Engelse wals

Geplaatst in Genres

De Engelse wals is, als je er al een jaartal op kan kleven, ontstaan omstreeks 1921 en gebaseerd  op de Boston wals, de tragere versie van de Weense wals. Die Boston kwam in 1874 vanuit Amerika onze richting uitgewalst en kreeg omstreeks 1926 de dansvorm zoals we die nu nog kennen.

De Engelse wals is een dans die rust en schoonheid met zich meebrengt en houdt zich aan strenge voorschriften. Het tempo is half zo snel als dat van de  Weense wals: 30 maten per minuut  (eigenlijk variërend tussen de 28 en 31 maten per minuut). Het langzame en romantische karakter is erg typerend voor de Engelse wals: je hoort soepel en zwierig te dansen, alles in één vloeiende beweging. De hele dansvloer wordt door het koppel ingepalmd, want de tweede tel, de zijwaartse pas, hoort zo breed mogelijk te worden gedanst te worden. Bij de Engelse wals duiken basisvariaties en termen op als: de spinturn, de weave, de whisk en de chassé.

Nogal wat filmregisseurs, toeval of niet, werden door het rtme van de Engelse wals aangesproken. Denken we maar aan songs als:  ‘Cavatina’ uit The Deer Hunter en  ‘Moon River’ van de Amerikaanse filmcomponist Henri Mancini. In Nashville, het mekka van de country, waren ze ook tuk op dat ritme met voorop Jim Reeves in songs als ‘He’ll have to go’ en ‘Adios amigo’. Grote hits werden in een meeslepend walsritme geschreven : ‘ Fascination’, ‘ Try to remember’, ‘ Vaya con Dios’ en ‘ All kinds of everything’.

Het tempo van de Engelse wals is identiek aan dat van de slowfox, al ontstond die uit de foxtrot, maar was daar wel een zachte en dynamische variant op. De golvende beweging staat bij de slowfox centraal, een beweging die altijd voortglijdt. Het is geen dans waarmee je snel een open doekje haalt, is technisch erg moeilijk en zeker geen klus voor beginnelingen.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet