Soul

Geplaatst in Genres

Mocht je platen in huis hebben van Ray Charles, Sam Cooke en James Brown, wees dan maar zeker dat je de roots van soul in je handen hebt. Natuurlijk kan je die lijst oneindig lang uitbreiden met tal van fonkelende namen, maar zij vormden toch voor een groot deel de basis van wat men geleidelijkaan soul ging noemen.

Soul is in eerste instantie zwarte muziek. Nu wordt tegenwoordig zowat alle zwarte muziek soul genoemd en dat is ook niet correct. Zo zou je je bijvoorbeeld kunnen afvragen, waar ligt het verschil tussen de muziek van Sly Stone en die van Lou Rawls? In eerste instantie sloeg soul op die zwarte muziek die sterk beïnvloed was door gospel. In de kerk zong je letterlijk en figuurlijk je ziel, your soul, uit je lijf. De meeste zwarte zangers leerden daar hun liefde voor de muziek ontwikkelen. Dat was muzikaal gezien hun belangrijkste  bakermat. Rhythm and blues was ook wel zwarte muziek, grotendeels toch, maar moest uit de buurt van de kerk blijven. Dit was méér de muziek van de duivel, té aards om hemels te klinken.

In de loop van de jaren vijftig gingen zwarte artiesten almaar meer elementen uit de gospel in hun muziek verweven. Het vraag en antwoordspel, zo typisch voor de gospel, werd in hun muziek verwerkt. Het samenzingen binnen de groep won ook almaar meer aan belang. Qua intensiteit, de kracht waarmee gezongen werd, was James Brown de absolute king. Luister maar eens naar zijn versie van Please, please me dat hij in 1956 op het Federal label uitbracht. Hij kreeg meteen navolgers zoals Clyde McPhatter, Jackie Wilson, Bobby Bland en B.B. King. Ook bij hen had die gospelstijl een grote impact op hun manier van zingen, alleen werd The Lord nu vervangen door My Love.

Ere wie ere toekomt, het was de verdienste van Ray Charles dat hij die gospelinvloeden op een schitterende manier in de populaire muziek wist binnen te loodsen. In 1954 bewees hij dat al in zijn klassieker I got a woman die, je moet dat zelf maar eens beluisteren, een blauwdruk was van When I’m lonely I talk to Jesus. Een nog beter schoolvoorbeeld van een schreeuwende Ray Charles die wacht op het antwoord van enkele zingende maagden hoor je in What’d I say. Met deze manier van muziek maken, haalde Ray Charles zich in de jaren vijftig veel kritiek op de hals. ” He’s mixing the blues and the spirituals and that’s wrong” was een veel gehoorde opmerking. Gospel was God’s music en je hoorde die muziek niet te mengen met die duivelse blues.  Toch werd What’ I say een klassieker, een mijlpaal in de zwarte muziek, wat je ook kan zeggen van het nummer Shout van The Isley Brothers. Ronald, Rudolph en O’Kelly gebruiken ook een soort vraag en antwoordspelletje om hun muziek kracht bij te zetten, méér soul te geven.

Ook in de jazz werd meer soul gestopt zoals je kan horen in de plaatopnamen van Cannonball Adderley en Charlie Mingus. Dat was eens wat anders dan Dave Brubeck produceerde. Eigenlijk was soul een term die vooral door blanke muziekliefhebbers werd gebruikt. Het was een gemakkelijke manier om de muziek van de zwarten aan te duiden. Ze hadden intussen wel door dat de meeste zwarten in hun kerkgemeenschap waren grootgebracht met hun typische gospelmuziek waarin ze al hun leed en emoties kwijtkonden.

