Doo- Wop 1

Geplaatst in Genres

Het was vooral de rock-and-roll die in de jaren vijftig de zwarte vocale groepen in Amerika een stevige duw in de rug gaf, ook al liep het niet vanaf het begin van een leien dak. Behoorlijk wat groepen gingen gewoon de mist in zonder dat ooit iemand van hen zou horen. Velen hadden zich nochtans een zangstijl weten eigen te maken waarbij één stem centraal stond en de rest, zonder enige instrumentale begeleiding, de achtergrond harmonieus opvulde. Gemakkelijkheidshalve werd dat genre doo-wop genoemd, ook al is dat een vrij kleurloze vlag die een bonte kleurrijke lading moest dekken. Maar goed, het kind had in de jaren vijftig een naam en een erg brede noemer, dus er kon aardig wat onder schuilgaan.

In de loop van de jaren dertig en veertig ging het er conventioneler aan toe, want groepen als The Inkspots en The Mills Brothers werden met het ‘witwassen’ van hun zwarte muziek enorm populair bij het blanke publiek! The Inkspots, met de hoge tenorstem van Bill Kenny in hemelse harmonieën met de tweede tenor Charles Fuqua, de bariton Derek Watson en Orville Jones, waren the Black Beatles van hun tijd, enorm geliefd bij een breed publiek en de eigenlijke trendsetters van een zangstijl die door haast alle zwarte groepen van de jaren vijftig en zestig zou worden gekopieerd.

De vocale kloof tussen aan de ene kant The Inkspots en The Mills Brothers en aan de andere kant de wat rauwer klinkende rhythm-and-bluesgroepen, werd overbrugd door The Ravens die de basstem van Jimmy Ricks in scherp contrast plaatsten met de engelachtige falsetto van Maithe Marshall om op die manier een extra dimensie aan de zwarte zangstijl toe te voegen. Dat nieuwe zanggeluid werd vrij snel overgenomen door groepen als: The Orioles, The Larks, The Swallows en vooral door The Moonglows, troetelkinderen van dé promotor van de rock-and-roll, d.j. Alan Freed. Begonnen bij Champagne records betekende de overstap naar het bekende Chess label niet alleen hun definitieve doorbraak, maar tevens hun eerste gouden hit Sincerely.

Niet alle groepen kozen dezelfde weg als The Orioles en The Ravens, maar lieten zich liever op sleeptouw nemen door Billy Ward and The  Dominoes die feller en emotioneler uit de vocale hoek kwamen. The Clovers, The Midnighters en The Five Royals deden het vooral goed in de rhythm and blueslijsten van de fifties. Nochtans hadden diegenen die voor de ruwere aanpak hadden gekozen niet dezelfde bijval als zij die zich aalglad door het doo-woprepertoire heen zongen. Hearts of Stone van The Charms en Sh-boom van The Chords waren al duidelijk op een blanke platenmarkt afgestemd en de behoorlijke verkoop van die singles veroorzaakte midden jaren vijftig een ware doo-wop-boom!

Ruim vijftienduizend groepen probeerden elk op hun beurt een gouden hit te scoren, maar verder dan die ene single brachten ze het niet. Slechts weinige wisten door te stoten tot in de nationale hitlijsten en die hitstatus ook jaar na jaar waar te maken. The Flamingos, een vakkundige mengeling van gospel- en Four Freshmen-arrangementen, bleven méér dan tien jaar gunstig in de markt liggen met uitschieters als I only have eyes for you en Nobody loves me like you. En wie The Flamingos zegt, noemt in één adem The Spaniels. Hún vette jaren begonnen toen ze de overstap waagden van het Chance label naar Vee Jay records met toppers als Stormy weather en Goodnite, it’s time to go.

Naast The Coasters, The Five Keys en The Drifters, zorgden vooral Franky Lymon and his Teenagers en The Platters ervoor dat doo-wop internationaal kon doorbreken. Wie kent immers niet hun miljoenenhits Why do fools fall in love en Only you.

Eind jaren vijftig leek doo-wop uit het gehoor te verdwijnen, was het niet dat er amper één jaar later een heuse revival plaats had. Talrijke groepen voor wie tot dan toe doo-wop wereldvreemd in de oren klonk, maakten via heruitgebrachte platen voor het eerst kennis met dat genre, en hoe! Feilloos probeerden ze de doo-wopzangtechniek na te bootsen en het waren vooral de Italiaanse en Portoricaanse ‘streetcorner-groepen’ die daar het best in slaagden. Philadelphia werd zowat hét mekka van die doo-woprevival met bovenin de hitlijsten The Skyliners Since I don’t have you, Dion and The Belmonts The Wanderer, The Crests Sixteen Candles en de legendarische Four Seasons Sherry. Stuk voor stuk kanjerhits die ook nu nog in menig verzoekprogramma graag worden terug gevraagd.

Doo-wop was eind jaren vijftig dus een makkelijk verkoopbaar product geworden. De hitfabriek bleef de ene topseller na de andere afleveren, steeds volgens het bekende ‘shoo-be-doo-wop’-stramien en druk gebruikmakend van de indringende basstemmen en hoge falsetto’s. Dat geluid zou voor jaren de beste en vlotst verkopende rhythm and bluesformule blijven met zelfs een behoorlijke impact op de surfmuziek van The Beach Boys en de soft-soul van The Chi-lites, The Manhattans, The Stylistics in de loop van de jaren zestig en zeventig en niet te vergeten een groep als The New Edition die in 1986 op de markt kwamen met het album Under the blue moon met daarop gelsaagde covers van ondermeer Earth angel en Tears on my pillow en vooral de groep Boyz II Men die in de jaren negentig erg populair waren en zo maar liefst vijf nummer 1 hits scoorden!

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet