt in prijzen als een groep die oude favorieten brengt, maar dan in een gebalde versie. Niet voor niets staan in hun agenda’s optredens vermeld tijdens “Marktrock” in Leuven, “Maanrock” in Mechelen, de “Gentse Feesten” en de “Fonnefeesten” in Lokeren.

Omdat optreden voor een publiek het liefste is wat Philippe doet, verschijnt er als een soort visitekaartje van zijn livekunde in 2005 het album “Robrecht live”, opgenomen de zeventiende juli op het Sint-Baafsplein tijdens de “Gentse Feesten” met liveversies van liedjes als Magie, Dwarsligger, Storm, Eva, Anne- Marie en het haast onafscheidelijke Vurige tongen. Op dit album krijgen wij een overzicht van de songs die hij tussen 1992 en 2002 over zes cd’s had verspreid. Qua begeleiding krijgt hij daarbij de steun van toetsenist Pino Guarraci, met wie hij intussen een nauwe band heeft gesmeed. “Het opzet op ‘Robrecht live’ was ramen en deuren nog eens openzetten en een bundeling brengen van wat we tot dan toe bijeen hadden gesprokkeld. Laten we eens genieten en profiteren van de energie die we de voorbije jaren geleverd hebben. Uiteindelijk werd dat een heel dankbaar initiatief. Ik voelde toen aan dat we naar de toekomst toe daar een groot stuk van gaan behouden om live te spelen. De herkenbare en meest geliefde nummers gaan we blijven behouden als ankerpunten tijdens onze concerten. Aanvullen natuurlijk met nieuw werk, want we blijven schrijven en renoveren. Hoe dat precies in zijn werk moet gaan, is voor mij nog een open vraag. Wordt het meer banjo en gitaar of halen we er in de breedste zin van het woord een toetsenist bij? Er mag me iemand daarin bijstaan in die beslissing, die me een beetje raad geeft, maar de eindbeslissing daaromtrent neem ik toch liever zelf.”

In 2007 zien wij Robrecht op Eén opduiken in het populaire “Zo is er maar één”, waar hij zijn versie mag brengen van de Bots-hit Zeven dagen lang, hem als het ware op zijn folklijf geschreven. Datzelfde jaar zien wij hem op het podium van “Houden Van” in het Antwerpse Sportpaleis, deze keer met nog maar eens een muzikale zijsprong van hem, De Purperen Heidenen, bestaande uit Philippe op bas, De Wiene op gitaar en Picqueur op klarinet en accordeon, alle drie al spelend en zingend in volkse, tijdloze en meeslepende liedjes én met de nodige dosis humor. Omdat het goedlachse graag voorrang krijgt, hapt Robrecht gretig toe wanneer acteur Mathias Sercu hem vraagt voor zijn theatershow “Staf Steegmans & De Ideale Omstandigheden”. Mathias, alias Staf Steegmans, kruipt in de huid van onder anderen Claude François en Ramses Shaffy om op een afwisselende manier hulde te brengen aan de disco, het levenslied enzovoort. De band, onder leiding van Bart Picqueur, brengt vertolkingen van Du, Save the last dance for me, I will survive en veel meer van dat, met optredens door onder meer Lieven Debrauwer, Jits Van Belle, Maaike Cafmeyer en Tom Van der Schueren. Diezelfde Mathias nodigt Philippe ook uit om mee te werken aan “Mathias Sercu en de Grote Meneren”, waarmee zij van 2009 tot 2011 op tournee gaan. Er wordt hulde gebracht aan popiconen zoals Elvis Presley, Bob Dylan, Elvis Costello, Roy Orbison en Michael Jackson met de muzikale en vocale steun van onder anderen Bart Picqueur, Peter Buytaert, Bjorn Verschoore en Philippe Robrecht zelf. Veel plezier beleeft hij ook aan zijn show “Robrecht & Fie”. Zanger Fie trad al eerder regelmatig op bij The Roberta’s en omdat het publiek zo tuk is op zijn stem, besluit Robrecht samen met hem en zijn Gibsongitaar de zalen in te trekken en dompelt het publiek onder in een bad van songs van Coldplay, The Kooks, Kings of Leon en Snow Patrol, stevig en zeer eigenzinnig gebracht en verpakt.

Omdat het onderwijs hem enorm na aan het hart ligt, biedt hij speciaal voor het lager en secundair onderwijs de educatieve show “Van Ukelele tot Contrabas” aan, waarin hij op een zeer aantrekkelijke en begrijpelijke manier de leerlingen laat kennismaken met de meest gebruikelijke snaarinstrumenten.

De eerste maart 2012 verrast Robrecht ons met zijn achtste album. Hij was intussen in alle rust liedjes blijven schrijven, in hoofdzaak tijdens zijn zomervakanties aan het water in zijn geliefde Ierland. Hij bundelt elf liedjes samen op de cd “Eiland”, een album waarvan je de teksten haast kunt lezen als een roman. Die liedjes kwamen haast organisch, impulsief tot stand, geschreven zoals ze in hem opborrelden, eerlijk geschreven. Zij vormen één verhaal, zijn erg autobiografisch, vertellen het zoeken naar, het dromen van, maar tevens het vasthouden aan. Het album wordt ook in Ierland ingeblikt samen met Gavin Ralston, die we nog kennen van zijn samenwerking met The Dubliners en The Waterboys. Ierland ligt Robrecht na aan het hart. Op zijn eiland daar komt hij tot rust. In een lokale pub van een van zijn Ierse vrienden treedt hij regelmatig op, gewoon akoestisch, en dan valt het hem op hoe het aanwezige publiek meteen aandachtig luistert. Je hebt er niet eens een p.a. voor nodig. Die liefde voor de Ierse muziek draagt Robrecht al sinds zijn jeugd met zich mee, die zit haast in hem verankerd. Ook de traagheid van het leven ginder ligt hem wel. Op het album “Eiland” leeft Robrecht zich uit in songs als Parels, Oude liefde, Sporen, Ver van hier en Gaan we door. In muziekuitgever Hans Kusters vindt hij een man die als één blok achter zijn project staat. Hij was het die Robrecht aanspoorde een soort snoepje, een ear candy, aan het album toe te voegen. Dat werd het nummer Ocean, een Engelstalige versie van zijn meest bekende song Magie, hier gezongen door Luke Murray. Als single wordt gekozen voor het nummer dat de lading van de cd volledig dekt, Maakt het wat uit. Er volgt een concertreeks in duo met Peter Buytaert. Het worden stuk voor stuk optredens die bol staan van gitaren en klankkleuren. Gestart wordt in maart 2012.

Om zijn vijftigste verjaardag extra in de verf te zetten, plant Robrecht in het voorjaar van 2016 een rist exclusieve concerten onder de noemer “Gold”. Hij brengt daarin al zijn favoriete songs: The Beatles, Pink Floyd, zijn geliefde singer-songwriters, solo met gitaren en piano. Robrecht belooft ons een bijzonder persoonlijk, maar gevarieerd programma voor een luisterend publiek dat weet wat genieten is.

“Robrecht & Fie” is zo’n grote meevaller dat de concertagenda tot in het late najaar van 2016 voor een groot deel met dit project ingevuld staat. Vanaf februari 2017 staan er een rist kleine concerten gepland, klein qua bezetting, onder de noemer “Als Philippe Robrecht”. Hij treedt deze keer op omringd door zijn gitaren en begeleid door een piano. Robrecht mikt op een zittend, luisterend publiek. De set duurt zo’n 75 minuten en bevat tal van zijn liedjes in een bewerking van het moment, met de blik van vandaag op liedjes uit verschillende tijden. Daardoor komt het verhaal nog sterker tot uiting en klinkt zijn stem breekbaarder dan ooit. Philippe haalt al de liedjes die hem dierbaar zijn uit de kast: Onder de sterren en de maan, Vurige tongen, Anne-Marie, Oude liefde, Magie...

Midden 2017 verrast Philippe Robrecht zijn fans en zelfs zijn naaste omgeving door zich voortaan in Ierland te gaan vestigen. Zijn verhaal in Vlaanderen lijkt daarmee uitverteld, of toch voor een tijdje. Op onze vraag of hijzelf nog iets daaraan wil toevoegen, mailde hij ons het volgende: “Vrienden van de muziek, vrienden van het Nederlandstalige lied. ‘Wat heb ik een tijd gehad’, zing ik in Grafschrift, uit mijn meest recente album ‘Eiland’, opgenomen in Ierland. En dat is volmondig hoe ik terugkijk op alles wat ik heb mogen doen, namelijk muziek maken in de meest ruime betekenis, hongerig aftastend wat allemaal kan, geen uitdaging te veel. Ik heb me bijzonder vrij gevoeld en gedragen binnen het speelveld. Ik vond niet dat bepaalde dingen ‘moesten’, ik vond vooral dat alles kon en dat mijn ‘drive & goesting’ de richting moesten bepalen. Voor sommigen paste ik niet in het plaatje dat zij in hun hoofd hadden… Dat leek me eerder hun probleem. Dat er andere manieren zijn om via muziek, zeker met mijn start, populariteit en omzet te genereren, hoef je me niet vertellen, dat is vanzelfsprekend. Even vanzelfsprekend was het voor mij om geen rol te spelen die vreemd aan me was. Ik was ‘te nemen of te laten’. Authenticiteit was en blijft heilig voor me, tegenover de muziek, jezelf, muzikanten, technici, de media en andere betrokkenen. Neen, dit is geen afscheid, wel een bladzijde om in zekere zin… Wij zetten de stap naar Ierland omdat ik mijn hoofd wil vrijmaken voor meer muziek, alweer in de breedste zin van het woord: schrijven, opnemen, optreden. Ik zie wel wat er op mijn pad komt. Ik heb er vooral veel goesting in, zeker in een omgeving die meer dan inspireert. Spreek me gerust aan wanneer iemand originele muziek of liedjes zoekt. Spreek me gerust aan wanneer iemand zijn liedjes wil opnemen op het schoonste eiland van de Ierse westkust, Inishbofin. Mijn R & C STUDIO (Relax & Create) is er, met een compleet nieuwe opname-set-up, helemaal klaar voor.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2015 Daisy Lane & Marc Brillouet

Ingeborg

Bij VTM lag Ingeborg jarenlang goed in de markt, de laatste jaren vertoeft zij liever in esoterische sferen dan op een podium of in een of andere hitlijst. Zij kan terugblikken op een rijkgevulde carrière en koestert nog altijd een aantal dromen. In interviews geeft zij grif toe dat zij politiek groengekleurd is, dat zij zich vaak perfect gelukkig voelt, dat we hier in dit leven staan om iets te leren over liefde, dat zij een perfecte mix is van haar beide ouders, dat zij het beschouwende van haar vader heeft en het expressieve van haar moeder, dat Jezus, Saint Germain, Maria en Boeddha haar spirituele helden zijn, dat zij Raymond van het Groenewoud zo menselijk echt vindt, dat zij haar zoon Robin eerlijkheid, openheid en eigenwaarde wil meegeven. Leuk om te weten, maar laten we beginnen bij het begin!

Ingeborg werd de vijftiende oktober 1966 als Ingeborg Thérèse Marguerite Sergeant in Menen geboren. Zij heeft een zes jaar oudere zus en drie broers. Mama was verpleegkundige die haar heil in Congo wou gaan zoeken, maar zij kwam onderweg de liefde van haar leven tegen en borg die droom dan maar op. In haar vrije tijd zong mama ontzettend graag, maar ging daar door omstandigheden nooit in verder, wat zij toch wel ergens jammer vond. “Mijn moeder is ooit auditie willen gaan doen bij het toenmalige N.I.R. en dat tijdens haar verpleegstersopleiding, maar de directrice van het internaat gaf mijn moeder geen toelating om daaraan deel te nemen. Daar heeft ze haar leven lang spijt van gehad“, aldus Ingeborg. “Wanneer ze tijdens familiefeesten zong, merkte je bij ons moeder altijd een sfeer van weemoed. Je zag zo dat ze dat graag deed.” Moeder zong dan Emmène-moi danser ce soir en Dag vreemde man, met misschien de notie in haar achterhoofd dat zij het als zangeres nooit had kunnen waarmaken. Maar ja, met vijf kinderen en een drukke zaak had ze duidelijk andere dingen aan haar hoofd.

Samen met haar man richtte moeder Sergeant een zaak op, gespecialiseerd in binnenhuisinrichting. Muzikaal passeerden thuis sterren als Elvis Presley en Frank Sinatra weleens de revue, net zoals de succesjes van de dag. Ingeborg groeide ook op met het gezelschap van Radio 2 op de achtergrond en de klassieker “Vragen staat vrij” op de zondagavond met tijdens het luisteren al wat weemoed in de schoenen, want ‘s anderendaags moest zij weer naar school. Weggerukt van huis, zo voelde dat aan, want zij zat dus op internaat. In Watervliet loopt zij tot het vierde leerjaar lagere school om nadien naar het Sint-Jozefsinstituut in Brugge te trekken. Op haar vijftiende wil zij naar de toneelschool, maar dat kon in die tijd nog niet en dus trekt zij naar de Katelijnestraat in Brugge om daar aan de Academie voor Schone Kunsten plastische kunsten te gaan volgen. “Ik was op school geen hoogvlieger, maar wel een harde werker om toch maar bij de middelmaat te horen. Ik voelde toen al aan dat die algemene vakken niet echt mijn ding waren. Dat kwam pas later tijdens mijn opleiding aan het Herman Teirlinck Instituut. Dat mijn uiterste best doen heeft me veel parten gespeeld. Ik heb onderweg, als ik nu terugkijk, te weinig genoten van het leven. Ik was te zeer bekommerd om het resultaat en dat zette een rem op het genieten. Mijn ouders verplichtten me niet daartoe, ik deed het echt voor mezelf en uit een soort eergevoel. Mijn broers daarentegen konden veel beter genieten van het leven dan ik.”

Aan de kunstacademie leert zij naar het leven te kijken, vooral aandachtig naar de wereld om haar heen. “Dit was voor mij, zeker na die periode in het strenge internaat, een verademing. Ik had daar nochtans zelf voor gekozen omdat ik in de winkel vaak was afgeleid, ik kon daar door de drukte om me heen niet studeren. Op de academie viel er iets van me af. Ik voelde me vrijer en leerde daar anders kijken naar de dingen en het leven. Ik keek kunstzinniger naar de wereld, naar mijn omgeving. Zelfs de schaduwen op de muren om me heen vielen me op. Dat was zo zalig dat je daar op die school in getraind werd. Je leerde er anders met licht om te gaan bijvoorbeeld, er vooral anders naar te kijken.

Ingeborg genoot er intens van dat zij kon tekenen en schilderen. “Vreemd, maar tegenwoordig doe ik dat niet meer. De leraars van toen aan de academie voelden blijkbaar snel aan dat tekenen en schilderen niet echt mijn ding was en dat mijn hart verlangde naar het theater. Gelukkig hielden ze daar rekening mee in hun beoordeling en wisten zij dat mijn opleiding daar maar een soort passage was naar mijn uiteindelijk doel. Gek, want intussen is er een opleiding drama bij gekomen die er in mijn tijd niet was.” Die liefde en die drang naar het Herman Teirlinck Instituut was er al lang: “Telkens als ik die bekende passage in de film “Singin’ in the rain” met Gene Kelly zag, wist ik het zeker: de wereld van het theater en vooral de musical moest ook mijn wereld worden. Het feit dat mensen in die film, ondanks die regen, konden dansen en zingen, dat raakte me als kind al. Die betovering van musical heeft me van in het begin gefascineerd. De combinatie van het zingen en de dansante verpakking sprak me erg aan. Het merken dat er meer tussen hemel en aarde gebeurde dan ik tot dan toe ervaren had, was voor mij een openbaring.” Bij Ingeborg was er toen nog geen sprake van spiritualiteit, maar het weten dat je de hemel op aarde kan creëren, was je van het, dat het leven veel meer is dan alleen maar eten, werken en slapen. Zij kon dat toen nog niet zo precies benoemen als nu, maar ze voelde het wel zo aan. “Ik kribbelde toen al gevoelens en indrukken neer op papier. Ik vond een tijd geleden nog een dagboek terug van toen ik dertien was en daar schreef ik vooral over de dingen die ik daarnet opsomde. Pas op Herman Teirlinck ben ik echt beginnen te schrijven en daar ontdekte ik dat wat ik van binnenuit schrijf, vanuit mijn diepste ik, voor mij ook de mooiste teksten oplevert.”

In 1984 is het dan zover, zij mag op haar achttiende naar het Hoger Instituut voor Dramatische Kunsten in Antwerpen, beter bekend als het Herman Teirlinck Instituut, waar zij in 1988 met grootste onderscheiding afstudeert. Mama was zo enthousiast en ondersteunend dat zij met haar zus en Ingeborg naar de auditie trok en zo fier als een gieter was dat haar dochter werd toegelaten. “We moesten vooraf getest worden en ze straalde van geluk dat ik geselecteerd werd, want ze had de uren voordien mensen zien passeren die om de beurt waren afgevallen. Op het einde van de dag kwam ik naar buiten en zette een triest gezicht op. Moeder in paniek met in haar achterhoofd het voorstel dat ik dan maar psychologie moest gaan studeren. Maar wanneer ik haar vertelde dat ik erbij was, klonk er een duidelijke bevrijdende yes. Vanaf dan heeft mijn moeder heel sterk met me meegeleefd. Mijn vader vertrouwde erop dat het allemaal wel in een goede plooi zou vallen.” Haar selectie schrijft Ingeborg nog altijd toe aan een dosis geluk. “Zeker dat. Ik heb altijd het gevoel dat ik vanuit het universum goed begeleid ben, mijn leven lang. Dat er een soort engelbewaarder met me meeliep. Alleen kon ik dat toen nog niet zo benoemen, ik was daar toen helemaal niet mee bezig. Daar zat trouwens ook een dosis overtuiging in. Ik had al mijn hobby’s zoals pianospelen, ballet enzovoort daarop afgestemd. Ik stapte ook niet binnen bij die jury met een dosis pretentie. Ik straalde wel veel goesting uit om toegelaten te worden, dat dit mijn ding was, mijn biotoop. Dat enthousiasme moet bij hen in het oog zijn gesprongen. En dat dan nog eens aangevuld met een dosis bijval, geluk.”

Dat eerste jaar was wel degelijk afzien. “In het begin had ik zoiets van: joepie, ik ben er, maar het werd heel snel erg confronterend. Ik zat plots op kot in een grote stad waar ik niet durfde te ademen, want ik kwam vanuit het groen. Ik hield daar letterlijk op straat mijn adem in. Ik moest plots keurig praten, want de Antwerpenaars verstonden geen West-Vlaams. En dan was er die moordende druk dat je na een eerste evaluatie in december toch nog overboord kon vallen en vervolgens ook nog eens in juni. Dus dat hele eerste jaar was figuurlijk nagelbijten. En plots werd ik ook geconfronteerd met al mijn beperkingen. In het begin voelde ik me erg tekortschieten. De directeur zei toen ook tegen me dat hij zag dat ik een lange weg moest afleggen, dat ik van ver kwam. Vooral omdat er een rist Nederlanders bij mij in de klas zaten en die kwamen veel meer ongeremd over. Ik merkte ook aan mijn bewegingen hoe beperkt mijn lichaam kon zijn. Op een bepaald moment dacht ik dat ik in een gekkenhuis was aanbeland. Als we ons bijvoorbeeld moesten inbeelden dat we wolken of sterren waren en dat dan moesten uitbeelden. Toen heb ik snel geleerd dat het veel makkelijker is in een situatie te duiken, dan toeschouwer te blijven en je dat allemaal aan te trekken. Ik moet wel eerlijk bekennen dat me dat pas achteraf heel duidelijk is geworden. Ik ben daar dus letterlijk gekneed en verlost geworden.

Hier werd Ingeborg dus als eenvoudige deerne, afkomstig uit een al even eenvoudig dorp in West-Vlaanderen, naar alle hoeken van de toneelkamer gestuurd. Gelukkig voelde zij zich goed begeleid door iets of iemand van hierboven die het positief met haar voorhad. Toen al was dit een gevoel dat haar niet losliet en waar zij zich pas vele jaren later intens op zou gaan toeleggen. Die stress van dat eerste jaar werd in het tweede jaar gecompenseerd door er met wat meer gemak en plezier aan te beginnen. Ingeborg koos toen definitief voor de richting kleinkunst. “In het eerste jaar zat ik nog in de richting toneel. In dat tweede jaar ging het er gemoedelijker en vrijer aan toe. Ik vond daar snel een gelijkgestemde ziel. Ik ben toen veel opgetrokken met Myriam Bronzwaar. (Zij is voor het bredere publiek bekend van haar rollen in “Big & Betsy“, “Droge voeding, kassa 4“, “Spoed” en haar hoofdrol van 2007 tot 2016 als Julia Van Capelle in “Thuis“. De rol in “Thuis” gaf ze op vanwege een te gevulde kalender in haar theatercarrière.) Myriam was zo’n beetje mijn hartsvriendin. Het hielp ook dat ik met Michael Pas en Stef Bos in een fijne groep was terechtgekomen. Er groeide op die manier meer vertrouwen. Vooral het gevoel dat je van de druk af bent of je mag blijven of niet, werkte enorm positief op me in.”

In 1988 studeert Ingeborg af. “Het voordeel was dat je tijdens dat vierde jaar al aan vier projecten tegelijk mocht werken. Ik heb toen iets op het getouw gezet samen met Daan Van den Durpel en Raymond van het Groenewoud. Gaston Berghmans nodigde ons uit om iets uit te werken. De Zwarte Komedie bezorgde mij een jaarcontract. Ik genoot van dat brede aanbod. Ik wou toen absoluut niet bij een vast gezelschap verzanden. Ik zag veel goede talenten afstuderen, waar je na een tijdje niets meer van hoorde. Niet dat ze niet goed bezig waren, maar té beperkt tot een nichegroep. Ik had meer zoiets van: gaan voor het volle pond en dat over heel de breedte, lengte en hoogte.” Ingeborg slaagde erin zich van dat wat teruggetrokken meisje in het begin te ontpoppen tot een theaterbeest. “Het is een soort truc, maar het is ook een kwestie van een stuk potentieel in jezelf te ontdekken, wat je dan probeert te uiten.”

Tijdens het laatste trimester van haar opleiding trok Ingeborg samen met Myriam Bronzwaar en pianist Rudi Genbrugge, achter de rug van de directie om, naar het “Leids Cabaretfestival” in Leiden, waar zij met hun voorstelling “Zwiep en Brons” de eerste prijs wegkaapten. “Zonder dat onze directie dat wist, zijn we daar tijdens het laatste trimester naartoe getrokken. We mochten namelijk nog geen optredens doen voor een levend publiek. Wij wonnen daar, maar een blinde kandidaat werd tweede en trok sowieso alle media aandacht naar zich toe. Misschien beter voor ons dat het daarop is uitgedraaid, want op die manier konden we zachtjes die wereld binnenrollen. Toch wel een fantastische ervaring hoe twee Vlaamse meiden, begeleid door een pianist, dat festival wonnen. We zongen en brachten daar op onze manier humor. Twee vrouwen die dat lukt, was in Nederland al even opvallend als bij ons. We hadden het tijdens onze korte voorstelling over oppervlakkigheden, dat we een hekel hadden aan blonde vrouwen, hoe we als vrouwen heel lang konden twijfelen welke mannen op de eerste rij we nu de leukste vonden enzovoort. Aan alles eigenlijk wat zich toen in ons leven afspeelde, gaven we uiting. We balden dat samen tot twintig minuten. Toen de directeur ons achteraf op het matje riep om ons te berispen, kon hij toch zijn trots niet onder stoelen of banken steken.”

De Zwarte Komedie wilde verder met hen in zee gaan. “De directeur had ons bezig gezien en wou met ons verder als het duo Zwiep en Brons, maar dat is er niet van gekomen omdat er andere dingen opdoken. Ik ben hem nog altijd dankbaar dat hij mijn contract vervroegd wilde opzeggen. Rudi en Myriam zijn toen met hun tweetjes verdergegaan. Ik vond het in het begin bij hen wel fijn, want we hadden enige zekerheid door die deal. We waren bezig en kregen voldoende artistieke vrijheid. Dus al bij al een korte, maar deugddoende periode.”

In 1988 komt Raymond van het Groenewoud, die als leraar aan Herman Teirlinck Ingeborg goed kende, langs met de vraag of zij niet wil deelnemen aan de Baccarabeker in het Casino van Middelkerke. “Omdat ik West-Vlaming ben in hart en nieren, zag ik het meteen zitten om deel uit te maken van die ploeg. Ik hoor Raymond nog zeggen dat er ook een Brabants groepje meedeed, later bleek dat Clouseau te zijn, en dan nog een leraar uit West-Vlaanderen, Phil Graveyard, alias Philippe Van de Kerckhove. Met die Clouseaukeuze ging ik helemaal niet akkoord. Hoe haalde Raymond het in zijn hoofd om Brabanders in een West-Vlaamse ploeg te zetten? Maar van bij de eerste ontmoeting klikte dat heel goed.”

West-Vlaanderen wordt de winnende ploeg met voor Ingeborg daarbovenop de personalityprijs. “Wat een zegening die prijs. Ik had alle krachten in me opgespaard om me voor het volle pond te geven. Op het podium gaf ik me helemaal, dat kwam vanuit mijn diepste ik. Dat voelde ik later ook tijdens mijn theatershows. Die voorstellingen lagen me na aan het hart. Daar en dan gaf ik me volledig.” Ingeborg had die overwinning onder meer te danken aan een prachtig liedje dat zij samen met Stef Bos had geschreven: Te weinig kracht. Dat nummer verschijnt iets later samen met Niemand op haar eerste single, uitgebracht op het HKM-label, het platenlabel van muziekuitgever Hans Kusters, die ook de heren Clouseau onderdak had verschaft. Producer van dienst in de studio is Roland Verlooven en de zevenentwintigste augustus staat de single op zes in de Vlaamse Top Tien. “Ik blijf dat nog altijd een van de mooiste liedjes vinden die ik ooit heb gezongen en waarmee ik na al die jaren nog erg gelukkig ben. Het gaat over een vrouw die alleen in een park zit, maar dat niet fijn vindt. Haar leven gaat in die eenzaamheid voorbij, zonder dat ze opvalt. Voor mij is dat een hele tijd een lijflied geweest. Ik wou namelijk niet een vrouw zijn die ongemerkt passeert. In de tekst staat dan wel dat als je opgemerkt wilt worden, je over lijken moet gaan en zo, maar meteen had ik zoiets van dat ik dat niet wil. Ik was daarom steeds alert en stelde me voortdurend vragen als: ben ik goed bezig, verkoop ik mijn ziel niet, blijf ik trouw aan mijn drijvende kracht? Ik heb daardoor tijdens mijn carrière soms in de knoei gelegen met mezelf. De dingen die ik namelijk naar buiten bracht, klonken soms anders dan wat ik vanbinnen voelde en wat naar buiten wou.” Tijdens dat festival zingt Ingeborg ook Verlangen, dat haar tweede single wordt en waarbij zij de vocale steun van Clouseau, lees Koen Wauters, krijgt. Ook dit liedje werd door Stef Bos geschreven en geproduceerd door Roland Verlooven. De eerste oktober 1988 staat Ingeborg ermee op zes in de Vlaamse Top Tien.

Tijdens die Baccarabeker ontmoet Ingeborg voor het eerst Roland Keyaert, die later haar man zal worden, maar daar was toen nog helemaal geen sprake van. Roland: “Dat was een rare ontmoeting. Ik begeleidde Clouseau als medewerker van Hans Kusters bij HKM. En toen zat daar een jong meisje waarop Bob Savenberg van Clouseau me al wees, vooral op de grote dosis talent die ze in zich had. Ingeborg weet nog goed dat ik de hele tijd met mijn rug naar haar gekeerd zat. Ik meldde Hans Kusters snel dat we haar onder contract moesten nemen, want dat Ingeborg nogal wat te bieden had. Mij sprak meteen het pure in haar aan. Het soort echtheid dat ik ook bij Clouseau terugvond. Hen had ik op een jaarmarkt in Sint-Genesius-Rode voor het eerst gehoord en dat was ook meteen bingo. Dat charisma van Koen vond ik ook bij Ingeborg terug. Jaren later stelde ik hetzelfde vast bij Marco Borsato. De animo die hij in zijn performance stopt, daar draait het om. De liedjes van Ingeborg waren ook ijzersterk. Ook die raakten me van bij de eerste noten, de eerste woorden. Bij een liedje als Toiletje bijvoorbeeld raakte me dadelijk haar humor, haar speelsheid, terwijl je bij Verlangen, ondanks haar frêle persoontje, een sterke vrouw zag optreden.”

De VRT had snel door dat Ingeborg wel wat in haar mars had en nodigde haar in 1989 uit om deel te nemen aan “Eurosong” met in de finale onder meer Jimmy Frey, Expo, Danny Caen, Bart Van den Bossche, Angie Dylan en Boogie Boy. Clouseau eindigde toen tweede met een liedje dat iets later een gigantische hit zou worden, Anne, en Ingeborg werd eerste met het door Stef Bos geschreven Door de wind. “Gelukkig waren Clouseau en ik vrienden“, weet Ingeborg nog goed. “Zij gunden mij m’n succes en ik dat van hen, want Anne werd iets later een dijk van een hit. Voor mij hadden zij gerust mogen en kunnen gaan. Maar ik mocht dus ons land vertegenwoordigen en dat stemde me ergens heel gelukkig.” De Nederbelg Stef Bos was toen de partner van Ingeborg. “Het eerste halfjaar hadden we tijdens onze opleiding niet wat je kan noemen een close contact. Ik vond Nederlanders nogal luidruchtig en bewaarde als gevoelige ziel graag wat afstand. Ik nam een afwachtende houding aan, tot er toenadering van de overkant kwam. Ik ontdekte dat Stef een bepaalde rust kon uitstralen. En zo zijn we stilaan naar elkaar toe gegroeid. Sowieso een vruchtbare relatie qua productie van liedjes en zo. Stef kon dag en nacht bezig zijn met schrijven en dat werkte erg inspirerend voor mij. Hij leerde me het belang kennen van de juiste verwoording, de juiste woordkeuze. Of hij zette er muziekjes bij of ik schreef een melodietje bij zijn teksten.”

Over Door de wind wil Stef dit kwijt: “Ik heb het nummer niet voor het Eurovisiesongfestival geschreven, maar gewoon vanuit het gevoel“, vertelde hij in “De zevende dag”. Over de kansen van het liedje op het eigenlijke festival sprak hij zich liever niet uit. “Ik ben niet zo goed in kansen inschatten. Het is een politiek programma en de statistieken moeten dat maar uitwijzen.” Ook Ingeborg zelf keek de kat liever uit de boom. Ze was nooit eerder in Lausanne geweest en beloofde vooral rustig te blijven en op haar ademhaling te letten. De zesde mei trekt zij dus in het gezelschap van Stef Bos naar Zwitserland om daar tijdens de vierendertigste editie van het Eurovisiesongfestival de Belgische driekleur te verdedigen. “Terwijl ik de avond zelf in de coulissen stond te wachten, was Turkije aan de beurt“, vertelde ze in 2010 in “De Madammen” op Radio 2. “Dat land bracht een lawaaierige, onrustige act. Tegelijk spoot iemand haarlak op mijn schoenzolen om te vermijden dat ik op het podium zou uitglijden. Ik vreesde dat de dampen op mijn stem zouden slaan. Ik was ontzettend zenuwachtig en erg blij dat Stef op een bepaald moment opdook om de tweede stem te zingen.” Het orkest werd geleid door jazzmusicus en dirigent van dienst Freddy Sunder. Halfweg het nummer dook Stef op het podium op om de iconische klanken “toop toop, too di doo doo di doo da” door de microfoon te jagen. Ingeborg wil koste wat het kost nog dit detail kwijt: “Tijdens de pauze kieperde iemand van de Luxemburgse ploeg een drankje over mijn kleed en ik had geen reserve bij. Toen wist ik meteen dat ik niet meer op het podium hoefde. Ik moest nog in een zetel gaan zitten zodat men met een haardroger kon proberen die vlekken weg te werken. Maar ik voelde sterk aan dat mijn verhaal daar was uitgezongen. Er ging wel even een rilling door me heen toen ik aan het thuisfront dacht en mij de vraag stelde of ze me in Vlaanderen na dit avontuur nog graag zouden zien en horen.” Ingeborg eindigt negentiende. Winnaar wordt de groep Riva voor Joegoslavië met Rock Me. Bij ons wordt Door de wind, in een productie van Roland Verlooven, op single uitgebracht en staat de tweeëntwintigste april in de Vlaamse Top Tien op één. “Ik heb het lied nadien een hele tijd niet meer gezongen“, vertrouwde Ingeborg “De Madammen” voorts toe. “Onlangs heb ik het opnieuw opgepikt. Nu breng ik het iets brozer en eenvoudiger. Met minder violen en meer raakbaarheid. De tekst vind ik nog steeds erg rijk aan beeld. Vooral het zinnetje “Je moest es weten”. Stef schreef het nummer toen zijn moeder ziek was. Ze is intussen overleden. Vooral de tweede strofe is me na al die jaren bijgebleven. Raar maar waar, als mensen mij op straat passeren, is er hier en daar nog eens iemand die het liedje begint te zingen, duidelijk in mijn richting kijkend. Het Eurovisiesongfestival zelf heeft een enorme impact op mijn carrière gehad. Niemand kende Ingeborg voorheen. Nadien gingen alle deuren open en kreeg ik duizenden kansen. Een deelname raad ik daarom iedereen die niks te verliezen heeft dan ook aan. Maar ook mensen die wel iets te verliezen hebben. Het Eurovisiesongfestival is een ontmoetingsplek voor muzikanten en creatievelingen van over de hele wereld. Het is één groot feest, een geweldig geschenk.

De achtste april had Clouseau in de Vlaamse Top Tien met Anne al op één staan glunderen. Tijdens Radio 2 “Zomerhit” van 1989 krijgt Ingeborg de trofee “Beste Debuut” overhandigd. Omdat theater maken haar in het bloed zit, trekt zij in de maand september van dat jaar naar de culturele centra met het programma “Schimmen” met daarin zowel liedjes als aangepaste bindteksten. Dat jaar krijgt zij van VTM, die iets eerder van start waren gegaan, gelijk een “Gouden Oog” uitgereikt als populairste Vlaamse zangeres van dat moment. Het publiek weet echter niet goed in welk hokje haar te plaatsen en dat begint voor de onnodige verwarring te zorgen. Wie en wat is Ingeborg eigenlijk: een actrice, een zangeres…? “Dat is dus mijn zwakte, waar sommigen denken dat het mijn sterkte is. Ik doe al die diverse dingen zo graag. Je omgeving raakt soms de kluts kwijt. In welk hokje past ze nu, wat doet ze nu het liefst? Voor mezelf ben ik een lichtwezen in een menselijk lichaam.”

In de Vlaamse Top Tien duikt Ingeborg de veertiende oktober 1989 op met het door Bos geschreven Zomer, gekoppeld aan Ik wil geluk, goed voor een zesde plaats. “Toen dat liedje uitkwam, zei Armand Pien, de toenmalige weerman van de VRT, dat ik de echte weervrouw zou worden. Hij grapte daarover omdat mijn vorige single over wind en regen ging. Ook al zong ik over de zomer die voorbij is, ik had bij dat liedje van meet af aan een lentegevoel. Ik blijf dat na al die jaren nog steeds een positief nummer vinden.”

Dat nummer is de aanloop naar haar eerste album “Voor één seconde” met daarop niet alleen haar eerste hits, maar ook liedjes als Eeuwen geleden, Toiletje, Alles gaat voorbij. Je kan het net zo goed een Stef Bosplaat noemen, want hij schreef de elf liedjes bij elkaar, hier en daar in samenwerking met Ingeborg en Jan Van Looy. Jan Van Looy was leraar piano, verbonden aan het Herman Teirlinck Instituut. Hans Kusters, dat moeten we toch vertellen, had tijdens de Baccarabeker Clouseau al onder contract en zag daar meteen, na er door Roland Keyaert op geattendeerd te zijn geworden, dat Ingeborg zat talent had. Hans bood ook gelijk Stef Bos een platencontract aan. Toen Hans nog bij Philips werkte, had hij een goed contact met hun platenproducer Roland Verlooven en zodoende vroeg hij Roland om die eerste platen van Clouseau, Stef Bos en Ingeborg te produceren. Wanneer Hans het een tijdje later niet meer zo ziet zitten om zijn producties aan de man te brengen, gaat Roland Keyaert als promotor de baan op.

De VRT laat Ingeborg in 1989 schitteren in een serie over de popwereld “Zapp”, met snel daarop VTM die haar lanceert in het kinderprogramma “Schuif Af”, wat vanaf de eerste uitzending haar ding blijkt te zijn. Die eerlijkheid, die openheid, eigen aan kinderen, ligt haar persoonlijk zeer na aan het hart. Zij kan een deel van haar naïeve kant tonen, het mag en kan immers binnen deze context. “Er zit inderdaad een dosis naïviteit, goedgelovigheid, speelsheid in me, een beetje idealisme ook, dat geef ik grif toe. En dat vind ik ook super, want als ik kinderen interviewde, zei er bijvoorbeeld een jongetje dat hij basketter wou worden, maar dat zijn mama dat afkeurde omdat hij daar later niet van zou kunnen leven, waarop ik snel inpikte dat ik spelers kende die daar zelfs rijk van zijn geworden. Die vonk stimuleren bij zo’n kind, dat moeten we blijven doen, want als ons kind gelukkig is, dan wordt dat later ook een gelukkige en tevreden volwassene“, aldus Ingeborg, die dit programma samen met Arthur Reijnders met veel overgave zal blijven presenteren tot in 2005, wanneer zij vervangen worden door Britt Van Der Borght en Sam Gooris. In 1990 kaapte zij voor dit programma in één klap al een “Gouden Oog” weg.

De negentiende mei 1990 staat Ingeborg op vier in de Vlaamse Top Tien met Ga niet weg, geschreven door haarzelf samen met Stef Bos en de producer van het nummer Roland Verlooven. “Ja, we hadden zoiets van: moeten we de andere kant van Ingeborg niet eens tonen? Niet altijd dat meisje etaleren dat deels met haar hoofd in de wolken leeft. Dus graag de wat meer nuchtere kant van mij. Ik heb dat altijd met veel plezier gezongen. Soms stond ik ‘s nachts op een stel bierkratten te zingen. Het meisje dat aan het Eurovisiesongfestival had deelgenomen, was voor veel organisatoren best leuk. Ik stond daar dan met een repertoire dat door de bank uit stille liedjes bestond en zo’n liedje met wat meer ballen was zeer welkom om wat interactief met het publiek om te springen. Ik moet er wel bij vertellen dat dit liedje niet meteen mijn grootste voorkeur wegdraagt“, dixit Ingeborg.

Een dik jaar later, de vijftiende juni 1991, is er de single Als dat gebeurt. Deze keer roept Ingeborg de hulp in van Stef én die van Bob Savenberg. Een goede gok, want ze klimt naar de tweede plaats in de Vlaamse Top Tien. Tijdens onze babbel wil Ingeborg daar dit aan toevoegen: “Dat liedje ligt zeer na aan mijn hart, vooral de akoestische versie daarvan die ik nadien in de zalen zong. Ik schreef de tekst zelf en dus meen ik ook elk woord dat ik zing. Ik heb soms het gevoel dat de wereld echt op mijn schouders rust, dat gevoel van zwaarmoedigheid. Mensen die me goed kennen, zijn daar intussen vertrouwd mee. Ik heb me door de jaren heen getraind om aan die zwaarmoedigheid niet toe te geven. Vooral als ik stilviel, als ik even niets omhanden had, werd ik bij momenten heel ongelukkig. Intussen weet ik beter en heb ik ontdekt dat stilvallen heel veilig is en dat je daarover ongelukkig voelen, niet per se hoeft.”

Waarom staat de vijfentwintigste januari 1992 op vier genoteerd in de Vlaamse Top Tien. Het is meteen ook haar laatste grote hit. “Een mooi liedje van Mark Lambin“, reageert Ingeborg spontaan. “Toen ik het de eerste keer hoorde, kreeg ik het koud. Die rillingen waren voor mij het signaal dat het goed zat. Ik ben dat mijn carrière lang ook blijven volgen, die eerste ervaring met een liedje.” Fans omschrijven de song als oerdegelijk met een mooie, uit het leven gegrepen tekst. “Waarom moet je iemand pijn doen als je van iemand anders houdt? Je kan niet alles voor de schijn doen, want wat je ook doet, ‘t is altijd fout. Waarom ga je iemand haten omdat die iemand, iemand anders heeft? Waarom wil je niet meer praten met iemand die niet meer leeft zoals jij leeft?Waarom staat ook op haar tweede album “Dertien daarom droom”, in 1992 uitgebracht op het HKM-label en verdeeld door CNR Records. In de studio’s Studio 88 en Bullet Sound Studio wordt Ingeborg tijdens de opnamen begeleid door muzikanten als Jan Van Looy, Tjeerd van Zanen, Bert Candries, Patrick Mortier, Mark Stoop, met in het achtergrondkoortje onder anderen Chris Van Tongelen, die we jaren later zullen tegenkomen in de groep De Romeo’s. De titel geeft het al aan, dertien liedjes in het totaal. Meteen valt op dat Stef als hofleverancier zo goed als uit het zicht is verdwenen, behalve bij het liedje Grijns, dat nog deels van zijn hand is. Werd daarmee ook een punt achter hun relatie gezet, want Ingeborg en Stef woonden al een tijdje samen? Ingeborg krijgt tijdens het schrijven de nummers steun van onder meer Jan Van Looy, Mark Lambin, Herman Pieter de Boer, Koen Sergeant en Roland Keyaert. Verrassend leuk is het door Herman Pieter de Boer, Jan Van Looy en Ingeborg geschreven Zalen vol muziek, waarmee het album wordt ingezet. “Dat was plots in mijn repertoire een liedje met een heel andere sfeer. Toen zat dat, ook met het oog op mijn theaterprogramma, heel juist. Achteraf is het meer iets geworden van een soort verzoening met mijn verleden.” De productie van die song wordt verzorgd door Ton Scherpenzeel, die vindt dat het best een beetje ruiger mag klinken. Het publiek beloont de single de vijfde mei voorzichtig met een tiende plaats in de Vlaamse Top Tien. De radio reageert echter enthousiast. Iets later zijn er uit dit album nog de singles Zondag en Ik val. Voor beide nummers schrijft Ingeborg samen met Jan Van Looy. Ik val is de zesde februari 1993 net goed genoeg voor een negende plaats in de Vlaamse Top Tien.

De derde januari 1994 worden Ingeborg en haar manager Roland Keyaert de ouders van hun zoon Robin. Op haar website lezen we dat ze zich almaar meer interesseert voor meditatie, yoga en voor zelfontwikkeling en het hogere bewustzijn. Drie jaar later trouwen zij, de twaalfde april 1997. Insiders wisten al lang dat er liefde in de lucht hing en de vlam tussen Roland en Ingeborg was overgeslagen. Hans Kusters vertelde ons dat hij de laatste was die het doorhad. Maar zijn entourage zag het meteen, al hebben Roland en Ingeborg het een hele tijd stilgehouden en was het in het begin meer een liefde die zich achter dan voor de schermen afspeelde. Het huwelijk werd in Oostende voltrokken en vervolgens richting Cyprus voor de wittebroodsweken.

Ondanks de zorgen voor haar zoon wil Ingeborg niet thuisblijven en trekt zij in 1994 naar het theater met de productie “2 uur vanaf nu”, in het gezelschap van pianist Jan Van Looy en gitarist Juan Masondo. Haar man is intussen ook haar manager geworden.

In 1995 lanceert Ingeborg haar derde album “Hartrock”, deze keer in een productie van Bob Savenberg (van Clouseau en de latere manager van Natalia) en Jan Van Looy. Plaats van opname is Studio Ace in Aartselaar. In het bijbehorende boekje schrijft Ingeborg: “Dank aan alle vrouwen en mannen die een stukje liefde, tijd en energie in dit project investeerden. Dit album werd deels gemaakt voor wat zielenrust, maar in de eerste plaats voor degene die dit leest, die het hoort. Persoonlijke bedankingen volgen!” In de studio wordt er vlot gemusiceerd door onder anderen Eric Melaerts, Yannick Fonderie, Evert Verhees en Roberto Giada. In het achtergrondkoor horen we de stemmen van Koen Sergeant, Dani Caen en Kris Wauters. De productieploeg klokt af op vijftien liedjes. Op dit album staat onder meer Doorgaan, geschreven door Johan Debacker en de vijftiende oktober 1994 terug te vinden op de tiende plaats in de Vlaamse Top Tien. Geen hitnotering waard, maar des te vaker gedraaid op de radio en intussen al lang een Ingeborgklassieker, Ping pong, geschreven door het vijfluik Bob Savenberg, Jan Van Looy, Ingeborg, Angelo Bisceglia en Flor Van Leugenhaeghe. In het kielzog verschijnen in 1995 nog de singles Melancholie en Als je doodgaat. In de Vlaamse Top Tien is dit laatste geen echte uitschieter, want de eerste april 1995 noteren we de singleversie daarin op de tiende plaats. Tekstueel is dit een liedje om eerder wat te laten bezinken: “Als je doodgaat, neem me dan met je mee. Het leven is zo zinloos zonder jou. Als je doodgaat, neem me dan met je mee. Met wie maak ik anders ruzie, met wie deel ik anders alles? Neem me mee.” Ingeborg zelf is over dit liedje erg tevreden: “Dit is voor mij nu eens een schoolvoorbeeld van een tijdloos nummer. Dit noem ik een echt liefdeslied. Mijn publiek in Nederland had het na een optreden vaak over een “luguber” liedje, terwijl ik eerder wil zeggen dat liefde eeuwig is en dat doodgaan niet leuk is. Het is een getuigenis van het géén afscheid willen nemen. Ik moet er voor de volledigheid wel aan toevoegen dat ik het na al die jaren nu wel beter weet. Er is namelijk geen afscheid. Liefde is en blijft eeuwig.”

1995 is de startdatum van een tv-programma dat onlosmakelijk met Ingeborg verbonden blijft en haar ook na al die jaren blijft achtervolgen, het VTM-programma “Blind Date”. “Ik presenteerde op dat moment alleen maar “Schuif Af” en Guido Depraetere en Mike Verdrengh wilden me in primetime tijdens de zomermaanden “Blind Date” laten proberen. Ik dacht er bij dat voorstel niet zo bij na, want ik stond zeer ambitieus te snakken naar een programma tijdens de betere uitzenduren. Het maakte dus niet echt uit waarmee, ik wist ook niet zo goed waaraan ik begon. Ik heb nergens tijdens dat aanbod getwijfeld. Ik had ook geen ervaring met een dergelijk format. Maar mocht ik toen getwijfeld hebben, was er nadien ook nooit een programma geweest als “All You Need Is Love” en “Volgende keer beter”. Dus, ondanks wat er nadien ook over “Blind Date” in de pers verscheen, vind ik mijn keuze en beslissing van toen erg juist. Ik heb nooit een afkeer tegenover dat programma gevoeld, net zomin als jaren voordien met het Eurovisiesongfestival. Daar, zoals sommige artiesten dat wel doen, laatdunkend op neerkijken, past niet bij mij. Ik heb dat nooit veroordeeld als een soort kermisattractie. “Blind Date” bekeek ik als een leuke plek waar mensen elkaar ontmoetten en nadien met elkaar op reis trokken. Ik heb dat altijd gecombineerd met “Schuif Af”, waarin ik mijn creativiteit geweldig kwijt kon. Daarnaast ging ik ‘s avonds ook nog eens zingen in de culturele centra. Dus die combinatie van die diverse facetten maakte dat ik mij in dit alles volledig en compleet kon uitleven.” Roland Keyaert vult aan dat hij vindt dat het een van de moeilijkste programma’s was om te presenteren, want je moet mensen opvangen die geen ervaring hebben met het medium televisie en die ook niet meteen de vlotste praters zijn. Daarom in dezen van hem een pluim aan het adres van zijn vrouw.

Ingeborg zal “Blind Date” vanaf juni 1995 tot en met september 2004 presenteren. Zij weet ook wel dat zij hiermee geen hoogstaande televisie aflevert, maar het feit dat zij met de man in de straat mag werken, spreekt haar als uitdaging enorm aan, al vond zij achteraf dat de laatste drie seizoenen er net te veel aan waren. Ingeborg twijfelde er immers aan of de formule nog wel juist zat en vooral de invulling ervan. “Blind Date” leverde Ingeborg zowel in 1995, 1996 als 1997 een “Gouden Oog” op.

De liefde blijft centraal staan in haar VTM-programma’s. In 1995 “All You Need Is Love” en in 1996 “Trouwshow”. Samen met Arthur Reijnders presenteert zij datzelfde jaar “Sketch-Up”. Twee jaar later is er de wekelijkse zomerse talkshow “Volgende keer beter”, live vanuit Oostende, daarin bijgestaan door journalist Jacky Huys. Na de nodige dosis gesmeek, mag Ingeborg in maart 1999 eindelijk van start gaan met “Wondere Wereld”, waarin zij haar liefde voor esoterie en alternatieve therapieën mag etaleren. “Ik heb er inderdaad om gesmeekt, zo van: “Mag ik a.u.b. dit programma maken?” In het totaal goed voor dertien afleveringen, één seizoen lang dus. We bereikten daarmee een half miljoen kijkers en naar de normen van toen was dat wat aan de lage kant. Dat was niet voldoende voor een zaterdagavond, al vond ik dat het programma daar op die dag en dat moment misstond. Ik ben nog altijd ongelooflijk dankbaar dat ik dat product in de markt heb mogen zetten. Vooral de ontmoetingen met al die mensen. Nu weet ik dat we er qua timing iets te vroeg mee waren. We deden daar toen pionierswerk. Veel kijkers waren er nog niet aan toe. Roland vond trouwens dat ik beter een jaar of drie gewacht had. Maar het overkomt me wel vaker dat ik de markt te goed aanvoel en beter iets sneller op de rem moet gaan staan dan mijn idee dadelijk te lanceren. Anno 2015 had dit bijvoorbeeld bij Vitaya beter gescoord, zeker weten.” Ingeborg ontdekt in “Wondere Wereld” samen met de kijker de wereld van alternatieve leef-, denk- en geneeswijzen en van paranormale mensen en fenomenen. Daarover lezen we in een gesprek met Ingeborg in De Standaard: “We willen met open vizier, zonder vooringenomenheid, maar met een gezonde dosis nieuwsgierigheid, verwondering en scepsis die wereld ontdekken en ervaren“, stelt Ingeborg. Ervaren is trouwens een van de sleutelwoorden van het nieuwe programma. Elke week gaat Ingeborg zelf op stap. De camera volgt haar, terwijl ze bijvoorbeeld een zweethutritueel ondergaat, en registreert haar emoties, haar vragen en haar eerste reacties. Ook wordt er in elke aflevering een ongelovige thomas op pad gestuurd, iemand die helemaal niet gelooft in die wondere wereld, maar wel bereid is om een van die alternatieve methoden te ondergaan. Ook de kijker wordt erbij betrokken. Ingeborg, al dan niet begeleid door een deskundige, nodigt de kijker uit om aan een experiment deel te nemen. Of wat dacht je van een onderzoek van het gelaat (rond, vierkantig, rechthoekig of driehoekig) om te achterhalen welk type je bent (water, aarde, vuur en lucht) en welke karaktertrekken daarmee verbonden zijn.”

Een wat geslaagde keuze blijkt het programma “De keuze van de kijker”, waarin per aflevering drie originele concepten door de makers worden toegelicht mét commentaar door de jury. De kijkers mogen bepalen welk concept door mag naar de volgende ronde. In De Standaard lezen we daarover: “In dit programma worden twaalf concepten van evenveel tv-makers getoond. Ingeborg, die dit project bedacht heeft, interviewt de makers of presentatoren, waarna er een fragment of een compilatie van zeven minuten wordt getoond. Daarop geeft een driekoppige jury, bestaande uit Paul Jambers, Jan Verheyen en de columniste Hilde Sabbe, commentaar. Op het einde krijgen de makers nog eens een minuut om hun programma te verkopen. Daarna mag de kijker via de telefoon of via sms zijn keuze maken en een uurtje later wordt de uitslag van deze stemming bekendgemaakt.”

Intussen hadden we bij de radio zoiets van “Oei, onze zangeres is verdwenen“, wat Ingeborg, zonder lang te hoeven nadenken, beaamt. “Dat was ook zo. Daar had de geboorte van onze zoon ook iets mee te maken. ‘s Avonds wou ik alleen nog maar thuis zijn. Ik hield het optreden en zingen even voor bekeken. Ik had, zeker wat het zingen betreft, een time-out nodig.” Roland keek als manager aan de zijlijn rustig toe, maar ging zijn vrouw zeker niet pushen. “Een manager is slechts voor een paar procenten belangrijk in de carrière van een artiest,” aldus Roland, “maar ik ga mijn aanwezigheid en nut zeker niet als onbelangrijk omschrijven. Ik waakte met zorg over haar veelzijdigheid die haar soms in de ogen van anderen, bijvoorbeeld in die van VTM, minder makkelijk inzetbaar maakte. Raar maar waar, Ingeborg wordt alleen maar rustig als zij met haar ogen dicht zit, mediteert. Ik kan me geen autorit, op weg naar een volgend optreden herinneren dat ze niet aan het schrijven of aan het lezen was. Op een bepaald moment heb ik haar er wel op gewezen om al die facetten van haar talent op een geschikte manier te combineren. Ik heb haar ook op het financiële aspect gewezen, want wat je verdient met het ene, kan je weer besteden aan iets anders waar je je voor wilt inzetten.”

In 2000 neemt Ingeborg samen met Helmut Lotti, Koen Wauters en Toots Thielemans het Levenslied Wondere reis op, dat negen weken na elkaar boven aan de Vlaamse Top Tien zal prijken. Beresterk scoort Ingeborg twee jaar later met Zo dichtbij, ten voordele van Levenslijn-Kinderfonds. Het is een vertaling van de hit Hello World van Belle Perez, die dat nummer met Pat Renier en Jim Soulier had geschreven. Ingeborg schreef zelf de vertaling. Ze is apetrots wanneer zij de zestiende maart 2002 op één staat in de Vlaamse Top Tien. De productie is deze keer in handen van Eric Melaerts.

Vanaf de dertigste november 2004 presenteert Ingeborg het programma “Bluf”, waarin telkens vijf Vlamingen vijf sterke verhalen vertellen. Slechts één verhaal is waar en goed voor vijfduizend euro. De waarheid voor Ingeborg is echter dat VTM het jaar nadien beslist niet meer te werken met langlopende contracten. Na zestien jaar trouwe dienst wordt Ingeborg bedankt voor bewezen diensten en samen met Gerty Christoffels de laan uit gestuurd. VTM-woordvoerder Mark Vanlombeek anticipeerde: “We stappen af van langdurige contracten. Alleen als een tv-figuur heel concrete programmaplannen heeft waar de zender zich in kan vinden, wordt er nog een contract gesloten. Ingeborgs laatste presentatie voor VTM wordt in het voorjaar van 2006 het programma “Ik wil je iets vertellen”, waarin telkens drie mensen via hun verhaal herenigd worden.

Intussen is spiritualiteit de nieuwe dada van Ingeborg geworden. Zij wil zich nog enkel bezighouden met haar zoektocht naar het bewustzijn. Een antwoord zoeken op de vraag: “Wat wil een mens hier op aarde tijdens zijn leven verwezenlijken?” Zij komt in contact met Roland Verschaeve, de man achter het Light Body Institute in de Sint-Jansstraat in Brugge, een school voor yoga en zelfontwikkeling. Op het einde van de zomer van 2002 was Ingeborg al begonnen met de organisatie van spirituele reizen naar een meditatiecentrum op Ibiza. “Dit heeft wel niets met relaxerende massages en nagelverzorging en zo te maken“, reageert Ingeborg al lachend. Het is een school voor zelfontwikkeling en yoga. Een mens bestaat uit vele lagen en je pelt die af tot je bij je eigen kern komt. Die kern is licht en licht staat voor energie en beweging. Je ontdekt vooral dat je niet bent wie je denkt dat je bent. Je gaat via meditatie meer leren ervaren, vooral jezelf ervaren en ontdekken. Je ontdekt namelijk niet alleen je goede, maar ook je schaduwkanten. Ikzelf was, toen ik eraan begon, op zoek naar een soort kwaliteit in mezelf die ik voordien niet kende, ondanks het geld en het succes dat ik had, inclusief een lieve man en een toffe zoon. Ik was iets te veel met die uiterlijke wereld bezig, uiterlijk vertoon. Ik ging te weinig bij mezelf naar binnen. Ik was die balans kwijt.” Ingeborg volgde voorafgaandelijk onder meer een opleiding in Wales in dru-yoga. Deze vorm van yoga stelt iedereen in staat om lichaam, hart en geest met elkaar in evenwicht te brengen en daarmee te ervaren wat het betekent om echt gezond te zijn.

In 2004 start Ingeborg met les te geven in zelfontwikkeling en yoga. Zij wordt in het centrum Light Body Institute werkzaam als docente. Omdat via de pers de belangstelling rond Ingeborg opnieuw hot is, etaleert Hans Kusters haar in de reeks Diamond Collection op zijn HKM-label nog eens in haar volle vocale doen op de verzamelaar “Ingeborg”. In het totaal zeventien songs, beginnend met Ping pong en eindigend met De rust gevonden. Een behoorlijk toepasselijke song, die laatste, van de hand van Ingeborg en Koen Sergeant. “En al tikt de klok elke seconde van het uur zo snel voorbij, ik geniet van elk moment, want als je even rondkijkt en merkt: tijd is geld, dus nooit genoeg. Ik vond de rust heel dicht bij jou vanmorgen vroeg. En toch is dit geen verloren tijd. Ik heb m’n rust gevonden. Ik loop mezelf al lang genoeg voorbij. Ik heb de rust en alle tijd.

De negenentwintigste januari 2005 is er op het Do-label de door Ingeborg zelf geschreven single Become Silent, waarmee zij mensen wil inspireren en raken. Een jaar later brengt zij van de hand van Susan Kulas, die zich liet inspireren door Franciscus van Assisi, het lied Miracle Unfolds uit, dat zij samen met het Brugs koor Fioretti heeft ingezongen. Datzelfde jaar is er bij de Standaard Uitgeverij het boek “Wie ben je eigenlijk”, dat zij samen met haar meditatieleraar Roland Verschaeve heeft geschreven.

Ingeborg wil gelukkig nog eens opnieuw het theater in, deze keer met het programma “Laat mij zingen”. Er is de door haarzelf geschreven single Brussel, gekoppeld aan Hier in het licht, die zij na lang aandringen van Hans Kusters van platenfirma HKM opneemt. In haar nieuwe theatershow keert zij terug naar haar eerste liefde, een liefde die nooit uit haar hart is verdwenen. Zij wil in deze show het publiek met haar stem en haar liedjes beroeren en meenemen naar haar wereld waar zij de essentie van het bestaan vond. Mensen laten ervaren wat diepe vrede en overgave kan zijn. Het wordt een intiem, authentiek programma, ontdaan van alles wat ook maar enigszins overbodig kan zijn. De 20ste oktober 2007 brengt Ingeborg het album “Voor na het afscheid” uit. Vier nummers die bij het afscheid troost kunnen brengen: Hier in het licht, Er is nog zoveel niet gezegd, Ubi Caritas en Now I walk in beauty. In het bijbehorende boekje deze uitspraak van William Shakespeare: “Geef verdriet woorden. Het verdriet dat niet spreekt, fluistert in het overbelaste hart en vraagt het te breken.” Vanaf de twintigste oktober 2007 trekt zij ermee door Vlaanderen, met in haar kielzog vier muzikanten. De zeventiende september verscheen nog het nummer Laat me zingen op single, met zowel tekst als muziek van de hand van Ingeborg.

In de maand november van 2007 is er op het HKM-label het album “Laat me zingen over de liefde”, dertien liedjes door Ingeborg van tekst en muziek voorzien, in een productie van haarzelf in samenwerking met Patrick Hamilton. Patrick begeleidt Ingeborg in de studio op de toetsen, daar onder anderen in bijgestaan door Marc Pijpops, Herman Cambré, Vincent Pierins, Eric Melaerts en vocaal door Dani Caen en Diane Senders. In haar voorwoord geeft Ingeborg aan waar dit album voor staat: “De teksten en de muziek werden geschreven in een periode waar de liefde veel aandacht vroeg in mijn leven. Door het uit te zingen en de emoties errond echt toe te laten en te ervaren, werd me meer dan eens duidelijk dat liefde geen stormvlaag is die, nadat deze voorbijraasde, je weemoedig en gebroken achterlaat. Ik weet nu door het allemaal te leven en toe te laten dat liefde geen verwachting is, geen gehechtheid of een bedwelmende roes. Liefde is een uitdrukking van ons wezen. Net zoals muziek dat kan zijn. Op een dag laten we de liefde zelf getuigen door bewustzijn, helderheid, sensitiviteit en pure gelukzaligheid. Voor nu… Shanti, shanti of vrede zonder meer en dan weer stil worden, dat wens ik ons toe.” Haar liefde voor het spirituele komt overduidelijk naar voren in de nummers Moolamantra Shanti en Moolamantra Consciousness. Dit zijn in het oor springende songs die Ingeborg van een totaal andere kant laten horen. The new Ingeborg has arrived. Je voelt zo aan dat zij volledig in de ban is van haar grote liefde voor spiritualiteit. Adviserend schrijft zij trouwens bij deze nummers in het bijbehorende boekje: “Sluit misschien even je ogen en ga ergens ontspannen zitten of liggen. Visualiseer de mooiste toekomst voor jou en al je geliefden. Merk eens dat het gevoel dat je zoekt in die verre toekomst er NU al is. Adem die vrede, die liefde en dat diepe vertrouwen in je cellen en geniet.”

In 2008 presenteert Ingeborg een intiemere versie van haar theaterprogramma, deze keer alleen begeleid door pianist Patrick Hamilton en dit om vooral de soberheid tot zijn recht te laten komen. Zij brengt een selectie uit haar repertoire van vroeger en nu. Zelfs het Eurosonglied Door de wind komt weer heel even tot leven. Door het overgrote succes besluit Ingeborg er in 2009 een vervolg aan te breien door in zowat alle Vlaamse provincies op te treden.

Bij de start van 2008 wordt Ingeborg meter en Kurt Defrancq peter van de boomplantenactie ten voordele van “Kom op tegen kanker”. Begin september 2007 lazen we reeds in de pers: “Ingeborg zal exclusief programma’s maken en presenteren voor de nieuwe zender Vitaliteit, de digitale afgeleide van lifestylezender Vitaya. Vitaliteit en de bijbehorende programma’s worden op dinsdag elf december officieel voorgesteld aan de pers, alsook de nieuwe programma’s van Vitaya.” Ingeborg had nochtans beslist om geen televisie meer te maken, maar kon zich als yogadocente en meditatiebegeleidster meteen vinden in de opzet van Vitaliteit. “Ik heb niet nagedacht, alles in me zei ja. Ik krijg carte blanche om de dingen te doen waar ik zo vol van ben.” In haar programma “Hoe moet het nu verder?”, waarmee zij de zevenentwintigste februari 2008 van start ging, trok Ingeborg op zoek naar mensen met een angst- of minderwaardigheidsgevoel, mensen die niet meer goed wisten hoe het verder moest. Een psycholoog bracht een eerste duiding en Ingeborg analyseerde de situatie vanuit haar kennis van zelfontwikkeling en zelfbewustzijn. Ingeborg bleef hier actief tot de eenendertigste maart 2012, wanneer Vitaliteit van het scherm verdwijnt.

De zesde september 2008 start Ingeborg met haar eigen centrum “De Evolutie”, gelegen langs de Bisschopsdreef 17 in Sint-Kruis, Brugge, waar zij cursussen yoga en zelfontwikkeling organiseert, alsook workshops. De 14de november 2009 lanceert Ingeborg het album “Beyond Religion”, opgebouwd rond een project van de Japanse professor Masaru Emoto en gebaseerd op zes wereldgodsdiensten. Voor elk van die wereldgodsdiensten heeft Ingeborg samen met Patrick Hamilton en haar zoon Robin Keyaert muziek gecomponeerd die de essentie in eenheid samenbrengt bij die aspecten die alle godsdiensten overstijgen: vrede, liefde, gelukzaligheid, vertrouwen. Deze muziek werd eerder al getest op haar helende waarde in het laboratorium van dokter Masaru Emoto. We worden uitgenodigd om ons af te stemmen op alle wereldgodsdiensten en dat aspect te vinden wat ons samenbrengt in het hart van elke ziel. We horen liederen als Shalom shalom, Lakshmi Mantra en Ubi caritas. Ingeborg krijgt vocale steun van Diane Senders en het Fioretti Koor onder leiding van Hilde Neutens. Op de rug van het album lezen we: “My ultimate goal and destiny lies in areas of creativity and applying them to help people find inspiration and joy in living. With this music I want to express God’s love and compassion to all souls on this planet. My keynote is a brotherhood of man.” Stilaan praat Ingeborg in de pers almaar vaker over het feit dat ze hooggevoelig is. Een hoogsensitief persoon of hsp is een term uit de psychologie die staat voor highly sensitive person oftewel zeer gevoelig persoon. Ingeborg geeft aan dat hoogsensitiviteit vaak verkeerd wordt geïnterpreteerd als een stoornis, terwijl het een normaal verschijnsel is. Ingeborg wil deze personen een luisterend oor bieden én een klankbord voor hen zijn.

In 2009 verschijnt ook haar boek “Het antwoord”, waarin zij tijdens een zoektocht antwoorden probeert te vinden op vragen over eenzaamheid, ontrouw in een relatie, schuldgevoelens en rouw na een overlijden. Het boek is een wegwijzer naar geluk, geïnspireerd door ontmoetingen die Ingeborg de laatste jaren had met verschillende mensen. De thema’s waarover het in dit boek gaat, zijn ervaringen waar we allemaal vroeg of laat mee te maken hebben. Ingeborg geeft helder en praktisch advies. Per levensthema krijg je niet alleen concrete tips, maar ook een ruimere visie op de verhalen. Ingeborg nodigt je uit om in een andere beleving van het verhaal te stappen en zo antwoorden te vinden. “Bedenk echter“, zo beklemt Ingeborg, “dat het antwoord steeds in jou al aanwezig is.”

Vanaf de tiende december 2011 zond The Walt Disney Company via Telenet het programma “Disney Poëzie” uit op zowel Disney Junior als Disney Channel. In dit nieuwe programma werden korte gedichten voorgelezen door Maaike Cafmeyer, Chris Van Tongelen, Tine Van den Wyngaert en Ingeborg. Voor Ingeborg kwam dit aanbod als een geschenk uit de hemel, waardoor ze zich plots weer piepjong voelde. “Het moment dat Disney me vroeg om mee te doen met “Disney Poëzie” dacht ik: eindelijk! Bij woorden als betovering, schoonheid, puurheid en magie denk ik meteen aan Disney. Alle films lopen goed af en dat is een belangrijke voorwaarde voor een levenskwaliteit. Deze boodschap geef ik zelf ook graag door. Disney zit in mijn cellen, want vanaf dag drie in mijn leven werd ik al door mijn ouders Mickey Mouse genoemd. Door dromen, durven en doen is alles bereikbaar in het leven en hierdoor zijn al mijn dromen die ik als kind had dan ook uitgekomen.

Dit even terzijde, maar in een verloren moment vertelt Ingeborg weleens over haar zusje dat na de geboorte snel overleed. In augustus 1965 stierf haar zus, die eveneens Ingeborg heette. Een jaar later werd Ingeborg dan geboren en haar ouders besloten haar dezelfde voornaam te geven. Zij werd daarmee het meisje dat in het gezin de wonden moest helen, het meisje dat ‘s avonds altijd haar gebedje bad waarin zij sterk geloofde omdat zij aanvoelde dat het werkte.

Ingeborg trekt in 2011 nog eens naar buiten, deze keer met de show “Het beste van mezelf – Ingeborg zingt 20 jaar”. Zij wordt daarbij op piano begeleid door Patrick Hamilton en op gitaar door haar zoon Robin Keyaert. Zo was ze vrijdag de achttiende november te zien en te horen in het cultuurcentrum Scharpoord in Knokke-Heist. In de maand mei van 2012 wordt het album “Het beste van mezelf – Ingeborg zingt 20 jaar” uitgebracht. De promotekst klinkt als volgt: “Een cd om te genieten van leuke, relativerende liedjes in nieuwe versies als Ping pong, Verlangen tot succesnummers als Waarom, Door de wind, Als je doodgaat en Als dat gebeurt. Liedjes die door de jaren heen alleen maar sterker geworden zijn, omdat sommige wijn nu eenmaal beter wordt als hij de tijd krijgt om te rijpen. Ingeborg zingt de sterren van het dak.

In de maand mei van 2016 laat Ingeborg plots van zich spreken wanneer ze, tot groot jolijt van velen, plots opduikt in het programma “Van Gils en Gasten” op Eén, waar ze in dolle vreugde uitbarst wanneer Laura Tesoro als allerlaatste wordt afgeroepen voor de finale van het Eurovisiesongfestival. De heisa rond haar vreugdekreet en dito sprong begreep ze achteraf niet zo goed, want ze uitte toch maar gewoon haar oprechte vreugde. Op internet werd het na haar weerzien op Eén een drukte vanjewelste, want haast iedereen wou haar meteen terug op het scherm. “Geef die vrouw opnieuw een eigen tv-programma“, zo schreeuwde de inhoud. Aan journalist Paul Cobbaert van De Zondag vertelde ze daarover: “Die reacties vind ik fijn, dat stop ik niet weg. Ik heb over een programma op tv weleens met Luk Alloo gebrainstormd. Ik zou zeker nog iets kunnen doen voor televisie. Het is geen hongergevoel, want ik mis het niet, maar vanuit de idee iets aan te bieden, lijkt het me wat. Er zijn nog zoveel waardevolle dingen in dit leven die het nieuws niet halen en tv is een krachtig medium. Ik zou zeker nog iets kunnen doen voor televisie, maar nu nog niet. Als ik zo’n jaar of vijfenvijftig ben.” Op de vraag of ze nog met muziek bezig is, antwoordt ze: “Ik ben bezig met een nieuw muzikaal project, en toen ik met gitarist Tom liedjes aan het maken was, voelde ik weer hoe moeiteloos dat gaat. Muziek leunt zo dicht aan bij wie ik ben. En toch, vreemd genoeg, zet ik dat aspect af en toe on hold. Ik ben blij dat het nu weer een mooie plek krijgt in mijn leven. We gaan maandelijks samen zingen met al wie dat wil en dat moet uitmonden in een nieuwe cd. Het zullen liedjes worden met een sterke tekst, liedjes die iets te zeggen hebben.”

De vierde oktober 2016 wordt Ingeborg door Jonas Van Geel uitgenodigd in diens VTM-programma “Jonas & Van Geel”. Zij is namelijk zijn jeugdidool. Vlaanderen kon merken dat Ingeborg nog niets van haar talent heeft verloren. Zij nam tijdens de uitzending samen met Bartje en Arthur de kijkers nog één keer mee naar het zolderkamertje van “Schuif Af”.

De zevende februari 2017 verschijnt de film “Lego Batman” in de bioscoop. Ingeborg leende hiervoor haar stem. Ze speelt namelijk de rol van Sam, de gids van het Schimmenrijk. De Vlaamse stemmencast bestaat voorts uit onder meer Lieven Van Gils, Alex Agnew, Tine Embrechts, Cathérine Moerkerke en Hilde De Baerdemaeker.

Om Ingeborg duidelijk te schetsen zoals zij zich anno 2017 voelt, citeren we deze tekst die we terugvinden op de website van haar levenswerk “De Evolutie”: “Mijn leven heeft een kwaliteit die ik iedereen toewens. Ik geloof in de maakbaarheid van de mens en dat iedereen een expert is in zijn of haar unieke benadering van thema’s, die onderweg in het leven op de voorgrond komen.”

Dat Ingeborg heel wat pijlen op haar boog heeft weten, maar met dit bericht verraste de VRT-persdienst ons de 29 ste juni 2017 toch een beetje. Ingeborg heeft al jaren geen eigen programma meer gepresenteerd, maar toch gaat zij opnieuw een tijdje voor televisie werken. De voormalige tv-presentatrice en zangeres wordt ingeschakeld voor het interne coachingsprogramma van de VRT-nieuwsdienst, dat alle medewerkers de mogelijkheid geeft om bijkomende opleidingen te volgen. Bedoeling zou zijn dat Ingeborg hun gaat leren hoe ze rustig kunnen overkomen op het scherm. Die combinatie van jarenlang tv-werk en ervaring als docente meditatie, maakt van haar dus een ideale coach voor mensen die voor een nieuwsdienst werken.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2017 Daisy Lane & Marc Brillouet

Ferre Grignard

Fernand Karel Louisa Grignard werd vrijdag de dertiende maart 1939 in het Moederhuis aan de Vinkenstraat in Antwerpen geboren! Zijn vader was Fernand Ghislain Joseph Grignard, gehuwd met Maria Helena Joanna Jansen. Na de Tweede Wereldoorlog bouwden zijn ouders een huis in de Letterkundestraat te Wilrijk. Hier zal Ferre het grootste gedeelte van zijn jeugdjaren slijten. Ferre had een broer Roger, die de eenentwintigste augustus 1931 was geboren, acht jaar ouder dus. Vader Fernand, die Nand werd genoemd, was bediende bij de Nederlandse scheepvaartfirma “Ruys & Co”. Zijn vader was daar op zijn beurt trouwens ook al in dienst. Pa was een strenge man, niet makkelijk vatbaar voor andermans ideeën, iets té rechtlijnig. Hij was vrij negatief ingesteld: een goed schoolrapport bijvoorbeeld werd vaak nog op kritisch commentaar onthaald. Moeder was een eenvoudig volksmens die dat compenseerde met goedheid en zachtheid, een vrouw met een hart van goud die haar twee kinderen sterk aan zich bond. Thuis hing er haast altijd muziek in de lucht omdat de radio frequent aanstond. Roger is thuis de slimme, die na het atheneum hogere studies zal aanvatten en ook afronden. Hij gaat handelswetenschappen studeren en zal voor de rest van zijn leven in de bankwereld terechtkomen en daar carrière maken. Meteen na de Tweede Wereldoorlog gaat Ferre naar de Stedelijke Jongensschool op het Kiel. Hij gaat, net als zijn broer, naar de scouts, waar hij tijdens heel wat scoutsmeetings en kampen niet alleen voortreffelijk theater speelt, maar ook graag muziek maakt. Dat samen naar de scouts gaan, vormde een hechte band tussen beide broers. Roger over zijn broer Ferre: “Als kind was hij geen goede leerling op school. Hij had verstand genoeg, maar totaal geen belangstelling voor de leerstof. Zijn schriften stonden vol met tekeningen, daar ging zijn aandacht naar uit, naar het creatieve. Niemand in de familie wist waar die belangstelling of dat talent vandaan kwam. Mijn broer had een zeer zonnig karakter. Het dolce far niente lag hem erg goed. Dat maakte hem blijgezind en opgewekt. Op de lager school was dat geen probleem. Nadien trok Ferre, begin jaren vijftig, naar het atheneum te Berchem. Het eerste jaar moest hij al trissen. Ik liet onze ouders weten dat het misschien goed zou zijn, mocht Ferre naar de Academie voor Schone Kunsten trekken, maar dat zag ons vader niet zo zitten. De academie was volgens hem de springplank naar leegloperij enzovoort. Het werd uiteindelijk het Stedelijk Instituut voor Sierkunsten in de Cadixstraat in Antwerpen. Ferre specialiseerde zich in boekillustraties en behaalde zijn diploma met onderscheiding. Hier leerde hij etsen, tekenen, schilderen enzovoort. Dat hij gestudeerd zou hebben aan de Academie voor Schone Kunsten, is dus een fabel van je zuiverste gehalte. Hij was wel bevriend met de toenmalige directeur, met wie hij al eens een babbeltje sloeg en een pint ging drinken. Vandaar misschien die verwarring.” Tijdens zijn schooljaren richt Ferre naar aanleiding van een schoolfeestje een groepje op. Een wasbord, een theekist, een gitaar en een mondharmonica. Pure skiffle dus, die iets later in blues overglijdt. Zij nemen zelfs aan een liedjeswedstrijd deel, die ze ook winnen, en daarmee is de aanzet voor zijn latere zangcarrière al deels een feit. Roger herinnert zich nog: “In zijn klas zaten er enkele kornuiten die hun mosterd bij de Engelse skiffle van Lonnie Donegan waren gaan halen. Op een goedkope en vrij eenvoudige manier werd er muziek gemaakt. Met enkele akkoorden geraakte je toen al heel ver. Het viel nog in de smaak bij de medeleerlingen ook en zo is dat almaar verder uitgegroeid tot het fenomeen Ferre Grignard.”

Na zijn studies gaat Ferre naar het leger om er zijn dienstplicht te volbrengen. Hij komt terecht in Lombardsijde (Nieuwpoort) bij het luchtafweergeschut. Veel geoefend als militair heeft hij daar niet, want hij mocht onder meer de muren van de officiersmess decoreren met zijn kunsten. Nadien kwam hij bij enkele grafische firma’s terecht, maar dat liep niet van een leien dakje, want in de schaduw en voetsporen van bazen lopen, was niet Ferres sterkste kant. De verstandhouding tussen Ferre en zijn vader wordt daardoor almaar slechter. Die conflicten leiden ertoe dat Ferre het ouderlijk huis in stilte verlaat en alleen gaat wonen.

Dat op zijn eigen poten staan, was geen riante periode. De Ferre gaat in een steegje in de buurt van de Paardenmarkt wonen en vestigt zich daar als kunstschilder. Hij leert er het pleintje de Stadswaag kennen. In de jaren zestig ontdekten kunstenaars deze buurt en werd de Stadswaag zodoende een hip uitgaanscentrum met jazzcafés en experimenteel theater. Het plein met zijn gezellige cafés werd in 1998 trouwens heraangelegd. De contouren van de oude Stadswaag kan je nog duidelijk in het plaveisel zien. De Ferre gaat daar hier en daar op gezette tijden als gitarist en blueszanger optreden. Hij komt op zekere dag in de “Gard Sivik” terecht. Hier krioelt het van de studenten van de academie, maar ook van de nabijgelegen Sint-Ignatius Handelshogeschool. Voor hem een gedroomd publiek. Omdat de Ferre niet uitsluitend van zijn kunstwerken kan leven, begint hij in de “Gard Sivik” als barman. Broer Roger vult aan: “In de Gard Sivik werden er nogal eens jamsessions tussen de muzikanten op het getouw gezet. De bekende, in Berchem geboren jazzmuzicus Jack Sells, die onder anderen samen met Dizzy Gillespie en Lester Young speelde, liet zich daar graag zien en horen, samen met de toenmalige uitbater van de Gard Sivik, Mike Zinzen, zelf een voortreffelijk altsaxofonist. Ook muzikanten van het orkest van Francis Bay liepen daar geregeld binnen. De Ferre kwam hier op zijn beurt in het bluescircuit terecht en is dan dat genre beginnen te zingen en spelen.” Hier leert hij onder meer Wannes Van de Velde kennen, die zich nog het volgende herinnert: “Na mijn legerdienst heb ik een tijdje grafiek gevolgd aan het Hoger Instituut van de Academie, maar ik begon toen stilletjes uit te kijken naar andere dingen. Ik speelde altsaxofoon in de Gard Sivik, bebop. Maar toen ik het gevoel kreeg dat ik stond te imiteren, dat de muziek niet uit mij kwam, ben ik ermee gestopt. Daar heb ik Ferre leren kennen. We speelden regelmatig samen. Liedjes van Leadbelly: Black girl, black girl, don’t you lie to me en Stagger Lee, Freight Train, songs van Woody Guthrie. En blues natuurlijk.Wij kenden dat allemaal, we luisterden naar die platen. En Ferre, die kon dat nog zingen ook. Ik niet, Ferre wel. Hij had in die tijd zo’n hot gitaar, zo’n Franse Cutaway. Het kan ook een Selmer geweest zijn. Soms mocht ik erop spelen. Ik zong toen eigenlijk nog niet, ik speelde flamencogitaar.”

In hun boek “Wit-lof from Belgium” van Gust De Coster en Geert De Bruycker komt de Ferre in zijn typische je-m’en-fousstijl op pagina 64 daarover zelf aan het woord. “Ik speel al twintig jaar gitaar en zing er wat bij. Buiten katten, vogels en een hond, spaar ik voor één giraf, daar ik een tuin heb, waar reeds drie eenden resideren. Ik kreeg een aanbod om te spelen in Griekenland, maar heb het afgewezen daar ik niet van fascisten hou. Ben beginnen te spelen van mijn vijftien jaar, had eindelijk een gitaar gekregen, speelde in parochiehuizen en voor de communisten. Later werd ik barkeeper in café Gard Sivik in Antwerpen en speelde met baas Johan plus vele anderen. Daar is Fingertips gestart met wasbord te spelen. Later in café De Muze is George “Toot” Smits mee gaan spelen. Met Pasen zullen we gezamenlijk eieren rapen in het Antwerps Stadspark, iedereen is welkom. Ik hou van Charlie Parker, Big Bill Broonzy, Brassens en nog 842 anderen. En ook van een stevige borrel!

In 1964 opent in Antwerpen dus het theatercafé “De Muze” zijn deuren. Dit wordt de place to be voor alternatief Antwerpen. Zijn aanstaande vrouw, kunstschilderes Krie De Vylder, zus van een vriend van de Ferre, leert hij hier kennen. Krie heet eigenlijk Christiana. Zij werd de negentiende april 1944 als Christiana Isabella Petrus Maria De Vylder te Sint-Niklaas geboren als dochter van Alfons De Vylder en Elisabeth Aelbrecht. Zij liep als kind altijd rond met kersrode kaakjes en daarom noemde haar familie haar Kriekje, maar toen ze groter werd, vond ze dat niet meer zo leuk en dus werd het Krie. In de Kuipersstraat in Antwerpen deelde haar broer samen met Ferre een atelier. Daar ontmoette ze hem in de maand januari 1960 voor het eerst. “Neen, het was absoluut geen liefde op het eerste gezicht, integendeel“, weet Krie zich nog goed te herinneren. “Hij trok me wel erg aan. Hij was een heel speciale man. Maar ik hield de boot af, ik was nog veel te jong, nog geen zestien. Maar ik moet blijkbaar de moeite waard zijn geweest, want hij bleef geduldig wachten. Ik vond zijn gezelschap best leuk. Wij schoten goed op met elkaar, vooral omdat wij goed met elkaar konden praten. Dat maakte ook dat we elkaar vaak opzochten. Vooral onze gezamenlijke belangstelling voor kunst bond ons ergens aan elkaar. Stilaan werden we vrienden. Ik had hem graag omdat hij een zachte man was, lief en ook een beetje verlegen. Al die elementen hebben ervoor gezorgd dat we na twee jaar een koppeltje werden. De achttiende september 1962 zijn we dan getrouwd in Antwerpen.” Maar het werd geen sprookjeshuwelijk, integendeel. Ferre was toen nog niet bekend en om de touwtjes aan elkaar te knopen nam hij qua werk aan wat zich aanbood. Krie weet nog heel goed dat ze vaak verhuisden: “We woonden in de Minderbroedersstraat, op het Hendrik Conscienceplein, langs de Sint-Katelijnevest, op Kipdorp, in Belsele en Sint-Niklaas.”

De eerste maart 1963 wordt hun zoon Ferdinand geboren, die meteen als Ferre wordt aangesproken. “Ferre was dolblij en fier met zijn zoon. In het moederhuis schreef hij voor hem de song The Zoo. Hij was een zachte, lieve vader die goed kon spelen met zijn zoon. Als Ferre soms weende of lastig was, speelde mijn man op zijn gitaar en kwam alles weer goed“, aldus Krie.

Walter Masselis, de baas en oprichter van “De Muze” (samen met Tone Pauwels), die toen nog aan de academie in Antwerpen studeerde, speelt een belangrijke rol in de carrière van Ferre. Hij stichtte ook in Kortrijk heel wat cafés, zoals ”De Vagant”, waar er vaak optredens waren. In 1962 opende hij samen met kleinkunstzanger Antoon De Candt artiestenkroeg “‘t Krotekot” in Kortrijk. Hij was eind jaren zestig de medestichter van “Bar Choque” op de Vlasmarkt in Kortrijk en de toenmalige rebelse kroeg “De Shakespeare” in de Jan Persijnstraat. Zijn cafés waren bruine kroegen met muziek op plaat en een lange toog. Walter overleed de eenentwintigste januari 2015. Paul Van Mossevelde omschrijft “De Muze” als volgt: “Een pseudoartiestenkroeg die als een kameleon de modetrends leek te volgen (weliswaar met een zekere voorkeur voor provo- en flowerpowerperiodes) fungeerde een tijdje in Antwerpen als het magische centrum.” Hij voegt eraan toe: “Hier werd Ferre Grignard een soort hogepriester. Hij werd voor de jeugd het idool die voordien bij Dylan, Donovan en het hele kraam hun heiligmaking zochten. Rond ’67, ’68 was hij in Nederland een bewierookte gast en ook Frankrijk en Duitsland waren gelukkig de omvangrijke en baardige verschijning voor een optreden te kunnen lijmen. Daarenboven klonk de Ferre zo negroïde-Amerikaans dat er de meest wilde gissingen werden gedaan over de toekomst van zijn zangcarrière.”

In “De Muze” werd aan jong talent de kans geboden zich wat in de kijker te spelen en te zingen: Jan De Wilde, Wannes Van de Velde en Ferre Grignard. Ferre begon hier eveneens als barman, maar door zijn almaar groeiende succes bij het aanwezige publiek gaat hij vaker optreden, elke donderdag, samen met George Smits op gitaar en mondharmonica en Miel De Somer op wasbord. Daarover Walter in een gesprek met Humo, de eenentwintigste oktober 2013: “Toen ik juist De Muze had opgericht, is Ferre Grignard bij mij begonnen als barman. Tappen, daar was hij niet slecht in, maar ik wist dat hij nog beter gitaar kon spelen en zingen. Zodoende heb ik hem een keer een akoestisch optreden laten geven op een donderdagavond, zeg maar bij wijze van experiment. Daar kwam zo veel volk op af dat ik hem heb gezegd dat hij iedere donderdagavond mocht optreden – ik zou dan wel in zijn plaats achter de toog gaan staan. En zo gezegd, zo gedaan. Aanvankelijk speelde hij nog op z’n eentje – ik had een micro en geluidsversterking gekocht, dus het hele café kon hem horen – maar algauw had hij een heel groepje rond zich verzameld, met een extra gitaar, een bas en een wasbord. Na een tijdje ben ik op het idee gekomen om van Ferres populairste nummertje Ring, ring, I’ve got to sing een singletje te maken. We zijn het dan gaan opnemen in een Antwerpse club waar ze een bandopnemer hadden staan, en daarna hebben we het laten persen op vijfhonderd exemplaren, die we voor een klein bedrag aan de klanten verkochten. In een mum van tijd waren die de deur uit.” Gelukkig is die originele opname met onder meer gitarist George “Toot” Smits bewaard gebleven. Over George even het volgende dat we van Wikipedia meepikken: in de jaren zestig was hij een lid van de band van Ferre Grignard. Smits was ook actief als acteur in enkele films en maakte deel uit van de Antwerpse undergroundkunstscene (bijvoorbeeld het “Ercola collectief”, hij maakte ook deel uit van de Fred Bervoetsband en was medewerker van Panamarenko). Naast zijn muzikale carrière was hij actief als schilder, striptekenaar en als experimentele muzikant met zijn eigen radioprogramma voor Radio Centraal. Dit radioprogramma, uitgezonden in de nacht, gaf Smits de motivatie om zich steeds meer te richten op het maken van muziek, met behulp van instrumenten en effecten die hij zelf had ontworpen, maar ook geleidelijk nieuwe elektronische hulpmiddelen. Bij de radio-omroep werkte hij onder het pseudoniem Captain Zbolk.

In 1965 staat Ferre Grignard op de affiche van “Jazz Bilzen”. Daarover lezen we in het boek “Jazz Bilzen, tijd voor muziek” van Koenraad Nijssen, dat in 2009 verscheen: “Aan de overzijde van het Kanaal zetten The Beatles alle meisjesharten in vuur en vlam. Maar in Bilzen valt de keuze op jazz: licht rebelse muziek die zowel bij de jeugd als bij ouderen populair is. Op zondag 5 september willen de organisatoren (bestuursleden van het plaatselijke Davidsfonds) een amateurfestival op kwalitatief hoog niveau brengen met tussen de hobbygroepjes enkele professionele acts. Ondanks het mindere weer komen toch honderden betalende bezoekers opdagen. Onder hen ook een horde beatniks die voor de obscure Ferre Grignard supporteren. Hij blijkt de revelatie van het festival. Voor de toegangsprijs van vijftig frank krijgt het publiek in Bilzen zestien bands te zien met als top of the bill Champion Jack Dupree.”

Een jaar later siert Ferre opnieuw de affiche en lezen we daarover in hetzelfde boek: “De sixties swingen volop en in de hitlijsten is het al beatmuziek dat de klok slaat. De nieuwste supersterren heten Bob Dylan, Nancy Sinatra en The Beach Boys. Maar in Bilzen zweren ze bij deftige jazz. Na het succes van de eerste editie wordt het festival uitgebouwd tot een driedaagse: op vrijdagavond een formidabele showavond met Vlaamse tieneridolen, op zaterdag jazz voor de jeugd en op zondag Jazz Bilzen, dat vooral op een bezadigd publiek van dertigers, veertigers mikt. Op de affiche internationale sterren als Carmell Jones en Yusef Lateef en vaderlandse helden als Roland en Ferre Grignard. Die laatste heeft evenwel een geweldige offday en wordt naderhand in de pers afgemaakt.”

Intussen heeft Ferre een jointje leren blowen. De inmiddels overleden Nederlandse protestzanger Armand weet daar nog het volgende over te vertellen: “Ik moest in 1966 met de Ferre in Turnhout optreden. Dat was de eerste keer dat ik met softdrugs kennismaakte. Ik ontmoette toen namelijk de tekstschrijver van Ferre, Jef Hermans, en die haalt op een bepaald moment een joint boven. Hij had voordien in Congo verbleven en had daar leren blowen. Wat velen niet weten, is dat Antwerpen eerder een centrum was van de blowscene dan Amsterdam. Pas nadien heeft het zich naar ginder verplaatst.” Dat jaar organiseert Ferres manager Louis De Vries het “Internationale Folk & Blues Festival” in de “Arena” te Deurne. Op de affiche topnamen als Memphis Slim, Julie Felix, Esther & Abi Ofarim, Antoine en uit ons land Les Dollars, Wannes Van de Velde, Hugo Raspoet en natuurlijk de Ferre himself.

Voor Grignard komt iets later de kip met de gouden eieren langs in de persoon van Hans Kusters, toenmalig talentscout bij het Philips-label, die meteen de hitpotentie van Ring, ring, I’ve got to sing onderkent. Hierover zei Hans in een interview met journalist Manu Adriaens: “Niemand in het toenmalige stijve milieu van de platenjongens wilde iets te maken hebben met die ongeschoren, ongewassen, jenever drinkende, verboden sigaretten rokende, slechtgeklede kunstenaar die op blote voeten in hun Brusselse kantoren zijn contract kwam tekenen. Maar ik ben een Zuid-Hollander, ik hield zowel van carnavalsmuziek als van dixieland, wat dan weer verwant is met skiffle. En Grignard speelde blues met een skifflebezetting. Toen ik hem voor de eerste keer hoorde, wist ik dat ik een halfgod had ontmoet.” Een platendeal met Philips was snel gesloten en er werd een gloednieuwe versie van Ring, ring, I’ve got to sing ingeblikt. Naast Ferre zaten toen in de studio: George Smits op gitaar en mondharmonica, Emilius Fingertips op wasbord en Johan Koopmans op contrabas. Hans gaf later in een gesprek met ons toe dat toen hij het nummer voor de eerste keer hoorde, hij niet doorhad dat het liedje zo commercieel was. Wel viel hem van in het begin de poëtische tekst op, geschreven in een voor die tijd behoorlijk Engels, dat erg neigde naar slang-Amerikaans.

Tijdens het gala van de “Eregalerij” werd Ring, ring, I’ve got to sing op vrijdag de negende november 2007 in het “Casino van Knokke” postuum gelauwerd. De jury schreef in haar rapport: “Ring, ring, I’ve got to sing klinkt als ‘n typische jaren 60-protestsong die door iedereen kan worden meegezongen. Die ook een enorm breed publiek aanspreekt door een goede tekst die heerlijk doorleefd door Ferre Grignard vertolkt wordt. Het liedje kan op gelijk welk podium gebracht worden en is een perfecte weerspiegeling van de jaren zestig. Het nummer gaat over het racisme dat nog altijd heerste bij de Afro-Amerikaanse bevolking ten tijde van de oorlogen in Korea en Vietnam. De Ferre schetst in zijn songs op zijn manier een beeld van de maatschappij hoe die er in zijn tijd uitzag, wat er allemaal om hem heen gebeurde. Hij goot die in simpele pop- en bluessongs.” Die avond werd ook een award uitgereikt aan Kris De Bruyne voor zijn chanson Amsterdam en kreeg Hans Kusters, toeval of niet, diezelfde avond de trofee “Onvergetelijk”. De Kreuners keerden naar huis met een ereplaats voor “Een Leven Vol Muziek”.

De dertigste april 1966 staat Ring, ring, I’ve got to sing op de tiende plaats genoteerd in de Top Dertig. In Frankrijk covert Claude François, in een productie van Les Reed, het nummer. Hij schrijft samen met Vline Buggy de Franse tekst C’est moi… c’est moi.

De veertiende juli 1966 schrijft Humo de volgende bijdrage over het fenomeen Ferre Grignard tijdens hun interview met hem: “Hij hangt als een, met zeewier overwoekerde, vogelverschrikker over een tafel en heft, ten groet, lauw een handje. De populaire zwarte dophoed is verdwenen en zijn ziekenfondsbrilletje is vervangen door een semimondain loerijzer met lichtgekleurde glazen. Of zijn hemd nog even vuil is als vroeger, valt niet zo makkelijk te ontdekken omdat het nu met wilde pop-blommen is uitgevoerd en het licht in De Muze niet is om over te gillen – waar niemand zich overigens aan schijnt te storen. Je kunt even goed in donker je pilsje uitslurpen als in vol daglicht. “Da’s hier geen kroeg”, opent Ferre bedachtzaam zijn mond, waarbij hij tevens onthult dat een ingrijpen van een onverschrokken tandarts niet geheel overbodig zou zijn, “da’s een slaaphol.” Hierna is het weer even stil. Behalve dan een bloederig gekreun uit een venijnig gekleurde jukebox en de vraag “Wat willen jullie drinken?”, van een juf-met-een-schortje-voor. “La’ maar”, wuift Ferre en graait driftig naar duiten in zijn achterzak. Dan aarzelt hij even en zegt: “Betaal toch maar. Ik ben vergeten om naar de bank te gaan en heb geen stuiver bij me.”

Na de hit met Ring, ring, I’ve got to sing neemt Grignard een langspeelplaat op. Daarover vertelt hijzelf: “Ik zing over het feit dat de mensheid bezig is zichzelf uit te moorden en elkaar het licht in de ogen niet gunt. Dat ieder ras altijd een ander ras zoekt om kapot te trappen. Dat ze liever oorlog maken dan er nog eens rustig over na te denken. Dat ik kots op onze medemens. Er staan een paar traditionals op. Diggin’ my potatoes, Drunken sailor, een rock-’n-rollnummer Maureen, da’s een nummer van mij, en nog zo wat. Een reeks nummers speel ik zelf. Andere maak ik met een viool erbij. Voor de opnamen hebben we er ook een drummer bij, nou ja, zo’n beetje van alles. Ook een liedje met een fanfare, als ze dat kunnen. Ik weet nog niet in welk nummer, maar dat zie ik wel. Ik wil ook proberen een nummer op te nemen met een kerkorgel, maar ik weet niet of ze me de kerk binnenlaten.”

Op die eerste elpee dus de traditional Drunken sailor en ook dat nummer slaat als single aan en geraakt op het einde van 1966 tot op de zestiende plaats in de Top Dertig. Drunken sailor gaat terug op een oud Engels zeelied. Het was het enige lied dat de matrozen van The Royal Navy mochten zingen tijdens hun lange boottochten. Het is eigenlijk een typische worksong die de crew zong wanneer op grote schepen de zeilen werden gehesen. De melodie werd ontleend aan de oude Ierse dansmelodie Oro, you are welcome home, in 1824 in gedrukte vorm verschenen. De tekst dateert van veel vroeger. Het lied werd intussen vaak bewerkt en gecoverd door onder meer James Last, The Swingle Singers en Pete Seeger. In 1980 scoort de Nederlandse groep Babe, in een productie van Peter Koelewijn, hiermee een hit en een jaar later de Duitse groep Dschinghis Khan, geproduceerd door Ralph Siegel. In 2006 is het de beurt aan Sanne, die het als Dronken zeeman op haar album ” Cowboy’s sweetheart” zet. Een jaar eerder gebruikte Toyota het in een van zijn Amerikaanse commercials.

Over die eerste langspeler lezen we in de pers: “De muzikale begeleiding die Ferre krijgt, maakt veel goed zoals op We want war. Het nummer vat de tijd perfect samen met de overheersing van de Amerikanen in de oorlog rond Vietnam. Maar daarnaast is het ook een nummer om de mensen wakker te schudden om niet zomaar weer in dezelfde val als in 1940-1945 te trappen. Het was een tijd waarvan hij de verhalen zeker gehoord zal hebben omdat zijn ouders die periode intens hadden meegemaakt. En daarom dat het nummer ook die unieke kracht met zich meedraagt. A worried man is een traditional die onder meer door Woody Guthrie en The Carter Family op plaat is gezet. De tweede kant van de plaat begint met het legendarische Hash Bamboo Shuffle 1702. My crucified Jesus mag tot een van de hoogtepunten van het album gerekend worden door het prachtige muzikale arrangement. Maar de tekst moet er ook niet voor onderdoen omdat Ferre daar klinkt als een echte troubadour. Hij vertelt weer een verhaal waarin hij een deel van zijn leven vergelijkt met de manier waarop Jezus zijn tocht ondernam naar Calvarie, waar hij gekruisigd werd.”

In een artikel dat Niels Klerkx in de lente van 2009 publiceerde onder de titel “Er kwamen andere tijden, protestmuziek in Vlaanderen”, lezen we over Ferres toenmalige impact: “Vreemde eend in de bijt was Ferre Grignard, die in het Engels zong. Voor zijn doorbraak in 1966 was hij in Antwerpen al een lokale bekendheid door zijn optredens in zijn stamcafé De Muze. Met Ring, ring, I’ve got to sing scoorde hij plotsklaps een enorme hit. Ook hier kreeg de USA weer een veeg uit de pan, dit keer met een verwijzing naar de discriminatie van de zwarten: “They call me a hound dog, they call me a swine. It’s all because of my color, for their war though I’m fine.” In We want war gaat Ferres machtige stem door merg en been als hij keelt: “We want to hold a gun and shoot.” Geheel in overeenstemming met zijn imago als langharige beatnik, leed Grignard het leven van een bohemien.” Zijn toenmalige manager Louis De Vries voegt daaraan toe: “Ten onrechte werd Ferre weleens als een provoartiest aangeduid. Ferre was nooit politiek of sociaal geëngageerd, maar maakte wel furore in de periode van de provohappenings in Antwerpen en vele sympathisanten zoals de kunstenaars Fred Bervoets of Panamarenko waren zijn vrienden. Bovendien trad hij veel in De Muze op en zat hij er dagelijks zijn pintje of witteke te drinken, zodat de link voor de hand lag. Zijn kleding en uiterlijk gaven natuurlijk ook aanleiding om dat te denken. Anderzijds was er niets fake aan Ferre. Hij zei en deed wat hij wou en kleedde zich ook naar eigen goeddunken. De enige echte happening in volle provoperiode waaraan wij ooit hebben meegedaan, was een commerciële stunt van het platenlabel Phonogram in Amsterdam, waarvan Ferre niet op voorhand op de hoogte was en dat, zoals vooraf verhoopt, de voorpagina van De Telegraaf haalde. Een mooi, maar lang verhaal. Voor de rest beperkte zijn engagement zich tot gratis optredens voor benefiets zoals het Pop for Medicaments, dat ik ten voordele van de Humanitaire Werkgroep X (anti-Vietnamoorlog en medicijnenactie) organiseerde.”

Met die lange haren en zijn rebelse houding was de Ferre een exponent van zijn tijd geworden. Zijn hippie-uiterlijk zorgt ervoor dat hij ook in het buitenland inslaat als een bom met als kroon op het werk niet alleen veel geld, maar ook een optreden in de Parijse “Olympia”. Daarover Walter Masselis in een babbel met Humo: “Dat was een optreden dat ik nooit zal vergeten: eigenlijk speelde Ferre daar het voorprogramma van de grote Franse ster Antoine (een soort Franse blauwdruk van Bob Dylan), maar daar was niks van te merken. Ferre had veel meer succes dan Antoine.” Grignard moet toen toch een beetje trots zijn geweest? Vrienden weten van wel, innerlijk toch, maar hij liet dat nooit blijken. Dat beaamt ook zijn broer Roger: “Er was altijd zo’n zweem van onverschilligheid tegenover dat succes bij hem aanwezig en hij wou die indruk van onverschilligheid naar de buitenwereld in stand houden.” Ferres vader bekeek dat vanop afstand. Er was weinig affectie tussen hen beiden. “Het was niet het succes dat ons vader beoogde“, aldus Roger. “Voor ons vader was succes hebben omhoogklimmen op de sociale ladder. Dat leven van mijn broer, gekoppeld aan tijdelijk succes, zag hij niet zo zitten. Maar ons moeder compenseerde dat rijkelijk. Zij was erg opgezet met het succes van haar zoon. Zij hield dan ook nauwgezet alles bij wat over hem te lezen viel en over hem gepubliceerd werd.”

Vlak na zijn optreden in de Parijse “Olympia” klaagt Grignard het Franse popidool Johnny Hallyday aan omdat die een bewerking had gemaakt van zijn hit My crucified Jesus. Die cover zelf kon hem niet zo veel schelen, maar wel dat Hallyday er een tekst op had geschreven die volgens de Ferre beledigend was tegenover de hippies in het algemeen en Grignard in het bijzonder.

Om de Ferre sterallures aan te meten, stond in zijn curriculum, opgesteld door zijn platenfirma, dat Ferre Grignard aan de Academie voor Schone Kunsten afstudeerde en dat hij in Amerika zijn muzikale inspiratie wat was gaan aanscherpen. Zijn broer Roger weet maar al te goed dat van dat alles niets waar was: “Ferre is nooit ofte nimmer in Amerika geweest. Hij had zelfs een duivelse schrik van vliegen!” Los van de vele mythes die er rond zijn figuur ontstaan zijn, staat het wel als een paal boven water dat Grignard van de dertigste september tot de tweede oktober 1966 optrad in de legendarische “Star-Club” in Hamburg, waar The Beatles vanaf augustus 1960 tot en met eind 1962 nog furore maakten. In diezelfde stad deelde Grignard in 1967 het podium met Jimi Hendrix.

In 1968 treedt Ferre Grignard op in café “De Mok”. Daarover vertelt Wannes Van de Velde jaren later het volgende: “Het is winter en 1968. Ik had vandaag de lessen aan de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten moeten bijwonen, maar ik weet allang dat ik weinig talent heb: mijn naakten lijden aan onderhuidse zwellingen, mijn Griekse koppen vertonen mongoloïde trekken. Ik heb een hele dag gespijbeld en mijn tijd in café De Mok gespendeerd. Het is avond en op de kachel wordt ons eten opgewarmd: worstenbrood in aluminiumfolie. Ferre Grignard is er ook, en Milleke “Fingertips” en George “Toot” Smits en “Elektrieken” Eddy en nog een handvol muzikanten. Een halfuur geleden hadden ze moeten aantreden in Ieper, maar Ieper is ver. Na twaalf wittekes-cola is het zelfs van de landkaart verdwenen. Het is koud en in De Mok ronkt de kachel en een witteke kost er maar twaalf frank en money is only money en hier kunnen ze toch ook spelen. Ferre zingt Captain’s disaster, godzijdank zonder de lp-violen die hem later zullen worden aangepraat door een hitparadeproducer met een strijkstok tussen zijn benen. Ik tokkel zachtjes mee op mijn banjo.”

Ferres carrière schoot als een raket de hoogte in, maar het ging voor hem veel te snel. Van de ene op de andere dag was hij een rijke jongen geworden die op een bepaald moment in het geboortehuis van Peter Benoit ging wonen en zich daar omringde met een twintigtal kameraden met wie hij schilderde en vooral feestjes bouwde en zich letterlijk lazarus dronk. Dat rijkelijk bestaan vloekte evenwel met zijn zwerversziel. Hij wilde “echt leven”! Hij wilde de nonchalante zanger blijven waarvoor men hem aanzag en adoreerde. Hij maakte van zijn inkomsten een behoorlijk zootje. Hij hield er geen boekhouding op na, hij weigerde systematisch zijn belastingen te betalen, wat verzandde in een ruzie met Vadertje Staat, die na een tijdje al zijn inkomsten uit royalty’s ging blokkeren. Hij kreeg het in de loop van de jaren zeventig ook aan de stok met zijn platenfirma Philips. Het was zijn toenmalige manager Louis De Vries die Grignard verpatste aan de grote Franse firma Barclay. Walter Masselis: “Ferres optreden in de Olympia was zo’n groot succes dat een week later de beroemde Franse producer en platenbaas Eddie Barclay ineens in De Muze stond om Ferre het hof te komen maken. Drie dagen heeft hij hem met allerlei beloftes het hoofd op hol gebracht. Hij zou van hem de vedette van Parijs maken en wat al niet meer. Uiteindelijk had hij beet. Ferre heeft aan een cafétafel in De Muze zijn contract met Barclay getekend. Het domste wat hij ooit gedaan heeft, want er is toen een juridische strijd tussen Barclay en Philips begonnen die drie jaar heeft geduurd, met als uitkomst dat beide partijen Ferre hebben laten vallen. Volgens mij is dat de doodsteek geweest voor zijn carrière. Ineens kon hij geen nieuwe plaat meer uitbrengen en had hij geen steun meer van een platenfirma. Tot overmaat van ramp werd zijn inboedel in beslag genomen wegens achterstallige belastingen.”

Zijn troubles met platenfirma Philips is een periode waarin Ferre tot overmaat van ramp geen nieuwe songs mag inblikken en er ook geen platen meer worden uitgebracht. In 1969 lanceert Barclay nog snel de elpee “Captain Disaster”. Releases moesten toen vooral geld opbrengen, het moest sowieso commercieel klinken. Op dit album horen we een andere Grignard dan we tot dan toe gewoon waren. In Tell me now zijn er zelfs strijkers binnengeslopen. Zijn stem wordt vervormd. Ferre durft zelfs hier en daar te experimenteren. De productie is in handen van Ricky Stein en de arrangementen worden geschreven door Jean-Claude Petit, bekend van zijn producties voor onder meer Claude François en Alain Chamfort. Captain Disaster wordt op single uitgebracht met op de B-kant Tell me now. We lezen daarover: “Een opmerkelijk weetje is dat Ricky Stein de plaat “Captain Disaster” producete en dat hij nadien de manager van Fela Kuti zou worden. Het album deed niet echt veel en nadien zou Ferre nog meer problemen hebben.”

Met zijn broer Roger houdt Ferre sporadisch contact. Hij springt af en toe wel eens binnen. “Onze werelden lagen ver uit elkaar. Hij vond de sfeer en het milieu waarin ik mij bewoog erg bourgeois. Ook het huis dat ik betrok en het interieur lagen hem niet. Té oubollig. Niet dat we in de clinch lagen daarover, maar hij moest dat toch even kwijt“, aldus Roger. Dan waren er ook nog zijn zuster en zijn moeder die veel voor Ferre deden, vaak voor hem in de bres sprongen. “Toen hij nog niet succesvol was, woonde hij op diverse plaatsen. Ik heb eens geprobeerd die locaties te inventariseren, maar dat is hopeloos. Meestal vloog hij de straat op omdat hij de huur niet betaalde. Mijn moeder en mijn tante gingen daar dan poetsen om het wat leefbaar te maken. Zij zorgden er ook voor dat de koelkast gevuld bleef, dat er eten op tafel stond. De enige die echter probeerde begrip op te brengen voor datgene waar hij mee bezig was, ben ik blijkbaar geweest“, vult Roger met volle overtuiging aan.

Het huwelijk met Ferre was intussen voor Krie geen makkie. “Met de komst van zijn succes ging hij almaar meer drinken en doken er almaar meer vrouwen in zijn leven op. Dat zorgde voor veel spanning tussen ons. Wij besloten in 1969 uit elkaar te gaan. Er was ook vaak geldgebrek waardoor ons huwelijk niet meer leefbaar was.” Die scheiding valt de Ferre zwaar. Zijn vriend Wannes Van de Velde zei daarover: “Ferre was getrouwd met Krie de Vylder, een bloem van een vrouw uit Sint-Niklaas, een van de lieftalligste vrouwen die ik ooit heb gekend. Bon, samen hebben Krie en Ferre een zoon, ook een Ferre. Op zekere dag, en tamelijk overnight, gaan die twee uit elkaar. Toen heb ik Ferre zien veranderen, toen heb ik die barst zien ontstaan, een stilte, een zwijgzaamheid, een diepte. Toen heeft hij gerevolteerd tegen zijn eigen ongeluk. Hout barst als het uitdroogt, als het niet meer plooibaar is. Ferre heeft toen een emotionele barst opgelopen. Er was iets gebeurd waar hij niet mee in het reine raakte, iets wat niet kon worden overbrugd. Toen heeft hij gezegd: “Niet meer met mij, ik leef mezelf op, ik leef tomeloos, ik leef zoals ik wil en de rest kan de pot op.” Oké, we maken allemaal zulke dingen mee, wij met vrouwen en vrouwen met ons. Het punt is: hoe reageer je in je machteloosheid? Hoe reageer je op de leegte van dat moment? Ferre heeft dat, denk ik, op zijn manier gedaan. Hij heeft er creativiteit uit geput en die in zijn liederen gestopt. De Ferre van voor zijn huwelijk en die van daarna zijn twee verschillende personen.” Ferre verdiende aardig wat geld, maar kon het niet beheren. De mensen die zijn optredens planden, waren soms de wanhoop nabij omdat hij al eens niet kwam opdagen of omdat hij te aangeschoten was en van die optredens niet veel terechtbracht.

Omdat Ferre zijn zoon na zijn echtscheiding wil blijven zien, wordt er naar een oplossing gezocht. “Na onze scheiding spraken wij om de veertien dagen af bij de grootouders Grignard in Antwerpen. Daar kon Ferre dan zijn zoon ontmoeten. Dat lukte vrij aardig op de momenten dat Ferre nuchter was. Of hij zag zijn zoon tijdens familiefeestjes en vakantieperiodes“, aldus zijn ex Krie. Volgens haar was Ferre niet meer dezelfde als toen ze hem in het begin kende: “Hij veranderde door de drank in een wat afwezige, norse, onverschillige en, volgens zijn vriend Wannes van de Velde, weemoedige man.” Ferre gaat tussendoor ook wel eens met zijn zoon naar de bioscoop en naar de zoo. Die zoon zal later uitblinken als student. Aan de universiteit van Brussel behaalt hij zijn diploma geneeskunde en wordt nadien radioloog, verbonden aan het ziekenhuis te Zottegem. Die vindt het echter moeilijk om over zijn pa te praten omdat de vragen omtrent hem niet altijd fijne herinneringen oproepen en die vragen soms te cru gesteld worden. Intussen telt Ferre Grignard drie kleinkinderen: Amber, Florian Ferre en Aenea. Zij is de meest creatieve van het drietal en droomt ervan in de voetsporen van haar opa te treden. Zij volgt toneel aan het “Ringtheater” te Hamme en nam in 2015 deel aan “De Sterrenstudio”, georganiseerd door Studio 100. In dit programma kunnen would-be podiumbeesten, nachtegalen en danstalenten zich helemaal uitleven op het podium.

Terug naar toen. Grignard sluit in 1972 een nieuwe platendeal, deze keer met Disques Motors, het label van de Franse producer Francis Dreyfus. Hij brengt de elpee “Ferre Grignard” uit. Ferre laat zich voor deze plaat nogal inspireren door Bob Dylan. In het totaal neemt hij acht songs op, waaronder Diggin’ my potatoes (toen al bekend in de versies van Leadbelly en Lonnie Donegan), Cool it baby, Be my guest Lord, She’s back en The Muze. Hij schrijft deze nummers samen met Michel Overkom en Jozef Hermans. Het is duidelijk te horen dat zijn roots toch in de traditionals en de blues liggen. In de studio wordt hij begeleid door onder anderen Derroll Adams op banjo, gitarist Slim Pezin, drummer François Auger en pianist Koen De Bruyne, broer van Kris De Bruyne. In de pers lezen we dat Ferre was geëvolueerd naar een stapje hoger door zijn nummers meer vorm mee te geven en hij was ook veel beter ingespeeld op zijn medemuzikanten, die hier een uitstekende set bij elkaar spelen.

In 1978 zoekt Hugo Spencer contact met Ferre om nog eens een plaat op te nemen. Intussen stond de Ferre terug daar waar hij begonnen was. Hij zat weer stevig aan de drank. Hij gaat opnieuw heel bescheiden wonen. Gelukkig zijn er nog zijn moeder en een tante die hem bevoorraden en zorgen dat hij toch wat geld heeft om rond te komen. Hij geraakt opnieuw in zijn oude biotoop, “De Muze”, verzeild. Hij gaat op het voorstel van Spencer in, wat in de maand april resulteert in de release van het album “I warned you!” Oorspronkelijk heette die plaat “On my dying bed”, maar dat vond de platenfirma niet commercieel klinken. Deze plaat is een soort statement, al zag Ferre het zelf niet zo. Wat te denken van songs als On my dying bed en Orphan Blues. In een productie van Hugo Spencer, die ook de bas bespeelt, wordt de elpee opgenomen in “Studio Soundpush” in Blaricum. We horen ook drummer Luk Kuypers, gitarist Trevor Pape, William Down op mandoline en George Smits op harmonica. Die plaat is ook geen hoogvlieger qua verkoop. Daarover vertelt Bob Leonard, medewerker van Ferres manager, Louis De Vries, het volgende: “Die tegenslagen waren niet zo abnormaal. Dat lag aan de Ferre zelf. Hij lapte nogal graag alle regels aan zijn laars, zeker die van de muziekbusiness. Dat succes in 1966 is ook zo snel gekomen. Hij genoot er met volle teugen van. Hij ging in een mooi herenhuis wonen, het geboortehuis van Peter Benoit, waar hij musiceerde en schilderde, maar vooral feestte met een pak vrienden die daar bij hem inwoonden. Het kwam voor dat hij met een optreden tien- à vijftienduizend frank verdiende en dat hij een paar dagen later honderd frank kwam lenen om brood te kopen. Hij scheurde ook systematisch alle belastingbrieven stuk, zodat na een tijd alle royalty’s automatisch naar de fiscus gingen. Het was één grote knoeiboel!” Hans Kusters is er nog altijd van overtuigd dat die breuk met Philips Ferres carrière definitief de mist in heeft geholpen. Krie bleef al die tijd met haar ex contact houden. Ook zij weet nog goed dat hij in de knoei zat met de belastingen: “Hij had in geen drie jaar nog belastingen betaald. Zowat alles wat hij bezat en verdiende, werd aangeslagen. Dat gebeurde vooral via Sabam, zijn auteursrechten werden via die weg door de belastingen geïnd. Wat trouwens nog steeds zo is. Hij kon alleen maar overleven dankzij de steun van zijn ouders en zijn broer Roger, die wat orde probeerde te brengen in zijn paperassen, voor zover dat tenminste nog lukte.” In 1979 werd de inboedel van Ferre Grignard openbaar verkocht.

Begin jaren tachtig wordt Grignard ziek, erg ziek! In het ziekenhuis stellen de dokters keelkanker vast. “Dat hij ongeneeslijk ziek was, heeft hij mezelf verteld“, aldus Krie De Vylder. “Hij heeft het wel niet meteen aan zijn ouders verteld, hij hoopte nog op herstel en wou hen op die manier sparen. Hij bleef in zijn binnenste nog enige hoop koesteren. We hebben elkaar in die periode veel gezien en we hebben veel gepraat. In de mate van het mogelijke heb ik ervoor gezorgd dat hij onze zoon zo veel mogelijk kon ontmoeten.” Zijn broer herinnert zich nog dat Ferre in het ziekenhuis tekeningen is beginnen te maken in Oost-Indische inkt. Die werden tentoongesteld in Galerij “De Zwarte Panter” van zijn vriend Adriaan Raemdonck.

Via het OCMW van Antwerpen geraakt Ferre Grignard aan een appartementje waar hij de laatste weken van zijn leven kan slijten. Hij overlijdt de achtste augustus 1982, op 43-jarige leeftijd, in het Universitair Ziekenhuis van Edegem. Hij rust op het Kleine Erepark R van het Schoonselhof in Antwerpen. In Gazet van Antwerpen lezen we: “Zaterdagmorgen kwamen familie en vele vrienden uit de beginjaren bijeen bij het graf van Grignard op het Schoonselhof. Nadien woonden ze het hommageprogramma in Galerij De Zwarte Panter bij. Broer Roger was er, zijn eerste vrouw Krie, zijn zoon en zijn boezemvriend Fred Bervoets. Ook aanwezig waren de Muze-stichter Walter Masselis, Ferres eerste manager Bob Leonard en Hans Kusters, die hem een contract bij Philips bezorgde. Over de hommage waren sommige intimi wat teleurgesteld, want noch Rick de Leeuw & Jan Hautekiet, noch Ariadne Van Den Brande & Jokke Schreurs durfden het aan om een nummer van Ferre Grignard te zingen. Ze hielden het op tijdgenoten als Bob Dylan en Leonard Cohen. Uit eerbied. “Als singer-songwriter was Grignard een pionier in België”, verzekert Jokke Schreurs.”

In 1998 neemt Roland Van Campenhout voor zijn album “Waltz” een cover op van Ferres Hash Bamboo Shuffle. “Ferre Grignard is een hele grote, en ik vind het uiterst jammer dat ik hem nooit aan het werk heb kunnen zien, wegens helemaal voor mijn tijd. Gelukkig is er zijn muziek nog, alhoewel die ook slechts uiterst spaarzaam op cd is uitgebracht. De releasepolitiek van de platenmaatschappijen laat soms te wensen over, en als je dan ziet wat voor brol er wel allemaal uitgebracht wordt met veel toeters en bellen, doet het pijn om vast te stellen dat een oorspronkelijk talent als Ferre Grignard maar heel mondjesmaat meer in de cd-bakken te bespeuren valt.”

In 2001 wordt van de tweede februari tot de vijftiende april in het Provinciaal Centrum “Arenberg” de retrospectieve tentoonstelling “Ferre Grignard, zanger-schilder” georganiseerd. Talrijke persoonlijke documenten, zeldzame platenhoezen, foto’s, etsen, een vijftigtal tekeningen en schilderijen belichten minder bekende aspecten van deze legendarische figuur. Pronkstuk is zijn gitaar! In De Standaard lezen we daarover: “De expositie over de Antwerpse zanger-schilder Ferre Grignard blijft niet hangen bij een handvol relikwieën in strikte zin (zijn gitaar, zijn hoed, een haarlok), maar ontkracht de mythes. Het maakt het verhaal des te aangrijpender. De opening van de tentoonstelling ging met gepaste schroom gepaard. De expositie wordt door de provinciale overheid georganiseerd. Laten we eerlijk zijn: toen Grignard nog onder ons was en zijn inboedel op deurwaardersbevel werd geveild, hadden overheden weinig interesse voor zijn neergang. “Het is een beetje opgevat als een relikwieënexpositie”, zegt samensteller Adriaan Raemdonck, na enige aarzeling. Ook dat is niet zonder gevaar: relikwieën hebben iets sacraals, maar zijn ook dode materie. De expositie is voor Raemdonck maar een vingeroefening, een uitnodiging tot meer. Er hoort een catalogus bij, een piepklein boekje. Naar Ferre is een asteroïde genoemd, ontzettend klein: diameter 12,3 km, vanop aarde volstrekt onzichtbaar.” Adriaan voegt hier in Gazet van Antwerpen aan toe: “Ferre is begonnen en geëindigd als beeldend kunstenaar. Adembenemend zijn de luchtkathedralen die hij vlak voor zijn dood realiseerde. Daarop neemt hij afscheid van zijn ziekte en vliegt hij weg naar de eeuwigheid. In zijn expressief oeuvre is ook veel zelfspot. Maar hij had ook oog voor het mystieke. Dat Fred Bervoets hem vaak heeft geportretteerd, was niet enkel te danken aan hun vriendschap, maar ook aan zijn ‘typisch kunstenaarshoofd’. De lange haren, het ronde brilletje en de wazige drankoogjes konden op een monumentale manier worden uitvergroot.”

Dat Grignard in Vlaanderen zijn sporen heeft verdiend en nagelaten, staat buiten kijf. Vooral een aantal groepen uit de Antwerpse pop- en rockscene geven toe dat ze door Ferre Grignard zijn beïnvloed met voorop dEUS en Zita Swoon. In 2002 schrijven Wigbert Van Lierde en Bart Plouvier het boek “Captain Disaster” over het wel en wee van de Ferre. Het Ferre Grignardplantsoen in de buurt van de Zwaantjesstraat wordt naar hem genoemd en zelfs de bescheiden asteroïde YP5 draagt zijn naam. Voeg daar nog de Eregalerijonderscheiding voor zijn bekendste song Ring, ring, I’ve got to sing aan toe en je hebt het concrete bewijs dat we de Ferre nog lang niet vergeten zijn. Wigbert gaat dat jaar on the road met zijn tour “Yellow You, Yellow Me”, genoemd naar de gelijknamige meezinghit van Ferre uit 1967. Het wordt een hommage aan de Ferre middels zijn bekende en minder bekende songs.

In het CC “Sint-Andries” in Antwerpen liep van de eerste tot en met de negenentwintigste april 2011 een expositie over het leven en werk van Ferre Grignard: kunstenaar, muzikant en vooral ook dwarsligger, zoals zij hem afficheerden. “De culturele en maatschappelijke omwentelingen die in de jaren zestig plaatsgrepen, waren de setting voor zijn merkwaardige leven.” De oogst van zijn talenten werd tentoongesteld in beelden afkomstig uit herinneringen van vrienden en collecties van verzamelaars.

Maandag de eenentwintigste oktober 2013 zond Canvas in de reeks “Belpop”, in een regie van Tom Theunis en een productie van Griet Boulat, een portret uit van de Ferre. Daarmee werd de zesde reeks afgesloten. In het persbericht staat: “Ferre Grignard was altijd authentiek, een fenomeen van zijn tijd, de uitvinder van de antiprotestsong, met het potentieel om wereldberoemd te worden, als hij niet het slachtoffer van zijn eigen keuzes was geworden. Belpop tekent de verhalen op, maar zoekt ook naar de waarheid. Bepaalde mythes over Ferre zijn immers door hemzelf in gang gezet, want tijdens interviews fantaseerde hij erop los. Deze documentaire werd ingekleurd met getuigenissen van onder anderen zijn broer Roger Grignard, zijn echtgenote Krie De Vylder, de uitbater van “De Muze” Walter Masselis, manager Louis De Vries, gitaristen Bov Poncelet en William Deckers en kunstschilder Fred Bervoets.

In 2014 verscheen bij Universal de langverwachte verzamelbox “Ferre Grignard Integraal”, met daarin, naast zijn vier albums, de cd “Lost Tracks” met daarop onder meer liveversies van songs als Drunken sailor, Alabama Sound en Ring, ring, I’ve got to sing. In de laatste aflevering van het zesde seizoen “Belpop” focuste Canvas op maandag de eenentwintigste oktober 2013 de uitzending op de zingende barman Ferre Grignard. “Hij werd een ster tegen wil en dank!”

Donderdag de twaalfde februari 2015 was de muziek van Ferre Grignard voor het eerst in jaren weer te horen in “De Muze”. De groep The Hash Bamboo Shuffle bracht die dag moderne versies van Grignards klassiekers op het podium van het Antwerpse café “De Muze”. The Hash Bamboo Shuffle, een band bestaande uit muzikanten van wie de vaders Ferre Grignard nog goed gekend hebben, bracht iets eerder een plaat uit waarop nummers als Ring, ring I’ve got to sing, Drunken sailor en We want war een eigentijdse versie kregen.

En wat met de nabestaanden van Ferre Grignard? Krie De Vylder, die intussen met pensioen is, maar anno 2016 nog bijklust in enkele musea in Sint-Niklaas, praat nog met veel warmte over hem. “Ik denk nog vaak met veel weemoed aan die mooie en gelukkige momenten die we samen hebben doorgebracht. Natuurlijk is er onze zoon, op wie ik erg trots ben, en de drie kleinkinderen. Onze zoon houdt de gedachte aan zijn vader in stilte levendig. Hij heeft zowat alles wat zijn vader heeft geschreven en opgenomen in zijn bezit. Hij praat daar ook vaak over met zijn kinderen, die zich intussen de muziek van opa eigen hebben gemaakt.” Zijn broer Roger: “Ik denk dat mijn broer, menselijk gezien, in de eerste plaats een eerlijk en rechtschapen man was. Niet alleen tegenover zichzelf, maar ook tegenover anderen. Daarnaast leefde hij in zijn eigen wereld en hield de mensen graag voor de gek. Het liefst nam hij met de journalisten een loopje door hen tijdens interviews diverse feiten op de mouw te spelden. Hij flirtte graag met de waarheid. HIj hielp met diezelfde graagte mee de mythe in stand te houden.”

35 jaar na het overlijden van Ferre Grignard vernemen we via de media op woensdag 24 januari 2017 dat “De Muze” definitief de deuren sluit. De zaak zal failliet worden verklaard. De Muze” was méér dan vijftig jaar een vaste waarde aan de Melkmarkt in Antwerpen. Financieel ging het “De Muze” al een tijdje niet voor de wind. Wat er verder met het café zal gebeuren, is nog onduidelijk.

Hoe blij zou Ferre geweest zijn, mocht hij dit nog hebben kunnen meemaken. De 23ste maart 2017 lezen we in “Gazet van Antwerpen” dat barman Joris Vyt het café heeft overgenomen en de zaak heeft opgefrist zonder wat aan de autenthieke sfeer te veranderen. “De Muze hoort bij Antwerpen. De afgelopen maanden was er een donker gat op de Melkmarkt. Blij dat die periode nu voorbij is”, aldus een trouwe en opgetogen klant. Op donderdag 23 maart gingen omstreeks zeven uur de deuren voor het grote publiek weer open.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2016 Daisy Lane & Marc Brillouet

 

 

 

 

 

Bart Peeters

Over een creatieve duizendpoot schrijven, is geen gemakkelijke opgave, want zo’n verhaal kan diverse kanten uit. Iets over Bart Peeters neerpennen, is eerst en vooral een keuze maken. In dit overzicht beperken wij ons dan ook tot zijn muzikale prestaties, want aan zijn avontuur met The Radios besteden wij op onze site een aparte bijdrage. Wij belichten in dit overzicht uitsluitend zijn solo zangcarrière.

 

Bart werd de dertigste november 1959 in Mortsel geboren. Hij weet van zijn ouders dat hij niet de mooiste baby op aarde was. Iets later wordt zijn broer Stijn geboren die nu zijn baas is, zorgt dat alles in goede banen wordt geleid. En dan is er zijn zes jaar jongere zus die zich als onderwijzeres verdienstelijk bezighoudt met kinderen met leerstoornissen. Papa Peeters was van opleiding acteur die nog samen met Dora van der Groen in de klas heeft gezeten. Hij acteerde ooit nog samen met Julien Schoenaerts en speelde in zijn vrije tijd mee in een cabaretgroep. Toen pa zijn toekomstige vrouw ontmoette, moest hij kiezen tussen haar of acteren, want acteur werd in die tijd niet aangezien als een eerbaar beroep. Hij stapt over naar de VRT waar hij opklimt tot studiomeester bij de televisie. Mama was lerares esthetica aan het Sint-Jozefinstituut in Wijnegem. In hun vrije tijd speelden pa en ma in het amateurgezelschap “Arlecchino” in Lier. Iets later zullen hun drie kinderen ook in dat gezelschap optreden. Stijn en Bart vormden als kind een onafscheidelijke tandem. Thuis werd de garage omgevormd tot een soort theater waar poppenkast werd gespeeld. Bart leverde de teksten en maakte de poppen. Nadien werden kinderen uit de buurt opgetrommeld om samen met hen musicals op te voeren waarbij Bart regisseur en tekstleverancier was. Hij speelde toen al drums en gitaar, maar broer Stijn was dé ster van de show, de Michael Jackson van dienst. Dat feest duurt tot Stijn achttien wordt en aan Bart komt vertellen dat hij als vedette niet meer beschikbaar zal zijn, want hij gaat voor architect studeren. Broer Stijn zal zich de jaren nadien ontpoppen tot een architect waar je niet omheen kon kijken met op zijn palmares een ganse wijk in Vilvoorde, het kantoorgebouw van Woestijnvis en diverse bouwprojecten in Nederland.

Bij de nonnen in de Nieuwstraat in Duffel gaat Bart tot en met het tweede leerjaar naar school. Vanaf het derde leerjaar trekt Bart naar de Jan Frans Willemsschool in Boechout. Zijn middelbare studies volgt hij aan het Pius X Instituut in Wilrijk. Na zijn middelbare studies behaalt hij zijn masterdiploma Germaanse Talen aan de UFSIA en specialiseert zich ook nog in theaterwetenschappen aan de UIA. Vreemd genoeg zal niemand in de loop van zijn carrière naar enig diploma vragen, niet hier in Vlaanderen en ook niet in Nederland. Tijdens zijn middelbare studies krijgt Bart privéles klassieke gitaar. Aan de muziekacademie van Lier volgt hij notenleer. Op zijn veertiende wordt de gitaar geruild voor het drumtoestel. Vrij snel speelt hij mee in groepjes waarvan de leden een pak ouder zijn dan hij. Zij moeten hem op de een of andere manier dus wel muzikaal vertrouwd hebben. Rock à la Yes was aan de orde van de dag om zich eind jaren zeventig schuldig te maken aan punk.

Met Hugo Matthysen, Jan Leyers en Marc Kruithof richt Bart met enkele medestudenten van de universiteit van Antwerpen het groepje Beri Beri op. Covers maken hun repertoire uit. Bals zijn op dat moment hun afzetgebied. Jaren later gaat elk zijn eigen weg. Jan Leyers richt Soulsister op, Hugo Matthyssen zijn groep de Bomen en Bart Peeters vindt zijn gading bij De Radio’s, de latere The Radios. Op zijn achttiende wordt Bart opnieuw verliefd op de akoestische gitaar. Op dat Radiosverhaal richten we dus op onze site apart de spots.

De fans van The Radios fronsten de wenkbrauwen toen Bart in 1994 als zijn alter ego de vuilbekkende, oerdomme friturist Vettige Swa, neerzet als drummer in de band The Clement Peerens Explosition  (Clement Peerens had vormgekregen bij Studio Brussel in “Het Leugenpaleis”) en dat in het gezelschap van Ronny Mosuse en Hugo Matthysen. Hier kan hij als kameleon een deel van zijn overdosis energie kwijt. Bart mag zich lekker laten gaan in nummers als: Foorwijf, Als ik er ene geef, en Jezus wwd! Vrouwlief Ann verteert dit met de nodige appetijt. Zij had Bart leren kennen toen zij zeventien en hij achttien was. Op zijn dertigste vraagt Bart haar ten huwelijk en komen er snel kinderen. Dochter Nona is net als papa germaniste, dochter Winnie is pedagoge en dan volgt de veel jongere zoon Pablo. Het jaar 2000 is ten huize van Peeters een echt rampjaar. Robert Mosuse sterft aan de gevolgen van een hersentumor en Ann en Bart moeten hun niet-levensvatbare baby Jimmy loslaten. Dat rotjaar verwoordt Bart iets later in het nummer Soms sneeuwt het in de lente gebaseerd op een nummer Sometimes it snows in April van Prince. The Clement Peerens Explosition blijft voor Bart een leuke uitlaatklep tot in 2008 wanneer hij wegens gehoorproblemen dient af te haken. Zachtere decibels vinden zijn oren sinds toen ietsje méér welkom.

In 1990 wordt de medewerking van Bart Peeters gevraagd voor het hommagealbum “Turalura” waarvoor hij een versie neerzet van de Turahit Linda. Tura zal hem trouwens de zesde, zevende en achtste november 1998 uitnodigen tijdens “Tura in Vorst ’98″.

In de slipstream van het VTM-programma “De Vliegende Doos” verschijnt Barts eerste Nederlandstalige soloplaat met daarop liedjes uit die tv-reeks. In 1995 wordt dat album op het EMI-label uitgebracht met daarop twaalf liedjes in een productie van Ronny Mosuse. Het is een leuke kinderplaat met daarop liedjes als: Joske de neushoorn, Een zeeleeuw lust geen kaas, Lieve kleine Anja. Qua muzikale begeleiders doet Bart op deze plaat een beroep op Evert Verhees, Jean Blaute, Walter Mets en Eric Melaerts.  Er wordt tijdens de maanden augustus, september en oktober opgenomen in de Galaxy Studio in Mol. De reacties op het album zijn positief. Deze samenwerking met Ronny Mosuse als producer smaakt naar nog. Bart wil van af dan bewijzen dat je net zo goed in het Nederlands kan zingen, al hanteert hij liever in dezen het woord Vlaams, als in het Engels. Als je een goede tekst schrijft, bekken die woorden  even goed als de Angelsaksische.

In 2002 is er zijn theatertournee “Zonder Circus”. Bart wil de perceptie die het publiek van hem heeft, bijsturen! Hij wil niet langer de fantast zijn die in bijvoorbeeld de “Droomfabriek” alle wensen tegemoetkomt. Op het podium mag het voor hem iets eenvoudiger, simpeler qua aanpak. Hij en zijn gitaar zijn de enige attributen die aan bod komen. Gek genoeg wordt deze sobere aanpak een groot succes. Pas nu kregen de mensen door dat Bart een echte muzikant is in hart en nieren. Hij houdt dat twee jaar vol in de Vlaamse zalen. Veertien liedjes uit die productie belanden op het album “Het plaatje van Bart Peeters”. Een moeilijkere titel is niet nodig: “Omdat Ronny en ik vonden dat alle platen moeten proberen te klinken zoals The Beatles, nodigden we in de studio naar hartenlust fijne muzikanten uit. We deden zoveel mogelijk live-takes, alles tegelijk de plaat op met de strijkers achteraf. Ronny wilde voorkomen dat ik te veel zou nadenken tijdens het inblikken“. Deze keer wordt er opgenomen in Studio Jet, Studio Ronny, Studio Frank en de Arenbergschouwburg. Vijftien muzikanten moeten het klankdecor invullen, gaande van Geert Waegeman over César Janssens tot en met Ad Cominotto en Ivan Smeulders. Bart leeft zich als liedjesschrijver uit in: Als zij met haar zuster belt, De puzzel, Mag er zijn, Prachtig in het blauw en het schitterende Heist aan zee. Bart heeft daar een appartement waar hij en zijn familie elke zomer naartoe trekken, dus autobiografischer kan haast niet.  En dan is er  de klassieker Poolijs, door Bart aanvankelijk geschreven voor The Radios als Teardrops, te horen op hun laatste album. In die periode van The Radios hadden zij het iets té geschaafd en beschaafd op plaat gezet. Voor Bart mag het nadien méér folky klinken, als een Hongaarse csardas, regelrecht uit de poesta. Van dat album komt er ook een dubbelaar op de markt met aanvullend drie liveliedjes en een twee uur durende dvd met daarop de registratie van de theatershow. Bart zei over dat album: “Omdat het bloed kruipt waar het niet gaan kan, heb ik een plaatje gemaakt in mijn eigen taal. Voor mijn veertigste durfde ik dat niet. Ik verschool me liever achter toeters, bellen en de taal van The Beatles. Na je veertigste lijkt popmuziek soms wat potsierlijk, dus had ik mijn elektrische instrumenten weggegeven aan mijn post-grunge-neefjes. Op vakantie in Frankrijk met mijn gezin betrapte mijn vrouw me op kleine akoestische, autobiografische liedjes in het Vlaams. Met die idee trok ik in m’n eentje, zonder het hele circus, naar de theaters en Vlaanderen genoot ervan.”

In 2005 neemt Bart voor het album “Viva Tura” zijn versie op van In mijn caravan. Een jaar later omringt Bart zich met de dames Belle Perez, Sandrine en Barbara Dex voor het Gordellied van dat jaar Er kan altijd nog een tandje bij. Het jaar nadien zingt hij in het programma “Zo is er maar Eén” zijn versie van Omdat ik van je hou van zijn vriend-collega Raymond Van het Groenewoud.

In 2006 is er het album “Slimmer dan de zanger” met daarop vertalingen van enkele grote jongens uit de popmuziek, onder meer Riccardo Cocciante en Bob Dylan. Voordien had Bart al zijn vertalende tanden gezet in Dylans Tangled up in blue die Bob in 1975 had geschreven voor zijn album “Blood on the Tracks”. Alleen het woordje blauw leende Bart omdat hij bij het schrijven van zijn liedje terugdacht aan hun trouwdag toen Anneke een blauwe jurk droeg. Er wordt opgenomen in Studio BC en Studio Ronny. Producer van dienst is Jo Francken al heeft die tijdens de opnamen méér de indruk dat Bart zowel de artiest als de producer is en hij de technicus van dienst. Na een tijdje gaan zij echter aanvullend werken en staan beiden ook keurig apart als producers op de hoes vermeld. Het repertoire van Bart is meteen vijftien liedjes rijker. Vooral Piet Van den Heuvel mag niet alleen meeschrijven, maar ook laten horen dat hij een goede percussionist is en een gitarist en feilloos aanvoelt wat Bart precies wil. De dertiende april 2007 wordt  de show “Slimmer dan de zanger” op Eén uitgezonden en verschijnt ook op dvd. Die staat acht weken op één in de Ultra Top Tien en van het album zelf worden twintigduizend exemplaren verkocht, gelijk goed voor platina. Over de titelsong is Bart apetrots. Hij is fier dat hij die tekst zelf in mekaar heeft geknutseld, dat die slimmer klinkt dan de zanger zelf. Hij mailde die toen meteen naar Ronny die hem nog geen drie uur later een mp3′tje stuurt en klaar was Kees. Gelachen ten huize van Peeters wordt er nog steeds met het liedje Mannen zijn simpeler dan vrouwen. Toen Bart dit aan zijn vrouw liet horen, merkte zij op dat zij dat al sinds haar jeugdjaren weet. Qua opbouw begint het liedje op een eenvoudige gitaar om nadien uit te monden in een storm van blazers, een muzikale gefliptheid waar Bart tuk op is. “Slimmer dan de zanger” wordt ook snel een tournee waarvan Eén op de negende en elfde mei een verzameling hoogtepunten uitzendt.

In 2007 levert Bart met veel plezier zijn bijdrage aan het album “Braveau Clouseau” dat in de maand september van dat jaar wordt gereleaset als eerbetoon aan twintig jaar Clouseau. Bart zingt geheel in zijn eigen stijl een van dé Clouseauklassiekers bij uitstek Domino.

In april 2008 horen we Bart tijdens “Zo is er maar Eén” op Eén in de categorie “Hartzeer” een ontroerend mooie versie neerzetten van Voir un ami pleurer van Jacques Brel in de vertaalde versie van Johan Verminnen Een vriend zien huilen kan ik niet. De veertiende april staat hij fier als een gieter te zingen en te springen tijdens zijn tournee “Slimmer dan zanger” in het legendarische Carré in Amsterdam. Een minuut voor ze moeten optreden, zijn ze nog druk in de weer in de cafétaria met een partijtje tafelvoetbal en verschijnen zij iets te laat op het podium, wat in een tempel als Carré not done is. Duizend vijfhonderd Nederlanders genieten die avond echter met volle teugen van hun muziek. Diezelfde week staan zij ook op de affiche van “Nekka Nacht” waarbij zij dan ook nog eens geflankeerd worden door Ramses Shaffy, Raymond Van het Groenewoud, Hannelore Bedert en Jan De Wilde. Een mens zou voor minder door de knieën gaan, maar Bart houdt zich méér dan staande. De sfeer was namelijk erg relaxed. Hij ervaart dat optreden als één groot muzikaal bad. In de pers lezen we: “De creatieve duizendpoot kon dankzij zijn podiumprésence, zijn hoog entertainmentsgehalte en vooral zijn multigetalenteerde begeleidingsband in een handomdraai het publiek met zich meekrijgen. Hits als Poolijs, Aaa, Messias en Liefde is Alles werden bij momenten meegebruld en van de eerste tot de laatste seconde werden de toeschouwers meegesleept in songs die over de kleine dingen van het leven gaan“. Spelen voor een groot publiek is leuk, nochtans prefereert Bart iets meer kleinschalige concerten, al staan zij die zomer op de affiches van “Beleuvenissen”, “Suikerrock” en “Marktrock”. Hij speelt liever een aantal keren méér dan toe te geven aan optredens in het “Sportpaleis” of zo. Laat dat maar aan de heren Clouseau over. “De Roma” bijvoorbeeld ligt hem beter. De omvang van die zaal speelt het contact met het publiek in de hand, er kan oprechter live gemusiceerd worden.

Augustus 2008 presenteert Bart het gitaarboek “De gevaren van zes snaren” dat hij samen met Yurek Onzia in mekaar heeft geknutseld. Het boek telt 111 pagina’s en werd uitgegeven door The House of Books. Het is een praktische handleiding bedoeld voor mensen die geen gitaar kunnen spelen, maar het graag willen leren. Duidelijk en eenvoudig worden in diverse stappen de technische kneepjes uitgelegd. Traditionals, songs van Prince en Bob Dylan en het werk van Bart Peeters zelf vormen de basis van dit handig speelboek.

De vijfde september 2008 wordt het album “De hemel in het klad” geboren. Bart heeft met Jo Francken duidelijk afgesproken dat zij als een Siamese tweeling aan het project gaan beginnen. Twee producers voor één plaat waaraan ook nog eens zo’n achttien muzikanten meewerken, is niet niks en het mag wat kosten ook. Peeters staat er immers op dat zijn muzikanten voor het volle pond betaald worden, er wordt niet zomaar wat bijgeklust. De namen liegen er dan ook niet om: Bert Joris, Bert Embrechts, Tom Vanstiphout, Jean-Pierre Vanhees, Nico Schepers enz… Bob Porter mag de blazers arrangeren en Mathieu Le Boudec de strijkers. De vaste band van Bart is er ook met de heren Mike en Ivan Smeulders, Piet Van den Heuvel, Emile Verstraeten en Abdellah Marrakchi, een tovenaar op percussie. Samen met Piet en Ronny schrijft Bart de liedjes en blikt ook Er is geen een zoals jij van Raymond Van het Groenewoud in en vertaalt Damien Rice met graagte. De opname, en ook diegene die nadien zullen volgen, is zo duur dat Bart met platenfirma EMI een deal heeft dat hij de opnamekosten zelf betaalt, de platenfirma verdeelt. Dit geeft Bart een gigantische vrijheid. De firma mag niet bepalen welke richting de plaat uit moet en ook niet welke liedjes er al dan niet op moeten. Omdat zij nog voldoende albums omzetten, eindigt elk verhaal meestal op een break- even, al geeft Bart ruiterlijk toe dat hij soms in Nederland shows is gaan presenteren om het verlies van een of andere plaat te compenseren. Nederlanders betalen immers rijkelijk. “De hemel in het klad” levert heerlijke liedjes op die op de radio grijs worden gedraaid. Denk je soms nog aan mij?, een schoolvoorbeeld van een heel snelle bevalling, in een handomdraai samen met Ronny Mosuse geschreven. Op single zit er voor dit nummer de eenentwintigste februari 2009 een zesde plaats in de BRT Top Dertig in. “De hemel in het klad” ontlokt aan de pers het commentaar “Weer of geen weer, bij Peeters schijnt altijd de zon! Peeters’ beslissing om enkele jaren geleden de Engelstalige popmuziek in te ruilen voor Nederlandstalige liedjes werd met veel ongeloof en kritiek beladen. Maar zijn platen werden tot nu toe met goud en platina getooid. Met “Slimmer dan de zanger” bevestigde hij zijn sterke reputatie als Vlaamse zanger. Zijn derde plaat “De hemel in het klad” is echter de kers op de slagroomtaart. Bart laat zijn muzikale kunnen hoogtij vieren en we worden al vanaf het eerste nummer ondergedompeld in een feeëriek luisterspel. Dit album is een schot in de roos. De teksten getuigen van een grenzeloze creativiteit en het muzikale jasje eromheen flirt zowel met vrolijke wereldmuziek als met verruimende kleinkunst. Meermaals ontsnapte ons bij het horen van de veelvuldige kwinkslagen op de plaat een gegiechel. Peeters mag dan geen topzanger zijn, de nummers die hij schrijft, passen hem als gegoten. Neem daarbij nog een schare topmuzikanten en je weet dat dit een heerlijke plaat is die nooit achteraan in onze platenkast zal belanden. Veelzijdigheid is zijn tweede natuur. Maar méér dan een opgewekte tv-presentator en acteur is Bart een bevlogen muzikant en singer- songwriter. Op “De hemel in het klad” overtreft hij zichzelf, het is een gevarieerd album geworden waarop hij afwisselend gevat en ontroerend het aardse bestaan doorlicht.”

November 2008 is er ook de release van het album “Het kinderplaatje van Bart Peeters” met daarop onder andere Toeterlied en Kniktiklaas. Dit album was al eerder dat jaar in de maand maart verschenen bij het blad “Libelle”.

Door zijn optredens in Vlaanderen en Nederland groeit de positieve kritiek in de media. Bart wordt uitgeroepen tot een van de beste performers in de Benelux. En hij geniet van die titel! Om geen misverstanden te creëren: in Vlaanderen treedt Bart veel méér op dan in Nederland, dus Vlaanderen is en blijft zijn biotoop. In Nederland komen alleen nog de grote theaters in aanmerking, de Nederlandse festivals worden intussen achterwege gelaten. Beschonken noorderburen zijn aan Bart en zijn bandleden niet meer besteed, daarvoor leent hun repertoire zich al lang niet meer. Internationaal is Bart intussen met mate uitgeweken naar Frankrijk en Marokko waar zij fantastische optredens hebben gegeven. Die wisselwerking tussen festivals en theaters heeft Bart nodig. Op festivals laat hij zich gaan als performer, in theaters is hij eerder de singer-songwriter. Hij voelt zich wél een zanger met beperkingen, want een zanger pur sang is in de ogen van Bart iemand als Helmut Lotti. Nu zijn de zangers waar Bart zelf erg van houdt beperkter qua stemomvang, een vergelijking met schuurpapier gaat dan beter op. Hij dweept met zangers als Tom Waits, Boudewijn dlle Groot en Bob Dylan. Een hemels stemgeluid reserveert Bart liever voor engelen. Trouwens in het Nederlands zingen op een belcantomanier is veel moeilijker dan je denkt.

Bij VTM hadden ze in 2010 een onderzoek gedaan in het programma “Het perfecte plaatje” met daarin als onderdeel de zoektocht naar de ideale echtgenoot. In dit verhaal was Bart Peeters verkozen tot de ideale man, voor de gelegenheid  gehuwd met Dina Tersago als de ideale vrouw. De familie Peeters wist niet wat zij hoorde. “Bart is allesbehalve ideaal“, klonk het daar in koor. Die eretitel wordt wel gereserveerd voor het volgend album “De ideale man”. Omdat Bart trouwer is dan een hond, gaat hij ook deze keer samenwerken met producer Jo Francken en trommelt hij zijn vaste band weer op, in de studio aangevuld met een rist muzikanten waaronder: De Murga Armada, Het Cosy Brass Quartet, Les étoiles de Bruxelles en het Steylaerts Quartet. Broer Stijn mag uitvoerend producent zijn. Veertien liedjes sieren het album met naast de titelsong Vervaldag dat Bart samen met Jan Leyers schreef, Een echte vrouw dat hij na lang aandringen bij Alicia Keys en haar A woman’s worth dan toch mag vertalen en Matongé dat hij samen met Emile Verstraeten schrijft. Van dit album verschijnt ook een luxe-editie met daarop zeven livesongs en een extra dik boekje voor de fans. In de pers lezen wij dat er applaus is op alle banken voor de teksten die met de nodige humor en zelfspot worden gebracht, gedragen door melodieën en arrangementen die ons kippenvel bezorgen. Nogal wat liedjes zijn autobiografisch. In Terlenka keert hij terug naar zijn middelbare school, Het menselijke brein heeft het herseninfarct van zijn vader als invalshoek en De ondoordringbaarheid van Mortsel is een knipoog naar zijn thuisbasis. In het liedje Matongé geniet Bart van zijn samenwerking met de Congolese gitarist Dizzy Mandjeku. Rood in Parijs zal elke automobilist die zichzelf ooit in de lichtstad klemreed in de buurt van de Arc de Triomphe bekend in de oren klinken. Graag gehoord bij Radio 2 uit dat album is het nummer Zelden of nooit waarmee Bart de twintigste november 2010 zelfs tot op vier geraakt in de Radio 2 Top Dertig.

De drieëntwintigste juni 2011 speelt Bart samen met zijn groep tijdens de achtste editie van het “Timitarfestival” in Agadir, een van de topfestiviteiten in die regio. Hij was door Brahim El Mazned gespot tijdens het “Sfinksfestival” in Boechout. Die wil Bart het koste wat het kost naar Agadir halen. Hij mag daar de drieëntwintigste juni de affiche delen met sterren als Goran Bregovic, Hindi Zahra en Amadou & Mariam. Bart geeft daar die donderdagnacht op Place Bijaouane het beste van zichzelf. Soms is er aan zijn fantasie geen tegenhouden en pept hij de sfeer op door “Waar is dat feestje?” speels te vertalen als “Où est la boum?” Voor de gelegenheid heeft hij trouwens een aantal van zijn klassiekers in het Frans laten vertalen. Zijn zus is romaniste en is met een Fransman getrouwd, dus de vertaling klinkt behoorlijk. Sommige zijn op het randje van het prettig gestoorde af: Poolijs wordt Film noir en Er kan nog altijd eentje bij klinkt die dag als C’est le ciel qui tombe sur la tête. Bij dit alles gaan in Marokko zo’n vijftienduizend Marokkanen uit de bol, al verstaan zij soms geen jota van wat Bart staat te zingen omdat een pak van hen, Berbers zijnde,  geen Frans spreken. Het is vooral de sfeer die het hem daar doet. Bart ziet zelfs vrouwen in boerka gekleed dansant compleet uit de bol gaan. Hij wordt daarbij geruggensteund door violist Emile Verstraeten, percussionist Abdellah Marrakchi, backing vocalist Piet Van den Heuvel en de accordeonisten Smeulders en Smeulders. Zij durven het aan nog eens een liedje van The Radios uit de kast te halen en zo zorgt I’m into folk voor een zee van enthousiasme.

Eind 2011 houdt Vlaanderen heel even de adem in. Bart laat weten dat hij de riem even wil afgooien. Hij heeft samen met broer Stijn de optelsom gemaakt: vier studio-albums, tien jaar onafgebroken op tournee, achthonderd uitverkochte voorstellingen in Vlaanderen en Nederland. Van 2008 tot 2011 had hij elk jaar tijdens de MIA-Awards de trofee van “Beste Nederlandstalige Artiest” gewonnen. Een muzikale adempauze is méér dan welkom. Bart gaat de komende jaren een frisse neus halen. Hij moest de voorbije jaren ‘s nachts proberen de knop om te draaien, want hij is in zijn hoofd de hele tijd met muziek bezig. Hij krijgt vaak ‘s nachts een idee en staat dan op om die op cassette te zetten. Hij luistert ook vaak naar zijn eigen platen, vooral de live-versies, want dan hoor je pas echt hoe goed en vaardig je bent. “Naar jezelf kunnen luisteren, is net hetzelfde als naar jezelf in de spiegel kijken. Als je dat niet kan, zit je opgezadeld met het Kurt Cobainprobleem en zeg je om de haverklap “I hate myself and I want to die”. Voor je het weet, pleegt zo iemand zelfmoord.” EMI brengt een verzamelalbum uit onder de toepasselijke titel “Het beste en tot nog eens”. Het is een collectie van tweeëntwintig liedjes beginnend met Poolijs en eindigend met Niets of niemand houdt ons tegen. Voorzichtig als hij is, schrijft Bart op de binnenflap: “We hebben vier platen gemaakt in tien jaar, dat is best veel. We doorbreken nu wat bijna logisch werd: de vijfde plaat komt er niet in 2012, ze komt er pas nadat we allemaal een frisse neus zijn gaan halen… Tijdens de festivals in de zomer van 2011 dacht ik soms “Oeps, beter wordt het nooit, méér mag je niet willen, dit is het plafond”. Het is natuurlijk nooit verboden om door het plafond te knallen… maar mocht ons dat lukken, dan zeker niet meteen, vandaar deze tussenstand. Maar let wel, dit is geen verdwijntruuk!”

In de zomer van 2014 blokletteren de kranten “BART PEETERS IS TERUG!”, de zanger bedoelen ze, want op tv konden we hem al die tijd regelmatig terugzien. Bart heeft een pak van zijn vrije tijd in het schrijven van liedjes gestoken. Het resultaat daarvan horen wij op zijn album “Op de Groei”, een mix van folk, cabaret, wereldmuziek, zelfs een beetje hiphop en een streepje jazz. Zijn vrienden en lievelingsmuzikanten mogen hem ook deze keer omringen: Ivan en Mike Smeulders, Piet Van den Heuvel, Emile Verstraeten én Amel Serra Garcia Die bende werd in de Motor Music Studio en de Ace Studio & Studio Dam uitgebreid met nog eens zeventien muzikanten waaronder Tom Vanstiphout, Piet Goddaer, Carlo Mertens en Kobe Proesmans. Ook deze keer slaan Jo Francken en Bart Peeters hun producershanden in mekaar. De uitdaging is groot, want zijn vorige vier albums bereikten alle de dubbele platinastatus. Zijn liefde voor zijn habitat schrijft hij samen met Hugo Matthysen en Victor Hidalgo neer in het liedje Boechout. Met zijn buurman Jan Leyers pent hij Konijneneten. Samen met Tutu Puoane zingt hij Dicht bij mij. In de BRT Top Dertig mogen we vertellen dat hij de zevende februari 2015 tot op de negende plaats is geraakt. Bart scoort in het najaar gelijk een dikke radiohit met het door hemzelf geschreven Lepeltjesgewijs. Hij zingt het de zevenentwintigste september 2014 naar de tweede plaats van de Vlaamse Top Vijftig. Het album staat binnen de kortste keren op één in de Ultra Album Top Tweehonderd en dat vier weken na mekaar. Naar aanleiding van de release heeft De Gazet van Antwerpen het over het feit “dat Peeters de afgelopen jaren een sabbatical inlaste en dat die periode voor hem een reflectie is geweest. Op de groei is een album waarop de zanger zichzelf onder de loep neemt”. Natuurlijk koppelt Bart aan dit album een heuse tournee waarvoor hij de negende oktober 2014 in de “Arenberg” in Antwerpen de aftrap geeft. En hij zal er zijn handen vol mee hebben, want de maanden nadien zullen tot in de lente van 2015 steden als Brugge, Hasselt, Turnhout, Kortrijk, Sint-Niklaas, Strombeek, Tongeren, Aalst, Roeselare en Heist-op-den-Berg de revue passeren. De vaste bende die op zijn album speelt, gaat mee de boer op. De Morgen schrijft over zijn première: “Naast de vertrouwde classics was er uiteraard vooral aandacht voor de nieuwe plaat. Bij de meeste artiesten is dat een obligate oefening waarbij het publiek beleefd de rit uitzit, om dan loos te gaan bij de greatest hits, maar niet bij Bart Peeters. “Op de Groei” is namelijk een even veelzijdige als uitstekende plaat geworden die onderstreept dat hij ook in deze fase van zijn carrière blijft evolueren. Na zijn lange sabbat staat hij weer op de plek waar weinigen de concurrentie met hem op het podium aankunnen.” In De Standaard lezen we: “Bart Peeters kreeg een warm welkomstapplaus van zijn publiek, een mix van vijf generaties. Amel Serra Garcia speelt met een ziel die in het evenaarswoud gerijpt is. Het liedje Op de Groei over dochters zien opgroeien, was een warm hoogtepunt. Soms benaderde het concert, net als de nieuwe plaat, klassieke muziek. Dan weer was het volop carnaval, met lepelpercussie, jolige cowboybewegingen en grappige bindteksten. De jazz- en wereldmens in Bart Peeters loopt nu echt voor op de popmens. Die zit ook nog in hem, maar meer uit gewoonte.” Samen met Tutu Puoane zingt Bart op het album “Op de groei” Dicht bij mij. In de Radio 2 Top Dertig mogen we vertellen dat hij de zevende februari 2015 tot op de negende plaats is geraakt.

Midden juni 2015 verschijnt de single Laat de mensen dansen waarin onder meer Bart Peeters, Marcel Vanthilt, Pieter Embrechts en Slongs Dievanongs over de overkapping van de Antwerpse Ring zingen. Zij willen hiermee  een lans breken voor de overkapping van die Antwerpse Ring en de actie Ringland onder de aandacht brengen. De VRT is er snel bij om het lied niet in hun rotatielijst op te nemen. Dat bevestigt Hans Vangoethem, woordvoerder van de VRT. Eerder meldde Gerrit Keremans, muziekcoördinator van de VRT al dat “elk nummer dat een politiek standpunt inneemt onder de loep moet worden genomen“. Nu is beslist dat het nummer niet neutraal is en dus niet zal gedraaid worden.

Aan de pers laat Bart Peeters snel weten “Dit is geen politiek lied”.  Ook Marcel Vanthilt begrijpt de terughoudendheid niet.  “Ringland is geen initiatief van een politieke partij of een of andere gekleurde groepering. Het is een voorstel om de mobiliteit in en rond Antwerpen op te lossen” aldus Marcel Vanthilt. “We nemen een milieubewust standpunt in. Ringland is geen initiatief van een politieke partij of een andere gekleurde groepering, maar een voorstel om de mobiliteit in en rond Antwerpen op te lossen.” De commerciële zenders Q-Music en Joe-FM beslissen vrij snel om Laat de mensen dansen eveneens niet te programmeren.Net voor Allerheiligen 2015 brengt Bart Peeters Wat nog komen zou opnieuw uit. Hij zong dat nummer voor het eerst in 2012 voor de slachtoffertjes van de busramp in Sierre. Oorspronkelijk schreef hij de tekst voor Robert Mosuse met wie hij in de jaren negentig bij de band The Radios speelde. Robert bezweek in 2000 aan een hersentumor. Vijftien jaar later krijgt het nummer opnieuw een emotionele betekenis voor Bart. Hij plaatste zaterdag de eenendertigste oktober een nieuwe clip van Wat nog komen zou als een eerbetoon aan zijn in januari 2015 overleden vader.

De dertiende november 2015 hadden in Parijs enkele terreuraanslagen plaats. De eenentwintigste moest Bart optreden in Dilbeek.  Hij begon dat optreden met het lied “Hemel”. Dat was gericht aan de slachtoffers van de aanslagen in Parijs. Peeters kreeg er bijzonder veel lof voor. Hij voelde dat  hij anders moest beginnen dan bij een gewone show. Hij had geen keuze, op een steenworp van Molenbeek. Het optreden liet een diepe indruk op hem na: “Er hing iets vreemds in die zaal. Iedereen was komen opdagen, hoewel het openbaar vervoer plat lag. Voor de deur stonden gewapende ordediensten met wapens. Nooit eerder meegemaakt. Eens ons optreden bezig was en de sfeer goed zat, kwamen ze binnen staan om mee te neuriën. Zo werd het toch nog gezellig.” Die avond zong Bart als inzet “Hemel”, een nummer dat hij net voordien in nog geen drie kwartier had neergepend. Hij speelde al een tijdje met het idee. “Je vindt er geen maagden, geen lepels van goud. Die heilige geschriften zijn verwarrend en oud. Er staat niet geschreven dat elke zot mag misbruiken en moorden in de naam God. Want God is liefde en zeker geen haat. Geen reden voor misbruik of een nepkalifaat. Het staat in de Bijbel en in de Koran: zonder liefde kan de hemel niet bestaan.” Toen de tweeëntwintigste maart 2016 Brussel werd geteisterd door terreuraanslagen dook “Hemel” plots op het internet op en was het enkele dagen later al méér dan drie miljoen keer bekeken. Bart werd ook her en der gevraagd om dit liedje voor radio en televisie te komen zingen. Volgens Bart is het liedje echt slimmer dan de zanger: “Dat mensen daar troost in vinden en er hun verdriet een plaats mee kunnen geven, maakt me trots.”

Vrijdag de negenentwintigste 29 april 2016 verschijnt “Bart Peeters – Live 2015 2016”, het ultieme live album voor wie de magie van een avondje Bart Peeters in huis wil halen. Deze cd biedt een imposant overzicht van de Nederlandstalige carrière en grootste hits van Bart Peeters, alsook een best of selectie van zijn meest recente album “Op De Groei”. In het totaal twintig livesongs, opgenomen in de loop van 2015 en 2016 tijdens Bart Peeters’  uitverkochte “Op De Groei-tournee”.

De 17de september 2016 speelden Bart en zijn Ideale Mannen hun voorlopig laatste concert. Iedereen haalt nu een frisse neus om er in oktober 2017 terug te staan. Bart doet tijdelijk een kleine solorit. Met de “Alleen & Zonder Plan solotoer” grijpt Peeters tijdelijk terug naar hoe het vijftien jaar geleden allemaal begon. Een gitaar en twee lepels vormen zijn gezellen. De concerten starten zonder vooraf bepaald plan. Er is enkel de garantie dat hij zich volledig zal laten gaan als muzikant, entertainer, maar niet als danser. Voor velen is dat laatste een geruststelling. In de pers lezen we: “In het intieme karakter van deze show mogen we even in zijn ziel kijken. Peeters is een podiumdier. In zijn eentje wil hij blijkbaar méér op de lachspieren dan op de oren werken. De moppen komen zo naturel over dat we bijna zouden geloven dat hij ze niet heeft ingestudeerd. Zijn optreden neigt deze keer meer naar cabaret dan naar kleinkunst.” Bart ging met deze toer de 1ste oktober 2016 van start in zaal “Ariadne” te Heverlee, om de 18de mei 2017 af te ronden te Merksplas.

In de week van de derde tot en met de zesde april 2017 verving Bart Peeters, Lieven Van Gils in diens talkshow “Van Gils en gasten”, voor de gelegenheid “Bart & gasten” genoemd.  Donderdag de 6de  april nam Bart voor de laatste avond de honeurs waar en deed dat op een speciale manier. De uitzending stond deels in het teken van ”Iedereen tegen kanker”, de actie van Eén en Kom op tegen kanker waarbij Vlamingen worden opgeroepen om samen actie te ondernemen tegen kanker. Voor een zeer speciale samenwerking verliet gastheer Bart voor heel even de studio. Hij kreeg namelijk het idee om kankerpatiënten al zingend een hart onder de riem te steken. Bart zette zelf een actie op poten om samen met de meisjes van K3 de kinderen die in het UZ Gent op de afdeling kinderonco verblijven, met liedjes te verrassen. “Optreden voor kinderen die vechten tegen kanker is een heel intense ervaring. Op zo’n dag raak je doordrongen van respect voor de kinderen, hun ouders, broers, zussen en hun begeleiders.” Ook Klaasje, Marthe en Hanne van K3 waren onder de indruk van het bezoek: “Natuurlijk wilden we er samen met Bart voor zorgen dat de kinderen even alles konden vergeten en gewoon samen zalig liedjes zingen. Het was een intense dag met veel emotie, maar we hebben vooral veel lachende gezichten gezien.”

In 2017 is Bart te gast tijdens het programma “Liefde voor Muziek” van VTM. “Muziek mogen maken met en voor Koen, Kris, Natalia en andere topartiesten, dat hebben ze mij echt geen twee keer moeten vragen. Van mij mocht echt álles gecoverd worden in om het even welke versie. Ik wilde verrast worden. En of ik verrast ben geweest!“, aldus Bart.  Maandag de 8ste mei 2017 kwamen zijn liedjes aan de beurt. Isabelle A vertolkte Lepeltjesgewijs in het Frans Dormir en cuillière. Natalia zong, met The Radios en Robert Mosuse in gedachten, Teardrops, Josje bracht Ontdooi me, Lady Linn Wat nog komen zou dat zij vertaalde als Raindrops on a leaf, Gers Pardoel schitterde met Hemel en Clouseau She goes nana. Op het einde brak Bart als hulde aan zijn vrouw Anneke los een vertaling van Johnny Guitar Watsons Booty, Ooty Als jij met je billen en je heupen shaket. De 22ste mei verscheen de verzamelaar “Liefde voor Muziek” waarop Bart te horen is met zijn versies van Blank of zwart van Isabelle A, Tele-Romeo van K3 en Nobelprijs van Clouseau. Met méér dan 20.000 verkochte exemplaren werd het album binnen de kortste keren met platina bekroond.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2016 Daisy Lane & Marc Brillouet

Willy Sommers

Willy Sommers mogen we toch wel rekenen bij de bekendste zangers die Vlaanderen heeft voortgebracht. Hij was het die aan het begin van de jaren zeventig in de Vlaamse hitlijsten de strijd durfde aan te gaan met Will Tura en Jimmy Frey.

De negende augustus 1952 wordt Willy De Gieter in Ukkel geboren, vijftien maanden na de geboorte van zijn zus Viviane. De familie woont op dat moment in Sint-Martens-Lennik. Papa, Frans De Gieter, is handelaar in tweedehandsauto’s. Mama, Margriet Vandersmissen, zorgt thuis voor het gezin. “De zondagvoormiddag mocht ik mee naar de garage naar de auto’s gaan kijken en af en toe mocht ik ook eens achter het stuur plaatsnemen. Vandaar dat ik ook een enorme autofanaat ben geworden en gebleven.” Thuis wordt er graag naar muziek geluisterd, maar zeker zo graag muziek gemaakt en vooral gezongen. “Mijn vader zong in een koor, dus thuis hing er altijd muziek in de lucht. Thuis werd er ook echt over muziek gepraat samen met mijn vader en mijn opa. Wanneer mijn grootvader ging optreden, was dat gratis. Na een aantal liedjes te hebben gespeeld, gingen ze in de tent rond met een muts en zo werd er geld opgehaald. Ze waren dus afhankelijk van de vrijgevigheid van het publiek. Je kan zeggen dat hij een semiprofessionele muzikant was. Daarnaast baatte hij een café uit waar de jukebox een centrale plaats innam. Ik deed niets liever dan daar naar de nieuwste hits te gaan luisteren.” Pa is lid van een zangkoor dat niet alleen de kerkdiensten verzorgt, maar ook vaak concerten geeft. Willy is maar wat trots wanneer hij zijn vader met kerst tijdens de middernachtmis met zijn prachtige tenorstem het Ave Maria hoort zingen. Nu nog krijgt hij kippenvel als hij daaraan terugdenkt. Willy houdt nog altijd vol dat hij zijn stem aan die van zijn vader te danken heeft. Hij was voor hem een beetje een zingend schoolvoorbeeld. “Bij ons thuis stond de radio vaak aan en ook al hadden we een oude pick-up, platen werden er niet meteen gekocht. We keken elk jaar met z’n allen uit naar het Eurovisiesongfestival. Ik weet nog goed dat ik als eerste plaatje Non ho l’età kocht, waarmee Gigliola Cinquetti in 1964 dat festival voor Italië won. Mama ging speciaal in Brussel naar een platenwinkel om het daar voor mij te kopen.” Van zijn vader heeft Willy ook zijn zakelijk instinct geërfd. In het gezin Sommers was de verantwoordelijkheid mooi verdeeld. Papa was een zachtaardige man met een hart van goud die voor de broodwinning zorgde. Op het thuisfront was mama de baas.

Telkens als de kermis hun dorp aandeed, kwam de hele familie De Gieter samen, werden er taarten gebakken, een varken geslacht en werd het feest afgerond met een stevige zangbeurt. Willy zong toen graag mee met de hits van The Beatles en The Rolling Stones, want hij heeft het niet zo voor soloartiesten, hij is meer tuk op de hits van de popgroepen uit de sixties. Na een tijdje verhuizen zijn ouders van Sint-Martens-Lennik naar Vlezenbeek (daar zijn zijn ouders de rest van hun leven blijven wonen), waar Willy het eerste studiejaar volgt. “Ik was zo fier als een De Gieter, want ik behaalde daar 99% en was meteen de primus van de klas. Op mijn achtste zijn we verhuisd en zo kwam ik als scholier terecht in het Sint-Niklaasinstituut in Anderlecht. Die overstap was moeilijk, want ik moest al mijn schoolvriendjes achterlaten, plus al de jongens die ik in mijn dorp had leren kennen. In Vlezenbeek zal ik trouwens tot aan mijn drieëndertigste verjaardag bij mijn ouders blijven wonen.” Willy volgt na de lagere school de afdeling Latijn-Wetenschappen om de laatste twee jaar naar het Sint-Thomasinstituut in Brussel te trekken om daar aan de normaalschool het diploma van onderwijzer te behalen. Ook hier profileert hij zich als een goede student. Hij sluit daarop aan met de opleiding regentaat Nederlands-Engels-Duits, maar hij rondt die opleiding niet af omdat hij dan al zijn eerste hit heeft gescoord.

Maar keren we even enkele jaren terug in de tijd. Op zijn twaalfde krijgt Willy van zijn opa een gitaar en twee jaar later gaat hij naar de muziekacademie van Anderlecht om daar saxofoon, piano en notenleer te studeren. Hij zal voor de rest van zijn leven dol blijven op het warme geluid van de sax. Piano wil hij koste wat het kost onder de knie krijgen omdat hij liedjes wil componeren. Hij houdt die muzikale opleiding drie jaar vol, maar gaat vanaf zijn vijftiende met een paar voetbalvrienden, die ook wel van een nootje muziek spelen houden, wekelijks oefenen in de garage van zijn vader, wat iets later uitmondt in de covergroep The Sons of Abraham. De naam klinkt wat religieus en dat klinkt niet eens overdreven, want Willy ging in die tijd elke zondag naar de mis, was zelfs een tijdje misdienaar én was aangesloten bij de KLJ, de Katholieke Landelijke Jeugd. Tijdens de feesten die die vereniging organiseerde, traden The Sons of Abraham regelmatig op. Het was een degelijke covergroep, erg geliefd in de streek rond Brussel samen met The Yeats en The Criminals, de begeleidingsgroep van Paul Severs. Paul hierover: “Willy Sommers is een streekgenoot en had net als ik een orkest. Ik weet nog goed dat hij mee de backing vocals zong op mijn hit Ik ben verliefd op jou. Later zag ik hem voor het eerst in de “Tele Top Tien”, toen nog een maandelijks BRT-tv-programma, gepresenteerd door Mike Verdrengh. Meteen had ik door dat Willy een grote mijnheer ging worden in de showbizz. Wanneer Willy moest optreden, was het altijd zijn vader die hem met de auto begeleidde. Hij reed Willy overal naartoe. Een beeld dat ik nooit zal vergeten. Nu nog, na zoveel jaren, staan we heel vaak samen op de planken en met veel plezier, want Willy is en blijft een sympathieke kerel. Wij waren, zijn en blijven streekgenoten en vrienden.

Op zekere dag moet de zanger van The Yeats, Luk Vankessel, voor een jaar onder de wapens. Aan Willy wordt gevraagd of hij zijn plaats niet wil innemen. “De man die mij vroeg om vervanging te komen doen bij The Yeats in de plaats van Luk was Jean Cornelis. Hij fungeerde als manager ven The Yeats en komt nog steeds in de mate van het mogelijke naar mijn optredens. Hij is nu achteraan in de tachtig en is nog altijd in de ban van mijn optredens. Als hij komt kijken, straalt hij en ik kondig hem dan altijd aan als mijn allereerste ontdekker! Dan pinkt hij weleens een traantje weg. Mooi toch.” Er wordt met The Sons Of Abraham overlegd en die gunnen Willy die stap hogerop wel. Maar na een jaar heeft Luk andere plannen en beslist Willy dan maar bij The Yeats te blijven. Luk vormt samen met Jean-Marie Aerts en Stoy Stoffelen de groep Split tot hij in 1978 besluit solo te gaan en hits scoort met Mia en Hotel Paradiso. Bij The Yeats moet Willy zijn stijl wat aanpassen, want het gaat er bij hen ruiger aan toe met voorop het repertoire van The Rolling Stones en The Kinks. Hij kon toen niet vermoeden dat iets later platenproducer Roland Verlooven, een man die tot dan zijn sporen vooral in de kleinkunst had verdiend, een grote rol in zijn leven zou gaan spelen. Roland maakte in de jaren zestig deel uit van de groep The Ropes met toen als leadzanger Roel Van Bambost. In 1966 nemen ze het singletje Its it true op. Het was Roel die Roland artiesten als Bob Dylan en Lou Reed leerde kennen en hem de liefde voor de kleinkunst bijbracht. Begin jaren zeventig is Roland op zoek naar een nieuwe uitdaging en gaat op verzoek van de bazen van zijn platenfirma Vogue uitkijken naar een nieuwe Vlaamse zanger, maar dan in het schlagergenre. De vierentwintigste december 1970 is het zover. The Yeats treden op in zaal “Harmonie” in Halle in het voorprogramma van The Pebbles, die op dat moment in de Benelux op één staan met Seven horses in the sky. Roland woonde in die tijd in Halle en kwam eens poolshoogte nemen. Roland liet na hun optreden meteen blijken dat hij alleen in Willy geïnteresseerd was en met hem uitsluitend Nederlandstalige liedjes wilde opnemen. “Ik wist precies waar ik naar zocht. Ik had tot dan toe veel kleinkunst ingeblikt. En toen kwam Paul Severs en mijn platenfirma had graag iemand in een genre dat we maar Vlaamse populaire muziek zullen noemen. In Halle zag ik Willy aan het werk met zijn orkest. Het was vooral zijn stem die me opviel. Die klonk apart. En hij zag er vooral goed uit. Met hem wilde ik wel iets proberen“, aldus Roland. “Het heeft me wel bloed, zweet en tranen gekost om Willy te overtuigen in het Nederlands te zingen.” Willy zong tot dan toe immers uitsluitend in het Engels. Hij moet koste wat het kost op vraag van Roland een demobandje inzingen om de mensen van de platenfirma te overtuigen en dat wordt een cover van een liedje van Jimmy Frey en Simon says van de 1910 Fruitgum Company. Willy trekt naar de studio en zingt die twee liedjes in, maar zonder veel overtuiging, want hij geloofde niet zo in zichzelf als Vlaamse zanger. De platenfirma gaat na het beluisteren van die twee liedjes meteen akkoord, want die heeft dadelijk door dat Willy ook een knappe jongen is, veel aantrekkelijker dan zijn concurrent-collega’s Paul Severs en Salim Seghers. Die ontmoeting met Roland was voor Willy allesbepalend. “Hij zag me optreden op 24 december 1970 met mijn band The Yeats. Hij is de man die op dat moment heel mijn leven heeft veranderd. Ik studeerde nog voor regent. Er kwam snel een eerste single. Roland werd vrij vlug mijn alles, zeker in het begin van mijn carrière. Hij was mijn producer, auteur, componist, hij was mijn begeleider bij mijn buitenlandse tv-optredens, mijn arrangeur, met andere woorden: hij was mijn muzikale vader geworden!

In maart 1971 neemt Willy dus zijn eerste plaatje op, Het is weer morgen, een vertaling van een Spaans liedje van Juan Pardo op tekst van Hugo Raspoet, die toen als kleinkunstenaar een degelijke reputatie genoot, zodat Willy ook op Radio 1 te horen was. Alvorens zijn eerste single uit te brengen, zit Willy samen met Roland Verlooven en de verantwoordelijke van Vogue, Roger Meylemans. “We waren die dag dringend op zoek naar een artiestennaam“, volgens Willy. Het stond als een paal boven water dat we mijn voornaam Willy zouden bewaren. We keken door het raam van het kantoor van Roger langs de Barthélémylaan in Brussel en zagen aan de overkant langs de oever van het kanaal een bedrijf dat Sommer heet, een firma gespecialiseerd in decoratieartikelen. Omdat ik in de zomer geboren ben, lag het voor de hand dat Sommer Sommers werd. Ik ging meteen akkoord, vooral omdat het ook Vlaams in de oren klinkt.Het is weer morgen staat de tiende april 1971 op de negende plaats in de Vlaamse Top Tien. Vijfduizend exemplaren vinden een koper, meestal familieleden, vroege fans en vrienden. Juist in die periode was Erik Van Neygen druk in de weer met de groep Pendulum en kende Willy behoorlijk goed. “We kregen onze opleiding voor leraar secundair onderwijs in dezelfde school, maar waren in de eerste plaats allebei gebeten door de muziekmicrobe. Willy nam zijn eerste plaatje op en ik speelde bij Pendulum. Ik trad vooral op tijdens kleinkunstavonden en Willy liet de meisjesharten vanaf het begin sneller slaan met zijn romantische liedjes. Hij had meteen een enorme fanclub. En hoe beter ik hem nadien leerde kennen, hoe meer ik begreep waarom die fans van het eerste uur hem altijd trouw zijn gebleven. Altijd een glimlach, altijd een hartelijk woord, ook voor zijn collega’s. Willy is voor mij Vlaanderens nummer één.

Vogue is ontgoocheld door de verkoopcijfers van Willy’s eerste single, maar toch wordt er beslist om in de zomer een nieuwe plaat uit te brengen. Voor de opvolger wordt als A-kant, om de radiozenders gunstig te stemmen, gekozen voor het uptempo Gina, dans met mij. Maar er moet nog een B-kant worden geschreven. “Ik kon de slaap niet vatten“, weet Roland Verlooven nog. “Het moet een uur of twee ‘s nachts geweest zijn en ik ben opgestaan. De tekst van het refrein had ik snel. Ik heb dan in mijn hoofd de melodie geschreven, want ik kon niet op de piano spelen omdat mijn vrouw en kinderen sliepen. Die melodie zat trouwens al een tijdje in mijn hoofd. ‘s Anderendaags heb ik de coupletten geschreven. Ik weet in de verste verte niet meer hoe ik op de idee van zeven anjers, zeven rozen kwam. Ik schreef het wel bewust met Willy in mijn achterhoofd.” Roland voelt tijdens de opname in een piepkleine studio in Brussel meteen dat ze een hit te pakken hebben: “Dat liedje heeft een verhaal, je kan het volgen van het begin tot het einde. Iedereen begrijpt waarover Willy zingt. De melodie kwam haast als vanzelf, want trucs om een hit te schrijven, bestaan niet, hoelang je ook in het vak zit. Anders kan je hits aan de lopende band schrijven. Wat me wel meteen opviel, is dat dat lied vanaf het eerste moment aan Willy bleef kleven alsof het bij hem hoorde. Alleen besefte Willy het op het moment zelf niet. Hij gaf zich daar totaal geen rekenschap van, al moet ik eerlijk bekennen dat ik het als componist en producer ook niet deed. In de studio voelde ik wel dat alles samenviel: het orkest, het arrangement, het inzingen, de tekst, de melodie. Het werkte. Het was alsof die vijf elementen mekaar raakten. Als er eentje tussenuit valt, gaat je liedje de mist in en wordt het geen succes.” Willy zingt het nummer live in met een vijftiental muzikanten om hem heen. Die hit komt er zonder hulp van de radio, maar wel dankzij de vele Vlaamse jukeboxen. In heel wat van die Vlaamse cafés werd in die tijd immers beslist welke singles de Vlaamse hitlijsten zouden halen en dat werd die zomer Zeven anjers, zeven rozen. Sommers staat in de zomer van 1971 op nummer twee in de Vlaamse Top Tien, de zesde november op elf in de Top Dertig. De single gaat in Vlaanderen méér dan honderdduizendmaal over de toonbank. Enkele weken voordien stond in die Vlaamse Top Tien Will Tura nog op één met Aan mijn darling. Sommers zou van danaf voor Tura een geduchte concurrent worden.

1971 was ook het jaar dat in Vlaanderen Salim Seghers doorbrak met Verlaat me nooit. Hij deelt met Willy heel wat herinneringen uit die tijd. “Nog voor we bekend waren, kende ik Willy al, onder meer van een uitzending op de BRT-tv “Binnen en Buiten”. Dat was in 1969. We hadden totaal geen camera-ervaring. De regisseur had zijn handen vol om ons optreden in goede banen te leiden. Eenmaal doorgebroken met onze eerste plaatjes voelden we beiden dat we goed in de markt lagen bij de meisjes. Wij waren jong en zagen hen graag. Het was wel zo dat wanneer we een liefje hadden, de fans dat niet mochten weten. Dus op zulke momenten liefst geen pers, noch fotografen in onze buurt. Willy en ik deelden ook een passie voor het voetbal. In die periode speelden we in een team bestaande uit elf zingende bekenden, onder wie Willy, John Horton, Jimmy Frey en ikzelf. Velen zijn intussen vergeten dat Willy en ik een tijdje dezelfde producer deelden, want met Roland Verlooven heb ik in het totaal zes singles ingeblikt.”

Willy trekt met zijn hit Zeven anjers, zeven rozen naar het “Midem Festival” in Cannes en wordt daar gevraagd om het nummer in het Spaans op te nemen. Dat verliep volgens Verlooven als volgt: “Het was een urgente vraag vanuit Spanje. Dat productieteam bleek achteraf uit een paar Zuid-Amerikaanse halve gangsters te bestaan die in Barcelona een kantoor hadden en die buitenlandse producties zochten voor hun Ekipo-label. Jimmy Frey had in Spanje dankzij hen grote sier gemaakt met de Spaanse versie van Rozen voor Sandra, Rosas a Sandra. Een van die producers had Zeven anjers, zeven rozen gehoord en ons dus de vraag gesteld of hij daar geen Spaanse vertaling van mocht maken. Het werd een Spaanse topper, maar we zijn er financieel niet veel beter van geworden. Er werd ginder geknoeid met de aangifte van het aantal verkochte platen. In die tijd had je in Europa maar een aantal landen waarmee je qua auteursrechten keurig kon samenwerken: Duitsland, België, Frankrijk, Engeland en de Scandinavische landen.” Willy pakte dat Spaanse verhaal nochtans ernstig en professioneel aan: “Ik ben dat nummer in Madrid gaan opnemen. Binnen de kortste keren stond ik daar met Siete rosas, siete besos boven aan de hitlijsten. Ik weet nog goed dat op de tweede plaats Elton John genoteerd stond en op de derde Julio Iglesias. Daar speelden zich dezelfde taferelen af als in Vlaanderen. Ik was daar een echte ster die ook zo behandeld werd. Me laten rondrijden in een limousine bijvoorbeeld. Ik ging in die periode eenmaal per maand voor een week naar ginder om daar promotie te voeren, zowel voor radio als televisie. Terwijl ik daar in Spanje druk bezig was, kreeg ik een telefoontje uit Frankrijk met de vraag of ik een Franse versie wou inzingen. Maar Roland bekeek mijn overdrukke agenda en hield wijselijk de boot af. Op vraag van Roland speelden ze het dan door aan een van de Franse artiesten op het Vogue-label en zo kwam het bij Crazy Horse terecht.” Crazy Horse had in Frankrijk al eerder een hit gescoord met J’ai tant besoin de toi, een vertaling van de Paul Severshit Ik ben verliefd op jou. Zeven anjers, zeven rozen klinkt in hun versie Une fleur… rien qu’une rose op tekst van Edouard Rombeau, goed voor meer dan één miljoen vierhonderdduizend verkochte exemplaren. Sommers vindt het nog altijd jammer dat hij op die Franse vraag niet is kunnen ingaan, want hij had bij onze zuiderburen meerdere hits kunnen scoren. Er verschijnt ook een Duitse versie, Sieben Küsse, sieben Rosen, op tekst van Carl J. Schäuble en uitgebracht op het Bellaphon-label. “Wij hebben van die Duitse versie zo’n honderdduizend exemplaren verkocht, wat lang niet slecht is. Nadien heb ik nog een aantal singles in het Duits opgenomen, maar Duitsland was bij lange niet zo’n succesverhaal als in Spanje“, aldus Willy. Op Wikipedia vinden we in verband met Zeven anjers, zeven rozen nog extra info: in 2005 werd een remix van het nummer opgenomen met Daan en Seppe, twee animatiefiguren van Jeroom. Er werd ook een videoclip bij deze nieuwe opname gemaakt waarbij Daan en Seppe volledig stoned naar Zeven anjers, zeven rozen luisteren en het lied geweldig vinden. Na dat succes met Siete rosas, siete besos zal Willy nog een viertal singles in het Spaans opnemen, waaronder in 1973 Tania, gekoppeld aan Encontré el amor (de Spaanse versie van Je kus zegt vaarwel), maar hij zit ginder bij een té kleine platenfirma en er kan niet voldoende promotie worden gevoerd. Dus deze historia espagñola was snel uitverteld.

Willy wordt in Vlaanderen snel tot de status van tieneridool verheven: “Dat hield in“, aldus Willy, “dat mijn leven compleet overhoop werd gegooid. Ik was tot dan een anonieme student, een dorpsjongen, heel sociaal geëngageerd. Ik was aangesloten bij de jeugdbeweging, ik speelde toneel, ik speelde mee in de fanfare, had een eigen band, ik voetbalde intens. Ineens verlies je dat allemaal omdat je volledig wordt opgeslorpt door je carrière. Ook je vriendenkring moet je loslaten, wat een zware dobber was, zeker in het begin. Je offert vooral je weekends op, je sociale contacten verwateren alsook je nauwe band met je familie. Er kwam een duidelijke scheiding tussen wat er vroeger was en je leven als artiest. In het begin had ik, ondanks mijn succes, daar toch wel wat spijt over. Ik heb daarnaast ook mijn tweede jaar regentaat moeten afbreken omdat ik niet alleen in Vlaanderen, maar op dat moment ook volop in Spanje bezig was. Mijn lerares Duits had begrip voor het feit dat ik op de maandagochtend slaperig naar de les kwam. Ik mocht van haar op de laatste rij wat gaan uitrusten. Ik heb daar toen met mijn ouders over gepraat en beslist een jaar uitsluitend aan mijn carrière te besteden, maar toen bleek die zo’n vaart te hebben genomen dat ik nadien nooit meer naar school ben teruggekeerd.”

Toch nog even aanstippen dat wanneer Willy als concurrent-collega in dat Vlaamse muzieklandschap opduikt, het Jimmy Frey is die als een van de eersten alert reageert: “Toen ik Rozen voor Sandra uitbracht, dachten Roland Kluger en ikzelf reeds aan een opvolger en wij vonden niet direct wat we wensten. Totdat ik op een dag tegen Roland zei dat als er ooit een Vlaamse zanger met de fysiek van een David Cassidy met een nummer als Rozen voor Sandra uitkomt, het prijs zal zijn, en het was Willy die iets later Zeven anjers, zeven rozen lanceerde. Ik had er meteen een collega en een serieuze concurrent bij, een heus meisjesidool. In die periode zijn we samen enkele malen uit geweest in het Brusselse en in Brugge en ik had al zeer snel door dat ook hij een liefhebber van het vrouwelijk schoon was. Voorts voeg ik er graag aan toe dat Willy door zijn “zijn en laten” en in ‘t bijzonder door zijn vriendelijkheid een geliefde Vlaamse zanger is geworden die een fantastische carrière heeft uitgebouwd.

Intussen had Willy na dat snelle succes met Zeven anjers, zeven rozen een fanclub opgestart. Hij kreeg daarbij de steun van zijn klasgenoten Pat Vermeersch en Filip Boven, de oprichters van zijn fanclub, die hij had leren kennen tijdens zijn regentaatsopleiding. Zij gingen leentjebuur spelen bij een idool van Willy, Cliff Richard, om te zien hoe die dat in Engeland aanpakte. “Wij besloten snel“, zo zegt Willy, “om de drie maanden een fanblad uit te brengen met daarin een rist foto’s, primeurtjes en weetjes en vooral mijn gedetailleerde agenda met optredens door heel Vlaanderen.” Links en rechts wordt Willy aan de mouw getrokken om zich in te schrijven voor de liedjeswedstrijd Eurosong met het oog op een eventuele deelname aan het Eurovisiesongfestival. “Roland Verlooven raadde me aan daar niet op in te gaan. Hij wist dat als ik daar een slecht resultaat zou behalen, men mij daar nadien op zou afrekenen. Ik heb al die jaren zijn wijze raad gevolgd. Ook toen men mij jaren later vroeg of ik geen deel wilde uitmaken van een ploeg om deel te nemen aan de in die tijd populaire Baccarabeker. En ik heb van die beslissing nog altijd geen spijt. Ik had dat trouwens niet nodig. Mijn carrière liep als een trein en ik ging dat succes zeker niet in de waagschaal leggen.

Voor Willy konden de jaren zeventig dus niet stuk. Dat waren voor hem zijn hoogtijdagen. Zijn singles verkochten prima en hij concerteerde aan de lopende band. Hij bouwde een voortreffelijke livereputatie op. Uit die jaren herinnert collega Frank Galan zich nog: “Toen ik dertien jaar was (1973), trad Willy op in een feestzaal rechtover de zaak van mijn ouders in Lede. Willy was toen eenentwintig. Als meisjesidool zette hij het hele dorp op zijn kop. Ik kon vanuit mijn zolderkamer het succes van Willy nauwgezet volgen. De bloemenwinkels deden gouden zaken met de verkoop van ontelbare ruikers anjers, gecombineerd met rozen. Vele meisjes droomden er op dat moment zelfs van met Willy te trouwen. Zijn lange haren à la Donny Osmond, die in die tijd internationaal de ene hit na de andere scoorde, waren zeer populair en deden Willy’s populariteit enorm stijgen. Ondertussen ken ik hem persoonlijk al zo’n vijfendertig jaar en merk ik dat het jonge publiek van toen nog steeds Willy volgt richting diverse podia, zij het nu als ouders en grootouders. Hij blijft een échte vaste waarde in de Vlaamse muziekwereld, mede door zijn sympathie en wilskracht. “Als een leeuw in een kooi” staat Willy nog altijd op het podium zoals destijds. Je moet het maar doen!

In Vlaanderen wordt Willy dé nummer één! Niemand had dit gigantische succes verwacht, hijzelf het minst van iedereen, hij was er trouwens totaal niet op voorbereid. Omdat Willy zo vaak optreedt, wordt er snel beslist een orkest op te richten en dat wordt de professionele band De Sommerstip, samengesteld met muzikanten uit degelijke andere orkesten, zeven man sterk. Het kostte een aardige cent om Sommers voor een avondje te boeken, wat niet belette dat zijn agenda nokvol zat. Tot vijfentwintig keer per maand optreden was vaste prik. Het werd wel een moeilijke opdracht voor zijn productieteam om dat immense succes van Zeven anjers, zeven rozen te evenaren en om daar vooral een vervolgverhaal aan te breien. Er wordt ook vrij snel beslist op het Vogue-label in 1972 een langspeelplaat uit te brengen: “Met Sympathie”. Twaalf liedjes, waarvan het merendeel door Roland geschreven, waaronder onder andere Puur als goud, Bij ieder afscheid, Zeven anjers, zeven rozen, Rock ‘n’ roll band en Het is weer morgen. Willy wordt in de studio begeleid door het orkest van Harry Frékin. Zijn repertoire wordt plots met twaalf liedjes uitgebreid, wat erg handig is tijdens zijn liveoptredens, die voor de rest met Engelstalig repertoire worden aangevuld, onder meer liedjes van The Beatles en The Bee Gees. Als single wordt dus getipt op Sympathie is geen liefde, opnieuw geschreven door Armath, schuilnaam voor Roland Verlooven. “Voor mij begon na het succes met Zeven anjers, zeven rozen de miserie om voor Willy een succesvolle opvolger te schrijven. Zo’n wit muzikaal konijn uit je hoed halen, bezorgt je vele slapeloze nachten. ‘s Nachts ijsberen, rondwandelen, piekeren, hier en daar al vloekend. Vele flarden tekst noteren die je iets later in de prullenmand kiepert. Momenten dat je denkt: had ik maar een ander vak gekozen. Maar plots schiet je iets te binnen als sympathie is geen liefde. En dan ben je weer vertrokken.” De twaalfde december 1971 staat Willy met die single op één in de Vlaamse Top Tien. De zesentwintigste februari 1972 vinden we hem op de vierde plaats in de Top Dertig terug. Sommers geraakt ook helemaal boven in die Vlaamse hitlijst met de daaropvolgende single Weet je nog die slow, waarmee hij de tweeëntwintigste april 1972 op één in de Vlaamse Top Tien staat. De achtste juli noteren we een tweede plaats in de Top Dertig. Datzelfde jaar nemen De Strangers er een aangepaste versie van op, Wette nog die flaa. De drieëntwintigste september staat Willy opnieuw op één in de Vlaamse Top Tien, deze keer met Een kleine foto. In de Top Dertig klimt hij ermee naar de zesde plaats. De twintigste november 1972 krijgt Willy van zijn platenfirma een gouden plaat voor de verkoop van vijfhonderdduizend singles in nog geen twee jaar tijd.

In 1973 verschijnt op het Vogue-label het album “Willy Sommers”. Willy op de hoesfoto met zijn akoestische gitaar op de schouders en gewapend met twaalf liedjes: Een kleine foto, Hij is je vader, De laatste keer, Tijger, Jenny enz. De productie is ook deze keer in handen van Roland Verlooven, die opnieuw een beroep doet op het orkest van Harry Frékin. Voor Sommers zijn die jaren zeventig één groot feest. Zijn succes groeit gestaag. Hij heeft een fanclub van twaalfduizend leden, het geld stroomt rijkelijk binnen, want de hits blijven komen. De vierentwintigste februari 1973 staat Willy in de Vlaamse Top Tien op één met Van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat. Zijn impact op de Top Dertig wordt almaar groter. Met deze single klimt hij de vierentwintigste maart naar de vierde plaats. De negende juni zit er een tweede plaats in de Top Tien in met de slow Mooi als rode rozen. Dat liedje is ook de titelsong van zijn nieuwe elpee met daarop nummers als Huisje, Ik ben een Vlaamse jongen, Moeder en Denk aan mij. Verlooven weet precies welke liedjes hij in de mond van Willy moet leggen en past zijn teksten daar ook naar aan. In de herfst van dat jaar staat Willy de twintigste oktober op één in de Vlaamse Top Tien met Intiem rendez-vous, in de Top Dertig iets later goed voor een vijfde stek. Willy schittert dat jaar in Frankrijk achter de camera’s van “Cadet Rousselle”, het programma van Guy Lux, met zijn single Premier amour, maar de reacties zijn niet denderend. De derde maart 1974 scoort hij nog maar eens een nummer één in de Vlaamse Top Tien met Bruiloftsklokken, waarvoor Roland Verlooven een rumbaritme gebruikt. Dat nummer staat ook op zijn langspeler “Willy”, in het totaal goed voor twaalf nieuwe liedjes. Twee daarvan zijn van de hand van Willy zelf, zowel tekst als muziek: Eens bedrogen en Niemand. Op dat album het nooit op single uitgebrachte Ik blijf vannacht bij jou en laat nu net dat liedje het lievelingsliedje zijn dat Roland in al die jaren die nog zullen volgen met Willy heeft ingeblikt. “Het is een van de betere liedjes die ik voor Willy heb geschreven en het is een van de liedjes die hem het beste lagen en die hij ook op een knappe manier heeft gezongen.”

De zevende juli 1974 zet Willy de zomer in met zijn nummer één Blijf nog een uurtje bij mij, wat hij qua succes en hitnotering de tiende november herhaalt met Dans met mij tot morgenvroeg, in de Top Dertig de eenentwintigste december goed voor een zesde plaats. Dans met mij tot morgenvroeg is intussen uitgegroeid tot een regelrechte Sommersklassieker. Die twee hits staan eveneens op zijn elpee “Dans met mij”, waarvoor hij zelf in de pen klimt met als eindresultaat het nummer Wil je mijn meisje zijn? In 1975 staat Willy op de affiche van het Duitse Schlagerfestival en neemt daarvoor speciaal het nummer Tanz mit mir bis Morgen früh op, gekoppeld aan Playboy, enkele jaren later terug te vinden op het album “Willy Sommers Internationaal”. Datzelfde jaar vinden we hem terug tijdens het “Vlaams Hitgala” in Oostende, waar hij Een lied voor alle eenzame meisjes zingt, op single de zesentwintigste juli goed voor een tweede plaats. In de Top Dertig moeten we hem al op een zeventiende stek gaan zoeken. Aan het succes van Willy Sommers lijkt in de Vlaamse Top Tien geen einde te komen. De zesde maart 1976 prijkt hij op één met Zeg me wanneer, de tiende juli met Holiday, in de Top Dertig staat hij daarmee de achtste augustus op de zestiende plaats, en de achttiende december van dat jaar staat hij in de Vlaamse Top Tien op één met het door Roland samen met Liv Uytterhoeven geschreven Ik ga maar weer.

Zijn fans worden ook elk jaar getrakteerd op twee elpees. In 1974 is er “Dans met mij”, ook nu weer in een productie van Roland Verlooven samen met technicus Francis Dewell. Verlooven reikt liedjes aan als Doe de groeten aan Jenny, Twist en rock en ‘t Heeft geen zin. Speciaal voor dit album schrijft Willy het liedje Wil je mijn meisje zijn? Dat jaar is er ook de langspeler “Willy”. Deze keer wordt er opgenomen in de ICP Studio in Brussel en de Synsound Studio met een rist bekende muzikanten: op drums Frans De Witte, op accordeon Jean Blaute, op bas Yvan De Souter, op gitaar Burt Blanca en Kevin Mulligan en op synthesizer Dan Lacksman. Roland gaat voor een groot deel van de teksten samenwerken met Dennis Peirs, alias Jo De Clercq, alias Jo met de Banjo. Op het album staat onder meer het duetje Twee vrienden, dat Willy inzingt samen met het zangeresje Jessy. In 1975 is er de elpee “Alleen”. Eenzaamheid troef op dit album: Ben je vanavond ook alleen, Ga niet van me heen, Een lied voor eenzame meisjes en Willy wil weer weg.

Omdat Willy tuk is op mode en als zelfstandige zijn geld goed wil beleggen, opent hij in 1976 een eigen boetiek. Diegenen die Willy als zanger een niet lang leven hadden toegedicht, krijgen steeds vaker ongelijk. De negende juli 1977 staat hij op twee in de Vlaamse Top Tien met Elke slow zal ik met je dansen. De negenentwintigste april 1978 vinden we Willy in diezelfde hitlijst terug met Als Lucy begint te swingen en de negende september 1978 op één met Marena. Iets later stapt Willy over van platenfirma Vogue naar Philips, maar hij zorgt er wel voor dat hij zijn vaste producer Roland Verlooven mag meenemen.

In de hitlijsten en qua singleverkoop merken beiden dat er wat sleet komt op de Vlaamse muziek. De belangstelling ebt wat weg. De Belgische popgroepen laten almaar meer van zich horen en als het kan in het Engels. De Vlaamse muziek wordt naar het tweede plan verdrongen. Toch beloont de Radio 2-luisteraar Willy in 1979 met de “Zomerhittrofee” voor de single De nacht wordt lang, in de Vlaamse Top Tien de dertigste juni goed voor een eerste plaats. Daarin staat Willy de achtste december opnieuw op één, deze keer met Ze doen het. Beide zijn ook te horen op de langspeler “Zing een liedje in je moedertaal”. In verband daarmee volgende anekdote. In 1979 is Willy Sommers druk bezig met de opname van deze elpee. Hij was in die tijd de kritiek op de kwaliteit van zijn Nederlandstalige teksten grondig beu. Roland Verlooven vindt het geen slecht idee qua tekst eens te rade te gaan bij Zjef Vanuytsel, voor wie Roland onder meer de elpees “De Zotte Morgen” en “De Stilte van het Land” had geproduceerd. Zjef schrijft speciaal voor Willy de tekst bij het liedje Mijn beste vriend, waarmee Willy de vierentwintigste februari 1979 op twee aanbelandt in de Vlaamse Top Tien. Wanneer Willy in 1985 een eigen huis wil bouwen, stapt hij zonder lang na te denken naar architect Vanuytsel, die met veel plezier de villa van Willy heeft ontworpen.

In 1980 is er de elpee “Habanero”. De titelsong is van de hand van Kurt Feltz, die dit ooit schreef als Spiel noch einmal für mich, Habanero, in Duitsland op het Polydor-label in 1958 al een grote hit voor Caterina Valente. Naast dat nummer op die plaat songs als Viva Chicago, Toen je wegging en Breng haar rozen. Op single is dit laatste de zestiende augustus goed voor een eerste plaats in de Vlaamse Top Tien. Iets voordien had Willy daar al op twee gestaan met Kom met me mee. Willy scoort in 1981 met Naar de zee, geschreven door Roland samen met Dennis Peirs, de dertigste mei 1981 goed voor een vijfde plaats in de Vlaamse Top Tien én goed voor een “Zomerhittrofee” bij Radio 2. In 1979 is er als aardigheid het album “Willy Sommers Internationaal” met daarop liedjes die hij in onder meer het Spaans en het Frans zingt, waaronder Siete rosas, siete besos, Encontré el amor, Tania en La photo que j’ai de toi.

Er wordt even met de idee gespeeld om bij de start van de jaren tachtig en inpikkend op de toen allesoverheersende Angelsaksische trend Willy in het Engels te laten zingen, maar dat ziet zijn producer Roland Verlooven niet zitten. “Neen, want door zoveel in het Nederlands te zingen, was zijn Engelse uitspraak erop achteruitgegaan, ook al had hij een talenopleiding genoten. We hebben wel een tijdje met de idee geflirt. Er werden zelfs twee Engelse teksten voor Willy geschreven, met name voor Zeven anjers, zeven rozen en Sympathie is geen liefde. Maar in mijn oren klonk Willy’s stem en accent zo vreemd dat we de idee hebben laten varen. We hebben dan de producties maar wat eigentijdser laten klinken. Tura had intussen wijselijk besloten zijn begeleiding wat te moderniseren, ook in de opnamestudio (denk maar aan een song als Hopeloos) en ook Sommers past zich aan. Hij gooit het imago van tieneridool van zich af en gaat zijn producties steviger aanpakken. Omdat rozen voor Willy blijkbaar belangrijk zijn, zingt hij Breng haar rozen, in de Vlaamse Top Tien de zestiende augustus 1980 goed voor een eerste plaats, opgenomen in zijn vertrouwde stijl met veel strijkers en romantiek, een melodie van Armath op tekst van Jo De Clercq. Diezelfde jongens leveren Willy de zesentwintigste juni 1982 nog eens een nummer één, waarmee ze inpikken op het succes van de tv-reeks “Dallas”. Willy staat binnen de kortste keren aan de top van de Vlaamse hitlijsten met het countrygetinte Dallas (da’s ook niet alles). Zij schrijven voor Willy ook de song Tranen in de regen, de zevenentwintigste november van dat jaar goed voor een tweede stek in de Vlaamse Top Tien. Die single is ook de titelsong van zijn nieuwste album, waarvoor Willy naar de studio trekt met gerenommeerde muzikanten als Evert Verhees, Marc Malyster, Michel Verlooven, Yvan De Souter en Jef Coolen. Voortgaand op de titels is het een vrij egocentrisch album geworden: Ik ben het noorden kwijt, Ik kan je niet vergeten en Ik hou een beetje van jou.

 

De dertigste april 1983 staat Willy nog maar eens boven aan de Vlaamse Top Tien en dat met De weg naar je hart. Een jaar later heeft Radio 2 weer een “Zomerhittrofee” voor Willy in petto, deze keer voor de single Ik ben verliefd op haar, waarmee hij het jaar voordien nog op drie had gestaan in de Vlaamse Top Tien. Roland had nog eens zin om een echte slow te schrijven, het betere tegelwerk dus. Meer power zit er in het nummer Vlaanderen de Leeuw, dat Willy op het einde van 1984 op single uitbrengt. Een nummer dat intussen thuishoort in de galerij van Vlaamse klassiekers. Verlooven herinnert zich nog levendig dat zij bewust op zoek waren naar een liedje waarmee ze zouden opvallen tussen de andere platen. Een beetje gedurfd, maar het nummer sloeg aan. “Dit liedje dateert uit de periode dat Dennis, Jo De Clercq dus, vaak bij mij aan huis kwam om samen met mij ideeën uit te wisselen en ter plaatse aan wat teksten te sleutelen. 11 juli stond voor de deur en we hadden zin om ons met dat thema wat te amuseren, in eerste instantie parodiërend bedoeld. Denkend aan die viering an sich met al die Vlaamse vlaggen en zingende symphatisanten. Het nummer mocht wat pompeus klinken.” De tweeëntwintigste december 1984 prijkt de single op de tweede plaats in de Vlaamse Top Tien.

In 1985 komt Willy op de proppen met het album “Een nieuwe liefde”, een nieuw geluid waarbij hij muzikaal wordt geruggensteund door muzikanten als Bert Candries, Dan Lacksman, Eric Melaerts en Frans De Witte. Uit dat album komt de nummereenhit Twee vrienden, dat hij samen met het zangeresje Jessy opneemt. Willy blijft erg dicht bij zijn vertrouwde stijl en van die hernieuwde aanpak die we in Vlaanderen de Leeuw te horen kregen, is eigenlijk niet meer veel te merken. In 1986 staat Sommers vijftien jaar op de planken, wat gevierd wordt met vier groots aangepakte concerten, recitals eigenlijk, en een show op televisie. De twaalfde september 1987 prijkt hij nog eens helemaal boven aan de Vlaamse Top Tien en dat met het door Roland geschreven Jij en ik. Willy houdt blijkbaar van een vocaal duel, want hij neemt dat jaar het duet Zet er je tanden in samen met krachtpatser John Massis. Een leuk tussendoortje, zullen we maar zeggen. In 1988 scoort Willy nog een aantal keren, onder meer met De laatste nacht en Een slow als in de sixties. Qua hits voegt Willy er aan het begin van nog eentje aan toe die niet vlug vergeten zal worden, Het water is veel te diep, alweer van de hand van Roland Verlooven. De vierde februari 1989  pronkt hij er in de Vlaamse Top Tien mee op twee. Willy moet het in die hitlijst opnieuw afleggen tegen Will Tura die daarin op één prijkt met Mooi, ‘t leven is mooi. Willy en Tura zijn, ondanks dat muzikaal geduelleer, door de jaren heen met elkaar met veel wederzijds respect blijven omgaan. Tussendoor zat er zelfs regelmatig een etentje in om wat bij te praten. “Willy is in mijn ogen nog altijd een enthousiaste en een geweldige collega, die net als ik, professionaliteit steeds hoog in zijn vaandel is blijven dragen. Ik denk dat we beiden altijd evenveel respect hebben gehad, zowel voor het vak dat we beoefenen als voor ons publiek. Ooit zouden we samen een nummer gaan schrijven. Willy de tekst op een compositie van mij. Helaas hebben we dit project wegens tijdsgebrek nooit kunnen uitwerken. Maar wat niet is, kan nog altijd komen! Willy, jij kent mijn nummer…797204!

Willy heeft in 1989 belangrijk nieuws te melden. VTM gaat de eerste februari van dat jaar van start en Willy had in de loop van de maand september van 1988 van Mike Verdrengh, die samen met Guido Depraetere die zender had opgestart, een telefoontje gekregen met de vraag of hij het niet ziet zitten een muziekprogramma te presenteren. Dat moet Willy even laten bezinken, want hij voelt zich niet meteen geroepen om zomaar voor de camera’s te gaan presenteren, laat staan een liedjesprogramma met daarin de bestverkochte Vlaamse singles. Het programma in kwestie wordt “Tien om te Zien”. Willy is maar bang dat hij dan niet meer in die top tien zal voorkomen, want hij kan toch moeilijk zijn eigen hits gaan aankondigen. Daar wordt, nadat Willy had toegezegd, meteen een mouw aan gepast, want Willy mag het programma presenteren samen met Bea Van der Maat, in een vroeger leven zangeres van de popgroep Won Ton Ton. Dat contrast is meteen een schot in de roos en Willy blijkt zijn tweede hitadem te hebben gevonden. Zijn platenverkoop stijgt immens. Daar waar hij door de band nog zo’n drieduizend singletjes van een nieuw nummer verkocht, wordt nu vlot de kaap van vijfentwintigduizend gepasseerd. En niet alleen Willy vaart er wel bij, ook de rest van zijn Vlaamse collega’s. Het kan niet uitblijven of nieuw talent zal op de kar springen en die worden zijn naaste rivalen. Denken we maar aan zangers zoals Jo Vally, Luc Steeno, Bart Kaëll, Helmut Lotti en Clouseau. Helmut nam toen zijn eerste Nederlandstalige singles op, waarmee hij erg goed scoorde, en hij ontmoette Willy vaak tijdens de opnamen van “Tien om te Zien”. “Ik heb altijd gevonden dat Willy een spannende, wat fragiele, melodieuze, aangename en poppy stem heeft. Daardoor klinkt hij veel moderner dan veel collegas uit die wereld van het Vlaamse lied, bovendien heeft hij zowel ambianceschlagers als mooie popnummers gezongen. En zijn optredens blijven een feest voor zijn fans, wat knap is na zoveel jaren carrière. Daarnaast vind ik hem ook een goede presentator.

Door de komst van “Tien om te Zien” scoort Willy gigantisch met zijn single Als een leeuw in een kooi, geschreven door de zoon van Roland, Michel Verlooven, samen met Dennis Peirs. Zelfs in de popgerichte Top Dertig klimt Sommers de vijfde augustus 1989 naar de achtste plaats met als naaste belagers Jason Donovan, Gerard Joling, Confetti’s, Gloria Estefan en Prince. Hij brengt ook het album “Verliefd” op de markt, een soort verzamelalbum waar goed op gereageerd wordt. “Tien om te Zien” wordt zowel in 1989 als in 1990 bekroond met een “Gouden Oog”. Willy mag delen in de feestvreugde. Wanneer in 1990 het album “16 voor Tura” verschijnt, is de eer aan Willy om zijn versie van Alleen op de wereld neer te zetten. In 1990 is er ook het album “Hou van mij”, sowieso nog altijd in een productie van Roland Verlooven, opgenomen in Studio Impuls te Herent. Muzikanten van dienst zijn onder anderen Kris Peeters, Eric Melaerts, Alain Van Zeveren en Willy Van De Walle. Met elf nieuwe nummers weet Willy zijn fans te plezieren, waaronder het opvallende, door de tandem vader en zoon Verlooven geschreven Mooie vrouwen lopen nooit in de schaduw, waarmee hij de zevende juli op vijf belandt in de Vlaamse Top Tien, en de singles Hou van mij en Ik hou van jou zoals je bent. Dany Caen, Kris Wauters, Alain Tant en Yvan Brunetti kwelen lustig de achtergrondkoortjes. Het jaar nadien staat hij twintig jaar op de planken, wat gevierd wordt met een concerttournee en het album “Sommers 20″. Uitgeverij Taptoe uit Eeklo geeft het huldeboek “20 jaar Willy Sommers” uit.

Een jaar later wordt er ook aan nieuwe nummers gedacht en is er de cd “Hartenbreker”. Roland Verlooven is nog steeds de producer van dienst. Ook Eric Melaerts, Bert Candries en Alain Van Zeveren blijven voor de instrumentale steun zorgen. Zijn toenmalige liefje Viviane Audenaert mag de styling voor haar rekening nemen. Er wordt opnieuw opgenomen in Studio Impuls in Herent. Alle nummers worden door Roland geschreven met uitzondering van Alleen op de wereld, dat van de hand van Will Tura en Nelly Byl is. Het nummer Mijn hart is groter daaruit wordt op single uitgebracht, maar houdt halt op de zesde plaats in de Top Tien. Intussen heeft Wendy Van Wanten luidruchtig van zich laten horen in de hitlijsten. Voor Willy een gelegenheid om zijn talent aan het hare te koppelen en dat wordt het door Roland geschreven Kijk eens diep in mijn ogen, de eenendertigste augustus 1991 beloond met een vierde plaats in de Top Tien.

Nog steeds onder de Philipsvlag en de veilige vleugels van Roland Verlooven is er in 1993 de cd “Nooit meer alleen”. Peter Bulkens en Alan Ward zijn de technici van dienst. Zijn manager Pat Vermeersch houdt rustig een oogje in het zeil wanneer Willy deze keer dertien liedjes inblikt. Gouden hits levert deze cd niet op, al doen de singles Ergens is er iemand en Een liedje op de radio het in de Vlaamse hitlijsten meer dan behoorlijk. Omdat conceptalbums, cd’s opgehangen aan een bepaalde kapstok, almaar belangrijker worden, gaat Willy samen met Roland op zoek naar een aantrekkelijk thema en dat wordt in 1993 het album “Parfum d’amour”. Roland is, het verhaal moet correct blijven, een maand naar Spanje getrokken om nummers te schrijven, maar hij komt terug zonder. Hij geeft aan Willy eerlijk toe dat de inspiratie op is. Hij had net een bypasshartoperatie achter de rug en had besloten het rustiger aan te gaan doen. Roland voelde ook aan dat de Vlaamse schlager in een neerwaartse spiraal was terechtgekomen. Dan maar op zoek gaan naar mooie bestaande liedjes en omdat Willy een zwak heeft voor Franse chansons, is de keuze snel gemaakt. Zij selecteren twaalf liedjes uit de muzikale Franse schatkist, die ze laten arrangeren door Luc Smets. Opgenomen wordt er in Studio Impuls te Herent met Peter Bulkens aan de knoppen. Roland Verlooven blijft producer van dienst. Er wordt bij Jan De Vuyst en Johan Verminnen aangeklopt om de vertalingen te leveren. Zo covert Willy onder meer Fais-moi une place van Julien Clerc, Je viens pas te parler d’amour van Daniel Guichard en Emmène-moi danser ce soir van Michèle Torr. Het valt meteen op dat Willy niet gelijk voor de bekendste Franse liedjes is gegaan, dus niet voor een vertaling van bijvoorbeeld Comme j’ai toujours envie d’aimer, Aline, Ma vie... Die makkelijke klus laat hij liever aan anderen over. Barbara, vertaling van Babacar van France Gall, en De eerste stap, zeker zo bekend als Le premier pas van Claude-Michel Schönberg, worden als single gekozen, maar echte hoogvliegers in de hitlijsten zijn het niet. Het album zelf wordt wél goed onthaald en betekent een rijke afwisseling tussen de andere Sommersplaten door. In de zomer van 1994 brengt Willy Laat je leiden… verleiden op de markt, een vertaling van Les valses de Vienne van François Feldman. De verleidster van dienst is Isabelle A, drieëntwintig jaar jonger dan Willy. Het is pure liefde, zo vertelt Sommers in de media, die hen maar al te graag op de hielen zitten. Willy en Isabelle gaan samenwonen om hun liefde een kans te gunnen, maar de zesde november 1997 laten zij aan de pers weten dat hun relatie erop zit.

Wat misschien niet nodig was geweest, was het voortborduren op het patroon van “Parfum d’amour”. In het kielzog van die plaat verschijnt in 1995 “Profumo d’amore”. Never change a winning horse, werd er gedacht. Producer Roland Verlooven zit aan de knoppen en Luc Smets arrangeert. Onder meer collega Yvan Brunetti is in het achtergrondkoortje te horen. Ook deze keer zijn qua vertalers Jan De Vuyst en Johan Verminnen van de partij, aangevuld met Roland Verlooven en Dennis Peirs. Italiaanse hits zoals Roberta, Tu soltanto tu, Tornerò, Azzurro en Solo noi passeren de revue. Buona notte bambino, waarmee Rocco Granata in 1963 nog een nummer één scoorde in Nederland en Duitsland, staat ook op dit album. Voor deze versie van Willy wil Rocco hem trouwens persoonlijk bij dezen nog een pluim geven.

Roland Verlooven merkt meer en meer dat hij echt is leeggeschreven. De inspiratie blijft zoek. Hij en Willy hadden door de jaren heen zo’n hechte band gesmeed dat de idee elkaar los te laten, een haast ondenkbaar voorstel is. Toch bijt Roland door en maant Willy aan op zoek te gaan naar zowel een nieuwe producer als een nieuwe platenfirma. Roland helpt hem daarbij en stelt hem voor aan John Terra. Verlooven besluit in Spanje te gaan wonen. Voor hem is die periode met Willy voorbij, ook de muziekbusiness keert hij van dan af zo goed als de rug toe. “Voor mijn part“, voegt Roland er nog aan toe, “hadden we uit die vijfentwintig jaar samenwerking eruit gehaald wat erin zat. Al blijft ik het jammer vinden dat Willy nooit geprobeerd heeft meer zelf liedjes te schrijven. Zijn kracht is dan weer dat hij zich tot dat typisch Vlaamse genre beperkt heeft, met zijn typische stemgeluid. Zijn absoluut talent is en blijft zijn persoonlijke marketing: zijn werklust, de warmte waarmee hij met zijn fans blijft omgaan, recht vanuit zijn hart. Het geduld om na elk optreden na te blijven om zijn fans tegemoet te komen en zich met hen te onderhouden, dat heb ik altijd in hem enorm bewonderd.

Die scheiding van Roland Verlooven valt Willy zwaar. Om in schoonheid af te ronden, is er in 1996 nog het album “Willy Sommers 1996″, waarvoor Roland nog alle teksten en muziek levert. Als een soort dankjewel neemt Willy een nieuwe versie op van Zeven anjers, zeven rozen, deze keer geproducet door Yannick Fonderie. Opvallend in het achtergrondkoortje Kris Wauters van Clouseau. Het mag subjectief zijn opgemerkt, maar op de hoes prijkt een wat bezorgd kijkende Sommers. Dit afscheid van Roland in schoonheid wordt extra in de bloemen gezet met de verzamelaar “Willy Sommers 25 jaar: een selectie van achttien hits”, een overzicht vanaf 1971 tot en met 1995, vanaf de hit Zeven anjers, zeven rozen tot en met Voor een vrouw zoals jij. “Ik herinner me nog“, vertelt Willy daarover, “dat ik buiten op mijn terras ben gaan zitten met voor me al mijn singles op de grond uitgespreid en daaruit heb ik vijfentwintig plaatjes gekozen die me na aan het hart liggen.” Vooraan, in het bijbehorende boekje, is de toenmalige manager van Willy aan het woord, Pat Vermeersch. “Ik ben de tel kwijt. Is dit nu de vijfentwintigste of dertigste elpee of cd? Ik weet het echt niet meer. Fans zullen dit wel beter bijhouden. Eén zaak weet ik zeker: keiharde fans heeft Willy! Zo’n vijfentwintig jaar geleden stond ik aan de wieg van die fanclub, die in die beginjaren zo’n twaalfduizend leden telde. Willy had net een plaatje opgenomen onder de vaderlijke hoede van Roland Verlooven. Een kwarteeuw later – zijn zilveren jubileum – staan we beiden nog steeds aan de zijde van Willy, zonder veel op papier te zetten. Een woord is een woord.”

En dan is Willy na zijn jarenlange samenwerking met Roland Verlooven klaar voor een nieuw verhaal. Tot dan toe had hij nooit met een manager samengewerkt, ook niet met een boekingskantoor. Dus Willy op zoek naar zo’n geschikt iemand. Hij gaat eerst aankloppen bij de grote jongens van toen. Dat was voorzichtig aftasten. Tot hij in de zomer van 1996 Ilia Beyers ontmoet en met hem een afspraak maakt. Ilia kende het klappen van de zweep, want zijn vader Guy had in die tijd een erg bekend theaterbureau, Benelux. Daar waar de onderlegde managers tijdens hun aftastende gesprekken met Willy afspraken in de duurste en meest gerenomeerde restaurants, geraakte Ilia als beginneling niet verder dan een bistro om de hoek waar tijdens het nuttigen van een croque monsieur een deal werd gesloten. Een afspraak bezegeld door een handdruk en die twintig jaar later nog altijd geldt. Er werd geen contract opgesteld, noch ondertekend, wel werden er degelijke financiële afspraken gemaakt. “Onze samenwerking“, aldus Ilia, “berust voor het volle pond op wederzijds respect. Willy koos mij omdat ik, vergeleken met die andere heren, nog jong was, heel enthousiast en er nog mijn schouders wilde onderzetten. En dat is na al die jaren zo gebleven.” Meteen na hun akkoord, gaat Ilia op zoek naar een geschikte platenmaatschappij en komt terecht bij Play That Beat, die onder anderen Mama’s Jasje en Get Ready hebben grootgemaakt, en die erg blij zijn met Willy in zee te mogen gaan. Er wordt opgenomen in Studio The Groove samen met technici Peter Bulkens en Mon ‘S Jegers, die voor een moderner geluid moeten zorgen. De productie komt dus in handen van John Terra terecht en als arrangeurs worden Pino Marchese en Wim Claes aangetrokken. Er wordt naarstig gewerkt aan het nieuwe album “Op reis naar jou”. Terra doet een beroep op muzikanten als Kevin Mulligan, Jo Cassiers, Eric Melaerts en Marc Cortens. Vocaal laat Willy zich in de achtergrond bijstaan door John Terra, Mieke Aerts, Harriette Willems en Dany Caen. Leveranciers van het nodige songmateriaal zijn John Terra, Daniel Ditmar, Susy Baels, Ellert Driessen en Piet Triest. En kijk, die samenwerking heeft effect. De single Met mijn ogen dicht doet het erg goed in de diverse hitlijsten, zowel bij de VRT als bij VTM. Ook Er is geen reden uit die cd doet het op single beregoed. In die periode heeft John Terra Willy van nabij leren kennen. “Een artiest moet charisma hebben, een uniek herkenbaar stemgeluid, een vriend zijn voor de fans, iemand waar iedereen graag mee werkt omdat hij nooit problemen maakt en zoekt, iemand die leeft voor zijn vak en dus geen enkele inspanning uit de weg gaat, in zichzelf gelooft, blijft doorzetten, ook als het tegenzit. “Een toffe gozer”, zou Johan Boskamp zeggen, met andere woorden, de juiste mentale ingesteldheid hebben om in dit moeilijke vak alle kansen te grijpen om te slagen. In mijn samenwerking met Willy ontdekte ik al die kwaliteiten in mindere of meerdere mate, maar wat ik vandaag constateer is dat hij de voorbije decennia een carrière heeft neergezet om u tegen te zeggen. Het is weinigen gegund en sommige “gegunden” hebben niet kunnen waarmaken wat hij heeft verwezenlijkt.”

In 1998 ontmoet Willy de liefde van zijn leven, Cindy De Meyer. Zij gaan samenwonen. Aan het jarenlange wekelijkse succes van “Tien om te Zien” komt er in augustus 1999 een einde. Willy presenteert dan de 554ste aflevering. Het programma keert het jaar nadien terug, maar dan uitsluitend tijdens de zomermaanden, acht afleveringen lang. Willy zal “Tien om te Zien” blijven presenteren tot en met 2004. Nadien wordt hij vrij bruusk bedankt voor bewezen diensten (hij vermoedt dat hij te oud was volgens de directie) en blijft Anne De Baetzelier tot in 2008 presenteren. In 2009 wordt het programma definitief afgevoerd. Dat platenverhaal met Play That Beat duurt niet lang. Voor het volgende album belandt Willy in 2000 bij platenfirma Label Vie, onder aanvoering van Bert Burm. Die koppelt hem aan producer Francis Goya oftewel Francis Weyer, bekend van zijn wereldhit Nostalgia. Veertien liedjes worden uitgebracht op het album “Alleen de liefde overwint”. Er wordt opnieuw gekozen voor vertalingen van bekende Franse chansons van onder anderen Patrick Bruel, Pascal Danel, Salvatore Adamo, Michel Sardou en Didier Barbelivien. Vertaler van dienst is Bart Herman. Ralph Benatar mag de arrangementen verzorgen. Kleine Karlien, vertaling van de hit Charly van Santabarbara, en Mooie vrouwen, geschreven door Francis Weyer, Ralph Benatar en Willy zelf, worden uit die cd als singles gekozen, maar in de hitlijsten zonder resultaat. Vlaanderen reageert behoorlijk bescheiden.

2002 wordt voor Willy een opmerkelijk jaar. Gertrude Vereecken, beter bekend in Vlaanderen als zangeres Truus, vertelt in een interview dat zij ooit een intieme relatie met Willy heeft gehad en dat zij daar dochter Annemie aan heeft overgehouden. Al die tijd heeft zij dit verzwegen, maar haar dochter heeft recht op een eerlijk bestaan en wil niet langer verdoken blijven. Dat jaar mogen Willy en Cindy eveneens de geboorte van hun dochter Luna vieren. Willy krijgt de eenentwintigste november een ereplaats toegewezen voor zijn nummer Zeven anjers, zeven rozen in “De Eregalerij” van Radio 2 en Sabam en deelt op het podium die eer met de componist en producer van dat nummer Roland Verlooven. In de context daarvan even vermelden dat Roland zelf de vijfde februari 2015 in het “Kursaal” van Oostende samen met Dani Klein en Roland Van Campenhout een award zal ontvangen voor “een leven vol muziek”. Op platengebied wil Willy in de nabije toekomst betere resultaten scoren. Geen wonder dat hij op zoek gaat naar een nieuwe platenfirma. Sommers komt op aanraden van Piet Roelen bij Universal terecht, waar intussen Helmut Lotti met zijn “Goes Classics” diverse malen platina heeft binnengerijfd. Roelen lanceert in 2003 de idee om het zangtalent van Willy te koppelen aan dat van Luc Steeno en Lisa del Bo, die op dat moment ook in de artiestenstal van Piet Roelen huizen. Dat wordt het album “De mooiste duetten en méér”, waarmee ze de zesde september 2003 op de drieëntwintigste plaats in de Ultratop Album 200 genoteerd staan. Er wordt nog maar eens voor covers geopteerd, waaronder Let it be me, Sing C’est la vie, L’Avventura, True love en Something stupid. Als er vertaald moet worden, neemt Peter Koelewijn die taak wel voor zijn rekening, alsook de productie. De bekende Hans Hollestelle gaat arrangeren. Een aardigheidje: de backing vocals bij Island in the stream zijn voor rekening van Helmut Lotti. “Het werd een behoorlijk succes op plaat, maar vooral in de zalen“, is wat Lisa del Bo zich nog perfect kan herinneren. Tot 2011 traden we echt wel héél vaak samen op. Dat was een onvergetelijk mooie tijd waarin we samen veel gelachen, gezongen en vooral genoten hebben van onze gezamenlijke optredens. Het repertoire werd nogal eens omgegooid, maar één liedje stond altijd op de setlist, namelijk Cinderella Rockefella van Esther en Abi Ofarim. Waarom? Omdat Luc mij bij de laatste noot van deze song steevast omverduwde en Willy mij dan moest opvangen. En elke keer dacht ik: “als dat toch eens mislukt, dan…” Ondertussen weet ik dat niemand mij ooit nog met zoveel kunde en liefde heeft kunnen opvangen. Willy is een schat. Onze vriendschap is sindsdien niet meer stuk te krijgen en is blijven bestaan. We hebben dan ook een stukje geschiedenis samen. Wanneer we Luc Steeno in verband met dit album polsen, moet hij glimlachen. Wij namen dat album in Nederland op, dat was gemakkelijker voor Peter Koelewijn. Om tijdens de opnamen, die toch enkele dagen in beslag namen, niet heen en weer te hoeven reizen, bleven we overnachten in een plaatselijk hotel. Dan konden we beter uitrusten en er de dag nadien weer lekker tegenaan gaan. Willy kon de slaap niet goed vatten en dus gaf ik hem een onschuldig slaappilletje. Maar blijkbaar is Willy een gevoelige jongen wat medicijnen betreft, want de dagen nadien bleef hij met een suffe kop rondlopen, maar was hij achteraf wel uitgerust en hebben we tijdens onze vele optredens die zich in de nasleep van dat album aandienden dikke pret beleefd.

Een mens zou er zeeziek van worden, maar in 2005 duikt Willy op bij platenfirma Magic, verdeeld door EMI. Luc Vander Schelden van Magic stelt Willy voor het album “Willy Sommers op verzoek, 34 jaar carrière – 34 grote hits!” uit te brengen. Voor de fans een leuke verzamelaar om de hits, keurig verdeeld over twee cd’s, in de kast te hebben. “Die compilatie heb ik ook zelf samengesteld“, vertelt Willy. “Ik ben bij Luc op zijn kantoor gaan zitten met m’n doos met al de singles die ik in die periode had opgenomen en aan de hand daarvan hebben Luc en ik een selectie gemaakt. Inspraak in wat ik doe is voor mij altijd erg belangrijk geweest, dus ook in dezen.”

In 2006 prijkt Willy op de affiche van het eerste Schlagerfestival door VTM in de “Ethias Arena” in Hasselt georganiseerd. Willy staat daar op het podium aan de zijde van Vader Abraham, Jimmy Frey en Eddy Wally. Ook tijdens de edities in 2009, 2010 en 2012 zal Willy van de partij zijn. “Dat festival is voor alle mensen een ontspanningsavond. Het is één groot meezingfeest, dus je hoort daar je grootste hits te zingen. De bedoeling is dat iedereen uit de bol gaat. Daar hoort sowieso altijd Als een leeuw in een kooi bij, Laat de zon in je hart en Zeven anjers, zeven rozen. Dat festival, dat intussen veel navolgers heeft in Vlaanderen, is en blijft de moeder van alle schlagerfestivals. Dat festival heeft echt meegeholpen aan de revival van dat genre.” De vierde mei wordt Willy voor de derde keer vader en wel van zijn zoon Luka. “Op muzikaal gebied heb ik echter meer affiniteit met m’n dochter Luna, want die is door muziek bezeten, veel meer dan Luka. Luna heeft al haar diploma muziekleer op zak en speelt voor haar leeftijd en opleiding intussen voortreffelijk blokfluit. Luka heeft van mij het sportieve geërfd. Hij speelt graag voetbal en verdienstelijk in derde provinciale bij de thuisploeg van Lennik, op wandelafstand van waar wij wonen zodat ik het nog wat onder controle kan houden.” Sommers wordt in 2006 ook uitgenodigd voor de editie van “Houden Van, Griffelrock” in het Antwerpse “Sportpaleis”. Datzelfde jaar viert Sommers zijn 35-jarige carrière in het “Kursaal” van Oostende met een groots en uniek concert.

Al die jaren, want over haar hebben we het nog niet gehad, stond zijn zus Viviane aan de zijde van broer Willy: “Zij heeft nooit muzikale plannen gehad. Zij is kinderverzorgster van opleiding, maar heeft heel haar leven in de verkoop gestaan: verkoopster in verschillende boetieks, gerante bij Benetton, gerante bij schoenen Torfs enz. Toen zij achtenvijftig werd, is zij vervroegd met pensioen gegaan. Haar man Rudolf is bassist in mijn orkest. Mijn zus heeft altijd een beetje in mijn schaduw gestaan, want iedereen had het uiteraard steeds over mij. Zij had daar geen enkele moeite mee. Wij hebben trouwens nog altijd een fantastische band. Ook voor de opvang van onze kinderen staat zij, indien nodig, altijd paraat.”

De tiende maart 2007 zal Sommers niet snel vergeten, want hij ontvangt op het stadhuis van Aarschot de “Golden Lifetime Achievement Award”. Luc Vander Schelden van platenfirma Magic gaat aankloppen bij Patrick Hamilton met de vraag of hij geen nieuw album voor Sommers wil produceren. Willy heeft ook een goede raadgever gevonden in de persoon van zijn manager Ilia Beyers. Het album “Ik denk aan jou” slaat deze keer iets meer de richting van de schlager in. Het wordt uitgebracht op Magic-label, verdeeld door EMI. De productie is in handen van Patrick Hamilton, uitvoerend producer is Luc Vander Schelden. Willy wordt begeleid door onder anderen Herman Cambré op drums, Vincent Pierins op bas, Eric Melaerts op gitaar en Serge Plume op trompet. Er wordt opgenomen in The Globe Recording Studios te Loppem. Bart Herman schrijft mee alsook Dennis Peirs, Pierre Kartner, zelfs Willy waagt zijn kansen in het nummer Ik blijf vanavond bij jou. Het album krijgt een nogal schlagergetinte touch mee. “Als bij toeval kozen we meer voor de schlager“, weet Willy nog goed. Ik nam er de tijd voor, het was niet echt urgent. Op een bepaald moment krijg ik een telefoontje van Raymond Felix, lange tijd de man achter een groep als Sha-Na, een man met een goede feeling voor wat de mensen graag horen. Iedere keer als ik hem tijdens “Tien om te Zien” zag, zei hij me dat hij wel iets voor mij in petto had, maar laat hem dat verhaal maar zelf vertellen.” Dus bellen we snel Raymond op. “In de maand februari van het jaar 2006 had ik een afspraak in ” De Kaasboerin” te Postel met Rik Wijnants, de patron, en Willy die daar net had opgetreden. Willy vraagt of ik geen liedje voor hem in mijn schuif heb liggen. Thuisgekomen begin ik op aanraden van mijn vrouw Myriam wat in mijn kast met cassetten en demo’s uit de jaren tachtig en negentig te rommelen en stoot op Laat de zon in je hart, dat ik in 1993 had geschreven, maar enkel de refreinen, de bridge en een lalalatekst. Ik belde meteen naar Jack Verburgt of ik in zijn studio in Bergen op Zoom mocht langskomen om een demo in te blikken. Ter plaatse werkten we het arrangement uit en werd de tekst afgerond. Iets later nodig ik Willy uit voor een etentje in restaurant “Brasseur” van Dirk Paternoster in Zwijndrecht en gaan we samen in de auto op de parking naar de primaire demo luisteren. Dirk hoorde er meteen een hit in, maar Willy twijfelde. Hij twijfelde of dit wel de geschikte schlager voor hem was, hij vond dit vrij plat, te zeer een schlager op zijn Hollands. Vooral de toenmalige producer van Willy, Patrick Hamilton, was na het horen van die demo in de wolken, alsook de manager van Willy, Ilia Beyers, was voor het nummer te vinden, en de rest is Sommersgeschiedenis. Radiomaker en fervent liefhebber van de Vlaamse muziek Michel Follet wil aan dat verhaal nog dit toevoegen. “Willy had halfweg de jaren 2000 zijn vertrouwde platenhuis Philips (Universal) omgeruild voor Magic, de platenfirma waar ik op dat moment veel compilatie-cd’s maakte en enkele artiesten begeleidde. Ik was heel blij met de komst van Willy, omdat het verleden me had geleerd dat Willy niet alleen een fijne mens was, maar ook dat hij altijd voor honderd procent voor zijn zaak ging als hij erin geloofde. Hij had de laatste jaren iets te weinig vrolijke liedjes opgenomen en Luc Vander Schelden, mijn platenbaas, en ikzelf vonden dat Willy een soort opgewektheid in zijn stemtimbre had, die tot dan te weinig werd benut. We planden de release van Laat de zon in je hart net voor de zomer van 2006 en waren allemaal heel bij met het resultaat. Eerlijk is eerlijk: we waren zelfs wat teleurgesteld toen de single bleef haperen op nummer twee in de Vlaamse Top Tien en net aan de rand van de Top Tien van de Ultratop 40 rechtsomkeer maakte. Laat de zon in je hart werd het nieuwe lijflied van Willy, er kwam een Nederlandse cover van (wat zelden met een Vlaams nummer gebeurt) en Willy kon sindsdien het podium niet af vooraleer hij het minstens één keer gezongen had. Dat is tot op vandaag nog zo. En ik merk: jong en oud kent dit liedje en wordt er goedgezind van. Iets wat niet zo evident is, want vooraleer een jonge generatie nu een op-en-top Vlaamse meezinger tussen de oren heeft, moet er een klein wonder gebeuren. Willy weet dan ook als geen ander hoe hij liedjes van anderen naar zijn hand moet zetten en geloofwaardig kan brengen, zowel op plaat als in de zalen. En dat waardeert zijn publiek. Laat de zon in je hart wordt als voorloper van zijn nieuwe album “Ik denk aan jou” gereleaset en bezorgt Willy de tweeëntwintigste juni 2006 dus een tweede plaats in de Vlaamse Top Tien.

Almaar op zoek naar nieuwe inspiratiebronnen en vooral een dynamische ploeg komt Willy op het einde van 2009 bij platenfirma ARS terecht, bekend voor de strijd die ze levert om de Vlaamse muziek die plaats te geven die zij verdient. Willy voelt zich hier dadelijk thuis. Gepland staat het album “Vogelvrij”. Er wordt opgenomen in de Sterman & Cook Studio in Eeklo onder aanvoering van producer Phil Sterman, die ook voor de arrangementen zorgt, en een rist nieuwe liedjes, geschreven door Patrick Renier, David Vervoort, Phil Sterman en Willy Sommers, en er wordt ook gecoverd. Les lacs du Connemara van Michel Sardou wordt de titelsong Vogelvrij, waarmee Willy de twintigste maart 2012 op de eerste plaats staat in de Vlaamse Top Tien, en in diezelfde stijl is er iets later Een wonder van een vrouw, origineel op plaat gezet door Linda de Suza als Une fille de tous les pays. Sommers en zijn team zijn in de wolken, want hij heeft de formule gevonden: een goede melodie, een ietwat betere tekst dan de Vlaamse doorsnee én een stevige productie. In het bijbehorende boekje schrijft Willy: “Ik heb het zo vaak gezegd: ik heb werkelijk de job van mijn leven. Mijn leven is muziek en muziek is mijn leven. En dat gevoel, dat intens geluk wil ik met jullie delen. Daarom ben ik trots en fier dat ik na zovele jaren nog altijd kan rekenen op mensen die in mij geloven en dat maakt me zo gelukkig. Deze woorden komen uit het diepste van mijn hart.” De muzikale toverformule rendeert en wordt vertaald in een drukke concertagenda.

Omdat verzamelaars het altijd goed blijven doen, brengt Sommers in 2011 de box “40 jaar hits” uit, een dubbelalbum met daarop zijn bekendste songs. Op tekst van Jo De Clercq is er in 2012 de single Dromen van verre stranden, een bewerking van Una paloma blanca van The George Baker Selection, in de Radio 2 Vlaamse Top Tien goed voor een eerste plaats, en iets later van de hand van David Vervoort Ik moet aan je denken. Het schlagergehalte wordt sterk opgetrokken, de meezingers en de polonaises zijn nooit ver uit de buurt. Een echte knaller wordt in 2013 Achter de wolken schijnt altijd de zon, geschreven door Phil Sterman. Met trots ziet Willy dat nummer naar de eerste plaats in de Vlaamse Top Tien stijgen. Die single siert ook de nieuwe cd “Pluk de dag” met daarop als aardigheidje het liedje Geef me de vijf, dat Bart Herman speciaal geschreven heeft als een duet voor Willy en zijn dochter Luna. “Wat een mooi moment voor deze papa!” reageert Willy achteraf. Als zomersingle lanceert hij het liedje Que sera sera van de hand van Patrick Renier, ooit gangmaker van de carrière en de hits van Belle Perez. De single houdt in de Radio 2 Vlaamse Top Tien in de maand juli van 2013 halt op de zesde plaats. Bijbehorend bij dit gloednieuwe album schrijft Willy het volgende: “We hebben lang gezocht naar goede songs en zijn uiteindelijk tot een consensus gekomen. Streng in de keuze van de nummers, omdat we jullie het allerbeste willen presenteren, en nu vooral ook zeer gelukkig met wat we bereikt hebben.” Willy voelt zich binnen dit team duidelijk in zijn sas.

In 2014 beslissen Willy en zijn manager Ilia Beyers dat het misschien leuk zou zijn, als zijn agenda het tenminste toelaat, in de toekomst samen te gaan optreden met De Romeo’s, op dat moment zowat de populairste groep in Vlaanderen. De tweeëntwintigste februari 2014 staan zij samen op één in de Radio 2 Vlaamse Top Vijftig met Jij bent zo mooi, geschreven door Willy en De Romeo’s samen met Paul Vermeulen. De zevende mei, Willy is op dat moment met zijn fans op reis in Djerba, Tunesië, verneemt hij dat zijn vader Frans op 85-jarige leeftijd is overleden. Papa leed aan een zware vorm van dementie en werd al die tijd thuis door zijn vrouw Margriet met de beste zorgen omringd. De veertiende mei heeft ‘s ochtends in de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Vlezenbeek, waar zijn ouders woonden, de plechtige uitvaart plaats. De zesentwintigste mei 2014 brengt Willy op het ARS-label de solosingle Stapelgek uit, geschreven door Bart Herman en Kobus Visagie, en mikt met deze meezinger op het nakende zomerseizoen. Uptempo en veel ritme moeten aan het nummer een zonnige touch geven. In Djerba gaat Willy een aangepaste videoclip inblikken. Zowel in Blankenberge als in Nieuwpoort presenteert Willy al parodiërend op maandag de elfde en woensdag de twintigste augustus 2014 naar aanleiding van 25 jaar VTM “Tien om Tegen de Sterren op te Zien”, waar hij schittert samen met een goed op dreef zijnde Nathalie Meskens.

Sommers vindt dat het stilaan tijd wordt dat hij een andere draai aan zijn repertoire geeft en gaat zich de komende maanden wat bezinnen. Hij pakt de zeventiende maart 2015 uit met de single Liefste, een vertaling door Willy van de Amerikaanse hit uit 1972 I’d love you to want me van Lobo. Het is de rode loper naar zijn nieuwste album waar hij druk mee bezig is en waarop hij een rist liedjes laat horen waar hij in de jaren zeventig tuk op was. Aan de fans vraagt Willy voor deze gelegenheid of zij in hun plakboeken op zoek willen gaan naar foto’s samen met hem uit de seventies. Hij maakt daaruit een keuze en zij krijgen een speciale plaats in het artwork van zijn nieuwste cd én maken kans op een etentje in jarenzeventigstijl samen met hun idool. Als opvolger voor de stevige radiohit Liefste kiest Willy als zomersingle voor een Nederlandse bewerking van Arms of Mary van Sutherland Brothers & Quiver, een wereldhit in 1974. Tekstschrijver Cliff Vrancken laat hem in Sandy mijmeren over een jeugdliefde in het zomerse Oostende van weleer. De zevenentwintigste juni staat Willy op veertien in de Vlaamse Top Vijftig. Willy zingt Sandy tijdens de allereerste aflevering van “Van Gils & Gasten” op Eén, op maandag de eenendertigste augustus.

Woensdag de vierentwintigste juni 2015 wordt in het gezelschap van Will Tura tijdens een persconferentie in Blankenberge de cd “Vlaanderen zingt Tura” voorgesteld. Willy zingt daar live zijn versie van Arrivederci Maria, dat op dit album staat. Eén viert dat jaar de Vlaamse feestdag met een live muziekshow vanuit Antwerpen! Op zaterdag de elfde juli vat Geena Lisa post op de Grote Markt in Antwerpen voor een feestelijke show in samenwerking met vzw Vlaanderen Feest! Die wordt rechtstreeks uitgezonden op Eén met een heleboel artiesten die uitsluitend Nederlandstalige liedjes brengen. Een extra feestelijke toets komt er van onder anderen Willy Sommers, Bart Kaëll, De Romeo’s en Garry Hagger. Zij zingen samen het officiële Vlaanderen Feest!-lied 2015 Omdat ik Vlaming ben. De single is als download verkrijgbaar op iTunes vanaf maandag de negenentwintigste juni 2015.

Vanaf het najaar 2014 toert Willy Sommers langs diverse culturele centra met zijn tournee “Het erfgoed van Willy Sommers 1971-1981″. Met een kwartet topmuzikanten keert hij live terug naar de tijd toen het allemaal begon en brengt hij zijn eigen klassiekers. De tournee doet Willy met nostalgie en heimwee terugdenken aan de jaren zeventig en de start van zijn carrière. Het inspireert hem tot het studioalbum “Gisteren wordt vandaag”, dat donderdag de zeventiende september 2015 aan de pers wordt voorgesteld. Op het album staan onder meer California, een vertaling van It never rains in Southern California van Albert Hammond, Liefdesverdriet doet zo’n pijn, Beter laat dan nooit oftewel Working my way back to you van The Spinners, die het op hun beurt pikten van The Four Seasons, en Zo’n vrouw, dat Dr Hook de hitlijsten inzong als When you’re in love with a beautiful woman. In zijn persmap laat Willy ons weten: “In 1971 is mijn grote avontuur begonnen. Met dit album keer ik een beetje terug naar de jaren zeventig. “Gisteren wordt vandaag” is een album vol liedjes die voor mij toch een speciale betekenis hebben. Ik heb mogen kiezen uit een eindeloos aanbod toffe songs, die geïnspireerd zijn door de jaren zeventig, en heb er twaalf topnummers uit gekozen! Wat een zalig gevoel heb ik hierbij! Ik ben vandaag nog oneindig dankbaar voor de kansen die mij na al die jaren nog worden gegeven. De platenfirma, het management, mijn familie, mijn muzikanten, mijn techniekers, mijn vrienden en iedereen die mijn carrière op een of andere manier heeft ondersteund: heel erg bedankt voor alle inspanningen en het onvoorwaardelijke geloof in mij! En natuurlijk niet te vergeten, mijn trouwe publiek. Al die jaren staan jullie als één blok achter mij. Muziek heeft een heel belangrijke plaats in mijn leven en ik ben dankbaar om een van de mooiste beroepen ter wereld te mogen uitoefenen. Elke dag opnieuw smijt ik mij volledig om het beste in mezelf boven te halen. Met liedjes mensen gelukkig maken en een glimlach op hun gezicht toveren, dat is toch geweldig? Alleen daarom al doe ik dit vak zo graag!” Als nieuwe single uit dit album lanceert Willy de achttiende september M’n hele wereld betoverd, een hit om bij weg te dromen, zoals destijds werd gedaan bij het origineel van Exile Kiss you all over, een groep uit Kentucky, die daarmee de dertigste september 1978 op één stond in Billboard’s Hot One Hundred en dat vier weken na mekaar.

Om de muzikale smaak van Willy te kennen, vraagt Radio 2 of zij niet eens in zijn platenkast mogen duiken op zoek naar zijn favoriete nummers en het blijkt dat Willy’s smaak behoorlijk breed klinkt. We pikken er een paar uit. Bij de familie De Gieter was, zoals u eerder al kon lezen, het Eurovisiesongfestival een must. Willy herinnert zich nog goed Non ho l’età van Gigliola Cinquetti, waarmee zij in 1964 voor Italië de negende editie won, die toen plaatsvond in Kopenhagen. Thuis stond altijd muziek op en Willy weet nog heel goed dat de favoriete zangeres van zijn vader Dalida was en papa kon maar nooit genoeg krijgen van een van haar grootste hits Gigi l’amoroso. Zijn moeder daarentegen was in haar jonge jaren een grote fan van Ray Franky. Zo vaak ze maar kon, ging ze van zijn optredens genieten. Voor Willy waren The Beatles in het begin van de jaren zestig een ware ontdekking. Hij heeft thuis dan ook een hele verzameling Beatlesplaten. Hij kent trouwens een hele rist van hun teksten uit het hoofd. Willy speelde als tiener graag gitaar en een van de eerste liedjes die hij kon tokkelen was The House of the Rising Sun van The Animals, in de jaren zestig en ook nu nog een klassieker van formaat. Hij speelde dat nummer voor het eerst op de gitaar van zijn grootvader. Tijdens zijn middelbare studies stond Willy op het podium met zijn coverband, hij was toen zestien. Een van de eerste nummers die hij met zijn band zong, was Baby come back van The Equals, een Europese hit in 1968. In die tijd luisterde Willy ook graag naar Franse liedjes, onder meer naar de hitjes van Sylvie Vartan, ooit getrouwd met de Franse rocker Johnny Hallyday. Willy trok zelfs naar een van haar optredens in Vorst Nationaal! Willy is niet alleen fan van The Beatles, maar ook, en dat is vreemd voor een Beatlesfan, van The Rolling Stones. Toen hij nog deel uitmaakte van de coverband The Yeats wist hij hun repertoire perfect te coveren. Het nummer Satisfaction zingt hij trouwens nog altijd, zeker tot ieders verbazing als hij een verrassingsoptreden geeft. Het meest legendarische concert dat hij ooit zag, is en blijft het soloconcert van Elton John in “Flanders Expo”. Elton John componeert, arrangeert, en is daardoor alleen al voor Willy een supertalent! Sommers heeft ook altijd een cd van Elton John in de wagen. Als hij dan van een concert naar huis terugrijdt, mag den Elton vollen bak. De vrouw in het leven van Willy is en blijft Cindy. Zij groeide op in Laken en zag hem voor het eerst op televisie op haar twaalfde, ze werd meteen fan. Uiteraard kiest Cindy voor de liedjes van Willy, maar als ze op een feestje zijn en Robbie Williams zingt Feel, dan zie je ze meteen samen op de dansvloer. Cindy en haar mama luisterden altijd naar Claude François. Willy had een bijzonder goeie band met zijn schoonmoeder en denkt met veel warmte aan haar terug als hij het nummer Comme d’habitude hoort of uit zijn platencollectie haalt. Radio 2 heeft trouwens in de maand mei van 2011 een leuk cadeau voor Willy in petto. Zij wisten maar al te goed dat Willy sportief is aangelegd en dat hij al zo’n jaar of vijfentwintig een fervent tennisser is en zo’n zestal uren per week tennist. David Van Ooteghem van Radio 2 zorgde ervoor dat Willy mocht spelen tegen niemand minder dan een van onze beste speelsters Yanina Wickmayer, die op dat moment deelnam aan het WTA-toernooi Brussel Open. Yanina had dat een paar weken voordien beloofd in Davids programma “Muziekcafé”. Zij maakt die dag met graagte wat tijd vrij om Willy dit buitenkansje te gunnen en leert hem wat tennisknepen van het vak. Daarna speelden ze drie spelletjes, die Yanina zoals verwacht won. Na afloop van hun tennisles kreeg Willy nog een racket cadeau. Trouwens, in de maand april 2015 speelde Willy een potje tennis tegen Chef Raoul de Koning van restaurant “Ostend Queen”. Na de wedstrijd was er een spaghettiavond voor zo’n tweehonderdvijftig sympathisanten ten voordele van de wielerploeg van Agua del Mar voor de “1000 kilometer van KOTK”.

Sport ligt Willy erg na aan het hart. Zo is hij goed bevriend met wielrenner Tom Boonen en met Anderlechtspeler Olivier Deschacht. Willy uit zich ook als fan van Beerschot Wilrijk. Het oeuvre van de charmezanger is goed bekend op het Kiel. Zijn grote hit Laat de zon in je hart wordt er al jaren luidkeels gezongen, ook als er verloren wordt

Sinds de zevende oktober 2015 heeft Willy Sommers een ster op de Walk of Fame in Plopsaland De Panne. Er was heel wat belangstelling voor de onthulling van de ster. Niet verwonderlijk, want waar Sommers gaat of staat, volgen zijn fans hem zo veel mogelijk. Willy is blij dat hij tussen namen als Will Tura, Wendy Van Wanten, Josje Huisman, Karen Damen en Jan Smit ligt. De Walk of Fame kan je vlak bij het “Plopsa Theater” vinden in Plopsaland De Panne. “Ik ben zeer trots“, reageerde Sommers. “Deze ster is een bekroning op mijn werk en langdurige carrière, want volgend jaar sta ik vijfenveertig jaar op de planken.” Voor Wim Wauters, parkmanager van Plopsaland De Panne, was het de tiende steronthulling die hij feestelijk mocht inleiden. “Het is telkens opnieuw een eer om dit te mogen doen. Met zijn uitgebreide repertoire is Willy Sommers niet meer weg te denken uit de Vlaamse muziekgeschiedenis. Vele van zijn hits zijn intussen klassiekers geworden. Hij mocht hier dus zeker niet ontbreken.” Aansluitend trad Willy Sommers op in het “Plopsa Theater” tijdens de sterrenparade van de “Ment TV Vlaamse Top 10″. Ook De Romeo’s, Niels Destadsbader, John Terra, Lisa del Bo en Maartje Van Neygen waren van de partij.

De twaalfde december 2015 is er, als een soort eindejaarscadeau voor de fans, de nieuwe single Een mooie toekomst, een vertaling door Pierre Cour en Cliff Vrancken van de Roger Whittakerklassieker New world in the morning. Vrijdag de zesentwintigste februari 2016 lanceert Willy zijn nieuwe single Liefdesverdriet doet zo’n pijn, een nummer uit zijn succesvolle album “Gisteren wordt vandaag”, een cover van Love really hurts without you van Billy Ocean. Willy staat intussen vijfenveertig jaar op de planken en viert dat de twaalfde en dertiende augustus 2016 in het “Casino” van Blankenberge met een spectaculair concert. Wegens het overdonderende succes verlengt hij ook zijn theatertournee “Het erfgoed van Willy Sommers: 1971-1981″. Aan ophouden denkt Willy nog lang niet, integendeel. Zijn vrouw zorgt ervoor dat hij topfit blijft om op te treden. “Mijn manager en mijn fans vragen mij soms bezorgd of het niet te veel wordt. Af en toe ben ik aan het einde van de week moe, maar ik treed gewoon heel graag op, dus blijf ik nog wel een tijdje doorgaan. Ik kan moeilijk neen zeggen. Zolang er interesse is van het publiek en de platenfirma, blijf ik muziek maken en optreden. Ik heb geluk dat mijn vrouw voor het huishouden zorgt en me laat rusten. Zonder haar steun zou dat niet lukken. En voor de rest verzorg ik me goed. Ik sport zoveel als ik kan en verzorg mijn uiterlijk. Ik gebruik een nacht- en een dagcrème. Mijn moeder heeft, ondanks haar hoge leeftijd, nog geen rimpels. Mijn vader zaliger had er ook geen en mijn oudere zus ziet er amper vijftig uit. Het zit dus blijkbaar in de genen.

Willy is in de Vlaamse muziekwereld een graag geziene gast. Een rondvraag bij zijn collega’s leert ons over hem het volgende. Willy Sommers is de makkelijkste artiest om teksten voor te schrijven. Als je vraagt waarover het liedje moet gaan, antwoordt hij steevast: zon, zee en strand! Zelfs al zou ik voor hem een song schrijven over zijn auto die perte totale is, dan nog zingt hij het, mede door zijn mimiek en performance, alsof het over zon, zee en strand ging. Immer vrolijk, die Willy. Topkerel“, aldus vriend en songleverancier Bart Herman. Iemand met wie Willy vaak het podium heeft gedeeld, is Liliane Saint-Pierre: “Zijn artiestennaam Sommers doet hem alle eer aan, want als ik één iemand zou aanduiden in de categorie sympathiekste kerel, staat Willy bij mij op de eerste plaats. Hij heeft een warme, innemende persoonlijkheid, waar de jaren nauwelijks vat op hebben. Zowel persoonlijk als muzikaal tot in de puntjes voorbereid en steeds met een eeuwige glimlach. Elke ontmoeting met hem is dan ook een blije ontmoeting, die ik altijd zal blijven koesteren. Margriet Hermans is al jaren vol lof over Willy: “Heel in het begin van mijn carrière in 1986 heb ik Willy voor de eerste keer ontmoet in Antwerpen. Die dag opende hij een splinternieuwe koffieshop in de Vlaaikensgang in Antwerpen. Marc Dex had me aangespoord om mee te gaan en ik had er helemaal geen spijt van. Ik kende Willy niet persoonlijk, maar ik maakte diezelfde dag kennis met een heel sympathieke en warmhartige jongeman. Ik weet niet of de koffieshop voor Willy een weloverwogen keuze was, maar ik weet wel dat het niet lang heeft geduurd, want door de komst van VTM en zijn megahit Het water is veel te diep kreeg de carrière van Willy opnieuw een serieuze boost en is nooit meer gestopt. Nog steeds is het altijd een plezier om Willy en zijn vrouw te ontmoeten bij optredens of andere gelegenheden. Deze Vlaamse zanger heeft humor, talent en is superprofessioneel. Wat een geweldige collega!” Ook collega Marc Dex draagt Willy een zeer warm hart toe: “Het is niet iedereen gegeven: vijfenveertig jaar op de planken is het bewijs dat Willy de juiste weg heeft gekozen. Heel hard werken met professionele inzet voor zijn publiek. Dicht bij de mensen blijven staan en hen graag zien, is ook iets wat Willy kenmerkt en hem zeer sympathiek maakt. Een hele toffe collega met steeds een vriendelijke goeiendag, zeer attent en eerlijk . Het geeft een fijn gevoel hem telkens te ontmoeten.” Een goede vriend van Willy is Marc Hallez, programmadirecteur van Ment TV: “Onze vriendschap heeft twee aanknopingspunten. Uiteraard is er de muziek. Willy is een van de graag geziene artiesten tijdens de opnames van “De Vlaamse Top Tien” en vele interviews. Het is altijd een hartelijk weerzien. Willy is en blijft op-en-top professioneel en combineert dit met een royaal overgoten saus warme menselijkheid. De mens op het podium, de uitstraling, de tijd voor de fans, aanvoelen wat werkt in een zaal en uiteraard zijn muziek in het algemeen. Het is een totaalplaatje dat klopt zonder dat het door marketeers in kaart is gezet. Het vertrekt gewoon vanuit Willy zelf. Het tweede aanknopingspunt is het eiland Kreta. Wij zijn beiden verliefd op dezelfde plek. Elounda, een oud vissersdorp even weg van Agios Nikolaos, met uitzicht op Spinalonga, een eiland waar melaatsen naartoe werden gebracht, vaak om de laatste weken of jaren van hun leven te slijten, ver weg van anderen, familie, vrienden. Op een van de flanken die uitziet op de baai en op het melaatseneiland, ligt “Elounda Residence”, uitgebaat door Yiannis Kardoulakis. Halverwege staat een Grieks-orthodox kerkje, eigenlijk meer een kapelletje. Die plek heeft iets. Willy liet er zijn dochter Luna dopen onder goedkeurend toezicht van haar Griekse peter Yiannis.” Koen Crucke, die intussen zelf vijftig jaar op de planken staat, voelt zich alleen al door die lengte van jaren met Willy verbonden: “Wat ik nooit zal vergeten zijn de talloze optredens tijdens de “Tien om te Zien”-periode van VTM. Er waren niet alleen de tv-shows waar wij elkaar tegenkwamen. Er was ook het Vlaamse land waar in alle steden, dorpen, gehuchten en vaak weiden of zelfs het erf van een boerderij een vedetteparade op het getouw werd gezet om de sliert Vlaamse zangers en zangeressen te laten passeren met hun hit van het moment. Ik heb maar kort in dit (overigens plezierige en vaak hilarische) circus meegedraaid, maar er is één beeld dat mij tot op vandaag bijgebleven is: Willy Sommers en zijn fans. De man heeft waarschijnlijk een engelengeduld als het over zijn publiek gaat. Een vriendelijk woord voor elke puber die zijn loge bestormde, een handtekening voor elke dame die hem stiekem een knipoogje kwam geven, een vriendelijk woord voor al wie een babbeltje met hem wou maken. Bij dergelijke gelegenheden was zo goed als iedereen al minuten onderweg naar de volgende afspraak, Willy niet. Hij bleef tot de laatste fan verdwenen was met een fotokaart waarop een persoonlijke boodschap neergepend was. Of met een souvenir, een glimlach of een tevreden gevoel. Ik heb er tot op vandaag nog altijd een heel grote bewondering voor.” Natuurlijk mogen Nicole & Hugo ook niet in dit rijtje ontbreken: “Zo’n carrière voor een Vlaamse zanger is niet voor iedereen weggelegd. We zijn in dezelfde periode begonnen, en kijk, na vijfenveertig jaar staat hij nog steeds aan de top. Er zullen er niet meer zoveel zijn die het hem nadoen. We hebben Willy altijd een heel sympathieke man gevonden die klaarstond en nog steeds -staat voor zijn fans. We wensen hem nog heel vele mooie succesvolle jaren toe.” Bart Kaëll en Sommers delen een gouden raad met elkaar: “Het feit dat Willy ook vandaag nog altijd dat jeugdig enthousiasme uitstraalt, heeft misschien iets te maken met een gouden tip die ik hem ooit gaf. Toen Willy mij toevertrouwde dat hij in een dipje zat, vertelde ik hem hoe ik mijn dag begon. Elke ochtend doe ik namelijk een halve citroen in een warm glas water en ik kan de hele wereld aan. En kijk, dat bewijst Willy vandaag nog elke dag. Hij bruist van de levenslust. Een fijne collega overigens die leeft voor zijn vak! Onze Vlaamse nachtegaal Dana Winner kruipt voor Willy zelfs in haar haast poëtische pen. “Toen ze me vertelden dat hij al vijfenveertig jaar op de planken staat, ben ik meteen het op internet gaan checken of dat wel klopt. Want wat ziet hij er nog geweldig goed uit. Naast een mooie zangcarrière heeft hij blijkbaar ook het geheim om jong te blijven. Maar hij is dus al vijfenveertig jaar bezig in de muziekindustrie, een branche die voor de prachtigste momenten kan zorgen, maar die soms ook heel hard kan zijn. Chapeau! Omdat hij het al zo lang volhoudt en dat hij altijd is blijven doorgaan. Dat alleen al verdient respect en bewondering van iedereen. Dat hij ons bovendien een aantal klassiekers geschonken heeft zoals Zeven anjers, zeven rozen, Sympathie is geen liefde, Het water is veel te diep, Laat de zon in je hart en dan vergeet ik er nog een heel aantal, maakt zijn verhaal nog indrukwekkender. Als mijn geheugen me niet in de steek laat, heb ik hem vele jaren geleden in de show van Paul de Leeuw op de Nederlandse tv “Als een leeuw in een kooi” zien zingen. Wat was ik toen trots op hem, want een artiest van bij ons die in die tijd bij de grote Paul de Leeuw in Holland mocht langskomen, zag je niet vaak. Als presentator van “Tien om te Zien” bewaar ik ook de beste herinneringen aan Willy.

Heeft Willy nog wensen na zoveel jaren van succes? “Ik ben fier over al de liedjes die ik tot nu toe heb opgenomen. Er werd mij nooit iets opgedrongen door Roland of door de platenfirma. Ik heb altijd mijn eigen keuzes mogen maken en in samenspraak met mijn team werden de platen uitgebracht. Ik zing nog altijd met veel plezier Zeven anjers, zeven rozen. In de toekomst denk ik toch weer eigen materiaal uit te brengen en geen covers. Het is natuurlijk niet evident om goede songs te vinden. Er wordt mij vaak van alles en nog wat aangeboden, maar daar is jammer genoeg weinig bruikbaar materiaal bij. Wel zou ik eens een duet willen zingen met Nathalie Meskens. Ik vind dat een geweldige madam! Zij kan zingen, acteren, zij heeft humor én … zij is nog mooi ook!” Misschien staan zij volgend jaar al samen op het podium, want vrijdag de vierentwintigste, zaterdag de vijfentwintigste en zondag de zesentwintigste april 2017 zal Willy Sommers weerom schitteren tijdens het Schlagerfestival in de “Ethias Arena” van Hasselt en dat aan de zijde van onder meer Sasha & Davy, The Lynn Sisters en Jo Vally.

De 22ste mei 2016 stelt Willy, met het oog op de nakende zomer, zijn nieuwste single Jij bent een engel voor. In een productie van Edwin Van Hoevelaak schreef Willy zelf de Nederlandstalige tekst bij Du bist ein Engel dat twee jaar eerder in Duitsland door Roland Kaiser op plaat werd gezet. Willy’s versie wordt meteen door Radio 2 opgepikt.

Vrijdag de 19de augustus 2016 bereikt Willy het heuglijke nieuws dat hij voor de eerste maal in zijn carrière bovenaan de Ultratop album 200 staat.Het erfgoed van Willy Sommers” komt die  dag op één binnen in zowel de Vlaamse als de Belgische Ultratop Album Charts. Een unicum voor een van Vlaanderens populairste artiesten, die net dit jaar exact 45 jaar op de planken staat. Willy is meteen ook de eerste Vlaamse artiest waarmee Universal Music Belgium en Top Act Music het concept van een soundbook in de markt zetten, een rijk geïllustreerd boek dat tevens twee cd’s bevat.  Het eerste schijfje bevat tal van klassiekers van Willy uit de jaren 1971-1981 (de erfgoedperiode) en op cd twee staan zijn grootste hits uit de periode daarna tot op heden verzameld. “Ik ben ontzettend blij en fier” laat Willy in een eerste reactie weten. “Na 45 jaar in het vak is mijn ambitie nog even groot als in mijn begindagen en dit fantastische resultaat stimuleert mij alleen maar om nog jaren met dezelfde ‘drive’ door te gaan.” Auteur van het soundbook is voormalig Radio 2-producer Marc Brillouet. De 11de februari 2017 lanceert Willy zijn nieuwste single Geen probleem. Een cover van Kein Problem van Roland Kaiser, geschreven door Matthew Tasa en Udo Brinkmann en vertaald door Bart Herman.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2016 Daisy Lane & Marc Brillouet

K3

Aan alles komt een einde. Ook aan sprookjes, al vertel je die zelf. De media stonden er de achttiende maart 2015  bol en vol van: “na jaren van speculatie houdt K3 ermee op! “. “Het Laatste Nieuws” trok hiermee als eerste de berichtgeving omtrent het stoppen van K3 op gang. “K3 stopt” blokletterden zij. In allerijl werd de pers in het hoofdkwartier van “Studio 100″ in Schelle uitgenodigd om het nieuws juist te kaderen. Al huppelend kwamen de dames de zaal binnen, maar dat eindigde aan het einde van de bekendmaking in tranen. Voorzichtig werd aan de man gebracht dat K3 niet stopt, maar de fakkel zal doorgeven, dat ze niet te oud of te rebels zijn en dat het niets met wantoestanden en ruzies binnen het trio te maken heeft. “Wij willen gewoon op ons hoogtepunt stoppen. Na lange en intense gesprekken, hebben we dat samen met de directie beslist.” In de wandelgangen deed nochtans het gerucht de ronde als zou de Nederlandse Josje het beu zijn om uitsluitend voor kinderen te zingen en weigerde naar verluidt om een langdurig engagement aan te gaan. “Het doet me veel pijn dat te horen. Ik ben het bewijs dat dromen kunnen uitkomen. Daarom doen we een oproep aan alle meisjes die in onze voetsporen willen treden“, reageerde de blonde prompt, waarmee de link naar het volgende hoofdstuk meteen gelegd was. Uit de persmap onthouden we: “Net als bij de vorige vacature, gaat Studio 100 via een televisieshow op zoek naar opvolging. “K3 zoekt K3″ zal vanaf het najaar op de commerciële zenders VTM en het Nederlandse SBS6 te zien zijn. Het wordt wellicht een zoektocht naar opnieuw een blonde, een bruine en een rosse. Maar het belangrijkste is dat de meisjes een klik hebben waaruit magie ontstaat!” Karen vertelt dit met tranen in de ogen, terwijl Kristel dit, begeleid door haar zakdoek, beaamt en Josje koeltjes van op afstand toekijkt.

Twee maanden later lezen we op de website van VTM: “Karen, Kristel en Josje zullen zich in hun zoektocht naar hun drie opvolgsters laten bijstaan door een publieksjury. Daarin zullen kinderen, moeders, vaders en grootouders zetelen. Iedereen die dus mee wil beslissen welke meisjes de nieuwe K3 zullen vormen, kan zich kandidaat stellen“. Gert Verhulst haast zich om daar onmiddellijk aan toe te voegen: “In de eerste plaats is de leeftijd niet onbelangrijk. De vervangsters moeten jonger zijn dan Karen, Kristel en Josje. Ook het uiterlijk zal doorslaggevend zijn bij de selectie. We eisen geen perfecte looks, maar de meisjes moeten iets hebben. De haarkleur van de meisjes moet wel hetzelfde als bij de huidige bezetting blijven. De combinatie van blond, bruin en rood haar is een must. In geval van een andere haarkleur zullen de uiteindelijke K3′tjes dus vaak naar de kapper moeten gaan”. Tot de eenendertigste mei konden eventuele kandidaten zich inschrijven via de website van VTM.

Maar liefst 6081 vrouwen wilden lid van de nieuwe K3 worden. Dat bevestigt Studio 100 met graagte aan VTM NIEUWS: “De inschrijvingen voor “K3 zoekt K3″ liepen de dertigste april om middernacht af. Met méér dan zesduizend inschrijvingen kan er gesproken worden van een groot succes. De minimumleeftijd is achttien jaar, al was het niet meteen duidelijk of er valsspelers tussen zitten die eigenlijk jonger zijn. Een maximumleeftijd was er niet en dat was ook te zien, want de  oudste kandidate is vijfenzestig jaar. Uit de 6081 inschrijvingen zal nu eerst een grote selectie gemaakt worden. De uitgekozen kandidaten krijgen dan een eerste auditie“.

De vierde september 2015 gaat de eerste aflevering van “K3 zoekt K3″ op antenne en lezen we in de Vlaamse pers: “Eerst was het aan een honderdkoppige publieksjury van kinderen, mama’s, papa’s en grootouders om een eerste selectie te maken. Wie hun hartjes wisten te veroveren, mochten hun auditie voortzetten voor de ogen van de vakjuryleden Karen, Kristel, Josje en Gert Verhulst. Presentatoren Niels Destadsbader en Gerard Joling zorgden, waar wenselijk, voor de nodige opkikkerende en troostende woorden. Kristel en Studio 100-baas Gert hadden op voorhand al aangekondigd de strengen te zijn. Met een lach, dankzij de geflopte audities, een traan door de emoties die af en toe opliepen en hier en daar een kwinkslag van Gert, werd het een show die jong en oud kon bekoren.” VTM was intussen een kijkcijferkanon rijker! Drie dagen voor de start van deze succesolle tv-show schrijft “Het Laatste Nieuws”: “Zeventien jaar reisde de trein van K3 vrolijk toeterend door Vlaanderen en Nederland. Miljoenen platen en nog meer tickets voor shows, films en musicals verkochten ze: Karen, Kristel, Kathleen en, in een later stadium, Josje. Van meisjes in roze rokjes evolueerden ze naar dertigers en veertigers met een overvolle bankrekening. Nu de aflossing van de wacht nakend is, blikken alle hoofdrolspelers terug op het onwaarschijnlijke succesverhaal.”

K3 bestond bij de start uit Kristel Verbeke, Kathleen Aerts en Karen Damen. Hadden de drie dames dan geen muzikaal verleden? Toch wel. We beginnen bij de oudste van de groep, Karen Damen. Zij werd de achtentwintigste oktober 1974 in Wilrijk geboren. Zij studeerde moderne talen tijdens haar middelbareschoolopleiding. Nadien waagt ze haar kansen aan het “Herman Teirlinck Instituut”, maar slaagt niet.  Zij stopt die liefde voor het theater niet weg en gaat een tijdlang optreden bij “Het Mechels Miniatuurtheater”. Zij maakt ook een tijdje deel uit van “De Familie Backeljau” en komt aan de kost in de horeca.  In de loop van haar carrière ontdekt ze dat ze erg goed overweg kan met het medium televisie. Zij duikt op in diverse programma’s: als jurylid in “Belgium’s got talent”, in het panel “Scheire en de schepping”, in 2014 als vaste weekgast in “Café Corsari”, in het voorjaar van 2015 op Vijf in een uitdagene rol in “Perfect?”, eveneens in 2015, maar dan op Vier, als panellid in “Het zijn net mensen” met als spelleider Gert Verhulst en samen met Gilles De Coster in “Karen & De Coster”. Hier en daar dook ze in de roddelpers op door haar relaties met Studio 100-baas Gert Verhulst en met gitarist Christian Olde Wolbers van Fear Factory. Zij woont tegenwoordig samen met drummer Antony Van der Wee van de groep The Ditch.

Kristel Verbeke werd de tiende december 1975 in Hamme geboren in een gezin van vier kinderen. Haar jeugdjaren verliepen niet vlekkeloos. Zij vertelde daar trouwens de zeventiende juni 2015 openlijk over in het Radio 1-programma “Groep van 10″. Kristel zet zich met veel liefde in voor kinderrechten. Haar ouders scheidden toen zij dertien was. Zij heeft hard gestudeerd om haar diploma te behalen. Zij stond in het begin als lerares een tijdje voor de klas, maar ze wou iets anders en kwam terecht als bediende bij een bank in Laarne. Haar muzikale ambities kon ze botvieren in een funkgroepje en in een project rond Ann Christy, samen met Kathleen Vandenhoudt, Pascale Michiels, Andrea Croonenberghs en Robert Mosuse. Zij gaat een tijdje in het achtergrondkoortje van Niels William zingen, de man die iets later met het project K3 van start zal gaan. De zevende juni 2003 trouwt Kristel met de bekende zanger en tv-presentator Gene Thomas. Zij hebben samen twee dochters.

Kathleen Aerts werd de achttiende juni 1978 in Geel geboren. Zij trekt naar de normaalschool afdeling talen en wiskunde en studeert af als onderwijzeres. Zingen doet ze dolgraag. Van 1992 tot 1995 zingt zij bij het groepje Wonderful Game. In 1995 neemt ze deel aan de “VTM Soundmixshow” en wordt derde met het nummer Grow a baby van de Belgische groep Pop in Wonderland. Een jaar later zingt ze From a distance van Bette Midler tijdens de “Ontdek de Ster Show” van VTM. In 1997 doet ze nog eens mee aan de “VTM Soundmixshow”, deze keer met Chirpy chirpy cheep cheep van Middle of the Road en belandt in de halve finale. Zij zingt zich stevig in de kijker wanneer zij in de musical “Sneeuwwitje” van Studio 100, Sanne vervangt omdat die het met de regie op een bepaald moment oneens is. In de nasleep daarvan neemt zij als Cath in 1998 het soloplaatje My love won’t let you down op, een cover van Nathalie Sorce. Na tien jaar K3 zal Kathleen de drieëntwintigste maart 2009 beslissen ermee te stoppen. Zij wordt vervangen door de Nederlandse zangeres Josje Huisman. Vanaf vijf juni 2009 treedt Kathleen op als solozangeres en scoort hits met singles als Zumba Yade en Feest voor kinderen. In de loop van de maand september 2015 komt zij in het nieuws wanneer ze naar aanleiding van de “Werelddag Dementie” bij uitgeverij Lannoo haar boek “Voor altijd mijn mama”, het verhaal over haar jongdementerende moeder, uitbrengt.

In een interview in “Humo” legden de drie terugblikkende dames in 2004 een deel van hun prille K3-ziel bloot. Karen vertelde dat ze in zowat elk restaurant en café in Antwerpen heeft gewerkt: “Op het einde was ik in de karaokebar op de Grote Markt beland. En toen was er ineens K3. Zal dit me ooit vervelen? Nee. We staan met beide voeten op de grond. De dag dat ik mij anders begin te gedragen, mogen ze me vastbinden. Voor mij geen kreeft of kaviaar. We nemen altijd onze boterhammen mee naar een optreden.” Kathleen vertelde: “Ik zat nog op school toen we met K3 begonnen. Ik had nog nooit gewerkt, behalve tijdens de vakantie een paar dagen in een worstenfabriek. Girlpower was voor mij té straf. Ik heb geen power, ik ben een slappeling, ik zeg bijna altijd ja. In het begin van K3 was ik heel verdrietig als er weer iets stoms over mij werd gepubliceerd, nu alleen nog geïrriteerd en boos.” En Kristel wou het volgende nog kwijt: “Op het podium hebben we aan een paar woorden genoeg om eens goed te lachen. Terwijl we volop aan het zingen zijn over kabouters, geven we elkaar tips zo van: knappe man, derde rij links. Als ik met rust gelaten wil worden, ga ik apart zitten. Maar verder betrekken we elkaar bij alles, we hebben geen geheimen voor elkaar. Maar het blijft wel tussen ons. De boekjes staan vol over onze muziek en onze nieuwe shows en de laatste tijd vol gissingen over ons privéleven. Alleen al de onzin die daarover geschreven is!”

Josje Huisman, die vanaf 2009 Kathleen verving, werd de zestiende februari 1986 in het Nederlandse Heusden geboren. Haar vader is predikant. Josje groeit op in Steenwijkerwold en verhuist  op haar veertiende naar Meppel. Op haar tweeëntwintigste studeert zij af aan de “Dansacademie Lucia Marthas” in Groningen. Zij gaat in Amsterdam een jaar lang een musicalopleiding volgen. Via het programma “K2 zoekt K3″, uitgezonden door de Nederlandse en Vlaamse televisie, wordt Josje de derde oktober 2009 geselecteerd om Kathleen in K3 te vervangen. Zij gaat van dan af in Antwerpen in de buurt van “Studio 100″ wonen. In 2012 haalt ze de pers wanneer zij een relatie aanknoopt met haar baas Gert Verhulst, vervolgens met Johnny de Mol en vanaf eind 2013 tot en begin 2015 met acteur Kevin Janssens.

De man achter K3, die tevens het concept bedacht, is Niels William, de twintigste november 1974 als William Vaesen te Bree geboren. Hij studeerde aan de muziekhumaniora “Kindsheid Jesu” te Hasselt en vervolgens aan de “Showbizzschool” in Oostende waar hij Frank Dingenen leerde kennen. Samen namen ze in 1991 de hit Dat goed gevoel op. Tijdens “Zomerhit” van Radio 2 ging hij twee keer met een prijs lopen: in 1992 als beste debutant met Blijf bij mij en in 1995 met de prijs van de beste Nederlandstalige productie voor Zie ze doen. Ongeveer tien jaar kwam Niels bij Radio 2 aan de bak als presentator van onder meer “Golfbreker” en “De Zondagsclub”. In het achtergrondkoortje van Niels zat, zoals we al eerder aanhaalden, onder anderen Kristel Verbeke. Niels wou aanvankelijk een groep oprichten in de stijl van The Spice Girls die met hun songs en vooral hun girlpower wereldwijd de ene hit na de andere scoorden. Niels wou er een Vlaamse versie van maken. Hij kende ook Karen Damen en een zekere Kelly Cobbaut. In een soort aanloopfase was er in eerste instantie het trio Mascara, maar omdat de voornamen van de dames met een k begonnen, werden ze plagend en speels K3 genoemd. Als singletje coveren ze Alles heeft een ritme van de Nederlandse meidengroep Frizzle Sizzle. In Nederland, want dit deel van het verhaal mogen we ook niet uit het oog verliezen, had je sinds 1995 het drietal Linda, Roos & Jessica met daarin Katja Schuurman, Guusje Nederhorst en Babette van Veen. Een groep, opgericht puur voor de fun, door producers Fluitsma en Van Tijn, maar wonder boven wonder kwam hun eerste single Ademnood op één terecht in de Nederlandse Top Veertig. Zo’n groepje in Vlaanderen zag Niels wel zitten.  Na de passage van Kelly, die musical in Nederland gaat studeren, is het de beurt aan Deborah Ostrega  om Kelly’s plaats in te vullen, maar zij bedenkt zich en zo gaat de beurt over naar Kathleen Aerts om haar entree te maken. En zie, de echte  K3 is geboren. De audities hadden vooraf plaatsgehad in de “Top Studio” in Gent. De aandacht ging daarbij vooral uit naar het zingen. Het huppelen en springen is er pas later bij gekomen. In de jury zat toen onder meer Miguel Wiels, die al een tijdje met Niels Wiliam samenwerkte. Onder andere met het project Boysband dat Niels midden de jaren negentig had opgericht samen met Wim De Kerpel, Bjorn Rosier, Jeffry De Roeck en Jo Veraghtert. Een duidelijk plan hoe het voor K3 allemaal moest klinken, was er nog niet, maar de drie dames hadden in elk geval zin om er een muzikale lap op te geven. Zij kiezen een nummer dat kant-en-klaar op hen ligt te wachten, Wat ik wil :  ”Kijk ik in de spiegel dan zie ik daar een meisje staan, dat van alles wil beleven, dat zo graag weg wil gaan. Het is zonneklaar, ik wil een nieuw avontuur beleven, maak al mijn dromen waar. Wat ik wil, wat ik wil, wat ik wil, is een kick die mij vanbinnen raakt, wie neemt mij mee ver van hier, wie maakt mij stapelgek en helemaal dronken enz.” Deze eerste single, geschreven door Marc Paelinck, Ronald Buerssens en Dennis Peirs, flopt.

In 1999 neemt K3 deel aan “Eurosong” met het oog op het “Eurovisiesongfestival”. Bart Brusseleers van platenfirma BMG had bij Miguel een demobandje gehoord met daarop Heyah Mama en hij vond dat K3 daarmee aan “Eurosong” moet deelnemen. Een professioneel selectiecomité kiest uit bijna tweehonderd ingezonden tapes, eenentwintig nummers, verdeeld over drie selectieronden. K3 belandt met Heyah Mama in de derde ronde met daarin onder meer Yves Segers, Martine Foubert, Alana Dante, Nadia, Ricky Fleming en Dominic. Het vernietigende commentaar van jurylid Marcel Vanthilt zorgt ervoor dat K3 met Heyah Mama op de vijfde plaats belandt. Volgens de heer Vanthilt was hun liedje eerder geschikt om geëtaleerd te worden in de afdeling fijne vleeswaren: “echt wel k** met peren, muziek voor achtjarigen en baby’tjes“. Aan de uiteindelijke finale nemen onder anderen Petra, Medusa, Wendy Fierce en Alana Dante deel en er wordt gewonnen door Vanessa Chinitor, die de negenentwintigste mei in Jeruzalem op de dertiende plaats eindigt met het door Wim Claes en Emma Philippa geschreven Like the wind. De overwinning gaat dat jaar naar Zweden en Charlotte Nilsson met Take me to your heaven.

Niels William en K3 lachen in hun vuist wanneer ze merken dat Heyah mama een hit in wording is. Na een behoorlijke klim staan ze de vierentwintigste april 1999 op één in de Vlaamse Top Tien. Het nummer werd geschreven door Miguel Wiels, Peter Gillis en Alain Vande Putte. Die heren kenden het klappen van de zweep al, want zij schreven voordien hits voor Isabelle A en The Dinky Toys. Zij zijn maar wat blij wanneer ze vernemen dat hun nummer de negentiende juni zelfs tot op twee is geraakt in de VRT Top Dertig. Een tijd later mag K3 edelmetaal in ontvangst nemen: driemaal goud en méér dan dertig weken genoteerd in de Vlaamse Top Tien. Door Radio 2 krijgen ze de trofee “Zomerhit 1999″ overhandigd. Dit toch wel onverwachte succes doet, voortgaand op de reacties, K3 en Niels Willam inzien dat ze niet alleen een zeer jong publiek, maar ook hun ouders en grootouders aanspreken. Vrij snel wordt beslist de girlpower op te doeken en over te stappen naar liedjes voor de heel jonge fans. Een bewijs dat K3 geen uitgekiend concept is.  Meteen wees het succes uit in welke richting ze verder moesten. Het viel op dat vooral de kids meezongen en tijdens optredens op de voorste rijen gingen postvatten. Aan “Humo” vertelde Niels in 2004: “Ik wou een Vlaamse Spice Girls lanceren: sympathiek, energiek, babetoestanden. Er is geen marketingonderzoek aan voorafgegaan: het publiek heeft ons algauw in die richting van entertainment voor kinderen gestuurd. Het feit dat we elkaar al een tijdje kenden, was wel een groot voordeel, want de switch van sexy naar kinderlijk zagen de meiden aanvankelijk niet zitten. Maar de pikorde stond vast: ik was de baas. En de regels waren simpel: hard werken en niet zagen. Van girlpower werd probleemloos overgeschakeld naar kidpower. “Oké het was een zakelijk risico en ik heb sterk onder het vuur van non-believers gelegen, maar ik ben blijven roepen: ” Wij worden zo top als Kabouter Plop“, aldus Miguel Wiels. Heyah mama schreef hij bij hem thuis in een kleine kamer, zijn muziekkot zoals hij dat graag noemt. Buiten was het erg warm, Miguel zocht binnen graag de koelte op en had zin in het schrijven van een reggaegetint liedje. Miguel had het begin van de tekst al geschreven, maar kon niet meteen iets verzinnen bij het refrein. Hij zong dan maar: “heyah Mama di heyo hé héhéhé”. Alain Vande Putte zou de tekst wel verder afwerken, maar had na twee weken nog niets gevonden en er werd besloten die eerste tekstuele vondst van Miguel te gebruiken. Peter Gillis houdt zich van in het begin bezig met het opfrissen van de liedjes, de arrangementen, de opnamen en de mixing. Peter doet dat samen met Miguel, die beiden, door de bank toch, de productie voor hun rekening nemen. Per jaar schrijven zij zo’n dertig liedjes om er uiteindelijk voor het nieuwe album een twaalftal over te houden. Zij leggen de lat behoorlijk hoog. Zij willen K3 muzikaal een zo breed mogelijk profiel geven en liedjes aanbieden waarin de dames zich goed voelen. Zij maken hun productieteam vooraf dan ook duidelijk waarover ze willen zingen, welke thema’s hun aanspreken. Jaren later zullen ze eerlijk toegeven dat ze bij de start hebben toegehapt toen ze de liedjes hoorden. Het was die blije sfeer die hun aansprak, iets later is de rest er als pluspunt bij gekomen.

Aan Miguel, Alain en Peter wordt door Niels William gevraagd zo snel mogelijk voor een opvolger te zorgen en dat is Yeke yeke. Het team besliste van in het begin geen typische kinderliedjes te schrijven, maar poppy deuntjes voor kids. Qua inspiratie ging Miguel voor deze song te rade bij Mory Kanté die in 1987 een nummer één had gescoord met Yéké Yéké. Miguel pikte dit liedje op een nacht op de radio op toen hij terug naar huis reed, na een tv-opname voor “De Notenclub”. Hij was op zoek naar een liedje met daarin een brabbeltaaltje verweven. Het verhaaltje zelf pikte hij van Save your kisses for me van de Engelse groep Brotherhood of Man, waarin het uiteindelijk draait om de liefde voor een kind (zij wonnen daarmee in 1976 het Eurovisiesongfestival). De vierde september 1991 wordt er met Yeke yeke gepiekt in de Vlaamse Top Tien. De achttiende september noteren we een vierde plaats in de VRT Top Dertig. Het succes van deze single overtuigde de drie dames dat Niels goed gegokt had met die overschakeling naar muziek voor kinderen. K3 wordt van dan af een fulltime kindergroep.  Dan volgt I Love You Baby, opnieuw een nummer één in de Vlaamse Top Tien, maar het belandt slcehts op een elfde plaats in de VRT Top Dertig. De zesde oktober 1999 brengt K3 hun eerste album uit, “Parels”, op het Capetown-label en verdeeld door BMG-Ariola. De zevenentwintigste november staat K3 ermee op de tweede plaats in de Ultratop Album 200. Het album is een bestseller. December 1999 ligt hun eerste stripavontuur “K3 X 2″ in de winkel.

Van bij het begin wordt er achter de schermen een vierde K3 opgevoerd in de persoon van Axana Ceulemans. Die had haar sporen al jaren eerder verdiend als actief lid van de succesvolle groep Def Dames Dope. Samen met Barbara De Jonge, Ingrid Gerits en Edith Verlinden scoorde zij tussen 1992 en 1996 een opvallende rist hits. In 1993 kaapten zij nog de “Radio 2 Zomerhit” weg met Ain’t Nothing To It. In Axana’s bio lezen we: “Ik stopte na zes intense jaren met Def Dames Dope. Ik werd ouder, had een vaste relatie, had van de wereld geproefd en verlangde naar een rustiger leven. Bovendien werd ik geopereerd voor baarmoederhalskanker en wilde een nieuwe weg inslaan. Ik ging terug werken als directiesecretaresse bij een firma in het Antwerpse. Maar vooral het dansen kon ik niet loslaten. Zingen en dansen leerde ik door anderen het te zien doen, in discotheken en op tv. Achter de schermen bleef ik choreografisch advies aan muziekgroepjes geven. Tot manager Niels William mij op een bepaald moment aansprak met de vraag of ik een dansje voor K3 wilde bedenken.  Het werd de dansante aftrap van een fantastische samenwerking”.

Omdat het succes zo snel aangroeit en Niels William soms moeite heeft om bij te benen, gaat hij met zijn zakelijk instinct op zoek naar een partner die kan instaan voor merchandising en dergelijke. Hij kan meteen een degelijk profiel van de groep voorleggen, de kant die zij uit willen. Hij vindt een prima partner in  ”Studio 100″. Gert Verhulst en Hans Bourlon zijn meteen te vinden voor een samenwerking. Hun volgende hit Alle kleuren wordt dan ook uitgebracht op het eigen platenlabel van Studio 100. Miguel had zin in een universeel liedje over verdraagzaamheid. De tekst mocht niet te belegen zijn en toen kwam Alain op de idee om te zingen over “alle kleuren van de regenboog, van Afrika tot in Amerika…”. De eerste juni 2000 pronken de drie dames ermee op één in de Vlaamse Top Tien. De zestiende augustus staan ze op twee in de VRT Top Dertig en hangt er een platina exemplaar aan de muur. Bij Radio 2 weer goed voor de trofee “Zomerhit 2000″ én de prijs van het publiek. Hun wordt ook gevraagd of ze dat jaar het Gordellied voor hun rekening willen nemen. In september 2000 stellen ze in “Bellewaerde” hun album “Alle kleuren” voor, met op de teller veertigduizend stuks in voorverkoop en met op de eindteller méér dan honderdvijftigduizend verkochte exemplaren, oftewel vijfmaal platina. Tijdens het componeren zit de wind goed mee, want in nog geen tien dagen tijd schrijven Miguel en Alain al de liedjes bij mekaar, alsof het een makkelijke klus is. Het zal ook het bestverkochte album van 2001 worden. Raar maar waar voor Vlaamse artiesten, K3 slaat ook in Nederland aan. Studio 100 springt meteen op de kar qua marketing. In de winkel zijn voortaan kaften, kleren, poppetjes en boekentassen met K3 erop te verkrijgen. Met een jaar vertraging staat Heyah mama de achtentwintigste oktober 2000 op plaats achttien in de Nederlandse Top Veertig.

Het productieteam achter K3 weet maar al te goed waar ze mee bezig zijn en palmen gelijk de grootouders van de K3-fans in door Oma’s aan de top op single uit te brengen. De inspiratie komt deze keer van de hit Toch ben je oma uit 1991, gezongen door Louis Neefs. Miguel wilde, daarin gesteund door Peter, er een nieuwerwetse draai aan geven, een omaliedje met een poppy beat. Niet alleen de dertigste december 2000 goed voor een vierde plaats in de VRT Top Dertig en een nummer één in de Vlaamse Top Tien, maar ook een hit in Nederland, want daar wordt Oma’s aan de top, gekoppeld aan Blub, ik ben een vis, de dertiende oktober 2001 beloond met een achttiende plaats in de Top Veertig. Op “Alle kleuren” staat ook het niet mis te verstane Doe Maar, een liedje waarvan de tekst toch iets verder gaat dan de alledaagse leefwereld van een doorsneekind: “Zeg nu toch niet dat ik jou niet verwen, je krijgt miljoenen zoenen van mij, ik voel me goed als ik dicht bij jou ben, maar je wil meer dan samen uitgaan, je wil meer dan hand in hand gaan, jij wil meer, je kijkt me zo lief aan. Doe maar, een klein beetje langzaam, ik voel me nog niet klaar om de grote stap te wagen.” Een jaar eerder werd aan hun Vlaamse fans hun tweede stripverhaal “De babysitters” aangeboden.

Omdat Studio 100 goed thuis is in de wereld van de musical, mogen de meiden van K3 van de zesentwintigste december 2000 t.e.m. de vijfde januari 2001 hun eigen verhaal op het podium etaleren in de musical “De wereld van K3″, de story van drie meisjes op zoek naar succes. Er wordt gigantisch gescoord met de single Tele-Romeo, opnieuw van de hand van Miguel Wiels, Peter Gillis en Alain Vande Putte. Tele-Romeo schrijft Miguel nog maar eens in de wagen, tijdens zijn zoveelste avondrit van Brussel naar Gent, althans daar schiet hem de melodie door het hoofd die hij meteen op het antwoordapparaat van zijn gsm inzingt. Hij heeft meteen door dat dit een catchy song in wording is. Bij zijn thuiskomst zingt hij het in een deftige vorm op een demootje in en stuurt het door naar Alain. Op dat demootje zingt Miguel het in in een soort nonsenstekst die eindigt met shalom shalom. Alain vervangt die passage door “wie heb ik aan de lijn hallo hallo?” Meteen nadien verzint Alain de titel Tele-Romeo. Die Franstalige spielerei tussendoor stoot op enig protest: C`est qui à l`appareil, allô, allô, je n`entends rien que ta voix, es-tu si beau, j`suis amoureuse de toi, allô, allô, mon Télé-Roméo”. Miguel wil er absoluut het zinnetje “tu sonnes si beau” bij hebben, maar dat blijkt geen correct Frans te zijn en dus werd het “es-tu si beau”. De negende juni 2001 staan de dames zestien weken na mekaar op één in de Vlaamse Top Tien. De vijfentwintigste augustus van dat jaar bereiken ze de eerste plaats in de VRT Top Dertig. Zij worden beloond met tweemaal platina. Ook in “Tien om te Zien” van VTM voeren ze de boventoon. Tele-Romeo levert hun de trofee “Zomerhit” van Radio 2 op, plus de publieksprijs. In Nederland wordt hun vorige album “Alle kleuren” met goud bekroond. In ons interview geeft Kathleen spontaan toe dat ze dat liedje in het begin niet zag zitten en het nadien ook nooit echt graag tijdens optredens heeft gezongen. Om haar letterlijk te citeren: “Dat was voor mij te veel boenke boenk.” Dat was erover. Karen en Kristel beamen dat. Niemand van hen vond het die eerste keer tof klinken. Wel tof was dat zij voor de eerste keer een broek mogen aantrekken. Maar toen ze iets later gingen optreden en het publiek spontaan begon mee te zingen, wisten ze dat ze met Tele-Romeo een superhit te pakken hadden.

De eerste september 2001 ligt het nieuwe album “Tele-Romeo” in de winkel. Dat wordt door hen die dag in drie steden live aan de fans voorgesteld: Kortrijk, Antwerpen en Hasselt. In de Ultratop Album 200 positioneren ze zich negen weken na mekaar aan de top en halen uiteindelijk vijf keer platina op het droge.  Ouders die op zoek zijn naar een nieuwe strip ontdekken begin oktober “School op stelten”. Nog een maand later trekt K3 naar Nederland om daar hun album “Tele-Romeo” voor te stellen, meteen goed voor goud! De eenendertigste december 2001 zendt VTM een sneeuwvolle special rond K3 uit die ze aan het begin van het jaar in Zwitserland hebben ingeblikt. Omdat er niet altijd gehuppeld hoeft te worden, brengt K3 de single Je hebt een vriend uit. De producers vinden de tijd rijp voor een song over vriendschap en stoppen een soort boodschap in dat nummer. Deze keer is de tekst er eerst en wordt er, tussen de huppelnummers door, gekozen voor een traag ritme. We noteren de achtste december 2001 nog maar eens een eerste plaats in de Vlaamse Top Tien en, twee weken later, een elfde plaats in de VRT Top Dertig. Studio 100 zet voor het volle pond in op een nieuwe musical, “Doornroosje”.  De liedjes worden deze keer geschreven door Gert Verhulst, Hans Bourlon en Danny Verbiest op muziek van Johan Vanden Eede. De songs worden in studio “The Groove” in Schelle ingeblikt. K3 kruipt in deze musical in de huid van de goede feeën. Free Souffriau speelt de rol van Doornroosje, Koen Crucke wordt koning Lodewijk en Myriam Bronzwaar koningin Isabel. Die musical levert hun een vette hit op, Toveren. De drieëntwintigste februari 2002 pieken ze op één in de Vlaamse Top Tien en bereiken de zesde april de tweede plaats in de VRT Top Dertig. In de Nederlandse Top Veertig zit er de dertiende april een derde plaats in. De zesde september 2002 hijst Studio 100 alle vlaggen, want dan wordt in een productie van Niels William het vijfde album van K3 ” Verliefd” gelanceerd, met daarop Feest, Papapa en Verliefd, die ook de daaropvolgende singles worden. Het valt op dat de impact op de Top Tien en de VRT Top Dertig wat is afgenomen. Het album daarentegen doet het beregoed in de Ultratop Album 200, waar een eerste plaats wordt bereikt met als eremetaal tweemaal platina. Niels William krijgt in die periode nog amper de tijd om te slapen. Hij staat er haast alleen voor en ziet K3 almaar groeien. Zijn leven bestaat nog alleen uit interviews regelen, onderhandelen en problemen oplossen, iets waarvoor hij niet in de juiste wieg blijkt gelegd. Na een stevige babbel met het management van Studio 100 besluit Niels eind 2002 zijn K3 voor een bom geld aan hen te verkopen. “Voor hoeveel dat doet er niet toe“, zegt William, “maar als ik niet al te zot doe met mijn geld, hoef ik nooit van mijn leven meer te werken.” De meiden van K3 voelen zich van dan af zeker zo gelukkig met voortaan Gert Verhulst aan het roer: “want hij heeft zo’n fantastische dosis humor !“, klinkt het unaniem. Met de komst van Gert hebben ze, nog steeds aldus de dames, minder de indruk dat ze een manager achter zich hebben staan, het loopt allemaal wat vlotter en spontaner. De stress van in het begin, het moeten slagen, valt met de komst van Gert en Studio 100 een beetje weg. Het keurslijf is wat minder gespannen en de meiden krijgen meer inspraak. K3 wordt meer iets zoals zij het zelf aanvoelen. Ze ervaren dat als een voorrecht dat ze intussen verworven hebben, na een periode van keihard werken en keurig in de pas lopen. Gert staat er bijvoorbeeld meteen op dat wanneer K3 ergens optreedt het ook backstage in orde is, zodat zij in optimale omstandigheden kunnen optreden. De Studio 100-stijl en kwaliteit steekt almaar meer de kop op (eigen catering enz.).

Niels gaat in Zuid-Afrika wonen en richt daar de groep X4 op, een Zuid-Afrikaanse variante op K3. Hun eerste album passeert méér dan twintigduizend keer de toonbank. Maar de verstandhouding binnen de groep is vlug zoek en X4 wordt iets later ontbonden. Aanvullend nu al melden dat Niels in 2005 terug naar België komt en zich hier gaat ontfermen over de carrières van onder anderen Milk Inc., Els de Schepper, Marjolein Lecluyze, Wim Soutaer enz. Twee jaar later verkoopt hij zijn boekingskantoor aan de groep rond “De Zuiderkroon” in Antwerpen. In 2008 richt hij samen met Johan Smets uitgeverij “Kwagga” op en neemt Kathleen Aerts, die intussen uit K3 is gestapt, onder zijn vleugels. In 2011 verhuist Niels samen met zijn drie zonen en zijn vrouw Ellen Christiaen naar Zuid-Afrika om daar te werken aan de tv-reeks “House of Davis”. Maar terug naar de eenendertigste december 2002 wanneer VTM de special “K3 in de Ardennen” uitzendt. Daarin worden niet alleen mooie beelden getoond, maar zingen Kristel, Karen en Kathleen hun tot dan toe grootste hits. De Nederlandse TROS zendt in negen afleveringen “De wereld van K3″ uit. Van deze afleveringen hebben de dames ook een Vlaamse versie opgenomen. Om het livecontact met de fans niet te verliezen pakt K3 in 2002 uit met de “K3 Toveren Tour”. Op hun website lezen we: “Dit is een magische liveshow die je onderdompelt in een wereld vol fantasie. Karen Kristel en Kathleen gaan op avontuur met meester tovenaar Carolus Van Barkenstein en maken een betoverende reis, op zoek naar het grootste geluk dat er bestaat. Dansend op het ritme van de zomer met Feest en vele andere magische liedjes proberen de meisjes drie moeilijke goocheltrucjes tot een goed einde te brengen.”

Op muziek van Johan Vanden Eede en teksten van Gert Verhulst, Danny Verbiest en Hans Bourlon, lanceert Studio 100 in 2003 de musical “De 3 biggetjes” met naast K3, onder anderen Jan Schepens, Dimitri Verhoeven, Daisy Thys en Free Souffriau. Eerst worden door de medewerkers de wenkbrauwen gefronst. K3 in de rol van drie biggen? Dat klinkt en oogt niet zo lief, maar Gert maakt er drie aantrekkelijke, aaibare varkentjes van. Van deze musical verschijnt zowel een succesvolle cd als een dvd. Met de single De 3 biggetjes staat het trio de tweeëntwintigste maart 2003 op twee in de Vlaamse Top Tien en de zesentwintigste april op vier in de VRT Top Dertig. Maar een van hun grootste hits moet nog gescoord worden. Zij brengen nadien vrij snel Oya lélé uit en staan vanaf de eenentwintigste juni weken na mekaar op één in de Vlaamse Top Tien en de achtentwintigste juni eveneens op één in de VRT Top Dertig. Miguel Wiels hierover: “Wij proberen geen kinderliedjes te schrijven, geen belegen teksten en producties. Onze liedjes hadden net zo goed gezongen kunnen worden door de Britse hitgroep Steps. Onze muziek verdient de stempel pop for kids, zeker niet de term kinderliedjes. Dat is ook de kracht van de liedjes die bij ons de grootste hits zijn geworden, zoals Oya lélé. Dit nummer heeft het kinderlijke helemaal overstegen.” Wiels had aanvankelijk een beetje schrik om Oya lélé op single uit te brengen omdat hij het iets te volwassen vond klinken, zeker tekstueel, dat het iets te veraf zou staan van het typische K3-publiek. “Meer dan we denken, gaan de liedjes over de liefde bedrijven, maar dan in zéér bedekte termen. Pa en ma mogen er ook wat aan hebben wanneer ze naar een K3-voorstelling komen. Oya lélé gaat immers over een zwoele zomerdag, alles is heet, we voelen ons geweldig enz.“, dixit Miguel. Het waren de drie dames van K3 zelf die van in het begin als één vrouw achter dit nummer gingen staan en de release hebben doorgedrukt. Kristel herinnert zich nog dat ze met z’n drieën op weg waren naar een concert en dat ze Gert opbelden met de smeekbede het nummer, dat toen al twee jaar in de schuif lag, eindelijk op single te zetten omdat zij aanvoelden dat er sowieso een enorme hit aan zat te komen. In de Nederlandse Top Veertig kleeft er een negende plaats aan vast, nadat ze daar iets eerder ook met De 3 biggetjes hebben gescoord. In Vlaanderen is platina de kroon op het werk, samen met de trofee “Zomerhit 2003″ én de publieksprijs. Het album “Oya lélé” is in voorbestelling al meteen goed voor drieënveertigduizend exemplaren, omgezet in twee weken nummer één in de Ultratop Album 200. Er zit geen nummer één in voor de daaropvolgende singles die uit dat album geselecteerd worden: Frans liedje en Hart verloren. Op dit album staat ook de kentune van hun tv-show  “De wereld van K3″, die vanaf de negenentwintigste oktober 2003 op VTM wordt uitgezonden, én het nummer Dat ding dat je doet dat ze samen met Marcel Vanthilt zingen. Hun achtste stripverhaal ligt vanaf de maand november in de winkel “De wereld van K3″.

In 2003 trekt K3 er met de theatershow “K3 in Wonderland” op uit. “In deze show gaan Karen, Kristel en Kathleen op droomreis naar Wonderland, een land waar alles tot leven komt! De reis belooft een lange droom te worden, maar toch moet je goed wakker blijven. Reis doorheen de vier seizoenen en zing uit volle borst mee met Oya Lele en vele andere K3-liedjes. Droom van herfstkleuren, winterpret, lentekriebels en ontwaak met een warm zomergevoel!” De vierentwintigste december 2003, kerstavond dus, serveert VTM “5 jaar K3″, waarin hun carrière tot dan toe wordt belicht. In dit programma zien we hoe hun platenfirma, zo fier als een gieter, de drie dames een unieke award mag aanbieden voor de verkoop van méér dan twee miljoen verkochte cd’s in België en Nederland (dit programma wordt de derde januari 2004 op de Nederlandse televisie uitgezonden). Iets later lezen we in de pers dat dit cijfer achterhaald is en dat ze al een nieuwe award in ontvangst hebben mogen nemen voor meer dan drie miljoen verkochte exemplaren. In de maand februari 2004 ligt een liveregistratie van  ”K3 in Wonderland” op dvd in de winkel.  Om die vijf jaar K3 te vieren worden al hun hits verzameld op het album “5 jaar – hun grootste hits”, gewaardeerd met een platina exemplaar. Het theater laat hen niet onberoerd en dus gaan ze weer de baan op, deze keer met “K3 de wereld rond”. “ Karen, Kristel en Kathleen winnen een wedstrijd. In spanning wachten ze op de man die hun de prijs zal overhandigen. Hij heeft namelijk een grote verrassing bij zich: een reis rond de wereld! Maar er schuilt nog een addertje onder het gras: voordat zij hun prijs in ontvangst mogen nemen, moeten ze nog een allerlaatste opdracht vervullen. Het begin van een muzikaal avontuur?” Ook deze show blijkt, net zoals de andere, een voltreffer.

Dat jaar duiken ze drie keer op in de Vlaamse Top Tien: op twee met Liefdeskapitein en met Superhero en op acht met Zou er iemand zijn op Mars? In de VRT Top Dertig staat Liefdeskapitein de eenendertigste juli op acht, waar we de achttiende oktober Superhero terugvinden. Miguel Wiels herinnert zich dat Liefdeskapitein een moeilijke bevalling was. De nummers voor het volgende album waren al klaar, maar hij miste nog een catchy song. Op een vrijdagavond trok hij naar de studio en begon daar ‘s nachts om twee uur nog te experimenteren met beats en klanken, en zo is Liefdeskapitein ontstaan. De middag nadien stuurde Miguel het door naar Alain en de dinsdag daarop werd het tijdens een luistersessie geselecteerd om de nieuwe single te worden. De daarnet opgesomde hits vinden we terug op het album “In Wonderland”, dat de achttiende september 2004 wordt gereleaset en tot op twee geraakt in de Ultratop Album 200. De negenentwintigste september heeft de première plaats, zowel in België als in Nederland, van de eerste K3-film “K3 en het magische medaillon”. ” In deze film gaan de meisjes, naar een verhaal van de hand van Gert Verhulst, Hans Bourlon en Danny Verbiest, aan de slag in hun droomhuis. Wat ze niet weten, is dat er ergens in het huis een waardevol medaillon verstopt zit. Enkel Gazpacho, een zware jongen van internationaal kaliber, weet van het bestaan van het medaillon af. Hij zal niet rusten voor het medaillon veilig en wel in zijn bezit is. Maar dat is buiten Karen, Kristel en Kathleen gerekend”. De regie is in handen van Indra Siera en er zijn bijrollen weggelegd voor onder anderen Paul de Leeuw en Peter Rouffaer. In januari 2005 verschijnt deze film op dvd. Twee maanden later krijgen ze in “Kinepolis Brussel” een ster op de “Walk of Fame”.

Januari 2005 ligt strip tien in de winkel, “Actie!”. Zoals de vorige negen, werd ook deze uitgegeven bij Dupuis. Om u enig idee te geven waar de inhoud van zo’n strip om draait, deze als voorbeeld: “De première van de eerste K3-film “Het magische medaillon” in Vlaanderen is een weergaloos succes. Hollywoodproducer Max Money is net in het land en ziet de nieuwe filmsterren op TV-journaal en hoort de kassa al rinkelen. Hij biedt de K3′tjes de hoofdrol aan in een mega-spectaculaire-actiefilm in Hollywood. Een aanbod waaraan de meisjes niet kunnen weerstaan. In Hollywood aangekomen, krijgt producer Bill Kill lucht van de plannen van zijn concurrent Max Money. Hij tracht K3 te verleiden met allerlei cadeautjes om toch maar in zijn nieuwe film te spelen. Wanneer dit niet lukt, stelen Bill Kill en zijn topactrice Dolly Dollar het filmscenario van Max Money. Kathleen, Karen en Kristel blijven niet bij de pakken zitten en gaan als echte supergirls de gemene dieven achterna …”. De auteurs van dienst zijn zoals steeds Patriek Roelens en Jan Ruysbergh.

De veertiende januari 2005 bevalt Kristel van haar eerste dochter Nanou. Kathleen maakt van die vrije tijd gebruik om in “De Efteling” de hoofdrol te vertolken in de musical “De kleine zeemeermin”. Van de tweede tot en met de vijfde april 2005 staat K3 driemaal in het “Sportpaleis” van Antwerpen met een totaalspektakel waarin zij vijfentwintig hits aan mekaar rijgen. Onder begeleiding van een liveorkest en veertig dansers en danseressen maken zij er een ongelooflijk groot feest van! Datzelfde jaar overrompelen ze “Ahoy” in Rotterdam met vanaf de negentiende tot en met de zesentwintigste oktober in het totaal twaalf shows, gespreid over twee per dag. In cijfers komt dat neer op: negentig minuten spektakel, vijfentwintig hits, tweehonderd kostuums, veertig dansers en danseressen, een achttien meter breed podium, veertig meter catwalk, vijfhonderdnegenentwintig lampen in het decor, driehonderdvierendertig meter lichtbrug en twintig vrachtwagens vol licht, geluid én decor. De tweede juli wordt er in de Top Tien nog eens stevig monsterachtig gescoord met Kuma hé. Weerom geschreven in een soort nonsenstaaltje, intussen zo eigen aan K3. De bedoeling was de titel als een soort verbastering te laten klinken van Kom maar hier. De idee erachter was een liedje te schrijven dat met vraag en antwoord werkt. Miguel Wiels wil omtrent dat componeren dit nog kwijt: “Iedere keer bij het schrijven van een nieuw lied blijft de uitdaging: laten we zo origineel mogelijk uit de hoek komen. Dat is bij dit zeker gelukt.Kuma hé zongen de dames al live tijdens hun optredens, maar ze voelden telkens aan dat het toch nog niet je dat was. Er werd gaandeweg regelmatig aan gesleuteld vooraleer het definitief op plaat belandde. De zesde augustus staat K3 ermee op één in de VRT Top Dertig. In Nederland komen we Kuma hé de negende juli in de Nederlandse Top Veertig op twee tegen. De achtste oktober wordt het gelijknamige album gereleaset, dat een week later al op één in de Ultratop Album 200 staat, en dat drie weken na mekaar. In het totaal horen we twaalf liedjes waarvan Borst vooruit eveneens op single wordt uitgebracht. K3 blijft strippen, want in de loop van de maand december 2005 ligt volume twaalf in de winkel “De kletskous club”, nadat ze enkele maanden eerder de stripfans met “Het zingende spook” hadden verwend.

Intussen heeft begin 2005 Danny Verbiest, die mee de scenario’s voor de musicals van K3 schreef, Studio 100 verlaten. In “Het Nieuwsblad” van de zevende februari vertelt Danny daarover: “Ik doe het nog graag, maar ik vind het geen uitdaging meer voor mezelf. Ik ben nu negenenvijftig jaar en ik wil er graag aan het einde van mijn carrière nog eens goed in vliegen en dingen doen die ik al zo lang wou doen. Dingen die niet passen in de toekomstplannen van Studio 100. Samson is altijd heel eerlijk gespeeld, met veel respect voor de kijkers. Het karakter van Samson was geïnspireerd op mijn jongste dochter. Die was toen drie jaar oud. Ze leefde tussen de grote mensen. Vandaar de woorden die ze dacht te moeten gebruiken, maar helemaal verkeerd uitsprak. Ook het niet kunnen verdragen dat er oneerlijke dingen gebeuren in het dagelijkse leven is voor kinderen heel herkenbaar. Ik heb niet alles verkocht. De figuur Samson blijft mijn eigendom en ik heb nog altijd mijn derde deel in Kabouter Plop en Big & Betsy. En in K3, die laat ik aan Gert over.” De K3-dames blijven met volle teugen van hun succes genieten. Niet alleen voor hen is de groep een ongelooflijk sprookje geworden, maar ook voor het publiek. Ze genieten van de vele reacties die ze links en rechts te horen krijgen, van de vele brieven die ze ontvangen en vooral dat ze merken dat hun publiek veel troost vindt in hun liedjes wanneer het in het leven eens wat minder meezit. Unaniem vertellen ze ons: “K3 is niet alleen een sprookje voor ons, maar een sprookje voor iedereen!“. Vanaf de achtste april tot de vijfde mei 2006 komen de fans aan hun trekken met de K3-theatershow “K3 en het heksenexamen”: “Zarzuela is allesbehalve in haar nopjes. En dat is niet te best, want zij is een heks. Een echte. Alleen is ze haar reservetoverstok kwijt en dus baalt ze flink. De meisjes van K3 daarentegen zijn het zonnetje in huis. Ze mogen naar een gekostumeerd bal en als er iets is dat Karen, Kristel en Kathleen ongelooflijk leuk vinden, dan is het wel een verkleedpartijtje. Maar in de jurk van Karen zit iets verstopt: de toverstaf van Zarzuela. De heks verdenkt K3 van kwade bedoelingen en dat zullen de meisjes geweten hebben. Komt het allemaal goed? Dat zal nog moeten blijken.” In Vlaanderen treden ze acht keer op, in Nederland van de vijfde augustus tot en met de achtentwintigste augustus, vijftien keer.

De pret kan niet op, want er moet opnieuw een speelfilm worden ingeblikt, deze keer “K3 en het IJsprinsesje”. Ook nu is regisseur Indra Siera van dienst en wordt het verhaal bij mekaar geschreven door Hans Bourlon en Gert Verhulst, zonder Danny Verbiest dus. De cast wordt aangevuld met onder anderen Urbanus, Peter Faber, Carry Tefsen en Stany Crets. De film wordt in de zalen verdeeld door “Independent Films” en gaat de zestiende juli 2006 in première. In Nederland en Vlaanderen samen trekken zo’n half miljoen kijkers naar de bioscoop. De vierde september is er het nieuwe album “Ya Ya Yippee”. Met de titelsong hadden ze de zeventiende juni de Vlaamse Top Tien al helemaal ingepalmd. Maar er hangt een grote maar aan vast. Als er één liedje is waar de dames hun langste tanden in hebben gezet, dan toch wel dit. Miguel Wiels was apetrots op dit nummer, maar de drie dames wilden er niet aan beginnen. Er gingen veel discussies aan de opname vooraf. Zij vonden het, cru gezegd, een onding. Tijdens onze babbel is het vooral Karen die laat horen dat ze dit liedje niet zag zitten, maar naarmate ze het vaker zongen, zijn ze er toch stilaan van gaan houden. Miguel wist hen immers gaandeweg te overtuigen, al behoort het liedje na al die jaren nog steeds niet tot de favoriete K3-toptien, hoe dik ze er ook mee scoorden. De negentiende augustus stonden ze er zelfs mee op twee in de VRT Top Dertig. Het album staat de zestiende september 2006 een weeklang op één in de Ultratop Album 200. En ja hoor, ook deze keer zit er een platina exemplaar in. Uit datzelfde album wordt enkele maanden later Dokter dokter op single uitgebracht, goed voor een tweede plaats in de Vlaamse Top Tien. Strip veertien staat ook op het menu, “De hoed van Ya Ya Yippee”.

De eerste juli 2007 wordt K3 door toenmalig schepen van Cultuur Philip Heylen op het stadhuis van Antwerpen ontvangen, waar hun een oorkonde wordt overhandigd omdat ze de eerste juli hebben uitgeroepen tot “Kusjesdag”. Dit blijkt een slimme zet, want die dag wordt hun nieuwe single Kusjesdag uitgebracht, die een week later op twee in de Vlaamse Top Tien genoteerd staat. Drie dagen later worden ze in het wassenbeeldenmuseum van “Madame Tussaud” in Amsterdam verwacht om daar hun wassen evenbeelden te onthullen. De zevende juli staat Kusjesdag in de Nederlandse Top Veertig op zeven. Miguel Wiels kan zijn  geluk en trots niet op en blijft in de media K3 een succes buiten proportie noemen, wat iedereen inspireert om er elke keer weer voor te gaan: stevige songs schrijven, zo veel mogelijk herhalingen vermijden en het onderste uit de creatieve kan halen. Daarom dat zij met het vaste team blijven samenwerken. Never change a winning horse!

In 2007 wordt er graag tijd vrijgemaakt om hun derde lange speelfilm op te nemen, “K3 en de kattenprins”. Deze keer is de regie in handen van Matthias Temmermans die aan onder meer Carry Goossens, Anne Mie Gils en Roel Vanderstukken vraagt of ze niet willen meespelen. De negentiende december  heeft de première in België en Nederland plaats. Begin april 2008 verschijnt de film op dvd: “Op een nacht vinden Karen, Kristel en Kathleen een geheimzinnig sprookjesboek in hun slaapkamer. Daarin verschijnt het gezicht van een knappe prins die vervloekt werd door de gemene Kattenkoningin. Als de prins voor middernacht zijn ware geliefde niet kust, zal hij veranderen in een kat! Gelukkig kan de prins tijdens zijn zoektocht rekenen op de hulp van fee Fiorella. Zij haalt K3 op met haar koets en brengt de meisjes naar Sprookjesland, hoog in de wolken. Zullen Karen, Kristel en Kathleen erin slagen om de vloek van de Kattenkoningin te verbreken voor de klok twaalf uur slaat?“. Het bezoekersaantal wordt op het einde van de bioscopenrit geschat op méér dan driehonderdvijftigduizend bezoekers. De zevenentwintigste oktober van dat jaar is er de release van hun cd “Kusjes” die de tiende november tot op vier geraakt in de Ultratop Album 200. In voorverkoop heeft deze cd al de platina status bereikt. Om die opvallend te lanceren, organiseren Kristel, Karen en Kathleen een heuse kusjesparade in Oostende, Antwerpen en Hasselt, waarbij ze, zingend op een rijdend podium, het publiek laten kennismaken met hun nieuwste product. Iets later is er uit datzelfde album de release van de single Je mama ziet je graag. Eind 2007 vraagt Urbanus hun of ze niet willen meewerken aan zijn album “Vobiscum”. Speciaal voor deze cd zingt K3 een bewerking van Een rustige ouwe dag.

2008 wordt een speciaal jaar voor K3, want dan bestaan ze tien jaar. Zij gaan de baan op met de show “K3 en het toverhart”: “Zij vinden op het podium een doos. In deze doos zit Bolliebol, een echte toverbol. Hij kan wensen in vervulling laten gaan. Karen, Kristel en Kathleen mogen alle drie, drie dingen wensen. Bolliebol vertelt dat hij heel ongelukkig is dat hij geen vriendinnetje heeft en smeekt Kristel om voor hem een vriendin te wensen. Maar Kristel wenst per ongeluk iets heel anders. Zal Bolliebol ooit nog een vriendinnetje krijgen?“. De tiende mei heeft de Vlaamse première in de “Koningin Elisabethzaal” in Antwerpen plaats en de drieëntwintigste mei de Nederlandse in de “IJshallen” in Zwolle. Het scenario van deze show wordt door Hans Bourlon en Gert Verhulst geschreven, die ook de regie in handen heeft. Op hun striphonger hoeven de fans dat jaar niet te zitten, want er is het album “De woelieboelies”, het zeventiende in deze populaire reeks. De eenentwintigste juni wordt er nog eens een nummer één gescoord in de Vlaamse Top Tien, deze keer met De revolutie. Het valt op dat ze dat jaar niet met een nieuw album uitpakken. Wel is er de verzamelaar “Vakantiehits” en worden de shows “K3 en het heksenexamen”, “K3 de wereld rond” en “K3 in Ahoy” in een verzamelbox aangeboden, die ontzettend goed onthaald wordt. In 2008 gaat er in Duitsland een Duitse K3-versie van start Wir 3 met als line-up de dames Lina, Linda en Vera. Hun eerste single is een vrije vertaling van Heyah Mama. Het verwachte succes blijft uit. Als opvolgers zijn er de singles Kuma Hé, Omi ist der Hit en Liebeskapitän. Alle kleuren wordt in het Duits Regenbogenbunt, maar van hoogvliegers kunnen we moeilijk spreken. In 2010 besluit de groep wijselijk er dan maar mee te stoppen.

Een keerpunt in de geschiedenis van K3 is de drieëntwintigste maart 2009. In  ”Gazet van Antwerpen” lezen we: “Kathleen Aerts stapt uit K3. Dat werd bekendgemaakt tijdens een persconferentie in Antwerpen. De 30-jarige blondine uit Geel was de jongste zangeres van de populaire meidengroep. Karen Damen en Kristel Verbeke gaan verder met K3. Ook Kathleen wil blijven zingen. Kathleen Aerts ging al verschillende keren haar eigen weg in de musicals “Sneeuwwitje” en “De kleine zeemeermin”. In de originele bezetting wordt er de zeven- en achtentwintigste juni voor het laatst opgetreden op het “Studio 100 Zomerfestival” in de “Ahoy” in Nederland. Commercieel als ze zijn, besluiten VTM en Studio 100 er een talentenjacht van te maken om de plaats van Kathleen in te vullen. Via een speciale website kunnen meisjes zich kandidaat stellen vanaf mei tot eind juni. De show “K2 zoekt K3″ gaat de tweeëntwintigste augustus 2009 van start op de Nederlandse televisie en een dag later op de Belgische. Er wordt gepresenteerd door Koen Wauters en Gerard Joling. Karen Damen, Kristel Verbeke en Gert Verhulst passeren op tijd en stond de revue. In de jury zetelen: Axana Ceulemans, Patty Brard, Marc Forno en Miguel Wiels. De derde oktober heeft de finale plaats en komt de Nederlandse zangeres Josje Huisman als winnares uit de bus. Voor de hand liggend staat er een nieuwe cd op het getouw. Er wordt als vanouds nog eens overdonderend gescoord, met name de achtentwintigste november 2009 met het album “Mamasé”. Die cd zal zeven weken na mekaar helemaal boven in de Ultratop Album 200 blijven postvatten. Dit is het eerste album waarbij Josje Huisman, de vervangster van Kathleen, mag laten horen dat ze een aardig mondje kan zingen. Het album valt in die zin op dat het een dubbelalbum is met naast de nieuwe liedjes, de hits van vroeger, maar deze keer met de stem van Josje. Als aanloop werd er de tiende oktober al stevig gescoord met de singleversie van Mamasé, in de Vlaamse Top Tien gewaardeerd met een wekenlange notering op één. Na het opstappen van Kathleen had Gert Verhulst een beetje druk gezet achter de heren schrijvers-componisten. De nieuwe single moest een knaller worden, een schot pal in de hitroos. Dat schrijven onder dwang voelde gelijk aan als een strop om de nek, erg stresserend. Maar de redding vonden ze bij de zin mamasé, mamasa, mamakusa die Michael Jackson al had gebruikt in zijn hit Wanna be starting somethin’.  In de Ultratop 50 blijft Mamasé van de zeventiende oktober tot de achtentwintigste november op één geparkeerd. Die single kon je al vanaf de achtentwintigste september downloaden in drie verschillende versies, gezongen door de drie finalisten van “K2 zoekt K3″: Noa Neal, Madelon van der Poel en Josje Huisman. In de Nederlandse Top 40 piekt Mamasé de zeventiende oktober op twee. Wanneer we terugblikken, blijft dit tot op de dag van vandaag nog altijd een van hun grootste hits.

“K3- Mamasé” is tevens de titel van de nieuwe show waarmee de drie dames gaan rondtoeren: “Om Josje te verwelkomen, hebben Karen en Kristel elk een cadeautje voor haar gekocht. Maar als K3 even weg is, wordt het cadeautje van Kristel verwisseld. Als Josje het cadeau opent, verschijnt Kassandra. Kassandra wil de plaats van Josje innemen. Het mag van Karen, als Kassandra net zo’n mooie stem als Josje heeft. Wat Karen niet weet, is dat Kassandra de dochter van een toverheks is. Met een drankje neemt Kassandra de stem van Josje over. Wordt Josje nu al vervangen door Kassandra? Of verzint K3 een plan zodat Josje bij K3 kan blijven?” De negende oktober heeft de Belgische première in de “Koningin Elisabethzaal” in Antwerpen plaats en de zeventiende oktober wordt er in “Go Planet” in het Nederlandse Enschede afgetrapt. Ook deze keer is de regie in handen van Gert Verhulst. In de wandelgangen vernemen de dames tussen alle drukte door dat er al méér dan vier miljoen verkochte K3-cd’s op de teller staan.

In 2010 is er de sitcom “Hallo K3″ die vanaf de zesde oktober in Vlaanderen wordt uitgezonden en vanaf de tweede april 2011 in Nederland (RTL8, NOP3 en VTM). De verhaallijn: “Karen en Kristel wonen samen in één appartement. Josje woont in het appartement aan de overkant van de gang. Maar ze wonen natuurlijk niet alleen in het grote gebouw. In het appartement onder hen woont de jonge, hippe en goeduitziende Bas. Naarmate de meiden Bas beter leren kennen, vallen ze stiekem alle drie een beetje voor deze leuke vrijgezel. Bas vindt dit leuk, maar blijft bescheiden. In het appartement boven hen woont weduwnaar Marcel, die hen altijd wil helpen. Buurman Marcel bedoelt het goed, maar bakt er niet altijd evenveel van. Maar Marcel is er steeds voor de meisjes, en geeft hen steevast foute goede raad. Hij is ook een echte klusser die met afwisselend succes de meisjes uit de nood helpt, of net voor de nodige problemen zorgt. Daarnaast brengen de meisjes graag tijd door bij Rosie in haar koffiebar ‘Roze Bottel’.”. Naast Karen, Kristel en Josje spelen ook Winston Post, Metta Gramberg en Jacques Vermeire mee. Regisseurs van dienst zijn Bart Van Leemputten, Jeroen Dumoulein en Dries Vos. Aan de heren schrijvers wordt gevraagd de titelsong te schrijven en te verzinnen, want er was vooraf niet eens een programmatitel verzonnen. Zij kunnen dus alle kanten uit. Qua inspiratie vertrok Miguel van de titelsong van de bekende Amerikaanse sitcom “Cheers”, die in de jaren tachtig op televisie liep. Het themalied van die reeks heet Where everybody knows your name. Het liedje Hallo K3 begint opvallend genoeg met: “Waar kent iedereen je naam en waar ben je altijd saam“. Het nummer wordt op single de zoveelste voltreffer. De zeventiende juni zit er voor de dames een nummer één in de Vlaamse Top Tien in. De VRT Top Dertig blijft nochtans buiten bereik. De twaalfde augustus staat het nummer wel op drie genoteerd in de Ultratop 50. Nog zo’n voltreffer dat jaar wordt het optreden van K3 tijdens de megepopulaire liveshow van De Toppers (René Froger, Gerard Joling, Jeroen van der Boom en Gordon) in de “Amsterdam Arena” waar K3 de zevenentwintigste, de achtentwintigste en de negenentwintigste mei een medley brengen van hun grootste hits. Vanaf september tot eind december 2010 staat K3 op de Vlaamse en Hollandse planken met de tournee “K3 en de wondermachine”: “Wanneer de meisjes van K3 aan hun optreden willen beginnen, ontdekken ze op het podium een gekke machine. Het is de Wondermachine van professor Schwarzwald. Je kunt ermee tijdreizen of ermee worden wat je maar wil. De professor waarschuwt de meisjes echter dat ze niet aan de machine mogen komen, omdat hij nog niet helemaal goed werkt. De meisjes kunnen hun nieuwsgierigheid niet bedwingen en proberen hem toch uit. Al snel blijkt dat ze beter naar de professor hadden kunnen luisteren.” Zo’n honderdvijfentachtigduizend jongens en meisjes komen deze voorstelling bijwonen, begeleid door hun al even enthousiaste ouders en grootouders.

Een single die het bij de start van 2011 in de Vlaamse Top Tien goed doet, is Alice in Wonderland. De negentiende februari  terug te vinden op één. In de Ultratop 50 staat K3 de vijfde maart op zeven. De negende april gaat de musicalversie van “Alice in Wonderland” in de “Koningin Elisabethzaal” in Antwerpen in première. De achtentwintigste augustus heeft de laatste voorstelling plaats in het “World Forum Theater” in Den Haag. Het verhaal is als volgt: “Karen, Kristel en Josje vervelen zich en gaan met zijn drietjes naar de bioscoop. Eenmaal bij de bioscoop aangekomen, beginnen de verrassingen en niets is wat het lijkt. De meisjes belanden in een wereld die Wonderland heet. Daar komen ze de meest rare figuren tegen: een pratende rups, de hartenkoning en zijn gemene koningin, de gekke hoedenmaker, de behulpzame tweeling en een wit konijn. K3 belandt in een groot avontuur, waar de ene gekke situatie de andere opvolgt. Kan K3 ooit nog ontsnappen uit deze wonderlijke wereld?”. Gert Verhulst heeft niet alleen het scenario mee bepaald en geschreven, maar heeft ook deze keer de regie in handen. De achtentwintigste december wordt de special “K3 en het droombed” in een regie van Dennis Bots op tv uitgezonden: “Karen, Kristel en Josje gaan naar de magische illusionistenshow van Dr. Von Zanzibar kijken. Na de voorstelling komt Josje erachter dat ze haar handtas in de zaal is vergeten. Hun zoektocht naar de tas brengt hen tot op het podium, tussen de spullen van Dr. Von Zanzibar. Daar ontdekken ze dat het droombed uit de show toch wel zeer speciaal is.” . Vanaf de vijftiende februari 2012 is deze special op dvd leverbaar.

Datzelfde jaar trekken de fans nog maar eens naar de bioscoop, deze keer voor de verfilming van “K3 Bengeltjes”: “Karen, Kristel en Josje van K3 zijn door het dolle heen, want hun drie nichtjes logeren een weekendje in hun appartement. Maar al snel blijkt dat de nichtjes ettertjes zijn, die de boel graag op stelten zetten. In de wolkenwereld waar de engelen leven, is er een afdeling “Bengeltjes” waar opperengel Manuel van kindjes die zich op aarde als ettertjes gedragen bengeltjes maakt. De kindjes die bengeltjes worden, moeten op aarde vierentwintig uur lang braaf zijn en mogen geen overtreding maken tegen het Engelenboek. Als ze toch een fout begaan, worden ze gestraft op een wel heel bijzondere manier. Opperengel Manuel geeft zijn nieuwbakken, maar heel klungelige assistent Tuur, de opdracht om de drie nichtjes van K3 op te halen om er bengeltjes van te maken, zodat ze leren om braaf te zijn. Maar Tuur vergist zich en maakt per ongeluk bengeltjes van Karen, Kristel en Josje“. De twaalfde december gaat de film zowel in België als in Nederland in première. Bijrollen zijn er weggelegd voor onder anderen: Jacques Vermeire, Sam Gooris en Chris Van den Durpel. De regie is deze keer in handen van Bart Van Leemputten. Als aanloop naar die film wordt de single Waar zijn die engeltjes?  ingeblikt, de dertigste juni op één terug te vinden in de Vlaamse Top Tien.

De zestiende december 2012 kunnen we op VTM kijken naar de special  ”Mode Meiden”. “Karen, Kristel en Josje krijgen van hun stylist Sammy de kans om een eigen outfit te ontwerpen. Een droom die uitkomt voor deze drie modebewuste meiden, maar wat gaan ze maken? Hoe moeten ze er aan beginnen en zal de creatie op tijd klaar zijn tegen de grote catwalkpresentatie? K3 – Modemeiden: een verhaal vol muziek, dans en fashion!” Vijf liedjes worden er gezongen en de regie wordt verzorgd door Matthias Temmermans en Dennis Bots. K3 gaat onafgebroken door met zalen tot de nok toe te vullen. In 2013 met de show “K3 verjaardagsshow 15 jaar”. Deze keer mogen Nico De Braeckeleer en Tom Vermeyen de verhaallijn bedenken: “Als verrassing en bedankje voor alles wat K3 de afgelopen vijftien jaar gedaan heeft, haalt een engel Karen, Kristel en Josje naar de magische wolkenwereld. Daar krijgt elk van hen de kans om een spetterende droom te beleven. Het wordt een heus feest vol magische sprookjesfiguren, circusavonturen en glitter & glamour in ware Hollywoodstijl!” De vijfentwintigste september ligt de dvd-versie in de winkel. De show wordt de tweede maart in de “Ethias Arena” in Hasselt op gang getrokken en de zeventiende november bollen de dames, na een hele rist voorstellingen, eindelijk uit in de “Ahoy” in Rotterdam.

Het drietal duikt nog maar eens de filmstudio in. Voor de buitenopnamen van “K3 Dierenhotel” worden de tenten opgeslagen in het Waalse Stoumont. De twaalfde februari 2014 heeft, zowel in België als in Nederland, de première plaats. Het scenario is als volgt: “Kristel heeft geboekt in een luxueuze beautyfarm. Josje en Karen gaan datzelfde weekend stiekem in het dierenhotel helpen bij Bas, op wie de drie meisjes verliefd zijn. Maar als de gps’en van K3 per ongeluk verwisseld worden, komen de drie meisjes toe op de verkeerde bestemming. Dit zorgt voor heel wat hilarische toestanden en doldwaze misverstanden. Als het dierenhotel in gevaar blijkt, moeten de meisjes van K3 de handen in elkaar slaan om het te redden.” Bart Van Leemputten regisseert en wijst enkele bijrollen toe aan onder meer Daisy Thys, Jacques Vermeire en Philippe Geubels. De titelsong Loko Le wordt, weken voorafgaand aan de première, de nieuwe K3-single. Loko le is van de hand van Miguel Wiels, Peter Gillis en Tracy Atkins. Dat nummer houdt de tweede november 2013 halt op de derde plaats in de Vlaamse Top Tien. Het mag wat vreemd lijken, maar vanaf 2013 blijken er geen hitnoteringen te zijn weggelegd voor de singles Zeg eens AAA, Koning Willem-Alexander en Eya hoya. Een voorbode van tanend succes? In 2014 zijn er ook geen noemenswaardige hitnoteringen voor de singles Drums gaan boem, En ik dans en K3 kan het! Maar geen nood, want de negenentwintigste april verschijnt de verzamelaar “15 jaar – De 60 grootste hits!”. De vijfentwintigste november wordt het nieuwe album “Loko Le” uitgebracht, met enkele weken later een vierde plaats als hoogste notering in de Ultratop Album 200. In het achtergrondkoor horen we op het album de stemmen van onder anderen Eva Jane Smeenk, Free Souffriau, Kristof Aerts en Het Studio 100 Kinderkoor.

Een laatste blik op de hitlijsten leert ons dat K3 de elfde april 2015 op vier staat in de Vlaamse Top Tien met K3 loves you. Ze voelen de hete adem van het afscheid in hun nek! Vanaf de derde mei 2014 duikt K3 op in hun eigen wensprogramma op “Studio 100 TV”. K3 probeert daarin de wensen van kinderen van zeven tot twaalf waar te maken. Dat programma wordt elke zaterdagochtend uitgezonden en de dag nadien herhaald.

Naarmate in de loop van 2015 op VTM de show “K3 zoekt K3″ vordert, stijgt de spanning over de toekomst van de groep. Overal wordt er geraden en gegist. Zelf zegt Gert hierover in de pers: “De overgang naar de nieuwe meisjes zal aanpassen zijn”. Toch hoopt hij dat ze op het huidige elan kunnen voortbouwen. “Dat zou heel fijn zijn. Als we er nog eens vijf jaar bij kunnen doen of vijftien… Zolang het leuk blijft. Het zou alleen een beetje jammer zijn als na de eerste tournee alles meteen weer stilvalt. Maar als dat zo is, is dat zo. Ik ben vooral dankbaar voor wat er geweest is. Dat is zoals een koppel dat een jubileum viert en zegt: tot hiertoe is het geweldig geweest, en hopelijk kunnen we dat er allemaal nog eens bij doen, daar gaan we voor.”

En hoe kunnen Kristel, Josje en Karen hun verhaal beter afsluiten, dan door met z’n allen, de nieuwe bezetting incluis, nog een laatste keer op stap te gaan om op die manier al zingend afscheid van hun fans te nemen. Vrijdag de zesde november heeft op VTM de finale plaats van “K3 zoekt K3″ en is de nieuwe bezetting bekend. De achtentwintigste november 2015 beginnen ze er samen aan in “Flanders Expo” in Gent en de laatste voorstelling in Vlaanderen staat de zeventiende april 2016 in de “Ethias Arena” in Hasselt gepland. De twaalfde december 2015 staat de eerste voorstelling in Nederland van dit afscheidsconcert op het programma in de “Brabanthallen” in ‘s-Hertogenbosch, en afgesloten wordt er de tiende april 2016 in de “MartiniPlaza” in Groningen. Dat afscheid nemen, zal niet zo gemakkelijk gaan. Aan “Humo” vertelde Karen Damen de negentiende mei 2015 al spontaan: “Ik stond dit weekend in Plopsaland Indoor te zingen en ineens drong het echt tot me door: straks is het gedaan. En ik werd bang. Mij geeft optreden met K3 altijd een gevoel van veilig thuiskomen. Ik heb dat graag, een veilige thuisbasis. Ik heb graag zekerheid en controle: ik haat het als ik niet weet wat er gaat gebeuren. Ik geniet er bijvoorbeeld van als ik een weekend met K3 naar Amsterdam ga en weet: we staan zo laat op, eten een uur later, moeten dan op en tegen dat uur weer af. Als Josje en Kristel vlak voor een optreden opeens zeggen: “Kom, we gaan vandaag eens van de andere kant op om de jongens van de volgspots te pesten,” dan denk ik meteen: “Nee! Het moet gaan zoals het altijd gaat.”

En de hamvraag blijft. Wat gaat er gebeuren als de nieuwe K3 in de zalen opduikt en blijkt dat het publiek zich niet kan aanpassen en dat de nieuwe formule geen succes blijkt te zijn. In “Humo” van de derde november 2015 geeft Hans Bourlon toe dat ze er bij Studio 100 wel degelijk rekening mee houden dat het K3-verhaal ooit wel eens kan ophouden: “Ons bedrijf omvat ondertussen veel meer dan enkel K3. Laat het me zo zeggen: we zouden het wel voelen, maar we zouden er niet van doodgaan. Maar het is evident dat er altijd economische belangen meespelen. In dit geval dus ook. Voorts zijn we ambitieus: we zien K3 als een muziekconcept dat over de generaties heen kan bestaan en steeds opnieuw ingevuld kan worden. We kunnen uiteraard niet garanderen dat de groep over dertig jaar nog bestaat-voor hetzelfde geld is het over twee jaar gedaan. Maar mocht het lukken, dan zou dat iets moois en unieks zijn. Dat generatieoverschrijdende maakt K3 vandaag trouwens al fantastisch: mijn moeder van tweeëntachtig heeft haar favoriete kandidates in “K3 zoekt K3″, net zoals mijn nichtje van achttien, hoewel mijn moeder niet met K3 is opgegroeid!

Aan de vooravond van de nieuwe K3-lichting, de prestaties van hun voorgangers in harde cijfers op een rij gezet: drie musicals, dertien concerttours, vijf bioscoopfilms, ngentien albums honderdtachtig liedjes, een miljoen verkochte boeken, drie miljoen verkochte merchandiseproducten en méér dan vijf miljoen verkochte albums. In de slipstream van deze overdonderende cijfers spreekt CEO Studio 100 Anja Van Mensel in “De Morgen” (vrijdag 6 november 2015) duidelijke en klare taal: “Als de nieuwe K3 het niet ziet zitten om het voor minstens tien jaar te doen, dan hoeft het voor ons niet. Alleen kun je dat niet contractueel vast laten leggen! Elke werknemer kan altijd opstappen bij zijn werkgever. Ook de leden van K3. Maar je doet toch ook niet mee aan zo’n wedstrijd als je niet heel graag K3 wilt zijn. Wie daar dan uiteindelijk in slaagt, wil niets liver dan dat dat nog heel lang blijft duren. Daar gaan wij toch van uit!”

Vrijdagavond, zes november 2015, iets over elf is de muzikale kogel eindelijk door de kerk. De nieuwe K3 is gekend. Na een lange strijd maken Karen, Kristel en Josje de winnaars bekend: Hanne Verbruggen (een eenentwintigjarige scoutsleidster uit Mechelen), Klaasje (een twintigjarige domineesdochter uit Amsterdam) en Marthe (een negentienjarige studente kinderverzorging uit Kontich) worden de nieuwe goudhaantjes van Studio 100. Er volgt gelijk een eerste single 10.000 luchtballonnen, waarvoor ze maandag de negende november als eerste klus de videoclip mogen opnemen. Vanaf de tiende tot en met de eenentwintigste november duiken ze samen met Miguel Wiels de studio in. De liedjes voor het nieuwe album moeten worden ingezongen, plus moetenHanne, Klaasje en Marthe ook de grootste K3-hits van een nieuwe versie voorzien. En dan wordt het keihard oefenen, want de achtentwintigste november heeft in Gent de première van de afscheids-en kennismakingstour plaats. De vijfde en zesde december staat de Sinterklaasshow in het “Sportpaleis” van Antwerpen op het programma en de zestiende december wordt er promotie gevoerd voor het nieuwe album dat twee dagen later in de winkel ligt.

Bij Lieven Van Gils blikte Gert Verhulst in “Van Gils en Gasten” op dinsdagavond de tiende november op Eén met graagte nog even na. “Wij hebben de wedstrijd opengesteld voor iedereen. Er hebben zich zesduizend meisjes ingeschreven en daar waren heel weinig allochtonen bij. Nora, het Antwerps-Marokkaans meisje, is nochtans lang in de wedstrijd gebleven en ging er uiteindelijk uit omdat ze minder goed zong, en dat kon iedereen ook horen.” Over één zaak wou Gert trouwens wat helderheid scheppen: “Er is op geen enkel moment sprake geweest van manipulatie in de wedstrijd, zoals geruchten beweren. Het lag dus niet op voorhand vast dat Hanne, Marthe en Klaasje de nieuwe K3′tjes zouden worden. En de stemmen van de tv-kijker tijdens de finale telden wel degelijk mee. Ik kan met de hand op het hart zeggen dat het publiek exact dezelfde keuze gemaakt heeft als de jury, met een zeer grote voorsprong op de tweede combinatie van drie meisjes. De cijfers zijn er, dat kan je altijd controleren bij de deurwaarder.“ 

Tussen eenentwintig en vijfentwintig december 2015 worden vijf afleveringen van “Dit is K3″ uitgezonden”, een docusoap waarin de camera Hanne, Marthe en Klaasje achter de schermen volgt, vanaf het moment dat ze na de finale van het podium stapten tot de repetities voor de nieuwe show en het eerste contact met de fans. We maken ook de verhuis mee van Marthe, Klaasje en Hanne naar de nieuwe K3-flat in ” Welkom bij K3″, dat in de tweede week van de kerstvakantie wordt uitgezonden. Het wordt een programma waarin herinneringen worden opgehaald: de meisjes ontdekken in de dozen al het materiaal van zeventien jaar K3. Ook Kristel, Karen en Josje blikken terug en vertellen over hun leukste herinneringen. In het voorjaar van 2016 gaat op VTMkzoom een animatieserie rond de nieuwe K3 van start.

Bij deze toch even K3 in de nieuwe bezetting gedetailleerder u voorstellen. De derde maart 1994 werd Hanne Verbruggen in Mechelen geboren. Zij studeerde communicatiemanagement aan de “Artesis Hogeschool” in Antwerpen. Zij mag binnen K3 de plaats van Karen innemen. De tweede maart 1995 werd in Lutjegast, Nederland, Klaasje Meijer geboren. Zij studeerde in Amsterdam aan het conservatorium. Thuis hing vaak muziek in de lucht. Samen met haar moeder en zussen vormde zij het Meijerquintet. Voor haar avontuur met K3 begon, studeerde ze ook nog dwarsfluit en gaf hierin les aan kinderen van de basisschool en speelde daarnaast nog een actieve rol in het kerkkoor van ‘s-Gravenzande. Intussen is Klaasje naar Antwerpen verhuist. Als Nederlandse neemt zij binnen K3 de plaats in van Josje. Marthe De Pillecyn werd de zestiende juli 1996 in Duffel geboren waar zij de opleiding kinderverzorging volgde aan het “Sint-Norbertusinstituut”. Marthe, die in de plaats van Kristel mag dansen en zingen, brak haar studies af om zich voor het volle pond voor K3 te kunnen inzetten. Studio 100 is haar niet vreemd, want ze zong voordien zo’n tien jaar bij het Studio 100-koor. In 2013 nam Marthe nog deel aan de wedstrijd ” Belgium’s Got Talent”.

Zaterdag de negentiende december 2015 lezen we in een persbericht van Studio 100: “Voor de jongste K3-show zijn intussen al meer dan 350.000 tickets aan de man gebracht. Daarmee is het de succesvolste Studio 100-productie ooit, want het vorige record stond op 335.000 tickets voor de musical 14-18.” En er werden nog meer records gevestigd. Uit de krant “De Tijd” van dat weekend onthouden we: “Vliegende start K3-cd, opsteker voor Studio 100. 150.000 exemplaren zijn er bij de release van hun album op vrijdag de achttiende december al verkocht aan Belgische en Nederlandse winkels. Ongezien in een cd-markt die elk jaar met 15 procent krimpt. Het succes overtreft de stoutste verwachtingen. K3 laat zelfs Adèle met haar nieuwste album “25″ achter zich.” De dag nadien voegt Miguel Wiels in diezelfde krant daar nuchter aan toe: “Er is een eerste grote stap gezet, maar de buit is nog niet binnen. Marketingsgewijs is het allemaal fantastisch gedaan en goed uitgedraaid. Eigenlijk kon je de hype voorspellen. Maar eens die voorbij is, is het uitkijken.” Op de opmerking als zou K3 muziek uit de fabriek zijn, antwoordt hij enigszins gepikeerd: “Wij steken er veel werk in. Daarom raakt die kritiek me. Ik ben trots op die nummers. Ik kan er veel mensen het nakijken mee geven. Tegen mijn criticasters zeg ik: “Ontleed die song eens. Zie eens hoe goed die in elkaar zit.” Maar pijn? Het is crying all the way to the bank. Ik voel me niet miskend. Het zou flauw zijn over mijn pijn te praten, terwijl het zo’n succes is.

 

Ketnet reikte zondag de zeventiende januari 2016 voor de derde keer de Gouden K’s uit. Op het grote “Gala van de Gouden K’s” werden de awards feestelijk uitgereikt. Meer dan 35.000 kinderen stemden in een poll op de website van Ketnet voor hun favoriete BV, wrapper, programma enz… Grote winnaars werden Niels Destadsbader, K3 en het programma D5R. Tot haar eigen verbazing werd Karen Damen verkozen als babe van het jaar, iets waar ze zelf ook wat van opkeek. “Ik vind dat wat raar, maar het is wel leuk. Ik ben er echt heel blij mee, dus dank je wel allemaal!“. VTMKZOOM wil in de maand april Karen, Kristel en Josje nog een laatste keer in het zonnetje zetten en organiseert daarom de “Merci K3-maand”. De kinderzender zendt vanaf zaterdag de negende april een hele maand lang K3-films, -reeksen en -specials uit. VTMKZOOM roept ook iedereen op om een leuke video in te sturen via vtmkzoom.be om de meiden uit te wuiven. In de rubriek “Jij Kiest K3″ kunnen de kijkers vanaf de negende april via vtmkzoom.be op hun favoriete K3-reeks stemmen. De populairste reeks van die week wordt telkens op zaterdagochtend om tien over acht met vier afleveringen uitgezonden. Er staat ook elke zaterdagzaterdagnamiddag rond kwart over vier een K3-special geprogrammeerd zoals “K3 en het Wensspel” en “K3 in Nederland”.

Kristel Verbeke is niet alleen de manager van de nieuwe K3. Vanaf vrijdag de negende april 2016 start Ketnet met de opnames van een programma rond kinderrechten dat in het najaar gepland staat en dat gepresenteerd zal worden door Kristel omdat zij als goodwill ambassadeur voor de kinderrechten al enkele jaren nauw samenwerkt met Unicef, Global Compact Network Belgium en het Kinderrechtencommissariaat. Als kinderzender van de openbare omroep wil Ketnet een maatschappelijk relevante rol spelen met programma’s en initiatieven die kinderen informeren en begeleiden in hun ontwikkeling. Onder meer met programma’s als “Karrewiet” en “D5R”, en met initiatieven als de “Move tegen Pesten” en “De Pet op tegen Kanker”.

De zeventiende april 2016 zou in de geschiedenis van K3 een datum worden om in te kaderen. Dan zouden Karen, Kristel en Josje voor de allerlaatste maal optreden en zou dit de start officiële start betekenen van de nieuwe K3. Maar wegens de gigantische respons op hun gezamenlijke concerttournee laat het management van K3 op donderdag eenentwintig januari het volgende weten: wegens waanzinnig succes hebben K3 en Karen, Kristel en Josje beslist om hun allerlaatste show te spelen op zondag 8 mei om 17 u. in de “Lotto Arena” in Antwerpen! Bovendien komt er, na massaal veel verzoekjes op sociale en andere media, een K3-show met staanplaatsen! Deze show zal op zaterdag 7 mei om 20.30 u. in de “Lotto Arena” in Antwerpen plaatsvinden. Er komen ook extra shows voor alle leeftijden op vrijdag 6 mei om 20.30 u., zaterdag 7 mei om 16 u. en op zondag 8 mei om 14 uur. Zondag de achtste mei 2016 zongen Karen, Kristel en Josje dus hun allerlaatste K3-nootjes. In “De Standaard” lezen we de dag nadien: “Het was allicht de langste afscheidsprocedure in de geschiedenis van afscheidsprocedures, maar gisteravond in de “Lotto Arena” hebben Karen, Kristel en Josje de K3-bladzijde definitief omgeslagen, om plaats te ruimen voor de opvolgsters Hanne, Marthe en Klaasje. Oude en nieuwe bezetting stonden samen op het podium. Het was de laatste van 122 afscheidsshows, in het totaal zijn 400.000 fans de drie komen uitzwaaien. Veel van hen hadden erop gehoopt dat voormalig lid Kathleen Aerts toch nog zou verschijnen, maar dat gebeurde niet.” In “Het Nieuwsblad” lezen we over de toekomstplannen van de voormalige K3-leden. Josje: “Ik wil zeker nog blijven zingen, en hopelijk horen jullie nog van mij. Maar ik denk dat het gezond is voor mezelf om dit allemaal eerst even te laten bezinken. Ik wil mijn tijd nemen om mijn weg te vinden. Voorlopig blijf ik ook gewoon in België wonen, maar ik sluit niet uit dat ik op een bepaald moment weer naar Nederland verhuis.” Kristel: “Ik blijf manager van de nieuwe K3 en ik maak voor Ketnet een programma rond kinderrechten. En zingen? Ik heb lang gedacht dat het moeilijk zou zijn om ineens in kleinere zalen te moeten optreden als ik een soloplaat zou uitbrengen, maar op de Nacht van de Televisie Sterren heb ik met mijn ventje (Gene Thomas, ndvr.) opgetreden, en toen had ik ineens iets van: Dat is ook wel leuk zo, met een ander publiek.”  Karen: “Buiten mijn tv-projecten wil ik natuurlijk nog blijven zingen! Ik zit thuis in onze studio regelmatig te experimenteren, maar ik verander nog de hele tijd van gedacht. Vroeger zei ik altijd dat ik een soloplaat wou maken met Ozark Henry, maar intussen vind ik ook Tourist LeMC heel goed en heb ik zin om die eens te bellen om hem te vragen voor mij een plaat te schrijven. Niets moet, er is geen druk.”

We moeten er nog even aan wennen, maar intussen vliegt de nieuwe K3 op eigen vleugels en laten Hanne, Marthe en Klaasje op vrijdag de 3de juni horen dat ze helemaal klaar zijn voor de nakende zomer.  Na het grote succes van hun album “10.000 Luchtballonnen”, waarvan er 285.000 exemplaren verkocht zijn, komen de meiden namelijk die dag op de proppen met het zomerse Ushuaia, de eerste single van hun nieuwe album, dat in het najaar zal verschijnen. In Ushuaia neemt K3 ons mee naar een wereld waar alles kan en waar het elke dag feest is! De nieuwe show wordt eveneens een groot feest, want je kan dan volop meezingen en dansen op hun grootste hits. Deze spetterende voorstelling kan je vanaf januari 2017 meemaken, maar met de release van Ushuaia wordt bekendgemaakt dat de ticketverkoop al vanaf begin juni van start gaat.

Het feest kan voor de drie meiden van K3 niet op, want op zondag de 21ste augustus 2016 krijgen zij uit handen van minister van media Sven Gatz de trofee “Radio 2 Zomerhit” overhandigd tijdens de liveuitzending op Eén en Radio 2 van “Radio 2 Zomerhit 2016″. K3 won eerder al met Heya Mama en Alle Kleuren. Deze keer was de eer weggelegd voor hun recente hit Ushuaia. “We hadden tijdens onze optredens de voorbije weken een beetje reclame gemaakt bij de fans om alvast voor ons te stemmen. Deze trofee is voor ons de kers op de taart na een geweldig jaar. In de zomer van 2015 namen we nog deel aan K3 zoekt K3 en een jaar later winnen we deze prijs. Onvoorstelbaar“, aldus Hanne, Klaasje en Marthe.

Vanaf 28 augustus 2016 zendt VTM elke zondag om 10.40 u. “Iedereen K3″ uit. Daarin nodigen Klaasje, Hanne en Marthe kinderen in de studio uit om hen kennis te laten maken met de wereld van K3. In iedere aflevering komt ook een BV langs, onder meer Kürt Rogiers, Laura Tesoro, dj Regi en Jelle Cleymans. Zij brengen elk een apart en opvallend verhaal mee. Woensdag de 9de november ligt het nieuwe K3-album “Ushuaia”in de winkel. Net zoals hun debuutalbum “10.000 Luchtballonnen”, bevat ook dit album twee cd’s, met daarop twaalf nieuwe liedjes en twaalf oude K3-klassiekers die Marthe, Hanne en Klaasje een make-over gaven. Dat wordt meezingen met onder meer De 3 biggetjes, Liefdeskapitein, Je hebt een vriend en Loko Le. Nieuw zijn onder andere On va danser, Boembiboem en Choco Choco. Aan de eerste reacties te horen is K3 hotter dan ooit! Donderdag 10 november 2016 brengt de 3 meiden een nieuwe single uit, baanbrekend mogen we wel zeggen. In Prinsesje en Superman, geschreven door Miguel Wiels, Peter Gillis en Alain Vande Putte, zingen de meisjes namelijk voor het eerst expliciet over het aanvaarden van homoseksualiteit en gendervloeibaarheid: je niet volledig thuisvoelen in één van de twee geslachten. “Waarom mag een jongen nooit prinsesje, waarom mag een meisje nooit superman zijn? Soms houden prinsesjes van prinsesjes. Hier bij ons mag iedereen zijn wie ze zijn!” Voor K3 geen probleem. “De directe aanleiding om die tekst te schrijven was de aanslag in Orlando”, zegt vaste tekstschrijver Alain Vande Putte. “Daarnaast speelde ook de bezorgdheid over tendensen die weer opduiken, terwijl we toch 2016 zijn. Veel kinderen zullen de komende jaren hun geaardheid ontdekken, en er zijn ook steeds meer gezinnen met ouders van hetzelfde geslacht. Wij zochten naar een K3-manier om dat aan te brengen.” Gert Verhulst verwacht wel kritiek. “Er zijn nog altijd mensen die homoseksualiteit verwerpelijk vinden, en in de VS sturen sommige ouders hun kinderen zelfs naar homokampen in de hoop dat ze daar genezen.”

Zaterdagavond, de 19de november 2016, werden in de “Ethias Arena” te Hasselt de “Story-Awards 2016″ uitgereikt. Grote winnaar van de avond was K3. Hanne, Klaasje en Marthe namen één jaar geleden de fakkel over van Karen, Kristel en Josje en zijn ondertussen razend populair geworden bij kinderen en hun ouders. De dames namen twee awards mee naar huis: “Zangeres van het jaar” en “Favoriete nieuwkomer”. Toeval of niet, Studio 100 viel onrechtstreeks nog een derde keer in de prijzen. Gert Verhulst werd immers door de lezers van Story verkozen tot “Man naar ons hart”.

Zaterdag 28 januari 2017 heeft in “Flanders Expo” in Gent de première plaats van de nieuwe K3-show, de eerste voor Hanne, Marthe en Klaasje op eigen benen. Ook deze keer loopt er een verhaal als rode draad door de show. “De kleuren van de regenboog zijn plotseling verdwenen! Zonder mooie kleuren kan K3 onmogelijk een vrolijke show geven. Met de hulp van Captain Space probeert K3 de kleuren terug te halen op de planeten Amoria, Smilus en Njammie. Maar daar is heel veel liefde, plezier en energie voor nodi. Gaat het K3 lukken om alle kleuren van de regenboog weer bij elkaar te krijgen? Hanne, Marthe & Klaasje zijn in de wolken met dit succes: “Dit hadden we nooit durven dromen! We geven zaterdag de aftrap in Gent, in een uitverkocht “Flanders Expo”, fantastisch! We brengen in primeur nummers van het nieuwe album “Ushuaia” en uiteraard ook onze allerbekendste hits.” De belangstelling is zo groot, dat er meteen beslist werd om twee extra shows te spelen in Antwerpen: op vrijdag 7 april om 14u. en om 17u. In de week van de derde tot en met de zesde april 2017 verving Bart Peeters, Lieven Van Gils in diens talkshow “Van Gils en gasten”, voor de gelegenheid “Bart & gasten” genoemd.  Donderdag de 6de  april nam Bart voor de laatste avond de honeurs waar en deed dat op een speciale manier. De uitzending stond deels in het teken van ”Iedereen tegen kanker”, de actie van Eén en Kom op tegen kanker waarbij Vlamingen worden opgeroepen om samen actie te ondernemen tegen kanker. Voor een zeer speciale samenwerking verliet gastheer Bart voor heel even de studio. Hij kreeg namelijk het idee om kankerpatiënten al zingend een hart onder de riem te steken. Bart zette zelf een actie op poten om samen met de meisjes van K3 de kinderen die in het UZ Gent op de afdeling kinderonco verblijven, met liedjes te verrassen. “Optreden voor kinderen die vechten tegen kanker is een heel intense ervaring. Op zo’n dag raak je doordrongen van respect voor de kinderen, hun ouders, broers, zussen en hun begeleiders.” Ook Klaasje, Marthe en Hanne van K3 waren onder de indruk van het bezoek: “Natuurlijk wilden we er samen met Bart voor zorgen dat de kinderen even alles konden vergeten en gewoon samen zalig liedjes zingen. Het was een intense dag met veel emotie, maar we hebben vooral veel lachende gezichten gezien.”

Dinsdag de 13de juni 2017 doet Kristel Vereecke de wereld kond dat zij stopt als manager van K3. Ik vond het fantastisch“, aldus Kristel, “om een brug te kunnen zijn tussen de oude’ en de nieuwe K3. Ik heb er enorm van genoten om te zien hoe snel Hanne, Klaasje en Marthe een hecht trio zijn geworden. Ze zijn helemaal klaar om samen met het Studio 100-team nieuwe verhalen te schrijven. Ik neem afscheid met veel trots en dankbaarheid voor de kansen en voor het vertrouwen dat ik gekregen heb. De beslissing werd in alle vriendschap genomen: de missie is geslaagd, de meiden zijn nu helemaal klaar om op eigen benen te staan. Wat mijn nieuwe uitdagingen betreft: dat is iets voor later. Eerst ga ik nog even genieten van een korte, welverdiende pauze.” Ook Gert Verhulst, Hans Bourlon en CEO Anja Van Mensel hebben alleen maar lovende woorden voor Kristel. “We zijn haar enorm dankbaar: zij heeft er -dankzij haar tomeloze inzet en onnavolgbare kennis- mee voor gezorgd dat K3 een mooi nieuw leven heeft. Ze geeft de fakkel nu door aan de ervaren artiestenmanagers bij Studio 100.”

 

tekst en research: Marc Brillouet

© 2016 Daisy Lane & Marc Brillouet

 

 

Bart Kaëll

Dertig jaar op de planken staan en hits scoren alsof je op het hoogtepunt van je carrière staat, dat is een korte schets van de loopbaan van Bart, want we moeten toegeven dat Kaëll nog altijd stevig in zijn hitschoenen staat. Met zijn single Onder de blote hemel, een cover van Voulez-vous danser grand-mère van Lina Margy, die daar in 1946 een hit mee had en dat in de jaren tachtig in Frankrijk een meezinger werd in de versie van Chantal Goya, geraakte hij in de maand mei van 2013 vlot tot in de Vlaamse Top Tien en was daarmee een tijdlang haast dagelijks te zien op Ment TV. Het nummer stond niet voor niets als eerste strook op zijn dubbele cd “Bart Kaëll Dertig”, waarmee hij zijn dertigjarige carrière in de bloemen wilde zetten met in het totaal dertig liedjes: tien gloednieuwe en twintig van zijn grootste hits, uitgebracht op het label Vlaamse Sterren, verdeeld door CNR Music Belgium. Op de bijbehorende hoes lezen wij: “In 2013 viert de eeuwig jonge Bart Kaëll zijn 30-jarige carrière. Omdat hij boordevol energie zit, componeert en schrijft hij volop teksten om nog een lang vervolg te schrijven aan zijn leven vol muziek.” Voor de nieuwe liedjes op dit album ging Bart aankloppen bij Patrick Vandewattijne, Ben Findon en Benito Di Paula. Hij covert Love really hurts without you van Billy Ocean in Met z’n tweetjes en Ein Mädchen für immer van Peter Orloff in Het leven is zalig. Een hit scoorde hij meteen met Kap’tein, een bewerking van Kaptein (Span die seile) van Kurt Darren, een liedje dat Bart ontdekte op het album “Uit die diepte van my hart” van deze Zuid-Afrikaanse zanger.

Barts levensavontuur begint de tweede augustus 1960 in Oudenaarde. Toen heette hij nog gewoon Bart Gijselinck. Hij woonde samen met zijn ouders in Ename, een deelgemeente van Oudenaarde aan de Schelde in de Vlaamse Ardennen. Bart heeft een zus die drie jaar ouder is dan hij en een broer die vier jaar voorop ligt. Papa Gijselinck is stukadoor, fysiek een niet te onderschatten beroep. Tijdens de vakanties mag Bart af en toe mee om wat bij te klussen. Een opvolger zit er in Bart niet in. Mama werkt eerst vijftien jaar lang bij een notaris en nadien als secretaresse bij de Kamer van Handel en Nijverheid in Oudenaarde. Wanneer papa na zijn job thuiskomt, geniet hij graag van de stilte. Zelfs tijdens het eten wordt er niet gepraat, iets wat Bart achteraf bekeken tijdens zijn jeugdjaren toch wel gemist heeft. Dus muziek klonk er ook niet zo vaak. Gelukkig was oma er. Daar trok Bart de woensdagnamiddag en vooral tijdens de vakantieperiodes naartoe omdat mama buitenshuis moest gaan werken. Oma maakte voor Bart van wol pruiken na zodat hij, ook al was hij nog maar een jochie van een jaar of vier, The Beatles kon imiteren. Het is op de radio van oma dat hij een hele rist liedjes oppikt. Later zal Bart nooit gaan dwepen met artiesten, hij is nog steeds een liedjesman. Als hij toch iemand moet aanduiden waarmee hij hoog oploopt, dan is dat met de Franse chansonnier Gilbert Bécaud. Als er in die tijd dan toch platen en cd’s werden gekocht, dan koos Bart voor het repertoire van Tom Jones, Barry White en 10cc en vooral dan hun hit I’m not in love. Over zijn studietijd is Bart vrij bondig. Hij begint bij de nonnetjes in Ename om vanaf het vijfde studiejaar naar het college in Oudenaarde te trekken, waar hij na zijn lagere school overstapt naar de afdeling wetenschappelijke B. Dit ligt Bart helemaal niet, hij is geen bètatype. Hij is eerder artistiek aangelegd en dus mag hij vanaf zijn zestiende naar de plastische afdeling in het Sint-Lucasinstituut in Gent. Zodra die middelbare schoolopleiding erop zit, wil Bart verder in de muzikale richting en slaagt er op zijn negentiende in, na een strenge toelatingsproef, voort te studeren aan het Herman Teirlinck Instituut in Antwerpen en leert daar de broodnodige knepen van het showbizzvak. Hij volgt de richting kleinkunst en theater omdat hij koste wat het kost zanger wil worden. Hij bekeek het ook technisch, als een echt vak. Zijn ouders hadden zo hun twijfels, maar aanschouwen het voorzichtig van op een verstandige afstand.

Via Het Laatste Nieuws en Joepie belandt Bart na zijn studies vrij snel aan de Vlaamse kust, waar hij terechtkomt bij de shows georganiseerd door de Nationale Loterij en leert op die manier de presentator van dienst, Luc Appermont, beter kennen. Bart kan als jobstudent aan het werk als animator en rolt op die manier de showbizz binnen. Dankzij Luc mag hij in 1982 deelnemen aan de “Baccarabeker” in het Casino van Middelkerke. Luc coacht de Limburgse ploeg, waarin naast Bart ook Daniël David en de meidengroep La Dolce Vita zitten. Tot groot jolijt van die Limburgse bende gaan zij dat jaar met de overwinning lopen. Bart krijgt daarnaast de prijs van het publiek toegewezen. Bart zong twee Franse liedjes van Michel Delpech, waaronder Chez Laurette. Een tijd later gaat Bart verplicht onder de wapens en beslist meteen na het afzwaaien door te reizen naar Parijs, want hij droomde ervan bij onze zuiderburen een carrière op te bouwen. Van kennissen bij de RTBF had hij een adressenlijstje gekregen met daarop de namen van enkele producers en platenfirma’s in de Franse hoofdstad. Hij huist daar in een studentenhome en schrijft zich in bij “Le Petit Conservatoire de Mireille”. Bart begint dan al te twijfelen omdat zijn dromen groter bleken dan de realiteit. Na enkele maanden keert hij naar Vlaanderen terug omdat hij in Parijs het bericht had ontvangen dat hij geselecteerd was voor deelname aan “Eurosong”. Er werden drie voorrondes georganiseerd, Bart kwam met het door hemzelf geschreven Symfonie in de tweede terecht samen met Gene Summer en Wim De Craene. Bart belandde in de finale in het gezelschap van Sofie, Wim De Craene, Yvette Ravell, Espresso, Marina Marcia en Pas de Deux, die met Rendez-vous naar het Eurovisiesongfestival in München mogen, waar zij op de achttiende plaats eindigen. Corinne Hermès gaat voor Luxemburg met de overwinning aan de haal dankzij haar liedje Si la vie est cadeau. Bart had zich voorgenomen dat, mocht “Eurosong” tegenvallen, hij meteen terug naar Parijs zou keren, maar er was plots zoveel vraag naar optredens dat hij wijselijk besloot het zekere voor het onzekere te kiezen. Stan Verbeeck van platenfirma Monopole haalt Bart over om Symfonie op single uit te brengen, maar de belangstelling daarrond was vlug verdwenen. Die samenwerking is van korte duur, want Bart stapt over naar platenfirma Carrère en krijgt daar Eddy Luyckx als producer toegewezen, die hem een liedje van Charles McLoughlin laat opnemen: Hello it’s me met op de B-kant Hallo dag Bart. In 1984 produceert Eddy samen met Bart Ze zeggen, geschreven door Pino Marchese en Bart zelf. De negende juni staat dat plaatje op zeven in de Vlaamse Top Tien. Bart moet nog altijd lachen als hij terugdenkt aan zijn single Snel rijen is zo dom als snel vrijen. Hij noemt het nu met de nodige afstand jeugdzonden. In 1984 krijgt hij tijdens Radio 2 “Zomerhit” de prijs van “Beste Solodebuut”. Vanuit Frankrijk attendeert de manager van Riccardo Cocciante hem op het nummer Lui sur son île, dat Bart vertaalt als Op mijn eiland, dat vooral op radio vaak gedraaid wordt. Bart heeft op dat moment een onderkomen gevonden bij Johnny Hoes, die wil dat hij het liedje opnieuw inzingt en dat er een ander koortje aan te pas komt. In 1985 wordt het in de Vlaamse Top Tieneen bescheiden hit.

Omdat Bart blijft zoeken, gaat hij dat jaar van start met de Nederlandse producer Peter Schön, bekend van zijn producties voor The Dolly Dots, Marco Borsato en Anita Meyer, die vindt dat Bart in het Engels moet zingen. Dat wordt een liedje van de heren Van Passel en Peter Schön zelf: It starts with a kiss. Ook deze keer blijft de echte respons achterwege. Het door hemzelf geschreven Een vogel ver van huis en het in 1986 in het Frans opgenomen Pourquoi t’oublies pas zijn vergeefse pogingen. Maar Bart houdt vol en scoort in 1986 met het samen met Penny Els, Els Van den Abbeele, geschreven meezingertje La Mamadora. Aanvankelijk heette het La Matadora, maar dat werd te ingewikkeld. Zij trekken eerst naar Parijs, waar Bart in een peperdure productie een Franse versie inblikt. Hij had een geldschieter gevonden die het wel wilde bekostigen. Omdat de platenfirma wil dat Bart in Parijs komt wonen om de plaat te promoten, aarzelt hij weer en keert naar Vlaanderen terug. Hier wordt de productie onder handen genomen door Francis Goya, die op de plaat ook de gitaar bespeelt. De achtentwintigste juni 1986 staat Bart ermee op de eerste plaats in de Vlaamse Top Tien. Ook de opvolger L’amore datomi doet het in die Vlaamse hitlijst niet onaardig.

In 1987 worden door de VRT elf kandidaten uitgenodigd om deel te nemen aan “Eurosong”, ook Bart! De finale wordt door Liliane Saint-Pierre gewonnen met Soldiers of love, maar Bart houdt een fijne herinnering over aan deze selectie voor het Eurovisiesongfestival, want hij eindigt in de finale op de tweede plaats met het door hem samen met Hubert Hugo geschreven liedje Carrousel. De elfde april van dat jaar staat hij in de Vlaamse Top Tien met dat liedje helemaal bovenaan. Bart is intussen verhuisd naar platenfirma EMI, waar hij liedjes krijgt aangeboden die geschreven werden door Bob Leverman, beter bekend als Robert Long. Met Amor amor laat Bart in 1987 duidelijk van zich horen, maar een echt grote hit wordt het singletje niet. Het jaar nadien neemt Bart van diezelfde Long het liedje Geloof in jezelf op. Met een vierde plaats in de Vlaamse Top Tien is Bart best tevreden, maar hij weet dat hij beter kan, veel beter. Hij gaat heel nauw samenwerken met producer Roland Verlooven, bekend van zijn producties met Willy Sommers, Margriet Hermans en Clouseau, om er een paar te noemen. In 1989 veroorzaakt dat voor hem een grote ommekeer, te beginnen met De Marie-Louise, dat Roland speciaal voor hem had geschreven. Aan dat liedje is nog een apart verhaal verbonden. Het album was klaar toen zij vaststelden dat er nog een nummer ontbrak, want contractueel moesten er twaalf liedjes op de cd staan. Op vraag van Bart schrijft Roland nog snel een nieuw liedje in de stijl van Malle Babbe van Rob de Nijs én met in zijn achterhoofd dat het een wals moet zijn die het publiek kan meezingen. De dag nadien trekken zij naar Studio Impuls, waar zij samen met technici Wouter Van Belle en Peter Bulkens het liedje inblikken en afwerken. De Marie-Louise levert Bart zijn eerste gouden plaat op, de zestiende december 1989 een vierde plaats in de Vlaamse Top Tien, een eenentwintigste stek in de Top Dertig de derde februari 1990 en eeuwige roem in Vlaanderen. Op zoek naar een ijzersterk nummer kwam Roland iets eerder op de proppen met Les gondoles à Venise, in Frankrijk een dijk van een hit geweest voor het zingende echtpaar Sheila et Ringo en door Paul De Schepper vertaald als Duizend terrassen in Rome. Die keuze is sterk, want de veertiende april 1990 stoot Bart door naar de tweede plaats in de Vlaamse hitlijst en noteert hij de vijfde mei een twaalfde plaats in de Top Dertig.  In de maand december van 1989 wordt zijn album “Bart Kaëll” uitgebracht, goed voor platina!

Raar maar waar, na deze cd gaat Bart met een andere producer werken. Roland wilde rusten en uitblazen. Voor VTM presenteert Bart de “Mini Playbackshow”, in Nederland gepresenteerd door Henny Huisman, waarin hijzelf telkens een kinderliedje zong. Van de hand van de Nederlandse producer Hans van Eijck op tekst van Herman Pieter de Boer neemt hij het liedje Zeil je voor het eerst op. Over een megahit gesproken. Van Eijck zou ook songs schrijven voor Helmut Lotti, Marco Borsato en Danny de Munk. In de Ultra Top Top Vijftig klimt Bart de achtste september 1990 met dat nummer naar de tweede plaats, zijn grootste hit ooit. In de Vlaamse Top Tien stond hij de achtentwintigste juli al op één. In de Reel Sound Studio en in Studio Arnold Mühren in Nederland gaat Bart het album “Gewoon omdat ik van je hou” inblikken. Dertien liedjes in het totaal. Qua teksten wordt er geschreven door Johan Verminnen, Bart Kaëll zelf, Herman Pieter de Boer, Bart Van den Bossche en Paul De Schepper. Het album levert nog vier singles op: Ik wil niet dat je gaat, Love me forever, Mooi om te zien en Isabelle. Love me forever en Mooi om te zien worden in de loop van 1991 telkens een nummer één in de Vlaamse Top Tien. Datzelfde jaar brengt hij in samenwerking met Radio 2 het Gordellied Ik gordel nooit zonder jou op de markt. Het album “Gewoon omdat ik van jou” gaat zo’n dertigduizend keer over de toonbank, goed voor platina. Van zijn platenfirma BMG/Ariola krijgt hij een speciale award omdat hij, sinds hij bij hen in 1989 onderdak had gevonden, al meer dan honderdduizend elpees en cd’s heeft verkocht.

Hij zal voor BMG nog één album inblikken en wel “In Kleur”, in 1992 geproduceerd door Bert Candries en opgenomen in Studio Impuls. Het is deze keer de Nederlandse schrijver Ellert Driessen die een drietal liedjes aanreikt en voorts nummers van Bart Kaëll, die hij samen met Bart Van den Bossche, Johan Verminnen en Paul De Schepper schrijft. Als voorbode van het album is er de single Papa ik kan zingen, goed voor een tweede plaats in de Vlaamse hitlijsten. Bart had intussen ook zijn handen vol met het presenteren van de populaire “Soundmixshow” bij VTM. Hij zal dat tien jaar volhouden tot hij op zijn veertigste te horen krijgt dat hij bedankt wordt voor bewezen diensten. VTM wil in 2000 verjongen en Bart krijgt het nakijken. Hij voelt zich afgeschreven.

Maar goed, we keren terug naar 1993 wanneer hij zijn muzikale avontuur bij platenfirma BMG afrondt en overstapt naar Sony/Columbia. Op dit label presenteert hij in een productie van Bert Candries dat jaar de cd “Dicht bij jou”, opgenomen in de bekende Galaxy Studio in Mol met aan de knoppen Wilfried Van Baelen. Op het album een rist nieuwe nummers geschreven door Bart samen met Penny Els, Marius Degeest, Mark Lambin en Johan Verminnen. Het reggaegetinte Mooi weer vandaag wordt als single gereleaset, waarmee Bart de negenentwintigste juli van dat jaar de eerste plaats in de Vlaamse Top Tien inpalmt, wat hij iets later overdoet met de single Ik neem je in mijn armen en de ballade Moeder. In 1994 wordt er teruggeblikt op de cd “Het beste van Bart Kaëll”, twintig hits waar de fans tomeloos van kunnen genieten. Datzelfde jaar volgt Bart Kaëll bij VTM Walter Capiau op als presentator van het razend populaire “Rad van Fortuin”. Bart zal dit programma blijven presenteren tot in 1997.

Bart, die het theaterbureau van Piet Roelen als thuishaven heeft en in 1992 het duet Gek op haar had opgenomen met Roelens poulain Helmut Lotti, gaat vanaf 1995 samenwerken met een goede vriend van Piet, de Nederlandse producer Peter Koelewijn, die ook een stevige hand zal krijgen in de succesvolle cd-reeks “Lotti Goes Classic”. In een overgangsfase wordt zijn album “Nooit meer alleen” deels door Bert Candries en deels door Peter geproduceerd. De hoogst genoteerde single hieruit wordt het zomerse Samen in de zon op een tekst van Frank Dingenen, de eenentwintigste juli goed voor een tweede plaats in de Vlaamse Top Tien. De hit Right back where we started from van Maxine Nightingale, geschreven door J. Vincent Edwards, vertaalt Penny Els als Een, twee, drie. In 1997 is er het album “Dag en Nacht” met op de Dag-cd tien liedjes en op de Nacht-cd drie. Qua productie wordt het wat sleutelen en puzzelen, want die opdracht wordt verdeeld over Fonny De Wulf, Phil Sterman en Peter Koelewijn. Er wordt in ons land opgenomen in de Foco Studio in Waasmunster, in de Sterman & Cook Studio in Damme en in de Fendal Sound Studio in Nederland. In het boekje dat bij de cd hoort, schrijft Bart: “Honderd hoge bergen zijn toch te klein voor mij, niets zal me tegenhouden, want jij bent mijn ster en die leidt mij van ver!” Samen met de Nederlandse zangeres Glennis Grace zingt hij Eenzaam zonder jou als duet. Voor de Vlaamse markt neemt hij dat nummer opnieuw op, deze keer samen met Lisa del Bo. Die versie met haar staat de achttiende februari 1998 op één in de Vlaamse Top Tien. De singles Stapelgek op jou, Een nieuw begin en Ik leg de sleutel op de mat geraken wel tot in de Vlaamse hitlijsten, maar kunnen zich niet meten met zijn voorgaande hits. Wel mogen we het liedje Heb jij een vuurtje voor mij niet vergeten, dat geschreven werd door Han Kooreneef, die ontiegelijk veel voor Marco Borsato zou schrijven, en dat bijvoorbeeld door Radio 2 vaak gedraaid werd, dus gerust een radiohitje genoemd mag worden. De negentiende december zendt VTM de special “Varen tussen Noord en Zuid” uit. Dat is ook de titel van zijn nieuwste cd. Bart is maar weer eens van platenfirma gewisseld en heeft onderdak gevonden bij Play That Beat, die al garant hadden gestaan voor het succes van Get Ready en voor Mama’s Jasje. Zij koppelen Bart opnieuw aan zijn vroegere producer Roland Verlooven, die opnieuw in Studio Impuls gaat opnemen. Charles Aznavour wordt vertaald, net als Roger Whittaker, John Denver, Sailor en zelfs Boney M. De zee en het varen op zee staan centraal in dit album, dat frisser dan fris klinkt. Maar de echte hits blijven uit, ook al wordt een vertaling van de Freddy Quinnhit Junge komm bald wieder als eerste single uitgebracht. In 1999 treedt Bart heel veel op in het raam van 15 jaar Bart Kaëll met in de nasleep daarvan het album “15 jaar”.

In 2000, en dat valt hem zwaar op de maag, moet hij verwerken dat Kürt Rogiers hem zal vervangen als presentator van de “VTM Soundmixshow”. Bart voelt zich, zoals we al eerder schreven, uitgerangeerd, maar hij verliest de moed niet, al heeft hij zware twijfels over de liedjes die hij moet opnemen. Hij wordt door Play That Beat eerst gekoppeld aan de Nederlandse fluitiste Berdien Stenberg met bewerkingen van bekende klassieke liedjes – Helmut Lotti en zijn “Classics” zijn niet ver uit de buurt – maar dat project wordt afgeblazen en Bart wordt aan Vanessa Chinitor gekoppeld. Het is pokeren wat de keuze van de liedjes op het album “Costa Romantica” betreft. Het is John Terra die zich over de productie ontfermt. Er wordt deze keer in de studio’s The Groove en Galaxy opgenomen. Het eindresultaat zijn covers van onder meer Comme j’ai toujours envie d’aimer, dat als eerste single in de markt wordt gezet, gevolgd door de liedjes I got you babe van Sonny and Cher en Weer naar zee, een cover van een Griekse evergreen. Voor deze gelegenheid zingen Bart en Vanessa niet alleen in het Nederlands, maar ook in het Engels en het Frans. Achteraf bekeken is Bart niet tevreden over het resultaat en had hij dit album als project liever overgeslagen. Een regelrechte hit in het programma “Tien om te Zien” tijdens de zomer van 2002 is het superzomerse nummer Beetje bij beetje, dat ook een hitje wordt bij Radio 2. Het nummer heeft zo’n latinogehalte dat Belle Perez de Spaanse tekst schrijft en Bart blikt het in als Poco a poco. Hij staat dan op stal bij platenfirma CNR. In 2004 rondt hij het jaar af met optredens tijdens de “Caals & Van Vooren Winterrevue” met onder meer Wendy Van Wanten.

Op zoek naar de geschikte producer komt Bart in 2006 terecht bij de man die hem perfect aanvoelt, Patrick Vandewattijne, die intussen dankzij zijn aanpak Laura Lynn tot schlagerkoningin van Vlaanderen heeft gekroond. Bart schrijft zowel tekst als muziek voor zijn bescheiden terugkeer in de Vlaamse Top Tien met het nummer ‘t Is volle maan vannacht. Bart gaat voluit voor de polonaise en het meezingen. Hij krijgt van Radio 2 tijdens “Zomerhit” van dat jaar de speciale prijs “Vlaams Ambiancemaker”. De dertigste en eenendertigste maart en de eerste april van 2007 staat hij samen met Benny Neyman en Dennie Christian de longen uit zijn lijf te zingen tijdens het “Schagerfestival” in de Ethias Arena van Hasselt. Daar zal hij vijf jaar later opnieuw staan, deze keer geflankeerd door onder anderen Frans Bauer en Dana Winner. De Antwerpse Zuiderkroon wordt in 2008 het decor van de vieringen “25 jaar Bart Kaëll” met een groots concert. Platenbaas Patrick Busschots weet hem over de streep te trekken een platencontract te tekenen bij zijn firma ARS. Dat wordt niet alleen gevierd met de dubbelaar “Het beste van Bart Kaëll – 25 jaar hits”, goed voor veertig megasuccessen. Om dit album aan de pers voor te stellen, stapt hij te voet van Leuven naar Scherpenheuvel. Op dat album ook zijn gloednieuwe nummer één in de zomer van 2008 Dansen in Bahia, geschreven door Peter Keereman in een productie van Patrick Hamilton. De zongebruinde latinogetinte Kaëll is terug van weggeweest. Waar alleen maar zijn intieme vrienden van op de hoogte zijn, is dat Bart met een depressie kampt en daarvoor psychologische hulp gaat opzoeken. Hij kampt met angst- en huilbuien, maar trekt zich op aan zijn optredens. Hij weet wel dat hij stilaan wat gas moet terugnemen, aanvaarden dat hij een jaartje ouder wordt en dat succes niet vanzelfsprekend is. Tevreden zijn met iets minder, is ook al gek en hectisch genoeg. In het programma “Reyers laat” zal hij in de maand mei van 2013 zonder omwegen toegeven dat hij na die depressie bewuster is gaan leven en veel gelukkiger is geworden. In 2009 probeert Bart een gooi naar de Vlaamse hitlijsten met een cover van Donder en bliksem van Guus Meeuwis, maar die poging kon beter! Hij is erg blij dat hij de drieëntwintigste april van dat jaar in het Sportpaleis van Antwerpen op de affiche van “Houden Van… Griffel Rock” staat met naast hem Vader Abraham, Nicole en Hugo, Micha Marah en Jelle Cleymans.

Een lekkerbek als hij is en culinair degelijk onderlegd, waagt Bart zijn kansen als hobbykok in 2010 in het populaire VTM-programma “Masterchef”. In de spannende finale neemt Bart het op tegen Axel Daeseleire en Sabine Appelmans, die uiteindelijk als keukenprinses met de eer mag gaan lopen. Bart trakteert zichzelf en zijn fans op een nieuw album “Hallo, hier ben ik”. Bart schrijft samen met producer Phil Sterman het merendeel van de liedjes en covert daarnaast Hello good morning van Nick MacKenzie en Ich würd’ es wieder tun van Udo Jürgens. Een wat opmerkelijke mix en ergens toch weer een zoektocht naar de juiste hit. De negentiende juni 2010 staat Bart in de Vlaamse Top Tien op twee met het door hem en Henk Van Broekhoven geschreven liedje Hallo goeiemorgen, de eerdergenoemde cover van Hello good morning. Ook goedemorgen wordt er door de goegemeente in Vlaanderen gezongen wanneer zij de eerste juli 2012 in Het Laatste Nieuws verneemt dat sinds jaren Luc Appermont en Bart een koppel vormen. Al die jaren bleef dit een goed bewaard geheim omdat de journalisten er nooit naar vroegen, reageerden beiden. Jarenlang hadden zij er alles aan gedaan om hun relatie verborgen te houden en om zich toch maar niet te hoeven outen. De jaren voordien koketteren beiden elk apart met hun zogeheten vriendinnetjes, maar dat is maar voor de schijn. In 1994 staat er in de Wie is Wie in Vlaanderen bij Luc “houdt van Bart Kaëll” vermeld en bij Bart “houdt van Luc Appermont”. Maar in de pers wordt hier unaniem geen gevolg aan gegeven. De Vlaamse pers blijft keurig en braaf. De negenentwintigste mei 2013 zijn Bart en Luc bij VTM samen de eregasten in “Manneke Paul” van Paul de Leeuw. Het is de allereerste keer dat Vlaanderen hen als koppel op het scherm ziet en dat zij ongedwongen over hun relatie praten.

Samen met Bart Herman schrijft Kaëll in 2010 in zijn bekende meewiegende zeemansstijl, om het kind een naam te geven, Mee met de wind. Eerlijk gezegd had zijn platenfirma er meer van verwacht, want de wind is niet krachtig genoeg om het liedje verder te loodsen dan een vijfde plaats in de Vlaamse hitlijsten. Niet getreurd, een nieuwe plaat, een nieuwe kans, en dat wordt de single Elke dag een beetje mooier, getekend Bart Kaëll met als bekroning een derde plaats in de Top Tien. Ook een derde plaats wordt toebedeeld aan de opvolger, het hupse en speelse Beetje gek, ook deze keer een eigen creatie van de heer Kaëll. De meeste van deze liedjes staan verzameld op zijn album “Hallo hier ben ik”, dat in 2011 op het label Vlaamse Sterren, een sublabel van CNR, wordt verdeeld. ARS is intussen uit het zicht verdwenen, maar producer Phil Sterman blijft aan het roer. In Zuid-Afrika stoot Bart, zoals u aan het begin van deze bio al kon leren, op het Afrikaanse liedje Kaptein (Span die seile) van Kurt Darren, dat als Kap’tein op tekst van Bart en bewerkt door Phil de achtentwintigste april 2012 op één in de Vlaamse Top Tien piekt. Geheel onverwachts komt hij nadien op de proppen met een bewerking van Sous le ciel de Paris, dat hij als Onder de blauwe lucht van Parijs in duet met Mieke zingt. Het nummer wordt geproduceerd door de man van Mieke, Marc De Coen. De videoclip is vaak te zien op Ment TV, maar wordt geen hit. Dat is wel het geval met Onder de blote hemel, een wat ondeugende bewerking door Bart van de Franse evergreen Voulez-vous danser grand-mère. Deze keer bereikt hij nog maar eens de derde plaats in de Vlaamse Top Tien van het voorjaar 2013. In de maand augustus klimt hij eveneens naar drie, deze keer met Met z’n tweetjes, een vertaling van Love really hurts without you van Billy Ocean.

In 2014 brengt hij ‘t Is te vroeg uit, een nummer dat hij samen met Patrick Vandewattijne schrijft, maar zonder stof te doen opwaaien in de Vlaamse Top Tien. Dat doet hij enkele maanden later wel met het door hemzelf geschreven Het is feest!, goed voor een tweede plek de achtentwintigste juni van dat jaar. In de loop van de maand mei 2015 staat Bart op zeven in de Vlaamse Top Vijftig met Zeg hallo, een verrassende cover van Say hello van The Sol, een Amerikaanse hiphop-artiest. De single doet het uiteindelijk minder goed dan aanvankelijk verwacht. Woensdag de 24ste juni 2015 wordt in het gezelschap van Will Tura tijdens een persconferentie in Blankenberge de cd “Vlaanderen zingt Tura” voorgesteld. Bart bewerkt voor dit album M’n winterroosje, een van de bekendste Turaklassiekers. De eerste december 2015 lanceert Bart de single Chez Laurette die hij opdraagt aan zijn partner Luc Appermont. In het Eén programma “Het Huis” waarin Luc als centrale gast verrast werd door de plotse aanwezigheid van Bart, zong die speciaal voor Luc aan het kampvuur, zichzelf begeleidend op de piano, Chez Laurette van Michel Delpech. Op dat fragment kwamen erg veel reacties. Voor Bart is het liedje niet nieuw, want hij zong het al in 1982 tijdens zijn deelname aan de “Baccarabeker”. Hij zette het eerder ook al op plaat in een vertaling van Johan Verminnen. Op de nieuwe singleversie houdt Bart het sober: hij, zijn stem en zijn piano. De opbrengst gaat naar de Music for Life-actie van Studio Brussel. “Het hoeft niet altijd De Marie Louise te zijn“, voegt Bart er lachend aan toe!

Eind mei 2016 lanceert Bart een Frans liedje met een Nederlandstalige tekst, C’est si bon. Hij heeft zowel de tekst als de muziek hiervan zelf geschreven. Zaterdag de 28ste mei stelde hij het in avant-première voor in het programma De Zoete Inval op Radio 2. Bart liet toen weten dat zijn 82-jarige moeder in ieder geval een grote fan is van zijn nieuwe zomersingle.

Het heeft vier jaar geduurd, maar eindelijk is het zover. De 17de maart 2017 brengt Bart op het Sony-label een nieuw album op de markt “In ‘t nieuw”. Hij stelt deze in primieur voor in “Centrum De Ronde van Vlaanderen” in zijn geboortestad Oudenaarde, een plek die hem na aan zijn hart ligt. Als rode loper bracht Bart de 28ste januari 2017 al de door hemzelf, samen met Filip Martens, geschreven single Ik kan het niet geloven uit. Op dit nieuwe album enkele akoestische songs waarmee Bart terug wil keren naar de essentie zoals onder meer ook te horen op het recente album van Justin Bieber. Als meest opvallend nummer noteren we Peizde nog aan mij?, gezongen in het Oudenaardse dialect en opgedragen aan Barts eerste liefde “Zij was wel degelijk een meisje”, aldus Bart, “en woont momenteel in Dubai. Ooit zal ze het wel te horen krijgen!”

tekst en research: Marc Brillouet

© 2016 Daisy Lane & Marc

Zjef Vanuytsel

Zjef Vanuytsel behoort volgens velen tot de belangrijkste liedjesschrijvers van de voorbije decennia. Zijn debuutplaat ‘De Zotte Morgen’ uit 1970 was een stijlbreuk met het toenmalige Nederlandstalige kleinkunst/troubadour-genre en zette zich resoluut af tegen de toenmalige schlager- en balmuziek. De Zotte Morgen kan misschien wel beschouwd worden als de eerste echte volwassen chansonplaat in Vlaanderen en is zeker een mijlpaal binnen de Nederlandstalige muziek. Enigszins in contrast daarmee citeren we, en plaats deze uitspraak binnen de tijdssfeer van toen, namelijk 1974, Pol Van Mossevelde in zijn boek “Met toeters en bellen”: “Zjef Vanuytsel is iemand die geleidelijk aan wist te reveleren in het spoor van Boudewijn de Groot met eigen teksten. Teksten die even vlinderend en romantisch zijn als datgene wat de troubadours voor hem op het podium brachten. Hij wist dat echter te verbergen door het jargon van de nieuwe generatie te hanteren. Daarbij viel vooral het timbre van zijn stem  en de melodische uitwerking van zijn liedjes op.”

Zjef Vanuytsel werd de zesde juli 1945 in Mol geboren onder het sterrenteken Kreeft: een fijngevoelig iemand, wat introvert, erg kunstzinnig, iemand die zijn gevoelens opkropt om ze nadien in een haast ongecontroleerde bui de vrije loop te gunnen. Hij moest thuis de aandacht delen met zijn zeven jaar jongere zus. Vader werkte in een fabriek in Kwaadmechelen en moeder was zelfstandige vroedvrouw die er thuis ook nog een winkel in babykleding en accessoires opna hield. Zjefs vader hield zich in zijn vrije tijd bezig met het organiseren van bonte avonden. Hij schreef sketches en liedjes die hij voorzichtig met de anderen meezong, want aan zangtalent ontbrak het hem compleet. Enkele leden van de plaatselijke fanfare begeleidden hen. Om de vier à vijf maanden werd er in het dorp zo’n bonte avond georganiseerd en zat Zjef op de eerste rij. Vader schreef grappige verhaaltjes en presenteerde die ook. Langs moeders zijde werd er vooral door de tantes duchtig op los gezongen. Thuis stond de radio dan wel aan, maar het duurde tot Zjef zo’n jaar of veertien was vooraleer hij aandacht aan de muziek ging besteden. In het lager onderwijs mocht hij wel regelmatig vooraan in de klas een liedje voorzingen dat hij van zijn vader had geleerd. Van de gitarist van de groep die de bonte avonden begeleidde,  leerde Zjef zijn eerste akkoorden.

Al snel bleek op school dat Zjef een slimme jongen was, iemand die gemakkelijk studeerde. Zjef had al als kind snel de amusementsmicrobe te pakken, want in de lagere school in Meerhout (in de buurt van Mol) moest hij regelmatig voor de klas zijn medeleerlingen amuseren. Hij herinnert zich nog hoe hij tijdens zijn lagereschoolopleiding op de treden voor de klas volksliedjes mocht zingen die hij van pa had geleerd. Na de lagere school wordt Zjef intern op de middelbare school in Hoogstraten, waar hij de afdeling Latijn-Grieks gaat volgen. In zijn streek werd er naarstig naar goede leerlingen gezocht die daar met open armen werden ontvangen. Dat internaat bleek voor hem, achteraf gezien, een ware zegen! Zjef werd daar verplicht te studeren, hij kon niet anders. In Hoogstraten lag het niveau hoog. Meegenomen was echter dat je er op creatief vlak je ding kwijt kon: schilderen, musiceren, sporten. Zjef kon in zijn jonge jaren een niet onaardig partijtje voetballen, een bezigheid die hij aan de kant schoof toen hij met toneelspelen begon en boeken lezen. Over die periode zegt hijzelf: “Het was zeker niet mijn gelukkigste tijd, alleen al door het spartaanse regime van het instituut, maar mee mogen werken aan de jaarlijkse theatervoorstellingen, waar we onder andere stukken van Tolstoj opvoerden, was een grote eer, de ultieme wens van veel stuidemakkers. Je voelde je behoorlijk uitverkoren.”

Tijdens zijn middelbare studies schreef Zjef zijn eerste liedjes. Meestal Nederlandstalige teksten op bestaande Engelse hits. The Beatles boeiden hem en qua kleinkunst vooral Jaap Fischer. Wanneer hij op zekere dag Jacques Brel op televisie ziet, staat hij als aan de grond genageld. De thema’s, de teksten, de passie waarmee Brel zingt, grijpen Zjef meteen naar de keel. Veel later zegt hij over Brel: “Voor mij hoort hij bij de allergrootsten. Ik was zo graag met hem eens een nachtje doorgezakt om zijn kijk op de dingen te horen. Ik heb wel de eer gehad hem eenmaal te ontmoeten, hoewel hij toen al niet meer zong. Het was ter gelegenheid van een benefietavond voor de toenmalige, bijna  failliete “Ancienne Belgique”. Ik herinner het me nog goed: voor mij op de eerste rij zat prinses Paola, omringd door haar hofhouding, achter mij een symfonieorkest en ik daartussen in de schijnwerpers, met alleen maar mijn gitaar en met een minimum aan monitoring. Knikkende knieën, klamme handen en zenuwen die door je keel gierden. Ik heb na afloop met Brel enkele blikken en woorden van verstandhouding gewisseld, als reactie op het overdreven protocollair gedoe op het einde van de voorstelling.”

Na zijn middelbare studies trekt Vanuytsel naar het Sint–Lucasinstituut in Brussel om daar architectuur te gaan studeren. In de jaren zestig een licht rebels broeinest waarnaar heel wat creatieve geesten hun weg vinden. Zjef was altijd al met tekenen bezig, zo gewoon vrij uit de pols. Het PMS kon uit de proef ruimtelijk inzicht afleiden dat hij talent had om architect te worden en omdat Zjef toch niets anders voor ogen had, ging hij met dat voorstel meteen akkoord. Tijdens die studiejaren geraakt hij verknocht aan de muziek van de jonge Bob Dylan en de Angelsakische hits van het moment. Liedjes schrijven was voor Zjef niet zo gemakkelijk, want je had in die tijd qua voorbeelden niet veel helden in het Nederlandstalige gebied rondlopen. Aanvankelijk houdt hij het bij een bluesgetint repertoire waarmee hij schoorvoetend optreedt en durft almaar vaker eigen liedjes te zingen. Het stond voor Zjef wel van in het begin vast dat hij in het Nederlands zou zingen. In een interview met “De Morgen” in de zomer van 2007 zegt hij reflecterend daarover: “Ik vond dat vanzelfsprekend. Wij waren de kinderen van de laatste generatie die men nog had proberen te verfransen en wij zochten naar onze eigen identiteit. Maar zelf ben ik nooit een flamingant geweest en ik had ook niet het gevoel dat het Frans me werd opgedrongen. In Hoogstraten, waar ik op de humaniora zat, was taal een prioriteit. Daar stond men erop dat er Algemeen Nederlands zou gesproken worden en werd ons de liefde voor literatuur bijgebracht. Ook de Franse literatuur. Ik vind het nog steeds een prachtige taal. Bovendien, in Frankrijk eren ze hun chansonniers. Dat ligt hier toch wel anders.”

Vanaf het midden van de jaren zestig, nog voordat hij zijn eerste plaat had opgenomen, kan Zjef al rekenen op zijn eerste schare fans. Radio 1-producer Jan Geysen heeft hem daarbij meer dan zomaar een handje geholpen. Radio 1 was van plan enkele opnamen van nieuw talent dat ze hadden ingeblikt op een compilatie-elpee uit te brengen, maar platenfirma Philips vond het beschikbaar oeuvre van Zjef Vanuytsel zo goed dat ze een ganse elpee met hem wilden opnemen. In 1968 krijgt Zjef van hen een contract aangeboden. Ze kijken rustig de kat uit de boom, zo wil Zjef het toch, want hij wil de juiste songs op die plaat zetten en een deel daarvan moet nog geschreven worden. Zjef is een perfectionist en laat dat meteen voelen. Hij laat zich niet de les lezen door de directie, van welke platenfirma dan ook. Zij wachten twee jaar en vinden dan de tijd rijp om een eerste elpee op te nemen waarvoor Frans Ieven, later algemeen directeur VRT-radio, de voor die tijd opvallende arrangementen  schrijft. Producer van dienst is Roland Verlooven en technicus Paul Leponce.  Zjef zat net midden in de examenperiode en moest ook nog zijn eindwerk afronden. Dat werd non-stop alles op alles zetten. Meteen na dat examen en vlak voor zijn eindproject klaar moest zijn, wordt tijd geruimd om het album op te nemen. Dat eindwerk wordt koudweg drie weken aan de kant geschoven. In de studio kunnen ze beschikken over een viersporenbandopnemer, met alle beperkingen van dien, maar die zorgt ervoor dat er niet te veel snoepjes voor het oor aan de opnamen worden toegevoegd en dat alles eerlijk en direct klinkt, wat de liedjes van Zjef ten goede komt. Twaalf liedjes worden ingeblikt met voorop als earcatchers De Zotte Morgen en Houten Kop. Die liedjes wisselden pas van plaats nadat Roland op de idee kwam die nummers in elkaar te laten overvloeien als betrof het een conceptelpee. De Zotte Morgen schreef Zjef deels op de trein van Brussel naar Mol. Na zijn middelbare studies op internaat kon hij in Brussel lekker uitbreken, kwam hij in een ongelooflijke sfeer van zich vrij voelen terecht. Op stap gaan met je vrienden en zuipen tot in de vroege uurtjes, terwijl in de buurt van het Noordstation de eerste reizigers arriveren en zich oplossen in de drukte van toeterende auto’s en overvolle trams. Dat maakte op hem, een jongen geboren in de stille Kempen, een enorme indruk, die hij koste wat het kost in een tekst moest gieten. Voor zijn vrouw, die hij in Brussel had leren kennen waar zij de afdeling binnenhuisarchitectuur volgde en met wie hij in 1969 trouwt, schreef Zjef het beklijvende Ik weet wel m’n lief en al even opvallend op die eerste elpee is de song Hop Marlène, een lied  dat in een tangoritme was geschreven, maar uiteindelijk in een soort hot–club-de-France- stijl werd opgenomen, en het kritische High Society, op aanraden van Frans Ieven en Roland Verlooven.

Het album “De Zotte Morgen” gaat meer dan honderdduizend keer over de toonbank, goed voor platina dus. Zjef is op dat moment nog maar vijfentwintig. Het spreekt voor zich dat hem dat niet koud laat. De optredens rijgen zich aan mekaar. Om zijn architectendiploma te gelde te maken, vindt Zjef niet het geschikte moment en bergt het dan maar op voor later. Zijn ouders fronsen hun wenkbrauwen, maar het overweldigende succes van hun zoon compenseert hun ontgoocheling meteen. Hij profiteert van het feit dat aan het begin van de jaren zeventig de jeugdclubs en de culturele centra als paddenstoelen uit de grond schieten. Van de ene uithoek in Vlaanderen naar de andere reizen, is wekelijkse kost. Hij palmt zijn publiek in met zijn wat hese stem en zijn bijna in parlandovorm gebrachte melodieën. Wel merkt hij in het begin dat hij wat moet uitkijken met zijn teksten in een nog relatief  conservatief Vlaanderen. De chansongeneratie was jong en rebels en de brave dorpspastoor of onderwijzer had het daar niet altijd even makkelijk mee. Een organisatie als het Davidsfonds weerde hem zo nu en dan. In heel wat artikels uit die tijd en ook in ons interview voor Radio 2 zei Zjef daarover: “Ik trad tot midden de jaren zeventig op in kleinere theaterzalen en in jeugdclubs. Die werden door vrijbuiters uitgebaat en door de plaatselijke notabelen als oorden van verderf beschouwd. Ik speelde toen wel twintig keer per maand en na het optreden mengde ik me tussen het publiek. Dat hoorde erbij. Aan de toog werden dan breedvoerige discussies gehouden en die liepen meer dan eens uit. Ik was in die dagen een nachtuil zonder echt goed met drank overweg te kunnen. Ik hou immers van het leven, het is toch meer dan werken alleen.” Zjef was op dat moment een rijzende ster aan het Vlaamse kleinkunstfirmament, al hield hij niet zo van die term. Die spande te zeer als een keurslijf om hem heen. Nog steeds houdt hij er niet van een rist Nederlandstalige liedjes onder één noemer te plaatsen. Aan het begin van die boeiende jaren zeventig had je in Vlaanderen het aanstormende talent Johan Verminnen die de kop boven water stak. Samen met hem, Jan De Wilde, Raymond Van het Groenewoud en Kris De Bruyne voelde Zjef een band. Zij waren allen op zoek naar een nieuwe klankkleur in het Nederlands. Dat linkte hen aan elkaar. Zij voelden de behoefte om liedjes te maken met meer inhoud, met andere invalshoeken dan je door de bank hoorde. Volgens Zjef was Vlaanderen nog een braakliggend land, waar de muzikale voorgeschiedenis niet verder reikte dan Cor Vander Goten en Miel Cools. Dat waren tot dan toe hun Vlaamse schoolvoorbeelden. Het was aan de nieuwe lichting om een eigen richting te zoeken. Soms liep die zoektocht met een sisser af en sloegen ze een andere richting in, al liet Zjef in menig interview graag optekenen dat ze er toen in geslaagd zijn de polsslag van de tijd te vatten. In het programma “Tijdgenoten” van de vijfentwintigste juli 2004 zei Johan bij Radio 1 over Zjef welgemeend het volgende: “Net voor ik begon, was Zjef al een ster. Hij zong op de eerste avonden waar ik ging kijken naar zangers. Kort daarna ben ikzelf begonnen en ik vind nog altijd dat de eerste plaat “De Zotte Morgen” een mijlpaal is in de wereld van het Nederlandstalige lied. Zjef had enorm veel succes. We kunnen ons echt niet meer voorstellen hoeveel. Hij was samen met Boudewijn de Groot de meest succesvolle singer-songwriter in ons land.”

Net toen het succes van zijn eerste elpee de kop opstak, moest Zjef naar het leger. Een periode waar hij niet zo gelukkig op terugkijkt. Gelukkig had hij een commandant die van muziek hield. Eenmaal die periode achter de rug, kon hij zich voor het volle pond met zijn zangcarrière bezighouden en aan een rist live-optredens beginnen, want zijn agenda puilde letterlijk uit. Zjefs prijzenkast raakt rijkelijk gevuld, onder meer in 1970 met de “Erasmusprijs” en het jaar nadien met de “Grote Prijs van de Belgische Variété-critici”. Ook Nederland reageert op het succes van De zotte morgen. Zjef gaat daar in enkele kleinere clubs optreden, maar bij gebrek aan een manager moet hij de klus alleen klaren en dat is van het goede iets te veel. Op uitnodiging van Willem Duys treedt hij op in diens populaire tv-show “Voor de vuist”. Daar blijft zijn buitenlandse poging niet bij. Enkele liedjes worden in het Duits vertaald door Thomas Woitkewitsch, die zijn kunnen al bewezen had door Herman van Veen van Duitse teksten te voorzien. “Eind jaren zeventig hadden we contact met Thomas gekregen. We geloofden echt in een doorbraak in Duitsland. Maar zoiets moet je een paar jaar geduldig voorbereiden. Dat is toen niet gebeurd. De ambitie was ontoereikend en ik twijfelde aan mijn zangcarrière.” Wel werd Zjefs Ik weet wel m’n lief in het Duits vertaald, maar het Duitse succes werd niet wat hij ervan verwacht had.

Misschien zijn we het uit het oog en het oor verloren, maar samen met het orkest Il Novecento onder leiding van Robert Groslot blikt Hans de Booij in 1992 voor zijn cd “Vlaamse Helden” een cover in van De zotte morgen. Zotte Morgen heet de cover die Dirk Blanchart in 1998 opneemt voor zijn album  ”Schietstoel”. Hij wordt in dit nummer begeleid door drummer César Janssens, basgitarist Vincent Pierins en gitarist Fritz Sundermann. Een jaar eerder had Dirk Denoyelle voor zijn album “De kleinkunstwereld van Dirk Denoyelle” samen met Zjef een bewerking geschreven van De zotte Morgen met als titel De Zoo van Morgan. Het nummer De massa wordt op single uitgebracht en staat de dertiende januari 1973 op acht in de Vlaamse Top Tien. Vijf jaar later vinden we dit nummer pas terug op de elpee “De stilte van het land”.  Zjef heeft een paar jaar gewacht, om precies te zijn tot in 1973, om uit te pakken met zijn tweede album “Er is geen weg terug”, in een productie deze keer van Frans Ieven. Hij krijgt in de studio de muzikale ruggensteun van onder anderen Firmin Timmermans, Jean Blaute, Philippe Malfait, Roger Van Hanverbeke en Frans Ieven, die de basgitaar en het orgel voor zijn rekening neemt. De opname klinkt professioneler, het studentikoze is wat verdwenen en heeft plaats geruimd voor akoestisch gitaarwerk en het toetsenwerk van Jean Blaute. Ieven staat er tijdens de opnamen op dat elke song een natuurlijke klank krijgt. Het klinkt achteraf alsof er live werd gespeeld. De kritiek is echter verdeeld. Wanneer in 2007 zijn verzamelbox verschijnt, schrijft Zjef in het bijbehorende boekje daarover: “Ik wou in de eerste plaats niet in herhaling vallen. We waren jong en we beschikten over beperkte middelen. Ons doel was boeiende liedjes in het Nederlands te maken. We waren geen gladde jongens die het gat in de markt hadden gevonden. We begeleidden onszelf op de gitaar omdat we de nummers ook zo schreven. Het was vanzelfsprekend, handig en vooral betaalbaar, en je vond indertijd niet op een-twee-drie losse studiomuzikanten zoals nu. En als je nu, zoveel jaren later, luistert naar het beste dat toen de opnamestudio’s verliet, is dat nog altijd niet niks.” Op “Er is geen weg terug” serveert Zjef twaalf liedjes met naast de titelsong onder andere Zal je dan nog voor me zorgen, Toch is ze zo lief, De idioot van de vrede, Langs de spiegels van de tijd en Omstreeks middernacht. Het is opnieuw een sfeerplaat, maar er klinkt wat meer weemoed tussen de groeven. De liedjes zijn intiemer, minder toegankelijk, en twijfel en onzekerheid zijn in de teksten geslopen. Het succes is nog groot, goed voor een gouden exemplaar, maar steekt toch wat af tegen de monsterverkoop van zijn eerste plaat. Ook al moet hij er een tijdje op wachten, het is wel leuk wanneer Zjef zijn eerste auteursrechten int. In ons interview vertelt hij daarover geamuseerd dat hij er niets beter op vond dan toen met enkele vrienden eens lekker uit te gaan eten en een paar gitaren te kopen. In 1973 staat Zjef voor de eerste maal op de affiche van “Nekka”. Hij deelt de zevende oktober het podium van het “Sportpaleis” in Antwerpen met onder anderen Armand, De Elegasten, Ivan Heylen en Willem Vermandere.

Zjef treedt op dat moment nog steeds alleen op met gitaar. Hij vindt dat zelf ook betaalbaar en mee de reden dat hij in die tijd veel gevraagd werd. Hij heeft ook de gewoonte na elk optreden te blijven doorzakken. In 1974 schrijft hij de titelsong voor de film “Salut en de kost” van regisseur Patrick Lebon met in de hoofdrollen onder anderen Joris Collet, Romain Deconinck en Hanny Vree.  Het jaar nadien gaat Zjef opnieuw optreden. Niet meer solo enkel met gitaar, maar omringd door een aantal muzikanten. Vanuytsel wil een ander gelijk en muzikaal gezien meer mogelijkheden. Zijn keuze valt op de toetsenisten Tars Lootens en Marc Malyster, bassist Eric De Wolf en drummer Jean-Luc Van Lommel. Zijn optredens worden duurder. Hun p.a. moet ook worden uitgebreid. Er moeten afspraken worden gemaakt, de agenda’s op elkaar afgestemd, kortom, er moet georganiseerd worden. Alles wordt professioneler en dus ook complexer.

In 1976 is er op het Philips-label de elpee “De zanger” in een productie van Jean Blaute, opgenomen in de “Morgan Studio” in Brussel. De sound is meteen anders. Bekende jongens leveren hun medewerking: Oscar Denayer, Kevin Mulligan, Koen De Bruyne, Tars Lootens en Jean Blaute, om er een paar te noemen. Koen, Jean en Tars schrijven de arrangementen voor de tien liedjes die Zjef heeft geschreven. De programmamakers kiezen nogal snel voor de nummers De stad gaat slapen, Brussel ik hou van jou en Soms wanneer jij er niet bent. Tijdens ons interview vertelt Zjef: “We werden een beetje overmand door de overvloed aan middelen die we in de studio ter beschikking kregen. In die zin ademt de elpee ook de tijdsgeest van de late jaren zeventig. Spijt heb ik niet. Het was zoeken, experimenteren. Vallen en opstaan ook. Als ik nu naar die plaat luister, hoor je een overdosering. Een nummer als De stad gaat slapen zou ik meteen opnieuw willen opnemen, maar dan veel soberder.” Ondanks zijn vermoeidheid blijft Zjef optreden en omringt zich gaandeweg met muzikanten als gitarist Eric Melaerts, pianist Dirk Joris, Koen Leeman, André Appeldoorn, bassist Marc Van Puyenbroeck, gitarist Eric Geirnaert, Joeri Spies en drummer Tony Gyselinck. Er zijn dan ook weinig Vlaamse muzikanten uit die periode die niet met Zjef hebben gespeeld.

 

Voor het album “De Stilte van het Land” dat in 1978 verschijnt, wordt opnieuw de hulp ingeroepen van producer Roland Verlooven. Die titel sluit mooi aan op de verhuis van Zjef. Het gezin Vanuytsel is intussen uitgebreid met een zoon en vervolgens een dochter. Zij verlaten Brussel en gaan in Neerijse wonen, een dorpje in de provincie Vlaams-Brabant, een deelgemeente van de gemeente Huldenberg, iets meer dan vijftienhonderd inwoners groot. Zjef heeft hier een vierkantshoeve gekocht die hij volledig restaureert. Hij houdt er van de heuvels en de riviertjes de Dijle en de IJse. Hier geniet Zjef met volle teugen van de stilte, de stilte van het land. Hij brengt op dit album vooral een hommage aan zijn nieuwe biotoop. Op de radio horen we vaak Tussen Antwerpen en Rotterdam en Laat alleen mijn goede vrienden over de revue passeren. Het nummer De massa, gekoppeld aan Ga in het klooster, wordt op single uitgebracht en staat de dertiende januari op acht in de Vlaamse Top Tien.

Intussen heeft Zjef er tien jaar in het vak op zitten en het begint door te wegen. Het succes van de beginjaren taant, de kinderen worden groot en de stress voor het optreden blijft hem parten spelen. Zjef herinnert zich nog goed dat de kritiek  er niet malser op geworden is en hij heeft voortdurend de indruk dat hij zich moet blijven bewijzen, maar dat heeft meer met zijn overgevoeligheid dan met de realiteit te maken. Zjef krijgt, net als zijn  in het Nederlands zingende collega’s, wel meer en meer te kampen met de steeds groeiende aandacht voor Engelstalige muziek. Bij ons is het de beurt aan Vlaamse in het Engels zingende groepen als The Machines, Scooter, The Bet enz. die met de aandacht en de eer gaan lopen. Toch stelt Zjef met plezier vast dat tijdens zijn concerten her en der jongeren opduiken en zijn liedjes absoluut kunnen smaken. Zijn groep bestaat op dat moment uit toetsenist Dirk Joris, bassist Jan Hulsens, drummer Jan Cuyvers en gitarist Chris Peeters.

Zjef trakteert ons in 1983 op de elpee “Tederheid” in een productie van Herwig Duchateau, drummer bij de popgroep Scooter en iets later producer van The Bet, Schmutz, Won Ton Ton en The Machines. De liedjes op dit album zijn erg autobiografisch zoals in Mijn twee kindertjes, Mijn beste vriendin, Schuldig en het prachtige Winter. Zjef heeft intussen zijn architectenkantoor opgestart en probeert dat zo goed en zo kwaad als het kan te combineren met zijn carrière als zanger. Maar lang houdt hij dat niet vol en besluit in het midden van de jaren tachtig zijn zangcarrière de rug toe te keren. Voor Zjef, die altijd op zijn onafhankelijkheid heeft gestaan, eerder een logische keuze. De zanger aast immers niet meer zo op het succes en het applaus, waarvan hij trouwens zijn deel wel heeft gehad. Vlaanderen blijkt op de keper beschouwd ook wat klein en Zjef heeft het ondertussen allemaal wel gezien. Zijn architectendiploma laat hem bovendien toe het roer drastisch om te gooien.

In 1986 is er de single Voetbal in een productie van Luc Verschueren, die toen op de zondagavond van 17.00 u. tot 19.00 u. het populaire Radio 2-programma  “Sportkaffee” presenteerde. Over die productie wil Luc het volgende kwijt: “Vanuytsel is altijd een geweldige voetbalfan geweest en nog liever was hijzelf Rode Duivel geweest. Hij heeft ook lang gevoetbald, gezellig onder vrienden, en het merkwaardige was dat Zjef achteraf aan de cafétoog die match verbaal nog minstens twee keer kon herspelen. Van naaldje tot draadje. Met passes en al. De meester-tacticus, tot we er moe van werden. Hij niet! Bij zo’n match onder vrienden is dan tussen hem en mij het idee gerijpt om een single over voetbal uit te brengen. Hij had een liedje over voetbal, een vlot deuntje, en dan hebben we er een paar, toen actuele, uitspraken van Rik De Saedeleer aan toegevoegd. Met goedkeuring van de VRT. Ik denk overigens dat de VRT op vraag van Jos Ghysen, toenmalig productieleider van Radio 2 omroep Limburg, die plaat gesponsord heeft. De plaat is overigens veel gedraaid op radio, zowel door de programmamakers van Radio 1 als van Radio 2, maar een echte hit is het nooit geworden. Maar Zjef was tevreden. Voetbal ligt hem na aan het hart. Hij kreeg er opnieuw een pak aandacht door.”

Na meer dan vijftien jaar zingen en toeren, stort Zjef zich op de architectuur en start hij zijn eigen bureau. Eerst privéwoningen, later maakt hij de overgang naar publieke gebouwen waar hij er vaak in slaagt een mooi evenwicht te vinden tussen restauratie en nieuwbouw. Zjef ontwerpt hier en daar ook dure huizen voor rijke jongens, ook al had hij zich in het liedje High society kritisch over hen uitgelaten. In een interview met “Humo”, daterend van de tweeëntwintigste april 2009, zegt hij daarover: “Ik ben geboren en getogen in de Kempen en mijn ouders waren van eenvoudige komaf. In de naoorlogse periode was er nog een duidelijke scheiding tussen mijn milieu en de hogere kringen. Ik ging bijvoorbeeld naar school in het kleinseminarie van Hoogstraten, terwijl de kinderen van de elite naar de jezuïeten in Turnhout trokken. Nochtans was het studieniveau en de strenge katholieke opvoeding in beide scholen gelijk. Later boden mijn ouders mij de unieke kans architectuur te studeren. Ook toen ontdekte ik een zeker cynisme bij de meer bemiddelden tegenover de minder rijken. Vandaar dat nummer.” Je hoort dat huizen voor rijke jongens ontwerpen dus met een korreltje zout te nemen, want een modale woning bouwen voor de modale man blijft voor Vanuytsel zeker zo’n  grote uitdaging.

Zjef heeft zich, ondanks zijn naam, in de wereld van de architectuur moeten bewijzen. Hij begon schoorvoetend met kleine verbouwingen. Geleidelijk aan begon hij villa’s te ontwerpen om zo te evolueren richting het ontwerpen van openbare gebouwen. Dit is echt zijn dada, hier kon hij een groot deel van zichzelf kwijt. Trots is hij terecht op het gemeenschapscentrum “De Markten” dat hij in Brussel ontwierp, alsook het “Nero-café” in Hoeilaart en de gemeentehuizen in Drogenbos, Bertem, Lubbeek en Huldenberg. Hij is ook de scheppende ziel achter de administratieve centra in Steenokkerzeel en Hoegaarden. De zanger en de architect vallen op het einde van zijn architectuurcarrière trouwens samen wanneer hij het cultureel centrum in Scherpenheuvel “Den Egger” mag ontwerpen. Het wordt een van de betere concertzalen in Vlaanderen waar architectuur, muziek en functionaliteit mekaar zullen vinden. Bij zijn comeback op de Vlaamse podia zal Zjef er zijn première geven. Welke artiest in Vlaanderen kan dit zeggen: “spelen in een zaal die ik zelf ontworpen hebt”.  Zjef zag al die tijd een soort gelijkenis tussen het ontwerpen van gebouwen en het schrijven van liedjes omdat voor hem het creatieve proces zo’n beetje identiek is. Telkens wordt er vertrokken van een wit blad. In verband met dat huizen ontwerpen, nog deze leuke anekdote. In 1979 is Willy Sommers druk bezig met de opname van zijn elpee “Zing een liedje in je moedertaal”. Hierop staat onder andere zijn hit De nacht was lang.  Willy was in die tijd de kritiek op de kwaliteit van zijn Nederlandstalige teksten grondig beu. Hij werkte toen nauw samen met producer Roland Verlooven en die vond het geen slecht idee qua tekst eens te rade te gaan bij Zjef Vanuytsel waarvoor Roland onder meer de elpees “De Zotte Morgen” en “De Stilte van het land” had geproduceerd. Zjef schreef speciaal voor Willy de tekst bij het liedje Mijn beste vriend waarmee Willy de vierentwintigste februari 1979 op twee in de Vlaamse Top Tien stond. Toen Willy in 1985 een eigen huis wilde bouwen, stapte hij zonder lang na te denken naar architect Vanuytsel, die met veel plezier de villa van Willy heeft ontworpen.

Eind jaren tachtig en tijdens de jaren negentig lijkt het er nog op dat Zjef definitief zijn gitaar aan de wilgen heeft gehangen. Hoe hard organisatoren ook blijven aandringen, Zjef weigert halsstarrig  om ook maar ergens in Vlaanderen op te treden. Voor journalisten en programmakers blijft het een uitdaging hem te strikken voor een interview. Zjef geniet van zijn leven in de stilte en de schaduw van zijn vroegere succes. Hij is gelukkig wanneer hij met de familie of kennissen kan gaan stappen en een partijtje zaalvoetbal met zijn kameraden mag spelen. Hij probeert ook de knepen van het vliegvissen onder de knie te krijgen.  Forel en vlagzalm genieten daarbij de voorkeur. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan, zeker het artiestenbloed. Hij gaat optreden met zijn muzikanten van weleer, aangevuld met Marc De Boeck op sax en accordeon en Jan Hautekiet op klavier. Hij droomt van een comeback, van nieuwe liedjes schrijven en opnemen. De respons van het publiek en de aandacht is hartverwarmend, en langzaam maar zeker krijgt het muziekvirus hem weer te pakken. Aan de media vertelt Zjef: “Toen ik een punt achter mijn zangcarrière zette, had ik me wel voorgenomen ooit nog eens iets met muziek te doen en blijkbaar is het nu zover. Het is de bedoeling dat ik binnenkort een cd opneem met nieuw werk en dat ik daarna ga toeren.”

Universal besluit in 2007 zijn vijf elpees op cd uit te brengen, een heuse verzamelbox. Als extraatje is er bij de box de dvd “Live op de BRT” met unieke versies van onder meer De zotte morgen, De stilte van het land en Ik ben niet klein te krijgen. Daarnaast ook een viertal interviewfragmenten en een aantal fragmenten uit het programma “Mijn grote liefde heet muziek”. In het bijbehorende boekje schrijft Zjef: “Ik dank iedereen die aan dit project meewerkte. Bij het bekijken van de foto’s, die door mijn zoon zorgvuldig werden geïnventariseerd en waarvan ik het bestaan soms niet meer vermoedde, kwamen bijzondere herinneringen in mij op. Ik dank ook in het bijzonder alle muzikanten, producers en technici waarmee ik ooit mocht samenwerken, het talrijke en warme publiek waarvoor ik ooit mocht optreden en alle interessante en boeiende mannen en vrouwen die ik dankzij mijn liedjes leerde kennen.”

De  25ste augustus 2007 staat er een uitgebreide babbel met Zjef en journalist Bart Steenhaut in “De Morgen”. Zjef heeft er weer zin in en is druk bezig met de opnamen van een nieuwe plaat. Op de vraag of zijn comeback te maken heeft met het besef dat hij met zijn platen destijds mensen ontroerd heeft, antwoord hij: “Nee, want toen ik stopte, had ik het voornemen om vroeg of laat weer wat nummers te schrijven, maar uiteindelijk heeft de architectuur me zodanig opgeslorpt dat ik al blij was af en toe eens wat vakantie te kunnen nemen. Dat werk heeft de muziek haast helemaal uit mijn leven geduwd.” Over het destijds stoppen met zingen, wil hij in datzelfde interview nog kwijt: “Ik had het gevoel dat ik met mijn laatste plaat net een weg was ingeslagen die nog veel mogelijkheden had. Maar tegelijk voelde ik de aandacht van het grote publiek verslappen en merkt ik dat de media niet meer meewilden. En was er het besef dat ik niet tot mijn vijftigste moest wachten als ik nog als architect wilde uitpakken. Mocht ik in Frankrijk of Duitsland hebben gewoond, met al de mogelijkheden die zo’n groot land te bieden heeft, dan had ik waarschijnlijk gewoon wat woningen ontworpen voor mijn vrienden. Maar ik had heel snel door dat ik het in Vlaanderen nooit een leven lang als muzikant zou uitzingen.”

Eind in 2007 ligt er eindelijk nog eens nieuw songmateriaal in de winkel dankzij het album “Ouwe makkers”. Zoals steeds zingt Zjef liedjes over de dingen des levens. Warme liedjes, gebracht en geschreven met heel veel enthousiasme. Liedjes als: Als je zomaar weg zou gaan, Stil in de Kempen, Het evenwicht, Lief en leed en Gevoelige jongen. Het album bereikt de vijftiende december in de Ultratop 200 de achtendertigste plaats. Zjef brengt zijn nieuwe cd ook live tijdens zijn tour de chant, begeleid door een nieuwe band van acht uitstekende muzikanten waaronder enkele strijkers. Er volgen succesvolle, uitverkochte tournees langsheen concertzalen over het hele Vlaamse land maar ook op de podia van Dranouter en de Gentse Feesten.

Maandag de tiende november 2008 wordt in het “Casino Kursaal van Oostende” De zotte morgen toegevoegd aan de “Eregalerij” van Radio 2 en Sabam. Zjef voelt zich vereerd. Hij vertelde ons iets eerder dat hij ooit hoopt in de anonimiteit te kunnen voortleven, maar zijn liedjes gunt hij alle aandacht die zij verdienen. Diezelfde avond wordt ook The way to your heart van Soulsister gelauwerd en krijgt Rocco Granata een “ereplaats voor een leven vol muziek”. Datzelfde jaar wordt Zjef Vanuytsel zwaar ziek. Hijzelf spreekt niet graag over die zwarte periode in zijn leven. Die weegt zwaar op hem en zijn gezin.

De vijfentwintigste april 2009  is Zjef de centrale gast tijdens “Nekka” in het “Sportpaleis” van Antwerpen. Artiesten zoals Boudewijn de Groot, Jan De Wilde, Thé Lau en Sarah Bettens serveren een onvergetelijk  muzikaal festijn. “De Gazet van Antwerpen” noemt deze editie twee dagen later zelfs een vijfsterrenaffiche en heeft een verbaal applaus over voor het optreden van Zjef samen Yevgueni. Journalist Peter Briers schrijft in datzelfde artikel: “Onbevangen en vrij van allures, pretentieloos en met negen echo’s uit zijn zangcarrière, bewees de troubadour dat zijn comeback geen meesterlijke marketingzet is, maar een zaak van nationaal belang.” “De Standaard” van maandag de zevenentwintigste april geeft toe dat de stem van Vanuytsel zijn grootste troef is en blijft. Met graagte blijven ze in hun artikel even stilstaan bij het lied Als je zo maar weg zou gaan dat Zjef samen met Sarah Bettens zong en bij het moment dat hij Jan de Wilde op het podium riep om samen Ouwe makkers te zingen.

In 2011 treedt hij op in de “Stadsschouwburg” van Leuven tijdens een benefietconcert ten voordele van kankeronderzoek. “Omdat ik tijdens mijn behandeling heel wat respect heb gekregen voor de mensen die mij verzorgden. Zij blijven de hele tijd in de schaduw, maar verrichten bergen werk. Het lijkt mij maar logisch dat ik iets voor hen terugdoe. Het is dankzij hen dat ik weer op de planken sta“, vertelt hij de eenentwintigste april aan een reporter van “Het Nieuwsblad”. In de maand juli van dat jaar staat hij op het podium van het folk, rock en kleinkunstfestival “Na Fir Bolg” in Vorselaar, samen met onder anderen Eva Deroovere, Hannelore Bedert en Gorki.

Begin 2013 laat Zjef weten dat hij opnieuw een jaar lang afwezig zal zijn op de Vlaamse podia door een operatie. Dat houdt ook in dat hij zijn  geplande optreden op negentien april tijdens de twintigste editie van “Nekka Nacht” moet afgelasten. De jonge Niels Boutsen van Stoomboot brengt die avond echter een ingetogen en originele versie van De Zotte Morgen als eerbetoon aan Zjef. Samen met zangeres Micheline Van Hautem, bekend van haar Brelinterpretaties, gaat Vanuytsel op tournee met de voorstelling “Lief en Leed”. De aftrap wordt gegeven begin februari 2014 met een try-out in “De Roma” te Borgerhout. Zjef laat zich bijstaan door een zeskoppige band, bestaande uit Alain Van Zeveren, Jan Hulsens, Jan Cuyvers, Frank Tomme, Rik Aerts en Wiet Van de Leest. Ook al heeft Zjefs stem wat aan kracht ingeboet, het publiek geniet als vanouds met volle teugen en, ondanks het gebrek aan media-aandacht, wordt ook de rest van de tournee een uitverkocht succes. De zesde december 2014 verschijnen op het Universal-label Zjefs zes albums plus de bonus-dvd met VRT-materiaal in de verzamelbox “Integraal”.

Op de vraag of Vanuytsel ons met zijn oeuvre iets wil nalaten, antwoordt hij: “Helemaal niet. Mijn  enige bedoeling is mooie liedjes schrijven, liedjes die recht uit mijn hart komen. Ik beschouw mezelf als een singer-songwriter die in woorden weergeeft wat er in hem omgaat. Een lied als Ik weet wel m’n lief sproot voort uit de kersverse relatie met mijn geliefde. Ik was toen tweeëntwintig, maar ik probeerde zoveel mogelijk de gangbare clichés van toen te vermijden. Hoe meer je vanuit je eigen ik schrijft, hoe meer mensen je kan raken. Het is wel zo dat je nooit van vooraf weet bij welke mensen je liedjes terecht zullen komen!”

Citeren we als slot nog even een gevoelige Zjef Vanuytsel in zijn gesprek met “De Morgen” (2007) dat verscheen onder de hoofding “Vooruitkijken is stilaan terugblikken geworden” en waarin hij zegt: “Ik heb het leven lief! Als muzikant heb ik altijd een vrij bestaan gehad. Toen ik architect werd, heb ik me serieus aan de werkuren en de deadlines moeten aanpassen. Het heeft me moeite gekost om in een stramien te leren leven. Als er nu nog een aantal mooie jaren in het verschiet liggen, kan ik niet anders dan tevreden zijn!”

Na een jarenlange strijd tegen kanker overleed Zjef Vanuytsel op woensdag 30 december 2015 in het U.Z.Gasthuisberg te Leuven.Zijn overlijden lokte veel reacties uit. Ik zal hem vooral herinneren als muzikant van zijn grandioze debuutalbum “De zotte morgen”. Hij heeft dat nooit meer overtroffen, maar hij is zijn eigen weg gegaan. Hij is architect geworden, ik beeldhouwer“, aldus Willem Vermandere. Jan De Wilde stond in het begin van zijn carrière dikwijls op dezelfde affiche als Vanuytsel. “We hadden eind de jaren 60 nog geen groot repertoire en organisatoren boekten meer dan een artiest om een avond te vullen. Zo stonden we dikwijls samen op het podium“, aldus De Wilde.De Wilde en Vanuytsel raakten bevriend en gingen samen met vakantie. “Jef Vanuytsel maakte romantische muziek met mooie metaforen. Hij bezong onder meer het goede leven. Hij was zelf een “goede lever”, die onmogelijk goed afscheid kon nemen. Ik ben opgelucht dat zijn lijden voorbij is“, besluit De Wilde. “Een van de grote kleinkunstzangers uit mijn jeugd is gestorven“, zegt Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz. Vlaams minister-president Geert Bourgeois deelt op Twitter zijn “herinnering aan veel zotte morgens”, terwijl vicepremier Kris Peeters afscheid neemt van een “kleinkunsticoon”. Voor de Vlaamse minister van Cultuur Sven Gatz was Jef Vanuytsel een van de grote namen uit de Vlaamse kleinkunstwereld van de jaren zeventig. “In 1970 debuteerde hij met “De zotte morgen”. In de canon van onze kleinkunst verdient die klassieker een absolute ereplaats“, meent Gatz. Hij plaatst Zjef Vanuytsel op gelijke hoogte met zangers als Johan Verminnen of Raymond van het Groenewoud.

Zaterdag 9 januari 2016 werd afscheid genomen van Zjef Vanuytsel in gemeenschapszaal “De Eegger” in Scherpenheuvel, een gebouw door Zjef ontworpen. Honderden vrienden, symphatisanten en familieleden namen ingetogen afscheid van hem. Zijn collega’s waren erg gul in hun afscheidswoorden. “Zjef hoort samen met Jan De Wilde bij de mensen die mij goesting hebben gegeven om ook op te treden. Het zijn mijn oervaders van wie ik het vak heb geleerd“, aldus Urbanus. Johan Verminnen vond dat Vanuytsel, samen met Wannes Vandevelde, Walter De Buck, Wim Decraene en Luc Devos heeft plaatsgenomen in die enige echte eregalerij. Jan Cuyvers, die Vanuytsel begeleidde als drummer, herinnerde zich dat Vanuytsel zich niet graag als een kleinkunstenaar bestempeld zag: “In het Frans noemen ze dit genre chanson zei hij dan altijd. Hij heeft in Vlaanderen alleszins de kleinkunst opengetrokken tot het luisterlied“, aldus Cuyvers, die het onvergetelijk vond dat Vanuytsel tijdens zijn laatste optreden in Heusden-Zolder op 1 maart 2015 zijn muzikanten voor het bisnummer voor het eerst allemaal een hand gaf. De uitvaartplechtigheid eindigde met een langdurig applaus voor Lucy, de weduwe van Vanuytsel, die méér dan vijftig jaar aan zijn zijde stond.

De vierde februari 2016 werd Zjef Vanuytsel in het Kursaal van Oostende  postuum opgenomen in “De Eregalerij” voor een Leven vol Muziek. Zijn dochter Barbara was aanwezig tijdens de live show. Dirk Blanchaert bracht een eigen versie van “De Zotte Morgen” en Micheline Van Hautem zong “Ik weet wel mijn lief”, in duet met een virtuele Vanuytsel. Die versie verschijnt de twintigste februari op single op het Silvox-label en staat binnen de kortste keren in de Vlaamse Top 50.

Radio 1 organiseerde in de maand oktober van 2016 samen met het Nederlandse Radio 5 en de Taalunie “De Lage Landenlijst”. Deze gemeenschappelijke muzieklijst met de beste nummers uit Vlaanderen en Nederland is een primeur in de radiogeschiedenis. Sinds maandag 3 oktober konden luisteraars uit Vlaanderen en Nederland hun stem uitbrengen op een suggestielijst van 100 nummers. Op zaterdag 15 oktober presenteerde Jan Hautekiet samen met Hans Schiffers van Radio 5  van 9.00 u. tot 18.00 u. de radiouitzending  vanuit Baarle-Nassau, pal op de grens van Vlaanderen en Nederland.  De luisteraars van Radio 1 en de Nederlandse zender NPO Radio 5 verkozen “Pastorale” van Ramses Shaffy en Liesbeth List tot het mooiste nummer van “De Lage Landen”. “De zotte morgen” van Zjef Vanuytsel belandde op de zevende plaats.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2015 Daisy Lane & Marc Brillouet

 

 

 

 

 

 

De Nieuwe Snaar

De Nieuwe Snaar kan je zonder overdrijving een van de opmerkelijkste acts van de Lage Landen noemen. In zijn dertigjarige geschiedenis maakte De Nieuwe Snaar elf theatervoorstellingen, speelde ruim 3600 concerten en heeft een repertoire van om en bij tweehonderd liedjes, stunts en sketches. Op de website van Kunstenpunt lezen we: “Flamboyant en vrolijk cabaretorkest dat geldt als een monument in het Vlaamse muziektheater. De Nieuwe Snaar scoorde in hun dertigjarige bestaan een handvol radiohits, maar bouwde vooral met hun spektakelrijke liveshows en rijke muzikaliteit een groot en trouw publiek uit in Vlaanderen en Nederland.”

Ten huize van de familie De Smet klonk er vaak en veel muziek. Jan daarover: “Thuis waren ze fervente radioluisteraars. Vooral in de jaren vijftig en tot vooraan de jaren zestig wanneer thuis de televisie zijn intrede deed. We hadden het voordeel dat ons vader veel optrad in het bonteavondcircuit en daar zijn eigen sketches en liedjes bracht. Hij was collega van de in die tijd bekende, in Deurne geboren, Theo Van den Bosch en Suzy Marleen, van de debuterende Strangers, Charles Janssens enzovoort. Pa kocht nogal wat instrumenten die in huis zomaar voor het grijpen lagen en waar we ons met graagte door lieten verleiden: piano, banjo, accordeon. Pa was daarnaast clownesk genoeg om zelf instrumenten te bouwen, die hij dan in zijn acts verwerkte. Wat we van hem geleerd hebben, is dat hij wat hij ook deed tot in de puntjes afwerkte.” Op zijn achtste kweekt Jan een haat-liefdeverhouding met een groene melodica. Voordien had hij van Sint-Nicolaas al een xylofoontje en een blokfluit gekregen. Die melodica kwam goed van pas in het schoolorkestje waarvan hij deel uitmaakte. Hier maakte Jan kennis met de heimatliederen van onder meer Armand Preud’homme. Wanneer Jan later overschakelt op de accordeon, erft broer Kris die melodica en sluit zich op zijn beurt bij dat schoolorkest aan. Zij werden ook op jonge leeftijd ingeschakeld als misdienaars en waren dito verplicht mee te zingen in het jongenskoor Heikrekels, opgericht door de jonge onderpastoor Herman Van Dessel. Zo kon je hen horen kwelen tijdens eucharistievieringen en huwelijksmissen. “Heel veel tijd van onze vakanties ging op aan repeteren met dat koor, vaak tegen onze zin, want we wilden in ons bed blijven liggen tot een uur of tien, maar om negen uur stipt begonnen die repetities en dat elke voormiddag van elke vakantiedag“, aldus Kris. Achteraf had dit voor beide heren dit voordeel dat hun stem ontzettend goed getraind werd én zij kregen daar ook notie van diverse stijlen. Ze zongen zelfs een canon van Bach en een lied van Benjamin Britten. “Wij trokken elk jaar met het koor naar Wallis Zwitserland, waar we lange bergwandelingen maakten en hier en daar optraden“, herinnert Jan zich nog levendig. Van pa had hij eerder al een ukulele cadeau gekregen, een instrument dat vanaf die dag een soort fetisj wordt en dat hem zijn carrière lang zal begeleiden. Hij sleurde dat instrument vaak mee naar school om daar met een paar vrienden muziek te maken. Wanneer Jan naar de Vrije Middelbare School in Mechelen trekt, moeten de ukelele en de accordeon het afleggen tegen de gitaar. Dat stond beter om je tienernek, zag er iets meer macho uit. Broer Kris volgt in zijn kielzog. Kris maakt zijn middelbare studies af en heeft na drie jaar een diploma van maatschappelijk assistent op zak. Jan trekt op zijn beurt naar Sint-Lucas omdat het kunstonderwijs hem meer aansprak. Jan wil namelijk koste wat het kost tekenaar worden, dat stond buiten kijf. Hij voelt zich hier in zijn sas, want hij komt hier toekomstige collega’s tegen als Kris De Bruyne, Lamp en Lazarus, een groot deel van de groep Pendulum, Zjef Vanuytsel enzovoort. Tijdens de vrije momenten op school wordt er vaak over muziek gepraat en worden er platen uitgewisseld, onder meer oude bluesplaten. Kris is op dat moment eerder een stille jongen, meer het volgzame type. Hij ging niet zo graag naar school, maar was wel meer plichtsbewust. Moeder zei af en toe aan Jan dat hij beter een voorbeeld aan zijn broer zou nemen. Omdat ze het thuis niet zo breed hadden, vond Kris dat hij op school daarom ook extra zijn best moest doen. Aan Het Nieuwsblad vertelde Jan in 2007 over die situatie het volgende: “Mijn moeder Rosa komt uit de diepste armoede. Mijn vader was een gewone arbeider. Zij hebben voor zichzelf stukje bij beetje een beter leven opgebouwd. En net op het moment dat het beter ging, stierf mijn vader. Dat was een gigantische klap voor ons moeder. Mijn vader was een heel positieve mens die fluitend door het leven ging. Hij was heel getalenteerd: hij knutselde, kon goed tekenen, was een geweldige poppenspeler, schilderde en was dol op volkse kleinkunstmuziek. Ons moeder, daarentegen, had een heel angstig, terneergeslagen karakter, vanwege haar jeugd. Ze had nooit de kans gehad om meisje te zijn. Vanaf haar dertiende moest ze gaan werken. Ze had een ongelooflijk ontzag voor dokters, burgemeesters, maar het meest nog voor religieuzen. Over onze jeugd hing de donkere wolk van het strenge katholieke geloof. Na de dood van hun vader, die in 1965 overleed (Jan was toen twaalf, Kris elf en hun jongere broer Koen zes), leed hun moeder daar erg onder en liep de ganse dag letterlijk en figuurlijk helemaal in het zwart gekleed. Jan en Kris begrepen dat wel. Koen niet. Hij bleef tot zijn dertigste thuis wonen. Hij voelde zich verantwoordelijk voor hun moeder. (Koen stapte in 2005 uit het leven. Hij was 45.) Die vroege dood van pa is voor Jan de reden om op zijn zeventiende te besluiten de kostwinner te worden. De eindjes moesten immers aan elkaar worden geknoopt. “Moeder had geen bron van inkomsten. Zij is meteen na de dood van vader zelf moeten beginnen te werken. Toen zij merkte dat ik op Sint-Lucas er met mijn pet naar gooide, liet ze streng horen dat ik geen tweede kans kreeg en moest gaan werken. Alsof de hemel erop toezag, vroeg de eigenaar van de muziekwinkel waar ik mijn snaren en zo kocht of ik niet bij hem wou komen werken. Ik heb dat vijf jaar volgehouden, ook al verdiende ik daar als snotaap niet veel. Ik heb daar toen veel ervaring opgedaan. Daar kwam ik bekende klassiek geschoolde jongens tegen zoals Jos Van Immerseel en Paul Van Nevel.”

Toen vader nog leefde, schreef hij voor Jan en Kris komische sketches die ze hier en daar opvoerden, tot groot jolijt van het aanwezige publiek. Zo speelden ze met veel plezier de sketch van de nachtwaker. De jongens traden toen samen met pa op tijdens bonte namiddagen die ze in parochiezalen en dito zalen gaven. Zo leerden zij op piepjonge leeftijd voor een publiek te staan. Kris nam na een tijdje ook de ukelele ter hand, maar ontdekte snel dat snaren, gitaren en akkoorden niet zijn ding waren. Toch begint hij samen met Jan in 1969 De Werkgroep Sgraap, samen met koorlid Rob Tison. Heel eerlijk geven Jan en Kris toe: “Dat triootje was eigenlijk bedoeld om ons te amuseren en om aan een lief te geraken. Met een gitaar in de hand stap je makkelijker door vrouwenland. Ons grote voorbeeld toen was Ferre Grignard, en Kris De Bruyne, die toen het Skifflefestival in Hove had gewonnen met zijn versie van Klein Klein Kleutertje.” Kris heeft intussen zelf zijn drumstel samengesteld, bestaande uit vijf kartonnen dozen van het waspoedermerk Dixan. Jan, die vooral de accordeon ter hand nam, trok naar de plaatselijke bibliotheek om daar platen te huren, die ze dan op een Grundig-bandopnemer overtrokken. De elpee “Like a Rolling Stone” van Bob Dylan was een van hun favorieten, diens idolen Woody Guthrie en Pete Seeger en folkklassiekers als Sloop John B. Jan vult aan: “Hier bij ons werden we vooral beïnvloed door wat Wannes Van de Velde op dat moment in Vlaanderen teweegbracht, een soort revival van onze eigen volksmuziek. Bij Radio 2 pikte Omroep Brabant daar gretig op in. Walter De Buck hoorde je daar, Willem Vermandere, ‘t Kliekske, de groep Rum enzovoort. Wij zongen dan ook nog eens in de kroegen waar zij optraden.” Daarnaast zingen ze met hun trio ook liedjes van Miel Cools, Dimitri van Toren en Boudewijn de Groot. Na een tijdje verlaat Rob Tison de groep en komt Jan De Broeck in zijn plaats samen met Simon Van Roy en Stef Koekoekx. Simon en Stef spelen leuk gitaar en dat is meegenomen. Stef kan trouwens ook goed met de viool omspringen.

De eerste repetitie plannen zij bij hen thuis, op zaterdag de derde oktober 1970. Jan De Broeck mag het woord voeren, want hij schrijft ook zelf liedjes, vandaar. Kris weet nog akelig precies hoe dat verliep: “Ik voelde me een soort vijfde wiel aan de wagen. Ik speelde geen gitaar en wie geen gitaar in die tijd speelde, werd niet als een echte muzikant beschouwd. Alle muzikanten in loondienst hadden het statuut van bediende, behalve de drummers, die werden als handarbeiders beschouwd en genoten een minder gunstig statuut. Het scheelde niet veel of ik was meteen uit de groep gestapt.” Zij gaan dadelijk op zoek naar een geschikte groepsnaam. Eerst wilden zij zich De Muziekwinkel noemen, maar na wat heen-en-weergepraat komt De Meziek en Liekesgroep De Snaar uit de mouw. Zij moeten snel aan hun samenspel schaven, want De Broeck had hen ingeschreven voor een crochetwedstrijd, naar het voorbeeld van “Ontdek de Ster”, op vrijdag de dertigste oktober in Houtem in de buurt van Vilvoorde. Die dag geeft De Snaar hun eerste publieke voorstelling. Ter plaatse hebben zij pech, want die wedstrijd is niet toegankelijk voor groepen. De twee Jannen en Simon schrijven zich dan maar in als solisten, telkens begeleid door de andere drie groepsleden. Simon eindigt laatste, Jan een paar plaatsen hoger en de beste score is voor Jan De Broeck, die zich op de negenentwintigste plaats mag nestelen in een lijst van veertig deelnemers. Zij voelen zich dus zeker geen hoogvliegers en beperken de rest van 1970 tot een wekelijkse repetitie met hier en daar een optreden in een of andere parochiezaal of jeugdclub. Ook in 1971 wordt de trend voortgezet zich in de kijker te spelen om op die manier een platencontract te versieren. Optredens in onder meer Ekeren, Elewijt, Hofstade, Lier en Duffel. Er wordt ook opgetreden tijdens de Grote Meifeesten in Mechelen. Als kers op de nazomerse taart is er de twaalfde september hun optreden tijdens het Skifflefestival van Hove, een wedstrijd voor jonge groepen en solisten. Hun optreden duurt een kwartier met op het programma onder andere De vriezeman. Na enkele ongeduldige uren komt De Snaar aan de weet dat ze in de finale zitten, waar ze uitpakken met het liedje Twee vrienden. Zij gaan uiteindelijk met de vierde prijs lopen. Voor hun liedje De vriezeman krijgen ze de prijs van de minister van Cultuur als beste Nederlandtalige lied van het ganse festival. Een opsteker kan je dit gerust wel noemen.

Het is de verdienste van Radio 2 en in het bijzonder van producer Guido Cassiman van Omroep Brabant dat De Snaar in 1971 voor de omroep een optreden mogen geven, waarna hij hun adviseert tijdens het laatste weekend van september deel te nemen aan de kleinkunstwedstrijd van Hoeilaart. Ze worden geselecteerd voor de finale, waar ze aantreden met De vriezeman, Dubbele Jan en Den uil en de kat. Met glans winnen ze die wedstrijd en zijn door het dolle heen met die onverwachte einduitslag. Ze winnen niet alleen zevenduizend frank, maar ook een optreden tijdens een troubadoursavond georganiseerd door Radio 2 Omroep Brabant. Dat optreden heeft de twintigste november 1971 in Lot plaats. Ze mogen daar een halfuur lang optreden als het voorprogramma van Jules de Corte en Will Ferdy. De jongens beslissen, na grondig overleg, scheep te gaan met Theaterbureau Merlijn uit Brugge, in 1968 opgericht door Nico A. Mertens. Zo komen ze terecht in een aantrekkelijke stal met daarin onder anderen Lamp en Lazarus, Elly Nieman en Rikkert Zuiderveld, Dimitri van Toren, Jan De Wilde en Hugo Raspoet. Nico regelt meteen een optreden in het buitenland. Eind januari 1972 staat De Snaar op een podium in Alblasserdam, in de buurt van Rotterdam. Omdat de jongens het beu zijn met plaatselijke geluidsinstallaties te moeten optreden, kopen ze er zelf een. De keuze valt op een Geloso-versterker, vier houten klankzuilen, vier telescopische microstatieven en vier microfoons. Een geluidstechnicus van dienst is er niet.

De vierentwintigste april 1972 heet Radio 2 hen opnieuw welkom. Deze keer is het de beurt aan Omroep Antwerpen om De Snaar in het kasteel van Schoten joviaal te ontvangen in de persoon van producer Jos Baudewijn. Door het vele optreden wordt de groep ook door de pers opgemerkt, al kan die hun aanpak niet altijd waarderen. De groep komt tot inkeer en gaat meer en meer aan haar act schaven. Maar ze laten de moed niet zakken. Ze worden steeds vaker gevraagd om op te treden tijdens festivals en dat blijkt achteraf een goede leerschool te zijn geweest. Practice makes perfect! Op het einde van 1972 telt hun agenda zevenenzeventig optredens: van Affligem tot Lommel, van Roeselare tot Essen. Omdat zij zeker willen zijn van hun kunnen, wacht het trio tot in 1976 om hun eerste elpee uit te brengen, “Snaar”. In de studio krijgen ze behoorlijk veel steun van muzikanten als Jean Blaute, Stoy Stoffelen, Rens van der Zalm, Alfred Den Ouden en Michel Verstraeten. Zeventien tracks vullen de elpee met onder meer Vier Weverkens, Schoon Lieveken, Blokkendans, Rue du Village, Ik wil deze nacht in de straten verdwalen en Trage Mars. De plaat wordt uitgebracht op het Parsifal-label, opgericht door Nico Mertens. Die plaat kwam er vooral op vraag van het publiek, dat achteraf thuis nog eens wilde nagenieten. De grote festivals nodigen hen met graagte op hun podia uit: Dranouter, de Gentse Feesten… In 1978 zetten ze een legendarisch optreden neer tijdens het Sfinksfestival. De jongens weten nog goed dat op de eerste rij Bart Peeters zat te glunderen van genot. Op de bijval die hun tijdens dit optreden te beurt valt, kunnen ze teren tot in 1980. In 1979 gaat De Snaar op zoek naar een nieuwe uitdaging, eerder een nieuwe uitlaatklep. Terwijl in de popmuziek de punk van zich laat horen, richten zij Het Puneizencombo op, een dolkomisch gezelschap in de stijl van de Britse groep The Bonzo Dog Doo-Dah Band. Zij brengen een mix van experimentele en psychedelische pop en komische rock met The Rutles en Monty Python als hun grote voorbeelden. Dit wordt een project dat voor de heren De Smet financieel weinig opbrengt, want ze gaan de baan op met een achtkoppige bezetting. Niet alleen drums en een stel gitaren, maar ook toetsen en blazers worden aan de band toegevoegd, plus een koffer boordevol opvallende kledij. Er mag best wat show gemaakt worden, variétérock. Muzikaal wordt in deze bezetting al de basis gelegd voor de latere Nieuwe Snaar met liedjes als Suzy, Ardennen Doo-wop en Dynastie-Rap.

Maar laat u niet misleiden, ondanks die muzikale zijweg blijft De Snaar even naarstig optreden. In 1981 is er zelfs een tweede album, deze keer in eigen beheer uitgebracht, “Plaza”, waarbij ze muzikale steun krijgen van Gerard Lavigne, Bruno Menny, Michel Boulerne en Marcel Bel. De keuze valt op songs als Allegro Bestiale, De Speelman, Javigne, Twee Vrienden, Het Jaar van ‘t Kind en De Kontrolleur. In de zomer van dat jaar gaat De Snaar op tournee met de groep Radeis, een groep die het vooral van het visuele moet hebben. Zij raden Jan en Kris aan in de toekomst hetzelfde te doen, hun act beter uit te werken. Op het einde van dat jaar besluit Stef Koekoekx De Snaar te verlaten. Doordat Stef nogal druk met zijn bedrijf bezig was en zich niet altijd vrij kon maken voor optredens, moesten ze regelmatig aanbiedingen weigeren. Jan en Kris waren ook erg ambitieus en wilden stevig verder stappen. Zij gaan hun zinnen op een nieuwe groep zetten, De Nieuwe Snaar, en doeken in 1981 De Snaar op. Zij speuren naar twee nieuwe muzikanten. In eerste instantie acteur Marc Peeters, die voor het visuele aspect mag zorgen, maar dat loopt niet vlot. Hij wordt na samenspraak regisseur van de groep. Vervolgens kloppen ze ook aan bij Geert Vermeulen, die net gestopt was met zijn groep Het Stekkedozeke. Over naar Geert: “Ik had toen een folkgroepje, Het Stekkedozeke, met mijn broer en een vriend. Ik was fan van De Snaar: die mannen maakten tegendraadse folk met humor. Tamelijk rebels. Na tien jaar wilden ze iets anders en ze probeerden verschillende kandidaten uit. Ik was hun derde keuze. Jan was bijna zeven jaar ouder en heel dominant. Naar die man keek ik op, ik was zijn fan. Dat maakte het niet gemakkelijk om mezelf te vinden: ik ben van heel ver moeten komen.” Er wordt intens gerepeteerd. Geert houdt zich op dat moment wat gedeisd, maar ontpopt zich tot de meest opvallende binnen De Nieuwe Snaar tijdens hun eerste optreden, de vijftiende januari 1982, wanneer ze in zaal De Spiegel in Beveren-Waas uitpakken met hun eerste show “Fragmenten uit de geïllustreerde muziek”. Daarover Geert zelf: “Ik ben nogal technisch aangelegd, ik heb altijd gymnastiek gedaan en ik kon vioolspelen. In geen van de drie was ik echt goed, maar als ik de drie elementen combineerde, had ik er een goed gevoel bij. Zo ben ik erin gerold. Ik vond het spannend dat te ontwikkelen, vanuit mijn fantasie en mijn vroegere ervaring met poppenkast en Jans filmarchief van Spike Jones. Daaruit is iets gegroeid wat speciaal was.” In die beginfase bestaat hun repertoire nog grotendeels uit songs van De Snaar en het Puneizencombo, maar dan wel in een nieuw jasje gepresenteerd. En ze scoren, vrij snel gevolgd door optredens in Nederland, Frankrijk, Duitsland en Zwitserland. De Franse taal hadden ze vlug onder de knie, maar het Duits vergde toch iets meer inspanning. Ook in 1983 wordt er aardig rondgereisd en wordt er vaak de grens overgestoken. Met Geert wordt afgesproken dat hij zich ook intens met het decor gaat bezighouden: “Dat nam ik voor mijn rekening, ja. Ik heb nadien jarenlang de kabels gelegd en aan het scènebeeld gewerkt. En ik vond altijd dat alles proper moest zijn. Afgewerkt. Het podium van een concert oogt doorgaans rommelig, maar in een theater moet een scène proper zijn. Ik legde de lat erg hoog, in alles.

Op vraag van de VRT stelt De Nieuwe Snaar in 1984 op basis van die eerste show “Musicomicolor” samen om daarmee mee te dingen naar de Gouden Roos van Montreux. Jan De Smet daarover: “Als voorbereiding hadden we een videocaptatie gemaakt van een optreden in een cultureel centrum. Daarna hebben we met John Erbuer de band bekeken om de geschikte zaken eruit te filteren, maar daarbij stelden we ook vast dat een gewone captatie niet pakt op televisie omdat de opbouw van sommige nummers daarvoor te traag is. Daarom hebben we alle nummers ongeveer met de helft ingekort. Dan hebben we een tijdje met het idee gespeeld om op verschillende locaties te gaan filmen, maar daarvoor konden we niet over de nodige apparatuur beschikken en daarom hebben we alles in Studio 5 opgenomen met een onnatuurlijke achtergrond van tekeningen.” Zij winnen in Montreux niet alleen de Bronzen Roos, maar tevens de persprijs met als leuk gevolg dat ze gevraagd worden om op te treden in Oostenrijk, Duitsland, Frankrijk en Canada. Over dat succes vertellen Jan en Kris aan de pers: “De voornaamste reden van ons succes in het buitenland is dat we daar een nieuwe groep zijn. In België denkt men nog altijd: ja, dat is De Snaar, dat hebben we al eens gezien. Maar ons huidige programma heeft echt niks meer met folktoestanden te maken, al zijn de drie instrumenten gebleven, zij het met een nieuwe violist erbij. We spelen nu vooral in Nederland in het cabaretcircuit. In Zwitserland spelen we in de kleine theaters en ook in Duitsland is het nu serieus begonnen. Dan is er natuurlijk ook nog Frankrijk, vooral nu we op het grote Lentefestival van Bourges nogal een goede beurt hebben gemaakt.”

En ze blijven in de prijzen vallen. In 1985 winnen zij de Tasse d’Or op het theaterfestival in Cannes. In Avignon worden ze bekroond met de Prix du Off. In datzelfde Frankrijk spelen ze dat jaar de eenentwintigste november hun vijfhonderdste concert. In ons land gaat de vierentwintigste december hun nieuwe show “La-La” in première in de Beursschouwburg in Brussel. Er is dat jaar in de Parijse Olympia hun optreden als Les Snaars. Als trio nemen Jan, Kris en Geert in 1986 hun debuutplaat op, “Hartelijk Gefotografeerd”. Voor deze productie trekt De Nieuwe Snaar naar de studio in het gezelschap van producer Jean Blaute. Ze bespelen alle instrumenten zelf. Blaute hield zich tevens bezig met de klavieren en de drumprogrammatie. Voor gastmuzikanten was er geen speelruimte omdat het budget dat niet toeliet. Ze blikken tien liedjes in met daarop de vaak gedraaide en over de radio te horen De fotografie, Dynastie-Rap en Ardennen Doo-wop. De twintigste december van dat jaar staan ze met Dynastie-Rap op zes in de Vlaamse Top Tien. Het is Hugo Matthysen die hun belangrijkste tekstleverancier wordt. De Nieuwe Snaar is intussen ook gelauwerd door de VRT-televisie, die hun in 1986 de kans biedt om hun kunnen op oudejaarsavond op het scherm te etaleren in de show “Een Nieuwe Snaar in ‘t Oude Jaar”. Ze mogen ook enkele gasten uitnodigen, onder wie José Happart, Drs. P en Les Ballets Contemporains de La Belgique. In 1987 programmeert de Nederlandse zender VARA hun show “La La”, die al eerder was ingeblikt. Dit levert hun bij onze noorderburen een pak extra fans op. En dus trekken de drie heren met veel goesting noordwaarts om daar hun strapatsen aan de Hollanders op te dienen. De zesde juni 1991 zullen ze in Breda voor de laatste maal “La La” voor een livepubliek opvoeren.

Mei 1988 laat De Nieuwe Snaar “La La” los op het Duitse publiek. Zo zijn zij te horen en te zien in Wilhelmshaven en Gütersloh. De Duitse pers reageert positief met opmerkingen als “Immer wieder Lacherfolge mit originellen Einfällen nen Menü mit Chilibonen der Clownerie gewürzt“. Toch is De Nieuwe Snaar verrast wanneer ze in de maand augustus in Hamburg tijdens het Komik Klamauk Kurioses Festival de Goldene Hummel overhandigd krijgen als meest vernieuwende en originele theateract van het voorbije seizoen. Aan die prijs is 3000 DM verbonden. Dat bedrag wordt aan hun nieuwe voorstelling besteed. Die eretitel verzilveren ze iets later in het Duitse Wilhelmshaven, waar ze, om dezelfde reden, de Bronzen Knurrhahn in ontvangst mogen nemen als kers op de “La La”-taart. Zij traden daar trouwens regelmatig op in het Kulturzentrum Pumpwerk. De pret kan niet op, want deze keer gaan ze met 5000 DM aan de haal. De Franse première van “La La” is te zien op het Festival van Ris-Orangis bij Parijs. Ze treden daar op in de grote tent, de nacht na de eerste festivaldag. Voor de film “Blueberry Hill” van Robbe De Hert worden ze gevraagd om in de huid van een jarenvijftiggroepje te kruipen, terwijl ze de Franse versie zingen van De fotografie. Ze hebben er dan al een aantal tournees in Nederland, Frankrijk, Duitsland, Italië, Luxemburg en Denemarken op zitten. In dat laatste land treden zij op tijdens het bekende Festival van Roskilde. De tweede juli is het zover. Ze brengen een mix van hoogtepunten uit hun eerste en tweede show. Tijd en ruimte om hun decor op te stellen is er niet. Het is een beetje open en bloot performen. Er wordt opgetreden op een klein zijpodium in de grote festivaltent. Een paar honderd mensen scharen zich om hen heen en maken op die manier kennis met een toch wel aparte vorm van theater. Wat gretig wordt meegepikt is dat Kris, Jan en Geert, dankzij hun backstagepasjes, die avond kunnen genieten van optredens van The Jesus and Mary Chain én Leonard Cohen.

De maanden september en oktober van 1988 worden vrijgehouden om zich te concentreren op de voorbereidingen van hun nieuwe theatershow. De eenentwintigste december 1988 is het zover. Dan lanceren zij in Brussel een voltreffer, hun derde theatershow “Hackádja!”. Kris herinnert zich nog dat ze voor deze titel kozen omdat dit klanknabootsende woord goed klinkt, goed bekt en omdat nu eenmaal niet alles meteen een betekenis hoeft te hebben. Grafisch oogde het ook goed op affiches en in programmaboekjes. Eigenlijk pikten ze het idee van de band van Spike Jones, die een hilarische versie van De vlucht van de hommel opnam waarin een van de muzikanten op een bepaald moment in een niesbui uitbarst die fonetisch lijkt op iets als hackádja waarna het volledige orkest de slappe lach krijgt. Vanaf de vijfde december gaan ze vier dagen in de week de nieuwe show in de Ancienne Belgique uitwerken en instuderen. De eenentwintigste december heeft de première plaats. De AB is tot de laatste zetel uitverkocht. Om de show vooraf in de media te kunnen promoten, hebben ze vooraf in Studio Impuls twee nummers opgenomen: De Ego Boogie en De schat van de farao. In de pers wordt de show laaiend enthousiast onthaald. Hun klasse wordt alom geprezen, alsook hun combinatie van eigenheid en brede toegankelijkheid. Ook het originele decor en de functionaliteit daarvan kunnen op schriftelijke waardering rekenen. De jongens halen opgelucht adem en bereiden zich voor op een lange tournee. Eén probleem doet zich voor: het decor is te groot om in de bus te passen en dus besluiten ze een aanhangwagen te kopen. Voortaan trager rijden, is de nieuwe opdracht. Die show zal jarenlang meegaan. Ze voeren hem de veertiende mei 1994 in Genua voor de laatste keer op, in het totaal goed voor precies 409 voorstellingen.

Hun platenfirma heeft tussen al die binnen- en buitenlandse drukte door geduld moeten oefenen, want pas in 1989 is er hun tweede album, “Hackádja!”. Producer van dienst is ook deze keer Jean Blaute, die De Nieuwe Snaar laat omringen door musici van stand: gitaristen Bert Candries, Chris Peeters en Marc Van Puyenbroeck, saxofonist Johan Vandendriessche en zangeres Sofie Verbruggen, om er een paar te noemen. Ook deze keer is Hugo Matthysen tekstleverancier van dienst. Vaak gehoord over de radio en intussen uitgegroeid tot echte klassiekers zijn de liedjes De zwemmer en Liesje’s poesje. Het valt op dat er meer in de richting van de muziek wordt gestapt, ook al blijven de nonsens en de woordspelingen op deze plaat hoogtij vieren. Op de website van Radio 1 lezen we over dit album: “In de lente van 1989 kropen ze met producer Jean Blaute en een handvol andere muzikanten de studio in voor wat hun meest gewaardeerde album zou worden. Op ‘Hackádja!’ staan dertien songs: enkele van Jan, eentje van hun grote voorbeeld Drs. P, eentje van vriend Wannes Van de Velde en maar liefst negen geschreven door Hugo Matthysen. Zowat alle hebben ze de genadeloze tand des tijds overleefd. De groepsleden en hun gevolg uiteraard, maar ook het merendeel van de liedjes fluiten we met z’n allen uit het hoofd mee. De schat van de farao, Liesje’s poesje, Calypso Be, De zwemmer, noem maar op.” VTM is net van start gegaan en is maar wat blij dat De Nieuwe Snaar in “Tien Om Te Zien” wil opduiken. Op verzoek van de Ancienne Belgique, die hun tienjarige bestaan viert, steken ze een speciale show in elkaar, die ze verkopen als Les Trois Sympas en de Ritme Kings. Ze krijgen daarbij op het podium de steun van Guido Belcanto, Hugo Matthysen, Bart Peeters en Romeo Spinelli. Onder meer De Morgen kwam langs en zag dat het goed was: “Herkenning en verrassing zorgden voor het perfecte evenwicht om er een avond van te maken die iedereen in het publiek kon smaken.” Na de AB staan ze een hele week in De Kleine Komedie in Amsterdam om daar hun nieuwste album uitgebreid voor te stellen. Pech: hun platenfirma heeft vergeten de pers uit te nodigen. Ook geraken ze bij de Nederlandse televisie moeilijk aan de bak. Jammer, want er zat bij onze noorderburen voor dat album meer in.

De Nieuwe Snaar springt graag een extra zijsprongetje. Op vraag van de VRT maken ze in 1990 speciaal voor de televisieversie van “De Pré Historie” enkele liedjes. Over naar collega Guy De Pré voor tekst en uitleg. “De Nieuwe Snaar heeft eigenlijk drie liedjes geschreven voor de tv-versie van ‘De Pré Historie’. Alle medewerkers vonden het een goed idee om De Nieuwe Snaar, die toen hot waren en lekkere teksten schreven, te vragen om voor ‘De Pré Historie’ een liedje te schrijven mét bijbehorende clips voor de start van het nieuwe tv-seizoen. Voor het eerste en meest bekende nummer koos Jan De Smet voor een bewerking van het Amerikaanse sixtiesnummer Bread And Butter van The Newbeats. De andere twee songs kwamen later en kregen beduidend minder aandacht omdat het toen al niet meer nieuw was natuurlijk. Die drie versies zijn terug te vinden op de in 1994 verschenen cd ‘De Nieuwe Snaar Revue’: De Préhistorie 1, De Préhistorie 2, een vertaling van Everybody needs somebody to love van Solomon Burke, en De Préhistorie 3 een door de heren zelf geschreven nieuwe tekst op Elke zaterdag van Will Tura uit 1965. En ze blijven behagen, want om de organisatoren van de zomerfestivals te plezieren, pakken ze uit met een grotere bezetting. De Ritme Kings bestaan uit: Jean Blaute, Stoy Stoffelen, Chris Peeters, Eric Melaerts, Walter Poppeliers en Hugo Matthysen, met wie Jan De Smet het nummer Feestlied schrijft, dat in 1990 op single verschijnt, gekoppeld aan Calypso Be van Wannes Van de Velde. Ze gaan met de Ritme Kings ook toeren onder de hoofding “De Nieuwe Snaar Deluxe”. De première heeft de eerste juni 1990 in Brussel plaats. Koning Boudewijn wordt de zevende september 1990 zestig, voor de groep en hun platenfirma de gelegenheid om Dynastie-Rap wat op te frissen en als Dynastie-Rap 1990 op single in de markt te zetten. Jean Blaute staat in voor die nieuwe verpakking. Een leuke kapstok overigens om de elpee “Hartelijk Gefotografeerd” eindelijk op cd uit te brengen.

“De Nieuwe Snaar Deluxe” wordt de derde maart 1991 in Maaseik voor de laatste maal opgevoerd. Alleen al in de voorafgaande maand februari stonden er nog vierentwintig voorstellingen genoteerd. De voorstellingen mogen rekenen op een behoorlijk positieve pers. In Het Nieuwsblad lezen we bijvoorbeeld: “De Ritme Kings geven de liedjes meer body en zouden zo de drie Snaren meer ruimte moeten geven voor hun humor. Je gaat er het best naartoe als naar een concert. Dan krijg je waar voor je geld. De Nieuwe Snaar bezingt het kleine leed van de grote mens, het is een tussendoortje op niveau.” Na de tour krijgen al de muzikanten en technici een ereteken opgespeld als dank en worden ze verheven tot Erelid in de Orde van de Snaar. In de maand maart wordt er onder andere in Duitsland en Frankrijk getoerd en wordt er ernstig nagedacht over een nieuwe theatershow. In oktober 1991 mag De Nieuwe Snaar in Frankrijk uitpakken met de Franse versie van “Hackádja!”. Hun teksten worden in het Frans vertaald door de Fransman Yves Dardenne, gehuwd met een Vlaamse en daardoor perfect tweetalig. Van de cd wordt er in Studio Impuls een Franstalige versie ingezongen. Die nummers werden al in de maand april ingeblikt. De zeventiende september worden in Lille zowel de show als de cd aan de pers voorgesteld. De première heeft op de tweede, derde en vierde oktober plaats in het Théâtre Sébastopol in Lille en twee dagen later in het Théâtre Municipal in Tourcoing. De zesentwintigste oktober ronden zij af in Cahors. Een krant als La Montagne pakt vrij euforisch uit: “Les Snaars, perfectionisten als het humor en muzikale effecten betreft, ontketenen steevast de ene lachbui na de andere. Een avondje in het gezelschap van dit energieke trio is de perfecte therapie tegen neerslachtigheid. Les Snaars kunnen alles aan, het publiek kan het weten.

Intussen werd aan de Duffelse kunstenaar Luc Deleu gevraagd het decor voor hun nieuwe voorstelling te ontwerpen. Dat decor zal hun qua inspiratie een enorme boost geven. De nieuwe show krijgt ook stilaan een naam, “William”. De vijfentwintigste november trekken de drie heren naar Studio Zeezicht in Spaarnwoude, waar ze onder leiding van Henny Vrienten een nieuwe single inblikken. De platenfirma drong daar sterk op aan. Jean Blaute is té druk bezig met Hugo en De Bomen om voor hen tijd vrij te maken. Er wordt het Afrikaans getinte Bwana Kitoko opgenomen, het verhaal van de onafhankelijkheid van Belgisch-Congo aan de hand van twee reizen van koning Boudewijn in 1955 en 1960. Fay Lovsky verleent haar gewaardeerde medewerking. Op de B-kant van de single belandt de a-capellaversie van William Vanderlinden.

De vierentwintigste december 1991 pakt De Nieuwe Snaar in Strombeek-Bever uit met de première van de theatervoorstelling “William”, de vijfde op rij. Pas de week voorafgaand aan die première heeft de show de juiste vorm gekregen, het blijft sleutelen tot het laatste moment. Try-outs waren er al de achttiende december in Tilburg en de dag nadien in ‘s-Hertogenbosch. De drieëntwintigste december is er voor alle zekerheid nog een generale repetitie. Ze beginnen er ‘s ochtends om negen uur aan, om pas ‘s avonds rond elf uur af te ronden. Het loont, want de dag na de première lezen we bijvoorbeeld in De Morgen: “De Nieuwe Snaar houden hun reputatie hoog met deze nieuwe productie. De opbouw en het decor is typisch Belgisch, het heeft iets surrealistisch. Kijk uit een andere hoek tegen de wereld aan en je ziet hem totaal anders. Wat achter de bomen verstopt zit, zie je wel. Wat duidelijk is, zie je niet meer. Het eerste idee dat je krijgt, is altijd het logische. Dan komt het erop aan de antilogica te gaan zoeken, zo luidt hun filosofie.” De show staat bol van de hommages: aan Canned Heat, Inspector Clouseau, Slim Gaillard, René Magritte… Stevige elektrische rock wordt afgewisseld met stille momenten en een heuse countryachtige tranentrekker.

Alvorens Vlaanderen met “William” te veroveren, gaat De Nieuwe Snaar begin 1992 de remmen een maand lang wat losgooien in Nederland. Tijdens die maand wordt er tweeëntwintig keer bij onze noorderburen opgetreden. In de loop van de maand april houden ze hun adem wat in, om nadien een vervolg aan hun Hackádja!’s in Frankrijk en Duitsland te breien. In de Escovi Studio’s in Brussel wordt in een regie van John Erbuer “Hackádja!” voor het nageslacht op dvd vereeuwigd. Er wordt ook een Franse versie ingeblikt. Telkens wordt er gebruikgemaakt van de geluidsband van de cd-opnames. Het eindresultaat mag er best wezen. Voor een hulde-cd aan de King Elvis Presley, die vijftien jaar eerder overleed, neemt De Nieuwe Snaar op vraag van EMI en het maandblad Panorama in een productie van Eric Melaerts het nummer Rock-A-Hula Baby op uit Presleys film “Blue Hawaii”. Die versie zal iets later als extra track op hun nieuwe cd verkrijgbaar zijn.

Om wat te bruinen, trekt De Nieuwe Snaar in de maand juli richting Italië, waar ze een vijftal voorstellingen geven van “Hackádja!”. De bindteksten zijn in het Italiaans, de liedjes in het Frans. De ganse maand augustus rusten ze verdiend op hun lauweren. Verbonden aan de nieuwe theatertournee verschijnt in de maand september hun derde album “William”, voorgesteld in De Kleine Komedie in Amsterdam. De Belgische pers wordt met een busrit verwend. Het album, voor het merendeel opgenomen tijdens de maand juni 1992 in Studio Impuls in Herent, staat bol van de songs, twintig in het totaal, ook rijk gevarieerd qua thema’s: Mr. Ghost in een vertaling van van Wannes Van de Velde, Clouseau, William Vanderlinden, Slim Gaillard, Krokodil, Bo Diddley, René Magritte, Bwana Kitoko. In de studio wordt er door het productieteam onder leiding van Jean Blaute op geen muzikant meer of minder gekeken, zo’n negentien in het totaal. Daaronder opvallende namen als Patrick Riguelle, Stoy Stoffelen, Fay Lovsky, Kevin Mulligan en Mich Verbelen. Ook al gaan hun albums vlot over de toonbank, een notering in de Ultratop Album 200 zit er ook deze keer niet in. Twee songs daaruit verschijnen op single: Bwana Kitoko en Ik heb vannacht... Na de persconferentie lezen we in De Standaard: “De Nieuwe Snaar scheppen hoop in tijden van verkleutering.” Naar aanleiding van het twintigjarige bestaan van De Warande in Turnhout de eenendertigste oktober werkt De Nieuwe Snaar een speciale show uit.

In 1993 wordt er in Vlaanderen volop getoerd van januari tot begin april met “William”. De drieëntwintigste maart 1993 overhandigt minister van Cultuur Hugo Weckx hun de geloofsbrief waarin ze worden aangesteld als cultureel ambassadeur (in het totaal wordt hun die eretitel driemaal toegewezen). De formule luidt als volgt: “Overwegende dat cultureel waardevolle organisaties en projecten, die over een sterke internationale reputatie beschikken en zich duidelijk als Vlaamse initiatieven manifesteren, kunnen bijdragen tot het versterken van de internationale politieke, culturele en economische uitstraling van Vlaanderen, overwegende dat het hierna genoemde initiatief aan de bovengenoemde criteria voldoet, hebben we besloten De Nieuwe Snaar aan te stellen als cultureel ambassadeur van Vlaanderen.” Dat lukt makkelijk, want met “Hackádja!” trekken ze enkele weken later richting Frankrijk en meteen nadien richting Zwitserland, waar ze ook enkele schoolvoorstellingen in het Frans en het Duits geven. Eind mei staan ze vijf dagen in een theater in Mainz geprogrammeerd enzovoort.

Met het oog op hun Spaanse tournee vertaalt Dirk Van Esbroeck hun teksten in het Spaans en mogen ze bij hem thuis Spaanse les gaan volgen. Vooraleer Spanje aan de beurt is, toeren ze in de maand juli een week langs Italiaanse festivals en theaters, onder meer in Bologna. Maandag de zevenentwintigste september vertrekt De Nieuwe Snaar vanuit Zaventem naar Barcelona voor een verblijf tot de eerste november om zes dagen per week op te treden in het Teatre Condal, gelegen aan de Via Paralelo. De persmap liegt er niet om: “Los Snars, los musicomicos mas famosos de Europa.” Zij worden omschreven als een mengeling van Mel Brooks en Grock, een soort Jacques Tati meets Buster Keaton, ze zijn met z’n drieën zoals de gebroeders Marx, muzikanten zoals Chico en Harpo. Geen enkel voorwerp kan hun weerstaan of ontsnapt aan hun aandacht. Ze spelen elke soort melodie, van de grote muziek over charanga tot rock en ze hebben geen genade. Ze moeten nu nog lachen wanneer ze eraan terugdenken hoe ze bijna stoethaspelend de teksten uit het hoofd gingen leren en eraan moesten wennen dat Liesjes poesje, El conejito de Lily werd en De zwemmer, El nadador. De show die ze hier brachten was de Spaanse versie van “Musicomic”. Ze zullen hem in het totaal dertig keer opvoeren. “Een volle zaal“, beamen Jan en Kris, “hebben we nooit gehaald. De vijfhonderd zitjes hebben we niet altijd gevuld gekregen. De organisator liet ons dan ook weten dat ze geen verlies hebben geleden, maar ook geen grote winst hebben gemaakt.” Eenmaal terug thuis wordt tijdens de maanden oktober en november volop getoerd met “William”. Ze animeren daarnaast de eigenaars van kleinere zalen met een soort best-of-optredens.

De achtentwintigste december van dat jaar zendt de VRT een reportage over het Spaanse avontuur uit onder de titel “Cuarteto Triangular”. Met de Spaanse voorstelling kapen de heren het Diploma d’Aplaudiment van het seizoen 1993 weg, uitgereikt door El Premi Sebastià Gasch de Music-hall i Arts Parateatrals. Manager Léon Lamal spoort hen tussendoor aan een show uit te werken, waarmee ze in 1994 hun vijfentwintigjarige bestaan in de verf kunnen zetten, een terugblik, die ze maar één seizoen zullen opvoeren en enkel in de grotere culturele centra. In de maand februari 1994 wordt “William” voor de laatste keer opgevoerd in Nederland, onder andere vijf optredens in De Kleine Komedie in Amsterdam. Op het einde van het jaar zal “William” nog een aantal keer in Vlaanderen uit de kast worden gehaald. In de lente worden ze in het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen voor de tweede keer tot cultureel ambassadeur benoemd. Dat zal wel lukken, want in mei spelen ze bijvoorbeeld twee weken in het Teatro della Tosse in Genova. Tijdens de maanden mei en juni wordt er veel gebrainstormd en gaan ze in samenspraak met hun platenfirma EMI werken aan een uitgebreide verzamel-cd. Hun nieuwe voorstelling “De Nieuwe Snaar Revue” moet sowieso dolle pret worden. Er worden gasten uitgenodigd zoals het Trio Grande (3 a-capelladames), sitdowncomedian Earl Okin (speelde ooit in een voorprogramma van Wings) en illusionist Gili. Het Trio Grande is ook te horen op het nieuwe album. In Studio Impuls in Herent wordt onder andere Mocking Bird Hill ingeblikt, met een knipoog naar Les Paul & Mary Ford. De dames Grande mogen hier alvast laten horen wat ze kunnen. Om dat trio de nodige ervaring te gunnen, mogen de dames hier en daar mee op tournee. De maand augustus wordt voorbehouden om aan de nieuwe show te sleutelen en te prutsen. Er moet koste wat het kost vuurwerk aan te pas komen. Samen met regisseur Marc Peeters wordt alles tot één mooi geheel gekneed tijdens hun vele repetities in het cultureel centrum van Jezus-Eik. In “De Warande te Turhnout heeft de eerste november de première plaats. In De Standaard lezen we: “Deze revue is een spetterende vertoning die in Vlaanderen zijn gelijke niet kent. De drie Snaren vinden in de drie hupse dametjes van het Trio Grande hun vocale en visuele alter ego’s. Ze lijken wel voor elkaar geschapen. De Nieuwe Snaar houdt het fris, vermijdt het boertige en zoekt het in het eenvoudige, wat nog altijd het beste werkt.” Voorafgaand aan de show lanceerde EMI in de maand oktober al hun album “De Nieuwe Snaar Revue”, goed voor zesentwintig songs, waaronder als toetje Le chat du Pharaon, Die schöne Müllerin en El nadador. Acht liedjes verschenen niet eerder op cd. In het bijbehorende boekje schrijft Tom Lanoye: “De Nieuwe Snaar is de klinkklaar fine fleur van klankkleur dijenklets vakmanschap! Drievuldigheid van repertoire vol slipgevaar, hilarisch hemelschaar van kunst met k, maar zonder saai noch navelstaar… Wat wil men meer? Wat is meer waar? Dan een avond met De Nieuwe Snaar.” De heren maken in het bijbehorende boekje ook van de gelegenheid gebruik om hun technici te bedanken, die hen in alle omstandigheden zo goed mogelijk bijstaan, want zij zorgen er telkens voor dat hun optredens ook geluids- en beeldtechnisch een succes zijn. Op het einde van het jaar staan er in het totaal 1500 optredens op de Nieuwe Snaar-teller. Zij noteren dat getal tijdens een voorstelling in Saint-Cyprien in Frankrijk.

Ook al waren ze het in het begin niet van plan, toch trekt De Nieuwe Snaar de vierde januari 1995 met de “Revue” richting Nederland om daar op vraag van directeur Joost Nuissl vijf optredens te geven in De Kleine Komedie in Amsterdam. De Nederlandse pers reageert positief: “De heren leveren verrukkelijk amusement af, gebracht door een razendsnelle geoliede showmachine. Het publiek kon er niet genoeg van krijgen. Gezien de reacties zou het niet denkbeeldig zijn dat het volgende jubileum in Carré gevierd wordt.” Eind januari keren zij naar Vlaanderen terug. De “Revue” wordt ook hier gulzig opgevoerd en verteerd. Opnieuw worden ze aangesteld als ambassadeurs van Vlaanderen. Een deel van het budget wordt besteed aan de opname van een Duitstalige cd tijdens de maand juni, bedoeld als visitekaartje voor de Duitse markt. Wannes Van de Velde vertaalt samen met zijn van origine Duitse vrouw, die ook bij de opnamen in de studio van Bert Candries in Wezemaal aanwezig is als taalcoach. Zij brengen de cd uit op het onafhankelijke Myron-label, opgericht door Léon Lamal samen met Dirk Van Esbroeck en in eerste instantie bedoeld om de Argentijnse muziek die Dirk samen met Alfredo Marcucci en het Sexteto Tango al Sur inblikt, uit te brengen. Eind juli begint De Nieuwe Snaar aan een grootse promocampagne in Duitsland. Ze trekken onder meer naar München voor een tv-opname voor het ZDF. De twintigste augustus staat een tv-optreden in Mainz op het programma. In ons land toeren ze in 1995 met de kleinschalige best-of-tournee onder de titel “Als eieren zo groot”, goed voor een dertigtal voorstellingen vanaf eind september tot en met half november. Er wordt inmiddels gebroed op een nieuwe show. Kris daarover: “Ikzelf had mijn schroom overwonnen om andere blaasinstrumenten te leren bespelen na de aankoop van een tweedehandse basklarinet. Een nieuwe klankkleur kon aan het palet worden toegevoegd, maar dat was natuurlijk niet voldoende voor een nieuwe show. We gingen ons in 1996 zeker niet vervelen.

En vervelen doen ze zich niet, want de eerste april 1996 trekken ze voor de eerste maal naar Zuid-Afrika. Ze spelen hier op het tweede Klein Karoo Nasionale Kunstefees in Oudtshoorn. Op dit festival staan cabaret, lichte en klassieke muziek, dans, theater en literatuur centraal. Ook Stef Bos, Tom Lanoye en Herman van Veen staan op de affiche. Eenmaal terug werken zij tot half mei het laatste luik van de “Revue”-tour af. Tijdens hun vrije tijd en in de pauze van die tour wisselen ze onderling al wilde ideeën uit voor de nieuwe voorstelling die op het einde van het jaar in première moet gaan. Muziek spelen op niet-alledaagse instrumenten zal sowieso centraal staan. Zij willen ook een ode brengen aan een aantal van hun muzikale helden: Spike Jones, Julie London, Wannes Van de Velde… In een ruimte die Geert ter beschikking stelt in een voormalige elektronicazaak in Bouwel, kunnen zij beginnen met de voorbereidingen. Er wordt ondanks de drukte toch nog tijd vrijgehouden om onze oosterburen nog eens te verblijden met hun komst: Wiesbaden, Bonn en Hamm. Een tegenvaller is wel de Auslandssteuer, een bijkomende taks op buitenlandse groepen, waardoor zij in één klap 35% duurder worden (kwestie van hun eigen Duitse groepen  te beschermen). Half mei wordt in ons land definitief een punt gezet achter de “Revue”, schluss damit. Plaats van afronding het Cultuurcentrum Zwanenberg in Heist-op-den-Berg. Vanaf de maand juni wordt dagelijks gerepeteerd om van hun nieuwe show een topper te maken. De laatste week van augustus nemen ze in de studio een nieuwe single op, Limburglimbo en De hoezen van Julie. Jan De Smet is namelijk tot over zijn oren verliefd op de legendarische Amerikaanse zangeres Julie London en heeft intussen al haar elpees verzameld, waarop ze hem meerdere verleidelijke blikken gunt. In Ontmoetingscentrum ‘t Waaigat in Zwijndrecht mag tijdens de laatste week van september, een maand voor de première, gerepeteerd worden. Zij voorzien twee try-outs voor ” Famineurzeven”. Vervolgens wordt er geoefend in De Bosuil in Jezus-Eik en het Fenikshof in Grimbergen. Karel Vereertbrugghen wordt ingeschakeld om de bindteksten aan te reiken. Vooraleer met de première wordt uitgepakt, wordt alles opgesteld in het cultureel centrum van Strombeek-Bever, waar zij vanaf de twintigste oktober drie dagen de kans krijgen alles te finetunen. Er wordt groots gedacht en gepland, met in het totaal vier premièredagen, die eindigen op zondag de zevenentwintigste oktober. Volgens Gazet van Antwerpen zit alles snor: “‘Famineurzeven’ is helemaal gebaseerd op het concept van een bonte avond. Muziek, dans, variété en acrobatiek worden samengesmolten tot één geheel. Ook het decor wijst meteen in die richting: een podium dat zo uit een Vlaamse parochiezaal zou kunnen komen, uitgevoerd in de atoomstijl van tekenaars als Ever Meulen en Yves Chaland. Leek het er tijdens het vorige programma ‘Revue’ op dat De Nieuwe Snaar door haar inspiratie zat, dan leveren ze nu het bewijs van het tegendeel. ‘Fm7′ is theater pur sang, met violist Geert Vermeulen in de hoofdrol. Er valt flink wat te beleven.”

De dertigste maart 1997 trekt De Nieuwe Snaar voor een tweede keer naar Oudtshoorn in Zuid-Afrika. Na een tussenpauze van een jaar vernemen ze, eenmaal terug in Vlaanderen, dat ze weer voor een jaar tot cultureel ambassadeur benoemd zijn. Vanaf eind juni trekken ze naar The Groove in Schelle, want er mag en moet een nieuw album komen. Het album wordt als een dubbelaar opgevat: een deel betreft liveopnamen en een ander deel studiomateriaal. Ook nu weer is Jean Blaute de producer van dienst. Opvallend op “Famineurzeven” is de laatste strook In de soep, een gezongen autobiografie: “Als een afgezaagd refrein, zo hebben we jaren rondgereden in een ouwe bus, het was daar zo gezellig, ja het was daar reuzeknus. Maar dikwijls hadden we panne en dat was een hele klus, want niemand hier was opgeleid tot busmechanicus…” Lekker vaak gedraaid op de radio sindsdien is het nummer De Limburglimbo. Het idee is van Earl Okin, die telkens als zij tijdens hun optredens het bord “De Limburgers heten u welkom” passeerden, aan een rituele dans uit Trinidad moest denken. “Van Kuttekoven tot Ternaaien, van Munsterbilzen tot in Peer, staan de Limburgers te draaien en doen de limbo nog een keer.” Ook nu weer bedienen de drie heren zich van de meest uiteenlopende instrumenten en geluidmakende attributen: slijpschijf, zingende zaag, elektrische mandoline, belletjes, lyra, basklarinet, ukelele, tenorgitaar, cavaquinho, banjolele, accordeon, Engelse hoorn, kortom te veel om op te sommen. Het wordt uiteindelijk een album waarvan de eerste twaalf liedjes de veertiende februari werden ingeblikt tijdens een liveoptreden in “De Kleine Komedie” in Amsterdam. Die locatie blijkt in de maand september ook de geschikte plek om het album aan de verzamelde pers voor te stellen. Iets later stelt De Nieuwe Snaar het album ook in de “Ancienne Belgique” in Brussel voor tijdens een uitverkochte show. De jongens kunnen hun zeg kwijt in Knack Weekend, waarin ze aan Jacky Huys vertellen: “Het tempo gaat steeds maar sneller. We hebben laatst een van onze optredens uit ’81 bekeken en daar zaten weliswaar goeie dingen in, maar we dachten, kan dat hier niet eens een beetje vooruitgaan, terwijl er toen toch behoorlijk werd gereageerd. Wij profileren ons vandaag trouwens steeds minder als een humoristische en steeds meer als een muzikale groep. Onze programma’s zijn opgebouwd als een totaalbelevenis.”

1998 wordt ingezet met de verlenging van het tweede seizoen van “Famineurzeven”. Tijdens de maanden januari en februari wordt Vlaanderen druk bezocht. De maand maart is voorbehouden voor het Nederlandse publiek, om tijdens de maanden april en mei opnieuw de Vlamingen op te vrijen. Zij produceren ook een Franstalige versie van “Famineurzeven”, waarmee zij drie weken zuidwaarts trekken. Ook deze keer werden de Franse teksten vertaald door Yves Dardenne. Van de twaalfde tot de zestiende mei speelt De Nieuwe Snaar in Clermont-Ferrand in Centraal-Frankrijk. Vervolgens zijn Nantes en Ile de Ré aan de beurt. Dan wordt het tijd stilaan aan hun nieuwe voorstelling te denken, waarmee zij eind 1999 on the road gaan. Geert is intussen gaan samenwerken met Walter Poppeliers voor de kindervoorstelling “Muzet Superet”. Waarom hem niet bij de groep betrekken? Voor het najaar van 1998 staan er vooral kleinere theaters op het programma, waar “Famineurzeven” wordt opgevoerd, goed voor zo’n drie voorstellingen per week in Vlaanderen en Nederland. Eind september nodigen zij Walter uit om met hem voor de nieuwe voorstelling muzikaal het een en het ander uit te proberen. Walter staat erop dat zij met partituren gaan werken, hij schrijft namelijk alle arrangementen uit en dat is De Nieuwe Snaar niet gewoon. Maar ze wagen het erop. Er wordt besloten met nog méér vreemde klanken te werken. Geert nodigt hen uit om bij hem thuis in Bouwel met de repetities te beginnen en de nieuwe voorstelling stilaan uit te werken. Tweemaal per week blijkt een haalbare kaart. De titel ligt meteen vast, voor de hand liggend zelfs sinds de komst van Walter, “De Vierde Maat”. Daarmee is De Nieuwe Snaar aan hun achtste productie toe.

Tijdens de weekends wordt er de eerste maanden van 1999 hier en daar in Nederland en Vlaanderen nog opgetreden met de staart, laten we maar zeggen, van de “Famineurzeven”-tour. Begin februari staan er zelfs vier voorstellingen in de Elzas op het programma. Zij ronden eind februari in Vlaamse schoonheid af met zes uitverkochte voorstellingen in de Arenbergschouwburg van Antwerpen. Definitief wordt er van deze show afscheid genomen begin juni tijdens een allerlaatste voorstelling in het Nederlandse Delft. Vanaf dan worden alle creatieve zeilen bijgezet om van de nieuwe voorstelling een soort “je van het” te maken. Kris is in de wolken, want hij heeft voor de nieuwe show in Amsterdam een oude Ludwig-drumkit uit 1967 op de kop kunnen tikken. Ze willen niets aan het toeval overlaten. Begin juli trekken ze naar Studio The Groove in Schelle voor de eerste opnamen van de nieuwe cd. De nummers blijken heel fragiel te klinken: Donker en het door Hugo Matthysen van een knappe tekst voorziene Dweil. “De sfeer in de studio“, vertelt Kris, “was om te snijden. De werkdruk lag erg hoog. Er was het voortdurend bezig zijn met de nieuwe show, de optredens tussendoor, de nieuwe songs. Jean wilde het onderste uit de creatieve kan. Hij had maar schrik dat er te weinig respons van onze kant kwam. Hij vreesde zelfs dat het verhaal van De Nieuwe Snaar na dit zo goed als uitverteld was.” De tiende en elfde september hebben de eerste try-outs plaats, voor een beperkt publiek weliswaar, dat achteraf voldoende respons geeft. Vlak voor de start van een nieuw millennium, het gezegende jaar 2000, heeft de première in Strombeek-Bever plaats. In De Standaard lezen we: “Méér dan in de vroegere voorstellingen hekelt De Nieuwe Snaar de schijn van de moderne wereld. Wat het kwartet niet prekerig maakt, integendeel. De spitse grappen en vlotte liedjes, en nu ook enige acrobatie, vormen samen een spektakel met een aparte identiteit. Centraal op het podium staat een grote installatie, die in alles de fascinatie van onze cultuur met symmetrie weerspiegelt. Het lage volume en de keuze voor akoestische instrumenten zijn statements. De groep pleit voor waardigheid, ambacht, een open cultuur en intelligentie.” “De Vierde Maat” is een drukke voorstelling geworden waarin zomaar liefst tweeëndertig instrumenten worden ingezet. Het publiek krijgt dus waar voor zijn geld. In De Morgen schrijft Dirk Steenhaut: “De heren beheersen zowat alle muziekjes, van rumba tot chachacha en van country tot gamelan, komen gevat én ontroerend uit de hoek, goochelen met woordspelingen en dubbele bodems en zijn ouderwets sarcastisch in een liedje als Dweil. Leuk.” “De Vierde Maat” mogen we, sinds de komst van Walter Poppeliers, letterlijk nemen, goed voor extra zangwerk en vuurwerk op de gitaar, contrabas en marimbula. In een vorig leven was Walter muzikant bij de Holzbein Brothers, trok op tournee met Catherine Delasalle en de Jiddische zangeres Zahava Seewald, speelde met de groep Psamim en met Wannes Van de Velde en met  Guido Belcanto. Poppeliers is geen vreemde voor De Nieuwe Snaar, want op hun vraag speelde hij voordien al mee op de albums “Hackádja!” en “Famineurzeven”. Met “De Vierde Maat” wordt er tot begin november in Vlaanderen opgetreden. Nadien is het de beurt aan Nederland. Vlak voor de kerstdagen spelen ze vier keer in de Turnhoutse Warande.

De productie van de nieuwe cd is deze keer in handen van Wim De Wilde. Er wordt tijdens de maand mei 2000 opgenomen bij Motormusic in Koningshooikt. Wim werkt anders dan Jean Blaute. Hij sleutelt meer aan de nummers, werkt met sampling en puzzelt graag met opgenomen fragmenten tot het als één geheel klinkt. Wim krijgt van de groep carte blanche om aan een nieuw geluid te werken. Hij durft een arrangement anders aan te pakken dan de groep eerst in gedachten had. In de maand oktober wordt de cd gereleaset, goed voor dertien nummers, waaronder De eerste woorden, De ouwe zanger, Houten man, De heilige Miss België en Bandboy. De groep schrijft het merendeel van de songs, met uitzondering van Dweil en Houten man, dat voor een deel van de hand is van Hugo Matthysen. Dweil is lekker genieten van een kakmadam, met iets té veel pretentie, die eindigt als poetsvrouw. De cd boeit door de afwisseling: liedjes die variëren van spitsvondige teksten tot opvallende arrangementen, afwisselend verpakt in dan eens een mambo en een calypso, dan weer Vlaamse country en zelfs futurofolk, al worden ze hier en daar in de pers op de vingers getikt dat het bijwijlen als een soort déjà entendu klinkt. Journalist Harry de Bock is het er nochtans met veel van zijn collega’s over eens: “‘De Vierde Maat’ is een cd om weer van te smullen.” Met de voorstelling van “De Vierde Maat” in Enschede, de tweeëntwintigste december, wordt het jaar in schoonheid afgerond. Een noot die we nog even uit de marge meepikken: de zeventiende september 2000 werd hun 2500ste optreden in Mol gevierd. Zij zijn intussen ook een Zamu-Award als “Beste Live-Act” rijk.

De vijfde mei 2001 noteren wij een opvallend optreden van De Nieuwe Snaar in Rochefort tijdens het Festival International du Rire. In de persmap staat er: “Le vendredi 5 mai, le public découvrira «L’Institut», ces clowns, jongleurs, acteurs et comédiens américains, anglais et français dans un spectacle dénommé Bingo Circo-Comédie. Ce soir-là, il y aura également sur scène Richard Taxy et Paul Adam, Patrick Adler, Marc Jolivet et Serge Llado, Jean Roucas, Serge Llado, André Valardy et De Nieuwe Snaar, un inénarrable trio de musiciens-comédiens, clôtureront, le samedi 6 mai, le neuvième Festival International du Rire de Rochefort.

De eerste drie maanden van 2002 worden besteed aan het allerlaatste deel van de “Vierde Maat”-tour. De eerste drie weken van het nieuwe jaar staat Nederland op de agenda en het laatste weekend van maart wordt afgerond met drie voorstellingen in de Stadsschouwburg van Brugge. 2002 is een speciaal jaar voor de groep, want de vijftiende januari vieren ze het feit dat ze twintig jaar op de planken staan. Op vrijdag de negentiende april 2002 vindt in het Antwerpse Sportpaleis de negende editie van de NEKKA-NACHT plaats. Aan de pers laat de organisatie weten: “Met De Nieuwe Snaar als centrale gast, al kunnen we in dit geval misschien beter spreken van blikvanger, belooft NEKKA-NACHT 2002 zeker opnieuw een niet te missen concert te worden. Reeds jaren stonden ze op het verlanglijstje van de organisatoren en nu, voor hun twintigjarige bestaan, zijn ze bereid gevonden tijd vrij te maken om een speciaal en uniek programma samen te stellen voor NEKKA. In het Sportpaleis optreden, doe je niet elke dag. Zeker voor een groep als De Nieuwe Snaar, die een patent heeft op zowel muzikale als visuele hoogstandjes, is dit een uitdaging die ze voluit aangaan. Reeds maanden werken de vier heren aan een programma dat meer dan ooit garant staat voor spektakel. Het Sportpaleis zal voor de gelegenheid de magische sfeer van een circustent krijgen.” In het eerste deel staan een aantal oudere nummers op het menu, alleen of in combinatie met de genodigden. Het tweede deel bestaat voor het hoofdaandeel uit een bondig exposé van “De Vierde Maat”. Na deze onvergetelijke nacht gaat hun aandacht uit naar hun nieuwe show. De pers begint al ongeduldig aan hun mouw te trekken. Op de vraag hoever het er al mee staat, antwoordt Jan haast laconiek: “Nergens. En toch hebben al verschillende theaterdirecteurs hem in vertrouwen aangekocht. Dat zorgt uiteraard voor een zekere spanning. Het enige wat vaststaat is dat er eind december een première is. Misschien gaan we wel een totaal andere richting uit met wat meer ernstige nummers.” Tijdens de maand mei worden er vijf dagen uitgetrokken om onafgebroken te repeteren. Als regisseur hebben zij Lucas Van Den Eynde aangetrokken. “Hij laat ons vooral onze gang gaan en stuurt subtiel bij daar waar hij het nodig vindt“, aldus Kris De Smet. Eind juni wordt iedereen opgetrommeld om te evalueren. Ondanks de warmte wordt er tijdens de maand juli naarstig voortgeploeterd en -gesleuteld. De show zal worden opgevat als een roadmovie. In de maand september slaan zij hun tenten op in Overijse om er de laatste hand te leggen aan hun nieuwe voorstelling. In Het Nieuwsblad lezen we vooraf al een babbel met de groep: “De voorstelling is een reis langs de dingen die ons bezighouden. We laten voor het eerst een grote dosis melancholie toe. In tegenstelling tot vroeger laten we de dingen in hun waarde en relativeren alles niet meer dood. Er zijn bijna geen bindteksten meer, want we laten de liedjes alles vertellen. De improvisatie leggen we doelbewust aan banden om de vaart erin te houden.”

En die voorstelling komt er. De zevenentwintigste september 2002 gaat De Nieuwe Snaar van start met de première van hun negende theatershow “De Omloop der Lage Landen” in de Ancienne Belgique in hartje Brussel. Van hieruit hebben zij toch iets meer impact op de media, ook iets meer uitstraling dan tot dan toe in Strombeek-Bever. In Het Belang van Limburg noteert Raymond De Condé: “Het programma heeft eerst iets van een dolle roadmovie die door de muziekgeschiedenis dendert. In het tweede deel keert het terug naar de roots van het viertal met een Vlaamse wielerkoers als rode draad en een speaker met een nasaal stemgeluid. Naast muzikale acrobatie zijn er uiteraard ook acrobatische hoogstandjes. Zo blijft Geert Vermeulen bijna tien minuten met zijn magneetschoenen aan het plafond hangen. Heel wat nummers hebben Zuid-Amerikaanse ritmes en de jongens brengen een drietal hommages aan hun muzikale helden: Georges Brassens, Buddy Holly en Bob Dylan. De jongens hebben er een halfjaar van ‘s morgens tot ‘s nachts aan gewerkt. Het resultaat is bewonderenswaardig.”

Plaats voor een aardigheidje tussendoor is er altijd. Clouseau en De Nieuwe Snaar nemen in 2002 de single Samen op, naar Let’s Stick Together van Bryan Ferry, vertaald door Piet Van den Heuvel. Op zaterdag de achtentwintigste september, de vijftiende Dag van de Klant, kreeg je dat cd’tje gratis aangeboden en het paste bij de slogan van de UNIZO-campagne die toen net van start ging, “Samen maken we er een hit van”. Aan Gazet van Antwerpen vertelde Koen Wauters: “Ik ben al lang fan van De Nieuwe Snaar. Het was geestig om samen met hen een nummer op te nemen. We hebben niet gelijktijdig in de studio gestaan, wegens te drukke agenda’s. De videoclip hebben we opgenomen in het repetitiekot van De Nieuwe Snaar.” Op de cd, een muziek-cd én cd-rom, staat de originele versie, de videoclip en de karaokeversie van Samen. De single werd niet te koop aangeboden en is intussen een soort collector’s item geworden. Je kon hem enkel op de Dag van de Klant in je favoriete winkel krijgen.

Op het einde van het eerste seizoen van “De Omloop” nemen de heren van De Nieuwe Snaar in 2003 een moeilijke beslissing. Er komt een einde aan de samenwerking met Léon Lamal. Na veel heen-en-weergepraat wordt besloten de samenwerking te laten uitdoven, dit om het komende seizoen niet in de war te laten lopen. In de toekomst zal De Nieuwe Snaar samenwerken met het bureau van Kris Eelen, Garifuna in Kasterlee. Omdat er niet meer met Léon wordt samengewerkt, kan het nieuwe album ook niet op diens label verschijnen en brengt De Nieuwe Snaar het voor de eerste keer echt in eigen beheer uit. Zij willen sowieso een single uitbrengen en dat wordt In de hemel is geen Dylan, gekoppeld aan Het mooiste orkest van de wereld, een medley van een aantal instrumentale nummers uit de voorstelling. Radio 1 draait het singletje haast grijs en voert de heren vaak op via diverse interviews in hun programma’s. Ze spelen In de hemel is geen Dylan de tweeëntwintigste maart tijdens de Pop Poll de Luxe-avond van Humo, een teken dat de song in die korte tijd is uitgegroeid tot een Nieuwe Snaar-klassieker.

De cd “De Omloop” ligt in 2004 in de winkel. Voor de opname keerden de vier heren naar hun ouwe, trouwe vriend en producer Jean Blaute terug. Op dat album, opgenomen in de maand juni van 2003 in Studio The Groove in Schelle, staan dan ook songs als Denkend aan Buddy Holly’s bril en In de hemel is geen Dylan, dit laatste op een tekst van Frank Vander Linden. Voor de fijnproevers geven de heren in het bijbehorende boekje tot in het kleinste detail de gegevens weer van het instrumentarium dat aan bod komt: een mini-Moog, een Suzuki Pro Master-mondharmonica, een Yamaha Hip Gig, een Fender Relic Telecaster-gitaar uit 1952, een Windsor Curved-sopraansax enzovoort. Voor hen is en blijft het muziek spelen en spelen met muziek. Journalist Peter Van Dyck bekroont dit album in Knack met vier sterren: “De Nieuwe Snaar mag als een bende grapjurken bekendstaan, het zijn in de eerste plaats toch rasmuzikanten. Ze spelen in de letterlijke zin van het woord. Als een spons slorpten ze door de jaren rootsmuziek in alle soorten op en als een zingend geschiedenisboek dragen ze op ‘De Omloop’ hun wereldse en gelijk oer-Vlaamse erfgoed uit. Met het ouder worden, sneuvelen de inhoudelijke taboes. De groep heeft niet langer schroom om over de liefde te schrijven en persoonlijke ervaringen in poëzie te gieten. Jan De Smet blijft het gezicht, maar de inbreng van de anderen wordt van langsom belangrijker. De groep benadert de perfectie. Nog nooit heeft De Nieuwe Snaar zo warm geklonken. In het Nederlandstalige gebied staat dit viertal op eenzame hoogte.

De organisatoren van Marktrock Leuven hebben lang op hen moeten wachten, maar vrijdag de dertiende augustus 2004 is het zover. Het programma voor het hoofdpodium bestaat die dag achtereenvolgens uit: Spring, Natalia, Belle Perez, Xander (ex-Volumia!), De Nieuwe Snaar, Bart Peeters en De Kreuners. Een dag later treden hier ook nog Praga Khan, Novastar, El Tattoo del Tigre, Junkie XL, Zornik en Leki op en op zondag Axelle Red, Hooverphonic, The Rasmus, Flip Kowlier en Sioen. Hoogtijdagen voor wie van Vlaamse groepen houdt.

In 2005 lassen Jan, Geert, Walter en Kris een sabbatjaar in. Her en der vangen we op: “Het sabbatjaar staat duidelijk niet voor een rustig verdwijnen in de anonimiteit: een hele reeks nieuwe voorstellingen van de individuele leden wijst veeleer op een herbronning. Opvallend is dat zowel ‘Liefs’ van de Snaar-leden Geert Vermeulen en Walter Poppeliers als ‘Woody’ van Jan De Smet zich richten tot een jong publiek. ‘Corneel’ van Jan De Smet en zijn gelegenheidskompaan Arne Van Dongen is dan weer een literair-muzikaal programma rond de gelijknamige column in het weekblad Humo.” EMI besluit dan maar wat na te snoepen van hun samenwerking met de groep en brengt in de cd-reeks “Essential” twintig songs van De Nieuwe Snaar verzameld uit: van Ardennen Doo-wop tot en met De duivelse dans.

Van de dertiende tot de dertigste juni 2006 houdt De Nieuwe Snaar tijd vrij om in Studio The Groove in Schelle hun nieuwe album “Helden” op te nemen onder aanvoering, hoe kan het ook anders, van Jean Blaute. Jean schaart zich al musicerend in de studio rond Jan, Kris, Geert, Walter, Stoy Stoffelen, Tompie Van Saet en Tom Vanstiphout. Vijftien nummers worden er ingeblikt. De jongens gaan niet vreemd en schrijven alle songs zelf, met links en rechts verbale steun van Stijn Vranken. In het totaal komen zesendertig verschillende instrumenten aan bod om alzo een degelijk instrumentaal tapijt uit te rollen voor liedjes als Plaats in de annalen, Den Bono, Duiven op til, Het heelal en de titelsong Helden. “Ik ben op zoek in de velden, naar de helden van vandaag, ze zijn zonderling en zeldzaam en er is een grote vraag. Want die zogenaamde helden, die helden van vandaag, die laten zich nog amper gelden en hun taak is nogal vaag.” Uiteraard ging eerder aan de release een gelijknamige tournee vooraf. Daar begonnen de jongens, ondanks hun sabbatical year, al in 2005 aan te werken, want rust roest en anders moet je er nadien te snel in vliegen om alles tijdig klaar te krijgen voor het nieuwe seizoen. Hans-Maarten Post van Het Nieuwsblad trok net voor de première van de veertiende januari 2006 naar hun repetitiekot met de vragen of “Helden” over Eddy Merckx of Bob Dylan gaat, over muzikale of niet-muzikale helden of over het vereren van helden. Jan De Smet had zijn antwoord meteen klaar: “Allemaal fout! Over al die dingen gaat het níét. ‘Helden’ gaat over een drang die in de mens zit om zichzelf te overstijgen. Eender hoe. Het idee dat bij elk van ons leeft, in het diepst van onze gedachten, om onze eigen held te zijn. Al wordt het nooit met die woorden gezegd in de voorstelling. Het is niet echt een duidelijke voorstelling. Het is geen theater, ook geen muziektheater. We zijn vier muzikanten die op hun eigen werkplek samen met iets bezig zijn. Toen het allemaal bij elkaar kwam, met decor en kostuums, dachten we: als het maar niet te koel en te afstandelijk wordt. Maar de menselijke warmte die wij erin brengen, maakt het verschil. We gaan ook diep in onze eigen ziel en dat is nieuw. We hebben dat altijd langs allerlei slinkse wegen ontweken. Nu hebben we eindelijk de durf gehad om onszelf kwetsbaar op te stellen. En afgaand op de try-outs bezorgen we de zaal daar best wel kippenvel mee“, waaraan Geert toevoegt: “Het publiek zegt nu ook eens oh of ah, in plaats van alleen maar te lachen, en dat vind ik heel plezant.” Van die voorstelling verschijnt iets later een dvd. In De Standaard van de vierde november 2006 lezen we daarover: “De jongste, nog lopende productie van De Nieuwe Snaar wijkt een beetje af van wat het kwartet normaal doet. Er zit méér stilte in, méér getuigenis ook en minder routine. Moedig is het woord dat we daarvoor gebruiken, maar de broertjes De Smet & co moesten toch wennen aan de nieuwe theatrale vorm. Deze dvd is vijf maanden na het begin van de tournee opgenomen, waardoor het geheel al vlot loopt. Maar vooral brengt zo’n opname je veel dichter bij de acteurs-zangers. Je ziet de blikken beter, voelt de songs beter aan, kunt de acrobatie van nabij bewonderen. Dat is geen klein verschil, want De Nieuwe Snaar is een doodeerlijk gezelschap dat de kunst van het vertellen hoog in het vaandel draagt, ambachtelijkheid propageert en na al die jaren nog zenuwachtig wordt als er iets nieuws geprobeerd wordt. De heren stellen zich geregeld heel kwetsbaar op, zoals wanneer Jan De Smet a capella over zijn vader zingt. Wie genoeg heeft aan de muziek, kan ook gewoon de cd kopen.” In de maand november 2007 verschijnt als een soort hommage aan Urbanus de cd “Urbanus Vobiscum”. Speciaal voor deze cd neemt De Nieuwe Snaar een cover op van De wereld is om zeep. Aan dit album werken onder meer ook Bart Peeters, Stijn Meuris, Axelle Red, Clouseau en Will Tura mee.

In de staart van 2008 zijn Jan, Kris, Geert en Walter al druk in de weer voor wat hun elfde show moet worden, “Foor 11″. Deze keer beweegt de groep zich achter de schermen van een wereld die draait rond drukte, opzichtigheid, kleur, luide muziek en bombastische verlichting. Er wordt geoefend in Het Gevolg in Turnhout. Op zondag de vierde januari verlaten ze het pand en trekken richting Ancienne Belgique. Op de tweede, derde en vierde januari 2009 speelden ze wel nog enkele keren nieuwe voorstelling in Het Gevolg. In een persmap lezen we “dat het deze keer gaat over de B-kant van het leven: ver weg van de spots en glitter en glamour. Op het podium verschijnen er vier eigenzinnige figuren die elk op hun manier de marge van het bestaan, hun bestaan, ons bestaan, zullen bezingen, bevragen en misschien zelfs verfoeien. Een kleurrijk instrumentarium, confronterende beelden, straffe verhalen, krachtige liederen, onverwachte situaties en statements en zoveel méér zot geweld om het publiek via humor en ontroering, via slapstick en melancholie nog eens stevig onder handen te nemen!” Op zaterdag de dertiende januari 2008 heeft de première plaats. Jan had aan de pers vooraf al gemeld dat de groep uit ervaring weet dat de eerste officiële voorstelling niet sowieso de beste is. “We zijn dan hyperzenuwachtig: zowel de technici als het publiek en zeker wijzelf. Maar de alertheid is dan wel enorm. Eigenlijk speel ik persoonlijk liever de vijftigste dan de eerste voorstelling. Je moet het vergelijken met voor de eerste keer nieuwe schoenen aantrekken.” Aan Gazet van Antwerpen vertellen Jan en Walter dat de voorstelling vooral over schoonheid gaat: “De voorstelling is inderdaad een zoektocht naar schoonheid, in schril contrast met de lelijkheid van onszelf en onze gedachten. Traagheid is een vorm van schoonheid en tevens een tegenstroom. Dat hebben we onthouden van ons aller leermeester Wannes Van de Velde. Die bepaalde zelf zijn ritme en liet zich geen druk opleggen.”

De Standaard print dat “Foor 11″ muzikaal tot het sterkste behoort dat De Nieuwe Snaar al heeft neergezet en De Morgen heeft het over een niet te missen voorstelling voor elke gevoelige ziel. Qua cd-opname trekt de groep in de maanden juni en juli 2009 naar de Alea Studio in Gent. De productie is in handen van Pieter-Jan De Smet en Erwin Libbrecht. Een negental muzikanten komt een extra handje toesteken en vooral een mondje meeblazen. Passeren de liedjesrevue: De King, De nieuwe anonimiteit, Rommel, Marialied en De Laatste Ronde. Frank Vander Linden schrijft mee aan het nummer Geen vrouwen in de groep: “Geen vrouwen in de groep, ik mag het u wel vertellen, ik zit al lang in dit beroep. Geen vrouwen in de groep, want ‘t is makkelijk te voorspellen, alles draait dan in de soep.” Achteraf geeft Jan toe dat over “Foor 11″ een soort donkere sluier hing: “Er waren privéproblemen en dat voelde je. We wilden op deze manier geen afscheid nemen van ons publiek dat ons al jaren trouw was blijven volgen. Hier moest koste wat het kost een vervolg aan gebreid worden, zeker omdat we toen al wisten dat we er stilaan een definitief punt achter gingen zetten.” De eerste oktober van dat jaar trekt De Nieuwe Snaar naar Nederland, om precies te zijn geven ze de aftrap in Leiden en niet in Amsterdam zoals gewoonlijk.

In januari 2010 plant De Nieuwe Snaar een belangrijke meeting. Er zal beslist worden over de toekomst van de groep. Kris schrijft daarover: “De vergadering, waarop wij vieren en Kris Eelen aanwezig zijn, verloopt bijzonder stroef, maar we komen uiteindelijk tot een eensgezind besluit. We zullen nog één voorstelling maken, die een compilatie zal zijn van de beste stukken van de voorbije dertig jaar. We zullen een eigenzinnige keuze maken van de liedjes en acts die we in eerste instantie zelf de moeite waard vinden. Met deze show zullen we zeker twee seizoenen op tournee gaan. De première wordt in januari 2012 gepland. Na de laatste uitvoering van deze ultieme show zal het doek definitief over De Nieuwe Snaar vallen. Dit nieuws zal pas worden bekendgemaakt bij de aankondiging van de nieuwe tournee. Het hoge woord is eruit, de teerling is geworden en we weten waar we aan toe zijn.”

Omdat er nog steeds vraag is naar de bekendste nummers van De Nieuwe Snaar, brengt EMI in de cd-reeks “Alle 40 Goed” de zevenentwintigste september 2010 veertig van hun bekendste en meest geliefde nummers op een dubbele verzamelaar uit. Tijdens de zesentwintigste editie van het Festival van Dranouter staat De Nieuwe Snaar in 2013 nog eens op de affiche. Ze sieren dit keer het podium samen met Agnes Obel, Arno, Daan, Black Box Revelation, De Dolfijntjes, Amatorski, Bent Van Looy en Wouter Deprez.

In 2011 wil Kris De Smet koste wat het kost zijn ei kwijt. Het moest er ooit van komen, het enige echte verhaal van De Nieuwe Snaar moet gevat worden in één boek, een kanjer van 622 pagina’s, onder de titel “Het verhaal van De Nieuwe Snaar”, uitgegeven bij Manteau in Antwerpen. Het boek zal nadien meermaals herdrukt worden. Knack reageert enthousiast: “Een hoogstpersoonlijke wereld vol kleur, muziek en zottigheid“. Het Nieuwsblad heeft het over “muzikaal vakmanschap“. Voor Kris leek dat schrijven op een bepaald moment haast onbegonnen werk: “Dat het niet gemakkelijk zou zijn, wist ik op voorhand, maar dat het zo’n beslag op mijn leven zou leggen, kon ik niet bevroeden. Er waren dagen dat alles bijna automatisch uit mijn hoofd op het beeldscherm verscheen en er waren dagen dat ik met moeite een pagina geschreven kreeg waar ik tevreden over was. Ik heb mezelf de discipline opgelegd om elke dag te schrijven. Gelukkig kon ik daar voldoende uren per dag voor uittrekken, omdat De Nieuwe Snaar het grootste deel van dat jaar geen voorstellingen deed. Maar ik ben blij dat de klus geklaard is. Er is een oosterse wijsheid die zegt dat een man in zijn leven drie dingen moet verwezenlijken: een zoon krijgen, een boom planten en een boek schrijven. Ik heb een zoon en ook twee dochters, ik heb meerdere bomen geplant en nu heb ik een boek. Wat er verder zal gebeuren, weet ik niet. Misschien moet ik wel op zoek naar andere oosterse wijsheden die me een nieuwe opdracht geven.” Wanneer De Nieuwe Snaar er in 2014 mee ophoudt, zal Kris op basis van dit boek lezingen gaan geven, die als volgt gepromoot worden: “Tijdens deze lezing dist Kris sappige verhalen en anekdotes op uit het rijke toerleven van De Nieuwe Snaar. Bovendien illustreert hij alles met beelden en acts uit het onuitputtelijke repertoire dat in al die jaren werd opgebouwd. Hebt u een vraag die u al heel lang wil stellen aan een gepokte en gemazelde Snaar, of wilt u een verzoeknummer aanvragen, dan krijgt u die mogelijkheid er gratis bovenop!” Met die lezingen trekt Kris anno 2017 nog altijd door Vlaanderen.

Maar goed, terug naar 2012, want dan gaat De Nieuwe Snaar nog een laatste keer op tournee met de toepasselijke show “Koñec’”, Tsjechisch voor einde. De officiële aftrap wordt in de Ancienne Belgique in Brussel gegeven. Kris De Smet: “Geheel in de traditie van De Nieuwe Snaar zijn de repetities niet van een leien dakje gelopen. Spannende momenten en conflicten wisselden elkaar af, met uitbarstingen van plezier en creativiteit en periodes van twijfel en moedeloosheid. Er was natuurlijk de bezorgdheid dat deze laatste show een hoogtepunt moest worden. Er waren de verscheurende keuzes tussen de favoriete liedjes en visuele acts van de verschillende muzikanten en er moest een consistent geheel gemaakt worden van al die losse elementen die in de loop van de jaren waren ontstaan. Bovendien waren er een aantal nummers die we sowieso moesten brengen, omdat je nu eenmaal een aantal verwachtingen van het publiek moet inlossen als je een afscheidsvoorstelling maakt. Het heeft ons vier maanden gekost om de show te monteren. Regisseur Marc Peeters heeft in de loop van de trip moeten afhaken en in zijn plaats heeft Randall Casaer alles in goede banen geleid tot aan de première.” De show wordt de negende december 2011 in zaal De Foyer in Lier voor een levend publiek uitgeprobeerd. De teksten waren nog niet af, de volgorde van de liedjes nog niet bepaald en het decor ontbrak, maar wat de groep tevredenstelde was de tevredenheid van het publiek zelf. Hun opmerkingen waren positief en bemoedigend. In De Morgen schrijft Bart Steenhaut na het bijwonen van een voorstelling: “Het was even schrikken toen De Nieuwe Snaar in het voorjaar van 2011 aankondigde dat de volgende tournee meteen ook de laatste zou worden. Het gezelschap rond Jan De Smet trok de voorbije decennia keer op keer volle zalen, en was door zijn eclectische mengeling van slapstick, theater en muziek uitgegroeid tot een monument in België en Nederland. Frontman Jan De Smet liet in die periode optekenen dat het de jongste paar tournees almaar moeilijker werd om nieuwe invalshoeken te vinden en elkaar te blijven verrassen. De groep, die in het buitenland wel eens de Vlaamse evenknie van The Marx Brothers werd genoemd, werkt momenteel een serie afscheidsconcerten af waarin de hoogtepunten uit hun rijkgevulde repertoire netjes gegroepeerd worden.” Het Nieuwsblad schrijft: “De Nieuwe Snaar is zonder meer een van de meest opmerkelijke acts die rondlopen in de Lage Landen. In haar dertigjarige geschiedenis maakte De Nieuwe Snaar elf volwaardige theatervoorstellingen, speelde ruim 3600 concerten in binnen- en nabije en verre buitenlanden en heeft een repertoire van om en bij tweehonderd liedjes, stunts en sketches. Van verstilde emotie tot vrolijke chaos.” Van deze voorstelling verschijnt na zo’n tweehonderd voorstellingen een erg gesmaakte dvd. “Een mooi verzorgde registratie van de integrale liveshow (méér dan twee uur) met als extra’s interviews met de groepsleden en een paar verrassingen. ‘Koñec’ is een staalkaart die de veelzijdigheid en het vakmanschap toont die vier uiteenlopende figuren in de loop van meer dan dertig jaar hebben opgebouwd, een uniek document om te koesteren.

 

De Nieuwe Snaar houdt er dus in 2014 definitief mee op. Na méér dan vijfduizend optredens spelen ze op vrijdagavond de vijfentwintigste april 2014 in het Sportpaleis in Antwerpen tijdens Nekka-Nacht hun allerlaatste voorstelling onder de vlag “De Nieuwe Snaar – De Ereronde”. Elke fan wil die avond present zijn om Jan, Kris, Geert en Walter uit te wuiven en hen te bedanken voor al die mooie jaren en al die geweldige optredens. “De Ereronde” wordt een verrassingsreis door alle muzikale en theatrale aspecten van deze populaire groep: met extra muzikale optredens, met dans, gegoochel met illusie, circus en acrobatie, spectaculaire verschijningen en veel humor. Het publiek ziet De Nieuwe Snaar zoals het hen nog nooit zag en nooit meer zal zien. Het hoort voor de laatste keer De zwemmer, Dylan, Calypso Be, De postbode en zovele andere zaligheden. Voor elk ingrediënt dat in de voorstelling ingebouwd is, werd een specifieke artiest uitgezocht die haast iedereen verbaasde en verraste. Bekende artiesten, artiesten die uniek zijn in hun genre, groepen en individuen waarmee De Nieuwe Snaar een band heeft. In totaal passeerden méér dan tweehonderd jonge en oude artiesten de revue. Het podium was voor de gelegenheid in drie stukken opgedeeld. Op de website van Jongeren Planeet lezen we als aanvullende info: “Naast bekende artiesten als Stefaan Degand, Gili, Wim Opbrouck, Urbanus, Jean Blaute, Kris Wauters en Circus Ronaldo was er veel ruimte voor onbekend talent: acrobatisch turnen, dansende kinderen en de jeugdafdeling van de Balense wielrennersclub. Presentator Jan Becaus loofde hen en wist te vermelden dat het verhaal van De Nieuwe Snaar zeker gene kattenpis is. Ook de kinderen van De Nieuwe Snaar, aangekondigd als Het Snaargebroed, deden een act met lichtgevende ballen en als begeleidingsband van een acrobatieact. Dit was genieten van de eerste tot de laatste minuut, waarbij hoogtepunten van de voorbije tweeëndertig jaar samengeperst werden in een drie uur durende show. Geert Vermeulen mocht hierbij nog een laatste keer de muzikale paljas uithangen in zijn betonmolen, ondersteboven hangend met zijn magneetschoenen, acrobatie in de lakens, op skilatten enzovoort. Walter, Geert, Kris en Jan maakten als slot ook de titel ‘De Ereronde’ letterlijk waar, en werden op een karretje het Sportpaleis rondgereden terwijl ze als bisnummer een akoestische versie van De fotografie brachten, die zo mooi klonk dat ze bij velen een gevoelige snaar raakten en het afscheid nog moeilijker maakte. Als troost zijn er nu enkel nog de cd’s en dvd’s van hun vorige shows in afwachting tot VRT deze Nekka Nacht op televisie brengt om het nog eens opnieuw te beleven.”

Geert Vermeulen over dat definitieve afscheid: “Wat De Nieuwe Snaar draaiende hield, was dat er altijd veel publiek in de zaal zat. Alles wat erbij kwam kijken, de moeilijke karakters, het creëren, de verplaatsingen, was ondergeschikt aan het plezier daar op de scène te staan. Als je dat dertig jaar volhoudt met dezelfde mensen, mag je tevreden zijn. Of het nu goed of slecht was, maakt me niet eens veel uit. Het is vooral genieten… Wat dat afscheid betreft, hebben we alles goed afgewogen, hoor. Je zou denken dat we na dertig jaar optreden in zoveel centra een vorm van respect verdienen, maar het tegendeel bleek. Je hebt nu huizen die zeggen dat we niet meer passen in hun visie, terwijl we daar zo veel gestaan hebben en de zaak telkens uitverkocht hebben. Zet ons een week in de Arenbergschouwburg en de zaal zit elke avond vol. Maar we passen niet meer in dat beleid. Het publiek heeft wel altijd respect getoond. Na elke voorstelling hoorden we dat.”

We zijn nooit met een welomlijnd idee aan een show van De Nieuwe Snaar begonnen”, aldus Jan De Smet. “Initieel vertrekken we van het idee: the sky is the limit. Uiteraard zijn er budgettaire beperkingen, omdat we ervoor gekozen hebben zelfbedruipend te zijn en nooit een beroep te doen op subsidies. Eigenlijk is de enige richtlijn bij het werken aan een nieuwe show: het moet anders worden dan de vorige voorstellingen. Uiteraard wordt dat steeds moeilijker. Dat is ook de reden waarom we besloten hebben om in schoonheid te eindigen met een best of. Wat ik zeker anders wil aanpakken wanneer het verhaal van De Nieuwe Snaar is afgelopen, is het toeren. Ik heb geen zin meer in reeksen van driehonderd voorstellingen. Het is tijd voor kortere projecten, met zo veel mogelijk verschillende muzikanten. De laatste jaren heb ik vaak voor kinderen gewerkt, maar vroeg of laat ga ik zeker ook iets voor 60-plussers doen. Even erg afwijkend van het commerciële aanbod als mijn kindervoorstellingen. Het mag niet in nostalgie blijven steken. Ik wil ouderen behandelen zoals ik zelf behandeld wil worden.”

Om dat afscheid extra in te kleuren, verschijnt op het Warner-label de verzamelaar “De Nieuwe Snaar – Best of”. In het totaal zestig liedjes, gespreid over drie cd’s. De zeventiende mei 2014 staat het album op plaats 85 in de Ultratop Album 200 en op plaats 32 in de Ultratop Belgische Album 40.

 

tekst en research: Marc Brillouet

© 2017 Daisy Lane & Marc Brillouet

 

 

 

De Romeo’s

Met een naam als Romeo kan je vele kanten uit. Ooit stond die voor een historisch motorfietsmerk, is het een plaatsje in de Amerikaanse staat Michigan, duikt hij op in het bekende toneelstuk “Romeo & Juliet” van William Shakespeare, maakt hij deel uit van het legendarische automerk Alfa Romeo, is hij in de volksmond een vrij zeldzame jongensnaam, droomt haast elke vrouw dat haar geliefde zich als een heuse romeo zal gedragen én is Vlaanderen sinds 2003 drie romeo’s rijk, met name de heren Chris Van Tongelen, Gunther Levi en Davy Gilles. Anno 2017 werden ze zelfs in de pers als een fenomeen omschreven. De tweede januari van dat jaar lezen we in De Standaard: “De Romeo’s zijn een van de grootste succesverhalen uit de Vlaamse showbizz. Hun jaaromzet wordt geraamd op één miljoen euro. Chris Van Tongelen is het zakelijke brein. Hij beheert de agenda van de optredens. Daarnaast zijn de drie grotendeels hun eigen manager. ‘We komen misschien over als drie pipo’s die maar wat doen, maar we denken over alles goed na.’ Ze zijn volks, altijd in voor een knipoog. Het trio treedt 250 keer per jaar op voor gemiddeld 1000 toeschouwers: dat zijn 250.000 Vlamingen in 365 dagen: ‘We zijn het tegengif in tijden van ellende!’

Laten wij echter beginnen met de solocarrières van de heren in het kort te schetsen, want vergeten we niet dat ze ook solo hun mannetje konden en kunnen staan en daar al sinds jaar en dag even druk mee in de weer zijn. Uitvoerigheid in dezen zou ons iets te ver voeren en dat is ook niet de bedoeling van dit exposé. We hebben de keuze uit te beginnen met de knapste, de leukste, de meest populaire van de drie, de slimste enzovoort, maar om discussies daaromtrent binnen de groep te vermijden, beginnen we gewoon bij de oudste van de bende.

Chris Van Tongelen werd de vierde juni 1968 in Duffel geboren. Voor de volledigheid moeten we vertellen dat zijn moeder hem eigenlijk Christiaan noemde, omdat ze dat een mooie naam voor een al even mooi kind vond. Tot zijn derde woonde hij in de beenhouwerij van zijn vader, vake zoals Chris liever zegt, in Borgerhout. Nadien verhuisden ze naar Putte. Moeder, moeke zoals ze haar noemen, was een plichtsgetrouwe huisvrouw die niet alleen haar man en Chris in de watten legde, maar ook haar andere zoon Dave. Dave ging later voor kok studeren, oefende die job twaalf jaar uit in zijn eigen brasserie, om vervolgens met zijn vrouw een Spar-filiaal in Sint-Katelijne-Waver te gaan runnen. Thuis werd de woning gedeeld met de ouders van de moeder van Chris, vava en moemoe. Dankzij moeke Van Tongelen stond de godganse dag Radio 2 op en schalde vooral de muziek van James Last heel vaak door het huis. Er ging ook geen weekend voorbij of er werd aandachtig naar de Vlaamse Top Tien geluisterd. Naar school gaan als kleuter en nadien als scholier-student was qua afstand makkelijk, want vijftig meter van hun woning verwijderd lag de jongensschool van Putte. Dat Chris kon zingen, viel toen al op. In het eerste studiejaar werd Chris geselecteerd om mee te zingen in het schoolkerkkoor en snel stond hij als voorzanger met kerst te schitteren tijdens de nachtmis. Enkele jaren later trekt Chris naar het Sint-Romboutscollege aan de Veemarkt in Mechelen. Hier komt hij terecht in het Sint-Romboutsknapenkoor. Met dat koor zal hij in 1980, hij is dan twaalf, optreden in zijn allereerste musical “Oliver”. Het is hier dat Chris zijn voorliefde voor dat genre ontdekt. Vervolgens verhuist Chris naar het Sint-Ursula-Instituut in de Bosstraat in Onze-Lieve-Vrouw-Waver om daar de afdeling moderne talen te volgen. Studeren was wel niet zijn ding. Zijn moeder vertelde daarover aan de pers: “Chris was niet dom, maar de school sprak hem niet aan. Hij haatte de school. Ik lag daar wel wakker van. We hebben er veel ruzie over gemaakt. Maar het zat in zijn kop dat hij muziek zou doen. Hij wou naar het conservatorium, maar dat mocht niet van ons. Tot we in het laatste jaar humaniora van de directeur te weten kwamen dat onze zoon niet langer welkom was. Chris ging liever als monitor mee met de ziekenkas naar Zwitserland in plaats van naar school. Hij veegde er compleet zijn voeten aan. Dus als je zoon wil zingen, wat doe je dan? We hebben er ons bij neergelegd en hij is dan toch in de muziek gegaan. Gelukkig maar.”

Chris gaat nadien, om wat geld te verdienen, van start met een eigen reisbureau. In 1990 brengt hij zijn allereerste single op de markt, Liever met z’n twee. Iets later richt hij het groepje Roestvrij op. Die scoren behoorlijk met hun debuutsingle 5 dagen op 7, een tekst die Chris schreef op de melodie van Walking on sunshine van Katrina & The Waves, en laten nadien nog van zich horen middels de singles Jong zijn en Noem het maar geluk. Met dat laatste nemen zij in 1993 deel aan “Eurosong”, waar ze de vijfde plaats bezetten. In 1996 neemt Chris in zijn eentje deel aan “De Gouden Zeemeermin” en belandt hij net buiten de finale met het liedje De toekomst. Hij wordt wel bekroond met de personalityprijs. Chris komt vervolgens met zijn tenorstem en acteertalent terecht in het Ballet van Vlaanderen en zingt hier haast letterlijk de sterren van de hemel. Zo schittert hij in de musical “Chess”, in de rol van Petrus in “Jesus Christ Superstar” en in “Sneeuwwitje” en “Assepoester”. In 1999 valt hij op met het album “Music From The Heart” met daarop musical- en filmklassiekers als She’s a maniac, Pie Jesu en Love on the rocks. Van 2007 tot 2008 zien we hem aan de zijde van Davy Gilles, Sasha Rosen en Gunther Levi in de cast van de musical “Grease”. Chris dook daarnaast ook op in gastrollen in televisieseries als “Lili en Marleen”, “Heterdaad” en “Familie”. In deze serie speelde hij tot eind augustus 2015 de rol van Bart Van den Bossche. Met zijn eerste vrouw heeft Chris een dochter Laura, geboren in 1994, en een zoon Toon, geboren in 1998. Uit zijn relatie met de Nederlandse choreografe Brigitte Derks werd in 2006 dochter Lila-Jane geboren. Uit een eerdere relatie met Frank Hoelen heeft Brigitte een zoon, de bekende zanger Ian Thomas, voor wie Chris zich op tijd en stond met man en macht heeft ingezet. De dertiende januari 2017 schrijft Het Laatste Nieuws echter: “Chris Van Tongelen en Brigitte Derks zijn niet langer man en vrouw. Het acteurskoppel was tien jaar getrouwd, maar zette recent de scheiding in en gaat met onderlinge toestemming uit elkaar. Veertien jaar lang waren ze een graag gezien koppel op events en rode lopers. Tien jaar lang als man en vrouw en de voorbije jaren ook vaak in het gezelschap van Brigittes zoon Ian Thomas. Maar nu scheiden hun wegen. Het koppel laat weten dat alles in een vriendschappelijke sfeer verloopt en dat beiden een zo goed mogelijke regeling voor hun dochter willen treffen.

De twintigste november 2015 lezen we in Het Laatste Nieuws dat Chris met een eigen orkest on the road gaat. “Als kind was ik begeesterd door dat grote orkest met die mooie opvallende kostuums, de band van James Last. Ik ben hen blijven volgen, zelf blijven mee-evolueren met als doel een eigen orkest, want dat was mijn kinderdroom. Een normaal mens gaat het op mijn leeftijd wat kalmer aan doen. Bij mij is het net omgekeerd, ik steek nog een tandje bij. Mijn leven lang ben ik al zot van orkesten. Bij de Heverse Concertband heb ik de stiel geleerd. Optreden met hen bezorgde mij talrijke mooie avonden, net als de paar ontmoetingen die ik had met James Last. Hij gaf mij zowel inspiratie als motivatie. Toevallig sprak ik één dag voor het overlijden van Last nog met Davy Gilles over mijn orkestplannen, waar ik op dat moment al vier jaar mee bezig was. ‘s Anderendaags hoorde ik dat James Last gestorven was, voor mij een teken dat ik moest doorzetten en zo geschiedde. Na vier jaar intense voorbereiding is de wereld nu klaar om kennis te maken met Christiano and his Magical Orchestra.” De negenentwintigste januari 2016 verscheen het debuutalbum en de vierde juni, uitgerekend op Chris’ verjaardag, concerteerde het muzikale gezelschap in de Lotto Arena van Antwerpen. Naar aanleiding daarvan vertelde zijn moeder daarover volgende anekdote, die we uit een artikel in Het Laatste Nieuws lichten: “Hij was zot van James Last. Hij zag hem op de Duitse televisie en bouwde met zijn legoblokjes dan dat podium na. Zo’n legomannetje moest dan James Last voorstellen. Hij kon zich daar de godganse dag mee bezighouden.” Chris vult aan: “Ik ben altijd ontzettend zot van blazers geweest. Niet alleen James Last vond ik imponerend, maar ook een popgroep als Supertramp en een oertalent als Phil Collins hebben me altijd geboeid.”

 

Acht jaar jonger dan Chris is Davy Gilles, de tiende februari 1976 als Davy Vrancken in Rillaar geboren. Als kind zong hij al de longen uit zijn lijf, onder andere op feestjes van K.L.J. Rillaar. De muziek werd met de paplepel ingegoten, want zijn vader was drummer in een orkest waarin ook zijn beide ooms Franky en Jos meespeelden. Vader zong vanachter zijn drumstel meestal de romantische liedjes. Als kind deed Davy niets liever dan mee naar hun optredens gaan. Wanneer zijn beide ooms Franky en Jos overlijden, wordt het orkest opgedoekt en gaat papa Vrancken zich meer met de technische kant bezighouden. Sinds het succes van De Romeo’s is hij actief als vaste mixer tijdens de optredens van de groep. Hij is ook altijd de vaste chauffeur van dienst. Moeder Vrancken kwam vroeger aan de kost als poetsvrouw, maar houdt zich sinds haar pensioen vooral met de kleinkinderen bezig. Thuis klonk er sowieso veel muziek. De radio stond vaak aan. De muzikale keuze was breed: van klassiek tot populaire muziek. Tijdens zijn tienerjaren had Davy het nogal voor de Nederlandse zanger Danny de Munk. Ook Elvis Presley maakte een grote indruk op hem. Die liefde is gebleven, zeker sinds Davy in 2015 een bezoek bracht aan Graceland. Davy kickt vooral op muziek uit de swingende sixties, al krijgt hij ook nog altijd een goed gevoel wanneer hij de hits uit de jaren tachtig hoort: Wham!, Spandau Ballet, a-ha enzovoort.

Vanaf de kleuterklas (1979) tot en met het zesde studiejaar (1988) trekt Davy naar de basisschool De Winge, gelegen langs de Halensebaan in Sint-Joris-Winge. Davy is nog maar negen wanneer hij in de jongensschool in Rillaar aan een zangwedstrijd deelneemt met een liedje van Danny de Munk. Een muzikale opleiding heeft hij nadien nooit echt genoten, behalve dat zijn vader hem wat drumlessen gaf. Tussendoor leerde Davy zichzelf de nodige akkoorden op de gitaar en de piano en schaafde hij nog altijd zijn akkoordenschema’s bij, die hem van pas komen bij het schrijven van zijn eigen songs. Hij zal nadien privézangles krijgen van zangpedagoog Peter De Smet en volgt tegenwoordig nog altijd zangles bij Steven Hellemans, die bij hem in de buurt woont. Zijn moeder Jeannine herinnert zich nog dat Davy haar haardroger als microfoon gebruikte: “Op zijn veertiende won hij alle soundmixshows en kwam dan naar huis met een strijkijzer of een microgolfoven. Ik weet nog goed dat ik hem in de weekends in mijn Mini Coopertje daarnaartoe reed. Samen met zijn zus Priscilla. Ik heb nooit gedacht dat Davy voor de muziek zou kiezen. Ik zag hem eerder als voetballer carrière maken. Hij had heel veel talent. Een ploeg als Anderlecht stond op zekere dag aan onze deur. Hij speelde in die tijd samen met Timmy Simons. Tot hij op een dag zei dat hij een Vlaamse zanger wou worden. Eerlijk gezegd was ik daar niet rouwig om.” Wanneer Davy elf is, gaan zijn ouders uit elkaar. Voor Davy een moeilijke periode, want zijn omgeving kent hem als een heel gevoelig iemand.

Van 1988 tot 1991 volgt Davy de economische afdeling aan het Koninklijk Atheneum in Aarschot. Van 1992 tot en met 1994 volgt hij via deeltijds onderwijs aan het Damiaaninstituut in Aarschot kantoor en verkoop. Voordien was hij in 1992 een viertal maanden ingeschreven aan de Showbizzschool in Oostende, maar dat was niet zijn cup of tea. In 1991 wordt Davy door Johnny White ontdekt, die hem in zijn zaak in Scherpenheuvel laat optreden. Aan de soundmixwedstrijden neemt Davy deel met liedjes van onder meer de Nederlandse zanger Danny de Munk. Hij treedt dan op onder de naam Danny Dee. Om toch maar een diploma op zak te hebben, trekt hij in 1992 dus heel even naar de Showbizzschool in Oostende. Daar ontmoet hij Gunther Levi, maar langer dan vier maanden houdt Davy het daar niet vol. In 1993 is hij wel al te horen en te zien in de musical “Sprook”. In 1995 neemt hij deel aan “De Gouden Zeemeermin” met het liedje Elke nacht, maar hij wordt in de voorronde al uitgeschakeld. De artiestennaam Gilles behoeft niet veel uitleg, want het is een familienaam die in Aarschot en omstreken veel voorkomt. Op televisie zien we hem in de zomer van 1998 voor het eerst opduiken in de VT4-reeks “Vennebos”. Als zanger-acteur trad hij sinds 2002 op in musicals als “Doornroosje”, “Mamma Mia”, “Sneeuwwitje” en “Grease”. Bekend in Vlaanderen is hij niet alleen als Romeo, maar ook als cafébaas Rik Ghijselinck in de soap “Familie”, een rol die hij van 1998 tot 2006 vertolkte, en van 2005 tot 2008 als verpleger Jasper Landuyt in “Wittekerke”. Zijn droom gaat in vervulling wanneer hij eind 2000 als Yoeri mag optreden in de musical “De wereld van K3″, musical ligt hem namelijk na aan het hart. Nadien volgen “Sneeuwwitje”, “Doornroosje”, “Fiddler on the roof”, “Mamma Mia” en “Grease”. De eenentwintigste september 2002 staat hij samen met Mark Tijsmans en Dieter Verhaegen op één in de Vlaamse Top Tien met een cover van Les rois du monde, door Johan Verminnen vertaald als De Koningen. In 2013 zullen De Romeo’s dit ook aan hun repertoire toevoegen. Uit eerdere relaties heeft Davy een zoon en een dochter. Hij is intussen getrouwd met actrice en musicalster Sasha Rosen, met wie hij een zoon en een dochter heeft. Zij leerden elkaar in 2004 kennen tijdens de musical “Romeo & Julia”. Samen vormen zij, naast De Romeo’s, een succesvol duo met albums zoals “Onafscheidelijk” en “La vita è bella” en hun project “Secret Love” met daarin de allermooiste liefdesliedjes.

Twee maanden jonger dan Davy is Gunther Levi, de zestiende april 1976 in Reet geboren als Gunther De Batselier. Vader Jozef was elektricien, maar is intussen met pensioen. Moeder Arlette is huishoudhulp. Beiden zijn al geruime tijd gescheiden. Gunther heeft twee zussen: Cindy en Heidi. Cindy is één jaar ouder dan Gunther en werkt momenteel bij het productiehuis TvBastards, die onder meer instaan voor de productie van “Familie”. Op die manier ziet Gunther zijn zus op de set erg vaak. Zijn zus Heidi is drie jaar jonger, werkt in een doe-het-zelfzaak en zingt in haar vrije tijd bij een coverband. Volgens Gunther heeft zij een veel betere stem dan hij. Het is samen met haar dat Gunther tijdens zijn jonge jaren meedeed aan diverse playback- en soundmixshows. Vanaf 1979 tot 1988 vinden we Gunther als leerling op de schoolbanken van de basisschool in Londerzeel. Van 1988 tot 1989 passeert hij heel even het Gemeentelijk Technisch Instituut langs de Daalkouter in Londerzeel en vervolgens, tot in 1991, de koksschool, gelegen aan de Zijp in Wemmel. In die periode is Gunther in de ban van de muziek van Rob de Nijs, iets later van Queen. Anno 2017 luistert hij graag naar countrymuziek en ligt Elvis Presley hem nog altijd na aan het hart.

Volgens zijn moeder zong Gunther tijdens zijn kinderjaren zowat de ganse dag: “We waren nog maar net wakker of Gunther begon eraan. Meestal zong hij, hoe vreemd dat mag klinken voor een kind, opera-aria’s. Hij kon heel hoog en heel laag zingen. Hij speelde samen met zijn zussen op zolder graag toneel. Zij verkleedden zich en mijn man en ik moesten dan ‘s avonds naar hun optreden gaan kijken. Gunther stond vrij snel al zingend op het podium tijdens playback- en soundmixwedstrijden. Zo won hij de eerste prijs in de ‘KRO Mini Playbackshow’ van Henny Huisman samen met zijn jongere zus Heidi, waar zij als John Travolta en Olivia Newton-John optraden. Zij zongen toen You’re the one that I want. Ik besefte toen al dat hij niet het gewone pad zou kiezen.” Zowel in 1990 als in 1991 neemt Gunther deel aan de “VTM Soundmixshow”, waar hij de hit I’m gonna knock on your door van Eddie Hodges zingt en vervolgens Samen uit, samen thuis van Sam Gooris. Maar het eindresultaat van die deelnames was niet je dat. We stippen wel even aan dat Gunther intussen aan de muziekacademie langs de Mechelsestraat in Londerzeel notenleer en piano studeert. In 1992 besluit hij op zestienjarige leeftijd naar de Showbizzschool in Oostende te trekken. Zijn moeder zat een beetje in zak en as dat haar zoon zo vroeg het nest verliet. Maar blijkbaar was er geen tegenhouden aan. Hij zal hier in 1994 zijn opleiding afronden.

Na de singles Wie kan me zeggen en Désirée, die hij in 1992 en 1993 uitbrengt, scoort hij een jaar later met een cover van Ik ben verliefd op jou van Paul Severs, de achtentwintigste mei 1994 goed voor een negende plaats in de Vlaamse Top Tien. Speciaal voor hem schrijft Paul Meisje van hierboven, waarmee Gunther de tiende september 1994 op zeven in de Vlaamse Top Tien prijkt. Hij duikt geregeld in “Tien om te Zien” op. Dat jaar krijgt hij van Radio 2 trouwens tijdens “Zomerhit” de prijs voor het beste debuut. Na het behalen van zijn diploma aan de Showbizzschool maakt Gunther een ommetje via het “Laine Theater” in Londen (een bekende musicalschool), waar hij een hoofdrol versiert in de musical “The Young Ones”. Dat genre krijgt nadien bij hem aardig wat voorrang: “Pallieter”, “Alladin”, “Grease” enzovoort. In 1995 verschijnt zijn eerste album “Levensdroom”, drie jaar later de cd “Iedereen heeft iemand nodig”. Vanaf januari 1991 start Gunther op Kanaal 2 met de presentatie van “Super 50″, acht jaar later stopt hij daarmee. In 1995 is Gunther te zien in de VTM-familieserie “Wat nu weer?” en dat tot en met 1998. De eenendertigste augustus 1996 staat hij op zes in de Vlaamse Top Tien met Zonder woorden, een cover van You van de groep Scooter. Van 1998 tot 1999 acteert Gunther in de razend populaire Nederlandse soap “Goede tijden, slechte tijden”. Dat jaar, in 1999, verschijnt hij in de rol van Peter Van den Bossche in de succesvolle soap “Familie”. Het theater is hem ook niet vreemd. Zo speelt hij met glans in theater “Het Klokhuis”, bij het gezelschap “Les Flamands” en bij het “Echt Antwaarps Teater”. Vlak voor Gunther in 2003 met De Romeo’s begon, maakte hij nog deel uit van de groep The Funny Walkin’ Texas Rangers. Privé even dit: met actrice Silvia Claes heeft Gunther een zoon, Tommie. Zij gingen in de maand februari van 2009 uit elkaar. De vijftiende april 2016 trouwde Gunther op het stadhuis van Izegem met Charlotte Nollet. Samen kregen zij in 2012 zoon Otis en in 2014 dochter Bo.

Om de geboorte van De Romeo’s te schetsen, moeten we terug naar 2003. Davy Gilles zong toen in de cast van de musical “Romeo & Julia”. Uit die musical heeft hij samen met zijn musicalcollega’s Dieter Verhaegen en Mark Tijsmans de song De Koningen op single uitgebracht en die staat in de maand september van 2003 op één in de Vlaamse Top Tien. Dat brengt Davy op de idee een Vlaamse boyband op te richten, maar noch Mark, noch Dieter is daarvoor te vinden. Davy vindt wel gehoor bij een andere zanger uit de musical, Chris Van Tongelen. “Ik hoefde daar niet lang over na te denken, over dat voorstel“, aldus Chris. “Ik was meteen voor die idee te vinden, temeer omdat ik Davy goed kende van ‘Familie’. Tot dan toe was ik meer met het serieuze werk bezig geweest: optreden in musicals, waar ik ook nog eens tijdens het zingen moest acteren en dansen. Deze zijstap naar een andere manier van zingen en optreden leek me wel een leuke uitdaging.” Nu moeten ze nog op zoek naar een derde zanger. Ze denken heel even aan Jan Schepens, maar de vraag wordt aan hem nooit gesteld. Dan schiet hun plots de naam van Gunther Levi te binnen, die ze beiden kennen van de VTM-set “Familie”. Tijdens de opnamen in Studio Amusement, waar “Familie” wordt ingeblikt, wordt aan Gunther het opzet uitgelegd. Hij vraagt even bedenktijd, maar hapt uiteindelijk toch toe. “Ik had er al een behoorlijk succesvolle zangcarrière op zitten en ik had van dat zingen op dat moment een beetje mijn buik vol. Gelukkig kwam VTM snel op de proppen met het voorstel om tijdens hun Zomertour als voorprogramma op te treden, en dat leek me dan wél wat. In zo’n twee maanden een twintigtal optredens afwerken moest kunnen. En het lukte, het smaakte uiteindelijk naar meer.” Op die zomertour komen we zo meteen terug, maar er moest eerst nog een naam bedacht worden voor de groep. Er wordt eerst wat speels aan De Freddy’s gedacht, maar omdat er een duidelijke link is met de musical waarin ze spelen, kiezen ze gezamenlijk voor de groepsnaam De Romeo’s. Vlaanderen is een trio rijker.

VTM wil tijdens de zomer van 2003 enkele finalisten van “Idool 2003″, Natalia, Peter Evrard, Wim Soutaer en Brahim Attaeb, aan het publiek voorstellen. Zij vragen aan De Romeo’s of ze tijdens die tour het voorprogramma willen verzorgen. De heren zeggen meteen ja. “Het was natuurlijk voor ons in het begin een beetje zoeken en aftasten“, aldus De Romeo’s. “We gingen dringend op zoek naar een repertoire dat zich hoofdzakelijk beperkte tot medleys. Zo zongen we een foute medley, een hardrockmedley enzovoort. We voelden ook wel dat we iets te weinig in het Nederlands zongen en dat bleek na een tijdje een handicap te zijn, want we misten een ziel, een identiteit waarmee we het publiek echt naar ons toe konden trekken. We klonken eerder als een veredelde covergroep.” Chris voegt daaraan toe: “Qua repertoire hadden we dit voordeel dat Gunther en ik voordien bij de VTM-Soapband hadden gezongen, met daarin ook onder meer Dieter Troubleyn, Geena Lisa, Chadia Cambie en Jeroen Maes. We kenden het klappen van die zweep en hadden op die manier al een repertoire voorhanden met daarin diverse medleys.” Het voordeel bij hun repertoirekeuze was de mix binnen het trio: de voorliefde van Davy voor populaire meezingers, Gunther heeft het meer voor rocksongs en Chris durft al eens een nummer uit een of andere musical voor te stellen. Een melange dus, een mix, die bij het grote publiek wel aanslaat. Een pluspunt was ook dat zij zich door hun deelname aan die zomertour stilaan in de kijker wisten te zingen. Dat levert hun dat jaar zo’n tachtig optredens in Vlaanderen op. Natuurlijk profiteerden Davy, Gunther en Chris van hun optreden in de soap “Familie”. Elke dag in de Vlaamse huiskamers over de vloer komen, mag je niet onderschatten en dat speelde ook een grote rol in hun succes als zingende Romeo’s. Op zoek naar een geschikte manager komen ze op dat moment terecht bij Valère Pieraerts, toenmalig manager in ons land van onder meer Clouseau en Rob de Nijs. Hij tast voorzichtig af en gaat een paar keer langs tijdens enkele optredens. Valère is niet zo tevreden met wat hij ziet. “Ik kon in het begin mijn ogen niet geloven. Ik zag daar drie heren die zich als romeo’s wilden presenteren, uitgedost in gewone jeans. Dat levert weinig glitter en glamour op. Bij Davy vond ik meteen gehoor om daar iets aan te veranderen, ook vrij snel bij Chris, maar Gunther vond gepaste kleding niet zo belangrijk. Die kende ik voordien al als een wat nonchalante jongen. Ik bleef er echter op hameren dat de outfit bijna net zo belangrijk is als het repertoire dat je brengt. Ik grapte dat zo’n zeventig procent van hun publiek beter oogde dan zijzelf.” Davy is die opmerkingen van Valère na een tijdje beu en kan op zijn collega’s inpraten. Het tij keert en zij letten er voortaan op dat ze steeds spic en span het podium opstappen, wat zich na al die jaren in een zeer rijkelijke garderobe vertaald heeft.

Van bij de start in 2003 dachten De Romeo’s dat hun geen lang leven beschoren was. Maar aan die VTM-tour werd een vervolg gebreid en vier zomers later staan ze nog steeds uit volle borst te kwelen. De boekingen blijven binnenstromen. Ook het bedrijfsleven heeft hen ontdekt en boekt hen met graagte voor zijn personeelsfeesten. Kwatongen beweren echter dat ze niet anders kunnen omdat ze als acteurs niet kunnen overleven. In hun boek “In het spoor van De Romeo’s”, dat eind 2016 verschijnt bij uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts, vertelt Chris daarover aan auteur Bart Aerts: “In het begin waren we de acteurs van ‘Familie’ in een pakske die ook gingen zingen. Terwijl we lang voor ‘Familie’ al zangers waren. Dat weten de mensen meestal niet. Dat vooroordeel heeft een jaar of vijf geduurd. Na al die jaren zijn we eindelijk niet meer onze personages Bart, Peter en Rikske van ‘Familie’, maar wel degelijk Chris, Gunther en Davy. Dat is plezant. We zijn blijven gaan en dat heeft geloond.”

Na een tijdje wordt er beslist eindelijk een plaat uit te brengen, de fans en de organisatoren smeken er immers om. De zevende augustus 2004 staan De Romeo’s bescheiden op zes in de Vlaamse Top Tien met de single Strand, gekoppeld aan Nooit te laat. Deze single wordt uitgebracht op het Make My Day-label, verdeeld door Reli. Met dit nummer zijn ze een paar keer welgekomen gasten in “Tien om te Zien”. “Over deze release hebben we niet lang genoeg nagedacht. Achteraf gezien vinden we het geen typische Romeo-song en is het geen nummer geworden om over naar huis te schrijven. Het klinkt voor ons doen ook iets té poppy en de keuze en het resultaat was zeker geen schot in de roos. Maar we hebben er veel uit geleerd“, aldus de volmondige Romeo’s. Een jaar later is het de beurt aan de single Vandaag, maar deze keer zonder brokken te maken in de Vlaamse hitlijsten. Eind 2006 wordt het album “Non Stop Party” in de markt gezet. Voor de opnamen trekken de heren naar de Tamara King Studio in Heist-op-den-Berg. Producer van dienst is Marc Cortens met naast hem technicus Guy Maes. Er worden een rist medleys ingeblikt, waaronder Studio 54 Medley, Salsa Medley, Disco Hit Mix en De Foute Medley. De derde februari 2007 noteren we de cd op de zevenentwintigste plaats in de Ultratop Album 200.

In 2008 duiken De Romeo’s voor de eerste maal op tijdens het Schlagerfestival in de Ethias Arena in Hasselt. Zij mogen hier hun kunnen etaleren tijdens een wervelende show samen met onder anderen Eddy Wally, Corry Konings, Bart Van den Bossche, John Terra en Frans Bauer. Een special met hoogtepunten uit dit gebeuren wordt op zondag de twintigste april 2008 uitgezonden op VTM, in een presentatie van Anne De Baetzelier. In de zomer van 2008 is er de dubbelaar “The party goes on”, de tweede augustus op de dertigste plaats gespot in de Ultratop Album 200. Op dit album weer een rist medleys zoals Car Wash Medley, Faith Medley, Shout Medley, YMCA Medley. “We voelden meteen aan dat dit onze biotoop was en zou blijven. Het publiek dat daar naar ons voor de eerste keer kwam kijken, was een soort gemene deler van onze fans. Die mensen genoten van de eerste tot de laatste noot. Samen met onze collega’s dat podium delen, was een lieve lust. Het is sowieso een evenement waar we als De Romeo’s elk jaar naar uitzien en naartoe leven.”

In 2009 staat het Schlagerfestival sowieso met vette letters in de concertagenda van De Romeo’s genoteerd en de organisatoren kijken er, blijkens deze promotekst, reikhalzend naar uit: “Op 3, 4 en 5 april maakt Hasselt zich op voor een nieuwe editie van het Schlagerfestival. Voor de vierde keer op rij wordt in de Ethias Arena de hoogmis van de ambiance gevierd. Met Yves Segers, Erik en Sanne, Lindsay, Luc Steeno, Willy Sommers, Jan Keizer, Christoff, Laura Lynn én Will Tura wordt deze editie ongetwijfeld een van de sterkste uit de al imposante reeks. Het festival groeit jaar na jaar, en steeds meer mensen vinden de weg naar de Ethias Arena. En alsof dat nog niet genoeg is, voegt VTM aan de line-up nog een trekpleister toe. Nadat ze vorig jaar het tweede deel origineel vanuit de zaal openden, zijn De Romeo’s terug. Ze zullen dit jaar niet alleen zingen op het Schlagerfestival, ze gaan het – op hun persoonlijke manier – ook presenteren. En dat dat voor vuurwerk zal zorgen, is nu al zeker!

Zaterdag de eenentwintigste november 2009 heeft in de Ethias Arena de eerste editie van Het Zingpaleis plaats, waarmee De Romeo’s geschiedenis zullen schrijven, al weten ze dat dan nog niet en is het voor allen afwachten geblazen. Chris herinnert zich nog het volgende: “We liepen al een hele tijd rond met de idee iets groots te doen. Het was Linda Manet, toenmalig commercieel directeur van de Grenslandhallen in Hasselt, die ons toen linkte aan Kris Bloemen, een crack op het gebied van grootse evenementen aan- en in te pakken, en samen met hem hebben we die idee kunnen uitwerken. Sindsdien opereren we onafscheidelijk en hoort Kris als een soort vierde lid bij de groep.” In de persmap lezen we over deze eerste editie: “Er zal luidkeels meegezongen worden tijdens het grootste indoor meezingfeest van Vlaanderen. Ingrediënten voor deze absolute feestavond zijn om te beginnen een uitstekende liveband onder begeleiding van de gastheren Chris Van Tongelen, Davy Gilles en Gunther Levi ofwel De Romeo’s, die uiteraard het beste van zichzelf zullen geven. Tijdens de twee uur durende show zullen de grootste hits uit de sixties, seventies, eighties en nineties aan bod komen. Het is uiteraard toegestaan om mee te zingen, ook tijdens de optredens van onder anderen Peter Koelewijn, Sister Sledge, George Baker Selection en Jimmy Somerville. Hoogtepunt wordt ongetwijfeld het optreden van X-Session. Na zeven jaar rust en stilte komen Gene en Gina terug samen met X-Session en zijn ze de absolute headliner tijdens deze eerste editie van Het Zingpaleis.” Van deze eerste editie worden uiteraard opnamen gemaakt, je weet nooit waar die goed voor zijn. Waar hebben de heren de mosterd vandaan gehaald? In Nederland hadden De Toppers inmiddels bewezen dat je met een dergelijke formule het publiek alle hoeken van de zaal kan laten zien. Daarmee waren Gordon, René Froger en Gerard Joling in 2005 als grap begonnen, maar deze grap groeide intussen uit tot de langstlopende concertreeks in Nederland. Maar hier nijpt het schoentje een beetje, aldus Chris Van Tongelen. “Haast iedereen, ook De Toppers zelf die ons op zekere dag op de vingers wilden tikken dat we hen klakkeloos kopieerden, zijn vergeten dat wij met onze formule in 2003 al van start waren gegaan en de vraag dus moet worden omgekeerd. De Toppers hadden in de loop van de nillies aan ons een schoolvoorbeeld hoe je zo’n event voor de grote massa in elkaar moet boksen. Er is wel dit verschil dat De Toppers maar een aantal keren per jaar optreden en dat wij haast weekend na weekend in Vlaanderen een podium trotseren.” Om De Romeo’s die eenentwintigste november in het oog springend uit te dossen, mag Nicky Vankets de kleding ontwerpen.

Naast Koos Alberts, Paul Severs, Vader Abraham, The Sunsets en Sergio, staan De Romeo’s in het voorjaar van 2010, hoe kan het ook anders, hondstrouw op de affiche van het Schlagerfestival in Hasselt. Dat najaar heeft op zaterdag de zevenentwintigste november de tweede editie van Het Zingpaleis plaats. Davy wou daar toen aan de media dit over kwijt: “We liepen al méér dan een jaar met de idee van die formule rond. Vorig jaar hebben we een voorzichtige start genomen, dit jaar durven we al wat meer. We waren dan ook dringend op zoek naar een degelijke single om deze editie aan te zwengelen. Onze keuze viel op Jij altijd jij, een vertaling van de Anita Meyer-klassieker Why tell me why. Het is een meerstemmig nummer waarmee we live veel kanten uit kunnen. Het heeft ook een enorm meezinggehalte en we hebben geprobeerd er een beetje onze stempel op te zetten.” Ondanks al dat positieve, komen we de single nadien in de hitlijsten nergens tegen. Het evenement zelf is een schot in de roos met op de affiche onder meer Johnny Logan, Sandra Kim, VOF de Kunst, The Gibson Brothers en Plastic Bertrand. Toegegeven, met deze namen ligt het Eurovisiesongfestival binnen handbereik. Die avond staat er sowieso een Eurosongmedley op het programma en brult de hele zaal mee met Plastic Bertrands Ça plane pour moi en The Gibsons’ Que sera mi vida. De Romeo’s laten vooraf in extremis nog weten dat ze wat extra geld in een grotere band hebben gestopt. Er wordt die avond luider geblazen en op de bühne door een aantal dames verleidelijk gedanst.

2011 wordt feestelijk en fuivend ingezet met de single Naar de kermis, de negentiende februari goed voor een eerste plaats in de Vlaamse Top Tien. Voorop horen we de stem van Laura Lynn, die De Romeo’s voor dat nummer had uitgenodigd op haar cd “Eindeloos”. In de ArtSound Studio nemen de drie heren dat jaar hun album “In ‘t Wit” op. Producer van dienst is Jean-Pierre Kerkhofs. Gemusiceerd wordt er door Wietse Meys, Jo Hermans, Peter Delannoye, Claudia Boumans, Martin Hoffman, Luis Andrade, Ann Baeten, Dominique Swerts, Paul Vermeulen en als backingvocalisten Dany Caen en Mieke Aerts. Die mogen zich uitleven in liedjes als Geef je hart en ziel aan mij vannacht en de oppeppende Feestmedley. In het bijbehorende boekje willen Gunther, Chris en Davy dit lozen: “Eindelijk een Nederlandstalige cd. Wie had dat ooit gedacht? Maar wat zijn we blij!” Dat Nederlandstalige kwam er niet zomaar, daar was vooraf grondig over gepalaverd en nagedacht. Ze hebben in de muzikale bijsluiter ook een apart woordje over voor hun partners: “Dank dank dank voor jullie vertrouwen! Dagen, nachten niet thuis en steeds zijn ze er voor ons. Dank u. En voor onze schatten van kinderen hebben we gewoon een liedje gemaakt.” Uithuizig zijn ze ook de eerste, tweede en derde april 2011 wanneer ze nog maar eens de affiche van het Schlagerfestival in Hasselt mogen sieren, deze keer samen met Danny Fabry, Luc Steeno, Sam Gooris, Christoff, Jan Smit, Laura Lynn, Lindsay, The Sunsets, Joe Hardy en Willeke Alberti. De Schlagerfestival All Stars brengen met een medley een eerbetoon aan Eddy Wally, die was aangekondigd voor deze editie, maar door een hersenbloeding niet aanwezig kon zijn.

De eenentwintigste mei 2011 staat het album “In ‘t Wit” op acht in de Ultratop Album 200. Qua verkoop wordt de gouden status bereikt. Wij met ons twee, Viva De Romeo’s en Hé Marjan komen op single terecht. Viva De Romeo’s prijkt de zestiende juli op één in de Radio 2 Vlaamse Top Tien. Bij dat nummer hoort wel een apart verhaal, want Chris en Gunther zagen dat nummer eerst niet zitten. Ze vonden het té carnavalesk. Dat klopt ook voor een deel, want origineel is het een Duits carnavalsnummer van de groep Höhner, die het in 2003 als Viva Colonia op de markt bracht. In Nederland vertaald als Viva Hollandia, waarmee Wolter Kroes in 2008 bij onze noorderburen een nummer één scoorde. Het feit ook dat Davy al een hele tijd er bij zijn collega’s op aandrong in het Nederlands te zingen, was niet in goede aarde gevallen. Maar de aanhouder wint, ook in dit geval. Het is Erik Goris die de Nederlandse tekst schrijft bij Viva Colonia en die maakt er een beetje ijdeltuiterig Viva De Romeo’s van. Tijdens hun liveoptredens moet Davy zijn vrienden gelijk geven, want een partystopper wordt het nummer aanvankelijk niet. Pas wanneer zij het op oudejaarsavond op televisie zingen, wordt het een regelrechte klassieker en moeten ze het nummer sindsdien tijdens elk optreden minstens één keer uit hun muzikale hoed toveren. Davy voegt er nog aan toe: “Ik ben blij dat ik Gunther en Chris heb kunnen overtuigen dit op te nemen, want dat nummer is stap voor stap een eigen leven gaan leiden. Het is en blijft onze grootste hit tot nu toe. Opvallend genoeg echter zonder de echte steun van de radio. We traden zoveel op dat het ging leven bij ons publiek. En de titel heeft onze naambekendheid alleen maar groter gemaakt.”

Het album “In ‘t Wit” wordt uiteindelijk met goud bekroond. Zaterdag de tiende december 2011 palmen De Romeo’s de Ethias Arena in Hasselt nog eens in met Het Zingpaleis, gepromoot als een groots meezingfeest. In hun kielzog brengen De Romeo’s die avond een rist artiesten mee, onder wie kleppers als Lou Bega, Drukwerk en Umberto Tozzi. Om de fans alvast in de juiste stemming te brengen is er het dubbelalbum “De Romeo’s Live – Het Zingpaleis”. Dit album bevat opnamen die de eenentwintigste november 2009 in de Ethias Arena van Hasselt werden gemaakt tijdens de eerste editie met als tracks onder meer Footloose, Daddy Cool Medley, Celebration Medley en Les lacs du Connemara. In 2012 lezen we in een interview met de vrouwen, de julia’s dus, van De Romeo’s in De Zondag dat de weg naar de top voor hun mannen geen sinecure was. Sasha: “Het is heel erg dat onze mannen zo lang niet serieus zijn genomen. Misschien hebben de mensen lang gedacht: och, die acteurtjes uit ‘Familie’ gaan ook eens zingen. Terwijl het net andersom is: het zijn drie straffe zangers die toevallig ook acteren. Ze hebben altijd kwaliteit gebracht, geen amateuristisch gepruts. Daarom ben ik blij dat ze eindelijk krijgen wat ze verdienen.” Charlotte: “Gunther zat al heel lang in het vak toen ik hem leerde kennen. Ik sta zelf niet graag in de kijker. Hoe meer ik eruit kan blijven, hoe beter. Voor mij was het wennen dat je overal wordt aangesproken en aangestaard. Dat mensen het respect niet hebben om je met rust te laten wanneer je op restaurant aan het eten bent, kan er bij mij niet in.” Wennen dus aan al die heisa. Brigitte probeert goed om te springen met de vrouwelijke belangstelling die haar man Chris geniet: “De meeste vrouwelijke fans zullen wel meer willen, maar de keuze is aan Chris. Ik vertrouw hem. We zijn al zo lang samen, hebben vier kinderen. Zoiets zet je niet zomaar op het spel. Bovendien: als zoveel vrouwen zich aanbieden, is dat op den duur niet meer aantrekkelijk voor een man. Overkill, weet je wel.” In koor wensen de dames hun mannen alle succes toe: “We hopen dat ze er plezier in blijven hebben, dat is het belangrijkste. Ze zitten nu op een hoogtepunt. We zijn benieuwd waar ze over een jaar of vijf zullen staan. Eén ding weten we zeker, ze gaan ermee door tot ze erbij neervallen. Zoals we hen kennen, is het voor het leven.” Maar al die inzet loont de moeite, want de zevende april 2012 staan De Romeo’s op één in de Radio 2 Vlaamse Top Tien met We gaan weer feesten, een cover van Is this the way to Amarillo van Tony Christie en oorspronkelijk geschreven door Neil Sedaka. Hoe kan het anders, ook in 2012 sieren De Romeo’s de affiche van het Schlagerfestival in Hasselt. Uit de persmap onthouden we: “Naast Frans Bauer, Willy Sommers, Dana Winner, Bart Kaëll, Jo Vally, Frans Duijts, Roxeanne & André Jr. Hazes, Sam Gooris, Christoff en De Romeo’s worden drie bijzonder aparte artiesten uitgenodigd om mee te komen feesten op het podium: Get Ready!, actrice Jacky Lafon en muziekicoon Samantha. Zij maken voor het eerst hun opwachting op het Schlagerfestival.” Top of the bill die avond is Frans Bauer. Er is ook het album “Viva De Romeo’s”. Elf liedjes met naast de titelsong zelfgeschreven nummers als Ga met me mee, Marjan en Vlaanderen feest. Een feestelijke meezinger en meestamper is sowieso Viva de cyclocross.

In 2012 worden De Romeo’s tijdens de uitreiking van de Anne Awards in de Capitole in Gent door Christoff gekroond tot “Beste Groep”. De elfde augustus noteren we De Romeo’s op één in de Radio 2 Vlaamse Top Tien, en dat met Zingen, lachen, dansen, dat ze opnamen met Jan Smit voor diens album “Vrienden”. De zeventiende augustus 2012 zetten De Romeo’s de feestelijke kers op de muzikale taart. In De Rotonde in Westende ontvangen ze de trofee “Zomerhit” van Radio 2 voor hun nummer Vlaanderen feest, geschreven door Chris, Davy en Gunther samen met Paul Vermeulen. Zij gaan ook aan de haal met de trofee “Beste Ambiance”. Met dat nummer stonden ze de zevende juli op twee in de Radio 2 Top Tien. Voornoemde hits zijn ook terug te vinden op het album “Feesten in stijl”. De productie is in handen van Jean-Pierre Kerkhofs en opgenomen werd er in de ArtSound Studio, die ze hun tweede thuis noemen. In het bijbehorende boekje lezen we: “Een tweede Nederlandstalige cd, zo snel na de eerste, wie had dat ooit gedacht. Daarom graag nog een bedankje aan onze vaste bende waar we nu toch al enige jaren mee op pad zijn en dat tien zomers lang.” In het totaal sieren twaalf nummers deze cd. De zestiende juni noteren we dit album op de vierde plaats in de Ultratop Album 200. Uit deze cd verschijnt Ondersteboven nog op single, waarmee De Romeo’s de eerste december 2012 op vier in de Radio 2 Vlaamse Top Tien staan. Zij schreven dit samen met Jo Hermans en Wietse Meys. In die Vlaamse Top Tien stonden ze de elfde augustus trouwens nog op één met Zingen, lachen, dansen, een nummer dat zij met Jan Smit opnamen, die dit liedje samen met De Romeo’s én met Paul Vermeulen schreef. Om 2012 in schoonheid en in opperste feeststemming af te ronden staat er op zaterdag de achtste december nog Het Zingpaleis op het getouw. Het publiek lokken ze met de volgende promo: “De Romeo’s hebben Jan Smit kunnen strikken voor de vierde editie van Het Zingpaleis, het grootste ambiancefeest van het jaar, dat op 8 december doorgaat in de Ethias Arena in Hasselt. Tijdens het jubileumconcert 15 Jaar Jan Smit nodigden De Romeo’s de populaire zanger uit voor Het Zingpaleis. Ook De Beste Zangeres Van Nederland Glennis Grace en ambiancemaker Willy Sommers zullen van de partij zijn.” Als aanloop is er de negentiende oktober op het Vlaamse Sterren-label de release van “Live in Het Zingpaleis”. We noteren daarop Reach Out Medley, Disco Medley, 80′s Medley, Hé Marjan enzovoort. Tijdens de uitreiking van de Music Industry Awards, de MIA’S, in de maand december, winnen De Romeo’s de prijs in de categorie “Vlaams Populair”.

De vijftiende januari 2013 zijn De Romeo’s in de Capitole in Gent opnieuw te gast tijdens de uitreiking van de Anne Awards. De felbegeerde Anne Award gaat naar hen voor het nummer Zingen, lachen, dansen, hun eerder vernoemde duet met Jan Smit. De achtste mei 2013 lezen we in Het Laatste Nieuws dat De Romeo’s, Vlaanderens populairste ambiancegroep, een lid rijker is en dat vanaf volgend jaar Willy Sommers deel zal uitmaken van het swingende mannenclubje. Niet als gast, maar als volwaardig lid van de band. Dat is toch de bedoeling“, aldus Sommers. We gaan samen een nummer opnemen en trekken dan door Vlaanderen met een twee uur durende liveshow. De Romeo’s ontvangen de zilvervos met open armen. Willy is altijd al de opper-Romeo van Vlaanderen geweest. Eerder deelden ze reeds de planken tijdens Het Zingpaleis, maar eigenlijk ontstond het verrassende plan veel vroeger. Op een dag speelden we allebei in het concertgebouw van Brugge“, aldus Willy. We hebben er toen samen I can’t get no satisfaction van The Stones gebracht en dat viel heel goed mee. Sindsdien zagen we elkaar regelmatig en is er ook een band gegroeid. De Romeo’s mogen dan wel jonger zijn, we delen dezelfde humor en kunnen het heel goed met elkaar vinden.” De fans worden tijdens het voorjaar nog maar eens naar het Schlagerfestival in Hasselt gelokt met de volgende promo: “Vlaanderen houdt van het sympathieke trio en hun populariteit kende de voorbije maanden geen grenzen. In de zomer wonnen ze nog de prestigieuze ‘Radio 2 Zomerhit’ voor Vlaanderen feest en ze kregen ook een prijs in de categorie ‘Ambiance’. Stilzitten is tijdens een optreden van De Romeo’s uitgesloten en zoals altijd pakken ze tijdens het Schlagerfestival uit met een repertoire dat alleen maar bestaat uit ambianceliedjes die iedereen moeiteloos kan meezingen.” Op 22, 23, 29, 30 en 31 maart 2013 is het publiek van harte welkom en kan het als extraatje meegenieten van de internationale sterren Lee Towers en Gérard Lenorman.

Tijdens “Zomerhit” van Radio 2 worden De Romeo’s genomineerd voor Houden van elkaar, geschreven door Paul Vermeulen samen met Chris, Davy en Gunther. De zesde juli 2013 staan ze ermee op twee in de Vlaamse Top Tien. Ozark Henry en Amaryllis Uitterlinden winnen die avond de trofee “Zomerhit” voor hun single I’m your sacrifice. Zaterdag de dertigste november 2013 pakken De Romeo’s uit met de vijfde editie van Het Zingpaleis. Met hen aan het roer, naast kleppers als Luc Steeno, Rob de Nijs en Christoff, zijn alle ingrediënten aanwezig voor het grootste meezingfeest. Het wordt volgens hen het grootste ambiancefeest van het jaar en tevens een knallende feesteditie, want niet alleen wordt het de vijfde editie van Het Zingpaleis, tegelijk wordt “10 Jaar De Romeo’s” gevierd. Die tien jaar worden extra in de kijker gezet met de dubbel-cd “De Romeo’s 10″. Op de binnenhoes lezen we: We schrijven 2003… Zullen we samen nog eens iets doen, zijn de eerste woorden. 10 jaar later, 10 jaar Romeo’s! We willen dit dubbelalbum opdragen aan iedereen die ons in de voorbije jaren gevolgd, gesteund en geholpen heeft. Familie, vrienden, onze vaste crew, muzikanten en fans. Bedankt voor alles!” We noteren in het totaal twintig liedjes, zoals steeds opgenomen in de ArtSound Studio onder toezicht van producer Jean-Pierre Kerkhofs. Dit album blijkt meteen een voltreffer te zijn, want de zesde juli staan ze ermee op de tweede plaats genoteerd in de Ultratop Album 200. Uit dit album wordt Dans de sirtaki gelicht, een single die we de eenendertigste augustus 2013 op één aantreffen in de Radio 2 Vlaamse Top Tien. De Romeo’s penden dit samen met Jo Hermans en Wietse Meys bij elkaar. Met Paul Vermeulen schreven ze Droog nu je tranen, de veertiende december van dat jaar goed voor opnieuw een nummer één in de Radio 2 Vlaamse Top Tien. Nog even vermelden dat De Romeo’s in 2013 genomineerd werden in de categorie “Vlaams Populair”, maar deze keer ging Christoff met de eer en de prijs lopen, wat hij in 2014, 2015 en 2016 nog eens overdeed.

Eind 2013 rommelt het een beetje in de Romeo’s-rangen. Her en der vangen we op dat Gunther Levi het kamp wil verlaten. In Dag Allemaal legt hij even uit dat dat niets te maken heeft met het feit dat hij af en toe graag een pintje drinkt. De andere twee Romeo’s Davy en Chris willen namelijk na Vlaanderen ook Nederland veroveren en dat zag Gunther aanvankelijk niet zitten. “Mijn agenda is een complexe puzzel en was het afgelopen jaar méér dan goedgevuld. Dat stoorde me, en ik zag werkelijk niet hoe ik daar ook nog eens een Nederlands verhaal bij zou kunnen nemen zonder mijn gezin danig te verwaarlozen.” Tijdens onze babbel laat Gunther weten dat dit in de pers werd aangedikt en dat hij zich toen hier en daar in de media probeerde te verdedigen, maar dat het niet zo’n vaart liep.

In 2014 is het zover. De Romeo’s worden aan het talent van Willy Sommers gekoppeld. De veertiende februari gaan ze officieel van start in het Casino van Oostende. Die dag lanceren ze ook de single Jij bent zo mooi, die Willy samen met De Romeo’s en Paul Vermeulen schreef, de tweeëntwintigste van die maand goed voor een notering boven aan de Radio 2 Vlaamse Top Tien. Willy zal dit nummer samen met De Romeo’s ook zingen tijdens het Schlagerfestival op 28, 29 en 30 maart en op 4 en 5 april 2016 in de Ethias Arena van Hasselt. In hun persmap lezen we daarover: “De affiche is ook nu weer zorgvuldig samengesteld en bestaat uit een mooie muzikale mix. Met Willy Sommers, Lindsay, Christoff, De Romeo’s en Bart Kaëll werden gevestigde waarden gestrikt, die al meermaals bewezen hebben dat ze hier thuishoren. Dennie Christian is er voor de vierde keer bij. Voor Nicole & Hugo is het hun tweede keer. Naast de gevestigde namen trakteren de organisatoren het publiek op bekende artiesten die voor het eerst op het Schlagerfestivalpodium zullen staan. In het kader van de verruimingsoperatie die vorig jaar werd ingezet, is voor de nieuwe editie de Nederlandse rocker Peter Koelewijn aangetrokken. Ook Kristel, Josje en Karen van K3 zijn van de partij. Hun liedjes zullen op het Schlagerfestival door jong en oud meegezongen worden, dat staat vast.” En alsof het niet op kan, krijgen De Romeo’s en Willy Sommers in de loop van de maand november tijdens het Gala van het Vlaamse Lied, georganiseerd door VLAPO en MENT TV in een presentatie van Johan Verstreken, de “Loftrompet” voor Jij bent zo mooi.

In 2014 is er géén groots optreden in de Ethias Arena in Hasselt voorzien, maar pakken De Romeo’s op zaterdag de eenendertigste oktober in de Lotto Arena in Antwerpen uit met Het Feestival van De Romeo’s. Davy Gilles: “Uiteraard spelen we ook onze zelfgeschreven Nederlandstalige nummers. Maar je hoeft niet per definitie fan van De Romeo’s te zijn om je op Het Feestival te amuseren.” Gunther Levi: “Absoluut waar! Wij willen onszelf uitdagen om een hele avond muziek en entertainment van de bovenste plank te brengen. En dat geldt ook voor de andere artiesten die op Het Feestival zullen staan.” Speciaal voor deze editie nemen ze een nummer op dat samen met het weekblad Story wordt aangeboden. Elke lezer krijgt de kans om met een unieke downloadcode Feestival van De Romeo’s gratis te downloaden. “Muziek verbindt mensen met elkaar en wanneer je samen zingt ontstaat er iets bijzonders. Vanuit die gedachte hebben we de themasingle Welkom op ons Feestival gemaakt. Een positief nummer waarmee we iedereen ook echt willen uitnodigen om op 31 oktober naar de eerste editie van Het Feestival van De Romeo’s te komen. Het lijkt ons gewoon heel tof om straks met z’n allen dat nummer samen te zingen“, aldus Chris Van Tongelen. Feestival is een cover van A Brand New Day van Diana Ross en Michael Jackson.

27, 28 en 29 maart en 3 en 4 april 2015 staan De Romeo’s nog maar eens te glunderen op het podium van het Schlagerfestival in Hasselt. Mogen mee in de spots genieten: Tom Waes, Laura Lynn, The Lynn Sisters, Sam Gooris, Matthias Lens, Yves Segers, Willy Sommers, Luc Steeno, Sandra Kim en Christoff. De presentatie is voor rekening van Gene Thomas. De veertiende maart 2015 noteren we de release van het album “Op Stap”, twaalf nieuwe liedjes gearrangeerd door Wietse Meys in een productie van Edwin De Groot met vooraf de lancering van hun volgende nummer één Deze is voor Julia, getekend Jan Smit. Dat nummer stond de achtentwintigste juni 2014 al op één in de Radio 2 Vlaamse Top Tien. Ze werden dat jaar ook met die single genomineerd voor de trofee “Zomerhit” van Radio 2. Voor dit album levert Miguel Wiels, bekend van de vele songs die hij voor K3 schrijft, het nummer Catharina, dat hij samen met Kurt Burgelman en Raymond Felix schreef. Het bijbehorende boekje wordt opgevrolijkt met foto’s van hun Amerikareis en met de tekst: “In vijf jaar vier fantastische Nederlandstalige albums kunnen maken, wie had dat ooit durven te dromen? En nog nooit zijn we zo op stap geweest als voor dit album. Een Nederlandse producer, nummers geschreven in Frankrijk en onze tv-special ‘Romeo Drive’ gemaakt in de Verenigde Staten. En daar stopt het dit jaar niet bij… Er zullen nog meer op-stap-avonturen komen!” Uit dit album wordt ook Wat ze doet op single uitgebracht, een nummer dat we de zevende maart 2015 op vijf in de Vlaamse Top Vijftig en de achtentwintigste maart op negen in de Radio 2 Top Dertig terugvinden. Het album zelf wordt de eenentwintigste maart in de Ultratop Album 200 met een vijfde plaats gehonoreerd. Tijdens het Gala van het Vlaamse Lied, georganiseerd door MENT TV, wordt de vijftiende december in het Plopsa Theater in De Panne dit album gelauwerd met een “Loftrompet”.

In de loop van de maand oktober lezen we nog maar eens in Het Laatste Nieuws dat het voor Gunther niet makkelijk is zijn agenda op orde te krijgen. Dat onderwerp blijkt voor de media een stokpaardje te zijn. Het is en blijft voor Gunther puzzelen om al zijn drukke bezigheden op elkaar af te stemmen. Hij speelt ook nog eens mee in de populaire soap “Familie”. Samen met het vaderschap zorgt dat voor vermoeiende dagen. Chris Van Tongelen stapte vanwege zijn drukke agenda daarom al eerder uit “Familie”. “Het voelt aan alsof ik nog de enige sukkelaar ben die er nog een job naast moet doen“, lacht Gunther. “Maar ik heb geen keuze, anders kan ik mijn kinderen geen eten geven (glimlach)… Het valt nog net te combineren. Maar met twee fulltimejobs en drie kinderen begint dat wel zwaar door te wegen. Hoe ouder ik word, hoe harder mijn botten kraken.”

Zaterdag de vierentwintigste oktober 2015 heeft in de Ethias Arena van Hasselt de zesde editie plaats van Het Zingpaleis. De Romeo’s roepen deze keer iedereen op om volledig in het wit te komen. Witte kleding en witte feestattributen voorzien dus, maar vooral de stembanden smeren en de spieren opwarmen, voor een avond zingen, brullen en dansen. Er wordt niet alleen door De Romeo’s gezongen, maar ook door Natalia en Paul Severs. Het Zingpaleis wordt naar goede gewoonte trouwens voorafgegaan door de uitreiking van de Story Awards. De single Wind in de haren bereikt een beetje onverwachts de Radio 2 Top Dertig. Daar staan De Romeo’s de derde oktober op de achttiende plaats. De twaalfde september hadden ze met dat nummer al op acht in de Radio 2 Vlaamse Top Vijftig gestaan.

De twintigste november 2015 lezen we in Het Belang van Limburg dat Chris van plan zou zijn uit De Romeo’s te stappen. Van Tongelen is vaak in Los Angeles, waar zijn stiefzoon Ian Thomas aan zijn doorbraak werkt, en de combinatie met zijn activiteiten bij De Romeo’s is moeilijk haalbaar. Daarom zou hij overwegen een punt achter zijn tijd bij De Romeo’s te zetten. Eerder stapte hij om deze reden al uit “Familie”. Zover komt het echter niet en wordt het voor Chris op een bepaald moment gewoon wat extra heen en weer vliegen richting USA. Een halfjaar later lezen we in de loop van de maand mei 2016 in de pers: “Op twee maanden na verhuisde Brigitte Derks twee jaar geleden naar Los Angeles. Samen met haar dochter Lila-Jane zou ze haar zoon Ian Thomas vergezellen om diens internationale carrière uit te bouwen. Dat lukte bijzonder goed en Ian trok een deel van de wereld rond en werd hier en daar (voorzichtig) gelanceerd. Deze zomer is Ian vooral in Vlaanderen terug te vinden en tourt hij met zijn band langs verschillende festivals. Voor mama Brigitte is het internationale avontuur voorlopig voorbij: zij is terug naar Europa. Zeg nooit definitief, want het gezin van Chris Van Tongelen heeft een grote voorliefde voor Amerika. Maar dochter Lila-Jane had last van heimwee. Twee jaar weg van vrienden, schoolkameraadjes en familie, het begon door te wegen voor Lila-Jane. De afgelopen weken werd er afscheid genomen van een mooie periode in Los Angeles. Vanaf nu is Vlaanderen weer de uitvalsbasis van het gezin. Brigitte gaat binnenkort aan de slag voor de musical ‘Chaplin’ en wellicht zullen er nog wel wat werkaanbiedingen volgen.

Eind 2013 lijkt het inpalmen van de Nederlandse markt een struikelblok te worden binnen De Romeo’s. Vooral Gunther heeft het moeilijk met die plannen, haalden we al eerder aan. De elfde januari 2016 bloklettert De Zondag: “Een doorbraak in Nederland ligt niet meteen voor het grijpen“. De Romeo’s zelf leggen uit waarom. “Om daar echt te kunnen doorbreken moet je er voortdurend aanwezig zijn“, zegt Van Tongelen. Davy Gilles is het daarmee eens: “We hebben al snel gemerkt dat dit niet evident is, gezien de agenda’s van Chris en Gunther. En men zit daar ook niet op ons te wachten, laat dat duidelijk zijn. Ze hebben daar al De Toppers. Maar wie niet waagt, niet wint.” Gunther Levi ziet het plots wél positief. “Ach, die Toppers zijn toch een ander concept. Zij spelen vier of vijf keer per jaar, wij het hele jaar door. Morgen kunnen wij in Groningen een feesttent platspelen en drie uur later ergens anders staan!

Benidorm is De Romeo’s ook niet vreemd en sowieso goedgezind. De twintigste april 2016 staan ze geboekt in Benidorm Palace, waar ze voor dolenthousiaste fans mogen optreden. Daar waren ze samen met Story en Jo Vally, Bart Kaëll en Garry Hagger de elfde november 2012 te gast. De veertiende februari 2013 zetten ze in een brasserie op de Benidormse dijk een speciaal valentijnsconcert op het getouw. Een blik in hun overvolle concertagenda leert ons dat De Romeo’s voor het Schlagerfestival in de Ethias Arena van Hasselt geboekt staan op 25, 26 en 28 maart en op 2 april 2016. Ze zingen daar uiteraard niet alleen, want ze worden geflankeerd door Belle Perez, Rob de Nijs, Laura Lynn, Klubbb3, Lissa Lewis, Bart Kaëll, Lindsay en Roxeanne & André Hazes Jr.

En de entourage rond De Romeo’s zit om geen idee verlegen. De ene formule na de andere wordt bedacht, uitgewerkt en met veel verve aan het publiek aangeboden. In de maand april 2016 staat “Vrienden voor het leven” op de agenda. Dat vriendschappen in de showbizz bestaan, wordt tijdens dit event onder andere bewezen door de unieke band die Lindsay, De Romeo’s en Jan Smit met elkaar hebben. Op 23 april (Stadsschouwburg Antwerpen), 29 april (Casino-Kursaal Oostende) en 10 juni (Oktoberhallen Wieze) concerteren zij samen met een uitgebreide liveband tijdens een avondvullend programma. Qua repertoire brengen ze alle drie hun hits, worden er onderling liedjes uitgewisseld en zingen ze speciale gelegenheidsnummers in duo- of triovorm. Na afloop in Antwerpen beaamden zij unaniem: “We hebben ons kostelijk geamuseerd. We voelden ons als kleine kinderen in een speeltuin.” Ook het publiek bleek dolenthousiast over deze toch wel unieke samenwerking tussen de artiesten onderling. Zeker de vlotheid waarmee de liedjes in elkaar overvloeiden, was een lust voor het oor. Tijdens deze show zong Lindsay bijvoorbeeld Als jij me kust samen met De Romeo’s en Het kleine meisje samen met Jan Smit.

Over vriendschap gesproken. Hun agenda bood dat jaar, ondanks al die optredens, nog voldoende ruimte om met veel inzet mee te doen aan het Eén-programma “Beste Vrienden”. Presentator en bedenker Bruno Wyndaele was daarmee aan zijn vijfde seizoen toe en combineerde De Romeo’s in een en dezelfde uitzending met Cath Luyten en Maarten Vangramberen. Geen katjes om zonder handschoenen aan te pakken. Competitiebeesten overigens. Zondag de vijfde juni 2016 werd hun deelname, opgenomen in Tel Aviv, uitgezonden en kwamen Davy, Chris en Gunther als overwinnaars uit de bus. Met 985.532 kijkers werd hun aflevering trouwens, op een totaal van zeven, het dichtst bekeken.

In de zomer van 2016 proberen De Romeo’s een nieuw genre uit, dat ze zelf omschrijven als “party rock”. Hun voorbeelden daarbij zijn bands als Status Quo, De Kreuners, groepen die hen al jaren geïnspireerd hebben. Noem het tijdloze rockmuziek, maar dan toegankelijk gemaakt voor een groot publiek. Een voorbeeld daarvan is hun single Waanzin. Naast de singleversie nemen ze ook twee sfeervolle versies op. Waanzin werd eerder in Duitsland een hit in de versie van Achim Petry, die met Deine Liebe ist der Wahnsinn, geschreven door zijn bekende zingende vader Wolfgang Petry, bij onze oosterburen een vette hit scoorde. De Romeo’s drijven het tempo iets op en maken er een echt livenummer van, reden misschien dat de single de elfde juni 2016 op plaats 27 in de Vlaamse Top Vijftig halt houdt. De single werd via streaming gelanceerd.

In 2016 verrassen De Romeo’s zowat iedereen met het bericht dat ze met een film bezig zijn die “H.I.T.” zal heten. Een film die ze niet met hun gedrieën zullen trekken, want zij acteren samen met Sergio, Marijn Devalck en Nicole & Hugo. Ook onder anderen Lindsay, Jan Smit, Ann Ceurvels, Aiko Vanparys, Linde Carrijn, Sasha Rosen, Belle Perez, Kurt Defrancq en zelfs Jan Kriekels zullen in de film opduiken. In Het Laatste Nieuws lezen we: “Iedereen gaat echt acteren“, aldus Chris Van Tongelen. “Iedereen speelt zichzelf, maar dan net ietsje anders. Het decor van de film is de leefwereld van De Romeo’s. De ondertitel is dan ook ‘De Enige Echte Romeo’s Film’.” Anderhalf jaar hebben De Romeo’s aan het project gesleuteld. Regisseur van dienst is Matthias Temmermans, die eerder ook bij “Mega Mindy vs. Rox” en “K3 en de Kattenprins” achter de camera stond. Dit is het scenario waarmee hij moet werken: “Het gaat niet goed met De Romeo’s. Vooral Chris krijgt het op zijn heupen wanneer Davy voor de zoveelste keer te laat opdaagt op een concert waar ook andere zangers op de affiche staan. Wanneer een van de artiesten vlak voor zijn optreden wordt aangevallen, probeert Davy de aanslag te verijdelen. Chris en Gunther zijn verbaasd over zijn interventie en eisen een verklaring. Davy neemt hen mee naar zijn huis en toont daar zijn wapenarsenaal, wat als bewijs moet dienen voor het feit dat hij al een tijdje undercoveragent is binnen de HIT-missie. Meer wil hij daarover niet kwijt. Maar voor Chris is dit het bewijs dat Davy niet meer met zijn hart bij De Romeo’s is. Hij wil dan ook dat De Romeo’s ermee ophouden. En dat net aan de vooravond van het Europees Schlager Festival.” De opnamen hadden van de zevenentwintigste juli tot de eenendertigste augustus 2016 plaats.

De eerste oktober 2016 staan De Romeo’s op elf in de Vlaamse Top Vijftig met de single Cabrio, een cover van Heut’ schlafen wir in meinem Cabrio van Jürgen Drews. De Romeo’s scoorden beter dan Jürgen, want die behaalde met dat nummer in zijn thuisland Duitsland in 2015 geen hitnotering. Niet verlegen om een stunt lanceren de jongens dit nummer in het Eén-programma “Sorry voor alles” (in dit programma wordt het leven van een onbekende Vlaming, zonder zijn of haar medeweten, gedurende één maand van nabij gevolgd). In deze clip speelt de 27-jarige half-Griekse Evrithiki totaal buiten haar weten om de hoofdrol in de Cabrio-clip van De Romeo’s. Goed bekeken van De Romeo’s, want op deze manier kunnen ze hun nieuwste single in de kijker zingen. Zaterdag de negentiende november 2016 zijn we in de Ethias Arena in Hasselt toe aan de zevende editie van Het Zingpaleis. In de persmap lezen we: “Begin al maar te zoeken naar een kleurrijke outfit, want die ga je zeker nodig hebben! Het wordt zonder meer het heetste ambiancefeest van het jaar, want De Romeo’s hebben gekozen voor het thema ‘Tropical’ als uithangbord voor hun feestje. Voor de nieuwe editie van Het Zingpaleis stappen De Romeo’s af van één welbepaalde kleur, maar gaan ze resoluut voor een volledige thema-editie: Tropical!” Gunther Levi is in zijn nopjes. “Toegegeven, wij zijn allemaal heel warme mensen. We houden van de zon en vooral van de zuiderse sfeer. Vandaar ook het idee om in 2016 te gaan voor het heetste Zingpaleis ooit.” “Muzikaal is het duidelijk dat we een aantal liedjes in tropische jasjes gaan stoppen. We gaan werken met extra percussie en we gaan nummers spelen die we voorheen nog nooit gespeeld hebben, maar die wel passen bij het thema. De integratie van salsa- en sambadanseressen is zeker een goede suggestie, waar wij uiteraard al aan gedacht hebben natuurlijk en niet anders kunnen dan daar enthousiast over zijn“, grapt Chris.

De Romeo’s zijn inmiddels een geoliede machine geworden waarbinnen de taken perfect verdeeld zijn. Chris is de oudste, hij neemt zowat de vaderlijke rol voor zijn rekening en is de ondernemer van de bende. Gunther beaamt dat: “Chris is onze coach, de man die voor de nodige flow zorgt. Wanneer wij twijfelen, hakt hij de knoop door.” Chris neemt de boekingen voor zijn rekening en moet daarom de agenda’s van zijn collega’s goed in de gaten houden en zien dat er geen overlappingen gebeuren, want Davy en Gunther zijn nog met diverse andere dingen bezig. Zo runt Gunther samen met zijn vrouw Artfashion, een bedrijf dat kinderkleding verdeelt. Davy past zijn optredens samen met zijn vrouw Sasha zo aan dat ze nooit laat op de avond geboekt staan, wat maakt dat hij met De Romeo’s veel kanten uit kan. Zij weten, and that’s the deal, dat De Romeo’s voorlopig nog steeds voorrang krijgen. Dat Chris de boekingen zelf regelt, houdt in dat zij het commissieloon dat normaal het kantoor int, nu zelf op zak steken. Meegenomen dus. Wanneer er in een hotel overnacht wordt, boeken ze twee kamers. Volgens een beurtrol slaapt de een bij de ander. De Romeo’s werken wel nauw samen met Benelive Entertainment in de persoon van Kris Bloemen (partner van zangeres Lindsay), die zij liever als hun adviseur dan als hun manager beschouwen. “We zijn acht handen op één buik. Hij voelt ons perfect aan en weet precies wat kan en niet kan, al is hij best op tijd en stond grensverleggend in zijn ideeën en voorstellen“, aldus Chris Van Tongelen. Het team rond De Romeo’s wordt aangevuld door Pieter Ramboer en Kurt Frederix van het entertainmentbedrijf Upstars, samen de zogeheten schaduw-Romeo’s. Zij denken mee met hen en staan in voor de begeleiding en dergelijke. Je kunt het omschrijven als management, maar onderling noemen zij het eerder non-stop creatieve begeleiding.

Davy is behoorlijk muzikaal, dat weten we intussen. Hij schrijft vaak mee aan de nummers en zorgt er vooral voor dat de auteursrechten in orde zijn. Gunther bekijkt het wat meer vanop afstand. Hij heeft talent zat, maar moet meer aangespoord worden omdat hij ook met zijn eigen zaak bezig is. Hij probeert een familieman te zijn en tuiniert graag. Soms komt muziek bij hem op de tweede plaats. Maar één ding staat buiten kijf: ze vullen elkaar perfect aan en voelen elkaar ook perfect aan. “Ik probeer zo veel mogelijk te doseren en dat probeer ik aan Davy en Chris diets te maken. We moeten opletten dat ons publiek ons niet te snel beu wordt door almaar met nieuwe projecten te komen aandraven. Dat mag en moet, maar met mate. Om de paar maanden iets nieuws is oké, maar niet om de twee weken. Ik weet het maar al te goed uit ervaring, soms is less a bit more“, aldus een wat ernstige Gunther die het hele gebeuren almaar vaker -vanop een gezonde afstand bekijkt. Samengevat: Davy is en blijft de meest spontane van de drie, Chris is de zakenman en Gunther de denker. Ze weten maar al te goed dat ze mee profiteren van een hernieuwde belangstelling voor de Vlaamse schlager. Vaak treden De Romeo’s met een muziekband op, maar u kunt ze ook live boeken en dan worden ze op het podium begeleid door toetsenist Claude De Maertelaere, gitarist Jan Decombele, drummer Dany De Coninck en bassist Herwig Scheck. In een kingsizeversie kunnen daar occasioneel ook nog drie blazers en een percussionist aan toegevoegd worden.

Maandagavond de tweede januari 2017 zendt Eén om 21.30 uur de documentaire “Leve het levenslied, in het spoor van De Romeo’s” uit. VRT-journalist Bart Aerts had voor het programma “Koppen” eerder al een bijdrage gemaakt over De Romeo’s, maar nog voor die opname kon worden uitgezonden, werd het programma afgevoerd. Bart wou toch iets met die bijdrage doen en besloot in samenspraak met de VRT bijkomende beelden en interviews op te nemen en uit te breiden tot een heuse docu. De Romeo’s natuurlijk vol lof over de VRT én over dit initiatief van Bart. Zelfs in De Morgen konden ze er, zij het op hun manier, niet omheen: “In 2003 besloten zangers van het zevende knoopsgat Davy Gilles en Chris Van Tongelen hun krachten te bundelen. ‘Familie’-acteur Gunther Levi voegde zich bij het duo en de rest is geschiedenis. De Romeo’s groeiden uit tot een muzikaal curiosum. Ze werden hilarisch geparodieerd in ‘Tegen de sterren op’ en leggen nu de laatste hand aan een langspeelfilm en een eigen frikandel. Een cameraploeg beet zich een jaar lang vast in het spoor van de drie musketiers van het Vlaamse levenslied. Unieke blik achter de schermen van een balorkest dat zichzelf niet al te ernstig neemt.” Over die frikandel gesproken, de twaalfde december 2016 berichtte Het Laatste Nieuws: “Heerlijk gekruid, lichtjes pikant én goed voor 35 centimeter puur genot, een hele mond vol dus“, zo omschrijft producent Vanreusel, lichtjes aangebrand, De Romeo’s-frikandel XXL. De Romeo’s zijn een sterk merk dat matcht met onze producten“, laat Bart Vanreusel weten. “Frituristen bestellen nu al massaal dit product, waardoor we intussen al met een productie zitten van 300.000 worsten, goed voor een lengte van 105 kilometer.” De firma Vanreusel produceert sinds de drieëntwintigste januari dagelijks vijftien ton Romeo’s XXL-frikandellen of zo’n vierduizend worsten per uur. De dertiende februari 2017 belanden de eerste in de frituur om de hoek.

De eenendertigste januari 2017 wordt de geboorte van het nieuwe album “Vrienden voor altijd” gevierd. De productie is weer in handen van Edwin De Groot. Muzikale steun is er van Marcel Fisser, Edwin zelf, Gregor Hamilton, Marijn van den Berg, Marieke Dollekamp, Wietse Meys, Jo Hermans, Ruud Breuls en Jel Jongen. Een vrij Hollandse aangelegenheid dus. De Romeo’s willen in het bijgevoegde boekje de kopers van de cd van harte welkom heten: “Een nieuw jaar, een nieuw album. Wij zijn alvast trots dit te mogen presenteren in al z’n pracht. Een mengeling en mooi evenwicht tussen zelfgeschreven nummers en weluitgekozen covers. Ons vijfde Nederlandstalige album alweer, alvast eentje om in te kaderen.” Ze voeren ook promotie om de film aan te kondigen die de vijftiende maart in de bioscoop te zien zal zijn. De soundtrack ligt de derde maart in de winkel. Trouwens, de eerste twee liedjes waarmee “Vrienden voor altijd” wordt ingezet, met andere woorden de titelsong en Waar zijn al die handen, zullen ook in de film te horen zijn.

Woensdag de 8ste maart 2017 stellen De Romeo’s hun film “H.I.T.” in première in “Kinepolis” in Antwerpen voor. In “Het Belang van Limburg” lezen we de dag nadien: “Alles met een beetje naam en faam in de Vlaamse schlagerwereld verzamelde woensdag in Kinepolis Antwerpen voor de première van H.I.T., de film van De Romeo’s. “Als ze ons toch nooit vragen om mee te spelen in een film, laat er ons dan zelf een maken, dachten we”, aldus Davy Gilles, Günther Levi en Chris Van Tongelen. “Het is geen verfilming van onze carrière, eigenlijk wilden we gewoon een feelgoodfilm voor de hele familie maken. We lachen met onszelf, maar we willen ook de mensen die niet van het schlagergenre houden aan het lachen brengen.” Of dat lukt, daarover zult u vooral zelf moeten oordelen als de film volgende woensdag in de bioscoop komt. De vele schlagerartiesten die een gastrolletje wisten te versierenn, van Lindsay De Bolle over Willy Sommers, Jo Vally, Nicole en Hugo tot Sergio, Lisa del Bo en Luc Steeno, waren alvast heel erg enthousiast.” Op 24, 25 en 26 maart en op 1 april 2017 staan De Romeo’s op de affiche, en dat voor de tiende keer, van het Schlagerfestival in de “Ethias Arena” van Hasselt. Zij delen deze keer het podium met Umberto Tozzi, Johan Verminnen, Willy Sommers, Sasha & Davy, Jo Vally, The Lynn Sisters, Laura Lynn, Matthias Lens, Yves Segers en Lindsay, in een presentatie van Kürt Rogiers.

Of zij na al die fantastische plannen in 2017 nog een droom koesteren? “Wij zouden zo graag“, en ze zingen dit haast in koor, “een soap inblikken van zo’n aflevering of twaalf in de stijl van ‘Hallo K3′. Na die filmopname hebben we blijkbaar de smaak te pakken gekregen. Acteren ligt ons sowieso na aan het hart. Zo’n serie zou voor ons de kers op de taart zijn.”

De sleutel tot hun succes vatten De Romeo’s als volgt samen: “Probeer niet te doen alsof je het leuk vindt, amuseer je echt. Sta zo dicht mogelijk bij je publiek en heb geduld. Bouw je carrière stap voor stap op, het succes volgt wel!” En mocht er aan dat succes een einde komen? “Daar denken we zelfs niet aan. Voor ons mag dit feest blijven doorgaan. We hebben nog zat ideeën en de goesting wordt met de dag nog groter. De Romeo’s zullen nog een hele tijd van zich laten horen. Noteer dat maar.”

tekst en research: Marc Brillouet

© 2017 Daisy Lane & Marc Brillouet

Christoff

Mocht hij in de jaren zestig hits gescoord hebben, dan had het er dik ingezeten dat we hem zouden verward hebben met zijn Franse naamgenoot  Christophe die in 1965 zowat overal op één stond met zijn zomerhit Aline. Christoffe De Bolle heeft ook wat met de zomer te maken, want hij werd de 18de juni 1976 in Ninove geboren. Zijn ouders waren zelfstandigen. Vader was aannemer. Hij runde die zaak samen met zijn broer en zijn schoonvader. Op latere leeftijd mocht Christoff mee naar de werf, maar ze hadden snel door dat hij ‘de bouw’ niet in de vingers had. Thuis was het gezelliger, daar klonk vaak muziek. Christoff werd met Nederlandstalige liedjes grootgebracht.  Hij verbleef vaak bij zijn grootouders en die waren dol op de hits van Willeke Alberti en de Zangeres Zonder Naam. Er werd ook vaak gedanst. Zowel zijn ouders als zijn grootouders hadden snel door dat Christoff het artistieke in zich had. Hij zong graag waarbij Zie ik de lichtjes van de Schelde al snel tot één van zijn favorieten ging behoren. Hij is nog maar zes als hij wordt ingeschreven aan de gemeentelijke academie. Dictie gaat hij volgen en aansluitend voordracht en toneel. Mama houdt een oogje in het zeil en spoort hem aan waar het enigszins nodig was. Intussen loopt hij lagere school in Denderleeuw. Hij start daar ook met zijn middelbare studies, de studierichting economie-moderne talen. Omdat hij graag zingt, sluit hij zich aan bij het kerkkoor van Hemelrijk, een gehucht van Denderleeuw.  Samen met dat koor mag hij in 1986 optreden op het Kasteel van Laken voor Koningin Fabiola. Dat smaakt naar méér. Zijn moeder ziet wel wat in het zangtalent van haar zoon en schrijft hem in voor een soundmixshow ‘De Gouden Micro’. Christoff is weg van de liedjes van Luc Steeno, de keuze is dus snel gemaakt. De elfde augustus 1990 waagt hij zijn eerste kans. Micha Marah presenteert. Aan zijn overwinning hangt een platencontract vast, maar daar gaat Christoff voorlopig niet op in omdat hij nog studeert en hij zichzelf nog iets té jong vindt. Overtuigd dat het allemaal wel zal lukken, doet hij het jaar nadien mee aan de VTM Soundmixshow, zingt het nummer Voor Jou van Luc Steeno en gaat aan de haal met de vierde plaats. Op school valt het echter niet mee. Daar wordt hij uitgelachen nu hij op tv te zien is. Zowel de leerlingen als de leraren hebben op alles en nog wat commentaar. Hij verhuist naar het KTA, het gemeenschapsonderwijs in Aalst, en wordt daar sympathieker onthaald. Hij volgt deeltijds onderwijs wat perfect te combineren valt met zijn carrière die vrij snel uit de startblokken schiet. Het enige jammere aan dit verhaal vindt Christoff dat hij er geen diploma aan heeft overgehouden.

Dat VTM-verhaal bezorgt Christoff een platencontract bij Onadisk in Brugge, de firma van Christoff Wybouw. Op zoek naar een geschikte song komen ze terecht bij I promised myself van Nick Kamen dat toen erg goed in de markt ligt. Christoff maakt er ‘k Voel me zo goed vandaag dat de 23ste januari 1992 in de buurt van de Vlaamse top tien geraakt. Omdat hij zijn middelbare studies inmiddels heeft opgegeven, maar toch een opleiding wil volgen, trekt Christoff naar de Showbizzschool in Oostende. Zijn klasgenoten van toen waren: Laura Lynn, Vanessa Chinitor en Gunther Levi. Les krijgt hij onder meer van Serge Gobin en Ignace Baert. Meteen blijkt dit geen spek voor zijn bek. Hij houdt niet zo van de mentaliteit die daar heerst. Christoff scoort trouwens snel succes met zijn optredens en is regelmatig te zien in Tien Om Te Zien. Hij gaat opnieuw deeltijds onderwijs volgen, deze keer kantoor moderne talen.

Christoff wordt in 1993 door de VRT uitgenodigd voor de preselecties van Eurosong, het jaar dat Barbara Dex mag gaan met Iemand als jij. Tijdens die preselecties zingt Christoff Zend een S.O.S.! De jury kwoteert zijn deelname zeer uiteenlopend, wat in de pers vragen oproept, maar de publiciteit is in elk geval meegenomen. Het jaar voordien had hij Eric Marijsse als manager aangetrokken. Onadisk neemt op advies van Marion Atria, de voormalige manager van Sandra Kim, een duet op van Christoff samen met zijn zus Lindsay. Dat was op dat moment voor Vlaanderen een unieke combinatie. Zij zong al in het achtergrondkoor. Hij moet haar wel eerst over de schreef trekken, maar het lukt wat resulteert in het duet Liefde is méér dan een woord. Die samenwerking met Erik Marijsse wordt geen succes. Er wordt vlug nog een duet met Lindsay ingeblikt Door regen en door wind, maar daar blijft het bij. Iets later wordt het roer overgenomen door Marc De Coen die nadien naam zou maken als manager-producer van Gunther Neefs. Ook dat avontuur duurt niet lang tot Christoff in 1994 in zee gaat met Erik De Blende van Assekrem.

Bij Assekrem scoort Christoff zijn eerste echte hit Terug naar de zon, een soort rode loper naar zijn échte doorbraak met Onder de toren. Hij koestert slechts één droom: Vlaamse liedjes zingen en bekend worden en dat is een verlangen dat ze bij Assekrem perfect aanvoelen. Christoff wordt gekoppeld aan het schrijvers- en producerstalent van John Terra en Ya Nick. Datzelfde duo zorgt voor Onder de toren dat meteen de toon zet voor de weg naar een breed publiek. Als Christoff de demo aan zijn ouders laat horen, zijn ze er niet zo wild van. Er wordt keihard aan het nummer geschaafd alvorens het in te zingen. De derde augustus 1995 staat Onder de toren torenhoog in de Vlaamse top tien. Pino Marchese zorgde voor de arrangementen, bespeelde de keyboards, bijgestaan door  de gitaristen Kevin Mulligan en Eric Melaerts in Studio BSB in Brussel, zo’n beetje “the place to be” voor de Vlaamse zangers in die tijd. Het is hetzelfde team dat Luc Steeno aan de hit Hij speelde accordeon had geholpen, dus veel kon er niet fout lopen. Nadat zijn opnamen die hij voor Onadisc inblikte in 1995 op het album Liefde is méér dan een woord zijn verschenen, komt Assekrem het jaar daarop op de proppen met Intro waarop zijn eerste hits, aangevuld met het vaak over de radio gehoorde De levensgenieter. Intussen was Yan Nik overleden, pseudoniem van de bekende tv-presentator Jan Theys met wie John Terra tot dan toe had samengewerkt. Theys schaafde veel aan Christoff’s uitspraak en gaf hem tips hoe hij zich tot zijn publiek moest richten. Pa De Bolle was intussen apetrots op zijn zoon geworden en ging almaar vaker en liever mee naar zijn optredens.  De stek van Jan Theys wordt ingenomen door advocaat Daniël Ditmar die op een heel poëtische manier kon schrijven. Het is even aanpassen voor zowel Christoff als voor de fans. Het album ”Intro” wordt door de media graag omhelst, iets later met goud bekroond. In die periode valt het op dat Christoff zich almaar méér profileert als een live-artiest. Het podium is de plaats waar hij zich het best thuisvoelt.

In 1997 is er het album “In volle vlucht”. Deze keer wordt er in studio The Groove in Schelle opgenomen. John Terra produceert, Pino Marchese arrangeert. Lindsay gaat nog eens meezingen, deze keer een compositie van Erik Van Neygen Als de wilde kers bloeit. Liedjes die blijven hangen zijn: Koning Clown en het tekstueel dubbelzinnige Kopje Onder.

Van sterrenbeeld is Christoff een tweeling, een wispelturige jongen, de enige dag happier dan de andere en dat inspireert John Terra en Daniël Ditmar tot het schrijven van het liedje De Optimist waarmee hij in 1999 het album “Millennium” opent. Deze keer tekenen Theo Breuls en Wim Claes voor de arrangementen, maar John Terra blijft aan het roer staan en levert de muziek. Op verzoek van Christoff schrijven zij M’n engelbewaarder. In dit liedje heeft Daniël Ditmar de vraag van Christoff om een liedje met een wat religieuze inhoud te schrijven, iets té breed geïnterpreteerd. Hij gaf het liedje een romantisch tintje mee. Hij praat er niet vaak over, maar Christoff is een religieuze jongen die weet wat bidden is. Toen hij elf was, stelden de dokters bij hem een hersentumor vast. Ze gaven hem amper tien procent overlevingskans. Met de steun van zijn ouders en het gebed zette hij door. Een operatie heeft hem toen het leven gered. Sinds die dag gelooft hij dat hij van hierboven een tweede kans heeft gekregen en dat verklaart ook zijn enorme werkdrift en doorzettingsvermogen. Elke dag houdt hij wat tijd vrij om te bidden. Zonder God zou zijn leven te zwaar zijn, hij heeft die steun van hierboven hard nodig. Toen de tweeëntwintigste oktober “Humo” bij hem aan klopte voor een interview onder de hoofding “Boven alle lof, schlagerfenomeen Christoff”, aarzelde hij niet om aan Noud Jansen te vertellen dat geloven in God en dagelijks bidden voor hem de doodnormaalste zaak van de wereld is. Hij gaf ook spontaan toe dat dichter bij God komen dan hij zich voelt, onmogelijk is. Twee dagen later vertelde hij dat verhaal nog eens opnieuw aan de ploeg van “Koppen” toen hij op donderdag de vierentwintigste oktober in dit Eén programma te gast was.

Ook al had Lindsay vaak aangegeven dat zij liever thuis de boekhouding van Christoff in de gaten hield dan zich in de kijker te zingen, toch kweelt ze op het album “Millennium” samen met hem Pluk de dag, zowat het levensmotto van haar broer. Anders dan het doorsnee liedje klinkt Dans le jardin de Sainte Cathérine dat kan rekenen op aardig wat airplay.

Qua singles wordt het nadien wat zoeken en kijken wij en de fans een beetje vreemd op bij nummers zoals Wil je nooit vergeten en Dédé mon copain, een waargebeurd verhaal over een accordeonist die zijn leven lang in een cafeetje in Brussel speelde, een vervolg zou je kunnen zeggen op Dans le jardin de Sainte Cathérine.  Het mogen dan wel knappe liedjes zijn en steengoede producties, het publiek hapt niet toe en dreigt af te haken. Dus wordt het stilaan tijd om op een andere wei te gaan grazen. Het vaste team is een beetje het muzikale noorden kwijt, ze weten niet meer goed welke richting ze moeten kiezen. Het Vlaamse lied dat het voorgaand decennium nog hoge ogen had gegooid dankzij Tien om te Zien, moet aan impact inboeten. Vooral Radio 2 eist productioneel méér kwaliteit. Ze willen méér pop in de Vlaamse liedjes horen betere teksten, minder schlagergehalte. Die gedwongen vernieuwing ligt Christoff niet zo goed. Willens nillens verliezen ze een aantal jaren door die zoektocht. Intussen werd in 2001 de verzamelaar ”10 jaar Christoff” door Assekrem in de markt gezet met daarop zijn achttien meest gedraaide en verkochte singlehits. Het jaar nadien probeert Christoff het nog eens tijdens een nieuwe selectie voor Eurosong, deze keer met Op naar de top, maar ook nu mag het niet lukken. Sergio voert tijdens die selectie de boventoon en die geeft ook duidelijk de heersende trend en stijl aan. De jury is behoorlijk hard voor Christoff. Andrea Croonenbergs vindt dat hij zich beter met zijn hobby bezighoudt: een partijtje tennissen. Dat was eerder op de man spelen dan op het liedje zelf.

Op zoek naar hippere songs komt Christoff op de proppen met De flamenco speelt en Amor, amor, amor. Dat laatste doet het zomers goed, maar die flamenco met een wat aparte beat vindt Christoff nog altijd een ware miskleun en weigert sinds toen nog altijd het liedje live te zingen. Christoff voelt zich na dat avontuur ongelukkig. Bij Assekrem zitten ze duidelijk op een andere golflengte. De liefde tussen beide partijen geraakt zoek. Er wordt niet echt meer geïnvesteerd in nieuw songmateriaal. Er komt ook geen nieuw album meer uit. Hij mag dan vaak optreden, hij merkt dat hij artistiek ter plaatse blijft trappelen, hij boekt geen vooruitgang.

Zijn zus en moeder gaan voortaan hun schouders onder de firma Christoff zetten. Er wordt een tijdje in eigen beheer opgenomen en georganiseerd: Alles is mogelijk, Zo mooi en Daar zijn geen woorden voor worden op eigen initiatief aan de man gebracht. Die liedjes waren oorspronkelijk bedoeld voor een volgende full cd. Christoff ziet het op een bepaald moment niet meer zitten. De samenwerking met zijn vorige manager heeft hem blijkbaar geen goed gedaan. Aan Dag Allemaal vertelt hij dat hij zich ontzettend triest voelde, machteloos. Op een bepaald moment overwoog hij zelfs uit het leven te stappen. Hij zat er volledig door. Gelukkig waren er zijn zus Lindsay en zijn beide ouders om hem er overheen te helpen. Als coach wordt Gino Moerman aangetrokken, een man die het klappen van de Vlaamse zweep goed kent. Hij brengt er de nodige schwung in, nieuwe deuren gaan voor hem open. Het is Gino’s idee om een platendeal af te sluiten met het dynamische  ARS label. Gepland, gewikt en gewogen, verschijnt de 11de juli 2007, uitgerekend op de Vlaamse feestdag, het album Blauwe Ogen. Met de hulp van producer Hans Aalbers, slaagt Christoff er in eindelijk te klinken zoals hij wil, als de nieuwe Vlaamse schlagerzanger. Het is vooral platenbaas Patrick Busschots van ARS die doorheeft dat Christoff veel in zijn mars heeft, maar dat zijn talent tot dan toe een beetje verborgen is gebleven. Om een soort earcatcher te hebben, wordt er voor dit album een nieuwe versie ingeblikt van Onder de toren en mag Lindsay nog eens een keertje meezingen, deze keer in het duet Als je bij me bent. Het album is een regelrechte voltreffer, goed voor twintigduizend exemplaren én voor goud. Het zijn Raymond Felix en Jacques Verburgt (bekend van Sha-Na) die enkele liedjes leveren en Christoff mag een paar Nederlanstalige teksten aanreiken: Ga met een lach door het leven en Ik wil je nog heel graag vertellen.

Somerliefde wordt zijn eerste liedje in het Afrikaans. Helmut Lotti, Dana Winner en Stef Bos hadden het hem voorgedaan. Somerliefde is een duet met de Zuid-Afrikaanse zanger Gerri Pretorius. In 2008 staat hij op het podium van het Schlagerfestival, georganiseerd door VTM. ARS blijft investeren in Christoff die dat jaar inzet met het beresterke Een ster, vertaling van Ein Stern der deinen Namen trägt van Nikolaus Presnik, dat het album “Zeven Zonden” voorafgaat. De single wordt één van zijn grootste hits en voert wekenlang de Vlaamse top tien aan. In de Ultra Top Vijftig verrast hij iedereen door daar eveneens te gaan postvatten op de eerste plaats. Het album hangt intussen in een gouden versie bij hem thuis aan de muur. Hij moet wel beginnen opletten, want zus Lindsay heeft haar stoute schoenen aangetrokken en beslist om een carrière als solozangeres op te starten. Het wordt een duel voor de eerste plaats wanneer zij komt opzetten met Van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat.

In het voorjaar van 2009 wordt Christoff de gangmaker van het “Schlagerfestival” in de Ethias-Arena in Hasselt. Er wordt ook almaar vaker gelonkt naar de Duitse markt, getuige het nummer Der Mond und die Sterne op zijn album “Zeven Zonden”. Leuk is dat hij daarop een hommage brengt aan zijn collega Bob Benny middels zijn versie van Blauw is de nacht. Zijn Duitse single Deine Blauen Augen werd bij onze oosterburen in 2007 al grijsgedraaid en die nodigen hem graag uit voor hun radio- en televisieshows. Een stoomcursus Duits moet hem vlot verstaanbaar maken. De single Zeven Zonden wordt niet alleen een hit in de Vlaamse Top Tien, maar er zit tevens een tweede plaats in de Ultra Top Vijftig in.

Omdat hij nogal op zijn privé is gesteld en daar in alle stilte van wil genieten, geeft Christoff in de maand april 2008 in een interview met het Nieuwsblad pas toe dat hij homo is. Zijn fans deert die outing niet, want voor hen blijft hij de lieve jongen die altijd zeer attent is gebleven. Hij houdt er de media aan dat hij erop staat dat ze ook in de toekomst zijn privacy moeten blijven respecteren, anders zou de liefde snel bekoeld kunnen zijn. Dus in de media te koop lopen met zijn levenspartner zal je Christoff zeker niet zien doen. Zijn volgend album 1001 Nachten slaat in 2009 iedereen met verstomming. De titel vindt Christoff een terechte keuze omdat hij in sprookjes is blijven geloven, vooral in “zijn” sprookje. Er staat geen rem op de verkoop en na enkele maanden wordt de platinum status bereikt. Hans Aalbers blijft produceren en registreert in zijn eigen studio in het Nederlandse Nederhorst den Berg. De liedjes bestemd voor de Duitse markt worden in Duitsland ingeblikt.

Het door Diehter Bohlen geschreven In 100.000 Jahren wordt in de vertaalde versie In 100.000 jaren de eerstvolgende single. Dieter was ooit de drijvende kracht achter Modern Talking en Blue System. Christoff durft het ook nu aan de tekst zelf te schrijven. Een gouden single levert het hem op en de veertiende maart 2009 een vijfde stek in de Ultra Top Vijftig. Om in de buurt van de schlager te blijven, vertaalt hij een hit van Dieter Kindl Miljonair en dat wordt de volgende singlekeuze. 2009 is het jaar dat Christoff opeenvolgend vijf nummer één hits scoort. Alleen The Sunsets, het accordeonduo uit zijn eigen platenstal, durft in de hitlijsten met hem duelleren. Qua repertoirekeuze staat er voor Christoff maar één norm voorop: de liedjes moeten zon uitstralen, ze moeten zijn fans en luisteraars een blij gevoel geven én hen vooral aanzetten mee te zingen.

Op de Duitse markt presenteert Christoff zijn eerste album “Blaue Augen” met daarop het aanstekelijke Diesmal ist es Liebe en Du bist wie ein Traum. Omdat de fans er om smeken, verschijnen in 2010 zijn successen op het album “Alle Hits”, goed voor tweeëndertigduizend verkochte stuks. Om Duitsland aan zijn kant te krijgen, besluit hij wijselijk daar op tournee te gaan samen met de bij onze oosterburen populaire Florian Silbereisen. Het wordt een boem! Die tournee krijgt een extra glans door de release van het album “Das geht klar” in een productie van de heren Andreas Bärtels en Hans Aalbers. Alfons Weindorf en Bernd Meinunger tekenen voor een rist nummers. Op de hoes lezen we dat in Düsseldorf zijn Duitse fanclub is gevestigd.

In 2011 wordt er teruggeblikt op zijn twintigjarige carrière. Niet verlegen om een leuke invalshoek pakt Christoff uit met het album “Christoff en vrienden” waaraan hij de negentiende november van dat jaar een gelijknamige show in de Ethias Arena te Hasselt koppelt. Full House! Hij krijgt daarbij de vocale steun van Kathleen van K 3, Jo Vally, Willeke Alberti, The Sunsets, Dana Winner, Luc Steeno en uiteraard zijn zus Lindsay. Dat concert is zo’n meevaller dat hij er een vervolg aan breit en er mee op tournee door Vlaanderen trekt. Van dat concert verschijnt er trouwens iets later een live album. In 2012 wordt in Duitsland zijn derde album gereleaset “Feuerwerk” met daarop de hit Das 1000 Sterne Hotel én een duet met Florian Silbereisen. Op de Vlaamse feestdag 11 juli 2013 stelt Christoff zijn nieuw album “Christoff & Vrienden 2″ voor. Eerder dat jaar was er als voorbode de single Zeg maar niets meer die hij samen met de zoon van André Hazes inzong. Dat smaakt naar méér Nederlandse sterren en dat is op zijn album “Christoff & Vrienden 2″ duidelijk te horen. Met René Froger zingt hij diens megahit Alles kan een mens gelukkig maken, samen met Corry Konings Wie kan zonder liefde leven en met Rob de Nijs Malle Babbe. In eigen land ging Christoff aankloppen bij onder meer De Romeo’s, Belle Perez, natuurlijk zijn zus Lindsay én The Voice finalist Robby Longo. De doornatte maand juli 2014 zet Christoff in met de release van zijn album “Altijd Onderweg”. De pers bloklettert: ” Geen schlagers, weg met de polonaise! De Vlaamse zanger Christoff laat op zijn nieuwste album het schlagergenre achterwege en kiest duidelijk voor een moderner popgeluid. “  Om het zo Vlaams mogelijk te houden, stelt Christoff zijn nieuw album voor op 11 juli, de Vlaamse feestdag. Tijdens de persconferentie in Lint laat hij meteen horen dat hij van nu af aan wil gaan voor wat méér popgeluiden in zijn muziek. Jan Smit en Nick & Simon moeten daarbij het grote voorbeeld zijn geweest, dat kan niet anders. Hij laat er geen twijfel over bestaan: “Dit is de richting die ik wil blijven ingaan in de toekomst!” Nieuw is ook dat Christoff deze keer al de teksten zelf heeft geschreven waarbij hij vooral trots is op de nummers De zevende hemel en Voor jou, dat hij speciaal aan zijn fans opdraagt. Christoff dweept duidelijk met liedjes met een mooie, eenvoudige tekst, badend in een commerciële, toegankelijke melodie. Op dit album bewust geen duet met zijn zus Lindsay, maar wel met Kathleen Aerts Mijn engel hou me vast en eentje met zijn Duitse collega zanger-presentator Florian Silbereisen. Speciaal voor de fans stelt Christoff tijdens zijn verjaardagsconcert op 15 juli 2014 in het “Casino van Blankenberge” zijn miniatuurafbeelding voor, door de firma All Stars Reserved in 3D-printing aangemaakt. Het is een perfecte replica van Christoff himself zodat hij bij de fans thuis letterlijk nog wat dichter bij hen kan staan. Die beeldjes worden in een beperkte oplage aangeboden: het kleinste exemplaar kost  € 79,50, het grootste (20 cm) € 349,50. Om een echte fan van Christoff te zijn, moet je er blijkbaar wat voor over hebben.

De 25ste augustus meldt “Het Laatste Nieuws” dat Christoff en zijn vriend Niels, verzorger in een rusthuis, na zeven jaar besloten hebben uit elkaar te gaan. Het koppel had net een appartement gekocht in het Spaanse Marbella om daar tussendoor samen tot rust te komen. Een tijdje later trok Christoff zich in zijn eentje terug in een Weens klooster om zich daar tijdens een vijfdaagse retraite te bezinnen. Net op het moment dat hij wekenlang op één staat in de Vlaamse Top Tien met M’n beste vriend, een vertaling door Christoff van Together (flying on the wings of tenderness). September 2014 pakt Radio 2 uit met “De Vlaamse Top 50″ van Ultratop. Die wordt vakkundig aan mekaar gepraat door Christoff die maar wat blij is dat de VRT met dit initiatief uitpakt nét op het moment dat een rist Vlamingen qua Vlaamse schlagers al een tijdje op hun honger blijven zitten. Vijftig Vlaamse hits, elke week over de radio is een feest voor hen:”Ik ben er zeker van dat alle liefhebbers van Vlaamse populaire muziek hier ontzettend blij mee zijn!” vertelt Christoff aan een reporter van “Het Nieuwsblad”. Vanaf zondag 14 september 2014 is Christoff elke zondag van 16.00 u tot 18.00 u te horen met “De Vlaamse Top 50″ van Ultratop.

In het najaar van 2014 doet Christoff van zich spreken in de Vlaamse media door de release van het Onze Vader, geen eigen nummer, maar het originele kerlied in een nieuw jasje. Hij wil daarmee een statement maken dat je je geloof niet hoeft te verstoppen. Elke mens mag daarmee naar buiten komen. Christoff merkte dat veel jongeren terugkeren naar het gebed waaruit ze kracht kunnen putten. Als ambassadeur van zijn gebedsgroep zingt hij regelmatig in de mis waaronder het Onze Vader. Deze versie verscheen de 27ste oktober op de cd “Back to back Will Tura & Christoff” met daarop twintig hits van Tura en twintig van Christoff. De 23ste november staan Christoff en Tura voor het eerst samen op de planken tijdens een uniek concert in de “Oktoberhallen”. Will Tura staat dan aan de vooravond van zijn 75ste verjaardag en Christoff neemt hiermee de aftrap van de feestviering rond zijn 25-jarige carrière. De achtste november pronkt Christoff met de singleversie van het Onze Vader op één in de Vlaamse Top 50. De wonderen zijn dus de wereld nog niet uit! Christoff hierover: “Elke award die ik krijg, neem ik nog steeds even dankbaar aan en doet mij iets als artiest. Net als de gouden, zal ook deze platina award een heel bijzondere plaatsje krijgen bij mij thuis. Het was sowieso al een enorme eer met een legende en voorbeeld als Will Tura deze “Back To Back” te mogen uitbrengen, maar dit is toch wel de kers op de taart.

23 december 2014 mag Christoff het jaar feestrijk afronden tijdens de uitreiking  in het “Waasland Shopping Center” in Sint-Niklaas door Dirk Van der Auwera, marketing directeur bij Universal, van een platina award voor de verkoop van méér dan twintigduizend exemplaren van het album “Back to Back”, Christoff gekoppeld aan Will Tura, dat zijn platenfirma begin november in de markt had gezet naar aanleiding van de dubbelconcerten die er staan aan te komen op zondag 1 maart 2015 in het  “Ethias Theater” in Hasselt en op zaterdag 27 juni 2015 in het “Casino Kursaal” van Oostende. In een mum van tijd waren die concerten uitverkocht. Vandaar dat tijdens de uitreiking van de award Christoff met trots kon medelen dat er een extra editie komt van ” Will Tura en Christoff in Concert en wel op 19 juni 2015 in het “Casino Kursaal” van Oostende. Christoff over die platina award: “Elke award die ik krijg, neem ik nog steeds even dankbaar aan en doet mij iets als artiest. Net als de gouden, zal ook deze platina award een heel bijzondere plaatsje krijgen bij mij thuis. Het was sowieso al een enorme eer met een legende en voorbeeld als Will Tura deze “Back To Back” te mogen uitbrengen, maar dit is toch wel de kers op de taart.

Begin maart 2015 wordt als derde single uit het album “Altijd onderweg”, intussen goed voor platina (méér dan twintig duizend verkochte exemplaren), het nummer In de zevende hemel gereleaset. Dit album leverde eerder al de nummer 1-hits M’n beste vriend en Voor jou op. In het VTM-programma “Liefde voor Muziek” coveren zes artiesten van diverse pluimage elkaars liedjes. In de tweede aflevering van het VTM-programma “Liefde voor Muziek” stonden de dertigste maart 2015 de songs van Slongs Dievanongs centraal. Nadat Christoff in de eerste aflevering zijn collega-artiesten en ook de kijkers overweldigde met zijn knappe vertolking van King in My Head van Stan van Samang, maakte hij opnieuw indruk met zijn cover van Ik zen nu de bank die hij lanceerde als Ik ben toch geen bank. Met de live-versie van Goodbye van Tom Helsen dat Christoff daar zingt als Vaarwel, staat hij op één in de Vlaamse Top Tien en de tweede mei 2015 op zes in de Ultra Top Vijftig.

Tijdens de zomer van 2015 presenteert Christoff samen met Nathalie Meskens aan de kust de driededelige zomermuziekshow van VTM “Liefde voor sterren tegen de muziek op”. Hij mag volledig zichzelf blijven, Nathalie kruip voor deze gelegenheid in de huid van Natalia. Het wordt opnieuw een populaire muziekshow, maar dan in één trek geparodieerd net zoals het jaar voordien in “Tien om tegen de sterren op te zien”. Christoff omschrijft zich de voorbije maanden in de pers als een “Vlaamse zanger”. Hij wil niet meer als “schlagerkoning” aangesproken worden. Daarom dat hij sinds zijn album “Altijd onderweg” optreedt met een stel hippe, jonge muzikanten. Het schlagergeluid is inmiddels zo goed als verdwenen, hij is meer in de richting van de pop geëvolueerd.  In “Het Laatste Nieuws” van zaterdag 27 augustus 2015 zegt hij daarover:”Ik heb keihard gewerkt om de Vlaamse schlager een moderner gezicht te geven. En dat loont nu. Ik zal nooit afscheid nemen van ambiancemuziek, maar ik vind wel dat je als artiest jezelf moet blijven heruitvinden. Veel van mijn collega’s wentelen zich in hun comfortzone,ik probeer daar net uit te stappen. Mijn sound is volwassener geworden, onder impuls van mijn publiek ook. Ik maak nu schlagerpop.”

Vrijdag de vijfde juni 2015 werd door Patrick Guns, general manager van Universal Belgium, een platinaplaat uitgereikt aan Christoff voor de verkoop van méér dan twintigduizend stuks van zijn album “Altijd onderweg”, zijn achtste platina-exemplaar op rij! De zevenentwintigste juni van dat jaar lanceert Christoff de single Vergeven kan, vergeten niet geschreven door Will Tura en Nelly Byl, een strook uit het album  ”Viva Tura”, opgedragen aan Will Tura die dat jaar vijfenzeventig wordt. In de Radio 2 Vlaamse Top 50 is dit nummer een van de snelste stijgers.

En Christoff blijft edelmetaal verzamelen. Zaterdag de tiende oktober 2015 was Christoff te gast tijdens de live tv-show “150 Jahre Schlager – Das grosse Fest zum Jubiläum” op ARS/ORF. In de drie uur durende en door zo’n zes miljoen mensen bekeken live-uitzending waren onder meer Semino Rossi, Mireille Matthieu, Howard Carpendale en Vicky Leandros te gast. Christoff had de eer om samen met de gastheer van de show, de populaire Florian Silbereisen, het duet Viel schöner kann es gar nicht sein, te zingen. Nadien mocht Christoff, Florian verrassen met een platina award voor de verkoop van hun duet. Vrijdag de zesde november 2015 stelt Christoff de single Kerstmis vier je niet alleen voor. Het nummer, van de hand van Jeroen Swinnen, Saskia Vanderheyden en Jo Hermans, vertelt waarover het voor Christoff met Kerstmis echt om draait: dit is het feest van de vriendschap en niemand moet dat feest alleen vieren. Vanaf woensdag de twaalfde neemt Christoff in “Disneyland Paris” een tv-special op. Op zaterdag veertien november zou hij daar zijn album “Kerstmis met jou” aan zijn fans en de media voorstellen, maar dat kon door de vreselijke terreuraanslagen de dag voordien in Parijs niet doorgaan. De voorstelling van het album werd verplaatst naar “Eurotuin” in Merelbeke.

Maandag 30 november 2015 lanceert Christoff zijn nieuwe website www.christoffkerst.be. Dit om helemaal in de sfeer te blijven van het nieuwe succesalbum van Christoff “Kerstmis met jou. De nieuwe cd is snel goed voor goud en staat intussen al twee weken in de hoogste regionen van de Ultratop Album 200. Zondag de twintigste december kreeg Christoff naar aanleiding van de verkoop van meer dan vijftienduizend verkochte exemplaren van zijn album “Kerstmis met jou” tijdens zijn concert in de “Basiliek van Koekelberg” een gouden award uit handen van Will Tura, voor een publiek van maar liefst twaalfhonderd fans.  Om deze gouden award extra in de kijker te zetten, lanceert Christoff een tweede single uit zijn kerst-cd Een ster die voor ons schijnt, een vertaling door Saskia Vanderheyden van Ein Stern der für dich scheint van Simone.

Vrijdag de achtste januari 2016 ligt er een speciaal album in de rekken. Die dag verschijnt de cd “Vorsicht Unzensiert !”, gezongen door KLUBBB 3 oftewel Christoff, Florian Silbereisen en Jan Smit. Zij sloegen de handen in elkaar om een uniek schlagertrio samen te stellen met een internationale uitstraling. Dit debuutalbum, dat in vijf landen uitkomt, is een cd vol met nieuw geschreven party- en schlagersongs. De Duitse topproducer Uwe Busse schreef alle liedjes en zat ook achter de knoppen. Vanaf begin januari gaat het trio samen op pad om het album te promoten en uiteraard staat ook Vlaanderen op de agenda. Uit dit album werd meteen de single Du schaffst das schon op de fans losgelaten.

Vrijdag de elfde maart 2016 ligt de nieuwe single van Christoff in de winkel Ik ben geboren om van jou te houden. De single, een vertaling van Geboren um dich zu lieben van DJ. Otzi en Nik P, is de start van het feestelijke jubileumjaar van Christoff waarin hij zijn vijfentwintig jaar op de planken uitgebreid zal vieren. Deze plaat is tevens de voorloper van het nieuwe album dat naar goede traditie ook dit jaar op elf juli zal gereleased worden. Om die vijfentwintigjarige carrière te vieren, geeft Christoff drie exclusieve concerten: op vijftien oktober in het “Ethias Theater” in Hasselt, op dertig oktober in het “Kursaal” van Oostende en op zesentwintig november in de “Oktoberhallen” te Wieze. Hij lanceert in het najaar ook zijn eigen schoenencollectie.

Maandag de elfde juli 2016 verrast Christoff op onze Vlaamse feestdag zijn fans met zijn nieuwe studioalbum “Hou me vast” en dit om zijn 25 jarige jubileum extra in de verf te zetten, gekoppeld aan drie jubileumconcerten in oktober en november. Voor “Hou me vast” deed Christoff ook deze keer een beroep op de Nederlandse topproducer Hans Aalbers en schrijvers als onder anderen Will Tura, Uwe Busse, René Froger en Udo Mechels.  Samen zorgden Christoff en Hans voor dertien nieuwe songs waaronder sowieso het duet Heel graag zien met zus Lindsay en als verrassing het feestelijke Vanavond gaat het gebeuren met Gerard Joling. Met dit album wil Christoff vooral een lans breken voor het Vlaamse lied dat nog altijd te zeer laatdunkend als schlager wordt bestempeld. Met nummers als Ogen weer geopend en Zij wacht op haar prins probeert hij het genre naar een hoger niveau te tillen zoals dat Jan Smit in Nederland is gelukt die het genre daar als volkspop in de etalage plaatst. Kortelings liet collega Laura Lynn die nieuwe aanpak al horen op haar album “Eindeloos”. Uiteraard ontbreken de hits Vergeven kan, vergeten niet en Ik ben geboren om van jou te houden niet. Als bonus bevat het album ook een track van het succesvolle Christoff project KLUBBB3, waarvan inmiddels al ruim 130.000 albums werden verkocht.

Zondag de 21ste augustus 2016 was het weerom bingo voor Christoff. Hij presenteerde die avond vanuit Blankenberge samen met Peter Van de Veire niet alleen “Radio 2 Zomerhit 2016″ op Eén en Radio 2, maar mocht nog maar eens in de prijzen delen. Uit handen van Stan Van Samang kreeg hij de trofee voor “Beste Zanger”. Vlak voor zijn feestelijk optreden in het “Casino Kursaal” te Oostende op zondag de 30ste oktober 2016 werd Christoff door zijn platenfirma Universal een verrassing aangeboden. Als lid van de gelegenheidsgroep “Klubbb 3″ kregen hij, Florian Silbereisen en Jan Smit, goud voor de verkoop van méér dan 10.000 exemplaren in Vlaanderen van hun debuutalbum “Vorsicht Unzensiert”, intussen goed voor méér dan 180.000 exemplaren in Duitsland, terwijl het album het voorbije jaar ook in Zwitserland en Oostenrijk erg vlot over de toonbank ging.

2017 kondigt zich voor Christoff meteen als een druk jaar aan. Hij staat voor enkele belangrijke maanden in zijn loopbaan en spitst al zijn aandacht in het voorjaar op Duitsland toe. Speciaal voor onze oosterburen houdt hij zijn agenda tot begin mei vrij. Samen met Klubbb3, een succesvol trio dat hij met Jan Smit en Florian Silbereisen vormt, is hij daar de nieuwe schlagersensatie. Vrijdag de 6de januari brengen ze in Duitsland hun tweede album “Jetzt geht’s richtig los” uit, met daaruit als eerste single, de meezinger Jetzt erst recht, zijn ze tussen nu en eind april in drie tv-shows te zien en geven ze zo’n 31 megaconcerten. Door deze overvolle agenda heeft Christoff privé besloten voorlopig een pauze in te lassen in zijn relatie met zijn vriend Jef.  Ik kan bezwaarlijk zeggen:  ”Duitsland, ik kom niet, want ik verkies qualitytime met mijn vriend. In dezen is het voor mij qua carrièreplanning nu of nooit“, aldus een enthousiaste Christoff. Vrijdag de 13de januari staat de cd “Jetzt geht’s richtig los” op 1 in de Duitse albumcharts

 

tekst en research: Marc Brillouet

© 2016 Daisy Lane & Marc Brillouet