Het viel ook op dat meer en meer r&b artiesten gospelinvloeden in hun muziek gingen verwerken. Op hun platen was dat duidelijk hoorbaar. Soul ging almaar vaker domineren. Labels als Tamla Motown in Detroit en Stax in Memphis wonnen aan belang. We mogen zeggen dat die mix van r&b en gospel stilaan ging leiden tot hert gebruik van de term soul. Sam Cooke was iemand die de stap van de gospel naar de soul perfect had gezet. Begonnen als leadzanger bij The Soul Stirrers was die door de jaren heen uitgegroeid tot één van de meest geliefde soulzangers. Een eer die hij mocht delen met Jackie Wilson en Marvin Gaye. In die zwarte muziek geraakten ze ook een pak van hun frustraties kwijt, want blackpower stond op het punt door te breken. Een Sam Cooke song als A change is gonna come sprak boekdelen. Een song die net zoveel hoop en optimisme uitstraalde was het in 1960 door Ben E King opgenomen Spanish Harlem. Gospel was hier wel al voor een groot deel naar de achtergrond verdrongen, maar soul klonk er des te meer, ook al was het, net zoals bij Sam Cooke te horen, behoorlijk gepolijst. Mister Sadness himself Bobby Bland zette ook zijn stempel op de soul met singles als Stormy Monday en Cry cry cry. Trage songs, slepende ballads waren nu eenmaal geliefd zowel door zwarte zangers als zangeressen. Cry baby van Garnett Nimms moet daarin voor geen enkele andere single onderdoen.

Een van de eerste zangers die zijn muziek als soul omschreef was Solomon Burke die met het door Wilson Pickett geschreven If you need me voor het eerst echt van zich liet horen. Hier werd er pas echt recht vanuit het hart, de ziel gezongen. Ook al scoorde hij behoorlijk wat succes met zijn single Everybody needs somebody to love, toch moest Burke vrij snel zijn meerdere erkennen in Otis Redding. Hem mogen we ergens wel het uithangbord van de soul noemen, vooral omdat hij erg geliefd werd door een publiek dat voor het merendeel uit blanke toehoorders bestond. Voor het Stax label nam hij een fantastische versie op van These arms of mine. Dit is wat je mag noemen a real tearjerker, een echte huilebalk. Dit gaat verder en dieper dan alles wat tot dan toe aan trieste songs werd ingeblikt. Merken we op dat de begeleiding ook almaar harder en luider werd. De blazers deden hun intrede. James Brown had al wat stevige, dansante nummers opgenomen zoals Night train en Mashed potato, singles die qua geluid in scherp contrast staan met de meeste soulplaten die toen verschenen, want die waren wat de bezetting en begeleiding betreft eerder pover te noemen.

Wie door had dat er op de achtergrond ook wat mocht gebeuren was Berry Gordy Jr die op zijn  Motown  label een geheel eigen stijl ontwikkelde vooral te danken aan zijn  fantastisch studio-orkest The Funk Brothers. Ook het gebruik van handgeklap, zo typisch gospel, was dankzij zijn producties opnieuw hot te noemen. Can I get a witness van Martha Reeves and The Vandellas en Please Mr. Postman van The Marvelettes zijn hier luidruchtige getuigen van. Atlantic Records, die zich vooral op het terrein van de r&b hadden gemanifesteerd, gingen ook wat in soul investeren en lieten artiesten als Irma Thomas en Erma Franklyn hun kansen wagen in nummers als Time is on my side en Piece of my heart. In Chicago, voornamelijk een r&b regio, probeerde de soul zijn kans te wagen. Dankzij zangers als Jerry Butler en Curtis Mayfield lukte dat aardig. Hun geluid klonk wél wat koeler dan dat van The Godfather of Soul James Brown en Wilson Pickett. Hun harmonieën klonken ook verfijnder zoals je kan horen op de platen van The Impressions.

Soul geraakte als term stilaan in gebruik, al werd er even gewankeld toen soul brother number one Ray Charles kwam aanzetten met een album boordevol stroperige countryballads en zijn nummer één hit I can’t stop loving you. Het hek leek helemaal van de dam toen sommigen country ook als soul gingen bestempelen. Wij blanken leken het ons niet aan te trekken. Soul was immers onderdeel geworden van tal van live concerten. Jackie Wilson mixte zoveel stijlen door mekaar dat soul een erg brede noemer werd, waaronder veel stijlen en liedjes konden schuilen. Ook de term blue eyed soul vond in de sixties ingang met voorop Dusty Springfield en The Righteous Brothers als zwartzingende bleekhuiden.

Soul schoof in de jaren zeventig haast naadloos over in de disco, nadien de rap en de hip hop. De een klonk al minder puur soul dan de ander: Earth, Wind and Fire, Michael Jackson, Whitney Houston, Marlena Shaw, Angie Stone, Barry White.  Black dat wel, maar soul? Laten we maar wijselijk afronden met vast te stellen ‘always ready for a brand new beat’.

 

tekst en research: Marc Brillouet