Avant de mourir

Geplaatst in Songs

Iemand die aan het begin van de 20ste eeuw een geheel  aparte plaats bekleedde in het Duitse amusementsleven was de Roemeense violist Georges Boulanger.  Hij was een echte gangmaker van de salonmuziek.  Boulanger trad vaak op met zijn salonorkest  en  viel  als stehgeiger vooral op door zijn aparte manier van spelen.  Hij gebruikte nogal ludieke virtuoze hoogstandjes op zijn instrument die in zijn tijd maar al te graag werden geïmiteerd, iets té, zodat het normale vioolspel aan kracht en glans moest inboeten.

Georges Boulanger liet een schat aan composities na,waaronder zijn overbekend Da Capo en Für dich, en het heel aantrekkelijke Avant de mourir. Deze melodie zou vast en zeker een stille dood zijn gestorven , mochten The Platters er in 1956 geen wereldhit van gemaakt hebben. Zij hadden al tweemaal eerder de top van de hitlijsten gehaald met Only you en  The great pretender, twee composities van hun manager Buck Ram.

Op zekere dag ontmoet Buck Ram de Engelse tekstschrijver Jimmy Kennedy.  Die was helemaal onder de indruk van het stemgeluid van The Platters en gaf Buck Ram enkele nummers die hij geschreven had. De song waar Buck het meest door gecharmeerd was, was zonder twijfel My prayer . In 1939 had Jimmy Kennedy al een tekst geschreven op de melodie Avant de mourir van Georges Boulanger. Wat Buck zo aantrok was dat dit de eerste slow was die hij ooit had gehoord die begon met een trage introductie en het vers en pas dan het refrein.

Eerst wilde de platenfirma van The Platters, Mercury, het nummer niet uitbrengen, maar toen ze hoorden dat The Four Aces het nummer ook al hadden ingeblikt, aarzelden ze niet en op 4 augustus 1956 stond My prayer van The Platters in Amerika op 1 .

My prayer was in 1939 ook al een hit geweest, maar dan in de instrumentale versie van het orkest Glenn Miller  met een voortreffelijke trombonesolo van Miller en datzelfde jaar namen the Inkspots een gezongen versie op, uitgebracht op het Decca-label nr. 2790.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet