Tango

Geplaatst in Genres

Almaar vaker wordt wereldwijd de tango gedanst. Sinds het midden van de jaren tachtig is er geen tegenhouden meer aan, die zit helemaal in de lift. Het valt wel op dat hijb populair is bij dansers en danseressen vanaf veertig jaar. Tangoscholen rezen de voorbije jaren  dan ook als paddenstoelen uit de grond. Wie denkt dat je heel warmbloedig moet zijn om je aan die dans te wagen, heeft het fout voor, want in een land als Finland staat die dans nog steeds op nummer één,  al zijn Finnen niet meteen temperamentvolle mensen te noemen. Het zal er wel wat mee te maken hebben dat de bandoneon en de accordeon, belangrijke instrumenten in de tango, in de Finse volksmuziek erg populair is.

Dé bakermat van de tango zijn de buitenwijken van Buenos Aires. Hier woonden een pak emigranten die van hun overtocht van Afrika naar Argentinië méér verwacht hadden. Het merendeel van hen behoorde tot de gente del pueblo, de onderlaag van de bevolking.

Voor de tango waren er al dansen als de habanera, de milonga en de tango andaluz. In het begin was de tango louter instrumentaal: de viool, de fluit en de gitaar waren de basisinstrumenten. Later kwamen daar het orgeltje en de pianola bij. In Duitsland ontwierp een zekere Heinrich Band in 1854 de bandoneon die in Duitsland heel populair werd, maar met de tijd door de accordeon werd verstoten. Via Ierse muzikanten zou de bandoneon in Argentinië terechtkomen.  Dit instrument zou de ziel van de tango worden, het zou de tango een melancholische touch geven.

Eén van de eerste tangocomponisten die naam zou maken, was Guardia Vieja die in 1905 een van de eerste tangoklassiekers afleverde ‘El choclo’. De tango als dans had niet dadelijk de juiste wind in de zeilen. Het was meer een dans iets voor hoeren, klaplopers en souteneurs. De elite wou er niets van weten.

Aan het begin van de 20ste eeuw zakte de tango naar de danszalen van Parijs af en veroverde van hier uit de rest van de wereld: Rome, New York, Moskou, Wenen … Het mag wat vreemd lijken, maar omdat de tango stilaan de wereld veroverde, kon de Argentijnse elite moeilijk achterop blijven. Omstreeks 1920 palmt de tango Buenos Aires in en begint van daar uit aan een steile opmars. De ene tango na de andere wordt geschreven. Die populariteit  blijft tot omstreeks 1935 wanneer de tango de loef wordt afgestoken door de opkomst van de jazz.

Inmiddels had ook de “gezongen” tango een plaats veroverd en bezorgt het genre een tweede adem, zeker dankzij de inspanningen van de legendarische tangozanger Carlos Cardel.  Een componist als Astor Piazzolla tilde de tango op een hoger niveau. Sinds de jaren tachtig heeft de tango in Buenos Aires weer aan populariteit gewonnen vooral omdat hij wereldwijd ‘ in ‘ is . Er is daar een nieuwe generatie muzikanten en dansers opgestaan.

Om op de oorsprong van de dans terug te komen. De dans zelf zou op het einde van de 19de eeuw ontstaan zijn langs de oevers van de Rio de la Plata in Buenos Aires en in Montevideo in Uruguay. De nazaten van de zwarte slaven en de Europese immigranten, vooral uit Italië en Spanje, mengden hun muzikale tradities met die van de Zuid-Amerikaanse cowboys die naar Buenos Aires waren getrokken om daar werk te vinden. In cafés en bordelen werd ’s avonds  na het zware werk naar vertier gezocht en werd er als ontspanning zwoel gedanst. Ter plekke vooral door mannen  bedacht. Wat eerst op de dansvloer schoorvoetend begon, groeide snel uit tot een echte rage en de ene dansgelegenheid na de andere werd geopend. Ook tal van nieuwe orkestjes werden opgericht. De tango gaf de Argentijn een nieuwe identiteit.

Om het verhaal juist te vertellen, moet ik ook aanstippen dat de tango als dans in Europa aanvankelijk een pak tegenstanders kende. De Franse clerici, want de tango kende vanuit Parijs een enorme boost, en zelfs gerenomeerde Franse geneesheren vonden deze dans maar niets : ordinair en vulgair.

Tegenwoordig worden er twee varianten van de tango gedanst: de Argentijnse en de ballroom tango.

De tango is één van de vijf standaarddansen, die almaar sneller en vinniger werd en wordt gedanst door die koppels die zich specialiseren in wedstrijddansen, het echte ballroomniveau dus. Hij leunt nog steeds aan bij de typische Argentijnse tango, maar het ritme is strikter qua tempo, ongeveer 31 tot 33 maten per minuut. De muziek klinkt dan ook iets minder sensueel, er wordt ook iets vlakker gedanst. Opvallend tijdens het dansen zijn de strakke bewegingen, vooral die met het hoofd van de dame. De dame heeft niet, zoals dat bij de andere ballroomdansen wél het geval is, haar linkerhand op de schouder van haar partner liggen, maar buigt die om zijn elleboog heen met de vingers tegen zijn lijf aangedrukt. De heer plaatst zijn rechterhand meer in het midden van de rug van de dame en niet achter aan haar linkerschouder zoals bij de andere dansen wel gebruikelijk is. Onthou ook dat je tijdens het dansen de knieën licht gebogen houdt en dit in tegenstelling tot de overige dansen waar het dalen en rijzen van het lichaam een belangrijke rol speelt.

 

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet