Band on the run

Geplaatst in Songs

In 2011 verscheen met veel trompetgeschal de luxe-editie van het beste album dat Paul McCartney ooit zou en zal inblikken “Band on the Run”. Drie cd’s in een genummerde box met als bonus een dvd . Alle songs werden geremastered volgens de 24 bit-technologie. Negen bonustracks krijgen we voorgeschoteld waaronder het nooit eerder uitgebrachte Helen Wheels en onthullende interviews.

Ook al waren we in 1973 toen het album officieel op de markt kwam wat vertrouwd met de gezichten van Wings, de begeleidingsband van Paul McCartney, toch fronsten we even de wenkbrauwen en vergde het wat zoekwerk om erachter te komen dat de overige gasten op de hoes de Britse zanger Kenny Lynch waren, samen met journalist Michael Parkinson, Hollywoodacteur James Coburn, de kleinzoon van Sigmund Freud, Clement, acteur Christopher Lee en de bokser John Conteh. De gedachte aan de hoes van Sgt Pepper’s Lonely Hearts Club Band was niet ver uit de buurt.  Een leuke bende dus op de loop en gefotografeerd in het Osterley Park in Brentford, de 28ste oktober 1973. Op de achterkant van de hoes zie je een reiskaart van Londen naar Lagos en terug. Ze vlogen de 26ste september van Gatwick Airport naar Nigeria en drie weken later naar Londen terug. Gingen ze daar met vakantie? Bijlange niet, ze namen daar in de Nigeriaanse hoofdstad Lagos hun elpee ”Band on the run” op.

Ze hadden keihard geoefend, maar een paar weken voor ze aan de heenreis begonnen, haakte gitarist Henry McCullough af. Amper één dag voor ze vertrokken, gooide Denny Seiwell zijn drumsticks over de haag. Daar stond Wings dan, uitgedund tot een trio en moesten ze de klus dan maar sterk met hun drietjes zien te klaren. Niet voor niets zie je op de hoes achter Paul McCartney staan dat hij dienstdeed als: drummer, gitarist, bassist, toetsenist en zanger. Denny Laine mocht naast gitaar spelen ook een nootje meezingen en op de basgitaar tokkelen. Linda nam het orgel, het keyboard, wat zang en de percussie voor haar rekening.

Het album werd de zevende december 1973 uitgebracht en meteen bedolven onder lovende kritieken. Het zou de maanden nadien massaal over de toonbank gaan en ervoor zorgen dat Band on the run het bestverkochte album van 1974 werd.

De titelsong lijkt op het eerste gehoor wat ingewikkelder dan de doorsneehit van McCartney, geschreven als een suite, om een klassieke muziekterm te gebruiken, die rustig inzet en waarin Paul de sukkelaar speelt. Hij als gevangene! Het nummer krijgt iets meer vaart als hij zingt “if we ever get out of here“. George Harrison zou die zin ooit gebruikt hebben tijdens een langdurige vergadering op het kantoor van Apple. Na ruim twee minuten mag het trio losbarsten en laten de akoestische gitaren horen hoe ze de vrijheid hebben teruggevonden: ze zijn de gevangenis ontvlucht.

De 29ste juni wordt als tweede single uit “Band on the run” de titelsong op 45 toeren uitgebracht, nadat de elpee zeven maanden eerder al was gereleaset. Op de B-kant staat Nineteen hundred and eighty five. Intussen had Jet, zo genoemd naar een van de honden van de McCartneys, al de hitlijsten onveilig gemaakt en bewezen dat McCartney op Band on the run in zijn beste doen was als componist. In Engeland zou de single de 6de juli 1974 op de derde plaats van de Top 40 geraken. Jet had daar enkele maanden voordien op zeven gestaan. De 8ste juni klimt Band on the run in de States naar het hoogste schavot, daarbij Ray Stevens in zijn blootje en al streakend aan de kant schuivend. Nochtans zou Band on the run het na één week al voor bekeken houden en die eerste plek overlaten aan Bo Donaldson and the Heywoods met het hier zo goed als onbekende Billy, don’t be a hero. Je bent het misschien vergeten, maar Band on the run op single geraakte in onze Belgische Top 30 niet hoger dan de 21ste plaats. In Nederland daarentegen zat er een vierde plaats in. Wat niet belette dat het album alle records brak en dat Jon Landau in het magazine Rolling Stone schreef ” it’s the finest record yet released by any of the four musicians who were once called The Beatles.”

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet