Sabien Tiels

Toen zij een van haar eerste plaatjes opnam, wist Sabien nog niet precies welke richting zij uit wou. In het begin mocht er nog wat tempo inzitten, maar zij had al snel door dat haar platenfirma er de vaart wat wilde uithalen. Het mocht allemaal wat rustiger. Aan Manu Adriaens vertelde zij toen die haar voor zijn boek “Ik Hou Van Jou, het verhaal van de Vlaamse Showbizz” in 2000 kwam interviewen: “Ik ben geen routinemens, ik wil de dingen niet te lang op voorhand plannen. Mijn bedoeling is stap voor stap naar boven klimmen. Om misschien als de vrouwelijke Will Tura te eindigen? Het genre is wel niet helemaal gelijk, maar de tijden zijn inmiddels ook veranderd”. Op de site van “Muziekcentrum Vlaanderen” wordt zij als volgt ingeleid: Sabien Tiels, één van de eerste vrouwelijke Nederlandstalige singer-songwriters. Een zangeres pur sang die haar creativiteit uit in leuke teksten en lyrische muziek. Haar glasheldere stem, warme uitstraling en uit het leven gegrepen teksten beroeren de harten van vele luisteraars in het theater en op de radio“. Ooit werd zij omschreven als het Vlaamse antwoord op de Italiaanse diva Laura Pausini, maar intussen heeft zij zich een heel eigen stijl aangemeten en heeft zij een aparte plaats in de Vlaamse muziekwereld opgeëist.

Sabien Tiels werd de dertigste oktober 1976 als Sabine, Marie, Ghislaine Tielens in Hasselt geboren. Papa was bediende bij de Christelijke Mutualiteit in Hasselt, mama bleef graag thuis om voor haar dochter en zoon te zorgen. Mama kwam zelf uit een groot gezin, had niet echt kunnen studeren wat zij wilde en was het gewoon zichzelf weg te cijferen, te vaak soms. Wel had mama haar hart aan de schlager verpand. Zij zong graag, trad ook live op met diverse orkesten en nam onderweg zelfs enkele plaatjes op. Maar eenmaal de kinderen aan haar zijde, borg ze die carrière op en stak al haar energie in haar kroost. De oma langs vaders kant zong ook erg graag. Papa op zijn beurt was een crack in het imiteren van Louis Armstrong.

Muziek werd dus met de genen meegegeven. Waar Sabien met enige schroom over praat, is dat haar moeder ooit thuis achter in de garage een eigen vrije radio heeft opgericht “Radio Zanzibar”, maar die periode wil Sabien graag vergeten, een schoonheidsfoutje zeg maar. In Ophoven-Kinrooi trekt Sabien naar de kleuter- en de lagere school. Bij de “Zusters Ursulinen” in Maaseik volgt zij de afdeling Latijn-Grieks, maar dat houdt zij maar twee jaar vol. Met kerst komt zij naar huis met vier buizen. Papa is erg boos. Sabien dringt met de koppigheid die haar eigen is aan om naar de “Zusters Kindheid Jesu” in Hasselt te mogen om daar de afdeling kunsthumaniora te volgen. Papa stelt zijn voorwaarde: eerst slagen en dan mag zij overstappen. Met veel inzet wordt die klus geklaard en kan Sabien eindelijk studeren wat zij dolgraag wil. Niet dat die kunsthumaniora kinderspel was, want die afdeling staat op hetzelfde niveau als het algemeen secundair onderwijs, veertig uur les per week in het totaal. Naast muziek maken, moet je hier ook wiskunde, talen, biologie enz… studeren.

Zoals zovelen die in haar tijd graag zingen, waagt ook Sabien haar kans in een of andere soundmixshow. In 1986 waagt zij haar kans met een liedje waarmee Sandra Kim net het Eurovisiesongfestival had gewonnen J’aime la vie. Opgelet, Sabien is nog maar net tien. Twee jaar later, in 1988,  waagt zij opnieuw haar kans. Deze keer tijdens “Springplank ’88″, een tournee waarin uitsluitend Limburgs talent aantreedt zoals Ricky Fleming en Dana Winner en waarmee zij negen culturele centra aan doen. Omdat zij geen enkele kans onbenut wil laten, trekt Sabien als dertienjarige naar Italië om daar tijdens de liedjeswedstrijd “Euro Noté” de derde plaats in de wacht te slepen en zelfs op te treden voor La Rai, de Italiaanse televisie. Intussen volgt zij een muzikale opleiding: notenleer, zang, piano en dictie. Sabien heeft nood aan een piano om thuis te oefenen. Er staat wel een orgel, maar die piano moet er snel komen. Wanneer Sabien composities van Bach, Beethoven en Mozart begint te spelen, kijken pa en ma toch verrast op dat dochter lief dat aankan en ook liever de richting van de betere muziek kiest dan die van de schlagers die zij thuis vaak hoort.

In 1993 staat de zestienjarige Sabien voor de camera’s van VTM om daar drie maal na mekaar tijdens “Tien Om Te Zien” de applausmeter in haar voordeel te laten pieken tijdens haar vertolking van Veel te mooi, een liedje van Roger Baeten.  Eigenlijk reageert bijna niemand op dit nummer. Datzelfde jaar neemt zij voor het RM Label het door haarzelf geschreven liedje Voor Jou op plaat op, een liedje met een opgewekte beat dat nauw aansluit bij haar hupse levensstijl en gedrag op het podium. Dit plaatje geniet wat bijval en dat spoort haar aan haar liedjes voortaan zelf te schrijven. Zij laat zich carrièrematig begeleiden door manager Dirk Paternoster. Op haar eerste cd zal zij hem omschrijven als een vriend en perfecte begeleider in een wereld die haar vrijwel onbekend is. Dirk versiert voor haar een platencontract bij het in 1993 door Bert Burm opgerichte label Alora Music in Schelle. Bert had daarvoor zijn sporen al verdiend bij platenfirma Indisc. Er wordt beslist Sabien Tielens voortaan aan de man te brengen als Sabien Tiels. Onder die naam brengt zij in 1994 het door haar geschreven nummer Ondersteboven uit. Er wordt opgenomen in “Studio BSB” in Brussel en producer van dienst is Luigi Bongiovanni, die meteen op zoek gaat naar enkele uitstekende studiomuzikanten: gitarist Eric Melaerts, drummer Walter Mets, bassist Vincent Pierins, accordeonist Ad Cominotto, trompettist Patrick Mortier, saxofonist Eddy De Vos en gitarist Kevin Mulligan. Ondersteboven, over een liefde die haar wereld binnenstebuiten keert, wordt op radio vriendelijk onthaald, maar een notering in de Vlaamse Top Tien zit er voorlopig nog niet in. Mochten er in het begin nog twijfels bestaan over het talent van Sabien, die worden meteen van tafel geveegd wanneer zij het jaar nadien haar single Hou je morgen nog van mij voorstelt. Zij kan haar geluk niet op wanneer Radio 2 haar laat weten dat zij voor dit liedje de “Zomerhittrofee” als beste debuut van dat jaar in ontvangst mag nemen, het jaar dat Wendy Van Wanten “Zomerhit” wint met Verborgen Verdriet en Niels William aan de haal gaat met de trofee Beste Nederlandstalige opname met Zie ze doen.

Met het oog op het “Eurovisiesongfestival” organiseert de VRT in 1996 in het Casino Van Knokke “De Gouden Zeemeermin”, gepresenteerd door Michel Follet met in de jury onder andere Ro Burms, Sabine De Vos, Leen Demaré en Marc Brillouet. In het totaal komen er vier preselecties en veertig deelnemers aan bod. Met het liedje Nooit meer alleen bereikt Sabien de finale en behaalt daar de zesde plaats na deelnemers als Splinter, En Zo, Peter Van Laet en Garry Hagger. Lisa Del Bo wint met Liefde is een kaartspel en zal in Oslo op de zestiende plaats eindigen. Ierland gaat dankzij Eimear Quinn en het nummer The Voice met de eindzege aan de haal. Haar deelname aan “De Gouden Zeemeermin” laat bij Sabien een dubbel gevoel na. Aan de pers zegt ze: “Ik was ontgoocheld dat ik toen niet won, maar toen ik de beelden achteraf bekeek, moest ik toegeven dat ik het nog nooit zo slecht had gedaan. Ik was overmand door de zenuwen.” Haar platenfirma profiteert van de aandacht die zij met haar deelname heeft geoogst en brengt in de maand maart van 1996 haar eerste album “Hou je morgen nog van mij” op de markt. In het totaal dertien liedjes, van het eerste tot het laatste door Sabien bij mekaar geschreven, zowel tekst als muziek, gearrangeerd door Luigi Bongiovanni. Uit dat album zullen zeven liedjes op single verschijnen: Hemels, Iemand die om je geeft, Ik weet niet hoe, En toen, Is dit nu leven, en Moeder van mijn moeder. In dit liedje schrijft Sabien haar moeilijke relatie met haar oma van zich af. Bomma, zoals zij haar noemde, was altijd erg streng geweest voor Sabiens moeder en dat kon Sabien moeilijk verkroppen, dat haar bomma de  vrijheid van haar moeder altijd zo beknotte. Toch ontdekt zij met dit singeltje in de lente van 1996 de weg naar de Vlaamse Top Tien. De achtste mei van dat jaar geraakt zij daarin met dit nummer tot op de zesde plaats. Even goed doet het liedje Trein het in die Vlaamse Top Tien, want voor deze single zit er twee maanden later eveneens een zesde plaats in die top tien in. Het wordt tevens een regelrechte radiohit. Zij schreef dat liedje toen zij op weg was met de trein van Gent naar Genk waar zij samen met Miguel Wiels aan enkele liedjes sleutelde. Zij zelf is meteen weg van haar eigen vondst. Haar toenmalige platenbaas ziet dat echter in eerste instantie voor haar niet zo zitten en wil het, omdat het in zijn oren te kleinkunstachtig klinkt, het koste wat het kost doorspelen aan Ingeborg om haar dat te laten inzingen, maar dat verhaal gaat uiteindelijk niet door. Sabien eist het nummer zelf op en maakt er binnen de kortste keren een radiohit van. In de zomer van 1996 sluipt zij er de Vlaamse Top Tien mee binnen. Will Tura vraagt haar datzelfde jaar om aan zijn zijde tijdens “Tura in Symfonie 3″  Het staat in de sterren geschreven te zingen, dat hij vijf jaar eerder al op plaat had gezet.

Aan haar management en platenfirma heeft Sabien duidelijk laten weten dat zij voor kwaliteit wil gaan zonder daarmee laatdunkend op haar zingende collega’s neer te kijken. Haar platenbaas Bert Burm gaat akkoord, ook met haar koppige wens om voor haar volgend album “Hier hoor ik thuis” al de liedjes zelf aan te brengen. Er wordt opnieuw opgenomen in “Studio BSB” in Brussel met hetzelfde team en dezelfde begeleiders, met uitzondering van Toots Thielemans die haar zal begeleiden op het nummer Alles kan gebeuren. Op het bijhorend hoesje van haar album schrijft Toots het volgende: ik dank u voor de uitnodiging. Het is steeds een genoegen om door de jonge generatie gevraagd te worden (especially by the young lady with such beautiful hair…). Ik heb genoten… Veel geluk Sabine en… remember me when you’ll be a star… Toots, maart ’97. Op haar eerste album schitterde al het nummer Trein waarop zij voor dit tweede album een vervolg schrijft onder de voor de hand liggende titel Trein II. Nu nog kan Sabien er niet naar luisteren. Zij werd gedwongen, onder andere door haar toenmalig lief, om dit te schrijven, maar zijzelf is er nooit verlekkerd op geweest. De titelsong Hier hoor ik thuis wordt de eerste singlekeuze, in de Vlaamse Top Tien goed voor een zevende plaats in de maand mei van dat jaar. Nog twee liedjes uit dit album zullen op single een kans krijgen: Van voor af aan en Ik wil alleen maar zijn, maar echte hoogvliegers worden het in de hitlijsten niet. Opvallend op dit album is haar eresaluut aan Ann Christy dat Sabien brengt in de Ann Christy medley waarin zij onder andere de hits Gelukkig zijn en Dag vreemde man verwerkt. Zij voelt enig verwantschap met Ann omdat die ook vaak, net zoals zijzelf, tegen de bierkaai moest vechten. Haar talent werd tijdens haar leven ook niet echt gewaardeerd. Ann is voor Sabien een soort soulmate. Het album “Hier hoor ik thuis” wordt de kapstok waaraan zij haar eerste theatertournee ophangt. Manager Dirk Paternoster wordt bedankt voor zijn bewezen diensten en in zijn plaats komt Marc De Coen. Marc blijft maar een half jaartje aan het roer, want zijn medewerker Wim Schuer start met een eigen theaterbureau en neemt een aantal artiesten in zijn kielzog mee waaronder Sabien Tiels.

Nog steeds huizend bij platenfirma Alora Music brengt Sabien in 1999 de cd “Ik ben ik” op de markt met twaalf liedjes op maat van dit album geschreven. Voor de verandering gaat zij samen met een aantal collega’s liedjes schrijven: Wigbert Van Lierde, Jo Lemaire, Patrick Steenaerts en Tijl Corremans. Niet dat zij met een writer’s block kampt, maar het is een verrijking als singer- songwriter aan je zijde iemand te hebben die meeschrijft. Er wordt voor de opnamen uitgeweken naar de peperdure, maar steengoede “Galaxy Studio’s” in Mol met deze keer aan de knoppen Herwig Duchateau en producer Wim Schuer. Gyuri Spies schrijft de arrangementen en Dany Caen, Paul Michiels en Marc Vanhie verzorgen het achtergrondkoortje. Als eerste singlekeuze komt het liedje Breek het ijs aan bod. Het is zoeken naar een juiste stijl, dat is het eerste dat je opvalt als je het album beluistert, erg gevarieerd qua aanpak. Méér up-tempo gaat het eraan toe op de volgende single Ik ben ik dat je intussen gerust een Tielsklassieker mag noemen. Voor de derde single uit dit album valt de keuze op het akoestische Leun op mijAls het lijkt alsof niemand naar je kijkt, als je denkt dat iedereen je soms ontwijkt, leun op mij”. Alleen de single Alles uit dit album bereikt de vijfde juni van dat jaar nog net de tiende plaats in de Vlaamse hitlijst. Omdat Sabien als muzikante het beste van het beste wil etaleren, zeker wanneer zij optreedt, besluit zij zich tijdens haar theatertournee “Ik ben ik” door een echte band te laten begeleiden, niet meer alleen door zichzelf aan de piano zoals dat voordien het geval was.

Het mag wat vroeg lijken, maar in 2000 stelt Tom van Peel van platenfirma Arcade voor het verzamelalbum “Het beste van Sabien Tiels” samen. Arcade heeft namelijk van Bert Burm en diens firma Alora Music overgenomen. Sabien is hier niet echt van op de hoogte en staat ook niet echt te wachten om zich nu al verzameld te zien schitteren op een compilatie-album. Vijftien bekende liedjes van Sabien prijken op die cd met daarnaast als bonus I can’t live without your love, de Engelstalige versie van Hou je morgen nog van mij, de Ann Christy medley en haar allereerste eigen liedje Voor jou, dat zij al in 1993 had opgenomen. In 2000 beslist de directie van het “Casino van Middelkerke” de voormalige Baccarabeker nieuw leven in te blazen. Iedere Vlaamse provincie neemt eraan deel met aan het hoofd van de Limburgse ploeg als coach Sabien Tiels. Uit haar ploeg gaat Karen Verresen met de eerste prijs aan de haal. West-Vlaanderen komt als overwinnaar uit de bus met in hun team: Marino Dendooven, Michael Lanzo, Caroline Berg en Marjolein Knudde.

Steeds op zoek naar nieuwe ideeën besluit Sabien samen met Dirk Blanchart, Philippe Robrecht, Wigbert Van Lierde, William Reven en Kathleen Vandenhoudt de theaters in te trekken met het programma “Ode aan betreurde stemmen” waarin zij de mooiste liedjes brengen van de inmiddels overleden Louis Neefs, Jacques Brel, Ann Christy, Wim De Craene, Robert Mosuse en Luc Walter Junior van de groep Blue Blot. Daarmee is zij een jaar lang zoet. Tussen de bedrijven door sleutelt zij aan een nieuw album dat in de maand juli van 2001 op het label Label Vie verschijnt, opgericht door de man die al die jaren in haar talent blijft geloven, Bert Burm. In het boekje dat bij dit album hoort laat Sabien weten dat zij lang getwijfeld heeft over de te nemen optie. Haar keuze valt op de “Optie adoratie”, titel van de plaat én huldebetoon en respect voor de grote kunst van de kleinkunstenaars. Het worden uiteindelijk dertien bewerkingen van bekende kleinkunstklassiekers: Rode wijn, Tante Emma, Boer Bavo, Het dorp, Vilvoorde city, Houten kop enz… In vergelijking met haar vorige albums klinkt deze cd bescheiden qua productie die in handen is van Chris Peeters en Wim Schuer. De meningen over dit album zijn en blijven verdeeld. Houten kop en Tante Emma wagen hun kans op single, maar geraken niet in de hitlijsten. Tante Emma wordt wel grijsgedraaid door Radio 2. Tijdens ons interview jaren later geeft Sabien eerlijk toe dat zij heeft moeten zwichten voor de keuze van haar toenmalige platenbaas. Het was helemaal niet haar wens om dit concept op cd uit te werken, laat staan dat zij er voor het volle pond achterstond.

Sabien heeft intussen pianist Dirk Schreurs leren kennen en die is dol op jazz. Samen met zanger en percussionist Piet Vandenheuvel sleutelen zij aan een nieuw theaterproject waarin zij een hulde willen brengen aan het talent van sterren zoals Paul Simon, James Taylor, Carole King en Sting. Met “Blizz” trekken zij naar de culturele centra met als invalshoek tijdloze popsongs in een jazzy kleedje aan de man te brengen. Een intieme sfeer in de zaal creëren is daarbij hoofdzaak! In 2002 wordt Sabien eremeter van “VZW Autisme Limburg” en componeert naar aanleiding van het twintigjarig bestaan van deze vereniging het aangrijpende liedje Jonas, over een zwart autistisch jongetje. Al is het aanvankelijk niet de bedoeling, door de grote bijval wordt het liedje ook op single uitgebracht en geraakt in de maand november van 2002 tot op de zesde plaats in de Vlaamse Top Tien. Er wordt van dat nummer ook een gepaste en sfeervolle videoclip opgenomen.

De organisatoren van de “Nekkawedstrijd” hebben Tiels inmiddels aangezocht om als zangpedagoge degelijk werk te leveren in het opleiden van jong “mogelijk” zangtalent. Nekka oftwel Nederlandstalige Kleinkunst Antwerpen, organiseert jaarlijks een wedstrijd waaraan jong talent mag deelnemen op voorwaarde dat zij in het Nederlands zingen. De voorbije jaren kwamen als overwinnaars uit de bus: Yevgueni, Hannelore Bedert, Mira en Buurman. Zij coacht onder andere Riet Muylaert die iets later bekend zal worden als Jacko Bond. Ook dit album klinkt nogal eigenzinnig. Daarnaast gaat Sabien ook aan de slag als muzieklerares en zangpedagoge aan de muziekacademie van Tongeren al heeft zij haar opleiding aan het Lemmensinstituut in Leuven nooit afgerond.

Overtuigd van haar eigen schrijverstalent blikt Sabien in 2003 het album “Ritme van de tovenaar” in dat deze keer op het Magic label verschijnt, verdeeld door platenfirma EMI. Er wordt opgenomen in “Studio Crescendo” onder aanvoering van technicus Pino Guaracci die inmiddels tot de vriendenkring van Sabien is gaan behoren. Haar méér dan zomaar vriendje Dirk Schreurs neemt de productie voor zijn rekening. In deze haast intieme sfeer neemt Sabien elf door haarzelf in samenwerking met Dirk Schruers en Patrick Steenaerts geschreven liedjes op. Muzikale steun krijgt zij van onder meer percussionist Walter Mets, bassist Roman Korolik en saxofonist Frank Deruytter. Sabien gaat duidelijk niet meer op zoek naar liedjes die scoren, maar doet haar eigen ding. De plaat klinkt erg live alsof je op dit album getuige bent van een concertopname. Een bewuste keuze waarbij alle mogelijke gekunstelde opnamefranjes aan de kant worden gelaten. Het publiek vroeg er ook al jaren naar, dat de liedjes in de zaal zouden klinken zoals zij ook op cd te horen zijn. In die eenvoud trekt zij samen met haar partner Dirk Schreurs naar de theaters met het gelijknamige programma “Ritme van de tovenaar”. Op vraag van TV Limburg en Het Belang van Limburg schrijft zij voor de actie “Een hart voor Limburg” het toepasselijke Kijk dieper dan wat je ziet.

In de maand mei van 2005 wordt Sabien de trotse moeder van Pieterjan. Twee jaar later, de eerste augustus 2007, zal zij haar geluk bezegelen door in de kerk van As, waar ook hun permanente woning staat, in het huwelijk te stappen met haar jarenlange partner Dirk Schreurs. Als eerbetoon aan Louis Neefs en diens overlijden vijentwintig jaar geleden wordt in 2005 beslist op stap te gaan met de theatershow “Louis…”. Gery’s big band onder leiding van Gery Liekens brengt samen met Sabien Tiels, William Reven, Thomas Lauwers en Jenne Decleir een muzikale hulde aan één van de mooiste stemmen die Vlaanderen ooit rijk was. Half december verschijnt deze theatershow ook op cd waarop Sabien Wat een leven en Annelies Van Sas van Gent zingt. Een jaar later duikt zij op in het Eén programma “Zo is er maar Eén” en zingt daarin haar versie van Sjakie van de hoek van Conny Vandenbos. Bart Peeters zingt in datzelfde programma Mijn vriend Benjamin van Louis Neefs en Gena Lisa Afscheid van een vriend van Clouseau. Omdat zij en haar man tuk blijven op jazz brengen zij tijdens hun optredens Nederlandstalige liedjes in een jazzy jasje gestoken. Samen met de muzikanten Ron Van Stratum, Henk de Laart, Patrick Steenaerts en Ivan Smeulders neemt zij in een productie van haar man in 2007 het album “De Overkant” op. Twaalf liedjes van de hand van Sabien in samenwerking met Chris Mazarese en Patrick Steenaerts. Zij beschouwt haar carrière en leven tot dan toe als één lange tocht naar de overkant. “Ik ben er geraakt zonder kopje onder te gaan”, zingt zij. De plaat wordt in drie studio’s ingeblikt: “Crescendo” in Genk, “Audioworkx” in Hoogeloon in Nederland en “BSB” in Brussel. Ook dit album klinkt zeer eigenzinnig. Sabien gaat koppig haar eigen muzikale weg, heeft zich in Vlaanderen een eigen plaats weten te bemachtigen. Tiels klinkt als Tiels en niet anders, zij wil het ook zo neerzetten, zonder toegevingen te doen. Qua management heeft zij onderdak gevonden bij Wim Groos en zijn theaterbureau “Backline” waar ook Wigbert, Geena Lisa, Rosbos en Zjef Vanuytsel een thuis hebben gevonden. Onder de titel “De Overkant” gaat Sabien in de loop van 2008 on the road. Zij durft het aan de titelsong op single uit te brengen, maar dat is eerder een visitekaartje dan een hit in wording. Omdat zij als één blok achter het Nederlandstalige lied blijft staan en dat op alle momenten van haar leven wil promoten, stapt zij met haar eigen liveband samen met Sofie Van Moll en Eén-omroepster Andrea Croonenberghs in het project “Meisjes” waarin deze drie dames eigen interpretaties brengen van bekende nummers van Boudewijn de Groot, Raymond Van het Groenewoud, Ann Christy en Kris de Bruyne. Deel één wordt door trage nummers ingepalmd, maar in deel twee komen de dames aardig op dreef. Een van de hoogtepunten is de vertolking van De roos van Ann Christy en Amsterdam van Kris de Bruyne. Voor de single Vang me als ik val kruipt Sabien in de pen samen met Stefaan Fernande en is met dit nummer te zien in het Eén-programma “Vlaanderen Muziekland”.

In 2013 staat Sabien twintig jaar op de planken. Zij werkt naarstig aan het klaarstomen van een nieuw album met daarop onder meer  remakes van enkele oudere nummers van haar. Op deze cd zullen ook haar recente singles Nieuwe man, Eerste liefde en Vang me als ik val staan. De zestiende en achttiende april 2013 staat zij op het podium van “Griffelrock”  samen met haar collega’s Willem Vermandere, Udo, Maggie MacNeal,  Trio Cassiman, Luc Steeno en Bobby Prins in een presentatie van Luc Appermont. Als eerbetoon aan Bart van den Bossche zingt zij Ik blijf bij jou.

Op vraag van “Nekka” tourt Sabien samen met Astrid Nijgh, Riet Muylaert en Amaryllis Temmerman langsheen de Vlaanse culturele centra met het programma “Nijghse Vrouwen”. In 2015 zou Lennaert Nijgh precies zeventig jaar zijn geworden. De beroemde tekstschrijver van o.a. Boudewijn De Groot, Astrid Nijgh, Jasperina de Jong, Ramses Shaffy, Liesbeth List en Rob de Nijs laat een uniek en indrukwekkend repertoire achter, dat zonder enige twijfel tot het beste van het Nederlandstalige lied gerekend mag worden. Onder impuls van Astrid Nijgh, Lennaerts eerste vrouw, zullen zijn liedjes alle eer aangedaan worden door vier dames, alias dee Nijghse vrouwen: Astrijd Nijgh, Riet Muylaert, Sabien Tiels en Amaryllis Temmerma. Zij nemen u mee op een herkenbare, maar verrassende ontdekkingsreis doorheen liedjes als Meneer de President, Testament, Meisje van 16, Ik doe wat ik doe, Malle Babbe, Pastorale, en zo vele andere pareltjes. Nijghse vrouwen zal u ontroeren, meeslepen, doen dromen en laten lachen, misschien doen huilen zelfs en dat is precies wat Lennaert Nijgh met zijn teksten voor ogen had.

Na enkele jaren van werken in alle stilte komt Sabien op de proppen met een uniek concept waarvoor zij samenwerkte met tal van mannelijke singer-songwriter-collega’s. Hun opzet : samen creatief zijn en iets muzikaal scheppen vanuit het niets. Het resultaat van deze boeiende ontmoetingen wordt gebundeld in een nieuw album. Als aanloop is er de single Niks mis mee, een  duet met zanger, componist en muzikant Wigbert van Lierde. De vijftiende augustus 2015 staan ze met dit nummer dat ze beiden schreven op de vijfentwintigste plaats in de Vlaamse Top Vijftig.

Vrijdag 25 november 2016 stelt Sabien Tiels in het CC ” De Muze” van Heusden-Zolder haar nieuwste theatervoorstelling voor “Mannelijk Schoon”, waarmee ze vanaf volgend jaar on the road wil. Hiervoor kroop ze speciaal in de pen met heel wat, op zijn minst gezegd, apart te noemen mannelijke schoonheden: Stef Bos,  Johan Verminnen, Guido Belcanto, Wigbert, Stoomboot, Rocco Granata, Bart Herman, Jelle Cleymans, Berlaen en Marcel de Groot, jawel zoon van Boudewijn de Groot. Met hen schreef Sabien elf fonkelnieuwe songs die in haar nieuwste theaterprogramma vlotjes door de rest van haar oeuvre dwarrelen. En aan mannelijk talent ontbreekt het zeker niet! Haar vaste muzikale gasten als zanger-gitarist Marcel de Groot en zanger-bassist Wouter Berlaen worden vakkundig aangevuld met rasmuzikanten als percussionist Jan Servaes en gitarist Marco Cirone. Bovendien verwelkomt Sabien in elke voorstelling een verrassingsgast uit haar mannelijke voorraad. Borrelend van creativiteit delen Sabien en haar mannen graag hun uit het leven gegrepen teksten en muzikale ideeën met het publiek. Vooraf stelde ze op dinsdag de 22ste november in Gent haar gelijknamige cd voor. Als single verschijnt haar duet met Stef Bos “De reis”. Reeds eerder bracht zij de 14 mei 2016 Is het dit nu? uit dat ze samen met Marcel de Groot opnam en waarmee zij de 12de mei op 10 stond in de Vlaamse Top 50. Het werd een regelrechte Radio2-hit. In “De Standaard” is het album drie sterren waard. “Tiels meet zich verschillende gedaantes aan: soms dialogeert ze met haar mannelijk schoon, dan weer kiest ze voor een harmoniestem. Dat alles zorgt wel voor een constant luisterplezier en het moet gezegd: deze verzameling is met grote overtuiging gemaakt, en veel geloof in de eigen taal.”

Voor haar zevende album “Mannelijk Schoon” dat in de maand mei 2016 wordt gereleaset en de start van haar gelijknamige theatervoorstelling, kroop Sabien Tiels in de pen met heel wat op zijn minst apart te noemen mannelijke schoonheden: Stef Bos, Johan Verminnen, Guido Belcanto, Wigbert, Stoomboot, Rocco Granata, Bart Herman, Jelle Cleymans, Berlaen en Marcel de Groot, jawel zoon van Boudewijn de Groot. Met hen schreef Sabien elf fonkelnieuwe songs die in haar nieuwste theaterprogramma vlotjes doorheen de rest van haar oeuvre dwarrelen. En aan mannelijk talent ontbreekt het zeker niet! Haar vaste muzikale gasten als zanger-gitarist Marcel de Groot en zanger-bassist Wouter Berlaen worden vakkundig aangevuld met rasmuzikanten als percussionist Jan Servaes en gitarist Marco Cirone. Bovendien verwelkomt Sabien in elke voorstelling een verrassingsgast uit haar mannelijke voorraad. Borrelend van creativiteit delen Sabien en haar mannen graag hun uit het leven gegrepen teksten en muzikale ideeën met het publiek. Vrijdag de veertiende mei 2016 ligt er van Sabien en Marcel een duetsingle in de aanbieding, het door hen samen geschreven Is het dit nu? In “De Standaard” is het album drie sterren waard. “Tiels meet zich verschillende gedaantes aan: soms dialogeert ze met haar mannelijk schoon, dan weer kiest ze voor een harmoniestem. Dat alles zorgt wel voor een constant luisterplezier en het moet gezegd: deze verzameling is met grote overtuiging gemaakt, en veel geloof in de eigen taal.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2018 Daisy Lane & Marc Brillouet

Laura Lynn

Dana Winner kronen tot onze schlagerkoningin? Daarvoor heeft zij te veel verschillende genres aangeboord. Dan moet er strijd worden geleverd tussen Lindsay en Laura Lynn. En die strijd gaat niet gelijk op, want Lindsay zong lange tijd in de schaduw van haar broer Christoff en begon pas enkele jaren geleden aan een solocarrière. De zogeheten strijdbijl dan maar begraven en de eer laten aan wie die eer toekomt. Toen aan Laura Lynn in 2006 gevraagd werd of zij wilde meewerken aan haar biografie, schrok zij even, want zij was toen nog geen dertig. Enkele maanden later lag “Mijn Droom” in de winkel dankzij uitgeverij Kramat. De eerste pagina’s van het boek worden gesierd door een voorwoord door minister Geert Bourgeois, die haar de verdienste toeschrijft, voor een groot deel dan toch, dat het Vlaamse levenslied dankzij haar nog altijd leeft. Hij drukt zijn onbegrip uit over het feit dat er nog altijd mensen zijn die misprijzend op de schlager neerkijken. Angelsaksische muziek, oké, maar té vaak voorbijgaan aan onze eigen artiesten is volgens de minister not done. Hij deinst er niet voor terug een reeks radio- en televisiemensen “een elitaire muziekkeuze” toe te dichten. De minister steekt dan ook in de media niet onder stoelen of banken dat hij vanaf het eerste uur fan van Laura Lynn was. Hij hoopt dat zij veel artiesten mag blijven inspireren zodat wij weer wat trotser op ons Vlaams muzikaal talent zullen worden.

Laura werd door de huisarts aangekondigd als een jongen, daar durfde hij heel veel op te verwedden. Een echografie was niet nodig, de symptomen spraken voor zich. Het zou weleens een tweeling kunnen zijn. Groot bleek de verrassing toen de achttiende juni 1976 Sabrina Tack in Ardooie in de wieg lag. De huisarts zat er dus compleet naast. Mama was maar wat blij met een dochter. Qua voornaam werd er getwijfeld tussen Sabrina en Cindy. Het werd uiteindelijk Sabrina! Voor de hand liggend ging Sabrina naar de kleuterschool in Ardooie. Zij weet nog goed dat zij graag in haar eentje speelde, veel vriendinnetjes had zij in die tijd niet. Na de kleuterafdeling stapt Sabrina over naar de rijksschool in Ardooie, maar na een jaartje houdt ze het daar voor bekeken en stapt over naar de gemeenteschool. Omdat mama druk bezig was als haarkapster, werd Sabrina voor een groot deel opgevoed door de meter van haar moeder, haar lievelingsoma, mémé genoemd. Toen zij nog op de lagere school zat, die vlak tegenover het huis van haar oma lag, kon zij vanuit de klas mémé in haar huis zien klussen en, als het even kon, zwaaiden zij door het raam naar elkaar. Dat waren toen jaren van pure verwennerij. Tussen papa en mama botert het na een tijdje niet meer zo goed. Zij besluiten te scheiden. Sabrina is zeven wanneer zij uit elkaar gaan. Zij gaat samen met mama bij mémé inwonen. De band met haar vader blijft zij onderhouden. Om de veertien dagen brengt zij hem een bezoekje. Tijdens de zomervakantie mag zij zelfs een maandlang bij hem doorbrengen. Na de scheiding wordt Sabrina een echte plantrekker die snel haar nieuwe draai vindt.

Op school is Sabrina geen hoogvlieger, eerder een geslaagde middelmaat met een afkeer voor wiskunde en een absolute voorkeur voor godsdienst. Ook gaat zij helemaal op in muziek. Dat vak kan haar bekoren als geen ander. Wanneer zij twaalf is, stapt zij over naar de nonnetjes Kindsheid Jesu in Ardooie, maar al snel heeft Sabrina door dat dit niet haar cup of tea is en houdt ze het daar na twee jaar voor bekeken. Aan het Sint-Jozefsinstituut in Tielt gaat zij de afdeling haartooi volgen. Mama is kapster en Sabrina lijkt dat ook wel leuk te vinden.

Muziek is intussen almaar belangrijker in haar leven geworden. Zij heeft één idool dat zij trouw volgt, Bart Kaëll. Zij is zelfs dolverliefd op hem. Vooral zijn liedjes Zeil je voor het eerst en De Marie-Louise spreken haar enorm aan. Sabrina wil zelf koste wat het kost artieste worden. Zij komt immers uit een muzikale familie en weet hoe leuk het is om op een podium te staan. Pépé, mama’s vader, heeft jarenlang een orkest gehad en Sabrina mag vaak mee naar zijn optredens. Mama is trouwens zelf ooit zangeres geweest bij The Kristo Stars. Zij werd in die tijd speels de Corry Konings van Ardooie genoemd. Na lang zagen mag Sabrina van haar ouders naar de Showbizzschool in Oostende, waar zij de lesuren deelt met Christoff, Filip D’haeze, Niels William, Vanessa Chinitor en Gunther Levi. Veel steekt zij op van haar favoriete leraren Jan Decleir en Ignace. In de namiddag wordt zij klaargestoomd als artieste en in de voormiddag moeten zij een vak aanleren, in haar geval schoonheidsspecialiste. Sabrina blijft drie jaar attent en intens alle lessen volgen en keert na een degelijke opleiding naar huis terug, al zal zij de jaren nadien spijt hebben dat zij geen echt diploma op zak heeft. Het mag misschien vreemd lijken, maar na haar opleiding kiest Sabrina ervoor in het playbackcircuit te stappen, eerst als een blauwdruk van Madonna, later van haar nieuwe idool Petra. Zij gaat ook stilaan zelf zingen met een voorkeur voor Vlaamse liedjes, want die taal ligt haar het meest na aan het hart. Zij wordt samen met haar vriendin danseres bij Hein Didioffzky, een neef van haar moeder, die met liedjes als Olé! Ola!, Dank u wel en Linda luid genoeg van zich liet horen. Hij zal nadien ook plaatjes opnemen onder zijn echte naam Didier Feys. Samen met hem is Sabrina te horen in het nummer Love Train, dat in 1992 op single verschijnt. Dance is dan al wat de klok slaat. Het succes blijft echter uit. Het was in die tijd eerder schnabbelen dan professioneel aan de bak komen. Haar agenda staat behoorlijk vol, reden tot klagen is er dus niet. Hopen op een hit is er al lang niet meer bij.

Wanneer de moeder van Didier Feys in 1999 overlijdt, trekt hij een streep onder zijn carrière. Sabrina timmert van dan af in haar eentje aan de weg. Er worden in de loop van de jaren negentig solosingletjes ingeblikt zoals Voor mij ben jij de top en in 1993 het dancegetinte Help, ik sta in brand. Wil je op zoek naar die plaatjes, zoek dan onder de naam Sabrina. Om aan wat extra geld te geraken, gaat Sabrina als rackjobster – rekkenvulster is nu eenmaal geen aantrekkelijke naam – werken in een modezaak. Zij vrolijkt die job wat op door ook de etalages te decoreren. Van 1999 tot 2004 blijft Sabrina in die shop werkzaam. In 2002 leert zij haar boezemvriendje Tonnie kennen.

Op de Showbizzschool had Sabrina Filip D’haeze leren kennen, die iets later de groep Swoop opricht. Hun manager is Patrick Vandewattijne. Hij weet dat Sabrina zingt en vraagt haar of ze niet eens een liedje in het Nederlands wil opnemen. Maar verder dan die vraag en een antwoord geraken zij niet. Er wordt wel voor een artiestennaam gekozen. Eerst gaat de voorkeur uit naar Lynn, maar dat vindt Sabrina iets té kort en bondig en dus wordt haar artiestennaam verlengd tot Laura Lynn. Iets later pikt Patrick opnieuw de rode draad en de vraag op, trekt met Sabrina naar de studio en blikt er een demootje in. Hij laat haar ook in het voorprogramma van Swoop optreden om wat meer ervaring op te doen. Met die demo van het nummer Je hebt me 1000 maal belogen, origineel op plaat gezet door Andrea Berg als Du hast mich tausendmal belogen, geschreven door Eugen Römer en vertaald door Dennis Peirs, stapt Patrick naar die andere Patrick die belangrijk in het leven van Sabrina zal worden, Patrick Busschots, eigenaar van het ARS-label. Na de eerste noot voelt Busschots dat hier goud in zit. Even later wordt beslist het nummer definitief in de Sterman & Cook Studio in Eeklo in te blikken. Je hebt me 1000 maal belogen wordt binnen de kortste keren een nummer één in de Vlaamse Top Tien in de maand april van 2005 en zal zo’n zesendertig weken na elkaar daarin genoteerd blijven, waarvan twaalf weken na elkaar op één. Een monsterscore! Goud is de logische bekroning. In de Ultra Top Vijftig zit er de negende april een tweede op plaats in. Laura moet er wel tegen kunnen dat de nationale zenders, met voorop Radio 2, haar in het begin negeren. Stilaan wordt toch toegegeven, want om dat immense succes kan zelfs de VRT niet heen. Binnen de kortste keren wordt zij ook de Vlaamse lieveling in “Tien om te Zien” bij VTM.

Dat succes kwam vrij plots, Laura kende geen minuut rust meer, de media eisten haar volledig op en zij geraakt over haar toeren, slaapt te weinig en krijgt met anorexia te maken. Maar zij wordt goed omringd. De kick van het succes waar zij al die jaren van gedroomd heeft, is een zoete troost in deze hectische periode. Zij weet wat haar als vedette te wachten staat. Plots staat Sabrina boven aan de affiche met deze keer Swoop in haar voorprogramma. Het kan snel verkeren. Samen met producer Phil Sterman wordt gedokterd aan een opvolger. Die schrijft hij samen met zijn echtgenote Lieve: Jij doet de wolken verdwijnen, waarmee zij aantonen dat zij precies aanvoelen welke richting zij met Laura uit willen. Het schlagergehalte blijft behouden. Bij ons zit er een regelrechte nummer één in en ook Nederland reageert, want zij is daar te gast tijdens een van de afleveringen van “TROS Muziekfeest op het Plein”. ARS weet dat er snel een album voorradig moet zijn en gaat op zoek naar twaalf geschikte nummers voor het album “Dromen”. Pierre Kartner mag het liedje Casanova aanreiken, op tekst van Benny Neyman is er de vertaling van Lost without your love, voorts ook Alleen is maar alleen en de Duitse hit Stimmen im Wind van Juliane Werding wordt Liever alleen. Tot ieders verbazing klimt dit album snel naar de Ultratop Album Vijftig. Veertigduizend exemplaren vinden hun weg naar de Vlaamse huiskamers met als kers op de taart een platina plaat. Omdat Radio 2 moeilijk achterwege kan blijven, belonen zij tijdens “Zomerhit” in 2005 Laura met de prijs “Hype van het Jaar”. Duidelijk een doekje voor het bloeden, maar Laura is blij dat zij op die manier toch de verdiende aandacht krijgt. Op het album “Dromen” staat ook het liedje Stille dromen, geschreven door Patrick Van Dijk en Maurice Van Den Langenberg, dat zij inzingt samen met het kinderkoor De Wielewaaltjes. Op single wordt dit eveneens een dikke hit. Laura steekt veel op van de zanglessen die zij van Wilfried Van Beveren krijgt. Iets eerder dat jaar is Laura meter geworden van de Davitamon-Lottowielerploeg. Op het einde van 2005 wordt er in een beperkte oplage een limited edition van de cd “Dromen” uitgebracht met daarop twee nieuwe nummers, Zonder jou en Een antwoord op mijn vraag, een nieuwe versie van Stille dromen en de “Laura Lynn Special” staat op een extra dvd. Opnieuw schittert het album op één in de Ultratop Album Vijftig. Uiteindelijk zullen van beide edities negentigduizend exemplaren over de toonbank gaan, wat Laura dubbel platina oplevert. Van het album wordt door VTM een special ingeblikt, die de derde december wordt uitgezonden.

Minister Geert Bourgeois praat met Laura de vierde januari 2006 in het Radio 1-programma “Wilde Geruchten” en laat nogmaals zijn sympathie voor haar blijken. Er wordt ook vrij snel gewerkt aan een album voor de Zuid-Afrikaanse markt en Laura neemt met zangeres Nadine, die in Zuid-Afrika al jaren een gevierde ster is, een duet op. Om promotie te voeren voor haar Zuid-Afrikaanse cd “Dromen”, trekt Laura in de maand juli 2006 naar Zuid-Afrika. Op dat album dus het duet To all the guys I loved before, dat zij met Nadine had ingezongen, en voorts liedjes als Jy het my duisend maal belowe, Jy laat die wolke verdwyn, Stille drome en Elke nag, enkele hits dus in het Afrikaans gezongen. Dat Zuid-Afrika zal echter bij de ene poging blijven, want Laura heeft het in Vlaanderen zo druk dat dit project naar de achtergrond verdwijnt. Op zoek naar een stevige hit bij ons bewerkt Phil Sterman de Duitse schlager Arrivederci Hans, ooit een hit in de versie van Rita Pavone. Moeiteloos zit er ook deze keer weer een nummer één in en dat negen weken na elkaar in zomer van 2006. Voor de hand liggend wordt deze single de trekker van het tweede album “Voor jou”. Ook deze keer wordt er in de Sterman & Cook Studio in Eeklo opgenomen. Omdat Laura in de pers qua populariteit nogal eens met Marva vergeleken wordt, komt haar platenfirma op de idee haar aan Marva te koppelen in een remake van de hit Rode rozen in de sneeuw. Voorts staat op het album de opgewekte schlager Vlinders in je buik, niet te verwarren met die gelijknamige hit van Mieke. Op de B-kant zingt Laura voor de aardigheid met haar moeder in duet Niemand laat zijn eigen kind alleen, dat bij ons in de Lage Landen eerder een hit werd in de versie van Willy en Willeke Alberti. Ook al reageert het publiek erg enthousiast op dit nummer, toch zal daar de eerstkomende jaren geen vervolg op komen. In de maand mei ligt het album “Voor jou” in de winkel. Vooraf zijn er al vijfendertigduizend exemplaren besteld, bij de voorstelling al goed voor een platina exemplaar. Opnieuw zit er een eerste plaats in de Ultratop Album Vijftig in en dat zes opeenvolgende weken. De cd-strook Jij bent de mooiste, geschreven door Jacques Verburgt en Raymond Felix, bekend van de hits die zij voor Sha-Na schreven, levert haar op single alweer een nummer één op in de Vlaamse Top Tien. Er zit tevens een hoogste notering in voor haar in de Ultra Top Vijftig, om precies te zijn de eerste juli 2006.

In de loop van de maand februari 2007 start Laura met haar tournee “Betoverd”. Iets later, de eenendertigste maart, staat zij op de planken van de Ethias Arena in Hasselt voor de tweede editie van het “Schlagerfestival” aan de zijde van Freddy Breck, Marianne Weber, Mieke en Koos Alberts. Het jaar voordien stond zij daar al te schitteren samen met Pierre Kartner, Jimmy Frey en Eddy Wally. Heeft Laura ooit een liedje opgenomen van Burt Bacharach en Hal David? Jawel, maar ik denk niet dat zij ook maar enig vermoeden had toen zij een hit scoorde met haar versie van Dans je de hele nacht met mij, in de zomer van 1966 in Nederland een nummer één voor Karin Kent. Dat liedje komt oorspronkelijk uit de film “What’s new Pussycat” en duikt daarin op als Marriage, French style. De zoveelste nummer één en tot haar eigen verbazing een nummer één in de Ultra Top Vijftig die ze de negende juni mag aanvoeren. In de maand juni van 2007 is er het album “Goud van Hier” met daarop een rist bewerkingen van liedjes die in Vlaanderen al eerder een hit waren geweest: Blijf je bij mij van Roger Baeten, De laatste dans van Anja, Oempalapapero van Marva en Helikopter US Navy 66 van Samantha, om er een paar te noemen. Ook dit album is goed voor platina. In de Ultratop Album Vijftig staat de cd twee weken na elkaar op één. Laura vindt het belangrijk dat zij de fans kan blijven verbazen, vandaar die idee eenmalig een conceptalbum op te nemen rond bekende liedjes van bij ons. Laura vindt het wel belangrijk die liedjes in een nieuw jasje te stoppen. Ook al is het album een voltreffer, er wordt beslist er geen vervolg aan te breien. Aan de pers laat Laura openhartig weten dat aan haar vierjarige relatie met Tonnie een einde is gekomen. In stilte is zij er kapot van. Tonnie was dan wel geen minnaar in de letterlijke zin van het woord, maar zij verloor aan hem wel een echte vriend, eentje die zij nog altijd mist. Tijdens de opnamen van haar nieuwste cd hadden zij in alle stilte besloten een punt achter hun relatie te plaatsen. Laura besliste intussen ook het qua optredens wat rustiger aan te doen en intensief zangles te gaan volgen om op die manier haar stem wat te sparen, want door de vele optredens kreeg die stem het de maanden voordien vaak hard te verduren. “Laura Lynn: goud” is de titel van de special die VTM de achtste september van dat jaar uitzendt. Uit dit album wordt ook Hasta la vista mañana op single uitgebracht. De productie voor dit album is deze keer in handen van Patrick Hamilton en het wordt opgenomen in The Globe Recording Studios in Loppem. Van haar livetour “Betoverd” wordt een dvd op de markt gebracht. Die dvd wordt door Story bij een van hun septemberedities aangeboden en toont de liveregistratie van het concert dat zij de tweeëntwintigste juni in de Zuiderkroon had ingeblikt.

De tweede november stelt Laura het duet Kom dans met mij voor, ingezongen samen met Frans Bauer. Het ligt voor de hand dat er op zeker wordt gespeeld. Het nummertje wordt geschreven door Emile Hartkamp, die tot dan toe Frans’ hitleverancier was. Frans staat op dat moment zowel in Nederland als in Vlaanderen aan de top van zijn succes en die samenwerking mist natuurlijk haar uitwerking niet. Het duet Kom dans met mij is ook te horen op een luxe-editie van het album “Goud” die als limited edition in de maand november verschijnt met in het totaal zeven nieuwe nummers plus haar liveshow “Betoverd” als extraatje op dvd. Om dat succes met Bauer in de Vlaamse Top Tien over te doen, wordt Al duurt de nacht tot morgenvroeg uitgebracht: zes weken na elkaar staan zij met hun tweetjes boven aan de Vlaamse Top Tien te kwelen dat het een lieve lust is. Vaker dan het haar lief is, krijgt Laura te horen dat zij haar succes ook in het buitenland moet uitproberen. Kijk maar naar Frans Bauer en André Hazes, hun is het ook in Vlaanderen gelukt als Nederlanders. Het blijkt iets moeilijker te zijn dan gedacht. De singles Je hebt me 1000 maal belogen, Casanova en Al duurt de nacht tot morgenvroeg worden bij onze noorderburen in 2006 en 2008 op single gereleaset, maar verder dan de tipparade geraakt Laura niet, voorlopig toch niet.

Na het singlesucces met Frans Bauer wordt er aan Emile gevraagd een twaalftal liedjes te schrijven, die uiteindelijk op de cd “Duetten” aanbelanden. De productie wordt door Emile Hartkamp verzorgd en ingeblikt in Caesar’s Palace Studio’s in Arnhem, de thuishaven van Emile. Vier weken na elkaar staat de “Duetten-cd” in de loop van de maand mei 2008 boven aan de Ultratop Album Vijftig. Ook de single Als ik de lichtjes in jouw ogen zie uit dat album geraakt moeiteloos in de Vlaamse Top Tien. In Vlaanderen wordt er van dan af over het “fenomeen” Laura Lynn gesproken. Zij geeft aan het schlagergenre een enorme boost. Haar oudere collega’s Willy Sommers, Bart Kaëll en Luc Steeno vinden hun derde hitadem terug en springen mee op de kar van het hernieuwde succes. Schlagers zingen is weer in, ook al volgt de VRT die koers nog steeds niet.

“Vegas” is de titel van de nieuwe show waarmee Laura in de maand januari van 2009 de affiche van de Lotto Arena inkleurt. Met het oog daarop zingt zij het liedje Las Vegas, maar daar zit geen echte hit in. Vrij snel volgt twee maanden later Oh wat een dag! op single, geschreven door Lov Cook en Phil Sterman, haar team van het eerste uur. Vijf weken na elkaar staat dat nummer boven aan de Vlaamse Top Tien. Lov en Phil nemen deze keer de productie opnieuw in handen en er wordt weer opgenomen in de Sterman & Cook Studio in Eeklo. Op de hoes laat Laura aan de fans weten dat zij hoe langer hoe meer gaat beseffen dat zij zichzelf gelukkig mag prijzen dat zij liedjes mag zingen voor een publiek dat haar nu al sedert enkele jaren steunt. Zij bedankt met klem haar platenfirma ARS en The Booking Agency die haar agenda regelen. In de lente van 2009 is er het album “In vuur en vlam”, dat niet zo’n sterk album blijkt te zijn als haar vorige. Een zevende plaats in de Ultratop Album Vijftig is de hoogste notering die er deze keer in zit. Omdat polonaises er altijd ingaan als gesneden koek, doet de single We dansen de zumba in de maand maart van 2010 wat ervan verwacht wordt en zit er ook deze keer voor Laura in de Vlaamse Top Tien een nummer één in. Een wat andere look en hoes, minder rooskleurig, maar met voorkeur voor zwart en donkerblauw siert het album “Eindeloos”, dat in het najaar van 2010 verschijnt. Sabrina staat vijf jaar op de planken als Laura Lynn en is al aan haar zesde album toe. Ook deze keer is de eer aan Phil Sterman om de productie voor zijn rekening te nemen onder het toeziend oog van Laura’s manager Ilia Beyers. De covers krijgen niet meer de bovenhand, het merendeel van de liedjes wordt door Lov Cook en Phil Sterman aangereikt. Iedereen is tevreden over het eindresultaat. Het album belandt uiteindelijk op de vierde plaats in de Ultratop Album Vijftig. Qua singleresultaat worden er minder successen geboekt. Met jou samen leven belandt op single en vooral Wat heb jij met mij gedaan? vindt een gretig publiek, want ook deze keer zit er opnieuw een nummer één in. Op tekst en muziek van Joris Devos en David Gailliaert mag zij in 2010 het Gordellied Fietsen, lopen, stappen afleveren. Dit is een heel andere Lynn dan we van haar gewoon zijn. Duidelijk gekozen om een zo breed mogelijk publiek aan te spreken en een liedje dat wél bij Radio 2 welkom is. Waar het publiek volop van geniet, is haar versie van Naar de kermis, dat zij samen met de in Vlaanderen razend populaire Romeo’s opneemt. Twee weken mag zij in de maand februari van 2011 met hen boven aan de Vlaamse Top Tien postvatten.

Het valt op dat, wanneer Laura aan anderen gekoppeld wordt, dat vaak resulteert in een zeer positieve eindscore. Waarom haar niet linken aan Matthias Lens, die sinds 2009 samen met Annelies Winten het accordeonduo The Sunsets vormde. In januari 2011 beslist Matthias echter solo te gaan nadat hij intussen een close vriendschap met Laura heeft gesloten. De vonken springen eraf in hun duet De kusjesdans, de elfde februari van dat jaar goed voor een eerste plaats in de Vlaamse hitlijsten. Opnieuw wordt er bij producer Phil Sterman aangeklopt voor het volgende album, dat als titel “Dat Goed Gevoel” meekrijgt. Laura is intussen zwanger en wil dat ook op haar nieuwe album laten horen. Als eerstvolgende single daaruit wordt gekozen voor Maar met alle Vlaamse meisjes. Het verhaal wordt saai, maar ook deze keer is het in de Vlaamse hitlijsten bingo, net als voor de daaropvolgende singles Parapapa, een vertaling door Lieve Decock van de hit van Flo Rida, en Wij vieren feest!, een bewerking van een Duits volksliedje op tekst van Dennis Peirs en muziek van David Vervoort. Wij moeten het weer toegeven, covers liggen Laura altijd goed en blijken haar de nodige hits op te leveren, want hoe meer hits, hoe meer zij wordt gevraagd om op te treden. Opvallend op haar album “Dat Goed Gevoel” is het liedje Eliana. Dat schrijven Lov Cook en Phil Sterman naar aanleiding van de geboorte van haar dochtertje Eliana, de negentiende september 2012. Het is tijdens de babyborrel enkele weken later dat Laura niet alleen haar nieuwe album, maar tevens haar dochter Eliana aan de pers voorstelt in het gezelschap van de trotse vader Matthias Lens. Zij gaan in Ardooie wonen. Laura volgt de carrière van haar man van dan af op de voet. Zij luistert regelmatig naar zijn albums. Vooral hun dochter is er verzot op.

In de loop van 2013 beslist manager Ilia Beyers in samenspraak met haar platenfirma ARS naar nieuw materiaal op zoek te gaan, want haar single Hup faldera, alweer een bewerking van een oeroude Duitse meezinger, doet het minder goed dan verwacht. Omdat Laura zowat het uithangbord van de Vlaamse schlager is geworden, prijkt zij in de maand april weer op de affiche van het “Schlagerfestival” in de Ethias Arena van Hasselt samen met haar collega’s Lee Towers, Christoff, The Sunsets, Luc Steeno en Salim Seghers. In 2010 mag zij ook de affiche sieren van “Rimpelrock” in Kiewit-Hasselt, waar zij de elfde augustus 2013 opnieuw haar opwachting maakt, deze keer aan de zijde van Engelbert Humperdinck, Natalia, Jan Smit, Frank Galan, De Romeo’s en Gérard Lenorman.

Ten huize van Lens-Lynn wordt het almaar drukker. De agenda’s moeten voortdurend naast elkaar worden gelegd, want Matthias start anno 2013 met een solocarrière en lanceert in de maand augustus van dat jaar zijn album “Matthias Lens” met daarop hoofdzakelijk vertaalde covers van hits zoals Pretty Belinda, Mademoiselle Ninette en Itsy bitsy teenie weenie. Een nieuw duet met zijn echtgenote staat er voorlopig niet op, maar dat kan nog komen, al hebben zij vrij snel samen beslist dat ieder vooral aan zijn eigen carrière zal werken. De achttiende april 2014 meldt haar platenfirma ARS met trots dat zij op één staat in de Vlaamse Top Tien met het nummer Jij en ik, een Nederlandstalige versie van “Atemlos” van Helene Fischer, de geschikte rode loper voor het nieuwe album.

Op de vraag of zij intussen rijk is geworden dankzij haar carrière en zich een aantal poetsvrouwen kan permitteren, reageert zij ontkennend. Zij treedt zo’n honderd keer per jaar op en de cd-verkoop is intussen aardig teruggelopen. Ook al heet zij Laura Lynn, toch raakt het haar telkens als de fans haar met haar gewone naam Sabrina aanspreken. Dan voelt zij zich ook als persoon gewaardeerd en niet alleen als zangeres. Dat geeft een enorme boost aan haar zelfvertrouwen. In het begin van haar loopbaan was zij erg schuchter omdat je je dan voortdurend moet bewijzen. Nu beseft zij dat zij best trots mag zijn op wat zij gepresteerd heeft. Zij weet nu al dat, wanneer haar succes voorbij zal zijn, zij het daar heel moeilijk mee zal hebben om dat te verwerken, al zal zij zich niet te goed voelen om dan te gaan werken. Wat zij wel nog eens graag zou doen, is een eigen muziekprogramma presenteren. Met schlagermuziek, waarom niet iets in de stijl van haar collega Lindsay bij Ment TV. Vroeger vonden de mensen schlager echt iets voor oudere mensen, maar nu komen jong en oud naar haar concerten kijken om er mee te zingen en plezier te maken. Tijdens ieder optreden geeft Laura het beste van zichzelf. Daarvoor soigneert zij zich nog elke dag: haar stem trainen, haar uiterlijk verzorgen en op zoek blijven gaan naar een geschikt repertoire. Of zij een zwak heeft voor iets wat zij niet kan weerstaan? Paprikachips eten tot zij er ziek van wordt.

Haar jarenlange vriendschap met Luc Steeno onderstreept Laura wanneer zij de zevenentwintigste mei 2014 de single Diep in je ogen uitbrengt, een zomerse single met veel hitpotentieel. Lieve Decock vertaalde speciaal voor hen deze vroegere hit van Tony Christie Oh mi amor. Bij de release vertelt Laura aan iedereen die het wil horen dat zij tijdens de zomermaanden samen met Luc vaak zal optreden op diverse Vlaamse podia en er zeker bij zal zijn tijdens de feesten rond zijn vijftigste verjaardag, de achtentwintigste juni van dat jaar. Zij weten dan nog niet dat er dubbel gefeest zal worden, want de zevende juni staan Luc en Laura met Diep in je ogen op één in de Vlaamse Top Tien en zullen daar een aantal weken blijven postvatten.

In een productie van David Vervoort brengt Laura in de zomer van 2014 een cover uit van Nur noch einmal schlafen van Anna-Maria Zimmermann op tekst van Cliff Vrancken. We feesten heel de nacht staat de zevenentwintigste september bij Radio 2 op drie in de Vlaamse Top Vijftig. Enkele maanden later pakt zij uit met het verrassende Dans. Weg is de typische schlager. Radio 2 pikt de single meteen op. De tweeëntwintigste november staat Laura er in de Vlaamse Top Vijftig mee op de zesde plaats.

De zeven-, acht- en negenentwintigste maart en de derde en vierde april 2015 siert Laura Lynn de affiche van de tiende editie van het “Schlagerfestival” in de Ethias Arena in Hasselt. Als gimmick treedt Laura daar op aan de zijde van Nathalie Meskens en Tine Embrechts alias Trampo Lynn en Zeppe Lynn oftewel The Lynn Sisters. Naar aanleiding daarvan verschijnt het album “Soldiers of love” met daarop tien covers van bekende meezingers, waaronder Eviva España, Laat de zon in je hart, Je bent niet hip, De allereerste keer en de single Soldiers of love. Voorts staan op de affiche van deze tiende editie Sam Gooris, Yves Segers, Willy Sommers, Sandra Kim, Luc Steeno en Christoff.

2015 wordt voor Laura een feestelijk jaar, want dan viert zij haar tienjarige carrière met vier jubileumconcerten: de tiende en elfde april en de zesde en zevende augustus in het Kusttheater “‘t Colisée” in de Kerkstraat in Blankenberge.  Het platenlabel Top Act Music bracht op 23 maart 2015 een feestelijke jubileumeditie van het album ” Jij en ik” uit met bonusnummers en, speciaal voor de fans, een DVD met daarop o.a. videoclips en unieke tv-opnames van haar grote hits zoals Je bent de mooiste, Naar de kermis, Je hebt mij 1000 x belogen en de recente nummer 1-hits Diep in je ogen en We feesten heel de nacht. Tegelijkertijd werd haar contract met Universal hernieuwd. “Laura is één van de leading ladies in de Vlaamse muziekwereld”, zegt Patrick Guns, general manager van Universal Music Belgium. “Haar muzikale carrière is met Universal verbonden en ik ben dan ook fier dat we in de toekomst samen aan de weg zullen blijven bouwen. We kijken uit naar de komende gezamenlijke projecten.” Uit handen van Patrick mocht Laura een gouden award ontvangen voor de verkoop van méér dan tienduizend exemplaren van het album  “Jij en Ik”. Met negen gouden awards, vijf platina awards, een dubbel platina en een driedubbel platina award, is dit dus haar zestiende die ze in haar carrière tot nu toe heeft gekregen.

Woensdag de vierentwintigste juni 2015 wordt in het gezelschap van Will Tura tijdens een persconferentie in Blankenberge de cd “Vlaanderen zingt Tura” voorgesteld. In een arrangement  van Hans Aalbers brengt Laura speciaal voor dit album haar versie van Mooi, ‘t leven is mooi. Haar feestjaar wordt voortgezet met de lancering op maandag de dertiende juli van Dat Gevoel, een vertaling van Das Gefühl van Andrea Berg, door haar geschreven samen met Dieter Bohlen.

De vierde maart 2016 ligt de nieuwe single Rechtop in de wind in de winkel. Met dit nummer neemt Laura bewust een wending in haar carrière. Voortaan werkt ze samen met producer Steve Willaert. Zij brengt dit nummer ook tijdens het Schlagerfestival in de “Ethias Arena” in Hasselt op 25, 26 en 28 maart en 1 en 2 april. Rechtop in de wind is meteen ook de aanloop naar haar nieuwe album. We kennen dit nummer, geschreven door Peter Koelewijn, reeds in de versie van Marga Bult (ex Babe-zangeres) die er in 1987 in Brussel mee deelnam aan het “Eurovisiesongfestival” en er een vijfde plaats mee behaalde. Winnaar werd toen Johnny Logan met Hold me now.

Vrijdag de 27ste mei 2016 ligt het nieuwe album van Laura Lynn in de winkel “Een nieuwe dag” en nieuw klinkt het album soweiso.  “Er is een nieuwe Laura Lynn te horen op het album”, zegt Laura zelf. “Nu ik de handen in elkaar sla met Steve Willaert, mijn nieuwe producer, heb ik muziek op een heel andere manier leren kennen .” De meest opvallende songs op dit album zijn een cover van Het is een nacht, je weet wel die monsterhit van Guus Meeuwis, Dokter Bernhard dat we nog kennen in de originele versie van  Bonnie St.Claire die daar in 1976 in de Lage Landen een vette hit aan overhield en dat Laura op dit album in duet met Kurt Rogiers zingt. Het meest in het oorspringend is wellicht haar akoestische versie van haar grote doorbraakhit Je hebt me 1000 maal belogen.

In 2017 brengt Laura twee covers op de markt. De 25 ste februari staat ze op plaats 14 in de Vlaamse Top 50 genoteerd met Kalispera Griekenland, een vertaling van een hit van G.G. Anderson. Laura zingt het voor deze gelegenheid in duet met Lindsay.

De 3de juni staat ze in diezelfde hitlijst op de 27ste plaats met Hemelsblauwe ogen, de vertaling van Himmelbaue Augen van haar Duitse collega Anna-Maria Zimmermann.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2015 Daisy Lane & Marc Brillouet

Eddy Wally

Eddy Wally’s verhaal zou zo in een Hollywood decor kunnen passen. Wally in de hoofdrol in een  film met als toepasselijke titel  “From rags to riches”. Een film met een lach en een traan, het enige echte verhaal over de keizer van de Vlaamse smartlap!

Wally werd de twaalfde juli 1932 als Eduard Van De Walle in Zelzate geboren in een gezin van drie kinderen. Hier groeit hij samen met zijn twee zussen op in de volksbuurt “De Katte” in een muzikaal arbeidersgezin dat het niet al te breed had. Papa was arbeider in een teerfabriek. Om wat bij te klussen, ging hij al zingend en spelend optreden.  Pa speelde graag accordeon die zelfs tot in Amsterdam zijn virtuositeit ging etaleren. Hij droomde ervan dat zijn zoon ook muzikant zou worden en stond erop dat Eduard muziek ging studeren en wilde hem daarbij steunen, maar hij overleed op 49-jarige leeftijd waardoor mama er alleen kwam voor te staan. Eddy voelt zich verplicht  zijn studies stop te zetten en thuis  financieel een handje bij te steken. Hij wordt grensarbeider in een weverij in Sas van Gent. Hij ontpopt zich hier als een bekwame wever van kostuumstoffen. Om zijn collega’s in de pauze wat te verstrooien doet hij niets liever dan muziek te maken op zijn gitaar en daarbij liedjes te zingen, tot groot jolijt van vooral het vrouwelijke personeel. Ondanks het zware werk wil  Eddy toch tijd vrij maken om aan zijn zangcarrière te sleutelen.

Tijdens één van zijn optredens in Ter Donk leert Eddy, Roegiers kennen, zijn allereerste en ook zijn grootste fan. Zij besluiten de negentiende juli 1956  te trouwen. 25 juni 1957 wordt hun huwelijk gezegend met de geboorte van dochter Marina. Eddy laat zijn werk in de weverij in de steek, gaat samen met zijn schoonmoeder die een handel in lederwaren heeft naar de markten. In 1959 koopt hij zich een accordeon, doet mee aan diverse crochetwedstrijden en trekt van café naar café om daar voor de nodige ambiance te zorgen. Een jaar later overlijdt zijn schoonmoeder. Eddy gaat samen met Mariette in het ouderlijk huis in de Achterstraat in Ertvelde wonen waar hij het café en het aanpalend winkeltje overneemt. Hij leert intussen niet alleen gitaar, drums en piano spelen, maar probeert met vallen en opstaan zijn eigen liedjes te schrijven. Eddy staat dan ook te popelen om zijn eerste plaatje op te nemen.

Hij ontmoet op zekere dag platenproducer Stan Verbeeck die hem voorstelt op het Ronnex-label een eerste nummertje op te nemen en dat wordt het door Stan geschreven Oh Gitana met op de B-kant Weet je nog schat? Dat liedje raakt echter kant noch wal, maar wanneer hij uitpakt met de single Ma bella, gekoppeld aan  Lefthand Jack waarop we een jodelende Wally te horen krijgen, staat gans Ertvelde en omstreken op zijn kop.

Binnen de kortste keren is Eddy Wally een gevierde lokale vedette. Voor Eddy kan het van dan af blijkbaar niet meer stuk. Stan besluit samen met Eddy een eerste elpee op te nemen. Dat wordt in 1965 het album “Ma Bella” met naast zijn eerder genoemde singles liedjes als: Blondje, Nooit meer, M’n lieveling en Ik kan niet zonder jou.  Samen met Stan wordt nog de single Een liedje voor jou opgenomen, maar ook deze single is niet de geluksbrenger.

Zoals wel vaker in zijn carrière zal gebeuren, komt Wally de juiste mensen op het juiste moment tegen. Zo brengt één van zijn klanten hem op zekere dag in contact met de Nederlandse schlagerproducer Johnny Hoes en die ziet wel wat in deze Vlaamse charmezanger. Hoes staat er wel op dat Wally alleen zorgeloze smartlappen opneemt, dat hij zich meteen duidelijk profileert en qua smartlappen hoeft niemand Hoes nog wat te leren. Wally tekent een contract bij platenfirma Telstar en trekt naar de studio met een nummer dat Hoes speciaal voor hem geschreven heeft. Het is in het begin wat zoeken en oefenen om de juiste sfeer en manier van zingen te vinden, maar moeilijk kan ook. Hoes neemt de productie voor zijn rekening en Wally wordt begeleid door Het Telstar Orkest onder leiding van Jean Kraft. Zo fier als een gieter komt Wally terug thuis met onder de arm een dikke hit in wording, de tango Chérie die op single gekoppeld wordt aan Signorita d’amore. Het opvallende aan Chérie is dat het eerst een hit wordt in Nederland, dankzij Radio Veronica, en pas nadien in Vlaanderen. In Nederland worden er in nog geen drie maanden tijd honderdduizend  exemplaren van verkocht. Jan Van Rompaey lanceert het fenomeen Wally op televisie in zijn toenmalig populair BRT-programma “Echo”. Dat had meteen resultaat, want Eddy duikt de derde september 1966 zelfs in de Top Dertig op.  Hij palmt de vierentwintigste oktober de eerste plaats in waar The Beatles iets eerder met Yellow Submarine hadden postgevat. In de Vlaamse Top Tien staat Chérie tien weken na mekaar bovenaan en wordt uiteindelijk met dubbel platina bekroond. Eddy wordt in Vlaanderen dan ook een heuse vedette. De optredens rijgen zich aan elkaar en ook de hits. Johnny Hoes en Eddy hebben namelijk de juiste formule gevonden: liedjes die de gewone mensen meteen aanspreken, het zogeheten levenslied. Als opvolger van Chérie brengt Johnny Hoes het door hem geschreven Rode Rozen aan. Maart 1967 geraakt Eddy hiermee tot op de zeventiende plaats in de Top Dertig. Met de opvolger Rood is je mond zit er zelfs in de maand september van dat jaar een tiende plaats in. In de Vlaamse Top Tien zijn beide singles telkens goed voor een tweede plaats. Hoes vindt ook dat zijn eerste hits op het Telstar label recht hebben op een langspeler en dat wordt de elpee “Johnny Hoes presenteert Chérie”. Hoes zet hiermee duidelijk zijn stempel en geeft aan dat hij de maker is van het succes van Wally. De plaat liegt er niet om, want op de achterkant van de hoes lezen we: “Liedjes vol romantiek en charme, die ieder hart verwarmen”. Een garantielabel dat staat voor meedeiners als: Speel voor mij gitaar, Oh Angelina, Bianca Rosa en Klanken der bolero.

Met het snel verdiende geld heeft Eddy intussen in de Achterstraat in Ertvelde een aanpalend stuk grond gekocht waarop hij aan het al bestaande café een dancing laat bouwen “Eddy Wally’s Texas Bar”. Hier zullen de jaren nadien massa’s fans aan hun wekelijkse weekendtrekken komen. Eddy zal deze dancing later omturnen tot  ”Paris-Las Vegas”. Op zoek naar ijzersterke nummers presenteert Eddy in 1968 het hem op het lijf geschreven nummer Als marktkramer ben ik geboren dat  hij samen met Johnny schreef en dat al walsend bliksemsnel zal uitgroeien tot een rasechte Wally klassieker. De onafscheidelijke accordeon is ook op deze plaat te horen. Het vreemde is dat deze single aan de Top Dertig voorbijgaat, zelfs de Vlaamse Top Tien lijkt de neus voor dit nummer op te halen.

Eind december 1969 duikt Eddy op met Dans met mij die laatste tango, een vertaling van een liedje dat Johnny Hoes was geen lenen bij zijn Duitse collega’s Michael Kunze en Ralph Siegel. De Ultra Top parkeert hem de zesde december op plek zestien. In 1973 wordt Eddy door enkele Vlaamse organisatoren gevraagd om in Amerika op te treden. Eddy Wally  vertrekt voor een eerste maal naar Canada  en brengt nadien ook een bezoek aan Chicago en Detroit. De 23ste juli 1975 wordt Wally in de bloemen gezet tijdens het “Festival van de Gouden Leeuwen” te Blankenberge. Hij ontvangt er een award voor zijn verdiensten voor het Vlaamse levenslied. Ann Christy wordt gelauwerd als meest verdienstelijke Vlaamse zangeres en Willy Sommers als meest verdienstelijke zanger. De Strangers worden gelauwerd voor hun verdiensten in het humoristische genre. Toen Eddy Wally bij Johnny Hoes aanklopte, zag die snel een tweede Tino Rossi in hem. Deze Franse crooner-schlagerzanger  vierde vooral in de jaren dertig en veertig hoogtij. In 1975 verschijnt een eerste elpee met uitsluitend covers van successen van Tino “Eddy Wally zingt Tino Rossi”. Hoes houdt de teugels strak in handen en loodst als producer Eddy door de vertalingen van een rist Rossihits heen: Marinella, ‘t Was op Capri, Vieni Vieni en Tchi Tchi.  Dat album blijkt een schot in de roos met als logisch gevolg een tweede volume in 1979 met deze keer hits als: Amapola, Violetta, La Cucaracha en Penny Serenade.

In 1976 koppelt Johnny Hoes Eddy Wally aan Zwarte Lola en neemt met hen het duet Samen naar Parijs op. Het valt op dat de Vlaamse Top Tien een tijdje uit zijn buurt blijft en omgekeerd. Intussen had Eddy Wally een aanbod gekregen Johnny Hoes te verlaten, maar hij blijft zijn Nederlandse platenbaas trouw. In de loop van de jaren zeventig blijft Eddy in de running met meevallers als Ons huis is zo leeg zonder jou  en  Mooie ManuellaNa optredens in Moskou, Kiev en Leningrad, vat Eddy het plan op zijn dancing om te dopen tot “Paris-Las Vegas” (in 2004 zal dit gebouw gesloopt worden om plaats te ruimen voor luxe-appartementen). Tijdens zijn optredens daar krijgt hij de steun van zijn dansende en zingende dochter Marina. Qua populariteit gaat het Eddy almaar beter voor de wind. In de maand augustus van 1987 staat hij drie weken na mekaar op één in de Vlaamse Top Tien samen met De Strangers en Plat Tangoke. Dat jaar, de zeventiende april 1984, ontmoet hij voor de eerste maal zijn toekomstige manager Hugo Colpaert met wie hij een glansrijke carrière zal uitbouwen.  Drie jaar later wordt de film  “Eddy Wally in Amerika, ongelooflijk, maar waar!!!” ingeblikt, een verslag van zijn uitstap met zijn fans, een film die op kerst- en oudejaarsavond van 1990 door de VRT-televisie wordt uitgezonden.

Eddy Wally is onvermoeibaar. Hij blijft ’s voormiddags als marktkramer functioneren en van in de late namiddag tot ’s nachts zijn er zijn shows in z’n dancing in Ertvelde. Op het moment dat VTM in 1989 van start gaat en “Tien om te Zien” een fenomeen wordt, pakt Eddy uit met een newbeatversie van Chérie.  Ook graag gehoord en vaak gedraaid, vooral op de vrije zenders, is zijn single Valencia in 1991 en het jaar daarop Bella, bella Carmencita. Door zijn hernieuwd succes duikt Eddy almaar vaker op in televisieprogramma’s onder meer in 1989 aan de zijde van Kamagurka en Herr Seele in de comedyreeks “Lava”. Hij is nadien met beide heren ook te horen in het programma “Studio Kafka” op Studio Brussel.

In 1994 vinden we The Voice of Europe op concertreis in China. Hij treedt daar op verzoek van de Chinese televisie op in discotheek “Qian Men” in Shangai. Van dit gebeuren verschijnt iets later een videoverslag. Hits scoren, geraakt Eddy niet verleerd. In het najaar van 1995 bewerkt Eddy Als martkramer ben ik geboren tot Als housekramer ben ik geboren waarmee hij de zesde september van dat jaar negen weken na mekaar ermee op één zal staan in de Vlaamse Top Tien. In de Top Dertig zit er de negende september een vierde plaats in. Hij had die truc al enkele maanden eerder toegepast met Chérie is in da house, in de BRT Top Dertig de zevenentwintigste mei goed voor een derde plaats en in de Vlaamse Top Tien veertien weken lang op één. Vooral de jongeren vinden Wally té gek. Hij zet datzelfde jaar nog eens een klassieker neer met het nummer Ik spring uit ‘n vliegmachien, uitgebracht op het Telstar label en geschreven door Eddy samen met Johnny Hoes. Met dit nummer staat Eddy de derde februari  op de zesentwintigste plaats in de BRT Top Dertig. Het wordt géén echte hoogvlieger in de Vlaamse Top Tien, maar wél vaste prik tijdens zijn vele optredens. Zijn typische woordenschat is inmiddels gemeengoed geworden: oh my god, onvoorstelbaar, wauw, gewéldig! Menige komiek heeft er een volle mond aan.

Midden mei 1990 trekt Eddy Wally mee met Radio 2 en Jos Ghysen om in New York een editie in te blikken van “Te Bed of niet Te Bed”. Eddie treedt daar niet alleen op, maar wordt geflankeerd door zijn onafscheidelijke Mariëtte,  Margriet Hermans, Johan Verminnen, La Esterella, Bart Peeters en de groep Risky Blues. In 1996 verkoopt Eddy Wally zijn marktwagens en de feestzaal “Paris-Las Vegas”. Zij gaan met plezier in hun vroegere wijk “De Katte” wonen. Twee jaar later komen we een hele rist faits divers over hem te weten in het boek “The Eddy Wally Story”. In 1999 stelt hij van de achttiende tot de vierentwintigste oktober zijn zo vaak besproken garderobe tentoon in het “Stedelijk Modemuseum” van Hasselt. Een deel van die tentoongestelde kledij wordt nadien geveild voor het goede doel.

Tijdens de Gentse feesten in 2002 wordt naar aanleiding van zijn zeventigste verjaardag en zijn vijftigjarige carrière de tentoonstelling “De Eddy Wally Story” georganiseerd. Hier wordt ook even stilgestaan bij het feit dat Eddy 12 jaar lang bij Radio 2 Oost-Vlaanderen het programma “Onvergetelijk” presenteerde. Naar aanleiding van zijn vijftigjarige carrière verschijnt  de zesentwintigste november 2002  de cd “50 jaar hits” en krijgt Eddy uit handen van zijn platenbaas Johnny Hoes een speciale award voor de verkoop van méér dan één miljoen platen.

Midden januari 2003 wordt Eddy uitgeroepen tot ereburger van de gemeente Zelzate. Op VTM volgen wij vanaf de maand maart zijn wel en wee in de docusoap “Wally’s Wereld” uitgezonden door VTM. Eddy die van geen ophouden weet, wordt  in de loop van de maand augustus 2003 met zijn gezondheid en ook met zijn beperkingen geconfronteerd. De dokters stellen darmkanker vast! Eddy bijt door en herstelt van de operatie. Hij is van plan nog jaren te blijven voortgenieten van zijn succes. Een jaar later wordt hij in Zelzate tot ereburger van de gemeente gekroond en ontvangt het teken van Ridder in de Leopoldsorde.

29 april 2005 krijgt hij op het stadhuis van Aarschot de “Golden Lifetime Achievement Award”, een organisatie van de “Gouden Leeuwkes”, als waardering  voor zijn muzikale loopbaan. In 2006 gaat VTM van start met de eerste editie van het “Schlagerfestival” in de Ethias Arena te Hasselt. Als eerste staat Eddy op de affiche met in zijn kielzog: Laura Lynn, Nicole en Hugo, Willy Sommers en zijn Nederlandse collega’s Vader Abraham, Koos Alberts en Jannes.  Om zijn rijk gevulde carrière in de bloemetjes te zetten, krijgt hij tijdens dit festival de “Tien om te Zien Lifetime Achievement Award”. De vijfde juli 2006 viert Eddy zijn vijftigste huwelijksverjaardag op het Stadhuis van Zelzate. Als een soort eresaluut wordt ‘s anderendaags in Ertvelde het Wallymonument onthuld. Het opschrift luidt: “Ode aan Eddy Wally – The Voice of Europe”. De titel van zijn grootste hit Chérie staat er uiteraard ook op vermeld.

De achttiende april 2007 wordt in het Sportpaleis de viering “75 jaar Eddy Wally” op het getouw gezet. Daar wordt een video van ingeblikt die op dvd verschijnt en door Story in de maand juli aan haar lezers wordt aangeboden. De elfde december van dat jaar  stelt Eddy in het stadhuis van Gent het boek “Eddy Wally. The Voice of Europe” voor. Een boek met daarin 500 nooit eerder gepubliceerde foto’s van de hand van fotograaf Patrick Dekeyser en foto’s uit Eddy’s persoonlijk archief. Daarnaast een schets van de carrière van Eddy door de auteurs Kathleen Haentjens en Ivan Saerens. Aanwezig tijdens de overhandiging van het eerste exemplaar van Wally zijn Johnny Hoes en diens zoon Adri-Jan, Koen Crucke, Luk Alloo, Zaki en uiteraard Marina Wally.

Zes maart 2011 wordt Eddy na een hersenbloeding opgenomen in het ziekenhuis en de dag nadien overgebracht naar het UZ in Jette. Hij blijft deels verlamd aan zijn rechterzijde. In juli van dat jaar verhuist Eddy van het ziekenhuis naar het rusthuis in Zelzate.

De zesde oktober 2012 overlijdt zijn vrouw Mariëtte op tachtigjarige leeftijd.

De 14de en 15de december 2012 treedt Eddy voor de laatste maal op en dat tijdens de vijfde “Nacht van de Schlagers” in Kortrijk. Hij krijgt daarbij de steun van zijn zingende en dansende dochter Marina. De zesduizend aanwezigen geven Eddy een staande ovatie nadat hij zingend vanuit zijn rolstoel voor de laatste keer Chérie heeft gebracht. De tweede september 2014 stelt Marina Wally in Wachtebeke haar nieuwste solo cd voor. Vijf dagen later opent Eddy met trots in het Cultuurhuis “‘t Klooster” in Zelzate het “Eddy Wally Museum”. In “Het Belang van Limburg” schrijft journalist Benjamin Praet: “Twaalf jaar hebben de fans erop moeten wachten, maar gisteren ging het “Eddy Wally Museum” open in Zelzate. Dat werd meteen een grote ontnuchtering: vijf decennia muziekgeschiedenis, gepropt in één troosteloos kamertje van vier meter op acht.” De media zijn het unaniem eens: het eerbetoon is droefgeestig!

Eddy Wally overlijdt op zaterdag 6 februari 2016 aan de lichamelijke gevolgen van een hersenbloeding. Op Facebook liet Frans Bauer weten: “Er is een grote volksheld van ons heengegaan. Bedankt voor de gezelligheid en je liedjes. Rust zacht Eddy!“. Hij werd zaterdag de dertiende februari om 11.00 u. in de Sint-Laurentiuskerk in Zelzate, de gemeente waar hij is geboren, begraven. Minister van Staat Herman De Croo was tijdens de begrafenis aanwezig alsook Frans Bauer en Wendy Van Wanten. Het was Marina’s uitdrukkelijke wens haar vader in een gouden lijkwagen naar de kerk te brengen. De familie was volledig in het wit gekleed zijn. Schlagerkoning Christoff zong het Onze Vader zingen, Bart Herman bracht  een ode en Eddy’s vaste accordeonist speelde een serenade als laatste afscheidsgroet.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2016 Daisy Lane & Marc Brillouet

 

 

 

Jimmy Frey

Jimmy mag dan de achtentwintigste april 1939 als Ivan Moerman in Brugge  geboren zijn,  een tijdje later verhuizen zijn ouders naar Heist-aan-Zee waar mama een kapperszaak begint. Een fijne jeugd heeft Jimmy niet gehad, want zijn ouders pasten niet echt bij elkaar. Papa was een rokkenjager en toen Jimmy elf was, werd zijn vader door de rechter verplicht het huis te verlaten.

Pas jaren later zal Jimmy daarover in Dag Allemaal van de vierde augustus 2015 het volgende zeggen: ” Er werd veel geruzied in huis. Mijn vader had veel succes bij de vrouwtjes en kwam geregeld dronken thuis. Hij kon erg gewelddadig zijn. Zo schold hj mijn moeder uit voor al wat lelijk is. Als hij had gedronken, durfde hij ook te slaan. Op een keer had hij mama zelfs zo toegetakeld dat haar neus gebroken was en haar oog uit haar oogkas hing. Ik hoorde telkens de schreeuwen en de klappen.” Thuis was er, ondanks die strubbelingen,  vaak muziek en Jimmy zong graag mee met de platen van Luis Mariano, het idool van zijn moeder. Het was zijn toenmalige muziekleraar die aan Jimmy’s moeder vertelde dat haar zoon in de klas geen hoogvlieger was, maar wel kon zingen als de beste en dat ze hem daarin moest stimuleren.

Toen Jimmy bijna vijftien was, verhuisde hij met zijn moeder naar Brussel, zijn oudere zus was zich daar al gaan nestelen en moeder had een nieuwe man leren kennen die daar woonde. Die meneer wil dat Jimmy ging studeren, maar dat lukt niet. Hij probeerdt even de technische school, maar ook dat vlot niet en op zijn vijftiende wordt Jimmy beenhouwersgast. Hij krijgt een leercontract van drie jaar aangeboden, een harde leerschool zo zal blijken! Hij moet immers van ’s ochtends tot ’s avonds werken en voor zingen is er jammer genoeg geen tijd meer. Tot twee jaar later de neef van z’n baas op bezoek komt, Jimmy hoort zingen en de baas aanspoort  Jimmy in te schrijven in enkele crochetwedstrijden. De Franse operette is telkens niet ver uit de buurt! L’amour est un bouquet de violettes van Luis Mariano levert Jimmy meermaals een eerste plaats op

Het zal daar niet bij blijven. Jimmy treedt hier en daar al op onder de artiestennaam Ben Timior. In 1958 ziet hij de kans  schoon bij een andere beenhouwer aan de slag te gaan en die man staat wél achter hem en gunt hem wat meer vrijheid zodat Jimmy aan diverse  zangwedstrijden kan deelnemen! Waar en wanneer het maar enigszins kan, schrijft hij zich in voor crochetwedstrijden. Zo neemt hij deel aan haast elke wedstrijd die de firma Kwatta op het getouw zet. Het liedje Granada is daarbij één van zijn favorieten. Vaak gaat hij met de eerste prijs lopen. In 1958 wint hij de grote officiële zangwedstrijd georganiseerd naar aanleiding van de wereldtentoonstelling die in Brussel op de Heizel plaatsheeft. Jimmy zingt tijdens de finale een liedje van één van zijn idolen Jacques Brel. Hij wint dat jaar ook de superfinale van een zangwedstrijd georganiseerd door de Belgische Strijdkrachten met Heureux van Jacques Brel. In 1961 krijgt hij voor zijn verdiensten de “Prijs van de stad Brussel”

Tijdens zijn legerdienst wint Jimmy de superfinale georganiseerd door het Belgisch leger en besluit de rest van zijn  leven aan zijn zangcarrière te wijden. Hij treedt onder meer op in de “Folies Bergère” in de revue “Hoe zotter, hoe beter” samen met Bobbejaan Schoepen. Problemen echter thuis, want zijn moeder gaat er niet mee akkoord dat hij fulltime zanger wil worden. Jimmy verlaat het ouderlijk huis met slaande deuren en gaat op kamers wonen. Gelukkig voor hem ontmoet hij producer Louis Maréchal die hem als rocker wil lanceren en hem meetroont naar Frankrijk.  Jimmy gaat zelfs in Parijs wonen, maar dat blijkt uiteindelijk een foute gok te zijn. Aan dat Frans avontuur houdt hij wel zijn artiestennaam Jimmy Frey over. Het was de directeur artistique van zijn Franse platenfirma die hem die naam voorstelde. Het toenmalig lief van Brigitte Bardot heette Sammy Frey en de Franse minister van binnenlandse zaken heette Roger Frey, vandaar! Voor de Franse markt blikt hij liedjes in als: Soufflé, Da dou ron ron en C’est ma fête. Maar zonder succes.

In 1964 keert Frey naar Vlaanderen terug en neemt hier zijn eerste Nederlandstalige single Aan de overkant op, een nummer oorspronkelijk geschreven door Gene Pitney, samen met het orkest van Roland Thyssen, geproduceerd door Jean Klüger. Hij belandt daarmee in het tv-programma “Tienerklanken”. Hij leert intussen ook de manager van Liliane Saint-Pierre kennen, Milo De Coster, die hem in 1965 inschrijft voor het “Vlaamse Schlagerfestival” waar hij tweede wordt met het liedje Niemand, geschreven door Jacques Raymond samen met Gil De Clercq. Een jaar later breekt hij door met zijn deelname aan “Canzonissima”.  Hij gaat in competitie met onder andere Anneke Soetaert, Kalinka en Marva. Tijdens de finale zingt hij Ik geloof een liedje van Bobbejaan Schoepen op tekst van Louis Baret. Wij zien hem op tv als een soort halfgod optreden met geblondeerd haar, uitgedost in een militair galakostuum, kortom een imago dat de kijkers enorm aanspreekt! Hij begint zijn optreden met zijn rug naar de camera en smijt zijn das na enkele maten het publiek in. Succes gegarandeerd!

In 1967 mag Jimmy samen met Lucky Jones, Marva, Claudia Sylva en Ann Soetaert deelnemen aan de “Europese beker voor zangvoordracht in Knokke”. Hij staat met bekende artiesten als Roger Whittaker, Patricia Paay en Reinhard Mey op het podium. Het jaar nadien is het in Vlaanderen pas echt raak met de single Zo mooi, zo blond en zo alleen een nummer van Wando en Tony Lam (de gebroeders Lameirinhas) van de toen heel bekende popgroep Jess and James, uitgebracht de zesde juni. Jimmy had dit liedje trouwens voor de eerste maal gezongen tijdens de “Europese Beker voor zangvoordracht in Knokke”.  Jimmy kwam in de jaren zestig vaak in de club “Les Cousins” aan de Grote Markt in Brussel waar Jess en James dikwijls optraden en hij droomde ervan met hen een soulnummer op te nemen met een catchy sound en even catchy melodie die meteen zou aanslaan bij de jeugd. Volgens “Het Belgisch Hitboek” van Robert Collin bereikt dit nummer de zesde juli 1968 de tweede plaats. In de Vlaamse Top Tien staat Jimmy die week op één.  Deze gouden hit wordt niet voor niets in 2002 gelauwerd in de “Eregalerij” van Radio 2 en Sabam tijdens het gala in het Casino van Knokke. Er gingen in 1967 meer dan vijftigduizend exemplaren van over de toonbank. En de hittrein was niet meer te stoppen. Ook al zijn het regelrechte concurrenten in die tijd, toch schrijft Will Tura samen met Nelly Byl voor Jimmy Als het ware rozen zijn. De teller staat op zestigduizend exemplaren voor Als een kus naar tranen smaakt, oorspronkelijk van Doc Pomus met een Nederlandstalige tekst van Nelly Byl en van Aleda. Frey belandt er in 1968 mee op tweede stek in de Vlaamse Top Tien. In het kielzog daarvan levert hij singletjes af als: Goodbye my love, Hier is mijn hart en Het meisje zonder naam.

De zeventiende mei 1970 staat hij op vijf met Duw een beetje van de hand van Tony West en Gene Pestilli. Datzelfde jaar levert hij zijn visitekaartje Rozen voor Sandra af. In ons land worden daarvan 130.000 exemplaren verkocht. Jimmy staat tien weken na mekaar op één in de Vlaamse Top Tien. Hij geraakt zelfs tot op één in de BRT Top Dertig. Rozen voor Sandra is de vertaling van Roses to Reno, een liedje van de Amerikaanse zanger Bishop Sykes die het als Bob Bishop in 1968 op het ABC label uitbrengt. De spionkop van voetbalclub F.C. Brugge neemt het in 1970 op als Breng die rozen naar Standaard. Jimmy neemt ook een Franse versie op Une rose pour Sandra. Er volgen eveneens een Duitse versie Rosen für Sandra en een Spaanse Manda rosas a Sandra. Wanneer ruim een jaar later de optelsom wordt gemaakt, lezen we het getal 1.800.000 verkochte singles. Jimmy bouwt graag mee aan zijn intussen verworven imago van de Vlaamse playboy nummer één. Hij kan de jaren nadien teren op zijn succes. Hij is wel zo slim niet alle geld over de balk te gooien. Sparen doet hij stapsgewijs. In Spanje probeert Jimmy zijn succes te verlengen door in 1971 het nummer Mi dulce geisha uit te brengen. Het jaar nadien kunnen de Spanjaarden genieten van Vida mia.

Sinds die succesjaren gaat Jimmy ook rijkelijker leven, hij wordt een echte levensgenieter. Radio 2 blijft Jimmy goed gezind, want in 1974 ontvangt hij voor Niemand weet hoeveel ik van je hou, de “Zomerhittrofee”. Jimmy schreef dit liedje samen met Bobby Campos en Nelly Byl. Het is iets later ook terug te horen op het album “Jimmy Frey 10 jaar” met daarop zestien van zijn grootste hits. In de Vlaamse Top Tien staat hij de tiende maart op 1. Datzelfde jaar schiet hij nog eens pal midden in de roos met Pappie nummer twee, een nummer van Andy Free en de dertiende juli 1974 goed voor weken lang op de eerste plaats in de Vlaamse Top Tien.

Andy Free bezorgt hem ook De smaak van je lippen waarmee Jimmy de dertigste augustus 1975 op de eerste plaats van de Vlaamse hitlijsten geraakt. Twee keer na mekaar worden er telkens vijfendertigduizend singles omgezet. In 1975 wordt Jimmy Frey samen met een aantal collega’s gehuldigd als vaste waarde tijdens het “Vlaamse Hitgala” in het “Casino Kursaal van Oostende”, gepresenteerd door Jan Theys en uitgezonden door de VRT. Dit gala was een organisatie van de Vlaamse platenfirma’s. Dat jaar is er ook de elpee “Playboy Jimmy” met daarop niet mis te verstane titels als Ze noemen me een playboy, Ik zoek een meisje, Eenzaam zijn en Ik hou van jou.

In 1978 schiet Jimmy nog maar eens raak in Vlaanderen. Hij staat de tweeëntwintigste oktober op 1 met Leven als God in Frankrijk, een nummer van A. Simone en H. De Clerck in een productie van Alfie Falckenbach. en uitgebracht op het Philips label. Vervolgens scoort Jimmy opnieuw een klassieker, deze keer in 1979 wanneer hij Saragosa op plaat vereeuwigd en oorspronkelijk geschreven door Ralph Siegel en Bernd Meinunger voor Rex Gildo.

Nadien wordt het wat stiller rond hem, maar hij slaat in 1980 keihard terug met een vertaling van Et pourtant van Charles Aznavour, eerder al een hit in Amerika als Yet, I know voor Steve Lawrence. Hij heeft intussen een contract versierd bij Mamicha Music, een onafhankelijk Nederlands label dat ook platen van Ad Visser, Sofie en Toontje Lager uitbrengt, maar in 1981 overkop gaat.  Jimmy maakt van Yet, I know op aanraden van de baas van “De Viertap”, een oldiesdancing in Rillaer waar hij regelmatig optreedt, een geslaagde discoversie. Yet, I know in een productie van Cees Vermeulen, gekoppeld aan Stay with me, staat tijdens de lente van 1980 op de tweede plaats in de BRT Top Dertig. Radio 2 overhandigt Jimmy tijdens de zomer de felbegeerde “Zomerhit trofee” (hij eindigt in de polls ex aequo met Raymond Van het Groenewoud).  Nederland reageert ook, zij het met mate. Daar noteren we de twaalfde juli een zevenendertigste plaats in de Top Veertig. Omdat Engelstalige nummers op dat moment behoorlijk in zijn, brengt Frey I don’t know why I love you, Let me into your life en I will op single uit. Als kroon op die comeback is er de elpee “I don’t know why I love you but I do”.

In 1982 zingt hij weer als vanouds in het Nederlands: Met je zorgen zit je alleen, Het gezicht van een clown en Speelbal nummer 2. Een song die het goed doet bij de fans en de muzieksamenstellers bij de radio is 40 jaar dat hij in 1984 uitbrengt, op zijn lijf en leeftijd geschreven door Dennis Peirs en Roland Verlooven en opgenomen voor zijn vertrouwde platenstal Philips. Dat jaar laat hij ook horen dat hij nog altijd graag in het Frans zingt in Je t’appelle pour dire je t’aime, een vertaling van I just called to say I love you van Stevie Wonder. In 1988 vindt zijn platenfirma de tijd rijp om de cd “De grootste successen” te releasen.

Februari 1989 gaat VTM van start en schiet stevig uit de startblokken met het succesvolle “Tien om te Zien”. Jimmy ruikt zijn kans en neemt met Vrijen met jou deel aan “Eurosong”, rechtstreeks uitgezonden door de VRT. Jimmy eindigt twaalfde en Ingeborg gaat aan de haal met de overwinning met het door Stef Bos geschreven Door de wind. Het wordt een legendarische uitzending met op de tweede plaats Clouseau die met Anne dan wel niet naar het “Eurovisiesongfestival” in Lausanne mogen, maar wel de eerste stap zetten richting Clouseaumania. Om gezondheidsredenen moet Jimmy plots afhaken, hij heeft kanker. Na zijn herstel richt hij in de loop van de maand februari “De Jimmy Frey-stichting voor kankerpatiënten” op en wordt in 1990 het  boegbeeld van de VTM-actie “Levenslijn”, door deze intussen populair geworden zender samen met RTL-Télévie en het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek op het getouw gezet. VTM koppelt aan die actie de single Samen leven, geschreven door Werner Bellon die ook de productie voor zijn rekening neemt. In “Tien om te Zien” staat Jimmy wekenlang op 1, in de Vlaamse Top Tien staat hij de achtentwintigste oktober op twee. Tien procent van de verkoop gaat naar de “Jimmy-Frey Stichting”. Jimmy schenkt zelf 1.600.000 frank, zijnde de platenroyalties die hij ontving als producer van Samen leven.

In 1990 wordt het album “16 voor Tura” uitgebracht. Jimmy levert zijn bijdrage aan deze hommage-cd door Als het ware rozen zijn nog eens in te zingen. Twee jaar later krijgt hij tijdens “Tien om te Zien” een bijzondere award als erkenning voor zijn bijdrage aan de Vlaamse muziek. 1994 wordt de cd “30 jaar: Liefde en Kracht ” uitgebracht met daarop liedjes als Kon ik het maar, De liefde blijft een kracht en Heist en Zee en vertalingen van Il faut savoir en La maladie d’amour. In 1995 staat Jimmy op de planken met zijn gelijknamige tournee “Liefde en Kracht”  waarmee hij zijn dertigjarige carrière in de kijker wil zetten. November 2002 mag hij met de nodige trots tijdens het gala van “De Eregalerij” in het “Casino van Knokke” vernemen dat Zo mooi, zo blond en zo alleen vereeuwigd wordt.

In 2004 noteren we in het “Antwerps Sportpaleis” Jimmy’s deelname aan “Houden van… Griffel Rock” met naast hem op de affiche Willeke Alberti, Liesbeth List, Miek en Roel, De Vaganten, Johan Stollz, Jacques Raymond & Ingriani en Bart Van den Bossche die het geheel ook presenteert. Tijdens het voorjaar had hij al in Vlaanderen opgetreden met zijn show “Jimmy Frey, 65 en springlevend”. Dat had hij beter niet geroepen, want enkele maanden later ondergaat hij een heupoperatie. Zijn veertigjarige carrière viert hij na zijn herstel in de herfst van 2005 met de concertreeks  “40 jaar langs Vlaamse wegen”. Graag zegt hij ja wanneer VTM hem vraagt mee te zingen tijdens het “Schlagerfestival” dat zij de eerste en tweede april 2006 organiseren in de “Ethias Arena” in Hasselt. Anne De Baetzelier presenteert niet alleen Jimmy, maar ook zijn collega’s Laura Lynn, Koos Alberts, Nicole & Hugo, Dennie Christian, Eddy Wally, Vader Abraham, Willy Sommers, Jannes, Patrick & Corina.

Jimmy zet in 2009 zeventig kaarsjes op zijn verjaardagstaart met als kers op die taart zijn tournee “Samen”. Als cadeau roept  Radio 2 de achtentwintigste april uit tot “Jimmy Freydag” met van zes uur ‘s ochtends tot tien uur ‘s avonds in elk programma een nummer van hem, in het totaal acht, variërend van Rozen voor Sandra tot en met Pappie nummer twee.  Dat jaar is er de cd-verzamelaar  ”Goud van hier” met daarop zijn bekendste successen.

In 2011 presenteert Frey de single Een parel van een vrouw, een cover van een Duits nummer door Jimmy zelf vertaald in een productie van Dennie Damaro. In 2013 wordt Frey tijdens de “Eregalerij” van Radio 2 en Sabam in het “Casino Kursaal van Oostende” in de vocale bloemen gezet. Hij ontvangt die avond de award voor een “Leven vol Muziek” samen met niemand minder dan Salvatore Adamo. De achtentwintigste april 2014 viert Frey zijn vijfenzeventigste verjaardag. Op het Universal label verschijnt de verzamelaar “75 Jimmy Frey”.  In het totaal veertig liedjes, van Zo mooi, zo blond en zo alleen tot en met Geen ogen zijn zo blauw. Als single wordt hieruit het nummer Harten kennen geen geheimen, een vertaling door Andy Free van Herzen haben keine Fenster van Elfi Graf uitgebracht

 

tekst en research: Marc Brillouet

© 2016 Daisy Lane & Marc Brillouet

Bobbejaan Schoepen

Bobbejaan werd de zestiende mei 1926 als Modest Schoepen in Boom geboren. Zijn vader was smid en kampte al vrij vroeg met gezondheidsproblemen. Modest is twaalf wanneer hij de stiel van pa leert en zelf aan de blaasbalg gaat staan. Modest zong graag, ook tijdens het werk. Moeder Schoepen was een goedlachse vrouw, altijd in voor een vleugje humor. Zij steunt haar zoon wanneer die muziek wil gaan studeren, vooral zangles. Hij heeft een warme baritonstem en gaat in de leer bij operazanger Achiel Van Beveren. Hij tokkelt ook graag op de gitaar. De knepen van dat vak leert hij bij Frans De Groodt. Samen met zijn zus Lis vormt hij vanaf 1939 een duo en trekt met haar van café tot café. Zij zingen niet alleen, maar voeren ook sketches op. Lis kon erg mooi zingen, was een klassiek geschoolde zangeres. Vanaf 1943 gaat Bobbejaan gitaar studeren bij Frans De Groodt en zang bij Louis De Laet. Datzelfde jaar maakt hij zijn debuut in de Ancienne Belgique. Hij zingt daar met veel lef Mama, ik wil ne man hè, een Duitse man dat wil ik niet, want Schweinefleisch dat lust ik niet. Meteen nadien wordt Modest opgepakt. Hij wordt naar de gevangenis afgevoerd en na wat heen en weer gepraat dan toch vrijgelaten. Hij wordt door de Duitsers opgeëist om in Duitsland te gaan werken. Modest gaat daar zingen voor de Vlaamse arbeiders die daar in werkkampen waren ondergebracht. Hij wordt daarvoor in 1944 drie maanden in de gevangenis van Mechelen opgesloten, bestempeld als ne zwarte, omdat hij zogezegd met de vijand had meegeheuld, maar de Engelse bevrijders laten hem gaan. Iets later stapt Modest naar het N.I.R. (de latere VRT) om daar mee te doen aan een auditie, anders kan en mag hij niet op de radio komen. Hij slaagt, maar die auditie wordt wegens de oorlogsjaren iets later tenietgedaan. Drie jaar later doet hij opnieuw mee en slaagt ook deze keer met glans. In 1945 gaat hij pas echt optreden. De ellende van de Tweede Wereldoorlog probeert iedereen zo snel mogelijk te vergeten. Samen met zijn dorpsgenoot Kees Brug richt hij het duo Two Boys and Two Guitars op. Op zoek naar een geschikte artiestennaam wordt Modest Bobbejaan, geleend van het Afrikaanse liedje Bobbejaan klim die berg. Een bobbejaantje staat in het Afrikaans voor een baviaantje, een aapje. Van in het begin kiest Bobbejaan voor opgewekte liedjes. Hij wil geen hoogdravende, diepzinnige teksten zingen. Er was de voorbije jaren al genoeg ellende gepasseerd. Naast zingen kan hij ook goed fluiten, kunstfluiten zoals dat met een dure naam wordt omschreven. Hij en Toots Thielemans waren daar echte kleppers in. Wat weinigen weten is dat Toots in 1951 deel uitmaakte van het orkest van Bobbejaan. Toots nam daarin de rol van gitarist voor zijn rekening. Toen al spoorde Bobbejaan hem aan zijn kansen in Amerika te wagen. Zijn repertoire, dat uit heel wat Engelse en Amerikaanse liedjes bestond, en zijn gefluit gaven Bobbejaan in de ogen van de Amerikaanse soldaten voor wie hij in Duitsland optrad, het imago van een cowboy. Het was muziekuitgever Jean Klüger die hem naar Duitsland stuurde om daar de Amerikaanse soldaten in Nürnberg, Frankfurt en Berlijn te gaan entertainen. Jean zou zich de jaren nadien ook over de carrière van Bobbejaan gaan ontfermen. Hij vindt wel dat hij in het Nederlands moet gaan zingen. In 1948 begint Bobbejaan zijn eerste plaatjes op te nemen voor het Deccalabel. Als geen ander gaat hij voor eenvoud in zijn liedjes, die mogen volks klinken, daar hebben de mensen recht op.

Op 78 toeren verschijnt De trappers van Alaska, gekoppeld aan Ik wil zo graag gaan trouwen. Het publiek reageert enthousiast, ook op het liedje Maar… die kat komt weer en vooral op de plaat De jodelende fluiter, die het niet alleen bij ons, maar ook bij ons noorderburen erg goed doet. Op plaat wordt het gekoppeld aan Koetje boe, ook al zo’n Bobbejaanklassieker te noemen. Hij gaat in Nederland optreden in de in die tijd populaire “Bonte Dinsdagavondtrein” van de AVRO samen met sterren zoals Toon Hermans, Rudi Carrell en Willy Alberti. Voor de radio welteverstaan. Door dat succes in Nederland belandt Bobbejaan ook in Indonesië om daar de troepen te entertainen. In die sfeer van jodelende cowboy schrijft hij Geef mij maar de prairie en brengt dat nummer in 1948 eveneens op 78 toeren uit. Bobbejaan heeft qua plaatopnamen de smaak goed te pakken en weet precies wat zijn fans willen horen. In 1949 neemt hij Zeg waarom heeft de kok?, Want dat geeft moed en Je danst in Tirol op. Het zijn geen liedjes die bol staan van de hoogstaande lyriek en hij ontpopt zich tekstueel ook niet als een echte poëet, maar Bobbejaan weet waar hij voor gaat en staat. Jan met de pet lust die liedjes wel. Zeker wanneer hij in de loop van dat jaar een van zijn bekendste nummers ‘k Zie zo gère m’n duivekot uitbrengt, geschreven door de Rotterdamse componist Anton Beuving, die onder meer voor Max van Praag en Eddy Christiani schreef, en Gerd Zonnenberg.

In 1950 duikt Bobbejaan op in de film “Ah! ‘t Is zo fijn in België te leven” van regisseur Jacques Loar, een ironische komedie over ons land waarin Bobbejaan ook de titelsong zingt. Dat jaar brengt hij een zevental liedjes op 78 toeren uit: Si si si señorita, Hop scotch polka, Nooit van die velde, Music music music, Oh mijn liefste!, De zaligheidspolka en Sigaren en kauwgom. Bij mijn weten zijn dat achteraf geen echte hoogvliegers gebleven. We moeten wat dat betreft wachten tot hij in 1952 samen met Anton Beuving De lichtjes van de Schelde schrijft. Tijdens de begrafenis van Bobbejaan, de eenendertigste mei 2010, zou het de beurt aan Daan zijn om een akoestische versie neer te zetten van De lichtjes van de Schelde. Toen Bobbejaan in Meise woonde, kwam Anton Beuving daar regelmatig langs. Op zekere dag had hij de tekst van De lichtjes van de Schelde bij zich. Bobbejaan neemt meteen zijn gitaar bij de hand en tokkelt ter plaatse de melodie als ging het vanzelf. In nog geen vijf minuten tijd is de melodie verzonnen en enkele maanden nadien trekt hij naar de Decca Studio’s om het daar op aandringen van Jean Klüger in te zingen.

Ook in het buitenland wordt Bobbejaan als attractie top of the bill. Zo vinden wij hem terug op concertpodia in Denemarken, IJsland, Oostenrijk, Jakarta… Hij deelt vaak het podium met bekende sterren uit die tijd: Caterina Valente, Josephine Baker, Gilbert Bécaud… Dankzij Jacques Klüger, die ook in New York net een uitgeverij begonnen was, kan hij in 1953 op concertreis naar Amerika. Een verhaal apart, want hij wordt daar in Nashville, het mekka van de country, verkocht als de jodelende fluiter. Hij mag optreden tijdens de bekende “Grand Ole Opry” aan de zijde van Roy Acuff en Red Foley. Dat jaar ontmoet hij Toots opnieuw, deze keer in New York. Die speelt op dat moment in de groep van de befaamde blinde jazzpianist George Shearing. In 1954 is Bobbejaan op tournee in Duitsland, IJsland en Denemarken en rondt dat jaar af met een felgesmaakte concertreeks in de Folies Bergère in Brussel.

Wanneer Bobbejaan in 1955 in de Ancienne Belgique op het podium staat, is het de eer aan de vijfentwintigjarige, nog haast onbekende Jacques Brel om in zijn voorprogramma te zingen. Zijn platen verkopen zo goed dat hij dat jaar de “Grote Prijs van de Vlaamse Grammofoonplaat” ontvangt. In 1957 staat Bobbejaan in New York in de bekende tv-show van Ed Sullivan. Hij mag ook een plaat opnemen onder leiding van producer Steven Sholes voor RCA Records. Samen met de bekende Jordanaires als backing neemt hij een handvol liedjes op. In de kantine ontmoet hij Elvis Presley, al is Bobbejaan zich er dan niet van bewust hoe bekend The King op dat moment in Amerika wel is. Sholes biedt Bobbejaan de kans om als Bobby John drie maanden lang in de States te verblijven en promotie te voeren voor zijn langspeelplaat. Maar Bobbejaan wil de carrière die hij in de Benelux en daarbuiten heeft opgebouwd, niet laten verwateren. Trouwens, Jean Klüger stuurt Bobbejaan een telegram met de melding dat hij dringend naar huis moet terugkeren, want er staat een belangrijk liedjesfestival in Frankfurt op het getouw, met name de tweede editie van het Eurovisiesongfestival. Bij aankomst thuis liggen er drie liedjes op hem te wachten die in aanmerking komen. De uiteindelijke keuze valt op Straatdeuntje, geschreven door Harry Frekin op een tekst van Eric Franssen, waarmee Bobbejaan op de achtste plaats eindigt. Er nemen tien landen deel die derde maart in Frankfurt am Main. Nederland gaat met de overwinning lopen. Corry Brokken krijgt eenendertig punten voor haar vertolking van Net als toen. Een jaar later staat Bob tot zijn eigen verrassing op de affiche van “The Royal Variety Show”, een jaarlijks evenement op het getouw gezet ter ere van de Queen van Engeland. Daar verneemt hij in de coulissen dat in Australië Slim Dusty een grote hit scoort met A pub with no beer. Bij zijn thuiskomst laat hij dat aan Klüger horen, die er een hit in ziet zitten. Als Café zonder bier zet Bobbejaan het op plaat en het wordt in Vlaanderen een grote hit. Hij neemt ook een Duitse versie op, Ich steh’ an der Bar und ich habe kein Geld. Die versie wordt niet alleen in Duitsland een ongelofelijke hit, waar het nummer dertig weken in de hitlijsten genoteerd blijft, maar eveneens een regelrechte nummer één in Oostenrijk.

En hier bij ons? Hij blijft liedjes op plaat vereeuwigen. In 1957 scoort hij in de Vlaamse Top Tien met zijn versie van Ik sta op wacht, geschreven door Andreas De Raaff en Stan Haag en in Nederland oorspronkelijk een hit voor Joop de Knegt. Er zit ook een behoorlijke hit in voor zijn vertaling van de Duitse hit Der lachende Vagabund van Fred Bertelmann, De lachende vagebond, een hit voor Bobbejaan in de maand maart van 1958. We onthouden ook uit 1959 zijn vertaling van Tom Dooley van The Kingston Trio.

Schoepen had altijd al een zwak gehad voor het circus. Hij vat in 1959 het plan op om met een circus, paarden en vele attracties rond te reizen, waarbij hijzelf als zingende cowboy de trekpleister vormt. Bobbejaan zal met zijn eigen circus rondreizen van 1958 tot en met 1961. Op die manier kan Bobbejaan meer op eigen benen staan en is hij minder afhankelijk van vaak moeilijke zaaleigenaars. Hij vaart liever zijn eigen koers. Hij neemt aanvankelijk het circus van de familie Tondeur over en krijgt de vrije hand als organisator van de shows. Bobbejaan is trots dat hij via de Amerikaanse stuntman Casey Tibbs het paard van Zorro, Midnight, op de kop kan tikken. Dat wordt zijn pronkstuk tijdens die circusjaren. Tijdens zijn optredens lanceert hij ook nieuwe liedjes zoals het door Jean Rolle, Ke Riema en Willy Albimoor geschreven Een hutje op de heide, dat na zijn release een stevige nummer één wordt in de Vlaamse Top Tien van de maand februari 1960. Als een jongen van twaalf herinner ik me uit die tijd ook nog een singletje dat mijn moeder vaak draaide : Ik ben boos op de maan, geschreven als Two faced moon door Clifford Adams en Howard Barnes en vertaald door Ke Riema.

Tussen twee shows door bedenkt Bobbejaan in zijn caravan tal van nieuwe liedjes. Zo schrijft hij op zekere dag Ik heb eerbied voor jouw grijze haren. Vanuit zijn caravan, zo vertelde Bob mij vele jaren later, zag hij oudere mensen met golvende grijze haren passeren die zijn circusoptreden kwamen bijwonen. Speciaal voor hen schreef hij dit liedje en hij zingt het ook speciaal voor hen live tijdens zijn circusoptredens. Hun reacties doet hem niet lang twijfelen om het meteen op plaat te zetten. En kijk, bij de start van 1961 staat hij drie maanden na elkaar met dat nummer op één in de Vlaamse Top Tien. Twee jaar later wordt het in Nederland opgepikt door Gert Timmerman, die in de zomer van 1963 met zijn versie tot op de tweede plaats in de Nederlandse Top Veertig geraakt. Hij zal zomaar liefst negen maanden na elkaar in die hitlijst standhouden. Gert verkoopt er in het totaal driehonderdvijftigduizend exemplaren van. Een meervoudige platina plaat wordt hem iets later door niemand minder dan Louis Armstrong overhandigd. In Duitsland verschijnen er een aantal coverversies van onder anderen Heino, Camillo Felgen en James Last. Caterina Valente neemt in 1961 een Italiaanse cover op van zijn liedje In de schaduw van de mijn, dat als Amici miei in Italië een behoorlijk succes wordt voor haar.

De achttiende mei 1961 treedt Bobbejaan – hij is dan vijfendertig, zij negenentwintig – in het huwelijk met de voormalige operazangeres en fotomodel Josephina Jongen, die hij vijf jaar eerder had leren kennen. Zij is de oudste uit een gezin van achttien kinderen. Als kind zong zij al in het operakoor van Aken. Zij en Bobbejaan zullen samen vijf kinderen krijgen: Robert, Myriam, Jacky, Peggy en Tom. Tom zal later het management van zijn vader in handen nemen.

In 1959 had Bobbejaan zijn gedachten gezet op een groot stuk grond in Lichtaart-Kasterlee. Na het nodige overleg gaat hij over tot de aankoop van het Abroek, dertig hectaren moerassige grond. Hij bouwt er een theater met een capaciteit van meer dan duizend toeschouwers en legt er een strand van 2,2 kilometer aan. Het is muziekuitgever Klüger die de naam Bobbejaanland verzint. De eenendertigste december 1961 wordt Bobbejaanland officieel geopend. Samen met zijn vrouw Josée gaat hij het park runnen. Hij zal daar ook regelmatig met haar optreden, duetten zingend. Getuige van deze samenzang is de elpee “Wij horen bij elkaar”. Op dat album staat onder meer een cover van There’s a hole in my bucket van Harry Belafonte. Tal van bekende artiesten passeren in zijn theater de revue: Will Ferdy, Louis Neefs, Leo Martin, Jan Theys, Will Tura, Rex Gildo, Michael Holm en Liliane Saint-Pierre. Vriend aan huis zijn ook de orkesten van Lou Roman, Bobby Setter en Claude Rabitsky. Attracties koopt Bobbejaan in Amerika aan, waar hij regelmatig met zijn vrouw Josée naartoe trekt om daar ook de nodige ideeën op te doen. Van de bekende kostuumontwerper Nudie Cohn, die in Amerika de kleding voor onder meer Johnny Cash en Elvis Presley ontwierp, koopt hij twee witte Pontiac Bonnevilles die Cohn met countryattributen had opgetooid, zoals opvallende stierenhorens op de motorkap. In Duitsland blikt Schoepen in 1960 en 1961 nog twee films in: “O sole mio” en “Davon träumen alle Mädchen”. In Vlaanderen verschijnt het jaar nadien de prent “De Ordonnans”, waarin Bobbejaan te zien is naast Yvonne Lex, Nand Buyl, Denise De Weerdt en Tony Bell.

Qua internationaal succes kunnen we zeker niet voorbijgaan aan het liedje Ik heb mij dikwijls afgevraagd, dat hij samen met Jan Berghmans schreef en dat hij op plaat zette samen met het orkest van Etienne Verschueren. Dat werd bij ons geen groot succes. Hij neemt daar ook een Franse versie van op, op tekst van de Franse schrijver Fernand Bonifay. Dat plaatje komt in handen van de in die tijd razend populaire Franse zanger Richard Anthony, die het in 1965 op single uitbrengt als Je me suis souvent demandé en er in Frankrijk een dikke hit mee scoort, wat natuurlijk lekker aantikt op de bankrekening van Bobbejaan qua auteursrechten. Hij zal dat jaren later op zijn album “Bobbejaan” als duet samen met Axelle Red zingen, voor die gelegenheid geproducet door Dominique Vantomme. Op datzelfde album, nu we het er toch over hebben, vinden wij ook de song Ik geloof in zijn nieuwe versie terug, een liedje dat Bobbejaan in 1967 speciaal voor Jimmy Frey had geschreven op tekst van Louis Baret en dat Jimmy dat jaar tijdens een editie van “Canzonissima” zingt en dat de start betekent van Jimmy’s carrière in Vlaanderen.

Vanaf 1975 schuift de muzikale carrière van Bobbejaan naar het achterplan. Hij bouwt zijn Bobbejaanland uit tot een gerenommeerd attractiepark. Zijn shows gaat hij ook almaar meer afstemmen op een internationaal publiek, dat intussen de weg naar zijn domein heeft gevonden. Het is hard werken, zestien uur per dag. Aan zijn optredens houdt Bobbejaan steeds minder een fijn gevoel over. Het lijkt op bandwerk, zijn creativiteit lijdt eronder. In 1978 ontvangt Bobbejaan van platenfirma Telstar een platina plaat voor de succesvolle verkoop van de verzamelaar “Dertig jaar Vlaamse hits”. Op een bepaald moment zijn er in Bobbejaanland vierhonderd mensen in dienst. Dat allemaal in goede banen leiden, kost veel aandacht en geduld. In 1986 moet Bobbejaan naar het ziekenhuis, een zware hartoperatie volgt. Dertien jaar later wordt bij hem darmkanker vastgesteld. Een normaal mens zou een overnemer zoeken, maar de familie Schoepen beslist in 2003 twaalf miljoen euro in het pretpark te investeren. Dat geld wordt besteed aan de aankoop van de reusachtige attracties “Sledge Hammer” en “Typhoon”. Dat levert in de ranking van beste attractieparken in Europa Bobbejaanland een tweede plaats op, vlak na Disneyland. Maar het kan niet uitblijven. Na zeer doordacht overleg wordt in 2004 beslist het park te verkopen aan de Spaans-Amerikaanse pretparkengroep “Parques Reunidos”. Bobbejaan, de artistiek verantwoordelijke van het domein, zijn vrouw Josée, de zakelijke ruggengraat, en haar zus Louise, de boekhoudster, moeten een stap terugzetten, al blijven Bobbejaan en zijn vrouw op het domein wonen.

Zoon Tom Schoepen besluit het in 1966 opgerichte platenlabel Bobbejaan Records in 2006 nieuw leven in te blazen. Er worden plannen gesmeed voor nieuwe albums. De dertiende februari 2007 mag Bobbejaan tijdens de uitreiking van de Zamu Awards in de Brusselse Ancienne Belgique een lifetime achievement award in ontvangst nemen voor zijn pionierschap in de Belgische muziekgeschiedenis. De negentiende mei 2008 verschijnt het album “Bobbejaan” met daarop opnieuw ingezongen versies van een twaalftal Bobbejaanhits met als gastvocalisten Geike Arnaert van Hooverphonic, Daan, Nathalie Delcroix van Laïs en Axelle Red. Als aanloop naar de opname van dit album treedt Bobbejaan op tijdens een editie van het literaire festival Saint-Amour. Om Bobbejaan niet te zeer te vermoeien, werd besloten de stemopnamen voor zijn album in zijn woonkamer in te blikken. Het is hier dat bij de release van zijn cd Phara de Aguirre hem komt interviewen voor Canvas. Eén nummer krijgt veel aandacht: de slotstrook Verankerd, waarin Bob zijn strijd tegen de kanker en het ouder worden bezingt. Tot zijn verbazing verneemt Bobbejaan dat hij in de maand juli van 2008 in Amerika als eerste Europeaan wordt opgenomen in de Whistlers Hall of Fame voor zijn verdiensten als kunstfluiter. In 2009 wordt hij naar hartenlust gelauwerd: de zesde juli ontvangt hij het ereteken van Officier in de Kroonorde en de tweede oktober wordt hij de eerste ereburger van zijn geboortestad Boom. Om dat jaar feestelijk af te ronden, verschijnt in december de driedelige cd “The World of Bobbejaan Songbook”. Op de eerste cd een rist Engelstalige en Franstalige versies van bekende en minder bekende nummers van hem, op het tweede album zijn bekende werk en op de derde cd een muzikale reis met Bob rond de wereld, liedjes met een folky inslag. Voor verzamelaars en fans is en blijft dit album het neusje van de zalm. Zoveel hij kan probeert Bobbejaan van al die aandacht te genieten en vooral na te genieten.

De zestiende mei 2010 viert Bobbejaan van op zijn ziekbed zijn vijfentachtigste verjaardag. Hij was sinds de vorige maand opnieuw in het ziekenhuis opgenomen. Hij geraakte er zelfs in coma, maar kwam toch weer bij bewustzijn. Tom filmt met goedkeuring van pa ook deze intieme momenten met het oog op een documentaire die hij over zijn vader wil maken. Na het verjaardagsfeest blijven hij en ma nog even na. Wanneer zij de kamer verlaat, zegt hij: “Ons ma is de beste, ge kunt geen betere vinden.” Dit moeten zowat zijn laatste woorden geweest zijn. Wanneer Josée de dag nadien om kwart voor elf zijn kamer wil betreden, vertelt de dokter haar dat hij net aan een hartstilstand is overleden. Heel even lijkt het voor de familie Schoepen alsof de wereld stilstaat. Een cowboy is net gestorven! Tijdens zijn uitvaart wordt de clip met het liedje Verankerd getoond. Er volgt een minutenlange staande ovatie op. Sowieso moet hij ervan genoten hebben.

De dertiende september 2013 overlijdt Josée Schoepen, zijn levenslange toeverlaat, na een slepende ziekte, op eenentachtigjarige leeftijd.

Tijdens het Filmfestival van Gent wordt tijdens de maand oktober 2015 in première de documentaire “Bobbejaan” vertoond. In “De Morgen” lezen we: “Hoewel Bobbejaan het portret brengt van een artistieke duvelstoejager en succesvolle zakenman, blijven de amateurbeelden van zijn laatste dagen het meest nazinderen. Je ziet een trotse man, die in de laatste rechte lijn naar zijn Schepper nog een prachtplaat uit zijn mouw wil schudden. Maar hij beseft tegelijk dat hij niet langer kan revolteren tegen zijn sterfelijkheid. Langzaam dooft hij voor je ogen uit. Hoewel die premisse erg delicaat klinkt, voelt deze documentaire nooit voyeuristisch aan. Wel zo liefdevol intiem dat het soms pijn doet. Een uur lang stap je de wereld van Bobbejaan binnen, voornamelijk gezien door de ogen van zijn zoon Tom. Terwijl vader aan het sterfbed gekluisterd ligt, registreert Tom diens laatste gedachten, camera in de aanslag. Regisseur Benny Vandendriessche – die ook de laatste clip van Bobbejaan inblikte – husselt die intieme gezinsmomenten met oude beeldfragmenten uit Schoepens geheugen. En dat zijn er veel. Of zoals de zanger, kunstfluiter en jodelende oprichter van Bobbejaanland ergens zegt: “Ik heb meer verleden dan toekomst.” Er schemert geen pijn door in zijn stem, hooguit berusting in eigen lot.

De 27ste mei 2016 ligt er een nieuw album van Bobbejaan Schoepen in de winkel  “Duivels in de hel, home and fields recordings”. De titel is afgeleid uit een tekst die hij zelf schreef. Dit muzikaal oeuvre van de artiest stamt uit de periode 1966-1979 en werd pas in 2006 ontdekt. Recent geloofde niemand nog dat achter de façade van het pretpark , de artiest Bobbejaan in stilte nog nieuwe opnames maakte, dat hij nog erg creatief was. Een deel van het album is de laatste jaren uitgebreid met topmuzikanten uit New York. Zij doken als het ware terug in de tijd en werden muzikaal één met de klank en stem van Bobbejaan Schoepen. De uiteindelijke realisatie van dit album nam tien jaar in beslag. Het album herbergt achttien nummers waarvan de grote meerderheid tot voor kort nog titelloos was. “Duivels in de hel” is een uniek album geworden in een productie van Tom Schoepen en Mark Plati, uitgebracht op hun eigen label Bobbejaan Records, met prachtige songs als Een koude wind waait, Er rest me niets, Blue boy, Monsieur le vagabond, Ik geloof en het aanstekelijke walsje What a wonderful day.

Vanaf de maand september 2016 wordt de rijke erfenis van Bobbejaan geëtaleerd in de theaterproductie “Ode aan Bobbejaan”. Daarin niet alleen gekende, maar ook minder bekende pareltjes. Zijn muzikale erfenis wordt op het podium neergezet door Guido Belcanto en Jan De Smet die voor een deel opgroeiden met Bobbejaans muzikale nalatenschap. Bobbejaan en zijn vrouw José hebben jarenlang dat podium gedeeld, wat soms resulteerde in gevoelige duetten en hilarische sketches.  Barbara Dex maakt deze nooit geziene vocale combinatie dan ook helemaal compleet en zorgt ongetwijfeld  mee voor de legendarische countrysnik die sommige van Bobbejaans liederen zo onweerstaanbaar maken. Ondersteund door onder meer toetsenist Dominique Vantomme, bassist Sjang Coenen, drummer Karel De Backer en gitaristen Fritz Sundermann en Firmin Michiels, starten zij met deze productie in de theaterzaal van “Bobbejaanland”, om nadien Bobbejaans repertoire in de bekendste Vlaamse schouwburgen opnieuw te laten klinken.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2016 Daisy Lane & Marc Brillouet

 

Paul Severs

Aan het begin van de jaren zeventig had Paul niet alleen concurrentie te duchten van Will Tura, maar ook van nieuwkomers zoals Salim Seghers en Willy Sommers. Ieder van hen probeerde in de Vlaamse hitlijsten zijn plaats in te palmen en als het enigszins kon een nummer één te scoren.

Paul werd de 26ste juni 1948 in Huizingen in de buurt van Brussel geboren als voorlaatste kind in een rij van zeven. Muziek hing er bij hen thuis altijd in de lucht. Niet alleen Paul zong graag, maar ook zijn broers Firmin en Karel. Tijdens de winteravonden tokkelde pa graag op de mandoline en leerde hij zijn kinderen de liedjes van Jan Verbraeken en Jean Walter. Wanneer het ook maar enigszins kon, ging pa met hen naar een plaatselijke crochetwestrijd die vaak door Karel gewonnen werd. Karel schitterde ook in het plaatselijk kerkkoor en pa was maar wat trots om met zijn zingende zonen uit te pakken. Toen papa ziek werd, moest hij afhaken, maar niet zijn zonen en Paul zeker niet die zich nog herinnert dat toen hij een jaar of negen was applaus scoorde wanneer hij de hit Oh Johnny van Tante Leen zong.

Zowel de lagere als de middelbare school volgde Paul in het college in Halle. Paul mocht dagelijks bij de tien jaar oudere Karel achterop de fiets richting school. Van de koster van Halle kreeg hij vanaf zijn tiende gratis pianoles, maar wanneer hij veertien wordt kiest Paul definitief voor de gitaar. Dat lag een beetje voor de hand, want in die tijd was de Britse gitaargroep The Shadows erg populair. Vooral hun hit Apache sprak Paul enorm aan. Het mag wat vreemd klinken, maar Paul verdiende geld om zich een akoestische Spaanse gitaar te kunnen aanschaffen door op het stort oud koper te verzamelen. Samen met een paar van zijn vrienden en zijn broers richtte hij het sextet The Shades op. De hits van The Shadows maakten deel uit van hun repertoire. Maar die groep werd snel opgedoekt en Paul wordt op vraag van zijn klasgenoot Jan Van Hoof, de vaste zanger van de in Halle populaire groep The Criminals, hun nieuwe leadzanger. Paul is dan net zeventien. Een aantal leden van het orkest zongen in het koor van de paterskerk en zo komt Paul in contact met broeder Pax die ook hun eerste manager wordt. Door hem geraken ze aan hun eerste repetitielokaal. Ze zongen in die tijd het hitrepertoire, vooral angelsaksisch gekleurd. Paul zorgt voor de Vlaamse noot, want hij kent ook de hits van Will Tura en John Larry. Het is broeder Pax die op zekere dag in het tienerblad “Jukebox” een aankondiging van producer- uitgever Jean Klüger, producer van onder meer Will Tura, ziet staan dat die op zoek is naar nieuw zangtalent. In ijltempo wordt een demobandje opgenomen en een week later worden Paul and The Criminals in de studio Madeleine in Brussel uitgenodigd. Ze blikken op aanraden van pater Pax een aantal liedjes in die Paul geschreven had. De demo wordt aan Klüger bezorgd en een week later staan ze in de Studio Madeleine in Brussel, maar Klüger is niet meteen weg van de groepsnaam The Criminals, maar ziet het wel zitten Paul als solozanger vooraan te plaatsen. De vier liedjes die ze hadden ingezongen waren nog in het Engels, maar daar wil Klüger niets van weten. De teksten moeten in het Nederlands gezongen worden. In 1966 wordt als eerste single Geen wonder dat ik ween uitgebracht, een nummer van Paul Severs op tekst van Nelly Byl. Paul gaat iets later na een toelatingsexamen als bediende in het gemeentehuis van Ukkel werken. Paul sprak goed Frans omdat hij vanaf zijn zevende al bevriend was geraakt met Paulette Harcq, zijn buurmeisje dat met haar Franstalige ouders vanuit Brussel naar Huizingen was verhuisd, en waarmee Paul later zal trouwen.

Het succes kwam voor Paul bliksemsnel, zo snel dat pater Pax niet kan bijbenen. Hun repetitielokaal groeide uit tot een heuse jeugdclub waar veel muziek gedraaid en gemaakt werd.  Pax gaat op zoek naar een nieuwe manager die hij vindt in zijn vriend Sylvain Tack. Tack was in 1959 gestart met de productie van Suzy Wafels. In 1981 zou hij opgepakt worden wegens belastingsfraude, smokkel en drugshandel. Hij werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven jaar. Nadien stortte hij zich op de handel in geneeskrachtige kruiden. Maar ook dat werd hem door onregelmatigheden fataal. Tussendoor was hij niet alleen manager van Paul Severs, maar ook eigenaar van Radio Mi Amigo en richtte hij zijn eigen platenfirma Gnome op. Tack had veel last van stress en de dokter had hem aangeraden verstrooiing te zoeken in één of andere hobby en dat werd de muziek. Bij Klüger had Paul drie singles uitgebracht: Geen wonder dat ik ween, Met jou bij mij en Geld is maar papier, maar die waren geen echte hoogvliegers. Sylvain vond dat Klüger de betere hits voor zijn paradepaard Tura bewaarde.

Tack bracht voor Severs dus de redding. Hij gaat meteen geld in Severs en zijn groep investeren. Nadat ze in Vorst Nationaal een optreden van Claude François hadden meegemaakt, beslist Tack professioneel te gaan werken. Paul krijgt een peperdure p.a. en lichtshow cadeau. Tack had vooraleer hij met Gnome begon, platenfirma Start opgericht en wil Paul via deze weg lanceren. Hij had intusen Eddie Govert en Johan De Graeve als producers aangetrokken. Paul wordt bij firma Suzy Wafels een deeltijdse job aangeboden. Zodoende krijgt hij de gelegenheid tussen de uren door zang- en dictielessen te volgen. Er volgen bij Tack singletjes zoals Catharina, Jenny my girl en Hey Baby, maar een storm veroorzaken die niet in de hitlijsten. Zijn achtste single wordt zijn geluksbrenger. Ik ben verliefd op jou was oorspronkelijk als B-kant van de single Buona sera signorita bedoeld.

Paul schreef Ik ben verliefd op jou toen hij achttien was en tot over zijn oren verliefd op Paulette. Paulette was intussen danseres geworden bij het ballet dat Paul tijdens zijn optredens begeleidde. Hij en Paulette rijden op zekere dag met hun kevertje inclusief picknickmand naar de nabijgelegen heide. Achterin de wagen ligt zijn gitaar. Door de romantische sfeer krijgt Paul na een lekkere vrijpartij de broodnodige inspiratie, want liedjes schrijven is na Paulette zijn grote liefde geworden.  Hij heeft gelukkig zijn cassetterecorder bij de hand en zingt het liedje meteen in. Pas later herinnert hij zich het nummer en werkt het verder uit als B-kant dus voor hun nieuwe single. De 20ste juni 1970 staat Paul op één in de Vlaamse Top Tien met Ik ben verliefd op jou. In de maand augustus van  1970 klimt hij naar de tweede plaats van de Top Vijftig, zoals vermeld op de site van Ultratop. Het wordt binnen de kortste keren opgepikt door de groep Crazy Horse die er in Frankrijk een nummer één mee scoren. Crazy Horse was een Waalse groep met als frontzanger Alain Delorme die in de eerste helft van de jaren zeventig aardig wat hits in Frankrijk scoorden met onder meer: Un jour sans toi, Et surtout ne m’oublie pas én J’ai tant besoin de toi, de Franse versie van Ik ben verliefd op jou, in Frankrijk alleen al goed voor één miljoen verkochte exemplaren.  In 1975 wordt de groep opgedoekt nadat ze in het totaal vijf miljoen platen verkocht hadden. Alain Delorme koos iets later voor een succesvolle solocarrière. Daarmee is het volledige verhaal van Ik ben verliefd op jou niet verteld, want in 1974 duikt het nummer opnieuw de Top Dertig binnen, deze keer als I’m so in love with you gezongen door de Belgische groep Octopus met onder meer als zanger Paul Michiels.

In navolging van het succes met Ik ben verliefd op jou, trekt Paul in 1970 naar de studio om op vraag van Sylvain Tack zijn eerste hit Geen wonder dat ik ween, een productie van Jean Klüger daterend van 1966,  opnieuw op te nemen en ook in te zingen en kijk, deze keer wordt het wél een grote hit, een elfde plaats zelfs in de Top Dertig, zoals genoteerd in het Belgisch Hitboek en een eerste plaats de achtentwintigste november 1970 in de Vlaamse Top Tien.  Als je de twee versies naast mekaar vergelijkt dan moet je opletten dat je niet denkt dat de eerste versie door iemand anders wordt gezongen, zo verschillen die twee van mekaar.

Met zijn liedjes had Severs zijn stempel op de hitlijsten gedrukt. We vinden hem meteen nadien bovenaan de Vlaamse hitlijsten terug met hits als Irina, Vaarwel en tot weerziens, Ieder mens en Liefste meisje. Zijn concertagenda puilt uit. Hij vindt wel nog de tijd om de 3de januari 1973 met Paulette Harcq in het huwelijk te treden. Nadien begon Paul te voelen dat er andere smaken in Vlaanderen boven kwamen drijven. Johan Verminnen liet almaar meer van zich horen, Zjef Vanuytsel had aardig wat succes gescoord. De muzikale smaak werd aangescherpt. De VRT ging stilaan de Vlaamse schlagerzangers wat aan de kant schuiven, de Sommers- en Seversstijl was wat over zijn hoogtepunt heen.  Sylvain liet dat niet aan zijn hart komen en ging zeker niet bij de pakken zitten. Om zijn artiesten Ricky Gordon, Samantha, Octopus, Joe Harris en vooral Paul Severs te promoten, had hij een eigen tienerblad op het getouw gezet  ”Joepie” waarvan het eerste exemplaar de 27ste maart 1973 in de winkels lag met Guido Van Liefferingen als hoofdredacteur. In “Joepie” stond ook in elke editie de Joepie Top 50 afgedrukt, aanleiding voor Tack om op zoek te gaan naar een zender die die hitlijst ook daadwerkelijk uitzond. Zo huurde hij een tijdje zendtijd af bij Radio Atlantic om nadien de programma’s van zijn Radio Mi Amigo vanaf het zendschip van Radio Caroline uit te zenden (daar had Tack zo beweren goed ingelichte bronnen vijftig miljoen frank voor over) tot de BOB het welletjes vond en Tack met Radio Mi Amigo naar een radiostudio in Platja D’Aro in de Spaanse provincie Gerona uitweek.

Severs presenteerde elke zondagochtend bij Radio Mi Amigo een verzoekprogramma dat erg populair was. Tack vraagt hem mee naar Spanje te verhuizen, maar Paul weigert. Hij besluit hier te blijven en lost daarmee de rol van het succes. Het gaat dan ook snel bergafwaarts met zijn succes en hij is even snel meisjesidool af. De hits blijven uit. Hij kan alleen maar troost vinden in zijn vele optredens, want de fans blijven hem trouw. Privé geraakt Paul in een behoorlijk zwarte dip. Zijn broer André overlijdt aan de gevolgen van een hartkwaal. Amper hersteld van die klap verneemt Paul dat zijn achtentwintigjarige zus Greta, die aan een zware depressie leed, was overleden. Om zelf een zware depressie te vermijden, trekt Paul zich volledig uit de showbizz terug en kan alleen maar overleven dankzij de enorme steun van zijn echtgenote. Wat Yasmine jaren later overkwam, begrijpt Paul als geen ander. Hij trekt zich op aan zijn gezin en weet een nieuw platencontract te versieren bij Johnny Hoes en diens bekende firma Telstar. Bij geen enkele Vlaamse platenfirma was Paul nog welkom, ze geloofden niet meer in het genre dat hij zong. Hoes weet als gehaaid zakenman de plaats van Sylvain Tack in te nemen en overlegt met Paul de volgende stap in zijn carrière. Severs is zo slim niet op zoek te gaan naar een nieuwe manager en neemt van af dan de touwtjes in eigen handen. Al hoort hij het niet graag vertellen, toch moeten we toegeven dat Hoes het niet kan laten met Paul voor de smartlap te kiezen. In 1980 is er de single Mammie, mag mijn popje naar de hemel met mij mee. Paul had de jaren voordien een zestal maanden opgetreden in Bobbejaanland en daar zong Bobbejaan dat liedje dat hij samen met Louis Verbeeck had geschreven. Paul was er zo weg van dat hij aan Hoes vroeg om dat ook te mogen inblikken.  Twee jaar later is het de beurt aan Hij was ‘n arme vissersknaap, een vertaling van de Franse nummer één Il tape sur des bambous van Philippe Lavil. Het was niet een stijl die Hoes aan Severs opdrong, maar het waren stuk voor stuk liedjes waarin Paul geloofde. Hij stond, en nog steeds, voor het volle pond achter die keuze ook al reageerden de meesten afkeurend. De deal met Hoes was trouwens van bij het begin van hun samenwerking dat Paul qua repertoirekeuze volledig carte blanche kreeg.

In 1989 gaat VTM van start en die vullen dadelijk het gat in dat de VRT al die tijd onaangeroerd had gelaten, namelijk het terrein van de Vlaamse muziek. “Tien om te Zien” wordt een regelrecht kijkcijferkanon. Ook Severs profiteert van deze nieuwe kans al lukt het niet meteen. Sommigen vonden Severs duidelijk passé en hielden alleen de nieuwe generatie zangers in de gaten. Severs kijkt even de kat uit de boom en pakt in 1991 uit met zijn comebackhit Zeg eens meisje een beetje in de stijl van een van zijn idolen Buddy Holly. Paul schreef de tekst eerst in het Engels “Tell me baby what you gonna do with me…” en Hoes verzon er een Nederlandse tekst bij, maar wou het liedje eerst als B-kant. Maar Paul kon hem overtuigen om er een A-kant van te maken.  In het vocale kielzog van die hit duikt iets later Oh little darling op, eveneens samen met Johnny Hoes neergepend. Toen Paul dit schreef had hij de doowopstijl van The Platters in zijn achterhoofd. Het is een cover van Little darling van de Duitse zanger G.G. Anderson. De zevende maart staat hij stevig op één in de Vlaamse Top Tien. de vierde april vinden we hem op de vierde stek in de Ultra Top Vijftig. Oh little darling zal door VTM in 2012 gebruikt worden als begintune van hun tv-reeks “Clan”.

Nu was het in die tijd de gewoonte dat artiesten op de B-kant de instrumentale versie plaatsten zodat de fans thuis konden meezingen. Dat vond Paul pure plaatverspilling. Hij vulde al een hele tijd zijn B-kantjes met de Franstalige versie omdat hij intussen in Wallonië al een aardige schare fans had weten te verzamelen. In de jaren tachtig verzorgde Paul namelijk in Vlaanderen vaak namiddagen voor de firma Ravago Plastics die ook een aantal filialen in Wallonië hadden waar Paul na een tijdje ook ging optreden omdat hij van huis uit een aardig mondje Frans praatte. Op die manier en via de Franstalige B-kantjes van zijn singles kwam hij ook de producers van RTL ter ore.  Die nodigden hem uit om op te treden in de populaire tv-show “Dix qu’on aime”, een soort “Tien om te Zien” tijdens de beginjaren gepresenteerd door Sandra Kim en Alain Simons en wordt Paul ook in Wallonië bekend. Op zijn 25ste verjaardag als artiest duikt hij daar voor de eerste maal op in de zomer van 1991 met Si on dansait, qua verkoop in Wallonië goed voor tienduizend stuks. Het Frans lag hem wel, want dankzij zijn huwelijk praat hij een behoorlijk mondje Frans. Liedjes zoals Oh petite fille, Tu es mon idole en J’arrive gaan er nadien bij onze Waalse landgenoten in als zoete koek. Je moet zijn platen en cd-hoezen maar bekijken om te zien dat Paul intussen zijn zwarte Buddy Hollymontuur had ingeruild tegen contactlenzen. Zijn haar had ook een andere stijl aangemeten gekregen. Het mocht allemaal wat vlotter en moderner ogen. In 1990 vraagt Will Tura hem of hij geen zin heeft voor het album “16 voor Tura” een cover op te nemen van Geen zomer zonder jou.

De gouden platen volgen mekaar snel op. Na enkele glimmende singles beslist Arcade zijn hits te verzamelen op het album “Het allerbeste van Paul Severs” en ook deze keer mag hij een gouden plak mee naar huis nemen. Omdat je het ijzer moet smeden als het heet is, wordt in Wallonië de cd “Les plus grands succès de Paul Severs” in de markt gezet. Omdat hij op rozen loopt, brengt Paul in 1994 bij Telstar het album “Ik ben in de wolken” uit waaruit de nummers Hé Suzie en Ik wil dansen het als single niet onaardig doen. Het jaar nadien blijft Paul zweven, want Hoes heeft het voor mekaar gekregen dat hij een hele rist hits van Pauls idool van een Nederlandstalige tekst mag voorzien.

Songs als Living Doll, Angel, Rode lippen moet je kussen en Zomer Holiday fleuren het album op.  Paul slaagt er zelfs in zijn idool persoonlijk te ontmoeten en hem een exemplaar te overhandigen. Een titel was snel gevonden “Paul Severs zingt Cliff Richard”. Maar die Vlaamse boom bleef niet duren. In Tien om te Zien merkten we dat de inhoud werd verengelst. Een groep zoals 2 Fabiola zwaaide de plak. Ook internationale sterren eisten almaar meer het podium op: Kylie Minogue, Tina Turner, The Spice Girls, The Backstreet Boys. De Vlaamse inbreng werd nogal laatdunkend bekeken. Ook Paul Severs verdween geleidelijk aan uit de belangstelling. Zelfs Radio 2 begon qua producties zijn eisen te stellen. De zogeheten kwaliteit moest omhoog, maar Paul bleef zijn publiek trouw en hield het been koppig stijf. Op zijn album “www.Paul Severs.be” presenteert hij, nog altijd in samenwerking met Johnny Hoes, liedjes zoals Stralend wit, Je eerste liefde vergeet je niet, Ik voel me zweven en Als Elvis in Hawaii.

In de zomer van 2006 viert Paul zijn veertigjarige carrière. Het jaar nadien leert een jonger publiek hem kennen dankzij de soundtrack van de film “Firmin” van Chris Van den Durpel waarin hij te horen is met Geen wonder dat ik ween. Regisseur van dienst is Dominique Deruddere. De organisatoren van het Schlagerfestival in de Ethias Arena te Hasselt krijgen dit snel in de gaten en plaatsen Severs meteen op de affiche samen met onder meer Benny Neyman, Freddy Breck, Bart Kaëll en Denny Christian. In 2010 mag Severs opnieuw zijn bekendste hits komen zingen om dat in 2013 nog eens over te doen. De achttiende mei 2011 blokletteren de Vlaamse media ‘Paul Severs brengt de Hitlergroet’. Tijdens een optreden voor Gentse studenten had Paul een internationale versie van zijn grootste hit Ik ben verliefd op jou gezongen waarin hij ook een fragment in het Duits brengt. Reagerend op een uithaal vanuit het publiek anticipeert Paul met “Heil Hitler” én de Hitlergroet. Volgens hem zonder bijbedoeling daarbij denkend aan een hilarisch fragment uit de film “La Grande Vadrouille” van Louis de Funès en Bourvil. Het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding onderzoekt de zaak en gaat akkoord geen vervolging in te stellen als Severs zijn excuses aanbiedt.  In 2012 profiteert Paul van het megasucces van de VTM-televisieserie “Clan”. Regisseurs Kaat Beels en Nathalie Basteyns beslissen zijn hit Oh little darling tijdens de begingeneriek te gebruiken. Datzelfde jaar verschijnt op het Telstar label het album “Olé olé met Paul Severs”. Dertien liedjes (+ drie bonus tracks) waaronder Olé Olé, Schatje mag ik je foto en Als de rozen weer bloeien in mei. De hitlijsten komen opnieuw binnen bereik wanneer Paul in 2013 een rist duetten op single uitbrengt samen met Dennie Damaro. De 20ste maart staan zij op twee in de Vlaamse Top Tien met Marieke geschreven door David Vervoort. Uit het Duitse hitmuseum lenen zij Mooie meisjes en Feierabend van Peter Alexander dat zij vertalen als ‘s Nachts na 2′en.

De 28ste juni 2013 viert Severs zijn 65ste verjaardag met een groots opgezet concert in het Cultureel Centrum “De Westrand” te Dilbeek. Naar aanleiding van die verjaardag verschijnt er onder andere een interview in Het Nieuwsblad.  “Ik word 65 jaar, maar daarnaast sta ik ook bijna vijftig jaar op het podium en maak ik vijfenveertig jaar platen. Al die tijd treed ik op samen met mijn echtgenote Paulette die nog steeds mee danst. We zijn dit jaar precies veertig jaar getrouwd en onlangs werden we voor de tweede keer grootouders. Ik ga door zolang mijn gezondheid het toelaat. En daar doe ik wel wat voor. Ik loop en fiets regelmatig. Ik heb thuis een fitnesstoestel en ik doe lenigheidsoefeningen. In conditie blijven is de boodschap“. Nog geen jaar later meldt Paul aan de pers: “Het zit mij op privévlak niet zo mee, mijn vrouw Paulette lijdt aan blefarospasme, een aandoening waarbij haar oogleden samentrekken en zij op bepaalde momenten blind is. Momenteel kunnen de dokters er weinig aan doen. Haar algemene gezondheid is er fors op achteruitgegaan. Daarom dat ik besloten heb voorlopig mijn zangcarrière op een laag pitje te zetten“. Dat belet Paul niet in de maand mei 2014 een nieuwe single uit te brengen. Ondanks zijn successingles samen met Dennie Damaro, beslist hij deze keer solo te gaan. Als jij maar bij me bent is een typisch Seversliedje door hem geschreven samen met Paul Pans.

In 2015 herinnert Paul ons eraan dat hij vijftig jaar op de planken staat. In de krant “Het Laatse Nieuws” blikt hij in het weekend van de dertiende juni daarop uitgebreid terug. Die periode was goed voor: ongeveer 1 miljoen verkochte platen, driehonderd opgenomen liedjes, waarvan Paul er zelf tweehonderdvijftig schreef en zo’n vijftienduizend optredens. Tegenwoordig treedt Paul nog zo’n tweehonderd keer per jaar op tegen de prijs van gemiddeld €1300, goed voor één uur live on tape. “Ik voel me nog altijd méér een entertainer. Daarom vind ik het ook niet erg om steeds dezelfde nummers te brengen.”

De zeventiende november 2015 brengt Paul het door hemzelf geschreven Dit keer opteert Paul voor een mooie ballade Jouw ogen in een productie van zijn zoon Christophe en opgedragen aan zijn vrouw Paulette. Na zijn voorjaarssingle Lief meisje brengt Paul op woensdag de 24ste augustus 2016 voor de eerste maal in zijn carrière een duet op de markt samen met de in Portugal geboren zangeres Dina Rodrigues die al méér dan veertien jaar in ons land woont. Ik heb ’n oogje op jou is een uptempo ambiancenummer met een hoog meezinggehalte. Het nummer werd geproducet door Pauls zoon Christophe.

Woensdag de 24ste mei 2017 ontving Paul Severs ‘s avonds om half acht in het CC “Gasthuiskapel” te Aarschot de “Golden Life Time Award”, ook wel de Oscar van het Vlaamse lied genoemd. Die werd hem overhandigd door burgemeester André Peeters. Het was al de dertiende keer dat die award werd uitgereikt. Die dag verscheen ook de verzamel-cd “Een avond met Paul Severs” met daarop zijn grootste hits zoals Suzie, Zeg ‘ns meisje en Ik ben verliefd op jou.

In “Het Nieuwsblad” van donderdag de 22ste juni 2017 lezen we: “Paul Severs (68) trekt een streep onder een tijdperk. Hij verkoopt dik vijfhonderd showkostuums. Vooral jurken van zijn vrouw Paulette, een halve eeuw zijn vaste danseres. Ze is ziek, kan niet meer tegen licht en kan moeilijk nog kijken. Vijftig jaar heeft hij opgetreden met twee fleurige danseressen achter zich. Zijn Gogo-Girls, zoals ze vroeger heetten. Maar sinds Paulette niet meer mee op het podium kan, heeft hij ze afgeschaft. Elke week vier keer de hort op met een stel bevallige dames, terwijl Paulette ziek thuis zit, dat werkte niet voor Paul. Maar zelf stoppen met op­treden, daar denkt Severs niet aan.”

tekst en research: Marc Brillouet

© 2018 Daisy Lane & Marc Brillouet

Margriet Hermans

Margriet Hermans werd de zeventiende maart 1954 in een kroostrijk gezin geboren: papa Jan Hermans, mama Paula Vaerten, Jan, Jef, Marie, Margriet, Rik en Bert. Jan en Paula huwden in 1945, vlak na de Tweede Wereldoorlog. Papa kwam aan de kost als bakker in de zaak van zijn vader Adriaan. Mama groeide op in een groot, katholiek gezin. Zij was voor haar tijd erg geëmancipeerd en gaf les aan de huishoudschool in Ravels, maar toen mama na één jaar zwanger bleek te zijn, werd zij meteen ontslagen. Papa kwam op de idee samen met zijn echtgenote een eigen zaak op te starten. Dat hoefde niet meteen een bakkerij te zijn. Het werd in eerste instantie een kledingzaak, maar Paula was niet als onderneemster in de wieg gelegd. Uiteindelijk  werd na enig overleg besloten in de Patersstraat in Turnhout een eigen bakkerswinkel te beginnen. Dat werd een succes al moest er veel opgeofferd worden, want een zaak runnen en zes kinderen moeten grootbrengen is geen sinecure. Pa en ma hielden erg veel van muziek, vooral van klassiek en operette. Mozart en Léhar waren bij hen figuurlijk klant aan huis. Dankzij broer Jef passeerde ook de lichte muziek de revue. Het was hij die platen kocht: vooral singles en elpees van Barry White en The Four Tops.  Vooral Margriet was daar tuk op. Zo vaak zij kon, zong zij mee. Het verbaasde dan ook niemand binnen de familie dat zij op haar zesde meezong in het paterskoor “Templaria”. Moeder Hermans was een vlijtige leerling geweest aan het Heilig Graf, een school gerund door de Zusters Kanunnikessen. Vooraleer Margriet daar naartoe trok, ging zij als kleuter naar de Sint-Julianaschool in de Koning Albertstraat in Turnhout. Haar tante Philo was hier directrice, dus de keuze lag een beetje voor de hand. In 1960 trekt zij dan naar het Heilig Graf en hult zich in het gebruikelijke uniform: een grijze plooirok, een blauw bloesje en een vest met lange mouwen en een witte kraag. Er moet stevig in het gareel worden gelopen. Geen makkie voor Margriet die vaak straf krijgt, maar uiteindelijk niet geholpen heeft. Het rebelse in haar heeft de bovenhand. Zij is meer een soort tomboy, zij voelt zich beter thuis bij de jongens dan  bij de meisjes. Jongens liggen haar beter. Zij haat het dragen van een rok en een bloes. In een broek  voelt zij zich méér mans en dat leunt dichter aan bij haar natuur. Muziek maken ligt haar ook. Van haar neef Guy koopt zij haar eerste gitaar. Nonkel Bob is haar grote voorbeeld. Urenlang kan zij op dat instrument met hem als schoolvoorbeeld blijven tokkelen. Naast de liedjes van Nonkel Bob zijn de songs van Bob Dylan, Leonard Cohen en Zjef Vanuytsel haar leerschool. Wanneer zij in gezelschap zingt, kan je er donder op zeggen dat een protestsong als Ben ik te min van Armand de revue passeert. Haar familieleden leren haar kennen als een echt fuifnummer.

Dus wanneer Margriet op haar achttiende, na haar middelbare schoolopleiding, voorstelt om aan de universiteit voort te gaan studeren, hebben haar ouders er geen oren naar. Mama stelt voor dat zij  regentaat volgt aan het Heilig Graf. Dat wordt de richting Frans-Engels-Geschiedenis. Margriet geeft toe, want zij wil zo snel mogelijk op eigen benen staan. In 1976 studeert zij af, maar geraakt niet snel aan een openstaande betrekking. Er zit niets anders op dan te gaan stempelen. Samen met haar vriendinnen Lief en Myriam huurt zij een huis in de Rivierstraat in Turnhout. Geld hebben zij niet, maar zij voelen zich in elk geval vrij. Na een tijdje gaat Margriet les geven aan de avondschool en gaat wat bijklussen in de bakkerszaak van haar broer in Oud-Turnhout. Zij slaagt erin een vaste betrekking als lerares Frans in het volwassenenonderwijs op de kop te tikken, een job die zij tien jaar zal aanhouden. Zij papt aan met hun nieuwe huisgenoot Alain, een aantrekkelijke Franstalige jongen. Aan haar driejarige relatie met hem houdt zij een vlot mondje Frans over. Die relatie eindigt op een bruuske manier wanneer Alain op zekere dag een jachtgeweer op haar gericht houdt en eist dat zij meer naar zijn pijpen danst, een soort moeder-aan-de-haard wordt. Margriet geraakt in paniek en krijgt de weken nadien veel last van angstaanvallen. Zij voelt zich almaar minder goed in haar vel en komt in een depressie terecht. Zeven weken lang mijdt zij alles en iedereen. Zij slaapt de ganse dag en heeft geen zin meer om verder te leven. Zij denkt er zelfs aan een einde aan haar leven te maken. Gelukkig geraakt zij van die nare depressie bevrijd en voelt zich als herboren, maar compenseert die moeilijke periode door veel te eten en dikt aan. Gigantisch dik!  Zij last een sabatperiode in op school en trekt voor een jaar naar Spanje waar zij wat Spaans leert praten. Terug thuis volgt zij een cursus viertalige secretaresse bij de RVA en begint ‘s avonds opnieuw les te geven. In 2009 beslist zij in haar autobiografie “Vele Levens” die nare periode van zich af te schrijven.

Om muziek te kunnen maken, besluit Margriet zich aan te sluiten bij de rockgroep “The Bottlenecks” en “Club 13″, een stel amateurmuzikanten die voor senioren en minder valide mensen optraden. Op dat moment weegt Margriet 138 kilo. Maar, zij voelt zich goed in haar vel! Toch gaat zij op aanraden van haar dokter diëten. Er gaan in korte tijd 48 kilo’s af, maar lang houdt zij dat niet vol. Met haar zuur verdiende spaarcenten koopt zij in de Korte Begijnenstraat in Turnhout een eigen huisje. Februari 1985 overlijdt haar vader. Die dag zal zij nooit vergeten omdat zij die als een keerpunt in haar leven ervaart, alsof haar vader haar nog wilde zeggen: ” Ga ervoor Margriet, jij kunt het!”.

Geheel onverwacht krijgt zij een maand later een telefoontje van Marc Dex die haar uitnodigt in zijn zaak “Klaveren 3″ in Kasterlee om eens te komen optreden. Hij organiseert daar wekelijks een vrij podium waar nieuw talent mag laten horen wat zij in hun mars hebben. De zeventiende maart ontmoeten Marc en Margriet elkaar voor de eerste keer. Het wordt een datum die in gouden letters in haar dagboek genoteerd staat. Het is die dag ook haar verjaardag, Margriet wordt eenendertig. Marc stelt haar voor in zijn zaak op te treden samen met het huisorkest The Lou Nielsen Band. Zij studeren samen vijf liedjes in: La vie en rose, Proud Mary, Zal ik je ooit nog zien, Diamond in the rough en The way to Amarillo. Haar eerste optreden wordt een enorme meevaller. Het publiek reageert uitgelaten. De ganse zomer lang beschouwt Margriet “Klaveren 3″ als haar thuishaven en treedt er met veel graagte op. Dat kan makkelijk, want op school heeft zij twee maanden vakantie, dus dat is als start van haar carrière vlot meegenomen.

Marc Dex nodigt in zijn zaak enkele producers uit met de vraag of zij met Margriet geen plaatje willen opnemen, maar zij heeft haar uiterlijk niet mee. Met zo’n dame op de hoes moet zo’n eerste single floppen, dat kan niet anders. Alleen Stan Verbeeck van platenfirma Monopole wil de gok wagen. Op een melodie van Frans de Wever schrijft Margriet de tekst Too Long On My Own. Dat singletje slaat niet aan. Haar entourage wil dat zij in het Nederlands gaat zingen, maar volgens Margriet bekt dat niet zo goed. Dex weet haar toch te overtuigen en in 1986 lanceren zij het door Margriet, Marc Dex en Frans de Wever geschreven  Bemin me, maar laat me vrij. Uit protest omdat zij zoveel kritiek op haar uiterlijk moet slikken, poseert Margriet op de hoesfoto met haar rug naar de camera. Marc slaagt erin Margriet in de maand maart 1987 te laten deelnemen aan Eurosong, de preselecties voor het Eurovisiesongfestival, georganiseerd door de BRTN. Samen met Ricky Diver schrijft zij het nummer In Slow Motion. Andere kandidaten dat jaar zijn: Bart Kaëll, John Terra, Angie Dylan, Daan Van Den Durpel, Sonia Pelgrims, Sofie, Dan O’Neil en Curt Lawrence.  De overwinning gaat naar Liliane Saint-Pierre die met Soldiers Of Love de 9de mei in Brussel de Belgische Driekleur mag verdedigen. Zij eindigt elfde. Margriet doet in 1989 opnieuw mee aan Eurosong. Zij zingt het liedje Wat ik bedoel en eindigt daarmee in de eindronde op de zesde plaats. Tweede worden Clouseau met Anne. Het is Ingeborg die naar de 34ste editie van het Eurovisiesongfestival in Lausane mag om daar in Zwitserland negentiende te eindigen met Door de wind, een liedje voor haar geschreven door Stef Bos die in het achtergrondkoortje mag meezingen. Joegoslavië en Riva gaan met de overwinning lopen dankzij het liedje Rock me. Tien jaar later is Margriet opnieuw van de partij tijdens de preselecties voor het Eurovisiesongfestival. In de eerste selectieronde zingt zij het door haarzelf en Luigi Bongiovanni geschreven Ik vaar met je mee. Margriet bereikt niet de finale. Die is onder meer weggelegd voor Wendy Fierce, Petra, Natural High, Alana Dante en Voice Male. De overwinning is voor Vanessa Chinitor die met Like the Wind naar Jeruzalem mag om daar deel te nemen aan de 44ste editie van het Eurovisiesongfestival. Vanessa eindigt op de twaalfde plaats in een deelnemersveld van drieëntwintig kandidaten. De Zweden winnen met het liedje Take me to your heaven gezongen door Charlotte Nilson. Margriet brengt iets later op het Centropa label Ik vaar met je mee uit, maar de single geraakt niet in de Vlaamse hitlijsten.

Marc en Margriet laten de moed niet zakken en vragen aan Marva of zij Margriet niet wil opnemen in haar Baccarateam, maar zij ziet dat niet zitten. Ook John Terra hapt niet toe. Johan Verminnen neemt haar als coach onder zijn vleugels in zijn Brabantse ploeg samen met Firmin Timmermans en Vaya Con Dios die op dat moment een hit scoren met Just a Friend of Mine. Hun ploeg gaat dat jaar in het Casino van Middelkerke  met de overwinning lopen. Margriet is door het dolle heen, want zij gaat aan de haal met zowel de publieks- als de personalityprijs. Margriet valt  vooral op met het liedje Een vriend dat zij zelf voor deze gelegenheid heeft geschreven. Op single is het liedje een schot in de roos. Zij piekt de vijfde september op één in de Vlaamse Top Tien Vlaamse Top Tien. De optredens kan zij niet bijbenen. Zij besluit een eigen liveband op te richten, de XL-Band. De manager van Gaston en Leo, René Vlaeyen, engageert haar tijdens de zomer van 1987 in hun theatershow. Zij wordt vaste muzikale gaste van hen in het Kusttheater in Blankenberge.

Bij Radio 2 gaat Margriet onder leiding van Luc Verschueren en op uitnodiging van toenmalig productieleider Jos Ghysen bij omroep Limburg op de vrijdagavond “Moe zeg eens hoe” presenteren. Maar Margriet mist publiek. In de daaropvolgende zomer mag zij het programma “De Margrieten staan in bloei” presenteren. Qua singles zijn er de liedjes Mijn hart is te groot, Vrij om te gaan, De vlokkige sneeuw en Wat ik bedoel. De single Loop niet weg doet het in 1990 in de Vlaamse Top Tien maar matig, een tiende plaats de vierde augustus 1990. Margriet schreef het nummer samen met de broer van Marc, Juul Dex (bekend onder zijn artiestennaam Juul Kabas). Als producer neemt Roland Verlooven het heft in handen. Die is gewoon met steengoede studiomuzikanten te werken en trekt voor deze klus onder meer Jean Blaute en Erik Melaerts aan. Het jaar voordien had tv-producer Bart De Prez haar gulle lach ontdekt en haar opgenomen in het panel van “De Drie Wijzen”. Haar tv-optreden valt zo goed mee dat De Prez haar vraagt of zij het niet ziet zitten een liveshow op tv te presenteren. Zij krijgt haar eerste talkshow en nog wel met de jachthaven van Oostende als permanent decor. Margriet wil veel muziek in haar programma en die combinatie van praten en muziek wordt een groot succes en dat met de hete adem van de net opgestarte VTM in de nek. De jaren nadien verhuist Margriet met haar talkshow naar het Casino van Middelkerke. De BRTN is best tevreden met telkens méér dan ‘n miljoen kijkers.

Op muzikaal gebied heeft Marc Dex een stapje opzij gezet en heeft producer Roland Verlooven zijn plaats ingenomen. De samenwerking met Marc wordt in 1989 definitief stopgezet.  Samen met Roland blikt Margriet haar mooiste liedjes in. Eén van die knappe liedjes is Katleentje, de B-kant van de single Loop niet weg, dat zij samen met Chris Peeters schreef. Een geniale vondst is Alle mooie mannen zijn zo lelijk dat  Margriet in 1990 in mekaar knutselt samen met Stef Bos. Haar platen worden intussen op het Polydorlabel uitgebracht. Er wordt een volledig album geproduceerd Als de nacht komt met daarop elf liedjes waaronder een bewerking van de klassieker As Time Goes By dat zij vertaalt als De Tijd Voorbij.  Aan het begin van 1991 staat Margriet op de planken van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg met haar vertolking van mevrouw Lopez in het theaterstuk “In het tuinhuis”. Van VTM krijgt zij de trofee “Het Gouden Oog” als vrouwelijk tv-gezicht van 1991. Het jaar daarop mag zij opnieuw een “Gouden Oog” in ontvangst nemen, deze keer als beste zangeres van 1992.

Een jaar later is er het album Ik ben met z’n tweeën, ook deze keer in een productie van Roland Verlooven en met in de studio als muzikanten onder meer: Bert Candries, Michel Bisceglia, Patrick Riguelle en Jan Cleymans. Een eerste single daaruit wordt Niets houdt me tegen dat Roland Verlooven samen met Stef Bos neerpent. Ook de titelsong Ik ben met z’n tweeën verschijnt op single en is eveneens een nummer van Roland en Stef. Het nummer Nooit meer verliefd dat Margriet samen met Roland schrijft, is de derde single uit dit album. Die singles worden geen ophefmakers in de Vlaamse Top Tien, maar worden wel door Radio 2 zo goed als grijsgedraaid. Ook in Tien om te Zien bij VTM mag zij regelmatig langskomen. Aan haar samenwerking met Roland houdt Margriet niets dan goede herinneringen over. In haar autobiografie “Vele levens” van Margriet Hermans dat in 2009 bij uitgeverij Lampedaire verscheen, omschrijft zij hem als een doorgewinterde showbizzkerel die het ene liedje na het andere uit zijn hoed toverde. Hij versierde voor haar een contract bij Universal/Polydor. Die jaren samen met hem als producer beschouwt zij nog altijd als haar gouden jaren.

Een van haar sterkste albums levert Margriet in 1993 af Kleine dingen, grote wereld. Het album wordt in studio Impuls in Herent ingeblikt samen met technicus Peter Bulkens die de nummers ook knap weet te mixen. De vijfentwintigste december van dat jaar zendt TV1 de Margrietspecial “Kleine dingen, grote wereld” uit. Omdat het blijkbaar niet op kan, is er enkele dagen later ook nog het showprogramma “Margriet op oudejaar”. Uit dat album wordt als single De Onderwijsblues uitgebracht waarmee Margriet de 21ste mei 1994 op tien geraakt in de Vlaamse Top Tien. Roland schreef dit nummer helemaal in zijn eentje.  Drie maanden later duikt Margriet opnieuw de Vlaamse Top Tien binnen met ook deze keer een song van Roland Laisse rouler le bon temps, Jacqueline. Pure onvervalste zydecomuziek zoals ze die graag in Louisiana bezigen en hier door Margriet zonder scrupules op plaat werd gezet. Tijdens een interview vertelt Roland ons dat dit het liedje is dat hij het liefst hoort van alles wat hij met Margriet heeft opgenomen. Een tien van de meester en muzikaal een bank vooruit! Het zal één van Margriets’ laatste hits worden, want de daaropvolgende single Je vaders huis, een folky walsje, valt veel minder in de smaak. Geen nood, Radio 2 vraagt haar dat jaar het gordellied in te zingen.

Om een overzicht te geven van haar bekendste liedjes tot dan toe lanceert haar platenfirma Polydor in 1995 de verzamelaar “Margriet Hermans Voluit, de 16 grootste hits”, van Tussen Aa en Nete tot en met Celien, een liedje opgedragen aan haar dochter. Twee jaar eerder, de 29ste januari 1993, was zij bevallen van wat zij noemt “het heuglijkste wat mij in mijn leven ooit overkomen is.” Margriet dook toen in de pers op als een bommoeder, een bewust ongehuwde moeder. Aan haar nieuwe cd wordt de 21ste december van dat jaar de tv-special “Margriet Hermans Voluit” gekoppeld, opgenomen in “Klaveren 3″ in Kasterlee, de plek waar het voor haar allemaal begon. Tijdens deze show kijkt Margriet aan de hand van enkele interviews en archiefbeelden terug op haar tienjarige carrière.

Dat Margriet haar hart aan de muziek verpand heeft, wisten we al van bij het begin van haar zangcarrière. Vooral heeft zij een zwak voor liedjes van eigen bodem. Zij zegt maar al te graag ja als Radio 2 haar aanbiedt enkele edities van “Zomerhit” te presenteren. Zij klaart met haar gulle lach en vlotte babbel die klus van 1991 tot en met 1995. Op TV1 presenteert zij twee seizoenen lang het dierenprogramma “Dikke Vrienden”. Samen met Donaat Deriemaeker is zij drieëntwintig afleveringen lang te zien in de “Niks voor Niks show”. Van 1992 tot en met 1997 loopt op TV1 het immens populaire spelprogramma “Zeg eens euh”. Margriet maakt daarin deel uit van een vast panel samen met Koen Crucke, Jaak Pijpen en Emiel Goelen. Bij het opsommen van al haar drukke bezigheden mogen we zeker haar glansrol in de zaterdagochtend Radio 2-show van Luc Appermont ” De Zoete Inval” niet over het hoofd zien.

Het mag opmerkelijk lijken, maar ook de Nederlandse televisie heeft haar intussen ontdekt. Zij wordt uitgenodigd om te zetelen in het panel van het populaire spelprogramma “Zo vader, zo zoon”. Zij valt zo goed in de smaak van de Nederlanders dat zij vanaf december 1996 de presentatie zelf in handen mag nemen. Het is intussen haar collega Robert Long niet ontgaan dat Margriet in Nederland aanslaat. Hij vraagt haar om in 1997 op zijn album “Uit liefde en respect voor George Gershwin”, een hommage aan de bekende Amerikaanse componist, twee liedjes met hem te zingen: Een heel verschil (Let’s call the whole thing off) en Meen je dat (‘s Wonderful). Op dit album, waaraan ook Greetje Kauffeld meewerkt, worden zij begeleid door de band van producer Koos Mark. In 1997 neemt zij samen met haar collega Micha Marah het nummer Only a woman’s heart op, geënt op Ierse volksmuziek, en koppelt daar onder diezelfde titel een theatershow aan vast.

Haar duet Een heel verschil vinden we twee jaar later terug op haar cd “Ik had tijd nodig”. Vanuit het Amerikaans theater presenteert zij dat jaar op TV1 haar talkshow “Coupe Margriet”. Intussen wordt Margriet haar contract bij Polydor niet verlengd en heeft zij een nieuwe thuis gevonden in de platenstal van Guy Beyers, Centropa. Op de cd “Ik had tijd nodig” staat ook het nummer De wereld draait door, een liedje dat Margriet samen met Luigi Bongiovanni heeft geschreven en dat zij voor de aardigheid samen met Paul De Leeuw heeft ingezongen. Voor haar nieuwe cd covert Margriet het nummer Terug naar de kust dat we goed kennen in de hitversie van Maggie McNeal. Voor het overige zijn het stuk voor stuk songs die zij samen met Luigi heeft geschreven. Single hits levert dit album niet op.

Was het een verrassing of voorspelbaar? In 1998 ontpopt Margriet zich tot een goedlachse politica. Zij sluit zich aan bij ID21 opgericht door Volksunieboegbeeld Bert Anciaux, in de nasleep van de Witte Mars. Overige bekende leden zijn Vincent Van Quickenborne en Sven Gatz. Tijdens de verkiezingen van 1999 wordt zij voor de Vlaamse Raad verkozen. Om in de gemeenteraad te kunnen zetelen, verhuist zij van Turnhout naar Oud-Turnhout. In 2001 richt Bert Anciaux de politieke partij Spirit op. Margriet sluit zich aan, maar voelt zich als vrijgevochten vrouw met een liberaals hart beter thuis bij de VLD en stapt over. Intussen is Margriet in het najaar van 2000 in Las Vegas gehuwd met haar trouwe vriend Frank Deloof. Over de biologische vader van dochter Celien wordt in de pers in alle talen gezwegen al duikt de voornaam Paul almaar meer op.  Waar wél veel over te lezen is, is haar maagoperatie. Margriet is haar strijd tegen haar overgewicht beu en neemt drastische, afslankende maatregelen.

Van 1999 tot 2009 is Margriet Vlaams parlementslid. Van 2004 tot en met 2009 gemeenschapssenator voor Open VLD. Zij maakt van haar positie gebruik om een lans te breken voor de Vlaamse muziek. Vooral de VRT krijgt van haar lik op stuk. Zij vindt dat de Vlaamse omroep touwtrekker moet worden qua programmering van  Vlaamse liedjes. Zij wil dat de regering de VRT een bepaald percentage Vlaamse muziek doet programmeren. Zij vindt hiervoor steun bij CD&V-parlementslid Johan Verstreken. Samen met hem, Luc Appermont, Daniël Gybels, Micha Marah, Connie Neefs en John Terra richt zij de 27ste februari 2008 Vlapo (Vlaamse Podiumartiesten) op, een aanspreekpunt voor de verdediging, het behoud en de promotie van het Vlaamse lied.  Tijdens de verkiezingen van de zevende juni 2009 behaalt Margriet de vierde plaats op de lijst van Open VLD. Dat levert haar echter een onvoldoende op. Zij geraakt niet herverkozen voor het Vlaams Parlement en moet dus ook haar ontslag indienen als gemeenschapssenator.  Sinds 2006, ook al was zij herverkozen voor de gemeenteraad in Oud-Turnhout, had zij al beslist haar mandaat niet te verlengen.

Gebeurde er intussen nog wat op cd-gebied. Jawel, al moeten we toegeven dat het kwantitatief veel minder werd en werden er andere keuzes gemaakt, waaruit bleek dat haar zangcarrière duidelijk naar het tweede plan was verschoven. In 2001 neemt zij een nieuwe versie op van haar liedje De wereld draait maar door dat zij iets eerder had ingeblikt met Paul De Leeuw, maar nu overdoet met Luc Caals. In 2004 zet zij haar vijftigste verjaardag glans bij door de release van het album “Vrouw van vijftig” op het EMHA-label. Haar poging om almaar meer kilo’s kwijt te spelen, wat haar uiteindelijk ook lukt,  verwoordt zij in het liedje Calorieënblues, want hier passeren de lekkerste knabbels de revue. Met Eric Flanders neemt zij de jaren nadien enkele duetten op: Heb ik vandaag al gezegd, Zoals vrienden doen en Nu weet ik dat liefde een doewoord is.

De vijfde juni 2007 wordt Margriet tot  Ridder in de Leopoldsorde benoemd, een onderscheiding die haar de veertiende februari 2008 door senaatsvoorzitter Armand de Decker wordt uitgereikt.

In 2010 besluit Margriet Hermans in Kapelle-op-den-Bos haar zangcarrière een nieuwe boost te geven. Zij gaat live optreden samen met The Flaming Stars tijdens een show waarin zij twintig liedjes brengt, meezingliedjes, variërend van covers van André Hazes, over Bon Jovi tot en met Bob Dylan. Als verrassing zingt zij samen met dochter Celien, die intussen met haar vriend Nico is gaan samenwonen, twee duetten: I know him so well uit de musical Chess en Rhythm of My Heart van Rod Stewart.

Van zaterdag 9 februari tot en met zaterdag 25 mei 2013  presenteert Luc Appermont na tien jaar afwezigheid opnieuw “De Zoete Inval” op de zaterdagochtend tussen tien en elf bij Radio 2. Ook deze keer duikt Margriet als vanouds in het panel op en dat aan de zijde van Jaak Pijpen, Wendy Van Wanten en Jan Verheyen. In de loop van 2014 laat Margriet weten dat zij met enkele jongere muzikanten druk bezig is met de voorbereiding van een afscheidstournee. In het magazine Primo van de zesde januari 2015 lezen we echter dat die plannen niet zullen doorgaan omdat Margriet heeft vastgesteld dat de belangstelling daarvoor vanuit de culturele centra zo goed als nihil is. Zij had het plan opgevat haar optreden in te vullen met wat cabaret, humor, ambiance en een waaier van liedjes, maar blijkbaar past dat moeilijk in de programmatie van die centra en wordt zij tegenwoordig geassocieerd met schlagers en daar wil Margriet niet aan meedoen. Trouwens, haar man Frank onderging intussen een zware hartoperatie, een vierdubbele bypass, en zij hebben samen besloten voortaan méér van het leven te genieten.

Maar Margriet is intussen niet bij de pakken blijven zitten en trekt vanaf de maand september 2015 samen met Koen Crucke naar de diverse theaters in ons land  met de spetterende show “Brasserie Nostalgie”, begeleid door een orkest o.l.v. Dirk Peeters. Om er goed gerodeerd aan te beginnen, treden zij  met deze show al op tijdens de Gentse Feesten vanaf de 18de tot en met de 26ste juli in het “NH-Hotel” aan de Hoogpoort in het centrum van Gent. Margriet, die intussen dertig jaar op de planken staat, zingt enkele van haar bekendste successen, Koen grasduint in de koffer van het Frans chanson en beiden laten horen dat ze de nodige dosis humor in huis hebben en zichzelf perfect weten te relativeren.

Op zaterdag 7 november 2015 heeft de achthonderdste aflevering plaats van “De Zoete Inval”, het legendarische spelprogramma met Luc Appermont bij Radio 2. Twee jaar eerder maakte het programma na tien jaar afwezigheid een geslaagde comeback in een opgefriste vorm. Van Herman Verbruggen tot Astrid Bryan, van Jonas Van Geel tot Karen Damen. Allemaal passeerden ze intussen de revue. Naar aanleiding van die feestelijke aflevering gingen we bij Radio 2 op zoek naar jullie “all time favourite”. Wie kan en mag er niet ontbreken in deze jubileumaflevering? Margriet Hermans komt als winnares uit de bus. Zij blijkt na achthonderd afleveringen nog steeds dé publiekslieveling te zijn. Samen met Sven De Leijer, Bart Peeters, Urbanus, Stan Van Samang en tal van andere Zoete Inval-iconen is zij die zevende november uiteraard te gast. Enkele dagen voordien had ze al een opvallende passage gemaakt in het populaire Vier-programma “De slimste mens ter wereld” en gingen er meteen stemmen op om ” weer meer Margriet op het scherm te krijgen“.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2015 Daisy Lane & Marc Brillouet

Günther Neefs

De naam Günther Neefs hoorden wij voor de eerste keer toen zijn beide ouders vrijdag de zesentwintigste december 1980 tijdens een auto-ongeval op weg van hun buitenverblijf in Vorselaar naar hun huis in Mechelen om het leven kwamen. In de krant stond vermeld dat hun toen vijftienjarige zoon in het Lierse Sint-Elisabethziekenhuis voor zijn leven vocht. Maar Günther was toen al een doorbijter, vocht hard en kwam er zonder al te veel naslepend leed doorheen. Hij zou voor de rest van zijn leven vaak met zijn vader vergeleken worden, maar door zijn talent wist hij tijdens zijn carrière in Vlaanderen een eigen plaats in te palmen.

Maar we beginnen in zijn wieg, waarin hij de eenentwintigste september 1965 werd gelegd. Die wieg stond in Mechelen, waar ook zijn broer Ludwig rondliep. Over hem zullen wij in de loop van Günthers verhaal niet veel horen. Ludwig houdt zich met immobiliën bezig en het liefst van al in de schaduw van de showbizz. Voordien had Ludwig een eigen duikschool, die hij na de eeuwwisseling van de hand heeft gedaan. Om het onderweg in deze bio niet te vergeten, vertellen we nu al dat Ludwig ooit te horen was op een plaatje dat Louis Neefs samen met zijn beide zonen, dus ook met de stem van Günther, had ingeblikt: Hé lieve mensen. Het huis van de familie Neefs stond aan de Leuvense Vaart, waar zij onder het toeziend oog van moeder hun fantasie de vrije loop konden laten gaan, kampen bouwden en fietsten, want papa Louis deed niets liever dan in de vrije natuur rondlopen met zijn kroost. Louis had in Vorselaar een buitenverblijf gekocht en daar trokken zij regelmatig naartoe. Günther herinnert zich niet dat hij zijn vader thuis veel hoorde zingen. Het was daar ook geen komen en gaan van bekende artiesten. Will Tura en Rocco Granata sprongen weleens binnen, maar met mate, daar zorgde mama Neefs wel voor. Thuis had papa geen vedetteallures. Hij liep het liefst rond in zijn werkplunje, houthakkend of bezig met de boten die achteraan in de tuin lagen. Qua muziek stond thuis steeds de radio aan en waren er de platen van Frank Sinatra & Co die pa graag draaide en beluisterde. Günther zal, naarmate hij ouder wordt, met veel goesting naar soulmuziek luisteren, vooral dan met een funky touch, zoals Earth, Wind & Fire. Samen met Ludwig gaat hij naar de lagere school op de Brusselsesteenweg in Mechelen, waar hij zowat de mooiste jaren van zijn jeugd beleeft. Papa stond erop dat Günther nadien een stiel ging leren en omdat hij toen al gefascineerd was door auto’s, wordt dat de SITO School aan de Leopoldstraat in Mechelen, de technische richting afdeling mechanica. Op school was Günther geen hoogvlieger, die maar één wens had, zo snel mogelijk zelf de handen uit de mouwen steken. En muzikaal dan, bleef het al die tijd stil? Integendeel, overal op kloppen waarop het maar enigszins kon, was het liefste wat hij deed. Zijn eerste drumstel bestaat uit vier dozen Allwaspoeder. Vanaf zijn negende trekt Günther naar de muziekschool tot aan zijn auto-ongeval op zijn vijftiende. Nadien heeft hij geen behoefte meer om die opleiding af te werken. Na het ongeval ligt Günther vier dagen in coma met daarop aansluitend een verblijf van vier maanden in het ziekenhuis én met het besef dat zijn beide ouders om het leven zijn gekomen. Hij herinnert zich nog dat hij op school goed werd bijgestaan, hij mag toch overgaan zodat hij van de steun van zijn klasgenoten kan genieten. Aan het ongeval houdt Günther een dubbele schedelbreuk over en zijn milt werd verwijderd. Een rechter beslist dat de beide kinderen in het ouderlijk huis mogen blijven wonen onder het toeziend oog van de vader van Louis Neefs, den bompa uit Gierle, die ook hun voogd wordt, en de huiselijke klussen en het koken worden aan een familiaal helpster overgelaten. De zus van Louis, Connie Neefs, houdt de kinderen nauwlettend in het oog. Zij komen echt niets tekort. Op zekere dag neemt tante Connie Günther mee naar een repetitie samen met het orkest van Gery Liekens. Gery’s Big Band had net nood aan een jonge percussionist en dat hoeven zij Günther geen tweemaal te vragen. Tussen het drummen door zingt hij voor de fun weleens een liedje en Gery vindt dat Günther dat eens ernstig moet nemen, eens een liedje instuderen en tijdens een van hun optredens eens zingen. Wordt dat een meevaller, zeg! Die bigband swingt als de beste en het repertoire van onder anderen Frank Sinatra ligt hen wel en natuurlijk ook de croonende stem van Günther. Om op eigen benen te kunnen staan en wat geld te verdienen, gaat Günther pakjes leveren bij de bekende firma DHL. Omdat hij auto’s wil verkopen, gaat hij eerst verzekeringen aan de man brengen om de techniek van het verkopen onder de knie te krijgen. Die ervaring leidt hem op zekere dag naar een net geopende BMW-garage in Oostmalle, waar hij als knappe gast in strak maatpak met graagte in dienst wordt genomen.

In 1990 tijdens de opnamen van “Walters Verjaardagsshow” worden er enkele medleys gezongen met daarin liedjes verwerkt van Louis Neefs. Naast Connie Neefs zijn onder meer Bart Kaëll en Helmut Lotti daar aanwezig. Aan Günther wordt ook gevraagd een liedje te zingen, maar die wil geen typisch liedje van pa brengen. Hij kiest voor een cover van Sixteen tons, waarmee Louis ooit behoorlijk wat succes had gescoord. En kijk, de bal gaat van dan af voor Günther aan het rollen. Günther werd tijdens dat VTM-optreden begeleid door het orkest van Lou Roman. Op uitnodiging van VTM zingt hij iets later samen met hen Bad, bad Leroy Brown van Jim Croce, dat op dat moment een grote hit was in de versie van Frank Sinatra. Günther is vijfentwintig wanneer hij op zoek gaat naar een geschikte manager en komt zodoende terecht bij Marc De Coen, die hem iets voordien in het programma “De Gewapende Man” met Julien Put hoorde vertellen dat hij graag wil zingen. Marc belt hem meteen nadien op met de wijze raad vooral geen zanger te worden omdat hij Günther als persoon heel anders inschat. Hij kent hem als een vrijgevochten iemand die veel ruimte nodig heeft en zeker niet te veel toegevingen wil doen, iets wat je nu juist wél moet kunnen in de showbizz. François Vaes, die bij platenfirma Polydor onder meer de belangen van James Last voor ons land verdedigt, is erop gebrand om met Günther een plaat op te nemen. Er wordt als eerste single gekozen voor het nummer Ik laat me gaan, geschreven door Mary Boduin, Marc Rosso en Bert Joris. De twintigste juli 1991 klimt Günther daarmee in de Vlaamse Top Tien naar de vijfde plaats. Mary schrijft samen met Ronny Sigo, in de jaren zestig nog werkzaam bij The Jokers, de uptempo opvolger Daarom zeg ik nee met instrumentale begeleiding door onder anderen Eric Melaerts, Marc Rosso, toenmalig bassist bij Soulsister, Alain Van Zeveren, Dirk Joris en Chris Blom in een productie van Marc De Coen. Echt opvallen doet de derde single Hier in dit land, geschreven door Bert Joris, bekend jazzmuzikant, Marc Rosso en Reppo Hill, beter bekend als Piet Van den Heuvel, ooit wereldberoemd in Vlaanderen als drijvende kracht achter de popgroep Scooter. Helemaal geen popsong, maar eerder een vrijblijvende ballad met een betere tekst dan de Vlaamse middelmaat: “Hier in dit land waar ik geboren ben, waar ik mijn vrienden heb en ik de mensen echt ken, daar woont het leeuwenhart, daar en nergens anders ben ik thuis.” Het nummer wordt vaak gedraaid en belandt de eenentwintigste maart 1992 op de derde plaats in de Vlaamse Top Tien. Günther wordt steeds vaker gevraagd om op te treden. Tijd om stil te staan bij het succes dat hem plots te beurt valt, heeft hij niet. Uit datzelfde album verschijnt ook nog als single Meer dan een vriendin, waarvoor zijn vrouw de tekst schrijft, maar dat liedje blijft in de hitlijsten zonder respons. De achtste april 1992 worden al die liedjes verzameld op het album “Hier in dit land”, gemixt door Peter Bulkens en Stephan Kraemer en met als nieuwe songs Ik denk er niet aan, Het geluk is dichtbij en Liefde is een duur woord. Enkele maanden later hangt bij Günther van dit album een gouden exemplaar tegen de muur, al houdt hij er zelf niet zo van die dingen thuis toonbaar te hangen, want dan hoort daar tijdens een bezoek altijd een verhaal bij, alsof Günther zich moet verantwoorden, een gevoel dat hij nog altijd geen plaats heeft kunnen geven.

Tijdens de beginjaren heeft Günther nog geen duidelijke richting die hij uit wil. Hij is een degelijke zanger die veel kanten uit kan. Dat croonen en dat swingen kwam pas later. Daar is zeker nog niets van te merken op zijn tweede album “Stop de tijd”, dat in 1993 op de markt wordt gebracht. Hij huwt dat jaar de veertiende augustus met zijn vriendin Tanja Van Sebroeck. Voor de opname van “Stop de tijd” trekken zij naar Studio Impuls in Herent met ook deze keer Marc De Coen als producer. Koud is de pijn, geschreven door Evert Abbing en Jan Tekstra, wordt de eerste single daaruit. Die wordt gedragen door een lekkere beat met backing vocals door Dany Caen, Ronny Sigo, Harriet van Honk en Chris Peeters. Er komen in de loop van het album ook een achttal strijkers aan te pas, die leuk gedubd worden om het geheel een symfonische touch te geven. Een fantastische cover, grijsgedraaid en meer dan behoorlijk in de smaak vallend, is Ik blijf bij jou, een vertaling van Don’t know much about love van John Hiatt, die het nummer zelf vaak zong tijdens zijn liveoptredens, maar het nooit op een album of single zwierde. Marc De Coen had het ontdekt tijdens de show “One Europe”, daar gebracht door de Deense zangeres Hanne Boel. Op vraag van Günther zelf heeft Stef Bos voor de tekst gezorgd. Ondanks de constante airplay geraakt het nummer in de Vlaamse Top Tien niet verder dan de derde plaats. In de Top Dertig duikt het niet eens op. Daar had voordien Hier in dit land het goed gedaan met een twintigste plaats, de eenentwintigste maart 1992. Uit het album “Stop de tijd” wordt ook nog het nummer Koel koel op single vrijgegeven.

Vrij snel volgt in 1994 het album “Tien miljoen dingen”, ook nog altijd uitgebracht op het Polydorlabel. Muzikaal wordt er veel werk geleverd door Eric Melaerts, Evert Verhees en Philip De Cock. Opgenomen wordt er in The Groove in Schelle en de kapitein aan het roer blijft Marc De Coen. Intussen is Günther een populaire fanclub opgestart met Heverlee als thuisbasis. Hij durft het aan voor de nummers De kracht van ons bestaan en Een nieuw begin zelf de tekst te leveren. De song Wat ik niet geven kon wordt uit deze cd de eerste singlekeuze. Het nummer werd door Stef Corbesier geschreven, die ook al voor Dana Winner, Bart Kaëll en Niels William had gewerkt. De tweede juli 1994 geraakt de single tot op de zesde plaats in de Vlaamse Top Tien. De daaropvolgende single Ik mis je nu al doet niets, maar het rockende Ik stap eruit, geschreven door Eddy Morsink samen met Gert Vandenberg, is toch nog goed voor een staartnotering in de Vlaamse hitlijst. In 1994 komt er een voorstel uit een totaal onverwachte hoek. De bekende band van Glenn Miller (die als enige onder die naam nog wereldwijd mag concerteren) vraagt voor het herdenkingsconcert van D-day in het Casino van Oostende of Günther Neefs niet Don’t fence me in wil zingen. Op de affiche staat ook de legendarische Dame Vera Lynn. De Britse krant The Daily Mail maakt melding van die viering en binnen de kortste keren heeft een massa Britse oud-strijders een kaartje bemachtigd. In die sfeer zingt Günther Neefs zijn versie van Cole Porters Don’t fence me in.

Wanneer in 1995 Jacques Vermeire en Luc Verschueren de baan opgaan met hun zeer populaire theatershow, mag Günther Neefs de muzikale inbreng verzorgen. Hij heeft zoveel werk dat hij het zich een jaar later kan permitteren uit de autobranche te stappen. Voor de actie “Levenslijn” van VTM in 1996 wordt beslist de hit Ik blijf bij jou van Neefs opnieuw op single uit te brengen. Dat jaar neemt Günther het nummer Geluk op, dat moet uitmonden in een nauwe samenwerking met Evert Verhees en diens echtgenote, maar die overlijdt en de hele cd-productie wordt on hold gezet.

Marc en Günther beslissen Engelstalig uit te pakken omdat Günther tijdens zijn liveoptredens ook regelmatig Engelstalige liedjes zingt en de fans enthousiast reageren. Na lang aandringen bij Polydor trekken zij naar de studio om naar buiten te komen met “Special Request” met in het totaal veertien songs, ingeblikt in The Groove in Schelle met Peter Bulkens aan de knoppen en vakkundig gearrangeerd door oude rotten in het bigbandvak Bob Porter en Ghislain Slingeneyer. Ook Yannic Fonderie, die met Axelle Red samenwerkte, wordt erbij gehaald. Vocaal krijgt Günther de steun van Ingrid Simons, Dany Caen, Cindy Nelson, B.J. Scott en de broers Robert en Ronny Mosuse. Er wordt naarstig naar favorieten gezocht: You’ve lost that loving feeling, Sixteen tons, How sweet it is, Stand by me, My girl. Meteen viel op dat soulstandards zijn absolute voorkeur wegdroegen. You’ve lost that loving feeling van The Righteous Brothers wordt meteen als single op de wat verbaasde fans losgelaten, die gelukkig gretig inpikken, want dit is de Neefs zoals hij altijd graag wilde klinken en zingen. Aan de fans was vooraf gevraagd welke liedjes zij graag hoorden en in de mate van het mogelijke hield Günther er bij de uiteindelijke selectie rekening mee. Hij waakt er ook over dat hij zeker niemand imiteert, maar de liedjes alle eer aandoet met zijn eigen interpretatie. Omdat de massa zijn liedje Sixteen tons nog altijd met de versie van zijn vader uit de jaren zestig associeert, wordt beslist dit nummer ook op single uit te brengen. Het album “Special Request” wordt vrij snel met goud bekroond en nog iets later zelfs met platina overladen. Voor de VRT een gelegenheid om op Eén de tweeëntwintigste december 1996 een special rond dat album uit te zenden, enkele weken voordien opgenomen in de Oktoberhallen in Wieze. Niet alleen Radio 2 draait Günther gul, maar vooral Radio Donna vindt dit spek voor hun muzikale bek. Persoonlijk ben ik nogal tuk op zijn versie van The more I see you, opgenomen samen met rapper Mista Sake. Polydor wil een extra graantje van dit succes meepikken en brengt in de maand mei van 1997 de verzamelaar “Het beste van Günther Neefs” uit, louter Nederlandstalig werk vanaf de liedjes Hier in dit land tot en met Ik mis je nu al.

Natuurlijk heeft men snel door de taal van Shakespeare een tijdje te blijven koesteren, dus wordt er meteen gezocht naar nieuw materiaal, dat met de single Satisfaction guaranteed uitmondt in de cd “Special Request 2″, die in de maand september van 1997 wordt gereleaset. Aan de productieploeg is niets veranderd. Er wordt wél plaats geruimd voor enkele stevige standards zoals The sun ain’t gonna shine anymore, Make it easy on yourself, Unchained Melody en Georgia on my mind. Wonderful world, beautiful people van Jimmy Cliff wordt een van zijn volgende singles daaruit. De zevenentwintigste december 1997 zendt VTM een special uit, die zij iets eerder in het Provinciaal Centrum voor Muziek – Casino Beringen hadden ingeblikt. Omdat er vraag naar is, worden op het einde van 1999 “Special Request 1 & 2″ in één box uitgebracht. Er wordt met een ploeg van vijfentwintig mensen gedokterd aan een formule om met “Special Request” ook on the road te gaan, een aparte ervaring, want live gaf dit ongelofelijk veel vuurwerk. Door uit de albums een en twee te putten, had Günther materiaal genoeg om er een boeiende concertreeks van te maken. Omdat de show zo goed oogt, krijgt hij ook veel vraag om tijdens diverse bedrijfsfeesten op te treden. Crooner-charmeur Günther Neefs ligt almaar beter in de markt bij de dames, vooral die van de romantische strekking. Geen wonder dat er in 1999 wordt uitgepakt met “The Love Album” met daarop zeemzoete songs zoals Cry me a river, If you leave me now, Kiss and say goodbye en Crying in the rain. Om het toch niet té zeemzoet te houden, werd er in een gelimiteerde editie een dubbelaar uitgebracht met daarop als extra een partytime-cd met daarop zeer dansante versies van I’ll go where your music takes me, een Sister Sledge Medley en Instant replay van Dan Hartman, dat ook de eerste single daaruit wordt. Nadien volgen nog de nummers Move closer en That’s what friends are for op single, al gaat onze absolute voorkeur uit naar zijn geweldige versie van The wind beneath my wings, na al die jaren nog altijd het beste wat Günther ooit op cd uitbracht. Van cd “The Love Album” neemt hij in de loop van februari 1999 een special op, die op Valentijnsdag op Eén wordt uitgezonden. Hij had daarvoor voor de campagne “Kom op tegen Kanker” op vraag van VTM het lied Hoog in de heldere lucht ingezongen, waarmee hij opnieuw zin kreeg om nog eens in het Nederlands te gaan zingen en dat wordt in 2000 het nummer Bij jou, dat samen met onder meer de nummers Ik voel me goed en Alles geven op het album “Ik voel me goed” aanbelandt, daarbij muzikaal bijgestaan door Steve Willaert, Chris Peeters, Alex Van Aeken en The Jody’s Singers. Ook deze keer tekent Marc De Coen voor de productie. Bij jou, een Amerikaanse song die Marc De Coen in Nashville op de kop had getikt, geschreven door Steve Dean, Noah Gordon, Wil Nance en Alain Vande Putte, wordt door Radio 2 tijdens “Zomerhit” in 2000 beloond met de prijs voor de beste Nederlandstalige opname van dat jaar. Dat jaar wordt naar aanleiding van het overlijden van zijn vader, twintig jaar eerder, de tribute-cd “Louis Neefs 20 jaar later” uitgebracht, waarop hij met zijn vader in duet Laat ons een bloem zingt. Rond dit album wordt er een tv-special ontworpen en opgenomen, die de negentiende december in het Sportpaleis van Antwerpen wordt ingeblikt. Die show wordt ook aan de TROS gesleten en door hen zelfs tweemaal uitgezonden. Toch laat Günther zich nadien niet verleiden om nieuwe versies van de oude hits van zijn vader in te zingen. Hij heeft die boot altijd af kunnen en willen houden.

Een jaar later, de tweeëntwintigste september 2001, viert Günther zijn tienjarige carrière met een jubileumconcert. Er wordt beslist om toch nog eens in het Engels te gaan zingen voor het in 2002 verschenen album “Swing Is The Thing”. Robbie Williams was hen een jaar eerder voor geweest met “Swing When You’re Winning” en George Michael in 1999 al met “Songs From The Last Century”. Nochtans had Williams hen niet geïnspireerd, want zij hadden beiden gelijktijdig hun album ingeblikt, alleen besloot Universal, wetend dat Williams met zijn swingende cd op de markt zou komen, die van Günther een tijdje achter te houden, wat zij achteraf beschouwd beter niet gedaan hadden. Bob Porter en Steve Willaert mogen arrangeren, The Groove in Schelle blijft hun geliefde studio. Crooners en bigbandstandards komen nu in aanmerking: I’ve got you under my skin, Route 66, You are the sunshine of my life, Just a gigolo… ze passeren alle de revue. Qua singlekeuzes zijn er Call me, I want you to want me, Reet Petite en het duet Come back my love, dat Günther met veel overgave samen met Andrea Croonenberghs zingt. Maart 2002 ligt dat album in de winkel. Eén neemt van zijn concert in de Warande in Turnhout klank en beeld op, de twaalfde mei dat jaar goed voor een erg gesmaakte uitzending. Wanneer Mechelaar en stadgenoot Mark Uytterhoeven in een aflevering van “De Laatste Show” op Eén in 2005 het door hem geschreven As gau paust… door Günther in het dialect laat zingen, is het hek even van de dam. Het publiek lust dit wel en het nummer wordt op single gezet. Gek genoeg scoort hij met dit nummer zijn grootste hit tot dan toe in de Radio 2 Top Dertig . De twaalfde maart staat hij daarin op de elfde plaats. In de Vlaamse Top Tien moet hij genoegen nemen met de vierde plek. Met het oog op de vijfenzestigste verjaardag van Will Tura wordt de tweede augustus 2005 het album “Viva Tura” uitgebracht, waarop Günther zijn versie brengt van Boven de wolken. Dat jaar brengt Günther zelf een dubbelaar “Het Allerbeste Günther Neefs 15″ uit met op cd 1 al zijn Nederlandstalige hitsingles verzameld, op cd 2 alle Engelstalige en op cd 3 een dvd met daarop vijftien visuele nummers. Op dit album staat als nieuwe track Brand in de nacht, een schitterende song geschreven door Ingrid Verhelst en Alexander Van De Rostyne die in de singleversie vaak door Radio 2 gedraaid wordt.

In 2006 pakt Günther tijdens het Eén-programma “Zo is er maar Eén” uit met zijn versie van Zondag van Rob de Nijs. Het jaar nadien zingt hij in diezelfde show Gelukkig zijn van Ann Christy. In het VTM-programma “Just The Two Of Us” zingt hij samen met Rani De Coninck tijdens de finale Goeiemorgen, morgen van Nicole en Hugo, Let’s get loud van Jennifer Lopez en Something stupid van Nancy en Frank Sinatra. Zij eindigen tweede, want Sergio en actrice Sandrine André gaan met de overwinning lopen.

Wanneer in 2007 het orkest Strato-Vani Vlaanderen onveilig maakt met een nieuw album én met een concert in Vorst Nationaal, is Günther er als de kippen bij om mee te zingen. Hij begint aan de opnamen van zijn volgende album “My Soul”, dat in 2008 te koop wordt aangeboden. Yannic Fonderie mag arrangeren en Marc De Coen blijft produceren. Deze keer soulhits die Günther na aan het hart liggen: Ain’t no mountain high enough, My chérie amor, Upside down, I heard it through the grapevine en Reach out I’ll be there, om er een paar te noemen. Lady Soul en I believe krijgen een plaats op single aangeboden om het album op gang te trekken. De zestiende februari 2008 vinden we Günther met Lady Soul op veertien terug in de Radio 2 Top Dertig. Wie wat thuis is in de muziek, heeft al gemerkt dat het hier songs betreft die alle groot geworden zijn op het Tamla Motownlabel van Berry Gordy Jr. in Detroit, nadien uitgeweken naar Los Angeles. Een special rond deze cd wordt de vierentwintigste maart uitgezonden op de Vlaamse cultuurzender EXQI. Omdat Neefs goed kan opschieten met zijn zingende collega Yasmine, duikt hij in de maand maart 2008 nog eens op in haar programma “Zo is er maar Eén”, deze keer met zijn versie van Iemand als jij, waarmee Barbara Dex in de jaren negentig ons land vertegenwoordigde tijdens het Eurovisiesongfestival. Het productiehuis van Walt Disney vraagt hem of hij de stem wil leveren voor de straatkat Thomas O’Malley in de film “De Aristokatten”, die dat jaar vanaf de achttiende april in een speciale dvd-versie wordt aangeboden.

De drieëntwintigste september 2011 is er zijn album “21″ op het KMK-label, waarvoor hij qua songs een beroep gaat doen op jongens die in Vlaanderen hun sporen allang verdiend hebben: Jan Leyers schrijft samen met Frank Vander linden Altijd van mij, Bart Peeters Het mannetje in je kast en Hugo Matthysen Oh Madeleine. Elke song wordt sober en degelijk begeleid en is goed gearrangeerd in een productie van Ronny Mosuse. Günther klinkt onbevangen en fris. Hij voelt zich erg goed omringd binnen deze entourage. Hij mag werken met mannen die elk op hun terrein bewezen hebben wat er te bewijzen is en dus hun vrije gang kunnen gaan. Hij brengt deze liedjes ook live on stage tijdens de show “21″, begeleid door zijn 4Band met als muzikanten drummer Raf Helsen, organist Gunter Callewaert, blazer Niko Op de Beeck en gitarist Filip Adolf Jef Bollaert. Tijdens deze show brengt hij een overzicht van zijn carrière aan de hand van eenentwintig liedjes, waaronder dus ook een rist nieuwe uit zijn recentste album. Met de single Vliegtuig naar de zon uit ” 21″, geschreven door Günther in samenwerking met Ronny Mosuse en Frank Vander linden, staat Neefs de zestiende juli op plaats zesentwintig in de Radio 2 Top Dertig.

Günther glundert wanneer hij de zesentwintigste augustus 2012 zijn stem mag laten horen tijdens een meer dan gesmaakt optreden tijdens “Maanrock” op de Grote Markt in Mechelen. De derde september van dat jaar zingt hij de pannen van het dak tijdens de “Ambiorixfeesten” in Tongeren.

De zevende februari 2013 wordt Günther Neefs uitgenodigd door Radio 2 om tijdens “De Eregalerij” in het Casino van Oostende daar zijn versie te zingen van De Marie-Louise van Bart Kaëll, die tijdens die show een lifetime achievement award in ontvangst mag nemen, samen met The Scabs en Toots Thielemans. Vijf dagen later staat Günther op het podium van “Den Artiest” in Oostende om daar voor Ment TV zijn nieuwste poppy single Vrouw van mij voor te stellen, een song die hij samen met Ronny Mosuse heeft geschreven op een pakkende tekst van Frank Vander linden. Het nummer wordt op het KMK-label uitgebracht en verdeeld door CNR. Naar aanleiding van Moederdag brengt hij op vraag van het populaire vrouwenblad Libelle de vierentwintigste april exclusief voor hen het album “Wonderful Women” uit met daarop twaalf klassiekers die origineel door vrouwen werden ingeblikt, met onder meer covers van nummers van Dionne Warwick, Randy Crawford, Roberta Flack en Cyndi Lauper. De achtste augustus voelt Günther zich beregoed wanneer hij samen met Yannick Bovy en Andrei Lugovski mag optreden in het Casino van Blankenberge, een show om u tegen te zeggen. De dertigste augustus serveert hij zijn nieuwste single Your love still brings me to my knees, een cover van een nummer dat Dusty Springfield tijdens haar leven ooit heeft ingeblikt. Geruggensteund door een vijfkoppige band gaat Günther Neefs in 2013 heel wat Vlaamse culturele centra aandoen met zijn pakkende “One Night Only”-show, waarin hij aan de hand van anekdotes en bekende klassiekers terugblikt op de geschiedenis van de zwarte soulmuziek.

Vlak voor de zomer van 2014 lanceert Günther vrijdag de dertiende juni zijn nieuwste single Wat een dag. Hij gaat weer volledig voor Nederlandstalig werk. In de begeleidende perstekst lezen wij: “De meeslepende tekst ademt levenswijsheid en de frisse melodie hunkert naar vele feesten en een enthousiast publiek.” Met het oog op 2015, het jaar dat hij zijn vijftigste verjaardag viert en het feit dat hij dan vijfentwintig jaar op de planken staat. Dit wordt op een stijlvolle manier gevierd op vrijdag vier september en zaterdag vijf september 2015 met twee “Back to Swing” concerten in het Kursaal van Oostende. Günther begon zijn carrière als percussionist bij een bigband. Al snel stond hij zelf achter de microfoon. Deze dubbele verjaardag is dan ook een mooi moment om terug te grijpen naar zijn eerste liefde met de zeventien ervaren topmuzikanten van de VRT-Bigband. Op zij website lezen we “Begeleid door schitterende trompetten, krachtige trombones, swingende saxen en een stomende ritmesectie maakt de warmste stem van Vlaanderen een stijlvolle reis doorheen de wereld van de swing. Op deze exclusieve avonden zal het album “Back to Swing” met de nodige egards aan pers en publiek worden voorgesteld. De cd werd opgenomen in de bekende “Toots-Studio” van de VRT.”

Begin juni 2016 brengt Günther de single Zoveel te doen op de markt, geschreven door hemzelf samen met Stefaan Fernande en Wouter Vander Veeken, die tevens instond voor de productie. De 11de juni staat Günther met het nummer op de 14de plaats in de Vlaamse Top 50. Stefaan Fernande schrijft in zijn eentje de opvolger Mea Culpa waarmee Neefs de 24ste juni 2017 op de 17de plaats in de Vlaamse Top 50 belandt.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2018 Daisy Lane & Marc Brillouet

 

 

Jo Vally

Toen Manu Adriaens Jo ging interviewen voor zijn boek “Ik hou van jou, het verhaal van de Vlaamse showbizz”, gaf Vally rijkelijk toe dat hij van ver komt: “Ik heb het succes niet in de schoot geworpen gekregen. Sommige artiesten nemen een gouden plaat in ontvangst met een nonchalance alsof het om een ruiker bloemen gaat. Ik hecht daar méér waarde aan. Mijn gouden platen staan naast mijn bed, zodat ik er elke avond naar kan kijken. Voor mij zijn zij de verwezenlijking van een kinderdroom!”

Dat kind werd de twaalfde oktober 1958 thuis in de Oppemstraat 32 in Wolvertem als Valère Maurice Caroline Lauwers geboren in een gezin van vijf kinderen: Ingrid, Freddy, Jo, Lydia en Herman. Moeder had de handen vol terwijl pa als lasser bij een Brusselse firma de kost verdiende. Papa Gerard was een strenge, maar rechtvaardige man. Zijn moeder had café en stuurde de kinderen van jongs af naar de kostschool. Echte nestwarmte had hij tijdens zijn jeugd moeten missen. Hij stond er dan ook op dat zijn kinderen wél een warme thuis hadden. Jo heeft kortom van een fijne jeugd mogen genieten. Soms trok hij naar zijn meter tante Caroline en haar man Jean. Die woonden niet alleen in een mooi huis in Neder-Over-Heembeek, maar zij hadden een al even mooie glanzende zwarte piano en daar was Jo door gefascineerd. Hij kon er uren op spelen en ontdekte zo dat muziek zijn grote liefde was. Hij speelde in die tijd de hits van Will Tura en Jimmy Frey op het gehoor na. Zondag was ten huize van Lauwers muziekdag. Dan haalde pa zijn saxofoon uit de kast, speelde Jo piano, zuslief tokkelde wat op de gitaar en zijn oudere broer speelde op de mondharmonica. Echt zingen leert Jo pas als misdienaar in het kerkkoor onder leiding van kapelaan Van Gucht. In het laatste jaar van de lagere school schrijft directeur Frans Steps hem en een paar jongens van de Chiro in voor een crochetwedstrijd met in de jury Jef Burm en Ugo Prinsen. In hun uniform zingen zij het kajotterslied Als in de mei, de blijde mei. Het publiek en de jury vinden het prachtig en Jo heeft zijn eerste zangwedstrijd op zak. In zijn vrije tijd gaat hij vanaf zijn veertiende samen met zijn broer Herman naar de muziekschool en houdt dat vijf jaar vol. Een pianoleraar hebben ze op dat moment niet, dus kiest Jo voor de trompet. Het jaar daarop duikt er wel een pianoleraar op en wordt er snel van instrument gewisseld. Met enkele vrienden van de muziekschool richt hij zijn eerste groepje op met daarin Francis en Freddy Blommaert en Herman De Potter. Jo had van zijn vader een orgeltje gekregen. Dat moet volstaan. In de living thuis mag er met de groep geoefend worden. Dankzij de onderpastoor mogen zij iets later in de parochiezaal oefenen. In hun vrije tijd gaan de jongens bijklussen en zo kunnen zij hun eerste installatie maand na maand afbetalen. Honderdduizend frank was niet niks, maar zij wilden optreden. Zaal Egmont wordt hun eerste locatie. Het waren harde tijden, want zij moesten lange uren kloppen. Jo was nu ook niet meteen de beste zakenman en eerlijke organisatoren kwam je ook niet vaak tegen.

Na de lagere school is Jo naar het Technisch Instituut in Londerzeel gestapt, meer bepaald naar de afdeling mechanica. Met veel tegenzin, maar zijn vader wil niet dat hij fulltime muzikant wordt. Hij zal op een fatsoenlijke manier zijn kost moeten verdienen. In de Peugeotgarage van de familie De Keersmaeker mag Jo na zijn opleiding als monteur beginnen. Auto’s repareren doet hij ontzettend graag. Hij is daar twee jaar gebleven. Intussen had hij aan de muziekschool een degelijke opleiding genoten, die hem later nog van pas zal komen.

In de garage leert Jo organist Yves Morel kennen, die een eigen orkest heeft. Na een gezellige babbel besluit hij met Jo een plaat op te nemen. Hij verzint de artiestennaam Valli Low. Het eerste singletje wordt Edelia met op de B-kant Lady Lou. Jo verkoopt het plaatje overal waar hij optreedt. Het is niet meteen iets om over naar huis te schrijven, maar Jo is zo fier als een gieter. Tijdens een van zijn optredens leert hij Jozef Malfliet kennen, leider van The Dreamband. Die is op zoek naar een geschikte zanger en ziet wel iets in Jo. Gerepeteerd wordt er in Waasmunster. Op hun affiches prijkt iets later “The Dreamband en Valli Low”. Via Jozef geraken zij in contact met Rik Vervecken van het boekingskantoor VAK op de Prins Boudewijnlaan in Wilrijk. Hij wil Jo als nieuw zangtalent in de markt zetten. Rick bedenkt meteen een nieuwe artiestennaam, Jo Vally. Hij bezorgt Jo bakken werk. Nu eens treedt hij met zijn Dreamband op, een andere keer met het Midnight Team. Er volgt vrij snel een nieuwe single Dag en nacht met als B-kant Toon en ik. Jo ziet die nummers niet zitten, maar Rik dringt aan. Dankzij Vervecken mag Jo enkele keren voor de BRT optreden: “Hitring”, “Het Radio- en Televisiesalon”, “De Pak De Poen Show”. Vervecken laat Vally ook opdraven in avondvullende shows samen met bekende Vlaamse sterren zoals Paul Severs, Jimmy Frey, Joe Harris… Maar hij heeft geen hit te pakken en dus blijft de reactie van het publiek ondermaats. Maar al doende leert men en dat doet Jo ook: leren zingen en entertainen. In 1980 neemt hij het nummer Toch voel ik dat ik leef op. Het jaar voordien had hij nog opgetreden tijdens het Songfestival in Marokko met het liedje Olivia, dat nadien ook op single verscheen. Maar wat bleek? Er was geen festival. Rik had dit gewoon verzonnen om er eens een weekje tussenuit te zijn en het was een leuke stunt voor Vlaanderen. Rik verzon voor de pers zelfs een prijs. Op een beker liet hij “Festival Agadir” graveren. “Prijs van het Publiek”. Radio 2 pakt er zelfs mee uit tijdens een van zijn namiddagprogramma’s.

Voor de preselectie van het Eurovisiesongfestival in 1981 doet Jo mee met een liedje dat Jo met de Banjo, alias Dennis Peirs, voor hem had geschreven: De wereld draait voor jou en mij. Het arrangement was door Luc Smets geschreven. Jo belandt ermee in de halve finale. In het totaal schieten er tweeënveertig liedjes over. Uiteindelijk zit er voor Jo geen finale in en wordt het voormalige fotomodel Emly Starr met Samson naar Dublin gestuurd om daar de Belgische driekleur te verdedigen. Zij eindigt er twaalfde. Die zesentwintigste editie van het Eurovisiesongfestival wordt door Groot-Brittannië en Bucks Fizz met Making your mind up gewonnen.

Jo is maar wat blij wanneer hij via de burgemeester van zijn dorp verneemt dat hij niet naar het leger hoeft. In het Belgisch Staatsblad was er net een nieuwe wet verschenen dat er per gezin slechts één zoon onder de wapens moet. Zijn werk in de Peugeotgarage zit er intussen op. Hij kan als geoefend werkman bij de stad Brussel beginnen en mag mee op pad met de schilders en de schrijnwerkers. Iets later belandt hij via een examen in het magazijn van in beslag genomen goederen en die job ligt Jo veel beter. Intussen had hij Marcella Tierens leren kennen. Bij haar voelt hij zich goed, en wat belangrijk is, ze ziet het wel zitten dat hij aan zijn zangcarrière blijft schaven. De vierde september 1982 trouwen ze op het gemeentehuis van Wolvertem. Zij bouwen een huis en gaan schuin tegenover de ouders van Marcella wonen. De vijfentwintigste augustus 1986 wordt hun dochter Carmen geboren. In de tuin van zijn schoonouders had Jo intussen een professionele opnamestudio gebouwd met geld dat Rik Vervecken voorschoot. De terugbetaling werd van Jo’s gage afgehouden. Hij werkt in zijn studio samen met technicus Jef Smidt. Jo blijft singletjes opnemen, maar zij raken qua verkoop kant noch wal. Ook Radio 2 reageert niet positief. Vaak wordt hij doodleuk de laan uit gestuurd. Hij kreeg wel wat steun van Vic Dennis, hoofdredacteur bij Joepie en Dag Allemaal. Wanneer Jo het niet meer ziet zitten en weg wil bij Rik Vervecken en de muziek compleet de rug wil toekeren, kan hij op de steun van Vic blijven rekenen.

In 1989 is er plots VTM én “Tien om te Zien”. Jo ziet het weer helemaal zitten. Hij gaat in op het voorstel van platenfirma Scorpio, in 1978 opgericht door Henri Spider, om het nummer Heimwee naar vroeger op te nemen, maar ook deze single eindigt met een sisser. Samen met zijn vrouw Marcella gaat hij op zoek naar een geschikt nummer. Waarom niet eens een cover bewerken? Hij begint in de singlecollectie van zijn schoonouders te snuffelen. Die hadden tot voor kort nog een café uitgebaat en op de oude jukebox staan nog wel een paar nummers die hij kan gebruiken. Op aanwijzen van Marcella pikt hij de hit Take my heart van Jacky James eruit. Het is van oorsprong een klassieke song gecomponeerd door Albert Ketelbey, een fragment daaruit eigenlijk dat opduikt in In a Persian market. Andy Free schrijft de Nederlandstalige tekst. Op zoek naar nog maar eens een bereidwillige platenfirma komt Jo bij Indisc terecht, waar hij in zaakvoerder Richard Dedapper een enorme steun en mentor vindt. Richard weet ook nog dat Jo tussen 1982 en 1988 een rist plaatjes heeft opgenomen die weinig of niets voorstellen: Als mijn ring je pijn doet of hindert, Valentine, Als de twijfels zijn verdwenen, Van hart naar hart, Carmen m’n kind… Tussendoor had Jo in 1985 deel uitgemaakt van de Antwerpse ploeg tijdens de “Baccarabeker” in Middelkerke samen met Carry Lohe en Herman Van Den Bergh. Richard is vol vertrouwen en brengt Neem m’n hart meteen op single uit. Bij “Tien om te Zien” wordt de single supertip en vervolgens een regelrechte hit. Jo zorgt zelf voor een koortje tijdens zijn televisieoptreden en laat Marcella daarin meezingen. Never change a winning horse moet Jo gedacht hebben, want voor zijn volgende plaat gaat hij opnieuw grasduinen in de collectie van zijn schoonouders en komt terecht bij een countrysong die Ray Charles in het begin van de jaren zestig een nummer één had opgeleverd: I can’t stop loving you, dat in zijn versie in 1990 Ik kan niet zonder jou wordt. Er worden voor de opname kosten noch moeite gespaard. Er komen zelfs een heus koor en echte strijkers aan te pas. Datzelfde jaar vertaalt hij ook I’ll never fall in love again, een klassieker van Johnnie Ray die Jo als Had ik jou maar nooit gekend op plaat zet. Om zijn succesjaar 1990 met drie gouden platen af te ronden, neemt hij Aan alle vrouwen op, een vertaling door Fred Bekky van À toutes les filles van Félix Gray en Didier Barbelivien. Jo zingt het samen met Paul Anderson. Dit wordt zijn eerste nummer één. Zijn contract met Rik Vervecken was intussen afgelopen en Jo komt onder de vleugels van Marc De Coen terecht. Als opvolger proberen zij een nieuw nummer in de hitlijsten te krijgen, Ik heb je nodig van de gebroeders Van Passel, maar het wil niet echt lukken. Veiligheidshalve keert Jo terug naar de covers. Datzelfde jaar beslist hij zijn job bij de stad Brussel op te zeggen om fulltime zanger te worden.

In 1991 kiest Jo opnieuw voor een cover. Iedereen, ook zijn platenbaas, twijfelt wanneer hij Un canto a Galicia van Julio Iglesias wil laten vertalen. Van een monument hoort een mens af te blijven, ook als je Jo Vally heet. Maar hij houdt het been stijf en neemt op tekst van Fred Bekky In een droom zag ik je staan op. Drie weken nummer één in de Vlaamse Top Tien. Met zevenentwintigduizend verkochte exemplaren heeft Jo opnieuw goud te pakken en bewijst hij een goede neus te hebben voor liedjes die hij naar zijn hand kan zetten.

Naar een idee van Jos Van Oosterwyck komt VTM op de proppen met het conceptalbum “Vlaanderen Mijn Land”. De populairste zangers van het moment zingen een aantal Vlaamse klassiekers opnieuw. Voor Jo valt de keuze op Aan het Noordzeestrand, een oeroude hit van Jan Verbraeken. De veertiende september van 1991 staat Jo ermee op één in de Vlaamse Top Tien, een paar weken nadat hij met In een droom zag ik je staan daar bovenaan had postgevat. Terecht mogen we concluderen dat 1990 en 1991 Jo’s succesvolste jaren waren. Na het album “Ik kan niet zonder jou” brengt Indisc in 1991 “In een droom” uit, goed voor meer dan dertigduizend exemplaren én platina. Het geld loopt lekker binnen. Zowel zijn bankdirecteur als zijn boekhouder vinden dat hij wat met dat geld moet aanvangen. Waarom niet het voormalige café van zijn schoonouders herinrichten en er een nieuwe zaak van maken, een gezellig koffiehuis, een taverne? Voor de hand liggend wordt het “Bij Jo Vally” gedoopt, gelegen aan de Jan Hammeneckerstraat in Meise-Westrode, met achter de taverne kantoorruimten voor zijn bedrijf JVM, Jo Vally Music. Wat zij beiden niet durfden te vermoeden, gebeurt toch. Het wordt een gigantisch succes dat hen snel boven het hoofd groeit. Vooral Marcella verliest weleens meerdere keren de pedalen bij al die drukte. Ook Jo probeert zo veel mogelijk aanwezig te zijn in zijn zaak en een babbeltje met de klanten te slaan, maar ook hij kan dat tempo niet volhouden. Dan maar een uitbater gezocht. Een paar zullen de revue passeren, tot Jo ook dat welletjes vindt en de taverne van de hand doet. In de lente van 2006 is zijn horecaverhaal verleden tijd.

Terug naar de zangcarrière van Jo. De echt grote hits blijven uit, al scoort hij nog behoorlijk met singles zoals Geef mij de sleutel van je dromen, Nooit was een zomer, Ik hou van jou… In 1995 is er het album “15 jaar Jo Vally” en wordt in het Casino van Blankenberge een volledige show ingeblikt, die ook op video verschijnt. In 1996 wordt de samenwerking met Marc De Coen afgerond en komt producer Jack Rivers in de plaats, de drijvende kracht achter artiesten zoals Sam Gooris en Wendy Van Wanten, met wie hij meteen het duet Eeuwig en altijd opneemt, een bewerking van All of you van Julio Iglesias en Diana Ross. De tweede maart 1996 staan zij op drie in de Vlaamse Top Tien. In de BRT Top Dertig zit er de negende maart een zestiende plaats in. Om van dit succes te profiteren, wordt een gelijknamig album uitgebracht met daarop de liedjes Woorden in de wind, Ga mee naar Rome en Ik hou van jou. In de schaduw van het succes van Helmut Lotti’s “Goes Classic 1″ broeden zij op de idee om Vlaamse klassiekers nieuw leven in te blazen en op één cd te bundelen. “Jo Vally zingt Vlaamse Klassiekers” is een feit met daarop bewerkingen van Waar en wanneer, Aan de kaai in ‘t Schipperskwartier, Tulpen uit Amsterdam, Lichtjes van de Schelde 175.000 exemplaren worden ervan verkocht. Dat smaakt naar nog en dus komt “Jo Vally zingt Vlaamse Klassiekers 2″ in de rekken te liggen, ook deze keer in een productie van Jack Rivers met arrangementen van Patrick Renier, die later naam zal maken als producer van Belle Perez. Deze keer op het album: Er speelt een orgel in de straat, Ik heb een huis met een tuintje gehuurd, Spiegelbeeld... en opnieuw platina! Met deze albums als uitgangspunt wordt in het Casino van Knokke de derde januari 1998 de show “Jo Vally in Concert” opgenomen en op video uitgebracht. Maar Jo weet dat een mens nooit té gulzig mag zijn. Hij smeekt zijn entourage geen vervolg aan deze reeks te breien. Op aanraden van Richard Dedapper verschijnt in 1998 het album “Jo Vally zingt Duitse Klassiekers deel 1″ in een productie van Fred Bekky. Gemixt wordt er in de Galaxy Studio. Liedjes als Santa Maria, Bianca, Festival van liefde zorgen ook deze keer voor platina. Dus komt er ook een tweede deel op de markt met daarop als toemaatje een duet met Freddy Breck. Ook deze keer pikt VTM op dat succes in door de twaalfde december van dat jaar de show “Jo Vally zingt Duitse Klassiekers” uit te zenden, opgenomen in Monschau.

In 1999 wordt er rond de tafel gezeten, maar niet lang, want “20 jaar Jo Vally” moet een overzicht van zijn carrière bieden, verspreid over vijf cd’s, goed voor 101 liedjes. De zestiende oktober 1999 mag hij dit in het Sportpaleis van Antwerpen vieren met achter zich het orkest Il Novecento onder leiding van Robert Groslot, de man van wie hij ooit pianoles kreeg. Dat concert staat iets later op het dubbelalbum “In Symfonie”. Het wordt de elfde december door VTM uitgezonden. Als klap op de vuurpijl krijgt Jo voor zijn cd-box een gouden plaat én een speciale award uit handen van de burgemeester van zijn woonplaats Meise.

In Studio BSB in Brussel wordt er in 2000 naarstig gewerkt aan een album met daarop een aantal nieuwe songs geschreven door Fred Bekky samen met Luigi Bongiovanni. “De kracht van de liefde” wordt de titel met daarop de liedjes Maria (Loop zo niet voorbij), Want elke vrouw die naar me lacht en In mijn hoofd, in mijn bloed als singlekeuzes. Die singles behalen respectievelijk twee keer een achtste en een zesde plaats in de Vlaamse Top Tien. Goud is er weggelegd voor de cd “Mooi is het leven” met ook deze keer een handvol nieuwe nummers van de hand van Fred Bekky, Andy Free en Alexandre Pascal. Aan dat album wordt een tv-special gekoppeld, opgenomen op het eiland Kreta en de tweede december 2001 door VTM uitgezonden. Met de nodige weemoed in het hart verneemt Jo dat zijn platenbaas Richard Dedapper niet langer aan het roer van Indisc staat. Bert Burm wordt de nieuwe kapitein. Om Richard een vriendendienst te bewijzen, neemt Jo hem in dienst als manager. Maar dat werkt niet. Bert broedt op een idee voor een nieuw album en dat wordt in oktober 2002 “Russische Nachten”. In Sint-Petersburg worden de strijkers, de balalaika’s en het koor opgenomen. De arrangementen zijn van de hand van Luigi Bongiovanni. Op deze plaat staan covers van Nikita, Concerto voor jou Natasha, Otsji Tjorny… Met het oog op Moederdag is er in 2003 het album “Omdat ik van je hou”. Er volgt een moederdagconcert in de Oktoberhallen in Wieze.

Op het Magiclabel, onder aanvoering van Luc Vander Schelden, brengt Jo in 2003 de cd “Jo Vally zingt Wereldhits” uit. Hij brengt vertalingen van onder andere The old fashioned way van Charles Aznavour, Hello Mary Lou van Ricky Nelson en Something stupid van Nancy en Frank Sinatra in een productie en arrangementen van Gino Bisenti. Mary Boduin en Fred Bekky schrijven het merendeel van de teksten. De reacties zijn behoorlijk. Veel minder goed scoort in 2004 de opvolger in een productie van Luigi Bongiovanni “Geluk en Liefde”. Er hoort ook een dvd bij dat album, opgenomen in Turkije. Jo probeert op deze cd een aantal nieuwe nummers te lanceren die hij in samenwerking met Luigi en Alexandre Pascal schrijft. VTM is intussen niet meer zo pro Vally. In de pers steekt hij zijn ongenoegen daarover niet onder stoelen of banken. Dat wordt hem door de programmamakers van radio en tv niet in dank afgenomen.

Bingo, goud dus, wordt in 2006 het album “Nostalgie”, dat hij samen met het orkest Strato-Vani opneemt met daaraan gekoppeld een concertreeks. De formule is eenvoudig: bekende meezingers opnieuw verpakt, zoals Dam di dam, Margrietje, De clown, Meisjes met rode haren en Herinneringen. Vally weet ook wel dat hij intussen een gevestigde waarde in Vlaanderen is. De tiende februari had hij op het stadhuis van Aarschot een lifetime achievement award in ontvangst mogen nemen. Verrassend in de zomer van dat jaar is zijn hit Si si si (kerida), geschreven door Alexandre Pascal op een tekst van Mary Boduin. Samen met Milk Inc. neemt hij er ook een remix van op. De plaat is goed voor goud. Je vindt het nummer ook terug op de dubbelaar “Mijn mooiste schlagers”, die in de nasleep van dat succes wordt uitgebracht met daarop tweeëndertig van zijn bekendste hits.

2007 start succesvol met de release van de cd “Mijn vriendin” op het CNR-label. Jo zit dan bij managementkantoor King International. Hij zweert nog altijd bij het producerstalent van Luigi Bongiovanni, deze keer bijgestaan door Leo Caerts Jr. Ik wil je nooit meer kwijt wordt de singlekeuze. Dat jaar is er ook de cd “Verrassend” met veertien liedjes waarvoor Jo nu eens een beroep gaat doen op Patrick Hamilton, die veel geld in een eigen studio had gespendeerd. Jo vertrouwt hem voor het volle pond en gaat nauw met hem samenwerken. Patrick mag meteen voor de productie van die nieuwe cd tekenen.

April 2008 overlijdt Jo’s vader. Hij had de laatste jaren van zijn leven veel moeten afzien, maar bleef gesterkt door zijn geloof in een leven na de dood. Zijn vader werd na de scheiding van zijn ouders opgevoed door de nonnen van het klooster in Zevekote, een polderdorp in West-Vlaanderen, een deelgemeente van Gistel. Die christelijke kant van zijn opvoeding is Jo altijd blijven koesteren, maar daarover weidt hij zelden of nooit uit. Een trouwe kerkganger is Jo allang niet meer, maar hij gelooft wel in de waarde van een plek waar een mens tot rust kan komen, waar je kunt bidden, en dat er na dit leven wel iets anders zal zijn dan de dood.

Maandag de drieëntwintigste juni van dat jaar start ‘s avonds om twintig over tien op Vijf TV “De Story van Jo Vally”, een exclusieve reportage die een unieke blik op het privéleven van Jo en Marcella biedt. Drie maanden lang worden zij door een cameraploeg op de voet gevolgd. Na vijfentwintig jaar huwelijk maken zij in deze reportage de balans op van hun relatie. Hoogtepunt is de beslissing van Jo en Marcella om een tijdje bewust wat afstand van elkaar te nemen. Door de spanningen van de afgelopen tijd weten zij even niet hoe het verder moet. Door Vijf TV werd Jo om de tuin geleid omdat zij hem beloofd hadden dat het om een pilootprogramma ging, een soort testaflevering, om te zien of dit wel kon lukken. Zonder echt toe te zeggen, verneemt Jo na een tijdje dat Vijf TV over voldoende materiaal beschikt om er drie afleveringen aan te wijden, die zij ook zonder zijn goedkeuring hebben uitgezonden. Juridisch had Jo geen poot om op te staan om die uitzending te doen afvoeren. De boekjes hapten dan ook maar al te graag toe om te printen dat zijn huwelijk erop zat. Een wijze les om in de toekomst iets minder snel aan dergelijke voorstellen toe te geven.

Jo weet wel hoe het professioneel verder moet wanneer hij begin januari 2009 tijdens de nieuwjaarsreceptie met zijn fans van Tom De Meijer van CNR een unieke award krijgt aangeboden voor meer dan zevenhonderdvijftigduizend albums in het totaal. Dat jaar viert hij ook zijn vijftigste verjaardag. Er volgen verjaardagsconcerten in Antwerpen en Oostende met als hoogtepunt het boek “Mijn Leven”, uitgegeven door Borgerhoff & Lamberigts NV.

Na al dat feestgedruis probeert Jo datzelfde jaar wat op adem te komen met de cd “Recht uit het hart”. Samen met producer Patrick Hamilton heeft hij beslist nu eens een rist teksten onder zijn echte naam Valère Lauwers te schrijven op muziek van onder meer Andy Free, Luigi Bongiovanni én Valère. Twee jaar later start CNR met het sublabel “Vlaamse Sterren”, waarop zij uitsluitend aandacht aan Vlaamse artiesten besteden. Jo brengt er eerst de dubbele cd “Jo Vally zingt Franse Klassiekers” uit met als meest gedraaide fragmenten Santa Maria van de zee en Kus me, dat laatste een vertaling van Kiss me van C. Jérôme. Voor de daaropvolgende plaat wordt er naar Studio Manfred Recordings in Nederland uitgeweken met achter de knoppen Manfred Jongenelis. Fred Bekky tekent nog eens na jaren voor de Nederlandstalige teksten, want er worden weer hits vertaald, deze keer liedjes met een zuiderse inslag. “Jo Vally zingt Zuiderse Klassiekers” heet de plaat met daarop covers van Gloria van Umberto Tozzi en Champagne van Peppino di Capri. Non ho l’età van Gigliola Cinquetti wordt als Laat me nu gaan op single uitgebracht. Achteraf bekeken was Jo niet zo tevreden over het eindresultaat en ook niet over zijn samenwerking met producer Jongenelis. Die kon muzikaal niet echt vertalen wat Jo als eindresultaat wilde. Noem het dus maar een van zijn minder geslaagde producties. Maar Jo neemt meteen nadien revanche. Al jaren is hij tuk op countrymuziek. Van zijn reizen naar Amerika heeft hij een rist countryhits en ideeën meegebracht en die gaat hij samenbundelen op één plaat. In het voorjaar van 2013 lanceert Jo als voorbode van zijn album “Jo Vally zingt Country” de single Ik gaf je m’n hart, een vertaling van Achy breaky heart, waarmee de Amerikaanse countryzanger Billy Ray Cyrus in de zomer van 1992 bij ons een grote hit scoorde. Van de negentiende tot en met de dertigste september van dat jaar trekt Jo met zijn fans naar “The Three Corners Ocean View”, een viersterrenhotel in Egypte, waar hij de fans niet alleen vergast op een uniek liveconcert, maar ook op uitstapjes, een barbecue en een dagelijkse aperitief. Iets later, de negentiende oktober, ligt ook het album “Jo Vally zingt Country” definitief in de rekken met daarop dertien songs geproduceerd door Patrick Hamilton en met de instrumentale steun van onder anderen Herman Cambré, Steven De bruyn, Joris Devos en de stemmen van Jody Pijper en Diana Senders. Opgenomen wordt er in The Globe Recording Studios in Loppem en de cd wordt verdeeld door CNR Music Belgium. Bart Herman mag enkele teksten leveren, zoals het speciaal voor Jo geschreven Mijn hart bleef in L.A. Als tweede single uit dit album wordt gekozen voor de John Denverklassieker Calypso. Met enige trots laat Jo ons weten dat hij in de maand november van 2013 met die single boven aan de Vlaamse Top Tien staat. Opvallend op zijn album is ook de vertaling van Mississippi van de Nederlandse groep Pussycat en Liefde houdt ons bij elkaar, een duet gezongen samen met de Duitse zangeres en actrice Judith Hildebrandt, bekend van de soapserie “Sturm der Liebe”. Liefde houdt ons bij elkaar kennen we ook als Somewhere between in de versie van de Nederlandse countryband The Tumbleweeds. Al even opvallend wordt de belangstelling in de pers die het album van Jo maar al te graag uitspeelt tegen dat van deelnemer van “The Voice” Robby Longo, die met zijn album “Country Man” met Jo strijd levert in de Album Top Vijftig. Achter de schermen zijn zij de beste maatjes, maar in de schijnwerpers zorgen zij zogezegd voor de nodige commotie. Moet kunnen! Iedereen is het er wél unaniem over eens dat “Jo Vally zingt Country” productioneel zowat het beste is wat Jo tot nu toe in de markt heeft gezet.

In de lijn daarvan verschijnt eind mei 2014 de single We dansen de nacht voorbij, geschreven door Patrick Hamilton, Vincent Pierins en Bart Herman. Een nummer waarmee erg positief naar de nakende zomer wordt uitgekeken. Intussen laat Jo weten dat hij druk in de weer is met de aanmaak van een nieuw album dat er stilaan aan zit te komen. De zevende juli mag hij met trots via zijn website aan de fans laten weten dat hij op één staat in de Vlaamse Top Tien. Na het succes van het album “Jo Vally zingt Country” besluit hij in samenspraak met zijn platenfirma daar een vervolg aan te breien, alleen moeten het deze keer nieuwe, originele songs worden. Het vertalen van bestaande countrysongs wordt voor deze gelegenheid opgeschort. Ouwe rot in het vak Bart Herman wordt aangesproken, die voor dit project absoluut wil samenwerken met gitarist/producer Marty Townsend uit Bakersfield in Californië. Marty kennen we als muzikant bij de voormalige band Blue Blot. De afspraak met Bart is dat Jo de thema’s zal aanreiken, Bart kortom van stof voorzien. Als voorloper van het nieuwe album verschijnt de twintigste november 2014 de single Een plek voor jou vannacht, die meteen laat horen dat Jo niet over één nacht ijs is gegaan, maar een duidelijke koers heeft gekozen voor het album ” Op het lijf geschreven”, dat de tweede week van februari 2015 in de winkel ligt. De productie is deze keer in handen van Marty Townsend, daarin bijgestaan door Bart Herman. Muzikanten van dienst zijn deze keer onder meer Steve Willaert, Roberto Mercurio op bas, Herman Cambré op drums, Marty Townsend op gitaar, André Sommer op steelguitar en de achtergrondstemmen van Sonia Pelgrims, Marva Nielsen en Bart Herman. In het bijbehorende boekje schrijft Jo: “Al meer dan dertig jaar ligt mijn hart bij de Vlaamse muziek. In 2013 kriebelde het om een album te maken met countrymuziek, iets waarvan ik al jaren droomde. Ik hoef jullie niet meer te vertellen dat het een schot in de roos was. Voor mijn nieuwe album heeft mijn platenlabel Vlaamse Sterren/CNR mij carte blanche gegeven. Ik mocht mijn eigen team samenstellen om zowel tekstueel als muzikaal mee samen te werken. Samen met Bart Herman, Marty Townsend en ikzelf hebben we twaalf nummers geschreven en geproducet en het resultaat is dit unieke Jo Vallyalbum geworden!”

Begin 2015 scoort Jo veel bijval met de door Bart Herman geschreven ontroerende single Dag vrouw van mij. De eenentwintigste februari staat Jo op twee in de Vlaamse Top Vijftig. De vijfde mei lanceert hij het duet De kracht van de liefde dat hij samen met de Antwerpse zangeres No Neal zingt, die wij kennen als presentatrice bij de Vlaamse digitale zender “Anne”. Jo kiest deze keer voor een romantische countrysong die een beetje in de lijn ligt van Calm after the storm waarmee Ilse de Lange en Waylon in 2014 voor Nederland scoorden tijdens het Eurovisiesongfestival. In Egypte nemen Jo en Noa een speciale clip op. Omdat Jo alle kansen wil benutten, neemt hij van dit nummer ook een hermixte radioversie op.

Woensdag de vierentwintigste juni 2015 wordt in het gezelschap van Will Tura tijdens een persconferentie in Blankenberge de cd “Vlaanderen zingt Tura” voorgesteld. Begeleid door onder meer Marcel Fisser, Jo Hermans, Marcel Serierse en Hans Aalbers zingt Jo zijn bewerking van Tura’s Als de muren konden praten.

De eerste augustus 2015 verschijnt Jo’s nieuwste single ” Wolvertem City”. In zijn persbericht schrijft hij: “Ik ben er geboren en getogen de twaalfde oktober 1958, niet zomaar het eerste het beste jaar, maar het jaar van de wereldtentoonstelling, de EXPO ’58. Ik ben er opgegroeid in een gezin van vijf kinderen. Mijn moeder en vader waren hardwerkende mensen en hebben hun kinderen alles gegeven wat tot hun mogelijkheden behoorde. Ik was de middelste van die vijf en volgens mijn ouders toch wel het buitenbeentje van de familie. Als kleine jongen was ik snel erg maatschappelijk geëngageerd, vaak met een grote mond, maar altijd met een klein hartje.Tot op de dag van vandaag is Wolvertem mijn dorp gebleven, als misdienaar was ik destijds al de lieveling van heel wat mensen en snel nadien ondervond ik dat zingen mijn roeping was. Wolvertem is het dorp waar ik ben groot geworden, waar ik alle plekjes ken die me uit mijn jeugd zijn bijgebleven en die me altijd dierbaar zullen blijven, het dorp dat ik nooit zal verlaten.“ Jo geeft toe dat het nummer een hoge emotionele waarde voor hem heeft en dat Bart Herman tijdens het schrijven toch wel een beetje werd geïnspireerd door de song van Kris de Bruyne uit 1975 waarin hij over zijn Vilvoorde City zingt.

De achttiende november 2015  november wordt Jo door de gemeente Meise gehuldigd als ereburger van deze gemeente. Voor zijn geboortehuis in de Oppemstraat in Wolvertem, waar mama Leonie nog woont, komt een speciale tegel. Uiteraard iets waar de hele familie erg trots om is. Jo laat dit eerbetoon niet in stilte laten voorbijgaan: “Ik wil van de huldiging een feest maken voor alle fans, vrienden en iedereen uit mijn dorp die ik nog gekend heb. Ik organiseer na het officiële gedeelte voor iedereen een volksfeest in Zaal “Den Boomgaard” waar ik iedereen op een goede pint trakteer vanaf negen uur ‘ s avonds .” De dertigste november 2015 stelt Vally met trots zijn nieuwe single voor, De Wijde Wereld In, geschreven dooor Bart Herman. Jo liet de Belgische winterse buien achter zich en trok naar Egypte om de bijbehorende clip op te nemen. Je krijgt een instant vrolijk gevoel van deze nieuwe single. De tweede januari 2016 staat het nummer op 8 in de Vlaamse Top 50.

De vierde april 2016 ligt de nieuwe single van Jo in de winkel Als je jezelf door mijn ogen kon zien.  In tegenstelling tot de stijl van zijn twee vorige albums wijkt Jo voor zijn nieuwe songs af van de countryinvloeden en kiest hij het pad van de Nederlandstalige pop. Producers van dienst John Terra en Patrick Renier schreven een schitterend arrangement voor een splinternieuwe song op tekst van Jan De Vuyst, de melodie is van John Terra. De single vormt de aanloop naar het nieuwe album dat eind 2016 zal gereleased worden. Het is Terra die zowel de tekst als de muziek schrijft  voor de daaropvolgende single Duizend zonnestralen die vanaf de tweede juli beschikbaar is.

Dinsdag de 22 ste november 2016 presenteert Jo zijn nieuwste album “Op de Golven van mijn Hart”. Voor deze cd besloot Jo terug te keren naar zijn roots en koos hij voor mooie Vlaamse songs waarvoor hij tekst en muziek liet schrijven door onder anderen John Terra, Jan De Vuyst, Johan Verminnen, Susy Baels, Miguel Wiels, Bart Herman en Jo De Clercq. De productie van het album lag in handen van niemand minder dan John Terra. In het totaal dertien songs waaronder de nieuwe single Puur en als bonustrack een opmerkelijk nummer dat Jo liet schrijven ter gelegenheid van het huwelijk van dochter Carmen en schoonzoon Pieter en de geboorte van zijn kleinkindjes Stan, Lio en Noa, Dit Mooie Moment. “Het publiek verwacht ambiancenummers en die krijgen ze ook. Maar er is op dit album ook plaats voor het zogenaamd betere lied. In Puur gaat bijvoorbeeld gezongen rap over in een melodie met Hooverphonic-achtige violen. Ik ben blij dat Radio 2 dat nummer meteen heeft opgepikt“, aldus een méér dan tevreden Jo Vally.

In  de loop van 2017 brengt Jo drie singles op de markt Dana, Vai vai vai en Ik geef het niet op. Dana valt het meest in de smaak van het publiek. Daarmee staat hij de 4de februari op plaats 14 in de Vlaamse Top 50.

2018 wordt een opmerkelijk jaar voor Jo Vally. Hij staat dan 40 jaar op de planken. Maandagavond de 15de januari kwam hij dat op Eén even in de kijker zetten in het programma “Van Gils en Gasten”. Hij zong daar niet alleen live zijn recente single Ik geef het niet op, maar vertelde onder meer ook dat hij op zaterdag 6 oktober een groots concert geeft, “Pop-Symfonie”, in het Kursaal van Oostende. Jo gaf al eerder de aanzet toen hij tijdens de vierde editie van “Loftrompetten” op 6 december 2017, georganiseerd door MENT in samenwerking met Sabam, Vlapo en Radio 2, uit handen van minister-president Geert Bourgeois de carrièreprijs in ontvangst mocht nemen.

 

tekst en research: Marc Brillouet

© 2018 Daisy Lane & Marc Brillouet

 

 

 

 

Nicole & Hugo


Het verhaal van Nicole en Hugo is er niet alleen een over muziek, maar ook een verhaal over liefde. Het verhaal over een innige band tussen twee mensen die hun succes te danken hebben aan twee liedjes, aan Baby baby en vooral aan het haast onsterfelijke Goeiemorgen, morgen. Het verhaal van Nicole en Hugo is niet zo gemakkelijk te vertellen, want ze hebben beiden al een solocarrière achter de rug wanneer ze elkaar in 1970 spontaan tegen het lijf lopen en besluiten voor de rest van hun leven bij elkaar te blijven!

Nicole Van Palm wordt de eenentwintigste oktober 1946 als enig kind in Wemmel geboren. Papa werkt aan de EG. Hij is een erg strenge man die zijn enige dochter erg kort houdt. Mama is huisvrouw, maar dan wel een vrolijk zingende. Nicoles vader staat erop dat zij studeert, een diploma behaalt, want hij heeft geen hoge hoed op van de Vlaamse showbizz. Naar de lagere school gaat zij in Laken, nadien naar Brussel, waar zij de opleiding tolk-secretariaat volgt. In haar vrije tijd trekt zij, omdat zij graag met muziek bezig is, naar de muziekacademie én naar de balletschool. Zij begint haar balletopleiding in Laken om nadien naar de school van Madame Lambert te trekken en vervolgens naar het Ballet van de XXe eeuw. Dat dansen zat er vroeg in, want Nicole is nog maar drie en een half jaar wanneer zij al mag optreden in de Folies Bergère in de operette “Het Witte Paard”. Veel later is zij te zien als ballerina in operettes in de Ancienne Belgique en de Alhambraschouwburg. In haar laatste jaar ballet doet zij een zware val. Zij weet meteen dat zij als ballerina geen kans meer maakt op een danscarrière. Op de muziekschool volgt zij een degelijke basisopleiding zodat zij achteraf vlot partituren kan lezen en de juiste akkoorden op de piano kan aanslaan. Zij volgt er ook zangles. Dat zingen komt haar van pas wanneer zij in de “Folies Bergère” als zangeres opduikt in diverse operettes.

In 1960 neemt Nicole, op aanraden van impresario Robert Bylois, onder haar artiestennaam Nicole Josy haar eerste platen op voor het Hebralabel. Die firma was in 1953 opgericht door muziekuitgever Herman Brauer, gevestigd in Nijvel. Een van de eerste artiesten die bij dit label aanbelanden, is Burt Blanca. In het totaal zal Nicole op dit label tweeëntwintig singles uitbrengen. De eerste is trouwens een liedje van Burt Blanca, Eh! teenager eh!, met op de B-kant de Franse cover van The Young Ones van Cliff Richard, Trop jeune. Met dat liedje neemt Nicole deel aan het Festival di Pesaro in Italië en brengt dat nummer in het Italiaans uit Eh! teenagers eh! met op de B-kant La vita sei tu samen met het orkest van Aldo Buonocore. Die single werd in Milaan ingeblikt. Iets later zal Nicole in Italië optreden samen met onder meer Charles Aznavour. In 1965 neemt Nicole deel aan het “Vlaams Schlagerfestival” ten voordele van UNICEF in de Koningin Elisabethzaal van Antwerpen, gepresenteerd door Terry Van Ginderen en Jan Theys. Achttien artiesten nemen deel. In de halve finale zingen zij elk twee liedjes. Nicole zong toen Jong zijn en Jij bent de liefste van de klas. Met dat laatste neemt Nicole deel aan de finale, gewonnen door Louis Neefs met Wat een leven (Als ik ooit eens vijf minuten tijd heb…). Nicole zingt erg graag in het Frans en mag daarom mee op tournee met onder meer Johnny Hallyday, Adamo, Vince Taylor en Richard Anthony. Die voorliefde voor Franse liedjes merk je ook aan haar repertoirekeuze. In die Hebrajaren verschijnen nummers op plaats als Trop jeune, J’ai du twist dans mon cœur en Tu n’es jamais le même. Bylois leert haar alle knepen van het vak. Hij was de vaste impresario van Salvatore Adamo en ontfermde zich in Vlaanderen over zijn drie poulains: Ann Christy, Nicole Josy en Johnny White. Tussen 1963 en 1968 treedt Nicole tijdens de zomer vaak op in de zaal van hotel-taverne Eden, pal naast het Casino op de zeedijk in Blankenberge, samen met onder anderen Jef Cassiers, Gaston Berghmans en Will Ferdy. Qua singles neemt Nicole regelmatig zowel een Franstalige als een Nederlandstalige versie op, zoals in 1968 het door Leo Rozenstraten en Ray Bells geschreven Don Quichotte met op de B-kant Het laatste liefdeslied/La dernière chanson d’amour. In de Vlaamse Top Tien geraakt Nicole hiermee tot op de achtste plaats. Nicole hield toen al van musical, maar Bylois hield die boot af. Mooie liedjes verkopen niet altijd goed, leerde hij haar. Zij heeft die boot lang kunnen afhouden tot de liefde voor dat genre de bovenhand kreeg.

In 1968 wordt Nicole door Anton Peeters gevraagd om samen met Ann Christy, Jacques Raymond, Lily Castel en Hugo Dellas deel uit te maken van de Belgische ploeg voor de “Europabeker voor Zangvoordracht” in Knokke, een wedstrijd die zij ook winnen. Er werd beslist dat Hugo, Ann en Nicole Franstalige liedjes zouden zingen. Nicole zingt Valse d’amour en Monsieur l’impresario. Dit laatste verschijnt ook op single, gekoppeld aan Tu n’es jamais le même. Niet dat je Nicole daar nog vaak naar hoort terugverwijzen, ook niet naar haar solocarrière van toen. Zij kijkt zelden of nooit over haar schouders terug. Zij heeft ook geen spijt dat nooit iemand terugverwijst naar haar succesvolle solocarrière. Het is het NU dat telt. Souvenirs van toen houdt zij niet bij, bij haar belandt vlug iets in de papiermand. Omdat zij zo graag en zo goed in het Frans zingt, mag Nicole in 1968 deelnemen aan het RTBF-programma “Avant-première Eurovision”. Vijf provinciale juryleden mogen tien liedjes beoordelen, gezongen door onder meer Delphine, Nathalie, Serge Davignac, Nicole Josy, die A la Nouvelle-Orléans zingt, en Claude Lombard, die met het liedje Quand tu reviendras de zesde april naar Londen mag afzakken om daar deel te nemen aan de dertiende editie van het Eurovisiesongfestival, waar zij zevende eindigt. Massiel wint dat jaar voor Spanje met La la la. Eind 1968 nodigt de RTBF haar opnieuw uit, deze keer om op te treden tijdens “La chanson du siècle”, waarin zij liedjes mag brengen als Si petite en Un amour comme le nôtre.

In 1970 brengt Nicole Vroem vroem, geschreven door Leo Rozenstraten en Gerd Frank, op single uit en bereikt daarmee de vijftiende mei de negende plaats in de Vlaamse Top Tien. Met Als ik een man zie zoals jij van Edward Frank en Rudy Witt zit er voor Nicole de negenentwintigste november een zevende plaats in. Die liedjes zijn ook terug te vinden op de elpee “Nicole Josy”, die datzelfde jaar wordt gereleaset. Tussen al dat Nederlandstalig zingen door maakt Nicole Josy toch de nodige tijd vrij om deel te nemen aan “Chansons Euro ’70″, de Waalse voorrondes met het oog op deelname aan de vijftiende uitgave van het Eurovisiesongfestival. Aan de voorronden nemen een rist bekende Vlamingen deel: Johnny White, Ann Christy en Nicole Josy. Nicole zingt C’est toi qui as raison, maar geraakt niet door de schifting. Johnny White wordt uiteindelijk tweede met Quand on est amoureux en Jean Vallée komt als winnaar uit de bus met Viens l’oublier, waarmee hij in Amsterdam achtste eindigt. Ierland gaat met de overwinning lopen dankzij Dana en All kinds of everything. Het jaar nadien wordt het festival in Ierland georganiseerd en dat verhaal krijgt voor Nicole een aparte smaak, een wrange bijsmaak eigenlijk, maar dat verhaal kunnen wij niet vertellen zonder eerst Hugo aan u voor te stellen.

Het verhaal van Hugo Sigal begint de tiende november 1947 wanneer hij als Hugo Verbraeken in Kinshasa wordt geboren. Papa was daar scheepsbouwer in opdracht van Cockerill Hoboken, maar drie jaar later keert hij met zijn familie naar Vlaanderen terug. Zij gaan een tijdje bij de grootouders in Oevel wonen. Na een tijdje gaan zij in de Krekelstraat in Hoboken wonen. Wanneer Hugo later op zoek gaat naar een artiestennaam, denkt hij terug aan de Krekelstraat, vertaalt dat in het Frans en cigale wordt Sigal. In Hoboken gaat Hugo samen met oudere broer Guido naar “Hofke van Thijs” in de Oudestraat. Hij volgt hier de kleuterafdeling en de lagere school. De familie wijkt uit naar Antwerpen, waar Hugo aan het H. Pius X Instituut gaat studeren, maar hij maakt zijn studies niet af, want hij wil aan het theater. Papa Verbraeken gaat eerst niet akkoord, maar een vriend van hem, Marcel Hendrickx, een gevierd acteur in die tijd verbonden aan de KNS, nodigt Hugo uit voor een auditie. Papa had aan Marcel gevraagd hem dat acteren uit zijn hoofd te praten, maar Marcel onderkent meteen het talent dat Hugo heeft en weet papa om te praten. Dit gebeuren wordt een keerpunt in Hugo’s leven. Hij wordt acteur bij het Jeugdtheater Antwerpen. Hugo behaalt zijn diploma toneelgeschiedenis, dictie en bewegingsleer.

1970 wordt voor Hugo, die intussen optreedt als Hugo Sigal, het jaar van de doorbraak en de waarheid. Hij heeft een korte periode vrij in het theater en wordt net op dat moment gebeld door regisseur Lode Hendrickx van de VRT met de vraag of hij niet kan invallen voor de presentatie van de televisieshow “Sant in eigen land”, een programma met Bob Benny, waar hij tijdens de repetities Nicole tegen het lijf loopt! Zij is gevraagd als zangeres. Meteen slaat de vonk tussen hen beiden over. A flash in the pan. Hugo voelt meteen “dat is ze”. Vreemd genoeg hield hij niet van Brusselaars en zij niet van Antwerpenaars. Les extrêmes se touchent? Tijdens de opnamen klikt het ook beroepsmatig zo goed tussen Nicole en Hugo dat zij voelen dat er meer in zit. In de maand april van 1970 worden Nicole en Hugo gevraagd door de VRT, deze keer voor het programma “Feest”, dat zij beiden mogen presenteren. Meteen nadien beslissen zij een zangduo te vormen. Hun eerste gezamenlijke optreden is een feit tijdens het tornooi van het Belgische lied in het Casino van Middelkerke, bekend als “De Gouden Sirene”, waar zij de “Nationale Prijs voor Vertolking” in de wacht sleept. Rita Deneve wint dat tornooi met Dromen zijn nog vrij, geschreven door Phil Van Cauwenbergh en Paul Quintens.

Meteen nadien worden Nicole en Hugo als duo door de VRT gevraagd om deel te nemen aan “Canzonissima”. Toenmalig verantwoordelijk producer Lies Huylebroeck had al negen kandidaten, maar zij was nog op zoek naar een duo dat naast zingen ook vlot kon bewegen op het podium, leuk kon dansen, en zo kwam zij bij Nicole en Hugo terecht. Willy Van den Steen van Cardinal Records, die erg veel gedaan heeft voor de carrière van Nicole en Hugo, ging zich over het repertoire van Nicole en Hugo ontfermen en besliste door Phil Van Cauwenbergh en Paul Quintens een liedje te laten schrijven, dat hij niet meteen van bij het begin van “Canzonissima” wil inzetten. Deze strategie blijkt een gouden zet, want uiteindelijk, ook al waren Ann Christy en Johnny White sterke kandidaten, winnen Nicole en Hugo met Goeiemorgen, morgen. Zij weten nog goed dat zij bij Paul Quintens thuis werden ontvangen en dat hij hun het nummer aan de piano voorspeelde. Meteen voelden zij aan dat dit hét lied zou worden, en zij niet alleen, Louis Neefs was er ook meteen weg van. Hij porde trouwens Nicole en Hugo aan dit lied zeker niet links te laten liggen omdat hij het zelf een van de betere composities van Paul Quintens en Phil Van Cauwenbergh vond.

De derde april 1971 had de zestiende editie van het Eurovisiesongfestival in het Gaiety Theatre in Dublin (Ierland) plaats, gepresenteerd door Bernadette Ní Ghallchóir. Alsof de duivel er zich mee moeit, wordt Nicole net voor hun vertrek ziek. Zij heeft geelzucht en moet verstek laten gaan. Haar vader wil nog dat Hugo in z’n eentje naar de repetities gaat en dat Nicole later in Dublin zal arriveren, maar de dokter vindt dit onverantwoord en weigert op dit voorstel in te gaan! Uiteindelijk zal Nicole drie maanden in bed blijven. De VRT besluit Jacques Raymond en Lily Castel naar Ierland te sturen. Jacques vindt achteraf dat hij een beetje onder druk werd gezet en geen andere keuze had dan ja te zeggen. Hij moest ook tegen zijn zin onder leiding van Anton Peters de choreografie van Nicole en Hugo instuderen. Moeite voor niets, want toen zij in Dublin aan de beurt waren, bleek de beschikbare podiumruimte veel te klein en bleef hun choreografie uiteindelijk tot een paar houterige bewegingen beperkt. Al bij al deden Lily en Jacques hun uiterste best. Zij eindigden met achtenzestig punten veertiende op een totaal van achttien deelnemers. Monaco werd de uiteindelijke overwinnaar met Séverine en Un banc, un arbre, une rue. En Goeiemorgen, morgen werd van die dag af in Vlaanderen een regelrechte klassieker, terecht in 2004 genomineerd in “De Eregalerij” van Radio 2 en Sabam. Acht jaar later is het bingo, want in 2012 wordt Goeiemorgen, morgen samen met Helena van Hugo Raspoet, Suspicion van Toy en Ik ga dood aan jou van Bart Herman vereeuwigd in “De Eregalerij” van Radio 2 en Sabam in het Casino van Oostende.

In 1972, Nicole en Hugo zijn de eerste december 1971 getrouwd, nemen zij deel aan het in die tijd bekende Songfestival van Sopot, voor de eerste maal georganiseerd in 1961. Het is een groots opgezet liedjesfestival in het Poolse Sopot. In 1972 won Lev Leshchenko met Ja ne byl znim znakom op een gedeelde eerste plaats met de Poolse zanger Andrzej Dabrowski en Do zakochania jeden krok. In 1973 nemen Nicole en Hugo deel aan “Het liedje voor Luxemburg”, een eenmalig tv-programma waarin vijf kandidaten elk twee liedjes zingen met het oog op deelname aan het Eurovisiesongfestival. Deelnemers zijn Ann Christy, Rita Deneve, Kalinka, Liliane Dorekens en Nicole en Hugo. Rita zal tweede eindigen met Vrede voor iedereen. Nicole en Hugo, die ook het nummer Jij en ik en wij zingen, gaan uiteindelijk met de overwinning lopen dankzij het liedje Baby baby, geschreven door Ignace Baert en Erik Marijsse, waarmee zij de zevende april 1973 deelnemen aan de achttiende editie van het Eurovisiesongfestival in het Nouveau Théâtre in Luxemburg. In het totaal nemen zeventien landen deel. Nicole en Hugo eindigen in hun bekende paarse pakjes op de laatste plaats terwijl Anne-Marie David met Tu te reconnaîtras voor Luxemburg de overwinning wegkaapt.

De seventies waren de tijd van de glamourrock. Glitter was toen erg in. Nicole en Hugo moeten het tijdens hun optreden vooral hebben van hun look, hun outfit. Die Las Vegasstijl bevalt hun zo goed dat zij hiermee verder zullen optreden met als gevolg dat zij overstelpt worden door aanbiedingen uit het buitenland. Zij worden in Portugal uitgenodigd voor een dichtbekeken tv-show. Joop van den Ende had hen bezig gezien tijdens het Eurovisiesongfestival en neemt hen veertien maanden mee op tournee met André van Duin. In de nasleep daarvan worden zij regelmatig gevraagd door de Nederlandse televisie. In 1974 mogen zij via connecties op het Midem in Cannes optreden tijdens het World Popular Festival in Tokio, waar zij de “Outstanding Composition Award” in ontvangst nemen, de weken nadien concerteren in Japan en zelfs een plaat in het Japans opnemen! Vanaf 1975 tot 1983 worden Nicole en Hugo tijdens de zomermaanden de vocale trekpleister in Het Witte Paard in Blankenberge, een unieke locatie waar sinds 1936 aan de Vissersstraat vooral tijdens de zomer authentieke variétéshows worden gepresenteerd. De artiesten die hier optreden, werden de voorbije decennia begeleid door de orkesten van Leo Martin en Henk van Montfoort en sinds een aantal jaren door de band van Patrick Desmedt. Helmut Lotti, Eddy Wally, Günther Neefs, Johnny Logan, Rob de Nijs… passeerden hier allen de revue, vaak in het gezelschap van een oogstrelend ballet. Voor Nicole en Hugo werd dit diverse keren de place to be. Tussendoor treden zij ook regelmatig op in Bobbejaanland in Lichtaart. Voor de VRT presenteren zij vanaf 1978, en dat twaalf maanden lang, de maandelijkse tv-show “Zomaar een keertje een andere show”. Onder leiding en op vraag van Bob Davidse duiken zij van 1979 tot en met 1981 op in het in die tijd populaire kinderprogramma “De Triangelclub”.

Nicole en Hugo en cruises zijn intussen een bekend synoniem van elkaar geworden. Het mag vreemd klinken, maar meteen na Baby baby hadden zij al de vraag gekregen van een Duitse rederij om mee op cruise te gaan, maar Nicole en Hugo wilden hun hondje niet achterlaten. Pas wanneer die in 1983 overlijdt, zetten zij het licht op groen om te gaan cruisen. Een jaar later schepen zij voor het eerst in. Zij vliegen naar de haven van Genua voor een veertiendaagse cruise in het Middellandse Zeegebied. Die reis ervaren beiden als een droom, waarmee de toon voor de volgende jaren was gezet. Eén valse noot echter, hun repertoire lust het publiek niet. Musicalmelodieën klinken in hun oren té onbekend. Zij reizen na die cruise meteen naar Duitsland om hun repertoire aan te passen en komen naar huis met liedjes van Dennie Christian en Udo Jürgens, om er een paar te noemen. De amusementswaarde van hun repertoire wordt stevig opgekrikt. Zij krijgen regelmatig het gezelschap van Duitse sterren zoals Roberto Blanco en Heino. Tijdens de tweede helft van de jaren tachtig komen de luxecruises aan bod. Die worden georganiseerd vanaf de maand december tot en met april. Dan wordt er de wereld rond gevaren: Japan, Hawaï, India, Australië, Nieuw-Zeeland, Afrika, Amerika, China. Die grote cruises hielden in dat zij een hele maand weg waren, de duur van zo’n luxecruise. Nicole en Hugo gaan almaar meer revue en musical aan elkaar koppelen en maken er hun specialiteit van. Ook hun meertaligheid speelt in hun voordeel.

De twintigste oktober 1990 vieren zij in Wemmel hun twintigjarige carrière met de show “20 jaar live on stage” en krijgen niet voor niets van Sabam een medaille voor hun verdiensten in de Vlaamse showbizz. Er is ook de cd “20 jaar”, twee jaar later gevolgd door het album “We together”. De tweede december 1995 zetten Nicole en Hugo vijfentwintig kaarsjes op hun carrièretaart in de Arenbergschouwburg in Antwerpen. Internationaal klinkt het album dat zij dat jaar opnemen “Home and away”. In een productie van Eddy Aelbrecht nemen zij dit album op samen met onder anderen Wim Claes, Franky Van Laere en Willy Bauweraerts in Studio Eleven. Op dit album uitsluitend anderstalige liedjes: Home and away, Cuando vuelva a tu lado, The glory of love, Illusionen, Donner pour donner en What a wonderful world. In 2000 nemen zij in de PM Mastering Studio in een productie van Eddy Aelbrecht in eigen beheer voor NHS Productions het album “True love” op. Er wordt door de bank voor Engelstalige songs gekozen zoals Ziggy, The world is stone, Smoke gets in your eyes en They can’t take that away. Hier en daar wordt er tussendoor toch in het Nederlands gezongen: Baby baby, Jij bent zo lief en Goeiemorgen, morgen. Op de binnenhoes lezen wij: “You laugh, you cry, you live, you die, and in between if you are fortunate, you experience life!”

Vanaf de maand september 2003 zijn zij te horen bij Q-Music in de rubriek “Huisje Weltevree”, waarin zij met veel overgave relatieadvies geven. Van de tiende oktober tot en met de achtste november van dat jaar treden zij negentien keer op in de Studio 100-productie “Zo mooi, zo blond en zo alleen” aan de zijde van onder anderen Free Souffriau, Daisy Thys en Kelly Pfaff. Deze musical brengt het publiek terug naar de zomer van 1976 op Camping Bonanza in Blankenberge. Hugo en Nicole en hun optreden in Het Witte Paard in Blankenberge spelen een centrale rol. In deze musical, geschreven door Hans Bourlon, Gert Verhulst en Danny Verbiest, passeren grote hits als Dag vreemde man, Zomersproetjes, De roos, Ik heb zorgen en natuurlijk Goeiemorgen, morgen de revue. Hun liefde voor musical etaleren zij met graagte op het album “Nicole en Hugo sing Europe’s Hit Musicals”. Op dit album bekende songs als Belle uit “Notre-Dame de Paris”, On my own uit “Les Misérables”, The world is stone uit “Starmania” en Our language of love uit “Irma la Douce”.

In 2004 laten zij zich verleiden om zich nog eens in te schrijven voor de selecties voor “Eurosong”, al is dat meer voor de fun bedoeld. In het totaal zijn er driehonderdzestig liedjes ingeschreven, waarvan er uiteindelijk achtentwintig geselecteerd worden. Er hebben vier voorronden plaats met daarin telkens zeven artiesten. In de eerste voorronde zingen onder meer Chris D. Morton Every day soldier, De Egels Maria Maria Maria en Nicole en Hugo Love is all around. Uiteindelijk gaan zij niet door en is het Xandee die de finale wint met 1 life en ook de persprijs in de wacht sleept. Xandee behaalt in het Turkse Istanboel de derde laatste plaats met dertien punten. Winnares wordt Ruslana voor Oekraïne met Wild dances. Love is all around verschijnt wel op single met het jaar nadien de nummers Ik denk aan jou en Verliefd. Beide liedjes zijn terug te vinden op hun album “Het beste uit 35 jaar”, dat zij in 2005 uitbrengen naar aanleiding van hun vijfendertigjarige carrière. Een van hun grootste fans André Vermeulen vrolijkt het album op met zijn voorwoord: “Ondanks het gemiste festival in 1971 en hun laatste plaats in 1973, zijn Nicole en Hugo zoals dat heet ‘Songfestivaliconen’. Ook internationaal: telkens wanneer het songfestival zijn eigen verjaardag herdenkt, duiken zij op, met de intussen beroemde paarse pakjes.” Er wordt deze keer opgenomen in de bekende Galaxy Studio in Mol onder het toeziend oog van Jo Langela. Op het album ook eerder opgenomen liedjes zoals Sons @ daughters en Met de zomer mee naast gloednieuw werk als Ik hou van Vlaanderen, geschreven door Miguel Wiels, en een geslaagde cover van Something stupid. Deze keer wordt het album uitgebracht op het gerenommeerde Sony/BMG-label.De tweeëntwintigste oktober 2005 zijn Hugo en Nicole erbij wanneer naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van het “Eurovisiesongfestival” in Kopenhagen een groots feest op het getouw wordt gezet. Zij glunderen nog na wanneer zij de zesentwintigste november de aftrap mogen geven van het “Junior Eurovisiesongfestival” in de Ethias Arena in Hasselt. Die omgeving vormt ook het decor van het inmiddels megapopulaire “Schlagerfestival”, waaraan zij in 2006 voor de eerste maal deelnemen met naast hen op het podium onder meer Willy Sommers, Laura Lynn, Koos Alberts, Vader Abraham en Jimmy Frey. In het Eén-programma “Zo is er maar Eén” van dat jaar vertolken zij met veel verve De allereerste keer van Rita Deneve in de categorie “Liedjes over Passie”. Thé Lau wint die categorie met zijn versie van Je veux de l’amour van Raymond van het Groenewoud. K3 zingt die avond Zie me graag van Clouseau en Liesbeth List Verzoening van Frank Boeijen. Voor de zomer aanbreekt, verneemt Nicole na een borstonderzoek dat zij een tumor heeft, maar in een vroeg stadium ontdekt. Amputatie blijkt echter de enige zekere oplossing. De tiende juni wordt Nicole geopereerd. Na een week mag zij het ziekenhuis verlaten. Drie dagen later beginnen Nicole en Hugo vol goede moed te oefenen aan de show die zij aan de kust zullen brengen. Eenenveertig shows worden opgevoerd van elke drie en een half uur. Achtentwintigduizend mensen passeren de revue. Voor Nicole de beste therapie om haar operatie te verwerken.

Hun optreden de eenentwintigste maart 2008 in het Eén-programma “Zo is er maar Eén” wordt een soort ankerpunt in hun carrière. Sam Gooris zingt die avond Ik schreeuw het van de daken van Toast, Roel Vanderstukken Amsterdam van Kris De Bruyne, Diep in mijn hart van Jo Leemans wordt vertolkt door Buurman, Sinds een dag of twee van Doe Maar door Sandrine, en Nicole en Hugo zingen Pastorale van Ramses Shaffy en Liesbeth List. Hun interpretatie wordt gekozen als mooiste lied in de categorie “Liedjes over Liefde”. Pastorale werd geschreven door Lennaert Nijgh op muziek van Boudewijn de Groot en beschrijft een gesprek tussen de zon en de aarde. Het wordt een regelrechte klassieker in de hitversie van Ramses Shaffy en Liesbeth List. In het liedje is Shaffy de arrogante en vurige zon en Liesbeth de zonaanbiddende aarde die het liefst van al door de zon volledig beschenen wil worden. De zevenentwintigste september 1969 wordt hun vertolking op single uitgebracht en bereiken zij in de Nederlandse Top Veertig de derde plaats. In de versie van Nicole en Hugo wordt het liedje erg snel een nummer één in de Vlaamse Top Tien. Van Radio 2 mogen zij tijdens de zomer van dat jaar de “Zomerhittrofee” in ontvangst nemen, een absoluut hoogtepunt in hun carrière. Dit succes is voor platenfirma Magic, verdeeld door EMI, een geschikt moment om het album “Eeuwig geluk” uit te brengen met daarop in het totaal vijfiten liedjes, waaronder uiteraard Pastorale, Goeiemorgen, morgen en Baby baby. Voor de rest worden er aardig wat liedjes vertaald: Siempre, Quand j’étais chanteur, Love will keep us together, Evidemment, No es un capricho, You don’t know en zijn er nieuwe songs zoals Olé ola, en Ik wil jou alleen van Hans Lambrechts en Roel De Ruijter. De productie is in handen van Lex De Groot, die samen met onder anderen Luc Smets, Peter Pinne en Marc Picavet de arrangementen schrijft. In hun voorwoord geven Nicole en Hugo toe dat een album inblikken voor hen niet zomaar een collectie liedjes is. “Wij laten op die manier in ons hart kijken en tussen de regels lezen. Wij delen immers ons eeuwig geluk met de fans. Toch waren wij zelden zo gelukkig met het eindresultaat als met deze cd. Niet alleen kunnen wij ons helemaal terugvinden in de heldere, poëtische liedteksten, ook onze voorliefde voor Franse en anderstalige liedjes komt perfect tot haar recht in de covers die wij gewikt en gewogen hebben.” Zij zijn ook erg blij en trots dat zij in 2008 voor de tweede maal op het podium mogen staan van “Rimpelrock” in Kiewit-Hasselt, in het gezelschap van onder meer Paul Anka, The Three Degrees, Middle of the Road en Frans Bauer. Vier jaar eerder waren zij daar ook al eens te gast, toen aan de zijde van Johnny Logan, The Gibson Brothers en Eddy Wally in het bijzijn van meer dan veertigduizend aanwezigen. Enkele weken later, de twaalfde september, worden Nicole en Hugo gelauwerd omdat zij vijfentwintig jaar geleden de gangmakers waren achter de benefiet op het getouw gezet om de toen zieke Ann Christy te steunen. Radio 2 organiseerde toen een Ann Christydag.

En het feest bleef maar duren. Tijdens de Mia’s (Music Industry Awards) in 2009 werd hun de trofee overhandigd in de categorie “populair”. Zij mochten meeglunderen op het podium, geflankeerd door de overige winnaars, onder wie Milow, Lady Linn, Clouseau, dEUS en Jef Neve. Zij zijn ook te zien in het programma “Hartelijke groeten aan iedereen”, dat Eén uitzendt tussen de zevende februari en achtste maart 2009 en waarin op zoek wordt gegaan naar de mooiste liedjes naar het voorbeeld van de eerder door de NASA in de ruimte gelanceerde “Gouden Plaat”. In hun categorie winnen Nicole en Hugo met Pastorale. In de jury zetelen onder anderen Yasmine, Guido Belcanto, Stijn Meuris, Jens Mortier en Phara de Aguirre. In de maand april staan Nicole en Hugo op de affiche van de eerste editie van het seniorenfestival “Houden Van… Griffelrock” in het Sportpaleis van Antwerpen. Voor een menigte van achttienduizend bezoekers zingen zij hun bekendste hits aan de zijde van Vader Abraham, Liliane Saint-Pierre, Micha Marah, Peter Schaap, Jelle Cleymans en Bart Kaëll. Het geheel wordt gepresenteerd door Luc Appermont. Op het Magiclabel brengen zij het nummer Hier in mijn hart op single uit, speciaal voor hen geschreven door Bart Peeters en Roel De Ruijter, en staan daar de drieëntwintigste mei 2009 mee op de tweede plaats van de Vlaamse Top Tien. Als tweede single wordt Laat de liefde van de hand van Jan Leyers op single gereleaset. “Hier in mijn hart” is ook de titel van het album dat bij het tijdschrift Story begin september als extra verschijnt. Dit album, voor het merendeel een compilatie met daarop liedjes die al op het album “Eeuwig geluk” waren verschenen, wordt snel met goud bekroond. In de marge van dit succes verschijnt er dat jaar op het Magiclabel de verzamelaar “Het beste van Nicole en Hugo”: twaalf songs, waaronder, naast hun klassiekers, Duizendmaal, Kon ik het nog eens overdoen, Ik wil met je mee en Come-comedie.

Genieten van wat rust zit er niet in, want in februari 2010 trekken zij hun theatertournee “40 jaar niet te geloven” op gang. Tijdens een druk bijgewoonde persconferentie stellen zij hun tournee voor en verrassen het publiek met hun vertolking van De bekroning, een lied waarin zij bezingen wat zij tijdens die veertig jaar allemaal mochten meemaken. Uit handen van Johan Verminnen mogen zij in naam van Sabam een award ontvangen voor hun veertigjarige carrière. Micha Marah lanceert hun nieuwe single Ik kies altijd voor jou, een vertaling van de Julien Clercklassieker Ma préférence. Nicole en Hugo trekken de culturele centra in, begeleid door zes muzikanten. Eind oktober van dat jaar wordt deze theatertour op dvd uitgebracht. De schijf bevat de registratie van het concert dat zij de zesde mei van dat jaar in het Cultureel Centrum van Lokeren gaven.

De negende april 2011 heeft in de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen de première plaats van de Studio 100-musical “Alice in Wonderland” met hen beiden en K3 n de hoofdrollen. Alice wordt gespeeld door Marieke Saan, de rol van het konijn en tevens bioscoopuitbater door Jacques Vermeire en Nicole en Hugo zijn de mensen op de eerste rij in de bioscoop. Het verhaal werd geschreven door Gert Verhulst en Hans Bourlon op muziek van Miguel Wiels, Peter Gillis en Alain Vande Putte. De musical wordt een gigantisch succes. Dit is de eerste musical zonder Kristel Verbeke, maar met Josje Huisman.

Nicole en Hugo hebben de smaak te pakken. Opnieuw samen met producer Lex De Groot trekken zij in de loop van 2011 de studio’s in en werken er aan het album “Bedankt Vlaanderen”. Nicole en Hugo tekenen een nieuw platencontract, deze keer bij het label Vlaamse Sterren, verdeeld door CNR. Zij zijn erg blij dat zij met een ploeg gemotiveerde mensen kunnen werken. Het valt op dat zij in hun woordje uitleg dat bij het album hoort, duidelijk laten weten dat dit album géén afscheid is, maar “een welgemeend dank u omdat we mogen doen wat we het liefste doen, de mensen gelukkig maken met onze muziek!” De liedjesleveranciers hebben allen hun sporen verdiend en zijn stuk voor stuk mensen om u tegen te zeggen: Bart Herman, Evert Verhees, Piet Van den Heuvel, Herman van Veen, Marc Paelinck, Jan De Vuyst, Kris Kistofferson en Serge Lama. Is het een voorgevoel van wat moet komen? Opvallend op het album is het liedje Voor het doek valt. Zes maanden lang wordt er intens aan het album gewerkt, dat eind januari 2012 in de winkels ligt. Het album werd al iets eerder op gang getrokken door de succesvolle single Schietgebed op tekst en muziek van Bart Herman. Zij geraken daarmee in de maand december van 2011 tot op één van de Vlaamse Top Tien en zullen daar twaalf weken na elkaar in genoteerd blijven staan. De tweeëntwintigste januari 2012 worden Nicole en Hugo op het gemeentehuis van Wemmel tot ereburger van hun gemeente gekroond. Zij delen die eer tijdens datzelfde feest met Johan Verminnen, Anne Teresa De Keersmaeker, Lize Marke en dirigent Eric Lederhandler. Wat niemand weet is dat bij Nicole eind december 2011 tijdens een coloscopie een kwaadaardige poliep op de dikke darm werd ontdekt. Gelukkig zijn er geen uitzaaiingen. Zij besluit, na de huldiging van Goeiemorgen, morgen tijdens “De Eregalerij” van Radio 2 de tweede februari 2012 in het Casino van Oostende, de poliep tijdens een heelkundige ingreep in het ziekenhuis te laten verwijderen. Vijfentwintig centimeter wordt er van de dikke darm weggesneden. Nicole bijt door en herstelt. De achttiende oktober is het voor hen lachen geblazen wanneer zij in het door Brahim op de donderdagavond gepresenteerde Eén-programma “In de mix” geconfronteerd worden met het Antwerpse hiphopfenomeen Slongs, frontvrouw van Halve Neuro. Nicole en Hugo brengen hun interpretatie van de hit A mate en Slongs op haar beurt haar versie van Goeiemorgen, morgen in Goeiemorgend, goeiendag. Intussen toeren zij met succes door Vlaanderen met hun tournee “Bedankt Vlaanderen” en denken stilaan toch aan afscheid nemen, zij mikken op eind 2015. Qua leeftijd doemt het getal zeventig op en er mag stilaan wat worden nagenoten in de herfst van hun leven!

De zevenentwintigste mei 2014 brengen zij de single Hou van mij uit, tevens een knipoog naar hun allerlaatste album dat er zit aan te komen. Dat album “Muziek is ons leven” ligt de eerste week van juli 2014 in de winkel samen met het magazine Primo. Alleen via dit blad kun je je die cd aanschaffen met daarop veertien gloednieuwe nummers. Voor Nicole en Hugo is dit de kers op de taart, het beste wat zij tot nu toe ooit op de markt hebben gebracht. Miguels Wiels laat zich van zijn beste kant horen als componist in de liedjes Hou van mij, Mijn liefste en We gaan nog even door, die hij samen met Peter Gillis schrijft op tekst van Kurt Burgelman en hemzelf. We gaan nog even door wordt voor de nakende zomer de singlekeuze. Piet Goddaer, alias Ozark Henry, levert het liedje Romeo & Juliet, Sabien Tiels tekent voor Een enkele kus en Bart Herman voor Op de eerste rij. Nicole en Hugo coveren voor deze gelegenheid zijn Ik ga dood aan jou en brengen een opvallende cover van L’été indien van Joe Dassin. In de bijbehorende tekst bij het album schrijven zij: “Lieve fans, geniet van elke song, het zijn pareltjes geworden en we hopen dat jullie evenveel plezier gaan beleven aan het beluisteren ervan als wij hadden bij het opnemen van dit bijzondere album. Bedankt voor de jarenlange steun!”

Hun platenfirma Vlaamse Sterren is blij dat ze eind 2014 kan melden dat Nicole en Hugo nog een jaartje doorgaan. In 2015 zal het immers vijfenveertig jaar zijn dat ze lief en leed op de planken hebben gedeeld, een succesvolle carrière aan land en op zee! De achtentwintigste november 2014 verschijnt op het label Vlaamse Sterren de verzamelbox “Voor het doek valt – Het allerbeste van Nicole & Hugo, een verzameling van hun vijfenveertig populairste liedjes”, aangevuld met hun allerlaatste en nieuwe album “Muziek is ons leven” plus een bonus-dvd met daarop hun theatershow en als toetje het interview “Achter de schermen”, dat in 2010 werd opgenomen. Op vraag van de fans bevat dit hebbeding ook enkele solosingles van Nicole uit de tijd dat ze nog optrad als Nicole Josy, waaronder Leven van liefde en On my own, en ook enkele liedjes van Hugo (Sigal), zoals Bring him home en Alleen, die voor de eerste keer op cd te verkrijgen zijn. Als voorbode werd maandag de zeventiende november 2014 hun nieuwe single Muziek is ons leven op single uitgebracht, een vlot uptempo nummer geschreven door Gene Thomas, Wim Claes en Steven Defraine. Als slotwoord lezen we op hun album: “Lieve mensen, nogmaals dank dat jullie er waren tijdens onze heerlijke vijfenveertig jaar op de planken! Geniet van het leven en blijf gezond. Een dikke knuffel van ons tweetjes!”

Via de pers laten Nicole en Hugo dinsdag de veertiende juli 2015 weten dat zij de twintigste december definitief afscheid zullen nemen tijdens een slotconcert in de “Stadsfeestzaal” van Brugge. Tijdens het najaar organiseren ze nog hun afscheidstournee langs diverse culturele centra, goed voor zo’n vijftiental optredens. Zij willen voortaan meer tijd vrijmaken om voor de 94-jarige moeder van Nicole te zorgen en Nicole wordt volgend jaar zeventig, tijd om het rustiger aan te doen en nog wat van het leven te genieten. De derde februari 2016 verschijnt de allerlaatste single van Nicole en Hugo, als afscheid van hun vele fans. Hoe zal het zijn is een nummer dat hen na aan het hart ligt. Zij zongen dit al met veel succes tijdens hun theatertournee. Het is een vertaling door Hans Lambrechts van Come saprei, geschreven door Eros Ramazzotti en Adelio Cogliati samen met Giorgia, die daar in 1995 een grote  hit mee scoorde. Nicole en Hugo hadden dat al lang willen opnemen. In dit lied leggen ze hun ziel bloot, zingen ze over de vragen van angst en twijfel over wat de toekomst hen zal brengen, nu ze een definitief punt achter hun carrière hebben gezet. Deze single verschijnt aan de vooravond van “De Eregalerij” in het Kursaal van Oostende waar zij de vijfde februari de award voor een “Leven vol Muziek” in ontvangst mogen nemen.

Op dinsdag 27 september 2016 werd in het Antwerpse Sportpaleis de 8ste editie georganiseerd van “Houden Van… Griffelrock”. Duizenden senioren en andersvaliden konden er nog een keer genieten van een namiddag vol Nederlandstalige muziek. Nicole en Hugo mochten de affiche en het podium delen met Marc Dex, Vader Abraham, Bart Herman, De Melando’s, Mieke, Luc Van Meeuwen en Lissa Lewis.

Ook al hebben ze intussen definitief afscheid genomen, artiestenbloed kruipt waar het niet gaan kan. “Vooral bij Hugo begon het na een jaar weer te kriebelen“, aldus Nicole. Van 15 december 2016 tot en met 15 januari 2017 zijn Nicole en Hugo te zien in zaal Elckerlyc in Antwerpen in de productie ” Winterrevue” van regisseur Stany Crets samen met onder anderen Udo en Lisa uit The Voice. “We ambiëren geen comeback. We blijven voor de moeder van Nicole zorgen, dat is onze hoofdbekommernis. We brengen wel met Kerstmis nog een nieuwe single voor het goede doel uit, want we mogen toch nog af en toe eens een liedje op plaat zetten.  “Winterrevue” is een totaalspektakel met populaire muziek, adembenemende dans, visuele acts en heel veel humor.

Nicole en Hugo blijven in het nieuws. Mode-ontwerpster Ann Salens ontfermde zich een tijdlang over hun garderobe. Aanleiding voor de MoMu Galerij beiden tentoon te stellen tijdens “Nicole & Hugo Swinging Ann Salens”. We krijgen een selecte van flamboyante stukken van Ann uit de kleerkast van Nicole & Hugo te zien, samen met uniek beeld-en videomateriaal. Deze tentoonstelling, die loopt van de 23ste april tot de 27ste augustus 2017, vertelt tevens het verhaal over de buitengewone vriendschap en het respect tussen de modeontwerpster en de showbizziconen. Na de tentoonstelling mag MoMu deze stukken aan haar collectie toevoegen.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2018 Daisy Lane & Marc Brillouet

 

Gene Thomas

Het gebeurt wel vaker dat artiesten eerst scoren als lid van een of andere groep om nadien in hun eentje ook nog hits te scoren. Zo begon Erik Van Neygen ooit bij de groep Pendulum, Bart Peeters bij The Radios, Sergio bij Touch of Joy en Gene Thomas bij X-Session.

Gene werd als Gunther Thomas de tweeëntwintigste augustus 1972 geboren in Sint-Joost-ten-Node oftewel Saint-Josse-ten-Noode in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Hij werd opgevoed in het Nederlands, maar met een opa afkomstig uit Frankrijk en twee Franstalige nichtjes met wie hij tijdens zijn kinderjaren vaak optrok, kon het niet uitblijven of Gunther sprak toen al een aardig mondje Frans. Thuis werd er dus ook veel naar de RTBF gekeken. Samen met zijn zus kende Gunther een haast zorgeloze jeugd. Papa was als zelfstandige wel altijd druk in de weer met de verkoop en plaatsing van ramen, deuren en veranda’s. Mama bleef thuis voor het huishouden zorgen. Wanneer Gunther vijftien is, overlijdt zijn vader op tweeënveertigjarige leeftijd. De zaak wordt door papa’s broer overgenomen en voortgezet. Gunther passeerde tijdens zijn jeugd diverse scholen. Hij begon het eerste kleuterklasje in Evere om nadien over te stappen naar de kleuterschool in Diegem, waar hij ook naar de lagere school gaat tot en met het vijfde studiejaar. Vanaf het zesde studiejaar verhuist hij naar Zaventem, waar hij ook zijn middelbare studies aanvangt. Hij volgt de afdeling Latijn-Grieks. Intussen was Gunther al een hele tijd met muziek bezig. Zijn vader speelde bij het orkest Captain Bismarck, lekkere rock van toen. Hij luisterde samen met zijn zoon graag naar platen van The Doors en Pink Floyd. In zijn vrije uurtjes zong Gunther dan met de plaat mee en nam zijn stem op met de cassetterecorder. Toen hij zo’n jaar of twaalf was, zag hij bij de broer van zijn vader een elektrische gitaar en een versterker staan. Van zijn oom mocht hij daarop spelen en zodoende leerde hij de basisakkoorden. Gunther schreef zijn eerste liedje toen hij een jaar of dertien was: Night and day, gebaseerd op The final countdown van Europe. Hijzelf dweepte toen met groepen als Bon Jovi en ZZ Top en met Bryan Adams. Toen al hield hij alleen van muziek als er een melodie in zat. Hij hield dat later, wanneer hij zelf liedjes ging schrijven, altijd voor ogen. Tijdens zijn tienerjaren vormt hij samen met zijn neef Werner Thomas een duo en belandt nadien bij diverse groepjes, waarover zo meteen meer.

Hij is achttien wanneer hij zich in 1990 inschrijft voor de “VTM Soundmixshow”. Het gaat hem niet zozeer om het zingen dan wel om eens met zijn snoet op tv te komen. Hij eindigt met Never tear us apart van INXS als Gene Thomas vierde in de finale, het jaar dat Lisa del Bo wint met What’s a woman van Vaya Con Dios. Om niet stil te zitten, gaat Gunther zich intenser bezighouden met zijn groep Ship of Dreams, waar hij al een tijdje, samen met Alain en Philippe Bokken, Paul Pollmann en Wim Tavernier, mee bezig was. Zij leren manager Wilfried Brits kennen, die toen druk bezig was met de groepen Blue Blot en Vaya Con Dios. Hij valt voor hun sound en versiert meteen voor hen een eerste plaatje bij BMG, maar die single gaat compleet de mist in, net als hun platencontract. Iets later komen zij terecht bij het CBS-label, verdeeld door Sony, waarvoor zij in 1993 in een productie van Marc Isaye het poprockalbum “Always on the run” opnemen. Gunther schrijft samen met Wim de vijf nummers die het album sieren, waarvan Shotgun op single uitkomt. Om zijn studies niet uit het oog te verliezen en omdat een diploma altijd is meegenomen, gaat Gunther na zijn middelbare studies nog een jaartje naar het RHITCS in Brussel, waar hij de richting regisseur volgt, maar hij geraakt niet eens aan de eindstreep van dat eerste jaar. Zijn hoofd staat dan al alleen maar op musiceren en liedjes schrijven.

In 1995 ontmoet Gunther de Braziliaanse zangeres en fotomodel Cassia, die voordien deel had uitgemaakt van de groep The Hollywood Bananas samen met producer Lou Deprijck. Zij beslissen op aanraden van en naar een idee van manager-gitarist Marc Cortens een pop-danceduo op te richten, X-Session. Gene ziet dat niet zitten, maar wil wel zijn stem lenen om het nummer in te zingen. Zij gaan op zoek naar een platenfirma en komen terecht bij het dancelabel van platenfirma Sony, Dance Pool, en nemen daar Give me the power op. X-Session gaat de baan op, maar de zanger van het duo laat het na een tijdje afweten en de hulp van Gunther wordt ingeroepen om hem te vervangen. Om een lang verhaal kort te houden: na een tijdje ziet Gunther het wel zitten en wordt hij het zingend mannelijk deel van het duo. Als tweede nummer nemen zij Lucky number op, waarvoor Gunther, die we vanaf nu om het onszelf gemakkelijk te maken Gene zullen noemen, de tekst herwerkt, want de oorspronkelijke stond vol fouten tegen de Engelse taal. De single loodst niet veel dansers naar de vloer, laat staan naar de platenwinkel.

Derde keer, goede keer, moeten zij gedacht hebben, want met het nummer Bang bang, dat in 1996 verschijnt, is het wel raak. In de BRT Top Dertig staat het nummer de zevende december 1996 op de negentiende plaats genoteerd. De opvolger To the sky wordt de vijfde juli 1997 bedacht met een vierentwintigste plaats in diezelfde BRT Top Dertig. Als ze eenmaal goed op dreef zijn, laat Cassia weten dat zij moet afhaken vanwege problemen met haar familie in Brazilië. Gunther en zijn platenfirma L & T (verdeeld door Arcade) gaan op zoek naar een nieuwe zangeres en dat wordt danseres, fotomodel Gina Brondeel. Toeval of niet, Gina zong een paar jaar eerder, in 1990, de backing vocals tijdens het optreden van Lisa del Bo in die bewuste finale van de “VTM Soundmixshow” waaraan Gene ook deelnam. Na wat oefenen en het smeden van nieuwe plannen beslist hun manager Marc Cortens (gitarist bij Will Tura en de man achter het orkestproject Strato-Vani) ook naar het buitenland te trekken. Iets later vinden wij Gunther en Gina in de dancings in Nederland, Frankrijk, Zweden, Japan en New York. Er wordt veel aandacht besteed aan hun kostumering, die door de bank door Gunther wordt ontworpen, hun show en vooral hun choreografie. Binnen de kortste keren wordt X-Session vooral geprezen om hun ijzersterke liveoptredens. Met de stem van Gina wordt de single Say yeah in de Top Dertig gewaardeerd met een zeventiende plaats. Dan wordt aan de lopende band de ene single na de andere op de dancings afgevuurd: Pump it, The sound en Baby it’s you. Die vinden we snel nadien terug op hun eerste album “A trip to Xanigy”. De derde juli 1999 staan zij op de dertiende plaats in de Top Dertig te pronken met wat hun grootste hit zou worden: On and on, dat Gene in zijn auto bedacht op de E19 op weg van Brussel naar Antwerpen. Hij heeft ook altijd een dictafoon bij de hand om zijn ideeën meteen op te kunnen nemen. Uit handen van Radio Donna, waar Gina een graag geziene gaste is, zullen zij een jaar later een award ontvangen. In diezelfde BRT Top Dertig zullen zij luidkeels van zich laten horen middels de singles Hot shot en Welcome to my world, waarmee zij meer dan behoorlijk scoren. De tweede oktober 1999 stoot Hot Shot door naar de veertiende plaats en de elfde maart 2000 Welcome to my world naar de vijftiende. Er wordt een tweede album gereleaset, “By me”.

Vanaf 2000 lukt het iets minder vlot. Er wordt van platenfirma gewisseld. Arcade gaat, EMI komt. Boogieman en Number 1 worden goed gedraaid, maar zijn geen echte floorfillers. Er wordt weer opgewekt gelachen wanneer X-Session de vierentwintigste februari 2001 op de zestiende plaats in de Ultra Top Vijftig geparkeerd staat, in Vlaanderen welteverstaan, met de single Destiny, waarvan de clip in Egypte wordt ingeblikt. Omdat het oog ook wat extra’s mag, wordt aan X-Session danser Serge toegevoegd. In de loop van dat jaar is er hun derde album “Back to basics”. Het wordt een opvallend album, want naast twaalf nieuwe songs staan er ook de bijbehorende videoclips en digitale informatie op. Na de hit Destiny die we de zeventiende maart 2001 op plaats zestien in de BRT Top Dertig terugvinden, wordt het in de hitlijsten wat stiller. De singles Get your rox off en Evil superstars moeten het beide in 2002 stellen met een achttiende plaats in de BRT Top Dertig.  Intussen heeft in 2001 Gunther, die in de wandelgangen al een tijdje Gene wordt genoemd, de job aangenomen als presentator bij de in 1998 opgestarte muziekzender TMF en praat daar het programma “Gene Machine” aan elkaar. Gina wordt gevraagd om in 2001 glans te geven aan de rol van Fania in de soap “Thuis” bij Eén. Om het zevenjarig bestaan van X-Session te vieren, verschijnt in 2002 het album “7″ op de markt. Het betekent meteen ook het einde van de groep.

Toeval of niet, zeven jaar later verrijst de groep uit het niets. Intussen hebben Gene en Gina naarstig aan hun solocarrière gewerkt. Na een toevallige ontmoeting met Gina slaan zij aan de praat en beslissen de rode draad weer op te pikken. Gewoon voor de fun. Er komen in de loop van 2010 tot en met 2011 een rist nieuwe singles op de markt: Automatic, geschreven door Gunther Thomas en geproduceerd door David Deneyer. Zij nemen ook de nummers Come together en A brand new start voor hun rekening. Maar de solocarrière van Gene en het privéleven van Gina spelen een grotere rol dan zij eerst gedacht hadden. Gina is in het voorjaar van 2012 in hoge verwachting van haar derde kindje en zij kan dit niet meer koppelen aan een overdrukke agenda. Tijdens de MNM-party “Back to the 90′s” in het Sportpaleis van Antwerpen zetten zij de eenendertigste maart 2012 een definitief punt achter het bestaan van X-Session. Zij geven nog één keer het beste van zichzelf die avond, omringd door hun talrijke fans én hun dansende en zingende collega’s: Regi, Bonzaï All Stars, The Mackenzie featuring Jessy, Paradisio en Good Shape. Presentator van dienst is Peter Van de Veire.

Maar het “soloverhaal” van Gene is bij dezen nog niet verteld. Dus… In 2002 brengt Gene samen met Wim Claes als de groep Coffee & Cream op het BMG-label de single All that matters uit. Dit was een idee van danser Serge van X-Session, die gewoon voor de pret samen met een zangeres iets op plaat wilde zetten, en Gene liet zich uit vriendschap graag voor die kar spannen. Wij zien hem opduiken in een cameorolletje in de videoclip die bij het nummer hoort, maar lang hoeven we daar niet stil bij te blijven staan. Een jaar later beslist Gene voor het volle pond voor zijn solocarrière te gaan. Hij kiest na samenspraak met Wim Claes voor een Nederlandstalig repertoire en schrijft samen met Wim en Jan De Vuyst het nummer Voor haar, opgedragen aan zijn toenmalige liefje, maar mag ik haar naam en verhaal even opsparen voor wat verderop. Gene sluit een platendeal met Mercury/Universal en als producer wordt Phil Delire aan het werk gezet. Mét resultaat, want de zesde december van 2003 staat Gene acht weken na elkaar met Voor haar op één in de Vlaamse Top Tien. De eenentwintigste februari geraakt hij met de nodige trots in de Radio 2 Top Dertig tot op plek twee. Een paar weken later wordt zijn kantoor al opgefrist met een gouden exemplaar. 2003 wordt ook privé een jaar om in te kaderen. Gene is intussen verliefd geworden op Kristel Verbeke van K3. Hij was haar al her en der tegengekomen, maar tijdens een VTM-cruise naar Isla Margarita leren zij elkaar beter kennen. Zowel Kristel als Gene hadden toen al een lief, maar de chemie tussen hen overheerste. Pas na een tijdje bellen zij elkaar, maken een eerste afspraak en, wat belangrijk is, hun hart was intussen bevrijd van hun vorige relatie. Van dan af ging het snel. Het is met haar voor ogen dat Gene zijn eerste solohit Voor haar schrijft en het is op haar aandringen dat hij het nummer ook als eerste op single uitbrengt. Zij bekronen hun liefde de zesde juni door te trouwen voor de wet en de dag nadien voor de kerk. Voor de succesvolle serie “Aspe” bij VTM zingt hij de titelsong Wees van mij, die Gene en Wim samen met Han Kooreneef (hitleverancier voor Marco Borsato) en Steve Willaert schrijven, wat ook zijn tweede single wordt, opnieuw een nummer één in de Vlaamse Top Tien, zelfs drie weken na elkaar. De zeventiende april vat Gene post op zes in de Radio 2 Top Dertig.

Omdat de fans ernaar uitkijken, verschijnt in de lente van 2004 zijn eerste soloalbum “Dichterbij”. In de Album Top Vijftig klimt die cd naar de vierde plaats. In het totaal gaan er vijfentwintigduizend exemplaren over de toonbank, dus ook goud! Met Alain Vande Putte schrijven Wim en Gunther voor dat album Kom wat dichterbij. Deze song krijgt iets meer body mee, wat meer rockgehalte. Gene moet nu wel in het Nederlands zingen en dat heeft hem heel veel moeite gekost. Door jarenlang in het Engels te zingen, plaatste hij zijn klanken niet juist en was het op bepaalde momenten zelfs niet om aan te horen. Maar hij wilde koste wat het kost in zijn moedertaal zingen en na lang oefenen en aandachtig luisteren, lukte het uiteindelijk toch. Kom wat dichterbij strandt in de Vlaamse Top Tien op de vierde plaats. In de Radio 2 Top Dertig zit er de eenendertigste juli een tweeëntwintigste plaats in. Omdat hij dol is op liveoptredens, trekt hij met zijn “Dichterbij Live Tour” door Vlaanderen. Gene is compleet verrast wanneer Marco Borsato hem vraagt om tijdens zeven van zijn tien concerten in het Sportpaleis in Antwerpen de boel op gang te trekken, met andere woorden het voorprogramma te verzorgen. Vanuit zijn rijke X-Sessionervaring neemt Gene dit voorstel met beide handen dankbaar en gretig aan. Met wat vertraging krijgt hij tijdens de Radio 2 “Zomerhit”-editie van 2004 de award van “Beste Lied” voor zijn gouden single Voor haar. De single Niet voor niets, die Gene samen met Wim en Han Kooreneef schrijft, geraakt in de hitlijsten niet verder dan een tipnotering. De veertiende januari 2005 wordt Gene vader van dochtertje Nanou.

Inmiddels is hij al druk bezig met het schrijven van nieuwe nummers voor zijn tweede cd “Evenwicht”. Hij vindt tussendoor nog de tijd om voor het album “Viva Tura” een versie op te nemen van Met rock & roll in mijn hart, dat Will ooit leende van de Franse zanger Julien Clerc. In het najaar van 2005 ligt het album “Evenwicht” in de winkel, veertien liedjes geschreven door Alain Vande Putte, Wim Claes, Han Kooreneef, Jan De Vuyst en Gene zelf, kortom het vertrouwde team volgens de vertrouwde formule. Zij nemen ook zelf de productie in handen. Er wordt opgenomen in de “ICP Studio” in Brussel, Studio Close in Haacht en Studio Caraïbes in Brussel. Ik wil jou werd vooraf met het oog op de zomer als single gereleaset. Het nummer heeft een behoorlijke dosis Clouseaugehalte en slaat aan, prijkt zelfs op twee in de Vlaamse Top Tien. In de Radio 2 Top Dertig zit er de twintigste augustus zelfs een vijfde plaats in. In de Top Tien is een tweede plaats weggelegd voor de daaropvolgende single Ik leef , in de Radio 2 Top Dertig goed voor een veertiende plaats. Uit datzelfde album verschijnen nadien nog Je danst met jezelf en Voor altijd samen zijn op single. De zevende januari 2006 staat hij in de Grenslandhallen met zijn programma “Gene Thomas In Concert”. In het Eén-programma “Zo is er maar Eén” zingt hij zijn versie van Paulien van Johan Verminnen. Om op Eén de voorrondes voor “Eurosong for Kids” op gang te trekken, met het oog op de finale in het late najaar in de Ethias Arena in Hasselt, neemt Gene samen met alle kandidaten het nummer Jong en eigenwijs op, dat hij samen met Alain Vande Putte schrijft. In de Radio 2 Top Dertig noteren we dat hij daar de veertiende oktober op plaats elf geparkeerd staat.Om de single aantrekkelijk te maken, staan er vijf verschillende versies op de cd. De tweeëntwintigste augustus ligt dat plaatje in de winkel. Tel daar een paar weken bij en dan vernemen wij dat de eenentwintigste september van dat jaar Gene voor de tweede keer vader wordt, deze keer van dochtertje Lily.

In 2007 verrast Gene ons met de Franse versie van zijn album “Evenwicht”. Yvan Coriat heeft al zijn Nederlandse teksten in het Frans vertaald voor de cd “L’équilibre” en Gene zingt alsof hij de taal van Molière perfect onder de knie heeft. Hij heeft via zijn platenfirma Universal in Frankrijk een platendeal weten los te weken, goed voor vier albums in het Frans, vier in het Nederlands. Zijn Nederlandstalige albums krijgen voorrang. Het is als wandelen in een doolhof, maar op zijn eerste Franstalige plaat “L’équilibre” staan de vertalingen van zijn eerste Nederlandstalige cd “Dichterbij”. Het nummer Sans boussole wordt als single uitgebracht. Gene gaat veel optreden in het voorprogramma van de Canadese zanger Garou, onder andere in Vorst Nationaal. Een Vlaming op een Franstalig podium. Garou is een Canadese zanger die op uitnodiging van Luc Plamondon de rol van Quasimodo zal vertolken in de Franse versie van de musical “Notre-Dame de Paris”. Plamondon is samen met Riccardo Cocciante de auteur van deze razend succesvolle musical. Maar dat Franse verhaal krijgt plots een negatieve wending wanneer de baas van Universal/Mercury Frankrijk moet opstappen en de nieuwe directie een samenwerking met Gene niet meer ziet zitten. Vaarwel contract, vaarwel Franse carrière, fin de l’histoire.

In 2009, we lopen even vooruit in de carrière van Gene, maar nu we het daarnet toch over hadden, zal hij in de kathedraal van Antwerpen opduiken tijdens de persconferentie van de Nederlandstalige versie van “Notre-Dame de Paris” om daar aan de verzamelde pers te vertellen dat hij de rol van Quasimodo voor zijn rekening neemt, daarbij geflankeerd door Sandrine in de rol van Esmeralda. De musical zal tijdens de maanden februari en april 2010 in de Capitole in Gent en de Stadsschouwburg in Antwerpen op de affiche staan.

 

(foto © Caitlin) We draaien de klok even terug, die digitaal aanwijst dat Gene in 2007 opnieuw te zien is in “Zo is er maar Eén”, deze keer met zijn versie van Onderweg van de Nederlandse groep Abel. Hij trekt tijdens de lente van dat jaar door Vlaanderen met zijn zeer gesmaakte tournee “Door en door”. Samen met zangeres Esther, tweede tijdens “Idool 2007″, brengt hij het Gordellied Geef kleur, waarin zij op zeker moment ook in het Frans en het Engels zingen. Er is ook nog de ballade Altijd duurt soms lang, die hij samen met Bart Herman schrijft en die zijn nieuwste single wordt. In 2008 zingt Gene Hey-yo superficiality in de Vlaamse jeugdfilm “Blinker en de Blixvaten”, geregisseerd door Filip Van Neyghem naar een verhaal van Marc de Bel met in de hoofdrollen Warre Borgmans en Kasper Vanbeginne. Vanaf de maand april trekt hij datzelfde jaar door Vlaanderen met zijn opvallende show “I love the eighties”, waarin hij, stevig omringd door vijf rockende muzikanten, tot eenieders verbazing de hits zingt van onder meer Bon Jovi, ZZ Top en Bryan Adams.

Als eindejaarscadeau biedt het weekblad Dag Allemaal in de maand december van 2009 exclusief het Engelstalige album “2BNEXT2U” aan de lezers aan. Het was niet de bedoeling dit nummer officieel in de markt te zetten, wat uiteindelijk toch gebeurt. Uit dit album wordt met veel bijval de single Heaven is calling getrokken. Achteraf bekeken zou Gene dit niet meer doen, want de fans van zijn Nederlandstalige repertoire geraken de kluts kwijt en lossen de rol. Gelukkig ziet Gene dit tijdig in en beslist hij voortaan nog uitsluitend in zijn moedertaal te zingen en geen te snel besliste zijsprongen meer te maken.

Omdat podia Gene sowieso aantrekken, staat hij in 2011 als presentator de “Anne Zomertour” aan elkaar te praten alsof het een lieve lust is. Samen met Wim en Steven Defraine pent hij nog maar eens een nummer één in de Vlaamse Top Tien bij elkaar. De achtste september van 2012 staat Mag ik altijd met je mee? bovenaan de Vlaamse hitlijst te pronken. In de Radio 2 Top Dertig valt het wat minder mee, daar strandt de single op de vierentwintigste plek. Hij haalt diep adem en is dolblij dat het Vlaamse publiek hem weer warm in de armen sluit. Intussen is Gene overgestapt naar het Kinglabel, verdeeld door platenfirma CNR. Er is ook een brandnieuw album “Ontvlambaar”. Gekozen wordt voor een stevige popaanpak. Als tweede singlekeuze daaruit wordt geopteerd voor Waarom?, dat Gene samen met Mark Vanhie (die in 1981 voor zijn groep The Bet de popklassieker Don’t talk to the liar schreef) heeft afgeleverd en dat als appetizer mag dienen voor zijn nakende theatertournee. Van september tot en met december neemt Gene deel aan de tv-serie “Expeditie Robinson” die plaatsheeft in Maleisië, gepresenteerd door Evi Hanssen en haar Nederlandse collega Dennis Weening. Bij de bekende Vlamingen zien wij naast Gene ook Aagje Vanwalleghem, Joke van de Velde en Zoë Van Gastel aan het werk. Gene struikelt in het zicht van de finale tijdens de aflevering van de zesde december. Hij wordt weggestemd omdat sommigen hem als een egotripper beschouwen, een ijdeltuit en vervelende vent, kritiek die hij maar moeilijk kan verwerken en slikken. Zijn deelname zorgt er wel voor dat hij ook bij onze noorderburen bekend geraakt.

In eigen beheer en op zijn Gene-iuslabel brengt hij met het oog op de zomer van 2013 en een brandnieuwe cd in de maand mei de single Dan gaan we dansen uit, een folky nummer dat hij samen met zijn vaste ploeg Steven Defraine en Wim Claes bij elkaar schrijft. Gene wil een nummer waarmee hij het publiek tijdens zijn liveoptredens op gang kan trekken, een overduidelijke commercieelgetinte keuze. Hij maakt volop sfeer als presentator bij de zender Anne, de digitale commerciële televisiezender in handen van Belgacom met een absolute voorliefde voor Vlaamse muziek. Dit ligt hem. Sinds 2001 doet Gene dit werk maar al te graag. Hij begon toen bij Ketnet, waar hij de “Ultra Top” aan elkaar praatte, nadien kwam hij aan zijn trekken als veejay bij TMF om vervolgens te presenteren voor VT4 en VIJFtv.

De negentiende oktober 2013 is er de single Omdat jij van me houdt, een slow pur sang, geschreven door Wim Claes, Gene en Steven Defraine. De single geraakt niet in de Vlaamse Top Tien. Dat lukt wel de vierentwintigste mei 2014 met Dat ben jij, eveneens van de hand van de daarnet genoemde heren en goed voor een negende plaats in de Vlaamse hitlijst. Op tekst van Stefaan Fernande schrijven Gene en Wim Claes samen Fata morgana, waarmee hij de zesde december 2014 tot op vier geraakt in de Vlaamse Top 50 van Radio 2. In 2014 besluiten de organisatoren van het “Schlagerfestival” in de Ethias Arena in Hasselt het gebeuren wat te verjongen. Zij vragen aan Gene Thomas om het geheel te presenteren. Jong talent zoals Elke Taelman is meer dan welkom naast oude rot in het vak Peter Koelewijn. Die nieuwe formule is zo’n meevaller dat aan Gene gevraagd wordt ook de presentatie eind maart 2015 voor zijn rekening te nemen.

In de maand mei van 2015 brengt Gene een nieuwe Nederlandstalige single op de markt Goud, een nummer van hemzelf geschreven samen met Stefaan Fernande en Wim Claes die samen met Gene ook de productie voor zijn rekening neemt.

Woensdag de 24ste juni 2015 wordt in het gezelschap van Will Tura tijdens een persconferentie in Blankenberge de cd “Vlaanderen zingt Tura” voorgesteld. In de studio van Hans Aalbers zingt Gene met veel verve zijn versie van Tura’s Hoop doet leven. De negende november 2015 duikt in de Vlaamse Top 50 de unplugged versie uit van Voor haar, in 2003 de allereerste grote hit voor Gene.

De vijfentwintigste maart 2016 brengt Gene de single Je weet niet half hoe mooi je bent uit. De melodie van het frisse lenteliedje had hij meteen in zijn hoofd en was het voor collega Jelle Cleymans een koud kunstje om de tekst te schrijven. Zelf omschrijft Gene de song als catchy, prettig en herkenbaar. “Als de mensen dat gevoel ervaren wanneer ze het liedje de eerste keer horen, dan ben ik heel tevreden. Dat was ook mijn missie. Als het lente wordt, dan zie je dat in het landschap. Dan voel je dat alles weer gaat bloeien, dat er prikkels loskomen en dat de mensen ook meer en meer naar buiten komen en met een glimlach rondlopen. Dat blije gevoel, dat zit in ‘Je weet niet half hoe mooi je bent’. Het riedeltje dat je hoort, dat zijn pure lenteklanken, klanken waar je echt vrolijk van wordt”.

Na zijn Engelstalige album “Heaven is calling”, brengt Thomas op vrijdag de 18de november 2016 zijn nieuwe cd “Warme Wintersongs” uit, deze keer volledig in het Nederlands gezongen. “Wellicht mijn meest emotionele tot nu toe. Ik ben tijdens het schrijven van de songs meermaals mezelf tegengekomen“, aldus Gene. Zo schrijft hij over het gemis van overleden vrienden, zijn oma en vooral zijn vader in Ik moet nu gaan. Jij gaat over de vrouw die hem het meest na aan het hart ligt, zijn echtgenote Kristel Verbeke. Het album bevat twaalf liedjes, een mix van uptemposongs en ballades, waaronder ook een nieuwe versie van Voor haar, waarmee in 2003 zijn Nederlandstalige carrière begon, gelijk goed voor zijn eerste gouden plaat.

Gene Thomas is altijd uit op een nieuwe invalshoek wat zijn carrière betreft en wil de vele facetten van zijn talent zo vaak mogelijk etaleren. Deze keer gaat hij met graagte in op een vraag van Comedy Central, een zender die vanaf de 1ste november 2015 24 uur per dag te bekijken is en pretendeert het grootste comedy-kanaal ter wereld te zijn. Een van hun producties van eigen bodem is “Celebrity Stand-Up”. Geen doorgewinterde stand-up comedians staan op het podium, maar twaalf bekende Nederlanders en Vlamingen. Met een dosis zelfspot en humor luchten ze hun hart en laten ze een totaal andere kant van zichzelf zien. In de loop van de maand mei van 2017 hebben de opnamen van het tweede seizoen plaats, met deze keer onder meer zakenvrouw-modeontwerper Olcay Gulsen, radio-dj Giel Beelen, zanger Brace, boerin Bertie, ex-profvoetballer-rapper Royston Drenthe, zanger Gene presentator Manuel Venderbos  en zanger Gene Thomas. Zij zijn de eerste celebrities die het lef hebben om het Celebrity Stand-Up podium te betreden met vlijmscherpe humor, persoonlijke anekdotes en een goede portie zelfspot. Comedian Martijn Koning keert dit tweede seizoen terug als presentator en staat de kandidaten bij achter de schermen. De show is vanaf 1 juni iedere donderdag om 22.00 uur te zien op Viacom-zender Comedy Central.

Maandag de 11de december 2017 laat Gene Thomas aan de pers weten dat hij vanaf de zomer van 2018 door ons land trekt met de “Vlaanderen Boven Band”. Gene  is de frontman-bezieler, die samen met zijn muzikanten grasduint in de roemrijke geschiedenis van de Nederpop. “Maar ook de Engelstalige- en anderstalige muziek die in Vlaanderen gemaakt is, komt aan bod: Soulsister, The Dinky Toys, Kae Ryan enz. We spelen alleen maar liedjes die mensen kennen en kunnen meezingen. Van Ik wil je, Ik hou van u schakelen we vlotjes over naar The Way To Your Heart en Désenchantéé, om te eindigen met ons slotlied Vlaanderen Boven van Raymond. Je zou denken dat de klemtoon voornamelijk op Nederlandstalige popmuziek ligt, maar dat klopt slechts deels, want met onze verrassende gastartiesten kleuren we soms ook wel eens buiten de lijntjes. Bij de Vlaanderen Boven Band is dat toegestaan”, aldus Thomas. Per show neemt hij twee gastartiesten mee, onder anderen: Mama’s Jasje, Loredana, Raf Van Brussel, Free Souffriau, Wim Soutaer, Barbara Dex  en Mathias Vergels.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2017 Daisy Lane & Marc Brillouet

Sam Gooris

Of hij nu op een overdekt podium staat te zingen in Oordegem, tijdens “Kai Pot” in Turnhout, in jeugdclub “De Spiraal” in Geraardsbergen, in een spiegeltent in Bunsbeek, in “De Europahal” in Tielt of in de “Ethias Arena” in Hasselt tijdens het “Schlagerfestival”, Sam Gooris voelt zich overal prima thuis, met nét voor zijn optreden nog snel een pintje en even vlug een sigaret, en oeps, hij is weer klaar om zijn fans een onvergetelijke namiddag of avond te bezorgen. Een slogan als “alles kits achter de rits” schuwt hij niet en dat maakt de sfeer alleen maar Vlaamser en volkser .

Sam wordt de tiende april 1973 als Sam Gooris in Bonheiden geboren in een gezin van drie jongens waarvan hij de jongste is. Alleen Sam blijkt muzikaal te zijn. Vader, luchthavenmeester in Zaventem, is een stevige fan van Fats Domino en moeder van Corry Konings wat haar niet belet tijdens een of andere crochetwedstrijd een liedje van haar idool te zingen. Op de Leuvensesteenweg in Muizen gaat moeder elke dag als haarkapster aan de slag. In het begin van hun huwelijk baatten zij nog in Muizen een café uit dat zij van hun ouders hadden overgenomen, maar na een tijdje doen zij dat van de hand en zoeken elk een andere job. Sam keek vroeger graag film, hij ging regelmatig naar de bioscoop en een van de eerste films die hij daar in 1978 ziet en een enorme indruk op hem maakt, is “Grease” met in de hoofdrollen John Travolta en Olivia Newton-John. Acteurs die zingen en dansen tegelijk, dat vindt Sam wel wat. HIj zal nooit vergeten dat hij tijdens een vakantie in de Ardennen, waar een avond werd georganiseerd waar de kampbewoners hun kunnen konden etaleren, onder luid applaus uit die film Greased Lightning zong.

Sam loopt lagere school in zijn geboortedorp Muizen in de buurt van Mechelen en trekt vanaf het vijfde leerjaar naar de Rijksmiddelbare school (RMS) in Mechelen-Stad. Maar Sam kan nergens zijn draai vinden. Hij loopt school tot zijn achttiende en passeert in die periode negen verschillende scholen. Niet dat hij geen brave jongen is, maar aan het onderwijs heeft Sam een broertje dood. Tussendoor volgt hij op zijn zeventiende een jaar lang notenleer aan het conservatorium van Mechelen. Omdat zingen hem wel ligt, volgde hij al vanaf zijn veertiende zangles met nadien dictie en logopedie. Na zijn achttiende gaat Sam in Mechelen de richting mannequin-fotomodel volgen via deeltijds onderwijs. Dat is gemakkelijk meegenomen, want hij moet maar twee halve dagen naar de les en voor de rest kan hij zich met zijn carrière bezighouden. Modeshows heeft Sam nooit gelopen en een aantrekkelijke snoet had hij niet om zich tijdens fotoshoots van zijn beste kant te tonen. Hij had de jaren voordien trouwens aardig wat klappen moeten incasseren, niet tijdens een café- of straatgevecht of zo, maar vanaf zijn negende tot zijn zestiende ging hij in zijn vrije uren samen met zijn twee broers boksen.

Wanneer het playbacken een rage wordt, springt Sam mee op de trein en kruipt in de huid van Urbanus, Toon Hermans, Michael Jackson en Freddy Mercury. Vooral Shakin’ Stevens draagt zijn voorliefde weg. Hij zal later tijdens zijn optredens veel van Shakin’s danspasjes overnemen. De hits  Mary Mary  en Oh Julie van Shakin’ Stevens krijgen tijdens die vele playbackshows vaak de voorkeur. In 1989 wint hij met deze imitaties zelfs een Belgisch kampioenschap. Het synchroon lippen met de liedjes van de artiesten in kwestie, wat niet altijd even gemakkelijk is, boeit Sam het meest. Iets later ontmoet hij studio-eigenaar en producer Jack Rivers die met hem een eerste plaatje gaat opnemen Laat mij nu zingen, geschreven door Angelo Crisci die eerder samen met Jean-Paul Furnemont J’aime la vie voor Sandra Kim had gecomponeerd. De Nederlandse tekst werd geschreven door Danny Breban uit Bilzen. Gedurende het eerste halfjaar wordt Johnny White de manager van Sam, maar dat is niet wat Sam ervan verwachtte. Hij moet vaak gaan optreden in “De Witte Hoeve”, een eigen zaak van Johnny, en die samenwerking ziet hij na een tijdje niet meer zitten en hij gaat voort met Jack Rivers als zijn manager en mentor. In 1989 duikt Gooris even in een kleine bijrol op in de film “Blueberry Hill” van Robbe De Hert met in de hoofdrollen Babette van Veen en Michael Pas. Sam speelt daarin de rol van Jean-Pierre Van Miert, een buitenbeentje op school, een rol hem op het lijf geschreven.

Vanaf 1989 gaat Sam dus in zee met Jack Rivers. Die had hij eerder dat jaar ontmoet in de coulissen van “Tien om te Zien” bij VTM tijdens een opname in Denderleeuw. Sam had een wedstrijd gewonnen waarbij hij een dag lang backstage dat televisiegebeuren mocht volgen. Op een bepaald moment hebben zij een stand-in nodig om een van de dansers te vervangen en Sam danst zich blijkbaar in de kijker, vooral in de kijkers van Jack Rivers. Twee dagen later doet Sam een stemtest in de studio’s van Jack, hij zingt daar Too Many Broken Hearts van Jason Donovan, en iets later ligt het al eerder genoemde Laat mij nu zingen in de winkel. Dat singletje wordt geen hit, maar levert Sam wel wat optredens op. Hij mag dat een eerste keer gaan zingen in taverne “Brazil” in Linden, toen uitgebaat door niemand minder dan zijn latere vriend Sergio.

In een poging te scoren, neemt Sam in 1990 singletjes op zoals Samen uit, samen thuis en Als ik zing, maar pas echt opvallen doet hij in 1991. Jack Rivers weet dat je met degelijke covers altijd opvalt. Hij laat Sam op tekst van Danny Breban en Patrick Renier, Gloria inblikken, in de jaren zestig een monsterhit voor de band Them, toen onder aanvoering van Van Morrison. Qua noteringen in de Vlaamse Top Tien is het wachten tot de single Ze is zo lief voor mij en een eerste nummer één heeft Sam de eerste februari 1992 met het liedje Marijke beet, een originele song geschreven door Dennis Peirs en Patrick Renier en voorzien van een stevige, maar brave dancebeat. Toen Sam de demo te horen kreeg, moest hij meteen aan My Day Will Come van The Dinky Toys denken, maar dat was eerder toeval dan opzet. Geen plagiaat dus. Vlaanderen lust dit als zoete koek. In het totaal gaan er vijfentwintigduizend exemplaren over de toonbank. Sam krijgt een gouden plaat en schenkt die meteen aan zijn ouders omdat zij erg veel voor zijn carrière hebben betekend. Die gouden plaat heeft trouwens jarenlang in hun living gehangen. Van Coca-Cola Footwear krijgt Sam het aanbod om voor de Benelux promotie te gaan voeren. De optredens rijgen zich van dan af aan mekaar. Op een bepaald moment trad hij tijdens één weekend zeventien keer op. Een hels tempo dat hij niet kan blijven volhouden. Datzelfde jaar wordt zijn eerste album uitgebracht met daarop twaalf liedjes waaronder zijn eerder uitgebrachte singles en ook zijn volgende hit Kom mijn liefste meisje geschreven door Raymond Felix, goed voor een derde plaats in de Vlaamse Top Tien. Het volksliedje Zeg Kwezelke in een bewerking van Patrick Renier wordt de volgende gok, maar een hoogvlieger kan je dit nummer bezwaarlijk noemen. Gooris is nog op zoek naar zijn juiste richting. Op het einde van 1992 staat hij hoog genoteerd in de Vlaamse Top Tien met Jij bent nu zeventien geworden, een vertaling van Seventeen Tomorrow door Ke Riema en in 1961 al een hit voor Will Tura. Diezelfde maand brengt Sam, speciaal voor zijn jongste fans die talrijk naar zijn optredens kwamen en op aanraden van Jack Rivers het album “Voor Kinderen” op de markt met liedjes zoals Mama is jarig, Dat is vakantie en Met opa op stap. Op dat album staan op verzoek van de jonge fans ook een aantal van zijn hits in karaokeversie.

Twee jaar later is er het album “Kom Terug” met daarop de titelsong Kom terug bij mij en twee versies van de hit Wooly Bully: een eerste maal in een discoversie en een tweede maal in de ei zo na originele sixtiesversie, al staat die onvertaald op het actief van Sam The Sham & The Pharaohs die daar in 1965 wereldwijd een hit mee scoorden. De drieëntwintigste april 1994 staat Sam met Wully Bully, vertaald door Jo De Clercq alias Jo met de Banjo,  op één in de Vlaamse Top Tien en zal daar zestien weken lang  in blijven rondcirkelen. Inpikkend op het WK Voetbal maakt Sam er dat jaar een tweede versie van opgedragen aan Josip Weber, topscorer op dat moment in de Belgische competitie.

Na Wully Bully pakt Sam op tekst van Jo De Clercq uit met een bewerking van de hit Baby Come Back waarmee de Britse Equals in 1968 een internationale hit scoorden. Wel geen nummer één in de Vlaamse Top Tien, ook niet de opvolger Waar is mijn meisje. Wél raak is het de tweeëntwintigste juli 1995 wanneer Sam Vlaanderen inpalmt met zijn versie van Gimme hope Jo’anna van Eddy Grant (voormalig lid van The Equals). In een vertaling van Yvan Brunetti  wordt dat Laat het gras maar groeien. Het is tevens de titel van een album dat in 1995 in de markt wordt gezet met daarop tevens de volgende singles Verlaat me nooit van Salim Seghers en Josefien dat wij oorspronkelijk kennen als My Girl Josephine van Fats Domino.

De vijfentwintigste mei 1996 is het weer redelijk bingo wanneer Sam schittert met een vertaling van de hit Mademoiselle Ninette van The Soulful Dynamics, een Liberiaanse groep die vanuit Duitsland in 1970 de wereld probeerde te veroveren met dit liedje. Vele jaren later zal Sams veel jongere collega Matthias Lens dit op zijn eerste cd zetten. Na een aantal interne discussies waarover noch Sam noch Jack iets kwijt willen, gaan beiden met slaande, zij het gedempte deuren in 1996 uit elkaar. In de maand april wordt in de slipstream van die scheiding nog snel het album “De beste van Sam Gooris” op cd in de markt gezet.

Sam gaat van dan af verder onder de vleugels van Valère Pieraerts van het bekende theaterbureau King waar intussen ook Clouseau en Isabelle A een veilig onderkomen hebben gevonden. Qua platenfirma vindt Sam onderdak bij CNR en worden zijn platen door Arcade verdeeld. Hij gaat samenwerken met de schrijvers Mon ‘ S Jegers en Berre Bergen (van De Kreuners) en komt zomers op de proppen met het dansante Sammaranja (Tico Bolero) dat ondanks de verwachtingen niet echt aanslaat. Begin 1998 maken beide heren Sam een beetje onsterfelijk door het nummer Basketsloefkes dat we intussen wel een Goorisklassieker mogen noemen. Qua tekst heeft Sam mogen meetekenen. “Op m’n sloefkes” is de titel van zijn volgende album met daarop ook de volgende singles Oehlala-hé Manuela, Vlieg er maar in en Ambiance, ambiance. Er staan ook covers op van bekende hits waaronder Doo Wah Diddy van Manfred Mann en D.I.S.C.O. van Ottawan. Privé zit het Sam keihard mee. Hij leert tijdens een aflevering van “Sterrenslag” in Oostende de dochter van Jean-Marie Pfaff kennen, Kelly, met wie hij zich één maand en tien dagen later al verlooft. Nog wat later trouwen zij in Zwitserland. De tiende mei 2000 wordt hun dochter Shania geboren en de vierentwintigste maart 2001 hun zoon Kenji.

In 1999 verrast Sam ons met zijn versie van Comment ça va dat in 1983 in de Lage Landen al een hit was geweest voor de Nederlandse groep The Shorts, in die tijd jonge gasten van om en nabij de zeventien. Een vierde plaats in de Vlaamse Top Tien bewijst dat Sam zijn voeling met de smaak van het Vlaamse publiek nog niet heeft verloren. Dat bewijst hij ook in de zomer van 2000 nog maar eens met een bewerking van het volksliedje Ik heb de zon zien zakken in de zee in een bewerking én productie van Wim Claes. Feesten als de beesten doet het ook niet onaardig en een voltreffer tijdens zijn liveoptredens wordt de daaropvolgende single Wij zijn de mannen, opnieuw een traditional deze keer bewerkt door Wim Claes samen met Gene Thomas. Hiermee heeft Sam voor een poos zijn bekendste hits neergezet. Nadien gaat de hitkaars wat lager branden.

Van 2002 is Sam aan de zijde van de familie Pfaff te zien in de realitysoap “De Pfaffs” op VTM, voor het merendeel opgenomen in de villa van de Pfaffs in Brasschaat. Deze reeks, in een productie van Eyeworks, gaat de zesde september bij VTM van start en zal ook in Nederland te zien zijn via AVRO, RTL4 en RTL7. Daar blijft het qua televisiewerk niet bij. Samen met Kelly presenteert hij voor JIMtv het programma  “Sam & Kelly” waarin zij bekende vrienden op de koffie krijgen. In april 2003 is Sam te zien bij VTM als vliegende reporter in het programma ” De keuze van de kijker”. Dit programma valt echter bij de kijker niet in de smaak en wordt snel afgevoerd. Vanaf oktober 2005 duikt hij bij diezelfde zender een jaar lang op als presentator van het populaire jeugdprogramma “Schuif af”, nadat Ingeborg het voordien zestien jaar lang heeft gepresenteerd. Omdat het medium televisie hem wel ligt, zien we Sam tijdens 2006 in een editie van “Sterren op de dansvloer” in de armen van zijn danspartner Ellen Ekkart. Zij eindigen als voorlaatsten. Winnaars dat jaar worden Dina Tersago samen met haar latere vriend Wim Gevaert. Dat jaar scoort Sam wel nog een keer in de Vlaamse Top Tien en dat met het liedje Een sms’je doet geen zeer, een Nederlandse tekst van Bart Van den Bossche op de reggaehit Sweat (A la la la la song) van Inner Circle die daar in 1992 een vette hit mee op het droge hadden.

Sam en zijn familie spelen in 2006 een bescheiden rol als fietsers in de bioscoopfilm “Plop in de stad” ( de zesde langspeelfilm van Kabouter Plop) in een productie van Studio 100, naar een scenario van Gert Verhulst en Hans Bourlon, en in een regie van Matthias Temmermans. In de hoofdrollen herkennen we Walter De Donder, Chris Cauwenberghs, Aimé Anthoni en Agnes De Nul.  Twee jaar later duikt Gooris op bij de VRT in het Eén programma “Zo is er maar één” waarin hij zijn versie neerzet van de Toasthit Ik schreeuw het van de daken. Hij maakt vanaf 20 oktober tot en met 23 december 2008 ook deel uit van de jury van de muziekwedstrijd van Nickelodeon “Superster-The Family Battle” en dat aan de zijde van Sandrine en Achmed Akkabi.

De vijfentwintigste juni 2011 geraakt Sam Gooris tot op de vijfde plaats in de Vlaamse Top Tien met Besame mucho, een cover op tekst van Jacques Zwart van de gelijknamige hit van de groep Easy Connection, in een productie van Lex De Groot die ook met De Smurfen, Nicole en Hugo, M-Kids en Xandee samenwerkte. De tiende juni 2011 trakteert Sam zijn fans op een gloednieuw album “Ambiance in De Lage Landen”, in een productie van Lex De Groot, met daarop twaalf ambiancemakers. Zes Vlaamse en zes Nederlandse klassiekers die Sam op de hem zo eigen manier heeft bewerkt: Besame mucho, Zomersproetjes, Saragossa, Per spoor, Drink rode wijn, Marijke enz… De vijfentwintigste juni staat Sam met dit album op de eenentwintigste plaats in de Ultratop Album 200. Zelf zegt hij daarover:De nieuwe plaat wordt mijn grootste ambiancealbum ooit, zeker weten. Samen met mijn entourage en producer heb ik twaalf knallende meezingers uitgekozen. Stuk voor stuk klassiekers die we in een fonkelnieuw jasje hebben gestoken. Onder meer Rocco Granata, De Kreuners Guus Meeuwis en Frans Bauer passeren de revue. Allemaal collega’s naar wie ik opkijk omdat ze in het verleden iets bewezen hebben.”

De eerste januari 2012 betekent het einde van de Vlaamse realitysoap “De Pfaffs”. Tien jaar lang hebben we het dagelijks leven van ex-doelman Jean-Marie Pfaff en zijn familie op de voet kunnen volgen. De reeks was in het totaal goed voor tweehonderdtweeënzeventig afleveringen.

Sam deelt in 2012 op dertig en eenendertig maart en op een, zes en zeven april samen met Frans Bauer het podium van het “Schlagerfestival” in de “Ethias Arena” in Hasselt en dat met onder meer De Romeo’s, Samantha, Christoff, Willy Sommers, Dana Winner en Bart Kaëll. Het jaar voordien stond Sam daar op een, twee en drie april trouwens ook al sfeer te scheppen aan de zijde van Jan Smit, Laura Lynn, The Sunsets, Eddy Wally en Willeke Alberti. De twaalfde december 2012 gaat de film “K3 Bengeltjes” zowel in België als in Nederland in première. Bijrollen zijn er weggelegd voor onder anderen: Jacques Vermeire, Sam Gooris en Chris Van den Durpel. De regie is in handen van Bart Van Leemputten. Sam speelt de rol van Carlo, fan van Karen. Als aanloop naar die film wordt de K3-single Waar zijn die engeltjes?  ingeblikt, de dertigste juni op één terug te vinden in de Vlaamse Top Tien.

De negende februari 2013 staat Sam zelf op één in die Vlaamse Top Tien met de meezinger Feesten met de Sam, geschreven door Slavko Avsenik en Charlotte Therssen, daarbij geruggensteund door The Sunsets en Frans Bauer. Op het einde van dat jaar duikt Sam verrassend op in de hitlijsten met Dans met mij, een nummer van Johan Vorster en Ewald Coleske in een productie van Lex De Groot.

Gooris mag zich eens lekker laten gaan en het publiek amuseren op dinsdag de tweeëntwintigste juli 2014 op het Sint-Baafsplein tijdens de Gentse Feesten. Hij staat dat jaar uitgerekend vijfentwintig jaar op de planken. Al die jaren blijft hij optreden voor zo’n vijftienhonderd euro voor een halfuur zingen, live on tape. Hij is daar best tevreden mee. Sam zelf heeft geen benul van hoeveel er op zijn bankrekening staat. In Story van de maand september lezen we dat hij naar eigen zeggen nooit met geld bezig geweest en er ook geen benul van heeft hoeveel er op zijn bankrekening staat. “Kelly is daar veel beter in: ze steekt de rekeningen die binnenkomen in envelopjes, schrijft er een betaaldatum op en legt die op mijn bureau. Ik zorg dan dat die hele papierwinkel bij de boekhouder terechtkomt.” Over Kelly gesproken. De tiende november bloklettert “Het Laatste Nieuws”, “Droom Sam komt uit: Kelly Pfaff trouwt voor de tweede keer.”  De Vlaamse Kelly Pfaff (37) en Sam Gooris (41) zijn voor de tweede keer in het huwelijksbootje gestapt. De twee reisden af naar Las Vegas om de droom van zanger Sam waar te maken. “Dochter Shania en zoon Kenji waren bij de huwelijksvoltrekking aanwezig”, meldt het Vlaamse weekblad “Story”. “Sam heeft er altijd van gedroomd om te trouwen in een typische Elviskapel in Las Vegas”, aldus Kelly. “Het is mooi dat onze kinderen er nu bij kunnen zijn, want zij zien elke dag hoe graag we elkaar zien. Al vragen ze ons af en toe ook of wij ooit gaan scheiden, omdat we dat rondom ons vaak zien gebeuren. Zeg nooit nooit, maar dat we onze huwelijksgeloften hernieuwen, zegt genoeg.”

Qua singles is het wachten tot de achtentwintigste april 2015 wanneer Sam zijn fans verrast met het dansante Dansen op de tafels en daarmee meteen doorstoot naar de eerste plaats van Family’s “Vlaamse Top Vijftien”. Het is een cover van Dans op die tafels van de Zuid-Afrikaanse zanger Kurt Darren die het schreef samen met Hunter Kennedy, Don Kelly en Marc Brendon. In de Vlaamse Top 50 vinden we hem de 9de mei terug op de 27ste plaats. Iets voordien, de zevenentwintigste, achtentwintigste, negenentwintigste maart en de derde en vierde april, stond hij nog op het podium van het “Schlagerfestival” in Hasselt samen met onder meer Tom Waes, Laura Lynn & The Lynn  Sisters, De Romeo’s, Willy Sommers, Luc Steeno en Sandra Kim.

Om de muzikale smaak van Sam beter te leren kennen, kon je op Radio Nostalgie luisteren naar het programma “De platenkast” met Stefan Ackermans. Daar kwamen we te weten dat Sam tuk is op The Way You Make Me Feel van zijn idool Michael Jackson, Connected van Stereo Mc’s (de dag dat hij dit voor de eerste keer hoorde, werd hij net eenentwintig), Let me entertain you van Robbie Williams (Sams ideale plaat om een feestje mee te beginnen), It’s my life van Bon Jovi, Hotel California van The Eagles en niet te vergeten de openingsdans van zijn huwelijk You’re still the one van Shania Twain, naar wie hun dochter werd genoemd.

Donderdag de 25ste juni 2015 staat Sam op de affiche van “Pennenzakkenrock” aan het Zilvermeer op het Provinciaal Recreatiedomein te Mol. Hij deelt daar de affiche met onder anderen Laura Omloop, Emma Bale, Regi, Maarten Cox, Gene Thomas, D.J. Wout en de KetnetBand.

In het najaar van 2017 wordt Sam door Vier uitgenodigd om te zetelen als jurylid tijdens het 15de seizoen van “De slimste mens ter wereld”. Daarover lezen we in TV-Familie. “Vorig jaar kon je Sam Gooris opmerken tussen de deelnemers van De Slimste Mens, maar dit jaar wordt hij gepromoveerd tot jurylid en neemt hij plaats naast oude rotten in het vak als Jeroom en Philippe Geubels. Nerveus is hij echter niet. “Mannekes zeg, wáárom zou ik daar in godsnaam nerveus voor zijn? Ik ga gewoon mezelf zijn, zoals altijd. En voor de rest: we zien wel, hé.” Hij zei meteen ja toen Erik hem vroeg. ”Ik was vorig jaar kandidaat in De Slimste Mens, en het leek mij wel tof om eens in de jury te zitten. Tijdens mijn aflevering vorige keer waren Karen Damen en Marc-Marie Huijbregts de juryleden. En amai, ik heb toen zo hard met hen gelachen… Dus ja, ik heb direct ‘ik doe het’ tegen Erik gezegd.”. De 19de oktober was het meteen lachen geblazen toen Sam aan de zijde zat van Marc-Marie. Hij laat tevens weten dat hij vanaf vrijdag de 23ste maart 2018 te gast zal zijn tijdens het Schlagerfestival in “Ethias Arena” te Hasselt met op de affiche onder anderen Christoff, De Romeo’s, Coco Jr. en Umberto Tozzi.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2018 Daisy Lane & Marc Brillouet

Get Ready!

Wie had ooit durven denken dat Get Ready! na al die jaren nog een comeback zou plannen? En met zo’n rotsvaste overtuiging. In 2017 serveren ze hun fans al meteen de verzamelaar “Get Ready! XXI”, tweemaal 21 songs, beginnend met Diep en eindigend met Silent like the rain. Het getal verwijst ook naar het feit dat de groep 21 jaar geleden werd opgericht. Het bijbehorende boekje geeft meer uitleg. “Het is goed om even achteruit te kijken en stil te staan bij een onwaarschijnlijk succesverhaal. Een uniek fenomeen, dat is de groep al sinds de start in 1996. Gouden en platina cd’s aan de lopende band, talloze enthousiaste fans, tournees door Zuidoost-Azië en Zuid-Amerika. Wegen scheiden zich, mensen slaan andere richtingen uit. Toch hebben Jimmy, Koen, Jean-Marie en Glenn elkaar nooit helemaal losgelaten. Ook al zagen ze elkaar jaren niet meer, toch ging de verbondenheid tussen hen nooit helemaal verloren. Zij hebben de draad weer opgepikt en gaan er samen weer voor alsof er nooit een pauze is geweest en met mooie toekomstplannen in overvloed. Voor hen is één ding zeker: er komt nooit een afscheid.” De vierde maart 2017 staat “Get Ready! XXI” op vier in de Ultratop Album 200 en hebben ze duidelijk hun tweede hitadem gevonden.

Maar bij dezen naar het prille begin, terug naar 1996 toen voor de vier jongens Get Ready! nog op het getouw moest worden gezet.

Eind jaren tachtig, begin jaren negentig ontstond er in Amerika en in Engeland een nieuw fenomeen, dat van de boybands, met voorop Backstreet Boys, New Kids on the Block, *NSYNC en Take That. Er goed uitzien en kunnen dansen was belangrijk, maar je moest ook een aardig toontje kunnen zingen. Sommige waren met z’n vijven, maar vier was ook al zat. Dat succes moet een doorn in het oog geweest zijn van het platenlabel “Play That Beat!”, in 1988 opgericht door Théo Linder en Marc Debouvier. Zij gingen in Vlaanderen op zoek naar enkele jongens met wie ze zo’n boyband konden oprichten. Ze plaatsten in de Joepie een advertentie, waarop aardig werd gereageerd en waaruit Jimmy Samijn uit Etterbeek (danser bij The Groovies en gedurende twee jaar werkzaam bij Electrabel), Koen Bruggemans uit Leuven (zat toen in het promoteam van Radio Donna en studeerde voor onderwijzer), Glenn Degendt uit Mechelen (dook vaak op in het dansgroepje achter Bart Kaëll en Luc Steeno, en was daarnaast werkzaam in de horeca) en Jean-Marie Desreux uit Moeskroen (voormalig danser en fotomodel) uiteindelijk geschikt werden bevonden. Jimmy herinnert zich nog dat hij tijdens zijn auditie bij Marc en Théo Let it rain van East 17 zong. Glenn weet nog dat hij persoonlijk werd aangesproken om aan die auditie mee te doen. Marc had hem ergens zien optreden en was wel geïnteresseerd. “Hij stak me een half gescheurd blaadje papier toe met daarop zijn telefoonnummer. Ik heb dan maar snel gereageerd en even later mocht ik bij de groep aansluiten.” Koen werd getipt door Donna-medewerker Marc Pinte, die samen met hem naar Marc en Théo trekt. In eerste instantie hadden de jongens vernomen dat ze deel zouden uitmaken van een groep die in het Engels zou zingen. De keuze was snel gemaakt, want uiteindelijk namen maar vijf zangers aan de selectie deel. In groep werd nadien tijdens een volgende auditie More than words van Extreme gezongen en moest er gedanst worden. Vreemd genoeg was het Jean-Marie Desreux, een jongen met wat danservaring, die bij hem thuis een danstest afnam en ook zijn oordeel moest vellen, waardoor de andere jongens dachten dat het eerder om een grap dan om een ernstig voorstel ging.

Er wordt niet lang stilgezeten. Meteen trekt Get Ready! naar een piepkleine studio. “Die lag boven een verfwinkel. Dat was een klein hok met vrij eenvoudige apparatuur. Ze hadden daar alleen maar datcassettes. Dus knippen kon niet. Zong je fout, dan moest je opnieuw beginnen. Het was voormalig VRT-technicus Mon ‘s Jegers die het nadien gemixt en geproduceerd heeft. Die opname was heel stresserend, want we waren het inzingen van liedjes niet gewoon. We hebben daar toen aardig wat liters gezweet“, aldus Jimmy. Glenn weet nog waar hun groepsnaam vandaan komt. “In de wachtruimte stond een oude jukebox met daarop onder meer een single van The Temptations, Get ready uit 1966“, waarop Koen inpikt met het verhaal dat ze een aantal liedjes thuis op een democassette geleverd kregen en nadien in de studio toch wel voldoende inspraak hadden in hoe ze het nummer het liefst zouden zingen. De taken werden binnen de groep snel verdeeld. Jean-Marie hield zich met de kleding bezig, Jimmy en Glenn met de liedjes en de vocale uitwerking daarvan, Koen nam met enkele medewerkers de fanclub onder handen: het beantwoorden van de brieven enzovoort. Hij was ook diegene op het podium die het publiek het beste kon entertainen. Hij kon ook alles vlot aan elkaar praten.

Het eerste nummer waar Get Ready! mee scoort is Diep, geschreven door Roland Verlooven. De zeventiende februari 1996 staan ze ermee op één in de Vlaamse Top Tien en de dertigste maart op vijf in de Top Dertig. Meteen goed voor een eerste gouden exemplaar. Vol trots geeft Jimmy toe dat die gouden plaat na al die jaren nog steeds bij hem op zijn kantoor hangt. Bij Glenn siert dat exemplaar de trappenhal bij zijn ouders en Koens eerste gouden exemplaar hangt nog steeds bij moeder thuis. De tweede september verschijnt van Diep een dansante versie in het Engels op tekst van Patrick Edenberg (Pat Reiniz), Deep (so deep).

De opvolger Laat is voor Get Ready! ook een topper van formaat. De achtste juni 1996 piekt dit nummer van Roland Verlooven op één in de Vlaamse Top Tien en de zesde juli op twee in de Ultratop 50. In 2012 zal de groep de Pitaboys dit coveren, featuring Get Ready!, in een productie van Diego De Mol en Andres Romero, maar een hit wordt er niet gescoord. “Laat moest een beetje een blauwdruk worden van Diep; ook productioneel leken ze op elkaar. Roland had niet veel nodig om zich in onze leefwereld in te werken. Die snapte meteen welke kant hij muzikaal en tekstueel met ons uit moest”, aldus Jimmy. Qua danspasjes werkten ze in die tijd veel samen met choreografe Larissa Ceulemans (Def Dames Dope). “Voor mij was dat een nachtmerrie“, zegt Koen lachend. “Ik had voordien nog nooit gedanst. Voor Glenn en Jimmy ging dat makkelijker, want die dansten voordien bij The Groovies, maar ik weet nog dat ik die eerste keren de dagen nadien bijna niet meer kon lopen, zo stram en stijf waren mijn spieren. Larissa paste zich qua danspassen wel snel aan onze mogelijkheden aan.” Naarmate de tijd verstreek, kregen ze natuurlijk dat dansen vlotter in de benen en werd het almaar plezanter.

Tijdens de zomer van 1996 rijgt Get Ready! tijdens “Zomerhit” van Radio 2 in Blankenberge de prijs van “beste debuut” overhandigd. Wat deed dat succes met de jongens? We beginnen bij Jimmy: “Dat jaar veranderde alles aan ons leven. Wíj veranderden niet zozeer, maar de mensen gingen zich naar ons toe anders gedragen. Je moest voortdurend voor alles en nog wat op je hoede zijn. Vooral wat je vertelt in interviews vooraf goed afwegen.” Glenn vond het soms wat gênant. “Als we moe waren en tussendoor wat stoom wilden aflaten bij het drinken van een pint of zo, bleven de mensen aandringen om met ons te praten en zo. Ze hadden niet door dat we even met rust gelaten wilden worden. Dat irriteerde ons soms. Je moest dan opletten dat ze je niet als een dikke nek gingen beschouwen. Maar niemand van ons ging door dat enorme succes dat ons overkwam naast zijn schoenen lopen.” Jimmy voegt daar graag aan toe: “Het was altijd mijn droom geweest dit te mogen en te kunnen doen. Ik was nog maar net 22. Je had het gevoel alsof niemand je nog kon raken, je had immers iets bereikt. Ik voelde me sterk en meer zelfverzekerd, vooral op het podium. Met dat succes in de zeilen ging plots ook alles beter en makkelijker. Dat enthousiaste publiek krikte je helemaal op.” Glenn had het tegenovergestelde. Die trok zich liever terug, was eerder timide.

De vijfde oktober 1996 staat Get Ready! opnieuw op één in de Vlaamse Top Tien, deze keer met Vuur (Diep in mij). Roland Verlooven heeft blijkbaar zijn werk gedaan, want deze keer wordt hun hit geschreven door Pat Reiniz, op tekst van Dennis Peirs, beter bekend als Jo met de Banjo. Pat Reiniz is de alias van de Zweedse producer Patrick Edenberg, die met zijn groep Rednex in 1994 de hit Cotton Eye Joe scoorde. “Ik weet nog goed“, zegt Glenn, “dat ik op die muziek ook een tekst had geschreven. De oorspronkelijke titel van het demonummer was Just too good to be true. Bleek achteraf dat mijn tekst veel te ernstig klonk.”

De drieëntwintigste oktober 1996 stelt de groep haar eerste album “Get Ready!” voor. Naast hun drie nummer 1-hits bevat deze plaat onder meer een duet met Petra Dance across the floor en een dansversie van de Richard Marx-hit Right here waiting. Zij zongen dat laatste al tijdens hun optreden in de originele trage versie, maar hun manager Marc stond erop dat ze voor dit album een dansante versie inblikten met als titel Wachten op jou, op tekst van Dennis Peirs. Voor het merendeel van de liedjes wordt de leadstem van Jimmy ingezet, behalve voor Vuur en Wachten op jou, wanneer Glenn samen met Jimmy mag duelleren. De negende november staat het album, verdeeld door Virgin, op één in de Ultratop Album 200. Het album zal daarin tot de dertigste augustus 1998 genoteerd blijven, 44 weken na elkaar. Het album werd ei zo na, op een paar duizend exemplaren na, driemaal platina. In het gezelschap van een aantal lezers van Joepie wordt dat exemplaar hun aan boord van een Flandria-boot tijdens een rondvaart op de Schelde overhandigd.

In die tijd werd er lekker veel en snel geld verdiend. Elke week een volle agenda. Jimmy: “Alles werd keurig door vijf verdeeld, onze manager incluis. Daardoor hadden we niet veel ruzie en hebben we het ook een behoorlijke tijd met elkaar kunnen volhouden.” Bij Koen gingen de centen keurig aan de kant: “Mijn moeder heeft voor mij alles aan de kant gehouden. Ik heb daar jaren nadien een huis mee gekocht en de inboedel. Al had ik met mijn geld beter meteen een appartementje aan zee gekocht en dat nadien met wat extra winst verkocht. Dat was misschien een betere belegging geweest dan het op mijn spaarrekening te zetten.” Glenn geeft grif toe dat ze niet alleen spaarden, maar er ook rijkelijk naar leefden. Af en toe inden ze geld in het zwart en dat spendeerden ze dan snel aan dure kleren of, tijdens hun schaarse vrije tijd, aan dure buitenlandse reizen.

Get Ready! wordt door Will Tura uitgenodigd om samen met hem op te treden tijdens “Symfonie III” in Vorst. Tura was daar de achtste, negende en tiende november te gast. Het is Koen die er zich blijkbaar nog het meest van kan herinneren: “Luc Appermont had ons voordien uitgenodigd om als verrassing Moa ven toh te komen zingen in het programma ‘Het Mooiste Moment’, waar die avond Will Tura centrale gast was. Wij brachten dat daar in een iets aangepaste versie. Hij heeft ons dan nadien in Vorst uitgenodigd en die ervaring was onvergetelijk. Samen met een groot symfonisch orkest en vooral geweldig veel volk. Zelfs wij stonden perplex. Prinses Astrid was er te gast en zij kwam ons nadien samen met haar kinderen groeten.” Van dat liveoptreden verschijnt iets later de single Moa ven toh – Vuur diep in mij. Dat nummer vinden we ook terug op de gelimiteerde versie van hun album “Get Ready!” met als extra’s onder meer de in het Engels gezongen nummers So far away, Deep en Right here waiting. We horen toch aan te stippen dat Get Ready! aanvankelijk het plan had opgevat uitsluitend in het Engels te zingen. Maar “Tien om te Zien” was in die tijd erg populair en door in het Nederlands te zingen, kon je in die periode vaker op televisie komen en dus besloot manager Marc dan toch maar om Get Ready! in onze moedertaal te laten zingen. Dat was meer op zeker spelen. Die Engelstalige versies op het album waren dus al eerder opgenomen en nadien werd besloten die dan toch maar als bonustracks aan die gelimiteerde editie toe te voegen.

De zesde december 1996 staat Get Ready! met hun vierde single Wachten op jou op één in de Vlaamse Top Tien, een vertaling door Dennis Peirs dus van Right here waiting van Richard Marx. Hun manager stond erop dat zij sowieso als opvolger van hun vorige single met een uptempo nummer op de markt kwamen en het moest meteen herkenbaar zijn. Koen vult aan: “We zongen Right here waiting al tijdens onze optredens, maar dan de trage versie, en we moesten na Vuur uitpakken met een meer catchy nummer en zodoende werd het tempo van deze Amerikaanse ballad wat opgedreven.” Van Wachten op jou wordt er in 1996 voor de fans een speciale box uitgebracht met drie remixen: de originele singleversie, de remix en de DLM-remix. Daarnaast het nummer Moa ven toh en een Get Ready!-interview.

Het kan vreemd lijken, maar de jongens van Get Ready! voelden in de kleedkamers backstage tijdens diverse optredens almaar meer de jaloerse blikken van hun collega’s op hen gericht. Jimmy beseft dat nu pas, zoveel jaren later. “Ze hadden ons daarvoor gewaarschuwd. Dat we volop van ons succes moesten genieten, want dat ze ons onderuit zouden halen als ze daartoe de kans kregen. We noemen geen namen, maar hadden sommigen het lef gehad, dan hadden ze ons de nek omgewrongen.”

1997 staat in de annalen van Get Ready! gegrift als een topjaar. De vijfde april staan ze op één met de single Dromen, een nummer van Phil Harding, Ian Curnow, Andy Caine en Armath, alias Roland Verlooven. De eenentwintigste juni brengen ze hun allergrootste hit uit – al zal dat pas later blijken – want Marjolijn, op tekst en muziek van Kries Roose, houdt vreemd genoeg halt op de tweede plaats in de Vlaamse Top Tien. Jimmy was niet zo tuk op die song: “Eerlijk gezegd was het niet mijn favoriete nummer. Wat gaan we nu doen?, dacht ik toen ik het nummer in demoversie hoorde. Ook de andere jongens hielden er niet zo van, maar het is wel onze bestverkochte single ooit geweest. Nog altijd kennen de meeste mensen de tekst en kunnen ze het zo meezingen. Het is nog steeds een leuk nummer om live te brengen, want het drijft de ambiance steeds naar een hoogtepunt.” Glenn voegt toe: “Als de jongeren het tegenwoordig over Get Ready! hebben, reageren ze nogal eens zo van: ‘ik ken daar geen enkel liedje van’. Tot je naar Marjolijn verwijst, dan zijn ze meteen mee. Ze zijn intussen wel vergeten dat we in het totaal elf nummer 1-hits op het droge hebben. Wijzelf gaan bij dat getal niet meteen zweven, maar het is en blijft toch een uniek succesverhaal. We hadden in die tijd wel – en dat geef ik eerlijk toe – weinig last van concurrentie. We waren op onze manier een beetje uniek.

Er staat opnieuw een nummer één in de steigers, en wel voor het door Stefaan Fernande geschreven Geef me tijd. Omdat ze Liliane Saint-Pierre zo’n aardige dame vinden, vragen ze haar of ze dit samen met hen wil inzingen. Koen weet nog waarom: “In Engeland had Take That een duet opgenomen met Lulu en we vonden het een tof idee om daar op deze manier op in te pikken.” Daarmee voeren ze de zevenentwintigste september de Vlaamse Top Tien aan en dat gedurende vier weken. Opnieuw een gouden plaat voor de heren. Geef me tijd pronkt ook vijf weken na elkaar aan de top in “Tien om te Zien”.

In de zomer van 1997 worden ze tijdens “Zomerhit” in Blankenberge uitgeroepen tot de “revelatie van het jaar”. Voor hen is minder fraai dat ze net op dat moment in het magazine ZiZo tegen hun wil in worden neergezet als homoseksuelen. Get Ready! weigerde toen geassocieerd te worden met een holebitijdschrift. Daar komt nadien zelfs een rechtszaak van, die Get Ready! wint. Jaren later zal Get Ready! zich dan toch outen. “We moeten eerlijk zijn, maar toen dat uitlekte, is onze platenverkoop snel gedaald. Het nieuws was een soort boom. Zelfs het VRT-nieuws besteedde er aandacht aan. Het was een pure nachtmerrie. Ikzelf kon het nog aan, maar ik vond het heel erg voor onze families. We waren in die tijd ook zo naïef te denken dat iedereen ons graag zag, maar dat was blijkbaar niet. Mensen kunnen, vooral in dergelijke omstandigheden, erg gemeen zijn“, aldus Jimmy. “Toen hadden de mensen en ook ons publiek een totaal andere kijk op homoseksualiteit. Hadden we het meteen toegegeven, dan had onze carrière een gans andere wending gekregen. Wij maakten op dat moment deel uit van een vlot draaiende machine, je hechtte je als het ware aan die magie die je overkwam. En plots begint die machine te haperen. Ik moet toegeven dat we toen met onze beide voeten meteen terug op de begane grond stonden. Maar we bleven gelukkig in onszelf geloven en hebben nadien toch nog een paar rake hits gescoord“, volgens Koen. “Dat ZiZo ons bijna ging verplichten toe te geven dat we homo’s waren, was een brug te ver, dat was over de schreef. Dat was echt onkies. Ik moet wel bekennen dat ik vrij gesloten ben qua karakter en dat zorgde ervoor dat het me niet zo diep kon raken“, geeft Glenn spontaan toe.

De vierentwintigste oktober 1997 wordt er ruim tijd gemaakt om hun tweede album te lanceren, “Go For It!”. Het team rond Get Ready! wist dat er een groots optreden in Vorst Nationaal aan zat te komen. Bij de samenstelling werd daar dan ook stevig rekening mee gehouden. Veertien nummers in het totaal sieren het album, waaronder hun in de vorige alinea reeds eerder genoemde hits. Het album geraakt in de Ultratop Album 200 een week later tot op de vierde plaats. Uit deze cd wordt ook de volgende single getrokken, ook nu weer een duet. Stop ou encore zingen de vier jongens samen met “Monsieur Ça Plane Pour Moi”, Plastic Bertrand. De negenentwintigste november houden ze daarmee halt op de derde plaats in de Vlaamse Top Tien. Bertrand over hun samenwerking: “Enregistrer un duo avec un boy band? Mais pourquoi? Qu’est-ce qui m’a poussé à faire un truc décalé à ce point? Même si parfois dans ma carrière j’ai été un boy band à moi tout seul. C’est quand j’ai croisé Koen, Jimmy, Glenn et Jean-Marie pour la première fois, que j’ai rencontré des garçons bien dans leur peau et dans l’air du temps qui s’amusaient de leur succès et dépassaient de loin l’image lisse qu’ils projetaient.” Plastic staat de elfde november samen met Get Ready!, Liliane Saint-Pierre en Petra op het podium van Vorst Nationaal. Manager Marc had het plan opgevat er een echt feest van te maken daar in Vorst. Hij vond dat Get Ready! wel wat extra entourage verdiende op het podium. Twee dagen eerder zond de VRT een special uit over het fenomenale succes van Get Ready!. De show in Vorst Nationaal wordt door VTM de tiende januari 1998 uitgezonden.

Blijkbaar is vijfmaal scheepsrecht, want uit het album “Go For It!” wordt ook het nummer Samen op single uitgebracht. Dit nummer van Stefaan Fernande piekt de dertiende december op één in de Vlaamse Top Tien.

Het album “Go For It!” verschijnt in 1997 op het Play That Beat!-label extra op een dubbele cd: het album zelf + een poster van de vier heren, aangevuld met enkele hoogtepunten uit hun liveoptreden in Vorst Nationaal, te weten Rock and roll part II, Marjolijn, Dance across the floor samen met Petra, Laat, Ze wil me niet en Diep. 1997 zullen de jongens dus nooit vergeten, zeker niet wat de vierde september betreft, want dan staan ze in de Wellingtonrenbaan van Oostende op het podium in het voorprogramma van Michael Jackson.

Het is misschien leuk en aanvullend in dezen eens aan te kloppen bij de man die voor het album “Go For It!” een aantal hits heeft geschreven, Stefaan Fernande. Hoe hij bij de productie betrokken geraakte? “Na Nobelprijs van Clouseau en Porselein van Yasmine kreeg ik eind 1996 van zowat alle Nederlandstalige artiesten de vraag om songs te schrijven, alsook van Get Ready!. Ik heb de boot een tijdje afgehouden, omdat ik na Clouseau en Yasmine niet meteen in het heel commerciële genre verzeild wilde geraken. Op een dag kreeg ik echter het refrein van Samen in mijn hoofd, en toen dacht ik meteen aan Get Ready!. Ze hadden toen net aangekondigd in Vorst Nationaal op te zullen treden en dit anthem leek me daar uitermate geschikt voor. De demo had ik wat als de Britse popgroep T. Rex gearrangeerd, met veel gitaren, iets waar in de uiteindelijke versie helaas weinig van overbleef. De platenfirma vroeg me vervolgens om nog een paar songs te maken. Een daarvan was Geef me tijd, een adaptatie van een song die ik ooit in het Engels had geschreven, Separate worlds, en die via Jo Bogaert (Technotronic) ooit tot bij Whitney Houston is geraakt. Zij heeft het helaas niet opgenomen, maar als duet van Get Ready! met Liliane Saint-Pierre werd het wel een grote hit in Vlaanderen. De overige songs van mijn hand op ‘Go For It!’, De goede fee en Engel, waren nummers die ik gemaakt had toen ik 15 of 16 jaar was, weliswaar met Engelse teksten, en zo zijn die uiteindelijk dus toch uit de kast geraakt.

In 1997 wordt beslist Get Ready! in stripvorm te gieten. Hun eerste album “De geheimzinnige fan” ligt in de maand september in de winkel, meteen goed voor veertigduizend exemplaren. Het jaar nadien verschijnen “De vlucht van Oscar” en “De wraak van Moneylove”, om af te ronden met “De Tien Geboden”. Deze laatste verscheen in de loop van de maand maart van 1999.

Er werd tussendoor – en dat lag toch een beetje voor de hand – ook geprobeerd in Nederland te scoren, maar dat bleek een moeilijk avontuur te zijn. Jimmy: “Die mentaliteit was zo anders. Vlamingen zijn rustiger, hebben meer respect. Het publiek in Nederland deinsde er niet voor terug om eens in je billen te knijpen, was ook luidruchtiger en arroganter.” Glenn geeft toe dat er ook niet veel moeite werd gedaan om in Nederland echt door te breken. Ze hadden hier werk zat. Ook richting Frankrijk werd er even gelonkt; er werd zelfs een Franse versie van Vuur ingeblikt, Parce que c’est toi que je suis. Wallonië was dan wel weer leuk, maar daar traden ze dan ook meestal op met hun Engelstalige nummers en dat beviel hun wel.

Never change a winning team was ook het motto bij Get Ready!. Ook voor het derde album van Get Ready! “Apollo” wordt Stefaan Fernande aan boord gehaald. Het was de bedoeling over te schakelen van dance naar iets luidere, iets hardere muziek. Het mocht een beetje meer in de richting gaan van poprock. Er kwamen extra elektrische gitaren aan te pas en in de studio werd zo veel mogelijk gestreefd naar een livesfeer. Fernande tekent samen met Marc Debouvier voor de productie en schrijft het merendeel van de liedjes. Als aanloop naar het album is er de elfde april 1998 al de eerste nummer één in de Vlaamse Top Tien uit deze cd, Requiem 1998: “Geef me een teken van de overkant, praat in tongen, blaas mijn kaarsen uit. Bij jou zijn krijgt langzaam de bovenhand, maar ik kom maar niet tot een besluit… Het nummer wordt samen met het symfonisch orkest Il Novecento (orkest van Night of the Proms) en het koor Fine Fleur opgenomen onder leiding van Robert Groslot. Volgens goede bron kostte de productie meer dan één miljoen oude Belgische frank. “Dat nummer, de stijl en die productie was geïnspireerd door het Queen-verhaal. Dat hebben hun fans ons nadien erg kwalijk genomen. Wie dachten wij wel dat we waren? Ze vonden het een pure schande, terwijl het voor ons eerder een gimmick was“, dixit Koen. Glenn voegt daar snel aan toe dat de platenhoes eerder in de richting van Queen wees. De song zelf was een mengeling van diverse stijlen in één nummer samengebracht, eerder te vergelijken met Rood van Marco Borsato.

Voor de volgende single Happy end tekenen Yan Nick, John Terra en Daniël Ditmar. Dit lied staat in het geheugen van Get Ready! gegrift als een nummer dat het zowel bij jong als bij oud goed deed. Tijdens hun optredens merkten ze dat de jongeren graag meezongen, terwijl de ouderen hun dansvoeten niet stil konden houden. Wanneer ze met Happy end voor televisie moesten optreden, werden de leren jekkers uit de kast gehaald en werd de motor van stal gehaald. De achttiende juli 1998 houdt de single halt op de tweede plaats in de Vlaamse Top Tien. Daarin scoren ze de derde oktober opnieuw een nummer één, met Eigen zin van Stefaan Fernande. Ze ronden de vijfde december het jaar af met Zeemeermin, goed voor een tweede plaats in die Vlaamse Top Tien. De vierentwintigste oktober 1998 duikt het album “Apollo” de Ultratop 200 binnen en staat daar een week later op de zesde plaats. Een hogere notering zit er niet in. Het is wel zo dat de plaat al goud was in voorverkoop. Om de fans extra te lokken en de verkoopcijfers nog wat op te drijven, wordt er ook een beperkte oplage van “Apollo” geperst met een gesigneerde kalender-poster en een paar extra nummers.

Zaterdag de zevende en zondag de achtste november 1998 treedt Get Ready! onder ruime belangstelling tweemaal live op in de AB in Brussel.

Zoals we eerder gemeld hebben, was het oorspronkelijke plan om met Get Ready! Engelstalige nummers uit te brengen. Aan dat plan wordt uiteindelijk gevolg gegeven door de zesentwintigste mei 1999 de cd “The Mission” uit te brengen. De heren in koor: “Voor deze cd mochten we naar Londen. We mochten samenwerken met de producers van Kylie Minogue, Boyzone en East 17, met name Phil Harding en Ian Curnow. Voor ons leek het een droom die waar werd. Maar het was in de studio wel even aanpassen, want die mannen hebben een heel andere manier van werken. We hebben daar heel veel bijgeleerd. Er werd ook intens aan onze Engelse uitspraak geschaafd.” Om de release kracht bij te zetten, zendt VTM de dertigste mei de special “Get Ready! in Londen” uit.

Op de cd zelf songs als Over and over, Half way there en You mean everything. De vijfde juni 1999 ligt het album in de rekken en de twaalfde juni staat het al op twee in de Ultratop Album 200. Een absolute hoogvlieger dus. Vier nummers daaruit worden op single uitgebracht, onder meer I still luv U en A girl like you. Het valt naderhand op dat geen enkel nummer uiteindelijk door het publiek goed werd bevonden voor een hitwaardering. “Er werd te weinig promotie gevoerd, denken we. België was trouwens niet ons target. We mikten eerder op het buitenland. Ook het publiek hier moest wennen aan onze nieuwe aanpak. Plots was er enorme belangstelling vanuit het buitenland en daardoor moesten de fans hier qua optredens een beetje op hun honger blijven zitten“, zegt Glenn. Koen weet dan weer dat Get Ready! dringend een andere muzikale kant uit wou. “Hier kende men ons meestal van de plezante liedjes. Veel ambiance in tenten en feestzalen. We wilden het met ‘The Mission’ serieuzer aanpakken, maar dat werd hier in Vlaanderen niet gepikt. Hier hield men meer van liedjes als Marjolijn. I still luv U werd haast onverwacht een nummer 1-hit in zowel Azië als Latijns-Amerika. Maar kijk, het succes bleek van korte duur, want de tweede single flopte, een wellicht foute keuze. En zo werden we, wat ons buitenlandse avontuur betreft, een soort eendagsvlieg.”

Met die Engelstalige cd in handen kan Get Ready! uitwijken naar het buitenland, wat ze dan ook gretig doen met optredens in Indonesië, Maleisië, Singapore en Thailand. Jimmy glundert: “We hebben op één in Maleisië gestaan, op vier in Griekenland. Kijk, rijk zijn we er niet van geworden, want piraterij vierde daar hoogtij. Illegale cd’s en cassettes waren schering en inslag. Maar het was een ongelooflijke ervaring die ze ons nooit meer kunnen afpakken.” Daarnaast trekken ze ook naar Zuid-Amerika: Chili, Argentinië, Mexico en Brazilië. In de latinocharts staan ze op zeker moment op de achtste plaats. Get Ready! scoort overal succes, gekoppeld aan hysterische taferelen. In die landen releasen ze ook nog nummers als Una vez más, Half way there en Everytime I think of you.”

Maar dat rondreizen eist zijn tol! Jean-Marie had tijdens een optreden al afgehaakt, hij zag het niet meer zo zitten. Get Ready! hapt naar adem en besluit in 2001 de stekker voor even uit het stopcontact te trekken. Des te opvallender en dubbelzinniger is de titel van hun nieuwe single Ga door, geschreven door Stefaan Fernande, waarmee ze de veertiende oktober op vijf in de Vlaamse Top Tien staan. “Ga door, blijven doorgaan, nee, niet stilstaan, hou nu niet op. Ga door, zeg nu niet stop.” Die single is tevens de titel van de verzamelaar die als “Ga door – Het beste van Get Ready!” in de markt wordt gezet. “We waren het grondig beu. We hadden er schoon genoeg van. We waren uitgeput. We hadden geen ruzie of zo, maar we zaten er mentaal door. Dat buitenland slorpte veel energie op, we hadden niet voldoende energie meer om de magie staande te houden. Het publiek zag en voelde dat. Wij waren uitgekeken op wat we deden, en het publiek, denken we eerlijk, ook een beetje op ons. De singleverkoop kreeg een ferme deuk, daar waar we voordien voor een plaatsje in de hitlijsten nooit hoefden te vechten. In vijf jaar tijd hadden we zowat alles vergaard wat er te rapen viel.”

Omdat hij er nu de tijd voor heeft, neemt Jimmy Samyn in 2000 een cover op van I’m not scared van Eighth Wonder. Een hit zit er echter niet in. In 2002 duikt hij in “Eurosong” op. In vier voorronden nemen telkens zeven artiesten deel. Jimmy zit met het nummer Shine on in de derde voorronde, samen met onder anderen Patrick Vinx en Iris, maar slaagt niet in het uiteindelijke opzet. Byebye Eurosong.

In 2002 is Get Ready! blijkbaar uitgerust en zijn de batterijen opnieuw opgeladen. Eind april lezen we in Joepie dat ze al een tijdje met het idee rondliepen opnieuw op te treden. Koen: “We hadden ons al afgevraagd of het niet leuk zou zijn om tijdens de zomer een reünieconcert op het getouw te zetten. Omdat de fans dat vroegen en om er zelf fun aan te beleven. En van het een kwam het ander. We hebben Kom nu maar ingeblikt; dat werd onze nieuwe single. Het is de bedoeling om daaraan een greatest-hits-tournee te koppelen. Voor ons lijkt het alsof we nooit zijn weggeweest. Het lijkt zo vanzelfsprekend om opnieuw samen iets te doen. Het was eigenlijk de bedoeling om tijdens die eerste reünie allerlei afspraken te maken, maar we hebben de hele tijd zitten zeveren en zwanzen. Herinneringen opgehaald aan vroeger.”

Voor hun eerste single Kom nu maar tekent Stefaan Fernande voor de tekst en de muziek, en de single staat de zevenentwintigste juli op vijf in de Vlaamse Top Tien. Iets later is er in de loop van de maand november het album “Incognito” met nummers als Meer en meer, Jij bent mijn ster, City en een cover van Beats of love van Nacht und Nebel, dat zij samen met Amanda Lear (de Franse zangeres die in 1988 een vette hit scoorde met Follow me) opnemen en dat tevens hun volgende single wordt. Het album zelf wordt geen meevaller, ondanks als bonus vijf videoclips, onder meer Half way there, Kom nu maar en A girl like you. De hoogtijdagen van weleer blijken voorgoed voorbij. Er wordt dan maar besloten de groep opnieuw on hold te zetten.

Niet dat de jongens zich intussen verveelden. Glenn was een eigen café opgestart, trok zich nadien terug in de natuur om zich met zijn paarden en kippen bezig te houden. Hij leidde een soort kluizenaarsbestaan. Jimmy werkte bij de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie, Jean-Marie ging een jaar of vijf in Nice wonen. Speciaal voor de reünie met Get Ready! keerde hij naar ons land terug. En Koen stond als leraar voor de klas in de gemeenteschool van Sint-Stevens-Woluwe.

Liliane Saint-Pierre, die ooit met hen had samengewerkt en al die tijd in haar hart een aparte plaats voor de groep had bewaard, nodigt hen in de maand september van 2004 uit om naar aanleiding van haar veertigjarige carrière nog eens samen op te treden. Koen, Jimmy en Glenn nemen meteen die uitdaging aan; Jean-Marie Desreux gaat niet op het voorstel in. De dertiende januari 2006 viert “Het Swingpaleis” van de VRT zijn tienjarige bestaan. De jongens zijn maar wat blij zich nog eens aan het publiek te kunnen tonen. Die deelname valt zo goed in de smaak dat ze besluiten op zoek te gaan naar hun derde hitadem. Er wordt een nieuwe show op het getouw gezet met daarin al hun grote hits, met in de maand juni 2006 als gangmaker op het Universal-label de nieuwe single Jaleo, geschreven door Tim Larsson, Johan Fransson, Tobias Lundgren en Niklas Edberger. Omdat Jean-Marie iets nadien het plan opvat voor lange tijd in het buitenland te gaan wonen, besluiten Jimmy, Glenn en Koen met z’n drietjes verder te gaan. In de zomer van 2008 geeft Glenn op zijn beurt te kennen dat ook hij zal afhaken. Hij wil meer werk maken van zijn soloplannen na het uitbrengen van zijn single The sign.

Op de Get Ready!-formule komt blijkbaar geen sleet. Alleen Jimmy en Koen blijven anno 2009 als basis aan boord. Er moet dringend op zoek gegaan worden naar twee vervangers. De audities duren langer dan eerst gedacht. De nieuwe leden moeten niet alleen de looks en de stem hebben, maar ook vrij aardig kunnen dansen. De nieuwe leden worden uiteindelijk Kenny Philippaars uit Bilzen en Tom De Blaes uit Vilvoorde. Jimmy en Koen moeten meteen hun beste voetje voorzetten, want beide nieuwelingen zijn tien jaar jonger en worden visueel onvermijdelijk het nieuwe uithangbord. De vrouwelijke fans zijn door het dolle heen. De zesentwintigste juni 2009 staat Get Ready! in deze nieuwe bezetting als verrassingsact op de affiche van “De Foute Party” van Q-Music in de Ethias Arena in Hasselt. Het publiek geniet als nooit tevoren van Marjolijn, Laat en Diep. Van dat laatste wordt in een productie van Jef Martens een nieuwe versie opgenomen, Diep 2009. Helaas pikt het cd-kopende publiek hier niet echt op in. De tweeëntwintigste augustus geraakt de single dan ook niet verder dan de tiende plaats in de Vlaamse Top Tien.

Nadien blijven die hitlijsten geruime tijd uit het zicht. Pas de tweeëntwintigste januari 2011 merken we Get Ready! opnieuw op, deze keer op de vijfde plaats in de Radio 2 Vlaamse Top Tien met het door David Vervoort geschreven Iemand zoals jij.

Van de dertigste maart tot en met de zevende april 2012 staat Get Ready!, samen met onder anderen Dana Winner, Jo Vally, Bart Kaëll en Willy Sommers, op de affiche van de zevende editie van “Het Schlagerfestival” in de Ethias Arena in Hasselt.

De dertigste maart 2013 treedt Get Ready! op in het Sportpaleis in Antwerpen. Ze zetten daar samen met 2 Unlimited en Poco Loco Gang een ongelooflijke sfeer neer voor meer dan zestienduizend aanwezigen.

In 2014 houdt Tom De Blaes het voor bekeken en wordt zijn plaats ingenomen door Bob Van Kerkoerle. Dat jaar nodigt VTM Get Ready! met plezier uit in Blankenberge tijdens “Tien om tegen de Sterren op te Zien”, een parodie op de klassieker “Tien om te Zien”. In deze nieuwe versie worden de optredende artiesten afgewisseld met sketches.

“Kan er nog eens een nieuwe single worden opgenomen?” vragen de fans zich af. Jawel, de eerste juni 2015 is er Sterrenregen op het Globe Entertainment-label. Stefaan Fernande schreef de Nederlandse tekst bij de Duitse hit Doch Tränen wirst du niemals sehen van Nino de Angelo. De zesde juni staat de single op de zestiende plaats in de Vlaamse Top 50, ondanks de A-rotatie bij Radio 2. Dat jaar vraagt De Lijn hun om te helpen hun app te promoten, met een spotje dat vaak op televisie wordt geprogrammeerd.

De zestiende maart 2016 brengt Get Ready! de single Ik vraag me af uit om op die manier hun twintigjarige bestaan te vieren. De twintigste maart staat dit nummer van Cliff Vrancken en David Vervoort op de twintigste plaats in de Vlaamse Top 50. Dat had beter gekund en dus kan de groep alleen maar met veel weemoed terugdenken aan de jaren negentig, toen de ene single van hen na de andere op één in de Vlaamse Top Tien stond.

Maar niet getreurd en zeker niet bij de pakken blijven zitten. De tiende januari 2017 maakt Get Ready! met veel tromgeroffel en bazuingeschal bekend dat zij als groep opnieuw on the road gaan en dat ze een nieuw album zullen opnemen in de originele bezetting, dus samen met Jimmy, Koen, Glenn en Jean-Marie. Die dag vertellen ze aan Dag Allemaal: “We voelden meteen aan dat er eigenlijk maar één Get Ready! kan zijn. Die combinatie is uniek. Met ons vieren hebben we dingen meegemaakt die niemand kan begrijpen, zelfs onze partners niet. We vreesden dat veel fans zouden afhaken, maar algauw bleek dat die angst nergens voor nodig was. En nu hoeven we helemaal niets meer te verbergen van hoe en wie we zijn. Jimmy is gelukkig getrouwd met Davy, en Koen met Michael.”

Get Ready! loopt dus over van enthousiasme. Meteen wordt de daad bij het woord gevoegd en is er de nieuwe single Feniks, geschreven door Stefaan Fernande, de eenentwintigste januari goed voor een vijftiende plaats in de Vlaamse Top 50. In het voorjaar van 2017 volgen op het Play That Beat!-label, verdeeld door Warner, de singles Dat heerlijke gevoel, De allerliefste en Mis, waarvan Dat heerlijke gevoel, geschreven door Kries Roose, de vijfentwintigste maart op zeven in de Vlaamse Top 50 staat.

De eerste april 2017 wordt Get Ready! geprogrammeerd tijdens “Back to the 90′s and 00′s” in het Sportpaleis van Antwerpen. Hun naam siert de affiche samen met onder meer 2 Unlimited, Da Rick, Robin S en 2 Brothers on The 4th Floor. De presentatie is in handen van Peter Van de Veire.

De elfde juli 2017 is Get Ready! te zien op Eén tijdens “Vlaanderen Feest” vanop de Grote Markt in Antwerpen. Zij delen daar het livepodium met onder anderen Lady Linn, K3, Christoff en Bart Herman.

De negenentwintigste september 2017 ligt het nieuwe studioalbum “Therapy” in de winkel. In de persmap lezen we: “Niet alleen catchy popsongs, maar ook ontroerende teksten en verrassende samenwerkingen: Voice Male, Liliane Saint-Pierre, maar ook Frank Vander linden (De Mens), David Salamon (Arbeid Adelt!) en Jasper Publie (Bandits) werkten mee aan dit album.” Songsmid van dienst is, net als tijdens hun hoogtijdagen, Stefaan Fernande. Over de titelkeuze wil Jimmy dit even duiden: “Een terechte en perfecte keuze. Voor ons was het namelijk een therapie om samen in de studio weer nieuwe nummers te mogen opnemen. Trouwens, voor onze fans blijkt Get Ready! ook een heuse therapie. In het weekend eindelijk eens het hoofd leegmaken.” Of ze nog lang door zullen gaan? “Daar durven we nog niet aan te denken. We gaan zeker door tot eind 2018, want tot dan staan er al optredens geboekt“, aldus Jimmy. “We voelen uiteraard dat we twintig jaar ouder zijn, de fitheid is er wat uit. We hebben al een drukke zomer achter de rug en dat voelen we alle vier.

Intussen is het dus vijftien jaar geleden dat de band nog met nieuw materiaal op de proppen kwam. Opvallend op de plaat is het nummer Swingen, dat ze samen met Liliane Saint-Pierre zingen. Dit lied heeft een riskante tekst van de hand van Stefaan Fernande die over groepsseks gaat. Sommige radiozenders aarzelen in het begin om het te draaien. Die wat stoute tekst is qua inhoud een bewuste keuze volgens de groepsleden, want ze willen de saaiheid geen kans gunnen. Laten we trouwens in verband met het album in zijn geheel Stefaan zelf nog eens aan het woord: “Ik had nooit gedacht nog iets voor Get Ready! te maken, al had ik in 2015 reeds de tekst van hun single Sterrenregen geschreven. Dit was echter niet voor de originele Get Ready!, maar voor Jimmy en Koen aangevuld met de dansers Bob en Kenny. Toen ze hun twintigjarige bestaan gingen vieren, bleek er een reünie in de maak en heb ik op vraag van de originele manager Marc Debouvier de song Feniks geschreven. Omdat de reünie insloeg als een bom, vroeg Marc me meteen een volledig album te schrijven. Een paar songs had ik al: De laatste der Mohikanen lag al een tijdje te verroesten omdat ik vastzat in het refrein. Mijn vriend Frank Vander linden heeft me toen, door één melodische en tekstuele zin te veranderen, uit de nood geholpen. Een soortgelijk verhaal met de single Mis, een melodie en tekst die ik gemaakt had op een instrumental van Wouter Vander Veken. Deze song was bedoeld voor Bandits, maar leek achteraf wel voor Get Ready! gemaakt. Van Noodkreet! had ik het refrein al en tijdens een songwritingsessie met Jasper Publie voor Bandits heb ik gevraagd of we er samen wat verder aan konden sleutelen. Hij heeft toen de gitaarriff en de akkoorden van de strofe erbij gemaakt. Marc vroeg me een song in de stijl van Get down tonight van KC & The Sunshine Band te maken, en dat is Swingen geworden. Niet enkel het muzikale, maar ook het dubbelzinnig tekstuele van de jaren 70-disco zit in deze track verwerkt. Nadien is beslist om Liliane Saint-Pierre er vocaal helemaal loos op te laten gaan. Hogere sferen heb ik dan weer speciaal geschreven als duet met Voice Male, dus die stijl spreekt voor zich. Ik wilde iets maken tussen Les Poppys, Grease en Sister Act in. Klopgeest is een song over de dood, geschreven vanuit het standpunt van de persoon die aan het sterven is. Glenn, die enkele jaren geleden zelf een hartstilstand heeft overleefd, vertolkt hier de leadvocalen. De basis van Altijd prijs! was een track van Jan Vanroelen (Arbeid Adelt!). Marc Debouvier had Altijd prijs! als songtitel opgegeven, verwijzend naar het schietkraam dat de Vlaamse showbizz soms wel is. Ik had vooraf al een refrein klaar met majeurakkoorden, omdat ik ervan uitging dat Jans track in mineur ging zijn. En inderdaad: beide stukken pasten wonderwel in elkaar. De tekst is een wat ironische kijk op het fenomeen Get Ready!. Vooral niet te ernstig nemen dus!

Over hun gay-zijn wordt er op hun nieuwe album ook niet gezwegen, getuige het nummer Altijd prijs!. En er wordt gepast afgerond met de Get Ready Medley. In Wallonië wordt in samenwerking met Sttellla Torremolinos uitgebracht. Dat het de heren deze keer menens is, bewijst de Latijnse titel op de flaphoes “Venimus-Vidimus-Vincimus”. We zijn benieuwd.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2017 Daisy Lane & Marc Brillouet

Lindsay

Ten huize De Bolle hing er  altijd een gezellige sfeer. Papa had het als aannemer wel druk. Hij runde die zaak samen met zijn broer en zijn schoonvader. Mama hielp mee. Vandaar dat de grootouders regelmatig op de kinderen letten. Het is hier dat Lindsay veel Nederlandstalige liedjes te horen krijgt, vooral het repertoire van De Zangeres zonder Naam en Willeke Alberti. Het was ook zo dat zij een zeer muzikale broer had, Christoff die niets liever deed dan met die liedjes meezingen.

Lindsay werd onder het sterrenbeeld leeuw de elfde augustus 1978 in Ninove geboren. Haar karaktertrekken zijn gul, warm, trouw in de liefde én koppig. Twee jaar voordien, de achttiende juni, werd Christoff geboren. Zowel Christoff als Lindsay werden voor een groot deel door de grootouders opgevoed. Papa was aannemer en ook mama zat mee in de zaak. Als de ouders van papa De Bolle niet konden inspringen, dan was het de beurt aan de ouders van mama. Die waren dol op muziek. Oma had ooit nog in musicals meegezongen. Er stond de godganse dag muziek op, met een grote voorliefde voor de smartlap: liedjes gezongen door de Zangeres zonder Naam en Willy Alberti.

Broer en zus moesten elke dag in Denderleeuw maar de straat oversteken waar hun ouderlijk huis stond om daar naar de kleuterklas te trekken. Als een haast onafscheidelijke tweeling trekken Lindsday en haar broer naar de lagere school om vervolgens door te sluizen naar de middelbare. Op haar zestiende beslist Lindsay na de moderne afdeling die zij in Denderleeuw had gevolgd in Aalst voort te studeren aan de afdeling kantoor-boekhouden, welke zij ook afrondt. Zij zal na haar schoolopleiding een achttal jaar gaan werken op het Ministerie van Financiën. Lindsay is twaalf wanneer haar broer Christoff in 1990 meedoet aan de “Soundmix Show” met een nummer van Luc Steeno. Die wedstrijd werd in hun buurt in een grootwarenhuis georganiseerd en mama had haar zoon daar stiekem ingeschreven, want papa De Bolle wou daar toen nog niets over weten. Aan zijn zusje vroeg hij of die niet samen met haar vriendin op de achtergrond wou meedansen, waar zij maar al te graag ja op zei. Dat waren niet de allereerste noten die hij kweelde, want als ukkepuk zong hij in familiekring niets liever dan De Lichtjes van de Schelde van Bobbejaan Schoepen. Haar broer wordt in het begin van zijn loopbaan een tijdje begeleid door Christoff Wybouw en Marino Atria die hem adviseren een cover uit te brengen van I Promised Myself van Nick Kamen als ‘k Voel me zo goed. Inpikkend op de rage van de duetten die in de hitlijsten goed scoren, vinden zij het in 1993 een prima idee om het door Christoff Wybouw geschreven nummer Liefde is méér dan een woord in te blikken. Wybouw had Christoff en Lindsay hun versie horen zingen van Bel me, schrijf me dat toen een hit was in de versie van Luc Steeno en Sandra Kim. Hij vond dat zo goed klinken dat hij er bij Christoff op aandrong ook een liedje samen met Lindsay op plaat te zetten. Christoff moet echter eerst hemel en aarde bewegen om zijn zus, die op dat moment helemaal geen vocale ambities heeft, over de schreef te trekken. Zij geeft uiteindelijk toe en blikt met hem hun eerste duet in. Op dat moment is Erik Marijsse de manager van Christoff en die vindt het de moeite waard om snel nog een duet met zijn zus op te nemen Door regen en wind, eveneens uitgebracht op het Holy Hole Label, opgericht door Serge Feys en Christoff Wybouw en voornamelijk gespecialiseerd in dance. Een label dus waar Christoff en Lindsay helemaal niet thuishoren.

Naarmate het succes van Christoff toeneemt, gaat Lindsay zich meer en meer achter de schermen met zijn carrière bezighouden, samen met mama Simone. Haar opleiding kantoor-boekhouden komt goed van pas. Hij vraagt haar ook regelmatig mee als achtergrondzangeres. Vaak op de voorgrond treden, probeert zij angstvallig te vermijden. Haar faalangst krijgt de bovenhand. Zij voelt zich niet stemvast en aan die stem moet nog veel geschaafd worden. Dus blijft zij liever een tijdje in de schaduw van grote broer staan.  In 1996 is er hun duet We nemen elkaar zoals we zijn geschreven door Daniël Ditmar en John Terra. Christoff vraagt haar in 1997 opnieuw om nog een duet samen met hem te plegen. Onder aanvoering van producer John Terra nemen zij het nummer Als de wilde kers weer bloeit op, geschreven door Erik Van Neygen en bestemd voor Christoffs album “In volle vlucht”. Nog eens twee jaar later mag zus lief opnieuw een duet zingen en wel voor het album “Millennium”. Ook deze keer is John Terra van de partij die als duet voor hen het nummer Pluk de dag schrijft op tekst van Daniël Ditmar. Er is ook het duet Ik geef je wat ik je geven kan dat Terra samen met Frank Dingenen componeert.  De fans van Christoff genieten met volle teugen van deze duetten en zijn maar wat blij wanneer Christoff tijdens zijn concerten zus lief mee op het podium uitnodigt, maar nog steeds is er geen haar op haar blonde hoofd dat eraan denkt een solocarrière uit te bouwen.

Lang uitblijven zal die beslissing nochtans niet. Op zekere dag klopt platenfirma ARS bij Lindsay aan. Haar broer heeft voor hen al aardig wat hits ingeblikt en is méér dan tevreden over de samenwerking met hen onder aanvoering van labelmanager Patrick Busschots. Die weet dat Lindsay samen met haar broer opvallend goed gescoord heeft met hun duetten en vindt het méér dan tijd dat Lindsay aan een solocarrière begint. Zij is intussen dertig geworden, heeft voldoende maturiteit aangekweekt, heeft zanglessen gevolgd, heeft meer stemvastheid verworven en weet door al die jaren met haar broer op te treden erg goed hoe zij zich op het podium moet bewegen. Aan de pers vertelt zij met een behoorlijke dosis zelfzekerheid: “Ik vind het fantastisch dat mijn broer en de ploeg achter hem mij steunen om zelf opnieuw muziek uit te brengen. In het verleden heb ik heel wat duetten uitgebracht met hem, nu neem ik de tijd om zelf een muzikale weg te bewandelen. Dat Christoff en ik dezelfde fans hebben, is alleen maar meegenomen!”

Twee weken later ligt de eerste single van Lindsay in de rekken Van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat, een vertaling door Christoff zelf van het nummer Und Morgen früh küss ich dich wach van Jean Frankfurter, in Duitsland goed voor een zeer bescheiden hit in 2006  voor Hélène Fischer die niet hoger klom met dat nummer dan de eenenzestigste plaats in de Duitse singles Top Honderd. De achtentwintigste juni 2008 glundert Lindsay met dit nummer op vijf in de Ultra Top Vijftig. Zij wordt van in het begin gekoppeld aan de Nederlandse producer Hans Aalbers die in Nederhorst den Berg in Nederland een eigen studio runt waar hij met een aardig stel artiesten samenwerkt. Zo schreef hij onder meer hits voor Gerard Joling, Robert Leroy, André Hazes en Frans Duijts en produceert hij de albums van Christoff en Lindsay. In Vlaanderen scoort Lindsay met haar eerste single gelijk een nummer één. Opnieuw een nummer één mag zij op haar actief schrijven wanneer zij de achttiende juli met Ik lig nog steeds van jou te dromen, een vertaling die Christoff schreef van de hit The Devil Sent You To Loredo van Baccar, op single uitbrengt. In 1978 scoorden de dames Mayte Mateos en Maria Mendiola als het duo Baccara met deze song internationaal een gouden hit, nadat zij onze hitlijsten al eerder overhoop hadden gehaald met Yes Sir I can Boogie.

Samen met de muzikanten Manfred Jongenelis, Ruud Breuls, Erik Rutjes, Bert Meulendijk enz… wordt er naarstig gewerkt aan een opvolger en dat is het nummer Kus me, een vertaling alweer door broer Christoff, deze keer van de Duitse schlagerhit Küss mich, Küss mich van Kristina Bach. Kristina is zestien jaar ouder dan Lindsay. Zij begon op haar dertiende met zingen en scoorde in 1983 haar eerste hit. Küss mich, küss mich was voor Kristina in Duitsland een voltreffer. In het kielzog van deze hit beslist Lindsay’s platenfirma ARS dat het hoogdringend tijd is voor een eerste album. Ad Kraamer, John Van De Ven en Hans Aalbers mogen “De Mooiste Dag” produceren. Mieke wordt gevraagd om in het achtergrondkoortje mee te zingen en Matthias Lens, op dat moment nog lid van het populaire duo The Sunsets, mag accordeon spelen. Zij zijn op dit album trouwens te horen in het nummer Van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat. Samen met haar broer Christoff zingt Lindsay De zomer is in het land en aan Dennie Christian wordt vriendelijk gevraagd of hij zijn grote hit Zaterdagavond die hij ooit samen met Mieke scoorde, met Lindsay en Christoff nog eens opnieuw wil inzingen. Die versie zal eind september 2009 op single verschijnen. Vreemd genoeg geraken ze daarmee de derde oktober MAAR tot op drie in de Vlaamse Top Tien, maar diezelfde dag zit er in de Ultra Top 50 een vijfde plaats in. Het album “De Mooiste Dag” levert Lindsay haar eerste gouden album op.

Vrij vlug wordt aan Hans Aalbers gevraagd of hij niet snel aan een nieuw album voor Lindsay wil sleutelen en dat wordt de cd “Voor 100 %”. Aan de sound wordt niet veel gesleuteld. Deze keer twaalf liedjes waaronder een hitmedley en het duet Vaar met me mee samen met Christoff. Vooraf worden twee nummers uit dit album als single de wereld ingestuurd. Er is eerst de titelsong Voor 100 % oorspronkelijk geschreven door Irma Holder en Jean Frankfurter als Hundert Prozent en in die versie een hit voor, jawel hoor,  Hélène Fisher, een mevrouw wiens repertoire Lindsay blijkbaar goed ligt. “Voor 100 %”slaat op Lindsay zelf die zich voor honderd procent inzet om van dit album opnieuw een gouden schijf te maken. Het liedje Deze nacht mag eeuwig duren, dat Lindsay samen met The Sunsets heeft opgenomen op tekst van Sabien Tiels, scoort in de Vlaamse hitlijst méér dan behoorlijk. Een echte schlager op Hollandse leest geschoeid levert Lindsay begin 2011 af met de bewerking van  Een bosje rozen voor je moeder van de Nederlandse zangeres Charlène. Speciaal voor haar schreef Emiel Hartkamp, die zowat alle grote hits voor Frans Bauer in mekaar knutselde, deze meezinger. In de versie van Lindsay wordt het wel Een bosje bloemen voor je moeder. Het album “100% Lindsay” levert haar in de maand april van 2011 haar tweede gouden album op.

Met het oog op een late nazomer brengt Lindsay in 2011 opgewekt en blij Als jij me kust (dan is het zomer) uit, een liedje van André Franke en Joachim Horne. Ook nu zit er voor haar een nummer één in. Qua intro kan ik het niet laten meteen te denken aan Que sera mi vida van The Gibson Brothers.

Omdat de hittrein moet blijven rijden en je het ijzer moet smeden als het heet is, is er in het najaar van 2011 het nieuwe album “De sleutel van mijn hart”. In haar voorwoord schrijft Lindsay het volgende “Het is bijna ongelooflijk, maar toch is het waar… mijn tweede album “Voor 100 %” is verleden tijd en maakt plaats voor mijn derde “De sleutel van mijn hart”. Persoonlijk vind ik het mijn beste album tot nu toe. Het is afwisselend, waar ik jullie laat kennismaken met zelfs een beetje een andere Lindsay dan jullie gewend zijn. Met hart en ziel heb ik elk liedje één voor één ingezongen, me er volledig in verdiept”. De schrijvers van de liedjes zijn erin geslaagd haar gevoelens, gedachten en verlangens uitstekend te verwoorden. Een speciale dank gaat tijdens de uitreiking van het eerste exemplaar uit naar haar manager Gino Moerman die ook Christoff onder zijn ervaren vleugels heeft. Om nu niet altijd haar broer te vragen, waagt Lindsay zich op dit album aan een duet met André Hazes Jr.  Stap voor stap, dat wij nog heel goed kennen in de vinyle versie van The Everly Brothers die in de jaren zestig met Walk Right Back de Amerikaanse charts veroverden. De Tros vindt dit nummer okido en voeren Dré en Lindsay in Nederland samen op voor televisie.  Dat anders klinken wat zij ons beloofde, hoor je zeker in het opvallende duet Nothing’s gonna   waarin Lindsay duelleert met het voormalige tieneridool Glenn Medeiros die daar in de lente van 1988 internationaal een nummer één hit mee scoorde. Als tiener was Lindsay een enorme fan van hem. Met de goedkeuring van Glenn wordt er speciaal voor dit album een Engels-Nederlandstalige versie uitgeschreven en opgenomen. Het is haar manager Gino die de deal met Glenn kan sluiten, al gaat hij alleen akkoord wanneer hij, voor het op cd verschijnt, de uiteindelijke versie mag beluisteren en zijn zegen mag geven. Het samen inzingen in de studio zit er niet in, want Glenn is dat moment bezig met zijn doctoraatsopleiding aan de universiteit van Zuid-Californië. Uit haar derde album wordt als volgende single Ik weet nog wat ik zei gekozen van de hand van Emiel Hartkamp en Norus Padidar. Noris is in Nederland vooral bekend als hitleverancier voor Jannes, Jan Keizer, Any Schilder, Frans Bauer en Charlène. De cd “De sleutel van mijn hart” passeert in de loop van 2011 de kaap van de tienduizend exemplaren, dus ook nu weer goed voor goud!

Omdat een degelijke verzamelaar nooit weg is en Lindsay vijf jaar als solozangeres aan de slag is,  verschijnt er in 2012 het album “Vijf Zomers Lang – Het Beste en Meer”, zestien liedjes in het totaal, waarvan vijf gloednieuwe nummers: Ga met me mee, Het kan geen toeval zijn, Jij brengt me in de zevende hemel, Ik wil nog één keer veertien zijn en Op de scherven van mijn hart. Lindsay laat luid genoeg horen waarvoor zij anno 2012 staat: poppy schlagers met een duidelijke, eenvoudige en vooral mooie boodschap. Zij wil vooral opgewekt, verfrissend en ontspannend klinken. Ga met me mee wordt haar eerste singlekeuze uit dit album.  Van bij de eerste noot hoor je dat dit een cover is van What’s Up van de Amerikaanse meidengroep 4 Non Blondes die daarmee de tiende juli 1993 op één stonden in de Nederlandse Top Veertig en de achtste augustus van dat jaar op één in de BRT Top Dertig. Lindsay voelt zich zo stevig in het hitzadel dat zij zich maar al te graag met een liveband omringt en met veel verve en plezier optreedt tijdens Het Schlagerfestival. Zij staat in 2009, 2010 en 2011 op de affiche  van de Ethias arena in Hasselt. Hoe zij het die eerste keer aandurfde live met orkest te zingen, begrijpt zij nog altijd niet goed. Wél weet zij dat het niet veel scheelde of zij had rechtsomkeer gemaakt. Ook weet zij nog goed dat het eerste liedje niet zuiver klonk en dat zij met een trillende stem zong. Maar al bij al was het een goede leerschool. In 2010 staat zij samen met haar broer Christoff, Will Tura, Frans Bauer en Robin Gibb op de affiche van “Rimpelrock”.  Dat was wéér een ervaring rijker, want optreden voor een mensenzee van dat kaliber overkomt je ook niet elke dag. Ook in 2013 is zij van de partij in Kiewit Hasselt, deze keer  aan de zijde van broerlief, Engelbert Humperdinck, Natalia en Gérard Lenorman. Tijdens de eerste editie van “Zilverpop” in de schaduw van de Abdij van Hemiksem ontvangen Linsday en Christoff de “Zilverpop Award” voor hun bijdrage aan de Vlaamse schlager. De vijfentwintigste mei 2013 staat Lindsay op de tweede plaats in de Vlaamse Top Tien met Een liefde voor het leven. Het is een vertaling van een nummer van Andy Borg waarvoor zijzelf en Cliff Vrancken de tekst schreven. Cliff kennen wij van de hits die hij leverde aan onder andere Lisa del Bo, Salim Seghers en Willy Sommers. Toeval of niet, na de release van dit nummer, vertelt Lindsay aan het weekblad Story dat zij dé liefde van haar leven heeft gevonden. Nadat zij een eind had gemaakt aan de relatie met haar vorige partner Bert, is haar hart vrij voor een nieuwe liefde en daarbij is haar keuze op een goede vriend gevallen Kris. Kris Bloemen is samen met Sven Menten en Kathleen Verheyden de drijvende kracht en bezieler achter Benelive Entertainments, een bedrijf dat al een behoorlijk aantal jaren actief is in de wereld van de showbizz. Zij organiseerden en verzorgden concerten met Salvatore Adamo, Semino Rossi, Jan Smit, Frans Duijts en Nick en Simon.

In de loop van 2013 maakte Lindsay er ook meer werk van om in Nederland door te breken. Vijf jaar eerder werd zij al gevraagd om in Nederland het programma “Cor op Zondag” (een productie van de regionale televisie in Brabant) samen met Cor Bloks te presenteren.  Hier leerde Lindsay in ijltempo hoe zij zich verbaal vlot uit de slag moet slaan. De single In de hemel van liefde, op tekst en muziek van Peter Keereman, moet haar bij onze noorderburen populair maken. Zij heeft speciaal voor de Nederlandse markt een compilatie samengesteld met daarop een selectie van haar Vlaamse hits en een rist nieuwe hits waarvoor zij de steun krijgt van Dennie Christian, Mieke, The Sunsets, André Hazes Jr. en natuurlijk haar broer Christoff. Echt tevreden is Lindsay niet over deze compilatie. Er wordt gekozen voor liedjes waar zij niet volledig achter staat. De hits waarmee zij in Vlaanderen goed scoorde, worden blijkbaar over het hoofd gezien. Lindsay geeft zich in deze niet voor het volle pond, houdt de boot wat af en kijkt uit naar een nieuwe en betere aanpak.

Tijdens “Anne’s Vlaamse Muziekawards” wint Lindsay zowel in 2012 als in 2013 de award voor beste schlagerzangeres. Samen met Laura Lynn wordt zij beschouwd als één van de populairste Vlaamse artiesten al vindt zij oprecht dat alleen Laura de eretitel schlagerkoningin toekomt. Zijzelf is best tevreden met de eretitel prinses. Vanaf september 2012 lanceren Lindsay en Herbert Verhaeghe, voormalig Radio 2 presentator en zelf zanger pur sang,  in “Den Artiest” in Oostende de Vlaamse Top Tien, wekelijks uitgezonden op Ment TV. Ment TV ging de vierde januari 2010 voor het eerst op antenne met als bedoeling de fans van de Vlaamse Muziek zoveel mogelijk te verwennen. Naast presenteren is Lindsay hier samen met haar broer al zingend een graag geziene gast.

Net als haar broer is Lindsay erg gelovig, zij het iets minder intens. Zij zal nooit het podium opstappen zonder een kruisteken te slaan. Zij blijft God dankbaar voor het talent dat zij van Hem gekregen heeft. Af en toe passeert zij de grot van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes in Affligem om daar een bloemetje neer te leggen als dank. Door de jaren heen is haar broer nog altijd haar beste raadgever gebleven. Zij zal nooit een nummer opnemen zonder zijn goedkeuring. Vandaar ook dat zij graag liedjes zingt waarvoor hij de tekst heeft geschreven. Hij voelt haar nog altijd het beste aan. Zoals haar broer ook in Duitsland een carrière uitbouwen, ziet Lindsay niet zitten. Zij heeft hier en in Nederland de handen méér dan vol. Net zoals Christoff heeft ook zij zichzelf beloofd nooit aan Eurosong deel te nemen. Zij gelooft niet dat die liedjeswedstrijd iets voor haar is. Waar zij wel in blijft geloven, is in het talent van haar broer dat almaar grotere proporties aanneemt. Dat stelt zij nog maar eens vast wanneer Christoff de elfde juli 2013 zijn nieuw album “Christoff & Vrienden 2″ voorstelt. Zij maakt geen enkel bezwaar als hij haar voorstelt om onder andere met een aantal andere dames een duet in te zingen: Laura Wilde, Belle Perez, Corry Konings en natuurlijk zijzelf. Voor hun duet kiezen zij Kom in mijn armen dat in de zomer van 1983 door Aristakes en Ciska Peters werd opgenomen en tot op de vijftiende plaats in de Nederlandse Top Veertig geraakte, een vertaling trouwens van de Andy Borg hit Weil wir uns lieben. Lindsay was nog maar een jaar of zes toen zij dit samen met Christoff voor de spiegel van hun moeder zongen. De 28ste september 2013 staan Lindsay en Christoff met deze single op één in de Radio 2 Top Tien.

In de loop van de maand maart 2014 presenteert Lindsay in Kinepolis Antwerpen haar vijfde album “Liefde & Muziek”. Producer Hans Aalbers mag weer tekenen en muzikanten als: Marcel Fisser, Christof May, Jo Hermans en Peter Delannoye. Teksten worden geschreven door onder meer Peter Van Noort, Jo De Clercq, Chris Van Tongelen en Paul Vermeulen. Kom in mijn armen zingt zij samen met broer Christoff en Nine to Five met Robby Longo. Volgens Lindsay is de titel “Liefde & Muziek” een woordkeuze waar zij niet lang naar heeft moeten zoeken. Het zijn twee woorden, zo zegt zij, die voor haar veel betekenen, die heel veel met mekaar te maken hebben. “Ik heb heel veel tijd en positieve energie in dit album gestoken en dat ik met veel liefde en toewijding heb opgenomen.” Een eerste single daaruit wordt Dag en Nacht, vertaling van de Duitse hit Mein Herz van Beatrice Egli en geschreven door Dieter Bohlen, de man ooit achter het succesvolle duo Modern Talking. De negenentwintigste maart staat Lindsay met dit nummer op één in de Vlaamse Top Tien.  Als opvolger wordt gekozen voor Bella Romantica, een vertaling van de gelijknamige hit van Semino Rossi, eveneens geschreven door Dieter Bohlen. In het kielzog van die hit vertaalt Dennis Peirs Ueber alle sieben Meere van Andrea Berg dat Lindsay als Over alle zeven zeeën de achtste augustus 2014 aan de fans aflevert. Met volle goesting zingt Lindsay haar bekendste hits tijdens het “Schlagerfestival 2014″ dat de 28ste, 29ste , 30ste maart en de 4de en 5de april in de “Ethias Arena” te Hasselt plaatsheeft. Naast Lindsay treden Christoff, Peter Koelewijn, Nicole en Hugo, Dennie Christian, Willy Sommers, De Romeo’s, Bart Kaëll, Elke Taelman en K3 op in een verrassende presentatie door Gene Thomas.

Met argusogen wordt er uitgekeken naar de grote show die Lindsay de tiende augustus 2014  in het “Casino van Middelkerke” brengt. Het is een droom die voor haar uitkomt. Zij staat erop dit eindelijk te realiseren en met de release van haar nieuwste album kan zij putten uit een behoorlijk repertoire. Zij serveert die dag niet alleen haar meest geliefde hits, maar heeft voor de fans ook een aantal verrassingen in petto.

In 2014 worden ook de nummers Over alle zeven zeeën en De kracht van mijn gevoel op single uitgebracht, maar echte toppers worden het niet. Toch levert haar album “Liefde en muziek” haar een gouden exemplaar op dat haar de vijfde juni 2015 wordt overhandigd door haar platenbaas Patrick Guns van Universal voor de verkoop van méér dan tienduizend stuks. Op dat moment is Lindsay al druk in de weer met haar nieuwste cd ” Dichtbij” die  in de “Rooftop Studio’s” in Nederland zal worden opgenomen. Als voorloper van die plaat verschijnt in de lente van 2015 haar duet met Jan Smit Duizend en één nacht waarmee zij de vijfde mei de zesde plaats bereiken in de Vlaamse Top Vijftig. Smit schrijft ook de titelsong van haar nieuw album dat in de loop van de maand augustus in de winkels moet liggen. Bij Ment TV is Lindsay inmiddels gestart met haar eigen kookprogramma “Koken Met De Sterren” waarin zij aan de zijde van meester-kok Mario Holtzem als gastvrouw fungeert en tal van bekende collega’s ontvangt. Dat programma wordt ook uitgezonden op Anne, TV Oost en TVL.

Woensdag de 24ste juni 2015 wordt in het gezelschap van Will Tura tijdens een persconferentie in Blankenberge de cd “Vlaanderen zingt Tura” voorgesteld. In een productie van Hans Aalbers neemt Lindsay voor dit project met veel plezier haar versie op van Hemelsblauw, zowat een van de bekendste liedjes die Tura zelf ooit op plaat zette.  Vrijdag de zevende augustus ligt het zesde studio-album van Lindsay in de winkel.  ”Dichtbij” is een  opvallende cd, want de zangeres liet zich voor het album inspireren door haar fans. Op haar website vroeg ze hun: “Stuur me jullie persoonlijke verhalen in en uit die verhalen puren we inspiratie voor de nummers op ‘Dichtbij”. Het album is ook opvallend omdat Lindsay het voorstelt in haar eigen pop up-store in Blankenberge. Drie dagen lang heeft Lindsay daar haar eigen winkel opgesteld.  Op het album staan twaalf nummers die dus gebaseerd zijn op verhalen van haar fans enin de juiste vorm gegoten door bekende tekstdichters als Jan Smit, Christoff, Chris Van Tongelen, Peter Van Noort, Paul Vermeulen, Edwin De Groot en Marcel Fisser. Tijdens de opening waren ook enkele prominenten aanwezig, waaronder de Blankenbergse schepen voor cultuur en feestelijkheden Philip Konings, Patrick Guns, general manager van Universal Music Belgium en een aantal collega’s: Jan Smit, Chris Van Tongelen, Ivann, Filip D’Haeze, Sasha & Davy en natuurlijk broerlief, Christoff.

Ruim anderhalf jaar werkte Lindsay aan haar nieuwe cd “Liefde en vertrouwen” dat ze op vrijdag de 17de maart 2017 aan haar fans voorstelde. Deze cd bevat twaalf nummers, waaronder haar vorige single Hartstilstand en de recente single Kalispera Griekenland, een duet met Laura Lynn en een cover van de Duitse zanger G.G. Anderson. Met dit nummer geraakten ze de 25ste februari tot op de 25ste plaats in de Vlaamse Top 50. Er staat nog een duet op het album, Je verovert mijn hart, nu eens niet met Christoff, maar wel met Luc Steeno.

Wat de toekomst betreft?  Als het van haar moeder afhangt, mag er snel een baby komen, maar Lindsay wacht nog even tot haar relatie sterk en stevig genoeg is, al bloklettert het weekblad “Primo” in de maand maart 2014 dat Lindsay dolgraag met haar vriend Kris Bloemen wil trouwen en uitkijkt naar de komst van twee schattige pagadders.

Geen muzikale mijlpaal, maar wel eentje om in te kaderen. De 19de december 2017 beviel Lindsay van haar eerste kindje, dochter Lisa-Marie. De trotse vader is haar partner Kris Bloemen en de trotse peter broer Christoff.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2018 Daisy Lane & Marc Brillouet

Garry Hagger

Garry werd als Gert Vanderhaeghe de 29ste april 1963 in Tielrode geboren in een gezin van zes: pa die vertegenwoordiger was bij de firma Van Riet in Temse, een bedrijf in bouwmaterialen, moeder die de teugels strak in handen hield. “Ik heb één broer, Pat, die vijf jaar ouder is dan ik, een totaal ander type, wat niet belet dat we erg goed overeenkomen. Hij is directeur, programmator en cultuurbeleidscoördinator in het Cultureel Centrum van Hamme. Daarnaast woonden de ouders van mijn moeder bij ons in en bestond het gezin Vanderhaeghe uit zes personen. Best wel een gezellige bedoening.” Gerts moeder stierf toen ze achtenveertig was. Thuis was er muziek in overvloed met Radio 2 als de lievelingszender. “Radio luisteren stond elke zondag steevast op het menu, samen met een heerlijke portie biefstuk en friet met op de achtergrond Radio 2 en dan passeerden programma’s als “Capriolen” met Walter Capiau de revue. En nadien op televisie “Binnen en Buiten”.” Aanvullend kocht pa regelmatig platen. “Pa was een echte muziekliefhebber, vooral bigbands en orkesten genoten daarbij zijn voorkeur. Hij kocht elpees van Glenn Miller, James Last en Max Greger én af en toe ook wel eens een operette. Toen pa aan het college in Mechelen studeerde, maakte hij deel uit van het koor en liet zich daar graag horen. Trouwens, op de lagere school in Hamme had hij als voorzanger van het koor al duidelijk laten horen dat hij vocaal van wanten wist.” Naast bigbands en aanverwante orkesten werd er ten huize van de familie Vanderhaeghe ook gedweept met Will Tura én met Marva, die in Tielrode woonde. Haar zoon zat bij Pat in de klas. “Mijn broer verzorgde op een bepaald moment zelfs de redactie van haar fanblad.” Voor zijn lagere school trekt Gert naar Tielrode tot en met het vierde studiejaar. Van het vijfde studiejaar af gaat Gert elke dag naar de “Broeders van Liefde” in Temse, waar hij nadien aan de technische school zijn diploma A3-mechanica behaalt. “In Temse ging ik naar school vanaf het vijfde studiejaar. Temse was de thuishaven van “De Boelwerf”, dé werkzekerheid voor de rest van je leven. (De Boelwerf was tussen 1928 en 1994 een grote Belgische scheepswerf, gelegen in Temse aan de Schelde.) Dus werd ik vanuit de schooldirectie in samenspraak met mijn ouders naar de technische school gestuurd. Ikzelf koos voor de richting draaier-paswerker omdat me dat het meest aansprak. Dat lag me wel. Nochtans heb ik na mijn opleiding nooit meer achter een draaibank gestaan.” In die tijd stond bij Gert muziek vooraan, vooral zélf muziek maken, deed Gert graag. Hij twijfelde tussen zingen en trommelen, want bij de chiro leerde hij wat percussie was. Op zijn negende maakt Gert deel uit van het trommelkorps van de Chiro. “De hoofdleider, Rudy Buytaert, was trommelaar bij de harmonie Sint-Cecilia en spoorde ons aan om ook te musiceren. Ik zat samen met mijn broer in de Chiro. Wij deden niets liever dan zo veel mogelijk muziek maken. Pat vormde in die tijd mijn muzikale smaak. Hij leerde mij Bob Dylan, The Beatles en Joan Baez kennen. Toen ik wat ouder werd, nam die invloed sterk af. Pat trok dan naar Asse, naar het Ascanuscollege, om daar voort te studeren. Hier liet het musiceren hem niet los en hij leert daar kleinkunstenaar Jan Puimège kennen, met wie hij samen gaat rondtrekken.” Iets later stapt Gert op aanraden van hun Chiroleider mee als trommelaar bij de harmonie Sint-Cecilia uit Tielrode. Gerts toenmalige vriend speelde daar trompet. Bij de harmonie sporen ze hem aan hem notenleer te gaan volgen en zo ging Gert na een tijdje, net als zijn vriend, trompet spelen. De dirigent van de harmonie, Herman De Witte, bracht hem de knepen van het trompet spelen bij. Zijn broer Pat leerde hem in die tijd zijn eerste gitaarakkoorden. Gert dweepte in die tijd volop met Will Tura. “Ik nam in die tijd al deel aan zangwedstrijden, onder meer in Hakendover, een deelgemeente van de stad Tienen, waar ik In de tijd van de charleston zong. Ik werd begeleid door het orkest van Marc Dex.” Geen wonder dat Gert op zijn dertiende al stond te zingen bij het orkest Poker uit Tielrode dat net werd opgericht. In dat orkest speelde Rudy Buytaert keyboard. Het jongste lid was zestien en zat samen met Gert in de Chiro. Zodoende kwam hij in contact met de rest van het orkest, die hem maar al te graag als zanger bij de band had. Chirofeestjes werden van dan af door hen steevast opgeluisterd en Gert was dan apetrots wanneer hij daar kon uitpakken met de hits van Abba bijvoorbeeld. Ook liedjes van Tura en Vader Abraham passeren de revue. “Ik herinner me nog dat het eerste liedje dat ik van Abba zong Chiquitita was, samen met Vader Abraham had zeven zonen van Pierre Kartner, en dat dat bij het publiek erg in de smaak viel.” Wanneer zijn stem op zijn veertiende muteert, moet hij switchen qua repertoire en loopt hoog op met de Britse crooners Engelbert Humperdinck en Tom Jones, alsook met Perry Como en Frank Sinatra. “Mijn vader hield eraan dat zijn platencollectie goed tot haar recht kwam en kocht zich een degelijke geluidsinstallatie. Dankzij hem en ook mijn grootouders leerde ik het croonersrepertoire kennen. Ik deed dan ook niets liever dan met die platen meezingen en waar het kon pikte ik van hun kunnen natuurlijk zo veel mogelijk mee.” Na een tijdje komt Poker bij het theaterbureau van Nick Valcke terecht, die hun vooral optredens in Zeeuws-Vlaanderen bezorgde. Op die manier stonden zij regelmatig op het podium samen met Rob de Nijs en Anita Meyer. Gert is ongeveer zeventien wanneer hij zich op aanraden van Marc Dex inschrijft aan de muziekacademie van Sint-Niklaas om daar dictie en zangles te gaan volgen. Hij houdt dat met steun van zijn ouders een jaar of vier vol. Die opleiding was nogal klassiek georiënteerd, dus een of andere aria kwelen, durft Gert wel aan.

In 1982, Gert zingt dan nog bij Poker, biedt Bobby Ranger hem aan een plaat op te nemen onder de artiestennaam Gert Haeghe. “Wij hebben hem op zekere dag met onze band Poker begeleid tijdens een optreden in Temse. Hij was wildenthousiast van mijn stem. Hij had nog een nummer klaarliggen en nodigde mij uit bij hem thuis in de studio dat te komen inzingen.” Gert blikt zijn eerste single in en Lieve Monica staat de 9de april 1983 zelfs op acht in de Vlaamse Top Tien genoteerd. Het nummer wordt uitgebracht op het Rainbow-label van Stan Verbeeck. “In die tijd trad ik met die hit op in danscafé “Klaveren Drie”, de toenmalige zaak van Marc Dex in Kasterlee. Hij vond dat ik goed zong, maar spoorde me toch aan om aan mijn dictie en zangtechniek te schaven en stuurde me naar de muziekacademie van Sint-Niklaas.” Samen met Bobby Ranger zal Gert nog zo’n achttal singles opnemen, maar zonder hitresultaat. Daarbij denken wij aan liedjes als: Ik kocht mij een oude luxe-voiture, Weet jij nu nog niet hoeveel ik van je hou, Horen, zien en zwijgen en Schrijf mij een lied. Voor Gert waren die liedjes telkens een behoorlijke investering. Vooral zijn ouders stonden hem daarin bij. “Ik ben ze daarvoor nog altijd dankbaar. De eerste single hebben mijn ouders volledig bekostigd. Ik nam afwisselend singles op voor het Rainbow-, Monopole- en Color-label.” In 1984 brengt Gert het nummer Viva Mexico uit. Dat was voor hem een nare periode, want dat jaar sterft zijn moeder op 48-jarige leeftijd. Hij zal dat nummer altijd aan haar overlijden blijven koppelen. Het jaar nadien, hij trouwt dan voor de eerste keer, blikt hij zijn eerste Engelstalige single in: Haven’t you seen my little girl met op de B-kant Hoe. Zijn laatste opname samen met Bobby Ranger, Schrijf mij een lied met op de B-kant Sonja, dateert van 1988. Op de hoes prijkt Gert, deze keer mét snor. Gert werd met deze liedjes dan wel niet gedraaid op de VRT en stond er niet mee in de Top Tien genoteerd, maar hij was wel een graag geziene en gehoorde gast bij de in die tijd populaire vrije zenders in Vlaanderen. Daardoor geraakte zijn agenda almaar vaker gevuld. Voor hem is het, naast het muzikale, een periode die hij sowieso zal blijven koesteren, want aan zijn tweede huwelijk houdt Gert zijn dochter Jessy over. Dankzij haar zal hij in het najaar van 2016 voor de tweede keer opa worden.

Op platengebied blijft het dan een hele tijd rustig. Er wordt wel niet stilgezeten. Gert gaat intens aan zijn stem werken, hij wil vooral aan kracht winnen. Hij weet dat de croonersstijl hem goed ligt en gaat bij een bigband zingen, samengesteld uit leden van de liberale harmonie “Kunst en Vrijheid” uit Hamme. “Dat orkest stond onder leiding van Jacky Eddyn, eerste saxofonist bij het jazzorkest van de BRT onder leiding van Etienne Verschueren. Door onze familie kwamen wij vaak in Hamme en op die manier in contact met het bestuur van de bigband, dat mij vroeg of ik niet bij hen wou komen als zanger. Nu had Jacky Eddyn naast de bigband ook nog een dansorkest, de “JE Band”, en het is met hen dat ik als crooner het meeste ervaring heb opgedaan. Met hen samenwerken verliep al op een vrij hoog professioneel niveau. Met hen traden wij vaak in het buitenland op. Wij begeleidden ooit de Franse zanger Michel Fugain en onze bloedeigen Toots Thielemans. Wapenfeiten om nooit meer te vergeten.” Hou wel voor ogen dat zijn samenwerking met Poker al die tijd vooropstaat. Zijn samenwerking met de bigband is voor Gert een speelse muzikale uitstap. Dat blijft zo tot in 1987 wanneer hij de groep Poker verlaat en Jacky Eddyn, Gert als zanger bij zijn orkest binnenhaalt. Daarnaast gaat Gert op zoek naar wat zekerheid en krijgt in 1989 tijdens een optreden op de “Kaaifeesten” in Temse het aanbod om deel uit te maken van het “Papa Chico Team”, gespecialiseerd in kinderanimatie en zo genoemd naar de hit Papa Chico van Tony Esposito. Zij zouden een tijdlang hun medwerking verlenen aan kinderprogramma’s van VTM en VT4. Het was oprichter Pierre Hauters die Gert aan het werk had gezien. Pierre liep met de idee rond zijn team uit te breiden met clowns die elk hun specialiteit hadden. In het geval van Gert dus zingen. Voor Gert een grote stap, want het betekende voor hem werkzekerheid. Hij leert bij hen vlot omgaan met het publiek en zich even vlot op het podium presenteren. Gert zal negen jaar lang deel uitmaken van Papa Chico’s team.

Onder het motto wie niet waagt, niet wint, neemt Gert in 1990, samen met onder meer Christoff en Richie Smith, deel aan de Soundmixshow van VTM met een cover van Winter in America in de stijl van de Nederlandse crooner René Froger, die er in 1988 in de Nederlandse Top Veertig een hit mee scoorde, origineel een nummer van de Australische singer-songwriter Doug Ashdown. Gert geraakt helaas niet in de halve finale. Volgens toenmalig jurylid Jan Theys zat niemand op dat genre te wachten, VTM is een commerciële zender en is op zoek naar liedjes die méér eigentijds zijn. Vervolgens passeren een aantal producers de revue die allemaal Gert een muzikale hemel op aarde beloven, maar verder dan die beloften geraken ze niet. Op zekere dag, Gert werkt dan als animator in een pretpark in Brugge, leert hij Donald Derycke kennen, die met hem een plaat wil opnemen. Donald had Gert bezig gezien tijdens de voorronden van de Soundmixshow. De opname heeft plaats in de “Studio Europe” te Meise, gelegen achter de taverne van Jo Vally. Producer van dienst is Andy Free. Als Gerd Haegher brengt hij in 1991 de single Met mijn ogen dicht op de markt, geschreven door Andy Free samen met Marc Malyster en verdeeld door platenfirma Carrère. Free had op zijn beurt ooit deel uitgemaakt van de ploeg “Hit ’72″ en “Hit ’73″. In 1971 had Free een hit gescoord met Duizend lieve woorden. Hij ging almaar meer voor Vlaamse artiesten schrijven, onder andere de hit Pappie nummer twee voor Jimmy Frey. Hij was ook de man achter de hit Disco Train van de groep Dance Reaction en uitgebracht bij de platenfirma van Donald Derycke. Met mijn ogen dicht wordt goed ontvangen, maar pech voor Gert, want zijn management gaat wegens fraude overkop en er komt geen vervolg aan hun samenwerking. Gert moet artistiek zo goed als terug naar af.

In 1994 werk hij een tijdje samen met de Nederlandse producer Defly van der Meulen. Hij had Gert leren kennen via de preselecties van de Soundmixshow en trekt met hem de studio’s in om daar een gans album in te blikken, dat helaas nooit zal worden uitgebracht. Het was Defly die bij Gert aandrong zijn naam te verengelsen en sinds die dag treedt Gert op als Garry Hagger. Hij nam zich wel voor van dan af nooit meer van artiestennaam te veranderen.

In 1995 waagt Gert zijn tweede kans in de Soundmixshow van VTM, opnieuw met een cover van René Froger, deze keer This is the moment. Hijzelf weet van niets. Zijn vrienden hebben hem deze keer ingeschreven omdat zij bleven geloven in zijn zangtalent. “Ik had er mij allang bij neergelegd dat de Vlaamse showbizz voor mij niet was weggelegd. Ik zou wel zijn blijven zingen, mij vooral al zingend amuseren tijdens de weekends, but that was it“, aldus Gert. Het nummer This is the moment komt uit de musical “Jekyll & Hyde”, geschreven door Frank Wildhorn en Leslie Bricusse. De 19de december 1992 stond René Froger ermee op de 25ste plaats in de Nederlandse Top Veertig. Geen grote hit, maar het werd wel een klassieker tijdens de optredens van René. Gert vindt dat dit nummer hem als een maatpak gegoten zit. Hij gaat uiteindelijk met de tweede plaats lopen. Crooners maken tijdens die editie het mooie weer uit. Ook Doran, alias Georges Darmoise, blijkt voor het nummer This is the moment gekozen te hebben, maar dat kan dus niet. Daarom dat de organisatoren hem vragen of hij niet Delilah van Tom Jones wil zingen, en zie, Doran gaat met de overwinning aan de haal. Achteraf is het verhaal van Garry een veel groter succes dan dat van Doran gebleken.

Gert werkte toen al samen met zijn roadmanager Luc Carlier, nog steeds vaste technicus bij Gert als hij on the road gaat, die close bevriend was met Roland Uyttendaele, die de finale op tv had gevolgd en meteen zin heeft om met Gert een plaat op te nemen, want Roland houdt wel van die zangstijl. Roland is eigenaar van platenfirma Paradiso en biedt Gert een vijfjarig platencontract aan. Roland wil meteen een gans album in de markt zetten met als uithangbord This is the moment als single, maar dat ziet Gert niet zitten. Die wordt snel aan producer Fred Bekky, voormalig lid van The Pebbles, gekoppeld, die achter de idee van Gert staat er een Nederlandstalige versie van op te nemen. Het is ook Fred die de tekst schrijft. “Met hem samenwerken was meteen bingo. Hij heeft een schitterende bewerking gemaakt van Het allermooiste. Die aanpak lag mijn stem als gegoten. Ik heb sindsdien een enorme bewondering voor hem.” Roland zelf twijfelt aan die Nederlandstalige aanpak, maar geeft uiteindelijk toe. De 31ste januari 1996 staat Garry Hagger met Het allermooiste op tekst van Fred Bekky op de eerste plaats van de Vlaamse Top Tien en dat zeven weken na mekaar. De single wordt met goud bekroond en voor Garry kan niets meer stuk. De 30ste maart prijkt hij zelfs op drie in de BRT Top Dertig. “Toen ik op één belandde, heb ik zelfs staan wenen. Ik dacht meteen terug aan mijn moeder die in 1984 overleden was, lang voordat ik bekend werd. Mijn moeder stond als een blok achter mij. Ze was enorm fier telkens als ze mij op het podium bezig zag. Ik heb haar dan ook in de week dat ze overleed, beloofd dat ik zou volhouden totdat ik zou scoren. Ik dacht dan ook meteen aan haar toen ik uit handen van Willy Sommers en Anne De Baetzelier mijn eerste gouden plaat in ontvangst mocht nemen. Het was voor mij ook meteen het signaal dat ik nooit meer zou opgeven om op die manier de droom van mij en mijn moeder waar te maken. Het zou van dan af mijn levenswerk worden. Niemand had kunnen voorspellen dat we met Het allermooiste direct in de roos zouden schieten. Maar dat is gelukkig wel gebeurd en dat is ook de reden dat ik nu nog altijd doe wat ik al die jaren graag heb gedaan. Dus eigenlijk ben ik zowel Luc als Roland zeer dankbaar dat ik deze kans in mijn leven heb gekregen.” In stilte heeft Gert het succes van Het allermooiste dan ook aan zijn moeder opgedragen. Na zijn succes met dat nummer heeft Garry René Froger meermaals ontmoet. “Ik ging vaak naar zijn concerten, onder meer in de “Koningin Elizabethzaal” van Antwerpen, en dan ontmoetten wij elkaar backstage. Er is altijd wederzijds respect tussen ons beiden. In mijnn  binnenste heb ik altijd gehoopt op een duet, maar dat is er helaas tot nu toe nog niet van gekomen.” Vanaf het moment dat Garry met Het allermooiste begint te scoren, wordt Marc De Coen zijn manager en regelt ook zijn optredens. “Ik kende Marc al langer via zijn broer Guido, een van mijn werkmakkers toen ik in de bouw aan de slag ging. Toen al zei Marc mij dat er een dag zou komen dat we samen aan de slag zouden gaan en iets voor elkaar zouden betekenen“, aldus Garry Hagger.

Op het moment dat Garry op één staat, heeft “De Gouden Zeemeermin” plaats (selecties met het oog op het Eurovisiesongfestival). Die wedstrijd verloopt over vier preselecties én een finale, in het totaal goed voor een passage van veertig kandidaten. Dat jaar wint Lisa del Bo met Liefde is een kaartspel. Op twee eindigde Splinter, op drie En Zo, op vier Peter Van Laet en op vijf Garry met Dat ik van je hou, in de stijl van Het allermooiste geschreven door Fred als een hommage aan Gerts overleden moeder. Door het succes van Het allermooiste werd beslist het nummer niet op single uit te brengen, maar wel op het gelijknamige album, dat iets later zal verschijnen.

De fans wankelen even wanneer als tweede single gekozen wordt voor het voetballied Club Brugge Kampioen. Niet dat Garry geen sympathie koesterde voor deze voetbalploeg, maar dat overduidelijk kleur bekennen, leek hem toch niet verstandig. Hij wou namelijk geen fans van andere ploegen voor het hoofd stoten. Maar Roland Uyttendaele had blijkbaar een deal met de Belgische Voetbalbond afgesloten en dus deed Garry braaf wat van hem gevraagd werd. De 18de mei van dat jaar staat de single op twee in de Vlaamse Top Tien. Het is een bewerking van het bekende Napolitaanse liedje Funiculi Funicula. In de Top Dertig klimt Garry de 8ste juni naar de achtste plaats. Garry is in de zevende hemel wanneer The Three Degrees hem vragen tijdens hun tournee in ons land in hun voorprogramma op te treden. Qua volgende singlekeuze wordt het puzzelen, want ga maar eens een geschikte opvolger zoeken. Er wordt gekozen voor Als de zon verschijnt, zowel tekst als muziek van Fred Bekky, die zich baseerde op Only the strong survive van Jerry Butler en nadien succesvol gecoverd door Billy Paul. De 13de juli 1996 staat Garry ermee op zes in de Vlaamse Top Tien, zijn derde hit dus dat jaar. De 31ste augustus vinden we hem op de 23ste plaats in de Top Dertig. Vier maanden later wordt er gekozen voor een cover ‘t Is nog niet voorbij, een vertaling van Io senza te, geschreven door Albino Mammoliti en in 1981 de hitlijsten ingezongen door de Italiaanse groep Santarosa. Voor de vertaling tekent Fred Bekky. De productie is in handen van Luc Smets, die ooit samen met Fred in The Pebbles had gezeten. Het wordt echter geen hit. De 22ste februari 1997 zit er een zesde plaats in voor het nummer Als ik bij jou kan zijn, tekst en muziek ook deze keer van Fred Bekky. Al deze singles worden verzameld op het album “Het Allermooiste”, dat de 2de november 1996 in de winkels ligt. De 9de november klimt het album naar de 20ste plaats in de Ultratop Album 200.

In het kielzog daarvan is er de single Alleen maar om je geven, geschreven door Carine Devos samen met Luc Smets, die eveneens voor de productie tekent. Garry voelt dat hij almaar méér zijn greep op de Vlaamse Top Tien verliest en gaat samen met Roland overleggen. Intussen passeert nog de vertaling van Toi, tu voudrais van Claude François, beter bekend als De glimlach van een kind, dat Garry Hagger in 1998 als duet uitbrengt samen met het kindsterretje Sarah, in navolging van Willy en Willeke Alberti, die er in Nederland een geweldige hit mee hadden. Het nummer geraakt tot in de tipparade, maar geen stap verder. Er wordt beslist zo snel mogelijk op het Paradiso-label een verzamelaar uit te brengen met de meest geliefde songs van Garry: “Het beste van Garry Hagger”, achttien nummers in het totaal.

Voor het productieteam is de maat vol! Garry gaat zich meer als een echte crooner profileren en begint te grasduinen in het aanbod evergreens en populaire klassiekers. Hij pakt verrassend uit met My Life, een vertaling van de hit Ma vie waarmee Alain Barrière in 1964 in de Benelux en Frankrijk enorm had gescoord. In de Top Dertig van de zomer van 1964 stond Alain er in Vlaanderen zelfs mee op de eerste plaats. Voor Garry zit er in de Ultratop op single een 48ste plaats in. Meer succes is weggelegd voor het album “My Life”, dat de 25ste oktober 1997 wordt uitgebracht met daarop uitsluitend coverversies: Lingering on van Tom Jones, You don’t have to say you love me van Dusty Springfield, Suspicion van Terry Stafford, Blue Spanish Eyes van Al Martino, You’re sixteen van Johnny Burnette enz. Er wordt in studio “The Groove” in Schelle opgenomen met Werner Bellon als producer en arrangeur. Peter Bulkens is technicus van dienst. De Engelse vertalingen zijn van de hand van de inmiddels overleden John Colston. De fans hielden gelijke tred met Garry’s beslissing om in het Engels te gaan zingen, maar ze hadden schrik dat dit ook in het buitenland zou aanslaan en Garry met de noorderzon zou verdwijnen. Maar zover is het nooit gekomen. In ons land wordt het album de 1ste november 1997 bekroond met een vijfde plaats in de Ultratop Album 200. “We hebben toen het vocale roer vrij bruusk omgegooid omdat ik door mijn werk bij de bigband vooral bleek uit te blinken tijdens het croonersrepertoire. Ook Roland Uyttendaele wist dat en was goed vertrouwd met dat genre. We gingen ervoor om het Nederlandstalige repertoire achter ons te laten en in het Engels te gaan zingen. Van het album is trouwens voor Eén iets later een tv-show opgenomen. Voor mij sowieso een mijlpaal in mijn carrière. Temeer omdat het album bekroond werd met goud.”

De 10de oktober 1998 verschijnt onder de titel “Las Vegas” een cd in alweer een productie van Werner Bellon met de technische steun van Peter Bulkens en Guido Maes. Op de hoes staat vermeld “In memory of John Colston”, de man die Garry net voordien onder meer nog had geholpen met de correcte uitspraak van de Engelse teksten. Er wordt ook deze keer opgenomen in studio “The Groove” en ook deze keer valt de keuze op internationale hits die Garry maar al te graag covert: Las Vegas van Tony Christie, The Summerwind van Frank Sinatra, Copacabana van Barry Manilow, I’ll never fall in love again van Johnnie Ray enz. Garry gaat niet helemaal akkoord met de repertoirekeuze. Zo ziet hij het niet zitten Some broken hearts never mend in te zingen, maar Roland dringt aan en zijn wil geschiedt. Er staat op die plaat zelfs een Engelse versie van Adieu Jolie Candy, If it’s all I Can Have, én een duet met de Vlaamse sopraan Mariëlle Creemers, True Love. Uit dit album verschijnen de songs If you hold my hand, Some broken hearts never mend, Las Vegas en No one can break a heart like you achtereenvolgens op single en krijgt Garry van de VRT de kans om van dit album een tv-show in te blikken. Met een videoploeg reizen ze naar Las Vegas, maar eenmaal thuis worden die beelden amper gebruikt en wordt het programma de 1ste november van dat jaar als een liveconcert uitgezonden. Alleen in de begingeneriek werden enkele sfeerbeelden uit Las Vegas verwerkt. Er werd ook een volledige clip gedraaid om Las Vegas als single beter in de markt te zetten, maar die werd nadien nooit gemonteerd. In de hitlijsten is het album een behoorlijke meevaller, want in de Ultratop Album 200 is voor Garry een twintigste plaats gereserveerd.

In 1999 is er het album “South of the Border”. “Door het succes van de vorige Engelstalige cd’s kwamen we op de idee om countrygetinte songs in te blikken. Tom Jones en Engelbert Humpderdinck waren voor hun hits Green, green grass of home en Release me in de jaren zestig ook al te rade gegaan bij het countryrepertoire en we wilden dat op dit album ook eens uitproberen.” Ook nu wordt er in studio “The Groove” in Schelle opgenomen, deze keer met technicus Guido Maes aan de knoppen en producer Luc Smets. Doorbloeiers zoals Can’t smile without you en Don’t let the stars get in your eyes sieren de inhoud, maar je merkt dat het arsenaal oerdegelijke klassiekers al te vaak en te veel werd aangesproken. De rek is uit de formule. Toch verschijnen de titelsong en Darlin’ why op single. Je kan ze bezwaarlijk, voortgaand op de hitlijsten, voltreffers noemen.

Een gouden zet blijkt de verzamelaar “Romantic Slows”, die de 19de februari 2000 in de markt wordt gezet, gepaard gaand met een groots opgezette tv-campagne bij VTM. Het kost een aardige duit, maar die investering loont, want er worden méér dan twintigduizend exemplaren verkocht. De 4de maart prijkt Garrymet zijn cd op één in de Ultratop Album 200. Nochtans is deze compilatie een verzameling van songs die op eerdere albums al te horen waren: My life, Stay awhile, You’re my world, The Wonder of You enz. Als aardigheid zingt Garry als bonustrack de Engelstalige, originele versie van Het allermooiste, This is the moment.Ik kan het zelfs nu nog niet geloven. Ik op één genoteerd en dat voor Céline Dion en Mariah Carey. Ik was zo fier als een gieter. Vreemd genoeg heeft daar in de pers niemand, maar dan ook niemand ook maar met één woord over gerept. Ik had gelukkig wel veel succes met die liedjes tijdens mijn optredens en was vaak op televisie te zien. Het is ook raar dat ik voor die plaat nooit een gouden exemplaar heb ontvangen.

Omdat het ijzer hoort gesmeed te worden als het heet is, in dit geval gloeiend heet, wordt er zonder al te veel te plannen iets later het album “Romantic Slows 2″ uitgebracht. Dat album wordt de 16de december gelanceerd. Ook nu weer een verzameling van eerder uitgebrachte nummers, aangevuld met enkele nieuwe tracks. Songs als Fallin’ in love again, Rags to riches, Spanish Harlem, Suspicion, Tender Years en Everybody Knows. Het succes van het vorige volume kan niet herhaald worden, want de 30ste december houdt het album halt op de dertigste plaats in de Ultratop Album 200.

In 2000 is Garry ook te horen op het album “Een eerbetoon aan Ann Christy” in een productie van haar voormalige echtgenoot Marc Hoyois in samenwerking met Luc Smets. Aan dit album werken onder anderen Jo Vally, Johan Verminnen, Will Tura en Jimmy Frey mee. Garry zingt De roos, een van Anns bekendste liedjes.

Manager Marc De Coen is al een paar jaar aan boord gestapt om Garry door de woelige Vlaamse wateren te loodsen. Hij en Garry beslissen bij Paradiso op te stappen, want Gert wil eens uit een ander vaatje tappen. Hij sluit een platendeal bij Sony-Epic, die in 2001 resulteert in het album “Perfect Moment” met dezelfde muzikale ploeg achter zich: Werner Bellon, Chris Peeters, Luc Smets en Peter Bulkens. Er wordt afwisselend opgenomen inde studio “The Groove” en “Galaxy”. Muzikaal wordt hij geruggensteund door onder anderen Steve Willaert, Chris Peeters, Pietro Lacirignola, Jef Coolen, Danny Caen en Vincent Pierins. Garry kiest voor een aantal nieuwe nummers van onder meer Danny Wuyts en Jean Klüger. Tura’s Ik mis je zo wordt I miss you so. “Marc De Coen ik kozen voor een modernere en jongere aanpak, zonder het croonersgenre te verloochenen. Het album heeft echter niet het succes gekend dat we gehoopt hadden. Toch blijf ik nog altijd achter de keuze staan die we toen gemaakt hebben. Daar staan trouwens een paar songs op knap gearrangeerd door Luc Smets. Ook Steve Willaert, de vaste arrangeur van Will Tura, heeft wat dat betreft knap werk geleverd. Het is en blijft een van mijn favoriete albums tot nu toe.” Het valt op dat Hagger in het Engels blijft zingen. Hij zet dit album in de markt naar aanleiding van zijn optreden de 7de oktober 2001 in de “Arenbergschouwburg” in Antwerpen.

In 2003 wordt “Glorie Hallelujah” opnieuw uit de kast gehaald, waarmee Liliane Saint-Pierre in de jaren zeventig langs de Vlaamse kerken trok. Deze keer is de regie in handen van Jos Dom en wordt de muzikale leiding aan Werner Bellon toevertrouwd. Er wordt met een cast gewerkt met daarin naast Garry Hagger onder anderen Wim Leys en Ann De Winne. In 2003 komt Garry Hagger bij platenfirma Warner terecht en brengt er op single Wat is er fout gegaan uit, een vertaling door Stefaan Fernande van Caruso van Lucio Dalla. Het jaar daarop neemt Garry deel aan “Eurosong” met het nummer I will choose you, geschreven door John Terra samen met Daniël Ditmar. “Het was toen al geweten dat ik een enorme fan ben van het Eurovisiesongfestival. Marc De Coen wist dat. We gingen gericht op zoek naar een geschikt nummer. Het moest anders klinken dan ik gewoonlijk bracht. Ik zou alleen begeleid worden op piano door Tars Lootens, bekend van zijn jarenlange samenwerking met Johan Verminnen. Het zou daardoor anders klinken dan de rest, maar we wisten dat we daardoor zouden opvallen. De jury ging in het begin niet akkoord, maar we kregen door de band toch de nodige schouderklopjes van de ons omringende collega’s en muzikanten.” In het totaal schrijven zich 360 artiesten in, waarvan er 28 worden geselecteerd. Deelnemers zijn onder meer Xandee, Nicole & Hugo, Raf Van Brussel, Elsie Moraïs, Roxane, Spring, Amaryllis Temmerman en Natalia. Xandee wint uiteindelijk met 1 life, maar Garry geraakt niet verder dan de voorronde. Dat wordt even naar adem snakken, want hij en zijn team hadden er veel meer van verwacht. Voor de Vlaamse zangers is het op dat moment knokken geblazen. Het is zoeken om het juiste nummer te vinden. Steun van zijn platenfirma Warner krijgt Garry niet, want die hebben net beslist te reorganiseren en besluiten hun samenwerking met Garry snel stop te zetten. Dan maar uitkijken naar een andere firma en dat wordt in 2005 HKM van Hans Kusters, die hem een nummer van Jacques van Eijck laat horen, Ik heb de hele nacht liggen dromen, dat in Nederland een schlagerhit was geweest voor Wolter Kroes. “Dat contact met Hans Kusters is volledig de verdienste van Marc De Coen“, aldus Garry. “We zochten een liedje dat wat schlagergevoelig was, want dat genre maakte toen opnieuw furore. Doordat de partner van Marc, Mieke, veel in Nederland optrad, kwamen wij op de idee die Nederlandse meezinger te bewerken en op te nemen. Hans had dat liedje in zijn uitgeverij en zodoende zijn we bij hem terechtgekomen. Wat Hans Kusters betreft, is het wat mij betreft jammer genoeg tot die ene samenwerking gebleven, want ik vermoed dat hij nog wel een aantal geschikte liedjes achter de hand had.” Marc De Coen trekt voor dit nummer met Garry opnieuw naar studio “The Groove” in Schelle en levert een geslaagde versie af. Het lijkt alsof Garry de hitdraad opnieuw heeft opgepikt. Hij palmt de 13de augustus de 23ste plaats in de Top Dertig in. De 23ste juli stond hij al op acht in de Vlaamse Top Tien.

De 30ste april 2005 van dat jaar is hij in Temse, waar hij eerst op het stadhuis tot ambassadeur van zijn gemeente wordt uitgeroepen, de centrale gast is tijdens een rondvaart op de Schelde en nadien genieten de fans daar van een uitgebreid buffet én van het concert”Tien jaar Garry Hagger, dertig jaar stem aan de Schelde”. Mieke vertaalt speciaal voor Garry Après toi van Vicky Leandros, dat hij als Zonder jou opneemt, met in 2007 het opvallende duet Miserere, in 2007 samen met Pino Baresi ingezongen. In de maand juli is er de single Jij bent het helemaal, geschreven door Jacques Verburght en Raymond Felix, gearrangeerd door Alain Van Zeveren.

In 2008 brengt Hagger in eigen beheer het album “De kracht van de liefde” uit. De productie is deze keer in handen van Marc De Coen en deels ook van Peter Keereman. Het is een collage van nummers die hij al eerder had ingeblikt, aangevuld met een aantal nieuwe nummers, onder meer Wat beroert jou van John Terra en Daniël Ditmar en De kracht van de liefde van Danny Breban en Peter Keereman. Samen met de partner van Marc De Coen, zangeres Mieke, zingt Garry het duet Voor altijd samen, een song van Dolly Parton. Datzelfde jaar wordt Hagger door VTM uitgenodigd voor het “Schlagerfestival” in de “Ethias Arena” in Hasselt. Hij staat samen met Frans Bauer, Laura Lynn, Jo Vally, John Terra en Corry Konings op de affiche. “Door het succes van Ik heb de hele nacht liggen dromen werd ik hier en daar op een schlagerevenement uitgenodigd. Dat was, ook in Hasselt, niet meteen mijn biotoop, maar ik voelde me wel goed tussen al mijn collega’s. Door mijn uitgebreid repertoire kan ik mij ook op zo’n festival goed staande houden. Trouwens, ik hou nog altijd vol dat crooners veredelde schlagerzangers zijn, dus zo veraf zitten we onderling nu ook weer niet door daar op te treden.”

Tijdens een privéfeest dat jaar ontmoet hij Merrill Osmond van The Osmonds, die met hem koste wat het kost het nummer Pure Glory wil inzingen. In de pers lezen wij: “Merrill en Garry hebben elkaar anderhalf jaar geleden ontmoet tijdens een benefietoptreden. Beide heren waren erg enthousiast over elkaars vocale capaciteiten en maakten plannen om samen ooit eens iets te doen. In 99% van de gevallen blijft het bij beloftes en vage plannen, maar in dit geval liep het helemaal anders. Merrill en Garry hielden contact en na veel heen- en-weergetelefoneer werd Pure Glory ingeblikt. Merrill zingt het in het Engels en Garry in het Nederlands. Garry Hagger beleeft met deze samenwerking alweer een mooi moment in zijn rijkgevulde carrière. Ondertussen namen Merrill en Garry in Antwerpen een clip op voor de single Pure Glory. Een reportage werd op donderdag de 11de juni in “De Rode Loper” op Eén uitgezonden.”

In 2009 ontmoet Garry de liefde van zijn leven. Hij maakte twee jaar eerder kennis met Gitte, arts van opleiding, gespecialiseerd in het begeleiden van proteïnediëten, en op die manier leerde Gert haar kennen. Sindsdien zijn ze onafscheidelijk.

Omdat Hagger graag laat horen dat hij uit volle borst kan zingen, pakt hij in 2012 verrassend uit met het album “Klassiek in Pop”. Het jaar voordien had hij al krachtig uitgehaald in het duet Achter de horizon, een nummer van Tom Bakker en Allard Blom, samen met Ben Cramer. Op “Klassiek in Pop” wordt een mengeling van klassiekers uit de wereld van de musical, de operette en de opera aangeboden. Het uitgangspunt is dat er uitsluitend in het Nederlands wordt gezongen. “Eigenlijk was dit een idee waar Marc De Coen al een hele tijd mee rondliep. Mij sprak dat wel aan, het zijn meestal liedjes met een krachtige melodielijn. Ook de uitdaging om die songs qua arrangementen in een popversie te gieten, leek me een welgekomen uitdaging. Vocaal moet je daar ook al je kunde in leggen. Zo zijn we dan bij Alain Van Zeveren aanbeland, ooit toetsenist bij The Radios. Hij was klassiek geschoold en kende ook de wereld van de popmuziek.” Voor de teksten tekenen deze keer Mary Boduin, die we kennen van haar liedjes die ze voor Ann Christy schreef, én Bart Herman. De productie is voor rekening van Marc De Coen, die qua repertoire kiest voor klassiekers als Stranger in Paradise, Fascination, Stretti stretti, Land of Hope and Glory en de Triomfmars uit Aïda van Giuseppe Verdi. “Je hoeft het me niet eens twee keer te vragen, muzikaal-technisch is en blijft dit de mooiste productie die ik tot nu toe heb mogen realiseren“, zegt Garry met klem.

In maart 2012 wordt Garry dankzij zijn dochter Jessy opa van kleinzoon Vince, die hem bompi mag noemen. Garry had net voor die geboorte een nieuwe single uitgebracht, Was je nu maar hier, een bewerking van What’s another year van Johnny Logan, de voorloper van een conceptalbum met daarop Vlaamse versies van Songfestivalliedjes. Op dat album is het wachten tot de 19de april 2014. Dan ligt “12 points, zijn favoriete songfestivalliedjes” in de winkel. “Ik heb dan nooit kunnen meedoen aan het Eurovisiesongfestival, maar dat belet niet dat die zangwedstrijd en die liedjes me na aan het hart liggen. Dat repertoire laat me niet los. Vandaar dus die idee om zo’n album te maken. Bij het liedje Where are you now dacht ik: waarom niet eens proberen zelf een Nederlandstalige tekst te schrijven? Marc De Coen gaf meteen zijn zegen en spoorde me aan ook de overige liedjes aan te pakken. Buiten Hard to say goodbye op mijn Las Vegas-cd had ik dat nooit eerder geprobeerd. Ik dacht altijd dat zoiets voor mij niet was weggelegd, maar deze keer lukte het wonderlijk wel.” Garry schreef dus de Nederlandse lyrics, op Zonder jou na, een vertaling van Après toi door Mieke, partner van zijn manager Marc De Coen. Het concept van dit album werd trouwens door Marc bedacht, die eveneens tekende voor de productie. Gemusiceerd wordt er door onder anderen de gitaristen Roel De Ruijter en Chris Corremans, Luc Smets en Alain Van Zeveren en qua backing wordt er gezongen door Tijl Corremans en Dany Caen. Ingeblikt wordt er in studio “Rockstar Recordings” te Niel. Wij horen een vertaling van Take me to your heaven, waarmee Charlotte Nilsson in 1999 in Jeruzalem won voor Zweden, dat in de markt wordt gezet als zijn nieuwste single met als titel Breng me naar je hemel. Voorts zingt Garry vertalingen van Eres tu, Beg, steal or borrow, Love shine a light en Hold me now, die in zijn versies klinken als Zo ben jij, Jij laat de zon voor altijd schijnen, Liefde brengt licht en Hou me vast. Als bonustrack is er de Euromedley samen met Marga Bult en Maggie MacNeal. In de bijbehorende tekst bij het album schrijft Raf Van Bedts, hoofdredacteur van www.eurosong.be, het volgende: “Durf jij jezelf te outen als Songfestival-adept? Het werkt bevrijdend. Verklaar het niet heilig en verwacht er ook niet te veel van. Houd ervan of haat het, maar beleef er plezier aan. Kies uit het rijke buffet met nationale gerechten uit tientallen landen die dingen naar wat jij lekker vindt. Fijnproevers pikken er de kersen op de taart uit en laten de zure krieken aan azijnpissers. Garry Hagger heeft een kersentaart gebakken. Het Songfestival heeft een nieuwe ambassadeur.”

Garry heeft intussen beslist een andere koers te varen. “In 2015 kwam er een einde aan mijn samenwerking met Marc De Coen. Dat was voor mij een heel moeilijke beslissing. Ik draag trouwens Marc nog altijd een zeer warm hart toe, want hij heeft voor mijn carrière ontzettend veel betekend. Maar een mens moet soms een keuze maken. Ik kreeg het voorstel van Live Entertainment om op een andere manier samen te werken, méér dan louter boekingen. Ik heb toen lang nagedacht en kwam tot het besluit dat een nieuwe aanpak welkom was. Er was intussen veel veranderd in de muziekindustrie, vooral op het gebied van techniek. Onder de vleugels van Henk Vermeulen hebben we dan gekozen voor het liedje Piranha. De 13de juni 2015 brengt Garry Hagger dat aanstekelijk nummer op de markt, een vertaling van de hit Piradinha van Gabriel Valim door Udo Mechels. De 13de juni noteren we hem op de 26ste plaats in de Vlaamse Top 50. De 29ste juni is er in een productie van Bert Gielen de single Omdat ik Vlaming ben, geschreven door Udo Mechels en Anders Wigelius. Garry neemt dit nummer op samen met Bart Kaëll, Willy Sommers en De Romeo’s.

De sfeer die het nummer Piranha uitstraalt, spreekt Garry en zijn fans zo aan dat hij de 22ste juni 2016 zijn versie lanceert van de Mexicaanse evergreen Besame mucho. De 16de juli staat hij ermee op de negentiende plaats in de Vlaamse Top 50. Op zijn website lezen wij: “Vorig jaar verraste Garry Hagger met zijn aanstekelijke zomersingle Piranha. De zanger ging toen de Braziliaanse tropische toer op. Garry Hagger blijft in exotische sferen, want deze zomer brengt hij zijn versie van de Mexicaanse wereldhit Besame mucho. Garry Hagger heeft het lied zelf vertaald naar het Nederlands, maar de typische zuiderse sfeer is bewaard gebleven. De nieuwe single van Garry Hagger is met andere woorden een zomerse klassieker waar authenticiteit en herkenbaarheid centraal staan. Deze single is de voorloper van een nieuw album waarop Garry Hagger zijn favoriete klassiekers covert naar het Nederlands. Het nieuwe album komt er in het voorjaar van 2017. Inmiddels werd er ook een romantische clip ingeblikt in het prachtige theater “De Gekke Haan” in Beveren.”

Besame mucho is dus de voorloper van een nieuw album waarop Garry Hagger zijn favoriete klassiekers covert naar het Nederlands. Voor de release mikt hij op het voorjaar van 2017. “Samen met Henk Vermeulen zijn we op zoek naar ijzersterke nummers. We willen er namelijk alles aan doen om hier in Vlaanderen nog eens zwaar te scoren. Dat maakt de druk enorm groot, maar ik wel er nog eens echt voor gaan“, aldus een overenthousiaste Garry. De 20ste juli 2016 geeft Garry in het “Casino van Middelkerke”, naar jaarlijkse traditie, een live verjaardagsconcert met extra aandacht voor het feit dat hij twintig jaar geleden zijn grootste hit scoorde met Het allermooiste.

Vrijdag de 31ste maart 2017 laat Garry, gretig op zoek naar een zomerhit, ons kennis maken met zijn nieuwste single. Of moeten we zeggen die van Nathalie en Gildy, want het duo Sugarfree besliste het nummer Ik heb de hele nacht liggen dromen, waarmee Garry al in 2005 scoorde, opnieuw op te nemen. Voor deze gelegenheid vroegen ze aan Garry of hij met hen niet in duet (duel) wilde gaan. Hij hoefde geen twee keer na te denken om samen met beide dames deze oude hit van de Nederlandse zanger Wolter Kroes nog eens nieuw leven in te blazen. Zijn fans plezieren is iets dat Garry Hagger permanent bezighoudt. Hij wil dan ook van 2017 een opmerkelijk jaar maken. Op zaterdag de 2de september geeft hij een uniek concert in “Theater Elckerlyc” te Antwerpen. “Garry Hagger’s Jukebox” wordt een onvergetelijke show waarin hij al zijn favoriete evergreens uit de jaren ’60 en 70′ in een hedendaags en Nederlandstalig jasje stopt. Allemaal liedjes die hij destijds meezong met de jukebox. Een avond dus met een nostalgische knipoog.

Of Hagger zichzelf eens kan omschrijven? “Dat is een heel moeilijke vraag. De rode draad in mijn leven is sowieso de muziek. Zelfs toen ik nog actief voetbalde bij VK Tielrode, was ik bezig met het orkest Poker en nadien als solist. Dat publiek om me heen vind ik fantastisch. Ik ben een sociaal beest. Maar ik entertain niet alleen graag de mensen, ik help ze ook graag. Dat was zo al tijdens mijn periode bij de Chiro en nadien bij het team van Papa Chico. Ik ben me toen bijvoorbeeld gaan interesseren voor wat kinderen allemaal bezighoudt. In mijn vrije tijd zit ik veel in mijn homestudio, waar ik altijd nieuwe dingen uitprobeer. De weekends zijn heilig, vooral de zondag. Mijn vriendin Gitte heeft me geleerd wat meer qualitytime in te lassen. Dan gaan we samen lekker eten, ook al doen we dat even graag thuis en dan vooral in het gezelschap van haar lievelingskatten. In het voorjaar hou ik ook altijd een periode vrij dat we samen op reis kunnen. We kijken daar altijd naar uit.” En de fans, wat betekenen die voor jou? “Zij zijn ontzettend belangrijk. Ik probeer dat niet louter commercieel te bekijken. Ik voel vaak tijdens mijn optredens dat bepaalde liedjes de fans op een speciale manier raken en aanspreken. Liedjes waarin ze een houvast vinden. We praten daar nadien ook over. Ik merk dat ik hen tijdens het weekend wat van hun dagelijkse sleur verlos en dat blijft een van mijn drijfveren. Daar vooral doe ik het voor en zal ik het nog jaren blijven doen.” Hoe kijkt Garry dan naar de toekomst? “Ik hoop al zo lang om een cd op te nemen met rasechte standards, pure evergreens. Ik zing die regelmatig tijdens mijn optredens en dan merk ik dat het publiek daarop niet alleen enthousiast reageert, maar meteen ook vraagt op welke cd die staan, en dan moet ik ruiterlijk toegeven dat ik die tot nu toe nog niet heb ingeblikt. Ook staat een heus kerstalbum op mijn voorkeurlijst. Graag zou ik die nummers brengen in een grootse kathedraal met alles erop en eraan. En als het kan met een liveorkest. Ik krijg er nu al kippenvel van.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2016 Daisy Lane & Marc Brillouet

Dana Winner

Anno 2013 kan Dana Winner er prat op gaan dat zij zo’n slordige veertig singles in Vlaanderen op haar palmares heeft staan en zo’n achttien albums, haar verzamel-cd’s meegerekend. Daarmee nestelt zij zich tussen artiesten zoals Will Tura en Willy Sommers terwijl haar carrière pas op het einde van de jaren tachtig een start nam.

Papa Vanlee werkte zijn leven lang bij de NMBS en belandde op het einde van zijn carrière in Hasselt, dicht bij zijn thuishaven in Kermt, waar de tiende februari 1965 zijn dochter Chantal werd geboren. Chantal kwam meteen tussen vier andere kinderen terecht: drie broers en een zus, vijf in het totaal. Mama Vanlee had dus de handen vol en bleef daarom actief op het thuisfront. Moeder hield eraan dat haar kinderen zouden voortstuderen. Chantal was van in het begin een halve jongen: kort haar, meestal in een broek gekleed en zo sportief als wat, kortom een echte tomboy. Het is een periode die zij nog altijd koestert. Papa had erg veel last van astma, maar dat belette hem niet vaak en veel te zingen. Op potten en pannen werd hij door zijn kroost daarbij begeleid. De familie was erg muzikaal. Zij belandden ofwel in de plaatselijke fanfare of het plaatselijke koor. Naast het luisteren naar muziek op de radio werden er ook platen gekocht, onder meer van The Beatles. Wanneer het enigszins kon, ging Chantal een optreden van Up With People bijwonen en daar kreeg zij de smaak van het zingen te pakken. Dit wou zij ook, zingen voor een groot publiek.

Chantal is een jaar of vijf wanneer zij in de kleuterklas een liedje mag zingen en dat wordt Mama van haar idool Heintje. Zij loopt lagere school in Kermt. In het derde leerjaar, zij is dan acht, sluit zij zich aan bij het koor van juffrouw Roosen, tachtig leden sterk.  Zij luisteren niet alleen misvieringen op, maar geven ook concerten, onder meer voor Armand Preud’homme in Peer. Tot en met haar zestiende blijft Chantal bij dat koor zingen. In het vijfde leerjaar krijgt zij zin om zich aan te sluiten bij het volleybalteam. Zij heeft niet door dat zij dit tot aan haar vierentwintigste verjaardag zal volhouden. Hier kan zij haar onstuimigheid gemakkelijk kwijt. Op een bepaald moment wordt die sport een passie en kan zij zich aansluiten bij de ploeg van Houthalen. Maar, Chantal is maar één meter en vijfenzestig centimeter groot, té klein dus, en het zingen wordt voor haar almaar belangrijker. Er moet gekozen worden. Het zingen kreeg toen al de bovenhand. Qua school valt haar keuze eerst op de “Zusters Ursulinen” in Herk de Stad waar zij zich vier jaar aardig thuisvoelt om dan te verhuizen naar de “Zusters Ursulinen” in Hasselt. Hier volgt zij de afdeling secretariaat-moderne talen. Op school valt zij op als een spring-in-het-veld die het maar moeilijk vindt om ‘s avonds nog achter haar boeken te gaan zitten om te studeren. “Een goede middelmaat” is een omschrijving die haar schoolse prestaties het best verwoordt.

Chantal heeft van kindsaf een drukke agenda. Op de lagere school trekt zij ook al naar de plaatselijke muziekschool om daar notenleer te volgen. In 1988 organiseert Radio 2 een zangwedstrijd waarvoor de leden van haar volleybalteam als een soort joke haar inschrijven. Halsoverkop gaat zij op zoek naar een geschikt nummer en laat haar keuze vallen op Amour défendu van haar toenmalig idool Mireille Mathieu. De eerste ronde van die zangwedstrijd heeft plaats in zaal Kermeta in Kermt. Chantal belandt uiteindelijk in het Cultureel Centrum in Hasselt in de finale. Haar sterkte is dat zij geen imitatie van Mireille neerzet, maar gewoon zichzelf blijft. Chantal zingt zich in een overvolle zaal naar de overwinning. Na dat Radio 2-verhaal gaat zij aan de zijde van een tiental artiesten, waaronder Ricky Fleming, optreden tijdens de “Springplanktournee” waarmee zij zeven culturele centra in Limburg aandoen. Tijdens deze tournee ontmoet zij John Terra die meteen doorheeft dat we hier met een echt zangtalent te maken hebben. Zij vertelt hem dat zij naast het repertoire van Mireille Mathieu ook dweept met de liedjes van Olivia Newton John en Abba. John aarzelt niet en stapt met haar naar muziekuitgever en producer Jean Klüger, want hij wil zo snel mogelijk met haar een plaat opnemen en dat wordt een cover van Top Of The World van The Carpenters dat in het Nederlands vertaald wordt als Op het dak van de wereld door Nelly Byl die bij Jean Klüger het merendeel van de teksten schreef voor de hits van Marva en Will Tura. De single wordt uitgebracht op het Topkapi label van Jean Klüger en belandt de eenendertigste maart van 1990 in de staart van de Vlaamse Top Tien. Voor Terra een bewijs dat haar stem aanslaat. Hij aarzelt dan ook niet haar datzelfde jaar op te nemen in de Limburgse ploeg van de Baccarabeker samen met de groep To Be Louise en Johnny Lynn. Een van de liedjes die zij daar zingt is Op het dak van de wereld samen met Amour défendu. Het is de Brabantse ploeg met daarin B.J. Scott, Eleonor Bernair en Samantha Gilles die met de overwinning gaat lopen. Voor Chantal, die intussen als Dana Winner in de markt wordt gezet, is het een leuke kennismaking met het medium televisie. Zij valt ook in de smaak bij VTM waar zij met haar eerste plaatje al tot Vlaamse Supertip in Tien om te zien was verkozen. Omdat zij van meet af aan door het publiek op handen wordt gedragen, aarzelen Ro Burms en Johan Verstreken niet haar als co-presentatrice te vragen voor hun programma “Fiestdag” bij Radio 2 tijdens de zomer van dat jaar.

Die periode bij Klüger levert Dana een stel aardige singles op, maar het zijn geen hitmakers. In volgorde worden dat: Zomernachten geschreven door Pino Marchese en Jean Klüger op tekst van Nelly Byl gevolgd door Ballalaïka’s van Jean en Nelly gekoppeld aan Een huisje in Montmartre van Will Tura met in 1991 het zuiderse Adios, ook al van de hand van Klüger en Nelly, om in 1992 die periode bij Klüger af te ronden met Wantrouwigheid. Alleen het singletje Adios vindt aarzelend de weg naar de Vlaamse Top Tien. Intussen had een deejay van Radio Benelux Dana een nummer laten horen van de Duitse zangeres Claudia Jung, Atemlos. Dit vindt zij meteen dé geschikte song voor haar. Maar Jean, behorend tot de bekende joodse uitgeversfamilie Klüger, is niet meteen gewonnen voor een van oorsprong Duitstalig nummer. En Dana wil zo graag. In die periode loopt zij bedrijfsleider Jos Eerdekens, een fan van haar vanaf het begin en een echte muziekliefhebber, tegen het lijf die haar vraagt om op te treden tijdens één van zijn bedrijfsfeesten. Zij besluiten iets later samen een team te vormen. John Terra blijft haar muzikaal volgen en stelt voor naar Erik De Blende te stappen, eigenaar van platenfirma Assekrem. Aan Marc Van Caelenberg wordt gevraagd de Nederlandse tekst te schrijven bij Atemlos. John neemt contact op met Duitsland om de originele muziekband in zijn bezit te krijgen, wat ook lukt. Dana moet alleen nog maar de Nederlandse tekst inzingen en klaar is kees.

Woordenloos wordt de titel. De productie is in handen van John Terra die ontzettend blij is wanneer hij merkt dat de single meteen naar de top van de Vlaamse Top Tien schiet, al moet Winner even strijd leveren met Bart Herman die op één staat met Ik ga dood aan jou  en daarmee in de zomer van 1993 drie weken na mekaar op één genoteerd blijft staan. In de hitlijst van Tien om te zien houdt Dana het bovenaan vier weken vol. Er worden méér dan vijfentwintigduizend exemplaren verkocht, goed voor goud! Die kennismaking met het succes smaakt naar nog. Woordenloos was niet alleen een keigoed nummer, maar de promotie daarrond was even belangrijk. Voor deze release had Assekrem alle zeilen bijgezet en Dana haar beste voetje. Jos Eerdekens wil opnieuw voor een cover van een Duitse hit gaan, deze keer een vertaling door Marc Van Caelenberg van Der alte Mann und das Meer van de Duitse zangeres Nicole die daar in 1982 een hit mee had gescoord. Elf jaar later wordt het in de versie De oude man en de zee voor Dana een dikke hit in Vlaanderen. Vier weken bovenaan de Vlaamse Top Tien en zeven weken aan de top in Tien om te zien. Ook deze keer een gouden schijf tegen de muur. Zonder dat zij er erg in heeft, wordt Dana binnen de kortste keren gekroond tot populairste zangeres in Vlaanderen, voor velen de opvolgster van Marva.

Dana wil koste wat het kost als opvolger een vertaling brengen van een oeroude song die zij kent in de versie van een bewerking door het Nederlandse tweetal Tol en Tol. Die haalden de inspiratie bij de traditional Can the circle be unbroken (by and by) dat in 1928 al op plaat was gezet door Frank & James McCrary die op hun beurt een hymne uit 1907 hadden herschreven. Later wordt het liedje bekend als Will the circle be unbroken. Ook deze keer wordt Marc Van Caelenberg als tekstschrijver aangetrokken die er Zeven regenbogen van maakt. De single wordt haar derde nummer één op rij: zes weken op één in de Vlaamse top Tien, zeven in Tien om te zien.

Het kan niet uitblijven of er wordt snel een album op de markt gebracht. Onder de titel “Regenbogen” brengt zij een samenbundeling uit van de singles die ze bij Klüger had uitgebracht en haar recente hits inclusief Zeven regenbogen. In het totaal gaan er 150.000 exemplaren van de winkels uit. Qua succes en vooral het aantal optredens wordt het op een bepaald moment teveel voor Dana. Zij beslist samen met Jos de optredens te beperken tot twee per dag, ook al zijn het meestal optredens met tape. Dana is als de dood voor een burn-out, zij wil niet té snel opbranden. Het geld dat zij met platen en optredens verdient, komt snel binnen.  Zij richt, op aanraden van Jos Eerdekens, dadelijk een bvba op en neemt een secretaresse in dienst en schrijft Jos in als haar permanente manager.  Dana weet dat zij geen zakenvrouw is en vertrouwt het runnen van haar bvba aan een accountant toe. Tijdens de uitreiking van de Gouden Ogen op VTM ontvangt zij in de maand februari 1994 een trofee in de categorie zangeres van ’93.

Met drie hits op zak wil Dana haar carrière fijner afstemmen. Zij knoopt met De Blende van haar platenfirma Assekrem een gesprek aan dat zij haar horizon wil verbreden en gaat ook een gesprek voeren met platenfirma EMI. Dana beschouwt Assekrem iets méér als een distributiefirma dan een echte platenmaatschappij, want tot slot van rekening hebben zij  en Jos de ideeën qua liedjeskeuze aangebracht. Dana wil ook een degelijk platencontract en natuurlijk klop je dan ook eens bij iemand anders aan om te polsen welke daar de voorwaarden en vergoedingen zijn. Uiteindelijk blijkt EMI de beste partner. Om dat contract in te kaderen, neemt Dana voor EMI als eerste album in 1994 “Mijn paradijs” op dat in de maand november van dat jaar gereleaset wordt.  Als opnamestudio wordt voor Galaxy in Mol gekozen met als producer Wilfried Van Baelen met wie zij later in het huwelijk zal treden. Theo Breuls mag meesleutelen aan de arrangementen. Het kleine paradijs, een liedje geschreven door Bart Van den Bossche samen met Guido Ceulemans, wordt de eerste single daaruit. De negende juli staat zij daarmee op één in de Vlaamse Top Tien. Wilfried gaat met haar op zoek naar een klassiek nummer en belandt bij een deel van Wolfgang Amadeus Mozart uit diens Concerto voor klarinet in A, K. 622. Wilfried arrangeert het adagio op een tekst geschreven door Ingrid Vloemans.

In het najaar van 1994 blijkt  Hopeloos en verloren in de hitlijsten een schot in de roos. Ten voordele van de behoeftige kinderen in Rwanda verleent Dana in de herfst van 1994 steun aan de actie “Dana maakt van elk kind een winner”. Bij de uitreiking van de Gouden Ogen door de kijkers van VTM zit er voor Dana opnieuw een trofee in als beste zangeres. Op het einde van 1994 krijgt Dana van haar platenfirma te horen dat er van “Mijn Paradijs” honderdduizend exemplaren werden verkocht, goed voor drie keer platina. Met Westenwind, een Nederlandse tekst van Herman Pieter De Boer op  de hit One way wind van The Cats, dat ook op die cd staat, heeft Dana bij ons nog maar eens een nummer één. In Nederland wordt het liedje ook opgepikt en belandt daar de tweeëntwintigste juli 1995 op de zeventiende plaats in de Top Veertig. Er wordt nadien als aardigheid ook een versie opgenomen samen met Piet Veerman van The Cats waarbij Dana in het Nederlands en Piet in het Engels zingt.

Opnieuw in een productie van Wilfried Van Baelen, met wie Dana intussen is gaan samenwonen, is er in 1995 het album “Regen van geluk”, qua verkoop opnieuw een voltreffer: twee keer platina en twee weken nummer één in de album Ultra Top Vijftig. Een eerste single daaruit wordt Vleugels geschreven door Alides Hidding, de voormalige frontman van de Nederlandse popgroep Time Bandits die in 1983 een dikke hit op het droge hadden met I’m specialized in you. Voor Vleugels zit er in de zomer van 1995 een tweede plaats in de Vlaamse Top Tien in. Een plaats hoger is weggelegd voor de opvolger, Regen van geluk, eveneens van Alides en zijn Nederlandse collega Han Kooreneef. Een absolute meezinger wordt Geef de kinderen de wereld dat we kennen in de versie van Mireille Mathieu als Mille Colombes geschreven door Christian Bruhn op een tekst van Eddy Marnay. De Nederlandse vertaling is van de hand van Jeroen Le Compte. Louter afgaand op de resultaten in de BRT Top Dertig is dit haar grootste hit. De dertiende januari 1996 staat ze hier op zes en zal acht weken na mekaar in die lijst vertoeven. Op dit album leren we ook een andere Dana Winner kennen. Eén van haar favoriete luisterliedjes is 1000 keer neergepend door John Terra op tekst van Colette Demil. Voor de derde opeenvolgende keer rijft Dana ook in 1995 de trofee “Beste zangeres” binnen, goed voor een derde Gouden Oog. Zij mag datzelfde jaar ook de Zamu Award  in de categorie “Beste zangeres Nederlandstalig” in ontvangst nemen.

1996 wordt de zesde januari ingezet met een special tijdens De Muziekdoos op TV 1, een registratie van het concert dat zij eerder gaf tijdens de Diamond Awards. Op zoek naar een nieuwe invalshoek begint zij iets later aan haar eerste concerttournee. Wanneer haar vierde album “Waar is het gevoel”, wordt uitgebracht, is dat in de voorverkoop al gelijk goed voor platina. Omdat er niet gegokt wordt, blijft het productieteam ongewijzigd: Wilfried Van Baelen aan de knoppen in zijn vertrouwde Galaxy studio in Mol. Uitschieter op dit album en intussen een Winnerklassieker is haar versie van Ik hou van jou waarmee de Nederlandse zangeres Maribelle in 1984 voor Nederland deelnam aan het negenentwintigste Eurovisiesongfestival dat toen door Zweden gewonnen werd met Diggi-loo, diggi-ley gezongen door de groep Herreys. Maribelle eindigde op de dertiende plaats. Toch wordt als éérste single uit dat album gekozen voor Het kleine dorp, opnieuw een liedje geschreven door Alides Hidding, goed voor een vierde plaats in de Vlaamse Top Tien. Ik hou van jou bereikt de negende november de zevende plaats in de BRT Top Dertig en is tot op de dag van vandaag een van de meest geliefde liedjes van Dana, een nummer dat ze tijdens haast elk concert hoort te zingen. In de Vlaamse Top Tien staat ze op twee. Na Ik hou van jou wordt Ver weg van Eden uitgebracht, een lievelingsnummer van Dana Winner dat in 1981 in Duitsland een nummer één werd als Jenseits von Eden gezongen door Nino de Angelo. De eer is aan Marc Van Caelenberg om de Nederlandse tekst te schrijven. In de BRT Top Dertig zit er eind 1996 voor dit nummer slechts een drieëntwintigste plaats in. In de Vlaamse Top Tien houdt ze midden december halt op vier. Méér dan de moeite waard om meerdere keren van te genieten is het nummer Als de zomer sterft, een pareltje uit de pen van Alides. Na enkele maanden is “Waar is het gevoel” goed voor dubbel platina. Van dit album wordt door VTM een special gemaakt en de zevende december 1996 integraal uitgezonden. Vijf dagen later staat Winner in Vorst Nationaal met een beresterk eindejaarsconcert. De pret kan niet op. In haar etagère prijkt van dan af een vierde Gouden Oog als “Beste zangeres” in Vlaanderen.

Van VTM krijgt zij in de loop van de maand februari 1997 een speciale award tijdens Tien om te zien voor de verkoop, tot dan toe, van méér dan een half miljoen albums. Diezelfde zender presenteert de zeventiende mei van dat jaar concertbeelden van “Dana Winner live in Vorst Nationaal” die enkele weken eerder al op video waren uitgebracht. Met Wilfried altijd in de buurt, niet alleen als haar toenmalige minnaar, maar vooral als haar producer, neemt zij in 1997 het album “Geef me je droom” op dat in oktober wordt uitgebracht. Dertien liedjes met als aardigheid een gospelmedley, het duet Vroeger bracht je bloemen, een vertaling van You don’t bring me flowers dat Neil Diamond samen met Barbra Streisand zong en  dat Dana  samen met de Zuid-Afrikaanse ster  Steve Hofmeyer opneemt. Op single zit er voor dat nummer in de Vlaamse Top Tien een tweede plaats in. En dan is er nog dat onbekend Abbanummer Put on your white sombrero dat zij in het Engels moet zingen, want de Abba-leden staan niet toe dat het liedje vertaald wordt.

En wordt er dan niet naar Duitsland gelonkt, hoor ik je al vragen! De eerste juni 1997 debuteert Dana op de Duitse televisie in het programma “Musik liegt in der Luft” met Ich hab noch 1000 Träume dat wij al kenden als Duizend mooie dromen. Gelijk wordt er ook een volledig Duitstalig album in de markt gezet “Wo ist das Gefühl”. Normaal probeer je de Duitse markt in te palmen met liedjes door Duitse componisten geschreven, maar Dana waagt haar kansen door haar Vlaamse hits naar het Duits te laten vertalen. Omdat zij bij de kijkers van VTM goed in de markt ligt, nemen die met haar een kerstconcert op dat de 24ste december wordt uitgezonden.

Het lijkt een gewoonte te worden, maar Dana blijft apetrots wanneer zij op het einde van de maand januari 1998 haar vijfde Gouden Oog in ontvangst mag nemen. In die feestelijke sfeer trouwt zij de derde juni met haar partner Wilfried voor de wet en de vijfde juni voor de kerk in haar geboorteplaats Kermt. Vrienden en kennissen worden die dag tussen 16.00 u. en 17.30 u. uitgenodigd voor een receptie in zaal Den Eyck te Kasterlee.

Haar platenfirma EMI, die ook een afdeling in Zuid-Afrika heeft, weet haar daar op een geslaagde manier aan de man te brengen. Tijdens de maand februari van 1998 had Dana ginder al een eerste keer kennis gemaakt met het publiek tijdens een concert in het State Theatre. Om het publiek aan haar kant te krijgen, brengt zij in de maand juni van 1999 het album “In love with you” uit en zet  er twee liedjes in het Afrikaans op: Altyd is en Droom van my geluk. Om hen ook met onze taal vertrouwd te maken, zingt Dana één van haar meest intieme liedjes 1000 keer. De respons is enorm en het album wordt met platina bekroond. Terug thuis blikt zij de cd  ”Ergens in mijn hart” in dat eveneens in 1999 uitkomt, goed voor drie singles: Ik zing vandaag een lied, Alles wat ik doe en Ik mis je adem. Wie goed oplet, heeft intussen door dat Dana zich almaar méér wil profileren als een albumartieste, dus niet meer mikkend op singlehits. Sommigen nemen haar dat niet in dank af en missen de zangeres van de echte schlagers zoals De oude man en de zee, maar Dana wil vooruit en niet blijven stilstaan. Geen wonder dat zij in de Vlaamse Top Tien tevreden moet zijn met een vierde en een vijfde plaats. Wij mogen niet vergeten dat haar manager Jos Eerdekens het intussen voor bekeken houdt. Het almaar groeiende succes van Dana in het buitenland wordt hem teveel. Hij wil zich ook intenser met zijn bedrijf bezighouden. Als nieuwe manager trekt Dana de Zuid-Afrikaan Deon Prinsloo aan die naar Vlaanderen afzakt en Dana trouw zal bijstaan.

Ook TV 1 lonkt naar La Winner en neemt met haar een special op, een soort unplugged, met daarin een aantal akoestische versies van haar bekendste songs. De 31ste januari 1999 kan het publiek in Vlaanderen daarvan genieten. Omdat haar succes in Duitsland aardig meevalt, verschijnt in de loop van de maand april van dat jaar de cd “Mein Weg…” met deze keer wél originele Duitse liedjes van de hand van Duitse componisten, onder andere Uwe Haselsteiner en Peter Grönvall. Het wordt een gezamenlijke productie met aan de knoppen manlief Wilfried Van Baelen, geflankeerd door Mike Ungefehr en Hartmut Pfannenmüller. De Duitse touch is hoorbaar aanwezig en mist zijn effect niet.

In gouden letters staat in Dana’s biografie de datum negen augustus 1999 genoteerd want dan wordt haar dochter Chinouk geboren. Twee maanden later viert zij haar 10-jarige carrière met de dubbel cd “Het beste van Dana Winner”. Goud is de onmiddellijke respons. Als cadeau voor de fans staat Dana de tiende en elfde december in Vorst Nationaal en maakt er gelijk een millenniumfeest van. VTM blikt alles in en zendt het concert de achttiende december integraal uit. Als extraatje wordt dat concert ook integraal op video uitgebracht. Diezelfde maand is zij in Vorst ook nog eens te gast tijdens de show “Holiday On Ice”, de spekgladde ijspret kan voor haar niet op! Omdat Zuid-Afrika het voorbije jaar zo gunstig had gereageerd, wordt ook ginder regelmatig opgetreden en wordt daar speciaal voor de fans in 2000 het album “Yours Forever” uitgebracht met ook deze keer weer enkele liedjes in het Afrikaans: Hou jy nog van my, Sproetjies en de bij ons al eerder geslaagde versie van L’amour ça fait chanter la vie waarmee Jean Vallée in 1978 in Parijs had deelgenomen aan de 23ste editie van het Eurovisiesongfestival en daar de tweede plaats had weggekaapt na de overwinnaar Izhar Cohen die met Abanibi de overwinning voor Israël had weggekaapt. Ook dit Winneralbum wordt in Zuid-Afrika met goud belegd.

Om de hongerige fans te stillen, beslist EMI de verzamelaar “Dana Winner Originele Hits” uit te brengen waarop ook haar allereerste liedjes die zij nog voor Klüger had opgenomen staan, samen met haar klassiekers zoals Westenwind, Hopeloos en Verloren en Ver weg van Eden. Zij aanvaardt in de maand september van dat jaar het meterschap van de actie A.P.M.A., de anti proefdieren mishandeling actie. Om ook  nieuw materiaal aan te bieden, is er in de maand november de cd “Licht en Liefde” met daarop composities van Marc Vanhie,  Marc Paelinck en Evert Verhees. Dana kiest deze keer voor een aantal poppy nummers. Zij heeft prima gegokt, want een tijd later krijgt zij van haar platenfirma een platina exemplaar toegestopt. Ik doe het voor jou en Licht en Liefde zijn terechte singlekeuzes al valt vooral het liedje Vaarwel vader op door zijn apartheid. “Licht en Liefde” is ook de titel van Dana’s theatertournee waarmee zij zo’n vijftien culturele centra bezoekt.

Qua management zit het Dana niet mee, want Deon Prinsloo krijgt heimwee en wil terug naar zijn geboorteland. Zijn plaats wordt in de zomer van 2001 door Paul Theeuws ingenomen. Voor de Zuid-Afrikaanse markt heeft Dana in de loop van de maand februari al haar derde cd opgenomen “Rainbows of Love”. De geijkte formule: in het Afrikaans Sewe reën boë, de Celine Dion topper Ne partez pas sans moi, het gevoelige Goodbye father en het toepasselijke Afrika. Voor de thuismarkt wordt er lang gewikt en gewogen. De voorraad nieuwe liedjes is op. Dana wil dolgraag haar lievelingsliedjes van haar favoriete artiesten van een eigen aanpak voorzien en gaat voor enkele suggesties aankloppen bij Jos van Oosterwijk van VTM. Die stelt voor zo’n vijftien klassiekers op te frissen en uit te brengen onder de titel “Unforgettable”. Liedjes in het Nederlands gezongen doen het anno 2001 niet meer zo goed in de hitlijsten, tenzij je Clouseau heet. Naast Let your love flow, Woman in love en Moonlight Shadows valt vooral het nummer Never Never Never op dat we al eerder kenden in de versie van Shirley Bassey en dat Dana voor de gelegenheid inblikt samen met Frank Galan die zijn deel in het Spaans mag kwelen. Het blijkt een meevaller te zijn, in de BRT Top Dertig de tweeëntwintigste september 2001 onderscheiden met een achtste plaats, voortgaand op de resultaten in die lijst een van haar meest succesvolle hits. Omdat dit concept goed in de smaak valt, volgt er onder de titel “Unforgettable” een tournee. Daarnaast staat Dana de achtste december 2001 nog eens live te schitteren in Vorst Nationaal.

Moest er sowieso een vervolg komen op “Unforgettable”? Dana laat dat in het midden, al had ze die twee albums liever samengebald gezien tot één sterke cd met een selectie van de sterkste nummers uit beide. In 2002 is er dus de opvolger “Unforgettable Too” met daarop het ijzersterke Plaisir d’amour, de haast onafscheidelijke Abba Medley en dan een paar eigenzinnige keuzes zoals Conquest of Paradise, It’s a Heartache en Against All Odds. De fans van het eerste uur en zelfs een aantal programmamakers fronsen de wenkbrauwen. De echte Dana Winner lijkt ver uit de buurt. Maar Dana wil ook deze kant van haar talent etaleren en toont zich als een zangeres pur sang, een vertolkster van liedjes die de status van evergreen allang hebben bereikt. Dit album wordt niet alleen bij ons met goud overladen, maar ook in Zuid-Afrika waar zij intussen de sterrenstatus heeft bereikt. In de maand maart van dat jaar gaat zij op tournee in Zuid-Afrika en treedt daar succesvol op in Bloemfontein, Sun City en Oudtshoorn. Nog steeds op zoek naar de geschikte manager wordt Paul Theeuws bedankt voor zijn bewezen dienst (Paul was té weinig zakenman) en wordt echtgenoot-producer Wilfried tijdelijk voor de zakelijke kar gespannen. Het management van Dana’s eigen label DW Records en de productie van haar concerten worden voortaan gestuurd door Griet De Blende, dochter van Erik van platenfirma Assekrem. In 2003 wordt “10 jaar Het allerbeste van Dana Winner” uitgebracht om te belichten dat Dana tien jaar op de concertplanken staat. Zeventien liedjes in het totaal met als ear catcher het duet Everything I do (I do it for you) samen met Lee Towers. In de maand juni van dat jaar wordt er eindelijk nog eens een Nederlandstalige single uitgebracht Mijn hart zingt van liefde geschreven door Tom Salisbury en Sias Reinecke op tekst van Marc Van Caelenberg. Dit is nog eens een Dana zoals de mensen haar graag horen, een tikkeltje schlager, meezingbaar en vooral opgewekt. Een liedje dat een mens blij stemt.

Voor de Duitse markt, die Dana zeker niet uit het oog wil verliezen, produceert zij de cd “Märchenland der Gefühle”, een selectie uit haar “Unforgettable” cd’s met daarop het opvallende Immer, immer wieder, de Duitse versie van Never, never, never dat zij samen met Frank Galan zingt, op single wordt gezet en bij onze oosterburen binnen de kortste keren de hitstatus verwerft. Ook voor de Deense markt wordt er een aangepaste cd samengesteld, eveneens met veel respons. Dat album “One Way Wind” zal ook in Zweden worden gereleaset waar Dana eveneens op veel reacties mag rekenen. De 22ste oktober van dat jaar geeft zij in het propvolle Sportpaleis van Antwerpen één van haar beste optredens ooit. Zij staat daar niet alleen op de planken, maar nodigt collega Belle Perez en de Franse pianovirtuoos Richard Clayderman uit om samen met haar te zingen. Op dvd worden in ons land de fans verwend met beelden van dat concert, “Dana Winner 10 jaar in concert”. Omdat zij erg veel van sfeer houdt geeft Dana in de staart van dat jaar ook nog een rist intieme concerten “Unplugged Kerstspecials”.

Het mag gewaagd lijken je collega’s te beoordelen, maar in 2004 gaat Dana toch akkoord met het voorstel van de VRT haar als voorzitter van de jury van “Eurosong” aan te stellen. 360 artiesten schrijven zich in, achtentwintig worden geselecteerd en verspreid over vier voorronden. De finale wordt een strijd tussen Natalia, Barbara Dex en Alides Hidding, Elsie Morais, Roxanne, Raf Van Brussel en Xandee die uiteindelijk met het liedje 1 life naar Istanboel in Turkije mag om daar onze Belgische driekleur te verdedigen. Zij eindigt op de tweeëntwintigste plaats. Winnares wordt Ruslana voor Oekraïne met Wild dances. Net als Will Tura bijvoorbeeld zal Dana nooit meedingen naar een plaatsje bij de geselecteerden voor het Eurovisiesongfestival, maar dat ter zijde. In 2004 staat zij op de affiche voor de derde editie van “Rimpelrock” in Kiewit-Hasselt samen met Johnny Logan. Drie jaar later opnieuw, deze keer met onder meer Helmut Lotti en Vicky Leandros, nog eens twee jaar later, dan met Clouseau en Billy Ocean en in 2013 samen met Engelbert Humperdinck en Gérard Lenorman. In november 2004 staat Zuid-Afrika opnieuw in haar agenda met deze keer een grote concerttournee: acht concerten, verspreid over twee weken. In de slipstream daarvan wordt ginder de cd “Thank you for the music” uitgebracht. Zij rondt dat jaar af met negen sfeervolle kerstconcerten waarin zij zowel typische kerstliedjes als haar eigen repertoire brengt.

Omdat zij almaar vaker haar stem wil laten horen zoals die echt klinkt, zonder franjes, trekt zij naar de theaters met het programma “Puur” waarmee zij veel lof mag opstrijken. Er zit ook een nieuw album in de pijplijn “Beautiful Life” waarvan de single Sail Away, geschreven door de gebroeders Paelinck, de voorbode is. Ook nu weer staat Wilfried Van Baelen aan het roer daarbij geruggesteund door Tjeerd van Zanen en Tom Salisbury. Wilfried heeft intussen het management doorgespeeld naar Gino Moerman die precies weet hoe hij Dana moet verder loodsen. Niet alle liedjes op dit album zijn Engelstalig: Stand Van De Maan en Tweede Jeugd laten horen dat zij haar moedertaal zeker niet vergeten is. Het wordt ook opgesmukt met haar Franse versie van Ik hou van jou, Je pense à toi. Zelfs in die taal bekt Dana uitstekend. Dat album “Beautiful Life” wordt ook iets later in Nederland, Zuid-Afrika, Duitsland en Scandinavië uitgebracht. Omdat haar provincie Limburg een schitterende concertzaal herbergt, treedt zij de 27ste november op in de Ethias Arena. Het einde van dat jaar kleurt zij nu eens niet in met optredens in enkele Vlaamse kerken, maar zij staat samen met het Galaxy Symphonic Orchestra op de planken tijdens een achttal tot in de kleinste details uitgewerkte kerstconcerten.

De singletjes Kijk om je heen en Het Dorp, oorspronkelijk van Jean Ferrat en bij ons bekend in de versie van Wim Sonneveld, kondigden het al aan, in 2006 komt er eindelijk nog eens een echte Dana Winner album op de markt “Als je lacht”. Kijk om je heen geraakt in de maand november 2006 tot op acht in de Vlaamse Top Tien, maar ook tot op acht in de BRT Top Dertig wat op zich een meer dan behoorlijke prestatie is. “Als je lacht”, de titelsong van haar nieuw album, is een bewerking van de latinoklassieker Ansiedad, ooit een evergreen voor Nat King Cole en nadien nog eens onder handen genomen door Viktor Lazlo. Als je lacht is ook genieten, als je er tenminste de juiste oren voor hebt, van een uitstekende productie, ook nu weer het werk van Wilfried Van Baelen. Als rode draad staat het begrip “tijd’” op deze cd centraal, een soort reactie op de drive en het hoge tempo waarmee de meeste mensen hun leven leven. Dana heeft intussen leren neen zeggen en haar tempo zelf bepalen, regelmatig leren halthouden. Zij kiest voor dit album een aantal teksten om u tegen te zeggen, geschreven door onder meer Stefaan Fernande en Tjeerd van Zanen. Leuk meegenomen is het liedje Zoals jij tovert met de tijd, een duet met de Nederlandse zanger Vinzzent. Haar Zuid-Afrika tournee krijgt een wrange bijsmaak wanneer organisator Marius de Lange aan de haal blijkt te zijn gegaan met de inkomsten. Louis van Wyckn manager van de Zuid-Afrikaanse zanger Steve Hofmeyer, koppelt haar in zijn thuisland aan zijn poulain. En met veel bijval. Ondanks het succes van de single Als je lacht die in de Duitse versie Wenn du lachst bij onze oosterburen een dijk van een hit wordt, geeft Dana Winner in de editie van Dag Allemaal van de zesde november van 2006 toe dat haar huwelijk met Wilfried Van Baelen erop zit. Zij zijn in alle stilte uit mekaar gegaan. Zij zal enkele jaren later een vaste relatie beginnen met werf-projectleider Marc Brouwers. “Wenn du lachst” is ook de titel van het nieuwe album van Dana dat in Luxemburg, Duitsland en Oostenrijk vaak de kassa zal passeren. Met de release van deze cd wordt ook aandacht besteed aan het feit dat Dana in Duitsland al tien jaar lang graag gehoord en gezien wordt. Diverse tv-optredens bevestigen dat.

2007 wordt een jaar van veel optreden: in Duitsland aan de zijde van Frank Galan, in Nederland met haar tournee “Ik hou van jou” en optredens in haar tweede thuisland Zuid-Afrika. In het fel gesmaakte Eén-programma “Zo is er maar één” zingt zij haar versie van Als de dag van toen van Reinhard Mey dat de meesten eigenlijk beter kennen in de onsterfelijke cover van Mama’s Jasje. Haar platenfirma EMI weet als geen ander dat de fans dol zijn op haar repertoire en brengen in de reeks “The Platinum Collection” een box uit met daarin drie cd’s boordevol gouden hits. Hierop zingt Dana zestig liedjes in vijf talen. Om dit album extra weerklank te geven, staan er in het najaar vijf grootse concerten op het getouw.

Op zoek naar een nieuwe wind beslist EMI niet meer aan te kloppen bij Wilfried Van Baelen, maar wel bij de Nederlandse producer, arrangeur en liedjesschrijver Edwin van Hoevelaak die onder meer Jeroen Van der Boom en Nick en Simon onder zijn vleugels heeft. Dana wil niet meer terugblikken, maar vooral vooruitkijken naar een nieuwe muzikale toekomst. Het verleden mag haar dan gemaakt hebben tot wat zij anno 2008 is, zij wil nieuwe paden bewandelen, vooral muzikale. Zij trekt naar de Rooftop Studio’s Holten in Nederland en gaat daar onder het toeziend oog van haar toenmalige manager Gino Moerman dertien liedjes inblikken voor haar nieuwe cd “Tussen nu en morgen” die in de maand november wordt geboren.  Edwin van Hoevelaak levert het gros van de songs. Als bonus track staat op deze cd het duet Als je alles weet gezongen door Dana samen met André Hazes die vier jaar eerder was overleden. Tussen nu en morgen wordt op single uitgebracht, al wordt het liedje Als jij me aanraakt vaker gedraaid op de radio en valt qua schoonheid en impact vooral het nummer Niet mijn gevoel op, volgens kenners één van de mooiste liedjes die Dana ooit heeft opgenomen. Het album wordt de hemel in geprezen. De Nederlandse pers omschrijft haar als de vrouwelijke Borsato en stellen het op prijs dat haar schlagergehalte zo goed als verdwenen is. Nederland is gulzig en boekt bij de start van 2008 vijfentwintig concerten met haar in de hoofdrol. Op het stadhuis van Aarschot ontvangt Dana Winner de “Golden Lifetime Award” die zij krijgt als blijk van waardering voor haar twintigjarige loopbaan. Ook in Duitsland wordt haar succesvolle verzamelaar in de reeks “The Platinum Collection” uitgebracht, aangevuld met twee nieuwe liedjes Soweit die Sehnsucht reicht en In meinen Armen. “Tussen nu en morgen” wordt vertaald voor de Zuid-Afrikaanse markt “Between now and tomorrow”. In Bokrijk wordt een nieuwe zaal in gebruik genomen “Hangar ’58″. Dana is de eerste die daar mag optreden en koppelt dat meteen aan het goede doel met name de actie “Een hart voor Limburg”.

2010 betekent de start van een nieuwe theatertournee “Een wereld vol verschillen” waarmee zij zowel door Nederland als Vlaanderen trekt. Het wordt geen groots uitpakken, integendeel. De puurheid en schoonheid van haar liedjes en haar stem staan centraal met op de achtergrond een bescheiden orkest en een fris decor. Als kers op de taart treedt zij met dit programma ook op in het Casino Kursaal van Oostende. Omdat de fans er maar niet genoeg van krijgen bundelt haar platenfirma veertig van haar grootste hits samen op het album “Alle 40″. In het Eén-programma “Vlaanderen Muziekland”, gepresenteerd door Geena Lisa,  zingt zij Laat ons een bloem van Louis Neefs en Het is een nacht van Guus Meeuwis. In alle stilte wordt dan al gewerkt aan de cd “Parels uit de Noordzee”. Haar vorig album is niet geworden wat zij ervan verwacht had en Dana keert terug naar de man die haar altijd goed heeft aangevoeld, Wilfried Van Baelen, en neemt in de haar vertrouwde Galaxy Studio in Mol elf klassiekers uit de Lage Landen op: Een lied voor kinderen van Dimitri Van Toren, Brussel van Johan Verminnen, C’est ma vie van Salvatore Adamo, Drie Zomers Lang van Conny Vandenbos, Wat een leven van Louis Neefs … De meningen zijn verdeeld, maar ook deze keer doet Dana haar ding, al vinden sommigen dat je van dergelijke liedjes hoort af te blijven. In “Hangar ’58″ op het Domein van Bokrijk blikt Dana op het einde van het jaar een kerstspecial in die iets later in Nederland en Vlaanderen op televisie zal te zien zijn.

De tournee “Parels uit de Noordzee” scoort zo goed, dat er begin 2011 een vervolg aan wordt gebreid. Toch moet Dana en haar entourage vaststellen dat de belangstelling voor haar concerten in Vlaanderen taant. De Nederlandse televisie beslist “Parels uit de Noordzee” in te blikken om later uit te zenden via Max TV. In het najaar van 2011 zijn die beelden ook op dvd verkrijgbaar. Anne TV in Vlaanderen zendt “Dana Winner Unplugged” uit, echt iets dat Dana na aan het hart ligt: haar liedjes zonder veel omhaal, puur en zo zuiver mogelijk brengen. In Zuid-Afrika neemt zij het liedje Life is beautiful op samen met Patrizio Buanne, goed voor een aantal concerten in Kaapstad en Johannesburg. Als eindejaarscadeau verschijnt eind 2011 het album en de dvd “Kerst met Dana Winner, live uit Bokrijk” met naast het klassieke repertoire liedjes als Amazing Grace, You raise me up en Sound of Silence. Ook in 2012 staan er tal van concerten op het getouw. Zij brengt daarin een mix van haar eigen hits, gekoppeld aan vroegere successen van Ann Christy, Will Tura, Louis Neefs enz… Omdat er lang wordt aangedrongen door de organisatoren zegt Dana ook ja om op te treden tijdens de zevende editie van het Schlagerfestival in de Ethias Arena in Hasselt met naast haar op de affiche: Sam Gooris, Frans Bauer, Willy Sommers, Bart Kaëll, Christoff, Jo Vally enz… Alsof het niet op kan besluit EMI nog maar eens een compilatie in de markt te zetten, deze keer  onder de titel “Triple Best Of”, goed voor zestig liedjes. Het album komt zowel in Nederland als in Vlaanderen op de markt.

Na een stilte die twee jaar duurt, pakt Dana in de maand juli van 2014 uit met een Engelstalige single The One geschreven door Gert Keppens en Marc Vanhie die ook voor de productie instaat. In interviews vertelt Dana dat deze single de voorbode is van een meertalige cd die op het einde van het jaar in de rekken moet liggen. “Bloom” ligt er in oktober met daarop tien nieuwe songs. Voor de fans is het even wennen. Dana pakt uit met liedjes in vijf talen: House of cards en Love song about me afgeleverd door Jud Friedman die ooit samenwerkte met Whitney Houston. Voorts Lied van hoop, Mein Wort, Tant d’amour à vivre, van de hand van Jérôme Attal die onder meer voor Johnny Hallyday en Vanessa Paradis schreef. Op dit album staat ook het nummer Niemand kan van Marc Vanhie en Stefaan Fernande en de half september 2014 verschenen single Hou vast geschreven door Erik Vlasblom en Jan Beuving. De zevenentwintigste september staat Dana met deze laatste op zeventien in de Vlaamse Top Vijftig. Zij pakt in haar woordje uitleg dat bij het album hoort uit met wat toelichting bij de titel: “Het is een mooi woord met een warme klank en een bijzondere betekenis, want bloom wil zoveel zeggen als open bloeien. Ik hou van dat beeld: een album met liedjes die open bloeien als de prachtige bloesem van een boom.” Op het album wordt Dana begeleid door het gerenommeerde Metropoolorkest uit Nederland onder leiding van Tom Bakker. Het album wordt in eigen beheer uitgebracht op haar label DW Records. Dit heeft als voordeel dat Dana haar eigen ding kan doen en geen compromissen hoeft te sluiten. Dana mikt met dit album duidelijk op een internationale tournee waarmee zij in maart en april 2015 door Zuid-Afrika trekt en aansluitend door Duitsland.

De  zeventiende juli 2015 verscheen Lief zo Lief, de nieuwste single van Dana Winner geschreven door Stefaan Fernande en Marc Vanhie. Op de Belgische Nationale Feestdag, 21 juli, nodigde Dana heel wat vrienden en familie bij haar thuis uit. In haar achtertuin namen ze een videoclip op bij deze song.

De negentiende november 2015 gaat de nieuwe theatertour van Dana van start “Leven vol liefde”. Dana breit daarin haar liedjes aan elkaar met pikante en grappige bindteksten. Zij vertelt vooral over haar ervaringen met de liefde die in vele gedaantes in haar leven opdoken: kalverliefde, haar eerste kus, passionele liefde, geflirt, romantiek, de valkuilen van de liefde enz. Zij zingt de mooiste liefdesliedjes  waarmee ze ons op tijd en stond zelfs weet te verrassen. Dana wisselt haar eigen klassiekers af met minder bekende songs uit haar liefdesrepertoire, met daarnaast ook oog en oor voor werk van anderen.

Eind november 2015 tekent Dana Winner een platencontract bij Universal Music Belgium. Hun general manager Patrick Guns daarover: “Dana Winner behoort al jaren tot de absolute top in Vlaanderen en Nederland en zij stond hoog op onze wenslijst van de te tekenen artiesten. Ons team is er trots op dat we een artieste met zo’n klasse en uitstraling een muzikale thuis kunnen bieden.

Traditiegetrouw gaat Dana eind 2015 ook on the road met een apart kerstrepertoire. Zo is zij van de zeventiende tot en met de zesentwintigste december te gast in Nederland en Vlaanderen met de show “Kerst met Dana Winner”, samen met met het koor De  Vaertsinger.

Maandag de elfde januari 2016 startte op VTM de tweede reeks van “Liefde Voor Muziek” (de opnamen hadden plaats in een kasteel buiten Porreres in Mallorca). In de eerste aflevering ging Dana Winner al meteen met de eer en de pluimen lopen. Haar Nederlandstalige versie van Sobrevivire van Belle Perez bewoog Belle zelfs tot tranen. Het nummer deed haar onwillekeurig terugdenken aan een niet zo fijne periode uit haar leven en dat weekte aardig wat emoties bij haar los. De dag nadien stond Dana met Weer Verder Gaan op de eerste plaats in de Belgische iTunes-downloadlijst. Een glansprestatie als je er rekening mee houdt dat David Bowie net was overleden en er massaal nummers van hem werden gekocht. Vorig jaar bracht de deelname van Stan Van Samang aan “Liefde Voor Muziek” heel wat teweeg en veroorzaakte een ware tsunami in zijn carrière. Dana weet waaraan zij zich de komende maanden mag verwachten. De drieëntwintigste januari staat Dana op één met Weer verder gaan in de Vlaamse Top 50.

De derde maart 2016 stelt Dana in het “Modemuseum” te Hasselt haar nieuwste album “Puur” voor. Het album is voor de release al meteen goed voor goud met méér dan tienduizend verkochte exemplaren in België. Vrijdag de elfde maart kwam ze  met haar gloednieuwe albumPuurop de eerste plaats binnen in zowel de Vlaamse als Belgische Ultratop lijst. De cd bevat de drie singles bekend van het programma “Liefde voor Muziek”: Weer verder gaan, Een zee vol dromen en One moment in time. Het album werd opgenomen met de begeleidingsband van “Liefde Voor Muziek”, onder leiding van Jeroen Swinnen.

Het effect van “Liefde voor Muziek” werkte nog lang na voor Dana Winner, want op zondag de 21ste augustus 2016 kreeg zij tijdens “Radio 2 Zomerhit 2016″, rechtstreeks uitgezonden op Eén en Radio 2 vanuit Blankenberge, uit handen van de Thuis-actrices Leen Dendievel en Marleen Merckx de prijs van “Beste Zangeres” en gaf daarmee haar medekandidaten Natalia, Emma Bale en Laura Tesoro het nakijken.

Vrijdag de 26ste november 2016 brengt Dana met het oog op Kerstmis een luxe editie uit van haar succesvolle album “Puur”. Op “Puur Deluxe” staan een aantal nieuwe tracks waaronder de opvallende nieuwe single De liefde wint, een geschikte boodschap voor de aankomende feestdagen. We herkennen in de melodie wellicht de Enya-song I dreamt I dwelt in marble halls, oorspronkelijk een aria daterend van 1843, geschreven door M.Balfe voor zijn opera “The Bohemian Girl”. Om dat lied een groter draagvlak te geven, riep Dana Winner de hulp in van Herman Van Rompuy. Die waagt zich aan een opmerkelijke parlando op Dana’s nieuwe single. Dana schreef het nummer naar aanleiding van de terreuraanslagen en het onpeilbare kinderleed dat daaruit voortvloeit.

De 17de november 2017 ligt Dana’s nieuwste album “Eerste Liefde” in de etalage. “Het album is een persoonlijke muzikale reis en ontdekkingstocht waarop ik de mensen graag wil meenemen,” aldus Dana. De titelsong is gelijk ook haar nieuwste single, een vertaling van Who’ll stop the rain van Creedence Clearwater Revival. “Dat nummer vat voor mij het verhaal van de plaat mooi samen,” zegt Dana. “Mijn eerste liefde was muziek en die liefde is door de jaren heen alleen maar gegroeid. Ik ben de jongste van vijf kinderen en dus werd ik dankzij mijn ouders, mijn zus en drie oudere broers geïnspireerd door zeer uiteenlopende muziekstijlen, uit verschillende periodes.” Voor dit album ging Dana speciaal samenwerken met Frank Vander Linde van De Mens. Hij vertaalde onder meer Nothing Else Matters uit 1991 van Metallica als Jouw Liefde Is Alles en San Francisco uit 1967 van Scott McKenzie werd, op aangeven van Dana, Nergens-huizen. Dat “Eerste Liefde” zo snel na haar met platina bekroonde cd “Puur” komt, heeft te maken met het gevoel dat Dana snel kreeg: dat ze op dat elan moest doorgaan. “Zoveel kansen om je carrière van nieuwe zuurstof te voorzien, krijg je als artiest niet elke dag. Na die doorstart, dankzij het VTM-programma “Liefde voor Muziek”, had ik het gevoel dat de mensen me herontdekt hebben en daar wil ik nu volop van genieten!

Dana Winner startte in 2017 met haar nieuwe theatervoorstelling “Uit Bewondering”, een ode aan de bewonderenswaardige mensen en momenten uit haar leven.  Uit die bewondering is een prachtige en originele voorstelling ontstaan. Bekende Dana Winner-nummers en zorgvuldig geselecteerde covers worden mooi afgewisseld met ouder werk en nieuw materiaal. De voorstelling is een perfecte mix van trage songs en swingende momenten, met veel plezier gebracht en intens gezongen. Met natuurlijk ook liedjes uit “Liefde Voor Muziek” en haar recente  album “Puur”. Zij wordt daarbij begeleid door pianist Erik Vlasblom, gitarist Jan Ceulemans en toetsenist Henk Vanbenthem. In 2017  toerde Dana vooral in Nederland, een succesreeks die ze bij onze noorderburen met graagte en veel bijval in 2018 voortzet. Tussendoor maakt ze in haar agenda ook plaats voor enkele optredens in Vlaanderen. Onder meer de 3de februari in het Gemeenschapscentrum Forum te Wervik.

In de Lotto Arena van Antwerpen kan je de 22ste april 2018 terecht voor “Ode aan Hazes”. Xander de Buisonjé, Isabelle A, Michel De Meyer, Luc Caals en Dana Winner brengen een muzikale hulde aan André Hazes. Dana nam in 2007 het Hazes-nummer Als je alles weet op.  “Ik kan niet om het even welk nummer coveren, dat is bij mij een heel proces. Om te beginnen moet ik een match hebben met een liedje. Ik herinner me nog hoe ik in 2007 alle albums van André beluisterd heb en bij Als je alles weet was er uiteindelijk die ultieme klik. Het is niet zijn meest bekende liedje, maar ik vind het een pareltje met een prachtige tekst. Dat ik het nummer live kan brengen, op mijn eigen manier is dan ook iets waar ik enorm naar uitkijk“, aldus Dana.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2016 Daisy Lane & Marc Brillouet

Mieke

In de Nederlandse hitlijsten komen we Mieke veel vaker tegen dan in de Vlaamse. Bij ons scoorde Mieke in de Vlaamse Top Tien meer dan twintig keer, maar slechts één keer in de Top Dertig; dat was in 1975 met M’n beste vriendin. In Nederland daarentegen stond Mieke tussen 1974 en 1985 acht keer in de Top Veertig genoteerd. Niet slecht voor een zangeres die, ondanks wat haar accent laat vermoeden, in Turnhout werd geboren. Op haar website lezen we: “De slordige 80.000 kilometer die Mieke jaarlijks aflegt om haar publiek tevreden te stellen met haar omvangrijk repertoire, maakt dat zij nog altijd tot de meest geliefde zangeressen van de Benelux behoort. Zij begon als een verlegen kindsterretje aan de hand van Pierre Kartner en is uitgegroeid tot de zelfstandige zangeres en vrouw die ze vandaag is. Dat die groei niet zonder slag of stoot is gegaan, mag duidelijk zijn. Waarvan getuige deze biografie.”

Ook al bracht zij het grootste deel van haar jeugd in de Antwerpse gemeente Arendonk door, toch wordt zij de achtste mei 1957 in Turnhout geboren als Maria Gijs. “We waren thuis met z’n zessen: twee zussen, Magda en Fien, en broer Danny. Bij ons was het altijd een gezellige boel, een soort zoete inval. Er sprong wel altijd iemand binnen, die wat kwam koffiekletsen of eens gezellig mee-eten. Ik ben een echt grensgeval, vandaar die Nederlandse tongval misschien. De familienaam Gijs hoor je wel vaker in de buurt van Retie en omgeving.” Mieke gaat niet graag naar school, dat hele schoolse gedoe sprak haar niet aan: “Zingen sowieso, of iets in de fotografie en/of bloemschikken en decoratie.” Het zingen zat er van kinds af aan in. Mieke weet nog best waar haar eerste noten klonken: “Dat was op school. Ik weet nog dat we met het schoolkoor zongen om de kerstvieringen voor te bereiden. Ik was een jaar of negen toen ik werd uitgekozen om als soliste te zingen. Ik zong daar Susa Nina, dat, raar maar waar, later ook mijn eerste single is geworden.” Dat muzikale had Mieke niet echt van huis uit. “Mijn moeder zong vaak wanneer ze aan het fornuis stond, dat wel. Mijn ouders kochten ook platen. Ik weet nog goed dat de Zangeres Zonder Naam vaste prik was wanneer er plaatjes werden gekocht. Mijn mama zong die allemaal mee en dan pinkte ik weleens een traantje weg als ik naar die teksten luisterde.”

 

Mieke is nog maar elf jaar wanneer zij in Arendonk deelneemt aan een voordracht- en zangwedstrijd. “Mijn vriendin Monique had ons ingeschreven. Zij zong De doddelaar van Eddy Smets en ik Mama van Heintje.” Haar ouders wilden niet mee omdat ze niet in verlegenheid gebracht wilden worden, mocht hun dochter daar een slechte prestatie neerzetten, maar Mieke keert met de beker naar huis terug. “Een week later was er een paar dorpen verder een soort Ontdek de Ster-wedstrijd en ik ging met mijn vader mee. Daar heb ik me zo’n jaar of twee mee beziggehouden en dat was voor mijn een goede leerschool.

Mieke wordt tijdens haar optreden regelmatig begeleid door Richard Van der Staey, bekend van de groep De Kadullen, die haar in contact brengt met platenfirma RCA. In 1971 brengt Mieke, zij is dan dertien, in België op dat label haar eerste single Susa Nina uit, gekoppeld aan Kerstliedeken. Zij werkt dan nauw samen met Ivo De Bie en Tim Visterin. In 1972 is er de single Tien rode rozen met op de B-kant Mammie, waar ben je. Of zij er toen een hit mee scoorde? Nee, en ook niet met de daaropvolgende 45 toerenplaat Fijn dat jij er bent. Mieke gaat almaar vaker optreden. Elke zondagnamiddag gaat zij onder andere in een kinderprogramma in dancing “‘t Lachriet” in Lichtaart optreden. Tijdens een van haar optredens wordt zij door een medewerker van Pierre Kartner opgemerkt. “Ik zong daar enkele liedjes en zo ontmoette ik daar op zekere dag iemand van het orkest van Pierre Kartner. Die nodigde me uit om ‘s anderendaags naar een optreden van Pierre te komen, waar het toenmalige kindsterretje Wilma optrad. Die liet het nogal eens graag afweten en ik moest maar langskomen. Dan kon ik in haar plaats mijn kans wagen. Ik zong de dag nadien in duet met Pierre Zou het erg zijn lieve opa. En de dag nadien stond hij met zijn entourage bij ons thuis op de stoep.

Voor de volledigheid van het verhaal in het kort Pierre Kartner even duiden. De dan 37-jarige Pierre, die als artiest ervaring had opgedaan in het trio The Lettersets, was nadien als plugger gaan werken voor platenfirma Negram alvorens vanaf 1967 als producer aan het werk te gaan. Ook als artiest bleef hij werkzaam, eerst als deel van het bekende tweetal Duo X en nadien als solist en vooral als Vader Abraham. Hij hielp als producer ook een aantal artiesten aan een geslaagde carrière, onder meer De Kermisklanten, Corry en De Rekels, die hij in 1970 de nummer één Huilen is voor jou te laat bezorgt, en de zangeres Wilma Landkroon, die op zeer jeugdige leeftijd als Wilma een bliksemcarrière wist op te bouwen. Levensliedjes worden haar handelsmerk, daarin geruggensteund door Pierre Kartner als haar producer en ook de schrijver van haar hits, waaronder de singles Een klomp met een zeiltje uit 1969 en Zou het erg zijn lieve opa, dat haar in 1971 in de Nederlandse Top Veertig een nummer één oplevert. Dat laatste was een duet dat zij samen met Pierre als Vader Abraham zong. In 1972 komt plots een einde aan hun samenwerking. Met Wilma gaat het van dan af bergafwaarts. Aan Paul de Leeuw vertelde ze uitvoerig over die periode: hoe zij op een bepaald moment in een kindertehuis belandt en iets later gearresteerd wordt wegens inbraak. In de loop van de jaren negentig waagt Wilma zich aan een comeback, maar zonder succes.

Geen wonder dus dat Pierre Kartner, na het stopzetten van zijn samenwerking met Wilma, op zoek is naar een nieuwe jonge zangeres en die vindt hij in de persoon van Mieke Gijs. Pierre heeft ervaring genoeg om niet meteen met haar de studio in te duiken, maar haar eerst klaar te stomen voor een eventuele carrière. Hij neemt haar mee op sleeptouw tijdens zijn “Vader Abraham Show”. “Mijn ouders keken heel erg op naar Pierre en vertrouwden hem ook. In die tijd stond thuis vaak Radio Veronica aan en daar passeerde zijn repertoire haast dagelijks. Niet vergeten, ik moest mee naar Nederland om aan m’n carrière te schaven. Mijn ouders vroegen even bedenktijd, want ze hadden nog drie andere kinderen om voor te zorgen, maar Pierre wist hen, doortastend als hij is, na een tijdje toch te overtuigen.” Miekes vader ruimt voldoende tijd in om samen met haar naar de diverse optredens te rijden, want Mieke is nog te jong om zelf achter het stuur te kruipen. Daar kroop veel tijd in en dus werd na een tijdje besloten dat Mieke, als het haar beter uitkwam, bij Pierre thuis en zijn gezin bleef overnachten. Tot aan haar huwelijk werd dit voor Mieke jarenlang haar tweede thuis.

Er wordt ook besloten Mieke voortaan professioneel te begeleiden. Pierre werkt ook stilaan aan enkele liedjes die hij Mieke wil laten opnemen en sluit voor haar een platendeal bij Dureco, waarvoor hij al diverse producties heeft verzorgd. Deze platenfirma, eerst in Amsterdam, later in Weesp gevestigd, beslist een zustermaatschappij op te richten, Elf Provinciën, met als doel uitsluitend Nederlandstalige liedjes en artiesten op de markt te brengen en daarnaast vooral accordeonplaten. In 1969 brengen zij op dit label de eerste elpees op de markt en houden dit tien jaar vol. Bekende artiesten die bij hen de revue passeren zijn: Ben Cramer, Jacques Herb, Corry Konings, De Gebroeders Brouwer en Pierre Kartner alias Vader Abraham.

Op het Elf Provinciën-label brengt Mieke in de maand oktober van 1973 het plaatje Wat een prachtige dag, een vertaling van de hit What a wonderful world, op de markt, dat zij in duet samen met Vader Abraham zingt. De negenentwintigste november van dat jaar schittert zij met dat liedje in de tv-show van Vader Abraham “In ‘t land van Bartje”. Het liedje was in de hitlijsten niet meteen je dat omdat volgens Pierre Mieke nog wat aan haar a-klanken moest schaven. Het mocht wat Hollandser klinken en daar werd dan, vooral tijdens optredens in het land, constant aan geschaafd.

Mieke is zeventien wanneer zij in 1974 haar eerste echte hit scoort met het door Pierre geschreven Een kind zonder moeder.Wat een nummer! Ik zing dat nog altijd. Toen ik het op die leeftijd zong, bracht ik het zonder er echt in te kruipen. Als ik dat nu zing, doe ik dat, moeder zijnde, wel. Mijn publiek kent dat lied van het eerste tot het laatste woord en zingt dat over de hele lengte mee.” Met die single geraakt zij tot op de twaalfde plaats in de Nederlandse Top Veertig. Een maand later wordt die single ook in Vlaanderen uitgebracht en belandt hij op de zesde plaats in de Vlaamse Top Tien. In de slipstream van dat succes produceert Pierre Kartner haar gelijknamige elpee met daarop twaalf liedjes, waaronder ‘n Kleine lappenpop, Aan het Spaanse strand, Wintertijd en Het nonnenkoor. Het levenslied is niet ver uit de buurt en bakent voor het merendeel ook het terrein af waarop Mieke zich de komende jaren zal bewegen. Het album levert haar binnen de kortste keren goud op. “Vreemd als ik daar nu op terugkijk, maar ik stond daar niet bij stil. Ik stond ook met m’n single op één, maar op de een of andere manier zei me dat weinig. Ik wou alleen maar optreden, zingen, mensen amuseren. Het was wel leuk dat ik tijdens een tv-optreden Rob de Nijs en Ben Cramer tegen het lijf liep, but that was it. Tijdens zo’n tv-optreden moesten ze me ook altijd komen zoeken, zoals bij de NOS bijvoorbeeld, waar ik in een andere studio liever de opname van een kinderfeuilleton bijwoonde. Ik had zat lef. Ik sprak iedereen aan en werd ook door haast iedereen herkend. Nu zou ik dat niet meer durven, maar toen wel.

Mieke liep toen nog school, de technische richting, in Arendonk. Maar na een tijdje werd dat onhoudbaar. Ze lag meer met haar hoofd op de bank te slapen dan aandachtig de les te volgen. Zij ging dan maar wat muziek- en zangles volgen en probeerde haar talenkennis wat bij te schaven. Het is voor haar ook almaar harder werken, want zij gaat de baan op met de shows van Vader Abraham, daarbij geflankeerd door artiesten als Corry Konings, Jacques Herb, Ria Valk, Hanny en De Rekels, De Kermisklanten enzovoort.

De negenentwintigste maart 1975 bereikt zij in Nederland de tipparade met Zondagskind, maar verder dan dat geraakt zij niet. Het tij keert in haar voordeel wanneer zij de twaalfde juli van dat jaar op de veertiende plaats in de Top Veertig staat te pronken met Zomertijd, een liedje dat voor de rest van haar carrière haast tijdens elk optreden zal opduiken. Tot dan toe trad Mieke haast uitsluitend op als onderdeel van de “Vader Abraham Show”. Zij weet zich een beetje los te weken van dat geheel en gaat stilaan ook solo optreden. “Ik had nog geen eigen band, maar er waren zo’n viertal orkesten waar ik vaak samen mee optrad. Ik denk dan vooral aan de Golden Bis Band en de Dennis Sweet Band. Die kenden m’n repertoire goed, kenden ook de geplogenheden in Nederland. Dus dat was wel fijn werken met hen“, aldus Mieke.

De volgende single M’n beste vriendin vinden wij in het najaar van 1975 op twaalf terug in de Top Veertig en hij geraakt in de Top Dertig in ons land de dertiende december tot op de vijfentwintigste plaats en zal daarmee de hoogste notering worden die Mieke voor de rest van haar carrière in die hitlijst zal scoren. Iets voordien heeft zij samen met Vader Abraham in Oostenrijk een kerstspecial ingeblikt, die niet alleen op tv maar ook op elpee een groot succes wordt en haar volgende gouden plaat. Dat jaar is er ook succes weggelegd voor haar album “Nu ik weet wat liefde is” met daarop naast haar hitsingles liedjes als Is er ‘n kans, Alles slijt behalve eenzaamheid, Onbekende jongen en Zusje droog je tranen vlug. Ook op dit album heeft Pierre Kartner de touwtjes stevig in handen.

Pierre heeft intussen duidelijk zijn stempel op het repertoire van Mieke gezet. Zij heeft hem intussen ook almaar beter leren kennen. “Pierre is een mens pur sang. Ook met zijn vrouw en zijn zoon Walter bouwde ik een hechte band op. Pierre droeg wel de broek. Hij kon al eens streng en moeilijk uit de hoek komen, maar ik was nog jong en zei vrij snel op alles ja. Wanneer hij een liedje voorstelde, nam ik dat ook meteen op. Ik stelde me daar geen vragen bij, want hij had als componist en producer al aardig wat bewezen, dus twijfelen aan hem deed ik niet. Ik moet ook toegeven dat ik toen nog niet zo bezig was met een ander genre dan dat ik zong. Ik dweepte met andere kindsterretjes zoals Heintje, Wilma, Nelleke en in Italië Robertino. Daarnaast ging stilaan mijn aandacht ook uit naar een Brenda Lee en Teresa Brewer en spraken de liedjes van The Bee Gees me wel aan. Dat Angelsaksische gedoe was aan Pierre niet besteed. Die hoorde alleen maar liedjes in de moerstaal in zijn oren klinken en daar ging hij dan ook voor, ook wat mijn platenrepertoire betreft.” George Baker had haar al eens aangeboden om op zijn wei te komen grazen en in het Engels te zingen, maar dat zag Pierre helemaal niet zitten. “Pierre was niet in de eerste plaats een zakenman“, weet Mieke daaraan toe te voegen. “Zijn vrouw hield de financiële kant in de gaten. Pierre hield zich alleen maar met het schrijven, produceren en zijn optredens bezig.”

Om nog eens echt te scoren is het voor Mieke wachten tot de eenendertigste januari 1976. Pierre Kartner vertelt Mieke met trots dat zij met het nummer Het leger van werkelozen op tien is aanbeland in de Nederlandse hitlijsten. Meteen erbij vermelden dat dit ook haar hoogste notering ooit is. Op dit nummer zingt Mieke niet alleen samen met Vader Abraham, maar worden zij begeleid door het in die tijd bekende accordeonduo De Kermisklanten. “Dat liedje was echt als grap bedoeld. Het was een echt carnavalsliedje. Wat Pierre niet verwacht had, was dat dit bij veel mensen in het verkeerde keelgat was geschoten. Vooral werklozen hadden er een probleem mee. Het weekte veel negatieve reacties los en dus werd na een aantal weken besloten het liedje uit de handel te nemen. Ik heb er niet om getreurd, want ik stond ook niet voor het volle pond achter dat liedje“, dixit Mieke.

Samen met Vader Abraham brengt Mieke drie maanden later het nummer Niet elke oester heeft een parel op de markt. In de zomer van 1976 is er haar solosingle Zomaar een dag in september, maar de Top Veertig blijft buiten bereik. Dat liedje is ook terug te vinden op haar album “Tussen dromen en ontwaken” met daarop nummers zoals Mijn engelbewaarder, Lieve moeder, Kermis, Vaya con Dios en Het dorpje.

De vraag dringt zich tijdens ons gesprek op: hoe lukt het een Vlaming in Nederland zoveel hits te scoren? “Ik denk dat dit alleen maar gelukt is door de niet-aflatende steun van Pierre. Ik begon vanuit het niets en dan is het vanuit Vlaanderen richting Nederland erg moeilijk om het daar te maken. Ik werkte met een Nederlandse songleverancier, een Nederlandse platenfirma die opnam in een Nederlandse studio met Nederlandse muzikanten. Liedjes die door Nederlandse promomensen bij de Nederlandse media gepromoot werden. De voedingsbodem was 100% Hollands.”

Er is ook geen Top Veertig weggelegd voor het liedje Santa Maria, tekst en muziek van Pierre Kartner, dat zij in de maand februari van 1977 in de markt zet. Het jaar dat zij twintig wordt, passeert zonder noemenswaardige prestaties op platengebied. Het jaar nadien lijkt Mieke zich te herpakken wanneer zij de eerste april van 1978 in de Nederlandse Top Veertig opduikt met het nummer Charlie Chaplin, een ode aan de bekende filmacteur en regisseur die op kerstdag 1977 was overleden. “Ik zing dat liedje nog altijd. Nu heb ik het verwerkt in een Kartner-medley samen met Een kind zonder moeder, Zomertijd en M’n beste vriendin. Het publiek wil dat zo en het zijn en blijven toch mijn bekendste nummers.” Om dat succes te verzilveren, wordt het album “Horen, zien en zingen” uitgebracht met daarop voorspelbare liedjes als Wat m’n grootvader zei, Morgen zal ik om je huilen, Laat me vrij zijn, De oude visser en Timmy, een vertaling van de Amerikaanse hit Tammy. Het album wordt opgenomen in de “M.C. Studio” in Nederhorst den Berg met aan het roer zoals steeds Pierre Kartner, die het merendeel van de liedjes aanreikt. “Pierre werkte altijd op dezelfde manier. Dan liet hij me weten dat hij aan een nieuw album voor mij bezig was, dus nieuwe liedjes aan het schrijven was. Ik was toch bij hem thuis. En als hij er dan eentje klaar had, repeteerden wij en hoorde hij meteen of het goed zat of niet. Iets later namen we het dan op, maar hij vroeg me nooit ofte nimmer of het liedje me wel aanstond. Maar ik stond er niet bij stil, want op m’n eerste plaat zong ik covers van Edith Piaf en Lucille Starr, en pas nu besef hoe mooi die wel waren.”

Het publiek weet wat het van Mieke mag verwachten en qua verkoop kan zij rekenen op haar schare trouwe fans, die ook trouw naar haar optredens blijven komen. Ook al is zij geboren in Vlaanderen, Nederland is haar grootste afzetmarkt. Kartner blijft liedjes voor Mieke schrijven en is ook leverancier voor haar album “Liefde doet soms pijn”, dat zij in 1979 inblikt. Hitsingles levert deze elpee niet op. Qua inhoud blijft zij trouw aan wat de fans van haar gewoon zijn: Mijn liefdesdroom, Ik verlang zo naar jou, M’n tranen zijn ook voor jou, Neem mij nog eens in je armen, Liefde doet soms pijn.

Het lijkt alsof Cupido aan haar deur is komen aankloppen en wat blijkt, de zeventiende oktober 1979 trouwt Mieke in het gemeentehuis van Arendonk met toenmalig VRT-regisseur Hugo Dewaersegger. Zij leerde hem kennen tijdens de tv-opnamen van het programma “De tijd van toen” met Jan Theys. “Hugo was regisseur van dat programma. Ik zong toen het liedje Een boeketje rode rozen. De luisteraars bepaalden dan via een wedstrijd of je de volgende uitzending opnieuw mocht langskomen. Ik stak met veel stemmen boven de rest uit. De keer daarop zag ik Hugo opnieuw en sloeg de vonk over. Vóór hem had ik wel vriendjes gehad, maar verder dan dat kwam het nooit, want Pierre ging zich ermee bemoeien en stelde me voor de keuze met hem verder te werken of voor dat vriendje te kiezen. Hij stond wel achter mijn Hugo-keuze, maar ja, ik was toen al bijna 23 en hij zag meteen in dat ik niet meer tegen te houden was.

Toeval of niet wat de titelkeuzes betreft, maar ook de singletjes die dan verschijnen liegen er niet om: Lekker, Want altijd komt de zomer weer en ook de titelsong van haar album Liefde doet soms pijn. Een jaar later wordt een vertaling van een Duits nummer van Ralph Siegel de titelsong van haar album “Dromenland”, dat eveneens op single verschijnt. Kartner reikt liedjes aan zoals Santo Domingo en Je kan in ‘t leven alles willen. In de Nederlandse Top Veertig is Mieke met Dromenland terug te vinden op de drieëndertigste plaats. Zij heeft ooit beter gescoord. Kartner heeft intussen als Vader Abraham zijn handen vol. Hij heeft er twee kanjers van hits op zitten. In 1976 staat hij in de hitlijsten met ‘t Kleine café aan de haven, dat hij aanvankelijk voor Imca Marina had geschreven, maar die vindt dat hij het zelf moet opnemen. Het liedje wordt internationaal een grote hit in de versies van James Last, Peter Alexander en Joe Dassin. Een jaar later scoort hij opnieuw gigantisch, deze keer met t Smurfenlied, waarvan wereldwijd achttien miljoen exemplaren worden verkocht. Pierre gaat zich als Vader Abraham almaar arroganter gedragen, vinden zijn vrienden van vroeger. “Ik vond niet, reageert Mieke snel, dat hij veranderde. Hij werd almaar meer door zijn vak opgeslorpt. Het ontbrak hem bijwijlen aan tijd. Hij moest vaak naar het buitenland. Hij stond op een bepaald moment op één in Mexico, zat vaak in Duitsland. Hij had ook minder tijd voor mij, maar ik ben van nature erg trouw en bleef, ondanks die hectische periode voor Kartner, aan hem gehecht.”

Pierre heeft het er moeilijk mee wanneer hij in de loop van de jaren tachtig merkt dat het niet meer van zo’n leien dakje loopt wat het scoren en schrijven van hits betreft. Hij heeft te vaak in de richting van het buitenland gekeken, zijn interesse was wat verdeeld en gokken op twee paarden bleek ook voor hem wat moeilijk en minder lonend.

Mieke is intussen van producer gewisseld: “Mijn man Hugo vond dat het misschien tijd was geworden om eens uit te kijken naar een andere producer. Verandering van spijs doet immers eten.” Dries Holten neemt de plaats van Pierre Kartner in. Dries was de jaren voordien bekend geworden als wederhelft van het duo Sandra en Andres, dat hij samen met zangeres Sandra Reemer vormde. Nadien scoorde hij samen met zangeres Rosy Pereira als het duo Rosy & Andres. Hij schreef ook liedjes voor anderen. Het is voor hem raak wanneer in Duitsland Cindy & Bert in 1973 goud scoren met het door hem geschreven Immer wieder Sonntags.Ik wilde graag eens iets anders. Pierre had het heel druk met zijn optredens in de slipstream van zijn succes met ‘t Smurfenlied en zo. Ik heb eerst nog even samengewerkt met Cees de Wit. Die schreef voor mij toen liedjes als Liefde doet soms pijn, Jij weet heel goed en Neem mij nog eens in je armen. En dan heeft mijn platenfirma me aan Dries Holten voorgesteld. Dat was een leuke periode.

Voor Mieke produceert Dries onder meer het album “Als ik jullie niet had”, dat in 1981 wordt gereleaset met als single daaruit Als ik jou niet had, een vertaling van een Duits nummer van Ralph Siegel en Bernd Meinunger, als Wenn ich dich nicht hätte bij onze oosterburen een hit voor Karl Gott. Op de B-kant is Mieke nog altijd trots, want daar staat Wals van de lente van de hand van Mari Trini. Veel meer dan een drieëndertigste plaats in de Nederlandse Top Veertig zit er voor Mieke niet in. In de Vlaamse Top Tien bereikt ze met dat nummer de achtste augustus een zesde plaats. Er werd gezocht naar een andere stijl. “Ik wist toen nog niet echt wat ik wou“, herinnert Mieke zich nog. “Dries had wel een duidelijke visie. Zo wilde hij mij bijvoorbeeld Ma vie laten zingen, maar ik kon die hoge noten niet halen. Dries zocht wel mooie liedjes, maar hield geen rekening met toonsoorten en zo. Ook toen nog durfde ik niet volmondig liedjes af te wijzen. Zij beslisten nog erg vaak in mijn plaats.” In een productie van Dries verscheen in 1980 de single Dromenland, gekoppeld aan Santo Domingo, en in 1981 De dierenband met op de B-kant Santa Barbara.

Aan die samenwerking met Holten komt in 1982 een einde. Pierre Kartner neemt de fakkel weer over en schrijft en produceert voor Mieke Ga naar die ander met op de keerzijde van de plaat Moeder je mag nu niet huilen. De vierde april 1984 wordt voor Mieke een echte hoogtijdag. Dan wordt zoon Bart geboren. Blijkt later dat hij helemaal niet muzikaal is en zich beter thuis voelt in de verkoop en zo. Hij heeft zich gespecialiseerd in het bouwen van Websites en webdesign.

Dureco besluit in 1981 al haar successen van de voorgaande jaren samen te bundelen op het album “De beste van Mieke”, goed voor zestien hits, beginnend met Wonderland en eindigend met Ik heb vandaag de zon besteld. Mieke sluit op dat moment een nieuwe platendeal en wel met het Philips-label. Het vreemde is dat die samenwerking haar geen hits oplevert.

Voor Mieke is het wachten tot in 1985 wanneer zij nog eens een behoorlijke hit scoort. Dat wordt het duet Zaterdagavond, een tekst van Pierre Kartner op Ich komm’ bald wieder van Cindy & Bert, bij onze oosterburen een regelrechte klassieker, geschreven door Kurt Feltz en Christian Bruhn. Voor deze gelegenheid wordt Mieke gekoppeld aan het talent van de op dat moment in Duitsland en Nederland populaire schlagerzanger Dennie Christian. Kartner verzorgt deze keer de productie. “Toen ik zwanger was van Bart, kwam ik Pierre vaak tegen in het land en hij bleef maar aandringen dat ik terug bij hem zou komen. Pierre en Harry Thomas, de gangmaker in de Benelux van de Duitse schlager en organisator van het ‘Schlagerfestival’ in Kerkrade. In Breda ontmoette ik Dennie Christian in het gezelschap van Pierre en Harry en daar en toen werd beslist dat we samen een duet zouden opnemen. We zagen dat beiden meteen zitten. Die match had het publiek ook meteen door en dat heeft zeker bijgedragen tot het succes.” In de Nederlandse Top Veertig geraken zij tot op de vijfentwintigste plaats. Kartner laat iets later spontaan aan Mieke weten dat zij aan een nieuw team toe is. Zijn plaats wordt ingenomen door Ad Kraamer, die van dan af haar producties in handen neemt en haar de geschikte songs aanreikt. Kraamer had als artiest onder de naam Marc Winter in de loop van de jaren zeventig enkele hits gescoord, waaronder De heilsoldaat in 1974. Maar hij voelt zich achter de knoppen in de opnamestudio beter thuis en zal zich de jaren nadien profileren als producer van onder meer André van Duin, de Zangeres Zonder Naam, De Deurzakkers, Guus Meeuwis & Vagant én Dennie Christian. Het lag dus een beetje voor de hand dat hij tuk was op die samenwerking tussen Dennie en Mieke. Er volgen dan een rist duetten zoals in 1985 Gelukkig zijn. Ad kende dat liedje als When the sun says goodnight to the mountain van Roy Fox and His Orchestra. Nederland bedenkt Mieke en Christian met een tweeëndertigste plaats in zijn Top Veertig. Het jaar nadien volgt Vakantie en Jij bent niet meer alleen van de hand van Ad, Peter Power, Robert Mekro, Hans van Wiggen en Ully Jonas. Met Vakantie pieken ze in de Top Veertig op de eenendertigste plaats. In 1987 worden stemmen van Mieke en Dennie gekoppeld aan die van Freddy Breck en Micha Marah in Wie gaat er mee, speciaal voor hen door Ad geschreven samen met Hans van Wiggen. Terugblikkend zegt Mieke over die samenwerking met Ad: “Hij stuurde me vocaal een bepaalde richting in waarbij mijn inspraak niet altijd gold. Hij gaf me dan een bandje dat ik het komende uur moest instuderen en dan werd er nadien gelijk opgenomen. Hij was wel een rustige man met wie ik goed kon praten, maar zijn manier van werken lag me niet zo.

In Nederland scheert het jaarlijks terugkerende “Schlagerfestival”, op het getouw gezet door de inmiddels overleden Harry Thomas, hoge toppen. Vanaf 1985 staat Mieke daar steevast op de artiestenlijst aan de zijde van Freddy Breck en Dennie Christian. Ook haar Vlaamse collega Micha Marah maakt er deel van uit. In 1986 neemt de TROS de tv-show “Dennie, Mieke, Freddy” op. Er verschijnt tevens de gelijknamige cd, die meteen met goud wordt bekroond. Hierop liedjes als Vrienden kom erbij, De wereld draait door, Monica, Vrijdagavond en Blonde meisjes. Dat smaakt naar nog. Voor de kerstviering van 1987 blikt de TROS met hen en samen met Micha Marah een kerstspecial in en wordt het album “Vrolijk kerstfeest” uitgebracht. Ook deze keer ligt de gouden status snel binnen handbereik. De fans kunnen meezingen met klassiekers als Gloria in Excelsis Deo, Nu zijt wellekome, Hoe leit dit kindeke, Stille nacht en Het wordt al donker. In 1988 wordt er door dit vierspan lekker gedanst en gezongen tijdens de nog altijd populaire Schlagermix met daarin de nummers Vanavond, Elke dag, Zeg ‘s schat, ‘t Is heerlijk om verliefd te zijn, Mooi is het leven en Niemand is zo goed en lief als jij verwerkt. Op het Qualitel-label is er in 1988 de verzamelaar “Het beste en het mooiste van Mieke” met daarop zeventien stroken. Op de bijbehorende hoes lezen we onder andere: “‘Het beste en mooiste van Mieke’ is de allesomvattende titel waaronder deze plaat is uitgekomen. Een schitterende selectie van bestaande Mieke-successen tezamen met een reeks nieuwe nummers zoals Kom maar in m’n armen schat, Alle kinderen, Dans nog één keer met mij en niet te vergeten haar meest recente single Kom weer terug bij mij.” U kijkt misschien vreemd op, maar Mieke voelde zich met die samenwerking niet zo in haar sas. “Met alle respect, maar die keuze er Micha aan toe te voegen, heb ik nooit goed begrepen. Micha klonk in mijn oren niet als een schlagerzangeres. Ik begrijp achteraf haar keuze wel, want zo kon ze ook voor een groot deel in Nederland optreden. Voor een groot deel is dat ook de reden geweest dat ik besloot stilaan mijn eigen weg te gaan, niet meer onder de hoede van Thomas te blijven werken.

Maar we moeten even terugkijken in de tijd, want intussen brengt Mieke onder de hoede van Ad Kraamer ook nog een rist soloplaatjes uit. In 1985 op het AKM-label Ik ben verloren, een vertaling van Hey, Joe McKenzie van Vicky Leandros door Ad. De negentiende oktober 1985 staat Mieke ermee op de zevende plaats in de Vlaamse Top Tien. Daar houdt Mieke precies een jaar later halt op tien met Ik laat je nooit meer gaan, dat Ad samen met Jack White en Hans van Wiggen schreef. Wanneer Céline Dion in 1988 het Euvovisiesongfestival wint met Ne partez pas sans moi, durft Mieke het aan daarvan een vertaling op te nemen. Kom weer terug bij mij staat de negenentwintigste oktober van dat jaar op tien in de Vlaamse Top Tien. “Ik ben Ad er nog altijd dankbaar voor dat ik dat mocht opnemen. Zonder dat hij er misschien erg in had, maar toen ik dit had opgenomen, wist ik dat dit het soort liedje was dat ik graag zong. Eindelijk kon ik laten horen dat ik een echte zangeres was en dat daar mijn toekomst lag.” Een bescheiden hit zit er ook in voor Vaya con Dios, want de zesentwintigste november 1988 vinden we Mieke met haar gelijknamige versie van Andrea Jürgens’ hit terug in de Vlaamse Top Tien.

Het hittij keert wanneer er op het einde van de jaren tachtig een einde komt aan de samenwerking met Ad Kraamer, Dennie Christian en Harry Thomas. Voor Mieke breken haar 100% Vlaamse jaren aan wat haar platen betreft. Zij gaat samenwerken met de in die tijd populaire producer Roger Baeten, die ooit onder zijn eigen naam een dikke hit had gescoord met Blijf je bij mij en in de jaren tachtig als B. Rodgers een stevige hit had met I feel so good. Roger was zich nadien gaan concentreren op het schrijven en produceren van liedjes voor Salim Seghers, Pascal Laurent en Danny Fabry. “Door die producties met die Vlaamse jongens was Roger me muzikaal al een tijdje eerder opgevallen. Zijn aanpak stond me wel aan en dus gingen we vooraf wat praten en besloten we een eerste plaatje uit te brengen.” Bij Roger kan Mieke dus met haar muzikale wensen terecht. Een eerste poging in 1990 wordt het door hem geschreven Neem me in je armen, maar de hitlijsten blijven voorlopig buiten bereik. Op het CNR-label is er het jaar nadien Vrij als een vogel, eveneens door Roger geschreven en opgenomen in de “Galaxy Studio” met aan de knoppen Wilfried Van Baelen, die we nadien zullen kennen als niet alleen de man, maar ook de producer van Dana Winner. “We hebben op een bepaald moment geprobeerd de aanpak te splitsen. In Nederland met Ad blijven voortwerken en in Vlaanderen met Roger, maar dat lukte van geen kanten, dus werd het Roger“, aldus Mieke. Roger voelt Mieke almaar beter aan en weet waar zij op dat moment zin in heeft, onder meer in een cover van de hit Chanson populaire van de Franse zanger Claude François, die daar in 1973 een grote hit mee scoorde. “We waren op vakantie in de Pyreneeën en daar waren toeristen die ons daarop attendeerden. Na al die jaren ben ik nog altijd blij met die keuze.” Roger schrijft er een tekst bij en trekt met Mieke naar de studio. Zij is maar wat blij wanneer zij ziet dat Vlinders in je buik de achtentwintigste juli van 1990 op de vierde plaats van de Vlaamse Top Tien genoteerd staat. Ook VTM nodigt haar graag uit voor een rondje “Tien om te Zien”. Die Vlaamse producties geraken echter niet in de Nederlandse Top Veertig. Met Roger neemt zij ook nog de single Om je hart te voelen slaan op, een vertaling van Pour un flirt van Michel Delpech door Jeroen Le Compte. Mieke blikt ook nog de single Breng me terug bij jou in.

Op zoek naar een geschikte manager en producer belandt Mieke in 1992 bij Marc De Coen, die een gerenommeerd theaterbureau runt en bij de massa bekend zal worden als manager van onder meer Günther Neefs. De platenfirma zag af qua budget af van een verdere samenwerking met Roger Het was platenfirma CNR die Mieke die via hun medewerker Bert Burm Mieke aan Marc gekoppeld. Marc schrijft speciaal voor Mieke samen met Gyuri Spies Waarom zou er vrede zijn en spoort haar in 1993 aan daarmee deel te nemen aan “Eurosong”. “Dit vond ik zalig. Die wedstrijd, die spanning. Nu zou ik het niet meer doen, ook niet meer durven. Maar toen vond ik het heerlijk om mee te maken.” Mieke komt in de tweede voorronde terecht samen met onder anderen John Terra, Nadia, Petra, Hugo Dellas en Christoff. Mieke wordt daarin tweede en stoot door naar de finale, maar het is Barbara Dex die dat jaar met Iemand als jij de vijftiende mei in Ierland mag aantreden, waar zij jammer genoeg op de laatste plaats eindigt.

In 1994 duikt Mieke nog eens in de Vlaamse Top Tien op wanneer Marc haar op plaat eenmalig koppelt aan Jo Vally in het nummer Soms is liefde…, een vertaling van Perhaps love, dat John Denver schreef en samen met Plácido Domingo had ingeblikt. “Vally zat in de platenstal bij Marc. Wij kwamen elkaar vaak tegen bij optredens en zo ging de bal aan het rollen. Ik weet nog goed dat dat samenzingen meteen klikte en dat we er veel mee voor tv hebben opgetreden, tot in Nederland toe. Het viel me telkens op dat onze stemmen goed matchten.” Met Marc gaat Mieke op zoek naar een ander genre, liedjes met iets minder schlagergehalte. Zij neemt een versie op van Laat me alleen, waarmee Rita Hovink in 1977 in de Top Veertig een behoorlijke hit had gescoord. Oorspronkelijk werd het nummer als Pazza idea door de Italiaanse zangeres Patty Pravo op plaat gezet. Wij kennen hier in Vlaanderen heel goed de nog latere versie van Mama’s Jasje, die daarmee drie jaar nadien op één staan in de Vlaamse Top Tien.

Mieke had intussen geleerd niet zo veel meer op die hitlijsten te mikken, het levenslied als genre wat af te bouwen en te zingen waar zij op dat moment veel zin in had, al verging haar dat zingen toen haar man Hugo de eerste januari 1995 op 42-jarige leeftijd aan een hartaanval overleed. “Wij waren op vakantie in Marokko. Hugo was niet tevreden over het hotel. Hij had zich nogal druk gemaakt aan de balie en dan zijn we naar een andere locatie uitgeweken en toen is het gebeurd. Hugo was net bij de VRT vertrokken, hij had verlof zonder wedde genomen om zijn eigen bedrijf te kunnen opstarten, FTP, de technische tak van RTV. Eerst was er TV Kempen en iets later TV Mechelen. Een behoorlijk drukke klus en we wilden er even een weekje tussenuit. Maar het verliep anders dan verwacht.” Voor Mieke breekt een hectische periode aan. Zij wilde toch de zeilen van Hugo’s bedrijf strakgespannen houden. “We moesten wel, want we hadden ons huis zelfs in pand gezet om een peperdure montage-unit aan te kopen. Het overviel me allemaal, want tot dan toe had ik me daar allemaal niet zo mee beziggehouden. Gelukkig had ik mensen in mijn onmiddellijke omgeving die me goed gesteund en begeleid hebben. Voor mijn zoon Bart vond ik die periode verschrikkelijk. Een jongen van tien die z’n vader verliest. Maar we moesten verder en dan ben ik een tijdlang gestopt met zingen. We hebben FTP zo’n jaar of vier staande gehouden. RTV wou uitbreiden en dan hebben we ons bedrijf aan hen overgelaten.”

Mieke vindt extra steun bij haar manager Marc De Coen, die haar aanspoort haar carrière te blijven koesteren. In 1995 is er het op het Dureco-label het album “Voor jou”. Mieke krijgt daarbij de steun van Miguel Wiels, Werner Bellon, Paul Natte en Gyuri Spies. Zij laat deze keer diep in haar ziel kijken in liedjes als Zonder jou, Als ik leef leef ik voor jou, Zo zie ik je graag en Mooier kan het niet zijn. Marc neemt de productie voor zijn rekening. Mieke neemt op Marcs aanraden in 1996 deel aan “De Gouden Zeemeermin” met het oog op een selectie voor het “Eurovisiesongfestival”, maar wordt uiteindelijk uitgeschakeld. “Dat was geen goede zet, als je het nu bekijkt. Ik voelde me niet goed in mijn vel. Het overlijden van Hugo kleefde nog te sterk aan mij. Ik zong toen Op dit moment, een heel mooie song. Willeke Alberti zou het trouwens nadien nog opnemen. Ik zelf stond er niet echt toen ik het zong. Ik kon niet in dat lied kruipen.” Mieke voelt zich na het verlies van Hugo leeg en trekt zich terug uit de showbusiness.

In de cd-reeks “Wolkenserie” brengt haar voormalige platenfirma Dureco in 1997 de verzamelaar “Mieke” op de markt, goed voor een selectie van vijftien van haar grootste hits, uitgekozen door Hans Gouweloos. Dit album bevat tevens een overzicht van de producers met wie Mieke de voorbije jaren heeft samengewerkt: Pierre Kartner, Dries Holten en Cees de Wit.

Intussen is het contact met Marc warmer en intenser geworden. “Dat verliep heel voorzichtig, groeide stilaan. We gingen veel met elkaar om en dat werd ook almaar closer, intiemer. Tot we uiteindelijk levenspartners zijn geworden!” Marc blijft haar motiveren om ermee door te gaan. Hij produceert in 1998 het album “Mieke zingt Dolly Parton” met daarop twaalf hits van haar countryidool die zij in studio “The Groove” in Schelle opneemt. “De Nederlandse platenbaas Jaap Stoutenbeek was al geruime tijd op zoek naar een zangeres die dat aankon. Jaap had in 1986 al Partons ‘It’s all wrong, but it’s alright’ met zangeres Sherity opgenomen. Hij wou meer met dat repertoire. Naarmate de opnamen vorderden, kreeg ik de smaak weer te pakken en ging ik opnieuw graag zingen. Zo kwam ik stilaan weer op gang.” Mary Boduin vertaalt het merendeel van de teksten. Het is platenfirma BMG/Ariola die het album in de maand februari van 1998 in de markt zet. Als promotekst bij het album lezen we: “Het is een tijdje stil geweest rond zangeres Mieke. Na een moeilijke periode in haar privéleven, veroorzaakt door het overlijden van haar man, is ze terug met een nieuwe cd. Zoals de titel al doet vermoeden, zingt ze op deze plaat Nederlandse vertalingen van haar Amerikaanse collega Dolly Parton. Hartenbreker (Heartbreaker), Als ik ga (I will always love you), Jolien (Jolene) en Het licht van mijn twee ogen (You are) zijn enkele van de nummers die Mieke op een zeer aanvaardbare wijze naar zich toe heeft getrokken. De single Voor altijd samen (Christmas without you) is een duet met ex-Kayak-zanger Edward Reekers.” Mieke krijgt muzikaal op dit album de steun van onder meer Chris Peeters, Cel De Cauwer, Walter Metz, Bernie Bovens, Vincent Pierins, Alain Van Zeveren, Dany Caen en Henriette Willems.

 

In Nederland heeft Mieke intussen Jaap Stoutenbeek als manager onder de arm genomen. In België blijft het bureau van De Coen zich over haar ontfermen. Maar echt optreden zit er nog niet in. Na de release op het Pyramid-label van de single Zoiets als liefde, een cover van So was wie Liebe van Michelle, die zij in 2001 opneemt, en de positieve respons op dat nummer, krijgt zij weer zin om te gaan optreden. Zij ontmoet opnieuw Dennie Christian, met wie zij in 2002 het duet Ik ben verliefd, jij bent verliefd inzingt, uitgebracht op het Telstar-label. “Verschrikkelijk die keuze“, vult Mieke snel aan. “Zowel Dennie als ik vonden dat we daar stonden te zingen als twee overjaarse pubers. Pierre Kartner drong bij ons aan dit te doen. In de studio wrong het al, dat liedje was niet onze keuze. Zowel Dennie als ik voelden aan onze samenwerking niet nog eens te herhalen. Onze hits waren oké, maar nog eens pogen dat over te doen? Mocht het een terechte keuze zijn, dan wil nog eens nadenken, maar ik sta er zeker niet om te springen!

In 2004 staat Mieke dertig jaar op de planken. Er wordt door Dureco veel zorg besteed aan de driedelige cd “Dertig jaar Mieke, het complete hitoverzicht” met in het totaal veertig liedjes, waarvan er vier gloednieuw zijn: Een stukje blauwe hemel, In een wereld zonder jou, Daarom stuur ik jou een engel en Altijd verder. “Ik schrok van wat ik allemaal in al die jaren had ingeblikt. Ik heb alles nog eens beluisterd en merkte dat ik erg trots ben gebleven op die beginperiode met Pierre Kartner en dan die hoogtijdagen samen met Dennie Christian, toch twee ijkpunten in mijn carrière. Ik dacht er ook aan terug hoe ik op mijn zestiende optrad in Ahoy voor een publiek van zo’n zevenduizend mensen. Ik heb in zowat alle schouwburgen en bekende zalen in Nederland en Vlaanderen opgetreden. Als ik nu nog in Nederland promotie ga voeren, beschouwen ze me daar nog als een vedette. Ik word daar soms idolaat benaderd. Dat is toch wel een apart gevoel. Ik bloos er nog regelmatig door.” Als bonus is er bij dat feestalbum een dvd met daarop onder meer De Schlagermix, Kom maar in mijn armen schat en Kom weer terug bij mij. In het bijgevoegde boekje schrijft Skip Voogd: “De klinkende comeback van Mieke begint echter in het begin van de nieuwe eeuw, in 2001. Met haar single Zoiets als liefde haalt ze moeiteloos de muzikale voorpagina’s, wordt zij een veelgevraagde gast in verschillende programma’s van radio en televisie en krijgt zij niet lang daarna ook weer zin in zaaloptredens. Nu Mieke eind 2004 het dertigjarige artiestenjubileum viert, is dat reden voor een aantal feestelijke bedrijvigheden. Zo heeft de TROS de toezegging gedaan voor een televisiespecial, is Mieke weer druk in de weer met de theatershow waarmee ze Vlaanderen en Nederland doorkruist en verschijnt er een blijvende en tastbare herinnering aan ’30 jaar Mieke’ met het zeer zorgvuldig en met veel vakmanschap samengestelde dubbelalbum dat het complete overzicht presenteert van de sympathieke zangeres. Een album met als verrassende finale drie nieuw opgenomen nummers, ingeluid door In een wereld zonder jou, gevolgd door Daarom stuur ik jou een engel, een cover van Ich schicke dir jetzt einen Engel van de Duitse zangeres Michelle, en de Nederlandstalige versie van het door de jaren heen geliefde Spaanse lied Camino Verde. 30 jaar Mieke, ze zijn omgevlogen, maar tienduizenden fans in Vlaanderen en Nederland kijken nu al reikhalzend uit naar een volgend jubileum.”

In 2007 is er het album “Vliegen als een vogel” in een productie van Marc De Coen, met wie Mieke intussen is gaan samenwonen. Zij heeft de stap durven te zetten om zelf ook enkele teksten te schrijven. Aan de journalisten vertelt zij dat dit het soort album is dat zij altijd al had willen opnemen, met liedjes die haar na aan het hart liggen. Op dat album dertien songs met als singlekeuze een vertaling van de hit Boom bang-a-bang van Lulu, waarmee die in 1969 het “Eurovisiesongfestival” won. Vooral de Nederlanders zijn tuk op Miekes versie. Zij schreef overigens zelf de tekst. Ook de titelsong wordt op single uitgebracht. Mieke voelt zich als herboren en geniet weer met volle teugen van haar optredens. Op haar website lezen we over dit album: “Op het ritme van de wals zingt ze liedjes over liefde en het leven, klassiekers uit de countrymuziek, covers van Lulu, Bryan Adams en Cliff Richard. Ondanks de upgrading van haar repertoire blijft ze haar fans trouw. Geen hoempapa en toch meezingmuziek. Geen schlagers en toch Nederlandstalig. Composities die Mieke op het lijf geschreven zijn, afgewisseld met sprankelend vertaalde covers.” Uiteraard staat Marc De Coen in voor de productie en Peter Bulkens voor de perfecte mix. Voor dit album reikt Pierre Kartner De beste jaren van mijn leven aan en schrijft Salim Seghers Jij bent een schat van een man en Met mijn ogen dicht. Er is ook de Wals je met me mee door de nacht, een driekwartsmaatvertaling van de Cliff Richard-hit Bachelor boy.

De lente van Mieke begon dat jaar echter in mineur wanneer de vijftiende maart haar vader overlijdt. De eerste april 2007 siert Mieke de affiche van het “Schlagerfestival” in Hasselt. Maar het is voor haar niet makkelijk na de dood van haar vader amper twee weken eerder. Gelukkig vindt ze steun bij de collega’s die met haar het podium delen, onder anderen Christoff, Bart Kaëll, Sergio, Jo Vally, Laura Lynn, Luc Steeno, Freddy Breck én Benny Neyman. Mieke geraakt met hem aan de praat en ze beslissen om te gaan samenwerken. De dertigste mei nodigt Mieke Benny en zijn partner Hans bij hen thuis uit. “Nadien zagen we elkaar nog in Noordwijk en Wieze. De tiende november besliste Benny dat mijn man Marc voortaan het management van Benny in België voor zijn rekening mocht nemen. Toen ontstond het idee om de Bing Crosby en Grace Kelly-klassieker True love vertaald op te nemen als Neyman & Gijs. Iets later vernemen we dat hij kanker heeft. Aan zijn ziekbed in Soesterberg hebben we nog een kladversie van True love gezongen. Ons afscheid die dag bleek er een voor de eeuwigheid. Benny overleed de zevende februari 2008“, vertelt Mieke enigszins ontroerd, die dit moment voor de rest van haar leven intens met zich zal meedragen.

Mieke krijgt in 2009 opnieuw voeling met de hitlijsten wanneer zij verneemt dat het kwartet Zaterdagavond, dat zij voor de gelegenheid samen met Christoff, Lindsay en Dennie Christian vormt, vooral in Nederland op veel respons kan rekenen. De single wordt de achttiende september in de markt gezet en de derde oktober staat de single bij ons in de Vlaamse Top Tien op de derde plaats. “Wat mij zo raakt“, zegt Mieke enigszins getoucheerd, “is dat Christoff en Lindsay zo vaak tegen me zeggen dat ik hun tot voorbeeld ben geweest. Het was onder hun impuls dat we onze krachten hebben verenigd en onze vocale schouders onder het nummer hebben gezet. Jammer genoeg zijn we met dat nummer in Nederland weinig op tv verschenen, want Christoffs agenda liet dat niet toe.”

Dat samenzingen met anderen vindt Mieke erg leuk. Zij covert Wenn die ganze Welt noch heute untergeht van Kristina Bach en maakt er op een tekst van Liliane Saint-Pierre Naar het sterrenlicht van, dat ze samen met haar opneemt. De achtste augustus 2010 wordt de single in de markt gezet, maar hij doet geen stof opwaaien in de hitlijsten.

Na Vliegen als een vogel blijft het op platengebied vijf jaar stil. “Het overlijden van mijn vader, de ziekte van mijn moeder en van Marc wogen zwaar op mij. Ik wou even een adempauze inlassen. Ik ging niet op mijn lauweren rusten. Ik bleef liedjes zoeken, maar we namen er de tijd voor. Stap voor stap, keuze na keuze, namen we liedjes op met in ons achterhoofd dat ze elk apart singlewaardig zouden zijn. Op die manier is mijn volgende album ontstaan.” Dat wordt in 2012 op het Jazz Music-label “Ik zal er altijd voor je zijn”. Mieke is apetrots wanneer zij tijdens de voorstelling mag vertellen dat zij deze keer zelf het merendeel van de teksten heeft aangereikt. Voor haar vader, die zij nog steeds niet kan vergeten, schrijft zij speciaal De hemel mist nu een engel. Voor haar moeder, Maria Broeckx, die aan de ziekte van Alzheimer lijdt, schrijft zij Ik zal er altijd voor je zijn. “Dat was een melodie van Heike Fransecky en Andreas Goldmann waarop ik de tekst heb geschreven. Dat zat in mijn hoofd toen we op vakantie waren. Ik wou eerst een liedje schrijven over de relatie tussen mijn zoon Bart en mij, maar ik was zo druk bezig met mijn moeder dat de tekst willens nillens in die richting ging. Ik kon toen met mijn dementerende moeder nog praten en dat heb ik in die tekst verwerkt. De reacties van het publiek waren overweldigend. In Nederland vroeg men naar de singleversie, maar dat heb ik geweigerd omdat ik het nummer niet live kan brengen. In de studio lukte het, maar live, neen, liever niet.” Het bijbehorende boekje begint trouwens met de tekst: “Met één hand hou ik de hand van mijn moeder vast. In de andere hand mijn pen.” Aan haar man Marc draagt Mieke het nummer De liefde van mijn leven op. Kortom, het is een album dat nauw aansluit bij haar dagelijks leven. Op vraag van de “Alzheimer Liga” brengt zij het nummer Ik zal er altijd voor je zijn ook op single uit en neemt zij een gepaste videoclip op. Zij mag in de lente van 2012 in Tessenderlo prinses Mathilde ontmoeten, die meter is van de “Belgische Alzheimer Liga”. Miekes moeder zal de vijfde juli 2013 overlijden. Mieke kan dit verdriet plaatsen en neemt samen met Luc Van Meeuwen Samen kunnen we de wereld aan op. Mieke schreef deze tekst bij de hit Schön ist es auf der Welt zu sein uit 1971 van Roy Black en Anita. Op het album “Ik zal er altijd voor je zijn” vallen ook enkele liedjes op waarvoor Mieke steun kreeg van enkelen van haar collega’s. Met Liliane Saint-Pierre zingt ze het al eerder vermelde Naar het sterrenlicht, dat door Ment TV wordt opgepikt als de Ment Lieveling. En er is ook het nummer Happy Children of Tomorrow, dat Mieke samen met de a-capellagroep Voice Male inblikt en dat in het raam van de tv-show “One Europe” als hymne wordt gebruikt. Als dank voor de nauwe samenwerking met Pierre Kartner, die Mieke in 1973 mee op sleeptouw nam, neemt zij een nieuwe versie op van Mijn engelbewaarder, dat Pierre in 1976 speciaal voor haar schreef. Over dit album wil Mieke nog het volgende kwijt: “Dit is een album dat ik al heel lang wilde maken, maar omdat serieuze zaken als alzheimer toch wat moeilijker liggen, heb ik er lang over nagedacht hoe we dit zouden moeten aanpakken. Ik ben nu op een leeftijd dat deze onderwerpen me meer en meer bezighouden, mede ook door de ervaring met mijn moeder. Ik vind het heel belangrijk zo’n gevoelig onderwerp voor een groot publiek bespreekbaar te maken. Op het album staat ook een lied dat lange tijd op de plank is blijven liggen, een bewerking van de Groningse megahit van Ede Staal Het kan nooit zo donker zijn of het wordt weer licht. Dit lied had ik eigenlijk al veel eerder willen opnemen, maar door de plotselinge dood van mijn man Hugo was het lange tijd té emotioneel. Nu staat het op de cd en ben ik er zeer trots op. Uit respect voor Ede Staal heb ik zelfs een refrein in onvervalst Gronings gezongen. Met mijn goede vriend Bart Kaëll werd Onder de blauwe lucht van Parijs, een cover van Sous le ciel de Paris, opgenomen, een lied dat zeer speciaal is. Met hem bezing ik de vriendschap voor elkaar, vriendschap die respect vraagt voor het allesomvattende thema liefde, liefde in de meest brede zin van het woord, of dat nu tussen man en vrouw is, tussen twee mannen of twee vrouwen.” Mieke haast zich in haar voorwoord de fans gerust te stellen wat de sfeer van het album is geworden: “Toch denk ik, al met al, dat deze cd een heel gevarieerd album is geworden waarin het positieve overheerst. Ik wens u dan ook veel luisterplezier met dit nieuwe album dat met liefde is gemaakt, speciaal voor u.” Tijdens onze babbel geeft Mieke toe dat ze dit een van haar beste producties vindt. “Ik kan niet goed naar mijn eigen liedjes luisteren, maar naar deze wel. Mijn fans reageerden gretig. Zij moesten absoluut kwijt dat ze me in deze plaat helemaal herkenden. Voor hen ben ik de vrouw die ze op deze plaat haar verhaal horen zingen. Een erg flatterend compliment.”

In 2012 wordt er ook weer verzameld, deze keer in de cd-reeks “Heerlijk Hollands” op het Nederlandse Cloud-label. Twintig liedjes van Mieke, waaronder Een kind zonder moeder, Zomaar een dag in september, t Afscheid en Eindelijk vrij.

De tweeëntwintigste november 2014 brengt Mieke naar aanleiding van haar veertigjarige carrière op het Jaz-label het album “40 jaar hits – Het allerbeste van Mieke” uit met daarop veertig van haar meest bekende successen, beginnend met Een kind zonder moeder en eindigend met Een stukje paradijs. Op dat album ook twee liedjes die ze iets voordien op single had uitgebracht. Vooreerst Een lentedag, op single uitgebracht in de maand mei van dat jaar. Het is een tekst van Bart Herman op de melodie Any dream will do van Sir Andrew Lloyd Webber. En dan is er ook Mooie dromen, een duet van haar samen met Luc Van Meeuwen, geschreven door Wim Claes en Lee Castello, de achttiende oktober goed voor een zeventiende plaats in de Vlaamse Top 50. In de bijbehorende persmap van het album lezen wij: “Veertig jaar zit ze inmiddels in het vak en daar past natuurlijk een album bij dat een overzicht geeft van wat er in die veertig jaar zo’n beetje de spreekwoordelijke revue is gepasseerd. Nog steeds weet ze hits te scoren en treedt ze veelvuldig op. Op dit overzichtsalbum staan maar liefst zestig songs, voornamelijk haar meest populaire, maar ook een aantal waar vaak naar wordt gevraagd door haar grote schare fans. Dit alles aangevuld met zes nieuwe titels maakt deze box tot een bijzonder document. Deze 3cd-box zal ongetwijfeld de weg naar de liefhebber weten te vinden en nogmaals haar grote en veelzijdige talent onderstrepen. Dit overzichtsalbum laat een zangeres horen die haar eigen stijl trouw is gebleven, maar onderstreept ook de groei die ze als zangeres heeft doorgemaakt in die afgelopen veertig jaar.” Het album reist een hele tijd door de Ultratop Album 200 met als hoogste notering plaats 78 op de tweede mei 2015.

De achtste mei 2014 lezen we in Het Nieuwsblad: “Zangeres Mieke wordt vandaag 57 jaar. Samen met haar fans wil ze haar verjaardag vieren in dancing ‘De Bierhoeve’ in Poederlee. Mieke werd in Turnhout geboren op 8 mei 1957. Precies 57 jaar later wil de gevierde Kempense zangeres haar verjaardag vieren met de fans. Samen met zangers Luc Van Meeuwen en Ive Rénaarts presenteert Mieke haar verjaardagsshow van 14 tot 18 uur. Mieke stapte in 1973 als zestienjarige de showbusiness in met de steun van tekstschrijver en producer Pierre Kartner, beter bekend als Vader Abraham. Toen die het jonge zangeresje tijdens een show in Wuustwezel op het podium riep om samen de hit Zou het erg zijn lieve opa te zingen, was het hek van de dam. Meteen daarna volgde een eerste single, Wat een prachtige dag, in duet met Pierre Kartner. Het zou het begin zijn van een lange en succesrijke loopbaan. Mieke reeg de hits aan elkaar. Ook de samenwerking met buitenlandse artiesten als Dennie Christian en Freddy Breck was succesvol.

Mieke blijft op zoek gaan naar mooie nummers, ook al is het haar partner Marc De Coen die haar daarin aanmaant tot voorzichtigheid. Haar publiek moet immers blijven volgen, maar Mieke zet door. De elfde april 2015 staat ze op de veertiende plaats in de Vlaamse Top 50 met Een stukje paradijs, een vertaling van I’ve never been to me, een klassieker van de Amerikaanse zangeres Charlene op tekst van Mary Boduin. Verrassend zet Mieke samen met Luc Van Meeuwen in de loop van de maand juli Ik zou niet weten wat ik liever hebben wou op single, een frisse cover van het al even frisse I’m gonna knock on your door van Eddie Hodges. Mary Boduin vertaalt iets later ook Do you know where you’re going to, waarmee Diana Ross in 1975 al een hit scoorde, maar de originele versie dateert van twee jaar eerder en werd gezongen door Thelma Houston. Mieke maakt er En opeens van en geraakt de eenendertigste oktober tot op de twintigste plaats in de Vlaamse Top 50. Kenners geven toe dat haar stem naarmate ze ouder wordt almaar mooier klinkt. In de pers lezen we over En opeens: “Mieke heeft misschien wel het meest indringende lied uit haar lange carrière opgenomen. Een lied dat handelt over het verlies van hetgeen je het allerliefste is, je bloedeigen kind. ‘Ik moet er niet aan denken wat er met je gebeurt als dat lot je treft’, zegt Mieke. ‘Gelukkig is mij dat bespaard gebleven, het overkwam wel heel dierbare vrienden. Hun verdriet dat nooit meer zal helen, stemt vooral tot invoelen en meeleven.’ Mieke, zelf moeder van een zoon, weet hoe kwetsbaar je wordt wanneer op een dag een kind deel van je leven gaat uitmaken. ‘De zorg vanaf dag één met alle daarbij behorende angsten en de gevaren die op de loer liggen, flitsen dan bij tijd en wijle door je hoofd. Laat staan, wanneer het ergst denkbare je overkomt.’ Na diepgaande gesprekken met tekstschrijfster Mary Boduin ontstond de tekst. Het is integer geschreven en invoelbaar voor eenieder die ouder is. ‘Ik heb vanuit mijn diepste gevoel dit nummer ingezongen en hoop dat degenen die dit is overkomen, moed putten uit deze woorden. Eigenlijk is een nadere uitleg volledig overbodig.’ Duidelijk is wel dat Mieke op een punt is gekomen dat zij geen enkel onderwerp meer schuwt of uit de weg gaat. Die groei dwingt tot respect alom.

Woensdag de elfde mei 2016 wordt aan Mieke ‘s avonds in het “CC Gasthuis” te Aarschot de “Golden Life Time Award” uitgereikt. In zijn huldigingsrede zegt presentator Michel Follet het volgende: “Onze noorderburen hebben al jaren geleden de kaart van het onbezorgde, populaire, ja zelfs volkse Nederlandstalige lied getrokken en hebben daar geen gêne over. Wij lijken daar nog altijd moeite mee te hebben. Het hitpalmares van Mieke in Nederland liegt er dan ook niet om: in het ‘Top 40 Hitdossier’, een lijvig boek met cijfers en feiten, neemt Mieke een halve pagina in beslag, evenveel als Conny Vandenbos en Rob de Nijs. Dat zegt genoeg. Mieke is een gezelschapsmens. En dat verklaart wellicht ook haar vele opnames met anderen. Ze is een gedroomde duetzangeres, omdat haar stem bij zoveel andere timbres past. U moet daar maar eens op letten. Op een recent album zingt Mieke met Liliane Saint-Pierre, met Bart Kaëll en met Voice Male, en telkens vallen die puzzelstukken perfect in elkaar. Mieke geeft haar zangpartners keer op keer de ruimte. Zij legt er dat laagje overheen dat een liedje nog meer doet ademen. En dan zijn er die mooie samenwerkingen uit het verleden met Micha Marah, Dennie Christian, Freddy Breck en Vader Abraham. De jongste jaren zingt Mieke geregeld liedjes met Luc Van Meeuwen, en dat levert ook een aanstekelijke combinatie op. Zij is iemand die zich altijd ten dienste van de muziek stelt. Wat telt is het eindresultaat. Stem en muziek vermengen zich met elkaar: de stem als muziekinstrument. Daardoor weet je dat Mieke een rasechte zangeres is, een vakvrouw bij wie een lied altijd in veilige handen is. Eerlijk: ik ben al jaren dol op die stem vol tinten van Mieke. De elegantie waarmee ze een accentje mooi in een zin tot haar recht laat komen. De souplesse waarmee ze toonladders naar haar hand zet. De manier waarop ze een lied optilt naar een finale. Ik denk dat Mieke een gedroomde festivalzangeres is, die foutloos zingt ook onder zware druk. Deze ‘Golden Life Time Award’ zit gekneld tussen de twee halve finales van het ‘Songfestival’ en voor mij krijgt dit gebeuren alleen maar zijn geloofwaardigheid terug als er een liveorkest aan de voeten van de artiest ligt en als de videowall op af staat. Mieke, net als onze andere gehuldigden Samantha en Yasmine heb jij geen achternaam nodig. Dat maakt het zelfs extra handig: zo kunnen we jouw naam extra groot beitelen op het plaatje van onze award. En dat verdien je ten volle. De ‘Golden Life Time Award 2016′ hoort helemaal toe aan Mieke. Van harte! Twee weken later staat Mieke in de Vlaamse Top Tien met In voor- en tegenspoed, geschreven door de bekende Nederlandse componist Peter de Wijn.

In het najaar van 2016 zet Mieke, die almaar tukker wordt op haar samenwerking met Luc Van Meeuwen, een door haarzelf geschreven vertaling op plaat van Silbermond und Sternenfeuer van de Duitse zangeres Michelle, Volle maan, een sterrenhemel. In de maand oktober goed voor een tweeëntwintigste stek in de Vlaamse Top 50. In diezelfde hitlijst staan ze op plek 23 de vijftiende maart met het door Peter de Wijn geschreven Hou me even vast. Ook nu weer is de productie in handen van Marc De Coen.

En de toekomst, is Mieke daar veel mee bezig? Met graagte en veel liefde voor het vak wil zij blijven optreden en zingen: “Ik denk niet zo in hokjes. Dat heb ik geleerd in Nederland, waar veel minder onderscheid gemaakt wordt tussen het zogenaamd betere lied en de schlager. Ik ben blij met wat ik doe en mijn agenda staat vol. Ik voel de behoefte niet om met iets anders uit te pakken en de mensen zullen toch altijd het liefst mijn hits horen. Ik heb mijn handen vol en voel mij gelukkig zo.” Op onze vraag waarom, ondanks haar populariteit bij onze noorderburen, zij nooit heeft beslist om in Nederland te gaan wonen, antwoordt ze zonder al te lang na te denken: “Ik kom sowieso erg graag in Nederland. Mocht men het mij hebben voorgesteld op mijn achttiende, dan had ik misschien ja gezegd. Maar die vraag en dat voorstel kwamen er niet. Ik vind België trouwens een veel warmer land dan Holland. Mijn keuze is al lang gemaakt en ik hou het daarbij!”

De 21ste september 2017, bij het aanbreken van de herfst, ligt het nieuwe album “Parels” van Mieke in de winkel. Zij vond de tijd rijp om terug te keren  naar haar roots. Een titel die de lading volledig dekt. ‘’Eind vorig jaar kwam er een moment dat ik voor mezelf had beslist weer eens volop te gaan werken aan mijn solocarrière. Na een succesvolle samenwerking  met  collega’s als Liliane St.-Pierre en Luc van Meeuwen, vond ik het weer eens tijd geworden voor mezelf. Ik ben heel trots op het eindresultaat. Het voelt gewoon goed!” Mieke zingt onder meer Een stukje paradijs en Een lentedag. Daarnaast heeft zij toch weer enkele stroken vrijgehouden voor een paar duetten. Zo zingt zij deze keer samen met Bandit een drietal nummers, deels in het Nederland,  deels in het Engels, waaronder haar recente single Als Ik Eenzaam Ben en samen met Luc Van Meeuwen Eerste liefde.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2017 Daisy Lane & Marc Brillouet

De Strangers

Het verhaal van De Strangers uit de doeken doen is geen sinecure. Door de jaren heen zijn de feiten wat vertroebeld en zijn er nogal wat slordigheden in hun verhaal geslopen. Er werd ook al eens aan de bezetting gesleuteld. Daarom als aanloop alvast een kort alfabetisch overzicht: Ernest Adriaensen, vervanger van René Van Laken; Alex Boeye, medeoprichter; Pol Bollansee, die in 1984 overleed; John De Wilde; Gust Torfs, die in 1964 de groep verliet; René Van Laken en Bob Van Staeyen. In 2002 zei, naar aanleiding van de viering 50 jaar Strangers, schepen voor Haven Marc Van Peel het volgende: “De Strangers, dat is Antwerpen, met al zijn plezante en astrante (plezierige en brutale, stoute) kanten.” Naar die kanten en facetten gaan wij de komende alinea’s graag op zoek.

Het boek “De Strangers compleet”, verschenen in 2014, pretendeert de historische feiten geen geweld aan te doen, zeker niet wat de beginjaren van De Strangers betreft. Zo lezen we over hun aanloopfase: “Gust Torfs heeft al als kind een speciale voorliefde voor alles wat met muziek te maken heeft en in de jeugdbeweging, waar hij zich als tienjarige bij aansloot, leert hij mandoline spelen. Daar maakt hij kennis met de veel jongere Alex Boeye, die dat ook absoluut wil kunnen. Alex krijgt dus les van Gust en dat wordt onder andere een liedje, eigen aan de jeugdbeweging, Hoog op de gele wagen. Nadat ze elkaar enkele jaren uit het oog waren verloren, loopt Gust, die ondertussen de accordeon heeft ontdekt, Alex opnieuw tegen het lijf op het Kiel.” Tijdens ons interview zegt Alex daar spontaan over: “Onze groep heeft, zoals zovele, een voorgeschiedenis. Ik word op zekere dag als zeventienjarige door Gust Torfs aangenomen als mandolinespeler in het muziekensemble van de KWB. Gust had me dat instrument aangeleerd. Vaste accordeonist van de band is John De Wilde. Hij vormt een accordeonduo met Gust en zij laten zich tijdens hun concerten tussendoor graag horen. Ik kon ook wat gitaar spelen en dat bracht Gust op het idee een trio te vormen. Hij vond dat er tussen de sketches door ook eens gezongen mocht worden. Op zoek naar een stem om ons geluid wat donkerder te kleuren, komen we terecht bij de warme baritonstem van Pol Bollansee. Ik had hem eerder horen zingen tijdens de mis. John had tijdens ons optreden aan de zijkant wat staan toekijken en vond dat zo leuk dat hij er ook bij wou. In het begin maakte ik bezwaar, want met z’n drieën samenzingen was al niet makkelijk, laat staan met z’n vieren. We konden niet vlot noten lezen. John bleef echter aandringen en we hebben hem er na lang zeuren als vierde lid bij genomen. Gelukkig maar, want John bleek vrij snel ook over een komische noot te beschikken en dat was graag meegenomen tijdens onze optredens. Maar er was een probleem: de leiding van de KWB wilde van een dergelijke aanpak niets weten. Stiekem werd er dan maar ten huize van Gust aan de Sint-Bernardsesteenweg op het Antwerpse Kiel geoefend. We zongen liedjes in de stijl van de in die tijd zeer populaire zanggroepen The Four Aces en The Mills Brothers.”

Het ligt voor de hand dat er aan hun repertoire gesleuteld moet worden en dat er een naam gekozen moet worden. Die varieert van The Melange Brothers en De Toogplakkers over The Mixed Boys tot en met The Strangers. De legende wil dat ze op dat idee kwamen door in het Nederlandse muziekblad Tuney Tunes te bladeren en te ontdekken dat aan de top van de toenmalige Amerikaanse hitlijsten Strangers in paradise uit de musical “Kismet” stond. In de Julius De Geyterstraat op het Kiel wordt er bij Pol intens geoefend. De vier heren verkiezen op aanraden van Alex vooral in het Engels en het Nederlands te zingen. Van liedjes in het dialect is dan absoluut nog geen sprake. Een duik in hun archief leert ons dat ze liedjes zingen als Waar kunnen we nog beter zijn?, Tell me why van The Four Aces en Iene-miene-mutte.

In de maand oktober 1952 staat hun debuut tijdens een bonte avond in zaal Familiekring gepland. Er wordt intens geoefend. Ze zingen namelijk drie- en vierstemmig en dat vergt toch de nodige voorbereiding. Liedjes zoals Un petit train, De vier jaargetijden en het Duitstalige Anneliese passeren de vocale revue. Het succes blijft niet uit. Het was in die tijd nog een soort nieuwigheid dat je een zanggroep op de affiche had staan. Daar werd gretig naar uitgekeken. Ze worden meteen uitgenodigd door de KWB van Hoboken, maar meneer pastoor gaat dwarsliggen. Hij vindt dat The Strangers bij het orkest horen. De groep gaat daar niet mee akkoord en een breuk is een feit: ze gaan als kwartet verder met de achttiende januari 1953 een geslaagd optreden voor het Rode Kruis van België.

The Strangers waagden zich ook aan het Engels, waarbij gospels niet uit de weg werden gegaan. “Dat was“, aldus Alex, “een genre dat ons van in het begin aansprak. We hadden regelmatig gospel over de radio gehoord en omdat ons dat aansprak, probeerden we of ons dat lag. Het sprak ook ons publiek aan, die zwarte muziek. Dat kwam ook omdat in Antwerpen The Golden Gate Quartet regelmatig optrad. We hadden snel door dat we ook die stijl aankonden.” In het begin begeleidde alleen Alex de jongens op zijn gitaar, maar daar is vrij snel John op gitaar bij gekomen. Ze schaarden zich tijdens hun optredens rond één microfoon en dat bleek in die tijd voor het publiek voldoende. “Hoe we dat toen hebben klaargespeeld, vragen we ons nog altijd af, maar het publiek mopperde niet, dus zal het wel goed geweest zijn, zeker!” Af en toe werd er zelfs in het Frans en gedurfd in het Spaans gezongen, een liedje als Maria Cristina bijvoorbeeld.

De zevende januari 1953 treden The Strangers met veel bijval op voor de plaatselijke KWB-afdeling in een feestzaal aan de Krugerstraat in Hoboken. “Toen mensen van de naburige parochies ons gingen boeken, ging de bal aan het rollen. Verenigingen uit Hoboken, Wilrijk enzovoort kwamen naar onze optredens kijken en nodigden ons op hun beurt uit om bij hen te komen zingen. Na verloop van tijd werd een groot deel van Vlaanderen ons podium. Wat in ons voordeel speelde, was dat we geduld hadden, we wilden niet in één klap bekend worden. Stap voor stap was voor ons meer dan oké. Het was ook zo dat het ons om het plezier te doen was. Wij repeteerden bijvoorbeeld liever dan dat we optraden. We oefenden na een tijdje niet meer bij Gust thuis, maar bij Pol. Die had ontzettend lieve en gastvrije ouders. Daar hing zo’n warme sfeer, die zullen we nooit vergeten. In de living hadden ze een tafelvoetbalspel staan, en na het repeteren konden we ons daarop uitleven“, dixit Alex.

De negende januari 1958 worden The Strangers door platenfirma Decca uitgenodigd om samen met producer Jean Vanhoren een eerste plaat op te nemen. Alex neemt weer het woord: “We hadden Jean leren kennen via zangeres Lina Cora, die we regelmatig tijdens onze optredens in het Antwerpse tegenkwamen. Op haar voorspraak kwamen enkele heren van platenfirma Decca naar een van onze optredens kijken en wezen ons Jean Vanhoren als arrangeur toe.” Zij spreken meteen af een Nederlandstalige versie in te blikken van Alone, een hit in die tijd voor onder anderen Petula Clark, The Shepherd Sisters en The Kaye Sisters, dat zij als Alleen op single uitbrengen met op de B-kant, op tekst van Will Ferdy, Tipitipitipso, in Duitsland een grote hit voor Caterina Valente. In de toenmalige hitlijsten staan ze de eerste mei 1958 op de twintigste plaats. Wanneer Domenico Modugno tijdens het San Remofestival in 1959 hoge toppen scheert met Ciao ciao bambina, nemen zij er gelijk een Nederlandstalige versie van op. Nog altijd in het ABN zingend! Ook Rocco’s Marina krijgt dat jaar een vaderlandse versie alsook de Duitse schlagerhit Kriminal Tango, bij onze oosterburen een hit voor het Hazy Osterwald Sextet. Zelfs Connie Francis’ Valentino is een coverpoging waard. The Strangers zingen dit samen met Lina Cora. Ze wagen zich ook aan Itsy bitsy teenie weenie van Brian Hyland.

In de hitlijsten bleken deze singletjes geen hoogvliegers. Volmondig geven The Strangers dan ook toe: “We waren al tevreden dat we een plaat mochten opnemen. Ons mengen in de keuze deden we niet. Wat ze ons in die beginjaren ook voorschotelden, we vonden het als amateurs een onnoemelijke eer dat we die liedjes konden inzingen. Toegegeven, tekstueel zater daar nogal wat draken bij. Of wat vind je van een tekst als: ‘Blijf op me wachten, Maria, blijf toch je zeeman steeds trouw. Als ik terugkom, Maria, blijf ik bij je en word je mijn vrouw’?” Off the record geven De Strangers jaren later volmondig toe dat Decca in die periode een soort miskleun voor hen was, niet zozeer qua samenwerking, maar vooral qua repertoirekeuze. Maar de verkoop zal wel meegevallen zijn, want tien jaar lang blijven The Strangers in het Nederlands de ene single na de andere uitbrengen.

Die allereerste, in het beschaafd Nederlands gezongen singletjes, zullen we later terugvinden op de cd “De Strangers – Al ons liekes, deel 19 & extra cd”. In het bijbehorende cd-boekje lezen we: “Deze cd werd volgepropt met dertig liekes, toen nog, The Strangers in het… Algemeen Nederlands. Inderdaad, de eerste 16 singles die The Strangers toen volzongen, werden gekweeld in een proper, afgeborsteld en mooi Nederlands. Zelf beschouwen De Strangers deze liedjes als hun pre-Strangers-periode, want, zoals ze zelf ooit zongen: ‘Het was maar toen we ontdekten dat onzen haring beter braadde in het dialect, dat de echte Strangers zijn geboren’. En hoewel sommige teksten, die tussen haakjes geleverd werden door professionele tekstschrijvers van de platenfirma, en de melodieën vrij aardig klonken, was het merendeel niet datgene waarop Vlaanderen zat te wachten.”

Onder impuls van Pols vader, die tussendoor eens een liedje zong van de Antwerpse zanger Frans Lamoen (een bekend volkszanger en voortrekker van liedjes in het Antwerpse dialect), schrijft Gust op zekere dag een tekst in het Antwerpse dialect. “Gust schreef op de melodie van Aba daba honeymoon, in 1914 al op plaat gezet door Collins & Harlan, in 1960 Sinjorentram. Niet met de bedoeling daar meteen mee te scoren of het op plaat te zetten, maar we zongen dat uiteindelijk ergens eens een keertje en het publiek reageerde meteen enthousiast. Ik moet zeggen, ik was daar niet zo blij mee, ik vond dat qua kwaliteit enkele trappen naar beneden. Maar onze ambities lagen toen nog niet zo hoog. We traden vaak op in achterafzaaltjes en daar in het dialect staan kwelen, deerde ons niet zo. Maar we liepen er niet zo hoog mee op. Stilaan begon ik me ook eens aan een tekst in het Antwerps te wagen en kreeg ik de smaak te pakken. Ik heb er me dan maar stilaan bij neergelegd“, aldus Alex.

Die herinnert zich ook nog heel goed de volgende stap. “We gingen onze optredens dan ook aanpassen. In het eerste deel zongen we onze Nederlandstalige liedjes (we noemden dat ernstige liedjes) en na de pauze konden we ons lekker laten gaan in het Antwerpse dialect. Jean Vanhoren woonde zo’n optreden bij en spoorde The Strangers aan die dialectliedjes op plaat te zetten. Daar moesten we toch even goed over nadenken. We vonden dat een soort afgang, een besmeuring van ons imago. We voelden ons ergens, zonder pretentieus te willen klinken, toch een vocaal kwartet met wat standing. Uiteindelijk stond ik alleen in die mening en gingen de andere drie jongens wel akkoord. Ik had toen inderdaad de groep in de steek kunnen laten, maar ik was door de jaren heen zo verknocht geraakt aan de groep dat ik me bij die uiteindelijke dialectkeuze heb neergelegd.

Na dus een rist plaatjes in het Algemeen Nederlands wordt unaniem besloten voortaan alleen nog in het dialect te zingen. Sinjorentram wordt dat jaar op het Decca-label ook op hun allereerste ep (een plaatje met vier songs) uitgebracht met daarnaast T.V. Truut, Da’s vast de leste keer en De sukkelèr. De eerste juni 1960 staan ze op de negentiende plaats met het door Al Van Dam geschreven T.V. Truut. Die eerste producties van The Strangers zijn in de hitlijsten nochtans geen echte toppers. Een meevaller wordt wel in 1963 hun ep “Charlestonnen”, waarin zij bekende standards verwerken zoals Margie, For me and my gal en Yes Sir, that’s my baby. Zij worden daarbij in de studio begeleid door het orkest van Jean Vanhoren.

In 1964 besluit Gust Torfs (overleden juni 1997) af te haken, maar hij blijft wel actief als raadgever en tekstschrijver. De officiële uitleg is dat Gust intussen verloofd was met een weduwe met twee kinderen. Hij was ook even out geweest door ziekte en had de indruk dat het met The Strangers wat bergaf ging. Hij besloot toen meer thuis te willen zijn en meer tijd aan zijn gezin te besteden.

Gusts plaats wordt door Bob Van Staeyen ingenomen, opvallend door zijn kale hoofd, zijn warme stem en zijn uitstekende gitaarspel. “Ik was muzikaal al bezig van in het begin van de jaren vijftig en ik kende The Strangers, zij het eerder oppervlakkig. Ik had intussen zelf een groep opgericht, The Comedians, maar die werd na een vijftal jaar opgedoekt. Dan ben ik bij een orkest gaan spelen, maar dat was heel hard werken. Dus toen Alex mij kwam vragen of ik niet bij The Strangers wilde komen spelen, hoefde ik niet lang na te denken. Ik was wel tweede keus – ik moet eerlijk zijn – want ze hadden de leadzanger van André Coucke and The Skyliners op het oog, maar die toonde geen interesse“, aldus Bob. Over hem zeggen zijn collega’s: “Bob kende als geen ander de knepen van het komische vak. Hij leverde met zijn haast Britse flegma een droogkomische bijdrage aan het knotsgekke Strangers-geheel. Denk maar aan de manier waarop hij zijn beruchte cowboymoppen vertelde. Hij was daarnaast een uitstekend gitarist en in het bezit van een aangeboren gevoel voor timing en ritme. In de omgang was hij altijd joviaal en hij vond zijn grootste plezier in een huiselijke sfeer te midden van zijn vrienden… en zijn fonoplaten.

In 1964 brengen The Strangers ook hun allereerste elpee “The Strangers” op de markt, met daarop de medleys Charlestonnen 1 en 2 (die waren iets voordien succesvol op een ep’tje uitgebracht) en liedjes als t Vuilventje en Pa, springt ni van ‘t dak af. Voor het merendeel zijn hun nummers vertalingen van bekende hits zoals Aba daba honeymoon, Bye bye blackbird en Sweet Georgia Brown. In de media merken we aan de commentaren dat een rist journalisten het moeilijk hebben met hun dialectkeuze. Volgens een deel van het journaille kan dat toch veel keuriger. In Gazet van Antwerpen lezen we dat er dan weer te veel gecoverd wordt, dat ze te weinig origineel uit de hoek komen. “Vocaal zijn de nummertjes vrijwel af, maar we zijn bang dat ze op het verkeerde spoor zitten. Onzes inziens moeten The Strangers zelf eigen nummers kunnen maken over onderwerpen die actueel zijn. Bijvoorbeeld over de sluiting van de benzinestations vanaf 20.00 uur, het graven van een tweede tunnel, de luchthaven van Antwerpen enzovoort. Het publiek is nu eenmaal gediend met het over de hekel halen van dingen en toestanden waar ze nauw bij betrokken zijn.”

Ook voor hun tweede elpee “… The Strangers”, uitgebracht in 1965, wordt gretig voor covers gekozen. Non ho l’età van Gigliola Cinquetti wordt Nee, nee lot da en Speedy Gonzales van Pat Boone Eufrazie Van Doemmelen. Dat jaar staan ze de eerste augustus op de elfde plaats in de hitlijsten met ‘k Hem geblèt, een vertaling van de Waalse hit J’ai pleuré van Claudia Sylva. Dat jaar lopen de bioscopen vol voor de film “Zorba de Griek” met in de hoofdrol Anthony Quinn. Een hoogtepunt in die film is wanneer Zorba de sirtaki op het strand danst. De Griekse groep Trio Hellenique scoort er in de Benelux en Frankrijk een hit mee en The Strangers zetten het als Zorba op plaat. Tijdens ons interview vertellen ze ons dat Gust het nummer kende in de versie van de Franse zangeres Dalida. Hij had haar daarmee op televisie gezien en was meteen verkocht om er een Strangers-versie van te maken.

De vijftiende november presenteren The Strangers hun duizendste optreden. “Ik weet nog goed“, zegt Bob, “dat toen ik erbij kwam, The Strangers twijfelden aan hun succes en hun voortbestaan. Gust had de groep verlaten en we zochten een ander houvast. Maar plots was er dat succes met ‘k Hem geblèt en Zorba, en het was alsof we een tweede adem hadden gevonden, alsof we een nieuwe lont hadden gestoken en we weer de kracht hadden om er met veel goesting en geloof tegenaan te gaan.”

Vanaf 1966 noemen The Strangers zich voortaan ook De Strangers (let op de schrijfwijze). “Ons imago werd almaar Vlaamser, ook ons repertoire. Dus het stond wat vreemd onze naam nog in het Engels te afficheren. Die keuze was trouwens onvermijdelijk geworden, we zongen immers uitsluitend voor mensen van hier. Er hing zelfs even een voorstel in de lucht om voor een totaal nieuwe naam te gaan, maar daar stonden ze bij onze platenfirma Decca niet achter“, herinneren Alex en Bob zich nog.

En dan is er de elpee “15 jaar Strangers” met daarop Merci Lowie als parodie op de hit Merci chérie van Udo Jürgens en op het biljartspel. In 1966 had Jürgens daarmee in Luxemburg de elfde editie van het Eurovisiesongfestival gewonnen. Graag gehoord op die elpee zijn  En dan is er de elpee “15 jaar Strangers” met daarop Merci Lowie als parodie op de hit Merci chérie van Udo Jürgens en op het biljartspel. In 1966 had Jürgens daarmee in Luxemburg de elfde editie van het Eurovisiesongfestival gewonnen. Graag gehoord op die elpee zijn Strangerstonnen 1 en 2. Naar aanleiding van hun vijftienjarige bestaan mogen zij hun eerste volwaardige tv-show op het getouw zetten en zij maken er van dan af ook een gewoonte van ieder jaar een parodie op het winnende Eurovisielied af te leveren. Dat was vooral een idee van hun vaste producer Al Van Dam, die als een kloek over zijn kuikens waakte wanneer het over zijn troetelkinderen De Strangers ging. Zij zullen hem later vergelijken met de Britse producer George Martin, ook wel de vijfde Beatle genoemd. Voor hen zal Al de vijfde Stranger worden. Als geen ander had Al – Fons voor zijn vrienden – een neus om internationale hits zoals hij dat noemde te “verstrangeren”. In het totaal zullen De Strangers tweeëndertig covers van winnende Eurosongliedjes inblikken. Bob herinnert zich nog dat die formule een schot in de roos was: “Dat heeft jaren goed gewerkt. Onze fans stonden meteen na een nieuwe editie van het Eurovisiesongfestival al klaar om onze nieuwe plaat te kopen, want ze wisten op voorhand dat we een week later in de winkel zouden liggen met een vertaling. Daar zat aanvankelijk geen echte strategie achter. Dat was gewoon omdat Non ho l’età en Merci chérie ons als nummer aanstonden. Het succes achteraf was natuurlijk meegenomen en een aansporing om met die formule de jaren nadien door te gaan.”

Wel niet uit het oog verliezen dat een groot deel van het Vlaamse publiek De Strangers wel kon verteren, maar dat de VRT er in die tijd niet zo tuk op was om De Strangers in haar playlist op te nemen, behalve dan Radio 2-producers als Jos Ghysen bij Omroep Limburg en Jos Baudewijn bij Omroep Antwerpen. In die Eurovisiesfeer brengen De Strangers, in een productie van Al Vam Dam, in 1967 het nummer Een paljaske van ne vent uit, een vertaling door Nini Warty van de hit Puppet on a string waarmee Sandie Shaw in Wenen dat jaar blootsvoets de twaalfde editie van het Eurovisiesongfestival wint. Met behoorlijk wat bijval zetten ze dat jaar ook Als ‘k 10 miljoen had op plaat, een bewerking van If I were a rich man uit de musical “Fiddler on the roof”.

De twaalfde januari 1967 staan De Strangers te glunderen in de Arenbergschouwburg, waar ze vanwege platenfirma Decca hun eerste gouden plaat in ontvangst mogen nemen voor de verkoop van meer dan honderdduizend singles. Ceremoniemeester van dienst is Radio 2-producer Jos Baudewijn. Ondanks dat succes lees je soms wat vreemde commentaren in de pers, bijvoorbeeld in Het Nieuwsblad: “Zijn De Strangers tevreden met hun repertoire? Nee, ze bekennen het niet ronduit, maar ze hebben weinig voldoening van hun werk. Ze liggen gekluisterd aan een publiek dat enkel goedkoop lachen wil en stilvalt als de groep een serieuze noot over de balk gooit.”

Eind 1967 ligt er opnieuw een langspeler in de rekken: “De Strangers + 1″. De fans zijn er tuk op, maar de pers kan het ook nu niet laten hen op de vingers te tikken. “Ook nu weer een schitterende samenzang, maar… de teksten. Laag-bij-de-grondse teksten zoals in Miljarde… da goot.” Zelfs producer van dienst Al Van Dam moet het ontgelden. Maar zowel hij als De Strangers lachen in hun vuistje, want diezelfde week duiken ze de Top Twintig binnen. Uit handen van de voorzitter van het Rode Kruis, Frédéric Osterrieth, krijgen ze een soort erekonde omdat zij zich al vijftien jaar inzetten voor de sociale dienst van de organisatie.

In 1968 pakken De Strangers uit met het album “De Strangers in stereo” met daarop de singlehit Camp. De derde augustus had dat liedje in de Top Dertig al op één gestaan in de versie van Sir Henry and his Butlers. Hun versie scoort zeer goed tijdens hun zaaloptredens. John maakt daar zijn pronkstuk van door tijdens de lange intro vanuit de zaal richting podium te stappen, al zingend “mè e stuk in z’ne kraag!”. Camp was de B-kant van de single D’harmonie van Boemmerskonte, een vertaling van de hit Abergavenny van Marty Wilde.

De Strangers worden in de loop van de maand maart 1968 uitgebreid met een vijfde lid, René Van Laken. “Was dat nodig? Alex viel even uit door een medische ingreep. Hij was een van onze gitaristen van dienst. We hebben René dan aangetrokken omdat die én gitaar kon spelen, én kon zingen. Toen Alex weer beter was, hebben we René dan toch maar wijselijk bij de groep gehouden“, aldus Bob.

In 1971 is er het album “Goe zot”, waarop zij twee grote Franse hits van dat moment vertalen: Butterfly van Danyel Gérard wordt Boterham mé gelei en Pour un flirt van Michel Delpech V’r de poen. Op die langspeler ook onder meer Goeie morge morge en Occupé.  Op dit album pakt Alex met zijn stem uit in een nogal opvallende vertaling van Le métèque van Georges Moustaki. Alex kruipt voor de gelegenheid in de huid van een zingende Algerijn als De gastarbeider. Het liedje gaat over de eerste generatie allochtonen die in ons land op een niet zo gepaste manier worden opgevangen en vooral aan hun lot overgelaten. Aan dit lied breien we verderop een door de media niet zo gesmaakt vervolgverhaal.

In 1972 verschijnt het album “Jubilee” met daarop de opvallende medley Strangers Spirituals, helemaal in het Engels gezongen, in de stijl zoals zij die in hun beginjaren graag etaleerden. Willy Sommers’ hit Weet je nog die slow belandt hier op vinyl als Wette nog die flaa. Er is ook de hit van Mouth & McNeal How do you do dat zij brengen als Alle Na Toe… Moemoe. Les plaisirs démodés van Charles Aznavour wordt plots Lijf tege lijf. Originele nummers zijn er ook, onder andere 4 slechte cowboys en Veur ‘t ongeluk gebore.

In diezelfde stijl van De gastarbeider brengen De Strangers in 1973 De ziekekas uit, van de hand van Frank Rover en Lex Colman, met deze keer het verhaal van een Marokkaan die in ons land aanbelandt en de voordelen van de sociale voorzieningen bezingt. Wanneer De Strangers dat tijdens een uitzending van “Binnen en Buiten” op een zondagnamiddag op Eén zingen, is ‘s anderendaags het hek van de persdam. Vooral Knack-journalist Johan Anthierens is in alle staten en schrijft: “Mag ik me even omdraaien en me onpasselijk voelen om zoveel melodieuze smeerlapperij?” Het liedje staat als B-kant op de single De wârrekvraa, een bewerking van De werkmens van Ivan Heylen, die bij Decca verschijnt en waarmee ze de twaalfde januari 1974 op vijf in de Vlaamse Top Tien staan. Die single staat ook op het album “De Strangers Meerderjarig”, dat in 1973 op de markt verschijnt met daarnaast nummers als Die van de laste, Nor den boerenbuiten, Onnozel’ muggen en Nor den opera, melodisch gebaseerd op Alle Menschen werden Brüder van Ludwig van Beethoven. Dat jaar worden ze gelauwerd met “De Gouden Lolly”, een onderscheiding voor hun humoristische aanpak.

De dertiende oktober 1974 prijken De Strangers op de Nekka-affiche samen met onder meer Rob de Nijs, Gerard Cox, Wim De Craene, Jan De Wilde en Zjef Vanuytsel. “Ik vermoed“, zegt Alex zonder lang na te denken, “dat ze ons vroegen, niet om onze doordeweekse hits in het Antwerps te zingen, maar wel naar aanleiding van liedjes als De gastarbeider en De ziekekas. Volgens de organisatoren liedjes, denk ik, met iets meer inhoud. Dus daarmee misstonden we niet op dat podium.

De Strangers beleven in de loop van die jaren zeventig hun hoogtijdagen: zes weken nummer één in 1974 met Schele Vanderlinde, een vertaling van Dalida’s monsterhit Gigi l’amoroso. Ik weet nog goed“, vertelt Bob, “dat de platenfirma de toelating had gekregen het liedje van Dalida te coveren, op voorwaarde dat we het pas zes maanden na haar release zouden uitbrengen. We zagen dat niet zitten. Hoe zou onze versie nog een eerlijke kans op slagen krijgen? We verkochten er uiteindelijk meer dan vijftigduizend exemplaren van.” “Het zal je toen maar overkomen zijn dat je in die tijd op school zat en Vanderlinde heette. Zo ontvingen we op zekere dag een boze brief van een nog bozere vader uit Lier waarin die zijn beklag deed dat zijn loensende zoontje op school door onze plaat extra gepest werd“, voegt Alex daar met een glimlach aan toe.

De Strangers, en dat beamen ze unaniem, hebben tijdens hun carrière heel veel te danken gehad aan Radio 2, waar ze zowat kind aan huis waren, onder meer bij Jos Ghysen. Het was hij die Gigi als eerste draaide en het maanden na elkaar op de zaterdagochtend in zijn “Te bed of niet te bed” niet meer losliet. Schele Vanderlinde staat niet voor niets de vijfde oktober 1974 op één genoteerd in de Vlaamse Top Tien en, hiep hiep hoera, de zesentwintigste oktober op twee in de Top Dertig. “We kunnen bij benadering niet meer tellen hoe vaak we live in ‘Te bed of niet te bed’ hebben opgetreden en zeker niet hoe vaak Jos ons daarin gedraaid heeft. De dertigste juni 1990 presenteerde hij in pretpark Bellewaerde zijn allerlaatste ‘Te bed of niet te bed’. Als dank hebben Gust en ik toen een aangepaste tekst op Schele Vanderlinde geschreven en live gezongen. Waarom Jos ons een warm hart toedroeg, hebben we nooit geweten, daar werd door hem met ons nooit over gepraat. Hij had nochtans geen speciale feeling voor Antwerpen of ons dialect. Dat Jos Baudewijn, producer bij Omroep Antwerpen, ons vaak programmeerde, was nog aan te nemen. Nee, nee, we zijn Jos Ghysen voor al die jaren zeer dankbaar gebleven, aldus Bob en Alex.

Ghysen koesterde eveneens, ook al vinden we die single niet meteen terug in de Vlaamse Top Tien, de vertaling die De Strangers maakten van Una paloma blanca van The George Baker Selection, dat als Oh mijnen blauwe geschelpte een graag gehoord nummer werd. Schele Vanderlinde is voor de volledigheid terug te vinden op hun dat jaar uitgebrachte plaat “Bloemmekee” met daarop het opvallende Zot van aa, een niet onaardige versie van Les divorcés van Michel Delpech.

Hoe kwam het toch dat die periode voor De Strangers zo succesvol was? “In die tijd liep er op de VRT een tv-show“, weten Alex en Bob nog goed, “met Henk van Montfoort en we hadden een deal met hem dat we daarin elke maand een nieuw liedje zouden brengen. Dat heeft zo’n halfjaar gelopen en het inspireerde ons om een tandje bij te steken. We scoorden geen hits, maar superhits.”

In 1975 brengt Decca het album “Het jaar van De Strangers” uit met vertalingen van toppers als Kung fu fighting oftewel Chop-Shoy fighting, Una paloma blanca en Voulez-vous coucher avec moi ce soir, door hen geserveerd als ‘t Jaar van de vrouw.Gust bleef“, vult Alex aan, “ondanks zijn afscheid in 1964 duidelijk aanwezig aan boord. Hij schreef immers het merendeel van de teksten. Godzijdank hield hij dat vol, want anders had ik in m’n eentje die tekstuele last moeten dragen. Gust lag aan de basis van een groot deel van onze successen. Het was wel zo dat Al Van Dam, Gust en ik regelmatig samenkwamen en samen besloten bij pot en pint welke liedjes in aanmerking kwamen voor een vertaling. Al had dan een stapeltje platen bij zich, ik had wat voorstellen op cassette opgenomen en aan de hand daarvan selecteerden we.” Alex brengt op deze plaat een, qua tekst, wat trieste versie van The last farewell van Roger Whitakker als ‘t Sleutelkind.

In 1976 ligt hun album “25 jaar” in de rekken met onder meer het speciaal voor deze gelegenheid door Al Van Dam geschreven huldelied Vijfentwintig (Hallelujah) en Naa moette traawe oftewel Save your kisses for me, het winnende nummer van het Eurovisiesongfestival. Het was de derde keer dat het festival in Nederland werd georganiseerd, deze keer de derde april 1976 in het Congresgebouw in Den Haag. Deze eenentwintigste editie werd gewonnen door de Britse groep Brotherhood of Man. 1976 is ook het jaar dat René de groep verlaat en dat zijn plaats door Nest Adriaensen wordt ingenomen, een van de meest gesmaakte grappenmakers van de groep.

De achttiende juni 1977 staan De Strangers drie weken op één met de single Dure koffie, hun interpretatie van A million in 1, 2, 3 van Dream Express. Zij hadden daar de maand voordien mee op het podium gestaan van het Eurvisiesongfestival in Londen en waren zevende geëindigd op een deelnemersveld van achttien landen. Dat was het jaar dat Marie Myriam voor Frankrijk scoorde met L’oiseau et l’enfant.

De eenentwintigste oktober 1977 klimt de groep naar de eerste plaats van de Vlaamse Top Tien met ‘k Heb spijt da’k ik ne vent zen, cover van Sorry I’m a lady van Baccara.

In 1978 durven De Strangers het aan op hun album “Zeg maar Strangers” een cover neer te zetten van Ça plane pour moi van Plastic Bertrand, dat zij recht voor de vuist vertalen als Punk. In het boek “De Strangers compleet” lezen we daarover als duiding: “In het midden van de jaren zeventig ontwikkelde zich een nieuwe jongerentegencultuur, de punk. Punk is Engels voor schorem en dat was wat veel mensen dachten dat de aanhangers van dat genre waren. Punk kenmerkte zich door een wantrouwen tegenover alle grote ideologieën en benadrukte meer de individuele autonomie. Dit uitte zich in de mode en de muziek die punkers aanhingen. De Strangers vertolken in Punk de weerzin van de gevestigde orde tegenover de punkers.” De twintigste mei 1978 noteren we Punk op één in de Vlaamse Top Tien. Op het hoogtepunt van de discorage nemen De Strangers de medley Egmont-disco op én het winnende Eurovisieliedje van dat jaar A-ba-ni-bi van Izhar Cohen & The Alpha-Beta, dat in hun versie Ni doeke-Mieke doen, nee nee wordt. Op dit album ook een van hun vele klassiekers en een succes tijdens hun liveoptredens, De broek van grootmoemoe oftewel Ragtime Piano Joe van Joe Straker. Ze pronken daar de achtentwintigste oktober mee op één in de Vlaamse Top Tien.

Trekker voor hun elpee “Te pakke of te late” uit 1979 op het GIP-label wordt Bij de rijkswacht, een vertaling door Frank Rover in een productie van Al Van Dam van In the navy van Village People. De achtentwintigste april 1979 staan ze ermee op één in de Vlaamse Top Tien en de zesentwintigste mei op dertien in de Top Dertig. Qua danspasjes werd er voor hun optredens meestal zelf ter plekke wat verzonnen, want een choreograaf hadden ze niet in dienst. Alhoewel, ooit, maar de juiste titel zijn ze kwijt, leerde Ronald Lee White hun enkele danspasjes aan, maar daar is het nadien dan ook bij gebleven. Op die nieuwe langspeler ook een cover van Born to be alive van Patrick Hernandez, Mager mor kapot. Qua bestverkochte Strangers-albums zal “Te pakke of te late” op de zesde plaats eindigen. In de marge vermelden dat De Strangers ook die andere hit van Village People, Y.M.C.A., bewerkten, maar O.C.M.W. was een vis die niet bakte, die niet aansloeg in de hitlijsten.

September 1980 is de geboortedatum van hun single Azzek nog zou trouwe, dat u misschien beter kent in de originele versie als Can’t stop the music, op de B-kant gekoppeld aan t Strand van ‘t St. Anneke, dat jaar een hit voor de Goombay Dance Band, die het in hun song hebben over Sun of Jamaica. De zevenentwintigste september staan beide nummers op één in de Vlaamse Top Tien. Wie die liedjes liever op één plaat in zijn verzameling heeft staan, is er de elpee “Troef!” op het Dureco-label.

Nog steeds in een productie van Al Van Dam verwennen De Strangers in 1981 de fans met de langspeler “30 jaar (g)oud”. Een rondvraag bij de fans leert ons dat dit album nog altijd een van hun meest gewaardeerde blijft. Daarop een geslaagde parodie van de wereldhit Stars on 45 naar een idee van de Nederlandse producer Jaap Eggermont. De Strangers besluiten een handvol typisch Vlaamse liedjes samen te smelten tot de medley Strangers on 45 met daarin bewerkingen van Oh Jefke is getrouwd, Moeder ma’k is piepe, Marie Plancher en Mie Katoen. Zowel de elpee als de single zijn voltreffers. Op 45 toeren staan ze de zeventiende oktober van dat jaar op één in de Vlaamse Top Tien en de veertiende november op acht in de Top Dertig. Op deze langspeler ook een cover, geschreven door Frank Rover, van de toenmalige hit Shaddap you face van Joe Dolce. Agget mor fret staat de vierde april op één in de Vlaamse Top Tien genoteerd en de achttiende april op vijftien in de Top Dertig. Een jaar later mogen De Strangers van hun platenfirma goud in ontvangst nemen voor het album “30 jaar (g)oud”. Meer dan 25.000 verkochte exemplaren. Ook voor de single Strangers on 45 wordt hun goud uitgereikt. Welgeteld 50.000 singles vonden een draaitafel en een thuis.

Een hulde aan het dialect brengen De Strangers in 1982 op hun album “Astemblieft” in M’n dialect: “Da d’heel schoon beschaafd, och da d’hoorde direct, da moet deurgaan veur deftig, of iet dat ‘r op trekt. Nee, ‘k kan oe verzekere, as’t moet zijn zwart op wit, m’n dialect da’s veur mij nog m’n schoonste bezit.

Intussen waren De Strangers als product echte voltreffers geworden. Samen met Al hadden zij vrij snel beslist elk jaar sowieso één album uit te brengen. De voorbestellingen scoorden altijd hoog. Voor de platenhandelaars waren De Strangers de kers op de taart. Zij hoefden vooraf niet eens te weten wat er nu weer op hun nieuwe elpee zou staan. Het recept was bekend en het sloeg aan. Nest was daarbij het commerciële brein binnen de groep. Hij hield het reilen en zeilen nauwgezet in de gaten en hield in het oog dat zij zeker niet van hun geijkte formule afweken. Zij mochten dan rotcommercieel klinken, professioneel bleven zij in hun aanpak wel. Trots waren zij dan ook toen zij als eerste Vlaamse artiesten met een “heuse cd” op de markt kwamen, nog voor Will Tura. In 1983 verrassen ze de fans met de cd “‘n Reuze plaat”. Opgelet, daarnaast zullen de vinylen versies nog geruime tijd geperst worden. Het lag voor de hand dat daarop ook hun hit Lot oew’ eige vraa toch nooit alleen zou staan, een cover van Save your love for me van Renée & Renato. Daarmee hadden ze de zesentwintigste maart al op één gestaan in de Vlaamse Top Tien en de negende april op de vijftiende plaats in de Top Dertig. Naast dat nummer op dat album songs als ‘n Italiaanse, Zatlap, Wa gon w’eten… en De zonnebank.

Door de jaren heen wisten De Strangers zich te omringen met een trouwe schare fans van jong tot oud. “We gingen daar op een correcte manier mee om“, weet Bob aan te vullen. “Je leerde daarmee om te gaan. Als we met onze partner op de dijk liepen in Blankenberge bijvoorbeeld, dan moest je kunnen verdragen dat je bijna om de twee minuten werd aangesproken. De mensen hielden je staande voor een foto of voor een babbeltje. Ieder van ons ging daar op een menselijke manier mee om. We gingen het niet bewust opzoeken, integendeel, maar het overkwam je en je leerde daarmee om te gaan.” Alex pikt daar spontaan op in: “Fans van De Strangers zijn een ras apart. Die zijn niet te vergelijken met fans van Yasmine, Will Tura of noem maar op. Het waren niet de mooiste meisjes die aan onze voeten lagen. Ze scheurden ook de kleren niet van ons lijf. Voor ons waren die fans eerder een soort vrienden die naar ons toe kwamen. Ik voelde het ook nooit aan dat die mensen ons stoorden of lastigvielen. Er werd ons in die periode vaak voorgesteld een fanclub op te richten, maar daar zagen we het nut niet van in. We hadden er trouwens de tijd niet voor om daar nog extra energie in te steken.”

Na lang aandringen van die fans om eens een echte partyplaat uit te brengen, is er in 1984 het album “Wat ‘e feestje” met daarop een heuse bambamedley met in die Strangers-bamba verwerkt Cielito lindo, Guantanamera en uiteraard La Bamba. Op die plaat ook Dikke Lou, waarmee ze de zestiende juni op één staan in de Vlaamse Top Tien. Het is een bewerking van Diggi-loo diggi-ley, waarmee de groep Herreys de vijfde mei van dat jaar het Eurovisiesongfestival had gewonnen. Na de rijkswacht is het in dit liedje de beurt aan de post. Voormalig staatssecretaris Paula D’Hondt kan er best mee lachen. Voor weekblad Story is dit de uitgelezen kans om op zoek te gaan naar de beste postbode. De laureaat wint onder andere een etentje samen met De Strangers. Onze lachspieren worden op dit album ook geprikkeld tijdens het luisteren naar Tuttefrutten, ‘k Gon slapen en ‘t Pelse beremutske.

1984 eindigt in mineur wanneer de groep verneemt dat de zesentwintigste december Pol Bollansee is overleden aan de gevolgen van een vijfde hartaanval. Al die jaren had Pol het beste van zichzelf gegeven. Bob vertelt: “Pol had een mooie lage stem, dat was meegenomen. Maar zijn sterkste kant was dat hij nog maar net op het podium stond of de mensen begonnen te lachen. Wij moesten ons daarvoor extra inspannen, bij hem gebeurde dat spontaan. Het publiek at uit zijn hand, hij was de hartelijkheid zelf.” Na het overlijden van Pol besluiten John, Alex, Bob en Nest met hun gevieren voort te zingen. Pol is immers onvervangbaar, zijn plaats zal nadien niet worden ingenomen. Als eresaluut aan hem brengt de groep in 1985 op het Dureco-label het album “Voor Pol… en alleman” uit, met daarop het speciaal voor hem geschreven Pol: het liedje voor de vrienden. Daarnaast in hun bekende stijl onder andere Terroristen-rock, ‘n Antwârpse griet, Ah… den boogie-woogie en Wa d’n griet, origineel te herkennen als Agadou dou dou. De zeventiende november klimmen De Strangers met dit nummer in singleformaat naar de eerste plaats van de Vlaamse Top Tien.

In 1985 gaat Alex Boeye even in zijn eentje zingen. “Dat gebeurde op aandringen van onze producer Al Van Dam, die toen in het Vlaamse muziekmilieu al tot een soort icoon was gekroond. Gedurende onze hele platencarrière is hij onze producer geweest. We brachten elk jaar een elpee uit en op elke elpee stond een zogezegd ernstig nummer. Omdat gebleken was dat de mensen daar goed op reageerden, zag Van Dam het zitten om een elpee op de markt te brengen met uitsluitend deze liedjes. Zelf was ik er niet zo gelukkig mee, want ik vreesde een beetje voor de reactie van de andere Strangers.” Het eindresultaat is de elpee “Helemaal alleen op z’n eentje”, verschenen op het Dureco-label, met in het totaal dertien ernstiger liedjes: Mensen, Veur Aa, Is da d’en al?, Nen bourgeois en uiteraard De gastarbeider.

We mogen bij dit alles niet vergeten dat De Strangers ook regelmatig naar het theater trokken met een avondvullende show. In 1984 is het – na “Jubilee”, “Bloemmekee” en “Strangeritis” – de beurt aan “Strangerestaurant”. Ze omschrijven het in hun programmaboekje als een dialekkernij voor dialectuelen. Ze dienen het programma op alsof het een meergangenmenu is. De tweede november 1985 is het opnieuw prijs in de Vlaamse Top Tien. Dan schitteren ze daar op één met ‘n Antwârpse griet, u wellicht bekender in de oren klinkend als London girls van Chas & Dave. Vrijdag de dertiende december zijn De Strangers te gast op het Koninklijk Paleis in Brussel naar aanleiding van de zilveren bruiloft van koning Boudewijn en koningin Fabiola. Ze zingen daar drie liedjes, waaronder Den dopper. John durft het aan om aan het aanwezige publiek te vragen of de doppers aan de linker- en de rest aan de rechterzijde wil gaan staan. Den dopper hadden ze in 1978 al opgenomen en het was een vertaling van The Melodians’ Rivers of Babylon, nadien succesvol gecoverd door Boney M. De Strangers staan met Den dopper de eerste juli 1978 op twee in de Vlaamse Top Tien.

Om hun palmares keurig aan te vullen noteren we ‘k Zen zo gère polies, een nummer één voor hen de veertiende juni 1986, het jaar dat Sandra Kim tijdens de eenendertigste uitgave van het Eurovisiesongfestival in Noorwegen met de overwinning aan de haal gaat dankzij het nummer J’aime la vie, waarvan dit een bewerking is. Dat jaar is er eveneens hun drieëntwintigste langspeelplaat “Goe gemutst”. Ook deze keer wordt de actualiteit niet geschuwd: het milieu, de vakantie, de lotto, de VRT, de TGV, Happart enzovoort. Het lied Zuid-Afrika spreekt boekdelen, net als Ik wil ‘n stad en Politieke-lieke. Naar gewoonte worden er in de media alsook in de Wetstraat weer wenkbrauwen gefronst bij het horen van een tekst als: “Ik vind Martens zijne kop te dik en De Croo da ‘s meer ‘ne musseschrik, de Verhofstadt is ‘n voze raap, monsieur Gol ‘nen aangekleden aap. ‘t Zèn gin nette… da moet gezee en op radio valt da dan nog mee, mor ge meu ze ni zien op tv. In Dehaene zien ‘k ‘nen olifant en in Eyskens ‘ne kommunikant, Coens ‘nen uitgetreden jezuïet, Tindemans kreeg zijn gezicht veur niet.”

De vijftiende januari 1986 voert Gazet van Antwerpen De Strangers op als striphelden in “Het daverend paradijs”. De tekeningen zijn van de hand van Dirk Stallaert, de tekst werd geschreven door Patrick Vermeir. Wegens gebrek aan succes blijft het bij die ene strip, die in 1987 in albumvorm gepubliceerd wordt.

De eenentwintigste maart 1987 staan De Strangers nog maar eens op één in de Vlaamse Top Tien, deze keer met n Rettepetet, een frisse versie van Reet Petite van de Amerikaanse zanger Jackie Wilson. Die hit is ook terug te vinden op hun dat jaar uitgebrachte album “35 jaar Strangers” met als opener Dan zal de beiaard spelen uit de Rubenscantate van Peter Benoit en voorts Eieren of joeng, een vertaling van Soldiers of love, waarmee Liliane Saint-Pierre in 1987 in Brussel aan het Eurovisiesongfestival deel had genomen en elfde eindigde. In verband daarmee, de zesde juni noteren we De Strangers op twee in de Vlaamse Top Tien met Wa d’hee die nen dikke nek, dat u makkelijker kan meezingen, vermoeden we toch, als Lass die Sonne in dein Herz, waarmee de Duitse groep Wind een tweede plaats had weten te bemachtigen tijdens dat Eurovisiesongfestival in ons eigenste Brussel. Als aardigheid op deze plaat zingen De Strangers samen met Eddy Wally O, wat ‘n kus.

De vierde juli 1987 zendt de VRT de televisieshow “35 jaar Strangers” uit. Naar aanleiding van dit feestelijk gebeuren ontvangen ze een “Gouden Brabo”, een soort Antwerpse Oscar. Radio 2-coryfee Lutgart Simoens steekt naar aanleiding daarvan in haar programma “Vragen staat vrij” de loftrompet. “De Strangers zijn sinjoren in hart en nieren. Al 35 jaar overeind, daar moet je sterk voor zijn, getalenteerd én uniek. Ze zijn volks, ijzersterke muzikanten met liefde voor hun stad, hun taal en met een oog voor situaties.” Onder meer haar en Jos Ghysen horen we aan het woord in het liedje Vijfendârtig. Datzelfde jaar zijn ze te gast bij de Nederlandse Mies Bouwman in haar populaire AVRO-programma “In de hoofdrol” met deze keer Willy Vandersteen als centrale gast. Het was eigenlijk Nest die op aanraden van Al Van Dam contact had opgenomen met de AVRO en hun had aangeboden als verrassingsact op te treden omdat zij Willy vrij goed kenden. De Strangers vinden het een hele eer voor de Nederlandse televisie te mogen optreden en voelen zich niet te beroerd die avond een smoking aan te trekken.

Op vrijdag de tweeëntwintigste januari 1988 ontvangen De Strangers in restaurant Biessenhuys de “Prijs van de Humor – Henry Baillien”, vervaardigd door de Tongerse kunstenaar Raf Verjans. Zij brengen dat jaar hun tachtigste single uit, Ik blijf hem gère zien, een bewerking van Will Tura’s Hij kan niet zonder jou. “Ons 25ste” wordt de voor de hand liggende titel van hun vijfentwintigste langspeler, die zij in 1988 releasen. De teksten worden geleverd door Alex, Gust en Louis Baret. De arrangementen zijn van de hand van Luc Smets en de productie werd zoals steeds verzorgd door Al Van Dam. Proper blijve, Ik ben ‘ne zoon van ‘ne migrant, Kieke-lieke, Lot ons stoppen met die komedie enzovoort laten horen dat De Strangers ook nu hun formule trouw zijn gebleven. Op die plaat ook Den Bompa, de herkenningsmelodie, geschreven door Al Van Dam, van de gelijknamige succesvolle VTM-serie naar het verhaal van Ruud De Ridder met in de hoofdrol Luc Philips. De opnamen beginnen in 1988 en de reeks loopt vanaf februari 1989 tot en met 1994.

Aan De Strangers wordt eveneens gevraagd de titelsong te zingen voor de al net zo succesvolle VTM-reeks “Benidorm”, die te bekijken is van 1989 tot 1992. “Dat ze voor ons kozen was eerder toeval“, relativeert Bob. We wisten toen al dat onze piek in de jaren zeventig lag, ze kozen ons zeker niet vanwege ons succes of omdat we zo goed konden zingen. We wisten dat er een tijd van komen is en een tijd van gaan. We stelden het daarom des te meer op prijs dat VTM ons uitnodigde om deze klus te klaren.” Alex wil omtrent hun tanende succes dit nog kwijt: “Ik vermoed, ik weet het bijna zeker, dat onze formule van hilarische teksten op bestaande hits te zetten aan sleet onderhevig was. De stijl van de liedjes, het tempo van de hitsongs was met de tijd ook veranderd. Vroeger bleven liedjes maanden na elkaar in de hitlijsten, klonken daardoor erg vertrouwd in de oren. De jaren nadien veranderde die trend. Na een paar weken waren de meeste hits al uit het oor en het oog verdwenen. Het loonde voor ons niet meer de moeite om zo’n hitsong nog te coveren, want de aandacht daarrond was al verdwenen tegen de tijd dat wij het op plaat hadden gezet.”

Wanneer Alex in 1989 te gast is bij VTM in het programma “Klasgenoten”, schuift hij even uit door tijdens dat programma wat ondoordacht en onvoorbereid te stellen dat hij de Antwerpenaren soms dikke nekken vindt: “Eerlijk gezegd kan ik niet zo goed om met die typische Antwerpse mentaliteit, dat neerkijken op al wat van over het water komt. De Antwerpenaar die overal komt, een grote bek opzet en weer weg is als er te werken valt, dat type, daar heb ik een hekel aan.” Die reactie wordt hem niet in dank afgenomen en er zijn zelfs fans die dreigen in de toekomst geen platen meer van hen te kopen. Achteraf probeert Bob – de rest is met vakantie – dat naar de media toe recht te zetten: “Wij zijn als Strangers dankzij het Antwerpse dialect bekend en populair geworden. Ik hoop dat dit niet het einde van De Strangers wordt.” Alex repliceert even later bij zijn terugkeer dat zijn woorden uit de juiste context zijn gelicht en dat zijn uitspraak overtrokken is. “Het is nooit mijn bedoeling geweest om mensen tegen de borst te stuiten. Ik was er in het begin niet zo mee opgezet dat De Strangers in het dialect gingen zingen. Ik vond dat toen een kwaliteitsvermindering. Ik persoonlijk was liever in het Nederlands blijven zingen. Ik heb daar in het begin zwaar aan getild, maar ik heb nooit beweerd dat ik het Antwerpse dialect minderwaardig vind.” Discussie gesloten. En de fans toonden zich vergevingsgezind.

Vanaf de zevende april 1991 spelen De Strangers, naar een idee van Herman Verbaet, de hoofdrol in de dertiendelige reeks “De Strangorianen”. Die reeks wordt op gang getrokken door een vijftig minuten durende pilootfilm geschreven door Ivan Heylen. De muziek is van de hand van Al Van Dam. De Strangers kruipen voor deze gelegenheid in de huid van vier paters van de fictieve kloosterorde der Strangorianen. Wanneer hun abt overlijdt, willen ze een reis naar Rome ondernemen om het graf van de Heilige Strangorius, stichter van hun kloosterorde, te bezoeken. In elke aflevering beleven ze een nieuw avontuur, waarmee ze het geld dat nodig is voor de reis proberen te verdienen. Helaas gaat het meestal mis en verliezen ze aan het eind van de aflevering het verdiende geld. In iedere aflevering wordt er één liedje gezongen op tekst van Gust Torfs. De reeks wordt ‘s zondags uitgezonden, vlak voor de populaire “Walters Verjaardagsshow” van Walter Capiau.

De Strangers verlenen in 1991 hun medewerking aan de VRT-actie “Veilig Verkeer”, gepresenteerd door Flor Koninckx. Thema van dat jaar is “Wel jong, niet gek”. Zij nemen voor deze gelgenheid het liedje Zie d’is wa da’k kan op, gebaseerd op de hit Zeil je voor het eerst van Bart Kaëll. Onderwerp van hun liedje zijn de weekendongevallen waarbij jongeren betrokken zijn.

Al die tijd was Al Van Dam hun onafscheidelijke producer. “Al was in de omgang een aimabele man. Die kon een aardig pintje verzetten, daar kon je makkelijk mee praten en hij was verzot op lekker eten. Daarnaast was hij een degelijke muzikant voorzien van een stel goede oren. Hij wist wat zou scoren, wat de mensen graag hoorden. Op zoek naar een modernere aanpak, een meer hedendaags geluid, werden almaar vaker de arrangementen door Luc Smets geschreven (zat voordien nog bij The Pebbles en Dream Express)“, aldus Bob. Volgens Alex was het wel degelijk Al Van Dam die Luc in de ploeg bracht. “Het was zo, en dat is niet echt geweten, dat Luc op veel van onze platen meezingt. Trouwens, ook Gust bleef nog jarenlang in de studio meezingen op onze platen. Eigenlijk hoor je dus geen vier, maar zes Strangers aan het werk, waarbij Luc vaak de hoogste noten voor zijn rekening nam. We moeten ook eerlijk toegeven dat in die periode ons succes wat aan het afnemen was, dat Dureco onze samenwerking aan de kant schoof en dat Luc almaar meer in het vizier kwam qua productie. Luc heeft ons dan richting Indisc geloodst, maar we scoorden toen al niet meer de successen zoals voordien.”

De achtste mei 1992 staan De Strangers veertig jaar op de planken, tijd om een overzicht van hun carrière te schetsen. Freddy Michiels wordt de auteur van het boek “De Strangers 40 jaar”, waarin hij, gespreid over honderdnegentig bladzijden, hun verhaal in geuren en kleuren neerzet. De vijfde juni van 1992 zijn De Strangers nog eens te gast bij de VRT, deze keer voor de uitzending van de show “40 jaar Strangers”. De eerste single die zij op het Indisc-label uitbrengen, is Veel te goe is half zot oftewel Ain’t no doubt van Jimmy Nail.

Iets later begaan De Strangers een flater vanjewelste. Het Vlaams Blok behaalde op zondag de vierentwintigste november 1991 een denderende overwinning en nodigt De Strangers een jaar later uit tijdens een groot feest in Hof Ter Lo. Daar zingen ze onder meer De ziekekas, een liedje dus over een Marokkaanse gastarbeider. Die aanwezigheid wordt hun niet in dank afgenomen. Zij worden in de nasleep daarvan letterlijk afgestraft. Het merendeel van hun optredens wordt afgelast. John De Wilde wil daar dit over kwijt: “Optreden voor het Vlaams Blok kon blijkbaar niet, maar in de 41 jaar voordien hadden we voor elke partij gezongen, van de CVP tot en met de Communistische Partij. Los van het hele incident vind ik het erg onrustbarend dat je onder het mom van politieke correctheid niet meer mag denken wat je wilt. Wij zijn zeker geen racisten. Mijn dochter is gehuwd met een Indonesische jongen en ik ben trots op mijn schoonzoon.” Alex voegt daar nog aan toe: “Ik vind het nog altijd een schande dat we voor dit optreden verketterd werden door de zogenaamde democratische partijen. Het cordon sanitaire bestaat trouwens nog altijd, daarover waakt de Belgische gedachtepolitie.” De Strangers zingen dit gebeuren walsend van zich af in het nummer Allemaal gebreken, een antwoord op de vraag of ze nu racisten waren of niet. Dit lied is als een soort testament ook terug te vinden op hun afscheids-cd.

Op radio en tv zijn De Strangers van dan af persona non grata. De gevolgen deinen in 1993 nog verder uit. In een soort wanhoopspoging brengen zij dat jaar als single de liedjes Hondepoep, een vertaling van Da doo ron ron van The Crystals, en Moktamee uit.

Vanaf 1994 brengen De Strangers hun singletjes niet meer op vinyl uit, maar uitsluitend op cd. De eerste in de rij wordt Linke Giekes, beter bekend als I got you babe van Sonny & Cher. Een scherpe tekst waarmee politici met de voornaam Guy (de Giekes dus), vooral Guy Spitaels en Guy Mathot, geen weg weten en dus ook niet kunnen lachen. Na een optreden in “Tien om te Zien” wordt de verkoop na zo’n achthonderd exemplaren afgeblokt. Onder politieke druk – zo wordt tenminste beweerd door de directie – bedankt platenfirma Indisc De Strangers voor bewezen diensten en staan zij op straat. Ook de troubles rond hun optreden voor het Vlaams Blok twee jaar eerder blijft hen blijkbaar achtervolgen. Zij vinden gelukkig onderdak bij Tune Records, een van de veel mindere goden. Ondanks hun geschonden blazoen vraagt de Antwerpse rederij Flandria voor hen een reclamesingletje op te nemen. Dat worden de liedjes Oep het Scheld’ gon veire en Wij gon veire, die wij beter kennen als The Wild Rover en Sailing.

In “Gazet van Antwerpen” lezen wij dat De Strangers anno 1995 helemaal terug van weggeweest zijn. Inpikkend op de verstrengde alcoholnorm van 0,5 promille releasen zij de medley Nul komma vijf met daarin verwerkt: Ein Prosit, Daarom blazen wij en Drij pinte, da’s te veel. Sinds 1991 hebben zij geen album meer uitgebracht. Nu, vijf jaar later, durven zij het nog eens aan met de full-cd “Dansen met…”, uitgebracht op het Rainbow-label. Daarop vooral oudere nummers met aangepaste teksten, aangevuld met het gloednieuwe Ongezondheidsrock. Er staat ook een houseversie van Bij de rijkswacht op. Als opener van die cd De kwakkelbak, dat rockers onder ons nog kennen als The Hucklebuck van The Royal Showband Waterford anno 1964. Ook graag gedraaid en regelmatig gehoord ‘n Nief voituur, een quickstepversie van de Amerikaanse klassieker I can’t give you anything but love.

“Tien om te Zien” bij VTM is hen opnieuw goed gezind en zij worden er met open armen ontvangen. Hun vijfenveertigjarige bestaan wordt in 1997 gevierd met de release van de dubbelaar “De Strangers – 45 liekes” met voor het merendeel nummers die tot dan toe op het Dureco-label waren verschenen en voor deze gelegenheid door Music Net verdeeld worden. Slechts zes liedjes zijn nieuwe producties. Zij bewerken dat jaar nog eens een winnend Eurovisiesongfestivalliedje: Love shine a light van Katrina & The Waves, dat bij hen De lottomiljonair wordt. Er is ook de single O.C.M.W., waarin we meteen Y.M.C.A. van Village People herkennen. De vierde juni 1997 overlijdt, geheel onverwacht, lid van het eerste uur Gust Torfs op 68-jarige leeftijd aan een hersenbloeding. Gust is er nog bij wanneer zij iets voordien in het Metropoliscomplex in Antwerpen hun ster krijgen toegewezen. “Het is nooit bij ons opgekomen om De Strangers een halt toe te roepen toen Gust overleed. We hebben dat wel even overwogen bij het overlijden van Pol, maar hebben toen beslist om door te zetten“, aldus Bob.

Inpikkend op de verkiezingen van 1999 kunnen De Strangers het niet laten een parodie daarop neer te zetten in Politieke-lieke gebaseerd op de hit Wonderful world van Sam Cooke. Een jaar later kunnen zij ook niet weerstaan om van dé hit van dat moment Anton aus Tirol van de Oostenrijkse dj Gerhard Friedl, beter bekend als DJ Ötzi, een vertaling neer te zetten die in hun taaltje Piet Snot wordt. De Strangers promoten zichzelf her en der door te beweren dat ze niet stuk te krijgen zijn.

In 2000 brengen De Strangers met de nodige trots de verzamelaar “De Strangers Goud” op de markt, verschenen op het ARS-label. Volgens hen de enige echte. Eindelijk al hun grote hits verzameld op één album, eenentwintig liedjes in het totaal, beginnend met Schele Vanderlinde over Dikke Lou en k Hem geblèt tot en met Sinjorentram en Den Bompa. De plaat valt in de smaak, want zowel VTM als VRT besteden er de nodige en gewaardeerde aandacht aan, onder meer in het in die tijd druk bekeken “De Rode Loper”.

In de maand april van 2001 laten De Strangers, ondanks succesvolle optredens in Riemst en Sint-Amandsberg, aan de pers weten dat zij het stilaan voor bekeken houden. Het is meer dan genoeg geweest. Zij willen hun geslaagde carrière stilaan afronden. In 2002, wanneer zij hun vijftigjarige bestaan vieren, willen zij in schoonheid afscheid nemen. “Dat was geen beslissing omdat we opgebrand waren of omdat niemand ons nog kende of aansprak. De mensen wisten nog heel goed wie De Strangers waren. Iedereen begreep ons. Onze gezamenlijke beslissing werd erg goed onthaald. Zo konden we, zoals we het hadden vooropgezet, in schoonheid eindigen. Fysiek voelden we ons nog goed, er mocht wat meer van het leven worden genoten. Maar we hielden er toch enigszins rekening mee dat iemand van ons in de nabije toekomst kon wegvallen. Dus waarom het verhaal nog rekken? We huiverden ook bij het idee dat de mensen ons als een stelletje ouderen op hun retour zouden beschouwen. We stonden dus unaniem achter deze beslissing“, dixit Bob. Alex knikt: “We vonden vijftig een mooi rond getal om daarmee dan ook letterlijk af te ronden. Ik weet ook dat we mentaal aan het einde van het bobijntje zaten. Het was zo goed als op. Uiteraard liet dat een leegte na, maar ik voelde het toch aan als een soort bevrijding. We bleven al die tijd ons best doen om ons optreden zo goed mogelijk te verzorgen, om geschikte teksten te schrijven. Die druk viel van ons af. En trouwens, wie houdt vijftig jaar stand op de Vlaamse podia?

Maar De Strangers zullen na die beslissing wel nog een liedje opnemen. Naar goede gewoonte ook deze keer een vertaling van de winnaar van het Eurovisiesongfestival. Deze keer Tanel Padar en Dave Benton with 2XL, die voor Estland in het openluchtvoetbalstadion Parken in Kopenhagen deelnamen met Everybody en met een score van 198 punten als eerste eindigden. Omdat er in het koningshuis een nieuwe spruit op komst is, pikken De Strangers daarop in en wanneer prinses Elisabeth wordt geboren, brengen zij gelijktijdig de single W’hadde wille wete uit. Het liedje kun je een week lang op het internet gratis downloaden. Over een promotionele stunt gesproken. Alex laat aan zijn kompanen weten dat hij nog een liedje of twintig in zijn schuif heeft liggen en of het geen goed idee is toch nog een cd uit te brengen met nieuwe songs.

De veertiende maart 2002 stellen De Strangers in de lokalen van Brouwerij De Koninck hun allerlaatste album “Ons leste… Nief” voor met daarop zesentwintig liedjes, waarvan er negentien nagelnieuw zijn. Voormalig Radio 2-producer Jos Baudewijn mag de honneurs waarnemen. Internationale songs als Mañana van Peggy Lee en Copacabana van Barry Manilow worden in een typische Strangers-sfeer verpakt en daarnaast ook popsongs als 50 ways to leave your lover van Paul Simon en I got you babe van Sonny & Cher. In Humo lezen we daarover: “En nu is er dus ook opvolging: De Nief Strangers. Bij elkaar gebracht door een talentenjacht van de lokale tv-zender ATV. Op initiatief van Carl Huybrechts. Ik heb het altijd verschrikkelijk spijtig gevonden dat De Strangers ermee opgehouden zijn. Ook al omdat de hits van de afgelopen twintig jaar zo een eigen Antwerpse versie gekregen hebben, aldus Carl. Elke wereldhit verdient het om verbeterd te worden met een Antwerpse tekst. Allee: I got a feeling van de Black Eyed Peas. En vooral: door met die teksten bezig te zijn, herontdek je het Antwerpse taalkundige cultuurpatrimonium. Er zijn zoveel woorden die verdwijnen.”

Bij hun voormalige platenfirma Dureco komen De Strangers tot een akkoord om een rist liedjes uit te brengen waarvan een deel nooit eerder op cd is verschenen. John heeft veel moeite gedaan om dit tot een goed resultaat te leiden. Maar wat blijkt? Uiteindelijk is de cd gewoon een blauwdruk van het verzamelalbum “45 jaar Strangers”, beginnend met Danke menselief en eindigend met Kerstlieke. Alex is in alle staten. Bij hun Nederlandse firma weten zij blijkbaar ook nog altijd niet dat zij al jaren zonder de Engelse “The” door het leven stappen.

De achttiende april 2002 treden De Strangers voor de laatste maal op in het Sportpaleis en dat tijdens “De Nekka Seniorennamiddag”. Op het podium worden zij geflankeerd door Della Bosiers, Jean Walter, Connie Neefs enzovoort. De achtste mei 2002 worden zij op het stadhuis ontvangen, waar burgemeester Detiège hen benoemt tot ambassadeurs van de stad Antwerpen. En dan is het tijd voor de finale! De veertiende mei treden De Strangers samen met de Boomse Bigband op in de Antwerpse Koningin Elisabethzaal. De show is maanden op voorhand uitverkocht. Ook nu zijn zij, na vijftig jaar ervaring, nog altijd bloednerveus om op te treden. Maar dat hoort erbij. Al hun grote hits passeren voor de laatste maal de muzikale revue. Wel niet vergeten dat zij vier dagen later nog speciaal voor de actie “Kom op tegen kanker” een benefietconcert geven in Serskamp. Ten voordele van de actie “Levenslijn” worden de vierentwintigste oktober 2002 een hoop rekwisieten aan kooplustige fans verkocht, goed voor drieduizend euro. Buiten een aantal optredens voor het goede doel verdwijnen De Strangers nadien uit het zicht. Alleen voor de hommage aan Stafke Fabri, de elfde januari 2007, en de viering “Antwerpen Zingt”, de tiende augustus 2008, maken zij graag een uitzondering.

De Strangers krijgen de 21ste november in het Casino van Knokke-Heist tijdens het gala “De Eregalerij” van Radio 2 en Sabam, samen met de familie Klüger, de trofee “Onvergetelijk” voor hun lange carrière.

In 2003 schenken De Strangers een deel van hun archief aan het Felix-Archief of het Stadsarchief Antwerpen, zodat geïnteresseerde Antwerpenaren en onderzoekers het daar kunnen ontdekken. Het archief is een uniek geheel dat teruggaat tot 1952 en omvat foto’s, programmabrochures en affiches, beeldopnames van optredens, de website, briefwisseling, opnames van optredens of interviews, teksten en nota’s van de liedjes… Hun liedjes geven dan ook een aparte kijk op de geschiedenis van de stad Antwerpen.

In 2005 worden al de elpees van De Strangers op cd uitgebracht in één grote verzamelbox, strikt gelimiteerd. De box “Al ons liekes” is goed voor negentien cd’s met daarop vierhonderdvijfentwintig liedjes, aangevuld met zestig pagina’s info en anekdotes. De eenentwintigste november van dat jaar ontvangen.

Ter ere van het Bal van de Burgemeester treden De Strangers in 2006 uitzonderlijk eenmalig nog eens op, noem het maar een soort herenigingsconcert, uit sympathie voor toenmalig burgemeester Patrick Janssens.

De eerste november 2007 brengen De Strangers tot eenieders verrassing een nieuwe cd uit op het AMC-label: “Ântwârpe ‘k zien a zoe geire”, een gezongen ode aan de stad die hun zo dierbaar is. Het album is een verzamelaar van eerder uitgebrachte liedjes over ‘t Stad zoals Nor den dierentuin, De Kennedy-tunnel en Borgerie-Borgerhout-Borgerocco, aangevuld met twee nieuwe, waaronder de heuse hymne Ântwârpe ‘k zien a zoe geire, een bewerking van Land of hope and glory van Edward Elgar door Luc Smets én met het gemengd koor Kilena onder leiding van Jos Daems, opgenomen in Studio The Groove.

De vierentwintigste februari 2011 gaat in De Roma in Antwerpen de komische revue “Azzek nog zou trouwen” in première met daarin zo’n zestig liedjes van De Strangers verwerkt en gebracht door de acteurs An Vanderstighelen, Ann De Winne, Daisy Thys, Marc Fransen, Sam Verhoeven en Luc Caals, die tevens instaat voor de productie. Het verhaal: drie mannen en drie vrouwen gaan op zoek naar liefde en hun ideale partner. Met vallen en opstaan ontdekken ze de voor- en nadelen van het andere geslacht. Wie draagt de broek en wie ligt onder de sloef? Wie denkt nu eens nooit: “Azzek nog zou trouwen, dan zou ik het anders aanpakken.” Kortom, een plezante kijk op het liefdesleven.

De achtste december 2011 liggen De Strangers in de cd-rekken met het album “Serjeuze Strangers zingen serjeuze liekes”. Het is een verzameling van eenentwintig liedjes waarin de serieuze Strangers diverse emotionele facetten rond persoonlijke en maatschappelijke thema’s bezingen. Op hun website lezen we daaromtrent: “De Strangers zijn natuurlijk bekend van hun ‘plezante nummerkes’, maar ze maakten er een erezaak van om jaarlijks een ‘serjeus lieke’ te maken. Het verzamelalbum van Alex uit de jaren tachtig ‘Helemaal alleen op z’n eentje’ werd een waar collector’s item. Intussen zijn er nieuwe liedjes verschenen, wat Bis-Art op het idee bracht om een nieuw verzamelalbum uit te brengen. Eenentwintig nummers werden verzameld, waarin ernstige Strangers op meesterlijke wijze diverse emotionele facetten rond persoonlijke en maatschappelijke facetten bezingen. Van Achter de gesloten deur (huwelijksperikelen) tot De gastarbeider (het migrantenprobleem uit de jaren zeventig) en Pol (het verlies van een te vroeg gestorven kameraad).

Eerder dat jaar werd door fans van De Strangers in samenwerking met hen de cd “De Strangers – Stoute liekes” op de markt gebracht. Dit album herbergt alle niet politiek correcte liedjes van De Strangers, gaande van Vivan de vakbond over ‘t Ministerie, Politieke-lieke tot en met Hipipapar. De Strangers hekelden de voorbije decennia meermaals de vaderlandse politiek met tientallen parodiërende teksten op bestaande melodieën.

Tot hun grote verbazing voeren De Strangers in de zomer van 2012 de Ultratop Album Tweehonderd aan met een dubbelaar die platenfirma Universal/ARS in de reeks “Back 2 Back” uitbrengt en waarin zij voor die gelegenheid gekoppeld worden aan de groep Katastroof, die op dat moment haar vijfendertigjarige bestaan viert. De zesentwintigste april lezen we daarover in De Standaard: “Het was twee keer kijken gisteren, toen de Ultratop­albumlijst binnenliep. Op nummer drie de nieuwste plaat van dEUS, op twee de Belgische beatmaker Netsky, dé sensatie van het moment, en dan op één: De Strangers & Katastroof. De platenbaas van de twee Antwerpse groepen, ARS Entertainment, heeft een maand geleden een dubbele compilatie-cd uitgebracht. Op de ene schijf staan de grootste hits van De Strangers, op de andere die van Katastroof, met Zuipe! en Met de wijven niks as last als bekendste wapenfeiten. Bassist en grappenmaker Ernest Adriaensens valt uit de luchtStaan wij écht op nummer één? Niet te geloven! En wij duwen Netsky van de hoogste plaats? Ocharme die jongen. Wij wisten niet eens dat die verzamelplaat was uitgebracht. Ik vind het wel een beetje jammer dat ze ons in die dubbelaar hebben gestopt met Katastroof. De Strangers hebben altijd geprobeerd om beschaafd Antwerps te zingen, niets vulgairs. Dat is met Katastroof wel wat anders. Maar goed, de platenmaatschappij had duidelijk gelijk. De cd ging al 5.500 keer over de toonbank. Ik zal er wel de centen van opstrijken. Al zal ik nooit met een Rolls-Royce kunnen rijden. De Strangers vroegen ochot 40.000 frank per optreden en dat moesten we nog verdelen onder ons vieren. Vier weken na elkaar zullen zij samen de hitlijst aanvoeren.

In 2012 schrijft Dave Sinardet, politicoloog en professor aan de Vrije Universiteit van Brussel, in het artikel “Wie is de beste Antwerpenaar?”, het volgende: “Hoe weet een Antwerpenaar dat de verkiezingen in aantocht zijn? Politici beginnen ongevraagd liedjes van De Strangers te zingen. De Antwerpse politici weteen zeer goed waarvoor De Strangers symbool staan: het volkse, authentieke en uiteraard chauvinistische Antwerpen uit de goeien ouwen tijd. En tegelijk zijn ze ook méér dan dat, want hun liedje Antwârpe groeide uit tot de Antwerpse Brabançonne. Velen in ‘t Stad hebben wel iets met De Strangers. Kortom, voor heel wat mensen zijn ze gewoon Antwerpen zelf. Verbindt een politicus zich met de juiste symbolen, dan kan hij/zij de door hem/haar gewenste associaties oproepen. En zo zijn De Strangers meer dan tien jaar na hun pensionering nog steeds politiek gegeerd.”

Qua elpeeverkoop kunnen De Strangers uiteindelijk terugblikken op een mooi resultaat. Bovenaan de lijst staat nog steeds “De Strangers 13 beste” (53.700 exemplaren), op twee gevolgd door “De Strangers dertig jaar goud” (42.500 exemplaren), op drie “Zeg maar Strangers” (32.990 exemplaren), op vier “De Strangers meerderjarig” (32.648 exemplaren) en op vijf “De Strangers goe zot” (32.488 exemplaren). Tijdens hun carrière stonden De Strangers met vijfendertig singles in de hitlijsten. Hun grootste hit is en blijft Schele Vanderlinde, gevolgd door Strangers on 45, en op drie staat Zorba. Qua verkochte aantallen staat de single Bij de rijkswacht eenzaam bovenaan met 83.590 verkochte exemplaren. In het totaal verkochten zij meer dan een miljoen platen en cd’s en namen ze zo’n 408 nummers op.

In de staart van hun verhaal misschien met plezier terugdenken aan Al Van Dam, die niet alleen de trouwe producer was van De Strangers, maar hen ook met zijn orkest jarenlang heeft begeleid. Na hem was het de beurt aan de orkesten van Flor Wade en Jacky Coppejans. Vergeten wij ook niet technicus Francis de Well te vermelden, die het merendeel van hun nummers inblikte. En dan is er ook nog hun allereerste producer Achilles Palmans, die van in het begin sterk in hen geloofde, en hun arrangeur van het eerste uur Jean Vanhoren, nadien afgelost door Benny Couroyer, en Luc Smets, die vanaf de jaren negentig voor hen schitterende arrangementen schreef.

Bij uitgeverij Artus Antwerpen verschijnt in 2014 het boek “De Strangers compleet”, geschreven door Alex Boeye, Nest Adriaensen, John De Wilde en Bob Van Staeyen, onder redactie van René Van Camp. Het boek telt vierhonderd pagina’s en bevat naast hun levensverhaal meer dan vierhonderd liedjesteksten in het Antwerpse dialect.

Op zondag de negenentwintigste november 2015 geven De Strangers nog eens een uniek minioptreden in Zaal Forum in Schoten. Opvallende aanwezige is oud-VRT-baas Cas Goossens, die er namens Marnixring Voorkempen Pater Stracke mee de Jozef Simonsprijs uitreikte aan Alex, Nest, Bob en John voor hun bijdrage tot verspreiding van de Vlaamse en Antwerpse cultuur. De Jozef Simonsprijs is genoemd naar een frontsoldaat en boegbeeld van de Vlaamse beweging uit de Voorkempen (1888-1948). De in Oelegem geboren schrijver en dichter schreef veel politiek beladen teksten, met als bekendste voorbeeld “Eer Vlaanderen vergaat”, waarin hij de geestelijke onderworpenheid van het Vlaamse volk hekelt in de periode voor de Eerste Wereldoorlog. Uit de speech van Dirk Verhaert onthouden we: “Zulke felle standpunten over Vlaanderen hebben De Strangers niet ingenomen. Ze wilden in de eerste plaats volks amusement brengen in de eigen taal, maar sneden daarbij wel vaak themas aan die de mensen echt bezighielden. Daarin waren ze erg straf. Tussen hun liefst 446 liedjes zitten er enkele die je als echt Vlaams kan bestempelen. Denk maar aan de Egmont-disco, maar zeker ook aan de stevige repliek aan het adres van Jacques Brel, die Vlamingen wandluizen en collaborateurs had genoemd.”

In 2016 beslissen een aantal fans de vzw “De Strangers v’r Altaaid” op te richten, met daaraan gekoppeld een attractieve website en met als doel het erfgoed van De Strangers voor het nageslacht te bewaren. Iets later wordt het project “Ântwârpe mè De Strangers” gelanceerd, een uitgewerkte stadswandeling met de vier heren als rode draad. Oktober 2016 ligt het boek, 132 pagina’s dik, in de winkel, geschreven door René Van Camp en uitgegeven door Artus. De vzw schrijft: “Omdat De Strangers de afgelopen 65 jaar het Antwerps en bij uitbreiding het Vlaamse publiek op een ludieke manier een spiegel hebben voorgehouden, willen wij als vereniging zonder winstoogmerk de liedjes van De Strangers levend houden. Wij willen dit doel bereiken door het organiseren van allerlei activiteiten, ruilbeurzen, lezingen en dergelijke. Ook het uitbrengen van zeldzaam materiaal op cd en dvd behoort tot de mogelijkheden.” We wandelen in dit boek aan de hand van de liedjes van De Strangers door de stad. Voor de anderstaligen, in dit geval diegenen die geen Antwerps praten, werden de originele teksten naar het Algemeen Nederlands omgezet. Dat boek verscheen iets later ook samen met de cd “Ântwârpe mè De Strangers”, met daarop de zestien liedjes die in het boek voorkomen plus twee nieuwe liedjes: Oosterweel en Da komt ammol goe. De groep ging naar eigen zeggen op zoek naar wat de mensen momenteel bezighoudt en kwam zo uit bij Oosterweel. Op de B-kant Da komt ammol goe op de tonen van 50 ways to leave your lover van Paul Simon. De single werd opgenomen in Studio Rockstarrecordings in Niel. Alain Van Zeveren stond in voor de arrangementen en Peter Bulkens voor de techniek. Daarnaast als bonusnummers Biografieke lieke en Danke menselief. Met de editie van dit boek wil de vzw ook een beetje het Antwerpse dialect in ere houden. Ze weten ook wel dat de Antwerpse teksten van de heren geen natuurgetrouwe weergave zijn van het gesproken Antwerpse dialect, maar eerder een mengeling van het Nederlands en het Antwerps. Er bestaat trouwens nog geen echte gestandaardiseerde Antwerpse spelling, al heeft Filip Camerman intussen wel de aanzet gegeven. In het boek lezen we: “De huidige generatie Antwerpse jeugd kent het oude dialect niet meer. Sinds de jaren negentig communiceren zowel de ouders als de grootouders steeds minder in het Antwerps met hun kinderen en kleinkinderen. Het huidige Antwerps is daardoor opgeschoven richting standaardtaal en geëvolueerd naar een bijgeschaafd dialect waarbij de Antwerpse zinsbouw nog wel wordt gebruikt. Hier en daar zitten er nog Antwerpse vervoegingen van werkwoorden in.”

De Strangers vormen binnen de Vlaamse muziek een apart verhaal. Ze hebben dat succes niet zomaar cadeau gekregen, want de radio en televisie stonden niet altijd te springen om hen te boeken of hun platen te draaien. Je kunt De Strangers dan ook niet schetsen zonder te vermelden dat ze soms laatdunkend werden benaderd. Niet iedereen lustte hun producties. In zijn boek “Ik hou van jou, het verhaal van de Vlaamse showbizz” schrijft Manu Adriaens: “De Strangers brachten hun liedjes in het Antwerpse dialect, wat bij de toenmalige BRT niet door iedereen in dank werd afgenomen. Zo circuleerde in 1967 een nota van de radiodirectie waarin stond ‘dat de platen van De Strangers dienen gemeden te worden, wegens het slechte taalvoorbeeld dat zij de bevolking, inzonderheid onze jongeren, geven’!” De BRT krijgt lik op stuk wanneer De Strangers twee jaar later voor hun elpee “De Strangers in stereo” een persiflage neerzetten van het programma “Hier spreekt men Nederlands”, met Fons Fraeters, Joos Florquin en Annie Van Avermaet. Deze vijf minuten durende bijdragen hadden de bedoeling Vlaanderen Algemeen Beschaafd Nederlands bij te brengen. De Strangers zingen over Hier spreekt men… Antwârps. De tekst werd met de hulp van Alex geschreven door de Limburger Louis Verbeeck. “‘t Is anders dan het Nederlands van Annie, Fons en Joos, want het zijn lessen zonder hond en kosteloos.

En het was voor De Strangers al die jaren ook blijven doorbijten, want leven van hun muziek zat er niet in. Aan Vlamingen in de Wereld vertelde Alex daarover: “Alle leden van De Strangers combineerden hun muzikale carrière altijd met een fulltime job. We konden helemaal niet van onze optredens en van onze platenverkoop leven, we konden er in het beste geval onze sigaretten van betalen. Als we horen wat zogenaamde artiesten tegenwoordig verdienen, dan vallen wij achterover van het verschieten. Dat zijn bedragen waar wij alleen maar van konden dromen. Ons hoogtepunt lag in de jaren zestig en zeventig, en toen had je nog veel zogezegde bonte avonden, met een orkest, een presentator, een zangeres, een clown en met De Strangers. De organisatoren moesten toen een hele reeks medewerkers betalen. Nu zijn ze al content als ze de deejay kunnen betalen. We moesten er natuurlijk wel met vijf gezinnen van leven. De meeste mensen weten dat niet meer, maar tussen 1968 en 1975 is er altijd een vijfde Stranger geweest, René Van Laken. In 1964 verliet Gust Torfs De Strangers om familiale redenen, maar hij bleef wel nog teksten schrijven.

2017 wordt het Strangers-feestjaar bij uitstek. De achtste mei zal het vijfenzestig jaar geleden zijn dat de groep in 1952 werd opgericht. Zelf zullen de heren niet meer optreden, maar ze glunderen wanneer ze de initiatieven onthullen waarop ze speciaal geëerd zullen worden. In de maand mei hebben zij in het Felix-Pakhuis hun eigen tentoonstelling plechtig mogen openen in het gezelschap van schepen Caroline Bastiaens. Een honderdtal familieleden en fans kwamen naar de opening van de expo. De minitentoonstelling “65 jaar De Strangers” vertelt beknopt de geschiedenis van de Antwerpse groep, die wereldberoemd werd in Vlaanderen met het nummer Bij de rijkswacht. Je ziet oude foto’s en krantenartikels op de tentoonstelling, maar ook originele platen. Met behulp van QR-codes kun je via een tablet of smartphone luisteren naar De Strangers en de verhalen die ze vertellen bij de kijkboxen. De minitentoonstelling liep tot de achtentwintigste juli en was gratis te bezoeken.

De negende mei lezen we in Gazet van Antwerpen: “De krant lanceerde maandag een poll om uw drie favoriete De Strangers-liedjes te weten te komen. Na een totaalaantal van 2.450 stemmen is duidelijk dat het Antwerpse bloed zijn weg baant in de keuzes van de Gazet van Antwerpen-lezers. Antwârpe is met zijn 71% met voorsprong de onbetwiste winnaar. In zijn zog vervolledigen Schele Vanderlinde (48%) en Bij de rijkswacht (45%) de top drie.

Dinsdagnamiddag, de derde oktober 2017 wordt in het Sportpaleis tijdens “Houden van… Griffelrock” een speciale hulde gebracht aan De Strangers. Voice Male zal er een speciaal miniconcert van Strangers-liedjes brengen. Op zondagmiddag de tweeëntwintigste oktober organiseert Nekka vzw in samenwerking met De Roma om 15.00 uur en om 20.00 uur een ode aan 65 jaar De Strangers.

Vanaf december 2017 tot en met januari 2018 wordt een heropvoering gepland van de revue “Azzek nog zou trouwen” met daarin zestig liedjes van De Strangers verwerkt.

Wanneer Bob Van Staeyen terugkijkt op zijn leven bij De Strangers, stelt hij: “De Strangers maakten 37 jaar uit van mijn leven. Ik vind dat we ons best hebben gedaan. We waren geen geschoolde muzikanten, we deden het graag, en vergeet niet, we traden op naast onze vaste job. Ik heb wel spijt dat we in 2002 gestopt zijn, en wel vanwege de financiële voordelen. We verdienden in die tijd met De Strangers een aardig centje bij en dat viel nadien natuurlijk weg. Tijdens onze gloriejaren leefden we daar ook naar. We gingen vaker uit eten, vaker op reis, kochten eens iets extra‘s. Na De Strangers was het in het begin wat aanpassen, een beetje uitkijken.” Ook Alex pikt daar snel op in: “Er zijn er velen die denken dat we er gouden kranen aan hebben overgehouden, maar niets is minder waar. Ze mogen thuis komen kijken. Tijdens onze piekjaren verdienden we een dubbele wedde en dat was lekker meegenomen. We hebben wel nooit meegemaakt dat we, zoals dat op het einde van de jaren negentig het geval was, reuzengages konden binnenrijven. Naast het financiële aspect denk ik met weemoed wel nog eens terug aan de tijd toen we nog liedjes in het ABN zongen. Misschien hadden we in de jaren zestig op de kleinkunstkar moeten springen. Maar laten we eerlijk zijn. Hadden we voor die stijl gekozen, dan waren we nooit De Strangers geworden die we nu zijn. Dat staat als een paal boven water. Dat hadden we nooit hard kunnen maken. We hadden aan ons oeuvre misschien meer genoegdoening beleefd en overgehouden, maar uiteindelijk zijn we tevreden. Het is méér geworden dan ik in mijn stoutste dromen durfde te dromen. Vooral het feit dat we het publiek vijftig jaar hebben kunnen boeien, stemt me gelukkig. Sommige successen eindigden met een gouden plaat. Een paar hangen er tegen de muur, maar een hele rist staan nog aan de kant. Die zijn voor de kleinkinderen; dat Strangers-verhaal vertellen we hun ooit nog wel.

Laten we treffend en in de gloria hun verhaal afronden met de woorden van voormalig VRT-voetbalcommentator Rik De Saedeleer. “Voor mij zijn De Strangers Vlaams erfgoed. Als over een paar eeuwen sociologen willen weten wat de man in de straat in Vlaanderen zoal dacht over de meest verscheidene onderwerpen, dan moeten zij gewoon het complete oeuvre van De Strangers beluisteren. Want de levensechte volksfilosofieën van hen zijn verpakt in echt geestige teksten. En aangezien Antwerpen dan allang de hoofdstad van Vlaanderen is, kan het Antwerpse dialect hun ganse oeuvre enkel nog meer authenticiteit verlenen.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2017 Daisy Lane & Marc Brillouet

 

 

 

Kris De Bruyne

Als we surfen naar de site van het Belgisch Pop en Rock Archief en daar Kris De Bruyne aanklikken, dan lezen we dat hij een van Vlaanderens meest getalenteerde singer-songwriters is. Kris is ook de allereerste singer-songwriter die voluit keihard elektrisch is gegaan. Dit werd later bevestigd door collega’s zoals o.a. Jean-Marie Aerts en Luc De Vos, waarover straks méér wordt verteld. In haar masterproef “De toe-eigening van de rockmuziek in België tijdens de jaren zestig” stelt Marieke Vangheluwe: “Begin jaren zeventig vonden rockmuziek en kleinkunst elkaar in artiesten zoals Raymond van het Groenewoud, Kris De Bruyne en Johan Verminnen. Ze brachten een nieuw genre naar voren en ze hadden, net zoals de kleinkunstenaars voor hen, het gevoel dat wat ze deden het waard was om gebracht te worden. Ook Kris De Bruyne en Johan Verminnen getuigden van zelfvertrouwen, ze wilden immers breken met de regels van de kleinkunst en daarvoor was lef nodig. Lamp, Lazerus & Kris brachten een nieuw rockgeluid, maar daar was Vlaanderen nog niet helemaal klaar voor. Ze behaalden wel een toptienhit, maar hun elpee flopte. Toen Kris later solo ging, bleek zijn muziek beter aan te slaan. Verminnens muziek was een stuk rustiger, maar toch brak ook hij met de kleinkunst, door met elektrische versterking te gaan spelen. Deze drie artiesten bleken te weten wat ze wilden en probeerden zich zo weinig mogelijk door andere factoren te laten beïnvloeden. Dat getuigde al meteen van zelfvertrouwen.

Die aparte en vooral in zijn tijd daardoor in het oog springende Kris De Bruyne werd de twintigste maart 1950 in Antwerpen als vijfde kind in een gezin van zeven geboren, afwisselend jongen, meisje, jongen, meisje, jongen, meisje, jongen… Vader, Arthur De Bruyne, geboren de veertiende maart 1912, was onderwijzer die als pure hobby geschiedenisboeken schreef, gespecialiseerd in de Eerste en de Tweede Wereldoorlog en de repressie, en tevens journalist van “De Standaard” en “Gazet van Antwerpen”. Diens vader Emiel was harmoniecomponist en dirigent in het Kruibeekse Waasland en het Hollandse Gouda. En twee andere broers van Arthur, Juul en Albert, waren pianisten, componisten en organisten. Moeder De Bruyne was ook muzikaal, zij speelde graag piano. Daarover vertelt Kris ons: “Wat onze beide ouders ons hebben doorgegeven in vrijheid aan expressie, dat was van onschatbare waarde. We werden opgevoed in een klimaat van artistieke expressie, in literatuur, plastische kunst en muziek. Zo rijpten onze emoties haast vanzelfsprekend en kregen ze vorm. We leren van mekaar, vaak zelfs zonder woorden. Als kleuter al lag ik altijd, omdat ik zo slecht de slaap kon vatten, luidop verzonnen melodieën te zingen in bed. Ik denk dat daar mijn eigen planeet van klank en melodie is ontsprongen.” Aan tafel werd ten huize van De Bruyne dan ook nooit over koetjes en kalfjes gepraat, de gesprekken moesten karakter en inhoud hebben, ook wanneer de ooms en tantes op bezoek kwamen. Vader Arthur was een erudiet talent, maar hij moest vroeg gaan werken omdat zijn vader erg ziek was en er moest brood op de plank komen voor het kroostrijke gezin. Hij had intussen in zijn Kruibeke een meisje leren kennen, dat zo verliefd op hem was dat ze acht jaar lang op hem heeft gewacht vooraleer ze in het huwelijk konden treden en haar man zijn diploma van onderwijzer op zak had. Ten huize van De Bruyne in Mortsel heerste discipline en werden de kinderen devoot en katholiek opgevoed. Er waren strenge gezinsspelregels die gevolgd moesten worden. Met negen in een klein huis, is immers geen sinecure. Wat Kris aan zijn jeugd onder meer ook heeft overgehouden, is zijn liefde voor literatuur. Hij las aan de strekkende meter: Johan Fabricius, Willem Elsschot, Klaus Mann, Simon Carmiggelt, Jeroen Brouwers, tot en met Isaac Bashevis Singer, Charles Bukowski, Jerzy Kosinsky, Konstantin Paustovski…  “Veel van mijn songteksten vonden hun inspiratie in de boeken van vernoemde heren schrijvers!”, aldus Kris.

Kris is acht wanneer hij op de muziekacademie in Mortsel, net als zijn oudere broer Koen, notenleer en piano gaat volgen. Hier leert hij de opgelegde etudes van o.a. de Oostenrijkse componist Carl Czerny en tijdgenoten in de vingers krijgen. Hij geraakt verknocht aan de piano en aan de muziek van componisten als Franz Liszt en Jean Sibelius. Thuis stond in de voorkamer naast een buffetpiano ook een Dual-platenspeler. Daarop draaide Kris zijn eerste gekochte elpees, vooral klassieke platen met muziek van Bach en Sibelius en bluesmuziek van o.a. John Lee Hooker en Jackson C. Frank. Naast de piano geraakt hij door te luisteren naar de muziek van Woody Guthrie en Robert Johnson in de ban van de gitaar. Om dus een gitaar te kunnen kopen gaat hij tijdens de zomervakantie van 1964 twee maanden werken aan de Antwerpse dokken. Hij is dan nog maar veertien. In september 1964 schaft hij zich zijn eerste gitaar aan, kostprijs : zesduizend oude Belgische frank. Niet zo voor de hand liggend voor een jongen die vanaf het derde studiejaar aan het strenge Xaveriuscollege te Borgerhout bij de jezuïeten studeert, met een spartaanse educatie die hem voor de rest van zijn leven zal tekenen. Kris zegt nog steeds dat ze toen ’de onschuld uit zijn persoon hebben gerukt en schuld in de plaats hebben gezet’. Dat, en zijn katholiek-strenge opvoeding, maakte van hem stilaan een rebel die hij in sommige van zijn songs is gebleven.

Kris wordt bij de jezuïeten in zijn voorlaatste jaar lager middelbaar wegens onbuigzaam gedrag aan de deur gezet en gaat vervolgens naar het Sint-Norbertus-college in Antwerpen. Hier houdt hij zich gedeisd, want hij heeft met zijn vader afgesproken dat wanneer hij slaagt, hij naar het Sint-Lukasinstituut in Brussel mag, op kot nog wel. Tussen 1965 en 1966 treedt Kris regelmatig op in de klas, in de jeugdclubs en later in Antwerpse bruine kroegen, o.a. in het voorprogramma van Derroll Adams, met songs van Big Bill Broonzy, John Lee Hooker, Woody Guthrie én schoorvoetend met eigen Engelstalige en Nederlandstalige songs. Kris slaagt met glans in het Sint-Norbertus en mag dus op kot en naar Sint-Lukas. Daar zit hij dan als jonge knaap, vogelvrij, en bepaalt zijn eigen leven en toekomst.

Aan het Sint–Lukas volgt hij de afdeling plastische kunsten en grafiek, niveau A2. Hij zal niveau A1 wel aanvatten, maar niet afronden, want hij heeft dan al zijn eerste gouden plaat op zak. In zijn naschoolse tijd is Kris al volop met muziek bezig. Het toeval steekt een handje toe. Hij behaalt in 1968 de tweede prijs tijdens het “Skifflefestival van Hove”. Hij zingt daar onder meer een satirische bluesversie van het kinderliedje Klein Klein Kleuterke. Hij geraakt door de eerste selectie, maar moet dan uitpakken met twee andere liedjes. Die heeft hij niet, en dankzij de steun van jurylid Wannes Van de Velde mag Kris tot en met de finale onder meer zijn Kleuterke blijven zingen. De tweede prijs houdt in dat De Bruyne op het Cardinal-label van Rocco Granata zijn eerste single mag opnemen. Tijdens de opname van Kleuterke wordt Kris op bongo’s en wastrommeldozen begeleid door Luk Marynissen, zo simpel is dat. Als B-kant wordt gekozen voor De Lustmoordenaar - gecensureerd door de radio-omroepen - dat Kris samen met Dirk Verhaegen had geschreven. Tijdens diverse gesprekken nadien in de kantine van Sint-Lukas leert Kris, Guido Van Hellemont en Wim Bulens kennen. Hij komt te weten dat ze het duo “Lamp & Lazerus” vormen en voor zij het weten is het trio “Lamp, Lazerus & Kris” een feit. Ze tekenen een platenkontract bij Vogue International en nemen een complete elpee op met als producer Roland Verlooven en geluidstechnicus Paul Leponce, die zelfs al opnamen had gemaakt van Big Bill Broonzy! In alle LL&K-songs klinkt de ironie van het moment door. Kris hanteert hier de omgangstaal die er toen in zijn studentenmilieu werd gesproken. De Peulschil en De Onverbiddelijke Zoener werden meteen tophits. Omroep Brabant verzocht LL&K om een zaterdagse wekelijkse satirische radioshow in mekaar te steken, genaamd “De Peulschil”. LL&K schreven de scenario’s en waren tevens de stemacteurs ervan. Chris Van den Durpel zal in de jaren tachtig De Peulschil nog eens gebruiken als begintune voor het BRT-tv Jeugdprogramma. Maar na drie à vier jaar toeren in Vlaanderen én in Nederland, en een succesvolle elpee, houdt Kris het in deze combinatie voor bekeken.

Want De Bruyne wil weg uit het verstikkende parochiale kleinkunstmilieu, hij wil songs schrijven ’waarin iets gebeurt’, met meer inhoud, en gaat solo, wat in 1973 op het Vogue-label uitmondt in de titelloze debuutelpee met zijn toenmalige band: Mich Verbelen, Raymond van het Groenewoud, Firmin Michiels en Eddy Verdonck en Jan De Wilde als special guest op akoestische gitaar. We tellen tien liedjes waaronder Tangebeek Bos, Lied van de Lafaard, Het Tractaat en Grote Japie. Het werd wel een plaat zoals Kris ze op dat moment wou: loeiend hard en met woeste teksten. Hij kreeg de volle laag van pers en publiek, want dit soort muziek was ’totaal ongehoord’. Zowel tekst als muziek werden de grond in geboord. Het album wordt commercieel gezien een buitengewone flop, en wordt na vier weken uit de handel gehaald en vernietigd door de platenfirma. Tegenwoordig wordt dit album algemeen erkend als de allereerste Nederlandstalige rockplaat. Jean-Marie Aerts, producer van o.a. TC Matic, De Kreuners, Arno, Jo Lemaire, Absynth Minded, Urban Dance Squad, Gorki enz… zegt nog steeds heden ten dage dat met Kris’ eigenzinnige album de elektriciteit echt is uitgevonden in ons land.

Live doet De Bruyne zijn naam echter alle eer aan zoals we de vijftiende november in “Humo” lezen: “Hij kan het. We hebben in de Beursschouwburg eindelijk een écht concert meegemaakt, met een échte groep, die échte muziek maakte. Het was hartverwarmend in één avond een streep te zien trekken onder jaren Vlaams geklungel, en door de rekening van al die meelopers, na-apers en twijfelaars die het zo nodig vinden zich via muziek weetjewel te uiten. Wat Kris De Bruyne en zijn rotgetalenteerde groep (Mich Verbelen, Firmin Michiels, Raymond van het Groenewoud en Eddy Verdonck én een levend strijkkwartet) woensdagavond lieten horen en zien, was af. Daarom deze kreet: laat het niet bij deze ene keer blijven. Ga naar Kris De Bruyne kijken als hij in je buurt optreedt.” In “De Spectator” lazen we al iets eerder: “Zoals hij reeds op het festival van Affligem liet horen, bewees Kris De Bruyne nogmaals dat hij de meest prominente zanger is van het Vlaamse popfront. Hij heeft onbewuste présence, gesteund door de sterke opbouw en de teksten van zijn liedjes, die uitstekend begeleid worden door de mensen van zijn groep.”  In het bijbehorende boekje bij de cd-box “Kris De Bruyne 40 jaar Songs” schrijft Dirk Fryns daarover: “Uit die eerste nummers al kwam Kris tevoorschijn als een erg gevoelige, kwetsbare jongen. In de praktijk wilde zijn gedrag dat wel eens tegenspreken. Als zijn karakter weer eens opspeelde of iets indruiste tegen zijn rechtvaardigheidsgevoel, kon hij niets of niemand ontziend uit de bol gaan. Hij kon opvliegend zijn, een “rebel without a cause”. Van de andere kant maakten die uitbarstingen zijn présence op het podium ook geloofwaardig bij zijn steeds talrijker wordende publiek. Het kan geen kwaad voor een oprecht artiest te zingen vanuit zijn ontevredenheid, een zekere opstandigheid, ja zelfs ongeveinsde toorn. Dood aan alles wat voos en vals is! Engagement, een woord dat je niet ijdel gebruikte.”

Wanneer Raymond van het Groenewoud de band van Johan Verminnen verlaat om toe te treden tot de band van Kris, neemt Koen daar diens plaats in. Iets later gaat hij met broer Kris samenwerken en beslissen zij in samenwerking met studio “Madeleine & Mad Music” in Brussel de tweede soloplaat van Kris in eigen beheer op te nemen. Koen, een meester-concertpianist met een conservatoriumdiploma, eerste pianist bij het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen en docent aan het conservatorium van Antwerpen, na wie Kris enorm opkijkt. Op weg naar het conservatorium wordt hij op een dag aangereden door een tram. Hij ligt enkele dagen in coma, moet een tijd lang herstellen en beslist dan plotseling – vanuit het niets – zijn werk als concertpianist en docent de rug toe te keren. Hij koopt een heus draagbaar houten kerkorgel, met voetpedalen en al, gaat zich toeleggen op jazz en koopt daarbovenop een elektrische Fender Rhodes-piano. Gelukkig voor hen komen die opnamen de directie van Philips ter ore, meer bepaald die van Paul Moens, toonaangevende talentscout, die beslist het album in hun platenstal Philips uit te brengen. In 1975 verschijnt de elpee Ook voor Jou. Dat album verkoopt uitstekend en wordt goud, vooral dankzij de drie prachtige songs Vilvoorde City, ’s Nachts als het donker is, en Amsterdam dat in 2001 en in 2003 al werd genomineerd in de “Eregalerij”. Vrijdag de negende november 2007 wordt Amsterdam in het “Casino Kursaal van Oostende” definitief in de “Eregalerij” opgenomen, die avond samen met Ring, ring I’ve got to Sing van Ferre Grignard. Peter Cnop, overbuur van Kris in de Far West, jarenlang journalist bij Humo en nadien bij Knack, is een en al lof:Koen De Bruyne heeft een te rijke muzikale verbeelding om zijn arrangementen in het kopiewerk te laten stranden. De gelijkmatige aanpak en verwerking maakt van wat ik maar de Kris De Bruynenummers zal noemen, een prachtige suite, die tot de krachtigste werken behoort die er in dit taalgebied, en ook ver daarbuiten, te horen vallen. “Ook voor Jou” is een indrukwekkende plaat, waarmee Kris De Bruyne bevestigt wat iedereen al wel in hem had vermoed.” Kris weet nog precies hoe Amsterdam tot stand kwam. “Op zekere ochtend, het moet een uur of halfzeven zijn geweest, belt Jo Muylaert bij Kris aan, neemt plaats aan de piano van Kris en speelt enkele akkoordenreeksen voor die hem de nacht voordien te binnen waren geschoten. Op basis daarvan en zo’n vijftien minuten later is de songtekst Amsterdam geboren. Daarmee was de Vlaamse muziek in één klap een monument rijker.

Van Amsterdam verschijnen er nadien een aantal covers, onder meer in 1992 door Hans de Booij, in 1997 Mama’s Jasje, en Axelle Red in 2005, e.v.a.

Philips stelt al gauw voor dat Kris begint aan een nieuwe elpee die als werktitel Ballerina’s heet. De broers Koen en Kris zijn laaiend enthousiast. Kris zingt voor Koen in zijn huisje in Grimbergen een 15-tal songs voor waaruit ze samen een selectie maken. Koen is uiteraard de producer. Ze mikken op de Philips-studio’s in Nederland voor een drietal weken. Zo gezegd, zo gedaan. De opnamesessies lopen gesmeerd, maar Koen en Kris moeten in de weekends terug naar huis omdat ze beiden hun concerten te spelen hebben. In die periode – ze zitten nu halfweg de opnamen – sterft Koen totaal onverwacht aan een hersenbloeding, vijftien maanden nadat hun broer Joost, de kunstschilder, al was gestikt door CO2-vergiftiging in zijn schildersatelier. Koen was in die tijd een erg invloedrijke en talentvolle pianist, arrangeur, sessiemuzikant en producer die op heel wat groepen uit de jaren zestig en zeventig zijn stempel heeft gedrukt: Live, Carriage Company, Paul’s Collection, Johan Verminnen, Zjef Vanuytsel, Ferre Grignard, Placebo, Johan Verminnen, Will Tura, Black Blood, Octopus, Funky Tramway en wereldtournees met Adamo, e.v.a. Kris zit in zak en as, en gaat op zoek naar een andere producer in het land, maar geen van hen durft het aan die verantwoordelijkheid van Koen over te nemen. Hij moet nog alle songs inzingen en staat er moederziel alleen voor. Zeer tegen zijn zin, de lol was er wel af. Dat inzingen, het mixen en de mastering belasten hem zwaar, de emoties zijn te groot, en hij zingt zijn songs totaal neutraal en ongeïnteresseerd. De anders zo lovende pers is deze keer snoeihard: “Ballerina’s van Kris De Bruyne is een mislukte plaat!. Kris voegt hier tijdens ons interview het volgende nog aan toe: “De platenfirma verplichtte me om die plaat af te werken, want nadat Koen overleden was, had ik er alle interesse in verloren. Het is en blijft zijn plaat. Ik was alleen maar de zanger van dienst!

Op zijn volgende elpee geproduceerd door Frans Ieven, bassist, producer, en radioman, brengt De Bruyne een eresaluut aan zijn beide broers. Hij noemt dat album Paprika, naar een van Joosts schilderijen. De song De Wrede God is een pure afscheidshommage aan broers Koen en Joost De Bruyne, de schilderkunstenaar, grafisch ontwerper en auteur. In het magazine “Billboard” van de zevende december 1979 vinden we als commentaar bij deze plaat: “Deze derde officiële elpee van Kris heeft lang op zich laten wachten. Naar gewoonte openbaart Kris zich als een autistisch, vaak sardonisch verteller van eigen en andermans leed, en met name tekstueel is hij in goeden doen. Zeer goede plaat, waar voor zijn geld.” Topsongs van dit album zijn eveneens Prachtig Nieuw Lief, Lydia d’ Ile d’ Yeu en Castelli di Cannero.

Na het overlijden van zijn beide broers is Kris er rotsvast van overtuigd dat het chronologisch nu de beurt aan hem is. Hij kan de spanning niet aan en vlucht in 1979 naar de US, Connecticut, New England! In zijn boek “In Essentie – Songs & Andere Bekentenissen” (Uitgeverij Lannoo, 2015), schrijft hij daarover: “De man met de zeis heeft me gespaard. Alles bij mekaar heb ik een kleine twee jaar in de USA doorgebracht, er gewoond, gewerkt, rondgetrokken, twaalf staten verkend. Gelukkig stond de dollar toen historisch laag, de benzine kostte haast niets en tot overmaat van plezier kwam mijn toenmalig lief Barbara me vervoegen. Om wat dollars bij te verdienen zette ik in The Fairfield County Gazette, Connecticut, een advertentie: “Young European couple is looking for domestic employment, speaking four languages”. Dat maakte daar serieus veel indruk.” Kris en Barbara worden aangenomen als housekeepers bij William Hammerstein in Bethel, Connecticut. William, die Kris “Bill” mocht noemen als zijn echtgenote er niet bij was, was de kleinzoon van het wereldvermaarde musicalcomponistenduo Rodgers & Hammerstein. En nog later, toen hij naar Wilton verhuisde waar hij de song Winter in Wilton schrijft, gaat hij werken als chauffeur voor “The Sandpiper Bookservice” in Ridgefield, Connecticut. Hij distribueert studieboeken en romans naar alle schoolbookfairs in New England, Connecticut, Maine, Vermont…

In januari 1981 keert Kris levend en gezond terug naar België terug. Hij is genezen. Maar hij wil op dat moment voorlopig niets meer met muziek te maken hebben en gaat twee jaar marketing en copyright studeren aan SRM/Stichting Reclame & Marketingonderwijs, Amsterdam. Twee jaar later richt hij het vennootschap “Acoustics NV” op, het allereerste audioproductiehuis in België. De Bruyne gaat nu opdrachtmuziek schrijven voor radio- en tv-commercials wereldwijd en muziek voor diverse soundtracks: Harry Kümel & Hugo Claus “A Day in Flanders”, bestemd voor de Kamers van Koophandel en de ambassades wereldwijd, Walt Disney Productions Benelux, Agfa Gevaert… Maar hij legt twaalf jaar later zeer tegen zijn zin de boeken neer, wegens wanbetaling door diverse klanten. Het gaat over een verlies van honderdduizenden Belgische franken.

Maar Kris gaat door, niets houdt hem tegen. In het najaar van 1984 gaat hij met zijn band opnieuw op toernee. In “Gazet van Antwerpen” lezen we: “Na jaren van Amerikaanse afwezigheid stond Kris De Bruyne dinsdag weer op een podium voor een première. En het was goed dat De Bruyne er weer stond. Hij is bij ons een van de weinigen die met een liedje een hele wereld van passie, frustratie, leven en dood kunnen scheppen”. Gelijktijdig is er de single Communication (Hart van Steen) en iets later de elpee “Kris De Bruyne Band”. Samen met Chris Peeters neemt hij de productie in handen en laat zich begeleiden door de muzikanten Jan Cuyvers, Jan Hulsens, Dirk Joris, Chris Peeters, Paul Michiels & Joanna Michel. “De Standaard” en “Het Nieuwsblad” schrijven: “De terugkeer van Van Het Groenewoud met “Habba” was een ontgoocheling. De Kreuners hebben zich dit jaar nog niet laten horen. Maar nu is er (plots) de Kris De Bruyne Band die in aanmerking komt voor de beste Nederlandstalige langspeelplaat van het jaar, en niet omdat er zo weinig concurrentie is. Er is weer hoop! ”. Massaal gedraaid is het nummer Je suis Gaga dat hij schreef samen met Chris Peeters en Abel Brantegem. Kris kan het zelf moeilijk geloven, maar de zevende december 1985 staat hij op één in de Vlaamse Top Tien. In de Ultratop is hem een veertigste plaats gegund. Tijdens ons interview benadrukt Kris dat het album “Kris De Bruyne Band” voor hem een mijlpaal is en blijft in zijn carrière, voor hem een duidelijke breuklijn met de vorige platen. Pas toen begon hij te begrijpen wat het is songs te schrijven: “Daar, bij die plaat, is mijn kunstenaarschap begonnen. Toen pas begreep ik hoe je je emoties moet structureren, hoe je realiteit kunt vermengen met fictie. Ik kreeg vanaf die plaat pas grip op mijn materiaal, daar waar het vroeger haast allemaal instinctmatig naar boven kwam.” Kris gunt zijn muzikanten alle eer. De band is zoals Wannes Van de Velde het zei : “Ne zanger is ne groep”.

Kris verrast in 1989 vriend en vijand op het Philips-label met het album “Oog in oog”. Productie: Kris zelf en twee van zijn broeder-muzikanten Jan Hulsens en Chris Peeters. In het totaal tien songs waaronder De Bodem van de Zee, Decolleté, De Vendetta en de ontroerende song Tijd om te gaan Slapen, dat werd gebruikt als muzikale slotapotheose van de acht uren-tv-reeks in regie van Frank Van Passel : “De Smaak van De Keyser”, 2008. Een jaar later op het Alpana-label volgt een Duitse versie van die elpee met “als titel Auge in Auge”. Dat levert vertalingen op als: Du, Windmühlen, Deine Augen en Alles für mich.

Samen met Chris Peeters, studiegenoot in Sint-Lukas, componeert Kris in 1990 de muziek voor de bijna drie uur durende en tweetalige documentaire “Janssen & Janssens draaien een film / Dupont & Dupond font du cinema – 25 years movie-madness from Flanders”, in regie van Robbe De Hert. Deze film geeft door middel van filmfragmenten en interviews met regisseurs als Harry Kümel, Roland Verhaevert en Guido Henderickx, acteurs waaronder Co Flower en Romain Deconinck, schrijvers-scenaristen zoals Ivo Michiels en Hugo Claus en de recensenten Maria Rosseels en Patrick Duynslaeger, een beeld van vijfentwintig jaar movie-madness in Vlaanderen. EMI Belgium bracht aansluitend een cd uit met de hoofdthema’s van de film, met een prachtige hoes van Bob De Moor.

Dat jaar is er op het RCA-label Waarheen je ook mag Lopen, de Amnesty Internationalsingle gezongen door Angie Dylan, Kris Wauters, Kris De Bruyne en Johan Verminnen. De productie is tevens in handen van Kris die samen met Wauters het nummer schrijft. De Bruyne covert dat jaar ook Bruce Springsteens Tougher than the Rest dat hij als Taaier dan de Rest vertaalt voor de cover-lp van Radio 1 “Neem je tijd”, plus Elvis Costello’s Girls Talk. Kris vertaalt die songtitel niet.

We moeten opnieuw drie jaar wachten voor Kris cd–matig nog iets van zich laat horen. Dat wordt op het Alora-label het album “Keet in de Lobby” dat hij laat producen door niemand minder dan Thé Lau! Thé twijfelde eerst omdat hij de bedoeling van Kris niet meteen begreep. Kris wou een plaat in de studio, maar net zo live klinkend als een heus concert. Met de monitors vlak voor alle muzikanten en vlak voor Kris. Overspraak? Daar zat Kris helemaal niet mee in. En Kris vond Thé daarvoor de meest geschikte man. Die ging nadien door de knieën en zorgt er samen met Kris voor dat dit een van de eerlijkste platen is geworden die Kris in al die jaren heeft afgeleverd. Het eindresultaat werd een harde elektrische plaat met twee elektrische gitaren op de voorgrond. “Dit is mijn meest agressieve plaat ooit “, zegt Kris met klem tijdens ons gesprek. Kris wilde met deze platen even komaf maken met het feit dat hij in sommige media de voorbije jaren werd neergezet als de “softe balladeer”. Met dit album wilde hij even een muzikale vuist maken. De tweede februari 1993 lezen we in “De Morgen” hierover: “Het is een voortreffelijke verzameling van een Vlaamse rocker die alleen nog een plaat maakt als hij werkelijk iets te zeggen heeft. Een voorbeeld dat tot navolging strekt.” Volgens “Het Nieuwsblad” is “Keet in de Lobby” de beste Kris De Bruyne-cd tot dan toe en in “Het Zondagsblad” lezen we dat Kris zichzelf opnieuw heeft uitgevonden. Naast de titelsong hoor je op deze plaat songs als: Winter in Wilton, Spanish Eyes, Waar ik voor Leef en Het Varken van de Hoge Venen. Als single uit dit album is er Das Leben ist so Schön (Kris de Bruyne’s Nachtmerrieblues Nr. 6).

In 1993 verschijnt op het Alora-label de dubbele verzamel-cd “Wedersamengesteld”, eenendertig van zijn tot dan toe bekendste songs, en pas dan merken velen hoeveel knappe songs Kris in de loop van al die jaren wel bij mekaar heeft geschreven en gezongen. Een jaar later is er het boek “Sire, Dit is Rock & Roll” – De 100 beste Belgische songteksten – Samengesteld door Kris De Bruyne & Stijn Meuris” (Dedalus, 1994). Met een voorwoord van beide heren. En met een prachtige cover van Ever Meulen !

In 1994 schrijft Kris in twaalf dagen tijd zestien nieuwe songs in het Ardense romantische piepkleine dorpje Mirwart, niet ver van Saint-Hubert. Alle zestien songs kwamen terecht op de gelijknamige cd “Mirwart”. De elfde mei schrijft Jacky Huys hierover in “Knack Weekend”: “Mirwart is een werkstuk waarop De Bruyne even vitaal klinkt als in de jaren zaliger en dat heeft minder met de harde rockgitaren te maken dan met de vlam binnenin. Anderen van zijn generatie slapen, zijn dood, zitten naast het zwembad of op een mansarde. Hij doet nog altijd mee.” Twaalf songs, waarvan de nummers Meisje in het Blauw, Schone Schijn en Voor je gaat moet je eerst Leren hoe je Komt op single een apart leven gegund wordt. Als hommage aan de man die als eerste in hem geloofde, schrijft Kris de Wannes Van de Velde Blues.

Op het Alora-label is er in 1995 een nieuwe versie van De Peulschil, deze keer met vrienden Kommil Foo/Raf & Mich. Ook op het Alora-label verschijnt in 1996 in een productie van alweer Chris Peeters het album “Van Mijlenver over de Grens”. In “Het Nieuwsblad” van de tweede november schrijft Jan de Vos daarover: “Op zijn recent verschenen cd grijpt Kris De Bruyne nadrukkelijk terug naar het muzikale recept waarmee hij omstreeks 1970 zijn eerste successen boekte: intimistische, akoestisch getinte liedjes met teksten over de mooie en minder mooie dingen des levens. De Bruyne in volle glorie dus!” Uiteraard is de akoestische gitaar van Kris en zijn band sterk aanwezig, maar het zijn de dobro van Fabricio Mancini en de Normandiër Gwénaelt Micault op bandoneon die de kleur van het album bepaald hebben.

Om zijn dertigjarige carrière in de bloemen te zetten, trakteert Kris zichzelf en zijn publiek in 1998 op het dubbelalbum “30 Jaar Zwervend bestaan”, een dubbel-cd waarop een deel van zijn eigen songs opnieuw wordt opgenomen, met o.a. het Frank Hellemont Strijkkwartet, Patrick Riguelle, Wigbert Van Lierde. De productie van deze dertig songs is in handen van Michel Bisceglia. De zeventiende december schrijft Dirk Steenhaut daarover in “De Morgen”: “Het lijkt een beetje vroeg: een artiest die op zijn achtenveertigste al uitgebreid begint om te kijken. Toch denkt Kris De Bruyne nog lang niet aan ophouden. Zelf spreekt hij ’t liefst over een tussentijdse balans, even stilstaan bij het verleden om daarna de toekomst nog vastberadener te lijf te kunnen gaan. “30 Jaar Zwervend bestaan” is trouwens een van de beste platen die hij ooit heeft gemaakt. Niet alleen blijkt uit het materiaal dat De Bruyne een erg getalenteerd liedjesschrijver is, die alleen in tijdgenoten als Jan De Wilde en Raymond van het Groenewoud zijn gelijke vindt, hij zingt ook beter en meer doorvoeld dan ooit. Maar er zijn nog meer tekenen van artistieke rijpheid, vooral in de teksten.” De songs Castelli di Cannero en Lydia d’île d’Yeu worden ook op single uitgebracht. Tegelijk is er ook het boek “30 Jaar Zwervend Bestaan” onder redactie van o.a. Denise Belmans, Herwig Deweerdt en uitgever Marc Vandepitte. Of zoals Jan De Wilde formuleerde: ”Dit is het liber amicorum van Kris”. Andere gastschrijvers zijn o.a. Herman Brusselmans, Eriek Verpale, Jan De Wilde, Bart Plouvier, Chris Peeters, Lamp (Guido Van Hellemont) & Lazerus (Wim Bulens), Jari De Meulemeester van de Ancienne Belgique, e.v.a.

In 2000 is er het album “Zakformaat XL No.1 ” dat Kris opneemt samen met Patrick Riguelle en Wigbert Van Lierde. Dit supertrio neemt op het CNR-label veertien songs op waaronder Nooit meer voor Altijd, Zeven zonden en Het leven is Kut, lievelingssong van Lucas Van den Eynde! Dit staat de tweeëntwintigste mei daarover in de “Financieel Economische Tijd” geschreven: “Bestaat er zoiets als een supergroep met een gezond relativeringsvermogen en een levensnoodzakelijke dosis humor? Heeft Vlaanderen een eigen Crosby, Stills & Nash en kan een gedeelde liefde en passie voor de gitaar het ego op een zijspoor schuiven? Blijkbaar wel wanneer je naar “Zakformaat XL No. 1″ luistert.”

In 2001 komt het album “Buiten de Wet” uit onder het label Culture Records, geproducet door het duo Michel Bisceglia en Mauro Pawlowski. Geen toegevingen aan de stille wetten van de radio en de commercie, maar gewoon stijfkoppig zijn eigen ding doen, is ook nu weer voor De Bruyne het uitgangspunt. In “De Morgen” schrijft Rudy Vandendaele recht uit zijn hart: Ik Lach mij Kapot is een van de mooiste Nederlandstalige songs die ik de afgelopen jaren heb gehoord: strak van compositie, melodieus, erg goed gezongen, en briljant in zijn eenvoud. Zo, dat moest er even uit. Kris De Bruyne heeft dit nummer samen met de befaamde Mauro Pawlowski geschreven. Het luidt veelbelovend zijn nieuwe cd “Buiten de Wet” in. En die belofte wordt ingelost.” Ook de nummers De Letter van de Wet, en Zo Simpel is Dat, vinden hun weg richting single. In “Knack Magazine” lezen we: “Songschrijven moet je De Bruyne natuurlijk niet meer leren. Kris is een man van de inhoud, laat anderen zich bekommeren om de vorm. Denk maar aan wat Thé Lau van The Scene deed op “Keet in de Lobby”. Op “Buiten de Wet” laat Mauro Pawlowski de nummers openbloeien. Klinkt de cd aangenaam, tekstueel is ze scherp. De Bruyne zingt over zelfmoord, god en balorigheid, maar ook over de zoete liefde.” In 2001 is er de gelijkekansenbeleid-cd “Groot Gelijk” waarop Kris te horen is met De letter van de wet. Op dat album horen we onder anderen ook Paul Michiels, Clouseau, Yasmine, Kommil Foo en Raymond van het Groenewoud aan het werk.

Twee jaar nadien start Kris aan een tournee samen met Dany Caen onder de muzikale noemer “De Schone & Het Beest”. Dany Caen, de mooiste Vlaamse vrouwelijke bluesstem ever, vooral bekend als backingzangeres bij o.a. Clouseau, Rob de Nijs, The Scabs, BJ Scott… Zij en Kris kennen elkaar al langer. Honderden uren hebben ze samengewerkt in opnamestudio’s voor cd-, theater- en spektakelproducties en voor radio- en tv-commercials. In het programmablad lezen we: “Twee in Eén” wordt een mengeling van bekende songs van Kris De Bruyne, een selectie van eigen en andere nummers van Dany Caen, en gloednieuwe, nog nooit eerder gehoorde songs. De individuele verschillen tussen De Schone & Het Beest vloeien in de loop van de avond op verraderlijke wijze in elkaar. Werkelijkheid wordt schijn, in dromen van realiteit. Of omgekeerd? Een vocaal en muzikaal huwelijk als een spiegel van de relatie bij u thuis.” Als aanloop naar die tournee is er de schitterende single Nieuwjaar in Brussel, een vertaling door Kris van de Poguessong Fairytale of New York.

In 2004 lanceert Universal de verzamelaar “Het beste van Kris De Bruyne”: elf klassiekers van Amsterdam tot en met Lieve Jacoba. Dat jaar werkt Kris ook mee aan de benefiet-cd “Te Gek”, ten voordele van de psychiatrische instelling “Sint-Annendael” te Diest. Hij schrijft en zingt samen met Mauro Pawlowski de song Al wie dit Hoort. Aan deze cd werken onder meer ook Roland, Patrick Riguelle, Guy Swinnen en Kathleen Vandenhoudt mee.

Het album “Westende Songs” wordt een jaar later gereleased op het LC Music-label en werd opgenomen in de ’Studio Toots’ van Radio 1. Het eindresultaat is een ongeveer zevenendertig minuten durende solo-cd. Producer van dienst is Jean-Marie Aerts: “Kris liet me weten dat hij de best klinkende Nederlandstalige akoestische cd aller tijden wilde maken en dan sta ik scherp”, onthulde Jean-Marie aan de Vlaamse media. Voorts vertelde hij: “Ik heb me klankgewijs laten inspireren door opnames van John Lee Hooker en Robert Johnson. De plaat klinkt meer bluesy dan heel wat bluesplaten. Alle eer daarvoor aan Kris.” “De Morgen” schrijft: “Het eerste wat aan de nieuwe cd opvalt, is de prachtige akoestische klank. Die sound vormt het perfecte contrapunt bij de prachtige liedjes die De Bruyne op zijn medemens loslaat. Hij krijgt daarbij spaarzame maar prachtige rugdekking van Patrick Riguelle, Henri Ylen en Filip Casteels. Als leuk toemaatje krijgen we ook twee bijdragen van Luc De Vos.” Ook “Knack” reageert lovend op deze release: “Met weinig middelen worden tonnen sfeer gecreëerd: geconcipieerd met zicht op zee is dit de blues en americana van aan de Vlaamse kust!” Voorts lezen we links en rechts: “Toch zijn De Bruynes liedteksten en gitaarspel niet bedolven onder overlappende geluidslagen, want de overdubs laten het sobere en eenvoudige karakter van de oorspronkelijke opnames intact. Zo wordt er voldoende ademruimte gegeven aan de zangpartijen, en komt de klemtoon automatisch op de tekstuele inhoud van de songs te liggen. Het al dan niet geslaagd zijn van een liedje hangt daardoor grotendeels af van de sterkte van de lyrics.”

2006 Groot Feest: Liesbeth List, Eva De Roovere, Lucas Van den Eynde en Kris De Bruyne gaan samen op tournee met het programma: “Kleinkunsteiland: uit liefde en respect”. Ze doen samen vijfenveertig uitverkochte culturele centra aan met Kris’ full band, in minder dan twee maanden en een half. Chef d’orchestre: Michel Bisceglia !

En de singer-songwriter blijft keihard werken. In 2007 staan er enkele speciale literaire lezingen op het programma met o.a. Jos Geysels, Karl Van den Broeck als vast panel in het reizend programma “OverLezen” waar Kris zetelt naast schrijvers als Leo Pleysier, Bernard Dewulf, Walter van den Broek, Bart Plouvier, Chika Unigwe, Gerrit Komrij en nog vele anderen.

De twaalfde januari 2008 start de eerste reeks jubileumconcerten “40 Jaar op Tournee”. Naar aanleiding daarvan wordt ook de release van de cd-box “40 jaar songs” gepland, een verzamelbox met zestig liedjes, verdeeld over vier cd’s, met op de vierde cd “specials”, nooit eerder verschenen outtakes, liveopnamen, demoversies van Hoe uit ik dan mijn Vrolijkheid, Waar ik voor Leef, Castelli di Cannero en De Aansteekster / Ik ben de Enige, de versie uit 1995 van De Peulschil en zijn allereerste single Klein Klein Kleutertje plus een allesomvattend booklet.

De tweede februari 2011 brengt Kris op het label Muziekuitgeverij, verdeeld door CNR, als vervolg op “Westende Songs” het album “La Matanza Songs” uit. De vijfde februari schrijft Bart Steenhout daarover in “De Morgen”: “Op dit album, geschreven in Spanje en Griekenland, illustreert de inmiddels zestigjarige Kris De Bruyne ten overvloede dat hij het vak nog steeds tot in de kleinste details beheerst. In Recht op Dank veegt De Bruyne met een vloeiende beweging alle verschillen tussen Vlamingen, Walen en Brusselaars van tafel middels een goeie, catchy popsong, die intussen de weg naar de radio gevonden heeft. Maar ook als de toon wat melancholischer wordt, zoals in het sobere Belle de Braque / Balle de Break kun je er niet omheen dat De Bruyne nog steeds op topniveau staat. De arrangementen zijn subtiel en uitgepuurd, meestal opgebouwd rond akoestische gitaar en vleugelpiano, maar af en toe (in het aanstekelijke I Kori Mou bijvoorbeeld) duiken er blazers op om het geheel een speelse toets mee te geven. Zowel Lies Steppe als Neeka vervullen gastrolletjes, en met Mag je Nooit Jezelf Verliezen in de Nacht heeft De Bruyne John Martyns klassieker ’May You Never’ vertaald op een manier waar de Schot (die 2 jaar geleden overleed) trots op zou zijn. De twintigste plaat van Kris De Bruyne is een van zijn allerbeste!”

In 2013 brengt Kris bij Lannoo Campus, Leuven zijn derde boek “Hoe Mooi mijn Moeder Stierf”uit, ingeleid door professor Peter De Deyn en toegelicht door professor Wim Distelmans. Daaruit deze passage: “Dit is het verhaal van het laatste anderhalve jaar van het leven van mijn moeder Gabriëlla Van Broeck. Ze had gekozen voor euthanasie en deze werd uitgevoerd op vrijdag zeventien februari 2012 om twee uur ‘s middags, vier en een halve maand voor ze negenennegentig jaar zou zijn geworden. Lichamelijk was ze in het begin niet echt ziek, in enkele vingers had ze wel wat artrose, en in haar laatste maanden viel ze geregeld krachteloos op de grond, waarna ze slechts met veel moeite en pijn weer recht kon komen. Mijn moeder wist heel goed wat ze wilde. Geestelijk was ze helder en kerngezond, zelfs tot op de laatste seconde voor haar overlijden. Maar haar leven was geleefd. Haar verdriet was onmetelijk. Haar huwelijk was een complete ontgoocheling. Daarnaast heeft ze drie zonen moeten overleven, en twee van haar drie dochters, een schoondochter en drie kleinkinderen hadden jaren voordien bijna collectief alle contact met haar verbroken. Dit alles maakte haar psychisch lijden ondraaglijk. Op haar allerlaatste levensdag kreeg ze voor de eerste keer in haar leven twee prikjes na elkaar. Ze is hand in hand met mij en mijn vrouw Lieve met een glimlach en vol vertrouwen heengegaan. Ik ben heel blij dat ik moeders euthanasie heb mogen helpen verwezenlijken onder haar niet mis te verstane leiding, gezag en toezicht. Het was indrukwekkend om te zien hoe mooi mijn moeder stierf.

Begin 2013 gaat Kris weer op tournee met enkelen van zijn zingende collega’s. “Diep in Mij” wordt een eerbetoon aan de in 2010 overleden Yasmine. Het is een overzicht van haar hele oeuvre, op een manier zoals Hilde Rens (Yasmine) het gewild zou hebben: sober, doordacht, stijlvol. Met “Diep in Mij” herleeft Yasmines repertoire in al zijn facetten. In een eigentijdse arrangementen interpreteren Clara Cleymans, Barbara Dex, Gunther  Verspecht  en Kris De Bruyne de liedjes die Yasmine uniek maakten! Veel songs zingen ze vierstemmig. De veertiende februari had in “De Roma” in Antwerpen de première plaats, en de finale van de tournee eindigt, jawel, eveneens in “De Roma”.

En dan verschijnt er nog een vierde boek van de hand van Kris. Naar aanleiding van zijn vijfenzestigste verjaardag presenteert in de maand maart van 2015 Uitgeverij Lannoo “In Essentie, songs & andere bekentenissen”. Sabam schrijft op hun website daarover: “Die songs komen van een van onze meest legendarische singer-songwriters, de man die Klein Klein Kleuterke met zijn bluesversie een cultstatus bezorgde. Nooit eerder groef Kris De Bruyne, die op 20 maart 65 kaarsjes mag uitblazen en dit jaar maar liefst 45 jaar op de planken staat, zo diep naar de roots van zijn inspiratie.  In het boek (zijn vierde publicatie intussen) vertelt hij openhartig over het ontstaan van zijn songs en brengt hij een selectie van zijn beste liedteksten. Tot nog toe staan er duizend en een concerten, tweehonderdvijftig uitgebrachte songs en zeventien albums op de teller. Zijn evergreens behoren tot het collectief geheugen: De Onverbiddelijke Zoener, Lieve Jacoba, Amsterdam, Je suis Gaga, Tijd om te gaan Slapen, Waar ik voor Leef, Vilvoorde City e.v.a. sloegen een brug tussen kleinkunst en rock. Zo verwierf de rasmuzikant “die rock zingt, maar jazz denkt” een unieke positie, tot op vandaag door jong en oud gewaardeerd.” Kris voegt daar zelf aan toe: “Pas nu, tijdens het schrijven van dit boek, begint het me te dagen wat ik allemaal bij mekaar heb geschreven. Hoe geweldig de oogst schommelt van zeer donker tot zeer lichtgevend. Al die songs bulken van ironie, of van cynisme, van sarcasme zelfs. Maar evengoed vind ik er vaak blijheid, positivisme, hoop en geluk in terug.” Of om het met de woorden van zijn collega Patrick Riguelle te zeggen: “Kris is de architect van de eenvoud die zijn stem leent aan een lied dat zegt waar het om gaat!”

Wanneer Guido Belcanto in 2015 zijn album “Cavalier seul” uitbrengt, wordt daar als single Geef me Liefde uit gelicht, een nummer dat Guido voor deze gelegenheid samen met Stijn Meuris en Kris De Bruyne zingt. De zevende februari staan zij op de vierde plaats in de Vlaamse Top 50.

Een novemberavond in 2014. “Concertzaal Trix” in Antwerpen staat volgepakt met duizend jonge en oudere enthousiaste mensen die uitkijken naar Kris De Bruynes “Radio 1-Sessie” en tv-opnamen. Kris kan je als liedschrijver en werkgever niet verdenken van enige verzuchting naar meerdere eer en glorie van hemzelf. Hij is een lid van de musicerende bende, hij is een van de jongens, ijdel en nederig tegelijkertijd. Het is mooi om te zien hoe hij de schaduw durft op te zoeken op het podium en de schijnwerpers laat schijnen op zijn vijf geweldige muzikanten: Yves Baibay op drums, Wladimir Geels op bas, Patrick Deltenre op elektrische gitaar, Gijs Hollebosch op lapsteel, resonator en akoestische gitaar, en Dominique Vantomme op vleugelpiano & hammond. Mooi ook hoe hij hen tijdens het optreden een voor een even apart neemt in een warm en geestig gesprekje. En dan neemt hijzelf weer het voortouw, de artiest die zichzelf keer op keer opnieuw uitvindt”. Alzo omschreef Mark Lefever, radioman van o.a. Studio Brussel, Klara, Radio 1 het in het booklet van de dubbel-cd, die in november 2015  onder de titel “In Levende Lijve” wordt gereleaset. Hier hebben we voor het eerst de rasperformer Kris De Bruyne op twee glinsterende cd’s altijd binnen handbereik. Naast het “Radio 1 Sessies Concert”, waarvoor Kris als special guests koos voor samenwerkingen met Kommil Foo die Arme Lolita van over het Veld zingen, Patrick Riguelle in duet met Kris in Castelli di Cannero, Neeka in duet met Kris met Ik ben de Enige, Clara Cleymans in duet met Kris met Cirkels van Goud , Mauro Pawlowski die meesterlijk gitaar speelt met Kris tijdens Nul komma Nul, Klaas De Somer, zoon van Kris, en de vaste drummer van Tourist LeMC. Tussen haakjes : Hanna, de dochter van Kris, studeert in 2015 af aan de Kunsthumaniora, Antwerpen waar ze piano en bas heeft gestudeerd. Op de bonus-cd staan zeer merkwaardige opnamen van demo’s, nieuwe songs, en een nooit eerder vrijgegeven songversie, te weten ‘s Nachts als het Donker Is, samen mét Luc De Vos.

In de loop van 2015 verschijnt onder impuls van Kris De Bruyne het complete jazz-oeuvre van betreurde broer Koen, onder meer een nieuwe release van het album “Here comes the Crazy Man” van 1974. Kers op de muzikale taart zijn de nooit eerder vrijgegeven studio-opnamen van Koens Games en Four Grand Piano Improvisations. Kris bewaarde al die tijd in zijn muziekarchieven de analoge mastertapes van bovengenoemde studio-opnamen en coördineerde samen met het Belgische platenlabel SDBAN, Gent de productie van vinyl en dubbel-cd.

Vanaf de 10de november 2017 trekt Kris nog eens met veel zin de komende maanden naar het theater, deze keer met het project “Zijn mooiste liefdesliedjes”. Kris De Bruyne, Gijs Hollebosch en Yves Meersschaert zochten uit de 280 songs van Kris naar zijn vergeten liefdesliedjes. Die liedjes waarnaar de fans na afloop van concerten bleven vragen. Deze haast verloren schat van songs was verrassender en rijker dan het trio verwachtte en inschatte. Naast vergeten parels brengen ze ook enkele hits. Gijs, Yves & Kris toveren een magische sound te voorschijn die je nog nooit hebt gehoord. Zo spelen ze onder meer op dobro & slie, accordeon, mondharmonica, piano, akoestische en elektrische gitaar en op een echte Hammond. Ze wisselen met elkaar muzikale poëzie, oor voor detail en kracht uit, met als prachtig resultaat “Zijn mooiste liefdesliedjes”: liefde en blues, amore e dolore.

Over zijn toekomst zegt Kris zelf het volgende: “Ik heb in mijn leven eenentwintig albums uitgebracht. Na “Westende Songs” en “La Matanza Songs” heb ik mezelf verplicht de trilogie te beëindigen met een album dat ik eventueel “De Eerste Songs” zal noemen”.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2015 Daisy Lane & Marc Brillouet

 

 

 

Helmut Lotti


Er wordt weleens gezegd dat muziek in je genen moet zitten. In het geval van Helmut Lotti is dat een waarheid die sluit als een bus. Zijn overgrootmoeder van vaderszijde was een mezzosopraan. Zijn grootvader van vaderszijde, Bart Lotigiers, was een sportjournalist die in de jaren vijftig en zestig chef sport was bij de krant Het Volk. In zijn vrije tijd wad hij druk beizg met zingen, want hij was een begenadigd tenor die zijn zangcarrière beëindigde als bestuurder van de “Opera van Gent”, die hij leidde van 1974 tot 1978. Er wordt beweerd dat Helmuts vader, Luc, nog beter zou zingen dan zijn zoon zelf.

Helmut werd de tweeëntwintigste oktober 1969 om vijf uur in de ochtend geboren in Sint-Amandsberg als de zoon van Luc Lotigiers en Rita Lagrou. Het was hun eerste zoon. Later wordt het gezin uitgebreid met de zonen Johan en Kurt. Wanneer hij zes is, scheiden zijn ouders en krijgt hij er nadien nog twee halfbroers bij: James en Anthony. Mama Rita ontdekt vrij snel dat zoon Helmut erg muzikaal is. Zijzelf speelt niet onaardig accordeon en piano en moedigt haar zoon aan zijn talenten te benutten. Zo vaak hij kan, luistert hij thuis naar de platen van zijn moeder: elpees van Engelbert Humperdinck en de orkesten Bert Kaempfert, The JR7 van Jacques Raymond en Helmut Zacharias. Deze laatste bepaalde voorzeker de voornaamkeuze van haar eerste zoon. Hoog in het vaandel droeg zijn moeder hét jarenvijftigidool Elvis Presley. Die zou een enorme indruk op Helmut nalaten. Met deze smeltkroes als muzikale bakermat begint Helmut op zijn zesde graag te zingen, de liedjes van bijvoorbeeld Jimmy Frey. Van opa Bart mag hij in de Gentse opera figureren in de operette “Friederike” van Franz Lehár. Hoe klein zijn bijdrage ook is, Helmut krijgt er de smaak voor het theater en het zingen voor een livepubliek te pakken.

Op zijn twaalfde, in 1982, gaat Helmut wat noetenleer volgen. Fietsen is iets wat Helmut ook graag doet en het liefst van al op een echte racefiets. Hij droomt op zijn vijftiende van een carrière als profwielrenner op te bouwen. Daar kon je geld mee verdienen. Zingen was meer iets wat je tussendoor deed, louter voor de ontspanning en de fun. Maar Helmut ontdekt te snel dat hij een controlefreak is, die niet genoeg guts heeft om een supersnelle sprint in te zetten en door de bochten te scheuren. Hij is en blijft een voorzichtig, aftastend ventje en dat speelt hem uiteindelijk parten in zijn korte wielrennerscarrière. Hij laat die droom varen, gelukkig maar, anders was hij nooit die succesvolle zanger van nu geworden.

Dan zich maar concentreren op het betere zangwerk. Op zijn vijftiende waagt Helmut zich gedurende een maand of drie aan een muzikale opleiding. Dan haakt hij af omdat hij het niet boeiend genoeg vindt, iets waarover hij later zijn spijt zal uiten omdat hij nooit een instrument heeft leren bespelen om zichzelf te kunnen begeleiden. Mama Rita blijft Helmut aanmoedigen en schrijft hem in 1989 in voor de Vlaamse preselecties van de Nederlandse “KRO Soundmixshow”, het razend populaire tv-programma met Henny Huisman. De Gentse Helmut moet helemaal naar Aarschot voor zijn preselectie. Dat is een speling van het lot: medewerker Luc Chaltin van “ABC-studio” uit Tremelo, vist hem op uit een zak vol cassettes van niet geselecteerden, nadat een kandidaat zich ziek heeft gemeld en ze op zoek moesten naar een vervanger. Helmuts cassette met Good Luck Charm erop wordt goed genoeg bevonden, maar hij krijgt de raad om een vocaler nummer te zingen in Aarschot. Dankzij dat advies gebeurt in Aarschot iets dat voor Helmut onvergetelijk blijft: hij zingt The Wonder of You en moet vlak na die performance al een bisnummer brengen van de jury, omdat het dak eraf gaat. Dat wordt Suspicious Minds, en op dat moment is het voor iedereen al duidelijk wie in Aarschot gaat winnen. Roland Beirnaert, de medewerker van ABC-studio die Helmut de goede raad over de nummerkeuze had gegeven, komt net na Helmuts optreden met hem praten over een samenwerkingsvoorstel. Hij wordt Helmuts manager. Luc Chaltin, de man die de cassette had opgevist, verzint voor Helmut de artiestennaam Kevin Leach en zal enkele maanden later met Helmut twaalf Engelstalige demo’s opnemen, die nooit op plaat verschijnen. Ondertussen gaat Helmut naar de Nederlandse soundmixshow met alweer een ander nummer van Elvis My Boy. Tot zijn eigen verbazing eindigt hij daar in de grote finale op tv de zeventiende april op een gedeelde derde plaats met veertien percent van de stemmen. ABC Studio stelt Helmut voor het liedje Love me, geschreven door Hans van Eijck, op te nemen. Zij nemen contact op met platenfirma BMG, die het wel ziet zitten op voorwaarde dat Helmut het in het Nederlands opneemt en dat onder de naam Helmut Lotti. Medewerker Roland Beirnaert zal zich als manager over de carrière van Helmut ontfermen. Mei 1989 ondertekent Helmut zijn contract bij BMG, dat door de komst van “Tien om te Zien” bij VTM voor een Nederlandstalig repertoire wil gaan. Helmut vertaalt zelf Love me en zet het als Kom nu op plaat. De derde juli ligt de single in de winkel en schiet pijlsnel naar de eerste plaats. De opvolgers Bij jou alleen en Waarom ik doen het even goed. Beide werden ook door Helmut en Hans van Eijck geschreven. De negentiende juni 1990 trouwt Helmut, ondanks zijn populariteit bij de Vlaamse meisjes, met Kimberly Grosemans. De twintigste juli krijgt hij van Radio 2 in Blankenberge de trofee “Zomerhit” in de categorie beste Nederlandstalig lied voor Bij jou alleen. In de maand oktober van dat jaar is er zijn eerste album “Vlaamse nachten”. De productie is in handen van Hans van Eijck en er wordt opgenomen in Studio Sander Bos en De Nootberg in Huizen en de Bullet Sound Studio in Nederhorst den Berg. In Sint-Niklaas wordt meteen de eerste Lotti Fanclub opgericht. Ook Vlaamse nachten verschijnt op single en wordt een regelrechte nummer één in de Vlaamse Top Tien. Hij ligt het Vlaamse publiek na aan het hart met als zichtbaar resultaat “Het Gouden Oog 1989″ als Vlaanderens populairste zanger en winnaar in de categorie “Hit van het Jaar” tijdens de “Gouden Bertjes 1990″, een organisatie van TV1.

De samenwerking met zijn manager Roland Beirnaert loopt niet gesmeerd. In 1991 komt aan die samenwerking al een einde. Intussen was Helmut manager Piet Roelen tegengekomen, die hem hier en daar wat bijstaat. Geketend door zijn contract aan manager Roland Beirnaert mondt dit uit in een rechtszaak. September 1994 wordt door de Brusselse rechtbank beslist dat Helmut en Roland elkaar een bepaalde som geld moeten betalen, wat uiteindelijk financieel op een nuloperatie uitdraait. Helmut voelt zich intussen al een tijdje een vrij man onder de vaderlijke vleugels van Piet Roelen, die hem met raad en daad zal bijstaan en Helmut adviseert grote kuis te houden en vooral tijdens interviews niet meer zo’n grote bek op te zetten. Helmut neemt namelijk niet graag een blad voor de mond en dat wordt hem door en in de media nogal kwalijk genomen.

Op vraag van regisseur Jan Verheyen neemt Helmut in 1991 voor de film “Boys”, met in de hoofdrollen onder meer Michael Pas en Francesca Vanthielen, What kind of friend op, een vertaling van de Turahit Het kan niet zijn. Inmiddels is de samenwerking met Hans van Eijck afgerond en gaat Helmut in zee met de meer pop geörienteerde Eric Melaerts, die niet alleen als producer werk levert, maar ook als arrangeur. Hijzelf, Bert Candries, Kris Wauters, Walter Mets en Yannick Fonderie zijn de muzikanten van dienst. Songs worden er geleverd door John Terra, Eric Melaerts, Penny Els en Lotti zelf. Er wordt op aanraden van Piet Roelen een duet opgenomen met Bart Kaëll, die ook onder Piets vleugels vliegt: Gek op haar, dat op single tot op een derde plaats geraakt in de Vlaamse Top Tien van de vijfentwintigste juli 1992. Ze is mijn lief doet het iets nadien één plaatsje beter.

Maar al te graag zingt hij Als je praat in je slaap, een vertaling van If you talk in your sleep, van zijn idool The King op de verzamelaar “Elvis Belgisch”.

Piet gaat zich intens met zijn poulain Helmut bezighouden en ziet er goud en zelfs platina in mocht Helmut bestaande Vlaamse klassiekers in een Engelstalig bad onderdompelen. Als aanloop vertaalt Helmut Is er een ander van John Terra en maakt er I should have known van. Als je goed luistert, hoor je dat zijn idool Elvis qua zangstijl nooit ver uit de buurt is. Als logisch vervolg is er het album “Memories” in een productie van Emile Elsen, opgenomen in de Galaxy Studio en de Dureco Studio. Technici van dienst zijn Wilfried Van Baelen en Sytse Gardenier. Intussen is de officiële Lotti Fanclub in Turnhout terechtgekomen. Vertaald worden onder meer de hits Sancta Maria van Bobby Prins, Ik ben verliefd op jou van Paul Severs en Iemand heeft je pijn gedaan van John Terra. Het concept was dus uitgewerkt door Piet Roelen, die zijn gelijk haalde, want “Memories” wordt met platina bekroond nadat het in de maand november van 1993 op de fans was losgelaten.

Goed voor goud wordt in 1995 het album “Just for you”, zijn tweede Engelstalige, eveneens door Emile Elsen geproduceerd. Er wordt in diverse studio’s ingeblikt, zoals Studio Crescendo en Sound Atelier in Bocholt. Why don’t you, I love you too en You and me, dat wij kennen als C’est ma vie van Salvatore Adamo, uit dit album belanden op single. Lotti mag van Piet ook etaleren dat hij in zijn eentje liedjes kan componeren zoals Fly away en I won’t be alone.

Maar Roelen wil meer, hij wil Lotti in de richting van de klassieke muziek sturen. Hij heeft de jaren voordien aardig in de gaten gekregen hoe de drie tenoren (Carreras, Domingo en Pavarotti) het publiek aan zich weten te binden met songs uit het licht klassieke repertoire, hij weet hoe goed Andrea Bocelli scoort én is een trouwe luisteraar van het bij Radio 2 op de zondagavond populaire “Funiculi Funicula”. Lotti liep al een tijdje rond met de idde pophits met groot orkest te zingen, liedjes van The Bee Gees, Tom Jones, Elvis Presley, The Beatles en hemzelf. Wim Bohets schrijft de arrangementen. Met het oog daarop organiseert Piet Roelen in de maand juli van 1994 in het “Casino van Knokke” én in Breda enkele concerten, waarbij Helmut de steun krijgt van een orkest van tweeënveertig muzikanten. Piet wil dat Lotti in Breda als kers op de taart zijn versie zingt van de op dat moment bekende hit Caruso van Lucio Dalla, dat het publiek op dat moment beter kent in de klassieke versie van Luciano Pavarotti. Na de uitvoering van Helmut krijgt hij van het aanwezige publiek een staande ovatie van zomaar liefst vijf minuten. Piet staat achter de coulissen en smeedt iets daarna het gedurfde plan Lotti met groot orkest te laten optreden met een repertoire van klassieke melodieën. Niemand, zelfs Lotti, gelooft hierin. Dit concept wordt de maanden nadien hier en daar uitgetest. Piets besluit staat vast, er komt een album met uitsluitend klassiekers opgenomen met een livepubliek. Er moet meteen sfeer in de lucht hangen. Omdat Piet zo zeker is van zijn stuk, vraagt hij niet eens aan platenfirma BMG hem financieel te steunen. Het is wel zo dat Piet intussen alles in uitgeverij heeft. Bij de verdeling van de rechten tussen componist, auteur, zanger en producer gaat hij met het leeuwenaandeel lopen. Lotti zal optreden met het versterkt Golden Symphonic Orchestra onder leiding van André Walschaerts (directeur van de muziekacademie van Heist-op-den-Berg). Wim Bohets wordt ingehuurd als arrangeur en vriend Peter Koelewijn als producer.

De vijftiende september 1995 hebben de opnamen plaats van “Helmut Lotti Goes Classic” in de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen. Vooraf werd er veel promotie gevoerd, onder meer via Radio Donna en het Radio 2-programma “Funiculi Funicula”. Piet krijgt de zaal vier keer na elkaar uitverkocht. De reden waarom er live wordt ingeblikt verklaart Piet als volgt: “Ik was bang van de studio. Technisch is alles er natuurlijk perfect, maar je verliest toch veel aan emotie. Hier nemen we vier opeenvolgende concerten op en kiezen we voor de beste fragmenten. Wat vreemd genoeg altijd de derde avond is!” Omdat beeld even belangrijk is, worden de concerten ook op video opgenomen. Het orkest bestaat uit tachtig muzikanten. Qua repertoire wordt er gekozen voor bekende songs en/of bewerkingen van klassieke melodieën. Een selectie daaruit: Santa Lucia, Funiculi Funicula, Ciribiribin, Caruso, O sole mio, La donna è mobile en Granada. Voor diverse liedjes schrijft Helmut een nieuwe tekst.

Wat niemand verwachtte, gebeurde. “Goes Classic 1″ wordt een bestseller. Op de teller staat na een tijdje het megagetal van 550.000 verkochte exemplaren. Gigantisch als je weet dat Michael Jackson jaren na elkaar met “Thriller” aan de top stond qua verkoop met een totaal van 360.000 exemplaren. In de slipstream van dat succes plant Helmut meteen een rist concerten: de dertiende december in de Stadsschouwburg van Antwerpen, de zes- en zevenentwintigste december in het Cultureel Centrum van Hasselt, de achtentwintigste december in het I.C.C. in Gent, de negenentwintigste december in de Stadsschouwburg van Antwerpen en de dertigste december in het Casino van Oostende.

Wallonië volgt wat de cd-verkoop betreft niet meteen, maar wel de Nederlanders. De tiende maart 1996 treedt hij daar live op in het Chassé Theater in Breda.

Omdat Piet door zijn jarenlange ervaring het klappen van de zweep kent, voelt hij aan de gigantische respons op het album en de concerten aan dat er meteen een vervolg gebreid moet worden. Opnieuw wordt de Koningin Elisabethzaal geboekt, deze keer van de negentiende tot en met de tweeëntwintigste september 1996. Piet weet ook dat je een gouden formule niet hoeft te veranderen. Ook deze keer is The Golden Symphonic Orchestra op de afspraak onder aanvoering van André Walschaerts en wordt Peter Koelewijn als producer ingehuurd. Ook al merk je dit niet meteen bij een eerste beluistering, qua repertoire zit dit album homogener in elkaar. Jaren later zal Helmut in een interview beamen dat hij dit zijn beste album in die reeks vindt. Op “Helmut Lotti Goes Classic 2″ staan evergreens zoals Amapola, Parlami d’amore Mariù, Valencia, Toreador, de Triomfmars uit Aïda, het bekende Duet uit De Parelvissers… Ook deze keer mag Helmut zich uitleven in de Engelse teksten; Piet staat Helmut zelfs toe zelf een liedje te schrijven dat perfect binnen het concept past: I don’t know why. Het succes van dat eerste album herhalen is haast onmogelijk, dat weten Helmut en Piet als geen ander. Toch gaan er van dit album 250.000 exemplaren de deur uit, alleen in voorverkoop al zo’n 200.000. Uiteraard wordt er ook een concerttournee op het getouw gezet, die de dertigste oktober 1996 in Haarlem van start gaat en de negende augustus 1997 in Oostende wordt afgerond.

Op kousenvoeten komt op zekere dag de manager van de Zuid-Afrikaanse platenmaatschappij Transistor Music bij Piet aankloppen met de vraag of de “Goes Classic 1″ niet in hun thuisland kan worden uitgebracht. Zo gevraagd, zo gedaan. Enkele maanden later mag Helmut ook daar zijn eerste gouden exemplaar in ontvangst nemen. Inmiddels hangt er thuis van de “Goes Classic 1″ een super exemplaar tegen de muur, goed voor twaalf keer platina oftewel méér dan zeshonderdduizend verkochte exemplaren. De gouden versies belandden al in een uithoek om plaats te ruimen voor het platina werk.

In de pers laat Helmut duidelijk horen dat hij niet de pretentie heeft een operazanger te zijn, laat staan iemand die met veel verve opera-aria’s brengt. Hij bewerkt ze juist om een zo breed mogelijk publiek van deze onsterfelijke melodieën te laten genieten. Daarom dat hij er ook vaak een tekst bij verzint die niet eens in de buurt van de originele komt, hij schrijft een tekst zoals hij voelt dat die bij de sfeer van het liedje past. Vanuit professionele hoek wordt gewaarschuwd dat Helmut wel voorzichtiger met zijn zangstem moet omspringen, dat hij niet gewoon is in dit register te zingen. En hoog uithalen doet Helmut voortdurend, zeker op zijn eerste twee klassieke albums. Een bezoekje aan een professionele arts zal hem leren vaker een toontje lager te zingen, zijn stem zal hem er eeuwig dankbaar voor zijn. De critici zal hij de mond blijven snoeren door voorop te stellen dat hij een popzanger is, niet meer of niet minder, en dat hij geen enkele ambitie heeft om hun heilige huisjes, lees operazalen, onveilig te maken.

Stilaan gaat ook Wallonië overstag en zien wij Helmut opduiken op foto’s naast Maurane, die haar klassieke voorkeur al liet horen in haar chanson Sur un prélude de Bach. Alleen krijgt zij iets te veel eer toegewezen door er niet bij te vertellen dat die oorspronkelijk geschreven werd door Riccardo Cocciante als Preludio di Bach. Intussen werd in Nederland de eerste “Goes Classic” ook al met platina bekroond.

Wanneer in april 1997 in Monaco de “World Music Awards” worden uitgereikt, staat Helmut op het erepodium samen met Céline Dion. Hij ontvangt daar de award “Best Selling Benelux Artist Worldwide”. De zeventiende mei kunnen wij dit van op de eerste rij meemaken dankzij een sfeerverslag dat VT4 die dag uitzendt.

28 oktober 1997: Lotti wordt die dag niet alleen achtentwintig, het is ook tijd om “Helmut Lotti Goes Classic 3″ in de markt te zetten. Deze keer wordt er opgenomen met het Kasteel Cleydael in Aartselaar als decor. Die opnamen vinden plaats van de zevende tot de tiende augustus. De beelden worden met graagte en gretigheid ingeblikt en later met evenveel graagte en gretigheid door de VRT en RTL uitgezonden. Helmut kan zich lekker uitleven in een rist klassiekers die hem na aan het hart liggen: La Paloma, Comme facette mammeta, Amazing Grace, Muss I denn, Stenka Rasin… Ook deze keer schrijft hij een pak teksten bij bekende songs én voegt er eentje eigenhandig aan toe: My love will never die. Er worden ook twee gasten uitgenodigd: zangeres Alice Libell en pianovirtuoos Jan Vayne. Ook deze keer is producer Peter Koelewijn van de partij, dirigeert André Walschaerts en verzorgt Wim Bohets de arrangementen. In voorverkoop gaan er al tweehonderdduizend stuks de perserijen uit, goed voor vier keer platina. In november zijn er al driehonderdduizend de deur uit en mag Helmut zes platina exemplaren aan zijn collectie toevoegen. In de pers lezen wij rond eindejaar dat zijn “Goes Classic 3″ het bestverkochte album van 1997 is geworden.

Helmut wordt geen rust gegund, want diezelfde maand augustus 1997 trekt hij naar Canada om daar het eerste goud voor zijn “Goes Classic 1″ (enkele maanden later wordt dat al een platina exemplaar) in ontvangst te nemen en met veel bijval op te treden in Montreal en Quebec. In Noord-Amerika wordt via PBS op tachtig kanalen zijn “TV Special” uitgezonden (bij ons vertoond als “Goes Classic 2″). De achttiende november mag hij, na een optreden tijdens “Der Goldene Löwe”, in het Gürzenich Theater in Keulen zijn eerste concert op Duitse bodem lanceren. Er zullen er de jaren erna ontelbare volgen, alle telkens tot de laatste stoel uitverkocht. Duitsland wordt zelfs op een bepaald moment Helmuts tweede vaderland. In november van dat jaar wordt Helmut goodwill ambassadeur voor UNICEF. De dertigste november zendt Eén zijn “Goes Classic 3″ uit. De Nederlandse televisie programmeert dat concert op de vijfde en achttiende december.

Als kers op de taart mag Helmut glunderend genieten van de show “Christmas in Vienna”, die de vijfentwintigste december wordt uitgezonden. Wij zien Helmut zingend naast wereldsterren als Placido Domingo, Riccardo Cocciante en Sarah Brightman. Dit geeft zijn carrière wereldwijd een extra boost. Begin januari lezen wij in de pers dat Helmut, na overleg met zijn echtgenote Kimberly Grosemans, besloten heeft in alle stilte uit elkaar te gaan. De jaren die volgen zullen voor Kimberly niet over rozen gaan, zij zal vaak negatief in de pers opduiken. Voor hun dochter Messalina evenmin. In een artikel dat in 2012 in de pers opduikt, geeft Helmut toe dat hij vooral een afwezige vader voor haar is geweest. Hij was voortdurend op tournee en het juridische getouwtrek na hun scheiding heeft hun contact erg vertroebeld. Toen hij in 2012, Messalina is dan al 21, het liedje Voed me op schreef, kon hij wat van zijn negatieve gevoelens kwijt en groeiden zij weer naar elkaar toe. “Land na land veroverd, maar nooit mijn eigen bloed. Veel te druk voor touwtjespringen of sprookjes voor het slapengaan. Ik schoot tekort met ongepaste spoed, van het eerste lief tot de laatste klas is me allemaal ontgaan! Ik werd nooit papa, wij werden nooit wij!”

Iets blijer van toon die maand januari 1998 is het bericht dat Helmut een “Zamu Award ’97″ krijgt overhandigd. Hij ontvangt ook nog maar eens een “Gouden Oog” van VTM als beste zanger. In de maand juli van dat jaar trekt hij naar Montreal, waar hem het ereteken van de stad wordt opgespeld en hij platina exemplaren ontvangt voor zijn “Classic-cd’s” en een platina video voor meer dan vijftienduizend verkochte exemplaren van zijn video’s.

Piet smeedt ondertussen snode plannen, muzikale dat wel, en besluit om de twaalfde, dertiende en veertiende augustus in de Sint-Romboutskathedraal in Mechelen de classicreeks af te ronden met “The Final Edition”. Ook deze keer zijn The Golden Symphonic Orchestra, Wim Bohets, Peter Koelewijn en André Walschaerts op post. Lisa del Bo mag hem flankeren tijdens Love is life, een bewerking van de Canon van Pachelbel. Voorts eigen interpretaties van Greensleeves, Pourquoi me réveiller, Plaisir d’amour, het Menuet van Boccherini, Danny boy en het Adagio uit het Klarinetconcerto van Mozart. Ook Piet Roelen zet zich aan het componeren en schrijft samen met Helmut How I wish. Helmut in zijn dooie eentje You’ll be my love. Een belangrijke stap in de verdere uitbouw van de carrière wordt zijn overstap van BMG naar platenfirma Polydor/Universal. BMG vangt achter het net omdat ze daar niet in de internationale carrière van Lotti geloven, zij aarzelen. EMI gaat in Duitsland met de eer lopen. Piet sluit de deal af in naam van zijn bedrijf Piet Roelen Productions. Die deal met Polydor moet wat opleveren, want het Amerika-avontuur alleen al heeft zo’n miljoen dollar gekost. Het zit Piet dan ook wat hoog dat op het moment van die overstap en de release van “The Final Edition” BMG België op de markt komt met de verzamelaar “Helmut Lotti Romantic 20 Unforgettable Ballads”, een verzameling van twintig in het Engels gezongen songs die Lotti eerder voor hen had opgenomen. Binnen de kortste keren bereikt deze cd de platina status. Een jaar later verschijnt het vervolg “Romantic 2 More Unforgettable Ballads” op de markt. Deze zet is begrijpelijk, want door de niet-verlenging van hun contract weet BMG dat zij door dat vroegtijdig ophouden van het Lottiverhaal miljoenen verliezen.

“The Final Edition” wordt door VTM op tv geëtaleerd: een eerste keer de eenentwintigste november 1998 tijdens “The Making Of” en de achtentwintigste november het concert zelf. Van het album zelf gaan er nog voor het einde van het jaar tweehonderdduizend exemplaren over de toonbank. Omdat het blijkbaar niet op kan, blikte Helmut intussen ook nog eens het “A Classical Christmas with Helmut Lotti” in, eveneens in de Romboutskathedraal in Mechelen. Alle bekende en gekende kerstklassiekers passeren hier de revue. Samen met kindsterretje Michael Junior zingt hij Panis angelicus. Speciaal voor deze cd schrijft Helmut It’s Christmas. De elfde december zendt VTM dit kerstconcert uit. Waar hij de nodige adem vandaan haalt, blijft voor ons een raadsel, want de twaalfde, dertiende, zestiende, zeventiende, achttiende en negentiende december is “Helmut in Concert” te zien in Vorst Nationaal. Omdat hij er zijn hand niet voor omdraait, maar er blijkbaar toch enorm van onder de indruk is, wanneer hij op levensgrote billboards zijn foto ziet afgedrukt, treedt Helmut de zestiende januari 1999 met veel bravoure op in de legendarische Avery Fisher Hall op Broadway in New York. Deze zaal maakt deel uit van het Lincoln Center For The Performing Arts, vaste thuisbasis van The New York Philharmonic, goed voor 2738 zitjes. In Amerika maakt Piet gebruik van de connecties die Paul Ambach van organisatiebureau Make It Happen daar door de jaren heen heeft opgebouwd. Ambach koppelt aan dat optreden in New York ook een concert in Boston. Beide geraken tot verbazing van heel wat critici uitverkocht. De Amerikaanse pers reageert door de bank gematigd. Toch vallen een aantal artikels op, onder meer in The Boston Globe : “Lotti Classic Repertory with a Chippendale’s Act”. Amerikanen vergelijken Lotti in dezen met sterren als Tom Jones en Liberace. Marketing doet in dezen méér dan zijn werk. In het totaal zal Helmut drie weken Canada en de USA toeren, in de USA alleen al goed voor negen concerten, waarvan acht volledig uitverkocht.

Helmuts concertagenda staat bol van de optredens. Tussen eind 1998 en het voorjaar van 1999 geeft hij negen concerten in België, veertien in Nederland, twee in Canada, twee in de USA, acht in Zuid-Afrika, acht in Duitsland, één in Zwitserland en één in Denemarken. Vooral Zuid-Afrika ligt Helmut bij dit alles na aan het hart. Zijn “Classics” zijn daar elk goed voor telkens tweehonderdduizend exemplaren. Vooral zijn optredens in Midrand in de buurt van Pretoria zal hij nooit vergeten. Kers op de taart is zijn optreden de elfde juni 1999 in de “Olympia” in Parijs. Ook hier wordt de steun van Make It Happen ingeroepen. Zij krijgen een halfjaar de tijd om het concert in de markt te zetten en aan te prijzen. Niet makkelijk, want Lotti heeft bij onze zuiderburen op dat moment nog geen enkele cd aangeboden. Daar wordt aan tegemoetgekomen door de negende maart “Goes Classic 3″ uit te brengen onder de titel “Helmut Lotti chante les Classiques”. Drie maanden later zijn er negentigduizend exemplaren van verkocht. Helmut is vervolgens te gast in de populaire tv-shows van Patrick Sébastien over Michel Drucker tot en met Jean-Pierre Foucault en Pascal Sevran. Eindresultaat: de Olympia geraakt tot de nok gevuld.

De zevenentwintigste juni van dat jaar, de pret kan blijkbaar niet op, staat Helmut te zingen in het Olympisch Stadion in München naar aanleiding van een benefietconcert, op het getouw gezet door niemand minder dan Michael Jackson ten voordele van het Nelson Mandela Kinderfonds en het Rode Kruis. Op de affiche staan onder meer ook Boyzone, All Saints, Luciano Pavarotti, Zucchero en Andrea Bocelli. Een optelsom op het einde van dat jaar leert hem en zijn management dat hij vier miljoen cd’s heeft versast. In ons land alleen al goed voor vierendertig platina en drie gouden platen.

In 1999 zet Helmut weer het record neer van bestverkochte album in ons land met zijn cd “Out of Africa”, in voorbestelling alleen goed voor meer dan honderdduizend exemplaren en meteen drie keer platina. De titel spreekt boekdelen: Afrikaanse klassiekers zoals Malaika, Shosholoza, Sarie Marais, Tula Tula en Pata Pata. Er is ook een cover van de bekende hit The lion sleeps tonight van The Tokens. Ook nu weer zijn Peter Koelewijn, The Golden Symphonic Orchestra en André Walschaerts te gast. Opgenomen wordt er in de Galaxy Studio in Mol en de Wisseloord Studio in Hilversum. Van eigen makelij zijn de liedjes Out of Africa, Minapendawe, dat Helmut samen met Will Tura schrijft, en African sunrise van de hand van Peter Koelewijn. Gezweet wordt er tijdens de opnamen van “Out of Africa” in Zuid-Afrika zelf. Deze keer is de show voor de eerste keer te zien op La Une, begin december. Wie het live wil meemaken, kan de zeventiende, achttiende en negentiende december 1999 terecht in Vorst Nationaal.

Samen met Toots Thielemans, Koen Wauters en Ingeborg zingt Lotti in het kader van de VTM-actie Levenslijn 2000 het lied Wondere reis, een cover van Wonderful life van Black in een productie van Eric Melaerts, dat negen weken op één blijft staan in de Vlaamse Top Tien, goed voor goud. Het album “Out of Africa” wordt enkele dagen later tijdens de “Zamu Awards” uitgeroepen tot het bestverkochte album van het voorbije jaar. En het blijft onderscheidingen regenen. Uit handen van justitieminister Marc Verwilghen en Europees commissievoorzitter Romano Prodi krijgt Helmut een platina award voor de verkoop van enkele miljoenen albums, een initiatief van IFPI (International Federation of the Phonographic Industry).

Met veel toeters en bellen wordt begin maart 2000 het boek “Helmut Lotti, het Succesverhaal” van muziekjournalist Thierry Coljon door uitgeverij Houtekiet aan de pers voorgesteld.

Privé heeft Helmut na zijn scheiding steun gevonden bij zijn nieuwe geliefde Carol Poe, een meisje uit Luik dat in Knokke woont. Angstvallig houdt hij haar voor de pers verborgen. Zijn voormalige platenfirma BMG wil nog een graantje van zijn succes meepikken en brengt begin 2000 de verzamelaar “Vlaamse Hits” op de markt met zijn vroegere hits zoals Bij jou alleen, Het meisje van de buren, Trein naar Oostende en Kom nu.

Ondanks een overvolle concertagenda blijft Helmut gul naar zijn fans toe en laat hen zeker niet op hun honger zitten. In 2000 is er het album “Latino Classics”. Er kan lustig worden meegezongen met zuiderse evergreens zoals Guantanamera, La Cucaracha, Cuando calienta el sol, La Bamba en Besame mucho. Van de hand van Paul Anka is er de hit Eso beso. Wij hoeven het team niet meer op te sommen, want alle getrouwen zijn ook deze keer van de partij. Never change a winning team geldt meer dan ooit. Het begint wat saai te lijken, want ook deze keer gaan er gemakkelijk tienduizenden cd’s in voorverkoop over de toonbank, nog voor de release al goed voor platina, acht weken aan de top van de Album Ultratop Vijftig. Toch zal Helmut achteraf toegeven dat hij vond dat er niet uit kwam wat erin zat. Productioneel vindt hij deze albums namelijk zowat het beste wat hij ooit heeft ingeblikt. In oktober is er de bijbehorende video en de achttiende november zendt VTM de reportage uit “The Making of Helmut Lotti Latino Classics”. Een week later wordt het hele album uitgezonden, voorzien van beelden die eerder in Mexico werden opgenomen. Vanaf de zesentwintigste december gaan zijn latinoconcerten in Vorst Nationaal van start, waarna het Forum in Luik, de Limburghal in Genk en de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen de revue passeren. Ook Nederland mag meegenieten van deze wervelende show, waarin ook Michael Junior als special guest optreedt.

De zestiende februari 2001 treedt Helmut in Oosterzele in het huwelijk met Carol Jane Poe. Carol heeft een Belgische moeder en een Amerikaanse vader. Zij ontmoette Lotti eerder toen zij haar vader, een opticien in Knokke, hielp bij het fotograferen van een wieleraankomst waar ook Helmut aanwezig was. Een jaar later ontmoeten zij elkaar opnieuw. Het klikt niet meteen, maar na een trip naar Parijs die eindigt aan het Gardameer, wordt vriendschap gesmeed. Via een zelfgeschreven liedje zal hij haar nadien vanuit Duitsland telefonisch ten huwelijk vragen. Het wettelijk huwelijk heeft op het gemeentehuis in Merelbeke plaats, waarna in de kerk in Landskouter, een gehucht van Oosterzele, het kerkelijk huwelijk wordt ingezegend. Aan de kerk merken wij zelfs Nederlandse en Duitse cameraploegen op, al staan er buiten amper vierhonderd kijklustigen opgesteld. Veel zullen wij de jaren nadien over hun relatie noch horen noch lezen. Al snel blijkt dat zij elk hun eigen leven gaan leiden. Carol begint met de financiële steun van Helmut met haar eigen duikschool Bubble & Dive annex winkel in Gentbrugge. Door zijn overdrukke agenda is Helmut amper thuis en moet zich steeds aanpassen wanneer hij nog eens in zijn eigen bed kan slapen. Het valt hem almaar vaker op dat hij en Carol niet dezelfde passie delen. Hij houdt niet eens van duiken. Ook hun karakters blijken uiteindelijk té ver uit elkaar te liggen. De negenentwintigste maart 2005 laat Piet Roelen via Belga weten dat Carol en Helmut een punt achter hun relatie zetten. “Beide partijen namen deze beslissing in alle vriendschap en willen die nu in serene stilte verwerken”, zo staat er te lezen. Gelukkig voor Helmut heeft hij veel uit zijn eerste scheiding geleerd, zodat zijn tweede scheiding hem contractueel minder problemen oplevert.

Dit even om dat verhaal in een paar alinea’s af te ronden en weer over te stappen naar Lotti’s carrière. Hij ligt in Duitsland erg goed in de markt en mag “Die Goldene Stimmgabel” in ontvangst nemen als beste vertolker van klassieke muziek en een “Amadeus Austrian Music Award”, in Oostenrijk de hoogst bereikbare prijs in de populaire muziek. In september 2001 ligt als verlengstuk van zijn vorige album “Helmut Lotti Latino Love Songs” in de winkel. Ook deze keer is Helmut apetrots over de productie, niet zo’n hoge score als hij met zijn classics gewoon was, maar tweehonderdduizend verkochte exemplaren is uiteraard nog altijd een resultaat om mee te pronken. Gekozen wordt er qua repertoire voor romantische songs als Cucurrucucu Paloma, Ave Maria no Morro, Amor, Quiereme mucho en Quizas quizas quizas. Een uitschieter en erg goed gezongen is en blijft Puerto Mont. De Galaxy Studio’s zijn ook deze keer de perfecte plek om in te blikken. De special “The Making Of” die VTM de eenentwintigste oktober 2001 uitzendt, laat een Lotti zien die met volle teugen geniet van zijn succes en van de liedjes die zijn stem erg goed liggen. De achtentwintigste oktober wordt het concert in de Limburghal in Genk ingeblikt en vermengd met beelden in Mexico opgenomen, die resulteren in de special “Helmut Lotti Latino Love Songs”. Wat opvalt is dat dit album in Oostenrijk gul onthaald wordt, goed voor de gouden status. Ook de gouden status voor dit album in Nederland, België, Zwitserland en Scandinavië. Een jaar later ontvangt Helmut “Die Goldene Feder” in de categorie “Unterhaltung”, een mediaprijs toegekend door een aantal hoofdredacteuren. Lotti mag voor de aanwezigen in zijn beste Duits speechen. Onder de aanwezigen niemand minder dan voormalig bondskanselier Helmut Kohl.

Het kon niet uitblijven of in deze reeks cover-cd’s moest en zou er eentje bij zitten van zijn idool Elvis Presley. Waarom geen album aan hem ophangen en voor de opnamen van de special ervan naar de woonplaats van The King trekken, daar waar het allemaal gebeurde: in Memphis, Nashville, Las Vegas en zijn geboorteplek Tupelo. Er wordt zelfs één nummer ingeblikt in de legendarische Sun Studio in Memphis, daar waar het Elvisverhaal in de jaren vijftig begon. Lotti wordt er begeleid door drummer D.J. Fontana en gitarist Scotty Moore. Dat levert schitterende en unieke beelden op voor de special “My Tribute To The King – The Documentary”. Die wordt de zestiende augustus om twintig over negen uitgezonden op VTM en om acht uur op Club RTL. Het album zelf wordt in de Galaxy Studio in Mol ingeblikt. Producer Peter Koelewijn is deze keer nergens te bespeuren. Zijn plaats wordt ingenomen door Wilfried Van Baelen en Helmut Lotti zelf. Toch zal Helmut in een later interview vertellen dat hij niet volledig akkoord ging met de liedjes die op het album zouden verschijnen. De keuze van Piet Roelen kreeg iets te veel de bovenhand. Piet hield eraan dat er vooral gegaan werd voor de Presleyklassiekers en die staan er dan ook op: Suspicious minds, Crying in the chapel, Are you lonesome tonight, Such a night, Heartbreak Hotel, Kiss me quick… Helmut kan het niet laten ook zelf iets te schrijven en dat wordt Thank you en If you were mine. Hij tekent voor zowel de tekst als de muziek. In de persmap lezen we: “Dit album is zoals het schilderij van René Magritte ‘Ceci n’est pas une pipe’. ‘My Tribute To The King’ is niet Elvis Presley.” Het album wordt de vijfde augustus 2003 voorgesteld in “Château du Lac” in Genval en tweetalig voorgesteld door Mark Uytterhoeven. Op de achterflap schotelt Helmut ons zijn concertagenda voor: de vijftiende augustus treedt hij in de Capitole in Gent op en iets later in het “Casino van Oostende”. Wij zullen hem pas terug op Belgische bodem zien de vierde januari 2003 in de “Limburghal” in Genk en de twaalfde januari in het “Forum” in Luik. Tussendoor spendeert hij het leeuwenaandeel van zijn tijd in Oostenrijk, Zwitserland en Duitsland. Februari 2003 is weggelegd voor concerten in Denemarken en Finland. Hij verneemt tijdens de concerten door dat “My Tribute To The King” in België en Nederland met platina werd bekroond en in Duitsland en Zwitserland met goud. Hij komt tegemoet aan zijn weddenschap dat wanneer van dit album meer dan één miljoen exemplaren worden verkocht, hij zijn Saab Cabrio roze laat spuiten. In Duitsland ontvangt Helmut uit handen van kroonprins Filip de “Goldene Kamera”, een felbegeerde award als beste “classic-popzanger”. Ondanks de drukte dat jaar maakt Lotti graag tijd vrij om deel te nemen aan de eerste editie van “De Slimste Mens” op Eén, gepresenteerd door Bruno Wyndaele. . Hij mag zetelen naast Tom Lenaerts, Jo de Poorter, Siegfried Bracke, Bart De Pauw, Ben Crabbé en Alain Grootaers. Helmut houdt twee ronden stand. Erik Van Looy weet als gangmaker Helmut te strikken voor de editie van 2007, het jaar dat Helmut het vijf ronden volhoudt en tijdens zijn zesde ronde struikelt in de finale tegen de uiteindelijke winnaar Annelies Rutten. Wanneer in 2010 de speciale editie “De Allerslimste Mens ter Wereld” plaatsheeft (elke kandidaat moet minimaal voor de tweede keer deelnemen) strandt Lotti na zijn eerste ronde.

We mogen in dit overzicht  de prestaties van Helmut in de Top Dertig niet uit het oog verliezen. Een kort overzicht leert ons dat hij, om er een paar te noemen, de dertiende januari 2007 op twee staat met The most expensive girl, de negende november 1996 op drie met Tiritomba, de elfde januari 1992 op drie met What kind of friend, de vierde oktober 2008 op vier met Time to swing, de negenentwintigste juni 2002 op zes met Suspicious minds, op zeven de vijfentwintigste december 1993 met I should have known, op tien de drieëntwintigste augustus 2003 met Mandy enz. ( voor een volledig overzicht, zie de website van Radio 2).

Intussen worden er al druk voorbereidingen getroffen voor het volgende project. Piet Roelen bedenkt de titel “Pop Classics in Symphony”. De klassiekers in dit genre liggen gemakkelijk voor het rapen: Bohemian Rhapsody, A whiter shade of pale, Nights in white satin, Eloise, Sailing… Piet wil graag een internationale act aan Helmut te koppelen en dat wordt Sir Cliff Richard. Een poging om ook Engeland aan hun lijstje te kunnen toevoegen? Samen met Sir Cliff zingt Helmut Danny boy. Vertederend is het duet Sailing, dat Helmut zingt met de negenjarige Laura Seys. Deze keer doet de Grote Markt in Brussel dienst als decor. De tweeëntwintigste september wordt “Pop Classics in Symphony” aan de pers voorgesteld. Terug van weggeweest is producer Peter Koelewijn. Voor Helmut is daarmee de cirkel rond. Hij is aanbelandt bij zijn oorspronkelijke idee, popsongs zingen met een groot symfonisch orkest. Piet heeft dat blijkbaar goed onthouden en richt er de volle spots op. Qua concerten is de eerste helft van januari 2004 Vlaanderen aan de beurt met onder meer het “Sportpaleis” in Antwerpen en het “Koninklijk Circus” in Brussel. Tot aan de zomer treedt hij op in Zweden, Nederland, Oostenrijk, Finland en Canada. Regelmatig duikt in het voorprogramma zanger Freddie Birset op die het publiek met zijn vertolking van Franse klassiekers weet te begeesteren.

Apetrots is Lotti wanneer hij de dertiende september 2004 zijn nieuwe cd “From Russia with Love” in de Russische ambassade in Berlijn voorstelt. De Russische ambassade in België gaat als één man achter deze release staan. Er wordt opgenomen in de Fendal Sound Studio in het gezelschap van producer Peter Koelewijn. Wim Bohets tekent zoals steeds voor de arrangementen. Lotti schrijft eigenhandig de openingstrack “From Russia with Love”. In de persmap lezen wij: “Mineurakkoorden als de galop van een horde Kozakken, spoorslags over de steppen. Priegelende balalaika’s, geplukt uit de rijkversierde salons van de grootstedelijke paleizen. De zware nagalm van pure melancholie die uitdeint over de Siberische dorpen. Muziek uit een verloren gewaande tijd, gebundeld en bewerkt door Helmut Lotti.” Hij zegt over dit album zelf: “Wie naar deze cd luistert ontmoet mijn ware ik. Ik heb het gevoel dat die Russische traditionals uit mezelf komen. Dat ik misschien zelfs, diep geworteld, eigenaar ben van een Slavische ziel.” Hij zingt zich die Slavische ziel uit het lijf in nummers zoals Lara’s Theme, Otschi tschornije, Kalinka en Two guitars. Om het geheel een extra touch te geven, wordt hij vocaal begeleid door The Black Sea Cossacks Choir onder leiding van Peter Orloff. Tijdens de maand juli die aan de release voorafgaat, wordt er in Rusland de bijbehorende roadmovie ingeblikt, een megaproductie waaraan honderden figuranten deelnemen. Samen met muziekvirtuoos Andrej Kotov trekt hij door Rusland op het ritme van de Trans Siberian Express. Die reis levert onvergetelijke beelden op. Er wordt zelfs speciaal voor deze documentaire een echt Russisch dorpsfeest in scène gezet.

Uit handen van koning Albert II ontvangt Helmut eind 2004 de onderscheiding Grootofficier in de Leopoldsorde.

Helmut wil het onderste uit de kan halen wat zijn Russische avontuur betreft en spreekt met Piet af dat zij in 2005 geen nieuw album uitbrengen. Hij wil zich een jaarlang op het podium uitleven, zijn taak als goodwill ambassadeur van UNICEF ter harte nemen en werken aan het nieuwe cd-project dat stilaan de juiste vormen aanneemt. Hij snijdt 2006 aan met het liedje Love belongs to everyone, dat hij speciaal geschreven heeft voor de film “Dennis van Rita” van de Vlaamse regisseuse en actrice Hilde Van Mieghem. Piet Roelen maakt bekend dat Helmut intussen in alle stilte een punt heeft gezet achter zijn tweede huwelijk. Om de fans niet op hun honger te laten zitten, wordt er besloten een compilatie uit te brengen van zijn voorbije cd’s op het album “My Favorite Classics” met onder meer Santa Lucia, Auld Lang Syne, Greensleeves en als aanloop naar zijn nieuwste album de evergreens Moon River en How could I ever forget you. Bij dit album schrijft Helmut in het cd-boekje: “Eind september van dit jaar is het dan zover. Dan mag ik u het resultaat van de vele maanden schrijven, voorstellen. En het wordt nog méér, een dubbel-cd zelfs. Eén met eigen werk, een tweede vol met de beroemdste crooners die ik een persoonlijke interpretatie heb gegeven. En natuurlijk wordt het album opnieuw de aanzet van een reeks concerten.” Lotti houdt woord, want de dertiende september wordt zijn dubbelalbum “The American Way” en “My Way” aan de pers voorgesteld onder de gemeenschappelijke titel “The Crooners”, opgenomen in De Synsound Studio’s in Brussel. Helmut houdt de productie zelf in handen, daarin bijgestaan door Dan Lacksman. Voor “My Way” schrijft Helmut twaalf liedjes, waarvan het duet There’s a sparkle in your eyes, dat hij samen met de Nieuw-Zeelandse sopraan Hayley Westenra zingt, een pareltje is. Op “The American Way” zingt hij samen met Isabelle A True love en voor de rest topsellers zoals Hello Dolly, Caterina, Mona Lisa, Blue moon en That’s amore. Uiteraard wordt er ook een dvd ingeblikt, waarvoor zij deze keer richting Hamburg trekken om daar een plaatselijke pub helemaal om te bouwen tot een typische Amerikaanse bar met een maffiatintje die als decor dient voor zijn “My Way”-album. Voor “The American Way” wordt er voor enkele liedjes zelfs als decor naar het Italiaanse Toscane getrokken. Al dat werk loont, want “The Crooners” is in ons land alleen al goed voor dubbel platina. De special wordt de zeventiende december op VTM uitgezonden.

De eerste oktober 2006 had Helmut ook van zich laten horen tijdens de “0110-concerten”, georganiseerd in het kader van een actie voor meer verdraagzaamheid en tegen racisme, extremisme en zinloos geweld, op het getouw gezet door Arno, Tom Barman en Sioen. Die concerten hadden op vier locaties plaats: Antwerpen, Brussel, Gent en Charleroi. Helmut schrijft speciaal voor deze gelegenheid in het Gents dialect Oaster iets scheelt en zingt het samen met Frederik Sioen en Roland Van Campenhout.

Omdat Helmut een graag geziene gast is, ook in politieke milieus, wordt hij de vijftiende februari 2007 ontvangen door Guy Verhofstadt, de toenmalige Belgische premier, die hem een award overhandigt voor de massale verkoop van zijn cd’s zowel nationaal als internationaal. De teller staat dan op dertien miljoen exemplaren. Het is de enige award die nadien in zijn huis in Antwerpen een ereplaats zal krijgen. De rest van zijn edelmetaal krijgt een hoekje toegewezen op zolder. Over zijn relatie met Selina wordt niet meer gepraat. Zij heeft hem tijdens een tournee in Zuid-Afrika diets gemaakt dat zij een verdere relatie met Helmut niet meer ziet zitten. Onder meer hun leeftijdsverschil speelt een té grote rol. Geluk in de liefde lijkt voor Helmut voorlopig niet weggelegd. Omdat hij zich graag trakteert op een uitstapje, denk maar aan zijn samenwerking voor de cd “Viva Tura” (2005), waarvoor hij een Lottiversie neerzet van Vergeet Barbara, zingt hij met plezier Daar gaat ze voor het album “Braveau Clouseau” ter gelegenheid van 20 jaar Clouseau. In de maand september van 2007 vernemen wij dat Helmut tot over zijn oren verliefd is op journaliste Jelle Van Riet. Samen met haar telt Helmut het edelmetaal dat hij intussen verzameld heeft: vierentachtig gouden en honderdenvijf platina platen. Zijn allereerste “Goes Classic” is de bestverkochte cd aller tijden met op de teller voor ons land alleen al zevenhonderdachtenzestigduizend exemplaren. Op twee staat zijn “Goes Classic 2″, in het totaal goed voor zeshonderdnegenenzeventigduizend stuks. Toch zullen die platen in zijn huis geen ereplaats krijgen toebedeeld. Helmut legt uit dat hij zich in zijn woning graag als een gewoon mens beweegt en niet als een of andere wereldster.

Tijdens het Koningsfeest dat de vijftiende november 2007 gevierd wordt, zingt Helmut een opgemerkte versie van de Brabançonne, zoals dat een goede Belg betaamt, in de drie landstalen. Meteen nadien verschijnt daarvan een versie op single-cd. Op het einde van dat jaar maakt hij nog maar eens zijn koffers, deze keer voor de start van zijn “Wunschkonzert-Tournee” in Duitsland. Piet Roelen heeft een deal gesloten met hun platenfirma voor Australië, waar zijn albums in een aardig opeenvolgend tempo gereleaset worden (op het einde van 2009 zijn al zijn cd’s daar in een speciaal pakket verkrijgbaar).

Jelle Van Riet heeft inmiddels in de pers geschreven dat zij Helmut had ontmoet tijdens een interview. Maanden later ontmoet zij hem voor een tweede keer. Lotti heeft haar op Radio 1 gehoord in een programma met Friedl’ Lesage waarin Jelle aan het woord kwam naar aanleiding van de boekenprijs “De Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs”, waarin Jelle een grote vinger in de pap heeft. Zij stelt zich tijdens dat interview erg kritisch op en dat spreekt Helmut wel aan: die durf, die spirit. Hij belt zijn persattaché met de vraag hem zo snel mogelijk haar gsm-nummer te bezorgen. Van het ene gesprek komt het andere en de rest van het verhaal leest als een sprookje. Jelle heeft speciaal voor Helmut tijdens een van hun eerste ontmoetingen een gedichtenbundel van Hugo Claus bij zich. Helmut trakteert haar op zijn beurt op een etentje. Van dan af bellen ze elkaar vaak, voeren lange gesprekken. Jelle woont een van zijn croonersconcerten bij (iets wat zij een tijdje voordien nog voor onmogelijk had gehouden) en hij trekt op concertreis met een boek van Tom Lanoye in zijn koffer.

Met man en macht wordt er naarstig aan het volgende album “Time to Swing” gewerkt, dat de twaalfde september 2009 aan de pers zal worden voorgesteld. Helmut heeft Piet gesmeekt nog wat liedjes te mogen leveren. Robbie Williams had het hem al voorgedaan, dus waarom zou hij zijn tanden niet zetten in swingende evergreens als Mack the Knife, Fever, Reet Petite, La mer, Danke schön en nog enkele doorbloeiers. Van zijn hand belanden er vier songs op deze cd: Heavenly match on earth, In the arms of a stranger, Around you en Time to swing. Dan Lacksman is opnieuw van de partij en er wordt opgenomen in zijn “Synsound Studio’s” in Brussel. Omdat hij graag duelleert, zingt hij samen met Clare Teal, drie jaar na elkaar verkozen tot beste jazzzangeres in Engeland, L.O.V.E., geschreven door Bert Kaempfert en een hit geweest voor onder meer Nat King Cole en Johnny Mathis. Het album werd in juni al voorafgegaan door de single Time to swing, die hij op de Amerikaanse ambassade in Brussel voorstelt. De single is meteen goed voor dertigduizend exemplaren én platina. Opvallend, want Helmut was al een tijdje geen singleartiest meer. De show “Time to Swing” wordt de achtste en negende augustus in “De Roma” in Antwerpen opgenomen, een historisch decor dat zeer goed aansluit bij de sfeer van het album. VTM zendt de veertiende december de special uit.

Zijn liefde met Jelle Van Riet blijkt elke storm te trotseren. Zij kondigen dolgelukkig én met trots aan dat zij de negende mei 2009 op “‘t Schoon Verdiep” van het stadhuis van Antwerpen in het huwelijk zullen treden. Om twee uur in de namiddag voor enkele intimi en een uur later voor het publiek, opgeluisterd met een groot volksfeest op de Grote Markt van Antwerpen.

Na zo’n twintig jaar Jan met de pet te hebben opgevrolijkt met walsen, bolero’s, evergreens en popklassiekers, besluit Lotti in 2010 dat het welletjes is geweest. Hij heeft twintig jaar de liedjes van anderen gezongen, op een aantal eigenhandig geschreven songs na. Hij besluit “definitief dat pluchen doek dicht te schuiven. Lotti trekt zich een tijdlang terug in alle stilte, in een pseudosauna, zijn thuis, gaat alles een plaats geven en vooral tijd voor zichzelf vrijmaken, de kostbare tijd die hij twee decennia lang aan zijn fans heeft besteed. Hij heeft er wel veel voor teruggekregen, vooral veel geld. Hij kan, mocht hij dat willen, rustig op zijn lauweren gaan rusten, maar daar voelt hij zich nog te jong voor. Dus gaat hij op zoek naar die muziek die hem na aan het hart ligt, of tenminste op zoek naar dat muzikale ei dat hij nog kwijt moet. Hij gaat daarbij doortastend te werk en komt uit bij het blootleggen van zichzelf in een rist liedjes die uiteindelijk op het album “Mijn hart & mijn lijf” belanden.

Op zoek naar een geschikte producer laat Helmut zijn netwerk compleet links liggen en gaat aankloppen bij een man die met plezier voor hem opendoet, al was het maar omdat werken met Helmut Lotti ook voor hem een uitdaging is, Stef Kamil Carlens. Vrij snel besluiten zij de idolen van Helmut in de koelkast te laten en op zoek te gaan naar de warme ziel van Lotti zelf. Hij mag zich laten gaan in liedjes die hij al jaren aan de goegemeente kwijt wil. Als tekstschrijver vindt Helmut een geweldige woordleverancier in de persoon van Bart Vanegeren, die intussen een vriend voor het leven van hem is geworden. Bij hem kan Lotti zijn ziel kwijt en Bart weet precies hoe hij die in degelijke teksten moet gieten. Zij schrijven samen negen nummers. Geert Hellings mag ook een liedje aanreiken en ook Jelle draagt bij aan een tekst. Het twaalfde liedje op het album is een eerbetoon aan Hugo Claus en de liefde.

“Mijn hart & mijn lijf” neemt Helmut op samen met een aantal onderlegde popmuzikanten zoals Nicolas Rombouts van Dez Mona, Bert Huysentruyt van Gorki, Geert Hellings van Stanton, Bjorn Eriksson van Maxon Blewitt en Wim De Busser van The Baboons en Zita Zwoon. Opperhoofd van dienst is dus Stef Camil, alias Zita Swoon himself, die de touwtjes strak in handen houdt, en dat is aan het eindresultaat te horen ook. Wanneer het album klaar is, voelt Helmut het aan alsof het zijn eerste is, al leert een optelsom ons dat het zijn achttiende is geworden. Het album wordt in de markt geprezen als: “Voor deze renaissance greep Helmut Lotti terug naar de essentie: zichzelf. Uit zijn twijfels en angsten, luim en lichtheid, hart en lijf puurde hij twaalf Nederlandstalige liedjes die samen een even ruw als eerlijk beeld schetsen van wie hij is: een lichtvoetige jongen met een donkere ziel. ‘Mijn hart & mijn lijf’ is een sprong in het diepe. Een sprong die Helmut Lotti moest wagen!”

Niet vergeten dat het album “Mijn hart en mijn lijf” nog in volledige samenspraak met Piet Roelen op het getouw werd gezet. Helmut is een livebeest en besluit met zijn nieuwe liedjes op tournee te gaan. Hij wil in een vijftal grote zalen optreden, maar Piet ziet het liever gespreid over Vlaanderen in een rist culturele centra, dertig in het totaal. Die concertreeks gaat de achtste maart 2013 van start in de Antwerpse Roma en eindigt de achtste juni in de Brusselse AB. Niet alleen het publiek, zijn fans, maar ook de media staan te popelen. In de Humo van dinsdag de achtste maart vertelt Helmut aan Diego Franssens: “Mijn voornaamste ambitie was ouder worden dan Elvis. Het is zover. Vanaf nu is ‘t alleen nog drugs, seks en rock-’n-roll. Toen ik dertig werd, maakte ik voor de eerste keer de balans in mijn leven op. Ik zou niet elk jaar meer een album uitbrengen, maar om de twee jaar. Dus niet langer elk jaar een tournee om die cd te promoten. Het werd een stuk gezelliger, maar ik voelde dat ik mezelf aan het herhalen was: deel twee van mijn toenmalige show was een soort ‘best of’ geworden en bleef zo een hele tijd, onveranderd. Er was wel een soort vrijheid, maar ik moest toch altijd binnen een opgelegd kader blijven en daar wou ik stilaan uit breken.” Heel lang heeft Helmut daarover zijn mond gehouden, ook naar zijn manager Piet Roelen toe. Na zijn album “Time to swing” ging Helmut diep nadenken en toen hij daarmee klaar was, kwam hij tot de vaststelling dat hij niets liever doet dan op een podium staan en zelf liedjes schrijven.

Aan journalist Jeroen Denaeghel van P-Magazine wil hij een paar weken verder kwijt: “‘Mijn hart & mijn lijf’ is mijn wedergeboorte. Zijn toupet en pitteleer liggen al een tijdje in de vuilnisbak, maar nu maakt Lotti ook komaf met zijn Tiritomba-verleden. Geen evergreens meer, maar een plaat met uitsluitend zelfgeschreven Nederlandstalige nummers.” Hij wijst er ons op dat hij voor zijn vierde album “Just for you” zo’n zeventig procent van de teksten zelf schreef, dus is hij met zijn nieuwste album niet aan zijn proefstuk toe. Hij wil koste wat het kost kwijt dat hij met zijn nieuwe cd alle commerciële paden links laat liggen en dat hij zich terdege bewust is van het risico dat hij neemt, een pak van zijn fans tegen de borst stuiten. Maar hij wil die stap zetten. Hij kan niet anders. Hij weet maar al te goed dat hij zich moet herpositioneren, zich een nieuwe plek moet zoeken in het Vlaamse muzieklandschap. Dat voelt soms akelig aan. Isabelle A en Kate Ryan zijn ook op een soort alternatieve zoektocht gegaan en kwamen wat bedrogen uit. Lotti weet dat hij tussen wal en schip kan belanden. Maar de steun die hij van Radio 1 van meet af aan kreeg, was voor hem een hart onder de riem. En dat Radio 2 inpikt, is ook een pak van zijn hart. Op beide zenders airplay te krijgen, is altijd een droom van hem geweest. Journalist Philippe Nuyts heeft zijn album aandachtig beluisterd en schrijft: “‘Mijn hart en mijn lijf’ is een moedige blik vooruit, méér dan een zoveelste gemakzuchtige blik achterom. Altijd toe te juichen. Het album verraadt nog veel marge en zal vooral live met een uitstekende begeleidingsband nog groeien. En het doet alvast lichtjes vermoeden dat die echte ‘classic’ bijna achttien jaar na die eerste concertreeks er wel eens in zou kunnen zitten over enkele jaren. Het is hem gegund.”

De achtste maart 2013 gaat de concertreeks “Mijn ziel & mijn lijf” dus in première in “De Roma” in Borgerhout. Meteen de dag nadien schrijft De Standaard het volgende: “Voor Lotti is het time to rock. Dit is geen fluwelen entertainer meer, maar een Vlaamse bluesman die zich voortbeweegt in het kielzog van The Rolling Stones. Lotti staat niet meer te heupwiegen als een Vlaamse Elvis, maar zit helemaal vastgeketend in de sound van zijn band die de groove als een verpletterende golf laat aanzwellen, met krijsende solo’s in een muur van chaos. De sterkte momenten waren die waarin hij de song was en vaak de meest uitgepuurde. Helmut treedt op samen met De Gieren: pianist Wim De Busser, gitaristen Bjorn Eriksson en Geert Hellings, basgitarist Nicolas Rombouts en drummer Bert Huysentruyt.” Een maand later lezen wij in Het Belang van Limburg: “De klankmix en de belichting lijdt soms aan onder- dan weer aan overconsumptie. De teksten zijn uitdagend en vragen om op cd nog eens herbeluisterd te worden. Deze show staat in schril contrast met de grandeur van zijn ‘Goes Classic’ en ‘Out of Africa’. Hier moet je wennen aan de haast gezellige intimiteit van het podium en dat kan wat oefening vergen.” Maar de loftrompet wordt niet door alle journalisten gestoken. De tiende juni 2013 lezen wij: “Kale Helmut Lotti krijgt geen halve zaal meer vol. Het nieuwe (haar)werk van Lotti doet het niet meer bij de fans. Bij zijn slotconcert in de AB, de achtste juni, kwamen slechts driehonderd mensen opdagen. Minder dan een halve zaal dus. En dat deed pijn bij de Tiritomba-zanger. Respons van Helmut in de pers: “Ik weet dat ik de oude fans ontgoochel met hetgeen waar ik nu mee bezig ben, maar ik had wel gedacht dat er sneller nieuwe mensen gingen komen, maar blijkbaar hebben die nog een probleem met het feit dat Helmut Lotti zo’n plaat heeft gemaakt. Ik denk dat als mijn plaat was gemaakt door een jonge band met een zanger die zij niet kenden, zij het veel beter hadden gevonden.” Toch lezen wij in datzelfde artikel iets verder: “Maar wel respect dat hij eens iets nieuws probeert en zich niet laat inpakken door zijn eigen publiek.” “Ik sta op het podium met de beste muzikanten van Vlaanderen. Het zou zonde zijn om daarmee te stoppen omdat het niet meteen bij iedereen aanslaat. De mensen moeten maar volgen!” De diehard fans zijn bij dezen dus gewaarschuwd. Toen recensent Johan Giglot Helmuts nieuwe album besprak, gaf hij, zonder het misschien echt zo te bedoelen, al de richting aan die Helmut na deze uitstap opnieuw moet inslaan. Het lijken haast profetische woorden: “Subtiliteit siert, net als de eenvoud. Helmut Lotti fluistert en streelt een hele plaat lang: tedere liefdesliedjes, sombere mijmeringen of dwarrelende fantasieën. De echte stemverheffingen die de zanger typeren, zijn zeer zeldzaam. In een uptempo countrynummer als Eeuwig duet grolt hij ‘ik wil je vanavond in bed’ en stijgt het energiepijl samen met de hormonenspiegel. Heel even komt die vibrerende falset toch boven. Eenzelfde gejaagde cadans horen wij in Veel te doen met een knipoog naar Herman van Veens Opzij, opzij. Het is de ironie en zelfs een lichte knipoog richting Kommil Foo die dit album wat zuurstof geeft, hoewel Lotti nooit in Absurdistan belandt. Op zijn album staan geen hits, geen singles, geen meezingers. Met ontbloot bovenlijf op de hoes toont Lotti zijn ware ik op een plaat die muzikaal dan misschien niet altijd even gemakkelijk klinkt, maar die wel alle gevoelens en emoties op een presenteerblaadje zet. Een album als dit zou elk zichzelf respecterend zanger eens moeten maken. Nu kan Lotti opnieuw meedraaien in de entertainmentkermis!” En of hij nog zo beroemd wil zijn als tijdens zijn hoogtijdagen? In Humo, daterend van de vijftiende december 2009, zei hij met het nodige sarcasme: “Beroemd zijn verveelt snel. Na veertien dagen heb je alle buiken en billen gesigneerd die er te signeren vallen, hoor! Het grappige is dat sinds ik mijn haarstukje heb afgedaan, ik op straat bijna niet meer herkend word, zeker niet in het begin. Zonder dat haar, die strik en die pitteleer bestaat Lotti niet. Veel mensen hebben nooit naar mij gekeken, maar naar een personage. Dat besef ik nu nog beter dan vroeger!”

De derde februari 2014 brengt Helmut in samenwerking met de organisatie Tutti Fratelli de single Armoe uit ten voordele van de actie Baby’s Tegen Armoede van het Kinderarmoedefonds. Hij schrijft dit nummer samen met Bart Vanegeren in een productie van Nicolas Rombouts. Twee weken later staat hij op twee in de Radio 2 Vlaamse Top Tien.

Eind oktober 2015 laat Helmut Lotti weten dat hij zo goed al verrezen is nadat hij de maanden voordien druk in de weer is geweest in “Studio Powertone” in Bonheide en “British Grove Studios” in Londen (eigendom van Mark Knopfler van Dire Straits) om daar de hand te leggen aan een nieuw album. Producer van dienst is Wouter Van Belle. De arrangementen heeft Helmut toevertrouwd aan de legendarische Andrew Powell die samenwerkte met onder meer The Alan Parsons Project, Kate Bush en John Miles. Als rode loper naar dat nieuwe album dat de zevenentwintigste november in de winkel zal liggen, lanceert Helmut de single Faith, hope and love. In de media lezen we dat de nieuwe cd een croonersalbum zal worden, dat niet alleen in België, maar ook in Duitsland, Zwitserland en Nederland zal worden uitgebracht.

Na zeven jaar afwezigheid maakt Lotti in het najaar van 2016 zijn comeback in Duitsland. Die markt is goed voor zo’n 90 miljoen potentiële fans. “Het heeft lang geduurd, maar het begon weer te kriebelen. Ik miste het podium. Ik wil graag opnieuw Helmut Lotti zijn. Ik kan niet wachten om weer in de schijnwerpers te staan.” Helmut sloot een platendeal bij RCA, goed voor een eerste single Faith, Hope and Love die vrijdag de 17de september in de Duitse winkels ligt. De 21ste oktober volgt “The Comeback Album”  dat reeds eerder in ons land verscheen onder de titel “Faith, Hope and Love” aangevuld met een aantal gloednieuwe songs. Vanaf 27 april 2017 start “The Comeback Tour”, goed voor 21 concerten in één maand tijd in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland.

Via Facebook laat Helmut Lotti de 15de januari 2017 weten dat hij een punt zet achter zijn huwelijk met Jelle Van Riet. “Voor mij wordt 2017 een jaar van belangrijke veranderingen. Zo ga ik hoofdzakelijk in Duitsland wonen, het succes van The Comeback Album en The Comeback Tour achterna. Een verhuizing die absoluut niets afdoet aan mijn trouw aan België, ik blijf zeker intens contact onderhouden met mijn Belgische fans. Mijn keuze gaat ook gepaard met spijt. Mede door mijn verhuizing scheiden de wegen van Jelle en mezelf. Een moeilijke en van verdriet vervulde beslissing. Daarom wil ik iedereen uitdrukkelijk vragen onze privacy te respecteren. Ik zal er verder het zwijgen toe doen en wil het houden bij de vaststelling dat ik terugkijk op bijna tien hoofdzakelijk mooie, boeiende en zeer intense jaren samen. Ik zal ze altijd koesteren”.

Op het moment dat Helmut Lotti druk bezig is met zijn “Comeback Tour” in Duitsland, laat hij de 5de mei 2017 via zijn manager Piet Roelen aan de media weten dat hij terug naar zijn heimat keert en dat met volle goesting. Hij neemt de 1ste november in ons land de vocale rode draad weer op met de release van zijn cd ” The Comeback Album” en geeft de 25ste november in de Koningin Elizabethzaal in Antwerpen een groots ” The Comeback Concert”, op de plek waar het voor hem de 15de september 1995 allemaal begon met zijn “Lotti Goes Classic”.

De 16de augustus 2017, 40 jaar na het overlijden van Elvis Presley, brengt Helmut Lotti een cover uit van The King uit 1972 I’ve got confidence. “Voor mij was de keuze voor I’ve Got Confidence snel gemaakt. Het is misschien niet meteen het meest bekende nummer van Elvis, maar het behelst voor mij wel perfect zijn geest en de drive die hij had. Ik breng nog steeds Elvis-nummers tijdens mijn concerten en zal dat ook blijven doen. Elvis Presley mag en zal nooit vergeten worden, en zolang zijn muziek leeft, leeft The King”. De 15de september zal zijn nieuwe cd “The Comeback Album” gereleased worden.

Dinsdag de 19de september 2017 wordt de nieuwe Loitt-cd “The comeback album” gereleased met uiteraard zijn nieuwste single I’ve Got Confidence  en de herwerkte nummers van het eerder uitgebrachte album “Faith, Hope And Love”. Daarnaast gloednieuwe covers  zoals Hallelujah, Bridge Over Troubled Water en You’ll Never Walk Alone. Ook voor dit album kroop Lotti in zijn componistenpen, met als resultaat A Lonely Road en Make-Believe. Hij stond er tevens op dat de Elvis-song My boy, waarmee het in 1989 voor hem allemaal begon in de Nederlandse Soundmixshow, voor het eerst in zijn versie op cd wordt uitgebracht.

 

tekst en research: Marc Brillouet

© 2016 Daisy Lane & Marc Brillouet

Toots Thielemans

We zullen hem aankondigen zoals het bij een man van zijn status past: Baron Jean-Baptiste Frédéric Isidor Thielemans, in 2001 door koning Albert II in de adelstand verheven. De man die onsterfelijk werd dankzij zijn mondharmonica. Niet alleen te horen op platen en cd’s, maar ook in de titelsong van de tv-reeksen “Sesame Street”, “Witse” en “Baantjer”. Daarnaast in tal van soundtracks: “Midnight Cowboy”, “Jean de Florette”, “Head over Heels” en “Turks Fruit”, om er een paar te noemen. Voor “Turks Fruit” trok Toots naar de studio samen met het Metropole Orkest o.l.v. Rogier van Otterloo. In menige jazzencyclopedie duikt hij op aan de zijde van onder meer Oscar Peterson, Benny Goodman, Quincy Jones en Dizzy Gillespie. Ondanks die erestatus mogen we hem un ketje de Bruxelles noemen! De man van wie Quincy Jones ooit zei: “Toots, he goes for the heart and makes you cry… We have worked together more times than I can count and he always keeps me coming back for more…” Voorts noemt Quincy hem Stink, voor Toots een fantastische bijnaam: “Quincy says my music has the aroma of a black man who needs a shower.”

Toots kwam de negenentwintigste april 1922 ter wereld in de Brusselse volkswijk de Marollen als Jean-Baptiste Victor Frédéric Isidor Thielemans, waar zijn vader Bernard, een socialist, en moeder Armance aan de Hoogstraat het café ” ‘t Trapken af” uitbaatten. Op de zondagnamiddag trad daar altijd een accordeonist op. Jeanke, die als kind al aan astma lijdt, werd meteen door die klanken gegrepen. Op een oude schoenendoos speelde hij die accordeonist na en kreeg enkele dagen later een speelgoedtrekharmonica van zijn ouders. Toen bleek dat dat instrument hem goed lag, kreeg hij vrij snel een echte kinderaccordeon, die hij tot op het einde van zijn leven zal bewaren. Op het Vossenplein werd onze kleine virtuoos snel een publiekstrekker. Hij liep lagere school in Koekelberg. Het zijn vooral Franse liedjes die hij op zijn accordeon speelt, van jazz is dan nog geen sprake: de in die tijd populaire chansons van Charles Trenet, Josephine Baker en Edith Piaf. Zijn ouders runnen intussen een winkel, “Het Boerinneke” in Molenbeek, waar ze werkkleding fabriceren. Jean en zijn zeven jaar jongere zus Mariette proberen zich daar zo goed mogelijk staande te houden.

Na het zien van een film in de bioscoop met in de hoofdrol James Cagney waarin een adembenemend stukje mondharmonicamuziek opduikt, gespeeld door Larry Adler, besluit Jean zijn accordeon wat aan de kant te zetten en voortaan van de mondharmonica zijn lievelingsinstrument te maken. Hij beluistert zo veel mogelijk platen met virtuozen op dit kleine instrument zoals Borrah Minevitch & His Harmonicats. Hij probeert liedjes als Beer Barrel Polka en St. Louis Blues na te spelen. Wat zijn vrienden opvalt, is dat hij daarbij graag improviseert. Tussen al dat musiceren door heeft Jean nog de tijd om naar school te gaan. Na zijn middelbare studies trekt hij naar de “Université Libre de Bruxelles” om daar wiskunde te studeren. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog gaat de universiteit dicht. In mei 1940 vlucht het gezin Thielemans naar Frankrijk. Jean is dan achttien. Zij gaan een tijdje in Masseret, in de buurt van Limoges wonen. Daar maakt Jean via een Engelstalige radiozender kennis met Amerikaanse jazz. Jean probeert met die voor hem nieuwe muziek mee te spelen. Eind augustus 1940 keert het gezin naar Brussel terug. Via een middenjury probeert Jean nadien voor zijn examen te slagen, maar hij heeft heel wat leeracherstand opgelopen en zijn intesesse gaat ook almaar meer richting muziek. Een leuke noot bij dit is dat Toots jaren later, in december 2001, van deze universiteit vanwege zijn wereldwijde verdienste de eretitel “doctor honoris causa”.

Jean weet nog goed dat hij pas echt door de jazzmicrobe werd bezeten, toen hij in 1942 op een grammofoon Louis Armstrong hoorde met Carry Me Back to old Virginny. In een nabijgelegen platenwinkel gaat hij op zoek naar meer van dat. Zo koopt hij onder de toonbank, want Amerikaanse muziek was door de Duitsers streng verboden, opnamen van Louis Armstrong met het in die tijd bekende kwartet The Mills Brothers. Jammer voor Jean, maar zijn entourage lust het geluid van zijn mondharmonica niet. Wanneer hij in 1943 in bed moet blijven, geveld door een longontsteking, daagt zijn vriend Gilbert Delange hem uit om zo snel mogelijk het nummer Hold Tight van Fats Waller op gitaar te leren spelen: het melodietje herkenbaar op één snaar spelen, volstaat. Binnen het kwartier lukt hem dat en die gitaar is als cadeau van dan af van hem. Zijn schoolvoorbeeld wordt de Belgische zigeunergitarist Django Reinhardt et Le Quintette du Hot Club de France (met violist Stéphane Grappelli).

Samen met andere muzikanten speelt Jean na de Tweede Wereldoorlog in Brusselse gelegenheden swingende dansmuziek. Tal van Amerikaanse artiesten komen naar Europa afgezakt om hier op te treden. Jean koopt ook almaar meer 78 toerenplaten en leert op die manier de muziek van Dizzy Gillespie en Charlie Parker kennen. Zij spelen “bebop”, vernieuwende muziek voor fijnproevers, want de doorsnee jazzliefhebber is er niet zo tuk op. Het is muzikant Herman Sandy die Toots aanraadt een vlotte roepnaam te gebruiken en dat wordt uiteindelijk voor Toots, naar de altsaxofonist Toots Mondello en trompettist Toots Camarata. Die kiest resoluut voor de jazzmuziek. In 1946 wordt Toots gitarist bij de amateurband Le Jazz Hot. Hij bespeelt dan al de elektrische gitaar. We vinden hem eenmalig  terug in het begeleidingsorkest van Bobbejaan Schoepen voor een gelegenheidsoptreden. Wanneer Bobbejaan jaren later naar Amerika trekt om daar optreden, zullen hun paden elkaar een aantal keren kruisen. Voor hun concerten in Brussel wordt Toots gevraagd door Franse sterren als Charles Trenet en Edith Piaf.

De jongste broer van Toots’ vader, Theo, woont in Miami. In 1947 is hij in Brussel op bezoek en nodigt Toots uit om een tijdje bij hem in Amerika te komen logeren. Dolblij reist hij af naar het land van de jazz. Zij reizen via Zuid-Frankrijk met het schip de MS Vulcania naar New York, vervolgens naar Washington en dan naar Theo’s thuishaven Miami, waar Toots in een jazzbar tijdens een jamsessie zijn kunnen mag etaleren. Daar aanwezig is journalist Bill Gottlieb van “The Washington Post”. Die is verbaasd dat die kleine Belg niet alleen behendig is op de gitaar, maar ook op de mondharmonica. Vooral die combinatie van beide valt hem op. Bill raadt Toots aan, wanneer hij terug in New York is, contact met hem op te nemen. Hij zorgt ervoor dat Toots kan optreden met de J.J. Johnson All Star Band in de “Three Deuces” in Manhattan. Het publiek is eerst afkerig van die Belg met zijn mondharmonicaatje, maar na enkele nummers gaat het door het dak. Na het optreden maakt Toots kennis met Billy Shaw, de toenmalige impresario van Benny Goodman, die Thielemans vraagt of hij hem vanuit België geen opnamen van hem kan opsturen. Die zijn er echter nog niet. Met enkele vrienden neemt Toots iets later in een Brusselse garage zijn arrangement op van de jazzklassieker Stardust. Hij voegt er zelfs een strijkkwartet aan toe. Die opname komt terecht bij trompettist Ray Nance, die Toots iets voordien in ons land had leren kennen na een optreden van Duke Ellington. Zij worden goede maatjes en Ray belooft Toots dat hij de plaat aan Benny Goodman zal bezorgen. Dat gebeurt in het najaar van 1948 op Goodmans kantoor aan 654 Madison Avenue in New York. Goodman is zo onder de indruk van Toots’ talent dat hij hem uitnodigt om vanaf de vijfde december van dat jaar, en dat voor een aantal concerten, mee te spelen in zijn band in het “Paramount Theater” in Manhattan. Maar Dame Fortuna is hem niet gunstig gezind, want hij krijgt geen werkvergunning en ook geen visum voor de USA. In de liefde heeft Toots meer geluk, want de negenentwintigste augustus 1949 trouwt hij met Netty De Greef. Hun liefde is oersterk. Netty weet dat hun huwelijk zal standhouden, ook al zal haar man vaak van huis zijn. Goodman neemt Toots in 1950 mee op zijn Europese tournee, te beginnen in “The London Palladium” en zo verder richting Italië, Zwitserland en Zweden. Toots mag dan deel uitmaken van Goodmans “All Star Septet”, aan de zijde van onder anderen Roy Eldridge en Zoots Sims. In Stockholm ontmoet hij de in die tijd invloedrijke altsaxofonist Charlie Parker. Wanneer Parker in de “Nalen-danshal” in Stockholm optreedt, mag Toots tijdens een onvergetelijke jamsessie meespelen.

Zweden wordt van dan af voor Toots een plek om lief te hebben en vaak naar terug te keren. De Zweden houden van Toots’ manier van spelen: zijn melancholische stijl spreekt hen aan. Zijn klankkleur lijkt sterk op diegene die  in hun folkloristische muziek ook te horen is. Zo zal Toots in die periode te horen zijn met Nalen Boogie, genoemd naar de bekende jazzclub in Stockholm..

In 1951 krijgt Toots zijn greencard in handen en mag voor een halfjaar in Amerika gaan werken. Hij gaat er samen met zijn vrouw Netty wonen op een schamel kamertje in een al even schamel hotel in de wijk Yonkers in New York. Om aan een greencard te geraken, moet hij dringend een job vinden. Hij kan er een versieren bij de Belgische Nationale Luchtvaartmaatschappij Sabena. Toots gaat daar werken op de pr-en verzendingsafdeling. Hij verdeelt onder meer reclamefolders over de vluchten naar Afrika en Amerika. Geen echt boeiende baan als je koste wat het kost jazz wilt spelen. Hij ziet geen andere uitweg, want Toots is nog niet in het bezit van zijn Union Permit van de Musicians Union, de strenge vakbond voor muzikanten. Je moet immers kunnen bewijzen dat je op dat terrein aan de bak komt. Voor Toots wordt het vaak heen en weer reizen. Telkens wanneer zijn visum vervalt, keert hij terug naar Europa om te wachten op een nieuwe greencard. Een permanent verblijf in Amerika zit er nog niet in. Pas de negentiende augustus 1957 accepteren de Verenigde Staten hem als Amerikaans staatsburger. Toots gaat dan op huisnummer 279 North Broadway, Yonkers, New York wonen. Hij heeft zijn Belgische nationaliteit opgegeven. Hij is, zoals hij het in zijn eigen woorden zegt, “een veramerikaniseerde Brusseleer”.

Toots Thielemans is van dan af regelmatig te vinden in jazzclub “Birdland” op Broadway en iets verderop in “Junior’s Tavern”. Hij begint schoorvoetend met een trio, een combinatie van harmonica, orgel en banjo, maar een succes wordt dat niet. Het is talentscout Tony Scott die Toots voorstelt aan de blinde Engels-Amerikaanse jazzpianist George Shearing. George is op zoek naar een vervanger voor zijn vaste gitarist Dick Garcia. Toots weet nog dat hij voor George zijn versie van Body and Soul speelde. Die is meteen onder de indruk. Hij belooft Toots de job als die binnen de week al de gitaarpartijen van Shearings repertoire kan spelen. Toots laat zien dat hij een rastalent is en slaagt met glans. Een week later maakt hij al deel uit van de band. Deze samenwerking, die van 1952 tot 1959 zal standhouden, wordt voor Toots een enorme leerschool. Hij neemt met Shearing tal van elpees op en leert op die manier ook de binnenkant van de hitlijsten kennen. De samenwerking met George is echter a tough one. Hij gunt Toots af en toe een solomoment, maar wanneer dat Toots te veel applaus oplevert, vervalt dat nummer bij het volgend optreden. Wanneer Toots’ vader doodziek wordt, staat George hem een bezoek aan België toe, maar dan wordt zijn plaats wel door een andere muzikant ingenomen. Toots blijft dan maar op post. Zijn vader overlijdt op zevenenvijftigjarige leeftijd. Om dat verlies te verwerken, schrijft hij Old Friend, waarvoor hij de melodie baseert op het klassieke Ave Maria. Werken met George Shearing was een hele opgave. Zo waren ze zo’n achtenveertig weken per jaar on the road. Financieel hield Toots, ook al hebben hij en zijn vrouw altijd goed kunnen cijferen, er geen bergen geld aan over, want de hotelkosten en maaltijden waren voor eigen rekening. Leden van The George Shearing Quintet vormden in die tijd, samen met muzikanten uit The Count Basie Band en het kwintet van Miles Davis, de gelegenheidsgroep Birdland All Stars, voor Toots het neusje van de muzikale zalm en zo’n beetje zijn speeltuin. Hier ontmoet hij Stan Getz, Billie Holiday, Sarah Vaughan en nog andere grootheden.

Wanneer Shearing zijn kwintet opdoekt, neemt Toots opnieuw contact op met zijn connecties in Zweden. Voortaan geraakt hij daar ruimschoots aan de bak. Hij maakt zich snel de taal eigen en treedt op in de revues van het komische duo Hasse & Tage. Hij scoort in Zweden een hit, al fluitend nog wel, met Whistle while you work, dat hij opneemt met hammondorganist Reinhold Svensson. Thielemans is daarnaast ook een graag geziene gast bij de bigband van de Duitse orkestleider Paul Kuhn, het thuisorkest van het Berlijnse radiostation Sender Freies Berlin.

Intussen had Toots al een rist soloplaten opgenomen. In 1955 op het het Columbia-label “The Sound” met daarop onder meer On the Alamo, Skylark, Sophisticated Lady en Stars fell on Alabama. Omdat Toots een aardig mondje kan fluiten, zich daarbij even behendig op de gitaar begeleidend, neemt hij voor ABC Paramount in 1964 het album “The whistler and his guitar” op, in een productie van Sid Feller. Zijn keuze valt deze keer op songs als Wives and lovers, Manhattan, Deep purple en Bluesette. Toen Toots in 1962 in de universiteit van Brussel optrad tijdens een show met jazzviolist Stéphane Grappelli, speelde hij in de kleedkamer die hij met hem deelde, een liedje dat eerder op improviseren leek dan op wat anders. Het was Stéphane die hem aanspoorde dat verder uit te werken. Uiteindelijk wordt het een jazzwalsje dat hij eerst Bleuet noemt, Frans voor korenbloem. Hij blikt het iets later in een studio in Stockholm in. De geluidstechnicus van dienst vindt dat het qua sfeer een beetje weg heeft van een musette: ” Let’s put an s between bleu and let’s call it Bluesette“. Het belandt op een single met op de B-kant Autumn Leaves en wordt zelfs in sommige landen een bescheiden hit. Ray Charles vindt de song zo goed dat hij hem van een Engelstalige tekst laat voorzien door Norman Gimbel. Zelfs Ella Fitzgerald neemt er een gezongen versie van op.

Het is de legendarische arrangeur en producer Quincy Jones die wel wat ziet in die combinatie van fluiten en gitaar en vraagt Toots zijn talent te lenen voor enkele soundtracks en begintunes van televisieprogramma’s, waaronder “The Bill Cosby Show” en “Sanford and Son”. Hij wordt wereldwijd gehoord wanneer hij de tune speelt voor de bekende Amerikaanse televisiereeks “Sesame Street”, geschreven door Joe Raposo. Qua soundtracks heeft Toots zijn stempel gedrukt door zijn opvallend harmonicaspel in “Midnight Cowboy” (1969), “The Getaway” (1972), “Turks Fruit” (1973) van de Nederlandse regisseur Paul Verhoeven, de Belgische film “Zware Jongens” (1984) en “Jean de Florette” (1986) met in de hoofdrol Yves Montand en Gérard Depardieu. Maar hoog in zijn vaandel draagt hij nog altijd zijn muzikale bijdrage aan de Zweedse animatiefilm “Dunderklumpen!” uit 1974, met animatie Beppe Wolgers en muziek van Toots. En nu we toch filmisch aan het opsommen zijn, mogen we zeker zijn herkenbaar geluid niet vergeten in de Vlaamse politieserie “Witse” en de Nederlandse misdaadreeks “Baantjer”. Op dit soort musiceren komt vanuit het jazzmilieu nogal wat kritiek, zeker wanneer Toots daarnaast ook gretig reclamespots gaat voorzien van het geluid van zijn, zoals Willem Duys het ooit noemde, broodje. Zij beschuldigen hem ervan dat hij zijn talent in de uitverkoop zet.

Keren we terug naar het einde van de jaren zestig, om precies te zijn naar 1969, wanneer Toots samen met de Braziliaanse zangeres Elis Regina de elpee “Aquarela do Brasil” opneemt. Hierop hoor je doorleefde versies van Wave, Você, Barquinho, Honeysuckle Rose en Canto de Ossanha. De bossanova had toen al zijn plaats gevonden in de jazzmiddens. Geen wonder dat iemand als Antonio Carlos Jobim een aparte plaats in zijn hart inneemt, de componist van evergreens als Desafinado, The girl from Ipanema en One note samba. Het hoeft ons dan ook niet te verwonderen dat Toots de jaren die volgen zal samenwerken met Braziliaanse sterren als Luiz Bonfa, Caetano Veloso, Astrud Gilberto en Chico Buarque. Een samenbundeling van hun kunnen kan je horen op de albums “The Brasil Project 1 & 2″, verschenen in 1992 en 1993, in een productie van Oscar Castro-Neves, die eveneens liet horen dat hij op een fantastische manier gitaar kan slepen. Hierop kunnen we genieten van onsterfelijke songs als Fruta boa, Manhã de Carnaval, Choro Bandido, Samba de uma nota so, Samba de Orfeu en O Cantador. Voor zijn bijdrage aan de Braziliaanse muziek wordt Toots in 2006 Commandeur van het Legioen van Eer van Brazilië. Hij ontvangt deze onderscheiding uit handen van muzikant Gilberto Gil, op dat moment minister van Cultuur.

Toots ging het ook soms dicht bij huis zoeken. Op het Philips-label is er in 1970 “Toots in Holland” met daarop bekende songs als Et maintenant, Midnight Cowboy, La mamma, My chérie amour en Theme from Peyton Place. Tony Vos en Gerrit den Braber zijn de producers van dienst en de Gentse dirigent Bert Paige leidt het studio-orkest. Vier jaar later blikt Toots, in een productie van de Nederlandse fluitist Chris Hinze, de elpee “Toots Thielemans, Philip Catherine and Friends” in. In 1984 neemt hij in de befaamde “ICP Studio” in Brussel het album “Your Precious Love” op. De première heeft plaats in een café op de Grote Markt van Brussel.

Een van de vele hoogtepunten in de carrière van Toots is wanneer hij in 1975 een telefoontje ontvangt van producer Phil Ramone met de vraag of hij zich snel vrij kan maken om even mee te spelen op het album “Still Crazy after All These Years” van Paul Simon. Het wordt een vluggertje, want Toots moet meteen nadien naar de luchthaven om op te treden tijdens het “Monterey Festival” . Hij mag zijn kunnen showen tijdens de opname van I do it for your love. Simon is zo onder de indruk dat hij Toots iets later mee op tournee uitnodigt en nog eens twee jaar later tijdens zijn tv-show “The Paul Simon Special”. Voor journalist Serge Simonart schetste Paul Simon in het weekblad “Humo” van de 23ste september 2016 Toots, na diens overlijden, als volgt:  ”Toots was a pleasure. Hij was altijd goedgeluimd, er zat geen gram slechtheid in hem. Hij bracht mij rust. Wij waren lange tijd min of meer buren in Montauk, op Long Island, en daar maakten we lange strandwandelingen, soms met onze vrouwen erbij. Hij was een slimme jongen. Hij lit zich niet beduvelen en koos graag de weg van de minste weerstand. Hij kende zijn waarde ook. Hij wist deksels goed dat no one could touch him. Als je wilde dat het perfect en inventief en warm klonk, was hij de man. Impeccable and soulful, een zeldzame combinatie. Het bracht hem in latere jaren een zekere innerlijke rust te weten dat hij de beste was.”

Nog zo’n hoogtepunt in de carrière van Toots is en blijft zijn bijdrage aan de plaatopname van de Amerikaanse pianist Bill Evans. In het najaar van 1978 zit hij met hem in de “Columbia Studio” in New York, daarbij geflankeerd door bassist Marc Johnson, drummer Eliot Zigmund en saxofonist Larry Schneider, voor de opname van het album “Affinity”. Producer van dienst is Helen Keane. De plaat opent met een instrumentale versie van Paul Simons I do it for your love, een suggestie van Toots. De plaat wordt begin 1979 uitgebracht op het Warner Bros-label.

Een Nederlandse productie wordt in 1980 op het CBS-label het album “Collage”, waarop Toots nauw samenwerkt met Nederlandse sterren als Thijs van Leer, Wim Overgaauw, Rogier van Otterloo, Louis van Dijk, Rita Reys en The Dutch Swing College Band. In de lente van 1983 vinden we Toots onder meer terug in de “Chelsea Sound Studio” in New York voor de opname van het album “An innocent Man” van Billy Joel, weerom een productie van Phil Ramone. Die staat erop dat Toots wordt ingehuurd om mee te spelen tijdens de opname van de song Leave a tender moment alone. Toots is iets later ook te horen en te zien in een liveopname van dat nummer tijdens een concert van Billy in Londen.

In 1981 wordt Toots Thielemans getroffen door een hersenbloeding: “Ik zou dertig optredens met de Amerikaanse jazztrompettist Dizzy Gillespie doen, maar dat ging niet door, want ik lag in het Lenox Hill Hospital in New York.” Zes maanden blijft hij uit de running. Toots at in die tijd te veel en leefde vrij onregelmatig, zoals hij ons tijdens ons interview vertelde. Hij had een veel te hoge bloeddruk: “Ik ben toen wat beter op mijn tellen gaan passen, een beetje meer van mezelf gaan houden, be myself, no more, no less…” Jaco Pastorius, de invloedrijke Amerikaanse basgitarist, belde Toots bijna elke dag tijdens zijn verblijf in het ziekenhuis en hij zorgde er ook voor dat Toots zes maanden na zijn hersenbloeding mee reisde op tournee met hem naar Japan. Na zijn herstel stelt Toots vast dat zijn linkerhand niet meer goed mee wil en besluit voortaan wat minder vaak op de gitaar te tokkelen. Ook al lezen we het in veel bronnen anders, Toots zal tot 1998 nog frequent de gitaar ter hand nemen. Nadien speelde hij nummers als nummers Waltz for Sonny en Bluesette op zijn gitaar op het einde van zijn concerten.

Na zijn hersenbloeding wordt Tootsmotoriek almaar trager. In het boek ” Toots 90″ zegt hij daarover: “Bebop spelen gaat al lang niet meer. Te veel nootjes, te snel. Vroeger kon ik heel snel spelen. I was trying to impress. Zo speel ik nu niet meer. Misschien wil ik wel, maar ik kan het niet meer. In my mind, yes! Of course.” Toch willen we daarbij aanvullen dat Toots door de jaren heen de overbodige noten gaan schrappen in zijn muziek in zijn muziek is gaan schrappen. Hij vond die daardoor rijker klinken. Bebop was in de periode van de jaren vijftig reuze om te spelen, maar daarna liet hij zijn muziek eenvoudiger klinken, die daardoor moeilijker te vertolken werd. Ook Toots’ gehoor gaat jaar na jaar achteruit, een erfenis van zijn vader: “I am like an old athlete, die de filmbeelden van weleer terugziet. Als de sportman, die toen hij twintig was de honderd meter in twaalf seconden liep. Toen hij alles kon en het halen van nieuwe records hem geen moeite kostte. Nog steeds wil die atleet die snelle tijden maken, maar dat lukt niet meer.” Zijn talent kan hij erg goed omschrijven, zoals in een interview met het toonaangevende tijdschrift “Down Beat”: “I like to believe that my strong point is projecting emotion. People cry when I play Smile, Ne me quitte pas, What a wonderful world. I am very impressed with the hot guys today, but they don’t move me all the time.”

In de maand april van 1997 verschijnt naar aanleiding van de vijfenzeventigste verjaardag van Toots de verzamelaar “The Birthday Album” met in het totaal zestien nummers, waaronder Chanson de Victor, Waltz for Debby, Take Five en Preciso aprender a so ser.

April 1998 is er de cd “Chez Toots”, opgenomen in de “Plus XXX Studio’s” in Parijs. Toots ontvangt hier bekenden als Marcel Azzola, Oscar Castro-Neves, Philip Catherine, Dianne Reeves en Johnny Mathis. Op dit album Franse klassiekers, onder meer La vie en rose, Ne me quitte pas, Les moulins de mon coeur en Le temps des cerises. Een rustige plaat is het album “Toots Thielemans & Kenny Werner”, dat in 2001 verschijnt, volgens Toots de mooiste en beste die hij ooit heeft ingeblikt. Pianist en synthesizervirtuoos Kenny hoor je samen met Toots in een eerbetoon aan Michel Legrand en Frank Sinatra en voorts covers van composities van onder meer Herbie Hancock en Chick Corea. In de zomer van 2001 krijgt Toots op vrijdag de dertiende juli een speciale Edison tijdens de openingsavond van het “North Sea Jazz Festival” in de PWA Zaal in Den Haag. Die trofee wordt hem aan het einde van zijn optreden overhandigd door acteur Maarten Spanjer.  ”Wat, waar en met wie Toots Thielemans ook speelt, zijn geluid is direct herkenbaar”, aldus de jury over de wereldberoemde Belg. “De constante hoge kwaliteit en het diverse karakter van zijn muziek rechtvaardigt deze Edison.”

Nog zo’n kers op de muzikale taart is Toots’ optreden, de zestiende maart 2008, in de befaamde “Carnegie Hall” in New York. Aan zijn zijde Herbie Hancock, Paquito D’Rivera,Eliane Elias, Joe Lovano, Oscar Castro-Neves en Kenny Werner. Songs als There Will Never Be Another You, What a Wonderful World en Waters of March passeren de revue.

De zeventiende mei 2009 is Toots een van de vele gasten aan de voet van het “Atomium” in Brussel tijdens “Het Belgavox Concert”, een evenement van de vzw Belga-Vox, die er is gekomen op initiatief van wijlen Marc Moulin, Axelle Red en haar man Filip Vanes, Baloji Stephan Galon, Jan Hautekiet en Patrick Riguelle. De vzw wil bijdragen tot het versterken van de dialoog, het respect, het saamhorigheidsgevoel en de multiculturele diversiteit in België. Onder anderen Adamo, Arno, Daan, Rocco Granata, Axelle Red, Will Tura en Toots Thielemans treden die zondagnamiddag op tijdens een gratis volksfeest in het teken van de solidariteit. Dat najaar heeft in het “Sportpaleis” van Antwerpen de feestelijke vijfentwintigste editie plaats van “Night of the Proms”. De dan 87-jarige Toots wordt uitgenodigd om het podium te delen met OMD, Katona Twins, Sharon den Adel, John Miles en Roxette.

Naar aanleiding van zijn negentigste verjaardag brengt zijn platenfirma Universal in 2012 de verzamelaar “Toots Thielemans – The Best Of” op de markt met achtentwintig van zijn bekendste opnamen, waaronder de bekende thema’s uit “Baantjer”, “Witse”, “Turks Fruit” en “Midnight Cowboy” en songs als Marina, Smile, Ben, Honeysuckle Rose en Bluesette. Voor Toots wordt dit een jaar om nooit meer te vergeten. Zijn agenda puilt uit. Hij werkt een concertreeks af langs alle hoofdsteden van de Belgische provincie, brengt een live cd uit , een dvd met daarop een samenvatting van zijn meest recente reizen en concerten , een dvd van zijn concert in de “Opera van Luik” en het boek “Toots 90″ van de hand van René Steenhorst en Peter de Backer, uitgegeven bij Borgerhoff-Lamberigts met daarin zijn uitgebreide biografie, foto’s uit zijn privécollectie en statements van zeer goede, bekende bevriende muzikanten. Hij speelde datzelfde jaar twee fenomenale concerten in het uitverkochte “Lincoln Center” in New York City.

Dat jaar zet Toots zijn negentigste verjaardag extra glans bij met zijn deelname aan “Jazz Middelheim”, dat van de twaalfde tot en met de vijftiende augustus plaatsheeft in “Park Den Brandt” in Antwerpen. Toots treedt daar op vrijdag de zeventiende op samen met toetsenist Karel Boehlee, bassist Bart De Nolf en drummer Hans van Oosterhout. Wanneer het weekblad “Knack” in de maand april van 2012 op zoek gaat naar Toots’ persoonlijke top tien van zijn eigen producties, komt als winnaar de in 1992 op het Erato-label opgenomen cd “Martial Solal / Toots Thielemans” uit de bus. In “Knack” lezen we daarover: “De soul en de sound van Thielemans passen uitstekend bij het vernuftig geaccidenteerde muzikale parcours dat Solal voor hem uitstippelde. Toots is een expert op het gebied van harmonie en hoort en volgt moeiteloos de verkenningen van de pianist.” Twee jaar later, in de zomer van 2014, wordt als hommage aan Toots tijdens “Jazz Middelheim” – hij is tevens de peter van het festival – een speciaal concert op het getouw gezet, nadat Toots kenbaar had gemaakt definitief op rust te gaan, onder de noemer “The Music of Toots Thielemans” met een rist vrienden als Eliane Elias, Philip Catherine, Bert Joris en Kenny Werner. Tot ieders verbazing verschijnt Toots die avond heel even op het podium en krijgt het publiek gelijk muisstil tijdens zijn vertolking van What a Wonderful World. De kranten delen ‘s anderendaags die vreugde, maar omschrijven Toots als erg breekbaar.

Radio 2 heeft Toots altijd een warm hart toegedragen. Vrijdag de tiende november 2000 krijgt hij tijdens een eerbetoon in het “Casino van Knokke” een plaats in de “Eregalerij” voor zijn Bluesette, samen met Marina van Rocco Granata en Eenzaam zonder jou van Will Tura. In diezelfde “Eregalerij” wordt hij op donderdag de zevende februari 2013, samen met The Scabs en Bart Kaëll, zowat zalig verklaard in het “Kursaal van Oostende” tijdens de uitreiking van de award “een leven vol muziek”.

Aan erelintjes en onderscheidingen heeft Toots geen gebrek. In 1997 krijgt hij de eretitel commandeur in de orde van Leopold II, in 2001 verheft koning Albert II Thielemans tot baron. Bij zijn titel van baron hoort een wapenspreuk: “Be yourself, no more, no less“. Voor hem werd een uitzondering gemaakt en mocht hij omwille van zijn dubbele nationaliteit. Toots is trots op die spreuk. Hij heeft immers altijd in zichzelf geloofd. Hij krijgt in 2005 een nominatie als “Grootste Belg”. In Vlaanderen eindigt hij op de twintigste plaats, in Wallonië op de vierenveertigste. In 2008 krijgt Thielemans de titel “Jazz Master” van de National Endowment for the Arts, de hoogste onderscheiding die in de USA in de jazz wordt uitgereikt. Toots is de eerste Europeaan die deze eer te beurt valt. De elfde augustus 2009 mag hij de Concertgebouw Jazz Award in ontvangst nemen. In Vorst ligt sinds 2011 de Toots Thielemansstraat. Zij grootvader was hier ooit burgemeester. Toots mag terecht terugblikken op een fenomenale carrière. Citeren we in verband daarmee Lionel Ritchie letterlijk: “When I need a harmonica player, I called Toots up on the phone and he flew over to Los Angeles. I almost felt guilty because I wished I had more for him to play. He walked into the room, pulled out his harmonica and the first take is what you hear on the record. He is unbelievable, a very special guy.

Bij zijn afscheid in maart 2014 liet zijn management weten: “Toots wil zijn publiek niet teleurstellen, waardoor alle geplande concerten worden geannuleerd. Hij wenst te genieten van de rust die hij heeft verdiend. Hij kan terugkijken op een prachtige internationale en succesvolle carrière waarin hij vele uitdagingen is aangegaan en waarbij hij steeds uitblonk door zijn muzikaliteit! Hij wenst dan ook iedereen te bedanken voor alles wat ze hem gegeven hebben.”

Of zijn leven een mooi leven was, vroegen hem de journalisten René Steenhorst en Peter De Backer: “Ach, het was misschien te veel ikke-ikke. Zo ben ik nu eenmaal, een groot ego. Toch wel. Spijt erover kan ik niet hebben, iemand daarboven heeft dat kennelijk zo bedacht. Soms ben ik weleens jaloers op iemand als gitarist John Scofield, die grote feesten organiseert voor al zijn familieleden en vrienden. Maar zo ben ik niet.” In menig interview liet Toots graag in zijn ziel lijken: “ Ik ben een dankbaar en tevreden mens, want ik heb het geluk gehad twee fantastische vrouwen naast me te hebben: mijn eerste vrouw die aan kanker is overleden en nadien Huguette. En dan mag ik mijn teergeliefde zus Mariette niet vergeten, want ook zij is een schitterende vrouw.

Maandag de 22ste augustus 2016 overleed op 94-jarige leeftijd in zijn slaap Toots Thielemans in een Brussels ziekenhuis waar hij een maand eerder was opgenomen na een val. Manneken Pis betuigde die maandag, en ook ‘s anderendaags, eer aan hem door het dragen van een Tootskostuum en natuurlijk ook een mondharmonica. De stad Brussel opende diezelfde avond in de onthaalruimte van het stadhuis voor het publiek een rouwregister. Eerder die dag werd al bekend dat de stad Brussel om zes uur ‘s avonds op de Brusselse Grote Markt als eerbetoon aan Toots muziek uit zijn rijke repertoire zou laten weerklinken. Brussels schepen van Cultuur Karine Lalieux nodigde daarbij alle Brusselaars uit om samen van zijn oeuvre te komen nagenieten. In de internationale pers wordt Toots ‘s anderendaags terecht de hemel in geprezen. The Washington Post eert de roemrijke carrière van Thielemans en noemt hem de “jazz harmonica great”. The New York Times bestempelt hem  als een van de weinige muzikanten (een eer die hij deelt met onder meer Larry Adler) die een succesvolle carrière als harmonicaspeler wist uit te bouwen. In Engeland besteedden media uitvoerig aandacht aan zijn overlijden. The Guardian duidt hem als een van ’s werelds beste harmonicaspelers en citeert producer Quincy Jones die den Toots een van de grootste muzikanten van onze tijd noemde.

Zaterdag de 27ste augustus werd Toots tijdens een intieme plechtigheid in de Sint-Niklaaskerk van Terhulpen om 11.00u. begraven. Zeshonderd genodigden woonden de dienst bij. Buiten volgden vele anderen de plechtigheid op groot scherm. Op de tonen van “Bluesette” werd de kist de kerk binnengedragen. Premier Charles Michel zei dat we Toots oprecht merci moeten zeggen voor alles wat hij gedaan heeft: voor zijn muziek, maar ook voor de bekendheid van ons land. Op de uitvaartplechtigheid liet de Amerikaanse president Barack Obama een brief voorlezen, gericht aan Toots echtgenote . “Lieve Hugette, ik was diep bedroefd toen ik het heengaan van uw man vernam. Weet dat u de komende dagen in mijn gedachten zult zijn”. Deze brief werd voorgelezen door de Amerikaanse jazzpianist en componist Kenny Werner, een intieme vriend en collega van Toots. Aansluitend op de begrafenisplechtigheid werd Toots in intieme kring begraven op het ereperk van het kerkhof van Terhulpen. Na de dienst speelden beiaardiers in heel België “Bluesette”.

De 30ste januari 2017 heeft de Koninklijke Munt van België een zilveren munstuk van 20 euro geslagen ter ere van Toots. De voorzijde toont hem met een mondharmonica in zijn hand. Zijn geboorte-en sterftejaar worden vermeld, alsook zijn naam. Op de achterkant staat onder meer de muntwaarde vermeld. Er worden 5000 exemplaren geslagen die voor de prijs van 46 euro per munt verkocht worden.

Donderdag de 2de februari 2017 wordt Toots Thielemans  postuum gehuldigd met de “Lifetime Achievement Award” op de jubileumeditie van de Music Industry Awards of MIA’s, een initiatief van de VRT en Kunstenpunt. “Toots Thielemans is de beste artiest die ons land heeft voortgebracht. Hij is een man van vele verwezenlijkingen, maar zijn grootste verdienste is dat hij van de mondharmonica een hedendaags jazzinstrument heeft gemaakt.”

tekst en research: Marc Brillouet

© 2016 Daisy Lane & Marc Brillouet

Stef Bos


Stef Bos heeft een eigen plaats veroverd in de Nederlandstalige muziek. Hij neemt muzikale foto’s van uitzichten en inzichten. Hij gebruikt in zijn songs de kleuren van weemoed, ironie en lichtheid. Hij zoekt op de grens van de poëzie naar een schijnbare eenvoud.” Met deze tekst heet zijn redactie ons welkom op zijn website. Zijn biografie begint daar heel summier met: “In de beginne was er het cabaret.” En vervolgens in vogelvlucht zijn jeugd- en zijn studiejaren. Voor ons een aanleiding om Stef tussen zijn vele optredens door eens grondig aan de tand te voelen. Alleen is dat makkelijker gezegd dan gedaan, want die man heeft geen zittend gat, is drukbezet en niet altijd juist te lokaliseren. In een interview met “Libelle” zei hij daar in 2004 het volgende over: “Ik weet zelf niet meer waar ik het meest thuis ben. Het is voor mij qua gevoel hetzelfde. Als ik in het vliegtuig richting Zuid-Afrika zit, is het alsof ik naar Groningen rij. Op een gegeven moment gaat een land onder je huid zitten. Dat heb ik met België ook gehad: toen ik twintig jaar geleden naar Antwerpen trok, was ik verliefd op die stad als op een vrouw. Ik voelde: ik moet daar geweest zijn, misschien om het calvinistische, noordelijke, dat ook in me zit, een beetje los te maken. Op dat moment projecteer je je eigen verlangens op iets wat je niet kent. En net als je voelt: misschien heb ik het wel gehad, begint de liefde. Naar Zuid-Afrika trok ik voor het eerst tien jaar geleden, en het schakelpunt kwam er een paar jaar terug. Ik was er een keer of dertig geweest en vroeg me af: heb ik het nu niet gezien? Toen begon het pas. Ik begon de taal te spreken, in die taal te denken. Heel lang heb ik het gevoel gehad dat ik het leven ginder miste als ik hier was, en omgekeerd. Nu is het voor mij één geheel geworden. Ik zat vorige week in Kaapstad, en ik weet dat ik daar vroeg of laat ook voor langere tijd wil wonen.” In een ander interview wou hij over zijn verhuizing naar Vlaanderen het volgende kwijt: “De reden dat ik deels in België woon, is waarschijnlijk dezelfde als waarom ik naar Afrika ben gegaan: om me los te weken van waar ik vandaan kom. Om er na vele jaren uiteindelijk achter te komen dat je daar natuurlijk nooit echt los van komt. Bovendien voelde ik me in Nederland geïntimideerd, ik moest gewoon weg om mezelf te ontwikkelen. Toch zal ik in België altijd een buitenstaander blijven. Soms heb ik heimwee naar het Nederlandse Albert Heijngevoel: de openheid van de mensen, dat je mag zeggen wat je denkt. In België moet je de mensen eerst decoderen. Ik verlang soms terug naar Nederland, maar ik besef dat ik daar nooit weer echt zal kunnen aarden. Misschien dat ik daarom letterlijk op de grens woon.”

Stef werd de twaalfde juli 1961 in het Nederlandse Veenendaal geboren. Zijn vader Albertus Willem Bos was in het dagelijkse leven juwelier. Meteen na diens humaniora moest hij tijdens de oorlog onderduiken en kon zijn studies niet voortzetten, al had hij dolgraag theologie gestudeerd. Dankzij opa Bos, die textielvertegenwoordiger was, kwam papa eerst in een kledingbedrijf in Zwolle terecht, maar begon een tijdje later samen met zijn broer een juwelierszaak die erg goed liep omdat papa niet alleen een bekwaam vakman was, maar in eerste instantie een zeer betrouwbaar en consequent persoon. Het gezin Bos telt drie kinderen: Stef heeft een broer die tien jaar ouder is en een zus die drie jaar ouder is. Moeder Nel kreeg daarnaast nog drie miskramen te verwerken. Tijdens een interview voor “De Standaard” in 2012 naar aanleiding van het verschijnen van het boek “Door de ogen van mijn vader”, dat Stef Bos over zijn papa schreef, wilde die wel even het volgende over zijn zoon kwijt: “Op zijn zestiende wilde Stef naar de vakschool om goudsmid te worden en de zaak van mij over te nemen. Maar er was toen een heftig schandaal aan de gang in die school over het gebruik van heroïne. Ik vond dat hij daar beter mee wachtte.” Stefs oudere broer ging akkoord met die overname, op voorwaarde dat Stef hem dan één derde van de waarde zou uitbetalen. Daarop haakte Stef af en trok naar de havo (hoger algemeen voortgezet onderwijs) in Ede. Hier kwam hij terecht in een streng christelijke school waartegen hij zich ging verzetten. Stef trok zich toen al regelmatig terug op zijn kamer om daar iets te schrijven. Hij had intussen de verzen van Erich Kästner ontdekt, die spraken hem wel aan. Hij begon ook de werken van Kurt Tucholsky en Erich Mühsam te lezen. Vader Bos herinnert zich Stef als een jongen die graag zijn eigen gang ging. Een jongen die veel zat te lezen en naar muziek luisterde. Moeder Nel was een vrouw boordevol fantasie, dat moet Stef van haar geërfd hebben. Zij beschouwde vaak de winkel als een soort forum om de klanten het naar hun zin te maken. Toen hij begon op te treden, was zij er graag bij. Op haar sterfbed in 1998 moest zijn vader haar beloven die traditie voort te zetten, wat hij ook deed, tot hij het fysiek niet meer kon. Aanvankelijk dachten Stefs ouders dat hij in het theater zou belanden, maar Stef begon almaar meer liedjes te schrijven en uitgever Hans Kusters vond dat hij die dan maar gelijk zelf op plaat moest uitbrengen. In de winkel van Stefs vader komt op zekere dag de schrijver Hans Andreus langs en laat daar een kinderboek achter, “Mijnheer Pompelmoes”. Dat boek zou de aanzet betekenen tot het schrijverschap van Stef.

Stef is achttien wanneer hij in 1979 naar Utrecht gaat om daar voor leraar verder te studeren. Hier blijft hij graag ‘s nachts op om dan te schrijven, te tikken eigenlijk, op een oude Adler-tikmachine. Hier waant hij zich voor het eerst een echte dichter. Hij gedroeg zich ook een beetje pretentieus. Hij stuurde naar verscheidene uitgevers een verzameling versjes. “Te kreupel om te lopen“, zegt Stef daar jaren later over. Daarnaast geraakt hij geboeid door het fenomeen cabaret. Op school leert hij Chiel van Berkel kennen en richt samen met hem het duo Kaliber op. Toen viel het hem al op dat hij het was die altijd moest zingen. Zij nemen in de “TH Aula” te Delft in 1982 deel aan het cabaretfestival “Cameretten”, waar zij in de finale tweede eindigen en de prijs van het publiek in de wacht slepen. In 1984, wanneer Stef zijn lerarenopleiding heeft afgerond, verhuist Stef, met Chiel voorop, vanuit Utrecht naar Antwerpen om daar aan het “Hoger Instituut voor Dramatische Kunst” (Studio Herman Teirlinck) te gaan studeren. Stef krijgt hier les van onder meer Jean Blaute, Denise De Weerdt, Raymond van het Groenewoud en Johan Verminnen. Die leert hem de chansons van Brel, Brassens en Ferré kennen. Van Raymond onthoudt hij: “Ge moet zingen, wie dat ge zijt” en “Ge moet uw eigen stem vinden.” Dat viel Stef wel erg op, want hij was vooral op een romantische manier bezig met liedjes schrijven, bezig met te zijn wie hij dacht te moeten zijn om anderen, vooral meisjes, te imponeren. Die zoektocht en dat imponeren begon allemaal met dat ene liedje Is dit nu later. Bos studeert in 1988 af aan de afdeling kleinkunst. Met Chiel was Stef intussen een nieuw duo begonnen, Idioten Blozen Niet, dat in 1988 tweede wordt tijdens het “Amsterdams Kleinkunst Festival”.Vanaf 1988 tot en met 1990 gaat Stef acteren bij de toneelgroep “Oud Huis Stekelbees” in Gent. Daarmee staat Stef voor het eerst echt in de schijnwerpers. “Ik vond het niet zo makkelijk in het begin. Er zit een publiek voor je dat naar je kijkt. Ik begon me pas een beetje op mijn gemak te voelen, toen ik een tijd later begon te zingen en op te treden en te doen alsof ik thuis was, dat de mensen gewoon langskwamen om te kijken. Ik kom uit een gezin waar het niet vanzelfsprekend was dat je op een podium ging staan. Ik ben heel lang onzeker geweest of ik wel iets te vertellen had. Ik ben naar Antwerpen gegaan om de toneelschool te doen. Na verloop van tijd zag ik in dat het optreden an sich relatief is. Het is maar een heel klein onderdeel van het wereldgebeuren. Dat is een aangenaam uitgangspunt. Er zijn al zoveel dingen voor jou gebeurd en er zullen er nog zoveel na jou komen. Toen dat in mijn hoofd zat, ben ik me pas echt met muziek gaan bezighouden.”

In 1989 gaat Stef een tijdje samenwerken met Radio 2 als lid van “De ochtendploeg”, een licht satirisch programma tussen 6 en 8 uur. In die ploeg zaten ook nog Bart Van den Bossche en producer Erik Strieleman. Elke zondagavond werd in café “De Witte Arend” in Antwerpen de actualiteit besproken en de basis voor het programma gelegd. Op de achtergrond klonk steevast klassieke muziek. Voor Stef een belangrijke periode in de aanloop naar zijn carrière. Gert Verhulst en Hans Bourlon van Studio 100 vragen Stef in die periode of hij niet de titelsong wil schrijven van “Samson en Gert”. Een jawoord is vlug gegeven en in een en dezelfde moeite wordt Stef de rol aangeboden van Joop Mengelmoes, de Hollandse buurman van Samson en Gert. Hij mag het personage naar zijn hand zetten. Stef houdt deze deelname vol tot in 1992 om zich van dan af volledig met zijn carrière bezig te houden. Hij schreef wel een aantal liedjes voor Samson en Gert, waaronder Het Samsonlied, Er zit meer in een liedje en Samen delen.

Stef gaat ook voor anderen schrijven, onder meer voor zijn vriendinnetje Ingeborg, die hij tijdens zijn kleinkunstopleiding in Antwerpen had leren kennen. Ingeborg zingt tijdens de “Baccarabeker” in 1988, waar zij deel uitmaakt van de West-Vlaamse ploeg samen met Phil Graveyard en Clouseau, Te Weinig Kracht, dat Stef speciaal voor haar had geschreven. Dat liedje verschijnt iets later samen met het nummer Niemand op haar eerste single uitgebracht op het HKM-label, het platenlabel van muziekuitgever Hans Kusters, die ook de heren Clouseau en iets later Stef Bos onderdak verleent. Tijdens dat festival zingt Ingeborg ook Verlangen, eveneens geschreven door Stef en dat haar tweede single wordt, waarbij zij de vocale steun van Clouseau, lees Koen Wauters, krijgt. De VRT had meteen door dat Ingeborg wel wat in haar mars heeft en nodigt haar in 1989 uit om deel te nemen aan “Eurosong”, met in de finale onder meer Jimmy Frey, Expo, Dany Caen, Bart Van den Bossche, Angie Dylan en Boogie Boy. Clouseau eindigt tweede met het liedje dat iets later een gigantische hit zou worden, Anne, en Ingeborg wordt eerste met het door Stef Bos geschreven Door de wind. De zesde mei trekt Ingeborg in het gezelschap van Stef, die de tweede stem mag zingen, naar Lausanne in Zwitserland om daar tijdens de vierendertigste editie van het Eurovisiesongfestival de Belgische driekleur te verdedigen. Zij eindigt daar negentiende. Winnaar wordt de groep Riva voor Joegoslavië met Rock Me. Bij ons wordt Door de wind in een productie van Roland Verlooven op single uitgebracht en in de Vlaamse Top Tien de tweeëntwintigste april een nummer één. In 1990 lanceert Ingeborg haar eerste album met daarop niet alleen haar eerste hits, maar ook liedjes als Eeuwen geleden, Toiletje, Alles gaat voorbij en haar volgende single Zomer, waaraan zij een blij lentegevoel overhield, ook al speelt het liedje in op het naderende einde van de zomer. Ook deze keer tekst en muziek van Stef Bos in een productie van Roland Verlooven gekoppeld aan het nummer Ik wil geluk, eveneens van de hand van Stef.

Door zijn samenwerking met Ingeborg had Stef dus inmiddels Hans Kusters leren kennen, onder meer eigenaar van het HKM-label, die hem snel een contract aanbiedt bij zijn uitgeverij en platenfirma. In de maand november van 1990 ligt de eerste langspeler van Stef in de winkel. Producer van “Is dit nu later” is Roland Verlooven. Stef herinnert zich nog duidelijk dat dit de eerste tekst was die hij schreef waarin hij zich losmaakte van het cabaret en een meer persoonlijke weg insloeg. Een weg die de hoofdlijn zou worden van wat hij op papier zette. In de “Studio Impuls” te Herent wordt Stef bijgestaan door onder meer de muzikanten Marc Bonne, Yannick Fonderie, Eric Melaerts en Patrick Mortier. Dertien liedjes staan er op het album, waarvan Stef We doen het zelf samen met Roland Keyaert schreef. Het volgens velen meest opvallende nummer Papa staat de dertiende april 1991 op single op acht in de Vlaamse Top Tien. Tijdens een van onze vele babbels vertelde Stef me daarover het volgende: “Papa is het sterkste voorbeeld van het persoonlijke. Kijk, ik leef maar één keer en ik kan niet anders dan schrijven wat in m’n kop zit. Ik ben geen liedjessmid die een leuk thema vindt en daar een plezant liedje over kan schrijven. Bij mij wordt een liedje geboren. Dat schreef ik op ‘n zondagmiddag toen ik met mijn vader in een en dezelfde kamer zat en ik in de gaten kreeg hoe hij naar zijn handen zat te kijken. Hij haalde wat vuil onder zijn nagels vandaan. De manier waarop hij dat deed en zo zat te staren naar zijn handen, dat doe ik ook precies zo. Op dat moment werd ik er op de een of andere manier door aangegrepen en zo ontstond een soort liefdeslied voor een vader, want zo’n lied moet dan wel over méér gaan dan alleen maar “mijn vader”. Zowel mijn vader als ik hadden moeite om emoties te bespreken en dit nummer gebruikte ik om hem duidelijk te maken dat ik van hem houd, dit vooral ook vanwege de kanker waartegen mijn vader toen vocht. Toen ik het schreef, woonde ik al acht jaar in Vlaanderen en had enorm veel opgestoken van Johan Verminnen en Raymond van het Groenewoud, door wie ik in een muzikaal bad was terechtgekomen.” Papa is inmiddels een regelrechte Bosklassieker geworden. Vooraleer Stef het ging zingen en op plaat zetten, liet hij het op een dag op een cassettebandje aan zijn vader horen. Die voegde er na het beluisteren alleen maar aan toe: “Nou jongen, we zijn het niet in alles met elkaar eens, maar je hebt het beschreven zoals het is.” We zouden het haast uit het oog verliezen, maar met Papa staat Stef de tweede maart 1991 eveneens op acht in de Nederlandse Top Veertig. Op de vraag of hij Papa na al die jaren nog niet moe is om nog maar eens te zingen, antwoordt Stef gevat: “Helemaal niet. Sinds ik zelf vader ben geworden, verandert het licht dat op dat nummer schijnt. Het is een vreemde gewaarwording als een lied boven jezelf uitstijgt. Wat in dit geval gebeurd is. Het is een lied geworden dat voor anderen een betekenis heeft waardoor het niet meer alleen van mij is. Dat voel ik ook als ik het zing. Het is het lied dat mij heeft meegenomen op de reis die ik tot nu toe heb gemaakt. Het is ongetwijfeld het lied dat ik het meest heb gezongen. Want het verandert nog steeds door de lichtinval van de tijd. Ik zing het haast telkens totaal anders als ik het live breng. Toen mijn vader overleed, speelde ik het lied met gewoon andere akkoorden. Soms durf ik weleens een zin in de tekst te veranderen: “we komen elkaar na de dood nooit meer tegen” wordt dan “we komen elkaar na de dood misschien niet meer tegen”. Ik ben helemaal niet gelovig, maar het is op mijn leeftijd oninteressant om te zeggen wat de waarheid is.” In 2013 zal Antje Monteiro als antwoord de single Mama releasen. De vader van Stef overleed de elfde juni 2014 op 91-jarige leeftijd in het verzorgingshuis in Veenendaal, waar hij de laatste jaren verbleef.

Voor zijn eerste album “Is dit nu later” krijgt Stef in de maand mei van 1991 een Edison in de categorie “Nederlands populair”. Over dit album schrijft Stef in zijn boek “Alles wat was” het volgende: “Met dit album veranderde mijn leven van de ene dag op de andere. De anonimiteit die ik voor het schrijven zo aangenaam vond, het struinen door de stad, het observeren van mensen, het was gedaan. Nu werd ik geobserveerd. Hoorde hoe mijn naam achter mijn rug werd gefluisterd. Het streelde het ego van de zanger, maar de schrijver voelde er zich ongemakkelijk bij. De zanger zocht het spotlicht, de schrijver had de anonimiteit nodig.” Datzelfde jaar wordt hem in de maand februari door de stichting Conamus de Zilveren Harp toegewezen. Jaarlijks worden in die maand tijdens het “Harpen Gala” de Gouden Harp, Zilveren Harp en de Buma Exportprijs uitgereikt. De Zilveren Harp is een aanmoedigingsprijs voor beginnende artiesten.

Door het succes van Papa wordt het album “Is dit nu later” met dubbel platina bekroond. Dat vraagt dadelijk om een opvolger en dat wordt “Tussen de liefde en de leegte”, opgenomen in “Bullet Sound Studio 1″ te Nederhorst den Berg tussen de dertiende en de eenendertigste juli 1992. Stef voegt ter verduidelijking aan de titel van zijn album toe: “Ik ben altijd onderweg, ik leef onrustig en onzeker, tussen de liefde en de leegte.” De arrangementen van de plaat zijn in handen van de bekende Nederlandse muzikant Hans Hollestelle. Voor de productie tekent niemand minder dan Boudewijn de Groot, die het zelfs leuk vindt op de plaat hier en daar voor het achtergrondkoortje te zorgen. Een hele rist Nederlandse muzikanten mogen de studio bevolken. Een nummer dat opvalt is De Figuranten. Met Jan Van Rompaey had Stef afgesproken voor het programma “Zeker Weten” op de VRT-televisie een jaarlang de actualiteit te volgen en waar nodig er een lied over te schrijven. De oorlog in Joegoslavië en de Amerikaanse aanval in Irak zijn het vertrekpunt voor dit lied. De aanwezigheid van generaal Schwarzkopf met zijn beelddemonstraties van geleide raketaanvallen en de vluchtelingenstroom op de Balkan deden Stef in zijn pen kruipen. “Tussen de liefde en de leegte” levert hem opnieuw twee radiohits op, Jij bent voor mij en De radio, geschreven in opdracht van de VRT en ook graag geschreven omdat Stef van het mysterie van alleen maar een stem houdt: het voedt namelijk de verbeelding. Opvallend is dat beide nummers niet in de Vlaamse Top Tien opduiken. In 1993 ontvangt Stef voor zijn intussen met een platina exemplaar bekroonde album “Tussen de liefde en de leegte” de prestigieuze “Pall Mall Exportprijs”, een jaarlijkse Nederlandse prijs voor in het oog springend jong talent in de sector kunst en cultuur. De prijs bestond sinds 1978 en werd mogelijk gemaakt door SNS REAAL Fonds. Wegens de tabakswet werd de naam van de prijs gewijzigd. De oude naam was de Pall Mall Exportprijs, dit werd eerst de British American Tobacco Prijs. De latere naam, de Eerste Prijs, werd vanaf 2006 gebruikt tot 2010, het laatste jaar dat de prijs werd uitgereikt. De prijs had tot doel de ontwikkeling van jonge artiesten te bevorderen. De winnaar kreeg 15.000 euro en een replica van een beeld van Yvonne Kracht.

De vierde mei 1991 scoort Stef zijn enige nummereenhit in de Vlaamse Top Tien. Hij had iets voordien Breek de stilte samen met Bob Savenberg van Clouseau opgenomen. Bob schreef dit liedje samen met Stef op verzoek van Bobs zus Mieke, om met deze plaat haar autistische kind en de duizenden andere kinderen in Vlaanderen en Nederland te helpen. De opbrengst van deze plaat ging integraal naar de “Vlaamse Vereniging Autisme” en de “Nederlandse Vereniging Autisme”. Breek de stilte wordt tijdens de zomer van 1991 door Radio 2 tot “Zomerhit ’91″ gekroond. Papa ontvangt diezelfde avond de prijs van beste Nederlandstalige plaat. Van VTM mag Stef Bos dat jaar een “Gouden Oog” in ontvangst nemen als populairste zanger. In Vlaanderen laat hij het publiek met zijn talent kennismaken tijdens zijn eerste theatershows.

Omdat hij zoveel talent in zich heeft en graag links en rechts dat talent toetst aan diverse activiteiten, vertaalt en bewerkt hij in opdracht van het “Ballet van Vlaanderen” de musical “De man van La Mancha”. Stef schrijft alle Nederlandstalige teksten van de musical. Hij ging maar wat graag op dat voorstel in omdat zijn idool Ramses Shaffy de hoofdrol zou vertolken. De elfde oktober 1993 heeft de première plaats. Ramses zet een magistrale versie neer. Datzelfde jaar wordt Shaffy in Amsterdam door de zangers en acteurs in Amsterdam gevierd. Voor deze gelegenheid schrijft Stef De Kracht van de Onmacht.

In 1994 is er het nieuwe album “Vuur”. Intussen was Stef op zoek gegaan naar zijn herkomst, had hij zich ook wat ondergedompeld in andere culturen. Hij had een jaar eerder op een avond in Antwerpen op het terras van café “De Faam” de Zuid-Afrikaanse zanger Johannes Kerkorrel ontmoet. Iemand die, zo bleek uit hun gesprek, de confrontatie zocht met zijn eigen cultuur ten tijde van de apartheid. In Zuid-Afrika leerde Stef hun traditionele muziek kennen, vermengd met religieuze elementen. Een neerslag van dit alles horen we terug in veertien liedjes, waarvan De Hemel en Pepermunt speciaal geschreven werden voor het NCRV-programma “Baas boven Bos”. Voor zijn derde album “Vuur” neemt Stef de productie zelf in handen en selecteert als muzikanten de basgitaristen Evert Verhees en Flor Van Leugenhaeghe, toetsenist Marc De Boeck, gitarist Francis Wildemeersch en percussionisten Walter Metz en Eric Rits. Het album zal drie singles opleveren: Hilton Barcelona (Stef was daarnaartoe gereisd op uitnodiging van zijn muziekuitgever Hans Kusters, waar zij in het Hilton Hotel logeerden), Pepermunt en Awuwa, wat zoveel betekent als Zij wil dansen. Na hun gesprek in dat Antwerpse café hadden Stef en Johannes besloten een poging te ondernemen om het Nederlands en het Afrikaans samen te brengen in een lied, nadat dat jaren onmogelijk was, gezien de culturele boycot die er bestond. Stef schrijft dit nummer samen met Johannes (echte naam Ralph John Rabie) en Didi Kriel tijdens een vijfdaags verblijf in Johannesburg. De zeventiende juli 1993 prijkt Awuwa op de negende plaats in de Vlaamse Top Tien. Tijdens onze babbel geeft Stef toe dat hij Zuid-Afrika heeft leren kennen dankzij Johannes, die voor hem in dat continent een fenomenale gids is geweest en die hem in dat gebied de diverse culturen en complexiteit heeft leren kennen. “Als je zo’n land leert kennen via iemand die met een open vizier leeft en kijkt, dan kun je niet anders dan er verliefd op worden. Zonder Johannes Kerkorrel zou mijn leven er anders hebben uitgezien. Ik heb door hem leren inzien dat ik de onrust en onvoorspelbaarheid van Afrika nodig heb om mezelf te dwingen voorbij de grenzen te bewegen, mezelf in vraag te stellen. In Nederland en Vlaanderen kan ik dan weer op tijd en stond tot rust komen in die cocon van de goede geregelde orde.” Om nog even met dat Afrikaverhaal door te gaan. Hier leert Bos de in Sophiatown geboren zangeres Thandi Klaasen kennen. Op het HKM-label zal van haar in 1996 het album “Together as one” verschijnen, waaraan Stef samen met Johannes Kerkorrel zijn medewerking verleent. We horen Stef op dit album samen met Thandi onder meer in het aanstekelijke Two of a kind, dat de negentiende juli op single verschijnt. Nog even dit vermelden: van 1990 tot 2001 las Johannes wekelijks zijn column voor in het Radio 1-programma “Het einde van de wereld”. De twaalfde november 2002 overlijdt Johannes op 42-jarige leeftijd in Johannesburg.

In de maand oktober van 1995 is er het album “Schaduw van de nacht”. De keuze van Stefs muzikale evolutie sinds zijn eerste plaat was intussen duidelijk hoorbaar en leidde regelmatig tot een stevig gesprek met zijn platenbaas Hans Kusters, die voorzag dat het publiek van het eerste uur zou afhaken, dat ze van Stef zouden vervreemden. Hans kreeg gelijk, maar Stef kon niet anders dan nieuwe grenzen aftasten om het op die manier voor zichzelf interessant te houden. Nog steeds is Stef Hans dankbaar dat hij zijn eigen weg mocht gaan. Tijdens de zomer van 1995 kampeert Stef in de Nederlandse “Bullet Sound Studio” in Nederhorst den Berg en in de “Crescendo Studio” in Genk. Geflankeerd wordt hij daar door onder anderen gitarist Francis Wildemeersch, bassist Lené te Voortwis, bassist Bert Embrechts en accordeonist Marc De Boeck. Het merendeel van de liedjes schrijft Stef zelf. Het was geen gemakkelijke klus, want het schrijven van de teksten nam meer tijd in beslag dan voordien. Er was namelijk kritiek op zijn teksten opgedoken en Stef las die in een positieve zin, hij trok zich die aan en dat vertaalde zich in beter afgewerkte poëzie. Zijn albums worden van dan af beter in Nederland gesmaakt dan in Vlaanderen, waar uiteindelijk alles voor hem begonnen was. In die tijd werd het Engels ook almaar dominanter in de hitlijsten en was er voor het Nederlandstalige werk van Bos almaar minder plaats en aandacht. Door zijn ontdekking van Zuid-Afrika ging er voor Stef intussen een nieuwe wereld open. Zijn leefwereld werd ruimer. Hij ging Zuid-Afrika almaar meer als zijn derde thuisland beschouwen. In het liedje Zondag in Soweto zingt hij daar bijvoorbeeld over. Hij had dit liedje geschreven tijdens zijn verblijf in Zuid-Afrika toen hij aan het project met Thandi Klaasen werkte. Voor deze song was Stef op zoek naar een traditioneel zwart kerkkoor en kwam op een zondag in een kleine kerk van zinkplaten in Soweto terecht. Daar zong het Zion kerkkoor, met wie hij in de “Valley Studio” in Johannesburg Zondag in Soweto opneemt. Het album “Schaduw in de nacht” is voor Stef samen met zijn eersteling “Is dit nu later” de belangrijkste cd in zijn ontwikkeling tot op dat moment. De nummers Vrouwen aan de macht en Schaduw in de nacht worden de maanden nadien als singles uitgebracht. “Schaduw in de nacht” is ook de titel van de theatertournee waarmee Stef en zijn band van 1995 tot en met 1996 on the road gaan.

In 1995 is er de single Twee mannen zo stil, een duet dat Stef opneemt samen met zijn vriend Frank Boeijen. Stef lag in 1984 ziek in bed, luisterde naar de radio en hoorde Frank het nummer Zwart Wit zingen. Hij was er meteen door geraakt, niet alleen door het ritme, maar ook door zijn manier van zingen en vooral door de tekst, want ze hebben beiden een broertje dood aan racisme, populisme en materialisme. Door de jaren heen leerden ze mekaar beter kennen en waarderen. Ze groeiden beiden uit tot chansonniers van de Lage Landen. “Bij Stef“, zegt Frank, “kan ik thuiskomen, we zijn geestverwanten!” Van Boeijen leerde Stef door de jaren heen hoe je je zakelijk moet opstellen, niet alleen artiest zijn, maar ook zakenman. Twee mannen zo stil kwam tot stand na een optreden in Brugge waarna ze naar een restaurant trekken, waar Stef achter de piano plaatsneemt. De woorden van het nummer waren in Franks hoofd blijven hangen na de begrafenis van een vriend. Stef had zomaar ineens de noten erbij. In het gastenboek van het restaurant schreven ze de tekst verder uit en zetten er een punt achter toen de rijkswacht kwam vragen of het niet wat stiller kon. Geluidsoverlast, kan je nagaan.

Jacques Brel is iemand waar Stef enorm naar opkijkt. Hij treedt samen met Johan Verminnen, begeleid door pianist Michel Bisceglia, de dertiende en veertiende januari 1997 in de “Ancienne Belgique” en de elfde maart 1997 in het “Cultureel Centrum De Werf” te Aalst op tijdens de alom geprezen voorstelling “In het licht van de schaduw”, een hommage aan Jacques Brel naar aanleiding van diens overlijden twintig jaar geleden.

De achttiende oktober 1997 ligt het dubbelalbum “De onderstroom” in de winkels. De productie is deze keer in handen van Stef Bos en Bert Embrechts. Stef geeft toe dat wanneer hij hier in de Lage Landen geen verplichtingen had, hij op zoek ging naar een andere horizon. Niet alleen het uitzicht verandert dan, maar ook het inzicht. Het logische gevolg is dat deze nieuwe verzameling liedjes die sporen daarvan dragen. Samen met bassist Bert Embrechts ontstond de idee om een reis te maken van Kaapstad naar Johannesburg en onderweg liedjes te schrijven en die op te nemen met lokale muzikanten zoals Faith Kekana, Lucas Maree, Stella Khumalo, Louis Mhlanga, Wings Segana, Ray Phiri en anderen. Zijn vriendschap met Johannes Kerkorrel was in dezen erg belangrijk. Johannes zou een hechte vriendschap met Stef aanknopen en hem de liefde voor het Afrikaans bijbrengen. Over die periode zei Stef nadien het volgende: “Vanaf die ontmoeting met Johannes Kerkorrel was ik verkocht aan Zuid-Afrika en de schoonheid van het land. In die begindagen maakte ik met name veel muziek samen met zwarte muzikanten. We deelden een bezieling en leerden van elkaar. De muziek was spiritueel, zonder voor entertainment bedoeld te zijn. We maakten muziek vanuit onze buik, ik heb zoveel van ze geleerd. Dit resulteerde in de cd “De onderstroom”. Op deze cd hebben we talen vermengd. Juist doordat we elkaars moedertalen niet spraken, merkten we dat het bij muziek niet zozeer gaat om wat je zegt, maar hoe je het zegt. Van daaruit ben ik later verder gegaan, steeds culturele grenzen overgegaan, met name zwarte culturen. Op dat moment had ik eigenlijk nog helemaal geen oog voor die ene taal die zo dicht bij mijn eigen taal ligt, het Afrikaans. Ik hoorde het om me heen, begreep er veel van, maar deed er niets mee. Langzaamaan begon ik het te integreren in mijn eigen muziek.” Op het einde van de lange reis werd het eerste deel van deze cd in de maand april in dat jaar 1997 in de “Valley Studio” in Johannesburg ingeblikt. Uit de mond van de band klonk het haast unaniem in die studio: “We have to celebrate our differences!” Tijdens de opnamen leerde Stef van de Afrikaanse muzikanten dat je nooit iets mag forceren. Als je lang genoeg de tijd laat, zoekt de melodie en de tekst zijn eigen bedding naar zee. Daar heeft Stef stilaan leren loslaten. Go with the flow. Het album werd uiteindelijk opgedeeld in twee: “De onderstroom 1″ en “De onderstroom 2″, in het totaal goed voor vierentwintig nieuwe liedjes. Deel twee van dit album werd in Antwerpen opgenomen en gemixt. Er werd bij Stef thuis gewerkt tijdens die ontzettend hete zomer, in het hart van de stad, op zijn zolder. In de Ultratop 200 Albums staat de cd de vijfentwintigste oktober op de veertiende plaats. De dag zal komen en De tovenaar verschijnen op single. “De onderstroom” is ook de titel van zijn nieuwe theatershow waarmee hij op stap gaat.

In de maand april 1998 brengt Stef zijn liedjesteksten gebundeld uit onder de titel “Meer dan papa”. Live optreden is naast het schrijven van liedjes zijn grootste genot. Daar kan hij zijn oeuvre het best etaleren. Het hoeft ons dan ook niet te verbazen dat hij een rist hoogtepunten van die optredens in 1998 verzamelt op de dubbelaar “Stad en land”, een overzicht van hoogtepunten van de voorbije zes jaar. In het totaal zeventien liedjes die proberen een indruk te geven van de verschillende tournees en het karakter van elke tour. Er staan voor de aardigheid ook enkele nooit eerder opgenomen nummers op zoals Fake, Door de wind en Sophiatown. Er werd eerst getwijfeld of de bindteksten tijdens de nummers op de cd te horen zouden zijn of niet, maar omdat ze niet zo tot hun recht komen op deze plaat omdat de juiste sfeer ontbreekt, werden ze weggelaten.

Ook al is Stef vaak op reis en schrijft hij onderweg het merendeel van zijn liedjes, toch hebben de songs op het album “Zien”, dat in 1999 in de winkel ligt, met het thuisfront te maken. Afrikaanse klanken blijven hier achterwege. Bos kiest meer voor de sfeer van het chanson en dat is duidelijk te horen ook. Er wordt opgenomen in “Studio The Groove”. Stef omringt zich met een hele rist muzikanten, een tiental. In Reizen door de nacht is in de achtergrond Johan Verminnen te horen. Stef schrijft zijn liedjes almaar meer en vaker samen met anderen, met onder meer Bert Embrechts, Francis Wildemeersch, Gert Meert en Antony Boast. Met de meesten is hij vaak onderweg en dan leent de tijd zich regelmatig om samen liedjes te schrijven. Een absoluut hoogtepunt op dit album is de Bosklassieker Rue de Mouftard: “En ik laat je zien waar ik wou wonen, in de Rue de Mouftard, met de vrouw van mijn dromen, ik was negentien jaar, met de pretentie van een dichter die nog niets geschreven heeft en die alleen in zijn verbeelding tot de bodem heeft geleefd.” Op dit album laat Stef horen dat Jacques Brel hem na aan het hart ligt. Stef schrijft een Nederlandse tekst bij een van de bekendste liedjes van Brel, Jef. Voor het album in de rekken lag, was er de gelijknamige theatertour, goed voor negentig optredens. Tijdens die concerten doken vele nieuwe liedjes op, die uiteindelijk op dit album werden verzameld, vijftien in het totaal. Tijdens de vele repetities en de tour zelf kregen ze stilaan de vorm zoals ze op het album te horen zijn. Het nummer Ik heb gedronken werd gezamenlijk door de ganse band van dienst geschreven. Het wordt een manier van samenwerken die op de volgende albums almaar meer voorrang krijgt, teamwork. Die manier van werken, dat samenspelen heeft Stef sindsdien als zanger-liedjesschrijver een tweede leven gegeven.

In de maand november 2000, met het oog op cadeautjestijd, wordt Bos verzameld op de dubbelaar “Het beste van Stef Bos”, uitgebracht op het HKM-label en verdeeld door CNR. Het album is opgedeeld in tweeën: cd 1 “Noord” met daarop bekende liedjes als Papa, Breek de stilte en De radio, en cd 2 “Zuid” met daarop Afrikaanse nummers als Awuwa, Didi Mala en Johannesburg. De platenfirma had er wellicht meer van verwacht, maar de zestiende december houdt het album halt op de vijftigste plaats van de Ultratop 200 Albums. Stef zegt over deze cd: “Dit is een verzameling die een idee geeft van de weg die ik aflegde sinds ik eind jaren tachtig besloot dat ik vooral liedjes wilde maken, want ik voelde dat ik niet voor acteur of cabaretier in de wieg gelegd was. Elk liedje op deze plaat is een keten van associaties die ergens begint, een banaal nietszeggend voorval kan al voldoende zijn. Zoals een vader die op een zondagmiddag zwijgend zijn eigen handen bekijkt en opeens zie je jezelf terug. Elk lied heeft zo zijn oorsprong, maar moet die oorsprong ontstijgen om zichzelf te worden, zoals een mens. Pas dan kan een lied misschien iets teweegbrengen. Ik heb geleerd met vallen en opstaan en ik leer nog steeds. Aanvankelijk was alles direct wat ik schreef, daarna ging ik meer op onderzoek. Zo leerde ik dat je ook soms gewoon kunt beschrijven wat je ziet. Wie schrijft moet een vreemdeling willen zijn, een observator van zichzelf, de anderen en de wereld. Wie schrijft moet afstand kunnen nemen op zijn tijd van zijn tijd.”

Diezelfde maand november 2000 verschijnt de cd “Louis Neefs 20 jaar later”. Hierop zet Stef een niet onaardige versie neer van Neefs’ Martine. Dat album is een heuse meevaller en geraakt de zesde januari 2000 tot op vier van de Ultratop 200 Albums. Bos duikt de negentiende december ook op tijdens het herdenkingsconcert dat ter ere van Louis Neefs in het “Sportpaleis” op het getouw wordt gezet. In het totaal komen er die dinsdagavond twaalfduizend Neefsgetrouwen opdagen.

Daar waar Stef op het album “Zien” de Afrikaanse aanpak en verpakking wat achterwege liet, pakt hij op het volgende album “Van Mpumalanga tot die Kaap” weer lekker exotisch uit. Deze cd is het muzikale resultaat van de vele reizen die Stef door dit continent heeft gemaakt. Het is ook het eerste Bosalbum dat in 2001 zowel in België, Nederland als in Zuid-Afrika tegelijk werd uitgebracht. Er duiken, naast de vaste bende, ook enkele Afrikaanse muzikanten in de studio op, met name de gitaristen Louis Mhlanga en Tu Nokwe. Van de hand van Frank Boeijen is er het liedje Ingabilé. Een aantal tracks zijn liveregistraties die tijdens de zomer werden opgenomen, onder andere Zondag in Soweto, dat in het openluchttheater “KLeine Libertas” in Stellenbosch werd opgenomen, net als de nummers Witsand en De rivier. In het bijbehorende boekje schrijft Stef: “Het Afrikaans is een taal die betovert, het kan de werkelijkheid meer waarde geven. Het is een jonge taal die nog niet verzuurd is door taalunies en taalrechters. Ze hebben het wel geprobeerd tijdens de apartheid, maar de taal ging zijn eigen gang. Je moet de Capies maar horen en je weet dat deze taal leeft op straat en met zich laat spelen.” Zijn confrontatie met hun muziek was een soort shock, want daar sta je dan haast in je eentje als blanke. “Mijn eerste kennismaking met hun zwarte muziek”, zegt Stef, “was een openbaring van ongedwongenheid. Muziek is daar onderdeel van het dagelijkse leven, iedereen zingt, bijvoorbeeld te voet onderweg om de afstand naar de bestemming kleiner te maken dan hij is. Zo zijn deze liedjes ontstaan: geschreven met mijn ogen, reizend van noord naar zuid, van Mpumalanga tot die Kaap, door dit eindeloze land, vol tegenstellingen, waarvan ik steeds meer hou.”

Omstreeks 2001, wanneer Stef de veertig passeert, duikt hij meer en meer in het taoïsme, een Chinese filosofische en religieuze stroming. Het taoïsme gaat over hoe te handelen in het leven. Vanuit zijn protestantse opvoeding dacht hij tot dan toe te zeer in termen van goed en kwaad. Hij kwam tot de ontdekking dat ware woorden niet mooi zijn en mooie woorden niet waar. Die vaststelling maakte zijn hoofd vrij en bracht hem de nodige ontspanning. Hij leerde ook dat het in het leven gaat om de weg die je aflegt. “We maken allemaal een reis door het leven en nemen foto’s onderweg. Als zanger zijn jouw foto’s jouw liedjes. Een mens hoort zich te ontwikkelen in zijn eigen tempo. Sommigen leveren hun meesterwerk af als ze dertig zijn, anderen op hun zestigste.”

Stef wil ook meer op eigen benen staan en besluit in 2001 zijn samenwerking met Hans Kusters te beëindigen en start met een eigen platenlabel, Niemandsland. Hij bouwt ook zijn eigen studio om daar zijn eigen demo’s op te nemen. Vrienden die graag musiceren zijn hier altijd welkom. Commerciële doeleinden primeren in dezen niet voor Stef, al zal onder anderen Tine Reymer hier een van haar cd’s inblikken.

De negentiende mei 2003 is er het album” Donker en licht”. Sommige liedjes uit deze cd kwamen al tot leven tijdens zijn “Nu”-tournee in de periode van 2000 tot en met 2001 én in de daaropvolgende tournee “Niemandsland”, waarmee Stef vanaf 2002 van start ging. Liedjes als Kazazi en Liria ontstonden in Albanië, waar hij tweemaal naartoe trok. Stef reisde naar ginder samen met opticien Paul Luyf, die zich daar bezighoudt met de stichting “Oogproject Albanië”. De opbrengst van deze liedjes ging ook naar die stichting. Dit album werd geboren in een haast depressieve periode voor Stef. “Alle nummers op deze cd schreef ik drie jaar geleden. Ik voelde me toen als een kip zonder kop. In mijn naaste omgeving waren er kort na elkaar enkele dierbaren overleden: een vriendin, mijn moeder, een bevriende collega. Daar was ik niet goed van. Ik was echt knock-out. Ik kon wel functioneren en op een podium mijn nummers spelen, maar ik voelde diep in mij toch een leegte. Alsof er een zware steen op mijn maag lag. Nochtans ben ik van nature vrij optimistisch: dat heb ik van mijn moeder geërfd. Ik kon het echter allemaal niet meer opbrengen en kon geen richting in mijn leven meer bepalen. Bij elk overlijden moet je gewoon door een rouwproces. Je moet niet denken dat je na drie weken weer de vrolijke jongen kan uithangen. Zo werkt dat niet. Als je iemand verliest, blokkeer je even en moet je daar langzaam en in je eigen tempo overheen proberen te geraken. Bij mij heeft het anderhalf jaar geduurd voor ik dat besefte. Dood en verdriet hebben een plek in mijn leven gekregen. Nadien kroop ik recht en sindsdien dans ik weer. Die moeilijke periode is voorbij en ik voel me veel lichter. De laatste drie nummers van mijn nieuwe cd Verstild in steen, Van voor af aan en Ik mis jou gaan over dood en verval en schreef ik vrij vlot. Zij vormen als het ware een drieluik. Maar het duurde maanden voor ik het emotioneel aankon om ze ook echt te zingen op een podium.” Opvallend en oprecht op dit album is het liedje Niemandsland: “Maar ik verlang naar de toekomst, ik verlang naar een opstand, ik verlang naar bezieling, ik verlang naar de weerstand en naar de liefde die het waar kan maken, die het hart kan raken, die de muur kan slechten, die mijn hart kan raken.” Binnen de context van dit lied wou Stef toen aan de media het volgende kwijt: “Ik heb mijn plaats leren kennen, ook op het vlak van de liefde. Ik kon vroeger heel makkelijk verliefd worden en duizend kussen beschrijven in duizend smaken. Maar ik ben ook een individualist die op tijd en stond niet gestoord wil worden omdat hij wil schrijven. Schrijven blijft voor mij het heiligste van het heilige. Blijkbaar kan ik die twee werelden niet verenigen: schrijven en de ideale partner zijn. Ik ben al een tijdje niet meer verliefd geweest en dat is een goed teken. Ik leef eerlijker. Als je verliefd bent, wil je zoveel waarmaken. Maar je snijdt in je eigen vingers. Met een verliefde kop beloof je vaak heel veel, maar wat kan je nakomen? Ik heb met vier vrouwen een langdurige relatie gehad. En toen was ik telkens monogaam. Met alle vier heb ik nu nog steeds een tamelijk goed contact. Er zijn gelukkig geen vrouwen die ik haat. Ik ben blij dat ik in de liefde niet verbitterd hoef te zijn.”

2003 is een zeer productief jaar, want de vijfentwintigste oktober wordt het album “Jy vir my” gereleaset, met daarop livefragmenten van de tournee van een jaar eerder toen Stef met zijn band gedurende vier maanden door Zuid-Afrika trok en optredens gaf in de theaters van de universiteiten van Pretoria en Stellenbosch. Daarnaast trad hij ook op in Bloemfontein, Kimberley, Potchefstroom en Upington. Die optredens werden op een tweesporenbandopnemer vastgelegd waarvan voor dit album daaruit een selectie werd gemaakt, waaronder een aantal liedjes die Stef enkele maanden voordien in Zuid-Afrika had geschreven. Liedjes uit dit album die Stef na aan het hart liggen zijn: Waar slaap my liefde (een gedicht van Ingrid Jonker, waarop Stef tijdens zijn verblijf in Witsand op zijn gitaar de muziek schreef), Wagtyd (opnieuw een gedicht van Ingrid Jonker), Pelgrimsrus (geschreven op de dag dat een van zijn vrienden overleed) en Hillbrow (Stefs lievelingsliedje van Johannes Kerkorrel).

De twaalfde november 2005 staat Stef Bos in de Ultratop 200 Albums met “Ruimtevaarder”, uitgebracht op het Niemandsland-label. Die cd werd de zestiende september aan de pers voorgesteld. De liedjes ontstonden tijdens de voorgaande twee tournees: de solotour “Dichtbij” (2004) en de bandtour “Licht” (2004-2005). De eerste try-out van de theatertour werd gespeeld op de dag dat Theo van Gogh werd vermoord. Het zette Stef aan tot het schrijven van Het midden, een soort gesproken proloog. Een rustige, koele vertolking, waarbij de diepte en warmte van Stefs troubadourstem volledig ten dienste staan van de betekenis van de tekst: “Ik volg geen richting, ik volg geen weg, ik volg geen licht, ik volg geen ster, ik volg geen leider, ik volg geen vlag, volg alleen nog steeds mijn hart.” In de maand oktober van 2004 verschijnt bij Lannoo de bundel “Gebroken zinnen”, een bloemlezing bestaande uit gedichten, gedachten en die gecombineerd worden met illustraties in diverse (verf)technieken van de Zuid-Afrikaanse kunstenares Marriana Booyens. Het motto geeft eigenlijk het thema aan, opgedragen aan degenen die bestaan en degenen die bestonden.

Het liedje Het midden is ook het nummer waarmee het album “Ruimtevaarder” wordt ingezet. Het album wordt in de maanden mei en juli 2005 opgenomen in “Studio The Groove” te Schelle met aan de knoppen producer Peter Bulkens. Stef laat zich begeleiden door de gitaristen Martin de Wagter en Francis Wildemeersch, toetsenist Jan van Looy en bassist Roberto Mercurio. Hij wordt vocaal bijgestaan door Wes Lee en Stella Khumalo. Stef Bos tekent voor alle liedjes, behalve voor Wals der verliefden, die door Jan van Looy werd aangereikt. De elfde oktober is er bij uitgeverij “Lannoo” het boek “Alles wat was”, een verzameling liedteksten zoals het hoort van het allereerste begin tot en met de liedjes van de cd “Ruimtevaarder”. Op méér dan vierhonderd bladzijden staan alle liedteksten die Stef voor zichzelf en voor anderen schreef in die periode plús het persoonlijke commentaar van Stef Bos in cursiefjes erbij, inclusief foto’s, brieven, rekeningen enzovoort van verschillende mensen met wie hij heeft samengewerkt. Zo leren we dat hij onder meer Alle mooie vrouwen zijn zo lelijk schreef en dat het uiteindelijk bij Margriet Hermans terechtkwam. “Op een avond spraken we af bij Wouter Van Belle, in die tijd nog studiotechnicus. Tegen dat het licht werd hadden we bij hem thuis een demo opgenomen, Alle mooie vrouwen zijn zo lelijk, ik kreeg die zin en dat deuntje maar niet uit m’n hoofd. Toen Roland Verlooven, toenmalig producer van Margriet Hermans, bij toeval die demo hoorde, werd het bewerkt voor een vrouwelijke benadering en zong zij in 1990 Alle mooi mannen zijn zo lelijk.” Als extra achter in het boek vindt u de cd “Onvoltooid verleden” met solo-opnames van elf liedjes die voor het grootste gedeelte niet eerder werden opgenomen.

De twintigste augustus 2006 verschijnt bij uitgeverij “Niemandsland” het boek “Ja”. “Op het moment van schrijven ben ik niet bezig met het feit of zoiets voor een boek is bestemd, het moet er gewoon uit. Pas later, als ik door al die schetsen ga, bepaal ik waar ik verder aan zal werken. Begin dit jaar, toen de plannen van het boek concreter werden, wist ik ook dat ik het graag met één schilder vorm zou willen geven: Eric de Bruijn. Ik had Eric leren kennen via kameraad Frank Boeijen en was zeer gecharmeerd van zijn werk. Het werd een zeer aangename samenwerking.”

Vanaf de zevenentwintigste januari 2007 trekt Stef Bos op tournee met de show “Storm”, waarvoor hij de aftrap geeft in de “Ancienne Belgique” in Brussel. Daarover schrijft Joost Van Liefferinge het volgende: “Hoe optimistisch je ook bent over de relatie tussen Nederlanders en Vlamingen, het zijn meestal geen al te beste combinaties. Soms moet je echter inzien dat beide streken elkaar met liefde omarmen en veel met elkaar gemeen hebben. Een man die moeite noch kosten spaart om deze twee culturen nog dichter bij elkaar te brengen, is Stef Bos. Zijn nieuwste theatertour “Storm” combineert poëzie met muziek. Hoe het komt, weten we niet, want kenners kan je ons niet noemen. Maar de Stef Boshype leeft méér dan ooit in Vlaanderen. Wat we uit onze geschiedenisboeken wel hebben geleerd, is dat hij al lang hot is, de eerste theatertour van Stef Bos in de jaren negentig sloeg namelijk helemaal niet aan bij onze noorderburen, de Nederlanders vonden het te slap. Stef kwam zo bij de Vlamingen terecht, en wij vielen letterlijk al snel bij bosjes. Sindsdien is de bekendheid er niet minder op geworden en is Stef Bos eigenlijk nooit meer weggegaan uit ons hart.” Dat jaar is er ook de dvd “Rooi aarde, swart bloed”. Deze in Zuid-Afrika verschenen dvd bevat liveopnames van het concert in de Universiteit van Pretoria met als speciale gasten Amanda Strydom, Faith Kekana, Stella Khumalo en Wess-Lee. Als bonusmateriaal is er een intiem gesprek waarin Stef Bos het onder meer heeft over zijn liefde voor de Afrikaanse taal en een aantal muziekvideo’s: Het Avondland (met Koos Kombuis), Die taal van my hart (met Amanda Strydom), Pelgrimsrus (met UP Symfonieorkest), Zondag in Soweto (met Sibongile Khumalo) en Jy vir my. In 2007 is er ook het album “Anaïna” van de in Nederland wonende zanger Fernando Lameirinhas. Op deze cd staat het prachtige Hier. Op een zondagochtend ontmoet Stef tijdens een radioprogramma in Hilversum de in Portugal geboren Fernando. Het klikte meteen tussen hen en er werd besloten een liedje te schrijven. Dat gebeurde op een middag bij Stef thuis. Fernando met een gitaar en Stef met een klein Indiaas orgeltje op schoot. Het liedje werd opgebouwd rond die ene zin “Ik woon niet waar ik geboren ben“.

Niet verlegen om een aparte aanpak van zijn songmateriaal pakt Stef Bos in 2008 uit met een aantal demo-cd’s. Het eerste deel uit de demoserie verschijnt in de maand januari met de eerste versies van de nieuwe liedjes die tijdens de voorbije en nog lopende tournee ten gehore werden gebracht. De cd wordt verpakt in een kartonnen hoesje. Alle instrumenten op deze cd worden gespeeld door Stef Bos, Roberto Mercurio en René van Mierlo. “Elk lied heeft zijn eerste versie. Die versies ontstaan in mijn geval doorgaans thuis, waar na een dag werken en denken en zingen en schrijven het eerste idee wordt opgenomen op multitrack zonder al te veel technisch gedoe. De ziel van het liedje wordt gezocht met her en der een verdwaalde noot die misschien in de studio zou sneuvelen, maar ook met een onbevangenheid die je in een opnamestudio doorgaans niet vindt.” In maart wordt R