Bad, bad Leroy Brown

Geplaatst in Songs

We leerden hem allemaal kennen via dat ene mooie liefdesliedje I’ll have to say I love you in a song. Jim Croce, een man die veel meer noten op zijn zang had dan die ene ballad. Een man die fantastische bluesnummers schreef en de wereld ook het verhaal cadeau deed van een zekere Bad bad Leroy Brown. In plaats van zijn pint leeg te drinken kon de rijzige Leroy met zijn handen niet van een vrouw die in zijn buurt zat afblijven, wat hem een stevige oplawaai en een paar meppen van haar man bezorgde. Die Leroy Brown was echt the baddest man in the whole damn town. Jim had zo iemand gekend toen hij als soldaat een opleiding volgde in Fort Dix in New Jersey. Een man zo sterk als een beer was die, maar zonder ook maar een greintje verstand. Puur bruut geweld, die het in het leger niet lang volhield.  Hij vond Leroy Brown ook meaner than a junkyard dog. Honden die Croce letterlijk tegen het lijf liep wanneer hij op zoek was naar onderdelen voor zijn ’57 Chevrolet op een of ander autokerkhof. Jim had wel iets met die opvallende, robuuste kerels, want  You don’t mess around with Jim heeft ongeveer diezelfde invalshoek. Dat nummer vinden we terug op zijn gelijkmanige eerste elpee die hij in 1972 uitbracht op het ABC Records-label. Tot Jims verbazing klom die single naar de 8ste plaats van Amerika’s Top 100. Een ander nummer daaruit Operator (that’s not the way it feels) was goed voor een zeventiende plaats.

Op zijn achttiende kocht Croce zijn eerste gitaar. Terwijl hij zijn studies aan de Villanova Universiteit volgde, vulde hij zijn vrije tijd als deejay voor de lokale studentenradio. Hij stak ook wat tijd als gitarist in enkele bands. Aan de universiteit leert hij Tommy West en Terry Cashman kennen die dolgraag muziekproducer wilden worden. Op aanraden van Tommy verhuist Croce samen met zijn vrouw Ingrid naar New York en gaan daar beiden optreden. Hij neemt zelfs met haar voor Capitol Records een album op dat geen deining veroorzaakt. Ontgoocheld keren ze naar Pennsylvania terug en proberen daar financieel de eindjes aan mekaar te knopen. Terwijl hij aan de bak komt als vrachtwagenchauffeur blijft Jim liedjes schrijven. De demo’s komen bij zijn vroegere vrienden Terry en Tommy terecht die hem uitnodigen in The Hit Factory in Manhattan en de rest is geschiedenis.

Bad, bad Leroy Brown vinden we terug op het tweede Croce album “Life and times”. Het werd de 20ste maart 1973 op single uitgebracht met op de B-kant A good time man like me ain’t got no business. De 21ste juli 1973 staat Bad, bad Leroy Brown op de eerste plaats van de Amerikaanse charts. Jim heeft Billy Preston en zijn Will it go round in circles aan de kant geschoven om zelf twee weken na mekaar bovenaan te blijven staan, tot hij hoffelijk zijn plaats afstaat aan Maureen McGovern en The morning after. In Nederland zou Jim Croce nooit een hoogvlieger worden. Bad, bad Leroy Brown klom daar bijvoorbeeld niet hoger dan de 27ste plaats in de Top 40. Croce zou in Nederland wél naam maken toen hij werd vertaald door de Nederlandse zanger Cornelis Vreeswijk. In België is Croce in de Top 30 niet terug te vinden, met niet één single, alhoewel hij door de VRT werd grijsgedraaid. Het waren dus echte radiohits. In Engeland, waar ze nochtans’s mans teksten beter verstonden, duikt hij ook al in geen enkele hitlijst op.

In Amerika staat Jim Croce met Bad, bad Leroy Brown nog in de hitlijsten wanneer hij de 20ste september 1973 tijdens een vliegtuigongeval in Natchitoches, Louisana om het leven komt. Gitarist Maury Muehleisen die hem bij al zijn hits op gitaar begeleidde, komt tijdens diezelfde crash ook om het leven.

De man die Bad, bad Leroy Brown wereldbekend zong, was niemand minder dan The Voice Frank Sinatra die het qua tempo nog wat de hoogte in joeg en er een bidband tegenaan knalde. Het nummer klonk country genoeg om gecoverd te worden door Dolly Parton, Anthony Armstrong Jones en Jerry Reed.  Er bestaat zelfs een punkversie van door The Max Levine Ensemble.

Na zijn dood zou Jim Croce tussen 1973 en 1974 nog drie hits scoren: I got a name, I’ll have to say I love you in a song en zijn tweede nummer één, Time in a bottle.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet