Baby come back

Geplaatst in Songs

Je neemt een beetje rock, voegt daar een snuifje soul aan toe en kruidt dat met wat r&b. Zo mag je de muziek omschrijven die in de jaren zestig door The Equals werd opgediend. Ze zouden op hun beurt hun steentje bijdragen aan de ontwikkeling van reggae in Groot – Brittannië.

The Equals werden door de tweelingbroers zanger Lincoln en ritmegitarist Derv Gordon samen met drummer John Hall, gitarist Patrick Lloyd en leadgitarist Eddy Grant opgericht. Lincoln en Derv waren in Jamaica geboren, Eddy in Guyana. De anderen hadden Londen als bakermat. Ze leerden mekaar in Noord-Londen kennen waar ze omstreeks 1965 regelmatig zouden optreden. Twee jaar later hadden ze een platendeal gesloten met President Records en namen ze een eerste single op I won’t be there. Een rist locale radiostations had het singletje opgepikt en zo goed als grijsgedraaid, maar een echte hit zat er niet in. In de maand december van 1967 brengen ze hun eerste elpee op de markt “Unequalled Equals”. Het werd bestempeld als een soort fuifplaat en bereikte de Top 10 van de Britse albumcharts. De volgende elpee heette “Equals explosion” met daaruit als single I get so excited waarmee de Britse Top 40 in de maand maart van 1968 binnen handbereik kwam. In de slipstream van hun platenwerk trokken ze op tournee door Duitsland, België en Nederland.

In 1966 had Eddy Grant een liedje geschreven Baby come back dat als B-kant was bedoeld voor de single Hold me closer die in de maand maart 1968 werd gereleaset en in de Britse hitlijsten niet verder geraakte dan de vijftigste plaats. Vreemd genoeg werd Baby come back als A-kant op het continent uitgebracht. Duitsland reageerde als eerste, de rest van Europa zou snel volgen. Binnen de kortste keren waren er méér dan één miljoen exemplaren verkocht. President Records besloot in Engeland de single opnieuw uit te brengen met deze keer Baby come back als A-kant. De 15de mei staat de single deze keer op de eerste plaats van de Top 40. In Nederland waar de single al in januari was uitgebracht, zat er niet meer in dan een zesde plaats. In België daarentegen zat er de 25ste november 1967 al een nummer één in. Amerika gunde Baby come back een 32ste plaats in zijn Top 100.

Alsof ze zichzelf niet al te ernstig namen, kwamen The Equals als opvolger aandragen met Laurel and Hardy waarmee ze in Engeland de bal compleet missloegen. Ook de daaropvolgende single Softly softly deed het niet goed. Voortgaand op hun titelkeuze leek het alsof The Equals eerder met bubblegummuziek bezig waren dan met pop. Kinderen konden het zo meeneuriën. Of wat dacht je van de single Michael and the slippery tree? De Engelsen moeten in 1969 in een vrolijke bui vertoefd hebben, want er zat een 24ste plaats in in de Top 40. Drie maanden later werd Viva Bobby Joe uitgebracht. De single stond binnen de kortste keren op de vierde plaats in de Britse Top 10. Rub a dub werd ei zo na een flop. Met Black skin blue eyed boys werd voor de laatste keer de top tien bereikt.

In 1978 houdt Eddy Grant, na hartproblemen en een klaplong het voor bekeken en keert terug naar Guyana. Hij richt zijn eigen platenlabel Ice Records op en concentreert zich op songs schrijven en een solocarrière. Living in the frontline wordt zijn eerste hit in een lange rij met daarin als uitschieters I don’ t wanna dance , Electric Avenue en Gimme hope Jo’Anna.

De 19de september 1994 zou Baby come back opnieuw op één staan in de Britse Top40, deze keer in een commerciële reggaeversie van Pato Banton.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet